Aanpassing wet- en regelgeving gesloten jeugdhulp
Brontekst
Versie b36af57247d0f9b5 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 839JeugdzorgNr. 1091 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 juni 2025AanleidingOp 1 januari 2024 is de Wet rechtspositie gesloten jeugdhulp in werkinggetreden. Doelstellingen van deze wet zijn het verbeteren van derechtspositie van jeugdigen in de gesloten jeugdhulp en het verminderenvan het gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen. Daarom zijn in dewet strengere voorwaarden verbonden aan de toepassing van vrijheidsbe-perking, met als uitgangspunt het «nee, tenzij-beginsel». De invoering vande wet past in de transformatie van de gesloten jeugdhulp: in 2025 werktde gesloten jeugdhulp kleinschalig en in 2030 zijn we zo dichtbij mogelijknul gesloten plaatsingen.Het is noodzakelijk om op twee punten de wet- en regelgeving voorgesloten jeugdhulp op korte termijn aan te passen. Dat is in de eersteplaats om een wettelijke basis te introduceren voor het ’s nachts in deeigen kamer insluiten van jeugdigen van wie het gedrag een ernstiggevaar kan zijn voor andere jeugdigen en medewerkers. Het gaat dan ombedreigend en gewelddadig gedrag waardoor gevaarlijke situatiesontstaan, zoals seksueel grensoverschrijdend gedrag, afpersing ofronselen. Nu is zo’n nachtelijke kamerinsluiting wettelijk niet toegestaan.Deze aanpassing laat onverlet dat de inzet blijft om te streven naar mindervrijheidsbeperking in de gesloten jeugdhulp. Maar in situaties zoalshierboven genoemd is het niet realistisch om te denken dat het altijdzonder vrijheidsbeperking kan. In de tweede plaats is een aanpassing inhet Besluit Jeugdwet noodzakelijk om ervoor te zorgen dat ook deaanbieders van kleinschalig georganiseerde gesloten jeugdhulp kunnenvoldoen aan de eisen voor een afzonderlijke en veilige ruimte waarjeugdigen op eigen verzoek kunnen verblijven.Aanbieders van gesloten jeugdhulp (hierna: aanbieders) zijn er nog niet ingeslaagd volledig aan de wet te voldoen. Dat heb ik u gemeld in deVoortgangsbrief Jeugd en in mijn reactie op de voorlopige bevindingen kst-31839-1091ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10911 van het European Committee for the Prevention of Torture and Inhumanor Degrading Treatment or Punishment (CPT).1 De Inspectie Gezond-heidszorg en Jeugd heeft in haar toezicht geconcludeerd dat niet alleaanbieders voldoen aan de wet- en regelgeving en de kwaliteit op ditmoment onvoldoende is. Om deze reden heeft de IGJ zes aanbiedersonder verscherpt toezicht geplaatst en van drie aanbieders een verbeter-traject gevraagd.2 Zoals aangekondigd in bovengenoemde brieven, ben ikin overleg getreden met de aanbieders om te bezien hoe zij wel aan dewet kunnen voldoen. Daarbij heb ik ook de VNG, ExpEx, de Samenwer-kende Beroepsverenigingen Jeugd (SBJ) en de IGJ betrokken. In dezebrief informeer ik u over de uitkomsten van dit overleg.Dit overleg heeft geleerd dat het een grote uitdaging is een goede balanste vinden tussen enerzijds de rechtsbescherming van jeugdigen in degesloten jeugdhulp en anderzijds de ruimte die professionals nodighebben om passende zorg en veiligheid te bieden. Aanbieders zetten zichzeer in aan de wet te voldoen, maar kunnen in twee situaties niet volledigvoldoen aan de geldende regelgeving.–Allereerst lukt het aanbieders niet altijd te voorzien in een afzonderlijkeruimte waarin de jeugdige op eigen verzoek kan verblijven, die voldoetaan de daaraan gestelde eisen.