Verslag van een commissiedebat, gehouden op 25 september 2025, over Acute zorg
Brontekst
Versie 0b6aaf248bdbddf3 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 247Acute zorgNr. 468 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 3 november 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op25 september 2025 overleg gevoerd met de heer Bruijn, Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport, over:–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 22 januari 2024 inzake reactie op verzoek van het lidClaassen, gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van6 december 2023, over het bericht dat de ic-capaciteit noglang niet op crisissterkte is (Kamerstuk 31 765, nr. 840);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 22 april 2024inzake reactie op moties ingediend tijdens het tweeminutende-bat over acute zorg van 11 april 2024 (Kamerstuk 29 247,nr. 452);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 20 juni 2024inzake bereikbaarheidsanalyse SEH’s en acute verloskunde2024 (Kamerstuk 29 247, nr. 454);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 16 juni 2023 inzake reactie op verzoek commissie over devoornemens inzake de 45 minutennorm (Kamerstuk 29 247,nr. 395);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 18 juli 2024 inzake reactie op verzoek commissie inzakesuggesties voor nazorg reanimatie (2024Z12087);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 2 oktober 2024 inzake rapporten in het kader van ambte-lijke verkenning naar beleidsopties voor de toekomst van de45 minutennorm (Kamerstuk 29 247, nr. 455);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 20 februari 2025 inzake NZa-advies over budgetbekosti-ging acute zorg (Kamerstuk 29 247, nr. 456);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 2 april 2025 inzake rapport «Bestuurlijke afspraken«Inzicht in Zorgcapaciteit» (Kamerstuk 29 247, nr. 458);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 27 mei 2025 inzake stand-van-zakenbrief zorgcoördinatie(Kamerstuk 29 247, nr. 460); kst-29247-468ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 4681 –de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 3 juli 2025 inzake bereikbaarheidsanalyse SEH’s en acuteverloskunde 2025 (Kamerstuk 29 247, nr. 461);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 3 juli 2025 inzake deel 2 van het NZa-advies over budget-bekostiging voor de SEH (Kamerstuk 29 247, nr. 462);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 september 2025 inzake besluit invoering budgetbekos-tiging spoedeisende hulp (Kamerstuk 29 247, nr. 463);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 15 september 2025 inzake acute zorg (Kamerstuk 29 247,nr. 464);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 19 september 2025 inzake voortgang bestuurlijkeafspraken zorg voor aangeboren hartafwijkingen (Kamerstuk31 765, nr. 945);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 22 september 2025 inzake antwoorden op vragen commis-sie over deel 2 van het NZa-advies over budgetbekostigingvoor de SEH (Kamerstuk 29 247, nr. 462) (Kamerstuk 29 247,nr. 465).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,MohandisDe griffier van de commissie,EsmeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 4682 Voorzitter: MohandisGriffier: SjerpAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Bevers, Bushoff, Claassen,Dobbe, Joseph, De Korte, Krul en Mohandis,en de heer Bruijn, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Ik open de vergadering. Ik heet u allen welkom: de mensen hier in de zaal,degenen die dit op afstand volgen, de Kamerleden en de kersverseMinister op deze portefeuille. Ik denk dat dit uw eerste commissiedebat is,Minister? Nee, dit is niet uw eerste commissiedebat.Minister Bruijn:Het is mijn tweede, voorzitter.De voorzitter:O, prima. U bent al helemaal ingewerkt op dat vlak.Minister Bruijn:Het eerste was erg kort.De voorzitter:Van harte welkom. Voordat ik overga naar het debat Acute zorg, is het noggoed om te weten dat we beginnen met vier minuten spreektijd van dezijde van de Kamer. In de eerste termijn zijn er maximaal vier interrupties.Ik kijk alle Kamerleden aan. Ik moet de eindtijd van 14.00 uur echthandhaven, omdat 14.00 uur ook echt de eindtijd is. Voor ik het debatbegin, is het goed om te weten welke Kamerleden er zijn aangeschoven.Links van mij en rechts voor de kijker zitten de heer Bevers van deVVD-fractie, mevrouw De Korte van de NSC-fractie, de heer Bushoff vande GroenLinks-Partij van de Arbeid-fractie, de heer Krul van deCDA-fractie, de heer Claassen van de PVV-fractie en mevrouw Joseph vande BBB-fractie. Meneer Bevers, uw minuten gaan in.De heer Bevers (VVD):Dan ga ik heel erg mijn best doen om niet te snel te praten, maar wel alleste zeggen wat ik wil zeggen.Voorzitter. We kennen in Nederland zeer hoogwaardige zorg. We lijken datweleens te vergeten, gelet op de discussies die onder andere in dit huisplaatsvinden. Onderdeel van die zorg is de acute zorg: een fijnmazigstelsel van huisartsen, huisartsenposten, spoedposten, spoedeisende hulpen mobiel medische teams, de mmt’s. Wanneer dat nodig is, kan er snelen adequaat gehandeld worden in Nederland. In het uiterste geval kunnenmmt-artsen zelfs, als dat nodig is, op straat een operatie uitvoeren. Deacute zorg is meer dan alleen de zorg voor levensbedreigende incidenten.Acute zorg omvat ook onverwachte, heftige of onduidelijke klachten.Huisartsen, maar ook spoedpoli’s, eerstelijnsverblijven en anderevoorzieningen spelen daarin een belangrijke rol. Ze zijn van groot belangop die plekken waar geen volledige spoedeisende hulp beschikbaar is.Voorzitter. Toch begin ik vandaag even met de eerdergenoemde mmt-zorgen met name de zogenaamde witte vlekken van de mmt-zorg, de zorg vanmobiel medische teams, in Zuidoost-Nederland. De voorgangers van dezeMinister zouden zich inzetten voor de financiering van een extrammt-helikopter op het vliegveld Teuge en een grondgebonden team in hetMaastricht UMC+. BBB en VVD hebben geconstateerd dat dit niet isgebeurd en dat een en ander dus niet in de begroting voor 2026 en verderTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 4683 is opgenomen. De VVD heeft samen met BBB een amendementvoorbereid. We maken nog wat laatste stappen qua dekking om dezestationering definitief te regelen. Ik hoop natuurlijk dat de rest van deKamer dit ook zal steunen. Ik vraag aan de Minister of hij hier ook positiefover is.De acute zorg is dus meer dan alleen spoedeisende hulp. Het is dan ookde vraag of elk ziekenhuis een dergelijke afdeling nodig heeft. Hetkwalitatief waarborgen van de acute zorg is een groot punt. Om goedezorg te kunnen leveren vindt de VVD concentratie van zorg belangrijk. Hetgaat om plekken waar voldoende adequaat opgeleid personeel aanwezigis – ik noem trauma-artsen, traumachirurgen en traumaverpleegkundigen– en waar de modernste techniek beschikbaar is. Ondanks de oplopendepersoneelstekorten kan op deze manier goede zorg geleverd worden, metde noodzakelijke gegevensuitwisseling. Want laat een ding heel duidelijkzijn: zonder het heel snel kunnen delen van medische gegevens – wijhebben daar eerder opmerkingen over gemaakt – belemmeren we artsenen verpleegkundigen in hun werk. In de acute zorg telt iedere minuut.Laten we die minuten dan ook zo efficiënt en effectief mogelijk inrichten.Voorzitter. De voorgestelde budgetbekostiging lijkt voor velen hetwondermiddel om deze eerder geschetste concentratie van zorg tevoorkomen en elk ziekenhuis te kunnen blijven voorzien van eenspoedeisende hulp. Het zal niemand verbazen dat de VVD niet ergwarmloopt voor een maatregel die de acute zorg uit de marktwerkinghaalt. Sterker nog, wij geloven niet dat dit de problemen in de toekomstgaat oplossen. Ik denk met name aan het grote tekort aan zorgmede-werkers. Het aantal trauma-artsen en traumaverpleegkundigen is beperkt.Dat lossen we niet op door een andere financiering. Wij denken dat hetrisico reëel is dat we straks in een regio wél twee SEH’s hebben, maar datbeide net niet de kwaliteit kunnen leveren die nodig is om op kritiekemomenten levens te redden. In dat geval moet de spoedeisende zorgmogelijk nog veel verder weg plaatsvinden. Kan de Minister reageren opdit scenario, waarin ambulances een spoedeisende hulp mogelijk voorbijmoeten rijden, omdat er te weinig zorgprofessionals zijn om die SEHadequaat te bemannen?Voorzitter. NZa concludeert dat een snelle invoering van de budgetbekos-tiging in 2026 niet haalbaar is. Het kabinet kiest er nu toch voor om deeerste of tussenfase van de invoering van de budgetbekostiging testarten. Zorgverzekeraars, umc’s en medisch specialisten, een grootaantal van de betrokken partijen, zijn tegen deze tussenfase. Desondanksgaat de Minister voort op dat pad. Mijn fractie betreurt dat, maar zal deafspraak uit het regeerprogramma respecteren. Wel maken wij ons heelgrote zorgen over wat het onderliggende voorstel betekent voor nieuweinitiatieven als eerstelijnsverblijven, spoedpoli’s, spoedposten en anderenieuwe vormen van acute zorg, die juist zo belangrijk zijn voor de algehelesamenwerking en het ontlasten van de spoedzorgketen. Kan de Ministerdaar helderheid over geven? Is de Minister bereid om toe te zeggen om zosnel mogelijk na 1 januari 2028 een eerste tussenrapportage aan deKamer te sturen met de stand van zaken?De voorzitter:Meneer Bevers, komt u tot een afronding? U bent al over de tijd heen.De heer Bevers (VVD):Excuus, ik heb nog kort het volgende. Volgens de VVD lost de budgetbe-kostiging de grote personeelsproblemen niet op. Het is ook geen garantie.We zullen wat dat betreft eerlijk moeten zijn om teleurstellingen tevoorkomen. Politieke verantwoordelijkheid en scherpe keuzes horen thuisin Den Haag, niet in de SEH. Die hebben wel wat anders te doen.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 4684 De voorzitter:Dank u wel. Volgordelijk: Krul, Claassen, Dobbe, De Korte. Maar voordat ikdat doe, zeg ik dat mevrouw Dobbe van de SP-fractie ook is aange-schoven. Zij was iets later. Welkom. Ik ga eerst naar de heer Krul.De heer Krul (CDA):De heer Bevers zegt: de VVD denkt niet dat budgetbekostiging helpt.Sterker nog, hij schetst eigenlijk een soort doembeeld van ambulances dielangs SEH’s moeten rijden omdat daar geen trauma-artsen zijn. Ik heb eenheel simpele vraag: wat denkt de VVD dat wel helpt om acute zorgbeschikbaar te houden voor mensen in Nederland?De heer Bevers (VVD):Ik denk dat het belangrijk is dat dat we het fijnmazige netwerk dat we alhebben, verder uitbreiden. Kunnen we garanderen dat elk ziekenhuis eenspoedeisende hulp houdt op het niveau waarop we het eigenlijk zoudenwillen? Dan denk ik dat het antwoord nee is. Daar hebben we hetpersoneel niet voor. Het vraagt ook heel grote investeringen bij elkziekenhuis. Ik denk dus dat het logisch is dat je de heel hoogwaardigespoedeisende hulpen concentreert en dat je daaromheen een aantalvoorzieningen hebt. Dat kan een wat minder grote spoedeisende hulp zijn,maar ik zit daarbij ook te denken aan bijvoorbeeld spoedpoli’s en plekkenvoor eerstelijnsverblijf waar je een zekere mate van spoedzorg kuntleveren. Het wordt nu heel erg gekoppeld aan het hebben van eenspoedeisende hulp. Ik denk dat dat echt een ingewikkelde kwestie is. Er isnu ook al een verschil. Kijk naar de spoedeisende hulp in de umc’s, die zohoogwaardig is. Bijna geen regulier ziekenhuis kan die leveren. Maar daarmaken we ook een aantal keuzes in. Ik denk dat die differentiatie noodza-kelijk is.De voorzitter:Oké, dank u wel. Ik ga ook letten op het antwoord. De heer Krul heeft eenscherpe vraag gesteld en daar kan een scherp antwoord op komen.De heer Krul (CDA):Dus de heer Bevers zegt: wij denken niet dat budgetbekostiging ertoe gaatleiden dat die SEH’s blijven bestaan, want wij denken dat ze sowieso nietblijven bestaan. Dat is eigenlijk het antwoord van de VVD. Dus dan maakthet ook niet uit hoe je ze financiert. Maar ik heb de heer Bevers ook horenzeggen dat hij er geen voorstander van is om SEH’s uit de marktwerkingte halen. Wat is dan het voordeel daarvan? Gaan we dan met markt-werking, in tegenstelling tot met dit model, er wel voor zorgen dat er opmeer plekken in Nederland spoedzorg is?De heer Bevers (VVD):Heel simpel: Ik denk dat het in beide gevallen moeilijk genoeg is. Ik ziegeen reden om de financiering aan te passen om de problemen op telossen. Ik denk dat we dat met een andere route moeten doen.De heer Claassen (PVV):Die vier minuten zijn kort. Ik heb in vier minuten in sneltreinvaartvoorstellen gehoord om de zorg verder af te breken, wat de VVD altijdheeft gedaan. Ik hoorde nu ook allemaal voorstellen. Wij hebben eerst metelkaar bedacht om met budgetfinanciering te werken. Dat wordt nugewoon weer de nek omgedraaid, nu ze de mogelijkheid hebben om datte kunnen doen. Dat siert ze. Daarmee zijn ze mooi in lijn met het beleiddat ze altijd hebben gevoerd. Complimenten daarvoor. Maar ik heb niksgehoord over hoe de VVD het personeelstekort wil aanpakken, behalvedan door de zorg verder af te schalen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 4685 De heer Bevers (VVD):Het is altijd een mooi moment als je jezelf mag citeren: mijn fractiebetreurt dat, maar zal de afspraak uit het regeerprogramma respecteren.Einde citaat. Dat heb ik zojuist gezegd. Dat zegt voldoende, volgens mij.En verder, u weet dat wij ons heel erg inzetten voor een aantal zaken diehet personeelstekort mede moeten oplossen. Dat gaat over innovatie engoed opleiden. Maar we zullen realistisch moeten zijn. We zullen hetmoeten doen met de mensen die we straks hebben. Die zijn er na 2030,2040 nauwelijks meer.De voorzitter:De heer Claassen. Heel goed van u, u attendeert mij op de bel. Die belgaat ongeveer een minuut voor de start van de plenaire vergadering, hetdebat dat daar zo gaat plaatsvinden. Tot die tijd schors ik even.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. De heer Claassen, in tweede instantie.De heer Claassen (PVV):Waar hadden we het over? Volgens mij hadden we het over de afbraakvan de zorg door de VVD, wat ze camoufleren met het woord «innovatie».Innovatie kan natuurlijk, maar het is nooit de oplossing. De heer Beversheeft het over goed opleiden, maar dan ben ik wel benieuwd naar wat deVVD dan verstaat onder «goed opleiden» om de arbeidsmarktproble-matiek in de zorg op te lossen.De heer Bevers (VVD):Goed opleiden betekent dat je in ieder geval moet zorgen ... Kijk,uiteindelijk is de acute zorg een tweedelijnsvoorziening. Je zult in eersteinstantie moeten zorgen dat de basiszorg in de directe omgeving goedgeregeld is. Ik heb een aantal voorbeelden gegeven van hoe je die moetinrichten. Dat betekent ook dat je er bijvoorbeeld voor moet zorgen dathuisartsen makkelijker instromen in de opleiding. Je zult een aantaloplossingen moeten aanwenden. Innovatie is er daar een van. Om terugte komen op uw vraag, die toch ... Nou ja, wat zal ik zeggen: ik denk dat erverkiezingen aankomen. Laat het helder zijn: wij zijn altijd duidelijkgeweest over onze bezwaren tegen het uit de marktwerking halen van despoedeisende hulp. In tegenstelling tot sommige andere partijen komenwij onze afspraken wel na. Dat heb ik zojuist ook gezegd.De heer Claassen (PVV):Au!De voorzitter:Die zal ik niet meetellen als interruptie, meneer Claassen. Het waren ertoch twee.Mevrouw Dobbe (SP):Ik heb het grootste deel van uw betoog meegekregen, maar excuses dat ikwat later was. Wat ik ingewikkeld vind aan wat ik wél heb gehoord, is dataan de ene kant wordt gezegd dat elke minuut telt als het gaat over acuteen spoedeisende zorg. Elke minuut telt. Aan de andere kant zegt de VVDdat we maar moeten accepteren dat er niet op elke plek een spoedeisendehulppost is. En dat terwijl elke minuut telt. De reden daarvoor ispersoneelstekort. Dan betrap ik de VVD toch wel op selectiviteit in hetbieden van oplossingen. Want als het gaat over Defensie, de NAVO-normvan 5% en het personeelstekort daar, dan zetten we alles op alles om hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 4686 personeelstekort op te lossen, want het moet worden opgelost. Waaromwil de VVD dat dan niet doen voor de zorg?De voorzitter:Voordat de VVD daarop ingaat, zeg ik tegen mevrouw Dobbe, die wat laterwas, dat we maximaal vier interrupties hebben.De heer Bevers (VVD):U bedoelt een campagne? Ik probeer even goed te begrijpen wat ubedoelt. Een campagne voor het werven van personeel?Mevrouw Dobbe (SP):Bij Defensie zie je dat alles op alles wordt gezet om personeel te werven,omdat er onvoldoende personeel is. Waarom gebeurt dat niet in de zorg?De heer Bevers (VVD):Wij zijn er zeker voor dat je een aantal maatregelen neemt om het wervenvan personeel beter te maken. Je ziet dat er een aantal initiatieven voorzijn. Er zijn bijvoorbeeld gemeenten die zorginstellingen helpen met dehuisvesting van personeel en voor een aantal zaken samenwerken. Je zietdat in regio’s, maar je ziet het ook bij individuele ziekenhuizen. Ik weet datde Minister vorige week in het vragenuur nog een aantal heel specifiekemaatregelen heeft genoemd die bijvoorbeeld het Zuyderlandziekenhuisneemt om personeel te werven. Ik denk dat dat uitstekend is. Ik zal ookaltijd mensen oproepen om in de zorg te gaan werken, omdat het eenprachtig vak is. Het is ook een moeilijk vak, maar het is een prachtig vak. Ikdenk dat wij in die zin voldoende uitstralen dat het belangrijk is om in dezorg te werken. Maar mensen moeten daar natuurlijk wel zelf een keuze inmaken. Ik kan mensen niet dwingen om een zorgopleiding te gaan doen.Ik zou het ze wel aanraden.Mevrouw Dobbe (SP):De VVD zegt wel dat we moeten accepteren dat we de zorg afschalenvanwege personeelstekort. Dat zegt de VVD bijvoorbeeld niet ten aanzienvan Defensie en de NAVO-norm. De VVD zegt niet als we die NAVO-normvan 5% niet redden: doe toch maar 2%. Nee, want de VVD zet alles opalles om te zorgen dat er personeel wordt geworven om die norm tehalen. Maar bij de zorg zie ik dat niet. Er wordt nu al geaccepteerd dat erwordt afgeschaald. Dat zien we dus in het hele land gebeuren. De zorgwordt afgeschaald, omdat er onvoldoende prioriteit aan wordt gegeven.Erkent de VVD dat dan tenminste?De heer Bevers (VVD):De VVD erkent dat we in een tijd leven waarin we een aantal ingewikkeldekeuzes moeten maken. Er zijn een aantal dilemma’s. Daar lopen wij inieder geval niet voor weg. Ik erken dat wij zien dat de geopolitieke situatievraagt om heel grote extra investeringen in onze veiligheid. Daar staan wijook voor. Die keuze maken wij ook. Daar heeft u gelijk in.De voorzitter:Mevrouw De Korte.Mevrouw De Korte (NSC):Dank ...De voorzitter:Nee, stop. Ik ging er even van uit dat mevrouw Dobbe het bij twee wildehouden. Mevrouw Dobbe, ga uw gang.Mevrouw Dobbe (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 4687 Ik wil hier dan toch concluderen dat de VVD de zorg blijkbaar nietbelangrijk genoeg vindt om dit op te lossen. U kunt nee schudden, maarin het hele land worden nu streekziekenhuizen gesloten en wordt de zorgafgeschaald. De VVD zet niet alles op alles om dat te voorkomen. Het isiets wat de VVD accepteert en blijkbaar acceptabel vindt, ondanks dat erwordt gezegd dat «elke minuut telt».De heer Bevers (VVD):Ik zeg niet gauw dat iets totale onzin is, maar in dit geval wel. We hebbennet de begroting gekregen over 2026. Die is 10 miljard gestegen tenopzichte van het voorgaande jaar. Ga nou niet beweren dat we nietinvesteren in de zorg. Dat vind ik echt buiten de waarheid.De voorzitter:Dan ga ik naar de interruptie van NSC.Mevrouw De Korte (NSC):NSC is eigenlijk heel erg blij dat er nu echt stappen gezet worden om inhet oosten van het land een helikopter neer te zetten. Het oosten wordtvaak vergeten. Ondertussen stopt de spoedeisende hulp in heel veelregionale ziekenhuizen. Dat is net ook al genoemd. U vindt dat kennelijkprima. Budgetbekostiging helpt heel erg om de spoedeisende hulp opente houden. Dus ik snap het niet zo goed. Enerzijds wordt er een helikopterneergezet, want: elke minuut telt. Anderzijds wordt de spoedeisende hulpin regionale ziekenhuizen gesloten.De heer Bevers (VVD):Ik zal proberen kort te antwoorden. Allereerst het voortdurende frame datde VVD het leuk vindt om spoedeisende hulpen of ziekenhuizen te sluiten.Dat is natuurlijk totale onzin. We staan hier voor grote dilemma’s, voorgrote keuzes. Wij staan wel voor de keuzes die we maken. Dat wilhelemaal niet zeggen dat ik elke ochtend met plezier een lijstje maak enafstreep welke ziekenhuizen er dichtgaan. Ik vind dat echt onzin. Op diemanier neem ik daar ook afstand van. Dat een verandering noodzakelijk is,onderschrijf ik wel, want de kosten van de zorg stijgen nog steeds door. Ikheb er net richting mevrouw Dobbe een opmerking over gemaakt. Wezullen daar echt keuzes moeten maken. We hebben het probleem van hetpersoneel, zeker gezien de dubbele vergrijzing die er aankomt en dehoeveelheid mensen die we wel of niet beschikbaar hebben. Dus zullenwe moeten staan voor een aantal keuzes. Dat zijn geen makkelijke keuzes.Maar wij zitten hier ook niet voor ons gemak. Wij zitten hier om verant-woordelijkheid te nemen. Die nemen wij inderdaad wel.Mevrouw De Korte (NSC):De heer Bevers van de VVD heeft geen antwoord gegeven op de vraagwaarom dan wel gekozen wordt voor die helikopter. Die kost heel veelgeld. Wij vinden het prima, maar anderzijds worden die spoedeisendehulpen gesloten. Regionale ziekenhuizen zijn ontzettend belangrijk omdicht bij de mensen hulp te verlenen. De financiering is dan niet meer perbehandeling. Dat helpt ook om de hulp te geven die nodig is. NSC kiestdus voor andere dingen, niet meer voor financiering per behandelingmaar voor budgetbekostiging. Dat helpt daar heel erg in. Maar waaromkomt er dan wel een helikopter