Verzamelbrief actualiteiten water
Brontekst
Versie b39657e3c92f5050 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202427 625WaterbeleidNr. 670 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 juni 2024In Nederland is water nooit ver weg. Ons waterland kenmerkt zich door deeeuwenlange strijd tegen het water, dat zie je terug in de vele dijken. Ookhebben bijna alle kinderen een zwemdiploma en ons kraanwater is lekkeren stroomt direct en schoon uit onze kraan.Dit lijkt allemaal heel gewoon, maar de waterwereld is dag en nacht bezigom de situatie zo te houden. Hoe zorgen we dat extreme regenval zo snelmogelijk wordt afgevoerd? Hoe bereiden we ons voor op een drogezomer? En hoe zorgen we dat ons water schoon blijft en zelfs schonerwordt?Met deze brief wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand vanzaken en ontwikkelingen die betrekking hebben op het waterdomein.Daarnaast wordt met deze brief invulling gegeven aan een aantal motiesen toezeggingen. In de brief komen de volgende onderwerpen aan bod:1.Water en Bodem Sturend2.Waterveiligheid en Integraal Riviermanagement3.Waterkwaliteit en Drinkwater4.Grondwater5.Klimaatadaptatie6.Noordzee en Grote Wateren7.Caribische delen van het Koninkrijk en Internationaal8.Duurzame Energie van WaterschappenTenzij anders aangegeven vinden de bedragen in deze brief hun dekkingin het Deltafonds. kst-27625-670ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 6701 1. Water en Bodem Sturend Stand van zaken uitvoeringOp 27 november 2023 is de Kamer geïnformeerd over de LandelijkeStrategie en Interbestuurlijke Uitvoeringsagenda 2023–2024 Water enBodem Sturend (WBS).1 Een gezamenlijk opgestelde agenda vanbetrokken ministeries en koepels; provincies, gemeenten en water-schappen. Met deze agenda werken Rijk en regio aan de benodigderandvoorwaarden om water en bodem sturend te maken. Via 15 actie-lijnen uit de agenda wordt deze opgave opgepakt om de benodigdetransitie concreter te maken en tot uitvoering te brengen. Twee resultatendie voortkomen uit deze agenda zijn bijgevoegd in de bijlagen 1 en 2 bijdeze brief:–In de borgingskalender wordt aangegeven hoe als samenwerkendeoverheden de 33 richtinggevende keuzes actief worden opgepakt. Enwelke aanpak daarbij het meest passend is: werken met bestuurlijkearrangementen of via een juridisch instrumentarium.2–De eerste WBS-rapportage met daarin de bereikte resultaten over hetjaar 2023 en voorbeelden van toepassing en dilemma’s water enbodem sturend in de praktijk.3Verder is in de afgelopen periode onverminderd ingezet op het sturendmaken van water en bodem in de ruimtelijke ordening. Dit door middelvan nationaal beleid en bestuurlijke samenwerking op weg naar de NotaRuimte. «Water en bodem sturend» is ook expliciet opgenomen als basisin de ruimtelijke voorstellen van de 12 provincies en in de 16 NOVEX-gebieden.Om te leren van de praktijk wordt samengewerkt met de regio’s. Bijvoor-beeld in de regio Zwolle, de groene metropoolregio Arnhem-Nijmegen enin het veen(weide)gebied in de provincie Fryslân. In ontwerpateliers wordtonder leiding van het College van Rijksadviseurs een analyse gemaakt vande betekenis van water en bodem sturend voor het gebied. Opgedaneinzichten worden gedeeld in werksessies met professionals enbestuurders.Afgelopen periode zijn verschillende resultaten geboekt die bijdragen aanhet sturend laten zijn van water en bodem in de ruimtelijke ordening. Zo ishet Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgevinggepubliceerd. Dit afwegingskader is een ondersteunend instrument voorprovincies, gemeenten en waterschappen bij de locatiekeuze voor nieuweruimtelijke ontwikkelingen.Daarnaast worden de regels voor het bouwen in het rivierbed aange-scherpt. Daarvoor wordt de beleidslijn grote rivieren aangepast. Ditgebeurt stapsgewijs. De eerste wijziging is doorgevoerd op 1 april 2024.Sinds die datum is het niet langer mogelijk om gebruik te maken van eenuitzondering om wél te bouwen in de uiterwaarden. Het gaat om