KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 15 december 2025, over Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen (Asielnoodmaatregelenwet) (novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf)

23 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a82977291516ab61 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 855Wijziging van het voorstel van wet tot wijzigingvan de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemenewet bestuursrecht in verband met maatregelenom de asielketen te ontlasten en de instroomvan asielzoekers te verminderen(Asielnoodmaatregelenwet) (novelle aanpassingstrafbaarstelling illegaal verblijf)Nr. 18 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 23 januari 2026 De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft op 15 december 2025overleg gevoerd met de heer Van Weel, Minister van Asiel en Migratie,over:–het wetsvoorstel Wijziging van het voorstel van wet totwijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wetbestuursrecht in verband met maatregelen om de asielketen teontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen(Asielnoodmaatregelenwet) (novelle aanpassing strafbaarstel-ling illegaal verblijf) (Kamerstuk 36 855).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,VijlbriefDe griffier van de commissie,Burger kst-36855-18ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 181 Voorzitter: Michon-DerkzenGriffier: BurgerAanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Boomsma, Bart van denBrink, Ceder, Diederik van Dijk, Van Meijeren, Michon-Derkzen, Paternotte,Van der Plas, Rajkowski, Teunissen, Vondeling en Westerveld,en de heer Van Weel, Minister van Asiel en Migratie.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Goedemorgen allemaal. Ik open hierbij dit wetgevingsoverleg. We zijnhier vandaag met de vaste commissie voor Asiel en Migratie. We hebbenvan 10.00 uur tot 17.00 uur; we gaan zien of dat nodig is. We bespreken denovelle, geheten «aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf». Ik heet deMinister van harte welkom. Natuurlijk ook iedereen op de publieke tribuneen degenen die anderszins dit debat volgen van harte welkom.Het is een WGO. Dat betekent dat de leden vooraf een indicatievespreektijd hebben opgegeven, maar dat ze in principe niet aan een vastespreektijd zijn gebonden. Hetzelfde geldt voor interrupties. Om daar ietsvan orde in aan te brengen, zou ik willen voorstellen om drie interruptiesin tweeën of zes losse vragen te doen. Dan kijken we of dat voldoende is.Als het allemaal niet leidt tot een goed debat, dan kunnen we het daaroverhebben, maar ik zou dus willen beginnen met drie interrupties of zes lossevragen. Dat gezegd hebbende: meneer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Ik kan me voorstellen dat je er bij zo’n wet, met zo’n maatschappelijkediscussie, met drie keer twee niet zo heel snel komt; dat zal natuurlijkverschillen per persoon. Ik maak me een beetje zorgen om het volgende:als we zeggen «daar beginnen we mee», dan denken mensen dat heteigenlijk een beperking is die later wordt opgerekt, waardoor je een watgekke verhouding in het debat krijgt.De voorzitter:Dit is een klassieke reactie op het voorstel. Toch wil ik daarmee beginnen,dus ik zou gewoon zeggen: zes vragen of drie interrupties in tweeën. Datis het uitgangspunt. Kijk, ik wil maar zeggen: ik snap ook wel dat het eenWGO is, maar je moet ergens van uitgaan. Daar zou ik dus als startpuntvan uit willen gaan, tenzij u dat in meerderheid anders wil; dan ben iknatuurlijk als was in uw handen. Maar we moeten ergens mee beginnenen daar zou ik mee willen beginnen.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik ben het eens met de heer Paternotte. Juist omdat dit zo’n groot voorstelis, kan ik me ook voorstellen dat we meer vragen gaan hebben.De heer Ceder (ChristenUnie):De reden waarom we hier zitten, is dat er, ondanks dat deze wet al in deEerste Kamer ligt, een parlementaire blunder heeft plaatsgevonden. Dat isdoor een combinatie van snelheid en andere factoren. Maar juist om ...De voorzitter:Wat is uw reactie op het voorstel van de heer Paternotte?De heer Ceder (ChristenUnie):Juist om op dit punt een herhaling van zetten te voorkomen, zou ik ookecht uitgebreid de tijd willen nemen. We hebben deze wet namelijk al eenkeer behandeld en ik zou dat niet nog voor een derde keer willen doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 182 De voorzitter:Daarmee zegt u dat u het voorstel van de heer Paternotte steunt. Ik kijknaar anderen.Mevrouw Rajkowski (VVD):Uiteraard begrijp ik de wens om meer interrupties te plegen. Daarom hebik dat tijdens de plenaire behandeling van de asielwetten ook gesteund.Wat er toen echter gebeurde, is dat sommige partijen meer dan 40interrupties hebben gepleegd. Ik dacht «ik ben vrijgevig», maar op hetmoment dat ik aan de beurt kwam met mijn vragen, werd ik daardoorbeperkt en heb ik maar een paar vragen kunnen stellen. Ik vind het dusmoeilijk als we het loslaten en dat dan betekent dat een paar partijen heelveel vragen kunnen stellen en andere heel weinig. Misschien kunnen wedie drie in tweeën wat oprekken, maar bij de voorgaande asieldebatten,toen ik vrijgevig was in het loslaten, heeft dat mijzelf uiteindelijkbenadeeld, dus tegen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Er hangt al zo’n zweem van onzorgvuldigheid rondom deze wetgeving,dus ik zou willen voorstellen om het vrij te laten. Ik heb meerdere WGO’sgezien waarin dat prima ging. Er ligt ook een verantwoordelijkheid bij deKamerleden zelf om dat te handhaven.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat het voorstel van de heer Paternotte door een aantalmensen wordt gesteund, maar nog niet door de meerderheid. Misschiengaat mevrouw Van der Plas u helpen, meneer Paternotte.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik wil me aansluiten bij de woorden van mevrouw Rajkowski. Laten weeen beetje ruimte laten, maar ik heb ook debatten meegemaakt waarin er40 interrupties waren van één persoon. Dat lijkt me een beetje te gek, duslaten we het wel een klein beetje in de hand houden.De voorzitter:Dat is ook exact waarom ik een voorstel vooraf doe, om het een beetje inde hand te houden zonder dat in beton te gieten, maar dat leidt dus tot ditordedebat.De heer Van Meijeren (FVD):Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Teunissen. Ik vind datsnelheid het niet mag winnen van zorgvuldigheid, zeker niet ten aanzienvan wetgeving. Ik zou dus de ruimte willen houden voor een goed,inhoudelijk debat, met de nodige interrupties.De voorzitter:Nou, goed. Dat gezegd hebbende blijven we bij de drie interrupties intweeën, wat niet in beton gegoten is, en geef ik het woord aan de heerCeder voor zijn bijdrage in de eerste termijn.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Is een kom soep uitdelen strafbaar? Dat is eenvraag die vele hulporganisaties en het parlement in Nederland al een paarmaanden bezighoudt. Het is ook een vraag die voortvloeit uit de wet dieeen aantal maanden geleden is aangenomen: de Asielnoodmaatrege-lenwet, die nu in de Eerste Kamer ligt. De Tweede Kamer heeft de wensom de gevolgen van het aangenomen amendement van mevrouwVondeling niet in volle zin te laten uitkomen, namelijk de gevolgtrekkingdat hulpverleners ook strafbaar zouden zijn. Daarom is Minister van Weelaan de slag gegaan met een novelle, waar ik hem erkentelijk voor ben. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 183 is de reden waarom we dit hier weer bespreken. We bespreken niet degehele Asielnoodmaatregelenwet, want die ligt in de Eerste Kamer. Devraag die nu voorligt, is of de Kamer kan instemmen met de novelle dieMinister van Weel heeft voorbereid, waardoor er een gewijzigd voorstel inde Eerste Kamer komt te liggen.Voorzitter. Voor de fractie van de ChristenUnie zijn drie vragen van belang:doet de novelle wat die zegt te doen, doet de strafbaarstelling vanillegaliteit wat die zegt te doen en doet het terugkeerbeleid an sich wat hetzegt te doen? Aan de hand van die drie lijnen zal ik proberen een aantalvragen te stellen, mede omdat er nog veel onduidelijkheid is, ondanks debeantwoording van de Minister van een flink aantal vragen.Allereerst de vraag of de novelle doet wat die zegt. Een breed deel van deKamer wil niet dat hulp aan mensen zonder papieren strafbaar wordt. Datheeft zich als volgt geuit. Nadat het amendement was aangenomen,gingen meerdere parlementariërs ervan uit dat het hulp niet strafbaarstelde. Maar nadat onder andere de Raad van State en andere juristenaangaven dat dat wel het geval was, hebben meerdere parlementariërsaangegeven dat dat niet de bedoeling was en had mogen zijn. DeChristenUnie heeft tegen het amendement-Vondeling gestemd, want voorons is een boete op medemenselijkheid of de strafbaarstelling vanmedemenselijkheid onacceptabel. Minister van Weel heeft getracht eennovelle voor te leggen waarin in principe wordt gesteld dat hulp aanillegalen, aan mensen zonder papieren, niet meer strafbaar is of in iedergeval niet op grond van dit artikel.Voorzitter. Onze fractie, maar ook andere partijen, hebben hier wat vragenover gesteld. Als je de wetstechniek induikt, blijven er een aantal vragenleven bij de ChristenUnie. Die worden ook niet weggenomen door debeantwoording van de vragen. Dat roept bij de ChristenUnie alsnog devraag op of de novelle doet wat die zegt. Ik zal een voorbeeld geven.Tijdens een rondetafelgesprek trad onder andere de politie aan om teksten uitleg te geven over de impact van het wetsvoorstel. Ik stelde de vraag:als er een rij staat van mensen zonder papieren om een kom soep tekrijgen, is het dan denkbaar dat iemand alsnog strafbaar wordt gesteld alshet gaat om een vreemdeling die een inreisverbod heeft? Je kunt aan devoorkant immers niet weten of iemand strafbaar is op grond van hetartikel dat de Minister nu in een novelle heeft neergelegd, op grond vaneen inreisverbod of op grond van een ongewenstverklaring, die overigensook geamendeerd is tijdens de wetsbehandeling van het asielnoodmaat-regelenpakket. De politie zei een beetje lachend: dat kan iemandinderdaad niet weten.Van het weekend hebben we ook brieven gehad van advocaten dieaangeven dat er een leemte zit in de wetgeving, namelijk het definiërenvan een criminele organisatie. Het gaat dan niet om een individu, maarom iemand die deel is van een organisatie, die middelen en financiënkrijgt om iemand te helpen die strafbaar is. Zou je op grond daarvan ookstrafbaar gesteld kunnen worden? Mijn vraag aan de Minister is of hetklopt dat al deze vormen er alsnog toe kunnen leiden dat hulpverlenersstrafbaar gesteld kunnen worden. Mijn tweede vraag is als volgt. DeMinister zegt dat hulpverleners niet strafbaar gesteld kunnen worden. Hetvaststellen daarvan vindt plaats door middel van een ontslag vanrechtsvervolging. Ze moeten dus wel door een procedure heen. Heel veelhulpverleners willen gewoon hun werk doen. Die willen niet pas tijdenseen procedure aantonen of ze wel of niet strafbare feiten hebbengepleegd. Klopt mijn veronderstelling dat als iemand een beroep doet opde uitzondering in de novelle, diegene wel degelijk strafbaar is, maar ersprake is van een strafuitsluitingsgrond, waardoor er ontslag vanrechtsvervolging plaatsvindt? Dat zou betekenen dat iemand wel voldaanheeft aan de delictsomschrijving, maar dat er sprake is van een strafuit-sluitingsgrond.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 184 Voorzitter. Deze zorgen blijven, niet alleen bij onze fractie, maar ook bijflink wat hulpverleners, zo bleek de afgelopen dagen. Het kan nietvastgesteld worden dat de novelle die er nu ligt, waterdicht is. Als dat zois, betekent dat dat de vraag waarmee ik begon, of een kom soepstrafbaar gesteld kan worden, niet volmondig met «nee» beantwoord kanworden en dat de casus en de context wel degelijk uitmaken. In eensituatie waarin iemand een ongewenstverklaring heeft, is een kom soepoverigens wel degelijk strafbaar. Dat was het overigens al, maar daarheeft volgens mij geen actief vervolgingsbeleid op plaatsgevonden.De heer Boomsma (JA21):Ik denk dat de heer Ceder er terecht op wijst dat het nog steeds strafbaarzou kunnen zijn om hulp te bieden aan iemand die ongewenst is verklaardof een inreisverbod heeft. Daar hebben anderen ook op gewezen. Maardat is toch al decennia het geval? Daar verandert dus helemaal niks aan. Ishij er ook mee bekend dat juist is gebleken dat er nog nooit is vervolgd endat het risico in die zin wel heel erg denkbeeldig is?De heer Ceder (ChristenUnie):Tijdens een rondetafelgesprek is inderdaad aangegeven dat een persoondie hulp verleent aan iemand met een ongewenstverklaring nu alstrafbaar is. Dat klopt ook. Dat is het al heel lang. Maar er zijn deafgelopen maanden drie dingen gebeurd. Allereerst is de ongewenstver-klaring gewijzigd. We zitten hier nu vanwege de novelle ten aanzien vande strafbaarstelling van illegaliteit, maar er zijn een paar maandengeleden heel veel amendementen ingediend die het nieuws niet gehaaldhebben. Een daarvan is van mijn collega Rajkowski en mevrouw VanZanten. Dat heeft ervoor gezorgd dat de drempel voor ongewenstver-klaring aanzienlijk is verlaagd. Normaal gaat het om een celstraf van driejaar of meer; dat is verlaagd naar twee jaar of meer. Dan zou je kunnendenken: wat maakt dat nu uit? Nou, best veel. Denk aan iemand dieuitgeprocedeerd is en bijvoorbeeld een diefstal pleegt, geweld pleegt ofhaat zaait – eigenlijk alle dingen waarvan wij zeggen: dat moeten we inNederland niet normaal vinden. Dat vind ik ook. Die mensen kondenvoorheen niet een ongewenstverklaring krijgen, maar als het asielnood-maatregelenpakket wordt aangenomen, kunnen zij die wel degelijkkrijgen. Als dat beleid uitgevoerd wordt, krijgen veel meer mensen in ditland een ongewenstverklaring. Die drempel was eerst veel hoger dan nu.Het tweede is dat er nu geen sprake is van een actief vervolgingsbeleidten aanzien van die groep. Afgaande op de memorie van toelichting is hetde bedoeling – daarom heeft een meerderheid van de Kamer dit ookaangenomen – dat mensen die aan de delictsomschrijving voldoen, actiefaangepakt worden. Als dat niet gebeurt, heeft deze wet geen meerwaarde.Volgens mij willen de partijen die hiervoor gestemd hebben dat dezespecifieke groep ook actief vervolgd wordt. Anders dan de afgelopendecennia, toen er geen actief vervolgingsbeleid was, gaat dat nu dus welplaatsvinden. Als je deze wet serieus neemt en gaat uitvoeren, kom je dusin de volgende situatie. Stel dat bij het Leger des Heils twintig mensenzitten, allemaal zonder papieren, waarvan de een strafbaar is op grondvan het voorstel dat we nu bespreken, en een of twee anderen strafbaarzijn op grond van een ongewenstverklaring. Bij een aantal mensen ben jedan wel degelijk vervolgbaar op het moment dat je hun hulp biedt en bijeen andere groep niet. Dit is dus een andere situatie dan de situatie diezich in de decennia hiervoor heeft voorgedaan.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Boomsma.De heer Boomsma (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 185 Wat de heer Ceder zegt, klopt wel, maar de conclusie die hij daaraanverbindt niet. Zelfs toen de drempel om een ongewenstverklaring tekrijgen nog veel hoger lag, en mensen dus veel meer op hun kerfstokmoesten hebben voordat ze ongewenst konden worden verklaard, werdhulp aan die mensen niet vervolgd, hoewel het al wel strafbaar was. Hetfeit dat die drempel nu wat omlaaggaat, betekent toch niet dat menseneerder zullen worden vervolgd voor het bieden van hulp? Er wordtvervolgingsbeleid ingesteld, maar dat richt zich juist niet op mensen diehulp bieden. Dat wordt hier juist besloten.De heer Ceder (ChristenUnie):De heer Boomsma stelt – ik probeer zijn woorden even goed te parafra-seren – dat omdat voorheen niet is gebleken dat iemand die hulpverleende aan mensen die zware misdrijven gepleegd hebben, alsstrafbaar werd gezien, de kans groot is dat dat ook nu niet het geval is.Het verschil is dat er nu geen actief vervolgingsbeleid is ten aanzien vande hulpverleners – dat is de suggestie die u doet, maar dat gaan we nietmeer doen – maar wel ten aanzien van de mensen die geen papierenhebben, uitgeprocedeerd zijn en terug kunnen. Stel dat je die groep in hetLeger des Heils hebt. Die groep heb je nu; die zijn nu niet strafbaar, maarover een aantal maanden wel, als de Tweede en Eerste Kamer hiermeeinstemmen. Stel dat je je specifiek op die groep zou willen richten. Ze zijnallemaal strafbaar, sommigen op grond van een ongewenstverklaring ensommigen op grond van het artikel waarover we het hebben. Als depolitie dan binnenkomt en vervolgens iemand aanhoudt, kan je nietuitsluiten dat hulpverlening aan degenen die een ongewenstverklaringhebben gekregen, wel degelijk strafbaar is. U zegt: het richt zich er niet op.Dat is waar, maar volgens mij wil niemand dat hulpverleners vervolgdworden. Alleen, wat wij hier aan het doen zijn, heeft dat wel tot gevolg.We trekken nu namelijk een administratieve handeling, mensen uitzetten,in het strafrecht. Een logische gevolgtrekking daarvan is dat de hulpdaaraan – denk aan medeplegen of iets anders – ook strafbaar is, vooralomdat het een misdrijf is. Het is een consequentie van wat wij doen doorhet nu vanuit het bestuursrecht naar het strafrechtelijke te trekken. Diesystematiek kunnen we niet buigen. We kunnen in dit geval ook geenuitzondering maken, tenzij we al bij voorbaat weten dat het wetsvoorsteldat we nu of later in stemming brengen, geen effectieve optie is omdathet in de praktijk niet gehandhaafd zou kunnen worden zoals we nu voorogen hebben.De voorzitter:U vervolgt uw betoog, meneer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter. Uit het interruptiedebat met de heer Boomsma blijkt volgensmij dat niet uitgesloten kan worden dat hulp strafbaar is. Dat staat los vande vraag of dat toegepast gaat worden, want dat is een tweede. Dat heeftnamelijk te maken met het beleid. De Minister kan wel een aanwijzinggeven, maar uiteindelijk is het aan het OM om daar een zelfstandige keuzein te maken. Dan vervalt wel de opdracht die de Kamer aan de Ministergaf, namelijk om dat eruit te halen en hulp niet strafbaar te maken. Dan ishet niet minder aannemelijk, maar niet strafbaar. Volgens mij heeft deMinister, door de andere mogelijkheden wel nog in stand te laten, daarniet helemaal aan voldaan. Ik ben benieuwd naar de reactie van deMinister daarop.Uit het rondetafelgesprek en de vele brieven die we hebben gekregen nahet gesprek met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de politie– denk ook aan brieven die we hebben ontvangen van de rechtspraak ende advocatuur – blijkt dat de stevige stelling dat hulp nooit strafbaar isniet onderbouwd kan worden; dat is in ieder geval onze stelling. VolgensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 186 mij zou je alleen maar kunnen onderbouwen dat het niet waarschijnlijk isof in ieder geval niet de intentie is. Dat is volgens mij iets anders. Daar zouik wel graag duidelijkheid over willen hebben, ook omdat er veelhulpverleners in de zaal zitten of meekijken die zich daar de afgelopenweken enorme zorgen over hebben gemaakt.Voorzitter. Ik maak me er zorgen over of de novelle doet wat die zegt ofbeoogt. Deze novelle is natuurlijk een uitvloeisel van een veel groteramendement, dat ziet op strafbaarstelling van illegaliteit. Strafbaarstellingvan illegaliteit zat niet in het noodmaatregelenpakket. Men was ook nietvoornemens om het in het pakket te zetten. Sterker nog, toen het voorstelvan mevrouw Vondeling werd geamendeerd, is dat ontraden door deMinister. Het is dus een beetje gek dat we hier zitten om te spreken overhet aanpassen van een amendement dat, als het aan Minister van Weelhad gelegen, nooit tot een meerderheid van stemmen had kunnen komen.In de beantwoording van de vragen gaat het heel veel over de novelle,maar niet over de strafbaarstelling van illegaliteit an sich. Maar ook dievraag zouden we moeten stellen, want als de novelle het haalt, blijft destrafbaarstelling van illegaliteit in het wetsvoorstel staan. Daar is geendeugdelijke wettelijke procedure overheen gelaten. Uit de beantwoordingvan de allereerste vraag blijkt ook dat er geen antwoord kan wordengegeven op de vraag over hoeveel mensen we spreken. Als de vraagwordt gesteld hoeveel celcapaciteit we hiervoor moeten reserveren, kandaar geen antwoord op gegeven worden. Op de vraag wat het betekentvoor de jeugdzorg – volwassenen die hier zijn en aan het delict voldoen,kunnen immers vastgezet worden en dat heeft automatisch gevolgen voorschoolgaande kinderen – kan geen antwoord gegeven worden. Op devraag wat de impact is op het aantal beroepszaken en procedures en watde impact op de rechtspraak is, kan geen antwoord gegeven worden.Voorzitter. Dit zijn serieuze uitvoeringsvragen waarvoor het juist belangrijkis dat je aan de voorkant een ordentelijke wetsprocedure hebt. Door dit nuin een amendement te gieten, het er niet over te hebben en het slechts tehebben over de vraag of hulp strafbaar gesteld moet worden of niet, gaanwe voorbij aan de fundamentele vraag of er überhaupt voldoende isnagedacht over de strafbaarstelling van illegaliteit. Als ik naar debeantwoording van het ministerie kijk, zie ik dat er gewoon nog te veelvragen liggen waar je logischerwijze een antwoord op moet krijgenvoordat je een wetsvoorstel ordentelijk met elkaar kunt bespreken.Ik zal mijn vragen daarom opnieuw stellen. Over hoeveel mensen sprekenwe? Ik weet dat als we het in de Tweede Kamer hebben over illegalen, weheel vaak denken dat het gaat om mensen met een asielverleden. Diegroep is er, maar de groep illegalen is een veel grotere. Ik heb familie-leden die na de onafhankelijkheid van Suriname in de knel zijn gekomenen heel lang geen papieren hebben gehad. Er zijn schoolgaande kinderendie hier geboren en getogen zijn en die nooit een asielverleden hebbengehad, maar die door verschillende omstandigheden in Nederland wonen,Nederlands spreken en Nederlandse vrienden hebben. Er zijn hier mensendie uit een land komen dat na de val van de Sovjet-Unie niet eens meerbestaat en die op welke wijze dan ook altijd hun weg hebben weten tevinden hier in Nederland. Het gaat dus niet alleen maar om mensen meteen asielverleden; het gaat om een veel grotere groep. Mijn simpele vraagluidt als volgt. Als wij strafbaarstelling loslaten op deze groep, om hoeveelmensen gaat het dan? Een paar weken geleden kon het ministerie hiernog geen antwoord op geven, maar ik hoop dat de Minister dat nu welkan, want het lijkt me relevant om te weten wat de omvang van dezegroep is. Dat is een van mijn vragen.Ook de volgende vraag lijkt me relevant. Als deze mensen van een delictworden beschuldigd, hebben zij recht op een advocaat. Een advocaat kaniemand bijstaan en als er een vonnis is ook in beroep gaan. Hoeveel extracapaciteit wordt er verwacht bij de rechters en de rechtspraak en aanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 187 hoeveel rechtszaken denken wij? Dat lijkt mij een zeer relevante vraag, ookal omdat we niet willen dat dit ten koste gaat van andere rechtszaken.Dan een andere vraag. Als mensen op grond van strafbaarstellingillegaliteit vervolgd worden en schoolgaande kinderen hebben, zorgt datervoor dat Veilig Thuis in actie dient te komen, dat de scholen er iets vanmoeten vinden en dat de jeugdbescherming in actie moet komen. Alsbeide ouders vast komen te zitten, zal zo’n kind uit huis geplaatst moetenworden. Ik begreep toen ik mijn vragen stelde dat er nog met geen vandeze partijen was gesproken. Dat lijkt me echter wel relevant, ook gezienhet VN-Kinderrechtenverdrag. Wat denkt de Minister van JenV, die ookverantwoordelijk is voor de jeugdbeschermingsketen – de informatie zoudus bekend moeten zijn op het ministerie – dat de impact zal zijn op decapaciteit van die keten? We weten nu al dat die keten al totaal en totaalvastloopt; we hebben twee weken geleden nog een door mevrouwWesterveld aangevraagd debat hierover gehad. Wat is de impact op diecapaciteit?Een andere vraag die ik zou willen stellen, is wat dit betekent voor deadvocaten die toegevoegd zouden moeten worden. Welke extra kostenbetekent dat? Ook daar heb ik weinig over vernomen.Tot slot, voorzitter. Dit is het belangrijkste op het tweede punt. Doet ditamendement wat het zegt dat het doet? Er leven veel mensen dieredeneren vanuit het idee dat het heel logisch zou moeten zijn om destrafbaarstelling van illegaliteit door te voeren omdat mensen het land uitmoeten. Ik vind, onze fractie vindt, dat wanneer iemand de asielprocedureheeft doorlopen en geen recht heeft om hier te blijven, we er alles aanmoeten doen om te zorgen dat die persoon terugkeert. Dat hoort bij eenfatsoenlijk, goed en houdbaar migratie- en asielstelsel. Daar ben ik hetmee eens. Maar dat doet deze wet natuurlijk niet. Deze wet zet mensenniet sneller uit. Deze wet zet mensen die hier niet meer horen te zijnüberhaupt niet uit.Wat deze wet wel doet – dat is ook bevestigd door de politie en dooranderen die bij het rondetafelgesprek waren – is zorgen dat je, als je aanhet delict voldoet en er wordt geprocedeerd, een celstraf krijgt, opNederlandse grond, in een Nederlandse cel. Die straf zit je uit inNederland. Vervolgens word je vrijgelaten in Nederland. Vervolgens benje alsnog illegaal in Nederland, waardoor je opnieuw opgepakt wordt inNederland en weer vastgezet wordt in Nederland om je straf in Nederlanduit te zitten. Er zit geen enkele andere dynamiek of ander mechanisme inten opzichte van de wetsmaatregelen die we nu al hebben, zodat als ditaangenomen wordt, we meer instrumentarium hebben om mensensneller uit te zetten. Mijn vraag aan de Minister is of dat klopt, en of hetenige argument is dat het waarschijnlijk afschrikwekkend werkt en datmensen die vastzitten waarschijnlijk vrijwillig zouden willen vertrekken,maar dat er verder geen enkel ander mechanisme in zit.Als dit waar is, denk ik dat we wel een probleem hebben. Dan oogt hetalsof het parlement en de Minister bereid zijn om de uitvoering van heelveel belangrijke ketens mogelijk vast te laten lopen zodat er een stap gezetwordt richting een wet die niet doet wat wij, volgens mij, allemaal zoudenwillen dat die doet, namelijk zorgen dat mensen uitgezet kunnen worden.Mijn vraag is of dat klopt. Dat was mijn vraag ten aanzien van het tweedepunt.Voorzitter. Dan ten aanzien van het derde punt. Dat gaat over mensen dieterug moeten en terugkeren. De grootste bottleneck is de vraag waarommensen niet teruggaan, of in ieder geval waarom de overheid te weinighandvatten heeft om mensen terug te sturen. Dat is omdat landen heelvaak de mensen niet terugnemen. Dat is vaak waarom mensen nietteruggestuurd kunnen worden; anders kan iemand wél teruggestuurdworden. Mijn vraag gaat over de motie-Ceder waarin wij vroegen ombijvoorbeeld strengere maatregelen tegen Marokko te nemen. Daarvanweten wij dat een groot deel van de mensen die in Nederland uitgeproce-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 188 deerd is en terug zou moeten, niet terug kan of gaat omdat Marokko henvaak tegenhoudt of niet de nodige papieren verstrekt. Hoever zijn wedaarmee? Wat is de houding ten opzichte van deze landen?Voorzitter. Ik was afgelopen week in Utrecht bij het bollendak. Het is ookzo dat een deel van mensen die uitgeprocedeerd zijn of hier zijn zonderpapieren en zonder uitzicht, overlastgevers zijn. Ik ben rond gaan lopen,daar op het station. Ik heb gezien en gehoord dat er gewoon een groep isdie het verpest voor de rest. Overigens is mij verteld dat het om 3% gaatvan de mensen die bijvoorbeeld in een COA zitten. Dat is een relatief kleingetal, maar ook voor de groep die nu in een procedure zit, zou je watstevigere handvatten moeten hebben om ze aan te kunnen pakken. Mijnvraag is daarom de volgende. Ik krijg te horen dat op het moment dat eenoverlastgever, zoals ik dat even noem, in een bepaalde stad iets uithaalt,een COA-locatie daar niet altijd gelijk melding van krijgt, omdat er sprakeis van een gebrek aan gegevensdeling. Dat lijkt mij onbestaanbaar. Ik denkdat we ineffectief beleid voeren met elkaar als een COA niet weet watiemand buiten het terrein doet en dus ook niet de juiste maatregelen kannemen. Mijn vraag is dus of de Minister dit erkent en bereid is om diegegevensdeling tussen de verantwoordelijke stakeholders, de politie, deCOA’s en gemeenten, met elkaar mogelijk te maken en ervoor te zorgendat we die stap met elkaar kunnen nemen.Voorzitter, ik ga richting een afronding. Ik heb heel wat vragen gesteld. Ikdenk dat andere collega’s nog soortgelijke of aanvullende vragen hebben.Tot slot een specifieke groep. Een paar weken geleden bleek uit hetDreigingsbeeld Terrorisme dat er een groep mensen in Nederland is vanwie het Nederlanderschap is ingetrokken omdat zij verdacht worden vanof veroordeeld zijn voor terrorisme. Doordat het Nederlanderschap vandeze groep is ingetrokken, is er geen zicht meer op. Een deel van diegroep bevindt zich in Nederland. Mijn vraag is als volgt: als we met elkaarwillen dat mensen vertrekken die hier niet thuishoren, zeker degenen dieofwel criminele delicten plegen ofwel overlast geven, moet de prioriteitdan niet deze specifieke groep zijn, en moeten we daar dan ook niet hetmerendeel van de capaciteit op zetten? Dat is namelijk een kwestie vannationale veiligheid en van nationaal belang.Tot slot, voorzitter. Door het amendement van mevrouw Rajkowski enmevrouw Van Zanten is de ongewenstverklaring «toegankelijker»geworden; zo noem ik het even. Veel meer mensen kunnen eenongewenstverklaring opgespeld krijgen als ze veroordeeld zijn voor eendelict waar twee jaar of meer op staat. Nogmaals, spugen op eenbuschauffeur, haatzaaien en diefstal vallen inmiddels in ieder geval onderdie kwalificatie; dat geldt eigenlijk voor alle voorbeelden waarvan wijallemaal voelen: dit moet je niet belonen. Dan heb ik in het kader vandoelmatigheid een vraag over deze novelle. Gelet op de toevoeging vande Minister dat die zich specifiek richt op overlastgevers die uitgeproce-deerd zijn, wat is dan de meerwaarde van dit wetsvoorstel ten aanzien vande ongewenstverklaringen? Dankzij mevrouw Rajkowski lijken dieongewenstverklaringen namelijk dezelfde groep te bedienen, terwijl dieveel meer binnen het strafrechtelijke uniforme stelsel passen.Voorzitter, volgens mij is mijn tijd voorbij, dus daar wil ik het voorlopig bijlaten. Dank u wel.De voorzitter:Dank, meneer Ceder. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouwRajkowski. Zij spreekt namens de VVD. Mevrouw Rajkowski, aan u hetwoord.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dank, voorzitter. De VVD staat voor een sterke rechtsstaat, een rechtsstaatdie mensenrechten beschermt, maar ook grenzen stelt. Juist dat onder-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 189 scheid maakt goed beleid mogelijk. Precies daarom spreken wij vandaagover deze novelle.Voorzitter. De feiten zijn namelijk helder. De afgelopen jaren moestenjaarlijks tienduizenden mensen Nederland verlaten omdat zij geenverblijfsrecht hadden. Tegelijkertijd verblijven naar schatting 60.000mensen ongedocumenteerd in ons land. Het zijn geen abstracte cijfers;dat zijn mensen die zich vaak aan het zicht van de overheid onttrekken,kwetsbaar zijn voor uitbuiting, dakloos raken en verdwijnen. Dit is slechtvoor henzelf, maar ook voor onze samenleving.Dan naar de strafbaarstelling van illegaal verblijf. Voor de VVD is dit geendoel op zich, maar is het een sluitstuk van het asielbeleid, net zoals inEuropees verband de Terugkeerrichtlijn het sluitstuk vormt van hetMigratiepact. Het gaat om grip. Het gaat om terugkeer. Het gaat om gripop handhaving. Daarmee kun je ruimte creëren voor de mensen die wélrecht hebben op bescherming.Dan is de vraag: wat voert strafbaarstelling toe ten opzichte vanbestaande instrumenten? Die vraag nemen we serieus. Die is ook tebeantwoorden. Het antwoord is namelijk dat de huidige instrumentennoodzakelijk, maar niet toereikend zijn. Een inreisverbod is bedoeld voorderdelanders; dat kan pas worden opgelegd nadat een terugkeerbesluit isgenomen, en in veel gevallen pas nadat iemand daadwerkelijk deEuropese Unie heeft verlaten en opnieuw is ingereisd. Dat betekent datiemand die nooit vertrokken is, zich structureel kan onttrekken aan hettoezicht in Nederland en buiten bereik blijft van het inreisverbod. Deongewenstverklaring kent bovendien een hoge drempel en is vooralbedoeld voor openbareordeproblematiek en voor mensen die strafbarefeiten hebben gepleegd.De strafbaarstelling van illegaliteit vult precies dat gat. Die maakt hetmogelijk om op te treden tegen de meerderjarige vreemdelingen dieweten dat zij geen rechtmatig verblijf hebben in Nederland en nietmeewerken aan terugkeer terwijl ze wel kunnen terugkeren. Voor diegroep is er nog geen zwaar instrument is en zou een ongewenstverklaringook buitenproportioneel zijn. Denk aan situaties waarin iemand herhaal-delijk afspraken met de DTenV frustreert en geen nieuwe feiten aanvoert,maar ook niet vertrekt. Bestuursrechtelijk zijn alle middelen dan uitgeput,terwijl er strafrechtelijk nog geen haakje bestond. Met deze strafbaar-stelling ontstaat dat haakje wel, zonder dat je het zware regime van dieopenbareordemaatregelen hoeft toe te passen.De Raad van State heeft ook een aantal alternatieven genoemd: maak ereen overtreding van, of werk met een open strafuitsluitingsgrond. Maarook daar is de VVD geen voorstander van, want een overtreding zonderreële sanctie mist haar werking. Want kan of gaat een vreemdeling diehier mag zijn daadwerkelijk een geldboete betalen? Ik vraag het me af.De heer Ceder (ChristenUnie):Mevrouw Rajkowski stelt dat de novelle zal zien op mensen die uitgepro-cedeerd zijn en niet terug willen. Wat is het verschil met bijvoorbeeld deongewenstverklaring, waarbij je overigens niet eerst Nederland of de EUhoeft te verlaten om vastgezet te worden? Daar zit wel een crux van hetprobleem. Minister van Weel geeft juist aan dat de toepassing veelscherper gedefinieerd zou moeten worden richting het OM, met name metbetrekking tot de groep overlastgevers. Als je uitgeprocedeerd bent, maarniemand last van je heeft, zou het OM, volgens de aanwijzing van Ministervan Weel, zich juist niet op deze casus moeten richten. Maar voor de VVDis dat klaarblijkelijk wel de bedoeling. Wat is nou de kern van hetprobleem? Dit wetsvoorstel is heel open. Volgens de toelichting vanmevrouw Vondeling zou hulp zelfs strafbaar gesteld moeten worden. Wedoen alsof dat er niet in staat. We doen ook alsof we het niet gaantoepassen op eenieder, want we gaan het versmallen. Maar mevrouwRajkowski verruimt het nu al, nog voordat de novelle is aangenomen. MijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1810 vraag is of het klopt dat Minister van Weel de wet specifiek wil richten opoverlastgevers. Zo ja, wil de VVD dat ook? Zo ja, is de VVD het ermee eensdat er geen of nauwelijks verschil zit tussen de ongewenstverklaring en detoepassing hiervan?Mevrouw Rajkowski (VVD):Gezien de schaarste aan capaciteit en middelen, onder andere bij depolitie, maar ook bij de rechtspraak, snap ik deze toespitsing. Maar mochtdat in de toekomst veranderen, dan kan de strafbaarstelling illegaliteit ookgaan gelden voor arbeidsmigranten die zich hier niet gedragen. Het lijktmij dus juist heel goed dat die breder ingezet kan worden. Voor mij is dezenovelle klip-en-klaar. Ik zal daar zo nog even op terugkomen. Ik ben blij datdeze novelle er nu ligt. Eigenlijk worden er maar elf woorden veranderd:deelnemen aan dit misdrijf, anders dan als pleger, is niet strafbaar. Voormij is dit heel helder. Ik maak me er dus ook geen zorgen over dathulpverleners ... Ik hoop dat de Minister dat straks kan bevestigen. Het lijktmij zeer onwenselijk dat hulpverleners strafrechtelijk vervolgd kunnenworden.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Ceder. Misschien kan uw vraagstelling ietsbeknopter, meneer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, voorzitter. De aap komt uit de mouw. Dit is precies waarom je dit nietzou moeten willen. De Minister stelt dat het zich richt op overlastgeversdie uitgeprocedeerd zijn. Ook ik denk: als een overlastgever uitgeproce-deerd is, mag je wat hardere maatregelen treffen. Maar mevrouwRajkowski stelt: als er een andere Minister is, of er een andere wind waait,kan op grond van dit wetsvoorstel een persoon die hier al 30 jaar is, uit deFilipijnen, Ghana of Brazilië is gekomen en geen vlieg kwaad doet, opdezelfde manier strafrechtelijk behandeld worden. Dat is de reikwijdte vanhet wetsvoorstel. De memorie van toelichting is bij de gratie van deMinister, in dit geval Van Weel, maar de VVD sorteert al voor op eensituatie in de toekomst die er anders uitziet. Mijn vraag is of de VVD, alswe de novelle aannemen, zich niet blijvend zal richten op uitgeproce-deerde overlastgevers, maar een haakje ziet om dat, indien daar eennoodzaak voor is, veel ruimer te interpreteren.Mevrouw Rajkowski (VVD):Uiteindelijk gaat strafbaarstelling illegaliteit over mensen die de asielpro-cedure hebben doorlopen en waarvan geconcludeerd is: zij kunnen terug.Dat betekent dat zij... U gaf net in uw spreektekst een voorbeeld. U zei:stel, een land bestaat niet meer. Dan kan je ook niet terug. Dan kan je dusook niet als illegaal worden bestempeld. De mensen waar we het overhebben, kunnen terug, maar willen niet terug, en werken niet mee. Zemoeten bovendien ook nog meerderjarig zijn. Als dat de criteria zijn omillegaliteit strafbaar te stellen, en als hulpverlening wordt uitgesloten vandie strafbaarstelling, zie ik dat inderdaad als een sluitstuk van hetcomplete asielbeleid. Mensen die niet terug kunnen, maar welmeewerken... Er moeten altijd redenen zijn om mensen niet te vervolgen.Er is ook humanitair verblijfsrecht. Als je buiten je eigen schuld niet terugkan keren, mag je gewoon tijdelijk hier verblijven. Al dit soort dingen zijndus al netjes geregeld in Nederland, mede door internationaal enEuropees recht.De voorzitter:De heer Ceder heeft nog een vervolgvraag hierop.De heer Ceder (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1811 Dit is nou de denkfout die ik in mijn bijdrage probeerde aan te stippen. Inde Kamer denken wij dat de strafbaarstelling van illegaliteit zich richt opuitgeprocedeerde asielzoekers. Het één is waar. Uitgeprocedeerdeasielzoekers zijn illegaal of hebben onrechtmatige papieren. Maar hetandere is niet per se waar. Mensen die geen papieren hebben, zijnnamelijk niet per se uitgeprocedeerde illegalen of uitgeprocedeerdeasielzoekers. In de logica van mevrouw Rajkowski zorgt deze wet ervoordat de mensen die in een asielprocedure hebben gezeten, dan uiteindelijkook weer terug kunnen. Het biedt echter geen antwoord op die anderemensen. Ik denk dat dit een grotere groep is. Het ministerie heeft geencijfers. Ik heb ooit voorgesteld om daar een keer onderzoek naar te doen.Daar werd wat moeilijk over gedaan. Onderzoek het nou een keer. Danblijkt dat er een veel grotere groep is die geraakt wordt door deze wet. DeVVD lijkt geen oog te hebben voor wat de impact daarvan is. Mijn vraag isdus of deze wet volgens de VVD ook inzetbaar is voor mensen die nooit ineen asielprocedure hebben gezeten. Die heb je. Er zijn kinderen die hierop school zitten, die hier geboren en getogen zijn, geen papieren hebbenen die zodra ze 18 worden op grond van het wetsartikel – daar zit geenuitzondering in – strafbaar zijn en dus ook door het regime moeten. Is diegroep volgens de VVD op grond van dit wetsartikel dan ook strafbaar?Mevrouw Rajkowski (VVD):Nee. Nee, zeker niet. Neem bijvoorbeeld die kinderen. Op het moment datkinderen hier geboren worden, zijn zij Nederlands en volgens hetChavez-arrest mogen de ouders hier dan uiteindelijk ook verblijven. Dusdit zijn allemaal verhalen; zo werkt dat gewoon niet. De strafbaarstellingvan illegaliteit gaat over het volgende. Je hebt in een procedure gezeten.Die is helemaal doorlopen. Je kan terugkeren, maar je wilt niet terugkerenen je bent meerderjarig. Als die stappen doorlopen zijn, is het volgens mijheel duidelijk. Als hierover onduidelijkheid blijft bestaan, kunnen westraks altijd aan de Minister vragen hoe hij dat ziet, maar dit is hoe ik dememorie van toelichting heb gelezen en die is duidelijk; ik heb hier geenvraagtekens bij.De voorzitter:Meneer Ceder, dit is uw vierde interruptie.De heer Ceder (ChristenUnie):Dit is best belangrijk. Ik snap dat we voor het kerstreces hierover willenstemmen, maar het is juist belangrijk om de wetssystematiek goed tekunnen doorgronden. Het wetsartikel van mevrouw Vondeling van de PVVstelt dat de volgende mensen strafbaar zijn: de meerderjarige vreem-deling die in Nederland verblijft, terwijl hij of zij ernstige reden heeft tevermoeden dat verblijf niet rechtmatig is. Die wordt gestraft metgevangenisstraf. Hier staat niet in dat dit zich beperkt tot mensen met eenasielverleden. Ik snap dus dat dit de categorie is waar de VVD zich opricht, maar hieronder vallen de genoemde kinderen die hier geboren zijnen die op een dag 18 worden; die zijn volgens dit wetsvoorstel per directstrafbaar. Het gaat om mensen die uit Suriname zijn gekomen na 1975, dienog nooit in aanraking zijn gekomen met de politie en die strafbaar zijn.Het gaat om senioren die hier zijn om welke reden dan ook. Ik denk dathet ook belangrijk is dat de mensen die kijken een beeld hebben vanwaarover we het hebben. Mijn vraag is of mevrouw Rajkowski erkent datals dit wetsvoorstel, waarover wij over een paar dagen gaan stemmen,aangenomen wordt, het niet alleen om ieder persoon met een asielpro-cedure gaat, maar ook om personen zonder asielprocedure, en dat die ophet moment dat die 18 worden allemaal strafbaar zijn én dus mogelijk ookeen gevangenisstraf kunnen krijgen.Mevrouw Rajkowski (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1812 Nee. Nogmaals, nee het is niet mijn indruk dat het voor deze mensen gaatgelden, maar als mijn collega van de ChristenUnie hier duidelijkheid overwil krijgen, zodat hij eventueel wel voor deze novelle kan stemmen, danhoor ik graag straks de reactie van de Minister hierop. Voor mij was hetheel duidelijk dat het niet over deze groep gaat.De voorzitter:Op dit punt is er ook een interruptie van mevrouw Westerveld. Ik hebgezien dat de heer Paternotte een interruptie heeft en ik zie dat dat ookgeldt voor mevrouw Teunissen. Eerst mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Volgens mij doet mevrouw Rajkowski aan wensdenken en wordt haarlezing niet gedeeld door gerenommeerde advocatenkantoren, diewaarschuwen voor de gevolgen van deze wet. Ook artsen hebben ons eenbrief gestuurd. Dat geldt ook voor hulporganisaties, mensenrechtenadvo-caten en rechters. Ook de politie en de uitvoering geven aan dat dit geengoed idee is. De VNG geeft aan: dit is geen goed idee, want dit ontwrichtde samenleving. Mijn vraag aan mevrouw Rajkowski is dus waar zij danop baseert dat haar lezing wel klopt en dat die van al die organisatie die iknet noemde – dat zijn diegenen die het moeten uitvoeren, diegenen dieonze gemeenten draaiende houden, diegenen die onze samenlevingdraaiende houden – niet klopt?Mevrouw Rajkowski (VVD):Ik ga niks afdoen aan de zorgen die de uitvoeringsorganisaties hebben, indie zin dat het natuurlijk belangrijk is om goed naar die zorgen teluisteren. In de beantwoording van alle vragen die we hebben gesteld,wordt daar ook gewoon heel goed rekening mee gehouden. Misschienkan het verstandig zijn om op een gegeven moment te gaan evalueren ofdit soort problemen zich inderdaad voordoen, maar nogmaals, debetreffende tekst van de novelle is elf woorden lang en daarin staatgewoon heel duidelijk: deelnemen aan dit misdrijf, anders dan als pleger,is niet strafbaar. Dus voor mij kan het niet duidelijker omschreven zijn dathulp niet strafbaar is.Tijdens de rondetafel bleek ook dat het gaat om mensen met bijvoorbeeldeen ongewenstverklaring of inreisverbod. Dat zijn geen lieverdjes; dat zijnmensen die zich zwaar misdragen hebben hier in Nederland. Hulp aan diemensen is sinds 1881 strafbaar. Daarvan gaven de VNG en de politie aandat er inderdaad geen verstoringen van de openbare orde of vervolgingendoor geweest zijn. Deze novelle regelt iets wat nog veel lichter is dan dat.Hulp wordt namelijk helemaal uitgezonderd. Ik denk dat het altijd goed is... Ik weet dat dit onderwerp zeer gevoelig ligt en heel veel kanten heeft,van emoties tot juridisch en uitvoering. Daar moeten we goed naar kijken.Dat moeten we goed wegen. Als ik naar de feiten kijk, dan zie ik geenreden voor deze zorgen. Maar nogmaals, ik heb wel gezien dat dezezorgen bij sommige mensen bestaan. Dan lijkt dit me het moment om datmet elkaar te ontkrachten, straks ook in een interruptiedebat met deMinister, want ook voor de VVD is het zeer onwenselijk dat er ook maarenige twijfel over zou bestaan of straks bijvoorbeeld iemand van het Legerdes Heils strafbaar zou kunnen worden gesteld omdat die persoon hulpverleent aan iemand in nood. Dat kan niet de bedoeling zijn.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik weet wat de lezing van de VVD is, maar dit is natuurlijk geen antwoordop mijn vraag. Kijk bijvoorbeeld naar de antwoorden in het schriftelijkoverleg, waarin wij aan de Minister vroegen om deze wet nou eens teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1813 onderbouwen. Ik zag nul cijfers, nul concrete redenen waarom deze weteen goed idee zou zijn. Dan lees ik de brieven van de verschillendeorganisaties. Ik heb natuurlijk ook in het rondetafelgesprek hier gezeten. Iklees die stukken, die ook de afgelopen dagen naar ons kwamen. Daarinzeggen al die organisaties ... Ik noemde ze net allemaal op; ik kan nog weleven doorgaan. Er kwamen honderden, 600, reacties op de internetconsul-tatie, overwegend negatief. Waarom zouden al deze clubs, die onzesamenleving draaiende houden en verantwoordelijk zijn voor deuitvoering en voor het bijstaan van mensen in de rechtspraak, nouallemaal ongelijk hebben en de VVD niet?Mevrouw Rajkowski (VVD):Ik zeg niet dat ze ongelijk hebben. Ik zeg dat wij, ook als medewetgever, deverantwoordelijkheid hebben om nu met elkaar uit te leggen dat de wet zoniet bedoeld is als het gaat om de zorgen over de strafbaarheid vanhulpverlening. Ik zie het zo ook niet staan. Het feit dat die zorgen er zijn,zie ik als een aanleiding om die hier nu weg te gaan nemen, want dezezorgen mogen niet bestaan. Ik kan wel weer in herhaling gaan vallen. Ikheb net in mijn spreektekst volgens mij ook heel duidelijk aangegeven wathet verschil is tussen een inreisverbod en een ongewenstverklaring ... Heteen is een Europees instrument; het ander is een nationaal instrument.Eentje gaat over handhaving; het andere is meer een migratierechtelijkinstrument. Dat gaat over mensen die zich hier misdragen hebben. Ditgaat over moordenaars, over terroristen. Dat zijn toch hele anderemensen dan de mensen over wie je het hebt bij de strafbaarstelling vanillegaliteit? Dat zijn mensen die te horen hebben gekregen dat ze hier nietmogen zijn, die meerderjarig zijn en terug kunnen, maar niet mee willenwerken aan vertrek. Dat is voor mij een hele andere groep, al zou eroverlap in kunnen zitten. Ik zie dit gewoon als een sluitstuk van hetasielbeleid.De voorzitter:Mevrouw Westerveld met nog een vervolgvraag.