en wordt de eerste hulp toch gesloten?De voorzitter:De heer Bevers, kunt u ingaan op het laatste punt? Anders krijgt u weer devraag of u de vraag wilt beantwoorden.De heer Bevers (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 4688 Voorzitter, ik heb de vraag in die zin al beantwoord. Wij zien de budgetbe-kostiging niet als oplossing voor het probleem. Wij denken dat een anderefinancieringsmanier dit niet gaat oplossen. Daar ben ik eerder al duidelijkover geweest. In alle eerlijkheid, de verhouding van de kosten van dehelikopter tot de totale begroting ... Ja, het is veel geld, maar laten wedaar wel realistisch over zijn. Ook regio Oost en regio Zuid hebben rechtop goede mmt-zorg op het moment dat het echt nodig is.De voorzitter:Dank u wel. Dan komen we bij de inbreng van de volgende spreker, vande NSC-fractie.Mevrouw De Korte (NSC):Dank u wel, voorzitter. Mensen kunnen in de regio steeds moeilijkerterecht bij spoedeisende hulp. Eerste hulpen sluiten tijdelijk vanwegepersoneelstekorten. Ambulances moeten steeds verder rijden, terwijl bijacute zorg elke minuut telt. Net als bij de brandweer moet ook despoedeisende hulp altijd beschikbaar zijn, 24 uur per dag, 7 dagen perweek. Nieuw Sociaal Contract is daarom blij dat er wordt gewerkt aanbudgetbekostiging voor de eerste hulp, de acute verloskunde en de ic’s.Het geeft bestaanszekerheid voor de regionale ziekenhuizen. De Ministerheeft daarover onlangs een brief gestuurd. De vraag aan de Minister is:gaat de Minister met de budgetbekostiging ook stimuleren dat de medischspecialisten in loondienst worden genomen? Zijn daar nog belemme-ringen voor?Voorzitter. Er is een nijpend tekort aan eerstehulpverpleegkundigen,ic-verpleegkundigen en ambulanceverpleegkundigen. Zonder verpleeg-kundigen is er geen zorg. In het ergste geval wordt de afdeling gesloten.De vraag aan de Minister is: hebben we wel zicht op het aantal benodigdeeerstehulpverpleegkundigen, ic-verpleegkundigen en ambulanceverpleeg-kundigen? Voor zover wij konden nagaan heeft het Capaciteitsorgaan ervoor het laatst in 2022 iets over geschreven. Vindt de Minister ook dat erelke twee jaar een capaciteitsplanning gemaakt moet worden? Kan deMinister toezeggen dat hij het Capaciteitsorgaan vraagt om een tweejaar-lijkse telling van aantallen en behoefte aan gespecialiseerde verpleegkun-digen? Kan hij vragen om bij die capaciteitsplanning ook te kijken naar deverschillen in de regio? Een belangrijke vraag is dan ook: kunnen we bijeen nieuwe pandemie nog wel opschalen? Zijn we voorbereid of zijn weopnieuw kwetsbaar?Dan wil ik het hebben over de scholing. Ik hoor dat medisch specialistenvaak € 5.000 aan scholing per jaar ontvangen, terwijl voor verpleegkun-digen vaak maar € 300 beschikbaar is. Daarom vraag ik aan de Minister:waarom bestaat deze scheve verdeling in scholingsgeld? Gaat de Ministerhierop ingrijpen? Zonder goed opgeleide verpleegkundigen is er geengoede zorg.Dat geldt ook voor onderzoek. In coronatijd deed mijn collega verpleeg-kundig onderzoek naar de beste manier van beademen. Dat heeft veelpatiënten behoed voor beschadiging aan de longen. Als verpleegkundigenhun master of PhD hebben, is er vaak geen specifieke functie voor hen.Onderzoek kan de innovatie en effectiviteit van zorg echter verbeteren.Ook verbetert het de loopbaanmogelijkheden. Toch gaat er weinigonderzoeksgeld naar verpleegkundigen. Daarom vraag ik aan de Minister:waarom is er deze scheve verdeling in onderzoeksgeld? Kan de Ministertoezeggen dat hij de verdeling van scholings- en onderzoeksgeld tussenmedisch specialisten en verpleegkundigen eerlijker maakt?Voorzitter. We moeten eerlijk zijn over de toekomst van de zorg. Wekunnen er niet van uitgaan dat er meer verpleegkundigen komen. Wemoeten daarom ook kijken naar het zorggebruik. Er zijn 1,5 miljoenambulanceritten per jaar. Daarvan is 33% van 75-plussers. Bijna de helftvan hen komt in de maand voor overlijden nog op de eerste hulp. Uit mijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 4689 eigen onderzoek weet ik dat veel van deze opnames van oudere, zeerzieke mensen van wie bekend is dat het levenseinde nadert, vermijdbaarzijn. In de verpleegeisen is proactieve zorgplanning verplicht. Dat werkt:spoedopnames dalen. Dat wil niet zeggen dat mensen geen zorg meermogen krijgen. Iedereen moet elke gewenste zorg krijgen, maar het moetwel besproken worden, ook in de wijkverpleging. Kan de Ministertoezeggen dat hij binnen het AZWA kijkt hoe de wijkverpleging eenactieve rol kan krijgen om proactieve zorgplanning bij mensen ouder dan75 jaar te bespreken, zodat er geen onnodige ziekenhuisopnames komen?Als u daar meer over wilt weten, kunt u mijn proefschrift nog eens lezen.Dank u wel.De voorzitter:Dat wordt nu niet overhandigd, neem ik aan? Dat had gemogen!De heer Bevers (VVD):Allereerst, het laatste stuk van de bijdrage van mevrouw De Korte is mezeer uit het hart gegrepen. Ik heb echter een korte vraag over een anderonderdeel. U had het over de spoedzorg: elke minuut telt. Ik heb in mijnbijdrage ook een opmerking gemaakt over het uitwisselen van gegevens,zeker bij die spoedeisende hulp en steeds vaker ook al onderweg doorsteeds geavanceerdere ambulances. We kennen NSC als uitermate kritischover die uitwisseling van gegevens. Wij hebben ooit gezegd: een opt-outzou bespreekbaar moeten zijn. Hoe staat mevrouw De Korte daarin metbetrekking tot deze opmerking over de spoedzorg?Mevrouw De Korte (NSC):Daar hebben we inderdaad vaker over gesproken met de VVD. Wij vindenallereerst dat gegevens van patiënten heel erg goed beschermd moetenworden. Dat zien we ook bij het RIVM, waar heel veel gegevens gehacktzijn. Die mening blijft. Maar tussen hulpverleners onderling moet degegevensuitwisseling optimaal zijn. Het is ook belangrijk dat alles goedgenoteerd wordt. Er wordt namelijk niet altijd goed genoteerd watouderen die het levenseinde nabij zijn, willen aan het einde van hun leven.Dus laten we zorgen dat in de dossiers alles goed genoteerd staat.De voorzitter:Dank u wel. Dan komen we bij de volgende spreker van de zijde van deKamer. Dat is de heer Bushoff, GroenLinks-PvdA.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Als Groninger kom ik relatief vaak toch noghelemaal aan de andere kant van het land, in Limburg, onder andere ookin Heerlen. In aanloop naar dit debat moest ik denken aan een van debezoeken die ik daar heb afgelegd, niet het meest recente bezoek maareen bezoek van precies een jaar geleden aan de wijk Meezenbroek, eenoude mijnwerkerswijk in Heerlen-Noord. Daar ontmoette ik Miets. Miets is86 jaar oud. Ze had haar huisje keurig op orde. Je komt daar niet wegzonder een of misschien wel twee punten vlaai en koffie te hebben gehad.Dat moet. Maar nog los van die gastvrijheid was ik vooral onder de indrukvan hoe scherp Miets de dingen nog zag en van haar strijdlust. Zij zei:«Als je de huizen in een oude mijnwerkerswijk waar mensen graag willenwonen sloopt en als je voorzieningen zoals onderdelen van het ziekenhuisweghaalt, raakt dat met name oudere mensen, mensen met een kleinebeurs, mensen met een kwetsbare gezondheid en mensen die daargewoon een gezin willen stichten. Zij zijn de dupe daarvan, want zijkunnen dan niet meer wonen op de plek waar hun hart ligt. Dat mogen weniet laten gebeuren!»Ik hoop eigenlijk dat een stukje van die visie en ook een stukje van diestrijdlust langzaam – hoewel het mij niet snel genoeg kan gaan –Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46810 doorsijpelt hier in politiek Den Haag. Want als je eerlijk ben en je pakt dekaart van Nederland erbij en je kijkt naar de inrichting van het acutezorg-landschap, dan zie je dat we die inrichting heel anders zouden vormgevenals we opnieuw zouden kunnen beginnen en als we die spreadsheetbril afzouden kunnen zetten waarbij altijd regio’s met minder mensen aan hetkortste eind trekken.Ik weet dat we niet de luxe hebben om die kaart van het verleden volledigopnieuw in te richten, maar ik denk wel dat we de dure verplichtinghebben aan de toekomst om fundamenteel anders te gaan kijken naar deinrichting van ons acutezorglandschap. De spreadsheetbril moet afworden gezet en er moet meer geredeneerd worden vanuit ideeën envanuit de overtuiging dat elke regio telt. Ik ben ook benieuwd of deMinister kan aangeven of hij deze visie, eigenlijk de visie van Miets, deelten in welke mate die visie dan ook onderdeel is van de eventueleinvoering van budgetbekostiging.Voorzitter. Naast dat ik fundamenteel anders kijk naar de inrichting van deacute zorg, met andere, bijpassende financiering, denk ik dat je ookzeggenschap zult moeten organiseren over zorgvoorzieningen vaninwoners, van bestuurders en van zorgprofessionals. Daartoe hebbenGroenLinks-PvdA en het CDA recentelijk ook de wet gewijzigd. Daarnaast,dus als derde punt, zou je ook iets moeten doen aan het personeelstekort.Daarbij zie ik echt een rol weggelegd voor het Rijk, ook in een regio alsHeerlen. Ik vraag de Minister of hij deze rol ook ziet weggelegd voor hetRijk. Een rol om bijvoorbeeld regionale onderwijsdeals te sluiten, om er zovoor te zorgen dat het aantrekkelijk wordt om mensen op te leiden in deregio’s waar dat zo nodig is, zodat zij daar gaan wonen, perspectiefhebben et cetera. Ik denk dat daar echt nog extra stappen in zijn te zetten.Voorzitter. Tot zover het punt van de acute zorg. Er zijn nog twee anderepunten die ik wil uitlichten in dit debat. Het eerste gaat over de mobielmedische teams, mmt’s. Het is natuurlijk bizar dat in Limburg, waar ze alte maken hebben met het afschalen van de acute zorg in Heerlen, nu ooknog eens een soort witte vlek ontstaat rondom die mmt’s. Ik vind het gekdat hoewel het misschien wordt opgelost, er geen financiering voor is.Hoe kijkt de Minister daarnaar? Waarom zou daar geen financiering vanuithet Rijk bij moeten?Dan mijn laatste punt tot slot. We hebben in Nederland een prachtignetwerk van aed’s. Dat redt echt mensenlevens. 300.000 vrijwilligerskunnen reanimeren. Het gekke is alleen dat juist in de wijken waarmensen minder geld hebben en de gezondheidsproblemen vaak groterzijn, bijvoorbeeld in Heerlen-Noord, in Utrecht Overvecht, inRotterdam-Zuid onder het Zuiderplantsoen, of in Winschoten, in mijneigen provincie, de dekking van die aed’s heel erg slecht is. Dat kan niet. Ikdenk dat dit probleem in twee punten zit. Het zit ’m in de bekendheid. Isde Minister dus bereid om de bekendheid van de mogelijkheid om aed’saan te vragen te vergroten, onder andere bij gemeenten? En het zit ’m ookin de betaalbaarheid. Zo’n aed kost namelijk geld en het kost ook geld ommensen op te leiden om zo’n aed te gebruiken. Soms zit dit in deaanvullende verzekering, maar veel mensen met een laag inkomenhebben die niet. Kan de Minister ook daar iets in betekenen, zodat er ookin die gebieden voldoende aed’s zijn?De voorzitter:Dank u wel. Iets over de tijd, maar u kwam tot een afronding. Dat scheelt.De heer Krul. Aan u het woord.De heer Krul (CDA):Voorzitter. Tijdens de zomervakantie merkten heel veel Nederlanders weerhoe goed we het hier eigenlijk hebben, want eerlijk is eerlijk: als je inSpanje op een camping drie formulieren moet invullen voordat je eenpleister krijgt of in Frankrijk uren moet wachten op een pijnstiller, danTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46811 besef je dat we in Nederland eigenlijk een heel goed systeem hebben.Maar dat systeem in Nederland staat wel onder druk. Het piept en hetkraakt. Het is goed dat er een paar stappen gezet worden, ook weer doordeze Minister, om die uitdagingen te lijf te gaan.Voorzitter. Ook het CDA is voorstander van de invoering van budgetbekos-tiging. Hete hangijzers zijn hier wel het hoe en het hoe snel. Daar hebbenwij een paar vragen over. Ik denk dat de Minister ons daarbij kan helpen.De Minister kiest ervoor om het besluit van de vorige Minister door tezetten. Dat wil zeggen dat hij kiest voor het invoeren van budgetbekos-tiging met beperkte afbakening per 2027 in combinatie met de ontwik-keling van een groeipad. Voor het CDA is het nog steeds een beetjeonduidelijk waarom dit scenario nou precies de voorkeur heeft en nietbijvoorbeeld een betere afbakening per 2028. Kan hij nog eens heelduidelijk aan de Kamer uitleggen waar die afweging ’m precies in zit enwelk doel hiermee bereikt wordt? Het klopt dat in het regeerprogrammastond dat het zo snel mogelijk moest. Dat begrijp ik. Ik heb de heer Beversnet ook horen zeggen: dat regeerprogramma blijven we respecteren. Maarde situatie is natuurlijk wel degelijk anders. We zijn inmiddels twee-, drie-,vierdubbel demissionair.Goed, voorzitter. Dan de ontwikkeling van het groeipad. Voor het CDA ishet cruciaal dat de ontwikkeling concreet vorm krijgt. Het is nu te vaaghoe we dat gaan doen. Wil de Minister toezeggen dat hij bijvoorbeeldvoor het einde van dit jaar een procesvoorstel kan doen voor de ontwik-keling van het normenkader, waar zo over gesproken wordt, en hetgroeipad? Uiteindelijk zit de echte oplossing waar we naartoe willendaarin verstopt. Wat is de stip op de horizon? Welke visie zit erachter?Wanneer moeten de differentiatie en het normenkader klaar zijn? In welkjaar hebben we het pad dan doorlopen? Durft de Minister hier een jaartalaan te koppelen? Daar hebben wij in ieder geval behoefte aan.Voorzitter. Mijn tweede punt betreft het Zuyderlandziekenhuis. Ik hebeigenlijk maar één concrete vraag, namelijk of de Minister daar iets meerover kan vertellen. Er zijn heel veel moties ingediend. Die worden bijnaallemaal aangenomen. Maar ik richt me even specifiek op de geboor-tezorg. Ik heb samen met de heer Claassen, de heer Bushoff, mevrouwDobbe en de heer Dijk moties ingediend over het behoud van degeboortezorg en de precieze inrichting van het zorgaanbod aldaar. Wij zijnbenieuwd of de Minister iets meer kan vertellen over het proces wat daarloopt – daar zou een terugkoppeling van komen – en of hij het met onseens is dat in een regio waar de SES-score zo laag is, het afschalen van degeboortezorg in ieder geval risico’s met zich meebrengt.Goed, voorzitter. Ik kom aan bij kinderhartchirurgie. Om heel eerlijk te zijnbegin ik dit onderwerp echt een slechte soap te vinden. Er komt eigenlijkniks terecht van de beloofde samenwerking. Er is nauwelijks voortgang.De inspectie geeft aan dat het aan urgentie ontbreekt bij de ziekenhuisbe-sturen. Het pijnlijke daarvan is dat de zorgverleners hier uiteindelijk dedupe van worden, want de druk op hun werk wordt steeds groter. Ik benbenieuwd of de Minister hierin een rol voor zichzelf ziet weggelegd, in zijnpositie als stelselverantwoordelijke natuurlijk. Ik ben benieuwd of hijdaarin überhaupt een rol voor zichzelf ziet en wanneer hij daarin de regienaar zich toe wil gaan trekken.Tot slot, voorzitter, nog twee hele concrete vragen. De Minister wil eenbasis ic-capaciteit van 1.150 bedden in de wet gaan vastleggen. Dat vindthet CDA interessant. Kan de Minister hier wat meer over vertellen en kanhij vertellen hoe hij tot dit besluit gekomen is? Wat zijn de implicatiesdaarvan als het gaat om zorg, personeel en kosten?Tot slot, voorzitter, een checkvraag. Het amendement-Bushoff/Krul werdnet al even benoemd. Dat gaat over het borgen van het democratischeproces in de zorg. Dat doen we in de Wkkgz, zoals bekend. Kan deMinister ons in ieder geval vertellen dat hij dit gewoon gaat doen zoalsbedoeld? In de brief lezen wij namelijk over een «technische wijziging». IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46812 wil even horen wat de Minister daar precies mee bedoelt. Wij gaan ergewoon van uit dat het integraal wordt overgenomen in de bestaanderegelgeving. Graag een reactie.De voorzitter:Dank u wel. Dan komen we bij de volgende spreker, de heer Claassennamens de PVV-fractie.De heer Claassen (PVV):Voorzitter. In het mondelinge vragenuur spraken de Minister en ik al metelkaar over de 21,5 miljoen winst die Zuyderland boekte. Het is niet alleenZuyderland dat zulke winst maakt. Laten we wel zijn: winst maken is opzich geen probleem. Wij vinden het wel stuitend dat een ziekenhuisessentiële zorg in een kwetsbare regio wil afschalen, terwijl het totaal nietduidelijk is of er middelen zijn en hoe deze middelen worden ingezet omdat te voorkomen. Uit de allereerste analyse bleek ook dat de keuze voorlocatie Sittard-Geleen vooral een centenkwestie was en niet per se eenpersoneelskwestie. Nee, dit is geen hetze tegen Zuyderland, zeg ik alvasttegen de bestuurder, maar wij willen zicht krijgen op de keuzes diezorginstellingen maken en hebben de nadrukkelijke wens om daar meergrip op te krijgen. Deze casus is eigenlijk een kwalijk gevolg van hoe wede zeggenschap over de zorg in Nederland hebben geregeld en uitein-delijk ook zijn kwijtgeraakt. Daarom opnieuw de vraag aan de Minister ofhij bereid is wettelijk te regelen dat bij beoogde afschaling van zorgwinsten vooral moeten worden ingezet om diezelfde afschaling tevoorkomen.Ik ontken ook niet dat er een arbeidsmarktprobleem is in Parkstad ofüberhaupt in Nederland, maar ik vraag nu opnieuw aan de Minister welksamenwerkingsplan of welke samenwerkingsplannen Zuyderland met zijnpartners als Zuyd Hogeschool, VISTA college en het MUMC+ heeft omversneld op te leiden tot verpleegkundige of gespecialiseerd verpleeg-kundige. De eerdere beantwoording van de Minister, maar ook van zijnvoorgangers, hoor, was supervaag. Ook in de gesprekken met dezorgbestuurder van Zuyderland worden samenwerkingsplannen nietconcreet. Ik verwacht nu echt duidelijkheid van de Minister.In algemene zin zien we dat de Subsidieregeling opleidingsmodule BasisAcute Zorg na een verlenging in 2024 is gestopt. We zien dat deeltijdoplei-dingen die willen versnellen, uiteindelijk toch nog langer dan twee jaarmoeten duren en dat de ontwikkeling van EPA’s weliswaar gestaag groeit,maar er visie en regie lijken te ontbreken over hoe deze zouden kunnenlanden, ook binnen de initiële verpleegkundigenopleidingen. Dat zijn nietecht signalen dat er urgentie wordt gevoeld om de arbeidsmarktproble-matiek aan te pakken. Dit zou een gedeelde zorg van deze Minister en deMinister van OCW moeten zijn. Bent u daarover in contact? Welke plannenbent u aan het bedenken of heeft u al bedacht om de arbeidsproblematiekop deze wijze te benaderen? Bijvoorbeeld OOR ZON zou daar ook iets inkunnen betekenen als het gaat om de regionale aanpak van medisch-specialistische opleidingen, zowel voor verpleegkundigen als voor artsen.Bent u daarvan op de hoogte? Wat is de status daarvan? Wat doen zij nuvoor de regio?Voorzitter. De top 100 meest voorkomende electieve ingrepen wordenvrijwel volledig gefinancierd op basis van marktwerking. Het idee was datdat voor lagere tarieven zou zorgen, maar in de praktijk worden groteziekenhuizen alleen maar groter en rekenen ze hogere prijzen voorreguliere zorg dan kleinere ziekenhuizen. Alle dbc’s vallen onder deZorgverzekeringswet, met een segment b voor volledige marktwerking enhet a-segment voor als de NZa een maximumtarief stelt. We willen devisie van de Minister op wat er zou gebeuren als we die 100 meestvoorkomende electieve ingrepen, regulier en acuut, zouden overhevelenvan b naar a en de NZa daar ook een maximumtarief voor vaststelt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46813 Regionale ziekenhuizen zijn immers goedkoper voor reguliere en acutezorg. Dat zou hun positie versterken, denken wij. Is de Minister bereid ditidee te onderzoeken en de uitkomsten voor het VWS-begrotingsdebat aande Kamer te doen toekomen?Voorzitter. Het doel is om via budgetfinanciering de acute zorg op kortetermijn uit de marktwerking te halen. Maar volgens ons staat het hele planop losse schroeven, vooral omdat de Minister alleen maar zit te polderenmet een bonte stoet partijen die allemaal een andere agenda, een andertempo of andere prioriteiten hebben. Ik vraag aan de Minister om eens injip-en-janneketaal uit te leggen wat de status is van de implementatie, hoedat samenhangt met het modewoord «groeipad» – als ik aan een groeipaddenk, denk ik eigenlijk aan een blauw verkeersbord met een wit streepjeen een rood balkje daarbovenop – en welke rol de Minister voor zichzelfziet in het uiteindelijk doen slagen van deze missie, zodat dit voor 2028eindelijk geregeld is.Tot slot, voorzitter. Bijna anderhalf jaar geleden nam de Kamer dePVV-motie voor mmt-uitbreiding in Oost-Nederland aan. Laten we er ookvandaag even bij stilstaan dat dat onze motie was. We lezen vandaag dater eindelijk stappen zijn gezet om in ieder geval voor die regio de juistezorg te regelen. Ik neem aan dat hierin de mmt-auto voor Zuid-Limburg ismeegenomen. Zij kunnen namelijk al medio 2026 ... starten.De voorzitter:Ik maakte even een gebaar om u te vragen tot een afronding te komen.De heer Claassen (PVV):Ik vond het een cliffhanger. Daarom wachtte ik heel even.De voorzitter:Bent u nu wel aan het einde gekomen van uw betoog?De heer Claassen (PVV):Nou ja ... Ja.De voorzitter:Vier minuten is in deze commissie overigens nooit genoeg, zeg ik ookrichting de kijkers. Dat zegt iets over de hoeveelheid onderwerpen die aanzo’n commissiedebat hangen. Daar heb ik alle begrip voor. Meneer Beversheeft de eerste interruptie.De heer Bevers (VVD):Ik denk dat het mijn tweede is, maar goed. Ik kom even terug op de laatsteopmerking. Ik wil aangeven dat u natuurlijk volkomen gelijk heeft dat u demotie over de mmt’s heeft ingediend. Laat daar geen misverstand overbestaan. Maar wij hebben geconstateerd dat die niet uitgevoerd is.Daarom hebben wij ’m geregeld. Daar hebben we inderdaad ook hetgrondgebonden team in Maastricht bij betrokken. Dat even ter toelichting.Daarmee ben ik eigenlijk al door de tijd voor mijn interruptie heen, maargoed.U maakte een opmerking. Daar heb ik misschien een beetje eentechnische vraag over. Het ging over het eventueel inzetten van dewinsten, de bedrijfsresultaten, van de ziekenhuizen om afschaling tevoorkomen of te vertragen. Winst, een bedrijfsresultaat, is eenmalig. Alsje de afschaling wil stoppen of vertragen, moet je die volgens mijstructureel inzetten. Waar moet ik dan aan denken? Als je zegt dat je eendeel van dat geld daarvoor gaat inzetten, hoe zou je dat moeten doenzonder niet na een jaar opnieuw in de problemen te komen als debedrijfsresultaten binnenkomen?De heer Claassen (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46814 Als een ziekenhuis in 2023 19,5 miljoen winst maakt en het jaar daarna21,5 miljoen, zou ik het graag willen weten als een ziekenhuis gaatafschalen, misschien niks doet om extra personeel aan te trekken of nietinvesteert in stenen. Dan vind ik het belangrijk om te weten wat eenziekenhuis met die winst doet. Gaat die winst naar MRI’s, naar het inhurenvan specialisten op zzp-basis, wat duizenden euro’s kost, of naar hetaantrekken van mensen die € 700.000 kosten, om de boodschap van«afschaling» aan de man te brengen? Het geld kan ook daarin gaan zitten.Maar ik heb liever dat dat geld dan gaat naar bonussen voor personeel,naar het aantrekkelijker maken om op een SEH te werken of naarinvesteringen om beetje bij beetje kapitaal voor nieuwbouw op tebouwen. Dat zou ik veel liever zien. Maar we weten het niet. Daarom hebik de Minister gevraagd om dat inzichtelijk te maken. Daar hebben wijeerder ook vragen over gesteld: wat doen die ziekenhuizen met dewinsten die ze maken om dreigende afschaling te voorkomen? Als zoublijken dat daar meer geld voor zou kunnen worden ingezet, dan zoudenwij daar als overheid enige sturing op moeten hebben.