Verminderen van regeldruk
Brontekst
Versie 4edc824d94921478 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 637Bedrijfslevenbeleid25 883Arbeidsomstandigheden36 450Regels omtrent de instelling van hetAdviescollege toetsing regeldruk (InstellingswetAdviescollege toetsing regeldruk)Nr. 697 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 28 mei 2025De regels op het terrein van arbeidsomstandigheden beogen dat iedereenin Nederland gezond en veilig werkt en dat mensen niet ziek worden, geenarbeidsongeval krijgen en niet overlijden door hun werk. De Arbeids-omstandighedenwet (Arbowet) bevat verplichtingen voor werkgevers enwerknemers en beschrijft het toezicht op de naleving en handhavinghiervan. Deze regelgeving is grotendeels gebaseerd op EU-richtlijnen enILO-verdragen. Daardoor houden bedrijven in andere landen zich aandezelfde regels en ontstaat er binnen de Europese Unie (EU) een gelijkspeelveld. Ook is hiermee het beschermingsniveau van werkendengeborgd.Regels kunnen een goede uitvoering echter ook in de weg zitten.Onnodige regeldruk is één van de grootste ergernissen van ondernemers.De Kamerbrief over het «Actieprogramma Minder Druk Met Regels» van9 december 2024 stelt daarom het volgende: «Met respect voor belang-rijke beleidsdoelstellingen die met regelgeving worden nagestreefd,moeten regels werkbaar en passend zijn, zonder onnodige regeldruk».1Het gaat erom dat ondernemers minder druk ervaren van de regels die erzijn en nog zullen komen. Daarbij realiseert het kabinet zich dat hetovergrote deel van onze regels afkomstig is vanuit de EU. Ook deEuropese Commissie erkent het belang van het voorkómen van onnodigeregeldruk.2 Zelf zijn we hierop altijd kritisch in onze inbreng over Europese(wets)voorstellen.Op het terrein van arbeidsomstandigheden wil ik hieraan bijdragen enregeldruk tegengaan en de beleefde regeldruk omlaag brengen. Waarmogelijk wil ik de regeldrukkosten verlagen en ervoor zorgen dat de1Kamerbrief Actieprogramma Minder druk met regels, EZ, 9 december 2024, 32 637, nr. 660.2Zie o.a. CSDDD – omnibus vereenvoudigingspakket Commissie wil minder administratieverompslomp en een eenvoudiger ondernemingsklimaat - Europese Commissie. kst-32637-697ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 6971 regelgeving goed uitvoerbaar is. Daarmee lever ik een bijdrage aan dedoelstelling van 20% minder onnodige regeldrukkosten voor negensectoren die indicatief zijn voor het brede mkb uit de motie Kisteman3.Met goed werkbare regelgeving zijn we beter in staat om de doelen vande Arbowet en de missie van de Arbovisie 2040 te bereiken.De opbouw van deze brief is als volgt:−een korte terugblik op regeldruk op het terrein van arbeidsomstandig-heden;−mijn bijdrage aan het regeldruk-reductieprogramma van het kabinet. Iktrek hierin op samen met de Minister van Economische Zaken;−de mogelijkheden om de beleefde regeldruk op het terrein van gezonden veilig werken te verminderen. Dit gaat zowel om aanpassingen vanbestaande regelgeving als om het afzien van nieuwe regelgeving.Belangrijke randvoorwaarden zijn dat dit niet ten koste gaat van debescherming van werkenden en dat het past binnen de internationaleregelgeving;−informatie over de motie Kisteman over het onderzoeken van een voorhet mkb werkbare wijze voor het werken met gevaarlijke stoffen.4Onlangs is het tweede SER-advies over Arbovisie 2040 uitgebracht. In dekabinetsreactie in het najaar zal ik aandacht besteden aan de relatie metregeldruk. Gelijktijdig met deze brief bied ik uw Kamer een Voortgangs-brief over de Arbovisie 2040 aan, evenals een Verzamelbrief over diversearbogerelateerde onderwerpen.1. Vermindering van regeldruk in het verleden De totstandkoming van regelgeving voor goede arbeidsomstandighedenvan werknemers beslaat een zeer lange periode en houdt verband met deindustriële ontwikkeling. Dit startte in 1874 met het Kinderwetje van VanHouten. In de loop van de jaren groeide het uit tot een wirwar aanregelgeving. Bij een eerste herordening werden al deze regels onderge-bracht in een brede Arbeidsomstandighedenwet (1992). Deze bevatte nogsteeds 38 besluiten met 1.200 bepalingen, 40 ministeriële regelingen, 200P-bladen en 50 Voorlichtingsbladen. Rondom die periode begon een groteoperatie om dit geleidelijk terug te brengen