–De tweede situatie is dat het volgens hen soms noodzakelijk isgedurende de nacht bij een jeugdige de eigen kamerdeur op slot tedoen. Dit gebeurt omdat het gedrag van deze jeugdige een ernstiggevaar kan vormen voor andere jeugdigen of medewerkers. Echter, dehuidige Jeugdwet staat insluiten in de eigen kamer niet toe. Ook develdnormen van de sector schrijven voor dat de kamerdeur niet op slotgaat.Mijn conclusie is dat we niet om deze feiten heen kunnen en dat tweeaanpassingen in wet- en regelgeving noodzakelijk zijn. De eerste is eenwijziging van het Besluit Jeugdwet om een duidelijk(er) onderscheid temaken tussen enerzijds de vereisten voor een ruimte waarin jeugdigenzich op eigen verzoek kunnen terugtrekken en anderzijds een insluitings-ruimte. De tweede is een wijziging van de Jeugdwet om onder striktevoorwaarden gedurende de nacht insluiting in de eigen kamer van eenjeugdige mogelijk te maken. Ik besef dat deze tweede wijziging ingrijpendis, waarover ik te zijner tijd uiteraard ook met Uw Kamer in gesprek zalgaan.Hoe dan ook wil ik niet tornen aan de geldende randvoorwaarden voor hetmogelijk toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen, zoalsvoldoende goed opgeleide medewerkers. Waar nodig dienen gemeentenen aanbieders hierover afspraken te maken, bijvoorbeeld in de nadereuitwerking van de bovenregionale plannen die gemeenten hebbenopgesteld om in aanmerking te komen voor de specifieke uitkeringtransformatie gesloten jeugdhulp. Hoe ik tot deze keuze ben gekomen,licht ik hieronder toe.De opbouw van deze brief is als volgt:•Beschrijving van de wijzigingen van de Jeugdwet die op 1 januari 2024van kracht zijn geworden, toegespitst op het onderwerp van deze brief.•Beschrijving van de door de IGJ geconstateerde tekortkomingen.•De reactie hierop van de aanbieders.•Onderbouwing beleidskeuze om de Jeugdwet en het Besluit Jeugdwette wijzigen.1Brieven van 6 november 2024 en 19 december 2024, Kamerstukken 31 839, nr. 1031 en nr. 10602Vervolgtoezicht JeugdzorgPlus: 7 locaties onder verscherpt toezicht | Nieuwsbericht | InspectieGezondheidszorg en JeugdTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10912 •Hoofdlijnen voorgestelde wetswijziging en overgangssituatie totinwerkingtreding van wetswijziging.Wijzigingen Jeugdwet die op 1 januari 2024 zijn ingegaanSinds de inwerkingtreding van de Wet rechtspositie gesloten jeugdhulp ishet uitgangspunt voor het toepassen van vrijheidsbeperkende maatre-gelen in gesloten jeugdhulp het «nee, tenzij-beginsel»: vrijheidsbeperkingis alleen toegestaan als er geen minder bezwarend alternatief is, demaatregel proportioneel is en naar verwachting effectief. Daarnaast isexpliciet opgenomen dat alleen de in de Jeugdwet genoemde vrijheidsbe-perkende maatregelen toegestaan zijn en onder striktere voorwaardendan voorheen.Toegespitst op de vrijheidsbeperkende maatregel insluiting (d.w.z. dat eenjeugdige tijdelijk in een afzonderlijke ruimte tegen zijn wil moet blijvenmet de deur op slot; voorheen ook wel «separeren» genoemd) betekentde wetswijziging dat insluiten alleen nog maar is toegestaan in noodsitu-aties en bij jeugdigen van twaalf jaar en ouder. Dat zijn situaties waarindringend maatregelen nodig zijn om de schade voor de jeugdige of zijnomgeving te beperken, bijvoorbeeld wanneer een jeugdige suïcidaal is ofzeer agressief is. Bovendien geldt dat de duur van de insluiting maximaaléén dag mag zijn met een verlenging van maximaal nog een dag, mitsaan bepaalde voorwaarden is voldaan. Insluiting mag uitsluitendplaatsvinden in een afzonderlijke en veilige ruimte (hierna: insluitings-ruimte).3 Het Besluit Jeugdwet stelt eisen aan de insluitingsruimte.Daarnaast heeft de Wet rechtspositie gesloten jeugdhulp ook de bepalinggeïntroduceerd dat een aanbieder moet beschikken over een afzonderlijkeruimte waar jeugdigen op eigen verzoek kunnen verblijven en zonder dedeur op slot. Dit is dus iets geheel anders dan