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Laat dit glashelder zijn: natuurlijk had GroenLinks-PvdA het liefst geziendat het Zuyderlandziekenhuis bij geen van de afdelingen zou afschalen. Ikdenk dat veel meer mensen, ook de mensen in het ziekenhuis, datmisschien het liefste hadden gezien. Toch blijft de volgende vraag bij mijhangen naar aanleiding van het betoog van de heer Claassen: wat vraagthij nou van deze Minister wat zijn eigen Minister niet kon regelen? Welkvertrouwen heeft de heer Claassen in deze Minister? Wat kan dezeMinister wel regelen voor het Zuyderland wat zijn eigen Minister niet konregelen?De heer Claassen (PVV):Ik wil de woorden «niet vertrouwen» of «wel vertrouwen» niet gebruiken.Het gaat over de vraag welke middelen deze Minister heeft. Deze Ministerheeft dezelfde middelen als de vorige Minister en de Minister daarvoor enalle Ministers voor haar, tot aan 2006 volgens mij. Daarna is er een situatieontstaan waarin we een heleboel zeggenschap over de manier waarop weons zorgstelsel inrichten, hebben belegd bij derden: bij de zorgorganisatiezelf, bij de NZa en noem maar op. Er zal dus een verandering moetenplaatsvinden. Wij zijn ook pleitbezorger van het idee om te bekijkenwaarover je als overheid meer zeggenschap kunt krijgen. Dan doel ik ophet hebben van meer regie over welke keuzes er gemaakt worden in hetzorglandschap. Het korte antwoord op de vraag is dus als volgt: ook dezeMinister zal die middelen niet hebben, maar hij kan die middelen welcreëren door daar zelf wetgeving voor te maken. En anders moeten wehet zelf doen.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Wat ik toch lastig hieraan vind, is dat... Nee, laat ik positief beginnen! Erkomt nu toch een beetje een genuanceerder verhaal dan bijvoorbeeld bijvoorgaande verkiezingscampagnes. Op zichzelf is dat winst, denk ik. Maarhet lastige is natuurlijk wel dat we hiermee op korte termijn niet ietsveranderen voor het Zuyderlandziekenhuis. Het aanpassen van wetgevingkost tijd. Ik ben er van harte voorstander van dat we dat doen. Ik hebzojuist ook een aantal voorstellen daartoe voor het voetlicht gebracht.Tegelijkertijd heb ik ook een paar dingen benoemd die misschien op kortetermijn kunnen helpen. Ik ben dus nog op zoek naar het volgende: wat isnou een kortetermijnding om te vragen voor de inwoners van Parkstad? Isdat het openhouden van het geboortecentrum, is dat kijken naar eninvesteren in het opleiden van extra personeel bijvoorbeeld, zodat ermogelijk in 2030, wanneer die verandering binnen het Zuyderlandzie-kenhuis plaatsvindt, toch voldoende personeel is? Ik heb daar zelf eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46815 aantal voorstellen voor gedaan. Wat wil de PVV zelf? Welk concreetvoorstel waar mensen in Parkstad mee geholpen zijn, doet de PVV nou?De heer Claassen (PVV):Al die voorstellen die de heer Bushoff nu net deed, hebben wij al eerdergedaan. Ik kan dus alleen maar zeggen: dat zijn hele mooie voorstellen,meneer Bushoff. Het klopt; die dingen zouden moeten gebeuren.De voorzitter:Dan komen we aan het einde van de inbreng van de heer Claassen. Hetmicrofoontje doen wij soms zelf uit. Als u het vergeet, doen wij dat zelf.Weet u waarom dat is? Omdat die camera anders helemaal op hol gaatslaan, zo van: wie moet ik nou filmen? Ik heb u allen even lief, maar decamera richt zich altijd op één persoon. Die richt zich nu op mevrouwJoseph van de BBB-fractie! U bent aan de beurt.Mevrouw Joseph (BBB):Dank u wel, voorzitter. Acute zorg is geen luxe, maar een levensvoor-waarde. Iedereen, of je nu in Rotterdam of Limburg woont, moet kunnenrekenen op toegankelijke zorg wanneer en waar die nodig is. Maar deacute zorg staat onder druk. Tussen 2011 en 2022 sloten 18 spoedeisende-hulpposten en in 2025 zijn er nog slechts 76 volledig open. Ondertussenzijn er regio’s waar ’s nachts geen traumahelikopter beschikbaar is en de45 minutennorm niet wordt gehaald. Dit zijn geen incidenten, maarstructurele problemen die om landelijke regie vragen.Volgens BBB is een van de belangrijke oorzaken dat de huidige bekos-tiging faalt. Marktwerking leidt tot centralisatie en afbouw van regionalevoorzieningen. BBB is dan ook enthousiast over de stap naar budgetbe-kostiging. Wij lezen dat de Minister per 2027 wil starten met budgetbekos-tiging van de spoedeisende hulp, maar 2027 is natuurlijk nog wel ver weg.In de tussentijd zijn er mogelijk alweer nieuwe sluitingen. Daarom pleitBBB voor een tijdelijk beschikbaarheidsfonds ziekenhuiszorg, een fondsdat financiële ruimte kan bieden aan regionale ziekenhuizen met publiekefuncties zoals spoedeisende hulp, intensive care en acute verloskunde,zodat we sluitingen kunnen voorkomen en volwaardige acute zorg inkwetsbare regio’s kunnen behouden.Ik heb gelezen dat de Minister schrijft: zo’n traject duurt nog langer dan debudgetbekostiging. Maar ik heb de afgelopen twee jaar dat ik in de Kamerzit ook gemerkt dat als de regering iets wil, er heel vaak ook allerleisluiproutes mogelijk zijn. De Minister zei dat staatssteun niet zomaar kan.Maar wij hebben begrepen dat er wel Europese staatssteun mogelijk isvoor diensten van algemeen en economisch belang; DAEB. We vroegenons af of je niet die ziekenhuizen tijdelijke staatssteun kan geven viabijvoorbeeld zo’n Europees kader als ze dreigen af te schalen of om tevallen. Zo ja, waarom is dit niet gebruikt om meer continuïteit engaranties te bieden aan ziekenhuizen die mogelijk dreigen af te schalendoor gebrek aan een solide financiële basis of een gebrek aan investe-ringen om medewerkers aan zich te binden, zoals nu bijvoorbeeld inTwente?Daarnaast vragen wij de Minister aandacht voor de stationering van detraumahelikopter op Teuge. Het is vaker genoemd vandaag. Grote delenvan Oost-Nederland zijn al jaren een witte vlek in het netwerk van demobiel medische teams. We begrijpen dat er overdag wordt bijge-sprongen door Duitse helikopters en er ’s nachts hulp komt vanuit Brabanten Groningen. Dit leidt tot onnodige risico’s. De plannen voor de vijfdetraumahelikopter op vliegveld Teuge liggen klaar en kosten ongeveer 9miljoen euro per jaar. De urgentie is breed erkend. Toch heeft het kabinetnog geen geld gereserveerd. Onze vraag en ons voorstel is dan ook: is deMinister bereid om met de Kamer te zoeken naar financiering om dit tochmogelijk te maken, inclusief het mobiel medische team in Maastricht? KanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46816 de Minister specifiek voor Teuge met de provincie bekijken of er niet tocheen tijdelijke uitzondering mogelijk is op het luchthavenbesluit voor destationering van de helikopter? Ik heb nu gelezen dat het een of twee jaarkan duren voordat dit er is. Dat is natuurlijk ook zonde van de tijd.Voorzitter. BBB wil dat zorggeld en tijd van de medewerkers echt aan zorgbesteed wordt. Zorg is geen markt, maar een basisvoorziening. Daaromhebben wij ook voorstellen. We zien graag dat de winst van ziekenhuizen,als die er is, besteed wordt aan bijvoorbeeld het behoud van personeel enaan voorkomen dat er afschaling nodig is. We zouden ook graag zien datde winst van zorgverzekeraars ingezet wordt voor acute situaties.Daarnaast zien we graag dat er minder tijd opgaat aan indirecte zorgtaken– ik noem managementfuncties en communicatieadviseurs – en datmaximaal 5% van de tijd besteed wordt aan dit soort dingen. Natuurlijkschrappen we ook graag overbodige regels en indicatieprocedures. Ik hebgezien dat het erg lastig is, maar ik denk dat dit gewoon meer regie vraagtvan de overheid. Elke regel is een keer bedacht omdat iemand ’mbelangrijk vond. Als je het overlaat aan het zorgveld, blijven alle regelsbestaan. Deze maatregelen leveren volgens ons niet alleen geld en tijd op,maar kunnen ook het vertrouwen in de zorg herstellen. Zorg draait ommensen en niet om spreadsheets.De voorzitter:Dank u wel. Er is in ieder geval een interruptie van de heer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):In aanloop naar dit debat was ik vanochtend nog in gesprek met mensenuit Heerlen. Ik ben een paar weken geleden op bezoek geweest bij hetAMC. Zo leg je overal je oor te luisteren. Gisteren of eergisteren kreeg ikook nog een bericht van heel veel kinderartsen van verschillende umc’s.Die zeiden allemaal, stuk voor stuk: wij zijn klaar om een aantal ernstigzieke en gewonde kinderen uit Gaza op te vangen. Dat kunnen wij. Mijnvraag aan mevrouw Joseph, die tot voor kort bij de NSC-fractie zat, die ereen voorstander van is, en die nu bij de BBB-fractie zit, die er eentegenstander van is, is wat haar persoonlijke afweging is om ertegen tezijn. Het gaat om één stem verschil.Mevrouw Joseph (BBB):Dit debat gaat over acute zorg, en ik volg hierin Caroline van der Plas. Ikga hier geen Gazadebat van maken.De voorzitter:Oké. Meneer Bushoff, daar moet u het toch mee doen.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dit gaat over de acute zorg. Het zijn artsen in Nederland, kinderartsen vanverschillende umc’s, die acute zorg zouden kunnen verlenen aan kinderendie dat keihard nodig hebben. Dus het gaat er wel degelijk over. Het pastook om daar een vraag over te stellen. Omdat het over zo’n onderwerpgaat, zou ik het ook passend vinden als u gewoon antwoord geeft op devraag wat uw persoonlijke afweging is om ertegen te zijn om een paarkinderen op te vangen, waar al die kinderartsen toe oproepen.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Joseph.Mevrouw Joseph (BBB):Ik herhaal: ik ga hier geen Gazadebat van maken.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46817 Een punt van orde: het is geen Gazadebat. Het is gewoon een vraag overde acute zorg. Ik werp echt verre van mij dat dit geen onderdeel van ditdebat zou kunnen en moeten zijn.De voorzitter:Uw vraag gaat over umc’s. Het antwoord van mevrouw Joseph is haarantwoord. Zij gaat over haar antwoord, dus daar moet u het ook meedoen. Ik wil hier dan ook niet te veel tijd aan besteden. Ik snap het. Ik snapde vraag, maar het Kamerlid gaat altijd over het eigen antwoord.Mevrouw Dobbe nog.Mevrouw Dobbe (SP):Ik voer veel Gazadebatten. Ik ben ook woordvoerder Buitenlandse Zakenen Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Dit is geen Gazadebat,maar het gaat over acute zorg. Ik vind het heel goed dat de heer Bushoffdeze vraag stelt, ook gezien de overstap van NSC naar BBB. Dat isnatuurlijk ieders goed recht. Maar omdat zo’n belangrijke motie met éénstem verschil niet is aangenomen, waar ook hoofdelijk over is gestemd,vind ik het geen rare vraag, zeker omdat de ziekenhuizen nu zelf actiefnaar buiten brengen dat er capaciteit is. Dan vind ik het niet raar om tevragen wat de persoonlijke afweging is om dit niet te doen. Ik vind het eenheel terechte vraag, ook in dit debat.De voorzitter:U herhaalt de vraag aan mevrouw Joseph.Mevrouw Dobbe (SP):Ja, en ik wil daarbij ook zeggen dat dit geen Gazadebat is, want diedebatten voer ik ook.De voorzitter:Nee, even voor de helderheid en voor de goede orde: dit is het debatAcute zorg.Mevrouw Dobbe (SP):Maar het past dus wel echt in dit debat. Ik vind het dan geen goedantwoord als je zegt: dit is geen Gazadebat.De voorzitter:Ik ga niet over het antwoord. Mevrouw Joseph, tot slot.Mevrouw Joseph (BBB):Waar ik op doel: die beslissingen over die kinderen gaan niet alleen maarover acute zorg. Er spelen meer overwegingen mee. Daarom verwijs ikeigenlijk naar de woordvoerder Buitenlandse Zaken. Daar moet dit debatplaatsvinden. Het gaat niet alleen om acute zorg.De voorzitter:Dan komen we bij de volgende spreker. Ik check even: was er nog eeninterruptie? Nee. Mevrouw Dobbe, uw tijd gaat in.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Onze streekziekenhuizen zijn de levensader voor deregio. Voor veel mensen is het streekziekenhuis vaak de eerste plek waarze terechtkunnen in tijden van nood. Het verlies van zulke ziekenhuizenbetekent verlies van zekerheid, nabijheid en soms ook verlies van leven.Een duidelijk voorbeeld daarvan is het Zuyderlandziekenhuis in Heerlen,een volwaardig ziekenhuis, met een spoedeisende hulp, intensive care engeboortezorg. Het is onmisbaar voor deze regio, waarin de gezondheids-problemen al zo groot zijn, met veel obesitas en veel rokers. 15% van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46818 kinderen leeft in bijstandsgezinnen. Zorgmijding komt vaker voor danelders. De regio voelt zich in de steek gelaten. «Een dolksteek in de rug»,hoorden we zelfs. Het ligt dan ook voor de hand dat de spoedeisendehulp, de ic en de geboortezorg in Heerlen behouden moeten blijven. Bijieder debat over ziekenhuiszorg komen dezelfde vragen naar boven. Wiebepaalt hoe onze zorg wordt georganiseerd? En wie heeft daadwerkelijkzeggenschap over onze zorg?Wij hebben een systeem van marktwerking, waarin die zeggenschapgrotendeels uit handen is gegeven. Verzekeraars en ziekenhuisdirectiesbeslissen waar zorg wordt geleverd en waar niet, terwijl dit parlement, alshoogste democratische orgaan van het land, keer op keer heeft uitge-sproken dat het anders moet. Ondertussen had het Zuyderlandziekenhuisin 2023 – het werd hier al eerder genoemd – een winst van 19,2 miljoeneuro en in 2024 een winst van 21,5 miljoen euro. Dan is het gewoon zuurom te zien dat de zorg tegelijkertijd wordt afgeschaald. Al jaren voeren wijde discussie over zeggenschap over ziekenhuizen. Het wordt hoog tijd omregie te nemen over de zorg in ons land. Dat vraag ik ook aan de Minister:niet verwijzen naar zorgverzekeraars of naar anderen, maar zelf hier deregie nemen. De hele regio moet bij beslissingen betrokken worden. Het isonvoldoende om slechts een deel te spreken of om alles over te laten aaneen regietafel.Ook in Terneuzen, waar ik ook ben geweest, zijn grote zorgen. Medischpersoneel, intensivisten en verpleegkundigen vrezen dat de ic en despoedeisende hulp verdwijnen of verzwakken. Er heerst grote onrust overwat de samenwerking tussen ZorgSaam en het Adrz betekent voor decontinuïteit van deze vitale functies.Ook in Haarlem zien we iets soortgelijks: het Spaarne Gasthuis onderzoekthoe de locaties Haarlem-Noord, Haarlem-Zuid en Hoofddorp het besteingericht kunnen worden voor de toekomst. Hierbij wordt gekeken of de24 uurszorg geconcentreerd kan worden op Haarlem-Zuid en Hoofddorp.Haarlem-Noord zou daarbij grotendeels zijn ziekenhuisfunctie kunnenverliezen en zou dan worden omgevormd tot dagziekenhuis. Voor deinwoners van Haarlem-Noord én omgeving betekent dat een forseverslechtering. Zij moeten verder reizen voor acute zorg, ic-zorg ofspoedeisende hulp, waarbij elke minuut telt. De beschikbaarheid vanvitale zorg komt ernstig onder druk te staan.Specifiek over het Zuyderlandziekenhuis in Heerlen heb ik een vraag aande Minister. De eerder opgevraagde tabel met betrekking tot het aantalfte’s is waardevol. Kan de Minister meer inzicht geven in waar die tekortennu precies zitten en waar dus opgeleid moet worden door dit voor alleafdelingen na te vragen? En is zij bereid om de eerder door deze Kameraangenomen moties daadwerkelijk uit te voeren – dat lijkt me niet te veelgevraagd – en zo een volwaardig ziekenhuis in Heerlen te behouden? Is dithet beleid dat deze regering wil nastreven of blijven deze moties op papierstaan zonder concrete uitvoering?Ondertussen zien we het tegenovergestelde gebeuren van wat dezeKamer steeds bepleit. De afgelopen tien jaar zijn negentien afdelingenacute verloskunde gesloten; acute verloskunde! Sinds 2011 zijn negentienspoedeisende hulpen verdwenen. Sinds 2010 zijn 28 algemene zieken-huizen gesloten. Het is tijd om de regie terug te pakken. Het is tijd om tezorgen dat zorg weer een publieke voorziening wordt, toegankelijk vooriedereen, dicht bij huis, met publieke zeggenschap. Wij laten onzestreekziekenhuizen niet verdwijnen. Die moeten blijven bestaan als veiligehavens voor iedereen die ze nodig heeft.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn vande zijde van de Kamer. Ik schors tot 11.30 uur, 30 minuten. Dan gaan wedoor tot 14.00 uur; dan gaan we dus aan één stuk door. Dus benenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46819 strekken, een appeltje of een boterham eten... U mag dat allemaal doen,tot 11.30 uur.De vergadering wordt van 10.59 uur tot 11.30 uur geschorst.De voorzitter:Ik wilde zeggen: ik heropen de vergadering. 11.30 uur is 11.30 uur, maarde Minister is er nog niet. Misschien is het goed om van deze tijd gebruikte maken door met elkaar af te spreken dat ik vier interrupties richting deMinister wil toelaten. We gaan straks beginnen als de Minister deze kantop wandelt vanaf de derde verdieping. Ik schors nog even.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Minister Bruijn is inmiddels aanwezig. Ik geefu het woord, Minister.Minister Bruijn:Dank u wel, voorzitter. Vandaag kom ik met uw Kamer te spreken over hetbelangrijke onderwerp de acute zorg. Dat is een mooi onderwerp. Alsstudent had ik een baantje nodig. Ik kwam te werken op de afdelingtraumatologie van het Dijkzigtziekenhuis toen ik 18 jaar was. Ik moest ’sochtends vroeg mensen wassen en aandacht geven. De dankbaarheid dieik toen zag in de ogen van de patiënten inspireerde mij om in de zorgblijven werken en is ook vandaag nog steeds mijn inspiratie, na 40 jaar.De acute zorg is een belangrijk onderwerp om bij stil te staan. In uwinleiding is heel duidelijk gebleken dat u dat allemaal onderschrijft. Als jeacute zorg nodig hebt, dan moet je daar goede toegang toe hebben endan moet je erop kunnen vertrouwen dat je goede zorg krijgt. Dat vindenwe allemaal belangrijk. Daar spannen de professionals in de zorg zich ookdagelijks voor in. Door een tekort aan personeel en een toename van dezorgvraag en de zorgzwaarte staat de toegankelijkheid van de zorg, ookvan de acute zorg, onder druk. Overal in Nederland zoeken ziekenhuizenen andere zorgaanbieders naar oplossingen om toch steeds goede acutezorg te blijven leveren. Ik was vorige week op bezoek in het BovenIJ,voorheen het BovenIJ-ziekenhuis, en zag daar hoe het ziekenhuis en dehuisartsenpost gezamenlijk integraal de spoedzorg leveren. De huisart-senpost en de spoedeisende hulp zijn daar geïntegreerd. Er wordt ooknauw samengewerkt met het sociaal domein in Beter Samen in Noord.Het sociaal domein heeft ook een loket in het gebouw van het BovenIJ.Voorzitter. Het kabinet ziet dat de wijze van bekostigen van de acute zorgonderwerp van discussie is. Dat kwam ook duidelijk naar voren in deeerste termijn. Meerderen van u hebben aangestipt dat het proces vanbesluitvorming in de regio bij wijzigingen in het zorgaanbod nog nietgoed verloopt en dat de besluiten die bijvoorbeeld het ziekenhuis neemt,de relevante stakeholders, zoals de gemeenten en de omwonenden,daardoor overvallen. Ik zie het als een taak van de overheid om zo goedmogelijk te faciliteren dat het goede gesprek vooral in de regio plaats-vindt. Dat geldt ook voor de oplossingen die daarbij worden bedacht.Voorzitter. Daarom doen wij drie dingen. Ik ga straks in op de blokjes ende vragen, maar eerst even in het algemeen: wat doe ik? Ten eerste hetinvoeren van budgetbekostiging in de acute zorg, zodat men meer kansturen op de organisatie en de beschikbaarheid van de spoedeisendezorg. Daar is door uw Kamer ook veelvoudig naar gevraagd.In de tweede plaats scherpen we de wet- en regelgeving aan om ervoor tezorgen dat alle betrokkenen, alle stakeholders, tijdig worden betrokken bijde voorgenomen wijzigingen van het acutezorgaanbod in de regio. Datgeldt voor alle regio’s. De relevante AMvB en de ministeriële regelingliggen nu ter consultatie voor. Ik zeg tegen meneer Krul: dit betreft ook deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46820 volledige reikwijdte van uw amendement. Dat is misschien een eerstetoezegging, alhoewel het al ter consultatie ligt. Dan hebben we in iedergeval al een stap gezet, want u heeft die oproep terecht gedaan.Ten derde heb ik recent een handreiking gepubliceerd die het gesprek inde regio met alle belanghebbenden over wijzigingen van het zorgaanbodondersteunt. Ook zet het kabinet zich in voor het terugdringen van dearbeidstekorten in de zorg. Dat is hieraan