Verslag
Brontekst
Versie 6ad35aacd75779c9 · officiële bron36 979 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het opnemen van een horizonbepaling met betrekking tot de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken Nr. 6 Verslag Vastgesteld 25 september 2026 De vaste commissie voor Asiel en Migratie, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het voorstel van wet genoegzaam voorbereid. INHOUDSOPGAVE I. Algemeen 2 1. Inleiding 2 2. Hoofdlijnen van het voorstel 4 2.1. Advies van de Autoriteit Persoonsgegevens op het voorstel dat op februari 2026 tot wet is verheven 4 2.2. Advies van de Afdeling advisering van de Raad van State op het voorstel dat op 25 februari 2026 tot wet is verheven 5 2.3. Advies van de tijdelijke commissie Grondrechten en Constitutionele toetsing op het voorstel dat op 25 februari 2026 tot wet is verheven 6 2.4. Nadere motivering 6 2.4.1. Noodzakelijkheid 6 2.4.2. Verhouding tot het Europees recht 7 3. Uitvoeringstoets 8 II. Artikelsgewijze toelichting 9 III. Overig 9 I. Algemeen 1. Inleiding De leden van de D66-fractie constateren dat de bevoegdheid tot het afnemen en verwerken van biometrische gegevens in 2014 is ingevoerd met een tijdelijke wet, die in 2021 met vijf jaar is verlengd. Om te voorkomen dat de bevoegdheid zou komen te vervallen heeft de regering ervoor gekozen om de bevoegdheid per 1 maart 2026 permanent te maken, om middels het huidige wetsvoorstel het permanente karakter weer weg te nemen en te komen tot een tijdelijke bevoegdheid van vijf jaar. Hoewel deze leden onderschrijven dat het afnemen van biometrische gegevens op een juridische grondslag moet plaatsvinden en daarom is gekozen voor tijdelijke permanentmaking van de bevoegdheid, hechten zij ook veel waarde aan een zorgvuldige behandeling en goede kwaliteit van wetgeving. De aan het woord zijnde leden willen de regering dan ook vragen om een reflectie op de totstandkoming van het huidige wetsvoorstel en nader in te gaan op hoe wordt verzekerd dat eenzelfde situatie zich in de toekomst niet nogmaals zal voordoen. De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel waarmee de nationale bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken via een horizonbepaling opnieuw een tijdelijk karakter krijgt (het wetsvoorstel). Deze leden staan zeer kritisch tegenover de herinvoering van een horizonbepaling, maar begrijpen in het belang van een zorgvuldige inhoudelijke parlementaire behandeling de ratio achter het indienen van dit wetsvoorstel. Zij hebben naar aanleiding van het wetsvoorstel nog een aantal vragen. De leden van de PRO-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden vinden het goed dat er alsnog een debat over deze bevoegdheid plaats zal vinden in de Kamer. Zij hebben nog enkele vragen en opmerkingen. De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en benadrukken het belang van de bevoegdheid. Deze leden hebben nog enkele vragen. De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden delen de opvatting van de regering dat de bevoegdheid om biometrische kenmerken af te nemen en te verwerken een essentiële rol speelt in de vreemdelingenketen, met name wat betreft identiteitsvaststelling. Tegelijkertijd verwelkomen zij een zorgvuldig en inhoudelijk debat over de afname- en verwerkingsbevoegdheid. Deze leden hebben nog enkele vragen aan de regering over dit wetsvoorstel. De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden zijn en blijven voorstander van een permanente bevoegdheid; de horizonbepaling kan worden geschrapt. Een betrouwbare identiteitsvaststelling is het fundament onder het onderbouwen van een asielrelaas, overdracht aan een andere (lid)staat realiseren, het screenen op criminele of terroristische activiteiten, alsmede het beperken van identiteitsfraude. Zij willen de behandeling benutten om de bevoegdheid te versterken en uit te breiden waar dat nodig is in het licht van het EU Asiel- en migratiepact en de nieuwe Terugkeerverordening. Zij hebben daarover de volgende vragen en voorstellen. De leden van de