insluiting. Dit is in de wetopgenomen nadat in de voorbereiding jeugdigen hadden gepleit voor eenruimte waar zij op eigen verzoek tot rust kunnen komen. Uiteraard isvereist dat de jeugdige die ruimte altijd kan verlaten als diegene datwenst. Aan deze ruimte stelt het Besluit Jeugdwet eveneens eisen. Tot nutoe zijn de eisen aan de afzonderlijke ruimte waar jeugdigen zich op eigenverzoek kunnen terugtrekken gelijk aan de eisen van een insluitingsruimtewaar jeugdigen in noodsituaties tegen hun wil verblijven. Vanuit eenkostenbesparend oogpunt is ervoor gekozen om aan deze ruimtesdezelfde eisen te stellen zodat deze voor beide doeleinden kan wordengebruikt. Aanbieders kunnen daardoor volstaan met één ruimte die aan deeisen in het Besluit Jeugdwet voldoet.Beschrijving van de door de IGJ geconstateerde tekortkomingenIn vervolg op het toezicht op de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulpvoerde de IGJ in de maanden oktober en november 2024 vervolgtoezichtuit. Uitkomst daarvan was dat de IGJ zes aanbieders onder verscherpttoezicht heeft gesteld; drie aanbieders moeten verbeterplannen maken.3In deze brief wordt de term insluitingsruimte gebruikt voor de afzonderlijke en veilige ruimtewaarin een jeugdige wordt ingesloten tegen diens wil met de deur op slot. Dit ter onderscheidvan de situatie waarin een jeugdige op eigen verzoek verblijft in een afzonderlijke en veiligeruimte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10913 Het verscherpt toezicht loopt tot medio juni. Ze moeten dan onder anderede volgende tekortkomingen weggenomen hebben:4–Het ontbreken van de verplichte veilige en afzonderlijke ruimte waarjeugdigen zich op eigen verzoek kunnen terugtrekken en die voldoetaan de aan die ruimte gestelde eisen.–Het ontbreken van een afzonderlijke en veilige insluitingsruimte waarjeugdigen in noodsituaties kort mogen worden ingesloten, dus met dedeur op slot. Aanbieders die de vrijheidsbeperkende maatregelinsluiting toepassen, moeten verplicht over zo’n ruimte beschikken.–Aanbieders sluiten jeugdigen ‘s nachts (soms) in de eigen kamer in(vanwege indringende veiligheidsoverwegingen voor andere jeugdi-gen en medewerkers). Deze context licht ik hieronder in de reactie vande aanbieders nader toe. De IGJ stelt daarbij wel de vraag of inzet vanextra personeel en het bieden van nabijheid deze kamerinsluitingenzouden kunnen voorkomen.De reactie hierop van aanbiedersDe aanbieders hebben bij monde van Jeugdzorg Nederland kritischgereageerd op het besluit van de IGJ om verscherpt toezicht in te stellen.Zij herkennen weliswaar de punten waarin zij nog niet voldoen aan de weten de eigen veldnormen. Maar naar hun idee «zit wet- en regelgeving detransformatie op een aantal punten in de weg.»5. Dat komt ook terug inafzonderlijke reacties van een aantal aanbieders. Zo ervaart Levvel, die in2018 gestopt is met separeren, het nu alsnog introduceren van eeninsluitingsruimte als een stap terug in de ontwikkeling: «Het past niet bijde manier waarop wij zorg bieden als kinderen in crisis raken. Juist dan isnabijheid cruciaal en afzondering traumatiserend.» Levvel erkent dat ’snachts kamerdeuren wel op slot gaan, maar alleen op de groep met eenzogeheten hoog forensisch profiel.6 Deze maatregel is volgens Levvelnodig voor de veiligheid van zowel andere jeugdigen als de medewerkers.Ook Elker noemt het argument van bescherming van andere jeugdigen enmedewerkers als reden voor het op slot doen van de eigen kamers vanjeugdigen. iHub zegt in hun reactie dat het bieden van passende zorg ennaleving van de wet dilemma’s oplevert waarover het gesprek met de IGJen de wetgever moet blijven worden gevoerd.7Onderbouwing beleidskeuze om Jeugdwet en Besluit