gerelateerd, maar het is niethetzelfde onderwerp. Ik ben dan ook trots op het werk dat door allepartijen is geleverd voordat ik aantrad om te komen tot het AZWA, hetAanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord – dat is u welbekend – dat ik op mijntweede werkdag mocht ondertekenen met alle zorgveldpartijen. In datzorgakkoord worden hele concrete maatregelen genomen die gericht zijnop het afwenden van een onbeheersbaar arbeidsmarkttekort en op eengelijkwaardiger toegang tot zorg en ondersteuning. Als we erin slagen omhet arbeidsmarkttekort terug te dringen – bijna alle woordvoerdershebben dat aangestipt – dan komen er meer mensen beschikbaar diekunnen bijdragen aan de zorg zelf. Het gaat om meer handen aan het bed,voor iedereen die dat nodig heeft en die daarop moet kunnen rekenen. Ikwil mij graag samen met de sector met volle kracht inzetten om de zorgtoegankelijk en van goede kwaliteit te houden voor iedereen, ongeachtwaar iemand woont.Voorzitter. Uw leden hebben mij een aantal vragen gesteld. Die zou ikgraag in de volgende blokjes willen beantwoorden. Ten eerste het mmt,ten tweede de budgetbekostiging, ten derde het zorglandschap,waaronder het Zuyderland en de kinderhartchirurgie, en dan nog eenaantal onderwerpen die wij moeten aanduiden als «andere belangrijkeonderwerpen».Voorzitter. Ik kom op de vragen die gesteld zijn. Ten eerste de vraag van deheer Bevers van de VVD-fractie. De VVD is samen met de BBB eenamendement aan het voorbereiden over het mmt en dekking hiervoor aanhet zoeken. Is de Minister hier positief over? Ten eerste is dit natuurlijkontzettend belangrijk voor de mensen in Oost-Nederland en Limburg. HetLandelijk Netwerk Acute Zorg heeft het advies gegeven om dit te doen. Devorige Minister heeft al een principebesluit genomen in deze richting. Hetkabinet heeft nog geen dekking gevonden voor de uitbreiding van demmt-zorg. Daar moeten we wel eerlijk in zijn. Uiteraard draag ik het eenzeer warm hart toe, als dokter maar zeker ook als Minister. Ik ben direct namijn aantreden gaan kijken hoe ik die uitbreiding financieel mogelijk kanmaken. Er komen een aantal momenten aan, zoals de voorjaarsbesluit-vorming of eventueel de formatie. Maar we krijgen natuurlijk ook nog debehandeling van de begroting. Ik wil graag met u meedenken over demogelijkheden. Indien uw Kamer de wens heeft om die uitbreidingmogelijk te maken voordat dat mij lukt op een van de aangemerktemomenten, op basis van een concreet dekkingsvoorstel – dat moet ernatuurlijk wel bij zitten, maar dat hoef ik u uiteraard niet uit te leggen –dan kunnen we dit zeker bespreken tijdens de begrotingsbehandeling. Ikzie daar ook naar uit, want voor de mensen in de regio is het belangrijkdat dit zo snel mogelijk geregeld wordt.Mevrouw Joseph van de BBB-fractie vroeg over dit onderwerp of ik kantoezeggen dat ik bij de provincie zal aandringen op een tijdelijke uitzon-dering voor stationering op Teuge. Behalve het geld, waar we het nu overgehad hebben, hebben we daar ook een issue met de vergunning, zoals uweet. Die kan inderdaad nog even op zich laten wachten. Ik heb naaraanleiding van de motie-Rikkers-Oosterkamp bij de provincie Gelderlandaandacht gevraagd voor de stationering van een helikopter op Teuge. Ditwordt meegenomen in het luchthavenbesluit. Het onderzoek van hetLandelijk Netwerk Acute Zorg naar de toegankelijkheid van de mmt-zorgin Nederland laat heel duidelijk zien dat die extra capaciteit nodig is inOost-Nederland en Limburg. De provincie is gestart met voorbereidendewerkzaamheden in de aanloop naar een nieuw luchthavenbesluit, datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46821 nodig was. De provincie geeft aan dat een tijdelijke oplossing niet aan deorde is omdat er een milieueffectrapport moet worden opgesteld en erpassende geluidsruimte moet worden gevonden. Dat zal meer tijd kostendan de procedure die nu voorzien is. Het is natuurlijk uiteindelijk aan deprovinciale staten van Gelderland om een besluit te nemen over eennieuw luchthavenbesluit en daarmee over de mogelijkheid om met eentraumahelikopter te kunnen vliegen vanaf Teuge.Mevrouw Joseph (BBB):Ik dank de Minister voor de antwoorden. Ik had gezien dat uw gesprek metde provincie heeft plaatsgevonden voordat u de brief naar ons stuurdewaarin stond dat het nog een of twee jaar gaat duren. Mijn vraag is toch:kunt u de provincie hier nog eens op wijzen? Want dit heeft wel haast.Misschien kan het iets sneller als er extra urgentie is.Minister Bruijn:Ik ben natuurlijk van harte bereid om dat nog een keer te vragen.De voorzitter:Die staat. Dank u wel. Dan komen we bij het volgende blok.Minister Bruijn:De budgetbekostiging.De voorzitter:De budgetbekostiging. De Minister.Minister Bruijn:Voorzitter. Ik kom bij de vraag van de heer Bevers van de VVD-fractie. Hijvroeg of er een situatie kan ontstaan waarin ambulances een spoedei-sende hulp voorbij moeten rijden omdat er te weinig personeel is alsgevolg van budgetbekostiging. Als een ambulance een spoedeisende hulpvoorbij moet rijden omdat er te weinig personeel is, dan kan dat nooit eengevolg zijn van budgetbekostiging. Die werkt eigenlijk de andere kant op.Budgetbekostiging biedt meer zekerheid voor de spoedeisende hulp enkan in die zin bijdragen aan het behoud van personeel door meerjarigeafspraken. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ambulances soms nu ookal de dichtstbijzijnde SEH voorbijrijden, bijvoorbeeld bij een hartinfarct ofberoerte, als een ander ziekenhuis daar meer op is ingericht. De situatiedie u schetst, komt dus al voor.Voorzitter. De heer Bevers constateert dat er verschillende vormen vanspoedzorg zijn. Dat klopt natuurlijk. Dat is ook het mooie. Er zijnverschillen tussen SEH’s en spoedposten of spoedpleinen, waar alleenmensen met laag-complexe klachten terechtkunnen. Ik was bij hetBovenIJ, dat voorheen het BovenIJ-ziekenhuis heette, op werkbezoek. Datis een prachtig voorbeeld van een volledige integratie van de spoedei-sende hulp en de huisartsenpost. Maar daar zitten ze wel te wachten opbudgetbekostiging, want je kunt pas helemaal integreren als je ook opdezelfde manier bekostigd wordt. Dat hebben ze mij verteld. Maar het isnatuurlijk goed dat er verschillende verschijningsvormen zijn van acutehulp en acute zorg, want op die manier krijgen patiënten de beste zorg enkan het schaarse personeel op de meest efficiënte manier worden ingezet.Op termijn wil ik dat budgetbekostiging de verschillen tussen de SEH’s entussen de verschillende vormen van acute zorg ondersteunt. Daaroverkunnen we in de doorontwikkeling van de kwaliteitseisen op basis van deafspraak in het AZWA met elkaar spreken.Voorzitter. De heer Bevers heeft ook een vraag gesteld over de zorgen diede VVD-fractie heeft over wat de tussenstap in de budgetbekostigingbetekent voor nieuwe initiatieven zoals spoedpoli’s, spoedposten enandere nieuwe vormen van acute zorg. De heer Bevers vraagt of deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46822 Minister daar helderheid over kan geven. Nou, ik kan dat in ieder gevalproberen, en dat ga ik nu doen. Ik ben het eens met de leden van deVVD-fractie dat het van belang is voor patiënten – daar gaat het natuurlijkallemaal over – dat er verschillende vormen van acute zorg wordenaangeboden, passend bij de zorgvraag en bij andere omstandigheden indie regio. Die omstandigheden kunnen van regio tot regio verschillen, ofzelfs van gemeente tot gemeente. De tussenstap in de budgetbekostigingheeft geen consequenties voor spoedpoli’s of spoedposten die geen SEHzijn; zij kunnen zodanig blijven bestaan. Spoedposten die wél een SEHomvatten, zoals in het BovenIJ, vallen uiteraard wél hieronder.Op basis van de AZWA-afspraken – we zien dus hoe belangrijk die zijn – isde sector bezig met het opstellen van kwaliteitseisen voor verschillendevormen van acute zorg. Dat is onderdeel van dat groeipad en dat vind ikzelf erg mooi, want dat betekent dat je de ontwikkeling van verschillendevormen van spoedposten, acute zorg, ook ondersteunt met daarop geëntekwaliteitseisen en niet alle verschillende vormen langs dezelfde lat legt.Het is daarom een belangrijk onderdeel van de introductie van debudgetbekostiging. De gesprekken worden er al over gevoerd. Wegebruiken dat dan weer bij de doorontwikkeling van de budgetbekos-tiging. Het is mijn streven om de budgetbekostiging op termijn te latenaansluiten bij die verschillende vormen van acute zorg. Daartoe werkenwe aan een richtinggevend kader voor de regio’s.Voorzitter. Mevrouw De Korte van NSC heeft een vraag gesteld over demedisch specialisten. Gaat de Minister met de budgetbekostigingstimuleren om medisch specialisten in loondienst te nemen? Zijn daarnog belemmeringen voor? Ten eerste kan ik mevrouw De Korte zeggendat ik tot voor kort medisch specialist in loondienst was en dat ik daar heelgelukkig in ben geweest. Maar dat is natuurlijk geen antwoord op haarvraag. Er is geen link tussen het onderwerp budgetbekostiging en hetstimuleren om medisch specialisten in loondienst te nemen; die piketpaalmoeten we, denk ik, gezamenlijk eerst slaan. U heeft ook niet gezegd datdie link er wel is, maar in deze discussie ontrafelen we dat even. Het zijneigenlijk twee gescheiden trajecten. Budgetbekostiging gaat erom datfinanciële zekerheid wordt geboden aan ziekenhuizen om een spoedei-sende hulp draaiende te houden. Dat is natuurlijk iets anders dan de vraagof een arts in loondienst is.Rondom loondienst zet ik in op onderzoek om te komen tot een onder-bouwing om loondienst te verplichten. Dit is een al wat langer lopenddossier; ik zal niet beweren dat ik het direct zelf opgepakt heb op mijneerste werkdag drie weken geleden. Zoals eerder aangegeven door mijnvoorgangers is een verplichting tot loondienst juridisch ingewikkeld, inverband met het eigendomsrecht. Eerder was de verwachting dat demonitor, onderdeel van het genoemde onderzoek van de NederlandseZorgautoriteit, eind december zou worden opgeleverd over dit punt. Maarik verwacht deze nu in maart 2026. Ik zeg toe dat ik u zo snel mogelijkdaarover zal informeren als ik die ontvangen heb. Dan kunnen we dezediscussie natuurlijk wel doorzetten.De voorzitter:Even volgordelijk. Omdat er ook al eerder VVD-vragen werden beant-woord, geef ik eerst de heer Bevers het woord. Daarna komt mevrouw DeKorte en de overigen die nog bij dit blok willen interrumperen.De heer Bevers (VVD):Mijn vraag aan de Minister is of in die rapportage ook de financiëleconsequenties worden meegenomen. We weten namelijk dat er schat-tingen zijn dat een verplichting om een specialist in loondienst te nementussen de 2 miljard en 4 miljard aan kosten met zich mee zou brengen, inverband met dat eigendomsrecht en het uitkopen. Komt die financiëleinformatie ook?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46823 Minister Bruijn:Die zit in ieder geval niet in het rapport van de Nederlandse Zorgautoriteit,maar ik kan natuurlijk wel kijken of ik die informatie, de schattingen enramingen, mee kan sturen op het moment dat ik uw Kamer informeerover dat rapport van de Nederlandse Zorgautoriteit. Maar het maakt daardan geen onderdeel van uit.Mevrouw De Korte (NSC):Dank aan de Minister voor de beantwoording. Toch blijf ik wel ergens meezitten. Budgetbekostiging betekent dat een hele afdeling bekostigd wordt,terwijl de betaling in ziekenhuizen per behandeling gebeurt. Daar hebbenmedisch specialisten ook baat bij, want hoe meer behandelingen, hoemeer inkomen. Het betekent ook dat als medisch specialisten niet inloondienst zijn, zij bijvoorbeeld sneller een patiënt opnemen, omdat daareen bekostiging achter zit. Het zou dus enorm helpen als medischspecialisten niet in loondienst zijn en zij niet die prikkel hebben om tebehandelen terwijl dat niet nodig is.Sorry, ik bedoel: als medisch specialisten wél in loondienst zijn.De voorzitter:Ja, als zij wel in loondienst zijn.Minister Bruijn:Ik begrijp wat u zegt. Het is overigens zo dat op het moment dat we, per1 januari 2027, de budgetbekostiging stapsgewijs gaan invoeren, we dateerst alleen doen voor dat deel van het ziekenhuisbudget dat nu valtonder de beschikbaarheidsbijdrage. Daar ligt dan de demarcatielijn. Datdeel gaat dan uit het verzekerd pakket – de dbc’s moeten daarvoor wordengeschoond – en valt dan in dat andere deel. Dat geldt ook voor deziekenhuizen die geen beschikbaarheidsbijdrage hebben omdat ze niet inde 45 minuten-gevoelige groep vallen. Dan is voor dat deel die omzet-prikkel weg en is er dus een wat langduriger garantie van zorg enonafhankelijkheid van de hoeveelheid patiënten die daar binnenloopt.Hetzelfde kun je ook bereiken met loondienst, maar het blijven natuurlijktoch twee verschillende onderwerpen. Ik ben het wel met u eens dat je zevanuit je doelstelling wel nevenschikkend kunt beschouwen.De voorzitter:Gaat u ... De heer Claassen.De heer Claassen (PVV):Mijn vraag gaat over die budgetbekostiging. Op 21 mei is er een motieaangenomen waarmee we wat sturing proberen te geven aan de invullingvan budgetbekostiging waarin de locatiegebondenheid van belang is. Ikhoor en lees dat nog niet goed terug in de stukken. Ik maak mij daar duswat zorgen over, want die locatiegebondenheid zorgt ervoor dat bijvoor-beeld een ziekenhuis met twee of drie locaties eraan gehouden wordt omde gelden te verdelen over die twee of drie locaties en dat niet opziekenhuisniveau te beschouwen. Ik ben benieuwd wat de Minister daarnu van vindt.Ik heb nog een tweede vraag. Ik stel ze meteen in één keer, voorzitter; danhebben we dat gehad. Deze vraag gaat over spoedeisende hulpen dieomgetoverd worden tot spoedpleinen, AZA’s, geef het maar een naam. Ikkrijg berichten dat de inspectie zorgen uit over de kwaliteit van die AZA’s.Zijn die zorgen bij de Minister bekend? Zo ja, wat betekenen die zorgendan voor de verdere afschaling van de SEH’s richting AZA’s?Minister Bruijn:Ten eerste. De budgetbekostiging wordt uitgerold per 1 januari 2027, perlocatie waar nu al een spoedeisende hulp is. Dat is denk ik het korteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46824 antwoord op uw vraag, en ik denk ook een duidelijk antwoord. Als eenziekenhuis nu drie spoedeisende hulpen heeft, gaan die per 1 januari 2027alle drie in de partiële budgetbekostiging. Hoe het er daarna uitziet, metdat normenkader, en hoe het zorglandschap uiteindelijk wordt, gaan wenatuurlijk gezamenlijk bekijken maar dat is het vervolgtraject.Dan over de inspectie. Die denkt inderdaad juist mee over hoe we dit goedgaan doen. Het is natuurlijk een heel goede ontwikkeling dat je bijvoor-beeld een spoedpost hebt zoals in het BovenIJ, waar de huisartsenpost ende spoedeisende hulp helemaal geïntegreerd zijn. Dat is vooral voor depatiënt een heel goede ontwikkeling, omdat de patiënt bij één loket komt,zich één keer hoeft in te schrijven en in één kamer ligt – ik ben er geweest– waar zowel de spoedeisende dokter, de specialist als de huisarts binnenkan lopen. Zelfs de apotheek zat daar in dezelfde gang, zag ik. Dit is duseen prachtige ontwikkeling. Natuurlijk kijkt de inspectie mee naar wat ergebeurt. Er hebben mij geen signalen bereikt dat er in algemene zin grotezorgen zijn over dat landschap, maar ik hou het uiteraard in de gaten.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Bruijn:Dan had mevrouw De Korte nog een vraag over loondienst, namelijk of deMinister met de budgetbekostiging gaat stimuleren om medisch specia-listen in loondienst te nemen en of daar nog belemmeringen voor zijn. Wehebben het eigenlijk al even aangeraakt, mevrouw De Korte; het korteantwoord is nee. Kunt u daar genoegen mee nemen, of zal ik ...? Ik zie datu daar genoegen mee neemt.Dan ga ik naar de vragen van de heer Bushoff van Partij van de Arbeid-GroenLinks over budgetbekostiging. De heer Bushoff zei dat het weghalenvan voorzieningen in de regio mensen met een kleine beurs raakt. Dat isinderdaad wat we allemaal niet willen. Het gaat om mensen die een gezinwillen stichten. Dat mogen we niet laten gebeuren. Ik denk dat wehelemaal aan dezelfde kant staan. Het patiëntbelang staat in deze heletransitie ook centraal. U hoopt dat dat doorsijpelt in de politiek. We ziendat dat vandaag in ieder geval zeker gebeurt.De inrichting van het acutezorglandschap zou er anders uitzien als we hetopnieuw konden beginnen, zei mevrouw Wies, als ik me niet vergis.De voorzitter:Miets.Minister Bruijn:Wiets; excuses voor de verwarring. U vraagt of ik het met haar eens ben.Ik kan wel ja zeggen, maar dat weet je eigenlijk niet. Als we helemaal fromscratch zouden beginnen, denk ik dat er een gerede kans is dat we op eenander zorglandschap zouden uitkomen dan we nu hebben, maar diesituatie zal zich niet voordoen. Dit kan ik er toch wel over meegeven aan uvoor mevrouw Wiets.Dan: er zou meer moeten worden geredeneerd vanuit «elke regio telt»werd er gezegd. Ja, wellicht. Kan ik aangeven of ik die visie deel en of hetonderdeel is van de budgetbekostiging? Nou, nogmaals, de acute zorgmoet voor iedereen toegankelijk blijven, ongeacht de grootte van deportemonnee. Dat was ook uw punt. Budgetbekostiging gaat dan ookgelden voor iedere SEH-locatie in Nederland, zeg ik ook nog een keertegen meneer Claassen. Het gaat dus niet om de instelling maar om delocatie. Dat was een van de drie belangrijke onderwerpen uit uw motie.Dat biedt meer financiële zekerheid voor het ziekenhuis dan in de huidigesituatie. Door alle onderdelen van de acute zorg op dezelfde manier tebekostigen, dus ook de acute ggz daarbij, wordt het makkelijker omafspraken te maken over samenwerking. Dat heb ik in het BovenIJ ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46825 duidelijk te horen gekregen. Alleen door samen te werken, kunnen we deacute zorg ook in de toekomst toegankelijk en betaalbaar houden.Voorzitter. Ik ga naar de vraag van de heer Krul van de fractie van het CDAover budgetbekostiging. Het CDA is voorstander van budgetbekostiging.Kan de Minister uitleggen waarom hij voor dit scenario... De heer Krul isinmiddels verdwenen, zie ik.De voorzitter:De heer Krul is niet verdwenen.Minister Bruijn:Hij is al overtuigd, of gelooft hij er niet meer in?De voorzitter:De heer Krul is wel letterlijk niet meer hier, maar er zijn ook andereverplichtingen in dit huis, dus hij...Minister Bruijn:Dat begrijp ik.De voorzitter:Ze hebben nog vijf zetels, dus ze hebben het allemaal te combineren. Daarhebben wij altijd heel veel begrip voor. Maar de heer Krul heeft mijbeloofd dat hij hier weer is zodra de mogelijkheid zich voordoet.Minister Bruijn:Maar ik beantwoord zijn vraag wel, met uw welnemen.De voorzitter:Zeker, want er kijken altijd medewerkers mee. Dat gaat altijd door.Minister Bruijn:Het CDA is voorstander van budgetbekostiging, zegt de heer Krul. Hijvraagt of de Minister kan uitleggen waarom voor het scenario vaninvoering per 2027 gekozen is. Dat is inderdaad een keuze. Het isoverigens ook een advies van de NZa. Hij vroeg of het gekoppeld is aaneen groeipad, en met welk doel. Dat is natuurlijk een heel belangrijkevraag, ook gezien vanuit het belang van de patiënt. Waarom doen we ditop die manier en niet op een andere manier? We praten al sinds 2018 metelkaar over de acute zorg en de SEH’s. Ondertussen wordt die proble-matiek, zoals meerderen van u ook hebben geschetst, steeds urgenter. Erzijn gewoon problemen in het land. Er zijn vaak zorgen over hetopenhouden van de SEH of het verdwijnen van een afdeling. Dat wordtonder andere veroorzaakt door arbeidsmarktkrapte, maar ook doorzorgverzwaring. Daar waar het nu niet goed gaat, wil ik zorgen dat hetgoedkomt. Daar waar het goed gaat, wil ik verder verbeteren.Daarom wil ik hier tempo op houden en nu een stap gaan zetten door per2027 budgetbekostiging in te voeren voor alle spoedeisende hulpen, enniet veel later, zoals bijvoorbeeld de zorgverzekeraars hadden gewenst,maar ook niet veel eerder, zoals andere betrokkenen hadden gewenst. Hetis eigenlijk een soort compromis, een tussenvorm, een van de vierscenario’s van de NZa die door mijn voorganger is gekozen. Dat doe ik incombinatie met het groeipad, dat wil zeggen: het discussietraject dat wegezamenlijk met alle stakeholders hebben om te komen tot een inrichtinglangs het normenkader en tot een gedifferentieerd pakket met kwaliteits-eisen. Door die kwaliteitseisen is er dus ruimte om te differentiëren naarde verschillende vormen van spoedzorg. Ook laat dat in de regio’s ruimteom regiospecifiek, passend bij de zorgvraag van de patiënten in die regio,keuzes te maken. Kortom, we maken wel een start, maar we doen het ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46826 zorgvuldig. Voortvarendheid en zorgvuldigheid worden hierbij gecombi-neerd. Vandaar de keuze voor dit tijdpad.Voorzitter. Dan ga ik naar de volgende vraag van de heer Krul van defractie van het CDA, namelijk of ik voor het einde van het jaar kan komentot een procesvoorstel voor het groeipad. Hij vroeg ook: wanneer is hetgroeipad doorlopen? Op dit moment is nog niet helder hoe het groeipader precies uit komt te zien. Ook daar gaat zorgvuldigheid natuurlijk bovensnelheid, maar we willen wel voortvarend zijn. In het Aanvullend Zorg- enWelzijnsakkoord, het AZWA, is de afspraak gemaakt om de kwaliteitseisendoor te ontwikkelen. Dat is een eerste stap. Ook zijn er door mij eerstegesprekken met het Zorginstituut, het RIVM en de NZa gestart, bijvoor-beeld over hoe het richtinggevend kader eruit kan komen te zien. Dat isdat normenkader, het uiteindelijke zorglandschap. Ik wil uiteraard ook metalle veldpartijen in gesprek over het groeipad voor de budgetbekostiging.Het is belangrijk om hun kennis te benutten, maar bijvoorbeeld ook hundata en gegevens. Dat is echt nog wel een pad. Vandaar ook dat hetverstandig is geweest om pas per 1 januari 2027 te beginnen met deeerste stappen en de