KamerkringInloggen
Kamerbrief

Inventarisatie scheiding van echtparen bij intramurale opname

5 jun 2014 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 914a236c23f88d5d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 30 597Toekomst AWBZ Nr. 452 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 5 juni 2014 Met mijn brief van 4 februari 20141 heb ik uw Kamer toegezegd de inventarisatie uit 2012 naar het probleem van het scheiden van echtparen bij intramurale opname opnieuw en breder te laten uitvoeren. De rapportage van dit onderzoek bied ik u bijgaand aan2. Naar aanleiding van voornoemde brief en van mijn brief van 14 februari 20143 heeft uw Kamer mij een aantal vragen en opmerkingen toegezonden. De beantwoording van de vragen stuur ik hierbij tevens mee (Kamerstuk 30 597, nr. 453). Het onderzoeksrapport biedt een landelijk representatief beeld van de situatie omtrent partneropname in verpleeg- en verzorgingshuizen. Naar aanleiding van de vragen van diverse leden van uw Kamer zijn na de start nog vragen aan het onderzoek toegevoegd. De respons hierop was lager, wat betekent dat de bijbehorende gegevens minder representatief zijn. Ook dit onderzoek bevestigt het beeld uit de beknopte inventarisatie uit 2012, dat het gedwongen scheiden van echtparen vanwege intramurale opname geen grootschalig probleem is. Vertaald naar een landelijk beeld zouden in 2013 circa 3.600 echtparen aangegeven hebben samen opgenomen te willen worden, waarvan er ongeveer 550 niet direct konden worden geplaatst. Van deze groep hadden ongeveer 60 stellen een acute opnamewens. Uit de steekproef komt naar voren dat de echtparen met een acute opnamewens uiteindelijk – al dan niet tijdelijk – de benodigde zorg thuis geleverd kregen of bij een andere zorgaanbieder in de regio terecht konden. Hierdoor zijn binnen de steekproef, zo is naar aanleiding van het rapport nadrukkelijk bij de onderzoekers geverifieerd, geen probleemsitu-aties naar voren gekomen. 1Kamerstuk 30 597, nr. 4192Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl3Kamerstuk 30 597, nr. 423 kst-30597-452ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 30 597, nr. 4521 Anders dan verondersteld naar aanleiding van de eerdere inventarisatie, blijkt uit het rapport dat het gebrek aan echtparenkamers geen belangrijke oorzaak is dat partners niet direct kunnen meeverhuizen. Als beide partners een indicatie hebben, kunnen zij vrijwel altijd in dezelfde instelling worden opgenomen. In de situatie waarbij de indicaties van de partners erg uiteenlopen, blijkt gezamenlijke plaatsing lastiger. Maar ook dan wordt meestal een oplossing gevonden die recht doet aan de wens van beide partners, zo blijkt uit het rapport. In situaties waarbij een van beide partners «gezond» is, blijkt dat in ruim driekwart van de gevallen gezamenlijke opname mogelijk is. Dit betekent overigens niet dat in de overige gevallen sprake is van gedwongen scheiding. Het rapport geeft aan dat ook dan alternatieven worden aangeboden, als bijvoorbeeld opname in een aanleunwoning. Ik verwacht dat voor die situaties het Volledig Pakket Thuis (VPT) of pgb ook aantrekkelijke opties zijn. In het wetsvoorstel langdurige zorg positioneer ik het VPT als een volwaardig alternatief voor zorg binnen een instelling. Allereerst ga ik de bevindingen van de landelijke inventarisatie bespreken met de zorgkantoren. Ik verwacht meer actie en meer regie van hen. Zowel als het gaat om de beschikbaarheid van voldoende en toereikend aanbod binnen de regio, dat op kwalitatief goede en doelmatige wijze voldoet aan de wensen en behoeften van de bij hen ingeschreven verzekerden, als ook ten aanzien van de ondersteuning van de verze-kerden bij het tot gelding brengen van hun recht op zorg. Daarbij gaat het onder meer om het verstrekken van informatie over het gecontracteerde zorgaanbod en over de verschillen tussen de gecontracteerde zorgaan-bieders, wachttijden en om informatie over het VPT en pgb, en om het desgevraagd bemiddelen van een cliënt danwel een echtpaar naar een geschikte zorginstelling. Ik wil dat zorgkantoren de ondersteuningsrol proactief oppakken, en dat zij zorgen dat cliënten weten dat ze voor informatie en bemiddeling altijd bij hen kunnen aankloppen. Ook als het gaat om de wens van echtparen om gezamenlijk in een zelfde instelling te worden opgenomen en om hun rechten en mogelijkheden in dit verband. Daarnaast zal ik met de betrokken partijen nader overleggen over de zogenoemde verhuisclausules en de vermeende ontoereikendheid van de ZZP0-indicatie. Ik wil zeker stellen dat partners na overlijden van diens geïndiceerde partner niet gedwongen worden om uit de instelling te vertrekken. Dit verhoudt zich overigens ook niet met de regeling van artikel 9, lid 3 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ en artikel 3.1.2 van het voorstel Wet langdurige zorg (Kamerstuk 33 891, nr. 2). Van mijn kant heb ik geregeld dat kiesBeter.nl gaat doorlinken naar websites waar informatie over de beschikbaarheid van mogelijkheden voor partneropname voorhanden is. Daarnaast zal het Zorginstituut het thema partneropname meenemen in het traject voor herziening dan wel vernieuwing van het kwaliteitskader en de indicatorenset voor de ouderenzorg. Ook zal het thema worden meegegeven in een onderzoek dat ZonMw voor het Zorginstituut uitzet rond de vraag hoe cliënten in de langdurige zorg kiezen en welke informatie zij daarvoor nodig hebben. Beide laatstgenoemde trajecten leiden er toe dat deze informatie in de toekomst mogelijk als relevante indicator wordt opgenomen in het Register van het Zorginstituut, en daarmee door zorginstellingen verplicht aan het Zorginstituut moet worden aangeleverd, waardoor deze als betrouwbare en vergelijkbare informatie beschikbaar komt voor cliëntkeuze. De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van RijnTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 30 597, nr. 4522

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 75e6eb6dd798d74e

14 okt 2026 · 2bc265f2104a7710

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.