JA21-fractie lezen dat de memorie van toelichting stelt dat met de Wet bestendiging bevoegdheden biometrische gegevens vreemdelingen (Wbbbgv) de vernietiging van biometrische gegevens is voorkomen. Kan de regering bevestigen dat in de aanloop naar en rond 1 maart 2026 geen gegevens die waren opgeslagen zijn vernietigd? Zijn er voorbereidende handelingen verricht, zoals het stopzetten van afname, het uitschakelen van koppelingen of het klaarzetten van verwijderingsprocessen? Zo ja, welke? De directeur-generaal van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) waarschuwde eerder dat bij een te late inwerkingtreding van de Wbbbgv alle opgeslagen biometrie onrechtmatig zou worden, ook na latere aanvaarding. Dit achten de leden van de JA21-fractie als bijzonder onwenselijk en onaanvaardbaar. Kan de regering bevestigen dat hier geen sprake van is of is geweest? De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij achten registratie van biometrische gegevens van vreemdelingen noodzakelijk in het kader van de veiligheid van Nederland. Deze leden hebben nog enkele vragen over de wetswijziging. De leden van de SGP-fractie constateren dat in het verleden van nareizende familieleden geen biometrie werd afgenomen, met alle gevolgen van dien op het gebied van de nationale veiligheid. Kan de regering aangeven van welke vreemdelingen biometrische gegevens worden afgenomen? Kan zij bevestigen dat de uitzondering van deze groep nu volledig tot het verleden behoort? De leden van de SGP-fractie vragen de regering nader in te gaan op het aantal fraudegevallen bij verblijfsaanvragen. In hoeveel gevallen is daadwerkelijk aangifte gedaan en in hoeveel gevallen is overgegaan tot strafrechtelijke vervolging? Wordt gepleegde fraude in alle gevallen tegengeworpen bij verblijfsaanvragen van de fraudeur, ook in de toekomst? De leden van de SGP-fractie constateren dat uit de evaluatie van de wet in het verleden bleek dat de doelmatigheid ervan niet kon worden aangetoond, onder meer vanwege het ontbreken van een uniforme registratie van onregelmatigheden. In hoeverre is deze registratie inmiddels op orde, en hoeveel onregelmatigheden zijn inmiddels geconstateerd? De leden van de SGP-fractie vragen hoe de biometrische gegevens effectief worden ingezet om terrorisme te voorkomen. Worden de biometrische gegevens in alle gevallen onmiddellijk na binnenkomst afgenomen? Wat is de stand van zaken ten aanzien van het verbeterplan van de screening van asielzoekers, en welke rol spelen biometrische gegevens hierin? De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij delen de zorgen van de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: de Afdeling) over het onzorgvuldige wetgevingsproces rond de eerdere permanentmaking van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen te verwerken, die onder grote tijdsdruk tot stand kwam. Deze leden vragen de regering welke lessen zij hieruit trekt en hoe zij voorkomt dat bij een eventuele toekomstige verlenging van de bevoegdheid opnieuw tijdsdruk ontstaat. Ook vragen zij hoe wordt geborgd dat de evaluatie na drie jaar daadwerkelijk een zorgvuldige parlementaire afweging mogelijk maakt. 2. Hoofdlijnen van het wetsvoorstel De leden van de PVV-fractie vragen waarom de regering alsnog een horizonbepaling in wil voeren terwijl deze wijziging in de toekomst er opnieuw toe zal leiden dat gegevens mogelijk verdwijnen. Waarom laat zij de wet niet in de huidige staat en stelt zij een wijziging van de wet voor in het geval er hiaten blijken te zijn? De leden van de CDA-fractie lezen dat uit de laatste evaluatie van de Wet biometrie vreemdelingenketen (Wbvk) is gebleken dat er knelpunten te noemen zijn ten aanzien van de verwerking en afname van biometrische gegevens. De regering stelt dat het opnemen van een horizonbepaling als aanvullende waarborg kan fungeren om de verwerkingsbevoegdheid te herzien. Voornoemde leden vragen welke knelpunten uit de evaluatie zijn gebleken en op welke wijze deze knelpunten zijn opgelost of opgelost zullen worden. De regering