budgetbekostiging zelf. Over de voortgang daarvanen het verdere proces kan ik, zoals de heer Krul vraagt, toezeggen dat ikmet informatie kom, maar dan wel in het voorjaar van 2026, omdat ikvrees dat er in het najaar van dit jaar, dat zoals u natuurlijk weet niet heelver weg is, nog niet veel meer over te informeren is dan we vandaag almet elkaar delen. Ik zeg dus toe dat ik dat in het voorjaar van 2026 zaldoen. Ik verwacht dan ook meer zicht te hebben op wanneer het groeipadzal zijn doorlopen. Maar nogmaals, ik vind de zorgvuldigheid daarbij echtbelangrijker dan het fixeren van een einddatum.Voorzitter. De heer Bevers heeft een vraag gesteld... Een interruptie?De voorzitter:Ik stel voor dat u het blok gewoon even afrondt. Daarna gaan we gewoonhet rijtje af.Minister Bruijn:Met plezier, voorzitter. De heer Bevers vraagt: is de Minister bereid om toete zeggen zo snel mogelijk een tussenrapportage aan de Kamer te sturenmet daarin de stand van zaken, ook wat betreft de zojuist genoemdebedenkingen over budgetbekostiging? Dat gaat bijvoorbeeld over debedenkingen van de zorgverzekeraars, waar we natuurlijk heel goed naarkijken. Het antwoord is: ja, ik ben daartoe bereid. Ik heb uw Kamer in mijnbrief van 12 september al toegezegd om in het voorjaar van «26 metinformatie naar uw Kamer te komen over de voortgang, maar u vraagtnatuurlijk naar een latere datum, waarschijnlijk 2028. Ik zal u uiteraardperiodiek blijven informeren, zeg ik u toe, door middel van tussenrappor-tages, ook na de invoering per 1 januari 2027, en dus ook zo snel mogelijkna 1 januari 2028, zoals gevraagd door de heer Bevers.Voorzitter. Dan een vraag van de heer Claassen van de PVV. Kan deMinister simpel uitleggen – dat zijn altijd heel moeilijke vragen – wat destand van zaken is van de implementatie van budgetbekostiging en hetgroeipad? Welke rol ziet de Minister voor zich om budgetbekostiging terealiseren, in ieder geval per 2028? We hebben het, denk ik, voor een deelmisschien al beantwoord. Ik kijk even naar meneer Claassen of hij nog eenverdere beantwoording wenst. Ik denk dat we wellicht al voldoendehebben beantwoord over wat er met het groeipad gebeurt, de ingangs-datum en de voortgangsrapportages aan uw Kamer. Maar ik kijk evennaar meneer Claassen of hij dat ook deelt.De heer Claassen (PVV):Het is zeker een stuk meer helder dan het was. Als het over het groeipadgaat, moet ik alleen in de documenten duiken. Dan zeg ik: zeg het injip-en-janneketaal. Dat zegt alles over mij. Ik vind dat gewoon heel simpel,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46827 het liefst in B2, moet worden opgeschreven wat een groeipad is, waar hettoe moet leiden en welke stappen er zijn. Ik pleit daar vaker voor. Het isgewoon heel lastig te doorgronden.De voorzitter:Ja, duidelijk.De heer Claassen (PVV):Dat stukje kan volgens mij wel...De voorzitter:Als voorzitter van deze commissie kan ik dat alleen maar aanmoedigen.Minister Bruijn:Ik zeg het toe dat ik dan in de brief van januari een poging zal doen omook in jip-en-janneketaal nog eens...De voorzitter:Oké!Minister Bruijn:... door te akkeren wat het groeipad precies is, want dat is moeilijk.De voorzitter:Zeker. Communicatie is een vak. Gaat u door, Minister.Minister Bruijn:Dan vraagt de fractie van de PVV: is de Minister bereid om de bekostigingvan de 100 meest voorkomende ingrepen over te hevelen van hetA-segment, het vaste segment, naar het B-segment, het vrije segment?Een interessante vraag. Ik ben het met het lid Claassen eens dat we debekostiging in de medisch-specialistische zorg moeten doorontwikkelen.We moeten daar natuurlijk altijd weer naar blijven kijken, indachtigmevrouw Wiets: hoe zouden we het gedaan hebben als we dit fromscratch konden inrichten? Het doel daarvan is natuurlijk dat de patiëntervan profiteert, dat die betere zorg krijgt, dat die zorg ook toegankelijk is,dat hij de rekening ook kan betalen, en dat alle aanbieders een eerlijkebijdrage leveren aan de maatschappelijke opgave en ze daar ook eeneerlijke vergoeding voor krijgen. Dat is natuurlijk ook het doel van de heerClaassen met deze vraag. Onderdeel daarvan is de invoering vanbudgetbekostiging voor de bekostiging van de acute zorg. In het AZWA iseen afspraak opgenomen om te zorgen dat iedereen in de medisch-specialistische zorg een eerlijke bijdrage levert. Dat is het punt. Daarbijwordt ook gekeken naar de bekostiging van de planbare zorg in zieken-huizen en de zbc’s. Ik wil de uitkomsten van dit traject afwachten omgericht te bepalen welke stappen nodig zijn om een eerlijk speelveld tecreëren en wat dat eventueel vraagt in de bekostiging. Ik zeg u toe dat ikop zijn vroegst in Q1 van 2026 de uitkomsten van dit traject met u zaldelen, en daar dan deze vraag ook in zal meenemen. Als dat voor nuvoldoende is om de heer Claassen comfort te geven, dan...De heer Claassen (PVV):Ja, als het een beetje meezit, zit ik hier in Q26 weer.De voorzitter:Ik had ook een interruptie genoteerd. Meneer Claassen, wilt u daar nu opreageren? U bent aan het einde gekomen van het blok toch? U had ookgewoon nog een interruptie.De heer Claassen (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46828 Ja, ik had ook nog een interruptie.De voorzitter:Zeker. U gaat akkoord met de toezegging?De heer Claassen (PVV):Zoals ik zei, is er in Q26 een grote waarschijnlijkheid dat ik dat nauwgezetzou kunnen volgen; dat is prima.De voorzitter:Oké, akkoord. Uw interruptie.De heer Claassen (PVV):Ik wilde nog heel even terugkomen op dat verhaal van de inspectie. Ik hadmijn vraag gebaseerd op een artikel dat gistermiddag verscheen op Skipr,over de IGJ die zich zorgen maakt over de verschillende verschijnings-vormen. Los van levels 1, 2 en 3 zijn er ook allemaal tussenvormen aanhet ontstaan, zoals ik ook in Zoetermeer heb gezien gister, met één pleinwaar ze proberen te gaan pilotten om straks ook de bekostiging samen tedoen. Hoe noem je dat dan? Is dat dan wel een level 3-SEH of krijgt het na21.00 uur een andere naam? Krijgt het na 0.00 uur ’s nachts een anderenaam? En wat doen ze dan? De IGJ maakt zich daar zorgen over en vraagtom landelijk beleid over die differentiatie die ontstaat. Dan hebben wehelder met elkaar wat er is na level 3, en of we dat anders gaan noemen.Daar zou ik toch iets meer duiding op willen hebben.De voorzitter:Mag ik even nog? Dit geldt echt voor alle Kamerleden.De heer Claassen (PVV):Duurde lang, hè?De voorzitter:SEH, IGJ: ik weet wat het betekent. Ik denk dat de meeste hier dat ook ...De heer Claassen (PVV):Voorzitter, SEH is spoedeisende hulp. IGJ is de Inspectie Gezondheidszorgen Jeugd.De voorzitter:Heel goed.De heer Claassen (PVV):AZA is de acutezorgafdeling.De voorzitter:Top.De heer Claassen (PVV):Spoedplein is een, tsja, spoedplein.De voorzitter:U hoeft ze niet allemaal te doen, maar het is echt iets waar we scherp opmoeten blijven, anders...De heer Claassen (PVV):En Q1 dat is kwartaal één van het jaar. En Q8 is een tankstation.Minister Bruijn:U vergeet de belangrijkste: AZWA.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46829 De voorzitter:Het AZWA is het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. Maar het is echt afen toe belangrijk om niet alleen maar in afkortingen te praten, anders gaateen deel van de volgers van dit debat afhaken en dat is ook niet goed. DeMinister eerst.Minister Bruijn:Ik vind dit een zeer terechte en heldere vraag. Ik kom er graag in detweede termijn op terug. Dan zoeken we dat even netjes uit.De voorzitter:Dan ga ik eerst naar mevrouw Dobbe en dan naar mevrouw Joseph. Uheeft niet ...?Mevrouw Dobbe (SP):Nee hoor, dat komt nog. Geen zorgen.De voorzitter:Oh, excuus. Dan ga ik naar mevrouw Joseph.Mevrouw Joseph (BBB):De BBB had zorgen geuit over dat het een tijdje duurt voordat er eenbudgetbekostiging is en dat er in de tussentijd alweer afdelingen moetensluiten. Ook bij de cruciale ggz, waar we afdelingen open wilden houden,hebben we gezien dat de besluitvorming heel lang duurt en er in detussentijd afdelingen sluiten. Die komen niet zomaar weer terug. Wevroegen ons dus af of er echt niet iets te bedenken is, om op korte termijnte voorkomen dat afdelingen sluiten.Minister Bruijn:Daar kom ik zo meteen op terug.De voorzitter:Dat volgt nog. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit blok en komenwe bij het blok medisch zorglandschap. De Minister.Minister Bruijn:Dank u wel, voorzitter. Mevrouw De Korte van NSC vroeg of ik kantoezeggen dat ik binnen AZWA kijk hoe de wijkverpleging een actieve rolkan krijgen bij proactieve zorgplanning, zodat er geen onnodige zieken-huisopnames komen. Het antwoord is: ja, dat zeg ik graag toe. In hetAZWA hebben we afgesproken dat partijen, waaronder de wijkverpleging,het gesprek met de patiënt voeren over proactieve zorgplanning. Het iseen heel belangrijk onderwerp natuurlijk, waar mevrouw De Korte hetover heeft. Het is echt de ambitie dat we de uitkomsten daarvan goedvastleggen en delen over domeinen heen. Ik vind het vanzelfsprekend datde wijkverpleging hier een actieve rol in heeft, waar mevrouw De Korteook op wijst. De wijkverpleging heeft immers ook vaak het eerste contactmet de ouderen en kan dat vaak als beste doen. De wijkverpleging is dusook nauw betrokken bij de uitvoering van deze AZWA-afspraak. Dusnogmaals: deze toezegging doe ik graag, onder de voorwaarde dat ik hetproefschrift van mevrouw De Korte zou mogen lezen. Dan zal ik in ruildaarvoor mijn eigen proefschrift aan mevrouw De Korte doen toekomen.Voor wat hoort wat.Voorzitter. De heer Krul van het CDA had een specifieke vraag over hetonderwerp geboortezorg in het Zuyderland, namelijk: kan de Minister ietsmeer vertellen over het proces wat daar loopt, want de SES-score is laagen brengt risico’s met zich mee? Ik ben het eens met de heer Krul dat diteen heel belangrijk onderwerp is voor de regio’s, maar temeer ook voorde patiënt. U bent in de Kamerbrief van 25 juli geïnformeerd over de standTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46830 van zaken rond de geboortezorg van het Zuyderlandziekenhuis. Goede enveilige geboortezorg na 2030 is een van de onderwerpen waarvoor hetZuyderland samen met de regionale partners, met onder anderengeboortezorgprofessionals en ervaringsdeskundigen, een plan uitwerkt ineen werkgroep. Die betrokkenheid van de omgeving is dus eigenlijk ookwat we, zoals u weet, beogen met de aanpassing van de Wkkgz, de Wetkwaliteit, klachten en geschillen zorg. Dat is onderdeel van het pakket;daar past dit dus heel mooi bij. De planning is erop gericht om in detweede helft van 2026 het uitgewerkte plan voor de geboortezorg na 2030op te leveren. Ik zeg u graag toe dat ik uw Kamer informeer wanneer datplan is uitgewerkt, u dat plan doe toekomen en er desgewenst ook graagmet u over in gesprek ga.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik heb daar toch nog vragen over. Het klopt: er zijn meer jonge moeders,meer alleenstaande moeders en meer bevallingen in het ziekenhuis. Als erdus één ding ontzettend belangrijk is voor deze regio, dan is hetinderdaad wel goede geboortezorg. Dat is echt cruciaal, want we wetengewoon dat de eerste 1.000 dagen van een kind zo ongelofelijk belangrijkzijn. Daarom is het ook echt pijnlijk dat in Heerlen zo’n geboortecentrumnog niet gerealiseerd is, of eigenlijk, dreigt te verdwijnen. Ik vraag vandeze Minister of hij bereid is om opnieuw in gesprek te gaan metbijvoorbeeld de zorgverzekeraar of met de partners, om te kijken wat ernog kan en wat er nodig is om dat plan voor die geboortezorg vlot tetrekken. Heeft deze Minister de bereidheid om daar zelf ook een stap in tezetten?Minister Bruijn:Ik begrijp de vraag goed. Het is natuurlijk ook een heel belangrijkonderwerp. Het is wel zo dat – dat weten we allebei – het natuurlijk aan dezorgaanbieder en de zorgverzekeraar is welke zorg er lokaal is. Dankzij debudgetbekostiging, het daarbij passende groeipad en het normenkadergaan we er wel met elkaar over spreken hoe dat zorglandschap er nouuitziet in Nederland. Het Zuyderland pakt dat ook op, is dus met dieregionale partners, geboortezorgprofessionals en ervaringsdeskundigenin gesprek en maakt daar een plan voor. Dat geeft ook de urgentie aan. Deplanning is erop gericht om in de tweede helft van 2026 dat plan op televeren. Nogmaals, ik zeg u toe uw Kamer daar verder over te informerenen daar eventueel ook met u over in gesprek te gaan, maar het is niet aande Minister om te bepalen welke zorg daar geleverd wordt. De zorgplichtvan de zorgverzekeraar is hier overigens natuurlijk ook nog een kader.De voorzitter:Bushoff nog?De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):We zijn het eens over wat de verantwoordelijkheden zijn. Alleen, wat mijin dezen toch wel triggert, is dat de Minister het belang van geboortezorgerkent en zegt dat er aan een plan wordt gewerkt. Als je daar zo veelbelang aan hecht, zoals deze Minister in woord doet, kan ik me voorstellendat je toch wel wat meer zou willen weten van dat plan, dat je ondanks degescheiden rollen, toch de verantwoordelijkheid voelt dat het een goedplan wordt en dat je daarom als Minister zegt: vanuit mijn rol ga ik ingesprek met de betrokkenen om ook betrokken te zijn bij de planvorming.Ik ben dus wel even op zoek of de Minister die rol ook voor zich ziet.Minister Bruijn:Ik wil zeker zover gaan dat ik me nog eens laat informeren, en dat ik nogeens bel met de zorgverzekeraar en met de instelling over hoe het ervoorstaat, maar ik ga me niet mengen in de discussie. Ik kan me wel latenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46831 informeren. Dat zeg ik u ook toe. Ik zal de uitkomst ervan ook meenemenin de toekomstige brief, die ik in ieder geval zo snel mogelijk stuur.De voorzitter:Dank u wel.Mevrouw Dobbe (SP):Volgens mij is deze toezegging al eerder gedaan. Ik heb in voorbereidingop dit debat eens gekeken wat er nou allemaal is aangenomen en welkeuitspraken er zijn gedaan door deze Tweede Kamer op het gebied vanZuyderland en het behouden van een volwaardig ziekenhuis, dus inclusiefgeboortezorg. Toen heb ik een hele stapel uitgeprint, maar in het kadervan het milieu dacht ik: ik hou er maar mee op. Dit zijn allemaal aange-nomen moties van deze Tweede Kamer die zeggen dat er een volwaardigziekenhuis in Heerlen moet blijven. Ik schrik dan een beetje als ik dezeMinister hoor zeggen dat het aan de verzekeraar en de zorgaanbieder iswelke zorg daar blijft, terwijl hier een hele stapel moties ligt waarin wijzeggen dat er een volwaardig ziekenhuis inclusief geboortezorg moetblijven. En dan komt er ergens in een van de Q’en van 2026 een plan. Ishet voor deze Minister acceptabel dat er een plan komt in 2026 waarin diegeboortezorg niet behouden blijft?De voorzitter:«Een van de kwartalen».Minister Bruijn:Ik dank mevrouw Dobbe voor de vraag. Ik wil niet vooruitlopen op hetplan, of dat wel of niet acceptabel is en wat ik dan überhaupt zou kunnen.Daar blijf ik wel graag met u over in gesprek. Ik zal u dus informeren en ikzal me ook laten informeren over de voortgang. Mevrouw Dobbe heeft hetover moties. Er zijn voor deze zomer in ieder geval vier moties aange-nomen over het Zuyderlandziekenhuis. Dat zijn dan waarschijnlijk demeest recente. Mijn voorganger heeft in haar brief van 3 juli een uitge-breide toelichting gegeven op die moties. Dat is nog niet de hele stapel,maar dat zijn waarschijnlijk wel de meest recente.Voor drie van die moties geldt dat ze niet naar de letter maar wel naar degeest worden uitgevoerd. Twee moties vragen om een actieve betrok-kenheid van de Minister bij het maken van plannen op korte termijn voorhet werven en opleiden van zorgpersoneel in de regio Zuid-Limburg. Eénmotie vraagt om een verkenning te starten om een nationaal centrumvoor geboortezorg en innovatie te vormen in de Stadsregio Parkstad. Ditzijn allemaal zaken waar het ziekenhuis zelf over gaat, en niet de Ministervan VWS, maar ik laat me dus informeren; zover kan ik gaan. Dat heeft demotie denk ik ook teweeggebracht. Ik kan wel algemeen landelijk beleidvoeren op het gebied van de arbeidsmarkt.Daarnaast is de wens van de Kamer over het nationaal centrum voorgeboortezorg overgebracht aan het ziekenhuis en de zorgverzekeraars. Ophet pakket van maatregelen dat ik voor de arbeidsmarkt neem, zou ikgraag ingaan, maar ik kijk even naar de voorzitter of daar ook gelegenheidvoor is, want dat is wel een heel pakket. Dat komt misschien ook nog welaan de hand van toekomstige vragen. Anders kunnen we daar straks nogop terugkomen.Eén motie is echt niet uitvoerbaar. Die motie vraagt mij om onderverwijzing naar de Wet marktordening gezondheidszorg een aanwijzing tegeven aan het Zuyderlandziekenhuis om de acute zorg en de acutegeboortezorg in Heerlen te behouden. Die bevoegdheid heb ik niet opgrond van de wet. De wet kent wel een aanwijzingsbevoegdheid, maar diericht zich op de NZa. Daarom is de motie niet uitvoerbaar.Dan heb ik in ieder geval een deel van de moties besproken, denk ik, maarniet de hele stapel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46832 De voorzitter:Beste Kamer, u bent medewetgever, dus wie weet.Mevrouw Dobbe (SP):Ja, precies. Er zijn nog wel meer moties, hoor. Het is goed dat dezeMinister nu een aantal recente moties aanhaalt, maar er zijn er nog eenheel stuk meer. Waar ik van schrik, zijn de woorden: ik ga er niet over en iklaat mij informeren; dat is wat de motie teweeg heeft gebracht. Maar hetgaat om een stapel moties. Het is heel duidelijk dat de Tweede Kamervraagt om het behoud van een volwaardig ziekenhuis, inclusief geboor-tezorg en alle andere dingen die daarbij horen. Deze Minister ziet geenandere rol voor zich dan dat hij zich laat informeren. Wij kunnen ons ookwel laten informeren. Met alle respect, daar hebben we de Minister nietvoor nodig. Wat gaat deze Minister doen om te zorgen dat de wens van deKamer wordt uitgevoerd?Minister Bruijn:Ik begrijp de vraag van mevrouw Dobbe. Deze Minister opereert binnende kaders van de wet, zoals die in dit huis en in de Eerste Kamer zijnvastgesteld. Die wet geeft mij niet de bevoegdheid om in te grijpen in hetzorgaanbod van een individuele zorgaanbieder in overleg met dienszorgverzekeraar. Het enige wat ik u kan zeggen, is dat ik kan wachten opeen wetswijziging om te zorgen dat ik dat wel kan. Maar ik moet me aande wet houden. Ik denk dat u ook de eerste zal zijn om dat te beamen.De voorzitter:Even voor mijn overzicht: er was nog een blok Zuyderland, dat hiernakomt. Wat mij betreft pakken we ze nu gewoon samen. We waren bij hetblok zorglandschap. Zuyderland zou hierna komen, maar wat mij betreftdoen we beide blokken, vier én vijf, nu tegelijk.Minister Bruijn:Dank u wel. Ik ga dus door over Zuyderland. Een vraag van mevrouwDobbe: de eerder gevraagde tabel over personeel en fte was waardevol,maar heeft de Minister inzicht in waar de capaciteit qua personeel mist? Ineen eerdere Kamerbrief is een tabel opgenomen over het personeel vanhet Zuyderland. Naar aanleiding van uw vraag zal ik het Zuyderlandvragen om die tabel te actualiseren. Dat neem ik dan mee in de beant-woording van het schriftelijk overleg, die ik binnenkort naar de TweedeKamer zal sturen, uiterlijk vóór 1 november. Dat zeg ik u toe.Voorzitter. Dan een vraag van de heer Krul namens het CDA over eenander onderwerp: de kinderhartchirurgie. De heer Krul stelt dat er van debeloofde samenwerking niks terechtkomt: ziet de Minister een rol voorzichzelf als stelsel verantwoordelijke en gaat hij de regie naar zichtoetrekken? Laat ik om te beginnen zeggen dat de kinderhartchirurgie ietsis wat ons allemaal enorm raakt. Ik ben zelf weleens op zo’n operatie-kamer geweest. Dan zie je een heel grote operatiekamer, vol apparatuuren mensen. Midden in die operatiekamer ligt een heel klein kindje. Erwordt soms tien uur geopereerd om een leven te redden. Het is natuurlijkontzettend belangrijk dat dit goed en veilig gebeurt, door hoogopgeleidemensen die dat kunnen – daar heb ik veel respect voor – zodat het gezincompleet blijft. Voor patiënten en hun dierbaren is dat dus ontzettendbelangrijk. Ik ben dat met het CDA geheel eens. De verantwoordelijkheidhiervoor ligt in de eerste plaats bij de partijen zelf, vanuit het bestuurlijkakkoord. Ik heb de partijen hier in reactie op de voortgangsrapportage ookop gewezen. Ik wil bespreken hoe zij gaan zorgen dat aan die afsprakenvoldaan wordt. Ik heb daarom als een van mijn eerste acties begin oktoberde umc’s, de IGJ, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, en depatiëntenorganisaties – niet de minst belangrijke stakeholder – bij mijuitgenodigd voor een gesprek over de voortgang van de bestuurlijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46833 afspraken. Ingewikkeld is het, en we kennen allemaal de voorgeschie-denis, maar het moet goed gaan. Ik vind het belangrijk dat die afsprakenook op korte termijn vertaald worden in tastbare en concrete resultaten,zodat patiënten en hun naasten kunnen blijven rekenen op kwalitatiefgoede zorg en verbetering van de kwaliteit. De IGJ is van de situatie op dehoogte en houdt die nauwlettend in de gaten. Overigens is het deinstelling in Groningen zelf die de afdeling gesloten heeft, die hetonderzoek doet en die ernaar streeft om per 1 januari weer te openen. Zomoet het ook gaan. De patiëntenfederaties vonden dat ook een juistebeslissing van de instelling. Daar heeft de IGJ niet hoeven ingrijpen. Ik zaldat gesprek dus begin oktober voeren. Ik zeg u toe dat ik uw Kamerdaarna over de uitkomsten zal informeren.Voorzitter. Dan een vraag van de heer Claassen namens de PVV-fractie. Hijvraagt of ik bereid ben om wettelijk te regelen dat afschaling wordtvoorkomen. Hoe graag ik dat ook zou willen, ik ben daar niet toe bereid. Ikdeel het belang voor patiënten om de zorg waar mogelijk dichtbij