tot een overzichtelijker geheel.Sindsdien is er niet alleen één wet, maar ook één besluit, één regeling enenkele beleidsregels.Met de Europese eenwording ontstonden ook Europese richtlijnen en dediscussie over nationale koppen5. Mede in het kader van het Rijksbredeprogramma «Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit» (MDW)kwam rond 2002 een grondige doorlichting op mogelijkheden totderegulering. Dit leidde in 2005 tot een geheel nieuwe gedereguleerdeArbowet, die volgens Actal6 significant bijdroeg aan de vermindering vande administratieve lasten. Nationale koppen werden alleen behouden bijzeer ernstig risico’s, die konden leiden tot onherstelbare schade aan degezondheid van werknemers. Waar mogelijk werden in deze wetmiddelbepalingen vervangen door doelbepalingen. Middelbepalingen zijn3Kamerstukken II 2024/25, 36 450, nr. 44. In deze motie wordt de regering opgeroepen om deonnodige regeldrukkosten voor de gehele sector van 9 indicatorbedrijven eind 2026 met 20% tehebben verminderd of concrete stappen te hebben gezet die met als gevolg vermindering vandeze onnodige regeldrukkosten hebben.4Kamerstukken II 2024/25, 25 883, nr. 505.5In 1989 werd de Kaderrichtlijn veiligheid en gezondheid op het werk vastgesteld (89/391). Ophet terrein van arbeidsomstandigheden bestaan 26 richtlijnen. 23 daarvan zijn gebaseerd opdeze Kaderrichtlijn.6Actal, het Adviescollege toetsing administratieve lasten, is de voorloper van de ATR (deAdviescollege toetsing regeldruk) en bestond van 2000 tot 2017.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 6972 voorschriften hoe iets moest gebeuren. Bij doelbepalingen staat het tebereiken resultaat voorop; niet hoe je het bereikt. Werkgevers enwerkenden konden daarover samen afspraken maken. In 2007 werd in eennieuwe scan op eventueel nog bestaande nationale koppen geconclu-deerd dat er nog nauwelijks nationale koppen waren, met uitzonderingvan koppen die door politiek of sociale partners nadrukkelijk als wenselijkwerden beschouwd. Dit bleek ook uit een nieuwe scan in 2012 en latereexercities. Het feit dat er weinig nationale koppen resteren, laat onverletdat werkgevers regeldruk ervaren.Zoals aangegeven zet ik erop in om de regeldruk omlaag te brengen.Overigens is onlangs aandacht geweest voor nationale koppen. In mei iseen motie aangenomen vanuit de context van Corporate SustainabilityDue Diligence Directive (CSDDD) over het schrappen van nationalekoppen.72. Bijdragen aan het regeldruk-reductieprogramma Het kabinet presenteerde het regeldruk-reductieprogramma in degenoemde Kamerbrief van 9 december 2024. Mijn bijdrage hieraan op hetterrein van arbeidsomstandigheden maakt onderdeel uit van de eerstetranche van dit programma8. Daarbij gaat het om drie bestaandetrajecten. Deze zijn gericht op een beter werkbare Arboregelgeving, op detotstandkoming van Risico-Inventarisatie en Evaluatie’s (RI&E’s) in hetmkb en op het vervolgadvies van de SER over de Arbovisie 2040. HetSER-advies bestrijkt meerdere thema’s, maar gaat ook in op de doormkb-bedrijven beleefde complexiteit van wet- en regelgeving oparbogebied.2.1. Vergroten van de werkbaarheid van de Arboregelgeving met hetActieprogramma Arbo Actief! Het verlagen van de beleefde regeldruk van de regelgeving op het terreinvan arbeidsomstandigheden heeft voor mij prioriteit. SZW werkt hieraanlangs een aantal sporen. Bij de introductie en actualisatie van regelgevingwordt getoetst op regeldruk. Er vindt een bedrijfseffectentoets (BET)plaats, inclusief een mkb-toets en een regeldruktoets. Er wordt adviesgevraagd aan het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) en de Neder-landse Arbeidsinspectie (hierna: Arbeidsinspectie) doet een uitvoerings-en handhavingstoets (U&H-toets). Ook wegen we vooraf zorgvuldig af ofregelgeving nodig is.Recent heeft een beleidsverkenning naar de ervaren knelpunten plaatsge-vonden, inclusief een kwalitatief onderzoek uitgevoerd door Capgemini.Daaruit blijkt dat aanpassingen in de formulering en structuur van deregelgeving weinig impact zullen hebben op zowel de naleving doorwerkgevers als de beleefde regeldruk. De grootste impact op de nalevingvan de Arboregelgeving en de beleefde regeldruk, is te behalen door eenbetere informatievoorziening en door het aanbieden van toegankelijkekennis