deuitzondering waarmee je in het stroomvoerende deel van de rivier mochtbouwen, mits dit meer ruimte voor de rivier opleverde. De resterendewijzigingen van de beleidslijn grote rivieren gaan begin 2025 in. Ook zijnafspraken voorbereid over de actualisatie van reserveringszones rondprimaire waterkeringen die nodig zijn voor toekomstige dijkversterkingen.Daarnaast is besproken hoe omgegaan dient te worden met nieuwe enlopende projecten voor buitendijks bouwen in het IJsselmeergebied en1Kamerstuk 27 625, nr. 6592Zie Bijlage 1. Borgingskalender WBS3Zie bijlage 2. Jaarrapportage WBSTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 6702 uiterwaarden. Hiermee wordt de noodzakelijke ruimte gecreëerd voorwater en waterveiligheid.2. Waterveiligheid en Integraal Riviermanagement Stand van zaken HWBP en primaire keringenMet de brief van 8 november 2023 is de Kamer geïnformeerd over de staatvan de primaire waterkeringen na de eerste landelijke beoordelingsrondeen een globale kosteninschatting van de versterkingsopgave tot 2050.4Dit jaar wordt benut om de grotere opgave die beheerders tot 2050verwachten in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) scherperin beeld te krijgen. Het Ministerie van IenW, de waterschappen en deprogrammadirectie HWBP bekijken gezamenlijk waar de versterkings-opgave concreter gemaakt kan worden en wat dat betekent voor dekostenramingen van het HWBP. Hiermee wordt de nu nog grotebandbreedte van de geschatte opgave tot 2050 verkleind. Momenteelworden hierover gesprekken met de waterschappen gevoerd. Ook wordenhiervoor HWBP-projecten van de afgelopen tien jaar geanalyseerd.Vervolgens wordt gekeken welke bestuurlijke en beleidsmatige keuzesnodig zijn om de voortgang te ondersteunen en de uitvoering van deHWBP-projecten te versnellen, zodat het doel om alle primaire keringen in2050 te laten voldoen aan de norm haalbaar blijft.Inmiddels zijn ongeveer 60 dijkversterkingsprojecten gestart en is 220kilometer aan dijken versterkt of veilig verklaard. De voortgang vanversterkingsprojecten verloopt nog niet geheel volgens planning.Projecten lopen regelmatig vertraging op door diverse factoren, zoalsdoor gebrek aan capaciteit, door omgevingsfactoren, of door stikstof- enPFAS-maatregelen. De kosten nemen ook toe als gevolg van prijsstij-gingen. Deze vertragingsfactoren zijn in bouwprojecten breder inNederland waarneembaar. Het Rijk en de waterschappen bekijken samenwelke extra mogelijkheden er zijn om barrières weg te nemen en totgezamenlijke versnelling in de uitvoering te komen. Eind 2024 wordt deKamer geïnformeerd over de voortgang en het vervolg van de geheleaanpak.BeekdalenIn het Coalitieakkoord Rutte IV is afgesproken om naar aanleiding van deoverstromingen en wateroverlast in de zomer 2021 in Limburg doorextreme neerslag, te investeren in de beekdalen in Limburg. In afwachtingvan de uitwerking van de maatregelen zijn de betreffende middelen (€ 300miljoen) in 2022 op de Aanvullende post bij het Ministerie van Financiëngeplaatst. In 2023 is een eerste deel van de middelen overgeboekt naarhet Deltafonds. In de brief voor het Commissiedebat Water van 7 juni 2023is de Kamer geïnformeerd welke maatregelen uit de 1e tranche dekomende jaren worden uitgevoerd.5 De aanpak van de 2e tranche aanmaatregelen is inmiddels verder uitgewerkt en wordt in de periode 2026t/m 2037 tot uitvoering gebracht. Bij Voorjaarsnota 2024 is daaromvoorgesteld de resterende (geïndexeerde) middelen in de aanvullendepost over te boeken naar het Deltafonds. Regionale partners investerenook € 300 miljoen, waarmee voor een totaal van € 600 miljoen geïnves-teerd zal gaan worden.4Kamerstuk 31 710, nr. 825Kamerstuk 27 625, nr. 630Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 6703 Vanuit de Comptabiliteitswet, artikel 3.1, dient voor ieder beleidsvoorstelmet significante financiële gevolgen een toelichting op het gebied vandoelmatigheid en doeltreffendheid evenals een evaluatieparagraafopgesteld en gedeeld te worden met de Tweede