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ja, want er wordt omheen gedraaid. Niemand wil dat mensen diecrimineel zijn ongestraft in dit land kunnen blijven. Dat is helemaal niethet punt hier. Het punt is dat ontzettend veel organisaties – dat zijn niet deminste organisaties; zij houden het land draaiende – waarschuwen voorde gevolgen. Maar in de wet blijft staan: «deelname aan dit misdrijf».Mevrouw Rajkowski las het net voor. Verschillende gerenommeerdeadvocatenkantoren geven aan wat de gevolgen kunnen zijn als dat zo inde wet blijft staan. Ook hulporganisaties geven aan dat het een afschrik-wekkend effect heeft. De VNG noemt het «ontwrichtend» . Dan kan je tochniet zeggen dat deze wet een goed idee is en dat je iedereen geruststelt?De feiten zijn dan toch dat dit in ieder geval zorgt voor heel veel onrust bijheel veel organisaties en bij heel veel mensen die gewoon hun werkwillen doen? Dat is dan toch een feit, lijkt me?Mevrouw Rajkowski (VVD):Nogmaals, op het moment dat wij in een rondetafel vragen omvoorbeelden van de ontwrichting die tussen 1881 en nu heeft plaatsge-vonden, dan wordt daar geen enkel antwoord op gegeven. Er is gezegd:dat hebben wij niet gezien, wij hebben daar geen voorbeelden van, daar isniet op vervolgd. Dat ging nog over de strafbaarstelling van hulp. Dit gaatom het uitsluiten van strafbaarstelling van hulp. Ik denk niet dat ik mijncollega Westerveld ga overtuigen op dit onderwerp, maar voor ons is hetwel belangrijk dat dit een misdrijf blijft. Want op het moment dat we hetgaat hebben over een geldboete, zie ik, heel eerlijk, in de praktijk nietgebeuren dat deze geldboete betaald kan of gaat worden. Dan ontbreektTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1814 weer dat sluitstuk. Bestuursrechtelijk zien we heel vaak dat het hele procesis doorlopen, en dat we dan nog een strafrechtelijk haakje missen. Dat isvoor mij het sluitstuk van de strafbaarstelling illegaliteit.De heer Paternotte (D66):Als ik het goed begrijp, zegt de VVD: dit gaat eigenlijk over mensen diehun terugkeer frustreren en overlast veroorzaken; het gaat hier niet overallen die hier zonder papieren in Nederland verblijven. Waarom staat datdan niet in de wet?Mevrouw Rajkowski (VVD):Voor mij staat dit heel duidelijk in de memorie van toelichting uitgelegd.Dat element van overlast is juist het verschil. Overlast gaat over mensendie ongewenst zijn verklaard of die een inreisverbod hebben. Strafbaar-stelling illegaliteit gaat in de basis om mensen die ... Nou, dan ga ik hetnog een keer herhalen: dat gaat niet per se om mensen die overlastveroorzaken, maar om mensen die kunnen vertrekken maar nietmeewerken aan vertrek. Dus het hoeven niet dezelfde mensen te zijn alsde mensen met een ongewenstverklaring of inreisverbod, want dat vind ikwel weer een buitenproportioneel instrumenten ten opzichte hiervan.De voorzitter:Leidt dat tot een vervolgvraag van de heer Paternotte?De heer Paternotte (D66):Ja. De VVD zegt dat het in de toelichting staat, maar dat is niet de wet. Detoelichting is een toelichting, maar de wet is waar we in Nederlanduiteindelijk mee werken, niet de toelichting. Dat is ook wat de Neder-landse orde van advocaten zegt: kennelijk is het de bedoeling dat het gaatom een bepaalde groep vreemdelingen, maar dat zou dan moeten blijkenuit de wetstekst. De Raad van State zegt: de tekst van de strafbaarstellingis niet tot deze gevallen – die mevrouw Rajkowski noemt – beperkt. DeRaad voor de rechtspraak zegt: als werkelijk de bedoeling is om het tebeperken tot deze groep, dan ligt het in de rede om die voorwaarden vanoverlast ook te verwerken in de wet. Dus waarom staat het niet in de wet?Mevrouw Rajkowski (VVD):Nou, ik snap heel goed dat je uiteindelijk in de uitvoering, als je priori-teiten moet stellen, naar die groep gaat kijken. Maar in principe geldt hetvolgende. Als jij te horen hebt gekregen dat je hier niet mag zijn – je kuntterug maar je wilt niet terug, ongeacht of je overlast veroorzaakt of niet –dan vinden wij dat al genoeg reden om te zeggen: dan moeten wij ookgaan handhaven op het moment dat je hier wél blijft. Dat de handhavingzich uiteindelijk richt op deze groep, omdat er prioriteiten gesteld moetenworden en omdat je eerst wilt aankijken hoe dat gaat en of dat goed ennetjes verloopt, begrijpen wij allemaal. Daar ben ik ook helemaal voor,maar ik vind het oprecht niet raar dat als jij kan vertrekken en hier niethoort, je dan ook gewoon gaat en dat wij, als je niet gaat, zeggen: danpleeg je een misdrijf.De heer Paternotte (D66):Ja, maar het punt is natuurlijk dat het gaat om iedereen die onrechtmatigin Nederland verblijft, niet alleen mensen die door de asielprocedure zijngeweest of mensen die kunnen terugkeren. Dus nogmaals, als u zegt dathet alleen maar gaat om mensen die overlast veroorzaken en nietmeewerken aan terugkeer, waarom staat dat dan niet in de wet?De voorzitter:Dit is wel een herhaling van de vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1815 De heer Paternotte (D66):Ja, omdat ik graag antwoord wil.De voorzitter:Ja, dat begrijp ik.Mevrouw Rajkowski (VVD):Ik denk steeds dat ik antwoord geef, maar dat is blijkbaar niet helemaalhet geval. Dus nogmaals: volgens mij gaat deze strafbaarstellingillegaliteit gelden op het moment dat je het hele proces hebt doorlopen, jemeerderjarig bent en je terug kan keren maar het proces frustreert. Danvoldoe je aan de strafbaarstelling illegaliteit. Uiteindelijk, in dehandhaving en de uitvoering, gaat er nog gefocust worden op de groepdie overlast veroorzaakt.Mevrouw Teunissen (PvdD):Het komt erop neer dat dit veel te breed is gedefinieerd en dat er dus heelveel groepen onder vallen waar mevrouw Rajkowski in ieder geval geenoog voor heeft. Maar ik wil een andere vraag stellen, namelijk over een zindie mevrouw Rajkowski aanhaalde uit precies deze wetswijziging, dezenovelle: «Deelnemen aan dit misdrijf» – illegaal verblijf – «anders dan alspleger, is niet strafbaar.» Zij zei: ik vind het wel duidelijk. MevrouwWesterveld zei daar net ook al iets over, maar ik wil daar iets specifiekerop doorgaan. Bijvoorbeeld artsenorganisaties zeggen heel duidelijk: wijhebben een artseneed afgelegd, wij hebben een plicht om mensen zorg teverlenen, ongeacht of ze een verblijfsrecht hebben of niet; mensen innood moeten wij helpen. Ook hebben we het Kinderrechtenverdrag, waardit ook in staat. Kinderen moeten gewoon geholpen worden. Dat geldtook voor volwassenen, gezien het Europees Verdrag voor de Rechten vande Mens. In de wet waar we het nu over hebben, staat «deelnemen aan ditmisdrijf» . Vindt mevrouw Rajkowski dat nou in lijn met het internationaalrecht? Vindt zij het deugdelijke wetgeving als het helpen van iemandwordt aangemerkt als misdrijf?Mevrouw Rajkowski (VVD):Ik denk dat de crux zit in de vier woorden die daarna komen. Er staatinderdaad «deelnemen aan dit misdrijf» . De vier woorden erna zijn«anders dan als pleger» , en daarna staat er «is niet strafbaar» . Natuurlijkmoeten kinderen en volwassen die hulp nodig hebben en in nood zijn,geholpen worden. Voor mij is dat dus ook echt geen vraag. Ik wil heelgraag deze zorgen hier vandaag wegnemen. Ik zou namelijk niet willen dathulporganisaties die hulp niet meer durven te leveren, want we zijn welgewoon een net land.De voorzitter:Mag ik de mensen op de publieke tribune vragen om kwalificaties voorwie er dan ook spreekt in stilte te doen? Mevrouw Teunissen heeft eenvervolgvraag.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ja, ik zal mijn vraag verhelderen. Die gaat namelijk echt over het eerstedeel van de zin, «deelnemen aan dit misdrijf» . Vindt u dat artsen, dienoodzakelijke zorg verlenen vanuit hun artsenplicht, aangemerkt moetenworden als deelnemers aan een misdrijf?Mevrouw Rajkowski (VVD):Nee.Mevrouw Teunissen (PvdD):Oké, maar dan ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1816 De voorzitter:Dan heeft mevrouw Teunissen nog een vervolgvraag.Mevrouw Teunissen (PvdD):Excuus, voorzitter. Dan zou het dus logisch zijn als ook de VVD zegt:wacht, we lezen hier «deelnemen aan dit misdrijf» en dat is gewoon nietin lijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, hetKinderrechtenverdrag en de artseneed. De formulering zoals die er nustaat, is in ieder geval geen deugdelijke wetgeving. Is mevrouw Rajkowskidat met mij eens?Mevrouw Rajkowski (VVD):Sorry, maar dit wordt echt te makkelijk. Ik doe echt mijn best om allevragen netjes te beantwoorden, maar als je een deel van een zin voorleesten je laat de woorden «niet strafbaar» weg, wat er wel staat, dan staat erinderdaad «deelnemen aan dit misdrijf» , maar er staat: «Deelnemen aandit misdrijf, anders dan als pleger, is niet strafbaar.» Dat is een zin waar ikmij in kan vinden. Voor mij betekent dat ook dat er gewoon ruimte moetzijn voor medische hulp op het moment dat die verleend moet worden, endat hulporganisaties niks te vrezen moeten hebben.De voorzitter:Mevrouw Teunissen heeft nog een vraag.Mevrouw Teunissen (PvdD):Tot slot, voorzitter. Het is dus heel duidelijk dat de VVD de zorg van deartsenfederatie volledig naast zich neerlegt en het internationaal recht ende rechtssystematiek volledig negeert. Dat vind ik ontzettend kwalijk. Datvind ik ontzettend kwalijk en dat draagt niet bij aan een deugdelijkrechtsstelsel. Het draagt zeker niet bij aan de bescherming van mensen enook zeker niet aan de manier waarop wij in Nederland zorg fatsoenlijkhebben geregeld.De voorzitter:Wat is uw vraag? Dit was een laatste statement?Mevrouw Teunissen (PvdD):Dat was de conclusie. Mevrouw Rajkowski kan er op reageren als ze wil. Ikkan niets anders concluderen naar aanleiding van haar eerdereantwoorden.Mevrouw Rajkowski (VVD):In debatten over asiel vraag ik me wel vaker af of ik Spaans of Pools of zopraat. Volgens mij heb ik duidelijk aangegeven dat, zoals ik het lees, hulpniet strafbaar is en dat hulporganisaties of artsen altijd hulp moetenkunnen blijven verlenen, zonder dat ze zich zorgen hoeven te maken overstrafrechtelijke vervolging. Mevrouw Teunissen vroeg mij of ik dat ookvind. Ik zeg dat ik dat met haar eens ben, dus volgens mij liggen we watdat betreft op één lijn. Laten we die helderheid in dit debat danverschaffen: hulporganisaties, waarvan een deel op de publieke tribunezit, hoeven zich geen zorgen te maken. Dat is voor mij ook een belangrijkpunt.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dank, voorzitter. Ik had het over de alternatieven die de Raad van Stateheeft genoemd. Ik heb het al gehad over de overtreding. Het tweede gingover de open strafuitsluitingsgrond, die een uitzondering op basis vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1817 medemenselijkheid zou zijn. Dat is het tweede voorstel van de Raad vanState. Voor ons creëert dat juist onduidelijkheid, procedures, willekeur enrechtsonzekerheid. Dat gaat niemand helpen. Juist daarom is er met dezenovelle gekozen voor helderheid. De VVD staat achter de keuze van deMinister om – ik zei het net al, maar ik zeg het graag nog een keer –hulpverlening in haar geheel niet meer strafbaar te stellen en beideartikelen, 47 en 48 van het Wetboek van Strafrecht, buiten werking testellen. Het is dan ook goed dat mensen zich geen zorgen hoeven temaken over het uitdelen van een kopje soep. Ik zeg dus nogmaals – laatdaar geen misverstand over bestaan – dat hulpverlening niet strafbaarwordt. Een kop soep, medische zorg en opvang door kerken of het Legerdes Heils blijven mogelijk. De novelle trekt een duidelijke lijn: alleen depleger is strafbaar, niet degenen die hulp verlenen. Wat blijft dan welstrafbaar? Illegaal verblijf door meerderjarige vreemdelingen die nietwillen, maar wel kunnen terugkeren, dus: meerderjarig, uitgeprocedeerd,wel kunnen maar niet willen. Het geldt dus alleen voor die vier elementenbij elkaar.Voorzitter. Uiteraard erkennen we ook de uitvoeringszorgen. De DienstTerugkeer en Vertrek en andere organisaties hadden daar ook een aantalsuggesties voor. Ik ben benieuwd hoe de Minister daarmee omgaat.Wellicht kunnen we nog een keertje goed kijken of de wet voor deuitvoering wel werkt zoals die bedoeld is op het moment dat hij inwerking treedt. Dit is namelijk geen harde taal om harde taal. Voor ons isdit gewoon nuchter beleid, streng waar het moet maar ook rechtvaardigwaar het kan; dat is waar wij voor staan.De voorzitter:Dank u wel. Bent u daarmee aan het einde van uw betoog, mevrouwRajkowski?Mevrouw Rajkowski (VVD):Ja.De voorzitter:Dat leidt nog tot een vraag van de heer Paternotte.De heer Paternotte (D66):De VVD heeft eerder aangegeven dat strafbaarstelling van illegaliteit ookeen afschrikkende werking zou hebben naar mensen die overwegen omasiel in Nederland aan te vragen. Kunt u dat misschien nog toelichten?Mevrouw Rajkowski (VVD):Nou, in ieder geval op het moment dat duidelijk wordt dat je hier niet magblijven maar wel terug kan, omdat er dan ook daadwerkelijk ingegrepenkan worden en je niet hier in Nederland kan blijven en onder de radar kangaan. Ik heb daarvan al eerder in mijn spreektekst gezegd dat dat nietalleen onwenselijk is voor de samenleving maar ook voor deze mensenzelf. Je bent namelijk buiten het zicht van de overheid en je bentkwetsbaar voor uitbuiting en voor criminele groepen. Volgens mij geefthet dus alleen maar helderheid dat wij zeggen: wij hebben niet alleenregels over wanneer je hier wel of niet zou mogen blijven. Volgens mijheeft mijn collega van de ChristenUnie ook gezegd dat het logisch is datwe er dan alles aan doen om ervoor te zorgen dat mensen die terugkunnen ook teruggaan, maar misschien parafraseer ik hem dan een beetjeflauw. Voor mij is dit dus een logisch sluitstuk van het migratiebeleid.De heer Paternotte (D66):Mijn vraag ging specifiek over die afschrikkende werking. Hoe werkt dievolgens de VVD voor mensen die overwegen om naar Nederland tekomen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1818 Mevrouw Rajkowski (VVD):Er zijn veel onderzoeken gedaan. Heel veel onderzoeken laten zien datmensen niet per se vluchten omdat ze zo graag naar Nederland willen,maar omdat er in het land van herkomst iets niet goed gaat, om wat voorreden dan ook. Dat gaat om onveiligheid, maar het kunnen ook econo-mische motieven zijn. Dan kiezen mensen ervoor om naar Europa te gaan,of in ieder geval naar West-Europa, en dán spelen er redenen meewaarom Nederland wel of niet aantrekkelijker zou zijn, variërend van wet-en regelgeving en sociale voorzieningen tot bijvoorbeeld familie envrienden die hier zijn. Ik ben er zeker van overtuigd dat op het moment datstrafbaarstelling van illegaliteit aangeeft dat als jij niet vertrekt, je nogsteeds niet vrij bent omdat we je dan vastzetten, dat zeker helpt en datmensen dan eerder terug zullen gaan. Dat helpt er wellicht ook bij datmensen niet naar Nederland zullen komen.De voorzitter:Er is een vervolgvraag van de heer Paternotte.De heer Paternotte (D66):De regering zegt zelf dat je die boetes niet kan opleggen, omdat mensendie hier illegaal verblijven geen bankrekening en geen vaste woon- ofverblijfplaats hebben. Dat heeft dus geen afschrikwekkende werking, zegtde Minister letterlijk. Ja, dan hou je celstraf over, maar daarvan zegt deDienst Justitiële Inrichtingen: de komende vijf jaar hebben we diecapaciteit helemaal niet. Als asielzoekers dus blijkbaar meewegen wat zevoor situatie aantreffen, dan heb je toch helemaal geen afschrikwekkendewerking als je die straf nooit kan opleggen?Mevrouw Rajkowski (VVD):Klopt. Ik hoop dan ook dat dit betekent dat we er a voor gaan zorgen dater meer cellen beschikbaar komen – dat staat in ieder geval in onsverkiezingsprogramma – maar daarnaast hoop ik ook op het volgende. Ophet moment dat mensen doorhebben «ik kan nu terug» en ze in Nederlandaan alle kanten gefaciliteerd worden als het gaat om terugkeer, waar weallerlei nationale en internationale organisaties voor hebben die heel goedhelpen om dat zo netjes mogelijk te laten verlopen, zij dat begrijpen, zovan: ik doe dat liever dan dat ik de gevangenis inga. Of misschien dat jeals je in de gevangenis hebt gezeten, bedenkt «hm, dit is misschien ookniet het leven dat ik voor ogen had» en dat je daarna teruggaat. Ik ben erinderdaad van overtuigd dat dat gaat helpen. Zoals bij heel veel dingenbinnen het asielvraagstuk is er niet voor alles een soort hele lijst vanfeiten en bewijzen, maar gaat het ook om ideologie: hoe kijk je naar hetasielbeleid voor mensen die wel en niet naar Nederland mogen komen?De heer Paternotte (D66):Dit is de laatste vraag. Mevrouw Rajkowski zegt steeds «ik ben ervanovertuigd» , maar ik ben op zoek naar waar die overtuiging vandaan komt.Clingendael heeft onderzoek gedaan en zegt: Zweden, België en Italiëhebben strafbaarstelling van illegaliteit, maar daar gaat geen afschrik-kende werking van uit. Zij zegt dus «het is mijn overtuiging» , maar waarkomt die overtuiging dan vandaan?Mevrouw Rajkowski (VVD):Ze zeggen ook niet dat het honderd procent definitief niet werkt. Het isook heel moeilijk te vergelijken. Italië is natuurlijk een aankomstland. Iksnap dat daar geen afschrikkende werking is. Op het moment dat je Italiëbinnenkomt en je reist door, dan maakt het daar niet zo veel uit. Laat ik hetdan zo zeggen – ik zei dat net ook al: niet voor alles kan je een hele goedebenchmark doen en zijn er al allerlei feiten en voorbeelden te noemen. Hetis echter ook vanuit politiek en ideologie geredeneerd: ik zie op EuropeesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1819 niveau dat we de gedachte gaan vormen over een Migratiepact met eenTerugkeerrichtlijn als sluitstuk. Ik zie strafbaarstelling van illegaliteit ookals dat sluitstuk. Hiermee maken we gewoon helder dat we niet alleenzeggen dat je terug moet naar je land, maar dat we ook ingrijpen als jedaadwerkelijk niet teruggaat. Ik vind dat gewoon heel logisch.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):We zijn hier met een wet bezig. Als Kamer hebben wij de taak om tecontroleren of een wet proportioneel is, of hij goed onderbouwd is, of erfeiten onder liggen, of organisaties goed zijn geconsulteerd en hoe het ervervolgens in de samenleving uit gaat zien. Hier is geen uitgebreideuitvoeringstoets gedaan. Alle organisaties die het moeten uitvoeren, zijner negatief over. Feiten zijn er niet. Nou hoor ik mevrouw Rajkowskizeggen dat het ook over ideologie gaat. Mijn vraag is: vindt zij daadwer-kelijk dat ideologie de manier is om een wet te onderbouwen? Hoe kijkt zijeigenlijk zelf terug op het afgelopen proces? Ze merkt nu ook zelf hoeveelonzekerheid er over deze novelle is.Mevrouw Rajkowski (VVD):Nee, dat heb ik niet gezegd. Er geldt hetzelfde voor alle sprekers die hierstraks een verhaal komen houden. Als het gaat over asiel- en migratie-beleid is dat uiteraard onderbouwd met feiten en cijfers. Ik heb echtergeconstateerd dat er ook ideologie onder zit. Dat kunt u echt nietontkennen, mevrouw Westerveld. Dat zal dus bij u in uw spreektekst vastook zo zijn. Dat is bij mij ook het geval. Dat is het antwoord dat ik hebwillen geven. Inderdaad heb ik daarnet ook vragen gesteld aan deMinister, omdat het goed is om naar de uitvoeringsorganisaties te kijken.Er waren wat zorgen. Tijdens de rondetafel constateerde ik echter ook dater wel zorgen zijn, maar als er dan doorgevraagd wordt naar die openba-reordeverstoringen, waarover zorgen waren, blijkt dat die sinds 1881 nietmeer hebben plaatsgevonden. Ik denk dus dat de zorgen ook te makenhebben met ... Met het laten zien van het doel van deze novelle en hoe diezou moeten werken, denk ik dat we die zorgen weg kunnen nemen. Ikconstateer namelijk wel dat er de afgelopen weken heel veel ruis op de lijnwas. Ik zou ook vocaal worden als ik een arts zou zijn die een medischeeed had afgelegd en hulp wilde verlenen aan iemand die dat nodig had,maar twijfelde of dat wel mocht of dat dat strafbaar was. Daarover zou ikdan ook zorgen hebben. Die zorgen moeten we hier ook gewoon metelkaar wegnemen. Dat probeer ik in ieder geval wel te doen.De voorzitter:Ik kijk naar mevrouw Westerveld. Zullen we naar uw bijdrage gaanluisteren? Geen vervolgvraag? Dan gaan we luisteren naar de bijdragevan mevrouw Westerveld in haar eerste termijn. Zij spreekt namensGroenLinks-PvdA. Aan u het woord.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Afgelopen zomer, in de rommelige week waarin erwerd gestemd over de Faberwetten, kreeg ik ’s avonds laat nog eenberichtje van mijn vader. Mijn vader vroeg of we alsjeblieft tegen dewetten wilden stemmen. Hij appte me letterlijk: anders komt je moederook in de gevangenis. Dat was een beetje met een kwinkslag, maar hetlaat wel zien welke zorgen er zijn in onze samenleving. Voor jullie beeld:mijn moeder doet vrijwilligerswerk in een kerk voor mensen die gevluchtzijn voor oorlog en geweld. In de kerkgemeenschap vinden zij een warmwelkom.Voorzitter. Soms voert deze Kamer debatten die voelen alsof we op eenkruispunt staan: een punt waarop we niet alleen beslissen wat we gaandoen, maar ook wat voor land we willen zijn. Dit is zo’n dag en zo’nkruispunt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1820 Voorzitter. Ik kan op dit moment ook nog niet met zekerheid stellen dat deKamer hier de juiste richting gaat kiezen. Het land waarin ik wil wonen,heeft namelijk oog voor de meest kwetsbare mensen in de samenleving,criminaliseert hulpverlening niet, luistert naar de mensen die het werkmoeten uitvoeren en onderbouwt wetgeving met feiten. Het land waarinik wil wonen, heeft een Tweede Kamer die haar wetgevende taak serieusneemt. In die Kamer kunnen we verschillend over een onderwerp denken.Dat is de essentie van politiek. Het is echter ook een Kamer waarin we welallemaal het belang inzien van een zorgvuldig wetgevingsproces, zeker alspartijen daar in de voorbereiding expliciet om vragen en als we merkendat er zo veel onzekerheid is. Dat is hier echter allemaal niet gebeurd.Vandaag spreken we opnieuw over de zoveelste symboolmaatregel rondasiel. Het gaat om een maatregel die er met stoom en kokend waterdoorheen wordt gejast, net als destijds de Faberwetten, omdat hetbepaalde politieke partijen gewoon goed uitkomt. Daarom vraag ik dezepartijen vandaag heel specifiek: hoeveel rapporten die op het belang vanzorgvuldige wetgeving wijzen, omdat er anders fouten ontstaan, hebbenwij nog nodig? Hoeveel door de Kamer veroorzaakt leed hebben we nodigom eindelijk te erkennen dat wetgeving zorgvuldig tot stand moet komenen gedragen moet worden door de samenleving? Fouten ontstaannamelijk als er haast is. Die fouten gaan hier ontstaan.Laten we kijken naar hoe dit proces tot nu toe is verlopen. Ditamendement is aangenomen, ondanks dat de Minister dat heeft ontraden,in een traject dat toch al heel rommelig en onzorgvuldig verliep. Partijenstemden in met een zeer vergaand amendement van de PVV, zonder goedin te schatten wat de gevolgen konden zijn voor hulpverlenende organi-saties of voor kwetsbare mensen. Of ze hebben natuurlijk simpelweg voordat amendement gestemd omdat ze voor symboolmaatregelen zijn enomdat het niet stoer genoeg kan klinken, zolang je maar kan zeggen dat jehet strengste asielbeleid ooit wil. Want wat maakt het nou uit of eenmaatregel effectief is, of hij daadwerkelijk helpt, en of hij humaan enuitvoerbaar is?Na onduidelijkheid over zelfs de vraag of een kopje soep onder hetamendement zou vallen – de heer Ceder begon daarmee – ligt er nu eennovelle die aan alle kanten rammelt. Wederom is er een zeer beperkteconsultatieronde geweest; dat was ook al zo bij de Faberwetten. Weer waser geen volledige uitvoeringstoets. Weer is er niet geluisterd naar de grotezorgen van hulporganisaties noch naar uitvoeringsorganisaties, dieknelpunt na knelpunt aanwijzen. Ook de Raad van State stelt opnieuw vastdat het een zeer onzorgvuldig traject is geweest. Toch kiest de Minister erniet voor om, zoals meerdere organisaties voorstellen, de strafbaarstellinghelemaal te schrappen.Ook de Kamer toont zich hier niet van haar beste kant. Ik ben nieuw indeze commissie, maar ik heb in al die acht jaar dat ik Kamerlid ben, nogniet eerder meegemaakt dat de Kamer haar wetgevende taak op dezemanier uitvoert. Ik vind het een schoffering van alle uitvoeringsorgani-saties en alle hulpverleners in dit land, die zich iedere dag inzetten voor degroep mensen waarover we praten. Nogmaals, we kunnen verschillenover politieke meningen. Het is maar goed ook dat we dat doen: daaromzijn we een democratie. Maar dan behoor je als volksvertegenwoordigerwel goed de adviezen die mensen geven tot je te kunnen nemen en goedte luisteren naar deskundigen die ons stukken sturen, om vervolgens opbasis daarvan goed geïnformeerd, op basis van feiten en cijfers, politiekeafwegingen te kunnen maken. Waar we normaal gesproken enkele wekennemen om bijvoorbeeld de schriftelijke inbreng te doen, zodat we allesgoed kunnen lezen en overleg kunnen hebben met al die organisaties,moesten we nu noodgedwongen door rechtse partijen binnen enkeledagen onze vragen opstellen. Negen minuten na ontvangst van debeantwoording, een document van 84 pagina’s, werd al verzocht om ditdebat snel plenair te behandelen. Ik geloof best dat veel collega’s hier heelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1821 snel kunnen lezen en tot heel veel in staat zijn, maar in negen minuten 84pagina’s doornemen om te kijken of alle vragen afdoende zijn beant-woord, zie ik toch echt niemand doen.Inmiddels hebben we de beantwoording wél gelezen. Ik kan niet andersdan constateren dat ook hier essentiële vragen over proportionaliteit enonderbouwing worden ontweken. Dat zijn harde woorden, maar voor defractie van GroenLinks-PvdA is volstrekt duidelijk dat het hele wetgevings-proces een dikke onvoldoende krijgt. Het is duidelijk dat symboliek,roepen dat je strenge asielwetgeving wil, belangrijker is dan onder-bouwing, dan het luisteren naar uitvoeringsorganisaties en, nog veelbelangrijker, dan mensenrechten centraal stellen.Voorzitter. Ook mijn fractie vindt dat als mensen na het doorlopen van eenzorgvuldige asielprocedure een afwijzing hebben gekregen, ze terugmoeten naar hun land van herkomst. Het is onwenselijk dat mensenzonder geldige verblijfsvergunning in Nederland verblijven. Volgens mij isdaar weinig politieke discussie over. We vinden het schadelijk dat er geenzicht is op hoeveel en waar mensen zonder de juiste papieren verblijven,voor hen maar ook voor de samenleving. Ik denk dat alle partijen hier, vanlinks tot rechts, het daarover eens zijn.Maar strafbaarstelling is daar niet de oplossing voor en werkt zelfsaverechts. Het helpt niet om mensen onzichtbaar te maken. Het helpt nietom hulpverleners, vrijwilligers, kerken en anderen onnodig in onzekerheidte storten over de vraag of zij een misdrijf begaan vanwege medemense-lijkheid. Ik zal dat verder in mijn bijdrage met vragen duidelijk maken. Datdoe ik door in te gaan op de gevolgen voor hulpverleners en voor mensendie al vaak in een kwetsbare positie zitten en op het feit dat dit middelbewezen ineffectief is en averechts werkt. Daarnaast zal ik benoemen watwe wél kunnen doen.Ook zal ik benoemen over wie we het hebben. «Illegaliteit» klinkt namelijkalsof het over mensen gaat die nare dingen van plan zijn, maar wehebben het hier over een hele uiteenlopende groep. Het gaat over mensenvan wie hun aanvraag is afgewezen en die hier toch blijven, maar ookover mensen die al tientallen jaren in dit land zijn, over mensen dieworden uitgebuit, over mensen die in een hele kwetsbare positie zitten endie zich vanwege de consequenties niet durven te melden en overmensen die hier zijn geboren en geen ander geboorteland hebben. Hetzijn allemaal mensen die om welke reden dan ook nooit de juiste papierenhebben gehad. Over die mensen gaat dit.Voorzitter. De Minister wekt met deze novelle de indruk dat alleonzekerheid voor hulpverleners, artsen, ambtenaren, maatschappelijkeorganisaties en geloofsgemeenschappen zoals kerken wordt wegge-nomen. Dat is simpelweg niet het geval. Daarvoor merken we veel te veelonrust in onze hele samenleving. Als je het aan mijn fractie vraagt, komtdat door de juridische paradox die de Minister zelf heeft gecreëerd in denovelle. Die zorgt voor enorm veel verwarring. Die begrijp ik volledig,want in de wet blijft letterlijk staan dat mensen deelnemen aan eenmisdrijf. Aan het derde lid van artikel 108a van de Vreemdelingenwet 2000wordt een extra zin toegevoegd. Die zin luidt: «Deelnemen aan ditmisdrijf, anders dan als pleger, is niet strafbaar.» Hulpverleners, artsen,kerkelijke organisaties, humanitaire organisaties, advocaten en rechters,zo ongeveer iedereen die te maken heeft met de uitvoering, plegenvolgens de wet geen misdrijf, maar nemen in strafrechtelijke zin nog welsteeds deel aan een misdrijf. Daar zit de crux, want iedereen die op enigemanier hulp verleent, wordt in de wet nog steeds als deelnemer aan eenmisdrijf gezien. Dan kan er wel een komma staan, maar deze zin staat weldegelijk in de wet en blijft er ook in staan.Vindt de Minister het wenselijk en normaal dat deze mensen, ook metdeze novelle, juridisch worden beschouwd als deelnemer aan eenmisdrijf? Wat zegt het volgens de Minister over onze samenleving en overdit kabinet dat ambtenaren of politieagenten enerzijds de wettelijke taakTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1822 hebben om mensen zonder verblijfsrecht in sommige gevallen te helpenen artsen hiervoor zelfs een eed hebben gezworen, maar dat ze tegelij-kertijd juridisch deelnemen aan een misdrijf wanneer ze die taakuitvoeren? Begrijpt hij ook dat dit maatschappelijk onwenselijk, hartstikkeonlogisch en gewoon niet uit te leggen is? Is de Minister het met ons eensdat dit ook juridisch een vreemde figuur is, zeker omdat hij onder meer inantwoord op vragen van ons en van de ChristenUnie in het schriftelijkoverleg geen andere voorbeelden kon geven van een dergelijke uitzon-dering? Ook de Raad van State wees daarop. Begrijpt hij ook dat ditafschrikt voor deze beroepsgroepen en bijvoorbeeld voor vrijwilligersvanuit de kerk die andere mensen helpen? Ik gaf daar in mijn inleiding aleen voorbeeld van.Deze paradoxale constructie rammelt ook om een heel andere reden. Deverantwoordelijkheid voor rechtszekerheid en bescherming wordtdoorgeschoven naar de rechtspraak. De heer Ceder had daar ook al eenaantal vragen over. Het Openbaar Ministerie kan nog steeds besluiten omte vervolgen. Pas daarna kan een rechter besluiten tot ontslag van allerechtsvervolging, maar met deze novelle blijft strafrechtelijke vervolgingdus mogelijk. Kan de Minister dit bevestigen? Erkent hij dat vervolgingook met deze novelle nog steeds kan plaatsvinden? Op dit moment heeftde Kamer nog steeds geen inzicht in het vervolgingsbeleid van het OM,terwijl juist dat beleid bepalend is voor de vraag of hulpverleners in depraktijk risico lopen. Hoe kan de Minister garanderen dat hulpverlenersniet worden vervolgd, terwijl het OM daar zelfstandig over gaat? Wanneerstelt het OM zijn vervolgingsbeleid vast en kunnen we dat krijgen voordatwe straks gaan stemmen over deze novelle? Begrijpt de Minister dat hetvoortdurend herhalen in interviews en in antwoord op onze vragen dathulpverleners niet strafbaar zijn om al deze redenen geen enkelvertrouwen wekt, niet bij ons en ook niet bij de vele mensen die hierbijbetrokken zijn? Ik gaf net al een opsomming.Voorzitter. Gisteren werd ook in een interview in de NRC duidelijk dat erjuridische gaten zitten in de novelle. Volgens advocaat Roan Lamp kanhulpverlening alsnog worden gezien als witwassen. Ik vraag de Minister:klopt het dat je, zoals de heer Lamp stelt, in het strafrecht beschuldigd kanworden van witwassen als je iemand bewust helpt bij het plegen van eenmisdrijf, in dit geval onrechtmatig verblijf, door geld of vermogen tegeven of aan te nemen? Klopt het dat daarmee het risico bestaat datscholen of ziekenhuizen alsnog worden aangemerkt als medeplegers vanwitwassen? Ik heb nog een aanvullende vraag: wat als iemand die nietrechtmatig in Nederland verblijft, iets koopt in een winkel of ergensbetaalt voor een overnachting? Want dan is het strikt genomen geenhulpverlening. Hoe zit het dan met de medeplichtigheid van degene diedie dienst verleent? Ik krijg hier graag een reactie op van de Minister.Ik wil voor iedereen die vandaag meekijkt, benadrukken dat dit nietzomaar details zijn. Nog voordat de wet en de novelle überhaupt inwerking zijn getreden, merken wij de gevolgen al. Veel mensen die hiervandaag aanwezig zijn, merken dat ook. Hulpverleners geven aan datbepaalde hulp niet meer kan worden geboden en dat mensen daar tochterughoudend in zijn. Ik hoor voorbeelden van artsen die bang zijn voorde gevolgen hiervan. Maar ik hoor ook hele concrete voorbeelden vanandere mensen die in enige vorm uit medemenselijkheid hulp willenverlenen. Die gevolgen zijn er daadwerkelijk. Daarom stellen we hier zoveel vragen over.Voorzitter. Ook een ander effect kunnen we nu al zien aankomen. DeMinister stelt dat de maatregel een afschrikwekkende werking kanhebben. Ik moet hem daarin gelijk geven, maar niet op de manier die deMinister bedoelt. Het zal ervoor zorgen dat mensen die vaak al in eenkwetsbare positie zitten, nog meer van de radar verdwijnen. Daarwaarschuwen ook vrouwenrechtenorganisaties uitdrukkelijk voor. Zijzeggen dat de kans op uitbuiting groter wordt. Het zal ervoor zorgen datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1823 er een schaduwsamenleving ontstaat, met ernstige gevolgen voorfundamentele mensenrechten zoals toegang tot medische zorg enbescherming tegen geweld en mensenhandel.Voorzitter. Ik heb op dit punt echt met verbazing de antwoorden van deMinister op onze schriftelijke vragen gelezen. Daarin schiet de Ministerwat mij betreft echt tekort, want de Inspectie JenV waarschuwt voorernstige risico’s. Zij zeggen ook: mensen gaan misschien ondergronds,zoeken geen zorg meer en worden eerder slachtoffer van uitbuiting. Danis het echt onvoldoende om alleen maar in het schriftelijk overleg testellen dat mensen heus wel naar een dokter of de politie kunnen en datdie basisvoorzieningen heus wel toegankelijk blijven. Dat is geenonderbouwing. Dat is ook niet wat we terughoren van organisaties diedaadwerkelijk met deze mensen werken. Dat blijkt ook alleen al uit het feitdat we nu, nog voordat de novelle in werking is getreden, al de eerstesignalen uit het veld krijgen over mensen die van de radar verdwijnen.Ik noem een paar concrete voorbeelden die we hebben binnengekregen.Het gaat over ongedocumenteerden die geen melding of aangifte meerdurven te doen als ze slachtoffer zijn van een strafbaar feit. Het gaat overartsen die twijfelen over het geven van medisch noodzakelijke zorg. Hetgaat over kinderen die bang zijn dat ze niet meer welkom zijn op school,over kinderen voor wie hun 18de verjaardag geen feestje is, maar de dagdat ze opgepakt kunnen worden. Ik wil graag op deze voorbeelden eenconcrete reactie van de Minister.De voorzitter:Mevrouw Westerveld, ook naar aanleiding van deze passage is er eeninterruptie van mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Mevrouw Westerveld zei dat artsen twijfelen of ze noodzakelijke medischehulp mogen verrichten. We hebben daarvoor een artikel in de Vreemdelin-genwet, dat zegt dat ook mensen die geen vergunning hebben om hier teblijven, recht hebben op noodzakelijke medische zorg. Is mevrouwWesterveld daarvan op de hoogte? Waarom twijfelt ze daar dan aan ofwaarom zouden artsen daaraan moeten twijfelen, als dit een specifiekeuitzonderingsgrond is in de Vreemdelingenwet?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Iedereen die in dit land is, heeft recht op noodzakelijke medische hulp.Artsen hebben daar zelfs een eed voor gezworen, dus zij helpen gewoonmensen die in nood zijn.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):De kern van artikel 10 van de Vreemdelingenwet is dat mensen die hierillegaal verblijven, geen recht hebben op allerlei verstrekkingen. Dan kunje denken aan een uitkering, bijstand of allerlei voorzieningen. Maar eenspecifieke uitzondering luidt: vreemdelingen zonder verblijfspapierenhebben wel recht op medisch noodzakelijke zorg. Dit is een belangrijkeuitzondering op het algemene verbod. Er hoeven toch geen zorgen te zijnbij mevrouw Westerveld of artsen als je dit artikel erbij neemt? Daarinstaat gewoon dat er een specifieke uitzondering is voor het recht opnoodzakelijke medische zorg. Dan hoef je die zorgen toch niet te hebben?Je hoeft dat misschien zelfs niet eens aan de Minister te vragen, want hetstaat er gewoon. Het staat er gewoon letterlijk.De voorzitter:Uw vraag is helder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1824 Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat de meeste artsen en hulpverleners helemaal geen wet nodighebben. Zij hebben een eed gezworen. Zij doen dit werk omdat ze hetbelangrijk vinden om mensen te helpen, dus zij helpen mensen als hetnodig is. Dat ligt in de aard van hun beroep, in de aard van wat zebelangrijk vinden. Het punt is alleen dat wij hier praten over een novellewaarin letterlijk staat «deelname aan dit misdrijf» , wat wel degelijk zorgtvoor verwarring. Dat zeg ik niet omdat ik het leuk vind om zand in demolen te strooien, maar omdat we de afgelopen dagen heel veel brieven,ook van artsenorganisaties en koepelorganisaties, hebben gekregen. Nukrijg ik als woordvoerder voor onder meer jeugdzorg, ggz en anderepunten van zorg ook weleens berichten van koepels, maar ik heb zeldenmeegemaakt dat de artsenorganisaties zo massaal en zo breed hunzorgen delen over een wet, over de novelle die we vandaag bespreken.Die zorgen zijn er dus wel degelijk. Die begrijp ik ook helemaal.De voorzitter:Mevrouw Van der Plas, een vervolgvraag.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik snap die zorgen ook wel, als je niet weet dat artikel 10 van de Vreemde-lingenwet een specifieke uitzonderingsgrond geeft voor het bieden vannoodzakelijke medische zorg. Onze taak als volksvertegenwoordiger,behalve dat wij hier bezig zijn met wetgeving en toetsen of het wel klopt,is ook duidelijke informatie geven aan mensen die zich zorgen maken enze wijzen op bepaalde wetsartikelen, in dit geval artikel 10, dat gewoonaangeeft dat dit een uitzonderingsgrond is. Dat is belangrijker dan deangst of de onrust in stand te houden, van: mógen ze dat wel? Het staat ergewoon specifiek. Dat is ook wat ik hier wil neerleggen en wat ik aanmevrouw Westerveld wil vragen. Als die artsenorganisaties of diehulporganisaties vragen stellen, vraag ik mevrouw Westerveld om ze daarook op te wijzen, want ook dat is een taak van de volksvertegenwoor-diging.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Een taak van de volksvertegenwoordiging is ook het serieus behandelenvan wetten en het serieus luisteren naar de zorgen in de samenleving. Diegeluiden komen ook niet van de minste organisaties, want we horen ditheel breed. Het is onze taak om die vragen mee te nemen naar het debathier, om de tijd te nemen om wetten goed te behandelen, om met al dieorganisaties te kunnen afstemmen en vragen te kunnen indienen, omvervolgens de antwoorden te bekijken en te bekijken of wetten deugen, enom te vragen naar onderbouwing. Al dit soort dingen gebeurt niet.Daarom zitten we hier vandaag in alle haast dit debat te voeren. Hetzorgvuldige wetgevingstraject heeft op geen enkele manier plaatsge-vonden. Daarom begrijp ik wel degelijk dat deze zorgen zo breed leven. Ikheb namelijk nog op geen enkel punt een goede onderbouwing gezienvan de Minister. Ik ben absoluut niet gerustgesteld door de antwoordendie wij van de Minister hebben gekregen in ons schriftelijke overleg, en ikbegrijp dat de organisaties die ons aanschrijven ook op geen enkelemanier gerustgesteld zijn. Het hele traject verdient geen schoonheidsprijsen ik maak me oprecht veel zorgen over de gevolgen die dit heeft. Daaromnoem ik die. Ik deel de zorgen van deze organisaties namelijk.De voorzitter:Mevrouw Van der Plas nog, voor een vervolgvraag.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik denk dat we de hele tijd in herhalingen vallen. Er is gewoon een artikel10, dat zegt dat mensen die geen vergunning hebben om hier inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1825 Nederland te blijven, recht hebben op medische zorg. Dat staat ergewoon. Ik vind dus dat we dat duidelijk moeten benoemen. Misschienkan ik daarom indirect al de vraag aan de Minister stellen of het klopt datdeze uitzonderingsgrond bestaat en dat artsen hiervan gebruik kunnenmaken. Dan stel ik die vraag maar gewoon. Maar het staat er ook. Hetstaat er gewoon letterlijk.De voorzitter:Ik hoor niet direct een vraag aan mevrouw Westerveld, en zij heeft eerderal antwoord gegeven.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Nee, maar mijn antwoord zou dan zijn: als we duidelijkheid willen geven,kunnen we toch beter het strafbaar stellen überhaupt uit de wet halen?Dat is veel duidelijker. We praten nu namelijk over een novelle dietoevoegt: deelname aan dit misdrijf. We maken de wet dus alleen maaronduidelijk. Dan begrijp ik niet waarom mevrouw Van der Plas wijst opeen ander artikel als ze aangeeft dat er duidelijkheid moet zijn. Dankunnen we beter tegen deze novelle stemmen, want die maakt deonduidelijkheid alleen maar groter.De voorzitter:U vervolgt uw betoog, mevrouw Westerveld ... Maar niet voordat u ookeen vraag van de heer Van Meijeren heeft gekregen.De heer Van Meijeren (FVD):Ik vraag me af wat nou precies het probleem is met die formulering vande uitzondering in de novelle. Mevrouw Westerveld citeert een aantalkeren dat er staat «deelname aan dit misdrijf ...» , maar de laatste driewoorden van die zin luiden «... is niet strafbaar» . Deelname aan ditmisdrijf is niet strafbaar, ook op grond van onder andere artikel 10 van deVreemdelingenwet en legio jurisprudentie en strafuitsluitingsgronden ennoem het allemaal maar op. Daar wordt nog eens extra aan toegevoegddat deelname aan dit misdrijf niet strafbaar is. Voor zover er nog twijfelzou kunnen ontstaan, wordt die dus volledig weggenomen. Waar komendus precies die zorgen vandaan dat artsen straks mogelijk geen medischezorg meer zouden mogen verlenen?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik heb heel bewust een aantal vragen gesteld aan de Minister. Ik hebdaarbij voorbeelden genoemd die door organisaties bij ons zijn binnenge-bracht in de afgelopen dagen en weken, voor zover er al sprake is vanweken, want zo lang hebben we het hier nog niet over. Dit gaat niet alleenover medische zorg door artsen. Dit gaat ook over de gevolgen voorbijvoorbeeld gemeenten. U was ook aanwezig bij de hoorzitting waarin deVNG aangaf dat het ontwrichtend kan werken. Ook de politie geeft aan erniet goed mee uit de voeten te kunnen, en uitvoeringsinstanties gevenaan dat dit eerder averechts werkt. Die brede zorgen zijn er dus weldegelijk, en die komen zeker wel door deze novelle en de toevoegingdaaraan. In tegenstelling tot de heer Van Meijeren hebben wij, enontzettend veel organisaties, wél vragen over wat dit nou concreetbetekent. Voor mij is allerminst duidelijk wat de concrete betekenis is.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Van Meijeren.De heer Van Meijeren (FVD):Ik heb geen antwoord gekregen op de vraag wat nou precies hetprobleem is met die formulering, want die is, geloof ik, heel duidelijk enook zeer ruim geformuleerd. Alle deelnemingsvormen worden uitge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1826 zonderd van strafbaarheid. Voor geen enkel ander strafbaar feit geldt datdit zo ruim wordt geformuleerd. Ik heb ook gezien dat er wat zorgen zijnbij organisaties, maar ik denk dat wij die zorgen juist weg moeten nemenin plaats van met de wolven te gaan meehuilen, waardoor die zorgen juistten onrechte worden bevestigd. Het is klip-en-klaar dat geen enkele vormvan hulpverlening straks nog strafbaar is. Duidelijker en ruimer had hetniet geformuleerd kunnen worden. Dat blijkt uit de toelichting en uit allestukken die we hebben gezien. Dan sluit ik me toch wel aan bij mevrouwVan der Plas: dan zou het ook wel zo netjes zijn om dat te erkennen en diezorgen weg te nemen in plaats van hier te gaan doen alsof dat inderdaadnog mogelijk is, terwijl dat buiten iedere twijfel is.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik maak zelden mee dat Forum voor Democratie zo veel vertrouwen heeftin de overheid. Dat is er bij ons, in dit geval in de Minister, niet als ik debeantwoording lees op onze vragen. We vragen namelijk een aantal keernaar onderbouwing. We vragen een aantal keer naar feiten. We vrageneen aantal keer om in te gaan op concrete voorbeelden. Daarom stel ik devragen nu ook aan hem. Dan komt er nul antwoord op. Daarom stel ik dievragen en vind ik dat ook een taak van ons. Maar ik deel ook de zorgen,zoals ik net al zei, van de verschillende organisaties en de gerenom-meerde advocatenkantoren die ons ook de afgelopen dagen nog stukkenhebben gestuurd waaruit blijkt dat zij wel degelijk een andere lezinghebben van de wet dan die de Minister ons geeft.De voorzitter:Mevrouw Westerveld, u vervolgt uw betoog.