en concrete handvatten. De rapportage van het onderzoek is alsbijlage toegevoegd aan deze brief. Daarom gaat SZW met werkgevers, depraktijk en diverse overheden in gesprek over een duurzame oplossingvoor het vergroten van de werkbaarheid van de arboregelgeving, medeom daarmee bij te dragen aan de eerdergenoemde doelstelling van 20%minder onnodige regeldrukkosten voor negen indicatieve sectoren uit demotie Kisteman. We gaan ook in gesprek met de sociale partners.7Kamerstukken II, 2024/25, 21 501-02, nr. 3151. In deze motie wordt de regering verzocht allebestaande nationale koppen (gold plaiting) uit de Nederlandse wetgeving te schrappen.8Kamerstukken II 2024/25, 32 637, nr. 660, p. 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 6973 In 2025 zet SZW zich in voor een duurzame samenwerking om informatieover gezond en veilig werken werkbaar te maken voor werkgevers enwerkenden en andere betrokkenen. Het beoogde eindresultaat is eengezamenlijk meerjarig Actieprogramma Arbo Actief! Dit actieprogrammais erop gericht dat werkgevers en werkenden beschikken over debenodigde kennis, gemotiveerd zijn en voldoende handelingsperspectiefhebben om de arboregels goed toe te passen. Hiermee wil ik eenblijvende gedragsverandering bereiken bij werkgevers en werkenden. Weverwachten hiermee de werkbaarheid van de Arboregelgeving te kunnenvergroten.We werken hierbij nauw samen met het Regeldruk-reductieprogrammavan het Ministerie van EZ. Zo zullen SZW en EZ hierover gezamenlijkgesprekken organiseren met werkgevers en werkenden en de praktijk.2.2. Vergroten kwantiteit en kwaliteit RI&E in het mkb Werkgevers zijn op grond van de Arbeidsomstandighedenwet en eenEuropese richtlijn verplicht hun arborisico’s vast te leggen in een RI&E.Een kwalitatief goede RI&E vormt de basis voor een goed arbobeleid engaat samen met gezond en veilig werken in de praktijk.9 Veelmkb-bedrijven ervaren regeldruk rondom de RI&E-verplichting. Vanuit hetmeerjarenprogramma Impuls RI&E (2020–2023) zijn samen met deeindgebruikers instrumenten en ondersteuning beschikbaar gesteld omhet maken van een RI&E te vergemakkelijken. Dat betreft de app «Routenaar RI&E» en de «Routeplanner». De bereikte werkgevers hebben baat bijdeze ontwikkelde instrumenten. Toch laat het recente mkb-onderzoek ziendat nog veel ondernemers uit het mkb het opstellen van een RI&Eingewikkeld en kostbaar vinden. Zij weten niet goed hoe ze aan dezewettelijke verplichting kunnen voldoen. Ook bestaan er veel misver-standen over de toetsing van de RI&E.10De voortgangsbrief over de «Arbovisie 2040» geeft een volledig overzichtvan mijn vervolgacties om ondernemers verder op weg te helpen. Ookgeef ik daarin aan wat ik doe om de ervaren regeldruk voor het mkb vande RI&E verder te verminderen. Daarbij gaat het onder meer om eenstart-RI&E en het stimuleren van meer erkende branche-RI&E’s voorbedrijven met minder dan 25 werknemers. Ook inventariseer ik of deaanpak in andere EU-landen voor het mkb minder regeldruk in Nederlandkan opleveren. Daarnaast bespreek ik de verdere uitwerking van de motievan het lid Kisteman c.s. over vereenvoudiging van de RI&E11 en de motievan het lid Flach c.s.12 over de toetsing van de RI&E. Beide moties hebbenals doel een vermindering van de regeldruk. Ook hiermee lever ik eenbijdrage aan de eerder genoemde doelstelling van 20% minder onnodigeregeldrukkosten voor de negen sectoren uit de motie van het lidKisteman.9Arbo in bedrijf 2022-2023 | Rapport | Nederlandse Arbeidsinspectie10Regeldruk MKB-indicatorbedrijven in zes sectoren, overkoepelend rapport, 2023, SIRAConsulting en Regeldruk MKB-indicatorbedrijven in drie sectoren, overkoepelend rapport,2025, KPMG.11Kamerstukken II 2024/25, 25 883, nr. 506. Deze motie vraagt om te verkennen hoe deRI&E-verplichting in Nederland vereenvoudigd kan worden, en daarbij de mogelijkheid vanhet uitzonderen van organisaties tot 25 werknemers van de schriftelijke RI&E nadrukkelijk tebetrekken.12Kamerstukken II 2024/25, 25 883, nr. 508. In deze motie wordt opgeroepen de RI&E doormaximaal één kerndeskundige te laten toetsen en te verkennen welke vervolgstappen kunnenworden gezet om de regeldruk te verminderen en minder belastende alternatieven, waaronderafschaffing van de toetsverplichting, in kaart te