KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over Publicatie Onderzoeksraad voor Veiligheid 'Opvolging aanbevelingen: Industrie en Omwonenden'(Kamerstuk 28089-300)

9 sep 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 842e0a92cc1646e7 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202428 089Gezondheid en milieuNr. 320 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 9 september 2024 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantalvragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Infra-structuur en Waterstaat over de brief van 23 mei 2024 over PublicatieOnderzoeksraad voor Veiligheid «Opvolging aanbevelingen: Industrie enOmwonenden» (Kamerstuk 28 089, nr. 300).De vragen en opmerkingen zijn op 28 juni 2024 aan de Staatssecretarisvan Infrastructuur en Waterstaat voorgelegd. Bij brief van 9 september2024 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,PostmaAdjunct-griffier van de commissie,Koerselman kst-28089-320ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 3201 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties reactie van debewindspersoonPVV-fractie1.De leden van de PVV-fractie willen weten welke bedrijven allemaalinformatie moeten publiceren om te voldoen aan de aanbevelingen vande OvV en op welke manier deze inzichtelijk dienen te worden gemaakt.De Actieagenda Industrie en Omwonenden beschrijft de aanpak die naaraanleiding van het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV)is ingezet. De insteek van de actieagenda is generiek. Dat betekent dat deuitkomsten consequenties kunnen hebben voor meer bedrijven dan dedrie die in het onderzoek aan de orde komen (Tata Steel, Chemours enAsfalt Productie Nijmegen). Tegelijkertijd kan op dit moment nog nietprecies worden geduid wat het effect is op de lastendruk. De onderzoekendie in het kader van de actieagenda zullen worden opgesteld en de opbasis daarvan te nemen besluiten zullen dit duidelijk maken.2.De leden van de PVV-fractie constateren dat de provincie Noord-Hollandeen gezamenlijk gesprek over dilemma’s rondom maatschappelijkgeaccepteerde gezondheids- en milieuschade noodzakelijk acht. Hoe wilde Minister hier invulling aan geven?Dit gezamenlijke gesprek krijgt een plaats in het in de ActieagendaIndustrie en Omwonenden aangekondigde platform Leefomgeving- enIndustriedialoog. Specifiek voor de milieuproblematiek rond Tata Steelgeldt dat het Ministerie van IenW nauw met het Ministerie van Klimaat enGroene Groei, de provincie Noord-Holland en de IJmondgemeentensamenwerkt aan het verbeteren van de milieusituatie. Daarbij wordt ookvan gedachten gewisseld over dit soort vragen.3.De leden van de PVV-fractie willen weten in hoeverre hetRIVM-kennisnetwerk en GGD’en toegankelijk zijn voor het bedrijfsleven ofhoe het anders toegankelijker gemaakt zou kunnen worden.Een goede samenwerking tussen bedrijven, overheid en kennisinstel-lingen is essentieel voor goed werkend beleid rondom industrie engezondheid. Waar dit toegevoegde waarde heeft, is er zeker contact metbedrijven, voor zover dat mogelijk is binnen de onafhankelijke rol dieRIVM en GGD’en hebben.GGD’en werken in opdracht van overheden. Deze overheden bepalen ofadviezen van de GGD gepubliceerd worden. Het is daardoor niet altijd zodat kennis automatisch beschikbaar komt voor bedrijven. In het kader vande OvV-actieagenda en de Verkenning Versterking GGD wordt daarnaastmeegenomen of een aanpassing van de publicatie van onderzoeken eninformatie wenselijk en haalbaar is, o.a. door het opstellen van een bredekennisagenda.4.De leden van de PVV-fractie hebben een goede gezondheid voor iedereenhoog in het vaandel en vragen dan ook hoe de Minister kijkt naar hetbegrip «gezond genoeg». Deze leden zien dat er in het OvV-rapport wordtvoldaan aan de gestelde eisen, maar vragen wanneer er sprake is van eenacceptabel risiconiveau. Hoe wordt dit vastgesteld en door wie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 3202 Het streven naar een gezonde leefomgeving roept de vraag op «wat isgezond genoeg?». Op verzoek van het Ministerie van IenW zal deGezondheidsraad zich buigen over deze vraag en daarin zowel kijken naarobjectieve maatstaven (maatschappelijke kosten en baten) als naar deperceptie en de aanvaardbaarheid van gezondheidsrisico’s onderinwoners. Het ministerie wil dit gebruiken om gezondheid eenvolwaardige plek te geven in beleid.5.De leden van de PVV-fractie vragen wat de huidige stand van zaken is watbetreft de verschillende acties die zijn aangekondigd in de ActieagendaIndustrie en Omwonenden.De actieagenda bevat een groot aantal onderzoeken. Deze onderzoekenworden uitbesteed aan de markt en zijn recent gegund. Naar verwachtingkan een groot deel van de onderzoeken eind dit jaar of begin volgend jaarworden afgerond. Voorafgaand aan het Commissiedebat Leefomgevingvan 11 september zal er een brief aan de Kamer worden gezonden meteen benadering van de tijdlijn voor deze onderzoeken, in lijn met de motievan het lid Grinwis.1 Voor actielijn 1 «een goede buur» is momenteel eenverkenning bij het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving in gang gezet.Het streven is om te komen tot een Platform «Leefomgeving en IndustrieDialoog». De andere acties zitten momenteel in de onderzoeksfase. Begin2025 zijn de eerste resultaten naar verwachting beschikbaar. De laatsteresultaten worden eind 2025 verwacht. Deze zullen worden gedeeld metde Tweede Kamer.6.De leden van de PVV-fractie vragen in hoeverre het mogelijk afdwingbaaris dat Tata Steel zijn kennis over emissies transparant maakt, hetgeengevraagd wordt in de aanbevelingen.Grote industriële bedrijven, waaronder Tata Steel, hebben al eenwettelijke plicht om het bevoegd gezag in het kader van de vergunning-aanvraag te informeren. Het bedrijf moet de monitoringsgegevensregelmatig beschikbaar stellen aan het bevoegd gezag. Het bevoegdgezag neemt hierover voorschriften op in de vergunning en beoordeelt ofhet bedrijf hieraan voldoet. Verder moeten deze bedrijven jaarlijksverplicht rapporteren over hun emissies op grond van Europese regel-geving. Deze gegevens moeten worden aangeleverd bij emissieregistra-tie.nl en worden actief openbaar gemaakt op de site van het EuropeesMilieuagentschap. In het kader van de actieagenda Industrie enOmwonenden wordt onderzocht of het wenselijk is deze informatiever-plichting verder te versterken, zodat het bevoegd gezag zijn rol op dit vlakbeter kan uitvoeren.7.De leden van de PVV-fractie zien dat de provincie Noord-Holland heeftaangegeven tegen de grenzen van haar mogelijkheden aan te lopen endat zij daarbij verwijst naar een aantal voorbeelden. Welke mogelijkhedenheeft de Minister in huis om toch te voldoen aan de gestelde aanbeve-lingen?De provincie Noord-Holland heeft de afgelopen jaren een groot aantalvergunningen van het bedrijf aangescherpt. Daarbij heeft zij aangegevendat de mogelijkheden uit het huidige wettelijk kader vrijwel zijnopgebruikt. Zoals eerder vermeld aan de Kamer, wordt op dit moment1Kamerstukken II, 2023–2024, 28 089, nr. 285.