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ja, voorzitter. Ik was gebleven bij de concrete voorbeelden. Ik wil graag opnog een andere vraag een helder antwoord van de Minister. Die vraagluidt: kan hij vertellen wat er gebeurt als iemand die hier niet rechtmatigis, wordt uitgebuit of slachtoffer is van seksueel misbruik en zich meldt bijde politie? Wat wordt er dan in gang gezet? Wat gebeurt er dan met dezepersoon?Voorzitter. Ik vind het ook bijzonder zorgelijk hoe de Minister specifiek degevolgen voor gezinnen met kinderen onvoldoende erkent. Een adequateKinderrechtentoets ontbreekt namelijk, terwijl de mogelijk schadelijkegevolgen voor kinderen groot zijn. Hoe rijmt dit met het Verdrag vanIstanbul, waar ook de handtekening van Nederland onder staat en waarinNederland met heel veel andere landen belooft om geweld tegen vrouwenaan te pakken? De Minister begrijpt toch heel goed dat ouders dieonrechtmatig hier blijven er misschien wel voor gaan kiezen om hunkinderen niet in te schrijven op school? Hoe wil hij dat voorkomen?Begrijpt hij ook dat dit tot onduidelijkheid leidt bij leraren en school-leiders? Wat gebeurt er met minderjarige kinderen als ouders strafrech-telijk in beeld komen vanwege de strafbaarstelling? Wordt bij kinderengetoetst of ze wel recht hebben om hier te blijven? Zijn er scenario’smogelijk waarbij de ouders het land moeten verlaten maar het kind welrecht heeft op verblijf?Hoe wordt voorkomen dat kinderen met ouders zonder geldige papierenslachtoffer worden van zorgmijding door strafrechtelijke druk op deouders, of dat zwangere vrouwen die onrechtmatig verblijven zorg gaanmijden? Wat is de Minister voornemens te doen als bij de evaluatie blijktdat er sprake van is dat zorg wordt vermeden of dat er andere negatievegevolgen zijn voor deze kwetsbare groepen? Ik maakte net het punt datartsen natuurlijk wel hulp gaan geven, maar het kan wel degelijk leiden totzorgmijding van groepen die gewoon bang zijn om bijvoorbeeld naar eenarts of de politie te stappen. De Minister benadrukt dat de politie nietgericht gaat zoeken naar onrechtmatig verblijvende mensen, maar hoeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1827 kan hij dat garanderen? Klopt het dat wellicht een andere Minister kanbesluiten om dat wel te doen? Erkent de Minister dat ondanks deonwenselijkheid van het fenomeen, het feit dat mensen hier onrechtmatigverblijven, de Staat nog steeds verantwoordelijk is voor de toegang totbasisbehoeften voor alle mensen?Ik wil graag horen hoe de Minister uitvoering wil geven aan dezemensenrechten, want bij vragen hierover wijst hij enkel op het feit dat hetnu al strafbaar is om onrechtmatig te verblijven in Nederland. Gezien demaatschappelijke onrust, de hoeveelheid reacties van hulporganisaties,mensen die werken met ongedocumenteerden of onrechtmatig verblij-vende mensen, kan het kabinet toch niet stellen dat het wel meevalt ennet doen alsof dit niet door al die organisaties wordt verteld en alsofmensen heus wel naar de politie kunnen of die zorg zullen vragen? Ditleidt gewoon tot het effect dat mensen niet die stap durven te zetten, benik bang. Graag een reactie van de Minister.Dan de effectiviteit. Het is belangrijk voor ons om wetten te toetsen opeffectiviteit, dus op de vraag of deze maatregel gaat leiden tot meer gripop migratie. Wij hebben in de Kamer specifiek de taak om door te vragenop die onderbouwing, om hierover die vragen te stellen. Ook dat is in deverste verte niet op orde. Het is echt volstrekt onvoldoende om te stellendat naar de méning van het kabinet deze maatregel kan leiden tot grip opmigratie. Ik zei het net ook al in het interruptiedebatje: dit is gewoonwetgeving. We hebben de taak om te vragen naar feiten, naar onder-bouwing, naar proportionaliteit en effectiviteit. Sinds wanneer is eenmening voldoende onderbouwing voor beleid en wetgeving? Het is nogkwalijker om deze mening te gebruiken als onderbouwing als genoegonderzoeken en praktijkvoorbeelden gewoon het tegenovergestelde latenzien, namelijk dat dit weleens een averechts effect kan hebben. We wetennamelijk uit praktijkvoorbeelden uit landen die een strafbaarstellinghebben dat dit niet effectief is. De heer Paternotte noemde het net ook al.Neem bijvoorbeeld België, dat al in 1980 onrechtmatig verblijf strafbaarheeft gesteld, maar waar twee keer zoveel ongedocumenteerde vreemde-lingen verblijven als in Nederland. Er zijn verschillende onderzoeken, waarook de Dienst Terugkeer en Vertrek naar verwijst, die aantonen datstrafbaarstelling averechts werkt.Zowel bij de consultatie als bij de beantwoording van deze vragen gaat deMinister niet in op de constateringen uit onderzoek. Daarom hiernogmaals de vragen. Kan de Minister inhoudelijk ingaan op de onder-zoeken, aangehaald door DTenV, die aangeven dat strafbaarstelling juistaverechts werkt? Kan de Minister bijvoorbeeld ingaan op het onderzoekvan dr. Matilde Rosina, Criminalising migration, waarin juist wordtaangetoond dat strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf averechtswerkt? Zij stelt dat uit de ervaringen in Frankrijk en Italië een tweedeligeffect blijkt: het vergroot het gevoel van onveiligheid in de samenlevingen het duwt mensen zonder verblijfsrecht dieper de illegaliteit in,waardoor ze afhankelijk worden van informele of ondergrondsenetwerken. Kan de Minister daarop reageren? Onderschrijft de Minister destelling en het uitgangspunt dat het terugkeerbeleid effectief moet zijn en,zo ja, waarom blijft hij dan, ondanks deze onderzoeken en praktijkvoor-beelden, toch bij zijn mening dat de strafbaarstelling kan bijdragen aangrip op migratie?Daarnaast geven ook de belangrijkste uitvoeringsorganisaties aan dat hetzeer onzeker is dat het voorstel daadwerkelijk zal leiden tot effectieverterugkeerbeleid. Sterker nog, ze verwachten juist dat het leidt tot minderterugkeer. Zo stelt DTenV dat het strafbaar stellen van onrechtmatigverblijf ervoor kan zorgen dat minder mensen zich vrijwillig zullen wendentot de organisatie voor zelfstandig vertrek, en dat daarmee de terugkeer-cijfers kunnen dalen. Ook voor de politie is de doelmatigheid van denovelle onduidelijk. De marechaussee stelt dat het een groot effect kanhebben op de uitvoering en kan leiden tot verdringingseffecten. WaaromTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1828 wordt er niet geluisterd naar deze uitvoeringsorganisaties, vraag ik deMinister. Ik wilde eerst een opsomming geven van alle organisaties diekritisch zijn, maar daar zijn we te lang mee bezig, dus die zal ik ubesparen. Maar ik wil de Minister wel vragen wat hij ervan vindt dat aldeze organisaties, van uitvoering tot mensen in de praktijk, negatief zijn.Daarnaast lees ik in de beantwoording dat de wijze waarop uitvoeringwordt gegeven aan de strafbaarstelling zou moeten worden afgestemd opde beschikbare capaciteit. Daarover heb ik ook een paar vragen. Betekentdit dan dat er, in een scenario zoals we die nu hebben, met een nijpendcellentekort, eigenlijk geen beschikbare capaciteit is voor strafbaarstellingen deze taak dus niet wordt uitgevoerd? Heeft de Minister het toegezegdegesprek met DTenV over de uitvoering al gehad en, zo ja, wat is daaruitgekomen en wanneer wordt de Kamer geïnformeerd over de uitkomstenvan dit gesprek? Kan de Minister reageren op de opmerking van DTenVdat het terugkeerproces nooit ophoudt, aangezien zij zich blijven inzettenvoor gedwongen terugkeer totdat iemand daadwerkelijk vertrokken is? DeMinister geeft aan dat verdringingseffecten zo veel mogelijk wordenbeperkt, maar klopt het dat dit geen garantie is en dat er dus wel sprakekan zijn van verdringingseffecten, waardoor DTenV door deze maatregelniet toekomt aan daadwerkelijke terugkeer? Wat is de Ministervoornemens te doen als bij de evaluatie blijkt dat door de strafbaarstellingde terugkeercijfers zijn gedaald?Dan de vraag of het juridisch stand zal houden. Daarbij wijst de Minister inde beantwoording naar andere EU-landen die ook een strafbaarstellingkennen. Ik gaf net al aan dat dat geen argument is, want ook in die landenis het de vraag of het mag. Dat staat nog los van het feit dat in dit dossier,vooral op het asieldossier, landen zoals België en Italië vaak op de vingersworden getikt vanwege onrechtsstatelijke maatregelen. Erkent de Ministerdat, en wil hij echt die kant op gaan?Ik begrijp dat bij de uitvoeringsorganisaties rekening wordt gehouden meteen verwachte toename van 100 tot 300 vervolgingen als gevolg van destrafbaarstelling. Volgens de laatste schatting is het aantal mensen datonrechtmatig in Nederland verblijft zo’n 23.000 tot 58.000. Dan heb ikweer een paar vragen aan de Minister. Is het dan daadwerkelijk eeneffectief middel als, op basis van deze cijfers, met de strafbaarstellingongeveer 0,5% van de mensen wordt vervolgd en wellicht een nog kleineraantal wordt uitgezet? Kan de Minister die cijfers bevestigen? Hoe wordtbepaald dat het waarschijnlijk over 100 tot 300 mensen gaat? Daar gaathet OM toch over? De Minister stelt ook keer op keer dat het om eenbeperkte omvang gaat, maar hoe groot is deze groep nou precies? Welkdeel hiervan bestaat uit uitgeprocedeerde asielzoekers? Ik snap ook nietwaarom er sprake is van effectief terugkeerbeleid als mensen die hieronrechtmatig verblijven maar wel weg kúnnen eerst een gevangenisstrafmoeten uitzitten in Nederland, waardoor ze dus nog langer in Nederlandverblijven. Daar hadden we het ook over tijdens het rondetafelgesprek.Kan de Minister dat toelichten?Voorzitter. Ik ben bijna aan het einde gekomen. We hebben nog een paarvragen. De Minister stelt dat handelingsperspectief ontstaat met destrafbaarstelling en dat het slechts de aanvulling is. Dat zou een begrij-pelijk argument kunnen zijn als de uitvoeringsorganisaties hierom vragen,als ze aan de bel trekken en aangeven dat ze juist dit strafrechtelijkeinstrument missen, omdat ze nu niet kunnen ingrijpen. Maar dat isgewoon niet het geval, want voor de terugkeer van uitgeprocedeerdeasielzoekers of onrechtmatig verblijvende mensen zijn er tal van andereinstrumenten. Naast positieve prikkels kennen we ook de vreemdelingen-bewaring, een licht of zwaar inreisverbod of de ongewenstverklaring.Daarom vind ik de redenering daarachter onbegrijpelijk, zeker omdat deMinister aangeeft dat strafbaarstelling in eerste instantie wordt toegepastvoor overlastgevende of crimineel gedrag vertonende vreemdelingen.Daar zijn de middelen die ik net noemde, nou juist voor bedoeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1829 Daarnaast geven verschillende organisaties, waaronder de Inspectie JenV,aan dat het strafrecht al een strafbaarstelling van onrechtmatig verblijfkent. Klopt het dat onrechtmatig verblijf nu al strafbaar is, aangezienmensen die worden aangetroffen zonder geldige verblijfsstatus inNederland, al in overtreding van de Vreemdelingenwet 2000 zijn? Waaromis deze strafbaarstelling dan nog nodig? Welke uitvoeringsorganisatieshebben aangegeven dat de strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf enterugkeer nu een ontbrekend instrument is in het bevorderen vanterugkeer? Graag een reactie van de Minister.Waaruit blijkt nou dat de bestuurlijke instrumenten onvoldoende zijn?Welke onderbouwing geeft de Minister daarvoor? De Minister stelt dat hetalleen een uiterste redmiddel is. Kan de Minister nou eens een concreetpraktijkvoorbeeld geven waarbij de net genoemde instrumenten onvol-doende zijn? De Minister stelt in de beantwoording dat het lichteinreisverbod soms niet voldoende is, omdat bij overtredingen geenvrijheidsstraffen worden opgelegd. Dat is wel mogelijk bij een inreis-verbod. Waarom is zijn inzet dan niet om ervoor te zorgen dat hetinreisverbod beter wordt benut?Voorzitter, ten slotte en daarna rond ik af. Ook voor effectief terugkeer-beleid in het algemeen zijn er heel veel andere instrumenten die onvol-doende worden benut. De aanname dat de lage terugkeercijfers volledigte wijten zijn aan mensen die niet terug wíllen, is gewoon niet in lijn metde dagelijkse realiteit. Daarom zou het kabinet ook veel meer kunnen doenen veel meer kunnen inzetten op vrijwillige terugkeer. Het zou lessenkunnen leren uit succesvolle vrijwillige terugkeerprogramma’s. Ik wijs ookgraag even op de motie van mijn collega, mevrouw Piri, die onlangssamen met het CDA een motie indiende. Ze vroeg om een «go and see»-regeling voor Syriërs in Nederland, waar andere landen ook al meewerken. Die motie is aangenomen, maar het kabinet weigert die uit tevoeren. Ik vraag het kabinet waarom. Ook wil ik weten waarom hetkabinet dan niet inzet op meer en betere afspraken met landen vanherkomst, ook in Europees verband, want dan kun je zorgen voor snellereprocedures bij de IND. We weten namelijk dat hoe langer de procedureduurt en hoe langer mensen in Nederland zijn, hoe kleiner kans is datmensen daadwerkelijk terugkeren.Voorzitter, ik rond af. Ik hoop dat we als Kamer de juiste richting gaaninslaan en dat partijen die tijdens de verkiezingen hoog van de torenbliezen over uitvoerbaarheid, betrouwbaarheid en gemeenschapszin, demoed tonen om deze novelle te zien voor wat die is, namelijk ondeug-delijk; die kan averechts werken; het is gewoon stoere praat, symboolpo-litiek en wordt nauwelijks onderbouwd. Dit kan ook ernstige effectenhebben op onze samenleving, nu zo veel organisaties die dit belangrijkewerk doen, zoals hulpverleners, kerken, zorgverleners, waar ik het net alover had, onderwijs, wetenschappers, advocaten, rechters, politie en zelfsde VNG, de organisaties die dit moeten uitvoeren dus, aangeven dat dezewet averechts werkt. Dat zorgt voor extra dilemma’s en mogelijkontwrichting van de samenleving. Dit zijn allemaal mensen die onzesamenleving draaiende houden, waar de Minister voor zou moeten staan.Ik vind ook dat ons land beter verdient dan schijnoplossingen en politiektoneel. Het verdient beleid dat werkt, dat uitvoerbaar is, dat humaan is endat daadwerkelijk doet wat het zegt dat het doet en waar mensendaadwerkelijk iets aan hebben. Precies daarom zijn wij van plan om tegendeze novelle te stemmen.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Westerveld. U heeft een vraag van de heer Diederikvan Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1830 Ik heb nog een vraag over het een-na-laatste stuk van het betoog vanmevrouw Westerveld, waarin ze vrij uitvoerig vroeg: wat voegt zo’nstrafbaarstelling nou eigenlijk toe, want we hebben al een uitgebreidbestuursrechtelijk instrument, waar je al druk mee kunt opbouwen,mensen in detentie kunt zetten et cetera? Als dat waar is, geldt ook hetlange verhaal van mevrouw Westerveld niet dat mensen nu allemaal bangzouden moeten zijn, dat er angst ontstaat et cetera, want die angst zou erdan nu ook al moeten zijn. Dan gaat dat deel van het verhaal toch niet op?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp de vraag, maar mijn punt is juist dat de Minister aangeeft dathet vooral voor deze groepen zou moeten gelden. Dat hoorde ik mevrouwRajkowski net ook al zeggen. Juist voor deze groepen zijn er al een aantalinstrumenten. Er zijn mensen die in dit land verblijven. We willen allemaalniet dat je iets doet dat strafbaar is. Mijn verhaal is dus niet dat ik datbetoog, maar dat dat juist uit de beantwoording van de Minister zoublijken. Ik vraag me af wat dit dan toevoegt en welke uitvoeringsinstantiesdaarom hebben gevraagd, want die horen wij niet.De voorzitter:Er is een vervolgvraag van de heer Diederik van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ja, ik heb nog één vervolgvraag, omdat mevrouw Westerveld, terecht,veel waarde hecht aan de wetsbehandeling. Een grote zorg van mevrouwWesterveld is natuurlijk dat de groep die geraakt kan worden met ditvoorstel veel groter is dan die in de ogen van de Minister geraakt wordtdoor de novelle. We hebben niet alleen de novelle, want we hebben ookEuropese jurisprudentie, maar laat ik me nu even beperken tot dememorie van toelichting, die ook heel helder is en echt die focus op eensmalle doelgroep geeft. Erkent mevrouw Westerveld dat ook de memorievan toelichting wel voluit deel uitmaakt van de wetsgeschiedenis en dusook veiligheid en zekerheid biedt?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Natuurlijk maakt de memorie van toelichting deel uit van de wetsbehan-deling, net als bijvoorbeeld de vragen die wij stellen en het debat dat wijvoeren. Maar juist daarom maak ik mij zorgen, want als wij doorvragen opde memorie en op de wet en vragen om die onderbouwing, om die feiten,om die cijfers, om wat nou precies de maatregelen zullen zijn en of dataangetoond kan worden met onderzoek, komt daar nul antwoord op. Juistdaarom maak ik me wél zorgen over de manier waarop wij deze wetbehandelen en inderdaad of die onderbouwing, die feiten en die cijfersertoe doen of dat deze wet vooral wensdenken is. Vooralsnog, ook geziende haast waarmee de Kamer dit behandelt en de onzorgvuldige voorberei-dingen, neigt mijn beeld toch naar dat laatste.De voorzitter:Goed. Dank aan mevrouw Westerveld. We gaan luisteren naar de bijdragevan de heer Paternotte. Hij spreekt namens D66.De heer Paternotte (D66):Dank u wel, voorzitter. Het behandelen van wetsvoorstellen is een van dekerntaken van de Tweede Kamer. «Toch blijkt het in de praktijk lastig omvoldoende aandacht aan wetgeving te besteden; de politieke discussievan de dag vraagt snel veel van uw aandacht. Het vergt inspanning enhandigheid om wetsvoorstellen te kunnen doorgronden. Maar daarmeekunt u wel het verschil maken.» Dat is niet mijn tekst, maar komt uit deinleiding van het rapport Werken aan wetten, een coproductie van onzecollega’s Sneller en Michon-Derkzen. Dat is puur toeval, voorzitter. ZijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1831 hebben zich hard ingezet voor een ruime 120 pagina’s tellendehandreiking die ons als Kamerleden handvatten biedt om onze taak alswetgever goed uit te kunnen voeren, waarvoor dank. Dat is mooi en nuttigwerk, want het is heel belangrijk.We doen het hier vandaag eigenlijk precies weer hoe het niet moet. Voorde zomer werd een PVV-amendement aangenomen zonder dat er echtdebat over was geweest. Partijen steunden het amendement klaarblijkelijkzonder echt door te hebben wat er nou precies in stond, terwijl dateigenlijk vrij helder was. In het amendement stond: «Personen oforganisaties die illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen helpenonder te duiken, zullen op grond van artikel 47 van het Wetboek vanStrafrecht ook strafbaar zijn.» Ik ben niet van de PVV, maar niemand kanzeggen dat dit onduidelijk is. Het resultaat is dit debat. Een halfjaar laterzitten we hier bij elkaar met een voorstel van het kabinet om datPVV-amendement weer af te zwakken. De vraag is: herhaalt de geschie-denis zich hier niet toch weer?Oftewel, doen we hier niet wederom met veel haast iets waarvan maarweinig mensen begrijpen wat je er precies aan hebt? Want over allen diezonder papieren in Nederland zijn onder het strafrecht brengen, datprincipe van de strafbaarstelling van illegaliteit, is de Raad van State nieteens om advies gevraagd. We hebben wel een hele bak aan adviezen, vande politie tot en met het gevangeniswezen, van burgemeesters en deDienst Terugkeer en Vertrek, die eigenlijk allemaal zeggen: doe dit nouniet. Ze waarschuwen allemaal voor negatieve consequenties. Ik geefalvast één voorbeeld van de Dienst Terugkeer en Vertrek: «Deze wet leidtdus tot extra werk en administratieve lasten, waardoor minder tijd kanworden besteed aan het organiseren van vertrek van asielzoekers.» Wehebben het vandaag dus over een wet die als doel heeft om meerasielzoekers te laten terugkeren naar het land van herkomst, maar volgensde mensen in de uitvoering het tegenovergestelde effect heeft, terwijl zijnota bene die terugkeer moeten gaan regelen. Oftewel, eigenlijk is dit eenwet die gelijkstaat aan een hond die zijn eigen staart achternazit en ervervolgens in bijt.Voorzitter. Dat is echt zonde, want heel veel Nederlanders willen graaggrip op migratie. Alleen, het is inmiddels toch wel duidelijk dat jedaarvoor goede wetten nodig hebt? Duizenden mensen in Nederland, vande politie, van de Dienst Terugkeer en Vertrek en van al die andereorganisaties, moeten straks aan de slag met de wet die wij maken. Nuriskeren we het broddelwerk van afgelopen zomer te gaan vervolgen doordatzelfde broddelwerk een beetje op te poetsen. Daarom mijn eerstevraag aan de Minister. Het kabinet heeft destijds het PVV-amendementnooit voorgesteld en deze Minister zei ook: we ontraden het. De partijendie voorstemden zijn nu, in deze Kamer, in de minderheid. Hoe kijkt deMinister er nu precies naar? Bent u achteraf blij dat de PVV dit in de wetheeft gefietst? Of had u dat liever niet gehad? Dan was de Asielnoodmaat-regelenwet waarschijnlijk allang in werking getreden in Nederland. Vanwetten maken op basis van aannames en gevoelens wordt Nederland nietbeter. Nederland wordt er wel beter van als we af en toe even ademhalenmet elkaar en nadenken over de gevolgen van wat wij met elkaar doen.Daarom heb ik een aantal vragen, over wat deze wet betekent voor onzeveiligheid, wat deze wet betekent voor het kunnen uitzetten van uitgepro-cedeerde asielzoekers en wat strafbaarstelling van illegaliteit betekentvoor minderjarige kinderen.Eerst de veiligheid. De politie en de Koninklijke Marechausseewaarschuwen ervoor dat met deze wet onze samenleving onveiligerwordt. Zij vrezen dat mensen zich gaan onttrekken aan toezicht, omdat zeuit beeld willen blijven. Daarom schrijft de politie over de strafbaarstellingdat die «leidt tot een toename van de overlast en criminaliteit, en tot eengrotere kans om slachtoffer te worden van mensenhandel of anderevormen van uitbuiting» . Dat komt bijvoorbeeld ook doordat wieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1832 mishandeld wordt niet meer naar de dokter durft en geen hulp zal zoekenals hij/zij slachtoffer wordt van uitbuiting of erger. Mijn vraag is dus: hoeoordeelt de Minister over deze waarschuwingen? Wat heeft hij toegezegdaan de politie en marechaussee om aan hun zorgen tegemoet te komen?De gemeenten zeggen: wij verwachten dat deze wet leidt tot meerdaklozen in onze straten en meer mensen die vatbaar zijn voor uitbuitingomdat ze niet meer naar de politie durven te stappen. En hoe zit het metde capaciteit bij de Dienst Justitiële Inrichtingen? Nu moeten gevangenenal twee weken eerder vrijgelaten worden vanwege het cellentekort. Danzijn er eigenlijk twee opties: gevangenen nog iets eerder vrijlaten,bijvoorbeeld drie weken eerder, of veroordelingen voor illegaliteit mogennooit tot een celstraf leiden. Welke van de twee wordt het?Dan terugkeer, voorzitter. Ik zei het al: wij willen juist meer terugkeer vanuitgeprocedeerden, en niet minder. Volgens mij wil deze Minister dat ook,evenals eigenlijk zo goed als alle partijen aan deze tafel. Deze wet isbedoeld om mensen een zetje te geven om het land te verlaten, maar deDienst Terugkeer en Vertrek zegt dat het tegenovergestelde gebeurt. Zijschrijven dat ze bang zijn voor een verdringingseffect in hun werk,waardoor zij niet meer toekomen aan hun daadwerkelijke taak: mensenlaten terugkeren naar het land van herkomst.Vorige week, bij de rondetafel, waren ze daar ook heel duidelijk over. Hetblijft namelijk niet bij de 100 tot 300 mensen waarvan verwacht wordt datze vervolgd moeten worden en waarvan ze sowieso individuele dossiersmoeten maken. Nee, het gaat over een veel bredere groep. Op hetmoment dat de politie of marechaussee iemand aantreft die onrechtmatigin Nederland verblijft, dan zal die vervolgens aan de Dienst Terugkeer enVertrek moeten vragen of die persoon het volledige terugkeerproces heeftdoorlopen. Op basis van de memorie van toelichting is immers het ideedat, als ze het volledige terugkeerproces hebben doorlopen en illegaal inNederland verblijven, politie en marechaussee in actie moeten komen,maar dat dit niet het geval is als ze het terugkeerproces nog niet volledighebben doorlopen. Voor al die mensen moet de Dienst Terugkeer enVertrek dus gaan uitzoeken wat de stand van zaken van de terugkeerpro-cedure is. De Minister gaat best wel makkelijk aan deze zorg voorbij, maardie is vrij wezenlijk, want elke minuut dat een DTenV’er met deze extra filebezig is, kan niet worden besteed aan de kerntaak: terugkeer en vertrek.Hoe gaat de Minister dit verdringingseffect voorkomen? Komt er eenvoorstel voor extra financiële steun aan DTenV, zodat de dienst kanworden uitgebreid? Of accepteert de Minister dat de mensen van dedienst minder tijd hebben om te werken aan de terugkeer van uitgeproce-deerde asielzoekers?Voorzitter. Dan schrijft het kabinet ook dat er een afschrikwekkendewerking zal uitgaan van de strafbaarstelling. Eigenlijk erkent het kabinettegelijk zelf ook dat dit afschrikkende effect er helemaal niet zal zijn. Ik leesdat onrechtmatig verblijf kan worden bestraft met een geldboete van dederde categorie of een gevangenisstraf tot zes maanden. Dan denk je: oké,een boete of een celstraf. Maar zonder verblijfsvergunning mag je nietwerken en kun je ook geen bankrekening hebben. Het lijkt me dus eenillusie dat die boete betaald kan worden. Eigenlijk zegt het kabinet dat zelfook, want in de schriftelijke ronde krijgen we van de Minister een duidelijken eerlijk antwoord: «De regering signaleert wel dat een boete inderdaadmaar zeer beperkt effect zal hebben (...) De meeste niet-rechtmatigevreemdelingen hebben geen inkomen en geen vaste woon- of verblijf-plaats. Dit maakt het innen van een boete, en het afschrikwekkende effectdat daarvan uitgaat, zeer beperkt.»Kortom, de boete is ten eerste nauwelijks uitvoerbaar en schrikt, tentweede, niet af. Dan zou je zeggen «dan maar de gevangenis in» , maar deDienst Justitiële Inrichtingen schat in dat het wetsvoorstel zal leiden tottussen de 55 tot 165 extra veroordelingen per jaar die leiden tot eengevangenisstraf, terwijl er op dit moment een enorm cellentekort is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1833 Diezelfde DJI zegt dus dat er de komende vijf jaar helemaal geen plek isom deze vonnissen uit te voeren; er is geen plek in de gevangenis, geencapaciteit. Mensen zonder papieren kunnen dus de boetes niet betalen enin de gevangenis is er geen plek. Tja, dan is in ieder geval de komendejaren het afschrikkende effect nagenoeg nul. Kan de Minister datbevestigen? De vraag is dan wat dit allemaal voor nut heeft.Voorzitter. Met zo veel tegenliggers die waarschuwingsseinen geven, is ófhet kabinet aan het spookrijden, óf zitten de gemeenten, de Nederlandseorde van advocaten, de Raad voor de rechtspraak, de Dienst Terugkeer enVertrek, de nationale politie en de Inspectie Justitie en Veiligheid op deverkeerde weghelft. Ik zou zeggen: doe het niet. We hebben immers gripop migratie nodig; laten we niet Nederland voor het lapje houden met eenmaatregel waarmee je niets oplost maar wel nieuwe problemen veroor-zaakt.Het amendement van collega Ceder om de strafbaarstelling te schrappenen daarmee de novelle zo aan te passen dat je eigenlijk de wet van deMinister weer in ere herstelt, kunnen wij dan ook steunen. De EersteKamer zal dan ook de kans krijgen om zich uit te spreken over deAsielnoodmaatregelenwet, zoals het kabinet dat oorspronkelijk graagwilde. Zelden is een oppositiepartij op deze manier constructief richtingde Minister geweest. Wat ons betreft smaakt dat vanuit de ChristenUnienaar meer. Ik ben heel benieuwd naar de reactie.Voorzitter. Ik noem nu een aantal heel pragmatische overwegingen en watons betreft zijn die heel belangrijk. Maar los daarvan wil ik ook nog weleven stilstaan bij de uitvoeringsgevolgen voor mensen. Sommigen diehier ongedocumenteerd zijn, doen iets hartstikke fout, omdat zij hunterugkeer frustreren en er een bende van maken. Die mensen verdieneneen harde aanpak. Dat kan ook al, want op basis van artikel 197 van hetWetboek van Strafrecht kun je deze mensen strafbaar maken en in deAsielnoodmaatregelenwet zitten voorstellen voor de uitbreiding van deongewenstverklaring; de inspecteur-generaal van de Inspectie Justitie enVeiligheid wees hier ook op. Maar we hebben het ook over mensen diebuiten hun eigen schuld om niet kunnen terugkeren. Minister Faber zeiconsequent dat iedereen die wil terugkeren ook kan terugkeren. Maargelukkig erkent deze Minister dat dat helemaal niet zo is. Er zijn zat landendie weigeren om hun burgers weer terug te nemen. Dat roept bij mijnfractie de zorg op dat een persoonlijke opvatting kan bepalen op welkemensen deze wet wel of niet van toepassing is.De groep waarover ik mij het meest zorgen maak, betreft de kinderen vanmensen zonder papieren. Meerdere organisaties waarschuwen ons watdit voor kinderen betekent. In de schriftelijke ronde kreeg ik als reactie vanhet kabinet: dat ouders van kinderen strafrechtelijk worden vervolgd, iseen effect dat niet alleen bij dit misdrijf speelt, maar ook bij andere feitenaan de orde kan zijn. Ja, natuurlijk, kinderen kunnen ouders hebben dieeen bank beroven of fraude plegen; dat is waar. Maar er is geen enkelewet die de ouders van duizenden kinderen in één keer strafbaar maaktsimpelweg omdat zij hier zijn.Voorzitter. Dat betekent iets voor kinderen. De Inspectie Justitie enVeiligheid schrijft bijvoorbeeld: «Hoewel de strafbaarstelling niet geldtvoor minderjarigen, ondervinden zij mogelijk wel de gevolgen wanneerouders zich terugtrekken uit het openbare leven.» De ontwikkeling vankinderen wordt hier dus door geraakt en dat is oneerlijk. Ik wil de Ministervragen om een Kinderrechtentoets uit te laten voeren. Dat is ook precieswat de Inspectie Justitie en Veiligheid vraagt. En ik zou de collega’s willenvoorstellen: laten we niet stemmen over het voorstel totdat die Kinder-rechtentoets er ook is.Voorzitter. Ik sluit graag af met wat we dan wél moeten doen. Mensen diehier niet mogen zijn, moeten we namelijk kunnen terugsturen. Daar heeftde Dienst Terugkeer en Vertrek voldoende capaciteit en een stabielefinanciering voor nodig. Daarnaast zijn wij, punt twee, groot voorstanderTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1834 van het terugbrengen van de landelijke vreemdelingenvoorziening, de lvv,allereerst al omdat die mensen van de straat houdt, maar ook omdat ervanuit die locaties in samenwerking met de Dienst Terugkeer en Vertrekkan worden gewerkt aan de terugkeer van mensen bij wie dat nogmogelijk is. De DTenV heeft ons als Kamer al vaker aangegeven datpersoonlijke begeleiding vaak heel veel effect kan hebben en dat mensendaardoor wél gaan meewerken aan vertrek. Dat is een stuk nuttiger daneindeloos dossiers maken en vragen van de politie afdoen, iets wat doordit wetsvoorstel wordt veroorzaakt.En tot slot: laten we investeren in de perspectiefopvang van Nidos. Dat isheel gespecialiseerde, kleinschalige opvang. Daar zitten overlastgevendealleenstaande minderjarige vluchtelingen in. Zij worden persoonlijk enintensief begeleid. Er wordt gewerkt aan hun toekomst en als zij uitgepro-cedeerd zijn, gaat het dus om werken aan een toekomst buiten Nederland.Dat is belangrijk, omdat juist deze hele jonge mensen ontzettendbeïnvloedbaar zijn en daarmee kwetsbaar zijn voor criminaliteit. Mettoekomstperspectief in het land van herkomst zal de kans op terugkeerook echt veel groter worden. Kan de Minister toezeggen dat hij met dezedrie zaken aan de slag wil gaan, zodat we echt kunnen werken aaneffectieve terugkeer, in plaats van een symboolmaatregel te treffen dieheel veel negatieve consequenties heeft?De voorzitter:Dank u wel. Daarmee bent u aan het einde gekomen van uw betoog,begrijp ik. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Teunissen. Zijspreekt namens de Partij voor de Dieren. Mevrouw Teunissen, aan u hetwoord.Mevrouw Teunissen (PvdD):Voorzitter, dank u wel. Allereerst moeten we deze novelle bezien in decontext van de Asielnoodmaatregelenwet, die met stoom en kokend waterdoor de Tweede Kamer is gegaan en die de rechten van asielzoekersernstig inperkt. Mijn fractie ziet deze wet als pure zondebokpolitiek: je loster geen enkel probleem mee op, maar je dupeert wel kwetsbare mensen.En je zadelt de samenleving op met meer uitvoeringsproblemen enkosten. Dat hebben we niet goed behandeld, omdat die wet zo onzorg-vuldig door de Kamer is gekomen. Daar komt nog de strafbaarstelling bijvan mensen die hier zogenaamd «illegaal» verblijven. Dat is een lelijkeaanduiding, want geen mens is illegaal op deze wereld. Die strafbaar-stelling gaat wat de Partij voor de Dieren betreft meteen van tafel.Een gevangenisstraf of een boete voor het niet hebben van papieren is deomgekeerde wereld. We hebben het over een heel uiteenlopende groepmensen, zo werd al geschetst door mijn collega’s. Vaak gaat het om demeest kwetsbare groepen in deze samenleving, die om allerlei redenenvaak ook niet terug kúnnen naar hun land van herkomst. Die mensen geefje geen straf, maar bied je de basis aan zorg, aan medemenselijkheid, aanbarmhartigheid. Het is ook niet verwonderlijk dat de kerken vanuit hunwaarden vaak juist hulp leveren aan die mensen die geen verblijfsrechthebben.Strafbaarstelling zonder de onderliggende oorzaken aan te pakken leidtalleen maar tot isolement. Het leidt ertoe dat mensen bijvoorbeeld geenaangifte durven te doen als zij slachtoffer worden van een misdrijf, maarook dat ze zorg mijden. Dit heeft volgens zorgexperts niet alleen schade-lijke gevolgen voor de gezondheid van mensen zelf, maar ook voor devolksgezondheid in brede zin. Bedenk dat als mensen zorg mijden, je ookeen groter risico hebt op infecties die zich verspreiden. Nederland isvolgens het internationaal recht verplicht om kwetsbare groepen tebeschermen en om medische zorg te bieden, ongeacht verblijfsstatus. Datvolgt uit de internationale verdragen, maar ook uit de artseneed.Strafbaarstelling is in strijd met het Kinderrechtenverdrag, hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1835 VN-Vrouwenverdrag, het Handvest van de grondrechten van de EuropeseUnie en het Europees Verdrag voor de bescherming van de rechten vande mens, waaruit deze bescherming van kwetsbare personen voortvloeit.Volgens de Raad van State is het dan ook nog eens een onfatsoenlijkwetstraject geweest rondom die strafbaarstelling van illegaliteit. Daaromvindt de Partij voor de Dieren het dan ook heel goed dat de heer Cedereen amendement heeft ingediend om deze ondeugdelijke strafbaarstellinguit de wet te schrappen. Dat amendement zullen we dan ook van hartesteunen.Door dat gefrommel met dat PVV-amendement werd ook nog eens dehulp aan mensen zonder verblijfsrecht strafbaar. Ik sprak laatst eenhulpverlener van in de 70. Ze maakt zelf overuren bij het bieden van hulpaan een vrouw met een beperking zonder verblijfsrecht. Ze helpt mensenal jaren. Deze vrijwilliger ziet hoe lastig het is om bijvoorbeeld de wegnaar medische zorg te vinden. Ze maakt zich ernstig zorgen, want door hetstrafbaar maken van hulp aan mensen zonder verblijfsrecht is er een grotekans dat er nog minder vrijwilligers komen en dat het meisje straks nietmeer de zorg krijgt die ze nodig heeft als die vrouw straks als zeventigeromvalt.Binnen deze context heeft mijn fractie ook grote zorgen over de novelledie voorligt. Feitelijk wordt er maar één zinnetje toegevoegd, namelijk datdeelname aan dit misdrijf, anders dan als pleger, niet strafbaar is.Advocaten stellen dat je alsnog beschuldigd kan worden van witwassenals je mensen zonder verblijfsvergunning helpt, ook al staat dit zinnetje inde wet. Daardoor is de tandarts of dokter die iemand zonder documentenbehandelt straks in theorie toch strafbaar. Ik vraag aan de Minister of ditklopt. Bovendien stellen advocaten dat organisaties die hulp verlenen ookalsnog strafbaar kunnen zijn. Kan de Minister dat bevestigen? Koepelorga-nisaties van artsen wijzen erop dat medisch noodzakelijke zorg nog steedshet deelnemen aan een misdrijf blijft door de formulering in de wet. Zoblijft er een zweem van strafbaarheid hangen over de hoofden vanmensen die zorg verlenen. Dat vindt de Partij voor de Dieren zeeronwenselijk. Het gaat ook over normering in de wet. Dit is een onaccep-tabele normering, want je straft medemenselijkheid, barmhartigheid, ookin woorden. Je zegt namelijk dat ze meehelpen aan een misdrijf, terwijl zetegelijkertijd de zorgplicht hebben om mensen te helpen. Daarom roeptmijn fractie niet alleen het kabinet maar ook de christelijke partijen op omtegen deze novelle te stemmen, want de geest van dit wetsvoorstel kloptniet. Je hebt te maken met deelname aan een misdrijf en dat is nietstrafbaar. Dat is niet uit te leggen in de geest van de artseneed en hetinternationaal recht, dat zegt: we helpen kwetsbare mensen.Voorzitter. Uit het advies van de Raad van State blijkt dat strafrechtelijkevervolging van hulpverleners ook met dit wetsvoorstel nog niet helemaaluitgesloten is. De voorgestelde uitsluitingsgrond bestaat namelijk nog nietbinnen het strafrecht. Het is nu onduidelijk wat het in de praktijk gaatbetekenen. We hebben al illegaliteit die strafbaar is en een aantalspecifieke gronden, en nu komt dit erbovenop. Dat is generiek. De vraag ishoe we het onderscheid gaan maken. Kan degene die hulp biedt aaniemand met een ongewenstverklaring en die niet weet dat die persooneen ongewenstverklaring heeft, dan alsnog strafbaar zijn, vraag ik deMinister.Voorzitter. Kortom, dit voorstel veroorzaakt veel onzekerheid over welkehulp strafbaar is en welke hulp niet, en moet breder bezien worden binnende wet die illegaliteit als misdrijf betitelt. Juridische strijdigheid, deschending van basisrechten, de impact op de hulpverlening en denegatieve maatschappelijke effecten bestaan. De novelle belast deuitvoeringsorganisaties onnodig en creëert onzekerheid. Mensen zonderverblijfspapieren in een kwetsbare positie worden verder gemarginali-seerd en gecriminaliseerd. Kwetsbare mensen zijn de dupe, terwijl zorg enopvangkosten en de belasting van hulpverleners alleen maar groterTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1836 worden. Strafrechtelijke vervolging draagt niet bij aan terugkeer, maarleidt tot isolatie, mensenrechtenschendingen en vertraging en belem-mering in het bereiken van duurzame oplossingen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Teunissen. We gaan luisteren naar de bijdrage vande heer Boomsma. Hij spreekt namens JA21.De heer Boomsma (JA21):Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Elke week komen er weer 1.000asielzoekers naar Nederland. Ook als ze niet mogen blijven, doen heelveel mensen dat toch. Dat moet stoppen. De Asielnoodmaatregelenwet isdaarom cruciaal en urgent, zeker nu alle landen om ons heen ook veelstrenger worden. Met deze novelle wordt elke vorm van humanitaire hulpaan illegaal verblijf expliciet en ondubbelzinnig uitgesloten van destrafbaarstelling. Dat is ook in lijn van het verzoek van de heer Van Dijkvan de SGP en van mijzelf, zij het toen van een andere partij, in aanloopnaar de Asielnoodmaatregelenwet. Ik wil dus de Minister danken voor hetoppakken daarvan.Daarmee wordt ook tegemoetgekomen aan de zorgen van veel organi-saties in de nasleep van het amendement. Niemand die een kop chocola-demelk uitdeelt of wat dan ook, een bed, bad, brood, onderwijs, zorg ofjuridische zorg, hoeft dus enigerlei vervolging te vrezen. Die zorg kan weg.Die was wat ons betreft sowieso al niet heel reëel. Volgens artikel 42 vanhet Wetboek van Strafrecht is iets niet strafbaar als je het doet om eenander wettelijk voorschrift uit te voeren. We hebben het inderdaad algehad over artikel 10 van de Vreemdelingenwet. Bij medeplegen moet hetgaan om bewuste en nauwe samenwerking, dus daar is bij een kop soepsowieso al geen sprake van. Dat zagen we ook in de nota naar aanleidingvan het verslag en het rondetafelgesprek. Hulp bieden was al strafbaar alshet ging om mensen met een ongewenstverklaring of die een inreis-verbod hadden geschonden. Dat is dus al decennia strafbaar, maar er isnog nooit iemand hierom vervolgd. Misschien kan de Minister dat nogeven bevestigen.De voorzitter:De heer Paternotte heeft op dit punt een vraag voor u. Ik zocht even naareen punt in uw betoog.De heer Paternotte (D66):De VVD heeft hier publiekelijk eerder dingen over gezegd, maar in hetgeval van JA21 weet ik het nog niet. Wat was voor JA21 de reden om voorhet amendement van de PVV te stemmen afgelopen zomer?De heer Boomsma (JA21):JA21 heeft voor dat amendement gestemd, omdat JA21 voor destrafbaarstelling van illegaliteit is.De heer Paternotte (D66):Dat snap ik, maar in het amendement staat natuurlijk vrij duidelijk dat datook de mensen betreft die hulp aan illegaal in Nederland verblijvendevreemdelingen leveren. Waarom heeft JA21 daar dan voor gestemd? Wasdat een vergissing of een bewuste keuze?De heer Boomsma (JA21):Nee, dat was een bewuste keuze, omdat JA21 – ik zat er toen nog niet bij –er toen van uitging dat het gaat om medeplegen. Dat strekt dus veelverder dan een kom soep. Het gaat dan echt om bewuste medewerkingom mensen die eigenlijk uitgezet moeten worden, aan het gezag van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1837 overheid te onttrekken. JA21 vindt het helemaal niet gek dat dat strafbaarzou worden. Ik kom hier zo op in mijn bijdrage, waarin ik nader inga opdeze novelle.De voorzitter:Meneer Paternotte, meneer Boomsma komt daar zo op terug. Leidt dit nunog tot een vervolgvraag?De heer Paternotte (D66):Dan heb ik een simpele vraag. Als de heer Boomsma dat toen zo las, vindthij deze novelle dan eigenlijk overbodig?De heer Boomsma (JA21):Daar kom ik zo dus op, maar ik denk dat het goed is om alle ontstanetwijfel weg te nemen. Dat vind ik wel verstandig. Zoals ik al zei: wij vindenhet helemaal niet gek dat het strafbaar zou worden gesteld als iemandbewust meewerkt om iemand die eigenlijk moet worden uitgezet, aan hetgezag te onttrekken. Met deze novelle wordt alle mogelijke dubbelzin-nigheid weggehaald. Ik denk dat dat verstandig is, want – dat heeft deMinister ook aangegeven – dan kan er ook geen discussie ontstaan bij hetOpenbaar Ministerie over wanneer iets als humanitaire hulp moet wordengezien. Dat kunnen wij dus steunen, maar we vinden het wel verstandigdat de strafbaarstelling van illegaliteit zelf overeind blijft.Feit is gewoon dat er veel meer mensen naar Nederland willen komen danwij kunnen toelaten. Daarom hebben wij wetten die bepalen of iemandmag blijven; dat kan niet anders. Er moet dus worden vastgesteld datiemand die geen recht heeft op verblijf, weg moet. Dan kan gewoon nietanders. Als je dat weigert en de wet overtreedt, dan moeten daar ookconsequenties aan kunnen worden verbonden. Wij zien dat in die zin dusook niet als een heel ingrijpende maatregel, maar als een logischonderdeel van de rechtsstaat. Is dit nou een wondermiddel en de enigeoplossing voor het terugkeerbeleid? Nee, dat is het niet. Het is onderdeelvan een breed pakket aan maatregelen om de terugkeer te bevorderen.Het is wat ons betreft een nuttig instrument dat daaraan kan wordentoegevoegd, een extra middel om op te kunnen treden als dat nodig is. Eris een groep die niet kan worden uitgezet, maar wel vrijwillig terug zoukunnen keren, en dat weigert. Die groep kan voor veel problemen zorgen.Op dit moment wordt daar gewoon niet goed tegen opgetreden.We hebben gezien dat er veel zorgen zijn bij mensen in de praktijk, maardie zijn wat ons betreft dus niet terecht. De politie gaat niet op illegalen-jacht. Handhaving is gericht op het verwijtbaar niet naleven van devertrekplicht. Dat betreft dus mensen die weigeren te vertrekken enterugkeer frustreren, nadat alle bestuursrechtelijke maatregelen zijnuitgeput. Dat is dus heel nauw omschreven. De memorie van toelichting iseen integraal onderdeel van de wet. Dat is heel duidelijk. Een rechterneemt dat ook altijd mee. Wat ons betreft is daar dus ook geen twijfel overmogelijk. Let wel: vorig jaar waren meer dan 3.000 vluchten van de DienstTerugkeer en Vertrek zinloos, omdat mensen niet kwamen opdagen. Erzijn dus heel veel mensen waarvoor een vlucht wordt geboekt. Dat kost debelastingbetaler heel veel geld. Daartegen moet opgetreden worden. Ikben benieuwd of de Minister nog duidelijk kan aangeven hoeveel mensenhij op deze manier, op deze gronden denkt te kunnen gaan vervolgen.Een vrijheidsstraf is dus niet mogelijk als deze de terugkeer hindert. Dat isduidelijke Europese jurisprudentie. Maar hoe zit het nu precies met degeldboete? Er zijn ook mensen die wel degelijk over geld beschikken. Aanwelke groepen kan deze boete dan wel worden opgelegd? In welkegevallen kunnen EU-onderdanen op deze gronden worden vervolgd?Geldt dit bijvoorbeeld niet bij een aanzegging om te vertrekken die zijkunnen krijgen? De invulling hiervan moet worden verwerkt in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1838 vervolgingsbeleid. Kan de Minister aangeven wanneer dat komt? Kan datnaar de Tweede Kamer worden gestuurd?De Dienst Terugkeer en Vertrek had zorgen over de vraag wanneer menaangifte moet doen en of dat de samenwerking met mensen die vrijwilligwillen vertrekken kan verslechteren. Volgens mij kunnen daar regels vooropgesteld worden. Het College van procureurs-generaal kan dat doen.Gaat het dat ook doen, en welke regels zouden dat dan zijn? Ook daarvanblijven we graag op de hoogte.In de uitvoeringstest van september – ze zijn wel degelijk al maandenbezig met dit traject – zijn drie scenario’s geschetst. Welk scenario is nuprecies de inzet van de regering? De brede vraag is eigenlijk: zijn allerandvoorwaarden aanwezig bij de uitvoeringsorganisaties, zoals de DienstTerugkeer en Vertrek, om dit te kunnen uitvoeren, of moeten we aanvul-lende maatregelen nemen? Ik sluit me hierbij aan bij de vraag van de heerPaternotte: is het nou nodig is om op grond hiervan, als dit wordtaangenomen, extra mensen aan te nemen bij de Dienst Terugkeer enVertrek?Ik heb nog een vraag over database Eurodac. Onder welke voorwaardenkan die database worden aangesproken om dit traject in te zetten?Voorzitter. Wat blijft staan, is dat mensen die ziek zijn, altijd naar de doktermoeten kunnen. Mensen die slachtoffer zijn van uitbuiting of anderemisdrijven, moeten zich altijd veilig voelen om naar de politie te gaan.Kan de Minister duidelijk aangeven welke stappen de regering wil zettenom dat te borgen en heel duidelijk te maken? Gezien alle ophef in demaatschappij denk ik dat het goed is om een grote communicatiecam-pagne te organiseren als deze wet wordt aangenomen, die dat heelduidelijk gaat maken aan iedereen voor wie deze maatregel geldt,namelijk voor uitgeprocedeerden. Hopelijk zullen er dan al mensen zijn dieeieren voor hun geld kiezen en zullen terugkeren. Maar er moet ook heelduidelijk worden gemaakt voor wie dit niet geldt. We moeten luid enduidelijk communiceren wie zich geen zorgen hoeft te maken. Ik hoop datde partijen en organisaties die nu veel ruis hebben veroorzaakt en eenrookgordijn hebben opgetrokken, zich gaan inzetten om die onduide-lijkheid zelf weg te nemen. We hebben alle partijen nodig om dat duidelijkte maken.Wat JA21 betreft wordt de novelle aangenomen en wordt de Asielnood-maatregelenwet daarna ook snel aangenomen in de senaat.Dank u wel.De voorzitter:Dank, meneer Boomsma. Dan gaan we luisteren naar de bijdrage vanmevrouw Vondeling. Zij spreekt namens de PVV.Mevrouw Vondeling (PVV):Voorzitter. Op dit moment lopen er naar schatting tussen de 23.000 en58.000 illegalen rond in Nederland. Dit is een hele grove schatting, maaréén ding is duidelijk: het aantal illegalen in Nederland is veel en veel tehoog. Dat is niet gek, want illegalen zijn jarenlang vertroeteld engepamperd door linkse en slappe rechtse partijen met bed, bad en brood,opvang, generaalpardonregelingen en noem het maar op, behalve methet enige wat echt helpt, namelijk consequent oppakken, vasthouden enhet land uitzetten. Het is volstrekt idioot dat de rechtsstaat wel voorNederlanders geldt, maar niet voor illegalen. Uitgeprocedeerde vreemde-lingen duiken massaal onder, negeren meerdere rechterlijke uitsprakenover dat ze moeten vertrekken en doen gewoon waar ze zin in hebben.Ondertussen moeten onze eigen burgers zich wel aan de regels houden.Dat is de wereld op zijn kop.Illegaliteit veroorzaakt enorme overlast, criminaliteit en torenhoge kostenvoor de Nederlandse belastingbetaler. Het is een groot maatschappelijkprobleem, dat schreeuwt om een keiharde aanpak. Daarom is deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1839 strafbaarstelling van illegaal verblijf absoluut logisch en noodzakelijk. Metde strafbaarstelling van illegaliteit ontmoedigen we vreemdelingen omillegaal in Nederland te blijven. Het biedt ook de mogelijkheid tot langeredetentie en geeft meer tijd en druk om uitzetting wel voor elkaar tekrijgen. Wie een misdrijf pleegt door illegaal te zijn, kan niet meer inaanmerking komen voor een verblijfsvergunning.Voorzitter. Dankzij de PVV is illegaliteit eindelijk strafbaar geworden in deAsielnoodmaatregelenwet. Dat is een historische overwinning. Geennovelle of aanpassing verandert daar iets aan. Ook dankzij de PVV, dankzijde wetten van voormalig PVV-minister Faber, staan er in de Asielnood-maatregelenwet strenge maatregelen om de asielinstroom te beperken.Zonder ons was dit er nooit gekomen. Voor de PVV is het belangrijk datillegaliteit strafbaar wordt. Als het aan ons had gelegen, was er geennovelle nodig geweest en hadden we het nog strenger aangepakt. Watons betreft was ook het meewerken aan illegaal verblijf strafbaargeworden. Elke vorm van hulp die illegalen hier houdt, of het nu gaat omactivisten die onderduikadressen regelen of kerken die kerkasiel bieden,ondermijnt ons vertrekbeleid en had wat de PVV betreft aangepaktmoeten worden. Helaas zijn deze deelnemingsvormen van het actiefhelpen en faciliteren van illegaliteit uit het wetsvoorstel gehaald. Dat iseen gemiste kans, want juist de linkse hulpverleners, ngo’s en activistendie illegalen hier bewust houden, ondermijnen ons vertrekbeleid. Watgaat de Minister doen om ervoor te zorgen dat illegalen snel ons landverlaten en de mensen die het verblijf van illegalen faciliteren, tochaanpakt worden?Wat de PVV betreft zouden instanties die in contact komen met illegalen,zoals ziekenhuizen, artsen, scholen en opvanglocaties, verplicht moetenworden om dat direct te melden bij de autoriteiten. Dat geeft een beterinzicht in de omvang van deze groep en in de verblijfplaatsen, wat kanbijdragen aan een sneller en gerichter vertrek uit Nederland. Is de Ministerbereid om een meldplicht in te voeren?Ook vinden wij dat gemeenten moeten worden aangepakt die op eigenhoutje illegale vreemdelingen onderdak en andere voorzieningen geven,want zolang linkse gemeenten illegalen blijven belonen met kost eninwoning, is er natuurlijk geen enkele prikkel om terug te keren naar hetland van herkomst. Sterker nog, het is een open uitnodiging om hier teblijven hangen. Het saboteren van nationaal beleid staat de aanpak vanillegaliteit in de weg.