brengen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 6974 3. Verdere stappen om de regeldruk te verminderen De hiervoor genoemde mogelijkheden om de regeldruk te verminderenrichten zich met name op de werkbaarheid van de bestaande regelgeving.Daarnaast heb ik gekeken naar mogelijkheden om regeldruk te verlagendoor een aanpassing van de bestaande regelgeving of door af te zien vannieuwe regelgeving. Dit betreft:−Aanpassing van bestaande regelgeving:•Liftboek in lift•Hittestress•Veiligheid tankschepen en gevaarlijke stoffen−Afzien van nieuwe regelgeving:•Testen op alcohol- en drugsgebruik•Melden van onveilige en ongezonde situaties door bedrijfsartsenIn de gelijktijdig verzonden Voortgangsbrief ga ik daarnaast in op mijnvoornemen om zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) niet onder dewerking van de Arbeidstijdenwet te brengen. Ook bespreek ik in deze briefde voortgang van de asbestregelgeving. Zoals toegezegd tijdens hetCommissiedebat Gezond en veilig werken op 26 september 2024, ben ikdaarbij ook ingegaan op de gevolgen voor regeldruk.3.1. Aanpassing regelgeving om een digitaal liftenboek mogelijk te maken De Europese liftenrichtlijn (2014/33/EU), die is geïmplementeerd in hetWarenwetbesluit liften 2016, bepaalt dat bij elke lift instructies aanwezigmoeten zijn. Dit bevat in elk geval de volgende documenten:−de voor normaal gebruik benodigde tekeningen en schema’s;−de gegevens voor onderhoud, inspectie, reparatie, periodieke controleen de hulpverlening;−het liftboek met de reparaties en periodieke controles.Elke lift gaat dus vergezeld van de instructies, waaronder een liftenboek.Het liftboek moet door diverse partijen altijd te raadplegen zijn. Het ismomenteel een papieren document dat in de machinekamer van de lift tevinden is. De installateurs, onderhoudsbedrijven en keuringsinstantieshebben ook een eigen digitaal systeem waarin zij alle informatie regis-treren. Die informatie vormt ook onderdeel van het papieren liftboek.Met een digitaal liftboek kunnen de partijen effectiever en efficiënterwerken en ervaren ze minder regeldruk. Ze kunnen zich bijvoorbeeld betervoorbereiden op onderhoudswerk en er is onderhoud op afstand mogelijkin geval van een software update of bij een lifttest. Bovendien past dit bijde nieuwste technologische ontwikkelingen. Dit maak ik mogelijk met eenwijziging van het Warenwetbesluit liften 2016, die ik rond de zomer van2026 zal publiceren. De wijziging kan dan op 1 januari 2027 in werkingtreden. De sector heeft al een digitaal liftboek en zal hierin de komendetijd meer informatie opnemen zoals de keuringsinformatie (datumkeuring, nieuwe keuringsdatum, aandachtspunten en reden van afkeuring)en de technische informatie over installatie en onderhoud.3.2. Aanpassing regelgeving op het terrein van hittestress Klimaatverandering leidt tot meer extreme weersomstandigheden. Ditbetekent meer hitte, zowel qua frequentie als intensiteit. Voor werknemerskan dit leiden tot gezondheidsklachten bijvoorbeeld uitputting door hitteen hitteberoerte. Ook is een negatieve impact mogelijk op cognitievefuncties (concentratievermogen, coördinatie en reactiesnelheid) diegevolgen kunnen hebben voor veilig werken. Los van hittestress, kan hetwerken in de zon buiten huidkanker veroorzaken, als er geen goedeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 6975 bescherming is.13 Hittestress geldt zowel voor werken buiten als binnen,bijvoorbeeld bij het werken in een productiehal met hete ovens.In de verzamelbrief van 18 juni 2024 (Kamerstuk 25 883, nr. 495) is hetrisico van hittestress besproken. Conclusie is dat dit risico blijvendaandacht vraagt, gezien de klimaatverandering, ook in internationaalverband. We blijven de ontwikkelingen op dit terrein daarom volgen. Alshittestress in een bedrijf een risico is, moeten werkgevers maatregelennemen om hun werknemers daartegen te beschermen.14 In mei 2024 heeftde Nederlandse Arbeidsinspectie (hierna: Arbeidsinspectie) eenverkenning uitgebracht over hittestress.15 Daarin wijst de Arbeidsinspectieerop dat het eerste lid van artikel 6.1 van het Arbeidsomstandighedenbe-sluit niet duidelijk is over factoren die van invloed zijn op de ervarentemperatuur tijdens het werken. Ook signaleert de Arbeidsinspectie eentegenstrijdigheid in de regelgeving bij