Kamer. In bijlage 3 bijdeze brief is het kader CW3.1 voor de beekdalen Limburg bijgevoegd.6 Ditkader hoort bij de overboeking van de resterende middelen die met deVoorjaarsnota van de aanvullende post naar de begroting van hetMinisterie van IenW worden overgeheveld.Waterprojecten Benelux-verband en DuitslandIn het Wetgevingsoverleg (WGO) Water van 29 januari jl. is aan het lidPeter de Groot toegezegd »om terug te komen op de vraag welkemaatregelen er worden getroffen in Benelux-verband en met Duitsland,en wat die maatregelen betekenen voor de aanpak van de Nederlandsewaterprojecten».7 Dit naar aanleiding van de hoge rivierafvoeren alsgevolg van aanhoudende regenval tijdens de afgelopen Kerstperiode.Maatregelen zoals het aanleggen van waterretentiegebieden en aanpas-singen in landgebruik zoals sponslandschappen stroomopwaarts kunnennuttig zijn om de afvoerpiek benedenstrooms te verlagen. De effectiviteithiervan wordt sterk bepaald door een aantal factoren. Hoe verderstroomopwaarts waterretentie-gebieden liggen, hoe minder effect zebenedenstrooms hebben. Daarnaast geldt voor de Rijn, Maas en hunzijrivieren dat er een beperkt oppervlak voor waterafvoer en -bergingbeschikbaar is, waardoor alleen lage tot middelhoge piekafvoeren kunnenworden gedempt. Ook speelt de mate van samenloop in de tijd vanhoogwaterpieken vanuit zijrivieren naar de hoofdstroom een rol.Maatregelen ver bovenstrooms in het stroomgebied zullen enig effecthebben op de tijd waarin de totale hoogwaterpiek zich voordoet, maarslechts een klein effect op het niveau van de piek. Voor het verminderenvan risico’s van extreem hoge afvoeren in het Nederlandse stroomgebiedvan de Rijn en de Maas zijn maatregelen in de meest nabijgelegengebieden, zoals Noordrijn-Westfalen, Vlaanderen, Wallonië en Luxemburgdus het meest van belang. Daarom is ook ingezet op het versterken van desamenwerking in deze grensoverschrijdende regionale stroomgebieden.De fundamenten voor versterkte samenwerking zijn gelegd tijdens deBenelux-Waterdag op 29 november 2023 in Maastricht.8 Hier is ook hettoegepast wetenschappelijk kennisprogramma JCAR-ATRACE vooronderzoek naar overstromings- en droogterisicobeheer gelanceerd.9 In ditonderzoeksprogramma vindt onderzoek plaats in transnationale regionalestroomgebieden van onder andere de Geul, Roer en Vecht naar demogelijkheden van waterretentie, sponswerking en natuur gebaseerdeoplossingen om water vast te houden. Om richting te geven aan eenBenelux Wateragenda is op 26 maart jl. de Benelux Roadmap doorNederland, Vlaanderen en Luxemburg ondertekend in Lanaken.10Noordrijn-Westfalen en Wallonië zijn hier ook bij betrokken. In dezeroadmap is overeengekomen dat passende maatregelen wordengenomen op stroomgebieds-niveau, van bron tot monding. Maatregelendie in de roadmap worden vermeld om water vast te houden betreffenvoldoende bergingscapaciteit om hogere rivierafvoeren te bufferen envertraagd af te voeren, een voldoende stabiele en beheerbare rivierbo-demligging voor een goede waterverdeling, op de natuur gebaseerde6Zie bijlage 3. Kader CW3.1 Beekdalen7Toezegging aan het lid Peter de Groot, TZ202402–0508https://www.benelux.int/nl/post/benelux-waterdag-legt-fundamenten9https://jcar-atrace.eu/10https://www.benelux.int/nl/post/europese-watertopTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 6704 maatregelen, gecontroleerde overstromingsgebieden aanleggen enrivieren de ruimte geven. Naar verwachting is de Benelux Wateragendaeind dit jaar gereed.In het buitenland langs de Rijn en Maas worden al op diverse plekkenmaatregelen getroffen voor het vasthouden van water. Bij de Rijn gebeurtdit met name langs de Oberrhein in het zuiden van Duitsland en langs deNiederrhein in Nordrhein-Westfalen. Langs de Mittelrhein, tussen demonding van de Main en Keulen, is waterretentie niet mogelijk omdat derivier daar door een kloofdal stroomt. In totaal investeert Duitslandongeveer € 1,9 miljard tot 2040. Door de Internationale Commissie terBescherming van de Rijn (ICBR) wordt