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Vondeling. De heer Ceder heeft een interruptie.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik wil nog even opmerken dat het pakket van mevrouw Faber juistvertraagd is dankzij het amendement van mevrouw Vondeling. Daardoorzitten we hier nu. Dat wil ik even meegeven. Een stuk reflectie zou, denkik, ook wel passen. Maar even los daarvan, hoor ik u zeggen dat dezenovelle wat u betreft niet had gehoeven. Volgens u moeten de kerk, hetLeger des Heils, al die partijen, gewoon keihard worden aangepakt. Uheeft daar redenen voor genoemd die ik vanwege mijn beperkte tijd maarniet zal herhalen. Maar de enige logische conclusie is dan dat u de novellevan Minister van Weel slappe hap vindt en dat de PVV zich daartegen zalverzetten. Mijn vraag is of die logische gevolgtrekking klopt. Of maakt dePVV andere politieke afwegingen? Ik denk dat het goed is om aan devoorkant duidelijkheid te geven aan de mensen die op de PVV gestemdhebben.Mevrouw Vondeling (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1840 De boel is niet vertraagd dankzij ons; dat is dankzij andere partijen, dieeen aangenomen amendement de nek om willen draaien. Illegaliteit isvoor ons een heel belangrijk onderwerp. Deze novelle had voor ons nietgehoeven. Dus tja, u kunt zelf inkleden wat ik daarmee wil zeggen. Datillegaliteit strafbaar wordt, vinden wij gewoon heel erg belangrijk. Wat onsbetreft was die hulpverlening daarbij gekomen, maar het is niet zo dat wedaardoor niet alle maatregelen gaan steunen.De voorzitter:Goed. Dat is het antwoord op uw vraag. Ik probeer heel streng naar deheer Paternotte te kijken, maar die is daar totaal niet gevoelig voor. Deheer Paternotte met een interruptie.De heer Paternotte (D66):Nee, ik probeer een aantal korte vragen te stellen om duidelijkheid tekrijgen over de positie van partijen. Ik denk dat dit debat daar ook voorbedoeld is. Ik zou de PVV het volgende willen vragen. Uit uw antwoordenmaak ik op dat u voor deze novelle gaat stemmen. Dat vind ik eigenlijkheel pragmatisch. In het voorjaar had de heer Wilders namelijk eentienpuntenplan op asiel. Hij zei toen tegen de coalitiegenoten: u stemt ermaar mee in; anders laat ik het kabinet vallen. Dat deed hij ook, gewoonecht rücksichtslos en compromisloos. Nu zegt u eigenlijk: ik heb eenamendement ingediend dat hier om zeep wordt geholpen, maar goed,oké, dat moet dan maar. Is dat de nieuwe, pragmatische lijn van de PVV?Mevrouw Vondeling (PVV):Allereerst wil ik graag dat er eerst over de amendementen wordt gestemdvoordat we over de wet gaan stemmen. Dat verzoek zal ik doen. Ik zeg nuniet direct dat we alles steunen; dat ligt natuurlijk ook aan wat er wordtaangenomen. Er is immers een amendement van de ChristenUnieingediend om de hele illegaliteit eruit te halen. Maar goed, ik snap uwvraag niet helemaal. Natuurlijk willen wij het liefst gewoon de grenzendicht – het loopt helemaal uit de klauwen in Nederland – maar datbetekent niet dat wij nu deze maatregelen niet kunnen steunen. In julihebben wij ook de Asielnoodmaatregelenwet gesteund en we hebben detweestatusstelselwet gesteund. Het is D66 dat al deze maatregelen nietsteunt, terwijl zij toch zeggen grip op migratie te willen hebben.De heer Paternotte (D66):Ik stelde natuurlijk een vraag aan mevrouw Vondeling. Die vraag is alsvolgt. U zegt: «Alle hulp aan mensen die onrechtmatig in Nederlandverblijven, zou gewoon strafbaar moeten zijn. Dat dit kabinet probeert omdat toch niet te doen, zij dan zo. Maar zolang in ieder geval hetamendement van de heer Ceder niet wordt aangenomen» – dat snap ik;dat gaat nog verder – «gaan wij het kabinet daarin steunen.» Dat is tocheen heel pragmatische aanpak? U zegt: het is niet helemaal wat wijwilden, maar het komt een eind in de buurt, dus gaan wij erin mee. Is datniet ook een beetje de erkenning dat de heer Wilders misschien toch eenbeetje heel erg wild was met zijn opmerking: u neemt mijn tien puntenover en anders laat ik het kabinet vallen?Mevrouw Vondeling (PVV):Nee. Zoals ik al zei, heeft u dan niet opgelet, want wij hebben voor dezomer ook gewoon voor deze wetten gestemd. Het is D66 die overal tegenheeft gestemd.De voorzitter:Goed. Meneer Paternotte, er komt herhaling in deze wisseling.De heer Paternotte (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1841 Ik interrumpeer niet voor de lol, voorzitter, maar...De voorzitter:Dit is het antwoord dat u krijgt.De heer Paternotte (D66):... als ik als antwoord alleen maar krijg dat D66 anders heeft gestemd, isdat natuurlijk nog niet het begin van een antwoord. Dat is echt ontstellendzwak. Ik ben ook maar nieuw in deze commissie hoor, maar ik hoop tochdat mevrouw Vondeling ook inhoudelijk antwoord kan geven op de vraagwat de manier is waarop de PVV hiernaar kijkt. Mag ik gewoon samen-vatten dat de PVV zegt: de regering stelt dit voor; wij zijn het er eigenlijkniet mee eens, maar omdat de kans daardoor wel iets groter is dat deAsielnoodmaatregelenwet wordt aangenomen, gaan wij erin mee, ook alvinden we eigenlijk dat ons amendement zoals het stond, beter was?De voorzitter:Maar meneer Paternotte, zoals in elke commissie gaat de aangesprokeneover de eigen antwoorden. Dat wil ik wel gezegd hebben. MevrouwVondeling.Mevrouw Vondeling (PVV):Nou ja, het is duidelijk: de PVV is voor strafbaarstelling van illegaliteit.Zonder de PVV was dit er ook niet gekomen. Dus natuurlijk stemmen wijvoor de strafbaarstelling van illegaliteit. Dat betekent niet dat wij nietvinden dat het nog beter had gekund, bijvoorbeeld door de hulpverleningaan te pakken, omdat dat juist een groot probleem is. Maar het is D66 datmet alle winden meewaait en zegt dat het iets strengs wil, maar het nietdoet. Ik kan het blijven herhalen. Ik wil het nog wel zes keer herhalen.De voorzitter:Er zit iets van herhaling in, ja. Ik kijk even naar mevrouw Vondeling: was uaan het eind van uw betoog?Mevrouw Vondeling (PVV):Ja.De voorzitter:Dank u wel daarvoor. Dan gaan we luisteren naar de bijdrage van de heerDiederik van Dijk. Hij spreekt namens de SGP. De heer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u wel, voorzitter. Het is geen gouden ei, maar een begrijpelijksluitstuk van een rechtvaardig en barmhartig asielbeleid. Dat is hoe deSGP sinds jaar en dag kijkt naar de strafbaarstelling van illegaal verblijf.Om ons asielsysteem goed te kunnen laten functioneren, moeten we allesop alles zetten om uitgeprocedeerde vreemdelingen terug te laten keren.Als men dat weigert, kan een sanctie dienen als stok achter de deur. Op ditmoment ontbreekt zo’n sanctie, waarmee we als land in feite weg lijken tekijken van het feit dat er nog altijd te veel mensen onder de radarverdwijnen, terwijl ze kunnen en moeten terugkeren naar hunherkomstland. Een land dat zijn eigen wetten serieus neemt, zou die ookhandhaven richting hen die blijven weigeren terug te keren.Dat is ook de reden dat mijn fractie bij de behandeling van de Asielnood-maatregelenwet voor het voorstel van strafbaarstelling van illegaliteitheeft gestemd. Daarop ontstond onduidelijkheid over de vraag of hulpaan mensen die hier illegaal verblijven daarmee ook strafbaar wordt. Voorde SGP heeft steeds vooropgestaan dat dat niet het geval kan zijn.Daarom hebben wij ook het initiatief genomen om hierover voorlichtingvan de Raad van State te vragen. Toen daaruit bleek dat dit niet ondubbel-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1842 zinnig kon worden uitgesloten, hebben wij aangedrongen op eenwetsaanpassing, zodat strafbaarstelling van hulp zou worden uitgesloten,want barmhartigheid en naastenliefde moeten we niet bestraffen, maarjuist bevorderen. Vandaag spreken we daarom over deze novelle. Dankaan de Minister voor het uitwerken ervan en voor de voortvarendheidwaarmee hij dit heeft opgepakt.Voorzitter. De SGP heeft steeds gezegd dat medemenselijkheid nietstrafbaar mag worden. Het kabinet heeft ervoor gekozen alle hulp aanillegalen uit te zonderen van strafbaarstelling. Mijn fractie vindt dat eenbegrijpelijke keuze, om duidelijkheid en rechtszekerheid te bieden aanhulpverleners. Hiermee wordt hulpverlening definitief uitgesloten vanstrafbaarstelling. Buren, kerken, hulporganisaties als het Leger des Heilsen anderen hoeven niet te vrezen als zij een vreemdeling helpen en zehoeven zich zo ook niet steeds af te vragen of hij of zij hier illegaalverblijft. Toch bestaat er bij bepaalde organisaties nog onduidelijkheidover de vraag of zij nu echt niet strafbaar worden. Kan de Minister op ditpunt absolute duidelijkheid geven?Het OM bepaalt de kaders voor opsporing en vervolging. Daarin zal demate waarin een vreemdeling crimineel of overlastgevend gedragvertoont als relevant belang worden betrokken, heeft de Minister altoegezegd. Kan het kabinet iets meer inkleuren welk vervolgingsbeleidvanuit het OM verder is voorzien op basis van zijn gesprekken met hetOpenbaar Ministerie?Voorzitter. Naast de strafuitsluiting die nu wordt toegevoegd, kent hetstrafrecht de bestaande algemene strafuitsluitingsgronden die voor iederdelict gelden. Die zien onder andere op situaties van overmacht ofontoerekenbaarheid. Ik denk aan mensen met een verstandelijkebeperking of een ernstige ziekte, maar ook aan personen die buiten hunschuld geen documenten voor grensoverschrijding konden verkrijgen ener alles aan hebben gedaan om Nederland alsnog te verlaten. Ook als errisico bestaat op foltering, marteling of inhumane behandeling in het landvan herkomst is sprake van overmacht. Kan de Minister bevestigen datdeze mogelijkheid bestaat? Aan welke mogelijke casussen denkt hij?Voorzitter. Door de gekozen insteek wordt strafbaarstelling van hulpver-lening royaal uitgesloten. Dat gebeurt zelfs zo royaal dat je de vraag kuntstellen of er geen vormen van hulp zijn die echt evident duister zijn en hetverdienen via het strafrecht de pas afgesneden te worden. Denk aan hetfaciliteren van mensensmokkel of louche uitzendbureaus die grof geldverdienen over de rug van uitgebuite arbeidsmigranten. Maar er kan ookgedacht worden aan het actief frustreren van de overheid bij uitzetting.Sluiten we deze vormen van zogenaamde hulp hiermee niet onbedoeldook uit van strafbaarstelling? Biedt ons strafrecht al voldoende mogelijk-heden om dit te vervolgen of zijn er nog braakliggende onderdelen diestrafbaarstelling verdienen volgens het kabinet?Terecht leidt het uitsluiten van deelneming er niet toe dat niet kan wordenopgetreden tegen mensenhandel of mensensmokkel. We moeten juiststevig optreden tegen hen die mensen onder valse voorwendselenhierheen halen en uitbuiten. Er zijn hele netwerken die hiervan eenpervers verdienmodel hebben gemaakt. Kan de regering bevestigen datslachtoffers van mensenhandel niet kunnen worden bestraft voor eenillegaal verblijf als dat het gevolg was van uitbuiting op grond vanEU-recht? Dat zou namelijk absoluut onwenselijk zijn. Hoe gaat deMinister voorkomen dat kwetsbare mensen, zoals buitenlandse vrouwendie gedwongen in de prostitutie belanden, worden belemmerd in hetzoeken van hulp?Voorzitter. Voor de SGP is het helder: de strafbaarstelling van illegaalverblijf is een uiterste sanctie op het moment dat iemand weigert mee tewerken aan zijn terugkeer. Daarbij zal de focus allereerst en allermeestmoeten liggen op overlastgevende en criminele vreemdelingen die hierniets te zoeken hebben. Het gaat niet om mensen dehumaniseren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1843 Mensen zijn mensen en verdienen het ook zo behandeld te worden. Welheeft de overheid de taak de regels voor iedereen te handhaven. Het beeldmoet niet zijn dat de Nederlandse overheid illegaal verblijf oogluikendtoestaat, want dat zou een aanzuigende werking kunnen hebben. Het doelvan de strafbaarstelling is wat de SGP betreft dan ook niet het vastzettenvan mensen, maar het bevorderen van terugkeer. Daarbij staat als eenpaal boven water dat hulpverlening onder geen beding strafbaar wordt.Indien de Minister de door mij zojuist gestelde vragen helder enovertuigend kan beantwoorden, zal mijn fractie voor deze novellestemmen. Partijen die zeggen werk te willen maken van een strengerasielbeleid, adviseer ik dan graag hetzelfde te doen. Er ligt nu eindelijk eenpakket met de broodnodige aanscherping van asielwetgeving. Nareismo-gelijkheden worden beperkt. De asielprocedure wordt aangescherpt. Deasieldwangsommen worden definitief afgeschaft. Die wetten moeten nusnel door de Eerste Kamer, zodat we na jarenlang gepraat over grip opmigratie nu de daad bij het woord kunnen voegen. Nederland vraagtdaarom en het is nu tijd dat de politiek levert.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. U krijgt naar aanleiding van uw betoog nog een vraag vanmevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik vind de vragen die de heer Van Dijk stelt over uitbuiting en slachtoffersterecht. Ik vraag me alleen het volgende af. Wij krijgen signalen vanorganisaties die hulp verlenen. Die geven aan dat deze novelle en deonduidelijkheid die er is, er weleens toe kunnen leiden dat er juist meermensen in de criminaliteit verdwijnen of dat slachtoffers van uitbuiting ofmisbruik zich niet durven melden en dat mensen die bijvoorbeeld al heellange tijd in een bepaalde sector werk doen en daar uitgebuit worden, datmisschien ook niet durven melden omdat ze niet de juiste papierenhebben om in Nederland te mogen zijn. Als we dat terugkrijgen vanverschillende organisaties, hoe beoordeelt de heer Van Dijk dan in datlicht deze novelle?De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank voor deze vraag. Ik heb daar uiteraard kennis van genomen, ookdoor bij het rondetafelgesprek aanwezig te zijn. Dat laat je natuurlijk stevigop je inwerken. Ik zei net inderdaad al: dat die bij uitstek kwetsbaremannen of vrouwen hiervan slachtoffer worden, wil je dus níét. Ik heb mij,ook door de schriftelijke behandeling, ervan laten overtuigen dat we daarniet voor hoeven vrezen en dat er bijvoorbeeld voor slachtoffers vanmensenhandel, om maar een categorie te noemen, of van gedwongenprostitutie echt andere toelatingskaders gelden. Ik heb die zorg dus niet.Wat mij betreft is vooral de uitdaging voor ons allemaal, en in hetbijzonder voor de Minister, om straks in de beantwoording dat klip-en-klaar te bevestigen, zo van: nee, deze categorieën hebben wij niet op hetoog en die hoeven niet te vrezen.De voorzitter:Er is een vervolgvraag van mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Wij hebben deze vragen ook gesteld in het schriftelijk overleg. Dan zegt deMinister inderdaad: die hebben niets te vrezen en er is geen drempel.Maar dat zeggen is natuurlijk niet genoeg. We horen een tegenovergesteldgeluid van uitvoeringsorganisaties. Ik begrijp dat ook. Als je weet dat jeniet in Nederland mag zijn en je weet dat je strafbaar bent, dan is dedrempel om je te gaan melden natuurlijk hoog. Mijn vraag aan de heerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1844 Van Dijk is door welk argument van de Minister hij zich dan wel lietovertuigen, want ik zie daar geen enkele onderbouwing voor.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik hoorde ook in de bijdrage van mevrouw Westerveld wel een aantalaannames waarvan ik me oprecht afvroeg of die feitelijk wel kloppen. Ikga ervan uit dat de Minister daar zo meteen ook op ingaat. Er wordtbijvoorbeeld gedaan alsof een aantal mensen, ook uit de categorie diemevrouw Westerveld noemt, nu zomaar bij wijze van spreken in degevangenis zouden kunnen verdwijnen als ze 18 worden et cetera.Volgens mij klopt dat inhoudelijk niet om de simpele reden dat we hoedan ook, ook op grond van de Europese jurisprudentie, allereerst de helebestuursrechtelijke procedure al doorlopen moeten hebben. Ik ben dusoprecht bang dat mevrouw Westerveld – ik waardeer overigens het feitdat ze dat met een heel goed hart doet – een aantal leeuwen en beren opde weg plaatst die er niet zijn. De uitdaging voor de Minister is om hetheel feitelijk uit te leggen, zodat de groepen en organisaties die mevrouwWesterveld noemt, gewoon weten: daar gaat deze novelle niet over en diemensen hebben niks te vrezen.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dit is geen antwoord op mijn vraag. Dit is gewoon de bal terugkaatsen. Ikprobeerde in mijn bijdrage juist duidelijk te maken dat je verschillendeeffecten hebt. Je hebt het effect zoals dat nu in de wet staat, het effect vande novelle. Wij hebben brieven gekregen van advocaten enzovoortswaarin wordt aangeven dat er bij de uitleg van de Minister wel watkanttekeningen te plaatsen zijn; dan druk ik me nog zacht uit. Maar er zijnook verschillende organisaties die ons waarschuwen voor de mogelijkegevolgen. Dat zijn niet alleen artsenorganisaties en hulporganisaties; ookde VNG en andere organisaties waarschuwen voor de mogelijke gevolgendie dit kan hebben op de mensen om wie het gaat. Die mensen hebbenniet allemaal de jurisprudentie kunnen lezen en zitten soms in deillegaliteit. Dat is eigenlijk mijn vraag aan de heer Van Dijk. Soms wil jeiets niet, maar heeft datgene wat je doet wel dat effect; dat is waar dezeclubs voor waarschuwen. Die waarschuwing lijkt me terecht. Mijn vraagwas hoe hij dat beoordeelt; stel nou dat die wet wel dit effect gaat hebben.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dat begrijp ik. Om het wat concreter te maken: het is bijvoorbeeld deangst dat mensen niet naar een arts durven te stappen. Daar ben ik bij eeneerdere interruptie ook al op ingegaan. Het is de vraag of deze strafbaar-stelling iets verandert, aangezien deze mensen nu ook al het bestuurs-rechtelijke instrumentarium te vrezen hebben. Ik weet dus niet of ditdaardoor erger wordt. Een ander punt waarnaar wordt verwezen – ik denkdat mevrouw Westerveld dat ook doet – gaat over de consequenties voorkinderen. Dat punt neem ik serieus. Tegelijkertijd geldt hetzelfde natuurlijkook voor andere misdrijven: als een vader wordt opgepakt vanwege rijdenonder invloed, dan zullen de kinderen daar op een bepaalde manier ookweer de nadelen van ondervinden. Dat is niet allereerst de verantwoorde-lijkheid van de overheid, maar de verantwoordelijkheid van de personendie weg kunnen en die gehoord hebben gekregen dat ze ook weg moeten,maar die dit frustreren en blokkeren. Over die groep hebben we het. Denadelige consequenties en eventuele zorgen zijn dan ook primair voorhun rekening en niet voor rekening van de overheid.De voorzitter:Ik zag dat de heer Van Meijeren nog een vraag heeft voor u.De heer Van Meijeren (FVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1845 De heer Van Dijk merkt op dat hulpverlening uit medemenselijkheid aanmensen die illegaal in Nederland verblijven, zoals het uitdelen van eenkop soep, niet strafbaar zou moeten zijn. Daar kan Forum voor Democratiezich volledig in vinden. Maar de heer Van Dijk vraagt zich ook af of dehuidige uitzondering niet zodanig ruim is geformuleerd dat straks ook deduistere praktijken waar echt wel tegen opgetreden zou moeten kunnenworden, buiten het strafrecht zullen vallen. Er zijn organisaties actief inNederland die illegaal in Nederland verblijvende mensen onderdakbieden, met als uitdrukkelijk doel om hen te onttrekken aan het zicht vande overheid, om uitzetting te voorkomen. Dat zijn dus organisaties diedoelbewust ons terugkeerbeleid en de tenuitvoerlegging van rechterlijkeuitspraken frustreren en saboteren. Zouden dit soort praktijken volgens deSGP wel of niet onder deze uitzonderingsgrond moeten vallen?De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank voor deze vraag. Die is interessant. Ik heb het amendement van deheer Van Meijeren ook gezien. Ik heb in mijn eigen bijdrage inderdaad ookaangegeven dat de Minister de uitzondering heel royaal maakt. Ik hebgezegd dat ik dat begrijp, want ook voor mijn fractie geldt dat wij, evensimpel gezegd, geen gedoe willen hebben over allerlei grijze gebieden engrensgevallen omtrent de vraag of iets nou humanitaire hulp is of net niet.De Minister kiest voor klip-en-klare duidelijkheid, juist ten behoeve van dedoelgroep waar het over gaat en ten behoeve van de organisaties die zichinzetten voor de meest kwetsbaren. Dat waardeer ik, maar ik hebnatuurlijk niet voor niets vragen gesteld. Denk aan echt onoorbarepraktijken; bewust mensen onttrekken aan het overheidsgezag reken ikdaar ook bij. Ik vraag me af of we wel genoeg instrumenten hebben omdaartegen te kunnen optreden. Ik wil de antwoorden van de Minister opdat punt eerst afwachten. Daarna besluit ik wat we doen met hetamendement van de heer Van Meijeren.De voorzitter:Helder. Ik wil de heer Van Meijeren ... Nou ja, een afsluitende vraag van deheer Van Meijeren.De heer Van Meijeren (FVD):Een van de organisaties die dit soort praktijken verricht, met als uitdruk-kelijk doel om uitzetting te voorkomen, is de organisatie Kerkasiel. Zo valtop de website van Kerkasiel Kampen te lezen dat hun werkzaamhedengericht zijn op het frustreren van het terugkeerbeleid. Mijn amendement iser inderdaad op gericht om deze vormen van deelneming, die zijn tekwalificeren als medeplegen, niet uit te zonderen. Ik hoop inderdaad datde heer Van Dijk het met mij eens is dat, onder welke naam dit soortpraktijken ook plaatsvinden, dat onwenselijk is en dat hij daarom ook vóórmijn amendement zal stemmen.De voorzitter:De heer Van Dijk heeft daar al een reactie op gegeven, maar ...De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik wil daar, ook beleefdheidshalve, wel kort op reageren. De Minister heefter nu inderdaad voor gekozen dat kerkasiel hier uitdrukkelijk buiten valt.Dat deel ik van harte, juist omdat wij als SGP natuurlijk de beschermingvan de erediensten heel hoog hebben staan. Ik vind het vooral ook eenverantwoordelijkheid van de betreffende kerken om geen misbruik temaken van die hoge bescherming die de erediensten in ons land hebben.De voorzitter:Oké. We gaan luisteren naar de bijdrage van de heer Van den Brink. Hijspreekt namens het CDA.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1846 De heer Bart van den Brink (CDA):Dank u wel, voorzitter. Vandaag hebben we al veel gehoord. Webespreken een onderdeel van de Asielnoodmaatregelenwet, die hier sindsde zomer natuurlijk al veel besproken is. De noodzaak voor asielwetgevingmet nationale maatregelen is voor het CDA al jaren een opdracht waar wewerk van maken. We hebben te maken met een asielketen die op heel veelonderdelen toe is aan verbetering, zowel in de procedures als in deopvang. Ik zal daar straks nog meer over zeggen. Om die reden hebbenwij als CDA actief bijgedragen aan het tot stand komen van de Asielnood-maatregelenwet in zijn oorspronkelijke vorm. Het CDA was daarvoorstander van. Deze wet bevat maatregelen waarmee de procedures bijde IND sneller gaan verlopen. De verwijtbaarheidstoets wordt ingevoerd,we kunnen sneller overgaan tot het ongegrond verklaren van eenaanvraag en we brengen ons nareisbeleid in overeenstemming metEuropese uitgangspunten, vastgelegd in het Europees recht.Het zal vandaag weinig aan bod komen, maar de Asielnoodmaatrege-lenwet zou de uitvoering door de IND daadwerkelijk hebben geholpen alsdie vandaag al was ingevoerd. Waar wij vandaag stilstaan bij eenbelangrijk vraagstuk, over hoe wij omgaan met vreemdelingen die hieronrechtmatig verblijven, staat dit voor het CDA ook nadrukkelijk inverband met die hele Asielnoodmaatregelenwet.Terug naar voor de zomer. Het wetgevingsproces, waar het nodige op aante merken was en waar al veel over gezegd is, kwam tot een einde. DeAsielnoodmaatregelenwet zou worden aangenomen en de Eerste Kamerkon daarna overgaan tot behandeling, tót het amendement-Vondelingwerd aangenomen, een amendement waar nog geen 30 seconden overgesproken was in de eerste termijn. Ze kondigde het aan in haar inbreng.De Minister deed het in één zin af, omdat het geen onderdeel uitmaaktevan het regeerakkoord. Na stemming volgden een aantal dagen koorts-achtig overleg, waarbij onduidelijk leek wat de consequentie was van ditamendement. Voor het CDA was al gelijk duidelijk dat deze aanpassinghet bieden van hulp aan mensen zonder een geldige verblijfsstatusstrafbaar maakt, oftewel: het strafbaar stellen van medemenselijkheid.Voor ons was het daarom gelijk duidelijk dat hier een principiële grenswerd overschreden. Strafbaarstelling van medemenselijkheid kan en magwat het CDA betreft niet plaatsvinden. Onze enige conclusie was dus omtegen deze hele wet te stemmen. Daarmee is de wet flink vertraagd. Diehad namelijk al lang in het Staatsblad kunnen staan als dit amendementtoen niet was aangenomen. We hebben het vaker gezegd, en we zullenhet hier nog een keer zeggen: deze onzorgvuldigheid is enkel en alleen toete rekenen aan de indiener en aan de partijen die hier voorstemden.We zijn nu een halfjaar verder. De IND had allang kunnen werken met denieuwe wet als er niet zo ondoordacht te werk was gegaan. Nu ligtvandaag de vraag voor of deze novelle voor het CDA voldoende is omalsnog steun te geven aan de noodzakelijke Asielnoodmaatregelenwet.Om hierover een oordeel te vormen, ga ik nog heel wat kantjes gebruiken.Gaat u er goed voor zitten.Het CDA hanteert een aantal ijkpunten waarmee we deze novelle gaanbeoordelen. In de allereerste plaats zijn dat onze eigen uitgangspunten ophet terrein van asielbeleid. Daarnaast zullen we ons afvragen of de novellepast binnen het geldende juridische kader. Daarna zullen we de vraagbeantwoorden of deze novelle, en de oplossing die gekozen is, medemen-selijkheid daadwerkelijk niet strafbaar stelt en of dat doeltreffend is. Tenslotte: wat is de werkingssfeer in de praktijk?Onze uitgangspunten. Voor het CDA is bij de behandeling van deAsielnoodmaatregelenwet een belangrijk vertrekpunt geweest dat hetnoodzakelijk is dat de politiek maatregelen treft waarmee we onsasielstelsel verbeteren. Er zijn te lang geen keuzes gemaakt om proce-dures te versnellen, waardoor mensen die recht hebben op onzebescherming in eindeloze procedures zitten. Het heeft ook ontbroken aanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1847 keuzes waarmee we sneller duidelijk maken wie hier niet mag blijven enwaarmee we zorgen dat er dan ook nog een geloofwaardig vertrekbeleidbestaat. Beide elementen dragen bij aan het wegnemen van despanningen in de samenleving die op dit onderwerp, migratie, tot op dedag van vandaag bestaan. Er is al veel gepraat de afgelopen jaren, maarde politiek blijft alleen geloofwaardig als we ook resultaten behalen.Asielbeleid is een opgave. Iedere politicus die hiermee aan de slag is,weet dat dit dilemma’s geeft waarvoor geen makkelijke antwoordenbestaan. Het CDA hanteert daarin een aantal uitgangspunten die onshelpen om die dilemma’s te beantwoorden. Het gaat bij asielbeleid in dekern om de opdracht ieder mens een menswaardige behandeling tegeven. Het gaat om rechtvaardigheid als uitgangspunt, zodat de rechts-staat kan functioneren, en het gaat erom asielbeleid te voeren binnenethische uitgangspunten, zoals die ook zijn verankerd in internationaleverdragen. Het CDA is vanuit die uitgangspunten tot de overtuiginggekomen dat een geloofwaardig terugkeerbeleid alleen kan bestaan als erook sancties bestaan bij niet meewerken aan terugkeer. Onrechtmatigverblijf in Nederland is verboden. Ik neem aan dat iedereen hier aanwezigdie politiek actief is, van links tot rechts, het daarover eens is.Vanuit het recht is dat een volstrekt logische redenering, maar zoals altijdbij asielbeleid botst de logica van de redenering met de weerbarstigepraktijk op straat, want de realiteit is ook dat in onze dorpen en stedenmannen, vrouwen en kinderen verblijven die hier geen geldige verblijfs-titel hebben. Precies die weerbarstige praktijk is waar wij ons vandaag toete verhouden hebben, want er zijn mensen in onze samenleving die alleenmet hulp van fantastische maatschappelijke organisaties kunnen bestaanen overleven. Deze barmhartigheid en medemenselijkheid is een krachtvan onze samenleving. Wat het CDA betreft zal die nooit door hetstrafrecht geraakt mogen worden. Tegelijkertijd heeft de overheid de taakte streven naar publieke gerechtigheid, die moet borgen dat de rechtsstaatwordt gehandhaafd tegenover mensen die kunnen en moeten vertrekkenmaar daar niet aan mee willen werken. Daar kan in laatste instantie ookhet strafrecht een taak in hebben wat het CDA betreft. Wij hebben daaromal langere tijd het standpunt dat niet meewerken aan terugkeer ook via hetstrafrechtelijk kader moet kunnen worden aangepakt. Dat zijn de uitgangs-punten waarop het CDA vandaag dit debat voert over de voorliggendenovelle.Maar is dat ook binnen het juridische kader? De nationale strafbaarstellingvan onrechtmatig verblijf kan niet los worden gezien van de Europesewetgeving en jurisprudentie. Er is hier vandaag al veel over gezegd, maartoch ga ik er nog dieper op in, omdat ik denk dat het helpt om dieduidelijkheid te verschaffen, in ieder geval aan mezelf en ook aan demensen die meeluisteren.Het CDA heeft al lange tijd grote moeite met de wijze waarop onsasielstelsel functioneert. Dat is de reden dat het CDA voorstander is vaneen heel aantal maatregelen: de maatregelen uit de Asielnoodmaatrege-lenwet, de invoering van een tweestatusstelsel, de handhaving enuitvoering van de Spreidingswet, de investeringen in het COA, de IND ende Dienst Terugkeer en Vertrek voor langjarige financiering en ten slotteook mensen in staat stellen snel te integreren en snel te kunnen werkenals ze hier eenmaal zijn. Dat zijn stuk voor stuk maatregelen die in lijn zijnmet het Europees recht en internationaal recht. Daarmee brengen we debasis op orde en worden wachttijden teruggebracht. Er ontstaat snelduidelijkheid voor wie moet vertrekken.Ook aan ons terugkeerbeleid valt veel te verbeteren. Daarmee bedoel ikniet de inzet van al die medewerkers bij de Dienst Terugkeer en Vertrek.Het gaat het CDA erom dat momenteel slechts 20% van de uitgeproce-deerde asielzoekers Europa daadwerkelijk verlaat. Dat is ook de redenwaarom er in Europa wordt gesproken over een nieuwe Terugkeerveror-dening, maar voor nu hebben we te maken de bestaande Terugkeer-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1848 richtlijn. Ik vraag de Minister of het klopt dat het vanuit het huidigeEU-recht en de Terugkeerrichtlijn een verplichting is voor lidstaten om eenterugkeerbesluit uit te voeren, met inbegrip van dwangmaatregelen alslaatste redmiddel. Dat is voor het CDA een relevant gegeven, omdatadequaat en fatsoenlijk terugkeerbeleid daarmee geen keuze is, maar eenopdracht. Die opdracht vraagt om maximale inspanning en om normeringwanneer hier niet aan wordt voldaan. Graag een reactie.In veel reacties die we de afgelopen dagen hebben ontvangen, wordt ookde vraag gesteld of strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf wel pastbinnen het internationaal recht. Dat is belangrijk om vast te stellen alsvertrekpunt. Naar mijn weten kom je dan uit bij twee belangrijke arrestenuit de Europese jurisprudentie: het Achughbabian-arrest en het ElDridi-arrest. Het ene arrest concludeert kort gezegd dat strafbaarstellingvan onrechtmatig verblijf alleen mogelijk is als de terugkeerprocedure isdoorlopen en de vreemdeling alsnog in het land verblijft. Het anderearrest stelt dat nationale maatregelen, waaronder dus een strafbaar-stelling als die waar we vandaag over spreken, vrijwillig vertrek niet ingevaar mogen brengen. Graag hoor ik van de Minister of deze vertrek-punten kloppen, zodat ook die onduidelijkheid kan worden weggenomen,want dat vormt in de ogen van het CDA het juridische kader waarbinnenonrechtmatig verblijf kan worden bestraft. Dat betekent dat strafbaar-stelling van niet meewerken aan vertrek alleen mogelijk is als iemand,nadat de volledige terugkeerprocedure is doorlopen, door eigen handelenterugkeer actief frustreert terwijl vertrek wel mogelijk is, en dat als iemandalsnog wil vertrekken, dat dan ook moet kunnen, zelfs wanneer er al eenstraf is opgelegd. Graag een duidelijke bevestiging van de Minister dat ditde enige ruimte is waarbinnen strafbaarstelling van niet meewerken aanvertrek mogelijk is. Dit betekent voor het CDA dat het gaat om dehandeling die het strafbare feit veroorzaakt. Niet de persoon of diensontbrekende verblijfsstatus is strafbaar, maar uitsluitend de handeling vanhet zich blijven verzetten tegen een rechtmatig genomen en uitvoerbaarterugkeerbesluit. Graag ook hier een duidelijke bevestiging van.Ik kom bij de novelle. Direct na de stemming heeft het CDA vastgestelddat het aangenomen amendement tot gevolg zou hebben dat hulp aanmensen die hier onrechtmatig verblijven strafbaar zou worden. Dat werdal snel gesymboliseerd door de bekende kop soep van het Leger desHeils, waar we vanochtend ook al mee werden ontvangen. Deze kop soepstaat voor een belangrijke waarde in onze samenleving: omzien naarkwetsbare mensen en daar barmhartigheid aan tonen. Medemenselijkheidkan nooit strafbaar worden gesteld. Dat is een principiële lijn die het CDAnu en in de toekomst nooit zal overschrijden. De schade was na hetaannemen van het amendement echter al wel aangericht. Er ontstondterecht grote maatschappelijke onrust.Hoewel de novelle daar nu een duidelijke richting in kiest, is de onrust nogsteeds aanwezig bij verschillende maatschappelijke organisaties. Omtegemoet te komen aan die twijfels bij een aantal partijen, heeft de Raadvan State een voorlichting uitgebracht. Daarbij werden verschillendeopties genoemd, waaronder een strafuitsluitingsgrond op basis vanmedemenselijkheid. Dit zou echter betekenen dat er per individueel gevalbeoordeeld moest worden of daar sprake van is. Dat zou onvoldoendegeweest zijn. Het kabinet heeft terecht geoordeeld dat het ook onvol-doende is. Er mag namelijk geen enkele onduidelijkheid bestaan over hetuitgangspunt dat alleen de onrechtmatig aanwezige vreemdeling die nietmeewerkt aan zijn terugkeer, strafbaar is.Met de novelle heeft het kabinet hierin een duidelijke keus gemaakt. Alledeelnemingsvormen zijn uitgesloten van strafvervolging. Daarmee is demedemenselijkheid in iedere vorm uitgesloten van strafvervolging en isuitsluitend de pleger strafbaar. Ik vraag de Minister dat vandaag opnieuwhelder uiteen te zetten en te bevestigen. Hoewel dit door het kabinet al bijherhaling is gezegd en de Minister in antwoord op een vraag van het CDATweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1849 in de nota naar aanleiding van het verslag heeft geschreven dat «met dezeexpliciete uitsluiting wordt gegarandeerd dat maatschappelijke organi-saties, hulpverleners, kerken en wijkteams zonder risico op strafver-volging hun werk kunnen blijven doen» , is die onrust er nog steeds. Veelmaatschappelijke organisaties die u als Minister ongetwijfeld ookaanspreken, blijven in de veronderstelling dat er toch nog een klein risicozou kunnen bestaan op juridische procedures. Ik wil het kabinet daaromvragen daar vandaag duidelijkheid over te geven. Die onrust moet wordenweggenomen.Het kabinet valt hierin naar ons oordeel niet zo heel veel te verwijten,omdat het geconfronteerd werd met de uitkomst van de stemming hier inde Tweede Kamer, maar ik vraag het kabinet wel om een zeer zwareinspanningsverplichting op zich te nemen. Dat is voor het CDA eenzwaarwegend punt in de discussie over de novelle en hoe daarover teoordelen. Veel van de organisaties, die hier vandaag ook aanwezig zijn,doen hun werk vanuit barmhartigheid en oprechte bewogenheid richtingkwetsbare mensen in onze samenleving. Dat is prijzenswaardig ennoodzakelijk. Daarom is het echt nodig dat zij weten dat zij hun werkzonder enig risico kunnen blijven doen. Het voeren van dit debat is eenmogelijkheid om die duidelijkheid te geven, maar we weten ook dat angsten mythes zich sneller verspreiden dan de feiten. Hoe kan het kabinet ooknadat dit debat is geweest, en wat de uitkomst ook is, ervoor blijvenzorgen dat deze organisaties geïnformeerd worden en blijven, zodat zeweten dat ze geen enkel risico lopen in hun werk?Zowel het OM als de Raad voor de rechtspraak spreken zich uit over denovelle op dit onderdeel en de wijze waarop die nu door het kabinet isvormgeven. Het OM stelt: «Wanneer gedragingen als het schenken vaneen kop soep aan een vreemdeling niet strafbaar zijn, kan een burger daarook niet voor worden vervolgd. Een afgebakende strafbaarstelling draagtdaarmee bij aan de rechtszekerheid.» De Raad voor de rechtspraak stelt:«Over de intentie achter de novelle om deelnemingsvormen uit te sluiten,adviseert de raad positief. Dit kan voorkomen dat personen en organi-saties die vanuit humanitair oogmerk hulp verlenen worden vervolgd enbestraft.» Dit maakt dat het CDA de juridische route van het kabinetnavolgbaar en doeltreffend acht om op deze wijze alle deelnemings-vormen uit te sluiten van strafvervolging, zodat hulpverleners zonderrisico op strafvervolging hun werk kunnen blijven doen.Het CDA heeft een aantal vragen over de praktische uitwerking, die hierdoor verschillende partijen ook al eerder zijn gesteld. Klopt het, zo vraag ikde Minister, dat ongedocumenteerde en kwetsbare mensen die onrecht-matig in Nederland verblijven, niet zonder het voorafgaand doorlopen vande volledige terugkeerprocedure in de bestuurlijke zin van het woord, vande ene op de andere dag verdachte kunnen worden van een misdrijfvanuit deze nieuwe wettelijke bepaling? Ook hierover is duidelijkheidnodig.Daarnaast kennen we de ongewenstverklaring en het inreisverbod; wehebben het hier net al gehoord. Ook daaraan worden verschillendeinterpretaties gegeven. Ik vraag de Minister vandaag uiteen te zetten hoedie zich tot elkaar verhouden.In de rondetafel is kort gerefereerd aan de risico’s van een burgerarrest.Ook daarover wil ik vandaag graag duidelijkheid. Het CDA is daar feltegenstander van en ziet daarvoor ook in deze situatie geen enkelejuridische grond. Kan de Minister bevestigen dat de strafbaarstelling vanonrechtmatig verblijf, zoals we die hier vandaag bespreken, eenzogenaamd duurdelict is en dat een geoorloofd burgerarrest hierdoor nietaan de orde kan zijn?Kan de Minister in zijn antwoorden ook stilstaan bij de vragen die er zijnover de wijze waarop slachtoffers van mensenhandel nog steeds de hulpkrijgen die zij nodig hebben? We hebben het hier net al een paar keergehoord. Een slachtoffer van mensenhandel zonder rechtmatig verblijfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1850 heeft hulp nodig. Dat staat in mijn ogen los van deze novelle. Kan deMinister de organisaties die hierin ondersteuning bieden, nogmaalsduidelijk maken dat zij niet geraakt worden door deze novelle? Dat zouook nog een juridisch kader krijgen. Kan de Minister hier al meer overzeggen?Voorzitter, ik kom tot een afronding. Naast wat wij hier bespreken, moetenwe ook erkennen dat er naast deze novelle al langer een bredere discussieis over de noodzaak tot asielwetgeving. Veel mensen en organisatieskunnen de Asielnoodmaatregelenwet niet los zien van de vorige bewinds-persoon. Laat ik zeggen dat ik dat begrijp. Tegelijkertijd is wetgeving nietvan een persoon en niet van een partij; wetgeving draagt wel of niet bijaan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Het CDA zal zijnoordeel over deze novelle vooral bezien vanuit de vraag of deze vantoepassing is op mensen die niet meewerken aan terugkeer terwijl zij datwel kunnen, en hoe we de onrust bij maatschappelijke organisatieskunnen wegnemen. Voordat ik dat oordeel zal geven, wil ik deantwoorden van de Minister afwachten. Ik zal er later op terugkomen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dit leidt tot een vraag van de heer Ceder. Daarna kom ik bijmevrouw Westerveld.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank voor het betoog van de heer Van den Brink. Ik heb veel gehoord,maar ik heb veel ook niet gehoord, veel van wat volgens mij wel zoumoeten passen bij het CDA. Dat verbaast mij dus. Alle uitvoeringsin-stanties die dit moeten gaan uitvoeren, hebben hier grote zorgen bij. Deheer Van den Brink heb ik daar geen enkele vraag over horen stellen. Datbevreemdt mij, juist omdat de formerende partijen uitvoerbaarheid alsvoorwaarde stellen om Nederland weer op de rit te krijgen. Volgens mijzeggen alle uitvoeringsinstanties: dit gaat ’m niet worden. Maar nogbelangrijker is de strekking. De heer Van den Brink doet voorkomen alsofdit wetsvoorstel zich richt op uitgeprocedeerde asielzoekers die nietmeewerken aan vertrek. Dat is ook de reikwijdte waarmee het CDA deverkiezingen in is gegaan; dat zou het enige onderdeel zijn waarop zijstrafbaarstelling van illegaliteit wenselijk achten. Omgekeerd hadden zedus de belofte dat zij niet voor al het andere waren. Maar hier lijken ze eendraai te maken.De voorzitter:En de vraag?De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, voorzitter, ik kom tot de vraag. Het wetsvoorstel zegt – ik heb dit ookaan mevrouw Rajkowski voorgelegd – dat wij deze week instemmen metartikel 108a, dat zegt dat élke meerderjarige vreemdeling die in Nederlandverblijft terwijl dat niet rechtmatig is, gestraft wordt met een gevangenis-straf. En ja, er is de memorie van toelichting, maar mevrouw Rajkowski zeiook dat mochten in de toekomst asielmigranten erbij horen, de reikwijdtevan dit artikel daar ook ruimte voor biedt. Mijn vraag aan de heer Van denBrink is of het klopt dat dit een verruiming is van de opvatting van hetCDA. De afgelopen jaren stonden wij zij aan zij, ook als het gaat om devele kerken en organisaties die mensen bijstaan. Zegt u nu eigenlijk wélakkoord te gaan met de reikwijdte die er nu instaat? Hoe verhoudt zich datdan tot de belofte voor de verkiezingen?De heer Bart van den Brink (CDA):Dat is precies de reden waarom dit debat vandaag moet worden gevoerd.De reikwijdte van de juridische ruimte die er is, is al bepaald door hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1851 Europees recht. Het Europees recht heeft bepaald dat er strafbaarstellingkan plaatsvinden als je een onrechtmatige vreemdeling bent, enkel enalleen binnen de ruimte die er is als de terugkeerprocedure volledig isafgerond. Punt. Daarmee is dit dus een strafbaarstelling van het nietmeewerken aan vertrek.Ik zal gelijk de vervolgvraag interpreteren die u gaat stellen. Iedereen diedenkt dat als je ongedocumenteerd bent en daardoor hier in beeld komt:dat klopt gewoon niet. De situatie is als volgt. Als die persoon in beeldkomt, wordt daar natuurlijk mee gesproken over wat de situatie is enwaarom hij ongedocumenteerd in dit land verblijft. Maar het blijftonrechtmatig verblijf. Daar zijn bestuursrechtelijke mogelijkheden voor. Eris een buitenschuldcriterium; als mensen niet terug kunnen of in wat voorsituatie dan ook hulp nodig hebben, biedt de overheid die hulp. Dat is nuzo en dat is in de toekomst zo. De enige ruimte die er is vanuit hetEuropeesrechtelijke, is dat als mensen niet meegewerkt hebben aan hunterugkeer, deze strafbaarstelling in beeld komt. Dat is een strafbaarstellingwaar het CDA al lange tijd voor is en past dus volledig binnen de ruimtedie wij voor de verkiezingen hebben ingenomen, na de verkiezingenhebben ingenomen en ook in de toekomst zullen blijven innemen.