teorganiseren. Dat doel hebben we allemaal. Daarvoor ga ik budgetbekos-tiging invoeren. De financiering moet stabiel zijn, de werkgever moetaantrekkelijk zijn, de samenwerking met huisartsenposten moet beter ener moet sturing zijn, zoals door uw Kamer ook gewenst. Ik heb eenhandreiking uitgebracht, ook op verzoek van uw Kamer, voor de dialoog inde regio over het aanbod van zorg. Ook heb ik een voorstel om eenaanscherping van regelgeving over betrokkenheid van de regionalestakeholders, ook de burgemeester, te regelen. Die is op dit moment ininternetconsultatie. Dat is het pakket dat ik hiervoor heb. Zover als eenverbod op afschaling kan en wil ik niet gaan. Het ziekenhuis blijftverantwoordelijk voor de kwaliteit van de zorg die het levert. Dieverantwoordelijkheid moet het ook kunnen waarmaken. Er kunnen groteongelukken gebeuren als er onvoldoende personeel is om goede zorg televeren, maar dankzij het groeipad – ik probeer het even in jip-en-janneketaal – hebben we nu wel een discussie over het normenkader,waarbij ik als Minister ook aan tafel blijf zitten. Dat is om de door uwKamer gewenste sturing ook Wietsproof te maken, zou ik bijna zeggen.De heer Claassen (PVV):Misschien toch een kleine nuance. Het was geen wet of verbod opafschaling. De vraag was om in de wet bij het verbod op winstuitkeringmee te nemen dat ziekenhuizen de winst die ze maken, bijvoorbeeldcumulatief meer dan 30 miljoen over twee jaar, ook inzetten om afschalingte voorkomen. Als een entiteit winst maakt maar wil afschalen, zouden wehier dus met elkaar moeten regelen dat die middelen vooral ingezetmoeten worden om afschaling te voorkomen. Dat is toch echt wel denuance. Een verbod op afschaling zou heel raar zijn. Dat kan nooit deintentie zijn.Minister Bruijn:Ik begrijp meneer Claassen. Dank voor deze nuance en toelichting. Inbestedingen van positieve of negatieve resultaten door zelfstandigerechtspersonen kan ik mij niet mengen. Het stelsel voorziet daar niet in.Het zou wel kunnen als het stelsel gewijzigd wordt. Ik ben een demissio-naire Minister. Een stelselwijziging is niet direct logisch om te gaanondernemen voor een demissionair Minister. Maar ik begrijp het punt vanmeneer Claassen wel.Voorzitter. Mevrouw Dobbe van de SP-fractie vraagt of ik de regie wilnemen over de zorg in Nederland. Ik neem die regie door de randvoor-waarden te scheppen voor de keuzes die in de regio gemaakt worden metbetrekking tot het aanbod van zorg, ook acute zorg. Dan hebben we hetdus over die budgetbekostiging, de handreiking die ik heb gepubliceerdop verzoek van uw Kamer voor de dialoog in de regio en over deaanscherping van de regelgeving en besluitvorming die in internetconsul-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46834 tatie gebracht is. We hebben natuurlijk ook een pakket maatregelen omhet arbeidstekort aan te vallen. Dat is ook vanuit het AZWA een heelbelangrijk transitiedoel. De keuzes moeten uiteindelijk in de regio gemaaktworden. Dat is ook ten behoeve van de regiospecificiteit van bepaaldeproblematiek. Daar weten ze het beste wat goed is voor de patiënt en welkaanbod het beste past bij de zorgvraag en de omstandigheden in dieregio. Maar nogmaals, voor zover ik de randvoorwaarden kan verbeteren,doe ik dat volop, met het zojuist genoemde pakket.Voorzitter. Mevrouw Joseph van de BBB-fractie heeft... O, er is eeninterruptie van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik stel die vraag natuurlijk niet voor niets. Het is ook niet om flauw tedoen. Het is gewoon heel raar dat wij een Minister hebben die verant-woordelijk is voor ziekenhuizen, maar daar eigenlijk niet verantwoordelijkvoor is. Want op het moment dat wij bijvoorbeeld zeggen dat de geboor-tezorg in Heerlen behouden moet blijven, wordt er gezegd: «Ik laat meinformeren, maar eigenlijk heb ik geen andere rol dan dat. We zullen duswel zien wat eruit komt. De verzekeraars en de zorgaanbieders gaan daarnamelijk over.» Het is dus heel logisch dat wij de vraag stellen waar nu deregie ligt. Wie gaat er nou eigenlijk over onze ziekenhuizen? De Ministerziet het in ieder geval niet als zijn rol. Ik heb daar ook een vervolgvraagop. Denk bijvoorbeeld aan de afschaling van de zorg in Zuyderland,waardoor daar geen volwaardig ziekenhuis meer is. Ik heb ook anderevoorbeelden genoemd: in Terneuzen en in Haarlem zien we het nu ook.Vindt deze Minister het eigenlijk een probleem dat die zorg verdwijnt? Deafgelopen tien jaar zijn er negentien afdelingen acute verloskundeverdwenen. Sinds 2011 zijn er negentien spoedeisendehulppostenverdwenen. Sinds 2010 zijn er 28 algemene ziekenhuizen verdwenen.Vindt de Minister dat eigenlijk een probleem? Of zegt hij: ik laat meinformeren, maar ik heb er eigenlijk geen mening over?Minister Bruijn:Ik vind het inderdaad een probleem. Daarom hebben we ook een heelpakket met maatregelen. Dat betreft om te beginnen de budgetbekos-tiging. Er zit een normenkader aan vast. Meneer Claassen vroeg naar hetlandschap. Hoe het zorglandschap er uiteindelijk uitziet, gaan we via datnormenkader bepalen. Bij het normenkader is het de afspraak dat deMinister altijd aan tafel zal zitten. Dat geldt ook voor mijn opvolgers. Dat ishet eerste. Dan hebben we de aanpassingen aan de Wkkgz. De burge-meester en de andere partners in de regio, en desnoods de IGJ, gaandaarover ook zwaarwegende adviezen uitbrengen. Dat is dus nieuw.Daarnaast hebben we natuurlijk de handreiking voor het regionaleoverleg, die ik op verzoek van uw Kamer heb gepubliceerd. Dat zijn duseen aantal zaken. Ook uit onze acties ten aanzien van de mobiel medischeteams mag blijken dat ik het inderdaad een probleem vind. In deambulancezorg gaan we ook van alles veranderen, bijvoorbeeld met eenfunctiedifferentiatie in de meldkamer. Ik noem ook de ic-capaciteit, waarwe straks nog over komen te spreken. Ik neem dus wel degelijk een grootpakket maatregelen. Deels is dat al ingezet door mijn voorgangers. Hetstelsel kan ik echter niet veranderen. Dat kan ik alleen als dat door eenmissionaire Minister gewenst is en het, uiteindelijk, door uw Kamer wordtbesloten. Maar dat is natuurlijk een heel ander traject. Maar: ja, we vindenhet een probleem. Dat is ook de reden om de budgetbekostiging in tevoeren.De voorzitter:Uw laatste interruptie, mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46835 Deze Minister noemt een aantal maatregelen, waaronder budgetbekos-tiging. Dat is heel goed; hij moet dat zeker doen. Tegelijkertijd kan hij nietzeggen of bijvoorbeeld de geboortezorg in Heerlen en de ziekenhuizen inHaarlem en Terneuzen behouden blijven. Voor iets wat de Minister weleen probleem vindt, is dit dan toch geen oplossing? De Minister zal ietsextra’s moeten doen. Als hij het een probleem vindt, moet hij echt eenextra stap zetten en er actief mee aan de slag gaan om te zorgen dat hetgebeurt. Waarom gebeurt het telkens, ondanks... Want de steun van deKamer heeft u, Minister. Ga uw gang. Ga ervoor. Waarom doet de Ministerdat niet?Minister Bruijn:Specifiek wat de verloskunde betreft doen we boven op het pakket ooknog het volgende. We hebben de NZa om advies gevraagd over deinvoering van budgetbekostiging voor de acute verloskunde. Overigensdoen we dat ook voor de ic’s. Die adviezen komen voor het einde van hetjaar. Ik heb de NZa gevraagd om daar echt zo snel mogelijk mee te komen.Ook specifiek voor de verloskunde zijn we dus, natuurlijk, stappen aan hetzetten. Maar dat doen we wel binnen het huidige stelsel. Nogmaals, ikbegrijp de oproep van mevrouw Dobbe heel goed. We staan namelijk aandezelfde kant. We willen de juiste zorg voor de patiënt beschikbaarhebben. In het stelsel zoals het nu is, kan ik alle stappen zetten die ik zet,maar ik kan een instelling niet dwingen om bepaalde zorg te leveren. Datzou ook gevaarlijk zijn. Als bestuurders die zorg bijvoorbeeld doorpersoneelskrapte niet kunnen leveren, zouden ze op dat moment namelijkonmogelijk aan mijn doorzettingsmacht kunnen voldoen.De voorzitter:Gaat u door, Minister.Minister Bruijn:Mevrouw Joseph van de BBB heeft gevraagd of het mogelijk is tijdelijkestaatssteun te geven aan ziekenhuizen die bijna omvallen. Zo ja, waaromis dat dan niet gebruikelijk? Een financiële bijdrage om een ziekenhuisopen te houden kan alleen onder zeer strikte omstandigheden. Dezebijdrage dient ook te voldoen aan Europese staatssteunregels, zoalsmevrouw Joseph ook al noemde. Onder andere moet er sprake zijn vaneen financieel noodlijdende instelling, in dit geval dus een zorginstelling.Het is ook geen oplossing voor personeelstekorten. Ik denk dus dat hetbeter is om onze tijd en energie te steken in het zo snel mogelijk uitvoerenvan het pakket maatregelen van dit kabinet dat we net genoemd hebben,waar ook veel maatregelen in zitten die de arbeidstekorten tegengaan, inplaats van een pad op te gaan dat ongetwijfeld zeer veel langer zal durenen geen oplossing is voor het personeelstekort, dat daar het grootsteprobleem was.Mevrouw Joseph (BBB):Ik heb ook naar de regels gekeken, en die staatssteun zou wel binnen eenpaar weken geregeld kunnen worden. Volgens mij hoeft dat dus niet echteen heel erg lang pad te zijn. Waar de grote zorg dus zit, is dat als jeeenmaal die regionale ziekenhuizen of afdelingen sluit, ze niet meerterugkomen. Dat hebben we bijvoorbeeld ook gezien bij de cruciale ggz.Daarom denkt de BBB dus dat het toch belangrijk is om alles goed in debenen te houden. Het is niet alleen het personeelstekort; het is ook definanciële onzekerheid. Die financiële onzekerheid kan er ook voor zorgendat het personeel ergens anders gaat werken. Als namelijk de hele tijd inde lucht hangt dat je ziekenhuis mogelijk gaat sluiten, dan ga je op zoeknaar meer zekerheid.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46836 Dat was meer een opmerking.Minister Bruijn:Meer een opmerking, ja, maar ik begrijp die heel goed.De voorzitter:Even voordat de Minister verdergaat: u heeft nog twee interrupties,meneer Claassen. U hoeft ze niet op te maken, maar dan weet u hoeveel uer heeft.Minister Bruijn:Voorzitter. Dan gaan wij, denk ik, naar het volgende blokje, en dat zijn deandere belangrijke onderwerpen.De heer Claassen (PVV):Zit in dat blokje ook het onderwerp opleiden?Minister Bruijn:Ja, uiteraard.Voorzitter. Ik kreeg een vraag van mevrouw De Korte van NSC overopleiden. De vraag aan de Minister is: hebben we wel zicht op het aantalbenodigde SEH-verpleegkundigen, ic-verpleegkundigen en ambulancever-pleegkundigen, en wellicht alle verpleegkundigen in de verschillendesectoren? Dat is natuurlijk een hele belangrijke vraag. Het antwoord is ja.Eind 2024 heeft het Capaciteitsorgaan een advies gegeven over debenodigde instroom in de periode 2024–2026 voor niet alleen deze drie,maar voor de zeventien geraamde beroepen. Daaronder vallen ook deSEH-, de ic- en de ambulanceverpleegkundigen. Niet alle verpleegkundigevervolgopleidingen in de verschillende ondersectoren worden overigensgeraamd. In het AZWA zijn wel afspraken gemaakt om te verkennen hoebeter inzicht verkregen kan worden in de behoefte tot opleiden. Dat wordtmede verkend door het Capaciteitsorgaan.Voorzitter. Een vraag van mevrouw De Korte. Het is eigenlijk eenvervolgvraag. Kan de Minister toezeggen dat hij het Capaciteitsorgaan zalvragen om een tweejaarlijkse telling van de aantallen en de behoefte aangespecialiseerde verpleegkundigen? Kan hij toezeggen dat hij hetCapaciteitsorgaan bij de capaciteitsplanning vraagt te kijken naarverschillen in de regio? Kunnen we bij een nieuwe pandemie nog welopschalen? Zijn we voorbereid of opnieuw kwetsbaar? Zoals ik al zei: hetmeest recente advies van het Capaciteitsorgaan komt uit 2024. Die ramingbevat adviezen over de instroom in de periode 2024–2026. Het Capaciteits-orgaan kijkt naar de reguliere zorg. Ter voorbereiding op een pandemieworden andere maatregelen ingezet, zoals de Nationale Zorgreserve. Diestaat daar dus buiten. Die wordt niet meegeraamd. Eens in de drie jaarkomt het Capaciteitsorgaan met een advies. Of het verstandig is dat elketwee jaar te doen, weet ik niet. Ik weet niet of zich daar iets tegen zouverzetten. Maar ik ben zeker bereid, naar aanleiding van de vraag vanmevrouw De Korte, om aan het Capaciteitsorgaan te vragen of dit zouhelpen, of het überhaupt mogelijk is en of het iets zou opleveren. Ikbegrijp de vraag namelijk heel goed. Dan heb je misschien meer de vingeraan de pols, om maar even in medische termen te blijven. Ik ga dat duszeker vragen, zeg ik u toe.Dan was er nog de vraag waarom het instroomadvies voor gespeciali-seerde verpleegkundigen de afgelopen jaren niet is gehaald. Het tekortaan geschikte of geïnteresseerde kandidaten is eigenlijk het belangrijksteknelpunt. Je kunt natuurlijk wel een aantal opleidingen openzetten, maarals minder mensen zich aan de poort melden dan waarvoor je die openhebt gezet, dan is dat de snelheidsbepalende factor, zal ik maar zeggen.Het tekort aan begeleidingscapaciteit speelt overigens ook nog weleenseen rol. Dat is natuurlijk ook een arbeidstekort. Je moet wel voldoendeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46837 mensen hebben die de studenten opleiden. Het is en blijft noodzakelijk –daar vinden we elkaar meteen – om te investeren in nieuwe instroom,zeker gelet op de opgave waar we voor staan. Maar we moeten ook reëelzijn: de stijgende zorgvraag kunnen we niet beteugelen met alleen nieuweinstroom. Daarvoor is het potentieel aan nieuwe instroom onvoldoende.Daarom adviseert het Capaciteitsorgaan ook nadrukkelijk onderzoek naarandere oplossingen, zoals het beperken van de administratieve last en hetinzetten van technologie.Mevrouw De Korte van de fractie van NSC vroeg: «Waarom bestaat dezescheve verdeling in onderzoeksgeld? Kan de Minister toezeggen dat hij deverdeling van onderzoeksgelden tussen medisch specialisten en verpleeg-kundigen eerlijker maakt?» Ik zou bijna zeggen: onderzoeksbudgettenzitten overal. Als je goed om je heen kijkt, zie je er ergens eentje. Denkbijvoorbeeld aan de onderzoeksprogramma’s bij ZonMw of de beschik-baarheidsbijdrage academische zorg. Maar er zijn natuurlijk veel en veelmeer instanties die onderzoeksbudgetten verlenen. Denk ook aan hetLongfonds en de Nierstichting, en ga zo maar door. Die onderzoeksmid-delen zijn niet voorbehouden aan alleen verpleegkundigen of alleenmedisch specialisten.VWS stuurt in de meeste gevallen niet specifiek op de inhoud van dieonderzoeken. Dat zou ook niet goed zijn, denk ik. Dat moet door onafhan-kelijke onderzoeksaanvraagbeoordelende commissies gebeuren. Dat isdus aan de partijen in het veld, zoals beroepsgroepen of aanbieders, diedat meestal zelf organiseren. Aanbieders bepalen dus zelf waar het geldaan besteed wordt. Ik denk dat dat een antwoord op de vraag is. Hetgoede nieuws is wel dat in de hogescholen van Nederland praktijkgerichtonderzoek een prachtige groeibriljant is. Ik heb daar zelf ook als toezicht-houder mogen functioneren. We zien dat snel toenemen. Dat zit natuurlijkook wel heel erg in de hoek van het belangrijke verpleegkundigeonderzoek waar mevrouw De Korte het over heeft.Ik ga naar de vraag van de heer Bushoff van de PvdA-GroenLinks overaed’s en de burgerhulpverlening, maar niet dan nadat mevrouw De Kortehaar...De voorzitter:Voordat u daarnaartoe gaat, heeft mevrouw De Korte een interruptie.Mevrouw De Korte (NSC):Ik dacht: misschien komt er nog wat.Onderzoeksgeld. We zien echt dat medisch specialisten in het ziekenhuisontzettend vaak zijn gepromoveerd, en verpleegkundigen niet. Ik heb ooitin een ziekenhuis gewerkt waar ze zeiden: we willen de allerallerbesteverpleegkundigen. Dat waren toen hbo-verpleegkundigen, maar in deloop van de tijd is dat veranderd. Er zijn landen waar veel meer onder-zoeksverpleegkundigen zijn die ook gaan promoveren. We zien daar echteen enorm scheve verdeling. We zien inderdaad wel dat er op hbo’s ietsmeer onderzoek plaatsvindt, maar het is gewoon heel erg onevenredig.De efficiëntie zal echt verbeteren als er goed onderzoek wordt gedaan. Hetgeeft ook loopbaanmogelijkheden. U zegt: dat zit allemaal in debudgetten. Wij zien het te weinig in de budgetten. Het zou echt mooi zijnals daar, misschien binnen het AZWA of waar dan ook, opnieuw naargekeken wordt, zodat verpleegkundigen ook door kunnen groeien.Minister Bruijn:Ik kom zelf uit het onderzoek. Ik vind het een absoluut relevante vraag. Wehebben overigens in het hbo tegenwoordig ook het professionaldoctorate. Daar wordt dus wel degelijk steeds meer onderzoek gedaan. Ikspreek maandag de AZWA-partners. Ik zeg u toe dat ik die vraag maandagaan hen zal stellen en dat ik u van het antwoord op de hoogte zal stellen,want het is zonder meer een relevante en hele interessante vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46838 De voorzitter:Bent u tevreden?Mevrouw De Korte (NSC):Bedankt voor deze toezegging over het gesprek met de AZWA-partners. Ikwil nog even een stap verder. Ik heb namelijk ook les gegeven aanic-verpleegkundigen. Ze hebben mooi onderzoek gedaan. Ik heb eenvoorbeeld gegeven van hoe belangrijk dat is. Er is zo veel onbekend. Maarals ze een master hebben gehaald voor de ic, is er vervolgens geen functiebeschikbaar. Zou u dus ook die stap willen nemen, willen zorgen dat erook echt functies zijn voor onderzoeksverpleegkundigen, gespecialiseerdeverpleegkundigen, zodat ze daar ook in een functie voor betaald worden?Want dat lukt dus niet binnen de huidige situatie.Minister Bruijn:Dat is natuurlijk aan het veld; dat weet mevrouw De Korte ook. Maar ik zegu toe dat ik die vraag maandag meeneem.Dan de vraag van de heer Bushoff van PvdA-GroenLinks over de aed’s ende burgerhulpverlening. Is de Minister bereid de bekendheid ingemeenten van aed’s en burgerhulpverlening bij reanimatie te vergroten?Kan de Minister daarbij ook iets betekenen in de betaalbaarheid? Het isheel belangrijk om een dekkend netwerk voor burgerhulpverlening enaed’s te hebben. Gelukkig hebben we daarvoor in dit mooie land al grotestappen gezet. Ik denk dat we wereldwijd misschien wel vooroplopen,maar dat is een inschatting. Dat is heel belangrijk. Dat heeft ook te makenmet de first responders en de rapid responders, dat hele snijvlak. Naaraanleiding van uw vraag zeg ik graag toe dat ik in gesprek ga metHartslagNu over hoe we gemeenten beter kunnen informeren over enbetrekken bij een betere dekking van de aed’s en de burgerhulpverlening.HartslagNu is, zoals u weet, de organisatie die de infrastructuur beheerten alarmeringen uitvoert en ontvangt. Zij krijgt daarvoor een instellings-subsidie van VWS. Ik neem dat dus graag mee. Ik ga daarover in gesprek.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dat is in ieder geval heel fijn, en dat is volgens mij één kant van hetverhaal, maar er is ook een andere kant. Die zal de Minister wellicht ookterughoren in dat gesprek. Je kunt online heel mooi inzien waar erallemaal dekking van aed’s is. Dan zie je inderdaad dat Nederland datontzettend goed doet, maar niet in de wijken waar mensen weinig geldhebben. Ik noemde in mijn inbreng een lijstje met wijken op en ik kan ernu nog meer opnoemen. Dat zijn stuk voor stuk wijken waar mensenweinig geld hebben. De aanschaf van een aed door een organisatie kostgeld en de opleiding van vrijwilligers kost vervolgens ook nog € 50 tot€ 100. Dat wordt regelmatig via een aanvullende verzekering vergoed,maar veel mensen met weinig geld hebben niet zo’n aanvullendeverzekering. Hoe gaan we ervoor zorgen dat die financiële barrière, juist indie wijken, doorbroken wordt? Ziet de Minister daar nog kansen voor?Minister Bruijn:Ik zie in ieder geval het grote belang hiervan. Dat is volkomen helder. Degemeenten kunnen zich bij HartslagNu aansluiten en krijgen dan adviesover de vraag hoe ze kunnen zorgen voor een optimale dekking van zowelde burgerhulpverlening als de aed’s. Gemeenten kunnen daar dus terechtvoor advies. Uiteindelijk is het aan gemeenten om op lokaal niveau beleidte voeren om te bewerkstelligen dat de dekking van aed’s en burgerhulp-verleners wordt vergroot, maar ik zal ook deze vraag meenemen in hetgesprek dat ik naar aanleiding van uw vraag zal hebben met HartslagNu.Voorzitter. Dan een vraag van mevrouw De Korte van de fractie van NSCover, wederom, het thema opleiden. Waarom bestaat deze scheveverdeling in scholingsgeld tussen verpleegkundigen en artsen? Dat gaatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46839 dus over scholingsgeld; net hadden we het over onderzoek. Gaat deMinister hierop ingrijpen? Het Ministerie van VWS stelt vanuit debeschikbaarheidsbijdrage medische vervolgopleidingen een kostendek-kende vergoeding beschikbaar voor een groot aantal medische vervolgop-leidingen voor artsen en gespecialiseerde verpleegkundigen. Omdat hetgaat om een kostendekkende vergoeding kan er verschil ontstaan in debijdrage per opleiding: de ene opleiding is veel duurder dan de andere.VWS stimuleert daarnaast het strategisch opleiden in de medisch-specialistische zorg met een subsidieregeling. Vooral verpleegkundigenen medisch ondersteunend personeel maken daar gebruik van. Daarvooris circa 119 miljoen euro per jaar beschikbaar. Ook is in het AanvullendZorg- en Welzijnsakkoord, het AZWA, afgesproken om te investeren inopleiding en scholing, met name voor personeel buiten het ziekenhuis.Deze middelen worden onder andere besteed aan het verstevigen van deinitiële opleidingen en de vervolgopleidingen van verpleegkundigen. Datnemen we natuurlijk ook mee in de monitoring van de uitrol van hetAZWA. Daarvan zal ik uw Kamer uiteraard op de hoogte houden.De voorzitter:Mevrouw De Korte, dit is uw laatste interruptie.Mevrouw De Korte (NSC):Die besteed ik graag aan de opleidingen, want ik kom zelf ook uit die hoek.We horen toch een enorm verschil in de vergoedingen voor medischspecialisten, die € 5.000 krijgen, en verpleegkundigen, die € 300 krijgen.Medisch specialisten kunnen hun opleiding eigenlijk zelf wel betalen. Zeverdienen daar genoeg voor. € 300 is voor een verpleegkundige echt teweinig. Het zou enorm stimulerend zijn als ze ook eens naar eensymposium kunnen gaan. Die € 300 is te weinig om dat te kunnen doen.We zien dus grote verschillen tussen verpleegkundigen en medischspecialisten. Ziet de Minister ook niet dat het eigenlijk oneerlijk verdeeldis?De voorzitter:Ziet de Minister de oneerlijke verdeling?Minister Bruijn:In ieder geval zijn het verschillende bedragen. Of het oneerlijk is, vind ikeerlijk gezegd nog de vraag, want het zijn kostendekkende vergoedingen.Het opleiden van een medisch specialist vanaf het eerste jaar genees-kunde tot het eind van de opleiding, vaak een jaar of twaalf, dertien,veertien later, kost ongeveer een miljoen euro, grofweg. Dat heb ik meooit laten vertellen, maar pint u me er niet op vast; dit heb ik uit dewandelgangen. Voor andere opleidingen ligt dat natuurlijk anders. Dat zijnwe denk ik eens. Desalniettemin, in het AZWA is afgesproken om teinvesteren in opleiding en scholing. Ik zie het punt van mevrouw De Korteheel duidelijk. We moeten daarnaar blijven kijken, maar een overgangnaar een andere wijze van bekostiging als het gaat om de werkgeverversus de overheid en de betrokkene zelf is een stelselwijziging. Dan moetik helaas zeggen: ik moet me bescheiden opstellen, want ik ben eendemissionair Minister; een stelselwijziging is nu denk ik niet goed. Maardat kan wellicht bij de formatietafel aan de orde komen.