Jeugdwet tewijzigenDoelstellingen wet rechtspositie gesloten jeugdhulp passen bijtransformatieAllereerst wil ik opmerken dat ik het niet met de aanbieders eens ben datde Jeugdwet de transformatie in de weg zit. De doelen van de wet(verbeteren rechtspositie jeugdigen en minder vrijheidsbeperkingen)passen juist bij de doelen van de transformatie: kleinschalig en op weg4Het vervolgtoezicht bestond uit een toets op drie wettelijke normen (geen insluitingen op deeigen kamer van de jeugdige, een veilige en afzonderlijke ruimte waarin jeugdigen zichvrijwillig kunnen terugtrekken en geen generieke vrijheidsbeperkende maatregelen inhuisregel) en de veldnorm van een groepsgrootte van maximaal zes kinderen. Alleen afwij-kingen van de normen geen insluitingen op de eigen kamer van de jeugdige en de groeps-grootte waren in combinatie meteen inschatting van de verbeterkracht van de geslotenjeugdhulpaanbieder reden voor het onder verscherpt toezicht plaatsen van die aanbieder.5Jeugdzorg Nederland kritisch op bevindingen IGJ: «We hebben ruimte nodig om de Jeugd-zorgPlus te verbeteren» Jeugdzorg Nederland6Dat zijn jeugdigen die als gevaarlijk voor hun omgeving worden ervaren, die een delictgepleegd hebben of daarvan verdacht worden of die delinquent of agressief gedrag vertonen.(Quickscan forensische doelgroep in de gesloten jeugdzorg, AEF 2024)7De reacties van Levvel, iHUB en Elker zijn te vinden op www.igj.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10914 naar nul gesloten plaatsingen. Aan de ene kant streven aanbieders ernaarom zo min mogelijk in te sluiten, maar tegelijkertijd constateer ik dat eendeel van de jeugdigen (dagelijks ‘s nachts) op de eigen kamer wordeningesloten. Nog los van het feit dat insluiting in de eigen kamer geenwettelijke grondslag kent, is dit niet goed uit te leggen. Dat kan ten kostegaan van de rechtsbescherming van jeugdigen.Naar mijn mening biedt de huidige wet medewerkers voldoende ruimtemet een professioneel oordeel – gebaseerd op kennis, kunde en expertise– passende zorg te bieden. Dat laat onverlet dat ik de dilemma’s begrijpwaarvoor de aanbieders zich gesteld zien. In het terugdringen vanvrijheidsbeperkende maatregelen heeft een aantal aanbieders al veelbereikt. Zij die hun vroegere separeerruimte hebben afgeschaft zien deverplichting van een afzonderlijke en veilige ruimte als een stap terug.Echter, deze zienswijze lijkt ten dele gebaseerd op een misvatting. Dit zalik hieronder toelichten.Eisen ruimte waar jeugdigen op eigen verzoek verblijven in lijn mettransformatieIn de paragraaf «Wijzigingen Jeugdwet die op 1 januari 2024 zijningegaan» heb ik het huidige wettelijk kader geschetst. De in de Jeugdwetopgenomen verplichting om een veilige en afzonderlijke ruimtebeschikbaar te hebben, is erop gericht te borgen dat jeugdigen die opeigen verzoek tijdelijk alleen in een ruimte – anders dan de eigen kamer –willen zijn daarvoor daadwerkelijk een ruimte ter beschikking hebben. Indie situaties dient de deur van die ruimte ook juist open te blijven. Wel zieik in dat niet iedere aanbieder in de gelegenheid is om daarvoor eenafzonderlijke ruimte in te richten die aan alle huidige eisen voldoet. Omdatik het belangrijk vind dat aanbieders hierin maatwerk kunnen leveren, benik voornemens om die eisen in het Besluit Jeugdwet aan te passen zodatdie beter aansluiten op de gewenste transformatie naar kleinschaligheid.Nachtelijke insluiting eigen kamer voor de veiligheid onder voorwaardentoestaanDe hierboven beschreven ruimte om op eigen verzoek te verblijven, is(dus) van een andere orde dan de insluitingsruimte waaraan deaanbieders in hun reactie refereren. Als aanbieders besluiten om devrijheidsbeperkende maatregel van