het toepassen van de arbeidshygië-nische strategie.16 In de Verzamelbrief van 18 juni 2024 wordt daarom eenaanpassing van deze artikelen aangekondigd. Op dit moment werk ikdaaraan. Daarbij voer ik een verduidelijking door in het eerste lid, opdatwerkgevers weten met welke factoren zij rekening kunnen houden om hunwerknemers adequaat te beschermen. Het tweede lid is in strijd metartikel 3 van de Arbowet op het terrein van toepassing van de arbeidshy-giënische strategie. Daarom heb ik besloten dit lid te laten vervallen.Omdat de regelgeving op dit moment tegenstrijdig is, vindt er momenteelgeen handhaving plaats op dit lid, om aperte onbillijkheden tevoorkomen. De Arbeidsinspectie is schriftelijk gevraagd hieraan opvolgingte geven. Met deze aanpassingen verduidelijk ik de regelgeving en neemik een interne tegenstrijdigheid in de regelgeving weg. Resultaat is eenbeter werkbare regelgeving en daardoor minder regeldruk.3.3. Aanpassing regelgeving voor tankschepen met gevaarlijke stoffen Tankschepen kunnen worden gebruikt voor het vervoer van vloeistoffenen gassen waar brand- of ontploffingsgevaar kan plaatsvinden.Werkzaamheden aan, op of in tankschepen, zoals onderhouden,verbouwen, herstellen en slopen, vormen een risico voor de veiligheid engezondheid van werkenden. De huidige arbeidsomstandighedenregel-geving voor het verrichten van werkzaamheden aan en op tankschepensluit niet aan op de technische ontwikkelingen in de scheepvaart. Zowordt Liquified Natural Gas (LNG) niet alleen vervoerd, maar ook gebruiktals voorstuwingsbrandstof. Dit was ten tijde van het formuleren van deregelgeving niet voorzien.Doordat de huidige arbeidsomstandighedenregelgeving verouderd is,ervaren de markt- en branchepartijen in de scheepvaartsector eenverhoogde regeldruk. Het is wenselijk dat deze regelgeving wordtgeactualiseerd. SZW werkt hiervoor samen met toezichthouders, markt-en branchepartijen in de scheepvaartsector om de arbeidsomstandighe-denregelgeving toekomstbestendig te maken. Dit zorgt voor duidelijke en13Zie het onderzoek «Bijdragen van beroepsmatige blootstellingen aan kanker in Nederland»van TNO. Hierin wordt geconstateerd dat jaarlijks minstens 7000 Nederlanders kanker krijgendoor blootstelling aan schadelijke stoffen of uv-straling op het werk.14Dit is geregeld in artikel 6.1. van het Arbobesluit. Hierin staat onder meer dat rekeninghoudend met de aard van de door de werknemers verrichte werkzaamheden en de fysiekebelasting die daarvan het gevolg is, de temperatuur op de arbeidsplaats geen schade magveroorzaken aan de gezondheid van de werknemers.15Arbeidsinspectie (mei 2024), Verkenning hittestress.16De arbeidshygiënische strategie geeft de volgorde aan waarin een bedrijf maatregelen moettreffen om ervoor te zorgen dat het werk zo gezond en veilig mogelijk kan worden gedaan. Ditwordt vaak de STOP-strategie genoemd: substitutie, technische maatregelen, organisatorischemaatregelen en persoonlijke beschermingsmiddelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 6976 werkbare regels voor de betrokkenen en een afname van de ervarenregeldruk.3.4. Afzien van regelgeving: geen testen op alcohol- en drugsgebruik doorwerkgevers In het najaar 2024 is een onderzoek afgerond, waarin is nagaan inhoeverre het onder invloed zijn van alcohol en drugs op de werkvloervoor veiligheidsproblemen zorgt en of alcohol- en drugstesten kunnenbijdragen aan het verhogen van de veiligheid. De belangrijkste conclusievan dit onderzoek is dat er slechts een zeer beperkt aantal incidentenbekend is, waarbij werkgevers en collega’s een direct verband leggentussen werkzaam zijn onder invloed van alcohol of drugs en ongevallen ofveiligheidsproblemen. Dit speelt in minder dan 2% van de organisaties.Het testen op gebruik van alcohol en drugs zal daarom waarschijnlijk voorde meeste organisaties geen of een minimale veiligheidswinst opleveren.Mede op basis van de uitkomsten van het onderzoek, heb ik besloten geenwettelijke grondslag te creëren voor het testen van werkenden doorwerkgevers op het gebruik van alcohol of drugs. Ik zie om meerdereredenen onvoldoende onderbouwing voor een wettelijke grondslag. Ditlicht ik verder toe in mijn beleidsreactie op het onderzoek in de Verzamel-brief. Een wettelijke grondslag voor AD-testen zou met de