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):De denkfout die de heer Van den Brink maakt en die de heer Boomsmazojuist ook maakte, is dat vervolging gelijkstaat aan straf. Maar je kuntvervolgd worden en vervolgens kan vanuit de richtlijn blijken dat je geenstraf krijgt, want er is hoger EU-recht. Maar we stemmen er wel over datdit wetsvoorstel in de wet komt zoals die nu staat. Er is een verschiltussen vervolging en daadwerkelijke straf; het zijn twee verschillendedingen. Dat wil ik nog wel even meegeven, nog los van de vragen die ikeerder gesteld heb rondom deelneming aan een criminele organisatie. Deheer Van Meijeren dient een amendement in juist om die reikwijdte watmeer op te rekken, omdat de heer Van Meijeren, die wetgevingsjurist isgeweest, ook doorheeft dat hier ruimte zit. Ik ben het dus niet met u eens,meneer Van Meijeren, maar ik begrijp uw redenering. Die klopt. Mijnvraag is als volgt. Heeft de heer Van den Brink wel voor ogen dat als dithet doel is, we al een artikel hebben? Uit mijn hoofd is dat artikel 179 vanhet Wetboek van Strafrecht over de ongewenstverklaring. Sinds een paarmaanden, met het amendement-Rajkowski, is de drempel daarvanverlaagd van drie jaar naar twee jaar. Elk mogelijk misdrijf waarbij ik denk«die moet het land uit» , van diefstal tot geweld en haatzaaien, valtdaaronder. Is dat niet de perfecte omschrijving van het voorstel waar hetCDA voor staat? Het zorgt alleen maar voor verwarring en is nietdoelmatig. We hebben dat voorstel. Dat is verbeterd. Of «de drempel isverlaagd» , hoe je het ook wil verwoorden. Zou je daar niet eigenlijk volopvoor moeten gaan, in plaats van dit ernaast te leggen? Als u vindt dat datwél moet, meneer Van den Brink, kunt u dan uitleggen wat volgens deCDA-fractie het verschil is?De heer Bart van den Brink (CDA):De vragen van de heer Ceder zijn altijd verpakt in setjes van een stuk ofacht of tien. Ik kan er dus altijd eentje kiezen, maar laat ik de belangrijkstekiezen. Er is natuurlijk een juridisch verschil tussen de ongewenstver-klaring, het zwaarder inreisverbod en deze strafbaarstelling. Doordat,zoals ik net beschrijf, de Europese jurisprudentie voorschrijft dat destrafbaarstelling enkel kan zien op het niet meewerken aan terugkeer, isdat ook het enkele feit dat hier nu wordt besproken. In tegenstelling tot deongewenstverklaring en het zwaar inreisverbod, waaraan ook allerleiandere voorwaarden verbonden zijn, maakt dit artikel het mogelijk om eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1852 straf op te leggen aan mensen die niet meewerken aan hun terugkeer endat wel kunnen. Het is een ultieme sanctie die alleen voor die mensengeldt. Wat het CDA betreft was die ook altijd al noodzakelijk. We veran-keren die nu op deze manier. Ik snap best dat er heel veel onduidelijkheidover is ontstaan. Er wordt ook veel onduidelijkheid gecreëerd, om het zote zeggen. Dat mag ook. Maar het is goed om zelf aan te geven – dat doeik gewoon vanuit ons perspectief – welke overwegingen wij hierbijhebben gehad en waarom ik denk dat het binnen de juridische kaders is.Dat heb ik net geschetst.De voorzitter:In één zin een verduidelijkende vraag van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):De heer Van den Brink stelt dat met het aannemen van deze novelle louterhet niet meewerken aan vertrek strafbaar zou zijn, maar dat is niet wat dememorie van toelichting zegt. Die richt zich ook op overlastgevers.Daarmee komt juist de ongewenstverklaring in beeld. Mijn vraag is dus:wat is feitelijk het verschil tussen de huidige ongewenstverklaring, dieverlaagd is door het amendement-Rajkowski, en het voorstel dat er nuligt?De heer Bart van den Brink (CDA):Dat er in de ongewenstverklaring allerlei extra voorwaarden zijn voordatje daaraan toekomt. Ik denk dat de Minister straks nog een hele lijst vanvoorbeelden heeft om dat toe te lichten. Kijk ook naar de jurisprudentie. Ikheb niet alle jurisprudentie helemaal nageplozen, maar de belangrijkstewel. Er zitten daar gewoon allerlei voorwaarden in voordat je daaraantoekomt. Met het aannemen van dit voorstel – het is een aangepastvoorstel; laten we dat even vaststellen – blijft enkel strafbaarstelling voorhet niet meewerken aan terugkeer over. Hoe dat in de vervolgingspraktijkmoeten worden toegepast, is een tweede. Maar als sluitstuk in eenterugkeerbeleid dat voor de rest vrij slecht functioneert, is dat wat hetCDA betreft al langere tijd wenselijk.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Mijn vragen gaan over de uitvoering. Zoals de heer Ceder net ook alterecht opmerkte, heeft het CDA de afgelopen tijd heel erg de mond volgehad, en terecht, van het belang van het samendoen, het belang vanuitvoerbaarheid en het belang van goed bestuur. Ik las het verslag vandeze wetten en de behandeling in de Tweede Kamer terug. Uw partijleider,de heer Bontenbal, had destijds een vrij fel interruptiedebatje met de VVDover de IND. Hij zei: als de IND zegt dat het niet kan, wie bent u dan om tezeggen dat het wél kan? Kijk nu naar alle uitvoeringsorganisaties diezeggen dat het niet kan en dat de wet averechts werkt. Kijk naar de politie,de marechaussee, het onderwijs, de rechtspraak enzovoort. Iedereen zegtnu: het kan niet; de wet werkt averechts. Mijn vraag is dus eigenlijk devraag die de heer Bontenbal destijds aan de VVD stelde: waarom zou hetCDA dan zeggen dat het wél kan?De heer Bart van den Brink (CDA):Laten we in ieder geval even uit elkaar halen wat er door al die organi-saties wordt gezegd. Alles wat gaat over de juridische vraag of hethaalbaar is en of het kan, laat ik even. Daar heb ik net volgens mij een vrijhelder antwoord over gegeven. Dat scheelt al een hoop uitvoeringsopmer-kingen die er gemaakt zijn. Daarnaast zijn er natuurlijk de vragen of heteffectief is, over hoeveel aantallen het gaat en of het zin heeft in depraktijk. Tegelijkertijd is het ook een politieke weging. Het is namelijk ookeen norm die gesteld wordt, waarvan je vindt of niet vindt dat die in detoekomst zou moeten worden gehandhaafd. Ik heb al vaker debattenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1853 gehad, ook in het verleden, over asiel. Soms wordt dan gesteld: dit kanmaar voor een enkeling gelden. Maar soms kan een norm ook in eenenkele situatie een norm zijn die je politiek noodzakelijk acht. Ja, er zaldoor de Dienst Terugkeer en Vertrek, waar dit het meest op ziet, weldegelijk moeten worden bijgestuurd, vanwege wat er in de uitvoering ophen af gaat komen. Tegelijkertijd, in de praktijk worden er 3.500 mensenuitgezet in de normale situatie, en nu komen er 100 tot 300 mensen bij.Dat geeft in mijn ogen aan dat niet meewerken aan vertrek terwijl dat welkan, voor een vrij beperkte groep geldt. Maar daarmee kan het nog steedswel normstellend zijn om dat strafbaar te stellen. De groep is dus ook nietzo groot als wordt verondersteld.De voorzitter:Een korte vervolgvraag, het liefst geen herhaling van de eerdere vraag.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Neeneenee. Natuurlijk praten we hier ook over normen. Echter, als al dieinstanties zeggen dat het weleens averechts kan werken en dat ze nietmeer toekomen aan hun kerntaken ... Dat horen we van verschillende vandeze organisaties. We horen ook de politie zeggen: we zijn al overbelast. Ikvraag de heer Van den Brink: hoe reageert hij naar al die organisaties diedit aangeven?De heer Bart van den Brink (CDA):Tegen al die organisaties zou ik willen zeggen: daarom is het zo goed datwe vandaag dit debat voeren, om duidelijk te maken en duidelijk uit tespreken we het dus niet hebben over een groep van 40.000, 60.000 ofhoeveel mensen hier dan ook aan worden gekoppeld. Het gaat hier om degroep mensen die uitgeprocedeerd zijn en niet meewerken aan terugkeer.Dat is een beperkte groep. Daarom komt er voor de uitvoering dus maareen beperkte last bij. Ik snap wel dat dat extra werk betekent, maar datgeldt vooral voor de Dienst Terugkeer en Vertrek. Ook op dit momentheeft de AVIM natuurlijk een verantwoordelijkheid als er iemand wordtaangetroffen die hier onrechtmatig verblijft, en moeten er allerleiprocedures doorlopen worden. Dat is dus niet nieuw. Alleen de mogelijk-heden om daar daarna een sanctie aan te koppelen zijn nieuw.De voorzitter:Daarmee zijn we aan ... Ik wil eigenlijk gaan luisteren naar de bijdrage vanmevrouw Van der Plas, maar mevrouw Teunissen heeft nog een vraagvoor de heer Van den Brink.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik wil hier toch nog even op doorgaan, want het CDA is altijd voor eenzorgvuldige wetsbehandeling. Daarom hebben ze ook eerder gezegd: dithele traject is eigenlijk heel onzorgvuldig gegaan en daarom stemmen weook niet in met strafbaarstelling illegaliteit. Dat zei het CDA eerst. Nuhoren we wat anders. Collega Van den Brink zegt: het gaat niet over wieiemand is, maar over het gedrag. Vervolgens zegt hij: het gaat om nietmeewerken. Maar dan is het nog steeds onduidelijk wat «nietmeewerken» betekent. De vraag is: erkent de heer Van den Brink dat? Watbetekent «niet meewerken» ? Erkent het CDA dat daar een onduidelijkheidin zit?De heer Bart van den Brink (CDA):Laat ik het zo zeggen: er is onduidelijkheid aan deze tafel, denk ik, maar inde jurisprudentie is daar geen onduidelijkheid over. De jurisprudentie isheel duidelijk over wat «niet meewerken» is. Ik heb die vraag net noggesteld, omdat ik weet dat eraan gehecht wordt om die duidelijkheid teverschaffen. Maar in de jurisprudentie is duidelijk wat «niet meewerken»Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1854 is. Dat is al uitgesproken bij de uitspraken rondom de ongewenstver-klaring en bij de zware inreisverboden waar rechtszaken over geweestzijn.Om even terug te gaan naar de vraag over de positie van het CDA voor dezomer. Die zag enkel en alleen op het aannemen van dit amendement. Wehadden de afweging al gemaakt over hoe wij tegen de Asielnoodmaatre-gelenwet aankeken. Ik erken ook dat de hele wetgevingsprocedure geenschoonheidsprijs verdient of heeft gekregen. Dat zal, denk ik, niet beterworden door deze dag en de week hiervoor. Wij hebben de afweging dusal eerder gemaakt. Wij zouden voor de Asielnoodmaatregelenwet geweestzijn als dit amendement er niet in zat. Nu ligt er een bijgestelde novellewaar wij ons oordeel over gaan vellen.De voorzitter:Mevrouw Teunissen heeft een vervolgvraag.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik heb nog één vraag over de novelle. Het CDA zei net: we hebben ook hetadvies van de Raad voor de rechtspraak gezien. Die adviseert positief.Over de intentie achter de novelle zegt de Raad voor de rechtspraak: dat ispositief. Maar de raad blijft wel vragen houden bij de effectiviteit: hoedraagt de strafbaarstelling bij aan een betere grip op migratie? De Raadvoor de rechtspraak zegt ook: de reikwijdte is potentieel zo groot datnadere afbakening door de wetgever zou moeten worden geboden. Hoebeoordeelt het CDA deze adviezen van de Raad voor de rechtspraak?De heer Bart van den Brink (CDA):Ik zou de Raad voor de rechtspraak geen onrecht willen doen door tezeggen dat zij op de banken stonden bij deze novelle. Laat ik dat voorop-stellen. Ik heb gewoon even de intentie om het over de deelnemingsvormte hebben. Dat was het stukje dat ik aanhaalde. En de reikwijdte, ja, diewordt beperkt en bepaald door de jurisprudentie, zoals ik net hebaangegeven. Dat is, denk ik, een vrij beperkte omvang. Dat is dus voor mijhelemaal helder.De voorzitter:Ik wil de eerste termijn van de zijde van de Kamer graag afmaken. Wehebben nog twee sprekers, dan ga ik schorsen voor de lunch en daarnagaan we naar de Minister luisteren. Ik geef mevrouw Van der Plas hetwoord voor haar bijdrage in eerste termijn. Zij doet die namens de BBB.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank u wel, voorzitter. Vandaag bespreken wij de Wijziging van deVreemdelingenwet, de Asielnoodmaatregelenwet, die een strafbaar-stelling introduceert voor illegaal verblijf van meerderjarige vreemde-lingen in Nederland. Dit leidde in eerste instantie tot zorgen, omdat nietalleen de vreemdeling zelf, maar ook de mensen en organisaties die hulpbieden, zoals vrijwilligers, zorgverleners of kerken, strafbaar zoudenkunnen worden gesteld op basis van medeplichtigheid. Dit riep veelmaatschappelijke en politieke discussie op, vooral over de vraag ofhulpverlening uit medemenselijkheid strafbaar zou moeten zijn. Hetkabinet heeft daarom, mede op advies van de Raad van State, ditwetsvoorstel aangepast. In de huidige versie is vastgelegd dat alleen hetdaadwerkelijk illegaal verblijven strafbaar wordt. Hulpverlening aanillegaal verblijvende vreemdelingen, bijvoorbeeld door het bieden vanonderdak, voedsel of medische zorg, is expliciet uitgesloten van straf-baarheid. Dit betekent dat vrijwilligers, zorgverleners en maatschappelijkeorganisaties niet vervolgd kunnen worden voor het helpen van mensenzonder verblijfsrecht, tenzij er sprake is van mensensmokkel of mensen-handel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1855 Voorzitter. BBB is het eens met de strafbaarstelling van illegaliteit. Wie inNederland verblijft zonder verblijfsrecht moet terugkeren naar het landvan herkomst. Zo eenvoudig is het. Net als bij alle andere wetten geldtook hier dat er een sluitstuk moet zijn wanneer iemand de wet overtreedt.In dit geval is dat sluitstuk het strafrecht. Dat is gewoon een vanzelfspre-kende toepassing van de rechtsstaat. Veel andere Europese landenkennen ook een strafbaarstelling van illegaal verblijf. België, Duitsland,Frankrijk en vele andere landen hebben dit allang ingevoerd. Nederland isdaarin dus allesbehalve uniek. Integendeel, juist omdat illegaal verblijfniet strafbaar is, ontstaat er een situatie waarin onrechtmatig verblijfwordt gefaciliteerd en nauwelijks te controleren is. Dit maakt handhavingjuist ingewikkeld en beperkt de effectiviteit van het terugkeerbeleid.Hoeveel mensen zonder verblijfstatus in Nederland wonen, weten wegewoon niet. Het is dan ook goed dat het kabinet het WODC hier eenonderzoek naar laat uitvoeren. Er zijn wel wat schattingen beschikbaar dieeen indicatie geven van de omvang van het probleem. Zo schat het RodeKruis dat er tussen de 23.000 en 58.000 mensen zonder verblijfsrecht inNederland wonen. Deze cijfers zijn waarschijnlijk nog laag geraamd, wanthet Braziliaanse consulaat alleen al schat dat er tussen de 38.000 en40.000 ongedocumenteerde Brazilianen in Nederland leven. Dit is nietalleen Brazilië, dus ga maar na wat er allemaal nog bij moet wordenopgeteld. Nog zorgwekkender is het gegeven dat slechts 20% van deasielzoekers die een negatieve beslissing krijgen, die hier dus niet mogenblijven, daadwerkelijk terugkeert naar hun land van herkomst. Datbetekent dat we van vier op de vijf mensen geen idee hebben waar zij zichuiteindelijk vestigen.Voorzitter. Om in hun bestaan te kunnen voorzien zijn zij vaak aangewezenop illegale onderhuur, zwart werk en andere informele diensten. Hierdoorontstaan parallelle, onzichtbare netwerken, die buiten het toezicht van deoverheid opereren. Deze netwerken zijn niet alleen kwetsbaar voormisbruik en uitbuiting, maar ondermijnen ook de rechtsstaat. Eenveelgehoord argument van tegenstanders van deze novelle is datvreemdelingen uit angst voor strafvervolging contact met hulporgani-saties, zorg, onderwijs en politie zullen mijden. Men vreest dat dit zouleiden tot een zogenaamde schaduwsamenleving waarin mensenkwetsbaarder worden voor uitbuiting, dakloosheid, slechte arbeidsom-standigheden en gezondheidsrisico’s. Maar waar precies blijkt dit uit,vraag ik de Minister. Bovendien heb ik begrepen dat de politie hulpver-lening bij een aangifte zal blijven doen. Blijven de gegevens van mensendie hier illegaal verblijven ook anoniem als zij zich bijvoorbeeld meldenals verward persoon bij de ggz?Voorzitter. Ook in de huidige situatie zijn er al consequenties verbondenaan illegaal verblijf waardoor mensen mogelijk overheidsinstantiesmijden. Wie zonder geldige verblijfsstatus wordt aangetroffen, wordtnamelijk door de politie of andere handhavingsinstanties gemeld bij dealgemene vreemdelingen-, identificatie- en machtigingslocatie, dezogenoemde AVIM. Deze organisatie stelt een identiteit vast, controleertde verblijfsstatus en onderzoekt het verleden van de persoon. Vervolgenswordt een uitzettingstraject opgestart. Dat kan verlopen via gedwongenterugkeer door de Dienst Terugkeer en Vertrek of vrijwillige terugkeer viahet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COA, of de InternationaleOrganisatie voor Migratie, de IOM. Dit alles heeft dus nu al consequentiesvia de bestuurlijke route van artikel 50 van de Vreemdelingenwet. Het isdus niet zo dat illegaal verblijf nu zonder gevolgen is. Mensen die bewustbuiten het zicht van de instanties blijven, doen dat nu al vanwege debestaande consequenties. De nieuwe wet verandert hier volgens mij nietsfundamenteels aan. De nieuwe wet voegt slechts een juridischemogelijkheid en een sluitstuk toe. Door illegaal verblijf strafbaar te stellen,wordt de bestaande prikkel om daadwerkelijk terug te keren versterkt,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1856 omdat de rechtsstaat duidelijk maakt dat er consequenties zitten aan hetdoelbewust overtreden van de wet.Voorzitter. Een ander veelgehoord argument is dat er op dit moment aleen strafbaarstelling bestaat. Maar klopt dit, vraag ik de Minister. Artikel197 van het Wetboek van Strafrecht ziet namelijk toe op het niet opvolgenvan een ongewenstverklaring of een inreisverbod. Dit is vervolgensgekoppeld aan de Europese Terugkeerrichtlijn. Maar niet iedereen zondergeldig verblijfsrecht is officieel ongewenst verklaard of heeft eeninreisverbod gekregen. Ook dit argument gaat volgens mij dus nietvolledig op. Of zie ik dat verkeerd, vraag ik de Minister.Voorzitter. Hoewel mijn fractie dus positief is over de strekking van de wet,heb ik nog wel een aantal vragen over de uitvoering. De eerste is op basisvan welk wetsartikel opsporingsdiensten, zoals de KoninklijkeMarechaussee en de politie, handelen in het geval zij iemand aantreffenzonder Nederlands verblijfsrecht. Zullen zij dan meteen strafrechtelijkhandelen in het kader van het toekomstige artikel 108a van de Vreemde-lingenwet of zullen zij in eerste instantie optreden langs de bestuurlijkeroute op basis van artikel 50 van de Vreemdelingenwet? En hoe wordt danbepaald waarvoor gekozen gaat worden? Wordt het dan artikel 50, artikel108 of een combinatie van deze twee?Voorzitter. Voor BBB is het belangrijkste dat deze mensen terugkeren naarhet land van herkomst. Het opsluiten van mensen omdat ze hier zondergeldige papieren zijn, mag geen doel op zich zijn. Het doel op zich moetzijn de terugkeer naar het land van herkomst. Hoewel deze wet daar eengoede prikkel voor is, zou ik willen voorstellen om in het opsporings- envervolgingsbeleid op te nemen dat er met de betrokken partners gekekenwordt naar de kans van slagen op vrijwillige terugkeer. Ik heb bij hetrondetafelgesprek afgelopen week ook al gezegd dat de IOM, de Interna-tionale Organisatie voor Migratie, veel contacten en netwerken heeft inlanden van herkomst en een goede rol kan spelen bij het laten terugkerenvan mensen die hier illegaal zijn.Voorzitter. Dan nog even over het strafbaar stellen van commerciële hulpaan vreemdelingen die zich zonder verblijfsrecht in Nederland bevinden.Wij hebben destijds een amendement ingediend. Dat amendement gingnadrukkelijk om de verdienmodellen. Denk aan het aanbieden vanzwartwerk of het onderverhuren van woningen of andere betaaldediensten die illegaal verblijf mogelijk maken of verlengen. BBB vindt hetessentieel dat er een helder onderscheid gemaakt wordt tussen commer-ciële hulp, die het systeem ondermijnt, en humanitaire hulp, die uiteraardgewoon moet kunnen worden verleend. Voor BBB is één ding duidelijk:commercieel profiteren van illegaal verblijf mag niet worden getolereerd.Dit frustreert ook het terugkeerbeleid, waar talloze professionals dagelijkskeihard aan werken. Ik hoor graag van de Minister hoe hij hiernaar kijkt nadit duidelijke onderscheid.Voorzitter, tot slot. Met deze novelle als onderdeel van de Asielnoodmaat-regelenwet zetten we een noodzakelijke stap om ons asielbeleid effec-tiever en rechtvaardiger te maken. Illegaal verblijf kan niet zomaar zondergevolgen blijven. Het is daarom niet meer dan rechtvaardig dat mensendie bewust zonder verblijfsrecht in Nederland blijven, kunnen wordenaangesproken op het overtreden van de wet. Dat is een volstrekt normalegang van zaken in een rechtsstaat. Nogmaals, de strafbaarstelling is geendoel op zich, maar een middel om het terugkeerbeleid te versterken.Uiteindelijk gaat het erom dat mensen die hier niet mogen verblijven,daadwerkelijk terugkeren naar het land van herkomst. Deze wet helptdaarbij, omdat de prikkel tot terugkeer groter wordt.Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1857 Dank u wel. Daarmee komen we aan bij de heer Van Meijeren. Hij spreektnamens Forum voor Democratie. Ik geef hem het woord voor zijn bijdragein de eerste termijn.De heer Van Meijeren (FVD):Voorzitter. Een klein halfjaar geleden vond hier in de Tweede Kamer eendebat plaats over de zogenaamde Asielnoodmaatregelenwet. Ikwaarschuwde toen dat de voorgestelde wet ondanks alle retoriek over hetstrengste asielbeleid ooit, geen oplossing zal bieden voor de massa-immigratie en alle problemen die daaruit voortkomen, waar ons landonder gebukt gaat. Om het voorstel van vandaag in het juiste perspectiefte plaatsen, moet ik dit kort toelichten.Feit is dat wij in Nederland vrijwel niets meer te zeggen hebben over onsasielbeleid. Die soevereiniteit zijn we kwijt. Ons asielbeleid wordt bepaalddoor de Europese Unie en is vastgelegd in onder meer de Opvangrichtlijn,de Terugkeerrichtlijn, de Gezinsherenigingsrichtlijn, de Procedurerichtlijnen de Definitierichtlijn. Dat zijn allemaal richtlijnen die boven onzeGrondwet staan en waar we niet van mogen afwijken. Op grond van dezejuridisch bindende richtlijnen is Nederland verplicht om asielzoekerstoegang te verlenen tot Nederland en opvang te bieden, verplicht omasielaanvragen in behandeling te nemen, verplicht om verblijfsvergun-ningen te verstrekken aan asielzoekers die als vluchteling kunnen wordenaangemerkt, en verplicht om asielzoekers met een verblijfsvergunningtoegang te geven tot zorg, onderwijs, huisvesting en sociale voorzie-ningen.Dit is het probleem waar we in Nederland mee te kampen hebben. Geenenkel voorstel dat wij hier in Nederland bespreken, inclusief de Asielnood-maatregelenwet, verandert daar iets aan. Wij hebben slechts binnen degrenzen van deze van bovenaf opgelegde verplichtingen zeer beperkteruimte om daar naar eigen inzicht uitvoering aan te geven. Die Asielnood-maatregelenwet is dus niets meer dan een pakket maatregelen opdetailniveau met zeer beperkte beleidsmatige gevolgen. Het is geneuzel inde marge. Het zou ons asielbeleid hooguit een heel klein beetje strengermaken, maar van een stelselwijziging, laat staan van het strengsteasielbeleid ooit, is geen enkele sprake.Bij de behandeling van de Asielnoodmaatregelenwet werd eenamendement ingediend om illegaal verblijf in Nederland strafbaar testellen. Ook dit zou het asielbeleid een klein beetje strenger maken en duseen klein stapje in de goede richting zijn. Zo zou het namelijk mogelijkworden om asielzoekers die geen recht hebben op een verblijfs-vergunning en veilig terug kunnen keren naar hun land van herkomstmaar dat simpelweg weigeren, ertoe kunnen bewegen om alsnog terug tekeren. Forum voor Democratie heeft de precieze reikwijdte en allegevolgen van het amendement zorgvuldig afgewogen en met volleovertuiging voor het amendement gestemd. Het amendement werdaangenomen.Helaas zijn niet alle partijen zo zorgvuldig te werk gegaan, want nadat hetamendement al was aangenomen, rezen bij verschillende partijen ineensvragen over de precieze gevolgen van het amendement. Zou het als destrafbaarstelling van illegaliteit in werking treedt, ook strafbaar wordenom bijvoorbeeld uit medemenselijkheid een kop soep uit te delen aaniemand die illegaal in Nederland verblijft? Immers, in het Nederlandsestrafrecht geldt als algemene regel dat niet alleen degene die zelf eenmisdrijf begaat gestraft kan worden, maar ook degene die daarbij alsmedeplichtige behulpzaam is.De discussie hierover laaide op. Ook de Eerste Kamer liet zich meeslepenin deze paniek en weigerde in te stemmen met de strafbaarstelling vanillegaliteit als niet wettelijk wordt vastgelegd dat hulpverlening uitmedemenselijkheid mogelijk blijft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1858 Dat brengt ons hier vandaag bij het debat over een nieuw wetsvoorstelwaarmee het voorstel voor de Asielnoodmaatregelenwet nog voordat hijis aangenomen alweer wordt gewijzigd. Ik hoop dat iedereen in deze zaalhet erover eens is dat iemand die uit medemenselijkheid een kop soepuitdeelt aan een asielzoeker die hier illegaal verblijft, niet gestraft moetworden. Natuurlijk mag dat niet strafbaar worden. Medemenselijkheid isgeen misdaad. Toch neig ik ernaar de fractie van Forum voor Democratiete adviseren om tegen dit wetsvoorstel te stemmen, en wel om devolgende redenen.Allereerst is het wetsvoorstel onnodig. Het is buitengewoon vergezocht,zo niet ondenkbaar, dat als illegaal verblijf strafbaar wordt, ook het uitmedemenselijkheid uitdelen van een kop soep aan een asielzoeker zalworden bestraft. In de eerste plaats is dat zo omdat medeplichtigheid inNederland op grond van artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht passtrafbaar is als de opzet gericht is op het zogenaamde grondfeit, in ditgeval dus het illegaal verblijven in Nederland. De hulpverlener moet duswillens en wetens behulpzaam zijn bij het illegaal verblijven in Nederland.De hulpverlener die dat niet weet en ook geen ernstige reden heeft om tevermoeden dat iemand illegaal in Nederland is, gaat dus alleen al omdeze reden vrijuit. Zelfs als de hulpverlener dat wel weet, is het zeeronwaarschijnlijk dat het Openbaar Ministerie in voorkomend gevaldaadwerkelijk zou overgaan tot strafvervolging. We kennen in Nederlandimmers het opportuniteitsbeginsel, op grond waarvan het OpenbaarMinisterie kan afzien van vervolging als dat niet wenselijk is, bijvoorbeeldomdat een zaak te onbeduidend is of omdat strafvervolging om andereredenen niet het algemeen belang dient.De regering erkent dit ook en merkt zelf op dat het om deze reden nietvoor de hand ligt dat ook hulp aan illegalen in de praktijk bestraft zalworden als illegaliteit strafbaar wordt. Daarbij zegt de Minister echter dathij in het kader van de trias politica geen definitief uitsluitsel kan gevenover de vraag hoe het Openbaar Ministerie hier in de praktijk mee om zalgaan. Deze redenering van de Minister geeft blijk van een onjuisterechtsopvatting. Het Openbaar Ministerie is immers niet onafhankelijk,maar valt onder het toezicht van de Minister van Justitie. Op grond vanartikel 127 van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Ministeralgemene en bijzondere bindende aanwijzingen geven over de wijzewaarop het Openbaar Ministerie uitvoering moet geven aan zijn taken. Alsde Minister aan het OM laat weten dat hulpverlening aan illegalen nietvervolgd moet worden, dan is het Openbaar Ministerie verplicht om dieaanwijzing op te volgen. Mijn vraag aan de Minister is: erkent hij dat zijnredenering over de trias politica geen hout snijdt?Nu zou je kunnen zeggen dat, ondanks deze aanwijzingsbevoegdheid, eentoekomstige regering misschien juist de aanwijzing zou geven om wélover te gaan tot strafvervolging als iemand uit medemenselijkheid eenkop soep uitdeelt aan iemand die illegaal is. Maar ook dan is het moeilijkvoorstelbaar dat een rechter hiervoor een straf oplegt, omdat er dan in deregel een geslaagd beroep gedaan zal kunnen worden op de strafuitslui-tingsgrond overmacht als noodtoestand, die erop neerkomt dat er geenstraf wordt opgelegd als degene die een strafbaar feit heeft begaan,handelde uit een belangenconflict. In dit geval is dat conflict het belangom de wet na te leven enerzijds en het belang om hulp te verlenen aaneen hulpbehoevende anderzijds.In het welbekende opticien-arrest, waarin deze strafuitsluitingsgrond totontwikkeling kwam, was er sprake van een opticien die nadat zijn winkeleigenlijk al was gesloten toch nog een brilletje verkocht aan een klant meteen beschadigde bril. Hij werd vervolgd voor overtreding van deWinkeltijdenwet, maar de Hoge Raad oordeelde kortgezegd dat zijngedrag, ondanks dat het strikt genomen strafbaar was, toch gerecht-vaardigd was, omdat hij handelde uit medemenselijkheid en hulp boodaan een hulpbehoevende. De opticien ging vrijuit. Deze jurisprudentie isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1859 evengoed van toepassing op hulpverleners die genoodzaakt zijn om hulpte verlenen aan iemand die illegaal in Nederland verblijft.Even resumerend tot zover: vanwege ten eerste het vereiste van opzet bijmedeplichtigheid, ten tweede het opportuniteitsbeginsel en de aanwij-zingsbevoegdheid van de Minister jegens het Openbaar Ministerie en tenderde de reeds bestaande strafuitsluitingsgronden, is het zeer, maar danook zeer onwaarschijnlijk dat iemand die uit medemenselijkheid een kopsoep uitdeelt aan iemand die illegaal in Nederland verblijft, hiervoor ooitgestraft zal worden.Dit wordt ook bevestigd door de dagelijkse praktijk in Nederland.Bepaalde vormen van illegaal verblijf zijn immers al sinds jaar en dagstrafbaar, namelijk illegaal verblijf omdat er een ongewenstverklaring ofeen inreisverbod is uitgevaardigd. Ook ten aanzien van deze personen isnog nooit iemand in Nederland vervolgd voor hulpverlening uitmedemenselijkheid. Desondanks zijn bij een aantal partijen de zorgen nogniet weggenomen. Toegegeven, hoe ondenkbaar het, gelet op hetvoorgaande, ook is dat ooit iemand gestraft zal worden omdat die een kopsoep uitdeelt aan een ander die illegaal in Nederland is, als je dit buiteniedere twijfel wil stellen en zelfs de meest hypothetische, theoretischemogelijkheid wil uitsluiten, dan kun je expliciet in de wet opnemen datmedeplichtigheid aan illegaal verblijf niet strafbaar is. Als dat per se nodigis om andere partijen gerust te stellen, dan zou FVD prima bereid zijn omdaar met frisse tegenzin voor te stemmen. Baat het niet, dan schaadt hetniet.Maar toen kwam daar de uitwerking van het voorstel door de regering.Wat blijkt nu? De regering wil veel verder gaan dan alleen het bieden vanhulp uit medemenselijkheid uitzonderen van strafbaarheid. De regeringstelt voor om alle vormen van deelneming aan het misdrijf van illegaalverblijf uit te zonderen van strafbaarheid, dus niet alleen medeplich-tigheid, maar ook de zwaardere deelnemingsvormen, zoals medeplegenen opzettelijk uitlokken. Dat betekent dat het straks, als het aan deregering ligt, niet alleen toegestaan is om iemand die illegaal inNederland verblijft een kop soep te geven of op een andere manierbehulpzaam te zijn, maar dat zelfs personen en organisaties – die zijn er inNederland – die doelbewust en actief asielzoekers die illegaal inNederland zijn, laten onderduiken, om hen uit het zicht van de overheid tehouden, of op andere wijze het terugkeerbeleid doelbewust saboteren,ook vrijuit blijven gaan. In navolging van de Raad van State vind ik dit eenvolstrekt onbegrijpelijke keuze. Dat alleen medeplichtigheid wordtuitgezonderd van strafbaarheid, zoals de Raad van State adviseert, is nietongebruikelijk. Dat geldt voor meerdere strafbare feiten. Maar dat alledeelnemingsvormen volledig worden uitgesloten, komt in het helestrafrecht nergens voor en verhoudt zich ook op geen enkele wijze tot desystematiek en fundamenten van ons strafrechtelijke stelsel.De regering rechtvaardigt toch haar keuze met het argument dat zijdiscussies of procedures over grensgevallen wil voorkomen, maar dat iseen totale drogredenering. Natuurlijk zullen er altijd grensgevallen zijn,waarbij op het eerste gezicht misschien niet direct duidelijk is of er nousprake is van medeplichtigheid, medeplegen of een andere deelne-mingsvorm. Maar dat geldt voor alle strafbare feiten. Bij een woningin-braak kan ook discussie ontstaan over de vraag of iemand die op de uitkijkstaat of iemand die is betrokken bij de voorbereiding nou moet wordenaangemerkt als medeplichtige of medepleger. Daar zijn oceanen aanjurisprudentie over ontstaan. Daar zijn proefschriften over geschreven.Daar zijn discussies over in de literatuur. Dat is inherent aan het recht.Maar dat kan natuurlijk nooit een reden zijn om dan maar alle deelne-mingsvormen uit te sluiten.Ten aanzien van de strafbaarstelling van illegaliteit zou het uitsluiten vanmedeplichtigheid meer dan voldoende zijn om het gewenste effect tebereiken. Het uitdelen van een kop soep, een deken, informatie of welkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1860 vorm van hulpverlening dan ook die redelijkerwijs uit medemenselijkheidis ontstaan, zal dan zijn uitgezonderd. Dit is ook hoe de regering in 2013naar deze materie keek. Rutte I diende toen een wetsvoorstel in omillegaal verblijf strafbaar te stellen. Dat werd een jaar later weliswaar weeringetrokken door Rutte II omdat de PvdA het niet wilde, maar ook toenwerd voorgesteld om alleen medeplichtigheid uit te zonderen, maar dezwaardere deelnemingsvormen niet. In de memorie van toelichting bij datwetsvoorstel uit 2013 staat hierover: «De strafbaarheid van medeplich-tigheid is uitgesloten. Personen of organisaties die illegaal in Nederlandverblijvende vreemdelingen behulpzaam zijn uit humanitaire overwe-gingen, zijn dus niet strafbaar.» Wat klopt er volgens de Minister niet aandeze redenering van de regering in 2013?Voorzitter. Zoals u mij kent, roep ik niet alleen langs de zijlijn, maar kom ikook met concrete voorstellen om wetgeving beter te maken. Ik hebdaarom een amendement ingediend om, in lijn met het advies van deRaad van State, alleen medeplichtigheid uit te zonderen van strafbaarheid,zodat humanitaire hulpverlening, voor zover daar nog twijfel over is, in elkgeval niet strafbaar is, maar de zwaardere deelnemingsvormenlogischerwijs wel aangepakt kunnen worden. Ik ben benieuwd naar deappreciatie van de Minister.Voorzitter, ik kom richting een afronding. Nederland kent een buiten-gewoon ruimhartig asielbeleid. Slechts een beperkt deel van de asielaan-vragen wordt afgewezen. Uit de meest recente cijfers van Eurostat blijktdat Nederland in 2024 tot de top drie behoorde van landen met dehoogste inwilligingspercentages in de EU. Je krijgt in Nederland nog netgeen verblijfsvergunning cadeau bij een pak melk, maar het scheelt nietveel. Alleen als je hier echt helemaal niets te zoeken hebt, omdat je uit eenland komt waar het volkomen veilig is en je geen enkel risico loopt, zal deIND een aanvraag voor een verblijfsvergunning afwijzen. De asielzoekerkan daartegen in bezwaar gaan. Tegen het besluit in bezwaar kan inberoep worden gegaan bij de rechter. Tegen de uitspraak van de rechterkan in hoger beroep worden gegaan. Gesubsidieerde advocaten wetenprecies hoe ze deze procedure zo lang mogelijk kunnen frustreren enrekken. Maar als na een jarenlange, uitgebreide procedure, nadat tal vanorganisaties, advocaten en rechters ernaar hebben gekeken, in laatsteinstantie door de hoogste rechter wordt geoordeeld dat iemand onderaande streep niets in Nederland te zoeken heeft, moet diegene terug naar zijnland van herkomst.De strafbaarstelling van illegaliteit gaat alleen over de mensen die veiligterug kunnen en terug moeten, maar simpelweg besluiten om deuitspraak van de rechter aan hun laars te lappen. Als daartegen al nietmeer effectief kan worden opgetreden, accepteren we de ondermijningvan het terugkeerbeleid. Daar gaat Forum voor Democratie vanzelf-sprekend niet in mee. Wij waren voor de strafbaarstelling van illegaliteiten zijn daar nog steeds voorstander van. Als hulpverlening aan mensendie illegaal in Nederland verblijven in de wet expliciet wordt uitgezonderdvan strafbaarheid, kunnen we daar, ondanks dat dit eigenlijk overbodig is,best mee leven. Als mijn amendement wordt aangenomen om ditzorgvuldig af te bakenen, zullen wij voor het wetsvoorstel stemmen. Maarmet het voorstel dat nu voorligt, waarmee ook wordt toegestaan datactivistische organisaties, ngo’s en andere clubs willens en wetens hetterugkeerbeleid saboteren, kunnen wij niet zonder meer instemmen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Van Meijeren. We zijn aan het einde gekomen van deeerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors tot 14.15 uur. Dan gaanwe luisteren naar de antwoorden van de Minister.De vergadering wordt van 13.34 uur tot 14.15 uur geschorst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1861 De voorzitter:Ik heropen dit wetgevingsoverleg. We hervatten het wetgevingsoverlegwaarin we de novelle genaamd «aanpassing strafbaarstelling illegaalverblijf» bespreken. We hebben in de eerste termijn de vragen van de hieraanwezige leden gehoord. De Minister heeft de antwoorden daaropvoorbereid. We gaan naar zijn antwoorden luisteren. Het zou prettig zijnom even van de Minister de orde van zijn termijn te horen. Ik probeerervoor te zorgen we ook in deze termijn wel echt even de vaart erinhouden met elkaar. Dat heb ik net ook gedaan. Hierbij zou ik de ledenwillen voorstellen: zes losse vragen of drie interrupties in tweeën. Datgezegd hebbende, geef ik het woord aan de Minister. De Minister.Minister Van Weel:Voorzitter, dank. Dank aan de leden voor hun inbreng in de eerste termijn.Ik begin met een korte inleidende spreektekst en daarna heb ik een aantalblokjes, te beginnen met de strafbaarstelling illegaal verblijf. Dan heb ikeen blokje uitsluiting van deelnemingsvormen, een blokje uitvoerbaarheiden een kort blokje overig, maar de eerste twee blokken zullen ongetwijfeldde meeste vragen oproepen.Voorzitter. De novelle waarover wij vandaag spreken, werd nog maar eenmaand geleden bij uw Kamer ingediend en nu al hebben wij dit wetge-vingsoverleg. Daar ben ik uw Kamer, alle ambtenaren en alle uitvoerings-organisaties die dat mede mogelijk hebben gemaakt zeer dankbaar voor.Allereerst is dat vanwege het grote belang dat ik hecht aan de Asielnood-maatregelenwet die nu in de Eerste Kamer ligt. Die bevat, zoals u weet,een breed pakket aan maatregelen die echt nodig zijn om weer grip tekrijgen op migratie. Ik ben ook mijn voorganger, Marjolein Faber,dankbaar voor het werk dat zij hieraan met hart en ziel heeft verricht. Wemoeten haast maken met de invoering van dat pakket, want de problemenin de asielketen zijn urgent en kunnen niet wachten. De Eerste Kamermoet echter de Asielnoodmaatregelenwet nog plenair behandelen en metde behandeling van deze novelle brengen we dat doel weer een stapdichterbij.De tweede reden waarom ik blij ben dat we hier vandaag zo snel zitten, isdat ik meen dat deze novelle een kleine, maar wel cruciale verbeteringaanbrengt in de Asielnoodmaatregelenwet. In Nederland wordt hulp uitmedemenselijkheid niet bestraft. Met deze novelle wordt zeker gesteld datde in de Asielnoodmaatregelenwet opgenomen strafbaarstelling vanillegaal verblijf daarin geen verandering brengt. Dat is kort en goed wat ervandaag voorligt.Tegelijkertijd zie ik dat er nog altijd veel vragen zijn over deze strafbaar-stelling. Strikt genomen gaan deze vragen over de Asielnoodmaatrege-lenwet, want daarin is via een amendement natuurlijk dat wetsvoorsteltoegevoegd. Ik zal vandaag toch op deze vragen ingaan, want ik merk datniet alleen bij uw Kamer, maar ook bij allen die aanwezig zijn en diecruciaal werk verrichten, nog de nodige zorgen leven rondom diestrafbaarstelling. Die wil ik zo goed als ik kan, wegnemen.Tegen de leden die zich zorgen maken over het feit dat vervolging opgrond van het amendement-Vondeling nog steeds mogelijk zou zijn alsdeze novelle wordt aangenomen, wil ik heel duidelijk zeggen: er kan geenvervolging worden ingesteld tegen hulpverleners. Aan strafuitsluitingkomt de strafrechter dan ook niet toe, want hulpverleners zijn nietstrafbaar. Daar kan geen misverstand over bestaan. Ook het OM ziet datzo. Ik hoop hiermee dus echt de zorgen op dit punt te hebben wegge-nomen, maar we zullen straks nog in detail ingaan op hoe dit wetstech-nisch in elkaar zit.Tegen de leden die zich zorgen maken over de effectiviteit van destrafbaarstelling zeg ik alvast: ik zie dit niet als de panacee, maar als eenextra instrument in de gereedschapskist dat kan bijdragen aan het krijgenvan meer grip op migratie en effectiever terugkeerbeleid. Het effect vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1862 die strafbaarstelling staat voor mij niet op zichzelf en meet ik ook niet afaan het aantal vervolgde personen. Het gaat om het totaalplaatje waarbijmet positieve en negatieve prikkels aan terugkeer wordt gewerkt. Ikverwacht ook dat daarnaast van de strafbaarstelling een afschrikwekkendeffect uitgaat. Als je actief en effectief je eigen terugkeer belemmert, moetje dat bekopen met het verlies van je vrijheid en dan denk je wel twee keerna voordat je volhardt in dit gedrag bij het niet willen meewerken aanterugkeer. Denk daarbij aan vreemdelingen die soms wel drie of vierverschillende nationaliteiten, leeftijden en namen opgeven om zich verderte onttrekken aan de noodzakelijke terugkeer.Ik heb vandaag ook zorgen gehoord over het mogelijke optreden van depolitie in het kader van de strafbaarstelling van illegaal verblijf. Daaroverzeg ik hier alvast het volgende: de Asielnoodmaatregelenwet gaat nietzorgen voor een radicale omslag in het politieoptreden jegens illegaalverblijf en de vreemdelingen. Ook nu al kan de politie handhaven, mensenstaande houden, meenemen naar het bureau en in bewaring stellen als zijvermoedt dat het om iemand gaat die illegaal in Nederland is. Dat kanallemaal al op basis van de Vreemdelingenwet uit 2000. Bestaandeafspraken over toegang tot de politie blijven bovendien gehandhaafd. Eenillegaal verblijvende vreemdeling kan dus zonder problemen op hetpolitiebureau aangifte blijven doen van een misdrijf en zorg ontvangenzonder vrees voor aanhouding. Artikel 10 van de Vreemdelingenwet werddoor enkele leden al genoemd.Dan zal ik nu verder ingaan op uw vragen. Ik begin met de strafbaar-stelling van illegaal verblijf.De voorzitter:Meneer Ceder, ik zie dat u een interruptie heeft, maar ik wil de vragen perblok doen; aan het einde van het blok kom ik op de openstaande dan welverduidelijkende vragen. De Minister gaat nu in op de strafbaarstelling.Minister Van Weel:Laat ik beginnen met de reikwijdte van de strafbaarstelling. Door deinternationale wetgeving, regelgeving en jurisprudentie, zeg ik inantwoord op de vraag van de heer Van den Brink, beperkt de inkaderingvan de reikwijdte van deze strafbaarstelling zich inderdaad tot de mensendie niet meewerken aan hun terugkeer en het proces van de Terugkeer-richtlijn volledig hebben doorlopen. Dat hebben we niet expliciet gemaaktin dit wetsvoorstel, maar dat hoeft ook niet, want de hele context, al diejurisprudentie en al dat hogere recht zijn vanzelfsprekend van toepassingen zullen dus ook een plek krijgen in het vervolgingsbeleid van het OM.Dat is niet nieuw of vreemd, want je wilt dat wetten toekomstbestendigzijn. Als de internationale wetgeving en jurisprudentie veranderen, wil jeniet dat onze wetten achterhaald of te ver ingekaderd zijn, waardoor zeweer moeten worden aangepast.Wat er gebeurt, is het volgende. Als iemand in aanraking komt met depolitie en illegaal blijkt te zijn, zal het eerste traject altijd zijn om te kijkenwaar die persoon zit in de terugkeerprocedure. Die moet altijd volledig zijndoorlopen. Daarna moet er sprake zijn van niet willen meewerken aanterugkeer. Ik kom zo terug op de uitsluitingsgronden voor het niet kunnenmeewerken aan de terugkeer en de verschoningsgronden. Die groep komtpas in aanmerking voor eventueel gebruik van artikel 108a van deVreemdelingenwet. Dat is meteen al een heel groot deel van de vraagwaarom ik denk dat de uitvoeringsproblematiek die hiermee gepaardgaat, beperkt is, juist omdat we het afpellen naar een kleinere doelgroep.Ik kom straks nog op de uitvoering terug.Overigens, zelfs al komt iemand hierdoor in detentie, dan nog zal het altijdde voorkeur houden om in te zetten op vertrek. Uiteindelijk is hethoofddoel van ons terugkeerbeleid dat we hier niet de onwenselijkesituatie hebben dat mensen hier illegaal kunnen verblijven. Het kan geenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1863 doel van ons zijn om mensen hier illegaal te laten verblijven, met minderrechten dan burgers of mensen met een verblijfsvergunning, en diesituatie eindeloos voort te zetten. Is dat buiten iemands schuld het geval,omdat het land niet meewerkt of omdat die persoon om andere redenen,bijvoorbeeld uit vrees voor foltering of vervolging, niet terug kan, dan isdat een tweede, maar voor de mensen die weg kunnen en die eenterugkeerbesluit hebben gekregen, zijn we zelfs wettelijk verplicht, opbasis van het EU-recht, zeg ik tegen de heer Van den Brink, om daaruitvoering aan te geven.Daarom zie ik artikel 108a juist als een stuk gereedschap dat is toege-voegd aan de gereedschapskist. Voor die gevallen waarin de DienstTerugkeer en Vertrek soms mensen op straat zet, omdat ze uit purefrustratie over de termijnen heen gaan, mensen niet meewerken aan hunvertrek en ze die mensen dan dus maar laten gaan, waardoor diepersonen hier in Nederland in de illegaliteit verdwijnen, zou je hiermeejuist een drukmiddel kunnen hebben om hen, indien zij de procedureblijven frustreren en overlast veroorzaken, wel hier te vervolgen. Dat kanook weer een drukmiddel opleveren voor de persoon zelf om te denken: ikga liever terug dan dat ik hier vastzit in bewaring. Dat is de gedachteerachter.Dat geeft al meteen aan waarom ik niet kan komen met hele groteaantallen mensen die hiermee vervolgd zullen worden. Dat is het doelnamelijk helemaal niet. Het doel is niet om zo veel mogelijk mensen tevervolgen op basis van dit amendement en artikel 108a, maar om in diegevallen waarin we nu niets kunnen, waarbij het echt verwijtbaar is aande illegale vreemdeling die niet wil meewerken aan zijn terugkeer, eenextra middel te hebben om daartegen op te treden.Natuurlijk is dat niet het enige middel dat we hebben. Een aantal van uheeft het gehad over het lichte inreisverbod of over de ongewenstver-klaring. Voor een deel bestaat daar een overlap tussen, maar voor eendeel dekt artikel 108a hierin ook weer een stukje van de lacune. Ik noemeen van de lacunes. Je kunt iemand hebben die voortdurend anderealiassen opgeeft, die wel overlast veroorzaakt maar niet voldoet aan hetcriterium dat nodig is voor ongewenstverklaring, omdat die persoononder die strafrechtelijke grens blijft. Op dat moment is dit het enigeartikel dat dan volstaat om een extra stap te kunnen zetten tegen zoiemand. Ik kan u zeggen dat ik als Minister dit soort telefoontjes krijg, ookvan burgemeesters die te maken hebben met mensen waarvoor zeeigenlijk nu strafrechtelijk of bestuursrechtelijk door hun hele gereed-schapskist heen zijn, maar wel vrees hebben voor de openbare orde of deoverlast die wordt veroorzaakt. Ook in dat geval is dit weer een extra lapop de lappendeken, op de gereedschapskist die we hebben, om zaken aante pakken.Ik heb het al gehad over overmacht. Dan de vraag: wat als iemand wordtuitgebuit of slachtoffer is van seksueel misbruik en die meldt zich bij depolitie? Loopt die dan meteen risico op vervolging, anders dan wat ze nual zouden lopen? Het antwoord daarop is: nee. De politie heeft al sindsjaar en dag het zogenaamde «free in, free out-beleid» . Daarmee wordtgewaarborgd dat ook onrechtmatig verblijvende vreemdelingen aangiftekunnen doen bij de politie als zij slachtoffer of getuige zijn van eenmisdrijf, zonder dat de politie daarbij opvolging geeft aan hun onrecht-matige verblijfsstatus. Dat geldt voor alle mogelijke misdrijven. Vreemde-lingen kunnen een politiebureau inlopen, aangifte doen en weer vrijuitnaar buiten lopen. Voor vermoedelijke slachtoffers van mensenhandelbestaat een specifieke verblijfsregeling daarbovenop, op grond waarvanzij in sommige gevallen rechtmatig verblijf kunnen verkrijgen. Uiteraard isdan van strafbaarheid helemaal geen sprake meer, want dan heeft iemandnamelijk gewoon een titel op basis waarvan hij hier kan verblijven. Daarbrengt dit wetsvoorstel geen verandering in.