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 3203 door de provincie nog gewerkt aan het aanscherpen van vergunningen,zoals bij de Kooksfabriek 1.Op korte termijn zullen twee nieuwe Europese richtlijnen in Nederlandseregelgeving worden geïmplementeerd, namelijk de richtlijn IndustriëleEmissies en de Richtlijn Luchtkwaliteit. Daarnaast gaat Europa op termijnvan start met het actualiseren van de BBT-conclusies voor IJzer en Staal.Naar verwachting biedt deze nieuwe regelgeving handvatten voor hetbevoegd gezag om de vergunningen verder aan te scherpen.Ook wordt er via de totstandkoming van maatwerkafspraken actiefgewerkt aan het verbeteren van de situatie in de IJmond, door met TataSteel afspraken te maken over het realiseren van een aantal bovenwette-lijke milieumaatregelen. Deze moeten de gezondheidsrisco’s in de IJmondfors verminderen.Daarnaast zijn er een aantal generieke verbetertrajecten. In de Actie-agenda Industrie en Omwonenden, is onder de actielijn «minder hinder,schone lucht» een aantal acties aangekondigd dat kan leiden tot eendui-digere en beter uitvoerbare wetgeving. De OvV geeft zelf in haar reactieaan positief te zijn over deze initiatieven.Ook vindt er op dit moment een onderzoek plaats, waarin de praktijkbetrokken wordt, naar de juridische mogelijkheden om het huidigewettelijke kader te versterken. De huidige inzichten uit dit onderzoek treftu in een bijlage bij deze beantwoording.2Tenslotte is in 2023 het overleg Beleid Uitvoering Milieu (BUM) gestartwaar knelpunten in de uitvoering worden besproken. Deelnemers zijndirecteuren van het Ministerie van IenW, de Vereniging NederlandseGemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), OmgevingsdienstNL en een aantal omgevingsdiensten.8.De leden van de PVV-fractie constateren dat het rapport spreekt van eengezonde leefomgeving voor omwonenden en stelt dat de genoemdebedrijven voldoen aan de voorschriften, maar ondertussen is er onvol-doende inzicht in wat bedrijven daadwerkelijk uitstoten, terwijl ertegelijkertijd ook sprake dient te zijn van een goed economisch verdien-model en tevens gestreefd dient te worden naar een duurzame engezonde leefomgeving. Welke mogelijkheden ziet de Minister op basis vanhet Hoofdlijnenakkoord om hieraan tegemoet te komen?De directe leefomgeving – een leefomgeving waarin we wonen, werkenen recreëren – is voor mij een belangrijk thema. Onze leefomgeving moetschoon, veilig en gezond zijn. Daarom wordt in lijn met het hoofdlijnenak-koord gewerkt aan:•Consistente en snelle implementatie van nieuwe Europese eisen.Daarbij wordt bekeken of met de implementatie administratieve lastenvoor de samenleving en de uitvoering beperkt kunnen worden, bijv. bijnieuwe BBT-conclusies.3•Vermindering van giftige stoffen in de leefomgeving: er wordtonderzoek gedaan naar stoffen en de impact daarvan op de gezond-heid en er worden mogelijkheden voor lokale overheden ontwikkeldom hierbij adequaat en zelfstandig als democratisch gelegitimeerdeoverheidsorganen te functioneren.42Zie ook Kamerstukken II, 2023–2024, 28 089, nr. 319.3Zie ook pagina 18 van het hoofdlijnenakkoord.4Zie ook pagina 19 van het hoofdlijnenakkoord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 3204 •Bedrijfsspecifieke emissiedoelen, die worden omgezet in beleid- enregelgeving waar dat nodig is. Dit kan ook bijdragen aan het verbete-ren van de directe leefomgeving.5•Aandacht voor de beschikbaarheid van schoon en gezond zoetwater bijde versterking van de leefomgeving.6•Blijvende dialoog tussen omwonenden, bedrijven en overheden overproblemen in de leefomgeving.7•Maatwerkafspraken met de industrie worden voortgezet en krijgenmeer vorm. Hierin worden ook afspraken gemaakt over het verbeterenvan de directe leefomgeving, bijvoorbeeld rond Tata Steel.8•Tot slot (zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 19 maart 20249) isgestart met de voorbereiding van een wetswijziging waarmee destelselverantwoordelijkheid voor het VTH-stelsel van het Rijk concreetverder geïnstrumenteerd wordt. Er wordt daarbij ook bekeken ofvoldoende onafhankelijke gegevens beschikbaar zijn om toezicht tehouden op de kwaliteit van de leefomgeving en welke verbetermoge-lijkheden er zijn in de systematiek.9.De leden van de PVV-fractie merken uit de verschillende reacties van deaangeschreven overheden op dat er niet uniform één lijn wordt getrokkenmet betrekking tot handhaving. Deze leden vragen of er sprake is vanuniformiteit of dat er een verschil is in de methodiek van handhaving.Provincies en gemeenten zijn bevoegd gezag voor vergunningverlening,toezicht en handhaving (VTH) van milieutaken. De uitvoering van demilieutaken die vallen onder het basistakenpakket moeten door provinciesen gemeenten op grond van de Omgevingswet verplicht worden belegdbij omgevingsdiensten. Voor de uitvoering van VTH van de milieutakendie onder het basistakenpakket vallen, moeten de provincies engemeenten die deelnemen in een omgevingsdienst gezamenlijk eenuniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vaststellen.10 In 2022 is deLandelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) vastgesteld alsvervanging van de Landelijke Handhavingsstrategie. Het gebruik van deLHSO zorgt ervoor dat handhavende instanties de handhaving zo uniformmogelijk aanpakken.10.De leden van de PVV-fractie concluderen dat de Minister meer kennis wiluitwisselen tussen de bevoegde gezagen, maar vragen of dit een punt vanzorg is in de Actieagenda.Als stelselverantwoordelijke voor milieu vind ik het van belang datvoldoende kennis- en informatie-uitwisseling tussen bevoegde gezagenplaatsvindt. Uit het OvV-rapport, maar ook de eerdere onderzoeken vano.a. de heer Van Aartsen11, blijkt dat hier verbetering mogelijk is. Met deactielijn «Meten en Weten» worden daarom verschillende acties om deinformatiepositie van het bevoegd gezag te sterken aangekondigd,inclusief het onderling uitwisselen van informatie. Daarnaast zijn de5Zie pagina 12 van het hoofdlijnenakkoord.6Zie pagina 14 van het hoofdlijnenakkoord.7Zie pagina 18 van het hoofdlijnenakkoord.8Zie pagina 13 van het hoofdlijnenakkoord.9Kamerstukken II, 2023–2024, 22 343, nr. 394.10Artikel 13.5, tweede lid Omgevingsbesluit.11https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/03/04/rapport-om-de-leefomgeving-omgevingsdiensten-als-gangmaker-voor-het-bestuur#:~:text=Om%20de%20leefomgeving%20Omgevingsdiensten%20als%20gangmaker%20voor%20het%20bestuur,-Rapport%20%7C%2004%2D03&text=De%20adviescommissie%20Vergunningverlening%2C%20Toezicht%20en,effectiever%20en%20slagvaardiger%20te%20maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 3205 ontwikkeling van de informatievoorziening en het opzetten van eenkennisinfrastructuur belangrijke trajecten in het interbestuurlijkprogramma versterking VTH-stelsel (IBP-VTH).11.De leden van de PVV-fractie vragen hoe de nieuwe Staatssecretarisinvulling of gehoor gaat geven aan de gedane aanbevelingen en willenweten hoe de voortgang verloopt, met name op het gebied van kennis-opbouw, kennisniveau en kennisverspreiding.De acties onder de actielijn «Meten en Weten» in de actieagenda dragenhet meeste bij aan deze onderwerpen. Momenteel bevinden deze zich inde onderzoeksfase. De eerste uitkomsten worden begin 2025 verwacht enzullen dan worden gedeeld met de Kamer.12.De leden van de PVV-fractie zijn benieuwd naar de uitwerking van deaanbevelingen waarin gesteld wordt dat de gezondheid van omwonendenbeschermd dient te worden en vragen of het intussen al duidelijk is of hetjuridisch mogelijk is om het beschermen van de gezondheid vanomwonenden afdwingbaar te maken in de bestaande afgegevenvergunningen.Het is van belang dat in vergunningen scherp en up-to-date zijn:handhaving is namelijk alleen mogelijk op het moment dat niet aanvergunningen wordt voldaan. Daarom is het van belang om ervoor tezorgen dat gezondheid voldoende meeweegt in de vergunningverlening.Dat is op dit moment nog niet altijd het geval en het kabinet wil datverbeteren. De inzet is om daarbij maximaal gebruik te maken van demogelijkheden die de Omgevingswet biedt. Dit betekent het transparantmeewegen van gezondheid in lokale, regionale en nationale besluit-vorming waarbij gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheden totparticipatie van burgers. Ook wil het kabinet samen met gemeenten enbevoegde gezagen onderzoeken hoe dit in de praktijk het beste kanworden ingevuld en – als dat niet mogelijk blijkt – onderzoeken of hetinstrumentarium kan worden versterkt.De voortgangsbrief OVV actieagenda Industrie en Omwonenden gaat hierverder op in.12 Daarin komt ook naar voren dat het kabinet reedsonderzoeken is gestart naar de juridische mogelijkheden om degezondheid van omwonenden te beschermen. Voor de volledigheid treft ude bijbehorende bijlage ook bij de beantwoording van deze Kamervragenaan.Daarnaast start ik in samenwerking met het Ministerie van VWS eenverkenning naar hoe de adviesrol van de GGD versterkt kan worden.Bovendien wordt in de actieagenda onderzocht of en hoe de expertise vande GGD beter benut kan worden om de communicatie met en het adviesaan omwonenden over gezondheidsbescherming te verbeteren. Tenslottewordt op verzoek van de Kamer onderzocht13 of een gezondheidseffect-rapportage eenzelfde plek als een milieueffectrapportage kan krijgen in debesluitvorming over omgevingsvergunningen voor industriële bedrijven.12Kamerstukken II, 2023–2024, 28 089, nr. 319.13Kamerstukken II, 2023–2024, 28 089, nr. 287.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 3206 GroenLinks-PvdA-fractie13.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de OvV concludeertdat er veel stappen zijn genomen, maar dat nog niet alle mogelijkhedenbinnen het proces van vergunnen, toezicht en handhaven om degezondheid van omwonenden als uitgangspunt te nemen benut zijn. Hoegaat de Minister dit verbeteren?Binnen het interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel (IBP-VTH)zijn acties ingezet om het VTH-proces te verbeteren om een gezonde,schone en veilige leefomgeving te waarborgen. Op 30 september 2024loopt het IBP-VTH af. In de afgelopen twee jaar heeft het IBP-VTH eensterk netwerk gebouwd, acties in gang gezet en veel productenopgeleverd ter versterking van het VTH-stelsel. Over de voortgang van deversterking van het VTH-stelsel is de Kamer periodiek geïnformeerd. Hetlaatst gebeurde dit bij Kamerbrief van 27 juni jl.14.Hiernaast wordt in de Actieagenda Industrie en Omwonenden, onder deactielijn «meten en weten» een aantal acties aangekondigd die gaan overde kennisopbouw en het kennisniveau bij bevoegde gezagen enomgevingsdiensten. Ook wordt onder de actielijn «minder hinder, schonelucht» een aantal acties aangekondigd die zullen leiden tot eenduidigereen beter uitvoerbare wetgeving. De OvV geeft zelf in haar reactie aanpositief te zijn over deze initiatieven in de actieagenda.14.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de OvV concludeertdat aanbeveling 5 niet volledig is uitgevoerd. Zo schrijft de OvV dat deStaatssecretaris niet concreet is ingegaan op wat er nog meer kan wordengedaan om de capaciteit te vergroten ten aanzien van vergunningver-lening, toezicht en handhaving van industriële bedrijven. Deze ledengeven al lange tijd aan dat de capaciteit bij omgevingsdiensten vergrootdient te worden. Hoe kijkt de Minister naar deze conclusie? En hoe staathet met de uitvoering van de motie-Gabriëls c.s. (Kamerstuk 36 410 XII,nr. 39) om in aanloop naar de begroting van 2025 te bezien of structureleaanvullende bekostiging mogelijk is voor de versterking van de kwaliteitvan de omgevingsdiensten?De eigenaren en opdrachtgevers van omgevingsdiensten (provincies engemeenten) zijn ervoor verantwoordelijk dat de omgevingsdienstvoldoende is toegerust op de uitvoering van haar taken. Dit omvat medehet faciliteren van voldoende capaciteit voor de uitvoering van vergun-ningverlening, toezicht en handhaving. De capaciteit is niet overalvoldoende. Omgevingsdiensten hebben net als andere organisaties inNederland te maken met een zeer krappe arbeidsmarkt. Het IBP-VTHlanceert dit jaar een naamsbekendheidscampagne die doorloopt tot in2025 om het werk van omgevingsdiensten breed onder de aandacht tebrengen.In de Kamerbrief van 19 maart jl.15 is ingegaan op de opvolging van demotie Gabriëls.15.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen ten slotte hoe de nieuweStaatssecretaris voornemens is om verder invulling te geven aan deaanbevelingen van de OvV. Hoe gaat de nieuwe Staatssecretaris de14Kamerstukken II, 2023–2024, 22 343, nr. 397.15Kamerstukken II, 2023–2024, 22 343, nr. 394.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 3207 omgevingsdiensten versterken? En hoe wordt er verder omgegaan met deActieagenda Industrie en Omwonenden? Worden de aangekondigdeonderzoeken nu wel omgezet in concrete actie?Er wordt opvolging gegeven aan de aanbevelingen door uitvoering van deactieagenda Industrie en Omwonenden. De acties hierin bevinden zichmomenteel in de onderzoeksfase. Hiermee worden alle oplossingsrich-tingen in kaart gebracht en de kosten en baten afgewogen. In de loop van2025, als de eerste resultaten van deze onderzoeken beschikbaar zijn, zalhieraan nadere opvolging worden gegeven.Binnen het IBP-VTH zijn zes robuustheidscriteria vastgesteld waaraanomgevingsdiensten moeten voldoen. Het is de verantwoordelijkheid vande gemeenten en provincies als eigenaren en opdrachtgevers omvoldoende te investeren in de omgevingsdiensten zodat zij op 1 april 2026robuust zijn. In aanvulling daarop worden financiële middelenbeschikbaar gesteld voor de omgevingsdiensten om hen te ondersteunen.Tenslotte wordt er een subsidie voorbereid aan Omgevingsdienst NL vooroverkoepelende zaken die alle omgevingsdiensten betreffen, zoalskennisinfrastructuur.VVD-fractie16.De leden van de VVD-fractie merken op dat de OvV constateert dat op hetgebied van potentieel zeer zorgwekkende stoffen de industrieën beperktingaan op het investeren in en het opzoeken en invullen van kennisla-cunes. Deze leden constateren dat juist veel kennis aanwezig is bij debedrijven over de stoffen en eventuele risico’s van die stoffen. Deze ledenvragen de Minister op welke wijze hij in gesprek gaat met de industrie omte bezien hoe samengewerkt wordt op het gebied van het delen vankennis en expertise. Hoe kan de Minister bevorderen dat deze kennis beterwordt gedeeld dan wel dat hier verder in wordt geïnvesteerd?In het Impulsprogramma Chemische Stoffen wordt ingezet op het beterdelen van kennis in de keten. Er wordt onder meer bekeken of betergebruik kan worden gemaakt van veiligheidsinformatiebladen. Ook nu alkunnen bedrijven intussen via de website van het RIVM gerichte infor-matie krijgen over chemische stoffen en over de verplichtingen die erbestaan om informatie te verzamelen over stofeigenschappen en hetgebruik daarvan.Voor het beter gebruik maken van vermijdings- en reductieprogrammavoor de emissies van Zeer Zorgwekkende Stoffen loopt er ook een projectin het Impulsprogramma. In overleg met de industrie is afgesproken datde daarvoor benodigde algemene informatie per branche voor een aantalbranches wordt verzameld. Dit is een samenwerking met Omgevings-dienst Nederland. Over dit onderwerp en ook overigens over kennisdelingwordt regelmatig gesproken in het overleg met het bedrijfsleven in dechemische industrie genaamd de Klankbordgroep Stoffen REACH en ookin een specifiek overleg met enige deelnemers daaruit binnen hetImpulsprogramma.17.De leden van de VVD-fractie lezen dat de OvV aangeeft dat de Staatssecre-taris in haar reactie op de aanbevelingen niet concreet ingaat op ondermeer de uitvoerbaarheid van wetgeving. Deze leden hebben juist in hetdebat over het rapport «Industrie en omwonenden» vernomen dat er nogveel verbeteringen mogelijk zijn als het gaat om de uitvoerbaarheid endus het beter gebruik van de