nodigewaarborgen en voorwaarden gepaard moeten gaan om de inbreuk op degrondrechten van werkenden zover mogelijk te beperken. Gelet op debestaande zeer strikt gereguleerde mogelijkheid voor bijvoorbeeld pilotenen machinisten, betekent dit een aanpassing van het strafrecht en de inzetvan speciale opsporingsambtenaren. Als bedrijven zouden willen testen,zou deze noodzakelijke strikte regulering daarom in de praktijk veel vergenvan bedrijven. Hoewel het niet het hoofdargument is, vind ik het eenbijkomend voordeel dat de regeldruk niet op deze wijze oploopt voor debedrijven die hiermee zouden werken.3.5. Afzien van regelgeving: het melden van onveilige en ongezondesituaties door bedrijfsartsen bij de Arbeidsinspectie Iedereen kan meldingen over onveilige en ongezonde situaties op dewerkvloer doen bij de Arbeidsinspectie. De SER adviseerde in zijn adviesover de Arbovisie 2040 een onderzoeksplicht voor de Arbeidsinspectie alseen bedrijfsarts of andere kerndeskundige zo’n melding doet. Op grondvan de Arbowet moet de Arbeidsinspectie al opvolging geven aan eenmelding of verzoek van een vakbond of de personeelsvertegenwoordigingin een bedrijf. In de kabinetsreactie op het SER-advies werd daarop eenvoorstel voor regelgeving aangekondigd, opdat voor meldingen ofverzoeken door de bedrijfsarts en andere kerndeskundigen een verge-lijkbare werkwijze gaat gelden als bij een melding of verzoek door eenvakbond of de personeelsvertegenwoordiging.Een uitwerking hiervan was opgenomen in de Verzamelwet 2025. Inreactie hierop heeft de Arbeidsinspectie bij de Toezichtbaarheidstoetsechter verzocht om de onderzoeksplicht te heroverwegen. Mede op basisvan de uitkomsten van deze toets, heb ik besloten af te zien van eenwettelijke onderzoeksplicht. Dit licht ik verder toe in de Voortgangsbriefover de Arbovisie 2040. Van belang hierbij is dat in de uitvoeringspraktijkvan de Arbeidsinspectie al is geregeld dat meldingen van bedrijfsartsenen kerndeskundigen die gaan over ongezonde of onveilige arbeidsom-standigheden een serieuze opvolging krijgen. Naar mijn oordeel is eenwettelijke onderzoeksplicht daarom overbodig. Het afzien van dezeregelgeving voorkomt bovendien regeldruk voor de Arbeidsinspectie enregeldrukkosten en ervaren regeldruk van bedrijven, omdat niet elkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 6977 melding automatisch tot opvolging door de Arbeidsinspectie bij eenwerkgever hoeft te leiden.4. Motie registratie gevaarlijke stoffen/werkbare wijze mkb Op 6 november 2024 nam uw Kamer een motie aan van het lid Kisteman(VVD) over het onderzoeken van een voor het mkb werkbare wijze voorhet werken met gevaarlijke stoffen.17 De motie geeft aan dat de Arbeidsin-spectie kleine werkgevers als schilders en kappers een rapportage- enanalyseverplichting tot op componentenniveau oplegt, en noemt dit eenonwerkbare nationale kop. Daarbij verwijst de motie naar de EuropeseREACH-verordening18 die aan producenten van gevaarlijke stoffenVeiligheidsinformatiebladen (VIB’s) voorschrijft. De motie refereert aan dewerkwijze van arbeidsinspecties in andere EU-lidstaten. Deze landenzouden de toepassing van VIB’s toereikend achten voor sectoren diewerken met producten met gevaarlijke stoffen. Gevraagd wordt om detoezichtspraktijk uit de andere EU-lidstaten te betrekken bij de uitwerkingvan de motie.4.1. Regelgeving Conform Europese regelgeving dient de werkgever een RI&E op te stellen.De EU-Richtlijn (98/24/EG) bevat wettelijke verplichtingen voor hetinventariseren van gevaarlijke stoffen als verbijzondering van dealgemene RI&E-plicht. In de RI&E moet voor gevaarlijke stoffen «de aard,de mate en de duur van de blootstelling» worden beoordeeld om derisico’s voor de gezondheid van werknemers te bepalen. De werkgevermoet hierbij aandacht besteden aan de identiteit en risico’s van debetrokken stoffen en de blootstelling beoordelen. Op basis van dezebeoordeling stelt de werkgever passende preventiemaatregelen op.Een product kan bestaan uit meer dan één gevaarlijke stof (een mengsel).Om de aard, mate en duur van de blootstelling van zo’n product tebeoordelen, moet daarom naar iedere stof (oftewel component) in hetproduct worden gekeken. Dit geldt voor het bepalen van de blootstellingen het bepalen van de gevaars-eigenschappen. In de