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1864 In een aantal van de inbrengen is de schaduwsamenleving naar vorengekomen. Laat ik nog één keer vooropzetten dat ik het ontzettendonwenselijk vind dat wij hier een schaduwsamenleving hebben, voorzover we die hebben, of dat we die verder zouden vergroten of nog verderin de schaduw zouden duwen door wetsvoorstellen die wij aannemen. Wijmoeten hier geen tweederangsburgers aanwezig willen hebben, die geenrecht hebben op een uitkering, die geen recht hebben op rechtsbe-scherming en die kwetsbaar zijn voor uitbuiting. Dat is waarom ons beleidingezet zou moeten worden om mensen die hier niet mogen blijven opeen legale manier, te laten vertrekken. Pas wanneer dat echt niet kan, is ereen andere situatie aan de orde.Met dit wetsvoorstel, met dit amendement in combinatie met de novelle,waarbij we alle vormen van deelneming en hulp uitsluiten van straf-baarheid, meen ik niet dat we dat probleem vergroten. We hebben hiereen gericht middel, waarmee we in de enkele gevallen waarin we nu nietkunnen optreden, wel op kunnen treden en hopelijk daarmee iemandsvertrek alsnog voor elkaar kunnen krijgen via artikel 108a. Dat is wat ditwetsvoorstel beoogt en wat we met de novelle zeker hebben gesteld: datwe daarin in ieder geval geen verschillen maken.Ook nu al kan de politie, als zij illegale vreemdelingen tegenkomt,overgaan tot aanhouding. Ik zei dat al in mijn inleiding. Er wordt dan alcontact gezocht met de AVIM, de Vreemdelingenpolitie. Er wordt dan algekeken of iemand ergens in een terugkeertraject zit. Op het moment datdat het geval is, wordt iemand overgebracht en wordt er verder gewerktaan terugkeer. Dat verandert hiermee dus niet. Daarom ontstaat er dus,wat mij betreft, geen nieuwe run. Het is meer dat als iemand aange-houden wordt – dat zou nu ook al gebeuren – en je bij het afpellenuiteindelijk zou uitkomen bij iemand die de hele Terugkeerrichtlijn heeftdoorlopen, je niet meewerkt aan zijn terugkeer. Als iemand ook niet meerin vreemdelingendetentie kan, omdat hij daar al in heeft gezeten, dan hebje een extra afweging te maken en dan heb je een extra middel in handenom met de sancties uit artikel 108a te kijken of je iemand alsnog kuntbewegen om mee te werken aan zijn terugkeer. Dat komt naast het feit datwe altijd voor de bestuursrechtelijke aanpak zullen kiezen als dat mogelijkis, zoals ik zei. Natuurlijk kom ik daar bij de uitvoering zo weer op terug.Er werd nog gevraagd of we aandacht hebben besteed aan de Kinderrech-tentoets. Wel degelijk zijn de belangen van kinderen meegenomen. Dat isook vereist in ons wetgevingstraject. Ook bij de vervolgingsbeslissingworden namelijk door het OM de belangen van het kind meegewogen.Dat geldt – het werd al genoemd door enkelen van u – in elk geval waarbijkinderen in het spel zijn die mogelijk slachtoffer zijn van gedrag van hunouders, dat leidt tot vervolging. In laatste instantie weegt ook de rechterdat nog een keer mee. In die drie trappen is er dus rekening meegehouden dat hiermee niet anders wordt omgegaan dan met anderestrafbare feiten. Er is ook geen reden om aan te nemen dat door destrafbaarstelling van illegaal verblijf in strijd wordt gehandeld met hetVerdrag van Istanbul.Hoe voorkomen we dat kinderen niet worden ingeschreven bij scholen ofdat kinderen van ouders of zwangere vrouwen zonder papieren zorgmijden? Hoe voorkomen we dat mensen zorg mijden in zijnalgemeenheid? Vindt u niet dat wij er als Staat verantwoordelijk voor zijnom dat te garanderen? Artikel 10 werd aangehaald door enkelen van u. Ikheb eerder aangegeven: het blijft mogelijk om toegang te hebben tot zorg,onderwijs en bescherming van de politie. Daar verandert niets aan met destrafbaarstelling zoals die nu in werking treedt.Natuurlijk gaan we de situatie goed in de gaten houden op het momentdat deze wet wordt geïmplementeerd. Als er toch onduidelijkheid over is,zal ik samen met de Minister van VWS de situatie waar nodig opnieuwevalueren en maatregelen nemen om die toegankelijkheid wel tewaarborgen met aanvullende informatiecampagnes. Laat ik, nu ik hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1865 woord toch noem, hier ook aangrijpen wat een aantal van u hebbengenoemd. Er is ontzettend veel ruis ontstaan over wat hier nu wel en nietmee wordt bedoeld. Deels komt dat natuurlijk door de manier waarop ditamendement en de wet tot stand zijn gekomen. Wat wordt hier nu welmee bedoeld? Wat wordt hier niet mee bedoeld? Wat wordt hiermeestrafbaar? Wat verandert hiermee? Wat betekent dat bijvoorbeeld voormijn organisatie? Daarom probeer ik daar vandaag zo helder mogelijkover te zijn. Er is geen enkele vorm van hulpverlening die strafbaar wordtmet het aannemen van deze novelle en de aanvulling van hetamendement. Niks. Is dan niks meer strafbaar in Nederland metbetrekking tot illegalen? Wel degelijk. Alle zaken zoals mensenhandel,mensensmokkel, uitbuiting en arbeidsrechtelijke overtredingen metbetrekking tot illegalen, blijven wel gewoon strafbaar. Die worden ook nietuitgesloten met het aannemen van deze novelle en het amendement.Juist door de voorlichting, door de kop soep en door de manier waaropverschillende mensen verschillende interpretaties hangen aan ditwetsvoorstel, denk ik inderdaad dat het dienstbaar kan zijn om daar weldegelijk aandacht aan te besteden, ook in aanloop naar de implementatie.Dat zeg ik tegen de heer Van den Brink via u, voorzitter. Ik probeer datvandaag te doen. Ik bied ook graag aan om in gesprek te gaan metorganisaties die dat willen om dit zwart-op-wit als een soort handreikingte bieden. Het is namelijk absoluut niet ons doel om humanitaire hulphiermee op welke wijze dan ook te ontzeggen dan wel de toegang vankwetsbaren tot zaken als zorg en onderwijs te vermoeilijken. Ik kan datniet vaak genoeg zeggen, maar ook na vandaag zal het denk ik nodigblijven om dat zendingswerk te doen.Wordt er dan niet op grote schaal gezocht naar deze mensen met hetaannemen van dit amendement? Het korte antwoord daarop is nee. Hetopsporings- en vervolgingsbeleid wordt opgesteld door het OpenbaarMinisterie. Ook bij de handhaving van de huidige strafbaarstelling vanillegaliteit – daarover gaan artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht enhet huidige artikel 108 van de Vreemdelingenwet – is het opsporingsbeleidvan de politie en de marechaussee niet dat ze onrechtmatig verblijvendevreemdelingen actief opsporen. Ik verwacht dat het Openbaar Ministerieook met deze additionele strafbaarstelling een andere lijn zal volgen. Dusook in die zin verwacht ik niet dat dit tot actieve en hele grootschaligeinzet van de politie gaat leiden. Dat doet het nu ook niet.De politie loopt op dit moment het vaakst tegen mensen aan die hierillegaal verblijven bij bijvoorbeeld het oprollen van een mensensmokkel-circuit. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij een illegale werkplaats waar mensenworden uitgebuit. Dat gebeurt in een accommodatie die niet voldoet aande standaarden en waar mensen worden ondergebracht. Het faciliterenvan die zaken en met winstbejag proberen gebruik te maken vankwetsbare illegale vreemdelingen, blijft allemaal strafbaar. Maar ikverwacht absoluut niet dat er nu op grote schaal door de politie een anderbeleid wordt gevoerd. Ik denk dat artikel 197 en artikel 108 daarbij de toonzetten, zoals het nu wordt gedaan. Dat gaat dus voornamelijk ombijvangst.Leidt die strafbaarstelling tot meer grip op migratie? Hoe zit dat met hetbuitenland? Is het geen ineffectief middel? Ik heb al gezegd dat ik hetsucces van dit middel niet ga afmeten aan het aantal vervolgingen dat wehiermee tot stand brengen. Het succes zit ’m voor mij in een tweetalzaken. Eén is dat het een aantal keren kan worden ingezet op het momentdat lokale overheden dan wel opsporingsdiensten aanlopen tegen eencasus waar zij voorheen niks mee zouden hebben kunnen doen. Het gaatdan om iemand die bijvoorbeeld overlast veroorzaakt van wie de identiteitniet kan worden vastgesteld, die niet wil meewerken, die zijn heleTerugkeerrichtlijn al heeft doorlopen en die niet meer in vreemdelingende-tentie kan. En nu? Die gevallen zijn er. Als u met het bestuur van grotesteden spreekt, dan zult u horen dat deze gevallen er in alle grote stedenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1866 zijn. Als we in een aantal van die gevallen hier een wijziging tot standhebben kunnen brengen waarmee de zwaarste overlast gevende gevallenvan straat kunnen worden gehaald en hopelijk ook kunnen wordengeholpen bij hun terugkeer, dan kunnen we al spreken van een succes-volle maatregel, denk ik.Daarnaast geloof ik ook in het afschrikkende effect, ja. Ik geloof echt datop het moment dat jij ervoor kiest om ergens illegaal te willen verblijvenen niet te vertrekken, je dan meeweegt wat de sancties zijn die daaropstaan in het land waar je van plan bent dat te gaan doen. Dat zul je heelmoeilijk kunnen meten, want de instroom is afhankelijk van heel veelverschillende factoren, inclusief binnengrenscontroles, welke conflictenwaar spelen en welke gemeenschappen al in je land leven. Dus je zult datnooit een-op-een kunnen zien, maar de combinatie van zo’n maatregelmet alle andere maatregelen in de Asielnoodmaatregelenwet heeft weldegelijk een effect, want natuurlijk kijken mensen waar ze wel en nietrisico lopen op het moment dat ze erheen vluchten. Dus nee, ik kan geengetal hangen aan hoeveel instroom dit voorkomt. Het omgekeerde kanook niet worden gedaan. Die onderzoeken kunnen ook niet aantonen dathet niet effectief is. Dat is gewoon omdat je die afschrikwekkende werkingniet kunt meten.Kan ik garanderen dat het DTenV-terugkeerproces altijd zal blijven inzettenop terugkeer? Ja, absoluut. Ik heb inmiddels een aantal gesprekken gehadmet de DTenV, maar dat waren nog niet de laatste. Er zou ook nog eengesprek komen met de DTenV, AVIM, de politie zelf en de marechaussee,vermoed ik, om te kijken hoe de keten er zo meteen nou uitziet. Hoe doe jenou die overdracht? Op welk moment besluit je nou om over te gaan totartikel 108a? Zelfs daarbinnen zijn er mogelijkheden om zo’n detentiebijvoorbeeld te onderbreken op het moment dat ...De heer Paternotte (D66):Voorzitter?De voorzitter:De Minister is aan het woord.De heer Paternotte (D66):Ik snap dat de Minister aan het woord is, maar ik weet niet of we nu al bijhet blokje uitvoering zijn, want de antwoorden van de Minister in heteerste deel hebben natuurlijk al heel veel elementen geraakt.De voorzitter:Zeker. De Minister heeft de blokjes aangegeven. We zitten in het blokjestrafbaarstelling. Ik hoor ook dat de Minister het nu over uitvoeringsorga-nisaties heeft; dat ben ik met de heer Paternotte eens. Dat wektverwarring, want ik heb heel streng gedaan tegen de leden door te zeggendat er vragen zouden komen na de antwoorden over strafbaarstelling.Minister Van Weel:En nu bent u streng tegen mij.De voorzitter:Ja, dan moet ik dat ook tegen u doen. Zo eenvoudig is mijn rol.Minister Van Weel:Het is moeilijk met een schaartje te knippen, maar ik ben het met u eens.Ik leg deze even terzijde voor het blokje uitvoering. Ik kijk even naar derest van de vragen over strafbaarstelling.De voorzitter:Graag. Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1867 Minister Van Weel:Waarom gebruiken we het lichte inreisverbod niet méér? Waarom is ditnieuwe middel nodig? Ik heb daar al iets over gezegd, ook in relatie tot deongewenstverklaring. Bij het lichte inreisverbod gaat het om eenovertreding, waar dus geen vrijheidsstraf tegen kan worden geëist. Desanctie van een geldboete werkt voor deze doelgroep gewoon nietafschrikwekkend, omdat ze geen bankrekening, geen vast adres of geenmiddelen hebben. Dus is het een lege sanctie. Daar heeft de strafbaar-stelling als misdrijf een toegevoegde waarde, omdat je daarbij wel eenvrijheidsbenemende straf op kan leggen, die natuurlijk op ieder mens eenafschrikwekkende werking heeft.Dan kom ik bij het terugbrengen van de lvv. De heer Paternotte vroeg hoewe daartegen aankijken, omdat persoonlijke begeleiding wel effect kanhebben. Zoals u weet, heeft het huidige kabinet de rijksbijdrage aan de lvvper 1 januari beëindigd. De inzet voor de personen zonder rechtmatigverblijf is gericht op de terugkeer. Dat geldt dus ook voor de mensen diein de lvv zaten. De genoemde aspecten die daarop zagen vanuit debegeleiding, maken ook deel uit van de huidige praktijk, maar vallen danonder de DTenV en de andere uitvoeringsdiensten. Dat is juist omdatterugkeerprocedures bij uitstek gebaat zijn bij begeleiding bij hetindividuele toekomstperspectief van mensen in de landen van terugkeer.Dat is dus ook waar DTenV op inzet. Dat geldt ook voor de persoonlijkebegeleiding voor minderjarigen die zonder begeleider of ouders inNederland zijn uitgeprocedeerd. Er zijn speciale regievoerders aange-wezen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Als blijkt dat deminderjarige uit Nederland kan vertrekken, neemt die contact op met devoogd – dat is Nidos; daar heeft u ook aan gerefereerd – om gezamenlijkhet vertrektraject te bespreken. In mijn ervaring van de afgelopenmaanden als Minister van AenM hoor ik continu dat daar waar ik aanstuurop vrijwillig vertrek en dat kan faciliteren op een duurzame methode enmanier, dat natuurlijk altijd de voorkeur moet hebben boven de kleineaantallen die uiteindelijk met gedwongen vertrek het land moetenverlaten.Kan ik bevestigen dat er nog nooit iemand is vervolgd voor hulp bijbestaande delicten in verband met het verblijf van vreemdelingen? Datwas een vraag van de heer Boomsma. Dat klopt. De staande praktijk is dathulpverleners niet worden vervolgd, ook niet in die gevallen die door deRaad van State worden genoemd, dus bij een licht inreisverbod en bij eenongewenstverklaring. Dan hebben we het over de afgelopen 60 jaar. In dietijd is er geen enkele vervolging ingesteld tegen een organisatie ofindividu die een vreemdeling met een inreisverbod heeft geholpen. In diezin ben ik dus ook niet bang dat dit nu wel gaat gebeuren, omdat destaande rechtspraktijk dat duidelijk maakt. De strafbaarstelling vanillegaliteit brengt daar geen verandering in, alleen dook daar wel de vreesbij op dat het mogelijk ruimer kon worden geïnterpreteerd. Daar komt denovelle vandaan, om daar ondubbelzinnig een einde aan te maken.U vroeg ook nog, zeg ik via de voorzitter tegen de heer Boomsma, of alseen vrijheidsstraf niet kan omdat die de terugkeer hindert, de geldboetedan wel van toepassing kan worden verklaard. Dat kan. Een vrijheidsstrafkan niet totdat de hele terugkeerprocedure is doorlopen. Een geldboetezou in principe wel kunnen. Maar, zoals ik net al aangaf bij het lichteinreisverbod, het is maar de vraag in hoeveel gevallen iemand die jehiermee beboet ook draagkrachtig genoeg is, en ook aantoonbaardraagkrachtig genoeg is, om ook daadwerkelijk over te gaan tot betalingvan die boete.Kunnen Unieburgers, EU-onderdanen, ook worden vervolgd onder ditartikel? Bestraffing van Unieburgers wegens illegaal verblijf is in principemogelijk, maar het Unierecht beperkt die mogelijkheden wel. Unieburgersgenieten namelijk het fundamentele recht van vrij verkeer en verblijf in degehele Unie. Op grond van de Verblijfsrichtlijn kan het recht van vrijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1868 verkeer slechts om een limitatief aantal redenen worden beperkt: deopenbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid. Ik zie nietheel snel gebeuren dat 108a gaat leiden tot vervolging tegen dezecategorie mensen. Dan kom je toch al snel uit op andere vormen vaninreisverboden of anderszins.De meldplicht. Mevrouw Vondeling vroeg of wij illegalen zouden moetenmelden bij de autoriteiten. Dat staat wat mij betreft wat haaks op waar wevandaag over spreken in het kader van de novelle. Die is juist om tezorgen dat we het comfort geven aan de hulpverlenende organisaties dathulpverlening op geen enkele manier strafbaar is. Het moet dan ookduidelijk zijn voor illegale vreemdelingen dat zij deze vormen van hulp,zoals die ook staan vermeld in de Vreemdelingenwet onder artikel 3,gewoon moeten kunnen vragen op het moment dat zij die hulp nodighebben.Ik doe mijn best voor u, voorzitter. Ik denk dat ik daarmee ... Het zijnallemaal varianten op dezelfde vragen. Ik denk dat ik in combinatie demeeste daarvan wel beantwoord heb.De voorzitter:Dus dit zijn wat u betreft, Minister, de antwoorden op de vragen rondstrafbaarstelling. Ik kijk even naar de leden of zij antwoorden missen opgestelde vragen of een vervolgvraag hebben. Dan begin ik bij de heerCeder. Mag ik het op volgorde doen? Meneer Ceder, mevrouw Westerveld,meneer Paternotte en dan meneer Van den Brink. De heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):De Minister lijkt heel stellig te zijn: hulp is niet strafbaar en dat zal zoblijven. Alleen, volgens mij is het ingewikkelder dan de Minister het doetvoorkomen. In een reactie op het nader rapport reageert de Minister op devraag van de Afdeling advisering of het toepassen door de rechter van debijzondere exceptie die nu gecreëerd wordt, zal leiden tot een zogehetenontslag van alle rechtsvervolging wegens niet-kwalificeerbaarheid van hetfeit. Dat is dus een kwalificeerbaarheidsgrond. Dit betekent dat dedesbetreffende persoon vrijuit gaat, maar niet dat er geen vervolgingplaatsvindt. Het is natuurlijk niet aan de Minister om te bepalen wanneerje wel of geen vervolging instelt, maar aan het OM. Dat maakt tegelij-kertijd dat de Minister nu niet stellig kan zeggen dat er nooit vervolgd kanworden, omdat één een vervolging wetstechnisch wel degelijk kanplaatsvinden, en twee omdat het niet aan de Minister maar uiteindelijkaan het OM en het vervolgingsbeleid is om dat vorm te geven. Mijn vraagis: als de Minister dit zo hoort, klopt dat? Klopt het dat in wetstechnischezin vervolging wel kan plaatsvinden, omdat het uiteindelijk, indien nietvoldaan is aan alle eisen, tot vrijspraak kan leiden? Klopt het dat deMinister daarmee dus zijn eerdere uitspraak wat zou moeten nuanceren?Minister Van Weel:Nee, dat klopt niet. Ik denk dat de novelle uiterst helder is in de zin diezegt dat alle vormen anders dan plegen niet strafbaar zijn. Het isondenkbaar dat het OM een vervolgingstraject dan wel beleid zouinstellen tegen iets waarvan in de wettekst zelf klip-en-klaar staat dat hetniet strafbaar is. Ik blijf dus bij mijn stelligheid: alle vorm van hulpver-lening zijn niet strafbaar, dankzij de aanpassing in deze novelle.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter, ik hoop dat dit niet als interruptie geldt. Ik heb namelijk in mijnspreektijd een vraag gesteld over hoe het bijvoorbeeld zit met deelnemenaan organisaties die als criminele organisatie beoordeeld worden, omdatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1869 zij zich verhouden tot mensen met strafrechtelijk gedrag, en over het puntvan witwassen. Ik hoop dus niet dat u dit als interruptie rekent, want ditzijn twee gevallen waar ik eerder al vragen over had gesteld.De voorzitter:Daarvan zegt u: die vragen heb ik gesteld en ik mis daar een antwoord op.Het is dus geen interruptie.Minister Van Weel:Ja, die zitten in het kopje deelnemingsvormen, dus die komen nog langs.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik heb de heer Van Weel over die strafbaarheid ook stellig horen zeggendat er wel degelijk meerwaarde is in dit voorstel ten aanzien van deongewenstverklaring. Die zie ik niet. Als voorbeeld gaf Minister van Weeldat het in sommige gevallen noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat je nu nietkan optreden wanneer er mensen zijn die een andere identiteit of aliasaannemen. Volgens mij staat op het gebruiken van de identiteit van eenander maximaal vijf jaar gevangenisstraf. Dat valt onder de criteria vaneen ongewenstverklaring, want bij een straf van maximaal twee jaar kanal een ongewenstverklaring worden opgelegd, mede door mijn collega.Dat doet de IND vervolgens. De persoon hoeft het land niet uitgezet teworden. Mijn stelling is dat er ook na het aannemen van het amendementgeen wezenlijk verschil meer is tussen wat de Minister beoogt quareikwijdte en de ongewenstverklaring. Het blijft dus overeind. Volgens mijkan tegen het voorbeeld dat de Minister aanhaalde prima een ongewenst-verklaring worden ingediend. Mijn vraag is dus nogmaals: in hoeverreborgt artikel 179 Strafrecht onvoldoende wat deze novelle wel zou kunnenborgen?Minister Van Weel:Nogmaals, er zit overlap tussen die zaken. Er zit zeker overlap tussenbijvoorbeeld het lichte inreisverbod, de ongewenstverklaring en artikel108a, maar er zitten ook nog witte gaten. Ik zie dit dus als een extramiddel, waarbij je kunt vervolgen zonder dat er eerst strafrechtelijkvervolgd is, want om een ongewenstverklaring op te kunnen leggen, ishet natuurlijk noodzakelijk dat iemand veroordeeld is. Dat hoeft hier niet.Dit is de vervolging. Je kunt dus veel sneller overgaan tot actie, zonder dater een veroordeling ligt vanwege een ander strafbaar feit dan illegaliteit.Zo hebben wij dit ook afgepeld. Nogmaals: ja, er is tot op zekere hoogteoverlap, maar er zijn ook bepaalde aspecten die dit amendement juistweer afdekt.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Volgens mij bevestigt de Minister dat zijn voorbeeld geen goed voorbeeldwas. Hij kwam er in ieder geval niet meer op terug. Ik heb nog geen anderconcreet voorbeeld gehoord waarin dit wél een toevoeging zou zijn opartikel 190 van het Wetboek van Strafrecht. Ik hoor het nog graag, want ikzie het niet. Dat heeft ermee te maken dat de Minister in de memorie vantoelichting zegt dat dit gaat om mensen die uitgeprocedeerd zijn en wélterug kunnen, maar die niet meewerken aan vertrek en specifiek ookoverlastgevers zijn. Of iemand overlast geeft, moet ervaren worden, maarook vastgesteld worden. Een politieagent is subjectief en kan nietbeoordelen wie wel of geen overlast pleegt; dat moet vastgesteld worden.In een rechtsstaat doe je dat aan de hand van strafbare feiten.Door het amendement-Rajkowski valt diefstal daaronder, bijvoorbeeld alsiemand iets uit de Albert Heijn steelt, valt het spugen op een buschauffeurTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1870 daaronder – het ligt eraan of je dat als geweld of als mishandeling ziet –en valt haatzaaien daaronder. Eigenlijk alle vormen van overlast geven dieik mij kan bedenken en waarvan je kan zeggen dat die aangepakt moetenworden, worden volgens mij ondervangen met celstraffen van maximaaltwee jaar. Mijn vraag is nogmaals: kan de Minister een voorbeeld noemenwaarin dit voorstel een uitkomst biedt die een ongewenstverklaring nietbiedt? Als de Minister dat niet kan doen, kan hij dan toegeven dat er geenwezenlijk verschil is of er geen aanvullende werking is ten opzichte van debestaande ongewenstverklaring?Minister Van Weel:Dat heb ik net geprobeerd te doen, maar dat zal ik dan nog een keer doen.Dat zit ’m ten eerste in de snelheid van het traject: je hoeft niet bewezen tehebben dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd, want het strafbarefeit is het feit dat diegene hier illegaal verblijft. In snelheid heeft dit middeldus al een voorsprong op de ongewenstverklaring. Twee: het komt voordat mensen die overlast veroorzaken wel degelijk onder de strafrechtelijkenorm van de ongewenstverklaring weten te blijven. Desondanks zorgen zevoor overlast. Dat zijn al twee verschillende redenen waarom die twee nietoverlappen: één met betrekking tot het proces en de duur en één metbetrekking tot de inhoud.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp nog steeds weinig van deze redenering. Laat ik het evenafpellen. De Minister geeft aan dat het hem vooral gaat om het aanpakkenvan mensen die overlast geven of crimineel gedrag laten zien. Vervolgenshebben we een aantal keer gevraagd: geef dan eens concrete voorbeeldenvan de toegevoegde waarde van dit voorstel, want je hebt al het lichte enhet zware inreisverbod en de ongewenstverklaring enzovoort. Net hoordeik de Minister in zijn inleiding het voorbeeld geven van iemand dieverschillende aliassen gebruikt. Nou ja, dat is gewoon een kwestie vanonjuiste informatie geven, liegen of in het ergste geval identiteitsfraude.Daar staan al straffen op. Mijn vraag blijft dus: wat is nou een concreetvoorbeeld van iemand die met de huidige instrumenten niet aangepaktkan worden en waarvoor straks die strafbaarstelling nou per se nodig is?Minister Van Weel:Dat is een variant op dezelfde vraag. Ik heb net geprobeerd daar antwoordop te geven, maar als dat niet als aannemelijk wordt beschouwd, danhoudt het voor mij op.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):We vragen een paar keer naar een concreet voorbeeld. Dat komt er, maarvervolgens krijgt de Minister als antwoord van de heer Ceder terug, maarnu ook van mij: dat mag al niet; dat kan je al aanpakken. Daar zijn alinstrumenten voor. Daar is niet nog een extra instrument voor nodig datveel doet in de samenleving, dat waarschijnlijk heel veel neveneffectenheeft, waarvan een deel niet te voorzien is, en dat weinig onderbouwd is.Het is ook onze taak om de proportionaliteit van wetgeving te toetsen. Alswe dan vragen om één concreet voorbeeld en dat voorbeeld vervolgensmakkelijk af te vangen is, dan vraag ik mij wel af waarom de Minister nietduidelijk aan ons kan aangeven waarom dit wetsvoorstel nog meer nodigis.Minister Van Weel:Ik ben in het afgelopen jaar geregeld gebeld door burgemeesters diezitten met casussen van mensen die uitgeprocedeerd zijn, die niet willenvertrekken, die niet meteen het strafrechtelijke traject ingaan omveroordeeld te worden voor zo’n delict, maar die wel zorgen vooroverlast. Heel vaak was de vraag aan mij: kan er niet toch iets van eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1871 verblijfstitel worden gegeven zodat ik meer instrumenten heb? Dat is dewereld op zijn kop. De inzet zou moeten zijn dat je deze mensen aanpakt,mensen die overlast veroorzaken. In een aantal gevallen kan dat nu niet,omdat ze niet de drempel halen die benodigd is voor ongewenstverklaringof omdat je het met die nodige drempel niet op een zaak kunt latenuitlopen. In dat geval is dit het instrument dat ik graag in handen geef.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dan vraag ik me af waarom ik in het afgelopen weekend nog een briefkreeg van een aantal wethouders van grote steden die aangaven: doe ditalsjeblieft niet. Er wordt hier op z’n minst een dubbele boodschap meeafgegeven. De VNG zat hier en gaf ook aan: doe het alsjeblieft niet. Ikvraag me dat af.Twee. In dit voorstel zit ook een gevangenisstraf. Als het doel hetterugkeren van mensen is, waarom zit dat er dan in? Dat vind ik ook nietmet elkaar rijmen.Minister Van Weel:Even over dat eerste: dat hangt samen met de mist die is ontstaan over dereikwijdte van dit wetsvoorstel en het amendement, en de impact ervan. Ikheb net in mijn eerste woorden geprobeerd aan te geven dat er ontzettendveel ruis is ontstaan over de impact hiervan op de samenleving. Krijgenwe een klopjacht op illegalen? Wordt alle vorm van hulpverlening nuillegaal? Daar hebben een heleboel partijen aan bijgedragen. Ik geloofecht dat een hoop van die ruis te goeder trouw is geweest, omdat menhelderheid wilde creëren en omdat men bezorgd was. Maar ik zeg u ookeerlijk dat dat voor een deel niet gold. Nu is het tijd om hier helderheid inte scheppen. De helderheid die ik schep, is dat dit niet gaat leiden totgrootschalige klopjachten in de samenleving. Er wordt hooguit een extratrede toegevoegd waardoor er een extra middel ontstaat voor de mensendie de terugkeer naar hun land frustreren terwijl ze gewoon moetenvertrekken. Dat wilde ik even zeggen ten aanzien van het eerste.Ten aanzien van het tweede: we zetten allemaal in op terugkeer. Als hetkan, dan doen we dat via vreemdelingendetentie. Maar het liefst doen wedat helemaal niet en zetten we in op vrijwillig vertrek. Maar ontzettendveel mensen blijven hun terugkeer frustreren. Uiteindelijk loop je uit detijd en mag je mensen niet langer vasthouden in vreemdelingendetentie.Je zet ze op straat en dan? Dat is het probleem. Hiermee creëer je eenextra stimulans, waardoor je die mensen weer kunt vastzetten en zehopelijk ook een prikkel geeft om mee te werken aan hun vertrek. Daargaat het om. Het gaat om de mensen die niet komen opdagen, die eenhoodie over hun hoofd trekken op het moment dat ze bij de ambassadezitten voor een afspraak of die onhandelbaar zijn en daar niet vrijwilligheen gaan. Dat zijn de gevallen die uiteindelijk ontzettend veel verpestenvoor de rest en die heel veel effort vragen van de mensen van DTenV. Zezorgen ook voor een slechte relatie met de landen waar zij vandaankomen en waar zij uiteindelijk naar terug moeten gaan, omdat er geenafspraken mee te maken zijn. Dat is een categorie waarvoor je nu eindelijkeen verschil kunt maken.De voorzitter:Ik wil eigenlijk naar de andere vragenstellers. Heeft u nog een vervolg-vraag naar aanleiding van deze beantwoording? Een vervolgvraag vanmevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Even voor de duidelijkheid: niemand wil hier mensen die voor overlastzorgen of die geweld veroorzaken en crimineel zijn. Dat wil echt helemaalniemand. Even voor de duidelijkheid: alle partijen, ook hier in dit debat,zeggen dat je die mensen niet moet faciliteren. Laat daar geen onduide-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1872 lijkheid over bestaan. Dat geldt ook voor mijn partij. Natuurlijk wil je nietdat deze mensen hier zijn; dat hebben we ook altijd gezegd.Twee. Die ruis is ontstaan door de rommeligheid van dit proces. DeMinister zegt: allerlei partijen. Ik weet niet precies wie hij aanspreekt, maarlaten we – dat vraag ik ook aan de Minister – alsjeblieft even goed kijkennaar hoe dit proces is gegaan, namelijk ontzettend rommelig, metontzettend veel onduidelijkheid, met een hele korte tijd om je voor tebereiden en met een hele korte tijd voor allerlei uitvoeringsorganisaties,hulpverleningsinstanties en koepelorganisaties om te reageren. Ik heb eralle waardering voor dat ze dat wel doen, maar dat is natuurlijk de redenwaarom er zo veel onduidelijkheid is over dit voorstel. Het is niet goedvoorbereid. Het moest met stoom en kokend water door de Kamer, omdater zo veel haast achter zit. Dat is niet de schuld van de partijen die onsinput geven.De voorzitter:Een reactie van de Minister hierop.Minister Van Weel:Heel kort. Ik heb erbij gezegd dat het om allerlei redenen begrijpelijk en tegoeder trouw was. Dat wil ik markeren. Maar waar het om gaat, is dat wedaar nu vanaf komen en dat we vandaag in het debat helder afkaderenwaar we het uiteindelijk over hebben. Die helderheid moeten we creëren.Ik doe een beroep op ons allen. Als we die helderheid met elkaar hebbenvastgesteld, dan moeten we die uitdragen. Ik heb in ieder geval toegezegddat ik er mijn steentje aan wil bijdragen om ook na het debat van vandaaghier helderheid over te geven, ook in de outreach naar de partijen die bijons rond de tafel zitten.De voorzitter:Dank u wel. We gaan naar meneer Paternotte en dan ...De heer Ceder (ChristenUnie):Ik wil iets zeggen over hetzelfde punt.De voorzitter:Ik ga eerst de vragenstellers af. De heer Paternotte.De heer Paternotte (D66):De Minister zegt dat het in de praktijk alleen maar zal gaan om mensen diehun eigen terugkeer frustreren. Volgens hem hoef je dat niet zo letterlijkop te nemen in de wet, omdat er talloze jurisprudentie is die duidelijkmaakt dat je het daartoe moet beperken. Maar zowel de Raad voor derechtspraak als de Nederlandse orde van advocaten als de Raad van Statezegt tegen ons: als je het wil beperken tot mensen die hun terugkeerfrustreren, is het wel gek dat je dat niet in de wet zet. Waarom heeft deMinister dat niet gedaan?Minister Van Weel:Eén. Het amendement kwam natuurlijk zoals het kwam. Dat hebben wegememoreerd. Als je vervolgens afpelt wat het amendement betekent enwat de reikwijdte van het amendement is, dan kom je precies daarop uit.Op het moment dat iemand de terugkeerprocedure nog niet heeftdoorlopen, mag je diegene namelijk niet strafrechtelijk aanpakken en magje geen vrijheidsberovende straffen invoeren. Wanneer iemand deterugkeerprocedure heeft doorlopen en dan weigert mee te werken, komje rechtens uiteindelijk uit bij de reikwijdte die het amendement hier heeft.Het komt dus op hetzelfde neer.De heer Paternotte (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1873 Het klopt dat het amendement kwam zoals het kwam, maar we zitten hiernatuurlijk juist om het amendement te repareren. Dat is waarom deMinister een novelle heeft voorgelegd. In die novelle zit geen beperkingtot de groep waarover de Minister zegt dat het gaat, namelijk de mensendie hun terugkeer frustreren. Waarom zit dat niet in de novelle?Minister Van Weel:Omdat dat niet nodig is. Ik heb er ook niet het VN-Vluchtelingenverdrag ingenoemd, of alle bepalingen van het EVRM, of dat er recht is op gezins-leven. Dat is namelijk evident hoger recht, dat van toepassing is op wat uhier ook maar zou willen bepalen met dit amendement. Voor alleduidelijkheid hebben we ook nog in de memorie van toelichting et ceteraverder uitgelegd waarom we vinden dat het zo is. Er kan dus voorniemand die dit verder leest of moet toepassen, twijfel over bestaan.De heer Paternotte (D66):Die kan inderdaad niet bestaan. Maar én de Raad van State én de Raadvoor de rechtspraak én de orde van advocaten zeggen dat wat de Ministerdoet, toch een beetje gek is. Dan kan de Minister natuurlijk tegen onszeggen dat wat hij doet eigenlijk hartstikke logisch is, maar dan is het nietzo gek dat daar wat vraagtekens bij geplaatst worden. Ik vraag: waaromzou je het niet even duidelijk verankeren? Wat is daarop tegen? Want datmaakt in ieder geval een duidelijke beperking. De Minister zegt hiermeedat als de Terugkeerrichtlijn zou veranderen en Nederland dus wél deruimte zou hebben om het niet te beperken tot mensen die nietmeewerken aan hun terugkeer, maar om het überhaupt toe te passen opmensen die onrechtmatig in Nederland verblijven, dat dan kan. Daar gaanwe dus niet zelf over: Europees recht bepaalt dat dan. Daarom heb ik devolgende vraag. De Minister kan, zonder dat de Tweede Kamer of deEerste Kamer er nog een keer iets over te zeggen hebben, toch nietuitsluiten dat deze wet gebruikt kan worden om wel degelijk mensen tevervolgen simpelweg omdat ze onrechtmatig in Nederland verblijven?Stel dat bijvoorbeeld mevrouw Vondeling ooit Minister van Justitie wordt.Minister Van Weel:Nee, want mijn impact op de inkadering is nihil. Die inkadering geschiedtgewoon rechtens. Door het hogere, internationale, Europese recht,inclusief jurisprudentie, wordt het dus al ingekaderd. Geen Minister vanJustitie of Asiel en Migratie kan die definitie oprekken. Je mag nueenmaal niks doen met mensen die nog niet de hele terugkeerprocedurehebben doorlopen en je mag mensen die buiten hun schuld niet kunnenvertrekken, dat nooit aanrekenen door ze te vervolgen. Dus gewoon dooralgemene rechtsbeginselen en hoger recht kom je hierop uit.De heer Paternotte (D66):Ik vroeg dus net: als het hogere recht verandert, verandert daarmee ookde reikwijdte van deze wet? Als het hogere recht, in dit geval het Europeserecht, wel degelijk de ruimte zou geven voor het vervolgen van mensenvanwege het enkele feit van onrechtmatig verblijf en meerderjarig zijn,dan kan deze wet daar ook voor gebruikt worden. Dan zorgt deze wet nietdat het alleen maar ingezet kan worden tegen mensen die hun terugkeerfrustreren.Minister Van Weel:Ja. Maar we zijn nu net een nieuwe Terugkeerverordening overeenge-komen. Het gaat eerder de andere kant op, namelijk richting hetverstrakken en het vergroten van de grip van Europa om meer eendui-digheid te krijgen in de wet- en regelgeving. Het is nu nog een richtlijn;het wordt een verordening. De politieke onderhandelingen daaroverhebben we de afgelopen week voltooid. Dat risico zie ik dus niet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1874 De voorzitter:Ik ga naar de volgende. Of heeft meneer Paternotte nog een vraag?De heer Paternotte (D66):Ja, ik heb nog één andere vraag. De Minister had het op een gegevenmoment over de afschrikwekkende werking. Hij zei te geloven dat dit eenafschrikkende werking heeft. Dat vond ik opvallend. Clingendael heeftnamelijk net een uitgebreid onderzoek uitgebracht, waarin ze kijken naarallerlei landen die strafbaarstelling van illegaliteit kennen. Zij zeggen dater geen enkel bewijs is voor een afschrikwekkende werking, omdat hetsimpelweg veel te specifiek is. Ik zei daarbij nog: je kan geen boeteopleggen en de gevangenisstraf zit er voorlopig ook niet in. Waar komtdat geloof van de Minister in de afschrikkende werking dan preciesvandaan?Minister Van Weel:Nee, dat onderzoek zegt dat er geen enkel bewijs voor is. Van hetomgekeerde ook niet. Dat is gewoon zo omdat je heel erg moeilijk kanbepalen wat je afgeschrikt hebt. Heeft het gewerkt of niet? Dat is nietdirect terug te zien in de instroom. Zulke aantallen zijn het namelijk niet.De instroom is van veel grotere en veel meer factoren afhankelijk. Ik ziehet dus echt daadwerkelijk als één puzzelstukje in het minder aantrekkelijkmaken van Nederland voor het langdurig illegaal verblijven en het jeblijven verzetten tegen je vertrek. Dat is eigenlijk een variant op wat mennu in Griekenland ook doet. Dat is namelijk het vervullen van de proce-dures voor diegenen die minder kansrijk zijn op een locatie afgezonderdvan de rest van de maatschappij. Of wij dat helemaal in overeenstemmingvinden, daar lopen nu de eerste rechtszaken over. Maar het is wel degelijkte zien dat op het moment dat je het risico loopt om vastgezet te worden,het animo om te vertrekken wordt verhoogd. Ons voornemen met Ugandais overigens op hetzelfde principe gestoeld: op het moment dat voormensen duidelijk is dat verblijf in Europa geen optie meer is, wordt ook debereidwilligheid om wel mee te werken aan terugkeer naar het eigen landvergroot.De voorzitter:Ik kijk naar meneer Van den Brink. Hij had ook een vraag bij dit blok.De heer Bart van den Brink (CDA):Eigenlijk is de discussie al redelijk gevoerd. De Minister heeft ook algezegd dat de onduidelijkheid die er is ontstaan, maakt dat vanuit desamenleving en die organisaties wordt geroepen: maak voor ons een wetwaar alles in de wetsartikelen beschreven staat. We kennen natuurlijk ookgewoon een rechtsprincipe dat uitgaat van een artikel dat gaat over hetniet-rechtmatig, of onrechtmatig, vreemdeling zijn. Uiteindelijk staat het inde memorie van toelichting vrij helder uitgelegd. Ik maak dus gewooneven gebruik van deze microfoon om dat nog een keer in deze zaal tezeggen; de memorie van toelichting is net zozeer wet als de wetsartikelenwet zijn. Dat ten overvloede, maar zo heb ik het in ieder geval vroegergeleerd.De voorzitter:Ik ken iemand die daar een boekje over heeft geschreven en die zou hetmet u eens zijn. Meneer Paternotte refereerde daaraan. Minister, is dit ookhet moment om naar het amendement van het lid Ceder te gaan, of wilt ude amendementen aan het eind doen?De heer Ceder (ChristenUnie):Dat amendement is vorige week ingediend. Ik heb nog een vraag over demeerwaarde van dit wetsartikel ten aanzien van ongewenstverklaring.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1875 Volgens mij staat of valt de wet namelijk hiermee: doet dit iets extra’s, ietswat nu niet in de wet staat? Ik betoog en ik constateer dat de Ministergeen enkel voorbeeld kan noemen, geen feitelijke, concrete casus, waarindeze wet van meerwaarde zou zijn en zou doen wat de ongewenstver-klaring niet kan. Dit is belangrijk omdat de Inspectie Justitie en Veiligheidhierop wijst. DTenV wijst hierop. Van de VNG zegt de Minister datburgemeesters hem mailen. Wij krijgen mails waarin ze zeggen: er wordtal voorzien. Ook de Kamerleden hier die pleiten dat dit een aanvulling isop artikel 179 over de ongewenstverklaring, heb ik nul voorbeelden horennoemen waar ik niet heel makkelijk van kan aangeven dat daar eengevangenisstraf op staat. Mede dankzij het amendement-Rajkowski wordter in de ongewenstverklaring voorzien. Ik zou de Minister toch willenvragen: kent hij een voorbeeld in de praktijk waarin dit van meerwaardezou zijn? Of moet de Minister concluderen dat er geen meerwaarde is?Daarbij ontstaat volgens mij wel de vraag wat de doelmatigheid en deeffectiviteit zijn van het voorstel dat we hier bespreken.De voorzitter:Deze vraag is al wel beantwoord, meneer Ceder, maar ik heb het gevoeldat het antwoord u niet bevredigt. Ik kijk even naar de Minister, want ditblijft anders nu in dit debat toch boven de markt hangen. Dus graag eenconcrete reactie.Minister Van Weel:Ik heb dat naar mijn mening niet boven de markt laten hangen. Ik hebaangegeven dat er gevallen zijn waarin je niet komt tot de bewijsdrempeldie nodig is voor een ongewenstverklaring dan wel niet dat hele strafrech-telijke traject in kunt gaan, als er wel sprake is van overlast van mensendie niet meewerken aan hun terugkeer. Dat zijn grofweg de categorieën.Meer specifiek kan ik ze niet maken. Trouwens excuus dat wij hetamendement niet hadden gekregen; dat had wel gemoeten. We haddennatuurlijk wel uitgebreid gelezen over de strekking daarvan, die ziet op hetschrappen van de volledige strafbaarstelling. Op basis van het debat dat ikhier gevoerd heb, moge helder zijn dat ik dat amendement moet ontradenomdat ik geloof dat er wel degelijk meerwaarde is in de strafbaarstellingan sich.De voorzitter:Meneer Ceder, heeft u nog een vervolgvraag op uw vraag?De heer Ceder (ChristenUnie):Ten aanzien van het amendement vind ik dat jammer, want drie maandengeleden adviseerde de Minister de Kamer nog om dit amendement nietaan te nemen. Volgens mij zijn er geen feitelijke ontwikkelingen waardoordit wetsvoorstel na inspraak van de instanties in een positiever daglicht iskomen te staan. Maar goed, ik laat het aan de Kamer over.Ten aanzien van mijn vorige punt: ik snap dat de Minister daaruit probeertte komen door te zeggen dat hij al antwoord heeft gegeven. We gaan eenzwaarwegend voorstel indienen. De heer Paternotte heeft gelijk als hij zegtdat de wettekst zo is dat als er in Europa wat verandert, de reikwijdte veelgroter is dan wat een aantal partijen, volgens mij ook het CDA en de SGP,voor ogen hadden en dat zonder dat het parlement daar controle op heeft.Dat constateer ik. Daarom is die wettekst heel ruim, denk ik. Ik constateerook het volgende. Als ik de Minister of een parlementariër vraag om éénconcreet voorbeeld te geven, eentje maar, waarbij de ongewenstver-klaring niet van toepassing verklaard zou kunnen worden, dan blijft menin algemeenheden hangen, bijvoorbeeld: als er overlast gepleegd wordt.Nou, wat voor overlast dan? Valt diefstal uit de Albert Heijn onder deongewenstverklaring?