huidige wet- en regelgeving. Kan de Ministeraangeven welke mogelijkheden er zijn om, in samenwerking met deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 3208 omgevingsdiensten, de uitvoerbaarheid van de wet- en regelgeving teverbeteren?In de Actieagenda Industrie en Omwonenden, is onder de actielijn«minder hinder, schone lucht» een aantal acties aangekondigd dat kanleiden tot eenduidigere en beter uitvoerbare wetgeving. De OvV geeft zelfin haar reactie aan positief te zijn over deze initiatieven.Daarnaast vindt er op dit moment een onderzoek plaats, waarin de praktijkbetrokken wordt, naar de juridische mogelijkheden om het huidigewettelijke kader te versterken. De huidige inzichten uit dit onderzoek treftu in een bijlage bij deze beantwoording.16In 2023 is het overleg Beleid Uitvoering Milieu (BUM) gestart waarknelpunten in de uitvoering worden besproken. Deelnemers zijn direc-teuren van het Ministerie van IenW, de Vereniging NederlandseGemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), OmgevingsdienstNL en een aantal omgevingsdiensten.18.De leden van de VVD-fractie lezen dat de OvV vindt dat er meer aandachtmoet worden besteed aan bedrijven die niet vallen onder Europese wet-en regelgeving, zoals afvalcentrales. Hoe worden deze bedrijven op ditmoment meegenomen in nationale wet- en regelgeving? Welkeverschillen zijn er tussen de regels die gelden voor bedrijven die welonder de Europese wet- en regelgeving vallen en de regels die geldenvoor bedrijven die hier niet onder vallen? Waarom bestaan dezeverschillen? Zou het logisch zijn om deze wet- en regelgeving gelijk tetrekken?Op Europees niveau zijn voor specifieke stoffen en type industriëleinstallaties regels vastgesteld, bijvoorbeeld in de Richtlijn IndustriëleEmissies (RIE) of in zogenaamde BREF-documenten (Best BeschikbareTechnieken Referentiedocumenten). Lidstaten moeten deze regelsovernemen in hun nationale regelgeving en toepassen op de relevantebedrijven. Voor bedrijven waarvoor geen Europese eisen gelden, zijn opnationaal niveau regels vastgelegd in wet- en regelgeving, waarvan eengroot deel in de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving(Bal). In sommige gevallen gelden voor bedrijven zowel Europese alsnationale regels, bijvoorbeeld omdat er verschillende activiteiten wordenuitgevoerd waarvan sommigen Europees zijn genormeerd en andere niet.Verder geldt dat zowel op Europees als op nationaal niveau bij hetvaststellen van wet- en regelgeving onder andere wordt gekeken naartechnische en financiële haalbaarheid. Omdat die van activiteit totactiviteit verschillen, zijn er ook verschillen in de regelgeving. Europesewet- en regelgeving hebben in dit speelveld elk hun eigen karakter envullen elkaar aan.De OvV heeft in het rapport uitspraken gedaan over asfaltcentrales en nietover afvalcentrales. In dit antwoord wordt daarom ingegaan op asfaltcen-trales. Hiervoor geldt specifiek het volgende.Op enkele van de 26 asfaltcentrales in Nederland zijn bovengenoemdeEuropese eisen van toepassing17. Daarnaast gelden voor alle asfaltcen-trales nationale regels, ongeacht of ze wel of niet onder de Europese eisen16Kamerstukken II, 2023–2024, 28 089, nr. 319.17Dit geldt voor de bedrijven die zich juridisch gezien classificeren als IPPC-installatie. EenIPPC-installatie omvat 1 of meer activiteiten uit bijlage 1 van de Richtlijn industriële emissies.Daarbij moet de activiteit boven de drempelwaarde van de IPPC-categorie uitkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 3209 vallen. Een aantal van deze regels heeft directe werking. Dat wil zeggendat de eisen uniform zijn en gelden voor alle asfaltcentrales. Daarnaast iser een aantal regels die door het bevoegd gezag in de vergunning moetworden vertaald. Het bevoegd gezag heeft daarbij een zekereafwegingsruimte.19.De leden van de VVD-fractie merken op dat de Staatssecretaris heeftaangegeven te bekijken hoe de «onderzoeksplicht» in vergunningen kanworden opgenomen. De OvV geeft aan dat onderzoeksverplichtingen alonderdeel zijn van de vergunning, maar dat dit nog niet het geval is vooronderzoek naar gezondheid van omwonenden. Hoe ziet de Minister de(juridische) uitwerking hiervan voor zich?Zie het antwoord op vraag 12.20.De leden van de VVD-fractie lezen dat de OvV aangeeft dat de gewenstekennissituatie zou moeten zijn dat er per gevaarlijke stof duidelijk wordtgemaakt wat globaal de bijdrage van ieder bedrijf is aan immissie. Watzou dit vragen van bedrijven en bevoegd gezagen, bijvoorbeeld quakosten en capaciteit? Hoeveel verbetering zou dit opleveren ten opzichtevan de huidige situatie? Hoe kijkt de Minister naar deze aanbeveling?Eerder is toegezegd ook te bezien welke rol een immissietoets kan spelenin het verbeteren van de kennissituatie van het bevoegd gezag.18 Dezevraag wordt meegenomen in het onderdeel meten en weten van deActieagenda Industrie en Omwonenden.D66-fractie21.De leden van de D66-fractie merken op dat uit de reactie van de OvVopnieuw blijkt dat hun aanbevelingen niet in zijn geheel zijn overge-nomen. Deze leden willen dat de aanbevelingen in zijn geheel wordenovergenomen en uitgevoerd. Alleen zo kan de overheid een begin makenaan het adequaat beschermen van de gezondheid van omwonenden vanindustrie.Het vorige kabinet heeft aangegeven dat het OvV-rapport confronterendebevindingen bevat, die gaan over de gezondheid van burgers. Het zijndaarmee ook bevindingen die het kabinet zich als geheel aantrekt enuiterst serieus neemt. Dat geldt uiteraard ook voor het huidige kabinet.Het is om die reden dat het kabinet voortvarend met de drie aan haargerichte aanbevelingen aan de slag is gegaan. Uit de OvV-publicatie19over de opvolging van de aanbevelingen blijkt dat het kabinet op koersligt. De resterende aandachtspunten van de OvV zal ik zoveel mogelijkmeenemen in de uitvoering van de Actieagenda Industrie enOmwonenden.22.De leden van de D66-fractie merken op dat een aantal aanbevelingen desituatie rondom Tata Steel betrof, waar omwonenden worden geconfron-teerd met illegale uitstoot van rauwe kooks. De OvV is kritisch over demanier waarop Tata Steel opvolging geeft aan aanbeveling 1. Hieroverhebben deze leden nog een aantal vragen. Hoe beoordeelt de Minister inhet algemeen de reactie van Tata Steel op het OvV-rapport Industrie en18Kamerstukken II, 2023–2024, TZ202403-078.19Kamerstuk 28 089, nr. 300Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 32010 omwonenden? Welke actie heeft Tata Steel tot op heden genomen naaraanleiding van dit rapport? Hoe kijkt de Minister specifiek naar deopvolging van aanbeveling 1 door Tata Steel? Welke data en kennis heeftTata Steel tot op heden beschikbaar gesteld op het gebied van emissies?Hoe gaat de Minister Tata Steel aanmoedigen of dwingen om alsnoginvulling te geven aan de opvolging van deze aanbeveling? Hoe gaat deMinister er concreet voor zorgen dat Tata Steel kennis en (historische)emissies transparant beschikbaar stelt? Zijn er mogelijkheden om ditjuridisch af te dwingen?De OvV constateert dat Tata Steel de aanbevelingen uit haar rapport deelsheeft opgevolgd. Op basis van het OvV-rapport en het in september 2023verschenen RIVM-rapport over de bijdrage van Tata Steel aan degezondheid van omwonenden20 heeft Tata Steel verder onderzoek gedaannaar manieren waarop zij haar impact op de leefomgeving, ook nauitvoering van de het Roadmap+ verbeterprogramma, verder kanverlagen.21 Over uitvoering van deze plannen wordt op dit momentonderhandeld met het bedrijf in het kader van een mogelijke maatwerkaf-spraak. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het realiseren van overkap-pingen, het beperken van piek- en tonaalgeluid en het zo snel mogelijksluiten van de Kooks2-fabriek.Tata Steel moet net zoals elk IPPC-bedrijf in Nederland verplicht jaarlijksopgave doen van haar emissies. De gegevens zijn opvraagbaar in deemissieregistratie, zoals ook in antwoord 6 is toegelicht. De ExpertgroepGezondheid IJmond heeft aangekondigd in het najaar een nieuw adviesuit te brengen. Ik heb vernomen dat de Expertgroep overweegt om in ditadvies onder andere in te gaan op het meten en monitoren van emissiesen het transparant maken daarvan. Zodra het advies binnengekomen is,wordt de Kamer hierover geïnformeerd. Ten slotte wordt als onderdeelvan de OvV-actieagenda onder de actielijn «meten en weten» bezien hoehet meten en monitoren van industriële emissies in het algemeen verderkan worden versterkt.23.De leden van de D66-fractie lezen verder dat Tata Steel ook niet volledigingaat op de opvolging van aanbeveling nummer 4. Is de Minister bereidom Tata Steel alsnog te verzoeken concreet in te gaan op de manierwaarop het communiceert over incidenten, zorgen en klachten? Hoereflecteert de Minister op de reactie van de provincie Noord-Holland opaanbevelingen 3 en 4? Welke ruimte ziet hij voor de provincie om haar rolals bevoegd gezag sterker neer te zetten? Op welke manier gaat deMinister de provincie daar concreet in ondersteunen?Ja, ik zal Tata Steel vragen om hier concreet op in te gaan. Wat betreft deprovincie Noord-Holland verwijs ik naar de beantwoording van vraag 7.24.De leden van de D66-fractie lezen dat ook in het geval van Chemours nietalle aanbevelingen compleet zijn overgenomen. Dit met alle gevolgen vandien voor omwonenden en de PFAS-problematiek in Nederland. Hoereflecteert de Minister in het algemeen op de opvolging die Chemoursgeeft aan de aanbevelingen van uit het OvV-rapport? Op welke maniergaat de Minister Chemours aansporen om met concrete acties te komenvoor inzicht in de gezondheidsrisico’s van de uitgestoten stoffen of een20Zie RIVM, 2023: https://www.rivm.nl/publicaties/bijdrage-van-tata-steel-nederland-aan-gezondheidsrisicos-van-omwonenden-en-kwaliteit21Zie bijlage van Kamerstuk II, 28 089, nr. 271.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 32011 verlaging van de bijdrage aan blootstelling? Heeft de Minister juridischemogelijkheden om dit af te dwingen?De Staatssecretaris van IenW heeft begin dit jaar het RIVM opdrachtgegeven voor het uitvoeren van een verkennend gezondheidsonderzoekvoor de regio Chemours en de Westerschelde. Het RIVM kijkt voor deregio van Chemours wat de zorgen en behoeften van de omwonendenzijn naar aanleiding van de jarenlange PFAS uitstoot door het bedrijf.Daarin worden ook de (oud)werknemers meegenomen.Op basis van de verkenning zal in het najaar van 2024 de Kamer wordengeïnformeerd hoe de Ministeries IenW en VWS opvolging aan hetonderzoek zullen geven. In dit proces zijn de lokale overheden en GGD’ennauw betrokken.Voor wat betreft de verlaging van de bijdrage aan de blootstelling voerthet RIVM momenteel een meerjarig landelijk onderzoek uit naar deverschillende blootstellingsroutes van PFAS, zoals voedsel en drinkwater.De resultaten van het brede onderzoeksprogramma moeten leiden tothandelingsperspectieven voor Nederlandse burgers hoe zij hunPFAS-blootstelling kunnen verminderen. De omgeving rondom Chemourswordt hier ook expliciet in meegenomen.Daarnaast hebben de gemeenten Dordrecht, Molenlanden, Papendrechten Sliedrecht samen met Chemours op 2 juli jl. een intentieverklaringondertekend over de aanpak en herstel van de met PFAS verontreinigdemoestuinen in de gemeenten. Het onderzoek naar de aanpak van dePFAS-verontreiniging van recreatieplas Merwelanden is daar ookonderdeel van. Dit is een belangrijke eerste stap om de blootstelling vande jarenlange emissies door Chemours voor de inwoners van het gebiedte beperken.Verder is door het RIVM op basis van een opdracht vanuit het Impulspro-gramma Chemische Stoffen een rapport gemaakt met een uit het PFASrestrictietraject afgeleide onderbouwing van de schadelijkheid van PFASemissies. Dit rapport kunnen bevoegde gezagen inzetten bij hunmotivering van vergunningvoorschriften voor milieubelastende activi-teiten waarbij sprake kan zijn van PFAS emissies. Voor zover er sprake isvan PFAS die als Zeer Zorgwekkende Stoffen kunnen worden gekwalifi-ceerd, zijn vergunningverplichtige bedrijven reeds verplicht het bevoegdgezag over de emissies te informeren en om vermijdings- en reductiepro-gramma’s voor deze emissies te maken.Het is uiteindelijk aan het bevoegd gezag om te beoordelen of een emissiekan plaatsvinden en onder welke voorwaarden. Wat betreft Chemours isdat de omgevingsdienst DCMR die de beoordeling namens het bevoegdgezag, de Provincie Zuid-Holland, uitvoert. Indien een bedrijf niet voldoetaan de voorwaarden in de vergunning heeft het bevoegd gezag demogelijkheid om bestuursrechtelijk op te treden met als doel deovertreding ongedaan te maken.Naast het bestuursrechtelijke instrumentarium kan via het strafrechtworden opgetreden. Het Ministerie van IenW ondersteunt het bevoegdgezag hierbij binnen onze mogelijkheden, indien dat nodig mocht zijn. HetMinisterie van IenW houdt de ontwikkelingen in de praktijk en jurispru-dentie goed in de gaten. Ook zal verder onderzoek plaatsvinden naaraanvullende maatregelen of eventuele aanpassingen van regelgeving.25.De leden van de D66-fractie lezen in het rapport van de OvV dat ook deaanbevelingen aan de Staatssecretaris niet in zijn geheel zijn overge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 32012 nomen. Hierover hebben deze leden nog enkele vragen. Hoe reflecteert deMinister in het algemeen op de constatering van de OvV dat niet alleaanbevelingen in zijn geheel zijn overgenomen? Is de Minister bereid omalsnog opvolging te geven aan aanbeveling 5 door concreet in te gaan opkennisopbouw en het kennisniveau? Kan de Minister alsnog concreetingaan op wat er nog meer gedaan kan of zal worden op het gebied vande genoemde capaciteit, en zeker ook uitvoerbaarheid en eenduidigheidvan wetgeving?Ik vind het belangrijk om allereerst te vermelden dat de OvV in het rapportoverwegend positief is over de opvolging van de aanbevelingen. In hunreactie heeft de OvV nog niet de volledige doorwerking van de Actie-agenda Industrie en Omwonenden kunnen zien. Wel geeft de OvV aan hierenthousiast over te zijn, met name in relatie tot aanbeveling 5.In de Actieagenda Industrie en Omwonenden, onder de actielijn «metenen weten» wordt een aantal acties aangekondigd die gaan over dekennisopbouw en het kennisniveau bij bevoegde gezagen. Hiernaastwordt onder de actielijn «minder hinder, schone lucht» een aantal actiesaangekondigd die zullen leiden tot eenduidigere en beter uitvoerbarewetgeving. Wat betreft het verbeteren van de eenduidigheid en uitvoer-baarheid van wet- en regelgeving verwijs ik terug naar vraag 17.Binnen het IBP-VTH wordt een landelijke kennisinfrastructuur voor allepartijen in het VTH-stelsel voorbereid. In het najaar wordt een besluitgenomen voor de opbouw van deze kennisinfrastructuur. Verder is sindskort de ODNL Academie ondergebracht bij Omgevingsdienst NL waarmeeopleidingen voor vakspecialisten van alle omgevingsdiensten landelijkworden aangeboden. Deze academie speelt een belangrijke rol in dekennisopbouw en het verhogen van het kennisniveau binnen deomgevingsdiensten. De eigenaren en opdrachtgevers van de omgevings-diensten (provincies en gemeenten) zijn ervoor verantwoordelijk dat decapaciteit bij omgevingsdiensten op orde is. Ik herken dat de huidigecapaciteit van de omgevingsdiensten niet voldoende is. De krappearbeidsmarkt is ook hier een aandachtspunt. Om deze uitdaging aan tepakken, lanceert het IBP-VTH dit jaar een naamsbekendheidscampagnedie doorloopt tot in 2025. Deze campagne is bedoeld om het werk vanomgevingsdiensten te promoten.Partij voor de Dieren-fractie26.