noemt de horizonbepaling een extra waarborg; de leden van de JA21-fractie zien dat anders. Met een horizonbepaling verdwijnt de bevoegdheid, tenzij de wetgever tijdig besluit haar te behouden. Wordt er niet op tijd een verlengingsvoorstel ingediend, of wordt dat voorstel verworpen, dan vervalt niet alleen de bevoegdheid maar tevens de grondslag om alle opgeslagen gegevens te bewaren. Deelt de regering de mening dat die afweging scheef is? De leden van de JA21-fractie stellen voor de horizonbepaling te vervangen door een wettelijke plicht om iedere vijf jaar aan beide Kamers te rapporteren over de noodzaak, de werking en de naleving van de bevoegdheid. Blijken er tekortkomingen, dan kan de wet worden aangepast zonder dat de hele bevoegdheid op het spel staat. Is de regering bereid dit op deze manier te regelen? Zo nee, waarom niet? En hoe voorkomt zij dan dat de bevoegdheid en de opgeslagen gegevens in één keer wegvallen? 2.1. Advies van de Autoriteit Persoonsgegevens op het voorstel dat op 25 februari 2026 tot wet is verheven De leden van de D66-fractie constateren dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) aanhoudende nalevingsproblemen naar voren brengt in haar advies. Onder meer het tijdig verwijderen van gegevens en het voorkomen van onrechtmatig gebruik verloopt nog niet altijd overeenstemming met het Protocol Identificatie en Labeling (PIL). Ook de Afdeling geeft in haar advies de regering de opdracht om uiteen te zetten welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat biometrische gegevens langer worden bewaard dan wettelijk is toegestaan. De regering stelt dat zij het belangrijk vindt dat de vernietiging van gegevens tijdig en conform wetgeving plaatsvindt en uitwerkt hoe interne controlemechanismen en procedures rond gegevensbeheer kunnen worden aangescherpt. Voornoemde leden onderschrijven deze maatregelen en vragen de regering nader toe te lichten hoe de interne controlemechanismen en procedures in de praktijk worden aangescherpt en in hoeverre de door de AP en de Afdeling genoemde knelpunten hiermee worden weggenomen. De Adviesraad Migratie en de AP stellen dat het gebruik van persoonsgegevens door ketenpartners niet onder alle omstandigheden volgens de PIL-procedures verloopt. De leden van de PRO-fractie achten het van groot belang dat onnodige inbreuken op de persoonlijke levenssfeer van vreemdelingen worden voorkomen. Waarom is er niet voor gekozen om het volgen van het PIL niet wettelijk te verplichten indien dit van toepassing is? Op welke manier is de regering van plan de persoonlijke levenssfeer van vreemdelingen te beschermen? De regering beschrijft de problemen rondom de PIL-procedure en het niet tijdig verwijderen van gegevens, maar de aan het woord zijnde leden vinden het nog onduidelijk wat zij gaat doen om dit op te lossen. De AP uitte verschillende punten van erg fundamentele kritiek op de Wbbbgv, zo lezen deze leden. Zij vragen de regering om de punten van kritiek van de AP punt voor punt af te lopen en hierop te reageren. De leden van de CDA-fractie lezen dat de AP bezwaren had bij het voorstel dat op 25 februari 2026 tot wet is verheven, onder andere dat het voorstel niet voldeed aan de vereisten van subsidiariteit en proportionaliteit en er sprake is van nalevingsproblemen ten aanzien van de tijdige verwijdering en voorkoming van onrechtmatig gebruik conform het PIL. De rapportage van de Auditdienst Rijk ondersteunt dit. Voornoemde leden lezen dat de regering de problemen rond de naleving van de voorschriften in de uitvoering adresseert en verkleint. Kan de regering aangeven welke maatregelen zij neemt om dit te doen? De leden van de CDA-fractie lezen dat in praktijk de verificatie aan de hand van biometrische gegevens wordt overgeslagen of alleen aan de hand van documenten plaatsvindt. Hierdoor bestaat het risico dat processen in gang worden gezet bij de verkeerde persoon, wat de kans op misbruik of fraude vergroot. Daarom vragen deze leden of de regering specifiek kan toelichten welke maatregelen genomen worden om het risico