een actueel overzicht bijgehoudenvan de waterretentieprojecten. Voor de Maas geldt dat een groot deel vande rivierafvoer afkomstig is van het centrale deel, de Franse en BelgischeArdennen, waar de oppervlakte rotsig en steil is wat het lastig maakt omveel water te bergen.Waterretentie-maatregelen in deze regio’s kunnen een (soms beperkte)bijdrage leveren aan het verlagen van de rivierafvoer die Nederlandbereikt, maar deze zullen geen volledig alternatief voor maatregelen inNederland kunnen vormen.Momenteel wordt met de buurlanden in verschillende trajecten gewerktaan overzicht van de geplande maatregelen in (zoals dijkverhogingen,rivierverruiming, waterretentie, verandering van landinrichting/landgebruik etc.) voor de Rijn- en Maasstroomgebieden en de effectendaarvan voor Nederland. In 2027 worden de resultaten verwacht.Stand van zaken Integraal RiviermanagementOp 15 december 2023 is het ontwerp Programma Integraal Rivierma-nagement (IRM) naar de Kamer verstuurd.11 Van 31 januari tot en met12 maart heeft het ontwerp Programma ter visie gelegen en heefteenieder kunnen reageren op het plan. Er zijn 98 reacties binnengekomen.Op dit moment worden deze reacties geanalyseerd en beantwoord. Ookheeft de Commissie voor deMilieueffectrapportage (MER) een advies uitgebracht op hetprogramma.12 De Commissie concludeert dat het milieueffectrapport deessentiële informatie bevat. Ook doet de Commissie aanbevelingen voorde volgende fase van IRM. De Commissie benadrukt het belang om snelduidelijkheid te krijgen over de benodigde ruimte in het rivierengebiedvoor de verschillende opgaven. Deze aanbevelingen worden meege-nomen en geconcretiseerd in de aanpak voor de volgende fase van IRM.Dit zorgt voor een verdere aanscherping van de beleidskeuzes in dezesjaarlijkse herijking van het Deltaprogramma, die verankerd gaanworden in het NWP 2028 – 2033. Daarna wordt doorgewerkt aan maatre-gelpakketten Binnen het Deltafonds is dekking voorzien voor een deel vande opgave. Hiervoor is een reservering getroffen. Verwacht wordt dat ditontoereikend is en dat aanvullende middelen benodigd zijn om debelangrijkste opgaven in het rivierengebied, zoals het herstellen van dezoetwaterverdeling en het voldoende ruimte bieden aan de rivier, tedekken. Besluitvorming hierover is aan een volgend kabinet.Realisatie tijdelijke bushalte AfsluitdijkHet fietspad op de Afsluitdijk is sinds 1 april 2019 gesloten vanwegewerkzaamheden. Sindsdien rijdt een gratis fietsbus waarmee fietsers enwandelaars over de afsluitdijk worden vervoerd. Op 9 november 2022 is11Kamerstuk 31 710, nr. 8412https://www.commissiemer.nl/adviezen/3449Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 6705 aan de Kamer toegezegd dat ten behoeve van de gratis fietsbus een extratijdelijke bushalte nabij Den Oever en nabij Kornwerderzand zal wordengerealiseerd.13 Zo zouden fietsers en wandelaars gedurende de jaren dater gewerkt wordt aan de Afsluitdijk het nieuwe en het oude fietspadkunnen blijven gebruiken. Er kan worden gefietst en gewandeld tussen despuicomplexen bij Den Oever en Kornwerderzand, over een lengte van 24kilometer.Op basis van actuele kennis blijkt dat de aanleg van een tijdelijke bushaltenabij Den Oever technisch niet uitvoerbaar is. Vanwege ruimtegebrek zouin de dijk gegraven moeten worden, wat vanwege de waterveilig-heidseisen niet toegestaan is. De extra bushalte bij spuicomplex Kornwer-derzand kan wel worden gerealiseerd, als extra halte naast de haltesMonument Noord en Breezanddijk Noord, die 8 kilometer uit elkaarliggen.Verschuiven mijlpaal Nieuw Spuimiddel Den OeverDe oplevering van het Nieuwe Spuimiddel (NSM) in Den Oever wordtgewijzigd van eind 2025 naar eind 2026. De reden is dat bij de werkzaam-heden in oktober 2022 een duikongeval heeft plaatsgevonden, metdodelijke afloop. Op last van de arbeidsinspectie werden alle werkzaam-heden aan het Nieuwe Spuimiddel in Den Oever stilgelegd. Pas na enkeleweken was het mogelijk de werkzaamheden gefaseerd weer op te starten.Het