insluiting niet toe te passen, dan is ernu geen wettelijke verplichting voor aanbieders om te beschikken overeen geschikte insluitingsruimte. De aanbieders hoeven in die situatie dusook niet alsnog een dergelijke insluitingsruimte te realiseren. Deze situatieroept wel de vraag op hoe reëel het is dat een aanbieder wel de noodzaakvoelt op veiligheidsgronden jeugdigen gedurende nacht in te sluiten in deeigen kamer, maar niet de noodzaak van een insluitingsruimte als zich eennoodsituatie aandient. Over die vraag ga ik in overleg met de aanbiederszonder insluitingsruimte en gemeenten met als vraag hoe zij veilige zorgborgen als er een noodsituatie dreigt. Zolang aanbieders de vrijheidsbe-perkende maatregel insluiten wel toepassen, ben ik van mening dat devereisten van de insluitingsruimte onveranderd moeten blijven.Dit betekent naar mijn mening dat er een onderscheid gemaakt moetworden tussen de eisen voor een insluitingsruimte en voor een ruimtewaar jongeren op eigen verzoek verblijven. Daarmee kom ik ook tegemoetaan jeugdigen die hebben aangegeven het niet fijn vinden dat als zij opeigen verzoek in een afzonderlijke ruimte willen verblijven, dat dit dandezelfde afzonderlijke ruimte kan zijn waar zij tegen hun wil ingeslotenkunnen worden. Dat begrijp ik en ook daarom lijkt aanpassing van deregelgeving mij de beste optie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10915 Het gedurende de nacht op slot doen van de eigen kamer van eenjeugdige, hoewel niet toegestaan, blijkt soms onvermijdelijk te zijn voorde veiligheid van andere jeugdigen in de instelling en medewerkers. Deaanbieders die kamerdeuren gedurende de nacht op slot doen, benoemenvooral jeugdigen met een zogeheten hoog forensisch profiel of forsseksueel grensoverschrijdend gedrag als de doelgroep bij wie hetinsluiten in de eigen kamer nodig kan zijn in verband met de veiligheid.Hun ervaringen zijn dat sommige van deze jeugdigen kamers van anderenbinnengaan en bedreigend of gewelddadig gedrag vertonen: dit kanleiden tot gevaarlijke situaties, zoals manipulatie, afpersing, seksueelgrensoverschrijdend gedrag en ronselen. In dit verband is het overigensbelangrijk om op te merken dat uit het toezicht van de IGJ blijkt dat er ookaanbieders zijn die het insluiten in de eigen kamer niet (meer) toepassen.Op grond van het bovenstaande ben ik tot de conclusie gekomen dat hetin specifieke omstandigheden te rechtvaardigen is dat de deur van deeigen kamer gedurende de nachtelijke uren op slot gaat. Het is eendilemma waarin ik een afweging heb moeten maken tussen zo minmogelijk vrijheidsbeperkingen (m.a.w. geen nieuwe vrijheidsbeperkendemaatregel) en het borgen van de veiligheid van jeugdigen enmedewerkers. We moeten onder ogen zien dat er jeugdigen zijn die eengevaar kunnen zijn voor anderen en daarom vind ik het noodzakelijk dathet mogelijk wordt om onder strikte voorwaarden bepaalde jeugdigen ’snachts in de eigen kamer insluiten. Dit betekent dat ik voorbereidingen zaltreffen voor een wetsvoorstel. De aanbieders vinden ook dat dit uiteraardeen zorgvuldige afweging op maat moet zijn. Ik begrijp de zorgen vanExpEx en anderen over. Ik zal deze zorgen uiteraard betrekken bij hetwetsvoorstel.Daarnaast moet de komende periode ook worden gewerkt aan een beterpassend aanbod voor de groep voor wie nachtelijke insluiting in de eigenkamer nodig kan zijn. Op dit moment loopt er in opdracht van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid nog een onderzoek naar de foren-sische doelgroep in de gesloten jeugdhulp. Daarnaast ontwikkelt hetLandelijk Programmateam Transformatie gesloten jeugdhulp eenzorginhoudelijk kader voor de forensische doelgroep. Dat samen moetervoor zorgen dat we de