te verkleinen dat verkeerde personen worden geïdentificeerd. Kan de regering aangeven of er cijfers bekend zijn van de hoeveelheid gevallen waarin verkeerde personen door knelpunten in PIL zijn geïdentificeerd? De leden van de JA21-fractie vragen wat nu de gevolgen zijn van te lang bewaren voor de bruikbaarheid van treffers. Kan een treffer op gegevens die eigenlijk verwijderd hadden moeten zijn, worden gebruikt in een asielbeslissing, een terugkeerprocedure of een strafzaak? Hoe voorkomt de regering dat een nalevingsprobleem ertoe leidt dat een rechter de verwerking als geheel onrechtmatig acht? De leden van de JA21-fractie constateren dat onder de nieuwe Eurodac-verordening gegevens van verzoekers om internationale bescherming tien jaar worden bewaard. De nationale termijn is in veel gevallen korter. Hoe beoordeelt de regering een gelijktrekking van de nationale bewaartermijn voor asielzoekers met die van Eurodac? 2.2. Advies van de Afdeling advisering van de Raad van State op het voorstel dat op 25 februari 2026 tot wet is verheven De leden van de VVD-fractie constateren dat er in de memorie van toelichting wordt gereageerd op het advies van de Afdeling van 8 oktober 2025. Echter, dit advies ziet op de Wbbbgv. Er wordt in het wetsvoorstel (nog) niet gerefereerd aan het advies van 3 juni 2026, wat specifiek ziet op het onderhavige wetsvoorstel. Waarom heeft de regering ervoor gekozen om (nog) niet te reageren op dit advies, zeker gezien de kritische strekking ervan? Hoe kijkt de regering in dit kader aan tegen de opmerking dat de motivering in de memorie van toelichting alleen ziet op het behoud van de bevoegdheid om biometrische gegevens af te nemen en te verwerken, en niet op het daadwerkelijke doel van het wetsvoorstel, namelijk de herinvoering van de horizonbepaling? De leden van de PRO-fractie vragen wat de stand van zaken is voor de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens in de CATCH-vreemdelingen database. Kan de regering dit toelichten? Op welke manier is de regering tegemoetgekomen aan de kritiek van de Afdeling over het gebrek aan motivatie over de noodzakelijkheid van de gegevensverwerking in de CATCH-vreemdelingen database? De leden van de JA21-fractie constateren dat de regering heeft erkend dat het kopiëren van alle gezichtsopnamen van vreemdelingen naar CATCH-vreemdelingen onrechtmatig is. In februari werd een oplossing aangekondigd voor het tweede kwartaal van 2026. Is die oplossing inmiddels in gebruik genomen? Zo ja, sinds wanneer? Zo nee, wanneer wel, en duurt de verwerking tot die tijd voort? De leden van de JA21-fractie willen dat de politie gezichtsopnamen van vreemdelingen kan blijven gebruiken bij de opsporing, maar dan wel op een manier die bij de rechter standhoudt. Het Hof van Justitie oordeelde in 2023 dat het stelselmatig verzamelen van biometrie voor politiedoeleinden alleen mag als dat strikt noodzakelijk is. Is de regering bereid de raadpleging van gezichtsopnamen voor opsporing uitdrukkelijk in de wet te regelen? 2.3. Advies van de tijdelijke commissie Grondrechten en Constitutionele toetsing op het voorstel dat op 25 februari 2026 tot wet is verheven De leden van de D66-fractie lezen in het advies van de tijdelijke commissie Grondrechten en Constitutionele toetsing dat er nog geen technische oplossing lijkt te zijn gevonden voor onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens in de CATCH-vreemdelingendatabase, gezien ook het huidige wetsvoorstel niet in een grondslag ter codificatie van de huidige werkwijze voorziet. Deze leden vragen de regering dan ook nader toe te lichten of op dit punt een passende oplossing voor is gevonden of dat daarvoor aanvullende wetgeving nodig is. De leden van de CDA-fractie vragen de regering of, en zo ja hoe, zij zo snel mogelijk kan waarborgen dat de verwerking van persoonsgegevens in de CATCH-vreemdelingenbasis rechtmatig kan plaatsvinden. Volgens deze leden is het onwenselijk dat de mogelijkheid zich kan voordoen dat gegevens van vreemdelingen niet kunnen bijdragen aan de opsporing en vervolging van strafbare feiten omdat deze vanwege technische redenen niet rechtmatig zijn verwerkt. De leden van de SGP-fractie vragen in te gaan op de stand van zaken ten aanzien van de oplossing voor de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens in de CATCH-vreemdelingendatabase. 