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Bruijn:De heer Claassen van de fractie van de PVV vroeg: bent u bereid omcontact op te nemen met OCW om plannen te maken om de arbeidspro-blematiek aan te pakken? Er is op dit moment al regelmatig overleg metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46840 OCW. Onze panden staan ook vlak bij elkaar, zoals u weet; de ministeriesliggen op loopafstand van elkaar. Dat gaat dan over de instroom op dearbeidsmarkt. Samenwerking tussen zorg- en onderwijsinstellingen isnatuurlijk cruciaal. Daarom zijn er in het AZWA diverse concrete maatre-gelen afgesproken om de samenwerking te versterken. Het antwoord isdus ja. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan de capaciteit van deopleidingen en het Capaciteitsorgaan, waar we het al over hadden. Deopleidingen zijn natuurlijk vaak een zaak van OCW of deels een zaak vanOCW, terwijl wij vanuit VWS kijken hoeveel mensen we nodig hebben.Dus ja, die discussie loopt en dat contact met OCW is er. Het korteantwoord op uw vraag is dus: ja, dat contact is er al. Dat contact houdenwe natuurlijk ook warm.De heer Claassen (PVV):Ik vraag dat omdat de opleiding voor verpleegkundig specialisten bij CZOligt en CZO onder VWS valt, terwijl de initiële opleiding onder OCW valt.De Minister zei net terecht: als je wilt zorgen dat er meer specialistischverpleegkundigen zijn, zul je moeten zorgen voor aanwas. Dat is initieel.Maar de doorstroom naar specialistische opleidingen ligt bij CZO. Daar zitvaak het pijnpunt. Ik gaf het voorbeeld van EPA’s. Het zou heel mooi zijnals die zouden indalen. De ontwikkeling daarvan is lastig, zoals ik net hebtoegelicht, omdat er wat verschillende invalshoeken aan zitten, maar hetzou mooi zijn als die kunnen landen in initiële opleidingen, die onder OCWvallen, en bij de ontwikkeling, die onder CZO valt. Daar moet een helegoede gezamenlijke aanpak voor komen. Dat zie ik nog niet gebeuren, dusik zou daar graag wat meer duidelijkheid en een toezegging op krijgen.Welke stap gaat dit ministerie hier samen met OCW in zetten?Ten tweede. Ik heb gewezen op eerdere trends die de flexibilisering vanhet onderwijs, de instroom en de doorstroom, zouden kunnen bevor-deren, zoals deeltijdopleidingen die verkort zouden kunnen worden. Zemogen nu niet korter zijn dan twee jaar, terwijl ze op basis van eerderverworven competenties best veel korter zouden kunnen, maar dat magniet meer. De bekostiging van ... Hoe zei ik het net? Ik blader even mijnpapieren door, voordat ik het fout zeg.Minister Bruijn:De nurse practitioners?De heer Claassen (PVV):Dat ook, en de PA’s en zo. Maar ik had het over de Basis Acute Zorg. DeBAZ-subsidie was verlengd, maar is in 2024 gestopt. Het zijn allemaaldingen die je zou kunnen integreren in de BAZ, in de opleiding.De voorzitter:Oké.De heer Claassen (PVV):Maar mijn vraag is ...De voorzitter:Dit is een lange interruptie. Het lijkt bijna een tweede termijn. Nu dus evenuw vraag.De heer Claassen (PVV):Ja, maar mijn interruptie was ook... Ik kom toch even terug op hetZuyderland. Ik mis voor die regio echt plannen die de partners daarsamen maken. Ik heb de bestuursvoorzitter daar ook op bevraagd, maar erkomt geen goed antwoord.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46841 Oké. De Minister.De heer Claassen (PVV):Ik verwacht toch echt dat de Minister voor die regio gaat kijken hoe deinstellingen daar, samen met het MUMC+, dat verantwoordelijk is voor deCZO-opleidingen, veel meer stappen kunnen gaan zetten dan nu.De voorzitter:Duidelijk. De Minister.Minister Bruijn:Dit is inderdaad een heel complex snijvlak tussen OCW en VWS, als hetgaat om physician assistants, nurse practitioners, de nieuwe opleidingenen taakherschikkingen, uiteindelijk ook in het veld. Ik vind het heel terechtdat de heer Claassen dat aansnijdt en ik ben zeker bereid om daarspecifiek met OCW over te gaan praten.De heer Claassen (PVV):Mag ik dan de toezegging dat het erover praten teruggekoppeld wordtmet een eventueel beleidsvoornemen? Want OCW gaat samen met VWSin het beroepsveld investeren.Minister Bruijn:Ik zal u terugkoppelen wat er uit het gesprek komt. Ik kan nu niettoezeggen dat daar ook een beleidsvoornemen uit voortkomt.De voorzitter:Ja.De heer Claassen (PVV):En voor wanneer geldt de toezegging? Dat is van belang.De voorzitter:Q1?Minister Bruijn:Ja.De heer Claassen (PVV):Liever voor het tweeminutendebat.Minister Bruijn:Ik zal dat zo snel mogelijk doen.De voorzitter:Zo spoedig mogelijk.De heer Claassen (PVV):Tot slot, voorzitter. De Minister had het over functiedifferentiatie en overde meldkamer. Even een reminder: we hebben dat voornemen, althans deverdere doorontwikkeling, gestuit. Dat voorstel hebben we althans alscommissie gedaan. Ik zou daar momenteel nog niet te hard warm voorlopen.Minister Bruijn:Daar kom ik in tweede termijn even op terug.De voorzitter:U bent door uw interrupties heen, meneer Claassen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46842 Minister Bruijn:Dan sprak de heer Claassen over opleiden. Hij vroeg wat de status is vande regionale aanpak van medisch-specialistische opleidingen voor artsen.Dat is misschien nog aanvullend op het vorige onderwerp. Ter uitvoeringvan de motie-Paulusma is de afgelopen jaren meer rekening gehoudenmet de spreiding van medisch-specialistische opleidingsplaatsen over hetland. Dit wordt de komende tijd verder uitgewerkt met alle betrokkenveldpartijen en natuurlijk ook met het Capaciteitsorgaan. Ik verwacht deeerste helft van volgend jaar de resultaten hiervan te presenteren en zaluw Kamer daarvan op de hoogte stellen.Dan een vraag van de heer Krul van het CDA over intensive cares en deverkenning van de wetgeving. Hij vroeg: kan de Minister vertellen hoe hijeen basiscapaciteit voor de ic in de wet wil vastleggen? Dat is eenonderwerp dat allang speelt, na corona. De Kamer heeft in 2022 demotie-Westerveld aangenomen, waarin wordt gevraagd om te komen toteen basiscapaciteit van 1.150 ic-bedden. Het is partijen de afgelopen jarenniet gelukt om tot afspraken te komen. Daarom ben ik gestart met eenverkenning van wetgeving met het doel om voldoende ic-capaciteitwettelijk te borgen. Het is wel complex natuurlijk. Ik hoop die verkenningbegin 2026 af te ronden, over een paar maanden dus. Daarna kan ik umeer vertellen over de gevonden mogelijkheden en de implicatiesdaarvan. Maar het staat hoog op de prioriteitenlijst.Dan een vraag van de heer Bushoff van GroenLinks-PvdA: ziet de Ministereen rol voor de overheid bij het aanpakken van het personeelstekort, endan natuurlijk vooral in de zorg? Ja, die rol zie ik en die rol pak ik ook op,samen met de andere betrokken partijen. In het AZWA wordt bijgedragenaan het laten dalen van het personeelstekort met 100.000 mensen tot enmet 2028. Ook in het HLO, het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg, wordtingezet op het verminderen van personeelstekorten in de zorg. Er is eeninterruptie van de heer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dit is volgens mij mijn laatste interruptie. Er gebeuren gelukkig dingen omhet personeelstekort aan te pakken. Het voorstel en de overweging die ikin het debat meegaf, is om specifiek extra inzet te plegen in die regio’swaar het tekort tot hele schrijnende situaties leidt. Ik denk even aan mijneigen provincie, Oost-Groningen, als het personeelstekort zo nijpendwordt dat het Ommelander Ziekenhuis het niet meer kan redden, maarook het Zuyderland. De vraag is: moet je in dat soort regio’s niet specifiekvoor die regio’s een stapje bijzetten als rijksoverheid om met onderwijs-instellingen, woningbouwcorporaties, met gemeenten en met geld ervoorte zorgen dat het aantrekkelijk wordt om daar te gaan wonen, opgeleid teworden en te gaan werken? Zouden we die extra stap niet moeten zetten,juist voor die regio’s?Minister Bruijn:Dat is de bredere inzet van dit kabinet: de regionale benadering oplei-dingen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Daar wordt dus invoorzien. Daarnaast zijn de maatregelen die wij nemen, grotendeelsingevolge het AZWA, het tillen van de capaciteit van de opleiding bovenhet niveau en de raming van het Capaciteitsorgaan, passende zorg, hetslimmer werken met AI en de budgetbekostiging zelf. Ook het halverenvan de administratietijd en het tegengaan van wachtlijsten zijn allemaalmanieren om om te gaan met de personeelstekorten of om die tereduceren. Daarin is natuurlijk ook impliciet volop ruimte voor regionaalmaatwerk.Voorzitter. Mevrouw Joseph van de BBB-fractie stelde een terechte vraagover het schrappen van overbodige regels en indicatieprocedures. VWSheeft in kaart gebracht welke wet- en regelgeving vereenvoudigd ofgeschrapt zou kunnen worden wegens onevenredige regeldrukeffecten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46843 Onder andere de grote verscheidenheid aan VWS-subsidies met verschil-lende verantwoordingsregels en hulpmiddelen werden genoemd, dus westeken eerst de hand in eigen boezem. Een belangrijke conclusie is datwet- en regelgeving vanuit VWS vaak al wel ruim geformuleerd is en datde regeldruk ontstaat door de manier waarop zorgpartijen, zoals toezicht-houders en zorginstellingen, invulling geven aan de vaak bredere kaders.Dat betekent dat VWS dat niet vanachter het bureau met één pennen-streek kan oplossen. Dat moeten we samen met zorgpartijen doen. Binnende werkagenda van de Regiegroep Aanpak Regeldruk wordt aan dediverse knelpunten gewerkt. De Minister van Economische Zaken gooitdaar ook flink de zweep over, kan ik u vertellen, omdat een van zijnhoofdpunten, en daarmee ook van het kabinet, in veel bredere zin minderregels is. Ook is een van de afspraken in het hoofdlijnenakkoord om deadministratietijd rondom herindicaties in het verpleeghuis te vermin-deren. Daarna zal dit verbreed worden naar alle herindicaties in de Wlz ennaar andere sectoren. Kortom, ik vind het een zeer terechte vraag en hetheeft volop onze aandacht.Mevrouw Joseph (BBB):Dank aan de Minister voor het antwoord. We merken inderdaad dat er ookveel regeldruk bij de zorginstellingen komt. Alleen, we zien gewoon –mevrouw Dobbe heeft daar verschillende moties voor ingediend – dat wedaar niet goed komen. We zien dat ze bijvoorbeeld van die vijfminutenre-gistraties afgaan. Ik heb het gevoel dat we meer regie moeten pakken endat er iemand moet komen met meer doorzettingsmacht dan er tot nogtoe is. Is de Minister dat met mij eens?Minister Bruijn:Op dat punt heeft de Staatssecretaris al een toezegging gedaan. Ik kom intweede termijn gedetailleerd terug op wat er precies is toegezegd, wantdat heb ik op dit moment niet scherp.Voorzitter. Wat vindt de Minister van het voorstel van BBB om de winstvan zorgverzekeraars in te zetten voor acute zorg, bijvoorbeeld voor hetbehoud van personeel? Dat is een vraag van mevrouw Joseph. Het spijtme te moeten zeggen, maar ik vind dit inhoudelijk geen goed voorstel.Zorgkosten moeten betaald worden uit de premiegelden die de zorgverze-keraars ontvangen in dit stelsel. Zorgverzekeraars hebben beschikkingover hun premiegelden om de kosten van de acute en de niet-acute zorgvoor hun verzekerden te vergoeden. Als zorgverzekeraars aan het eindevan het jaar geld overhouden, dan gebruiken ze dat om de premie van hetdaaropvolgende jaar te dempen. We zien het dit jaar ook gebeuren dat depremie nauwelijks stijgt. Dat is omdat er middelen zijn die de zorgverze-keraar daarvoor inzet. Geld gaat dus terug naar de premiebetaler, deverzekerden, waar het ook hoort, denk ik. Het kan ook gebruikt worden omde noodzakelijke reserves aan te vullen, waar De Nederlandsche Banktoezicht op houdt. We hebben in het vragenuurtje over het Zuyderlandzie-kenhuis ook besproken wat nou een redelijke solvabiliteit is, oftewel:hoeveel centjes moet je in voorraad hebben om te zorgen dat je plotse-linge problemen kunt voorkomen? Dat geldt bij iedereen thuis ook. Ookjuridisch vind ik het geen goed voorstel, hoe sympathiek ik het ook vind. Ikga als Minister niet over de winst van zorgverzekeraars. Het zijn privaterechtspersonen. Dat zou wederom echt een stelselwijziging vergen en datis op dit moment niet aan de orde. Maar misschien is dat iets voor aan deformatietafel, mevrouw Joseph.Voorzitter. Dan een vraag van de heer Claassen van de PVV-fractie. Wat ishet samenwerkingsplan met scholen om versneld op te leiden totverpleegkundige en gespecialiseerd verpleegkundige?De voorzitter:Gaat u verder. Ik vraag iedereen om niet buiten de microfoon te spreken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46844 Minister Bruijn:Samenwerking tussen zorg- en onderwijsinstellingen is cruciaal. Daaromzijn er in het AZWA diverse concrete afspraken gemaakt om dezesamenwerking te versterken. Dat raakt natuurlijk ook de regio’s en degemeenten in Nederland. Zowel op landelijk als op regionaal niveauworden de komende periode afspraken gemaakt over onder andere hetvernieuwend opleiden en het inbedden van actuele thema’s zoalstechnologie en passende zorg, zeg ik tegen de heer Claassen. Ook hetversneld opleiden tot gespecialiseerd verpleegkundige of medischondersteuner heeft onze aandacht, ook in gesprekken met OCW, waar wehet eerder over gehad hebben. Deze opleidingen zijn modulair ingericht.Per 1 januari 2025 is het mogelijk om te bekostigen per afgeronde lossemodule. Dat is dus goed nieuws, want dat geeft flexibiliteit. Op die manierkunnen zorgmedewerkers losse modules volgen, waarna ze snelleringezet kunnen worden voor die specifieke vaardigheden.Voorzitter. De laatste vraag is van mevrouw Joseph van de BBB-fractie engaat over zorggeld echt aan de zorg besteden. Waarom stelt de Ministergeen normering van managementfuncties zonder directe zorgtaken opmaximaal 5%? Ik neem aan dat het gaat over alle zorginstellingen landelijkbreed. Ik heb zelf 40 jaar in een zorginstelling gewerkt, dus ik begrijp devraag heel goed. Maar mevrouw Joseph stelt dat bij zorgorganisatiesmaximaal 5% van de functies uit management zou mogen bestaan en datdat min of meer wettelijk, denk ik, geregeld zou moeten worden. Dat vindik geen goed idee. Zorginstellingen zijn namelijk zelf verantwoordelijkvoor de aansturing van hun organisatie. Daar ga ik als Minister niet over.Die bevoegdheid heeft u mij niet gegeven bij wet. Dat staat nog los vanhet feit dat een dergelijk percentage moeilijk vast te leggen is. Dieverhouding hangt af van de situatie waarin een instelling zich bevindt envoor welke opgave zij staat. Het zijn de interne en externe toezichthoudersdie geacht worden hier stevig naar te kijken. Het kan zijn dat er bijvoor-beeld bij een reorganisatie wat meer managers nodig zijn. Dan moet erdaarna altijd weer gekeken worden hoe dat wordt aangepast aan eennieuwe situatie. Dat ligt bij het interne en externe toezicht.Dat was de laatste vraag, voorzitter.De voorzitter:Dank. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van dezijde van het kabinet. We gaan gelijk door met de tweede termijn. Deleden hebben 1 minuut 20. De heer Bevers.De heer Bevers (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik dank de Minister voor zijn antwoorden. Zijnvoorbeeld van het BovenIJ sprak me ook zeer aan als het gaat om desamenwerking met bijvoorbeeld het sociaal domein. Dat is een ontwik-keling die ik ook zelf heb gezien bij de spoedeisende hulp van het SpaarneGasthuis. Vanzelfsprekend kunnen deze Minister en de Kamer eroprekenen dat het amendement voor de uitbreiding van de mmt’s vancollega Joseph en mij zal zijn voorzien van een deugdelijke financiering.Daarmee nemen we als Kamer de vlucht naar voren richting de begroting.De Minister heeft een aantal vragen van de VVD beantwoord. Ik begrijpzijn overwegingen over de budgetbekostiging. Ik heb in mijn eerstetermijn gezegd dat er binnen de VVD geen warme gevoelens zijn voor hetuit de marktwerking halen van de acute zorg. Ik heb goed geluisterd en ikneem de overwegingen van de Minister mee, maar ik voel nog steedsgeen toenemend enthousiasme, laat staan dat er sprake is van eentoename van warmte. Maar we zullen de invoering kritisch en met veelbelangstelling volgen en, zoals dat tegenwoordig heet, «met een open blikbekijken».De VVD heeft geen behoefte aan een tweeminutendebat, maar ik denk datdat een eenzaam standpunt is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46845 De voorzitter:Dan gaan we naar de volgende spreker. Dat is mevrouw De Korte.Mevrouw De Korte (NSC):Voorzitter. Dank aan de Minister voor alle toezeggingen. We zijn als NSCheel erg blij dat u de wijkverpleegkundigen echt een rol wilt geven inproactieve zorgplanning. Het gaat met name over mensen die dicht bij hetlevenseinde zijn. Het is dus heel fijn dat u dat binnen het AZWA wiltbespreken. Mijn proefschrift zal ik volgende week geven als er nog eencommissiedebat is en dan ontvang ik ook graag dat van u.Onderzoek naar verpleegkundigen en verzorgenden wilt u ook ter sprakebrengen via het AZWA. Dat is heel fijn. Er zijn echt te weinig onderzoekengeweest binnen verpleegkundigen. Het zal de efficiëntie echt verhogen.Wilt u dat alstublieft meenemen? Wellicht kan ik u nog een paar onder-zoeken van masterverpleegkundigen toesturen, maar die moet ik dan nogeventjes opzoeken. Het is heel belangrijk dat zij ook een functie krijgenbinnen hun werk. Het is namelijk heel mooi als mensen én onderzoekdoen, én aan het bed werken, dus dat zij niet meteen ergens bij eenonderzoeksbureau werken, maar dit echt kunnen combineren, bijvoor-beeld op de ic, de eerste hulp of waar dan ook.Dan wat betreft de scholing van verpleegkundigen en de scheveverdeling. We hopen dat u daar ook over spreekt. We hopen dat u ziet watde verschillen zijn en dat u daar wellicht ook aandacht aan kunt besteden.We zijn hoopvol over alle toezeggingen. Waarschijnlijk zal er geentweeminutendebat zijn, maar ik ga er toch een aanvragen. Of datvolgende week plaatsvindt, is dus de vraag.De voorzitter:Ja, dat is zeker de vraag. Maar u mag het zeker aanvragen. Bij dezen is hettweeminutendebat dan ook aangevraagd. Mocht u dat als commissie perse volgende week willen, dan moet u iets afdwingen bij de komenderegeling van werkzaamheden. Daarover kunt u na dit debat met elkaarberaadslagen. Ik acht de kans vrij irreëel, maar het is aan u. U mag hetgewoon aanvragen. De kans dat het tweeminutendebat na het verkie-zingsreces is met de nieuwe Kamer, is heel reëel.De heer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de Minister en de ondersteuningvoor de beantwoording van de vragen. In de eerste termijn heb ikgepoogd om het belang aan te geven van fundamenteel anders kijkennaar de inrichting van ons acutezorglandschap en daarbij de spread-sheetbril afzetten. Ik denk dat dat cruciaal is. Ik denk dat daar op sommigemomenten stapjes in worden gezet. Tegelijkertijd kunnen we nog meerstappen zetten. Ik heb daarvoor een aantal voorstellen gedaan. Wij zullendat de komende tijd een follow-up geven. Dat is één.Twee. Het ging ook over de medische mobiele teams. WatGroenLinks-PvdA betreft moeten ook Limburg, Overijssel en Gelderlanddaarop kunnen rekenen. Volgens mij gaat dat om een bedrag van om ennabij de 13,5 miljoen euro, of ietsje minder. Wij hadden daar zelf ook eenvoorstel voor, dus wij gaan even kijken of wij ons kunnen vinden in hetandere voorstel dat komt. Volgens mij moeten we dat gewoon als Kamerregelen nu dat niet in de begroting is geregeld.Tot slot over de aed’s. Het is fijn om de toezeggingen van de Minister tehoren dat hij in gesprek gaat over het breder bekendmaken van demogelijkheden om aed’s aan te schaffen en cursussen te doen en dat hijgaat kijken hoe de financiële drempels kunnen worden weggenomen. Ookdaarvoor beraad ik mij op een voorstel voor de komende begrotingsbe-handeling. Daarover zullen we ongetwijfeld nog komen te spreken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46846 De voorzitter:Dank u wel. De volgende spreker is de heer Claassen.De heer Claassen (PVV):Dank u wel, voorzitter. De antwoorden waren soms... Ik heb een paarinterrupties moeten gebruiken om de antwoorden van de Ministerproberen terug te krijgen naar de initieel gestelde vraag. Dat gingbijvoorbeeld over het opleidingsplan voor de regio. Dat wordt gekoppeldaan het AZWA, maar het is mijn angst dat het AZWA