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat de OvVconcludeert dat nog niet alle mogelijkheden om de gezondheid vanomwonenden als uitgangspunt te nemen benut zijn. De Staatssecretarisgeeft hierop aan dat nadere opvolging van de aanbevelingen wordtvormgegeven in de Actieagenda Industrie en Omwonenden. Maar dezeActieagenda bestaat voor het overgrote deel uit «onderzoeken, verkennenen voornemens» en niet uit concrete maatregelen. Kan de Minister hieropreflecteren en per aanbeveling aangeven hoe deze daadwerkelijkuitgevoerd en verder ingevuld zal worden en per wanneer?De actieagenda Industrie en Omwonenden is een van de belangrijkeelementen waarmee invulling wordt gegeven aan de aanbevelingen vande OvV. De acties hieruit betreffen inderdaad een groot aantal onder-zoeken. Dit is belangrijk omdat bij het maken van nieuw beleid enwetgeving alle relevante facetten moeten worden meegenomen. Zomoeten mogelijke oplossingsrichtingen in kaart worden gebracht,gesprekken met belanghebbenden worden gevoerd en de kosten en batenvan verschillende opties inzichtelijk worden gemaakt. De eerste onder-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 32013 zoeksuitkomsten zijn begin 2025 beschikbaar, en de laatste uitkomsteneind 2025. Op basis daarvan zullen vervolgstappen worden bepaald.27.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie lezen dat de OvV aangeeftdat aanbeveling 522 uit het rapport «Industrie en Omwonenden» slechtsgedeeltelijk is opgevolgd. De Staatssecretaris gaat in haar reactie op deaanbeveling in mindere mate in op kennisopbouw en kennisniveau.Daarnaast is niet concreet ingegaan in op wat er nog meer gedaan kan ofzal worden op het gebied van de capaciteit, en zeker ook uitvoerbaarheiden eenduidigheid van wetgeving. Kan de Minister hier alsnog op ingaan?Zie het antwoord op vraag 25.28.De Staatssecretaris heeft in haar reactie (Kamerstuk 28 089, nr. 267) op hetrapport «Industrie en Omwonenden» aangegeven te willen dat er vakergebruik gemaakt gaat worden van tijdelijke of voorwaardelijke vergun-ningen. Echter, in de Actieagenda is niets terug te vinden over tijdelijke ofvoorwaardelijke vergunningen. Deze leden vragen waarom dit hier niet inis opgenomen. De OvV geeft aan dat tijdelijke of voorwaardelijkevergunningen nuttig kunnen zijn bij vergunning van emissies vanpotentieel zeer zorgwekkende stoffen (pZZS) en andere stoffen waarvannog niet bekend is of deze schadelijk zijn voor de gezondheid vanomwonenden. Ook is de OvV benieuwd naar de juridische uitwerking enuiteindelijke toepassing van tijdelijke of voorwaardelijke vergunningen.Kan de Minister hierop reageren? Hoe wordt het voornemen om te gaanwerken met tijdelijke of voorwaardelijke vergunningen uitgewerkt? Perwanneer zullen tijdelijke of voorwaardelijke vergunningen daadwerkelijkin de praktijk worden gebracht?Als onderdeel van de actieagenda Industrie en Omwonenden wordt ookgekeken naar het meewegen van gezondheid in vergunningverlening. DeOmgevingswet lijkt hiervoor kansen te bieden. De inzet is om maximaalgebruik te maken van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt. Ditbetekent het meewegen van gezondheid in lokale, regionale en nationalebesluitvorming waarbij gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheden totparticipatie van burgers en het bieden van transparantie. Daarom zalsamen met gemeenten en provincies worden onderzocht hoe dit in depraktijk het beste kan worden ingevuld. Indien dat niet mogelijk blijkt zalworden bezien of het instrumentarium kan worden aangepast. Hetinvoeren van tijdelijke of voorwaardelijke vergunningen is daarbij een vande opties.29.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen met betrekking totaanbeveling 723 hoe het inmiddels staat met de onderzoeken die deStaatssecretaris had uitgezet of een wetswijziging nodig is om hetvoorzorgbeginsel beter in wet- en regelgeving te verankeren. Zullen dezeonderzoeken nog steeds uiterlijk eind 2024 naar de Kamer wordengestuurd? Zo nee, waarom niet? En kan de Minister ondertussen alvast22Bewerkstellig, in samenspraak met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en deMinister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, dat bevoegd gezag en omgevings-diensten hun verantwoordelijkheid ten aanzien van vergunningverlening, toezicht enhandhaving van industriële bedrijven ten volle kunnen waarmaken, zodat de gezondheid vanomwonenden beter wordt beschermd.Denk daarbij onder andere aan het kennisniveau, de capaciteit, en de uitvoerbaarheid eneenduidigheid van wetgeving.23Borg dat het voorzorgsprincipe zwaarder gewogen wordt in het systeem van vergunnen vanpersistente stoffen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 32014 voorbereidend werk doen, zodat wanneer blijkt dat een wetswijzigingnodig is, hier voortvarend mee aan de slag kan worden gegaan?Het juridisch onderzoek naar het voorzorgbeginsel loopt. Dit betreft ookde opties die er zijn gekomen met de Omgevingswet. Of er nog extra ofgewijzigde regelgeving nodig kan zijn, wordt meegenomen in ditonderzoek. Voor het einde van 2024 zal de Tweede Kamer over deuitkomsten worden geïnformeerd.30.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat de OvVconcludeert dat de aanbevelingen door Tata Steel niet geheel zijnopgevolgd. Volgens de OvV komt Tata Steel niet met concrete acties voorverbeteringen op leefniveau. Ook inzicht in blootstelling door historischeemissies ontbreekt. Volgens de OvV beschouwt Tata Steel immissie alsdirect en evenredig gekoppeld aan de emissie, terwijl blootstelling, meernog dan emissie, bepalend is voor de gezondheidsrisico’s. Op kennisla-cunes ten aanzien van de effecten van de uitgestoten stoffen gaat TataSteel volgens de OvV niet in. Ook is Tata Steel niet transparant in hetbeschikbaar stellen van zijn kennis over (historische) emissies, tenbehoeve van het toetsen van de grenswaarden, aldus de OvV. Kan deMinister ervoor zorgen dat op zeer korte termijn deze inzichten welworden geboden, onafhankelijk worden onderzocht en dat Tata Steel alleaanbevelingen van de OvV per direct volledig opvolgt?Zie het antwoord op vraag 22.31.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat Tata Steel inzijn reactie aangeeft dat het voldoet aan wettelijke normen. Tegelijkertijdkan het niet voldoen aan de regels over rauwe kooks en krijgt hetdaarvoor al jaren dwangsommen opgelegd. Wanneer komt er eendefinitief einde aan deze voor het milieu en de gezondheid schadelijkeovertredingen? Is de Minister het ermee eens dat, aangezien Tata Steelzelf aangeeft dat het niet mogelijk is om het ontstaan van rauwe of ongarekooks te voorkomen, de enige manier om de gezondheid vanomwonenden echt te beschermen is door de vergunning van in iedergeval de kooksfabriek 2 per direct in te trekken? Zo nee, waarom niet? Hoestaat het met het onderzoek van de provincie Noord-Holland naar hetintrekken van de vergunning voor de kooks- en gasfabrieken van TataSteel?De provincie Noord-Holland is het bevoegd gezag voor de vergunning-,toezicht- en handhavingstaken bij Tata Steel. Deze taken worden uitge-voerd door de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Op dit momentvinden verdiepende controles plaats rond de onderwerpen inspectie enonderhoud, meldingen milieu en maatregelen rond het voorkomen vanongare kooks.24Het onderzoek naar mogelijke intrekking van de vergunning voor dekooks- en gasfabriek 2 loopt nog en wordt eind dit jaar verwacht. DeOmgevingsdienst heeft Tata Steel daarnaast vorige zomer onderverscherpt toezicht gesteld.24Brief provinciale staten van Noord-Holland van 19 juni 2024, Document NoordHolland - Briefaan PS over informatievoorziening uitvoering en handhaving provinciale bedrijven - iBabsPublieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 32015 32.