Resultaten van de onderzoeken naar de invasiviteit van de wasbeerhond in Nederland
Brontekst
Versie ff3ce24e876a4a40 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2014–2015 26 407Biodiversiteit Nr. 97 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 2 juni 2015 Zoals toegezegd in mijn brief van 10 april 2014 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 780) informeer ik u hierbij over de onderzoeken naar de invasiviteit van de wasbeerhond in Nederland. Tevens reageer ik op de ingediende motie van het lid Thieme van 21 mei 2014 (Kamerstuk 32 563, nr. 43). Op basis van de onderzoeken heeft Bureau Risicobeoordeling & Onder-zoeksprogrammering van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een advies opgesteld. Dit NVWA-advies is opgenomen als bijlage bij deze brief1. Na een kenschets van dit advies en daarmee van de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken geef ik u mijn reactie. Advies NVWA Het NVWA-advies is gebaseerd op twee onderzoeken naar voorkomen, verspreiding en ecologische gevolgen van de wasbeerhond in Nederland en een rapportage over de volksgezondheidsrisico’s van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Deze rapporten zijn gepubliceerd op http://www.vwa.nl/actueel/risicobeoordelingen/bestand/2208583/invasieve-exoten-advies-over-de-wasbeerhond-buro. Het NVWA-advies beschrijft dat de wasbeerhond ofwel marterhond, die zijn natuurlijke verspreidingsgebied in Oost-Azië heeft, na uitzetting in voormalige Sovjet-Unie inmiddels Nederland heeft bereikt. In 2012 en 2013 is in Drenthe voortplanting waargenomen. Na vestiging kan een populatie zich snel uitbreiden, zo is in Litouwen, Polen en Duitsland geconstateerd. Bij de huidige populatieomvang schat de NVWA de invloed op de biodiversiteit in als beperkt. Geïsoleerde amfibiepopulaties en grondbroe-dende vogels in moerasgebieden kunnen gevoelig zijn voor predatie. Als het aantal wasbeerhonden groeit, dan zullen ook deze negatieve effecten toenemen. Mocht de soort op de Waddeneilanden terechtkomen, dan 1Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl kst-26407-97ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2015Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 26 407, nr. 971 vormt hij daar een groot ecologisch risico voor amfibieën en inheemse grondbroeders. Bij een groei van de populatie is er ook een toenemend risico dat mensen in aanraking komen met zoönotische pathogenen: ziekteverwekkers waarvoor de wasbeerhond een drager is en die ook mensen kunnen besmetten. Refererend naar de gezondheidsrisicoanalyse van het RIVM noemt de NVWA onder meer de vossenlintworm Echinococcus multilocaris, een rondworm Trichinella spiralis en de bacterie Francisella tularensis (veroorzaker van hazenpest of tularemie). De risico’s zijn groter bij mensen die vanwege beroep of hobby in contact komen met wilde dieren. Tot slot geeft de NVWA in het advies ook aan dat een toename van de wasbeerhondenpopulatie ook leidt tot een grotere kans op overdracht van ziekten op de (vooral buitengehouden) varkens. Samengevat adviseert de NVWA om de volgende maatregelen te (laten) nemen: –delen van het advies met de directie Publieke Gezondheid van het Ministerie van VWS vanwege de zoönotische risico’s; –beschermen van lokaal kwetsbare soorten tegen de wasbeerhond (in het bijzonder indien de wasbeerhond op de Waddeneilanden terecht komt); –bijhouden van de populatieontwikkeling van de wasbeerhond in Nederland, indien mogelijk met bestaande cameravallen; –monitoren van het voorkomen van de zoönosen Echinococcus multilocularis, Trichinella spiralis en Francisella tularensis in de wasbeerhondenpopulatie; –als de populatie wasbeerhonden toeneemt, gerichte risicocommunica-tie voeren; –als beheer van de populatie nodig is, dit gecoördineerd en planmatig uitvoeren. Ik volg het advies van de NVWA, dat ik inmiddels onder de aandacht heb gebracht van de directie Publieke Gezondheid van het Ministerie van VWS. Ik zal de NVWA verzoeken om samen met betrokken partijen de monitoring van de wasbeerhond en zoönosen uit te werken. De motie van het lid Thieme van 21 mei 2014 (Kamerstuk 32 563, nr. 43) verzoekt de regering om het afschieten van wasbeerhonden niet meer toe te staan. Het NVWA-advies geeft aan dat een groeiende populatie wasbeerhonden leidt tot een toename van de risico’s voor biodiversiteit, voor menselijke gezondheid en voor de diergezondheid in de varkenshou-derij. Momenteel is de wasbeerhond (ofwel marterhond) op grond van artikel 2 van de Regeling beheer en schadebestrijding dieren, in bijlage 1 aangewezen als «andere diersoort» (exoot) waarvan de stand door gedeputeerde staten kan worden beperkt volgens gronden genoemd in artikel 67, eerste lid, van de Flora- en faunawet. Als de populatie wasbeer-honden toeneemt kan het nodig zijn om beheermaatregelen te nemen. Daarom zal ik vooralsnog de wettelijke status van de wasbeerhond niet wijzigen. De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. DijksmaTweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 26 407, nr. 972
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.