beoordeling van hetrisico van blootstelling aan gevaarlijke stoffen moet vervolgens getoetstworden aan grenswaarden. In artikel 4.2 van het Arbeidsomstandigheden-besluit zijn al deze verplichtingen geïmplementeerd. Om een adequateblootstellingsbeoordeling te doen is het gelet op de Europese enNederlandse regelgeving nodig om de verschillende componenten vangevaarlijke stoffen op de werkplek te identificeren. De genoemdeverplichtingen gelden in alle EU-landen. Er is geen sprake van eennationale kop. De Arbeidsinspectie houdt toezicht en handhaaft zo nodigop deze verplichtingen.4.2. Veiligheidsinformatieblad (VIB) Een VIB is een document met informatie over de risico’s van eengevaarlijke stof of preparaat en aanbevelingen voor het veilig gebruikervan op het werk. Het bevat alle eigenschappen van het product: van degevaren en de chemische samenstelling tot informatie over bescher-mingsmiddelen, veilig gebruik, transport en afvoer. De informatie uit hetVIB kan helpen bij de inventarisatie en beoordeling van de blootstellingaan gevaarlijke stoffen uit het betreffende product, en de selectie vangeschikte beheersmaatregelen. Volgens de regelgeving volstaat alleeneen VIB niet om invulling te geven aan de RI&E-verplichting voor17Kamerstukken II 2024/25, 25 883, nr. 505.18REACH-verordening EG nr. 1907/2006.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 6978 gevaarlijke stoffen. Om de aard, mate en duur van de blootstelling tekunnen beoordelen, moet altijd worden gekeken naar de specifiekeomstandigheden en de blootstelling van medewerkers in het bedrijf.4.3. Eerste beelden handhavingsbeleid andere EU-lidstaten Er is een uitvraag gedaan bij EU-lidstaten over de inventarisatie vangevaarlijke stoffen door werkgevers in het kader van de risicobeoordeling.Uit een eerste analyse blijkt dat mkb-bedrijven in veel lidstaten moeiteervaren met het opstellen van een RI&E voor gevaarlijke stoffen. Redenenzijn onder meer:•een laag bewustzijn dat men werkt met gevaarlijke stoffen,•moeite met het begrijpen van de regelgeving op dit gebied of•moeite met de uitvoering daarvan (bijvoorbeeld het niet opnemen vanalle stoffen in de RI&E of de correcte uitvoering van blootstellingsme-tingen).Het VIB wordt vaak genoemd als informatiebron voor de inventarisatievan gevaarlijke stoffen. Over de handhaving geven toezichthouders vande EU-lidstaten aan dat zij controleren of een RI&E is opgesteld voor deaanwezigheid van en blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Als blijkt datgevaarlijke stoffen aanwezig zijn wordt specifieker gekeken, bijvoorbeeldnaar de beoordeling van de blootstelling van bepaalde groepenwerknemers, of naar de effectiviteit van beheersmaatregelen. Veel landennoemen het belang van het opnemen van alle stoffen in de RI&E, ook voorstoffen die tijdens het proces worden gevormd. Lidstaten hebbenvoorbeelden gegeven van tools die het mkb kan gebruiken bij hetopstellen van de RI&E. Sommige lidstaten bieden zelf tools aan (bijvoor-beeld een format voor de inventarisatie van gevaarlijke stoffen). Anderelidstaten wijzen op tools die ontwikkeld zijn door brancheorganisaties ofop commerciële instrumenten. Nederland wijkt hierin niet af van deandere landen. In Nederland ondersteunen we mkb-bedrijven bijvoor-beeld met de Route naar RI&E. Dit instrument bevat een aparte modulevoor de inventarisatie van gevaarlijke stoffen. De tool «zelfinspectie» vande Arbeidsinspectie helpt werkgevers om de risico’s voor het werken metgevaarlijke stoffen te inventariseren, te beoordelen en maatregelen eropaf te stemmen en de aanpak te borgen in de organisatie.194.4. In de praktijk In de motie wordt specifiek gerefereerd aan de kappers- en schilders-branche. Uit een gesprek met de brancheorganisatie van de schildersblijkt dat met name kleinere werkgevers de inventarisatie van gevaarlijkestoffen niet eenvoudig vinden en ervaren als een administratieve last.Brancheverenigingen kunnen mkb-werkgevers ondersteunen bij hetopstellen van de RI&E gevaarlijke stoffen en te nemen maatregelen. In depraktijk gebeurt dat ook. Zo geeft de schildersbranche aan dat zij eenblootstellingstool hebben laten ontwikkelen die door TNO gevalideerd is.Met de tool kunnen gevaarlijke stoffen worden geïnventariseerd en deaard, mate en duur van de blootstelling