komende jaren erin slagen voor deze doelgroepeen beter passend aanbod te maken. Dat is essentieel omdat ik van zowelprofessionals als jeugdigen hoor dat het hier om een kleine groep gaat,maar dat die wel bepalend kan zijn voor het leefklimaat en de veiligheid ininstellingen.Dit alles laat onverlet dat aanbieders ervoor moeten zorgen dat hunmedewerkers vakbekwaam zijn en blijven in het voorkomen dat vrijheids-beperkende maatregelen nodig zijn en als dat toch nodig is in hetzorgvuldig toepassen daarvan. De komst van het project »Ik leer nietalleen» zie ik als bevestiging dat aanbieders de urgentie van hetvoorkomen van vrijheidsbeperkende maatregelen onderschrijven. Deaanbieders kunnen ook baat hebben van de inzichten die het ConsortiumKleinschaligheid heeft opgenomen in het position paper over relationeelwerken.8 Het verheugt mij te zien dat dat tot stand is gekomen mededankzij de inzet van professionals uit de gesloten jeugdhulp.De Jeugdwet niet aanpassen is naar mijn mening geen optie. Hetalternatief is namelijk dat jeugdigen die een gevaar zijn voor anderen danworden overgeplaatst naar andere instellingen met een hoger veiligheids-8Persoonsgericht, relationeel werken in de kleinschalige residentiële jeugdzorg, AcademischeWerkplaats RisicojeugdTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10916 regime, zoals een justitiële jeugdinrichting. Dit is niet in het belang vandeze jeugdigen en past niet in de ingezette transformatie.Hoofdlijnen voor de wijzigingen en overgangsfase tot inwerkingtredingOp dit moment stel ik mij voor het insluiten op de eigen kamer tijdens denacht mogelijk te maken als (er een gegrond risico is dat) het gedrag vaneen jeugdige een ernstig gevaar vormt voor de gezondheid of deveiligheid van andere jeugdigen of medewerkers in de accommodatievoor gesloten jeugdhulp. Aan de toepassing van deze vrijheidsbeper-kende maatregel wil ik de nodige voorwaarden verbinden, zodat zeerzorgvuldig met deze maatregel wordt omgegaan. Ten eerste zal ook bij detoepassing van deze maatregel het nee, tenzij-beginsel altijd moetengelden. Dat betekent onder andere dat eerst moet worden overwogen ofhet ernstig gevaar op een andere manier dan insluiten in de eigen kamerkan worden afgewend. Dat houdt concreet in dat de aanbieder ook demogelijkheid van meer nabijheid en extra personeel moet bezien. Uit dezeafweging moet ook blijken dat insluiting in de eigen kamer niet het gevolgis van het ontbreken van voldoende geschoolde medewerkers, eenwaakdienst in de nacht of de beschikbaarheid van passende hulp enbegeleiding voor de individuele jeugdige. De maatregel moet wordenopgenomen in het hulpverleningsplan van de betreffende jeugdige en netzoals bij andere vrijheidsbeperkende maatregelen is instemming van eengekwalificeerde gedragswetenschaper daarbij vereist.Voorts moeten de rechtswaarborgen die gelden bij de toepassing van eenvrijheidsbeperkende maatregel onverkort van toepassing zijn bij hetnachtelijk insluiten op de eigen kamer.In het wetsvoorstel werk ik de volgende voorwaarden nader uit:–Alleen als gebleken is dat de betrokken jeugdige een ernstig gevaar isvoor de veiligheid van andere jeugdigen in de instelling of demedewerkers.–Alleen bij jeugdigen van twaalf jaar en ouder.–Insluiten in de eigen kamer mag niet als de gezondheid of veiligheidvan de jeugdige zelf in gevaar is, want dat kan juist risico’s opleverenvoor de jeugdige die wordt ingesloten.Bij de voorbereiding betrek ik niet alleen de aanbieders, maar uiteraardook professionals en jeugdigen.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V.P.G. KarremansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10917
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.