2.4. Nadere motivering 2.4.1. Noodzakelijkheid De leden van de PRO-fractie constateren dat de Adviesraad Migratie en de AP het in de adviezen over de Wbbbgv hebben over het gebrek aan onderbouwing voor de noodzaak van de Wbvk vanaf dat deze in 2014 in werking trad. Wat is de reactie van de regering hierop? Waarom is het volgens de regering noodzakelijk dat alle vingerafdrukken en een gezichtsscan worden afgenomen en vijf jaar worden bewaard in een centrale database? Kan dit inmiddels wel worden onderbouwd? De leden van de JA21-fractie constateren dat biometrie nu alleen mag worden gebruikt voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet. Kan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) biometrie inzetten bij de meldplicht of de uitbetaling van leefgeld of het innen van boetes? Zo nee, is de regering bereid daarvoor een grondslag te creëren? Zo worden dubbele verstrekkingen of het niet-kunnen-innen van boetes voorkomen en is daarnaast sneller zichtbaar wie met onbekende bestemming is vertrokken. 2.4.2. Verhouding tot het Europees recht De leden van de D66-fractie constateren dat naast een nationale bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen te verwerken ook een aantal Europese verordeningen betrekking hebben op het afnemen van biometrische gegevens, waaronder de Eurodac-verordening die per juni 2026 in werking is getreden. De regering benoemt in de toelichting dat deze verordeningen niet in de weg staan aan ruimere wetgeving en dat als het gaat om een ander doeleinde of andere gegevens uit de verordening een nationale grondslag is vereist. Kan de regering toelichten of er in dit geval sprake is van een ander doeleinde dat wordt nagestreefd dan met Europese wetgeving en, indien dit het geval is, toelichten welk andere doelstelling wordt nagestreefd. Daaropvolgend vragen voornoemde leden in hoeverre de nationale bevoegdheid ruimer is dan de bevoegdheden onder de Eurodac- en VIS-verordening. De leden van de PRO-fractie vragen de regering of het klopt dat de Wbvk in leven is geroepen omdat er geen Europese wetgeving bestond. Deze bestaat inmiddels wel, waarom is deze nationale wet dan nog steeds noodzakelijk? De leden van de CDA-fractie lezen dat de gewijzigde Eurodac-verordening voorziet in mogelijkheden voor het verwerken van biometrische gegevens van vreemdelingen voor het opsporen en vervolgen van ernstige strafbare feiten. Biedt deze verordening de mogelijkheid om de verwerking van persoonsgegevens in de CATCH-vreemdelingendatabase uit te breiden en dus om rechtmatig meer gegevens op te kunnen slaan? De leden van de CDA-fractie lezen dat wanneer aan strenge voorwaarden is voldaan, biometrische gegevens van alle vreemdelingen uit de vreemdelingenregistratie mogen worden verstrekt voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten. In hoeverre wordt aan al deze voorwaarden voldaan? In het geval dat er niet aan deze voorwaarden is voldaan, welke voorwaarden betreft dit en op welke wijze wil de regering ervoor zorgen dat wel aan deze voorwaarden wordt voldaan? De leden van de CDA-fractie lezen dat lidstaten ervoor moeten zorgen dat er een nationaal toegangspunt is waarbij de systemen van verschillende ketenpartners uiteindelijk moeten kunnen communiceren met de Europese. In hoeverre wordt in Nederland al aan deze verplichting voldaan? Hoe gaat de regering ervoor zorgen dat gegevens adequaat kunnen worden gedeeld, zodat ketenpartners effectief op elkaar kunnen inspelen? De leden van de JA21-fractie constateren dat sinds 12 juni 2026 het EU Asiel- en migratiepact geldt. Eurodac slaat nu ook gezichtsopnamen op vanaf zes jaar. Welke processen rusten sindsdien nog uitsluitend op de nationale bevoegdheid? De leden van de JA21-fractie willen weten