bepaald worden. Tevens helpt detool met het vervangen van de meest schadelijke producten en het kiezenvan geschikte beheersmaatregelen. De brancheorganisatie geeft aan datde tool de VIB’s gebruikt als input en daarmee afhankelijk is van deinformatie die in de VIB’s wordt gegeven.Deze informatie is volgens de branchevereniging van de schilders nietaltijd makkelijk toegankelijk. Het lezen en interpreteren van VIB’s is nieteenvoudig. De brancheorganisaties hebben hierover op 25 juli 2024 een19Werken met gevaarlijke stoffen | Zelfinspectie door de Nederlandse ArbeidsinspectieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 6979 brief aan SZW gestuurd. Het is bijvoorbeeld niet altijd duidelijk in welkesituaties bepaalde risicobeheersmaatregelen moeten worden gebruikt. Ditmaakt het moeilijker voor werkgevers om een RI&E voor gevaarlijkestoffen te baseren op de informatie uit VIB’s.Onduidelijke informatie over de juiste beheersmaatregelen in het VIB isdoor Nederland eerder al meegegeven in de consultatie van de REACH-verordening die in 2022 heeft plaatsgevonden. De herziening van REACHwordt dit jaar verwacht. Ik zal dan opnieuw aandacht vragen voorverbeteringen aan VIB’s, in samenwerking met de Minister van IenW.Verder wil ik bekijken hoe ik het voor mkb-bedrijven makkelijker kanmaken om te voldoen aan de nadere voorschriften voor de RI&E bijgevaarlijke stoffen. Daarbij sluit ik aan op de uitwerking van de motie«vereenvoudiging RI&E» (Flach/Kisteman20). In de voortgangsbrief overde «Arbovisie 2040» staat een volledig overzicht van mijn vervolgactiesom ondernemers verder op weg te helpen met de RI&E. In die actiesbesteed ik gerichte aandacht aan de ondersteuning bij de registratie enbeoordeling van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Ik wil mogelijkhedenverkennen voor de kwaliteitsverbetering van branche-RI&E’s enarbocatalogi.5. Tot slot Met de regelgeving op het terrein van arbeidsomstandigheden wil ikbereiken dat iedereen in Nederland gezond en veilig werkt en dat mensenniet ziek worden, geen arbeidsongeval krijgen of overlijden door hunwerk. Deze regelgeving is dus belangrijk voor de bescherming vanwerkenden. Tegelijkertijd kunnen regels een goede uitvoering ook in deweg zitten. Met een goed werkbare regelgeving kunnen we de doelen vande Arbowet en de missie van de Arbovisie 2040 beter bereiken. In dezebrief beschrijf ik daarom mijn bijdragen aan het regeldrukreductiepro-gramma van het kabinet en mijn daarop aanvullende beleid om debeleefde regeldruk op het terrein van gezond en veilig werken teverminderen.Mijn werk op dit terrein is nog niet afgerond. Uw Kamer heeft na hetCommissiedebat van 26 september 2024 diverse moties ingediend,gericht op een vermindering van regeldruk.21 Ik houd u op de hoogte vande uitwerking daarvan. De regelgeving moet beter werkbaar worden,opdat ondernemers de regels beter kunnen naleven en de realisatie vande doelen van de Arbovisie 2040 dichterbij komt.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. Nobel20Motie van het lid Kisteman c.s. over een vereenvoudiging van de RI&E-verplichtingen en demogelijkheid om organisaties tot 25 werknemers uit te zonderen van de schriftelijke RI&E.pdf21Het betreft de motie Kisteman over een voor het mkb werkbare wijze omgaan met gevaarlijkestoffen, de motie Kisteman over de vereenvoudiging van de RI&E en de motie Flach over detoetsing van de RI&E. Kamerstukken II 2024/25, 25 883, nr. 505; Kamerstukken II 2024/25,25 883, nr. 506; Kamerstukken II 2024/25, 25 883, nr. 508.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 69710
Gerelateerde bronnen
- De staatssecretaris brengt het risico op beroepsziektes voor uitzendkrachten in kaart en neemt dit mee in de voortgangsbrief over de Arbovisie in de eerste helf
De staatssecretaris brengt het risico op beroepsziektes voor uitzendkrachten in kaart en neemt dit mee in de voortgangsbrief over de Arbovisie in de eerste helft van 2025.
- De staatssecretaris komt in de eerste helft van 2025 in een brief terug op de regeldruk voor bedrijven naar aanleiding van de asbestrichtlijn.
De staatssecretaris komt in de eerste helft van 2025 in een brief terug op de regeldruk voor bedrijven naar aanleiding van de asbestrichtlijn.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.