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat de OvVconcludeert dat ook de provincie Noord-Holland de aanbevelingen (onderaanbeveling 3) niet heeft opgevolgd. De provincie neemt volgens de OvVte weinig eigen verantwoordelijkheid en te weinig concrete stappen omde blootstelling aan gevaarlijke stoffen voor omwonenden te vermin-deren. Kan de Minister ervoor zorgen dat de provincie ingaat op de reactievan de OvV en alle aanbevelingen wel opvolgt? De provincie heeft eerderjarenlang verzaakt om de beste beschikbare technieken (BBT) tijdig teimplementeren. Inmiddels is er een inhaalslag gemaakt. Worden deBBT-conclusies inmiddels overal in het land tijdig geïmplementeerd? Zonee, hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat alle BBT-conclusies zo snelmogelijk wel overal tijdig worden geïmplementeerd?De provincie Noord-Holland heeft een eigen bevoegdheid. Ik kan nietsturen op de manier waarop de provincie invulling geeft aan dezeaanbevelingen van de OvV. De democratische controle daarop ligt bij deprovinciale staten.Daar bovenop gaat ILT via het zogenoemde «Interbestuurlijk Toezicht» naof de provincies en gemeenten voldoende rekening houden met door hetRijk vastgestelde wet- en regelgeving en beleid, onder andere op het vlakvan milieu. ILT heeft geen aanleiding om te veronderstellen dat provinciehaar taken op dit vlak niet naar behoren invult. Er is dus geen grond om teinterveniëren.In de Actieagenda Industrie en Omwonenden wordt onderzoek aange-kondigd naar het direct implementeren van Best Beschikbare Techniek(BBT) in algemene regels. Het proces rondom dit onderzoek is inmiddelsgestart. Naar verwachting kan de afweging of dit onderzoek tot wijzi-gingen in regelgeving zal leiden medio 2025 gemaakt worden.33.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat de OvVaangeeft dat Chemours geen concrete acties geeft voor inzicht in degezondheidsrisico’s van de uitgestoten stoffen of een verlaging van debijdrage in de blootstelling. Kan de Minister ervoor zorgen dat Chemoursdit alsnog doet?Zoals aangegeven bij vraag 24 loopt er een aantal trajecten die inzichtgeven in de gezondheidseffecten van PFAS voor de regio rondomChemours.Zo voert het RIVM in opdracht van het Ministerie van IenW, VWS en LVVNeen meerjarig onderzoeksprogramma met als hoofddoel om de Neder-landse inwoners minder bloot te stellen aan PFAS. De regio rondomChemours wordt daar expliciet in meegenomen.Daarnaast voert het RIVM ook een aparte verkenning uit voor de regio omte zien of en op wat voor manier gezondheidsonderzoek nodig is. Dewerknemers van Chemours worden daar ook in meegenomen.Tenslotte heeft het bedrijf samen met de gemeenten Dordrecht, Molen-landen, Papendrecht en Sliedrecht een verklaring ondertekend over deaanpak van moestuinen en sanering van de recreatieplas Merwelanden.Dit draagt bij aan het verlagen van de blootstelling aan de omwonenden.34.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat provincieZuid-Holland volgens de OvV niet ingaat op het aanscherpen van devergunning, zodra de gezondheidsrisico’s van omwonenden daaromvragen. De OvV zou graag concrete acties willen zien op het gebied vaninzicht in emissie en immissies, zeker als het gaat om nieuwe stoffen. Hetis nog niet duidelijk of alle emissies en risico’s in beeld zijn. Kan deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 32016 Minister ervoor zorgen dat de provincie dit alsnog doet en de provincie,indien nodig, helpen bij de uitvoering?In de actieagenda wordt onderzoek aangekondigd naar het in kaartbrengen van mogelijke verbeteringen in het meten en controleren vanschadelijke emissies bij bedrijven die de gezondheid van omwonendennadelig kunnen beïnvloeden en wat hiervan de voor- en nadelen zijn. Ditbetreft zowel metingen bij de bedrijven zelf als specifieke metingen in deomgeving van bedrijven. Ook wordt gevraagd te onderzoeken welkeverbeteringen er mogelijk zijn ten aanzien van de transparantie van demeetdata. Ook is het proces gestart van een onderzoek naar de motieKoekkoek25 om via de actieagenda inzicht te geven in cumulatievegezondheidseffecten en deze te meten. Hetzelfde geldt voor de toezeggingaan lid Van Dijk (NSC) over de uitbreiding van de immissietoets.2635.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat de reactie vanAPN op de aanbevelingen volgens de OvV geen aanwijzing bevat dat devoormalige eigenaar, Dura Vermeer, de aanbevelingen overneemt voor deandere asfaltbedrijven die vallen onder het bedrijf. Kan de Minister bijDura Vermeer navragen of het bedrijf de aanbeveling van de OvV oppaktvoor de andere asfaltbedrijven? En kan hij, indien zij dit niet doen, ervoorzorgen dat zij hier alsnog werk van gaan maken?Ja, daar ben ik toe bereid.36.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat de OvV tevensaangeeft dat gemeente Nijmegen de aanbevelingen deels heeftopgevolgd. De gemeente geeft niet aan hoe zij onzekerheden overgezondheidsrisico’s door blootstelling meeweegt. Daarbij lijkt degemeente een reactieve houding aan te nemen ten aan zien van scherpervergunnen, aldus de OvV. Dit is kwalijk, gezien de OvV in het rapport«Industrie en Omwonenden» juist concludeerde dat het de reactievehouding van de overheid is die ervoor zorgt dat schadelijk uitstoot langkan voortduren. Het zou volgens de OvV passen als de gemeente zich zouinzetten voor de uitbreiding van stoffen voor de immissietoets. Ookontbreekt volgens de OvV concrete actie voor het implementeren van BBT.Kan de Minister over deze punten in gesprek gaan met de gemeente en degemeente helpen om alsnog volledig opvolging te geven aan alleaanbevelingen van de OvV?De gemeente Nijmegen wordt betrokken bij de uitvoering van deActieagenda Industrie en Omwonenden. Hier staan ook acties in rondomhet implementeren van BBT. Algemene verbetering van het VTH-stelselwordt opgepakt in het IBP-VTH. Voor de goede orde merk ik op dat degemeente Nijmegen het bedrijf APN heeft uitgekocht.37.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat de Staatsse-cretaris eerder een toezegging heeft gedaan om voor de zomer allejuridische mogelijkheden die door experts zijn benoemd tijdens detechnische briefing «Juridische mogelijkheden bescherming gezondheidomwonenden Tata Steel» (14 maart 2024)27 serieus te overwegen en opelke genoemde mogelijkheid te reageren en aan te geven in hoeverre deze25Kamerstukken II, 2023–2024, 28 089, nr. 292.26Kamerstukken II, 2023–2024, TZ202403-078.27https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2024A01873Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 32017 zal worden overgenomen of verder verkend.28 De suggesties die tijdensde technische briefing door juristen zijn gedaan zijn namelijk relevant vooralle omwonenden van industrieën en helpen om de oproep van de OvVom gezondheid beter te beschermen nader in te vullen. Gaat de Ministerde reactie op de juridische mogelijkheden, genoemd in de technischebriefing, inderdaad nog voor de zomer naar de Kamer sturen? Zo nee,waarom niet en wanneer kunnen we deze reactie dan tegemoetzien?Aan de Kamer is op 5 september 2024 de voortgangsbrief actieagendaindustrie en omwonenden gestuurd. Bij die brief is ook een reactiegestuurd op de aanbevelingen van de experts. Voor de volledigheid is ditook een bijlage bij de beantwoording van deze Kamervragen.2938.