wat Eurodac in de praktijk oplevert. Hoeveel treffers heeft Nederland sinds 12 juni 2026 gehad? In hoeveel gevallen heeft dat geleid tot een verzoek aan een andere lidstaat om de betrokkene terug te nemen? Hoeveel overdrachten zijn daadwerkelijk uitgevoerd, en hoeveel mislukten doordat de betrokkene met onbekende bestemming vertrok of de terugkeer op een andere manier werd verhinderd? Wordt bij iedere vreemdeling die bij toezicht wordt aangetroffen standaard zowel de Nederlandse administratie als Eurodac geraadpleegd? Zo nee, waarom niet? Artikel 50 van de Eurodac-verordening staat toe dat gegevens aan een derde land worden doorgegeven om een vreemdeling zonder verblijfsrecht te identificeren en aan reisdocumenten te helpen, zo constateren de leden van de JA21-fractie. Is daarvoor ook een grondslag in het nationale recht nodig? Heeft Nederland die grondslag, ook voor biometrie uit de eigen administratie? Zo nee, dan stellen deze leden voor die zo snel mogelijk te regelen. Is de regering daartoe bereid? Hoe zorgt de regering ervoor dat een in Nederland aangetroffen vreemdeling via biometrie direct kan worden gekoppeld aan een terugkeerbesluit van een andere lidstaat, zo vragen de leden van de JA21-fractie. Welke gegevens worden gedeeld bij overbrenging naar een hypothetische terugkeerhub, en op welke grondslag? 3. Uitvoeringstoets De leden van de VVD-fractie constateren dat de IND een uitvoeringstoets heeft laten uitvoeren waaruit blijkt dat de horizonbepaling an sich niet leidt tot uitvoeringsproblemen, maar waarbij de IND wel tot uiting brengt dat de herinvoering van de horizonbepaling ertoe kan leiden dat er over vijf jaar opnieuw onvoldoende tijd zal zijn om op een normale manier de horizonbepaling te verlengen dan wel te schrappen. Hoe kijkt de regering aan tegen dit risico? Hoe is de regering van plan om te voorkomen dat er over enkele jaren opnieuw een situatie ontstaat waarbij zowel de Eerste als de Tweede Kamer onvoldoende tijd hebben om het wetstraject op een deugdelijke manier plaats te laten vinden? Hoe kijkt de regering voorts aan tegen het geconstateerde risico dat de IND al ruim voor het aflopen van de horizonbepaling moet starten met omvangrijke en ingrijpende voorbereidingen op een mogelijke beëindiging van de bevoegdheid? Hoe reflecteert de regering ten slotte op de constatering dat de IND niet verwacht dat er in de komende vijf jaar een Europeesrechtelijke bevoegdheid gecreëerd gaat worden om de nationale grondslag voor het afnemen, verwerken en opslaan van biometrische gegevens in de migratieketen te vervangen? De IND is in de sneltoets die is uitgevoerd naar aanleiding van de Wbbbgv kritisch op het voortzetten van de horizonbepaling. Klopt het dat de horizonbepaling an sich geen effect zal hebben op de uitvoering, zo vragen de leden van de PRO-fractie. De leden van de CDA-fractie lezen dat uitvoeringsorganisaties de invoering van de horizonbepaling onwenselijk noemen. Kan de regering reflecteren op deze geluiden uit de uitvoering? Waarom heeft de regering ervoor gekozen, ondanks de negatieve geluiden afkomstig van uitvoeringsorganisaties, wel over te gaan tot het invoeren van een horizonbepaling? De leden van de CDA-fractie lezen dat de kans verwaarloosbaar is dat EU-wetgeving de nationale grondslag voor het afnemen, verwerken en opslaan van biometrische gegevens in de migratieketen binnen vijf jaar overbodig zal maken. Kan de regering hierop reflecteren? Waarom heeft zij ervoor gekozen om een horizonbepaling van vijf jaar op te nemen wanneer de noodzaak tot het hebben van een nationale wettelijke grondslag voor de bevoegdheid tot het verwerken van biometrische gegevens van vreemdelingen langer zal blijven bestaan dan vijf jaar? De leden van de CDA-fractie vragen de regering om te verzekeren dat zij in de toekomst tijdig een wetsvoorstel naar de Kamer stuurt om te voorkomen dat door de horizonbepaling de gegevensverwerkingsbevoegd komt te vervallen, zeker in het licht van de grote risico’s en inspanningen die het mogelijk vervallen van de verwerkingsbevoegdheid met zich meebrengen voor de uitvoeringsorganisaties. Is de duur van het verwijderingsproces van zes maanden tot een jaar voldoende om zekerheid te geven aan de IND en andere ketenpartners dat er voldoende voorbereidingstijd is? Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie of de bestaande evaluatiebepaling niet al een voldoende waarborg is voor de evaluatie van de verwerkingsbevoegdheid. De leden van de JA21-fractie constateren dat de IND na een definitief besluit tot stopzetting zes maanden tot een jaar nodig heeft om gegevens te verwijderen. Het wetsvoorstel laat de bevoegdheid echter vervallen op de dag dat een verlengingsvoorstel wordt verworpen. Hoe rijmt de regering dat met wat de IND nodig heeft? Wat kost de voorbereiding op een mogelijk verval aan capaciteit en geld? Waarom staat daar niets over in het wetsvoorstel? De regering stelt dat het in de rede ligt ruim vóór het verstrijken van de termijn te besluiten over een verlengingsvoorstel, zo lezen de leden van de JA21-fractie. Wat verstaat de regering onder ruim? Is zij bereid toe te zeggen dat, als dit wetsvoorstel wordt aanvaard, een voorstel tot voortzetting uiterlijk twee jaar vóór het verstrijken van de termijn wordt ingediend? De leden van de SGP-fractie vragen de regering in te gaan op de uitvoeringsrisico’s die de IND ziet, terwijl de noodzaak van de Wbvk hoogstwaarschijnlijk onverminderd aanwezig zal zijn. Welke conclusies trekt zij daaruit? Waarom is er niet voor gekozen geen horizonbepaling op te nemen, gelet op de onzekerheid en de risico’s die dit qua uitvoering met zich meebrengt? II. Artikelsgewijze toelichting De leden van de CDA-fractie vragen waarom ervoor gekozen is om de horizontermijn op vijf jaar vast te stellen en niet, zoals voorheen, op zeven jaar. De leden van de CDA-fractie vragen de regering toe te lichten hoe de nieuwe horizonbepaling meer ruimte biedt om het proces zorgvuldiger te doorlopen zodra het wetsvoorstel is ingediend. Artikel I De leden van de JA21-fractie constateren dat het tweede lid alleen regelt wat er gebeurt als een verlengingsvoorstel wordt verworpen. Wat gebeurt er als zo'n voorstel wordt ingetrokken? Telt een initiatiefwetsvoorstel van Kamerleden ook als verlengingsvoorstel? En wat gebeurt er bij verval met de gegevens die al zijn opgeslagen? III. Overig De leden van de PVV-fractie vragen de regering hoelang de biometrische gegevens van een vreemdeling met een terugkeerbesluit bewaard worden. Kan zij daarnaast ook aangeven in hoeveel van de gevallen, bij het aantreffen van een illegale vreemdeling, de biometrische gegevens van deze persoon zijn vernietigd? De leden van de PVV-fractie hebben vernomen dat bij ministeriële regeling de bewaartermijnen van de biometrische gegevens worden bepaald. Kan de regering aangeven hoeveel ruimte er nog is om af te wijken van de vijfjaarstermijn? De leden van de PVV-fractie vragen of het klopt dat enkel biometrische gegevens worden gedeeld voor opsporing wanneer er sprake is van een strafbaar feit dat voorlopige hechtenis rechtvaardigt. De leden van de PVV-fractie vragen om een overzicht waarin wordt verduidelijkt op welke momenten in het asielproces de afname en verwerking van gegevens worden bepaald door Europese wetgeving en in welke situaties artikel 106a Vw van toepassing is. De leden van de PVV-fractie vragen hoeveel gevallen er jaarlijks zijn waarbij blijkt dat de gegevens van vreemdeling al opgenomen zijn in de BVV (vreemdelingenadministratie), maar deze persoon zich voordoet als iemand anders. De evaluatiebepaling in de Wbbbgv ziet uitsluitend op de verwerking en vernietiging van biometrische gegevens. De leden van de JA21-fractie stellen voor de evaluatie te verbreden tot de effectiviteit van de bevoegdheid, waaronder fraudedetectie, Eurodac-treffers, overdrachten, identificatie ten behoeve van terugkeer en het gebruik voor opsporing. Is de regering bereid dit te monitoren? De voorzitter van de commissie, Rajkowski De griffier van de commissie, Burger 2
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.