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1876 Ik probeer dit aan te geven omdat wij gaan stemmen over eenverstrekkend punt. Heel veel hulpverleners in het land stellen hier vragenover. Advocaten zijn boos. Juristen zijn boos. Het lijkt er namelijk op dathet parlement opnieuw, na een gedrocht van een aantal maandengeleden, niet in staat is om een wetsvoorstel te beoordelen op zijneffectiviteit. Als ik na een paar uur debatteren nog geen enkel voorbeeldkan krijgen van waarom dit meerwaarde heeft, dan word ik wel onrustig.Ik ga het de Minister nog een keer vragen. Is er, behalve algemeenheden,een concrete casus te bedenken waarbij een ongewenstverklaring niet vantoepassing is? Ik noem voorbeelden zoals diefstal en mishandeling, omdatdat de gevallen zijn waarvan we allemaal aanvoelen dat je daarop moetingrijpen. Ik concludeer dat de ongewenstverklaring mede dankzij hetamendement van mevrouw Rajkowski daar nu voldoende in voorziet.Minister Van Weel:Eén. Er wordt gesproken over de algemeenheid van de wettekst, maarhetzelfde geldt voor de ongewenstverklaring. Ook daar staat niet vermelddat iemand de hele terugkeerprocedure moet hebben doorlopen voordatovergegaan kan worden tot het toepassen van dat artikel. Dat hoeft ookhelemaal niet. Het is heel vanzelfsprekend dat je in de wettekst rekeninghiermee houdt en dat expliciteert in de memorie van toelichting inverband met hogere en andere wetgeving. Ook een ongewenstverklaring,ondanks dat die niet zo in de wet staat, kan pas worden opgelegd op hetmoment dat de hele terugkeerprocedure is doorlopen. Zo is dus ook derechtspraktijk op dit moment. Ik heb het net gezegd. Wat zijn voor mij devoorbeelden? Die zien echt op mensen die niet willen meewerken aanterugkeer, die uiteindelijk al zijn ontslagen uit de vreemdelingendetentie,omdat ze daar niet meewerken, die rondhangen op straat en zorgen vooroverlast, maar ook niet dusdanige strafbare feiten plegen dat ze in decategorie van de ongewenstverklaring komen. Die zijn er. Ik hoef geennamen te noemen, maar die zijn er.De voorzitter:Laten we geen namen noemen, Minister. Kunnen we naar het tweede blokover de deelneming, de uitsluiting van de deelneming? Zitten we daar?Ja, oké, we gaan naar de beantwoording de Minister luisteren.Minister Van Weel:Ja. Een van de vragen was: «Als er mensen zonder papieren in de rij staanvoor een kom soep, dan kan daar zomaar iemand tussen zitten die ookeen inreisverbod of ongewenstverklaring heeft gehad. Kunnen mensen indat geval niet alsnog vervolgd worden?» Dit is een theoretische, hypothe-tische mogelijkheid die naar boven kwam door de analyse van de Raadvan State van de novelle, die beoogt om alle vormen van hulpverleningbuiten vervolging te laten. In theorie zou het verlenen van hulp aaniemand met een zwaar inreisverbod, kunnen vallen onder medepleging ofmedeplichtigheid. Ten eerste vereist dat wel een heel zware juridischedrempel, namelijk dat je dat willens en wetens moet hebben gedaan, ookmet het oogmerk om dat in stand te houden. Dat is één.Ten tweede hebben we de afgelopen zestig jaar aan jurisprudentiebekeken en gezien dat er nog nooit iemand op deze gronden is vervolgd,dus vanwege hulpverlening, ook niet vanwege hulpverlening aan mensendie een inreisverbod of ongewenstverklaring hadden. Deze strafbaar-stelling van illegaliteit brengt daar in ieder geval geen veranderingen in.We hebben er wel voor gezorgd dat we nu met de novelle expliciteren dathet voor 108a in ieder geval niet van toepassing is.Moet er een procedure worden doorlopen om te kunnen vaststellen dat dehulpverlener niet strafbaar is? Dat hangt een beetje samen met uweerdere vraag: gaat het hier om ontslag van rechtsvervolging of gaat hethier gewoon om niet vervolgen? Het gaat hier om niet vervolgen, omdatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1877 er heel duidelijk in de novelle staat dat, anders dan als pleger, alle anderevormen niet strafbaar zijn. Zo ziet het OM dat zelf ook. In de consultatiehebben ze ook aangegeven dat zij dat op die manier interpreteren enzullen opvolgen.Dan komen we op het witwassen. U vroeg of het geven van geld aan eenmeerderjarige vreemdeling of het ontvangen van geld strafbaar is alswitwassen. In algemene zin kan de situatie dat iemand een ander geldgeeft of van een ander geld ontvangt, alleen een vorm van witwassen zijnals a het geldbedrag door het begaan van een daaraan voorafgaandmisdrijf is verkregen, en b de ontvanger weet dat het om misdaadgeldgaat of dat moet vermoeden. Wanneer iemand een op legale wijzeverkregen geldbedrag geeft aan een meerderjarige vreemdeling dieillegaal in Nederland verblijft, gaat het niet om geld dat door het begaanvan een misdrijf is verkregen en dan is witwassen dus niet aan de orde.Van strafbaarheid wegens witwassen is evenmin sprake als iemandbijvoorbeeld een geldbedrag ontvangt in het kader van noodzakelijkemedische zorg van een meerderjarige vreemdeling die illegaal inNederland verblijft. De enkele omstandigheid dat het misdrijf van illegaalverblijf van toepassing is op degene die over het geldbedrag beschikt,maakt niet dat die gelden een opbrengst uit dat misdrijf zijn. In aanvullingdaarop benadruk ik ten aanzien van de situatie van zorgverlening dat hetdoor een medisch professional verlenen van noodzakelijke medische zorgaan een vreemdeling niet strafbaar is, ook niet als daartegenover eengebruikelijke vergoeding staat. Het verlenen van deze zorg is namelijk instrafrechtelijke zin niet wederrechtelijk, dus er is ook geen aanleiding voorhet instellen van strafrechtelijke vervolging. Dat wat betreft witwassen.De heer Van Dijk vroeg of het faciliteren van mensensmokkel en loucheuitzendbureaus et cetera hiermee niet onbedoeld straffeloos wordt. Nee.De novelle ziet alleen op de strafbaarstelling van illegaliteit en dehulpverlening daaraan, maar organisaties en personen die uit winstbejagbehulpzaam zijn bij het mogelijk maken van verblijf, bijvoorbeeld door zewerk te laten verrichten, zijn ook al schuldig aan artikel 197. Dat ligt in hetverlengde van mensensmokkel. Daarnaast kunnen er op basis van de Wetarbeid vreemdelingen behoorlijke boetes worden uitgedeeld aanwerkgevers die illegalen voor zich laten werken. Deze novelle zorgt nietdat er een strafuitsluitingsgrond komt voor alles wat neigt naar uitbuiting,mensenhandel en mensensmokkel. Dat zijn zelfstandige strafbare feitenwaarvoor alsnog kan worden vervolgd.De heer Van den Brink vroeg of de organisaties die ondersteuning bieden... Ik zal even de hele vraag voorlezen. Deze novelle ziet bij voorbaat nietop slachtoffers van mensenhandel zonder rechtmatig verblijf, omdat hetenkel gaat over onrechtmatig verblijf na het doorlopen van de terugkeer-procedure. De vraag was: kan de Minister de organisaties die hierinondersteuning bieden, nogmaals duidelijk maken dat zij niet geraaktworden door deze novelle? Het antwoord is: ja, dat kan ik. Voor vermoede-lijke slachtoffers van mensenhandel bestaat een specifieke verblijfsre-geling op grond waarvan ze in bepaalde gevallen rechtmatig verblijfkunnen verkrijgen. Uit de wet vloeit voort dat in die gevallen vanstrafbaarheid geen sprake is, want de betrokken vreemdeling heeft alrecht op verblijf in Nederland op grond van de Vreemdelingenwet. Daarverandert deze wet niks aan.Mevrouw Van der Plas vroeg waaruit blijkt dat deze novelle zou leiden tothet mijden van hulporganisaties en zorg. Daar heb ik in algemene zineerder al het volgende over gezegd. Ik hoop dat vandaag het begin is vanhet kunnen ophelderen van die vraag. Dat is namelijk absoluut niet hetgeval. Dat zullen we zowel naar de vreemdelingen als naar de organisatieszelf via alle kanalen zichtbaar moeten maken.Mevrouw Van der Plas vroeg ook of ik het essentieel vind om ondermij-nende commerciële hulp en humanitaire hulp te onderscheiden. Ja, datben ik met haar eens. Op dit moment zijn er al verschillende mogelijk-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1878 heden om personen die verdienen aan illegaal verblijf te bestraffen. Ik hebnet mensenhandel en mensensmokkel genoemd als twee concretevoorbeelden daarvan.De heer Van Meijeren roept, en dat houdt ook verband met zijnamendement, dat we het nu wel erg breed maken: voorkomen we nouniet dat we ook zaken die we wellicht op een of andere wijze onwenselijkzouden vinden, hiermee nu toch buiten werking stellen, doordat wemedeplichtigheid en medeplegen uitsluiten? De Raad van State heeftnatuurlijk ook een voorstel gedaan om de hulpverlening slechts ten delebuiten schot te laten blijven. Uiteindelijk hebben wij ervoor gekozen omdat niet te doen, juist om te voorkomen dat je discussie krijgt over degrensgevallen. Wanneer is iets medeplegen? Wanneer is iets medeplich-tigheid? Hoe zit dat precies? Het hangt natuurlijk van je politieke voorkeuraf of je vindt dat we daarmee te veel of te weinig hebben uitgesloten,maar door alle vormen van medeplegen uit te sluiten van strafbaarheid,hebben we in ieder geval helderheid gecreëerd, hebben we dit vraagstukniet neergelegd bij rechters en gerechtshoven, en laten we geen onduide-lijkheid bestaan richting hulporganisaties over de vraag of hun hulp nouwel of niet moet worden opgevat als een vorm medeplichtigheid ofmedeplegen. Dat is de reden dat wij gekozen hebben voor deze oplossing,dus het buiten werking stellen van zowel artikel 47 als artikel 48. Dat isdan ook de reden dat ik uw amendement ontraad.De voorzitter:Even officieel: het amendement op stuk nr. 8 van de heer Van Meijerenwordt ontraden.Minister Van Weel:Dat was ook het einde van het blokje, voorzitter.De voorzitter:Dan kijk ik even naar de leden om te zien of die nog onbeantwoordevragen hebben bij dit blokje. Mevrouw Teunissen stak als eerste haarvinger op, dus dan geef ik haar als eerste het woord.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik had ook nog gevraagd om een reactie van de Minister op wat dekoepelorganisaties van de artsen zeggen. Die zeggen het volgende overde kwalificatie die als het aan de Minister ligt straks in de wet komt,namelijk: deelnemen aan dit misdrijf, anders dan als pleger, is nietstrafbaar. Daarmee wordt natuurlijk wel die schaduw van strafbaarheidrondom hulpverlening in stand gehouden. Dat zeggen de koepelorga-nisaties. Het kan niet zo zijn dat die zorgplicht tegelijkertijd wordtbeschouwd als het medeplegen van een misdrijf. Zo wordt het wel in dewet gezegd. Dus hoe verenigt de Minister de zorgplicht met de manierwaarop het er nu staat, namelijk «medeplichtig aan een misdrijf» ?Minister Van Weel:Dit is deel van de mist die we moeten ophelderen, zeg ik dan maar even,maar er is geen jurist die dit ... Nou, misschien zijn die er trouwens wel,want je hebt allerhande juristen. Ik kijk geen enkele richting op. Er is geenenkele jurist bij mij dan wel bij de Raad van State dan wel bij het OM diebetwist dat de zin die we hebben opgenomen in deze novelle, zonderenige vorm van twijfel, ervoor zorgt dat er geen enkele sprake is vanvervolging. Hiermee wordt juist expliciet gemaakt dat datgene wat zijdoen niet strafbaar is. Om dat in te leiden, heb je alleen wel een zinnetjenodig. Elke keer de helft van het zinnetje eruit halen en dan zeggen «hierlezen koepelorganisaties dit in» , is wat mij betreft nou juist bijdragen aandie ruis. Ik zeg hier klip-en-klaar: mensen worden niet vervolgd. Dat komtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1879 door dit zinnetje, want dat zegt ondubbelzinnig dat dat wat ze doen, nietstrafbaar is. Als het niet strafbaar is, ben je daarvoor niet vervolgbaar.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dan heb ik de vraag niet duidelijk genoeg gesteld, denk ik. Het gaat er nietom of het juridisch gezien wel of niet strafbaar is. Het gaat om debewoordingen die in de wet worden gebruikt. Het kan niet zo zijn dat dezorgplicht tegelijkertijd wordt beschouwd als het medeplegen van eenmisdrijf. Dat je daar dan vervolgens niet voor vervolgd wordt, is hetjuridische aspect. Volgens mij is een wet nog wel iets breder dan sec hetjuridische aspect en kijken we bijvoorbeeld ook naar de zorgen die deartsen hebben. Die hebben een eed afgelegd, een eed waarin staat: wehebben de plicht om voor mensen te zorgen. Die artsen, diezelfde artsendie voor mensen zorgen, worden hier weggezet als medeplegers van eenmisdrijf. Het is niet zo dat ze vervolgd worden of strafbaar wordengesteld, maar er wordt wel gezegd dat ze deelnemen aan een misdrijf. Datgaat nu letterlijk in de wet staan. Legt de Minister die zorg zomaar naastzich neer?Minister Van Weel:Er staat: deelnemen aan dit misdrijf is niet strafbaar. Er staat niet:deelnemen aan dit misdrijf. Ik weet niet in hoeveel verschillende kleuren ikhet moet zeggen, maar mensen zijn hier dus niet strafbaar als ze hulpverlenen, in welke vorm dan ook. Dit is wat mij betreft dus echt hetwegnemen van de ruis en de mist die hieromheen zijn ontstaan: men isniet strafbaar als men op welke wijze dan ook hulp verleent aan iemanddie hier illegaal verblijft.Mevrouw Teunissen (PvdD):Het gaat mij niet om de vraag of iemand dan wel of niet strafbaar is. Dat ishet punt niet. Het gaat om de bewoordingen die worden gebruikt: er komtte staan dat deelnemen aan een misdrijf voor de pleger niet strafbaar is.Baart alleen al het feit dat er staat «deelnemen aan een misdrijf» in plaatsvan «de zorgplicht vervullen die je als arts hebt» de Minister dan geenzorgen? Eigenlijk doe je dan namelijk ook aan normering in de wet. Hetwordt de norm dat je, als je iemand zonder verblijfsrecht helpt, deelneemtaan een misdrijf. Dat wordt de norm.Minister Van Weel:We zijn in de hogere semantiek beland. In de echte wereld staat hier niksanders dan dit. Normaal gesproken is er bij elk misdrijf sprake vanstrafbaarheid van het medeplegen van en medeplichtigheid aan eenmisdrijf. Om elke zweem van strafbaarheid te voorkomen, dus om tevoorkomen dat enige vorm van hulpverlening zou kunnen vallen onder destrafbaarheid, onder de reikwijdte van die twee artikelen, 47 en 48, dus hetmedeplegen en de medeplichtigheid, sluiten we alles uit. Dit is de meestvergaande uitsluiting. Dit is denk ik het enige artikel waarmee artikelen 47en 48 beide buiten werking worden gesteld, juist omdat we zo zwaarhechten aan het feit dat niemand vervolgd kan worden of strafbaar is voorhet verlenen van enige vorm van hulp. Dat is wat deze zin doet. Zo moetiedereen hem lezen, en zeker niet als een verdachtmaking of anderszins.Er staat juist expliciet dat het niet strafbaar is.De heer Van Meijeren (FVD):Dank voor de appreciatie van mijn amendement. Die had ik verwacht,maar die blijft wel onnavolgbaar. Het Wetboek van Strafrecht maaktnamelijk onderscheid tussen enerzijds daders van een strafbaar feit enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1880 anderzijds medeplichtigen. Medeplichtigen zijn degenen die behulpzaamzijn en daders zijn degenen die het feit plegen, doen plegen, medeplegenof uitlokken. Oftewel, als je behulpzaamheid uit medemenselijkheid wiltuitsluiten, volstaat het om medeplichtigheid uit te sluiten, waar ook deregering in 2013 om deze reden voor gekozen heeft. De grensgevallenwaar de Minister zich zorgen over maakt, komen pas aan de orde als ersprake is van een doelbewuste, nauwe samenwerking waarbij organi-saties of personen willens en wetens dat illegale verblijf willen faciliterenen willen voorkomen dat het recht wordt gehandhaafd. Dat roept bij mijtoch de vraag op waarom de Minister er nou doelbewust voor kiest datorganisaties in Nederland die als doel hebben om uitzetting te frustrerenen te voorkomen, en daarmee ons hele rechtsstelsel te saboteren – dieorganisaties bestaan – ook uitgezonderd blijven van strafbaarheid, terwijlhet Wetboek van Strafrecht niet voor niets bepaalt dat medeplegen evenstrafbaar is als het daadwerkelijk plegen, omdat je mededader bent vaneen strafbaar feit.De voorzitter:Uw vraag is helder.Minister Van Weel:Natuurlijk hebben we daar lang over nagedacht en de Raad van State ook.Dat blijkt ook wel uit de voorlichting die de raad heeft gegeven. Het puntis dit: doordat het misdrijf als zodanig, namelijk verblijf, redelijk algemeenis, is het vrij moeilijk om te definiëren wat nu «medeplegen» bij verblijf is.Daardoor kwamen wij intern continu op die grensgevallen uit. Hoe zit hetdan bijvoorbeeld met een kerkasiel? Is dat nou medeplegen of medeplich-tigheid? Om de rechter en het OM, na zijn vervolgingsbesluit, dat soortdiscussies niet aan te doen, hebben wij de vlucht naar voren genomen engezegd: dan kiezen we voor beide. Voor organisaties die willens enwetens frustreren in het kader van winstbejag of van mensensmokkel zijner nog steeds andere strafrechtelijke mogelijkheden om die aan te pakken.Ik snap uw vraag goed. Ook juridisch was dit intern een groot vraagstuk,maar omdat het lijntje tussen beide niet met een schaartje te knippen wasvanwege de vaagheid van het hoofddelict en de definitie van«medeplegen» daarbij, kwamen we hierop uit.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Van Meijeren.De heer Van Meijeren (FVD):Ik heb het uitdrukkelijk niet over organisaties die zich schuldig maken aanmensensmokkel, uitbuiting et cetera, omdat dat inderdaad al zelfstandigstrafbaar gesteld is. Ik heb het over organisaties die doelbewust willenfrustreren dat het Nederlandse uitzetbeleid tot uitdrukking komt en datrechterlijke uitspraken worden opgevolgd. Niemand heeft verzocht om hetuitsluiten van alle deelnemingsvormen. Het ging continu over de kop soepvoor iemand die illegaal in Nederland verblijft. Het is volstrekt onduidelijkwaarom de regering hiervoor heeft gekozen. De Raad van State geeft aandat daar geen enkele reden voor is. De regering heeft andere keuzesgemaakt in 2013. Dat kan alleen maar leiden tot de conclusie dat dezeregering er doelbewust voor kiest om dit soort verwerpelijke organisaties,die ten doel hebben om het Nederlandse asiel- en terugkeerbeleid tefrustreren, toch buiten schot te houden. Dat vind ik buitengewoon kwalijk.De voorzitter:Ik hoor geen vraag. Wil de Minister hierop reageren?Minister Van Weel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1881 Nee, anders dan tegenwerpen dat dat laatste het geval is. We hebben erjuist vanuit een positieve gedachte voor gezorgd dat geen hulpverlenerhiermee het risico loopt op vervolging. Dat is waar onze keuze vandaankomt, niet vanuit de omgekeerde redenering.De voorzitter:Akkoord. Dan gaan we naar het derde blok. O, mevrouw Westerveld heeftnog een vraag over dit blok.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Een aantal partijen, waaronder wij, hadden vragen gesteld overwitwassen. Ik had daar drie specifieke vragen over gesteld. De Ministergeeft een algemeen antwoord over witwassen. Ik zou hem willen vragenom heel specifiek in te gaan op de punten die wij maakten. Die werdengemaakt naar aanleiding van een artikel dat gisteren in de NRC isverschenen over strafrechtadvocaat Roan Lamp, gespecialiseerd in definancieel-economische kant. Ik snap de algemene uitleg over witwassenwel, maar niet op basis van het artikel dat gisteren is verschenen. Ikverzoek de Minister om daarop in te gaan. Ik kan de vraag overigensherhalen, hoor.Minister Van Weel:De Minister snapt het artikel zelf namelijk niet helemaal. Ik heb net eenalgemene uitleg gegeven. Ik zie de risico’s die in dat artikel worden geduidook niet. Maar als u nog een weerlegging wilt van een specifiek punt uitdat artikel, dan hoor ik dat graag nog in detail. Dan kan ik dat meenemen.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):In het artikel wordt eigenlijk gesteld dat je volgens het strafrechtbeschuldigd kan worden van witwassen als je iemand bewust helpt. Daargaat het artikel over. In dit geval is het misdrijf waar het over gaat hetgeven of aannemen van geld of vermogen bij onrechtmatig verblijf. Onzevraag aan de Minister was: klopt de analyse die wordt gemaakt? Dit is eenbest gerenommeerd advocatenkantoor. Het gaat om iemand die hier veelverstand van heeft en die dit niet zomaar zegt. Zegt de Minister eigenlijk:alles wat er wordt beweerd, is niet waar; dat herken ik niet en is onzin?Minister Van Weel:Met alle respect voor dat advocatenkantoor: dat klopt niet. Zeker als jegeld geeft aan een vreemdeling, kan of zou het nooit mogen gaan omcrimineel verkregen geld. Dan kan er dus al nooit sprake zijn vanwitwassen. Het idee van witwassen is namelijk dat het gaat om crimineelgeld. Ik heb ook de andere kant toegelicht, maar die werd niet zo uitgelichtin het artikel. Ook het feit dat iemand zelf illegaal ergens verblijft, wil nogniet zeggen dat het geld waarover diegene beschikt ook afkomstig is uitcriminele organisaties. Wij vonden het een interessant artikel, maar wevonden het niet per se behulpzaam in de discussie zoals we die vandaaghebben. Mijn algemene beantwoording was erop gericht om te zeggenhoe het wel zat.De voorzitter:Een andere vraag van mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):In dit blokje ging de Minister ook uitgebreid in op hulpverlening en op detoegang tot hulp. Ik weet niet of dat in zijn latere beantwoording nogterugkomt, anders stel ik de vraag graag nu. De Minister geeft best welstellig aan dat de toegang niet wordt belemmerd, maar we weten al dat erbij ongedocumenteerden een grotere barrière is om hulp te vragen of omnaar andere instanties te stappen. Waar baseert de Minister het op dat ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1882 voorstel niet leidt tot een nog grotere barrière? Want dat is wel iets watwij terughoren van ongeveer alle instanties die hiermee te maken hebbenof die hier ook maar enig verstand van hebben.Minister Van Weel:Ik voel mezelf er verantwoordelijk voor, en daar zijn wij allen zelf ookverantwoordelijk voor, om ervoor te zorgen dat we die barrière niet grotermaken. Artikel 10 van de Vreemdelingenwet – het is al eerder aangehaald– zegt dat het recht op zorg en onderwijs in alle gevallen bestaat, of er nusprake is van illegaal verblijf of anderszins. Dat verandert ook dezetoevoeging van dit artikel niet. In algemene zin snap ik de terughou-dendheid van ongedocumenteerden wel. Daarom vind ik het fenomeen«ongedocumenteerden» ook onwenselijk als maatschappij, omdat je tocheen kwetsbare groep mensen in je maatschappij creëert, die niet dezelfderechten hebben als burgers die hier wel mogen blijven. Daarmee zijn zeper definitie kwetsbaarder en zullen ze een neiging hebben om zich teonttrekken aan het gezag. Deze strafbaarstelling verandert in ieder gevaljuridisch gezien helemaal niks aan de werkelijkheid, maar ook in deperceptie moeten we naar deze groep duidelijk maken dat deze strafbaar-stelling niets verandert aan de toegang zoals die nu bestaat en dat hettoegang zoeken tot zorg ook niet leidt tot gevangenisstraf of zo. Dat zijn deshortcuts die vaak wel worden genomen. Ik zie dit echt als een tool in detoolbox voor die mensen die uiteindelijk niet wensen mee te werken aanhun vertrek en die tegen de overheid aan lopen. Hopelijk is deze strafbaar-stelling een extra impuls om hen weg te krijgen.De voorzitter:Mevrouw Westerveld heeft een vervolgvraag.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik heb het niet over het recht verlenen, want hulpverleners en artsen doendat. Niemand die dit beroep doet, namelijk het geven van hulp of zorg,zou mensen het recht daarop willen ontzeggen, hoewel daar nu weltwijfels over bestaan, zo horen wij van organisaties. Maar ik wilde juist deandere kant benadrukken. De drempel is nu al hoog. We weten dat dedrempel voor het zelf vragen om toegang tot hulp en zorg, voor mensendie ongedocumenteerd zijn of om welke reden dan ook in een kwetsbarepositie zitten al een heel stuk hoger is. Dat heeft allerlei redenen. Er zijnheel veel rapporten verschenen waaruit dat allemaal blijkt. We weten datmensen die wij goed weten te vinden makkelijker om zorg vragen. Daar zit’m ook een groot deel van het dilemma in. Waar baseert de Minister hetop dat de drempel om te vragen om hulp als dat nodig is, niet hoger zalworden en dat het wel mee zal vallen? Alle organisaties die hulp en zorggeven die wij spreken, zijn allemaal bang dat de drempel wel verhoogdwordt. We weten al dat er een drempel is. De Minister doet net alsof ditprobleem niet groter wordt, maar waar baseert hij dat op?Minister Van Weel:Dat baseer ik op het opsporings- en vervolgingsbeleid dat nu al door hetOM en diensten als de politie, de AVIM en de KMar wordt gevolgd,namelijk dat er niet op grote schaal achter ongedocumenteerden wordtaangegaan. Ook met de strafbaarstelling van illegaliteit gaat dat nietgebeuren. Die verandering zit daar niet. Op dit moment kan het ook al. Ophet moment dat je ergens tegen het gezag aan loopt en je bent ongedocu-menteerd, dan ga je in principe het vreemdelingenrechtelijke traject in. Debedoeling is dan dat je overgedragen wordt aan de AVIM en dat ergewerkt wordt aan vertrek of aan een verblijfsvergunning. Het kannamelijk ook zo zijn dat mensen inmiddels na zo veel jaar aanwezigheidhier recht op gezinsleven hebben en wel kunnen blijven. Dat is ook oké,maar dan zijn ze legaal. Ons doel zou moeten zijn om ongedocumen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1883 teerden hier niet eindeloos ongedocumenteerd te laten zijn. Dat is nietgoed voor de samenleving en ook niet goed voor die mensen zelf. Dat iswat ik net betoogde. Het feit dat mensen zich niet even vrij voelen als u enik om hier in Nederland rond te lopen, is dus ook een noodzakelijkvoortvloeisel uit het feit dat wij willen uitstralen dat je weg moet als je hierniet mag blijven. Dat moeten we ook willen.Dan is de vraag: voegt de toevoeging van de strafbaarstelling vanillegaliteit daar wat aan toe? Als u het mij vraagt, voegt het iets toe aan deafschrikkende werking. Ik hoop dat mensen die denken dat ze zo’n levenzouden moeten ambiëren, dat niet in Nederland gaan doen, omdat ik diegroep gewoon zo klein mogelijk wil houden. Maar over de groep die er zit,zeg ik dat dit niet gaat leiden tot grootschalige klopjachten op mensen dieongedocumenteerd zijn. Dat zou namelijk nu al kunnen en dat doen we nuook niet. Als we nu tegen ongedocumenteerden aan lopen, dan zorgen wedat dat vreemdelingenrechtelijk wordt opgepakt en in sommige gevallenkan dat nu strafrechtelijk worden op het moment dat iemand zijn heleterugkeerprocedure heeft doorlopen maar alsnog niet wenst mee tewerken aan vertrek.De voorzitter:Mevrouw Westerveld, ik wil eigenlijk naar de uitvoerbaarheid. Het ligtnamelijk wellicht een beetje in elkaars verlengde.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik snap dat de voorzitter door wil. Het doel van de wet is om nog strengerop te treden en ervoor te zorgen dat mensen die hier niet rechtmatigmogen zijn uiteindelijk worden teruggestuurd. Dat zegt de Minister dehele tijd. De zorg is dat mensen die hier zijn en bijvoorbeeld wordenuitgebuit of een infectieziekte hebben, door deze wet een nog hogeredrempel voelen om dat te melden, met potentieel grote gevolgen voor desamenleving, bijvoorbeeld omdat iemand een infectieziekte heeft. Danzegt de Minister: nee, ik denk niet dat dit voorstel de drempel voor diegroep gaat verhogen. Dat snap ik niet, want dat wordt nergens verdertoegelicht. De Minister hoopt het en denkt het, maar waar baseert hij hetop dat die drempel niet nog hoger wordt?Minister Van Weel:Dit amendement is niet bedoeld om grootschalig mensen aan te pakken.Deze wet is bedoeld om door middel van de afpelling die ik net hebgeschetst, uiteindelijk een extra tool in de gereedschapskist te hebbenvoor de groep die niet wil meewerken aan zijn vertrek, wat hopelijk leidttot nog meer vertrek. Dat staat los van de vraag hoe wij omgaan met hetop zoek gaan naar ongedocumenteerden in onze maatschappij. Het mogeduidelijk zijn dat dit wetsvoorstel daar an sich niets aan verandert. Het isniet zo dat het «free in, free out» -principe van de politie ineens niet meergeldt nu illegaliteit strafbaar is. Dat bestaat nog steeds. Het betekent ookniet dat er opeens geen verblijfsmogelijkheden meer bestaan voormensen die uitgebuit worden of slachtoffer zijn van mensenhandel. Diebestaan wel. Het is een beetje zoeken hoe je mensen die zich vanwegehun status schuw zullen houden en weg zullen blijven van gezag, wel kuntstimuleren om in dit soort gevallen de zorg te zoeken die ze moetenvinden. Dat hebben we gevat in artikel 10 van de Vreemdelingenwet. Daarverandert niks aan. Ik geef hier wel aan dat ik me met alle mist die isontstaan, waar we het vandaag zo veel over hebben, kan voorstellen datdie indruk is ontstaan en dat die angsten zijn gaan leven, zowel bijhulpverleners als bij ongedocumenteerden. Maar dat is niet sec wat ditwetsvoorstel beoogt te doen. De inkadering, maar ook de voorlichting diewe zullen moeten geven, zorgen hopelijk niet voor een nog hogeredrempel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1884 Mevrouw Teunissen (PvdD):We zijn nog bij het blokje hulp bieden aan ongedocumenteerden. Ik hebnog één vraag over de kwalificatie «uitsluitingsgrond» , die ook al isgesteld in de eerste termijn. De Minister zegt steeds: hulp aan ongedocu-menteerden is niet strafbaar. Daarbij baseert hij zich op artikel 108a van deVreemdelingenwet. Maar hier wordt het onder het strafrecht gebracht. Netals de illegaliteit zelf breng je ook de hulp onder het strafrecht. Is het nietzo dat er dan ook allerlei andere bepalingen in werking treden, bijvoor-beeld artikel 140 Strafrecht, waarin staat dat deelname aan crimineleorganisaties strafbaar is, of artikel 131 Strafrecht, of artikel 197a Straf-recht? Treden al die bepalingen dan niet ook in werking?Minister Van Weel:Nee, dat zijn zelfstandige bepalingen die in werking treden als daar sprakevan is. Dat valt in dezelfde categorie als wat ik net zei. Mensensmokkelblijft strafbaar. Het najagen van winst op mensen zonder verblijfs-vergunning blijft strafbaar. Er zijn allerlei dingen die strafbaar zijn, maarwe hebben hiermee proberen te voorkomen dat door het strafbaar stellenvan illegaliteit, dus het verblijf van iemand, daarmee automatisch artikel47 en 48 van het Wetboek van Strafrecht worden getriggerd, die door elkmisdrijf worden getriggerd. Dan gaat het over medeplegen, medeplich-tigheid en uitlokking. Dat hebben we samengevat als alle vormen vandeelneming aan het misdrijf, alles wat daarmee samenhangt. Dat is metdeze novelle allemaal uitgesloten, dus ook de artikelen die u noemt.De voorzitter:Ik wil naar het volgende blokje, over de uitvoerbaarheid.Minister Van Weel:Excuus, voorzitter. Ik zal ook hier proberen er zo snel mogelijk doorheen tegaan.Hoeveel onrechtmatig verblijvende vreemdelingen zijn er in Nederland?Dat is moeilijk te zeggen. Daar zijn onderzoeken naar gedaan. Een aantalvan u noemde dat. Het zit tussen de 23.000 en 58.000. Er komt dit jaarweer een nieuw onderzoek uit. Hopelijk geeft ons dat een betere indicatievan de aantallen waarover we het hebben. Nogmaals, het doel van ditamendement is niet om al die illegale vreemdelingen op te gaan jagen.Dat is niet waar dit amendement toe strekt.Hoeveel extra capaciteit wordt er verwacht bij de rechtspraak? Omdezelfde reden is ook die capaciteit beperkt. Daarom gaan we uit van eenmaximum van ongeveer 300 rechtszaken per jaar. Dat zijn dus de zakenwaarin je geen vreemdelingenrechtelijke mogelijkheden ziet, maar wel dewens hebt om iemand van de straat te halen dan wel te vervolgen. Dankom je uit op ongeveer € 320.000 per jaar. Ik denk dat de capaciteit in deketen veel belangrijker is dan die aantallen, maar die zien we dus alsbeperkt.Wat is de impact op een organisatie als Veilig Thuis, op de jeugdzorg ofop scholen? Strafbaarstelling doet geen afbreuk aan de toegang vanmensen tot elementaire voorzieningen. Dat hebben we net uitgebreidbesproken. Daarom heeft dit ook geen direct effect op de capaciteit vandeze organisaties.Mevrouw Rajkowski vroeg in algemene zin hoe we met deze organisatiesomgaan na de invoering, na de implementatie hiervan. Dat vind ik eenhele belangrijke. Ik heb al rond de tafel gezeten met die organisaties.Sowieso werden zij natuurlijk ook door het initiële amendement verrast:wat zijn hier de potentiële gevolgen van? Ik denk dat die initiële beeldenook daarvandaan kwamen: hoe gaan we dit doen, hoe past dit binnen decapaciteit? Na alle adviezen van de Raad van State hebben wij dit juridischgezien teruggebracht tot waar het eigenlijk om gaat. Ik denk dan ook dater nu een behapbaar uitvoerbaarheidsvraagstuk ligt. Daarbij wordt hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1885 heel belangrijk om samen te gaan zitten met de politie en demarechaussee, met de AVIM en met het OM en de rechtspraak om na tegaan hoe we de uitvoeringseffecten hiervan in kaart brengen.De heer Ceder vroeg naar gegevensdeling met COA’s. Als een overlast-gever in een gemeente ergens iets uithaalt, dan wordt daar geen meldingvan gedaan. In het Besluit politiegegevens ligt de grondslag om politiege-gevens aan het COA te verstrekken ten behoeve van de taak vanalgemeen belang die het COA vervult. Voor handhaving is een goedesamenwerking tussen de ketenpartners van de vreemdelingenketen, depolitie en de lokale driehoek essentieel. Het kabinet zet in op eenlandelijke aanpak met gemeenten en betrokken organisaties, waarbij peroverlastgever gekeken wordt welke interventie nodig is. Dat wordt «depersoonsgerichte aanpak» genoemd. Dit ondervangt ook de problematiekvan de vreemdeling die in verschillende gemeenten overlast veroorzaakt,want dan kijk je naar de persoon. Natuurlijk is daarbij ook aandacht nodigvoor gegevensdeling en alle barrières die daar mogelijk bij optreden.«Free in, free out» heb ik al genoemd.Komt de DTenV nog wel toe aan zijn eigenlijke taak? Jaarlijks worden doorde DTenV ongeveer 3.500 vreemdelingen in bewaring gesteld. Hierhebben we het dus over 100 tot 300 casussen. Nogmaals, we moeten eenen ander nog met de uitvoeringsorganisaties uitkristalliseren, maar ik ziehet als volgt voor mij. De politie of de marechaussee loopt tegen iemandaan. Dan wordt contact opgenomen met de AVIM. Dat gebeurt nu ook al.Dan wordt bekeken of over die persoon iets bekend is en dan vindt eenoverdracht plaats. Komt de AVIM er dan nog achter dat het gaat omiemand die de hele terugkeerprocedure heeft doorlopen en ziet de AVIMgeen mogelijkheid voor een bestuursrechtelijke of vreemdelingenrechte-lijke actie, dan is de vraag of je daarop meteen overgaat tot het doen vanaangifte en vervolg op basis van artikel 108a. En wie doet dat dan? Is datdan de politie of de marechaussee die degene heeft aangehouden, ofgebeurt dit dan na de overdracht aan de AVIM? En kan de AVIM dat dandoen op basis van zijn taak? Dit klinkt heel technisch en praktisch, en datis het ook, maar dat is wel van belang om er uiteindelijk voor te zorgendat de extra druk die dit op de DTenV legt, zo klein mogelijk is en dat ookde DTenV dit gaat zien als een extra tool in de gereedschapskist en niet alsiets wat alleen maar extra overlast en werklast veroorzaakt.Wanneer wordt het vervolgingsbeleid opgesteld? Kunnen wij dat naar deKamer sturen? Ja, dat doet het OM gedurende het implementatietraject.Het gaat daar zelf over, net als over de exacte datum waarop het OM datgereed heeft. Uiteindelijk zal ik ervoor zorgen dat het, als het gereed is,naar uw Kamer wordt toegestuurd.De heer Boomsma vroeg naar de drie scenario’s uit de uitvoeringstoetsvan september: welk scenario is de inzet van de regering? Uit dejurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU volgt dat de terugkeer-procedure niet mag worden verhinderd of vertraagd. Zolang die nogloopt, kan dus geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf worden opgelegd.Daarom kiezen wij voor de eerste optie uit de uitvoeringstoets. We komendus uit op de aantallen die u heeft gezien: 100 tot 300 zaken op jaarbasis.De heren Boomsma, Van Dijk en Van den Brink vroegen op verschillendemanieren naar een communicatiecampagne, een strategie om duidelijk temaken, met name aan zorgverleners en hulpverleners maar ook indirectaan ongedocumenteerden zelf, voor wie deze maatregel geldt, voor wieniet en wat de gevolgen hiervan zijn. Ik wil dat graag toezeggen. Ik denkdat dat een van de kernpunten van het debat van vandaag is: hoe creërenwe helderheid, hoe voorkomen we angstbeelden en hoe zorgen we ervoordat we rust geven aan de hulpverlenersgemeenschap en ook aanongedocumenteerden over wat we hiermee beogen, maar ook over watdit níét behelst? Ik denk dat dat heel belangrijk is. Dat is in ieder gevalmijn grote afdronk van vandaag. Dat zeg ik dus graag toe.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1886 Er werd door de heer Van den Brink nog gevraagd naar het burgerarrest.Ja, iedereen is bevoegd om iemand aan te houden die hij op heterdaadbetrapt op het plegen van een strafbaar feit, maar dan moet je wel eenredelijk vermoeden hebben dat er sprake is van een strafbaar feit. Het isvrijwel onmogelijk voor een burger om door het zien van een persoon tebepalen dat het iemand is die het terugkeerproces heeft doorlopen, zijnvertrek effectief frustreert et cetera, et cetera, dus aan alle voorwaardenvoldoet die we stellen aan de toepassing van artikel 108. Dus in dit gevalzie ik niet hoe een burgerarrest hier van toepassing zou kunnen zijn. Alsdat wel aan de orde zou zijn, in een uitzonderlijke situatie, dan moet hetaltijd proportioneel zijn en dan moet iemand zo snel mogelijk aan depolitie worden overgedragen. Dat zou hopelijk zo snel mogelijk totopheldering leiden. Maar nogmaals: ik voorzie dat dus niet naaraanleiding van dit verdrag, juist omdat het niet echt op heterdaad kan.Het gesprek met DTenV heb ik u net toegezegd; dat voer ik graag.Dan had ik nog twee vragen uit de vorige ronde, die ik meenam hierheen.Mevrouw Van der Plas vroeg: op basis van welk wetsartikel handelen deopsporingsdiensten als ze iemand aantreffen zonder verblijfsrecht? Is datartikel 108a of artikel 50 van de Vreemdelingenwet of een combinatie? Dathangt dus echt af van de omstandigheden van het geval. Een staande-houding op grond van artikel 108a is alleen aan de orde als het eenillegaal verblijvende vreemdeling betreft die wel kan terugkeren maar datniet wil en zijn vertrek actief en effectief frustreert. Dan wordt de strafbaar-stelling, zoals ik al zei, als ultimum remedium ingezet. Met artikel 50 vande Vreemdelingenwet worden aan de met het toezicht belaste ambtenarenbevoegdheden verleend tot staandehouding, overbrenging en verlengingvan ophouding voor verhoor. Dit gaat altijd vooraf aan vreemdelingenbe-waring. Dit hangt samen met die initiële triage: je komt iemand tegen endan gaat de politie samen met de vreemdelingenpolitie afwegen waarmeeze te maken hebben en wat de beste weg is.Mevrouw Westerveld vroeg nog: is het nou effectief terugkeerbeleid als jemensen die hier niet mogen blijven, vastzet in de cel? Een gevangenisstrafkan worden opgeheven als terugkeer mogelijk blijkt. Dat is een van diedingen waarvan ik hoop dat ze gaan gebeuren. Ik bedoel dus dat als ditwordt ingezet, mensen dan kiezen voor vrijwillige terugkeer. Daarbij hoopik dus dat het inderdaad het effect heeft dat wij minder mensen hebbendie de terugkeer frustreren. De Minister van Justitie heeft de bevoegdheidom de straf op elk moment te onderbreken. Dat gesprek ga ik natuurlijkgraag met hem aan, om te zorgen dat dat ook hier van toepassing zal zijn.Zorgen we ervoor dat het terugkeerproces nooit opgehouden wordt,aangezien de DTenV inzet op terugkeer? Absoluut. Ook daar wil ik heelgraag waarborgen inbouwen. Die moeten ervoor zorgen dat op hetmoment dat de DTenV gedurende dat 108a-spoor toch mogelijkheden zietom over te gaan op een vreemdelingrechtelijk spoor, dat ook gebeurt. Deinzet moet altijd gericht zijn op terugkeer en dit moet te verkiezen zijnboven een strafrechtelijk traject.Dan heb ik nog een paar puntjes over. Zal ik die meteen doornemen,voorzitter? Wat doen we om de terugkeer naar het belangrijkstherkomstland te bevorderen? Wat doen we bijvoorbeeld aan samen-werking met Marokko? Dat was een vraag van de heer Ceder. Ik heb deMarokkaanse collega op bezoek gehad twee weken geleden. Migratie-samenwerking is een van de belangrijkste onderwerpen die we daar aande orde hadden. Overigens zien we op dit moment dat die samenwerkingmet Marokko goed verloopt. Maar we zien ook doorbraken met anderelanden. Dat hangt er ook mee samen dat we nu als EU de visumliberali-satie veel meer zien als een instrument om in te zetten als beloning voorhet wel meewerken aan het terugnemen van uitgeprocedeerde landge-noten. Dus die partnerschappen zijn heel erg belangrijk. De vraag is altijd:moet je dat nou in Europees verband doen of bilateraal? Het is natuurlijkte verkiezen om dat in Europees verband te doen, maar als we heel goedeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1887 bilaterale relaties hebben met landen, dan kunnen we er ook weleens voorkiezen om te denken: we doen het liever bilateraal.Dan is er een vraag van mevrouw Westerveld over de «go and see»-motie. Ons standpunt is inderdaad bekend: wij zijn er geen voorstandervan; wij willen dat mensen de keuze maken om ofwel te gaan, ofwel niette gaan. Als ze gaan, helpen we ze graag met het opbouwen van eennieuw leven. Vandaar dat we de regelingen hebben lopen zoals we ze nuhebben lopen, met een verhoogde financiële regeling voor Syriërs toteind januari. Ik hoop u snel daarna te kunnen meedelen wat dat heeftopgeleverd.Nog één vraag van de heer Boomsma dan, over Eurodac. Op het momentdat strafvervolging aan de orde is, zal het terugkeerproces al zijndoorlopen en zal ook een eventuele Dublincheck al zijn gedaan. Hetraadplegen van Eurodac is dan dus niet meer nodig, omdat al duidelijk iswie het feit heeft gepleegd, namelijk de vreemdeling die bij de politie zit.Eurodac gebruiken we overigens alleen bij hoge uitzondering ommogelijke verdachten te identificeren, bij heel ernstige en dringendesituaties. In de doorontwikkeling van het «Entry/Exit» -systeem zit een veelbredere deling, zo is ook bijvoorbeeld een deling van biometriegegevensvan vreemdelingen voorzien. Dat dus als onderdeel van het Migratiepact,waar we nog uitgebreid over komen te spreken.Tot zover.De voorzitter:Dank. Dit was de beantwoording van de Minister in zijn eerste termijn. Ikzou willen voorstellen om gelijk te vervolgen met de tweede termijn vande zijde van de Kamer. Begrijp ik dat mevrouw Westerveld zegt dat er nogvragen van haar onbeantwoord zijn? Kan zij die vragen herhalen ofaanstippen?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):We hebben in ieder geval nog vragen gesteld over het cellentekort. Het isnamelijk een probleem dat we te weinig cellen hebben, terwijl je er metdit voorstel van uitgaat dat er een grotere capaciteit nodig is. Ik heb ooknog een aantal vragen gesteld over het beleid van het OM; ik pak ze ereven bij. Hoe wordt bepaald dat het waarschijnlijk om 100 tot 300vervolgingen gaat? Volgens ons gaat het OM daarover. De Minister zegtover het beleid van het OM: als het af is, stuur ik het naar de Kamer. Maarwij vroegen natuurlijk of dat niet eerder al zou moeten, liefst nog voor destemmingen. Ik kan het antwoord van de Minister, denk ik, wel raden.Maar we hebben daar nog de vraag bij gesteld hoe de Minister zaken ophet punt van het vervolgingsbeleid kan garanderen, iets waar het OMnatuurlijk over gaat. Net als onder andere D66 hebben ook wij vragengesteld over de Kinderrechtentoets. In zijn inleiding ging de Ministerdaarop in en zei hij dat kinderrechten in elke stap van het rechtsprocesworden getoetst. Maar de vraag die wij stelden, ging juist over deKinderrechtentoets die is ontwikkeld om beleid en wetgeving af testemmen op kinderrechten. Dat is hier niet gebeurd. Misschien kan deMinister in ieder geval erkennen dat dat niet is gebeurd.De voorzitter:Ik kijk even naar de leden om te zien of er ook bij anderen nog vragen zijnblijven liggen. Dat is niet het geval. Dan gaat het dus nu om vragen overde cellen en de Kinderrechtentoets. De Minister.Minister Van Weel:Dank daarvoor, voorzitter. We weten natuurlijk allemaal dat we eenprobleem hebben met capaciteit bij de DJI. Ik heb zelf 45 van de 90vreemdelingenhechteniscellen onlangs ter beschikking gesteld aan mijncollega de Staatssecretaris van JenV om daar een deel van de nood meeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1888 te lenigen. Eén. Het zal niet gaan om grote aantallen per jaar die vastkomen te zitten. Dat is vooropgesteld. Twee. Ik denk dat de oplossing voorhet cellentekort vraagt om een brede inspanning die er wat mij betreft niettoe mag leiden dat zolang we er nog geen sluitende oplossing voorhebben, we geen nieuwe wetgeving meer kunnen aannemen die mogelijkkan leiden tot een extra beslag op de cellencapaciteit. Ik zie dat echt alstwee verschillende zaken. Ja, de cellencapaciteit moet worden verhoogd,maar tegelijkertijd moet als in ons wetgevingsproces Kamer en regeringvinden dat we zaken strafbaar moeten stellen, dat natuurlijk ookgebeuren. Ik denk niet dat deze wetgeving nu een zwaar beslag legt. Ikontken tegelijkertijd niet dat we op dit moment in Nederland in algemenezin gewoon een tekort aan cellen hebben.Dan het OM en het vervolgingsbeleid. Dat aantal van 100 tot 300 komt uithet rechtens afpellen van de vraag welke doelgroep hiervoor inaanmerking komt. Het wordt niet betwist dat je dan uitkomt op ongeveerdeze aantallen. Het OM gaat op basis daarvan zijn vervolgingsbeleidnatuurlijk inrichten en neemt daarbij al datgene mee wat wij in dewettekst en in de memorie van toelichting zetten, maar ook wat wij hierwisselen. Dat is dus hun input. Daarna wordt het een black box, of in iedergeval mogen wij als politiek er dan niet meer aan zitten. Dan is het in hetkader van de trias politica aan het OM om zelfstandig dat vervolgings-beleid op te stellen. Dat gaan ze niet voor de stemming van donderdagdoen – dat antwoord had u wellicht vermoed – maar zodra het er is, ga ikhet aan uw Kamer doen toekomen.Er was een vraag over de Kinderrechtentoets. De toets aan kinderrechtenzit bij ons in de wetgeving. Dus in het wetgevingsproces wordt daarrekening mee gehouden. Dat is ook in dit geval gebeurd. De specifiekeKinderrechtentoets van de Ombudsman, die eigenlijk ziet op wetgevingdie daadwerkelijk toegespitst is op kinderen of daar grote impact op heeft,hebben we hier inderdaad niet gebruikt.De voorzitter:Daarmee wil ik de tweede termijn van de zijde van de Kamer starten. Dit iseen wetgevingsoverleg – dat weten jullie natuurlijk allen – waardoor hetmogelijk is om nu hier moties in te dienen in de tweede termijn. MeneerCeder, ik geef u het woord voor uw bijdrage in de tweede termijn.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Dank ook aan de Minister voor de beantwoording.Ik zei aan het begin van mijn termijn dat voor mij drie vragen belangrijkwaren. Doet de novelle wat die zegt te doen? Doet de strafbaarstelling vanillegaliteit wat die zegt te doen? Doet ons terugkeerbeleid wat het zegt tedoen?Ten aanzien van de novelle heb ik de stelligheid van de Minister gehoorddat hulp niet strafbaar wordt gesteld. Ik heb daarbij wel de nuancegevraagd of er sprake kan zijn van vervolging. Dat is ook een zwareinbreuk, omdat je dan in een procedure zit. De Minister geeft aan dat datniet het geval is. Ik krijg signalen dat dat wel het geval is. Ik zal evenhernemen wat ik daarvan moet vinden en bekijken hoe het precies zit. Ikheb goed geluisterd naar de Minister; tegelijkertijd leven er bij juristennog steeds grote zorgen. Ik ga gewoon even hernemen hoe dat zich totelkaar verhoudt.Daarnaast heb ik ten aanzien van de strafbaarstelling van illegaliteitgevraagd of deze wet wel degelijk iets toevoegt. Ik heb ook gevraagd of ernog verschil zit tussen deze wet en de ongewenstverklaring, waarvoor dedrempel een paar maanden geleden verlaagd is. Ik heb herhaaldelijkgevraagd – dat was uitlokking, niet strafbaar binnen deze commissiezaal –om met concrete voorbeelden te komen. Ik merk dat de Minister daar tochverlegen om zit. De crux van dit wetsvoorstel is voor mij wel of hetüberhaupt iets toevoegt, ook omdat de wettekst zo ruim is geformuleerdTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1889 dat op het moment dat er in Europa iets verandert, een nog veel groteregroep verrast zou kunnen worden door de reikwijdte van die tekst danbijvoorbeeld de ChristenUnie wil, maar ook het CDA, dat juist heel erg opdie reikwijdte zit. Dus ook daar ga ik nog even goed naar kijken.Voorzitter. Ten aanzien van het terugkeerbeleid denk ik dat het beter moet.Er zijn een paar duizend mensen vertrokken, maar voor een effectiefmigratiebeleid zal dat toch meer moeten zijn. Daarom zou ik het volgendewillen vragen. In een van de laatste antwoorden gaf de Minister aan dat ergoed contact is met Marokko. Dat vind ik fijn, maar we weten ook dat hetbij landen als Algerije, Tunesië, Libië en nog meer misschien wel beterkan. Ik zou graag een toezegging willen vragen aan de Minister. Is hijbereid om in ieder geval te kijken welke maatregelen dan wel voorstellen– dat kan ook in positieve zin – naar de Kamer gestuurd kunnen wordenom in ieder geval voor komend jaar wat meer stappen te zetten tenaanzien van de mensen die niet terug kunnen omdat het land vanherkomst hen niet terugneemt? Dat hoeft niet binnen een week – daar kande Minister de tijd voor nemen – maar daar zou ik graag een toezeggingop willen vragen.Ik wil ook vragen of de Minister bereid is om toe te zeggen dat ten aanzienvan de terugkeerhubs, waarvan ik weet dat de ontwikkeling nog in debeginfase zit, gekeken wordt of je een soort voorrang zou kunnen gevenaan juist die overlastgevers, die vaak ook specifieke transculturelepsychosociale zorg nodig hebben. Mochten die hubs ontwikkeld worden,uiteraard binnen de kaders van de mensenrechten, kan hij dan toezeggenom te kijken of je daar met prioritering kan werken en juist daar misschienook met specialistische zorg zou kunnen werken? Die capaciteit hebbenwe hier niet – de ggz-wachtlijst zit heel vol – maar misschien zou je datjuist met andere landen mede kunnen ontwikkelen.Voorzitter. Tot slot heb ik nog een paar moties. Ik zal snel zijn.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de motie-Ceder (19 637, nr. 3488) is aangenomen;overwegende dat de huidige wet niet in de weg zou moeten staan van deontwikkeling van talentvolle jongeren met of zonder een asielverleden dieeen bijdrage kunnen leveren aan de samenleving, bijvoorbeeld viaUWV-krapteberoepen, en de motie-Van der Plas (29 861, nr. 102) hier aleerder aandacht voor vroeg;verzoekt de regering niet aan de uitvoering van de genoemde motie-Cederen de daaruit volgende beleidsontwikkeling te tornen door het mogelijkaannemen van het asielnoodmaatregelenpakket en de beleidsontwik-keling op basis van de motie voortvarend voort te zetten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.Zij krijgt nr. 9 (36 855).De heer Ceder (ChristenUnie):MotieDe Kamer,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1890 gehoord de beraadslaging,overwegende dat onder andere gemeenten en het COA aangeven dat hetdelen van gegevens van overlastgevende asielzoekers niet altijd gebeurt,doordat organisaties de AVG als te beperkend ervaren om dit te doen;overwegende dat gegevensuitwisseling in het kader van veiligheid,handhaving en met onderlinge toestemming gerechtvaardigd is;verzoekt de regering binnen vier maanden te realiseren dat alleCOA-afdelingen, politie, gemeenten en andere relevante partijengegevens kunnen delen met elkaar als het gaat om overlastgevendeasielzoekers,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.Zij krijgt nr. 10 (36 855).De heer Ceder (ChristenUnie):MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland benoemt datde politie een aantal terrorismeverdachten in beeld heeft met eenSyrische achtergrond, van wie het Nederlanderschap is ingetrokken, zijnog niet zijn vertrokken uit Nederland, onrechtmatig in Nederlandverblijven en moeilijk in zicht zijn te houden voor de autoriteiten;overwegende dat deze terrorismeverdachten een veel grotere en reëleredreiging vormen voor de Nederlandse samenleving dan ongedocumen-teerden in het algemeen;verzoekt de regering prioriteit te geven aan het opsporen en uitzetten vandeze terrorismeverdachten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.Zij krijgt nr. 11 (36 855).De heer Ceder (ChristenUnie):Tot slot.