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben ook nog een aantalvragen over het Plan van Aanpak Tata Steel uit 2021 (Kamerstuk 28 089,nr. 210). Het ministerie zou het RIVM in kaart laten brengen in hoeverrebestaande beoordeling en regulering van stoffen al ruimte biedt voor het,uit voorzorg, meewegen van de effecten van cumulatie van stoffen.Daarbij werd aangegeven dat onder andere de sommatiebepaling (hetoptellen van gelijktijdig optredende emissies van verschillende stoffenbinnen een klasse of een stofcategorie), het bepalen van MTR-waarden(Maximaal Toelaatbaar Risico) voor stoffen in de leefomgeving(waaronder complexe mengsels) en het meenemen van andere risicofac-toren bij het afleiden van zo’n MTR-waarde zouden worden verkend.Daarnaast zou Nederland in de Europese Unie (EU) een zogenaamdeMixture Assessment Factor verkennen. Kan de Minister een uitgebreideupdate geven hoe het hiermee staat?De Kamer wordt hier in het najaar over geïnformeerd naar aanleiding vaneen binnenkort op te leveren rapportage van het RIVM over de cumulatievan metalen.39.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken daarnaast op dat indit plan van aanpak de in de IJmond opgedane lessen zouden wordeningepast in het beleidskader voor het meewegen van gezondheidseffectenin de leefomgeving. Onderzocht zou worden hoe inzichten en ontwik-keling rond ultrafijnstof, geluid en «piekbelasting» een plek kunnenkrijgen. Wat is de stand van zaken van zo’n beleidskader?Het is inderdaad de bedoeling dat de opgedane lessen worden ingepast inde beleidskaders. Op korte termijn wordt dit meegenomen in verschil-lende acties onder de actieagenda Industrie en Omwonenden. Hierbijworden ook eerder voorgestelde beleidskaders, zoals die van de Gezond-heidsraad, meegenomen30. Voor de lange termijn is het voornemen eenNationaal MilieuProgramma (NMP) uit te brengen. In de brief van 24 mei2024 over het NMP is de laatste stand van zaken weergegeven31. Bij de inde IJmond opgedane lessen zullen de diverse recente adviezen vankennisinstellingen en adviesraden worden betrokken.40.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat in het planvan aanpak ook werd aangegeven dat de mogelijkheid om aanvullende of28https://openbare-tzr.tweedekamer.nl/toezegging/b4f4a4df-fb24-4706-b8f6-c10b6355b4d129Kamerstukken II, 2023–2024, 28 089, nr. 319.30https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2016/07/20/meewegen-van-gezondheid-in-omgevingsbeleid31Kamerstukken II, 2023–2024, 28 089, nr. 301.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 32018 aangescherpte omgevingswaarden voor de immissie of depositie vanbepaalde stoffen vast te stellen, is onderzocht, maar dat voordat hiervansprake kan zijn eerst noodzakelijk is in beeld te hebben voor welke stoffenen onder welke voorwaarden dergelijke omgevingswaarden aanvullendebescherming zouden kunnen bieden. Kan de Minister een update gevenvan deze verkenning, wat er vervolgens in praktijk mee is gedaan om degezondheid en het milieu te beschermen?In het plan van aanpak is aangegeven dat op dat moment nog uit tevoeren monitoringsonderzoek mogelijk relevante informatie kon biedenvoor het vaststellen van aangescherpte omgevingswaarden. Het betref-fende stofdepositieonderzoek is afgerond32. Ook het RIVM-onderzoek vanseptember 202333 is in dit kader relevant.De provincie Noord-Holland is op dit moment bezig het beleid voor eengezonde leefomgeving uit te werken. Dit heeft onder andere geresulteerdin de Startnotitie Gezonde Leefomgeving34. Als vervolgstap wordt eenbreed pallet van beleidsinstrumentarium verkend, waaronder hetinstrument van omgevingswaarden. De genoemde onderzoeken kunnenhier dus behulpzaam bij zijn.41.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat eveneens hetzo laag mogelijk vergunnen in lokaal beleid zou worden verankerd en dater een analyse zou komen of de nationale wetgeving verder moet wordenaangescherpt. Op welke manier zijn deze voornemens uitgevoerd? Ookvraagt de provincie Noord-Holland in de reactie op de OvV aan het Rijkom een landelijke norm voor het vergunnen aan de onderkant van debandbreedte van de BBT. Wat is de reactie van de Minister op deze oproepvan de provincie Noord-Holland? Gaat hij hier gehoor aan geven? Zo nee,waarom niet?In vraag 7 worden er meerdere manieren waarop het Rijk en de provincieNoord-Holland samenwerken uiteengezet. In relatie tot het vergunnen aande onderkant van de bandbreedte is opnieuw de Richtlijn IndustriëleEmissies belangrijk. Deze Europese wetgeving zal op korte termijn inNederlandse regelgeving worden geïmplementeerd, waarbij vergunnenaan de onderkant van de bandbreedte verplicht wordt.Ook in de Actieagenda kondig ik verschillende acties aan die hierbij gaanhelpen. Dit betreft onder andere het onderzoeken of BBT geïmplemen-teerd kan worden in algemene regels, het onderzoeken hoe gezondheidmeegewogen kan worden in vergunningverlening in het kader van deOmgevingswet en onderzoek naar piekbelastingen en gezondheid bijvergunningverlening.42.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat de wet hetbevoegd gezag de mogelijkheid biedt om strengere emissiegrenswaardente stellen dan de emissiegrenswaarden die volgen uit de toepassing vanBBT. Kan de Minister aangeven in hoeverre er gebruik wordt gemaakt vandeze optie door bevoegde gezagen? Als hier weinig gebruik van wordtgemaakt, waaraan ligt dit dan volgens de Minister? Welke mogelijkheden32Zie: https://www.rivm.nl/publicaties/depositie-onderzoek-ijmond-voorjaar-202233Zie: https://www.rivm.nl/publicaties/bijdrage-van-tata-steel-nederland-aan-gezondheidsrisicos-van-omwonenden-en-kwaliteit34Zie: https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Gezonde_leefomgeving_Milieu/Documenten/Startnotitie_Gezonde_Leefomgeving.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 32019 ziet de Minister om bevoegde gezagen te stimuleren en te ondersteunenom gebruik te maken van deze optie?Het klopt dat het bevoegd gezag de mogelijkheid heeft om strengereemissiegrenswaarden te stellen dan de emissiegrenswaarden die volgenuit de toepassing van BBT. Om echter goed uit te leggen waarom op éénlocatie strenger wordt vergund dan een gelijksoortige installatie op eenandere locatie moet er een heel zware onderbouwing zijn. Daarom zettende bevoegde gezagen die aangesloten zijn bij het Schone Lucht Akkoordin op zo streng mogelijk vergunnen binnen de BBT-bandbreedte. Daarmeeloopt Nederland in Europa voorop.Met de herziening van de Richtlijn industriële emissies wordt het bevoegdgezag verplicht de emissiegrenswaarden op het strengst haalbare niveauvoor de specifieke installatie vast te stellen, rekening houdend met devolledige bandbreedte van de best beschikbare technieken (BBT) eneventuele effecten op andere milieucompartimenten. De vast te stellenemissiegrenswaarden worden gebaseerd op een beoordeling door deexploitant waarbij wordt nagegaan of het haalbaar is aan de strengstegrenswaarde van de BBT-bandbreedte te voldoen en die gericht is op debest mogelijke milieuprestaties voor de specifieke installaties. Uitzonde-ringen zijn mogelijk, maar de bewijslast ligt bij het bedrijf om aan te tonendat er gegronde redenen zijn om niet te voldoen aan onderkant van deBBT.Bij het voldoen aan deze verplichting moet rekening worden gehoudenmet de in de Richtlijn gestelde overgangstermijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 32020

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6d8dfa5e2ee4f58f

14 okt 2026 · 33799dd99dbc46a1

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.