daar op de kortetermijn helemaal niks aan gaat doen. Ik ga mijn vraag dus herhalen: kande Minister erachteraan gaan of kan hij stimuleren dat de samenwerkendepartijen, zoals de Zuyd Hogeschool, het VISTA college en het MUMC... Alshet plan er is, kan dat dan duidelijk worden gemaakt aan de Minister? Kanhet plan dan via de Minister aan ons worden voorgelegd, of kan in iedergeval worden gestimuleerd dat er een samenwerkingsplan komt om hetpunt van de capaciteit in de regio op te lossen?Verder is het woord «bevoegdheidswijziging» vaker ter sprake gekomen.Ik hoop ook dat dat vaker blijft gebeuren, want ik denk dat we er inNederland toch wel aan toe zijn dat we daar met elkaar opnieuw naargaan kijken. Ik wacht de twee antwoorden die nog verschuldigd blijven inde tweede termijn even af. Er zijn namelijk nog twee openstaandestukken.Ten slotte heb ik misschien een procedurele vraag. Moet ik voor dezekerheid ook een tweeminutendebat aanvragen, mocht degene die hettweeminutendebat aangevraagd heeft dadelijk als partij niet meer in deKamer zitten?De voorzitter:Ik snap de vraag van de heer Claassen, maar dat hoeft niet. Dat tweeminu-tendebat staat straks gewoon. Dan is het aan een nieuwe commissie enaan een nieuwe Kamer om daar invulling aan te geven. U vraagt duseigenlijk of er twee keer een tweeminutendebat moet worden aange-vraagd. Dat hoeft niet, zeg ik bij dezen. Dan weet u gelijk het antwoord.We geleiden het door, en dan komt het straks gewoon op de agenda. Hetis altijd aan een nieuwe Kamer om te beslissen hoe daarmee om te gaan.Mevrouw Joseph, uw tijd gaat in.Mevrouw Joseph (BBB):Dank u wel, voorzitter. Dank inderdaad aan de Minister en de onder-steuning voor de antwoorden. Ik was blij om te horen dat er vanuit deKamer veel steun was om de mobiel medische teams ook inOost-Nederland en in Limburg op orde te krijgen. Ik hoop dat het voorsteldat wij met de VVD deden, het gaat halen.Ik heb nog wel zorgen over de afdelingen spoedeisende hulp en dergelijkedie de komende twee jaar mogelijk omvallen. Ik had de suggestie gedaanof bijvoorbeeld een ziekenhuis tijdelijke staatssteun kan krijgen. Ik heb ereven naar gekeken. De Twentse ziekenhuizen zitten toch echt in financiëlenood. Daarvoor zou dat mogelijk dus wel mogelijk zijn. Maar volgens mijzijn er meer mogelijkheden voor de korte termijn, zoals met de uitbreidingvan de beschikbaarheidsbijdrage voor de spoedeisende hulp. Ik zou dustoch willen vragen of de Minister zich wil inspannen om te voorkomen dateen ziekenhuis dreigt te verdwijnen of af te schalen de komende tijd.Anders krijgen we straks weer zo’n soort Zuyderlanddiscussie en zijn wealweer te laat. Dat is dus nog een slotvraag.De voorzitter:De slotvraag wordt meegenomen. Dobbe, tot slot.Mevrouw Dobbe (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46847 Over de Zuyderlanddiscussie. Er zijn hier allemaal aangenomen moties –daar refereerde ik al aan en misschien komen er nog wel meer – over dater een volwaardig ziekenhuis in Heerlen moet blijven. Mensen in Heerlenen de regio blijven daar ook aandacht voor vragen. Volgens mij is dat heelterecht, maar deze Minister vat al deze uitspraken van de Kamer op alsiets waar hij niet over gaat en wat hij afwacht. Hij laat zich informerenover de uitkomst of de geboortezorg daar misschien blijft. Dan moeten wijhet als winst zien dat deze Minister zich laat informeren. Nou, daar vind ikwat van. Ik vind dat in ieder geval een beperkte taakopvatting van hetministerschap; dat wil ik hier wel gezegd hebben. Misschien wil deMinister daarop reflecteren.En wat gaat u in de tussentijd doen? Neem de Tweede Kamer, maar ookde lokale politiek in Heerlen, de mensen, de patiënten, de zorgverleners ende experts serieus. Waarom maakt u geen plan van aanpak voor wat ugaat doen, in plaats van alleen maar af te wachten?Hetzelfde geldt voor de ziekenhuiszorg in Terneuzen, in Haarlem en opandere plekken die nu dreigen te verdwijnen. Het kan toch niet zo zijn datdeze Minister dan op zijn handen blijft zitten en zich wel of niet laatinformeren over de uitkomst daarvan?De voorzitter:Dank u wel. We zijn aan het einde gekomen van de tweede termijn van dezijde van de Kamer. Ik schors voor vijf minuten en dan gaan we naar detweede termijn van het kabinet.De vergadering wordt van 13.06 uur tot 13.11 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. We gaan naar de tweede termijn van de zijdevan het kabinet. Ik geef de Minister het woord.Minister Bruijn:Dank u wel, voorzitter. Ik ben nog enkele antwoorden verschuldigd aan deKamer. Allereerst het antwoord op de vraag van de heer Claassen over deontwerpregeling voor de niet-verpleegkundige meldkamercentralist. Deontwerpregeling, op grond waarvan ook andere zorgprofessionals danalleen verpleegkundigen de meldkamerfunctie kunnen uitoefenen, hangtop dit moment voor bij uw Kamer. Dit voorstel is inderdaad gisteren in deprocedurevergadering gestuit tot de behandeling van het schriftelijkoverleg in een door de heer Claassen aangekondigd tweeminutendebat. Ikwil hierbij graag benadrukken dat deze regeling ervoor zorgt dat hetpersoneelstekort op de meldkamer kan worden teruggedrongen. Hetpersoneel kan dan bovendien slimmer, namelijk gedifferentieerd viafunctiedifferentiatie, worden ingezet, zonder dat dit invloed heeft op dekwaliteit. Dat blijkt ook uit onderzoek. Ik zie uw inbreng voor het schrif-telijk overleg graag tegemoet en verheug mij op de verdere discussie.De voorzitter:Het is wel goed om vanuit mijn rol als voorzitter van de commissie op temerken dat we gisteren met elkaar hebben afgesproken dat er volgendeweek tijdens de procedurevergadering ook een soort tijdpad zal wordenvastgesteld. Dan weet u dat ook meteen.Minister Bruijn:Een soort groeipad.De voorzitter:Nou, geen groeipad. Wij doen binnen de commissie VWS niet aangroeipaden, maar aan harde deadlines.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46848 Minister Bruijn:Dan een vraag van de heer Claassen van de PVV-fractie over het Skipr-artikel over de notitie van IGJ inzake differentiatie van spoedzorg. Denotitie van IGJ komt voort uit het AZWA. De IGJ maakt zich geen zorgenover andere verschijningsvormen van spoedzorg. Het gaat hier om eenontwikkeling die de IGJ steunt en waar ze natuurlijk op toeziet. Maar danmoeten er wel goede kwaliteitseisen en een duidelijke terminologie zijn.Dat is vooral voor de patiënt van belang. Ik denk dat de heer Claassendaar ook op doelt. Ik onderschrijf dat volledig. Het belang van de patiëntstaat altijd centraal, in iedere discussie.Ik zie de bijdrage van de IGJ als waardevolle input. Er wordt op ditmoment aan de landelijke spoedzorgtafel gesproken over differentiatievan kwaliteitseisen. Het is goed, heel goed zelfs, en belangrijk dat de IGJhaar reflecties met de veldpartijen deelt. Dat moet en kan aan despoedzorgtafel verder worden besproken.Dan een vraag van de heer Claassen over de onderwijsinstellingen en desamenwerking in de regio Parkstad. Het Zuyderland werkt op het gebiedvan onderwijs intensief samen met Zuyd Hogeschool, VISTA college enhet MUMC. U heeft nog een antwoord van mij tegoed op een vraag in hetschriftelijk overleg over het Zuyderland. Ik zal in die beantwoordinguitgebreid ingaan op uw vraag. Dat doe ik uiterlijk 1 november. Dat is eentoezegging.Dan een vraag van mevrouw Joseph van de fractie van BBB. Hoevoorkomen we dat ziekenhuizen sluiten in de aanloop naar het invoerenvan budgetbekostiging? Door mevrouw Joseph zijn daarvoor een aantaloplossingen aangedragen. Ten eerste weet ik dat ook zorgverzekeraarsvanuit hun zorgplicht zeer gemotiveerd zijn om sluitingen te voorkomenen dat ook steeds vaker doen in gesprek met de regio. Overigens is debudgetbekostiging hier juist een oplossing voor, maar mevrouw Josephdoelt op de tussentijd. Ik doe in dit kader een beroep op zorgverzekeraarsom daar bij de contractering voor komend jaar aandacht voor te houden,want inderdaad is juist de tussenperiode heel belangrijk.De bottomline is dat ik sluitingen vanwege personeelstekorten uiteindelijkniet kan voorkomen. Het is misschien wel mogelijk om binnen enkeleweken ziekenhuisstaatssteun te geven, maar die moet dan achteraf weerworden teruggedraaid, omdat die steun onrechtmatig is. Volgens mijwillen wij dat pad met z’n allen niet op.Mevrouw Joseph van de fractie van BBB vraagt ook of tijdelijke staats-steun mogelijk is vanuit een fonds voor ziekenhuizen die omvallen, enwaarom dit niet gebruikelijk is. Een financiële bijdrage om een ziekenhuisopen te houden kan enkel onder zeer strikte voorwaarden gegevenworden. De bijdrage dient ook te voldoen aan de Europese staatssteun-regels. Wij hebben dat al besproken met elkaar. Onder andere moet ersprake zijn van een financieel noodlijdende instelling, en daarnaast magde steun niet bedoeld zijn voor het oplossen van personeelstekorten. Hetis dus geen oplossing voor een instelling die gesloten wordt vanwegepersoneelstekorten.Het kabinet stelt zich op het standpunt dat het beter is om tijd en energiete steken in het zo snel mogelijk invoeren van de maatregelen van hetkabinet. Het uitbreiden van de beschikbaarheidsbijdrage kan ook niet opkorte termijn gebeuren. Dat geldt ook voor een dienst van algemeeneconomisch belang, gelet op de Europese staatssteunregels. Los van hetfeit dat een fonds niet uitvoerbaar is op korte termijn wil ik natuurlijkvoorkomen dat ziekenhuizen en SEH’s in 2026 moeten sluiten omfinanciële redenen. Ik doe daarom ook een beroep op de zorgverzekeraars.Ik heb die hierover al gesproken. Ik heb hun gevraagd om daar bij decontractering voor komend jaar extra aandacht voor te hebben.Ten slotte, voorzitter, een vraag van mevrouw Joseph over de vijfminuten-registratie. Staatssecretaris Pouw heeft hier een toezegging over gedaan.Zij heeft gezegd dat zij het ermee eens is dat de regie genomen moetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46849 worden. Zij gaat met IZA-partijen in gesprek om te kijken hoe de vijfminu-tennormregistratie nu definitief kan worden uitgebannen. Dat doet zijblijkens haar toezegging voor het kerstreces. Ik sluit me daar natuurlijkvan harte bij aan, en dat geldt voor het hele kabinet.Mevrouw Dobbe vraagt: neem meer regie. Ik zou zeggen: het hele AZWAis eigenlijk gemaakt om de toegankelijkheid beter te laten borgen. Deverschillende maatregelen die we ook in dit debat hebben besproken, zijnallemaal stukjes van de puzzel. Het beeld dat we achteroverleunen enniets doen, werp ik eerlijk gezegd verre van mij. Ik wil graag het helepakket nog een keer met u doornemen, mocht die indruk zijn ontstaan. Erligt echt een flink pakket en ik heb vanaf mijn eerste werkdag in deze baandat heel serieus opgenomen. Ik heb meteen gesprekken gestart en ik hebzorgverzekeraars langs gehad. We rollen dat uit en als dat niet snelgenoeg gaat, blijf ik graag met mevrouw Dobbe in gesprek over waar datdan sneller zou kunnen. Dat gaat van de aanpak van opleidingen tot aande budgetbekostiging en van administratieve lasten tot aanpassing aan deregelgeving. Er is niet één panacee, maar er is wel een combinatie vanmaatregelen. U kunt erop rekenen – dat is een algemene toezegging – datik de tijd die mij gegund is in deze prachtige functie onder uw toezicht,volop zal benutten om hier mijn schouders ten volle onder te zetten. Ikdeel met u volledig de drijfveer van het belang van bereikbare, betaalbareen goede zorg voor alle inwoners van dit land.Voorzitter. Ik kom aan het einde van mijn tweede termijn. Ik wil graag decommissie bedanken voor het prettige debat, dat voor mij ook leerzaamwas. Ik zie uit naar toekomstige debatten met u. Ik ben er trots op dat iksamen met u dit werk mag doen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, u ook dank voor de beantwoording. Die roept nog wel enkeleinterrupties op. Dat zijn echt de laatste, de veegronde. Mevrouw Josephen dan mevrouw Dobbe.Mevrouw Joseph (BBB):Dank aan de Minister voor de beantwoording van de nieuwe vragen. Ikhoor ergens dat staatssteun toch wel kan, maar dat die misschien achterafonrechtmatig blijkt. Ik zou denken dat we hier, net als in de zorg, beterkunnen werken aan preventie, het voorkomen dat de ziekenhuizenomvallen, want we weten dat het achteraf heel moeilijk is om ze weerterug te krijgen. Ik zag dat er bij de ziekenhuizen in Twente sprake is vanfinanciële problemen. Ik hoop dat de Minister het niet alleen overlaat aande zorgverzekeraars – we hebben eerder al gezien hoe dat werkt – maardat hij zich ook inspant om bijvoorbeeld de ziekenhuizen in Twente tehelpen om te kijken of ze overeind kunnen blijven.Minister Bruijn:Ik begrijp de vraag van mevrouw Joseph. Ik heb contact met de zieken-huizen in Twente en die zijn in goed gesprek met de verzekeraars. Ookdaarbij houden we de vinger aan de pols.De voorzitter:Mevrouw Dobbe tot slot.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. Deze Minister hoeft mij niet te overtuigen dat hij heel veeldoet, want dat geloof ik direct. Maar mijn vraag is: in hoeverre stuurt dezeMinister op uitkomsten? De motie die ik de hele tijd aanhaal, vraagt omeen rol van het kabinet, in dit geval deze Minister, om te sturen opuitkomsten. De uitkomst is dan bijvoorbeeld een volwaardig ziekenhuis inHeerlen met geboortezorg en behoud van regionale ziekenhuizen. PreciesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46850 op dat stuk hoor ik geen acties van deze Minister. Hoe stuurt hij opuitkomsten, bijvoorbeeld dat de geboortezorg behouden blijft? Want hetis: ik blijf het afwachten en ik zie wel wat het wordt. Misschien zie ik hetverkeerd, maar dan zou ik graag het plan van aanpak willen hoe dezeMinister stuurt op de uitkomst.Minister Bruijn:Ik zet me daar volledig voor in, maar wel binnen de grenzen van de wet-en regelgeving. Dat is het.De voorzitter:Dat is het. Ja, daar moet u het mee doen. Ik ga er een einde aan breien. Ikdank nogmaals de Minister en natuurlijk de onmisbare ondersteuningvoor alle antwoorden. Ik ga zo met u de toezeggingen doorlopen. Danmoet u kijken of die zijn zoals ze zijn toegezegd. Het tweeminutendebat isaangevraagd door mevrouw De Korte. Dat verzoek geleiden wij door enhet is aan de Griffie om dat plenair een keer in te plannen.Dan gaan we naar de toezeggingen.–Punt één. Het onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit naarmedisch specialisten in loondienst wordt in maart 2026 aan de Kamerverzonden.–Twee. De Kamer wordt in het voorjaar van 2026, ofwel kwartaal 1,nader bericht over het groeipad.Daarbij staat tussen haakjes: uitleg in jip-en-janneketaal. Nou ja, ik denkdat wij elkaar begrijpen op dat punt.–Punt drie. De Kamer wordt periodiek geïnformeerd over de budgetbe-kostiging door middel van tussenrapportages.–De Kamer wordt, zodra die informatie beschikbaar is, nader geïnfor-meerd over de uitwerking van het plan voor geboortezorg in hetZuyderlandziekenhuis na 2030. De oplevering van het plan is voorzienin de tweede helft van 2026.–Punt vijf. De Kamer wordt nader geïnformeerd over de uitkomsten vanhet gesprek met onder meer de umc’s, de IGJ, oftewel de inspectie, enpatiëntenorganisaties over hartchirurgie en kinderchirurgie.Ik kijk even of daar een termijn bij staat. Dat is niet het geval.Minister Bruijn:Dat is zo snel mogelijk.De voorzitter:We doen in deze commissie niet aan «zo snel mogelijk». Het is «eind ditjaar», «begin volgend jaar» of in ieder geval iets preciezer wat betreft hetkwartaal.Minister Bruijn:Ik heb dat gesprek in oktober. Ik kan «eind dit jaar» dus zeker toezeggen.De voorzitter:Eind dit jaar. Dat voegen we toe aan punt vijf.–Punt zes. De Kamer wordt bericht over de uitkomst van het gesprek inhet AZWA, oftewel het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord, over deverdeling van de onderzoeksmiddelen voor medisch specialisten en deopleidingsmiddelen voor verpleegkundigen.Voor wanneer is dat?Minister Bruijn:Dat wordt bij de eerstkomende voortgangsrapportage van het AZWA.De voorzitter:Zit dat ook een beetje in de pijplijn? Oké.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46851 Minister Bruijn:Dat is zo snel mogelijk.Mevrouw De Korte (NSC):Ik zou ’m toch iets preciezer geformuleerd willen hebben.De voorzitter:Dat mag.Mevrouw De Korte (NSC):Dat betreft bij de onderzoeksmiddelen de verdeling tussen verpleegkun-digen en medisch specialisten, want dat staat er niet zo precies bij, en deverdeling van de scholingsmiddelen tussen medisch specialisten enverpleegkundigen.Minister Bruijn:Beide zullen onderwerp zijn van het gesprek.De voorzitter:Oké, dan hebben we dat wat preciezer ingevuld. Ik zet ’m gemakshalveeven op kwartaal 1. Als dat niet kan, dan horen we dat wel weer. Dat iszeker kwartaal 1 van 2026, want kwartaal 1 van 2025 wordt heelingewikkeld. Bij dezen.–Dan komen we bij de zevende toezegging. De Kamer wordt naderbericht over de uitkomsten van het gesprek met HartslagNu over aed’s.«Voor het kerstreces» heb ik er maar aan toegevoegd. Ik zie dat de heerBushoff daarmee akkoord is.–Agendapunt acht. De Kamer ontvangt eind 2025, ofwel zo snelmogelijk, een terugkoppeling van het gesprek met OCW over dearbeidsmarktproblematiek voor het Zuyderlandziekenhuis en de regio.Dat betreft dus een ander Minister, het Ministerie van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap, dus het ministerie dat over de opleidingen gaat. Dit gaatinderdaad over de vraag van de heer Claassen over het Zuyderland; zohadden we hem ook genoteerd.De heer Claassen (PVV):Dat verhaal met OCW is natuurlijk generiek. Dat heeft er natuurlijk invloedop. Dat andere is specifiek voor de regio, maar dat staat los van hetbenutten van alle potentie, wat we met OCW voor elkaar zouden moetenkrijgen.De voorzitter:Dit is altijd heel belangrijk, als een toezegging nader wordt gepreciseerden er over en weer wordt geknikt.Minister Bruijn:Het bredere onderwerp doen we met OCW. Dit is specifiek in het so.De voorzitter:Heel mooi. Dan is de toezegging nog preciezer en scherper.–Punt negen. De verkenning naar de ic-capaciteit wordt begin 2026 aande Kamer verzonden.Dit waren ze. Kijk, dat is altijd mooi. Wacht wacht, stop stop, ik heb er nogéén. Dat is de laatste. Daarna moet u nog even zeggen of ik iets benvergeten.–Tot slot. De beantwoording van het schriftelijk overleg over hetZuyderland ontvangt de Kamer voor 1 november. Daarin wordt devraag van het lid Claassen over de samenwerking tussen de onderwijs-instellingen en het Zuyderlandziekenhuis meegenomen.Deze is er nog ter aanvulling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46852 Dat waren er tien. Dan zie ik mevrouw De Korte en mevrouw Joseph.Eerst is mevrouw De Korte.Mevrouw De Korte (NSC):We hebben ook een toezegging gekregen over proactieve zorgplanningdoor wijkverpleegkundigen. Dat zou binnen het AZWA worden besproken.De voorzitter:Er moet wel een brief zijn. Een toezegging is natuurlijk gewoon... Tja. Watis dat dan?Mevrouw De Korte (NSC):Nou ja, we verwachten dan ook wel een brief over wat daar preciesbesproken is.De voorzitter:Kijk, we hoeven niet per se brieven te bestellen. Het gaat er ook om of hetin lijn is met...Minister Bruijn:We kunnen het in de eerstkomende AZWA-rapportage meenemen.De voorzitter:Die hebben we afgevinkt. Dan kom ik nu eerst bij mevrouw Joseph.Mevrouw Joseph (BBB):Ik had ook begrepen dat de Minister met de provincie in gesprek zou gaanover het luchthavenbesluit.De voorzitter:Maar «in gesprek gaan» en zo...Mevrouw Joseph (BBB):Oké, maar even voor de zekerheid...De voorzitter:Weet je, het is een Minister, hè? Die moet ook gewoon in gesprek gaan enaan de slag.Minister Bruijn:Ik ga daar in ieder geval navraag naar doen.De voorzitter:Oké, mooi.Mevrouw Dobbe (SP):Ik wilde even wat checken, want misschien heb ik niet goed opgelet, overhet Zuyderlandziekenhuis en inzicht krijgen in waar de tekorten zitten voorde opleidingen. Is dat per afdeling? Staat dat er goed in?Minister Bruijn:We gaan de tabel actualiseren.De voorzitter:Hoe precies?Mevrouw Dobbe (SP):Per afdeling?De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46853 Hij wordt later gepreciseerd. Het is dus echt even aan de Minister om tebepalen op welk detailniveau hij dat gaat doen.Minister Bruijn:Dat kan ik nu niet exact toezeggen, maar we gaan het natuurlijk in zo veelmogelijk detail preciseren.Mevrouw Dobbe (SP):Mijn verzoek was echt: per afdeling.Minister Bruijn:Dat nemen we mee.De voorzitter:Oké, check.De heer Claassen (PVV):Misschien heb ik het ook gemist, maar was er niet een toezegging overhet verhaal over het groeipad verduidelijken en simpel uitleggen? Dat zouergens opgepakt worden en tijdelijk worden opgeschreven. Is datgenoemd?De voorzitter:Jazeker. Dat was punt twee.Minister Bruijn:Het is voorbijgekomen.De voorzitter:Uw jip-en-jannekeverzoek.De heer Claassen (PVV):Oké.De voorzitter:Ik heb u zelfs genoemd. U heeft gewoon niet opgelet! Daar ga ik gewoonvan uit.De heer Claassen (PVV):Ik heb wel opgelet, maar misschien niet...De voorzitter:U hoeft niet na te komen, maar u heeft niet opgelet!De heer Claassen (PVV):Misschien heb ik wel opgelet, maar was mijn gehoor op dat momentselectief!De voorzitter:Nee, ik zit u te plagen. Ik heb het opgenoemd. Het was punt twee.Het is bijna 13.30 uur. Ik kom tot een einde van dit commissiedebat. Ik wilin ieder geval iedereen die bij dit debat aanwezig is, danken voor uwgeduld en uw aandacht. Dat geldt ook voor iedereen die het debat via eenscherm heeft gevolgd. Ook aan alle Kamerleden, Minister Bruijn, deonmisbare ondersteuning en iedereen die dit mogelijk heeft gemaakt veeldank. Ik beëindig de vergadering. Tot ziens.Sluiting 13.28 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46854
Gerelateerde bronnen
- Acute zorg
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 25 september 2025, over Acute zorg
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.