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat momenteel twee opvanglocaties, namelijk Ter Apel enBudel, over een verscherpttoezichtlocatie (vtl) beschikken, waar asiel-zoekers met gedragsproblemen of overlast worden geplaatst;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1891 overwegende dat dit verscherpte toezicht helpt om de overlast te latenafnemen;verzoekt de regering een landelijk dekkend netwerk van vtl’s op opvanglo-caties in te richten, zodat overlastgevende asielzoekers adequaat kunnenworden aangepakt,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.Zij krijgt nr. 12 (36 855).De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Ik kijk uit naar de beantwoording.De voorzitter:Dank aan de heer Ceder. We gaan luisteren naar de bijdrage in tweedetermijn van mevrouw Rajkowski.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dank, voorzitter. Ik vind die laatste motie over de vtl’s zeer interessant.Voor ons is het probleem dat ze dan alsnog naar buiten kunnen, maar wezullen met interesse naar de motie kijken.Voorzitter. Deze novelle zorgt ervoor dat hulpverlening niet strafbaar is. Ikherhaal hier nog maar een keer: de kop soep, medische zorg, opvang doorkerken en het Leger des Heils blijven allemaal mogelijk. De novelle trekteen duidelijke lijn: alleen de pleger is strafbaar en niet degene die hulpverleent. We zijn er erg tevreden over dat de Minister deze duidelijkheidheeft kunnen bieden.Ook dank voor het feit dat de uitvoering goed wordt meegenomen bij deevaluatie. Daar hadden wij geen twijfel over, maar gezien de rondetafel ishet goed om dat hier nog even te bestendigen.Voorzitter. Het zal u niet verbazen dat de VVD voor deze novelle gaatstemmen.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Westerveld voor haar tweede termijn.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ik ben heel benieuwd of het nu voor heel veel hulporga-nisaties en anderen duidelijk is. Daarover zullen wij hen zeker nograadplegen.Ik ben in ieder geval op een aantal punten zeker niet gerustgesteld. Eén:de Minister kan geen enkel concreet voorbeeld geven op vragen van deheer Ceder en ons over waarom de huidige instrumenten onvoldoendezijn voor mensen die crimineel gedrag laten zien of overlast geven. Jehoopt dat er op z’n minst één concreet voorbeeld gegeven kan worden,als de Minister daar zo vaak over wordt gebeld. Maar dat hebben we nietgekregen, terwijl een wetsvoorstel wel om concrete onderbouwing vraagt.Ik hoorde ook geen erkenning van het feit dat in ieder geval de drempelvoor het vragen van hulp wel degelijk een stuk hoger kan worden. Ditvoorstel om mensen strafbaar te maken heeft wel degelijk een afschrik-wekkend effect, ook voor mensen die worden uitgebuit, voor vrouwen diezwanger zijn en medische hulp nodig hebben en voor iemand die eeninfectieziekte heeft. Ik ben bang dat het voorstel weinig doet, maar dat degevolgen ervan wel heel groot zijn voor de samenleving. Daarwaarschuwen nog veel meer mensen ons voor. Dat geldt ook voor deuitvoeringsinstanties, de VNG en de politie. Zij geven aan dat dit er bestweleens toe zou kunnen leiden dat nog veel meer mensen de criminaliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1892 in duiken. Ik hoop dat de Minister dat in ieder geval erkent. Ik zou hem,maar misschien ook een meerderheid van de Kamer, erop willen wijzendat je er ook voor kunt kiezen om in te zetten op dingen die wel werken,op positieve prikkels, op er juist voor zorgen dat de uitvoeringsorgani-saties ontlast worden zodat ze hun werk goed kunnen doen, op kortereprocedures. Dat zijn allemaal maatregelen die wel werken. Ik vind hetjammer dat daar niet voor wordt gekozen.De voorzitter:Dank, mevrouw Westerveld. De heer Paternotte heeft het woord voor zijntweede termijn.De heer Paternotte (D66):Dank, voorzitter. Ik maak graag even de balans op. Ik zit nu namelijk ruimacht jaar in deze Kamer en ik heb eigenlijk nog nooit een bewindspersoonmeegemaakt die zo onverstoorbaar, stoïcijns en overtuigd over eenwetsvoorstel kan verklaren als deze Minister. Ik snap dus wel dat zijn partijhem op meerdere departementen inzet. Ik vind het des te opvallender enknapper aangezien hij eigenlijk zelf voor de zomer nog over hetzelfdeamendement, dat we nu in feite aan het repareren zijn, zei: doe het niet.Soms heb je bij een voorstel dat er voorstanders en tegenstanders zijn dieons belobbyen en mails sturen, maar nu komt eigenlijk vanuit alle hoekende boodschap: doe dit niet. Daarom vind ik het des te knapper. De heleuitvoeringsketen, de Raad van de State, de Raad voor de rechtspraak ende Nederlandse orde van advocaten plaatsen er kanttekeningen bij.Hulporganisaties uiten veel zorgen. Normaal gesproken zou je dan eenontzettend heftig en moeilijk debat verwachten, maar ik heb niet het ideedat de Minister een moeilijke middag heeft gehad.Voorzitter. Even een resumé. Er zijn zorgen vanuit hulporganisaties enadvocatenbureaus, die zeggen: je hebt hier wel degelijk nog steeds voorhulp ook iets in die sfeer. Daarvan zegt de Minister: dat is ruis. Nou, ikneem dat van hem aan, maar er is in ieder geval nog een stuk overtuigingte doen.Dan heb je de uitvoeringsketen. De politie, de Koninklijke Marechausseeen DTenV zeggen: dit levert ons echt veel meer werk op. DTenV zegt: hetgaat niet alleen om die 100 tot 300 zaken, maar ook om alle informatie-uitvragen die bij ons worden gedaan. Ik vraag me dan het volgende af. DeMinister zegt: ja, dat valt eigenlijk wel mee. Snappen zij, in zijn ogen, dandit wetsvoorstel niet goed genoeg? Wat snappen zij er dan precies nietaan? Dat vraag ik zowel met betrekking tot de politie, de KMar als deDienst Terugkeer en Vertrek.Dan kom je ook bij de vraag wat dan eigenlijk de reden is om diestrafbaarstelling van illegaliteit te willen. Ik hoor twee dingen in hetbetoog van de Minister. Een is de afschrikkende werking. Daarvan heeft deMinister zelf gezegd dat er misschien geen bewijs voor is, maar dat er ookgeen bewijs voor is dat er geen afschrikkende werking is. Dat is wel eendunne onderbouwing, zeker als je naar meerdere landen in Europa kuntkijken. Clingendael heeft daarnaar gekeken en zegt: wij zien die afschrik-kende werking niet. Het tweede is dat er toch burgemeesters zijn die ookdeze Minister – dat was misschien in eerdere hoedanigheid – bellen enzeggen: ik mis wel degelijk een titel om in sommige gevallen op te kunnentreden tegen raddraaiers. Maar ja, we hebben 342 gemeenten inNederland en bij ons heeft zich geen enkele van die burgemeestersgemeld om te zeggen: we zouden graag deze wet daadwerkelijk hebben.Sterker nog, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zegt: we denkendat deze wet leidt tot meer daklozen in de straten en ervoor zorgt dat ermeer mensen uit beeld verdwijnen, dus doe het daarom niet.Voorzitter. Daarom zou ik iets meer holistisch een vraag willen stellen. Ikheb de afgelopen tijd als nieuwe woordvoerder ook gemerkt dat deAsielnoodmaatregelenwet veel draagvlak heeft bij de uitvoeringsketen, bijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1893 het COA en bij de IND. Die zeggen: wij willen er graag mee aan de slag.Maar dit is een onderdeel van die wet waar ongelofelijk veel weerstandtegen is en waarover heel veel zorgen zijn bij precies diezelfde organi-saties en bij nog veel meer anderen in de samenleving. De Raad van Stateen de Raad voor de rechtspraak zeggen daarover: dit verdient een apartewetsbehandeling. Dus hiermee organiseert de Minister eigenlijk behoorlijkveel weerstand tegen die Asielnoodmaatregelenwet, ook in de EersteKamer. Is dat nou wel verstandig?Dan heb ik nog twee concrete vragen. Ik heb gevraagd naar de capaciteitvan de Dienst Justitiële Inrichtingen. Klopt het dat die tot 2030 niettoereikend zou zijn om mensen hiervoor in de cel te zetten? Hoe wordtdaarmee omgegaan?Voorzitter. Ik heb ook nog één motie. Uiteindelijk gaat dit natuurlijk ommeerderjarige vreemdelingen, maar die kunnen kinderen hebben en voordie kinderen kan dit gevolgen hebben die niet de bedoeling kunnen zijn.Dus daarom de volgende motie.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat hoewel de strafbaarstelling van onrechtmatig verblijfniet geldt voor minderjarigen, zij hier wel gevolgen van ondervinden,bijvoorbeeld wanneer ouders zich terugtrekken uit het openbare leven;overwegende dat dit kan leiden tot problemen in de ontwikkeling vankinderen;overwegende dat een adequate Kinderrechtentoets niet heeftplaatsgevonden;verzoekt het kabinet een Kinderrechtentoets uit te laten voeren;verzoekt het kabinet tevens om, indien de wet wordt aangenomen, artikel108a niet in werking te laten treden totdat deze Kinderrechtentoets isuitgevoerd,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte, Ceder en Westerveld.Zij krijgt nr. 13 (36 855).Dank aan de heer Paternotte. We gaan luisteren naar de bijdrage vanmevrouw Teunissen in tweede termijn.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dank u wel, voorzitter. Hartelijk dank voor de beantwoording. Eerst denovelle. De Minister zegt: alle hulp aan mensen zonder verblijfsrechtwordt niet strafbaar. We zijn benieuwd of dat inderdaad zo uitpakt. Ik vindhet op z’n minst wel opmerkelijk, nadat we zo ontzettend veel opmer-kingen hebben gekregen van experts, van juristen, maar goed naaraanleiding van het antwoord van de Minister gaan we dit bespreken metjuristen en organisaties.Dan is er nog steeds dat principiële punt. Het kan niet zo zijn dat dezorgplicht tegelijkertijd wordt beschouwd als het medeplegen van eenmisdrijf. Ik vind dat echt principieel onjuist. Daarom is mijn fractie ookzeker niet te spreken over deze novelle.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1894 In het kader van de strafbaarstelling van illegaliteit nog een punt over deongewenstverklaring. Ik heb nog steeds niet helder wat hierbovenopkomt. Die definitie is veel te breed. Het wordt veel te vaag wat ermeebedoeld wordt, welke groepen ermee bedoeld worden. Dat is eenvoorbode van heel veel ellende en vooral heel veel juridische procedures.Daarnaast ben ik ook totaal niet gerustgesteld over wat dit doet metzorgmijding. Daar is het al veel over gegaan. De Minister kan wat datbetreft ook geen overtuigend antwoord geven. Deze strafbaarstelling zorgtervoor dat mensen zich terugtrekken, dat ze in isolement raken en dat zegeen mondzorg of noodzakelijke medische zorg vragen. Op geen enkelemanier is mijn onrust daarover weggenomen of heeft de Minister mijgerustgesteld dat dat niet gaat gebeuren. Dit zijn toch echt grote puntendie overeind blijven.Voorzitter. Tot slot vraag ik me af, naar aanleiding van de doelmatigheiden de doeltreffendheid, welk probleem we nou eigenlijk willen oplossen.Door die zweem van misdrijf eromheen verhoog je namelijk de drempelvoor artsen om gewoon hun werk te kunnen doen. Tegelijkertijd is er ooknog een soort drempel of zweem van onrust, want wat gaat er nou preciesgebeuren met deze mensen? Die menswaardigheid heb ik totaal gemist. Ikdenk dat je mensen juist verder in een isolement drukt en dat je het artsenmoeilijker maakt. Je lost dus op geen enkele manier een probleem op; jecreëert juist meer problemen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. We gaan luisteren naar de heer Boomsma voor zijn tweedetermijn.De heer Boomsma (JA21):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording van onzevragen. Met de strafbaarstelling die door het amendement-Vondeling inde wet is opgenomen, krijgt de regering een extra instrument om op tetreden tegen een beperkte, maar heel hardnekkige groep die voor veelproblemen zorgt. Dat weet ik ook uit mijn tijd als gemeenteraadslid inAmsterdam. Het is een groep die niet kan worden uitgezet, maar die ookniet altijd ongewenst kan worden verklaard. Hiermee kun je daar dus weltegen optreden.De strafbaarstelling van illegaliteit heeft natuurlijk ook een langegeschiedenis. Ik herinner me dat Rutte II, inclusief de PvdA, in 2012 heeftingestemd met het strafbaar stellen van illegaliteit. Later ging dat danweer niet door. Laten we kijken of het nu eindelijk wel kan wordengerealiseerd.Het is ook heel goed dat nu klip-en-klaar is vastgesteld dat hulp verlenenniet strafbaar wordt en dat ook mensen zonder recht op verblijf nogsteeds hulp kunnen zoeken bij artsen of bij de politie als ze die hulp nodighebben, zonder dat ze die hulp ook maar enigszins hoeven te vrezen.Hopelijk zijn daarmee veel onrust en onduidelijkheid die in de samen-leving bestonden, weggenomen. Er zijn echter ook veel mensen die hetdebat niet volgen, dus ik denk dat het goed is om dit nog eens heel goedte onderstrepen in een goede communicatiecampagne. Dank aan deMinister voor wat hij hierover heeft gezegd. Ik denk dat het ook belangrijkis dat de Kamer hierin nog wat richting geeft en dat belang nog eens extraonderstreept. Daarom dien ik de volgende motie in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1895 overwegende dat bij maatschappelijke organisaties mogelijk onrust enonduidelijkheid bestaan over de gevolgen van de strafbaarstelling vanillegaliteit;overwegende dat het van belang is dat uitgeprocedeerde asielzoekersduidelijk wordt gemaakt dat zij dus onder voorwaarden strafbaar wordenals zij hun terugkeer bewust frustreren;verzoekt de regering na aanneming van deze wet een grootschaligecommunicatiecampagne op te zetten gericht op drie groepen met drieboodschappen ten aanzien van deze wet:–Eén: gericht op de groep uitgeprocedeerde asielzoekers die met dezewet strafbaar worden om ze aan te moedigen om alsnog te vertrekken;–Twee: gericht op maatschappelijke organisaties, kerken en anderehulpverleners dat zij geen risico lopen op vervolging en dus op geenenkele manier strafbaar zijn en niets te vrezen hebben van deze wet;–Drie: gericht op vreemdelingen die niet rechtmatig hier verblijven overhun recht op noodzakelijke hulp door politie of artsen, en dat zij, als zeslachtoffer zijn van uitbuiting, ook hulp kunnen zoeken en een beroepkunnen doen op de B8-procedure,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Diederik van Dijk.Zij krijgt nr. 14 (36 855).Dank u wel. Mevrouw Vondeling, aan u het woord voor de tweede termijn.Mevrouw Vondeling (PVV):Voorzitter. Nederland wordt kapotgemaakt door de eindeloze toestroomvan asielzoekers. Kijk maar naar Ter Apel, waar het aanmeldcentrum voorasielzoekers zit. Buschauffeurs worden bedreigd en geterroriseerd,winkels worden leeggeplunderd en vrouwen en meisjes worden geïntimi-deerd en lastiggevallen. Wat de PVV betreft is het genoeg geweest. Als hetaan ons lag, hadden we gisteren nog een asielstop ingevoerd en kwam ergeen asielzoeker meer ons land in. Desondanks steunen we de maatre-gelen uit de Asielnoodmaatregelenwet en natuurlijk de strafbaarstellingvan illegaliteit, die er op initiatief van de PVV in is gekomen. Als het aande PVV had gelegen, waren organisaties die het vertrekbeleid saboterenen ondermijnen, ook strafbaar geweest.Voorzitter. Ik had nog twee vragen gesteld aan de Minister. Ik heb ooktwee moties, waarvan één over de meldplicht. De Minister zegt: dat is eenbeetje in strijd met de novelle. Alleen, ik zie dat toch anders, want eenmeldplicht betekent niet dat je hulpverleners strafbaar stelt, maar dat zegewoon verplicht worden om te melden, zodat we ook meer zicht krijgenop de groep. De andere gaat over het aanpakken van gemeenten.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat illegale vreemdelingen hier jarenlang onopgemerktkunnen wonen, werken en profiteren van onze publieke voorzieningen,ten koste van de Nederlandse belastingbetaler;overwegende dat overheidsinstanties en door de overheid gefinancierdeorganisaties regelmatig signalen van illegaal verblijf ontvangen, maarhierop geen actie ondernemen;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1896 verzoekt de regering om alle overheidsinstanties en door de overheidgefinancierde organisaties wettelijk te verplichten signalen van illegaalverblijf te melden bij de bevoegde autoriteiten, zoals de politie en deImmigratie- en Naturalisatiedienst, en hierop streng te handhaven,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.Zij krijgt nr. 15 (36 855).Mevrouw Vondeling (PVV):De tweede motie.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat illegalen die mee willen werken aan hun vertrek naarhet land van herkomst opvang aangeboden krijgen;constaterende dat gemeenten hiernaast ook op eigen initiatief opvangblijven bieden aan illegalen;overwegende dat dit een ondermijning is van het vertrekbeleid;verzoekt de regering ervoor te zorgen dat geen enkele gemeente nogopvang biedt aan illegalen en gemeenten die dit weigeren te korten op hetgemeentefonds,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.Zij krijgt nr. 16 (36 855).De heer Van Meijeren heeft nog een vraag voor u. De heer Paternotte enmevrouw Westerveld willen ook interrumperen, zie ik. Meneer VanMeijeren, graag een korte vraag. We zitten helemaal aan het einde van hetdebat.De heer Van Meijeren (FVD):Mevrouw Vondeling geeft aan dat als het aan de PVV gelegen had, wegisteren al een asielstop hadden ingevoerd en geen asielzoeker Nederlandmeer binnen zou komen. Mevrouw Vondeling weet net zo goed als ik datdat onmogelijk gaat zolang we in de Europese Unie blijven, omdat juist deEU ons verplicht om asielzoekers toe te laten. Ik heb dus een hele kortevraag: waarom is de PVV tegenwoordig niet meer voorstander van eennexit, terwijl dat de enige oplossing is voor de asielproblematiek?Mevrouw Vondeling (PVV):Ik heb deze discussie vaker gevoerd met de heer Van Meijeren. Het is nietde enige oplossing. We kunnen morgen gewoon al maatregelen nemen.We kunnen op basis van artikel 72 asielzoekers aan de grens weigeren.Duitsland doet het ook. Hongarije laat ook geen asielzoekers meer toe. Datkunnen we dus zeker wel.De voorzitter:Korte vervolgvraag, meneer Van Meijeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1897 De heer Van Meijeren (FVD):De bepaling waar mevrouw Vondeling op wijst, gaat over de grenscon-troles die nu zijn ingevoerd op basis van het Schengenverdrag. Die leidener echter niet toe dat asielzoekers worden teruggestuurd. Nee, als er nuasielzoekers aan de grens worden aangetroffen, dan worden ze door demarechaussee begeleid naar een asielzoekerscentrum. Oftewel: dit is eenvoorstel dat niet toereikend is. We moeten uit de Europese Unie. Ik vindhet heel jammer dat wij een bondgenoot daarin kwijtgeraakt zijn en dat nuook de PVV in de EU wil blijven zitten en dus accepteert dat wij niets meerte zeggen hebben over ons eigen asielbeleid.De voorzitter:Mevrouw Vondeling, ik hoorde geen vraag. Wilt u een korte reactiegeven? Nee? Oké, dan gaan we naar de heer Paternotte.De heer Paternotte (D66):De eerste motie van mevrouw Vondeling houdt volgens mij eenmeldplicht voor heel veel organisaties in. Als zij in contact komen metmensen die hier onrechtmatig verblijven, moeten ze dat dus melden. DeMinister zei net: dat is eigenlijk precies het tegenovergestelde van wat wemet de novelle proberen te bereiken, namelijk dat mensen zich nietonveilig voelen en dat ze niet het idee hebben dat ze vervolgd kunnenworden als ze hulp zouden bieden aan mensen zonder papieren. Datbereikt u wel met die motie. Hoe reageert u dan op wat de Minister zegt,namelijk dat dit recht ingaat tegen wat we hier vandaag bespreken?Mevrouw Vondeling (PVV):Ik zie dat anders. Het gaat om een plicht om te melden. Dat betekent dusniet dat je diegene geen kop soep mag geven, maar dat je wel de plichthebt om te melden dat diegene illegaal is. Dat geeft ook meer zicht op deillegalen die er zijn. We weten namelijk bijna niet hoe groot die groep is.De schattingen lopen uiteen van 30.000 tot 60.000. Juist met eenmeldplicht krijgen we meer zicht op die groep, zodat we ook kunnenwerken aan vertrek.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Wat als je iemand een kom soep geeft en dat niet meldt? Wat dan?Mevrouw Vondeling (PVV):Nou ja, er zijn wel meer meldcodes, zoals een meldcode voor huiselijkgeweld. Dan kan er misschien een boete komen of zoiets. Dat zou noguitgewerkt moeten worden. Het is een voorstel aan de Minister. Er zijnmeer opties dan strafrechtelijke vervolging.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Gaan we dan een soort kliklijn krijgen? Mevrouw Vondeling had het over«signalen van illegaliteit» , dus wanneer moet je nou precies melden? Watvalt er onder haar motie?Mevrouw Vondeling (PVV):Als een illegaal zich meldt bij een hulpverlener, kan die hulpverlener datinderdaad melden. Ik neem aan dat GroenLinks-PvdA ook graag zichtheeft op de groep illegalen in Nederland.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dit lijkt me een beetje het omkeren ván. Dus als een hulpverlenervermoedens heeft, moet die persoon dat melden? Of wat is anders preciesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1898 het criterium waarop men moet melden? Dat wordt mij namelijk nietduidelijk aan de hand van deze motie.Mevrouw Vondeling (PVV):In de motie staat inderdaad: signalen van illegaliteit. Dat kan zijn dat je incontact bent met een kennis van een illegaal of dat de illegaal zelf bij joueen kop soep komt halen. Die hulpverleners hebben contact met deillegalen. Dat is wat u zelf ook zegt. Op dit moment is er gewoon geenzicht op de groep. Ik denk dat er met bijvoorbeeld een meldplicht meerzicht op die groep kan zijn en dat er dus ook meer ingezet kan worden opvertrek uit Nederland.De voorzitter:Laatste vraag, mevrouw Westerveld. Het staat iedereen vrij om een motiein te dienen. We gaan naar de appreciatie luisteren en dan staat het uweer vrij hoe u daarover stemt. Het is goed als u wat verduidelijkendevragen over een motie heeft, want dat helpt natuurlijk ook bij de discussiein de fractie, maar we komen nog over het oordeel met elkaar te sprekenbij de stemming, wil ik maar zeggen. Dat gezegd hebbende: mevrouwWesterveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Misschien juist omdat ik weet waarom we sommige andere meldcodeshebben, heb ik ook hier een vraag over. Het wordt vrij onduidelijk gelatenwanneer iemand signalen van illegaliteit moet melden. Moet eenhulpverlener zich er dan eerst van vergewissen of iemand wel of niet dejuiste papieren heeft voor hij een kopje soep mag geven? Wat is hetvoorstel daarover?Mevrouw Vondeling (PVV):Hoewel ik vind dat hulpverleners die illegalen laten onderduiken ookaangepakt moeten worden, staat dat niet in de motie. Het gaat er alleenom dat ze het melden bij de autoriteiten, zodat de autoriteiten weten waarillegalen zich bevinden in Nederland.De voorzitter:De heer Ceder heeft ook een verduidelijkende vraag aan mevrouwVondeling.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik stel deze vraag omdat ik spijt heb dat ik drie maanden geleden nietextra lang heb doorgevraagd omdat ik ervan uitging dat in het parlementbepaalde dingen zouden worden weggestemd en we hier niet zoudenzitten. Ik heb daarom toch het voornemen om door te vragen. Ik ga naareen kerk. Daar komen geregeld mensen zonder papieren binnen. Achterafkrijgen ze daar een broodje, koffie, thee. Vindt u dat kerken verplichtzouden moeten zijn om dat te melden, overeenkomstig de meldcode? Zoja, waarom? Zo nee, waarom niet?Mevrouw Vondeling (PVV):Ja, dat vind ik inderdaad. Illegalen zijn mensen die niet in Nederlandmogen zijn. Vaak hebben ze al meerdere keren van de rechter te horengekregen dat ze Nederland moeten verlaten. Het is ook niet in het belangvan illegalen om ze hier jarenlang in de illegaliteit te laten blijven. Ik vindinderdaad dat het gemeld moet worden.De voorzitter:Een vervolgvraag, meneer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 1899 Dank u wel voor de helderheid. Ik weet niet of u een leeftijdsgrens in uwmotie heeft staan – dat zal ik zo lezen – maar ik ga er voor het gemak vanuit van niet. U zei al dat er naar schatting tienduizenden mensen zijn, ookminderjarige kinderen die hier geboren en getogen zijn, die niet depapieren hebben. Die kunnen er niet zo veel aan doen. Vindt u ook datleerkrachten onder deze meldcode zouden moeten gaan vallen, zodat ookde kinderen aangemeld worden die vanuit Nederland wel gewoononderwijs krijgen? Dat hebben we immers geregeld met elkaar.Mevrouw Vondeling (PVV):U doet alsof ik iets verschrikkelijks voorstel, terwijl ik alleen maar zeg datik zicht wil hebben op de groep illegalen in Nederland en daarom eenmeldplicht wil invoeren. Het is ook in het belang van de illegalen zelf dater kan worden gewerkt aan terugkeer.De voorzitter:De allerlaatste vraag van de heer Ceder op dit punt.De heer Ceder (ChristenUnie):Normaal zou ik deze vraag niet stellen, maar nogmaals: een paarmaanden geleden had ik dat wel moeten doen. Mijn vraag is de volgende.Het belast niet alleen mensen zonder papieren, maar ook de mensen diehet moeten gaan doen. Ik ben dus even naar de reikwijdte aan het kijken.Mijn vraag, waar u geen antwoord op heeft gegeven, maar waar u vastover heeft nagedacht, is: vallen leerkrachten op Nederlandse basisscholenhier volgens u ook onder of niet?Mevrouw Vondeling (PVV):Als het aan mij ligt wel, ja.De voorzitter:We gaan luisteren naar de bijdrage van de heer Diederik van Dijk in zijntweede termijn.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor zijn beantwoording. Diebeantwoording was helder en resoluut, ondanks de verkoudheid en degrieperigheid, als ik het zo hoorde. Ik dacht: dit debat leent zich niet vooreen grapje over het brengen van een kopje soep, maar het is u welgegund.Dank nogmaals voor de beantwoording. De Minister is klip-en-klaargeweest en daar waren we ook dringend om verlegen: hulpverleningwordt nooit ofte nimmer strafbaar, maar ook slachtoffers van mensen-handel en gedwongen prostitutie hoeven geen angst te kennen voor hetstrafrecht en toegang tot de zorg et cetera blijft intact. Ik ben ook blij metde toezegging van de Minister. Het wordt nog even onderstreept met eenmotie, zodat we daar helder over gaan communiceren. Zo is er nog eenrijtje dat ik kan noemen, maar ik ben blij met de heldere beantwoording.Er is dus geen twijfel aan de woorden van de Minister, maar als aanvullingdaarop heb ik een motie om te werken aan een spoedige invoeringstoets.De motie luidt als volgt.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 18100 constaterende dat strafbaarstelling van hulpverlening aan vreemdelingendie illegaal in Nederland verblijven middels deze novelle wordtuitgesloten;constaterende dat er bij personen en maatschappelijke organisaties diehulp verlenen, zorgen zijn gerezen over de vraag of zij in de praktijk nietalsnog vervolgd zullen worden;van mening dat hulpverlening uit het oogpunt van medemenselijkheidonder geen beding gestraft mag worden;verzoekt de regering om een jaar na inwerkingtreding een invoeringstoetsuit te voeren naar de werking van de wet in de praktijk, met bijzondereaandacht voor de gevolgen voor hulpverleners, en de Kamer over deresultaten te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Boomsma enRajkowski.Zij krijgt nr. 17 (36 855).De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Diederik van Dijk. We gaan luisteren naar de heer Vanden Brink in tweede termijn.De heer Bart van den Brink (CDA):Dank u wel, voorzitter. Dank voor de antwoorden die wij hebbenontvangen op de soms hele juridische vragen en op alle vragen rondomuitvoering. Ik denk dat het goed is geweest dat we vandaag bij elkaarwaren, omdat er al een tijd lang onrust was op een aantal onderwerpen.De Minister heeft vandaag twee punten glashelder gemaakt en ook heelscherp geformuleerd, zodat daar ook geen misverstanden meer overkunnen zijn. Deze wet ziet enkel op en kan enkel toegepast worden opmensen die het terugkeerproces hebben doorlopen en niet terug willen endat frustreren. Daarnaast kan de aanpassing die vandaag voorligt op geenenkele manier een hulpverlener of maatschappelijke organisatie strafbaarstellen, nu niet en in de toekomst niet.Ik vind het goed dat de Minister in antwoord op vragen van ons, SGP enJA21 aangeeft dat hij in gesprek zal gaan met de organisaties om datverder te blijven communiceren en de zorgen weg te nemen, en dat hij deuitleg van deze wet en de toepassing daarvan zwart-op-wit zal communi-ceren. Dit maakt dat hiermee voor het CDA duidelijke grenzen zijn gesteldaan de strafbaarstelling zoals we die eerder hadden en hoe die nu zalworden. Het is niet de persoon of het ontbreken van de verblijfsstatus diestrafbaar is, maar uitsluitend de handeling van het zich verzetten tegeneen terugkeerbesluit. Dat maakt dat het CDA deze novelle zal steunen endaarmee ook de Asielnoodmaatregelenwet, als deze wordt aangenomenin de Tweede Kamer.Tot slot wil ik mijn dank uitspreken aan alle hulpverleners en maatschap-pelijke organisaties die samen met ons vanaf voor de zomer hebbenopgetrokken om de strafbaarstelling van medemenselijkheid onmogelijkte maken. Hun bijdrage aan het helpen van de meest kwetsbare mensenin onze samenleving verdient alle steun. Ik hoop dat dat ook in detoekomst gewaardeerd zal blijven op allerlei wijzen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 18101 Ik dank de Minister ook voor de duidelijkheid die hij vandaag gegevenheeft. Deze Minister heeft direct na de aanname van het amendementvoor de zomer persoonlijk al laten zien dat voor hem de grens bijmedemenselijkheid ligt, zoals hij ook toen al heeft verwoord en ookvandaag weer heeft laten zien. Dank daarvoor. Wij kunnen op deze maniermet deze wet nu verder met de noodzakelijke aanpassing van onsasielstelsel. Als de Asielnoodmaatregelenwet wordt aangenomen, zal dateen significante bijdrage leveren aan het hervormen van ons asielstelsel.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik wil naar de bijdrage van de heer Van Meijeren in zijntweede termijn.De heer Van Meijeren (FVD):Ook namens mij dank voor de beantwoording, hoe onbevredigend die ookwas. Eén aspect dat onderbelicht is gebleven, is het feit dat de uitzettingvan mensen die illegaal in Nederland verblijven, vaak gefrustreerd wordtdoor de landen van herkomst, omdat zij weigeren mensen terug tenemen. Daarom pleit FVD er al jarenlang voor om als regering wat meerpowerplay in te zetten om die medewerking af te dwingen. Zolang dat nietgebeurt, is in ieder geval van belang – dat wordt ook bevestigd door decommissie-Van Zwol in een rapport uit 2019 – dat illegalen die vrijwilligmeewerken aan vertrek, vrijwel altijd terug kunnen. Als een illegaalvrijwillig meewil, dan werken landen van herkomst daar eigenlijk altijdaan mee. Dat zou ook het grote belang zijn van het strafbaar stellen vanillegaliteit, omdat mensen die eenmaal vastgezet kunnen worden, op datmoment ook tot inkeer kunnen komen en wel besluiten om vrijwillig meete werken.Nu heb ik bij het rondetafelgesprek vorige week aan de Dienst Terugkeeren Vertrek gevraagd of hij kan bevestigen dat het voorkomt dat vreemde-lingen die weigeren mee te werken aan vertrek, besluiten om toch mee tewerken op het moment dat hun de vrijheid wordt ontnomen. Dat kon deheer Bosch bevestigen, maar de precieze cijfers van hoe vaak dat nouvoorkomt, had hij niet paraat. Hij gaf aan dat hij daar nog achteraan zougaan en dat ik die vraag vandaag opnieuw zou kunnen stellen. Dus bijdezen de vraag: hoe vaak komt het voor dat vreemdelingen op hetmoment dat zij worden vastgezet tot inkeer komen en besluiten om tochmee te werken, omdat ze nu eenmaal liever een vrij mens zijn in hun landvan herkomst dan dat ze in Nederland opgesloten zitten?De voorzitter:Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweedetermijn. Ik tel negen moties. Heb ik het goed bijgehouden? Ja, ik hebnegen moties en een enkele vraag. U heeft de moties nog niet, denk ik.Zijn de moties er? Nee. Dan schors ik voor een enkel moment. Alsiedereen de moties heeft, gaan we luisteren naar de beantwoording vande Minister in tweede termijn. Ik schors voor een enkel moment en vraagiedereen in de zaal of in de buurt te blijven.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Ik heropen dit debat. Mag ik vragen om weer wat stilte in de zaal,alstublieft, ook hier bij de leden? Ja, het is een lange dag. Ik heb overigensbewondering voor alle geïnteresseerden die deze hele dag volgen. Wegaan luisteren naar de beantwoording van de Minister in tweede termijn.Er is nog een enkele vraag gesteld en we hebben negen moties. Deamendementen zijn dus al eerder geapprecieerd. De Minister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 18102 Minister Van Weel:Dank u wel, voorzitter. Dank aan de leden voor hun inbreng in tweedetermijn. Laat ik beginnen met de vragen. Ik zal dat vrij kort doen, ook geletop de tijd.De heer Ceder vroeg naar terugkeerbeleid, met niet alleen de focus opMarokko, maar bijvoorbeeld ook op andere landen in Noord-Afrika. Daarheeft hij helemaal gelijk in. We zijn daar ook mee bezig. Er is ook echtgoed nieuws te melden over een aantal doorbraken die we in hetafgelopen jaar hebben gehad met een aantal landen. Niet over alleskunnen we even transparant zijn omdat het soms voor deze landen ookheel gevoelig ligt: dat zij nu wel actief met ons samenwerken aanterugkeer. Ik ga echter wel kijken op welke manier ik uw Kamer daaroveriets scheutiger kan informeren. Dat geldt ook voor de terugkeerhubs enhoe we die gaan inrichten. Dat zeg ik ook tegen de heer Van Meijeren. Hetis inderdaad een carrot-and-stickmethode. In sommige gevallen helpt hetom iets in het vooruitzicht te stellen. In andere gevallen moet er drukworden uitgeoefend om meer voor elkaar te krijgen.Mevrouw Rajkowski vroeg naar de uitvoering en hoe we daar de komendeperiode mee omgaan. Ik heb al gezegd: ikzelf en mijn ambtenaren gaanmet die organisaties rond de tafel om te kijken hoe we dit op een goeiemanier aan elkaar kunnen binden.Dat is meteen ook een antwoord op de vraag van de heer Paternotte. Diezei: snappen de diensten het dan niet, als zij zeggen dat er zo veel meerwerk uit voortkomt? Ik denk dat dat echt komt door de mist in dit proces,waarin we begonnen met een amendement waarvan mensen dereikwijdte niet konden overzien. Inmiddels ben ik er door de inkaderingvan overtuigd – daarom kan ik het nu ook met overtuiging verdedigen –dat wat hier onder de streep overblijft van de mensen die hierdoorworden geraakt, uiteindelijk een behapbare hoeveelheid is. Het gaatbovendien ook die diensten helpen om in bepaalde gevallen, waarin ze nuniet iets kunnen doen, toch wat te kunnen doen. Laat me dan toch nogeen paar voorbeelden geven van zaken die vallen onder de drempel vandie ongewenstverklaring maar die wel kunnen leiden tot vervolgingvolgens artikel 108a. Dat is één: verzet tegen de politie. Twee: dat isbijvoorbeeld overtreding van de gedragsaanwijzing bij huiselijk geweld.Het kunnen discriminatoire uitlatingen zoals groepsbelediging zijn. Hetkan bijvoorbeeld ook huisvredebreuk zijn. Dat zijn allemaal zaken die nietraken aan de zwaarte die nodig is voor ongewenstverklaring, maar die welkunnen leiden tot overlastgevend gedrag en ook aanleiding kunnen geventot vervolging.Nog even het volgende. In voorkomend geval ...De heer Paternotte (D66):Mag ik even, aangezien de Minister toch even in een hoestbui zit? Overdie uitvoeringsorganisaties. De Minister zei: ik denk dat hun beeld isontstaan door de mist in het proces; dat hebben we nu ingekaderd. Vorigeweek hebben we hier echter die rondetafel gehad. Die ging over denovelle en die ging over het amendement van mevrouw Vondeling.Evengoed zeggen zij daarvan: er zal steeds nagelopen moeten wordenhoe mensen in het terugkeerproces zitten. Dat betekent gewoon extrawerk. De KMar en de politie hebben het hierbij ook over extra werk enverdringingseffecten. Kan de Minister daar dan tenminste nog inhoudelijkop ingaan? Dat heeft natuurlijk niets te maken met ruis in het proces. Datzijn dingen die ze in de Eerste Kamer en hier in de Tweede Kamer overdeze novelle, dit voorstel, hebben aangegeven.Minister Van Weel:Ja, zeker. Daarom ga ik ook nog in gesprek met die organisaties en gaanwe ervoor zorgen dat we daar een werkbare uitkomst voor vinden. Als ikuiteindelijk die 100 tot 300 zaken als premisse neem – dat wordt nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 18103 bestreden – en je pelt die dan af naar die organisaties, dan gaan we daarecht uit komen. Daar ben ik van overtuigd. Het gaat geen zware, ingrij-pende, gevolgen hebben voor de capaciteit. Normaals, je moet dat welgoed inregelen. Met «goed inregelen» bedoel ik bijvoorbeeld: wat is nouhet proces op het moment dat de politie iemand aantreft? Ook nu al doenzij bijvoorbeeld een overdracht met de AVIM, de Vreemdelingenpolitie.Wat doen zij dan in zo’n geval om iemand te horen, als die al door de heleterugkeerprocedure heen is? Gaat die dan weer terug, en moet de politiedan aangifte doen? Waar ligt dat extra werk dan? Dat zijn allemaal zakendie we inderdaad moeten uitwerken en dat gaan we ook doen. Vooruit-lopend op de reactie op wat de heer Diederik van Dijk in zijn motie zette,kan ik toezeggen dat we ook gaan werken aan een invoeringstoets.Daarbij kunnen we nou juist dit soort aspecten aan de orde laten komenen daar zijn al die organisaties bij. Nee, ik wil dus niks bagatelliseren. Ja,ik denk wel dat we vanuit verschillende startposities en meningen overwat dit amendement behelsde, zijn begonnen. In een ander proceshadden we dit misschien anders aangevlogen. Ik heb in ieder geval voormezelf nu meer helderheid hoe dat gaat landen. Daarover ga ik in gesprekmet die organisaties.De heer Paternotte vroeg nog naar de capaciteit van de DJI. Ik zei het inmijn inbreng: we hebben een groot probleem met de capaciteit van deDJI. Tegelijkertijd geldt dat niet alleen voor dit wetsvoorstel, maar voor elkwetsvoorstel dat wij de komende jaren hier in de Kamer gaan behandelen.Als dat leidt tot een verhoging van het beslag op de DJI, is dat eenknelpunt. Dat wil niet zeggen dat we daarmee de komende jaren geenwetgeving kunnen aannemen die leidt tot strafverzwaringen waar danook. Dat zou niet de uitkomst mogen zijn. De uitkomst zou moeten zijn dater gezocht wordt naar oplossingen voor de DJI-capaciteit. Ik zou het nietzozeer willen betrekken op het kleine beslag dat dit individuelewetsvoorstel erop gaat leggen, maar meer op de algemene problematiekdie we bij de DJI kennen.Dan kom ik bij de moties. De motie op stuk nr. 9: oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 9: oordeel Kamer.Minister Van Weel:De motie op stuk nr. 10 wil ik ontraden. Het gaat om gevoelige persoons-gegevens. Het wordt ook niet helemaal duidelijk wat we moeten delen opbasis van deze motie. Ik heb melding gemaakt van de persoonsgerichteaanpak die speelt. Mevrouw Mona Keijzer is vandaag in Ter Apel om daarweer over te spreken. Ik kan u wel toezeggen dat dit wordt meegenomenin een brief over hoe de persoonsgerichte aanpak eruitziet en welke rolgegevensdeling daarin speelt, maar de motie in deze vorm moet ikontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 10: ontraden.Minister Van Weel:De motie op stuk nr. 11: oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 11: oordeel Kamer.Minister Van Weel:De motie op stuk nr. 12: oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 12: oordeel Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 18104 Minister Van Weel:De motie op stuk nr. 13, van de heer Paternotte, ontraad ik. Het belang vanhet kind is wel degelijk meegenomen in dit wetstraject, langs de lijnen vande Kinderrechtentoets. Daarnaast ziet dit wetsvoorstel niet op minder-jarige kinderen, maar op meerderjarigen. Ik wil de verdere vertraging inde Asielnoodmaatregelenwet waartoe het zou leiden als we nog eenaanvullende toets doen, niet oplopen. Ik acht het ook niet nodig, gelet opde beperkte belangen.De voorzitter:De motie op stuk nr. 13 is ontraden.De heer Paternotte (D66):Ik noemde net al die organisaties die heel kritisch zijn op de wet, maar ikheb toen niet de Inspectie Justitie en Veiligheid genoemd. Die zegt dat ergeen Kinderrechtentoets is uitgevoerd. De Minister zegt van wel. Wat zietde Inspectie Justitie en Veiligheid hier dan niet?De voorzitter:De Minister heeft dit beantwoord. Ik heb het antwoord gehoord. Minister,kunt u het nog een keer zeggen?Minister Van Weel:Ik heb letterlijk gezegd dat wij de kinderrechten hebben meegewogen bijde opstelling van het wetsartikel. Het is niet zo dat er bij elk wetsvoorstelstandaard een Kinderrechtentoets in zijn volle omvang wordt gedaan. Datgebeurt met name bij wetgeving die minderjarige kinderen specifiekbetreft. Dat is hier niet het geval. Ik denk dus dat we het voldoendehebben meegewogen. Vandaar mijn oordeel.De voorzitter:De motie op stuk nr. 13 is ontraden. De motie op stuk nr. 14.Minister Van Weel:Oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 14: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 15.Minister Van Weel:Ontraden, met verwijzing naar het debat.De voorzitter:Ontraden. De motie op stuk nr. 16.Minister Van Weel:Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 16, met verwijzing naar de keuzesdie dit kabinet heeft gemaakt met betrekking tot de regelingen. Daar gaanwe geen verdere wijzigingen in doen.De voorzitter:De motie op stuk nr. 16 ontraden. De laatste motie.Minister Van Weel:De motie op stuk nr. 17: oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 17: oordeel Kamer. De heer Ceder, wilt u iets zeggennaar aanleiding van de appreciatie van de moties?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 18105 De heer Ceder (ChristenUnie):Nee, ik heb een openstaande vraag. Ik heb gevraagd om toe te zeggen datbij de ontwikkeling van de terugkeerhubs niet alleen gekeken wordt ofprioritering gegeven zou kunnen worden aan overlastgevers, maar ookhoe je specialistische zorg, die vaak transcultureel is en die we hier nietkunnen bieden, mede met andere landen kunt ontwikkelen.De voorzitter:Er is nog een openstaande vraag van de heer Ceder.Minister Van Weel:Ik heb een open toezegging gedaan dat ik zou informeren naar zowellanden van terugkeer als terugkeerhubs. Daar komt dit dus in mee.De voorzitter:Mevrouw Westerveld, mist u nog een antwoord op een vraag?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ja. Ik wil heel graag onder de motie op stuk nr. 13. Volgens mij vond deheer Paternotte dat goed. Ik heb ook nog een opmerking aan de Ministerover de Kinderrechtentoets. Ik heb een tijd geleden het andere debatgedaan, dat specifiek over kinderrechten ging. De hele Kamer gaf aankinderrechten belangrijk te vinden en het belangrijk te vinden dat er eentoets wordt gedaan. Dat betreft dus de formele Kinderrechtentoets zoalsde Ombudsman die uitvoert. Ik vind het dus onbegrijpelijk dat de Ministernu zegt: bij deze wet doen we dat niet.De voorzitter:Mevrouw Westerveld wenst de motie op stuk nr. 13 van de herenPaternotte en Ceder mede te ondertekenen en maakte daarbij eenopmerking. Dat hebben we hierbij administratief geregeld.Mevrouw Vondeling heeft nog een vraag over de appreciatie van eenmotie.Mevrouw Vondeling (PVV):Nee, ik wil eigenlijk alleen even vragen naar de stemmingen. Wanneerwordt over de wet gestemd? Ik zou namelijk graag dinsdag over deamendementen willen stemmen en donderdag over de wet, als dat kan.De voorzitter:Daar wilde ik eigenlijk mee afronden. Zijn er andere punten over moties?Zijn er nog openstaande vragen?De heer Van Meijeren (FVD):Ja. Ik heb in mijn tweede termijn expliciet gevraagd naar cijfers over hetaantal vreemdelingen dat eenmaal in detentie besluit om toch mee tewerken aan vertrek. De vraag aan de Minister is of hij die cijfers paraatheeft. Als hij die niet paraat heeft, zou hij die later dan nog aan de Kamerkunnen doen toekomen?Minister Van Weel:Voor nu kan ik zeggen dat het erop lijkt dat ongeveer voor 10% van degevallen specifiek de detentie het verschil nog maakt in het mee willenwerken. Ik wil wel kijken of we daar in de volgende reguliere brief ietsmeer cijfers aan kunnen wijden.De voorzitter:Ik kijk even naar de leden. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van ditwetgevingsoverleg over de novelle aanpassing strafbaarstelling illegaalverblijf. In de regel zouden wij na het reces over dit wetsvoorstelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 18106 stemmen. Als u dat eerder of op een ander moment wilt doen, is het goedals u daar contact over heeft met elkaar. Het is de bedoeling dat we dat ineen regeling van werkzaamheden aan de Kamer voorleggen. De Kamerbesluit, want die gaat over haar eigen orde. Als u het eerder wilt, nog voorhet kerstreces, zult u daarover met elkaar tot overeenstemming moetenkomen. Dan is het aan iemand van u om dat morgen voor te stellen in deregeling van werkzaamheden. Meneer Ceder heeft daar een vraag over.De heer Ceder (ChristenUnie):Volgens mij leeft bij velen dezelfde gedachte. Wij hebben de Griffie algevraagd naar de mogelijkheden. Eventueel kan er woensdag gestemdworden over de amendementen. Dat kan dinsdag niet in verband met dekomst van iemand uit het buitenland; volgens mij is dat nu openbaar.Woensdag kan er gestemd worden over de amendementen en donderdagover de wet. Het is volgens mij een wens van velen om eerst te stemmenover de amendementen en dan over de wet. Die wens delen wij. Dat isvolgens mij iets wat nu al in gang wordt gezet.De voorzitter:Het is heel fijn dat u daar met elkaar overeenstemming over heeft. Dat zouu morgen in de regeling van werkzaamheden moeten bekrachtigen meteen uitspraak van de Kamer. Dan zullen we, als dat voorstel op die manierdoorgaat, woensdag over de amendementen stemmen en donderdagover het wetsvoorstel.Dat gezegd hebbende dank ik allereerst onze gast, de Minister, voor zijnbijdrage aan dit debat. Ik dank natuurlijk alle geïnteresseerden op detribune en elders voor hun uithoudingsvermogen en hun interesse in ditbelangrijke debat. Ik dank de leden voor hun diepgravende vragen. Ik danknatuurlijk ook de Griffie en de ondersteuning, voor wie zo’n wetgevings-overleg toch een klus is. Heel veel dank daarvoor. Ik wens u allen een helefijne avond en sluit hierbij de vergadering.Sluiting 16.52 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 18107

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a6e9b5111dc0aa7b

14 okt 2026 · ed3ed664929d0ab1

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingNovelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf (36855)
    Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 15 december 2025, over Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen (Asielnoodmaatregelenwet) (novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf)

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.