werken met duikers is tot op heden een regulier toegepaste werkwijzein de grond-, weg- en waterbouw. Niettemin is, in overleg met dearbeidsinspectie, de werkmethode voor het ontgraven en schoonmakenvan de bouwkuipen gewijzigd. De alternatieve werkwijze met mechanischontgraven en schoonmaken van bouwkuipen gaat echter langzamer.Daarbij komen nog de bijzondere omstandigheden op de Afsluitdijk, zoalsde beperkte ruimte en de voorwaarden voor werken in het open engesloten seizoen. Dit veroorzaakt een domino-effect waardoor de helebouwfasering van het Nieuwe Spuimiddel in Den Oever is herzien naaroplevering eind 2026.3. Waterkwaliteit en Drinkwater PFAS-lozingenBedrijven als 3M en Chemours hebben in het verleden grote hoeveel-heden PFAS in het oppervlaktewater geloosd. Aan de Kamer is toegezegdom een update te sturen van de lopende trajecten om geleden schade teverhalen bij 3M en Chemours op basis van eerder aangenomen motiesvan het lid Hagen en van de leden Van Esch en Beckerman.14 Tevens istoegezegd een update te geven over de aangenomen motie «Nul uit depijp bij Chemours» van het lid Van Esch c.s. en de motie «eind aan depfas-productie in 2025» van het lid Hagen.15Met beide bedrijven lopen gesprekken die gericht zijn op de invulling vandeze moties. In het belang van de Staat kunnen over beide trajecten geenverdere uitspraken gedaan worden. Er is geen zicht op een momentwaarop hier meer openheid in gegeven kan worden.13Kamerstuk 36 200 A, nr. 814Motie van het lid Hagen kamerstuk 30 175, nr. 402 en motie van de leden Van Esch enBeckerman, kamerstuk 33 118, nr. 26515Motie van de lid van Esch c.s., Kamerstuk 27 625, nr. 652 en motie van het lid Hagen,Kamerstuk 22 343, nr. 374Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 6706 In oktober 2022 heeft Rijkswaterstaat aan Chemours een nieuwevergunning verleend voor de directe lozing van procesafvalwater,hemelwater, koelwater en grondwater op het oppervlaktewater van deBeneden Merwede. In deze vergunning zijn lozingseisen opgenomen voorHFPO-DA en PFOA. Daarnaast is in de vergunning een intensieveremonitoringsverplichting opgenomen. Ten opzichte van de vorigevergunning is het analysepakket uitgebreid met meerderePFAS-verbindingen en wordt er ook vaker gemonitord. Uit herhaaldelijkebemonsteringen door Rijkswaterstaat blijkt dat er in het water dat doorChemours direct op het rijkswater wordt geloosd meerderePFAS-verbindingen voorkomen die niet zijn aangevraagd en niet zijnvergund. Rijkswaterstaat heeft in februari 2024 een voornemen tot lastonder dwangsom aan Chemours gestuurd. Dit betekent dat Chemoursmaatregelen moet treffen om de ongewenste lozing te beëindigen.Chemours heeft tot 1 juli de gelegenheid om te reageren door eenzienswijze in te dienen. Vervolgens zal Rijkswaterstaat de zienswijzebeoordelen en beslissen of de Last onder Dwangsom wordt doorgezet.PFAS in zwemwaterIedereen die zwemt krijgt onbedoeld water binnen en daarmee kleinehoeveelheden PFAS. In opdracht van het Ministerie van IenW heeft hetRIVM een advieswaarde bepaald voor PFAS in zwemwater, zie bijlage 4 bijdeze brief.16 Om provincies en waterbeheerders te helpen een afweging temaken in de risico’s van zwemwater waarin PFAS zijn aangetroffen heefthet RIVM een handreiking en rekentool ontwikkeld die hierin onder-steunen.17 Het is aan de provincies en waterbeheerders om, bij hetaantreffen van concentraties PFAS, te bepalen welke actie gepast is, zoalshet instellen van beperkingen in het gebruik van het water als zwemwater.De advieswaarde, handreiking en rekentool kunnen hiervoor wordengebruikt.PFAS in drinkwaterHet vertrouwen in de kwaliteit van het water dat bij iedereen uit de kraankomt is een groot goed. Dat vertrouwen staat onder druk door deaanwezigheid van PFAS in drinkwater. Samen met de andere lidstaten zetNederland zich vol in voor het PFAS-restrictievoorstel. Deze inzet op hetterugdringen aan de bron zal echter pas op langere termijn tot verbeteringvan de drinkwaterkwaliteit leiden. Op dit moment voldoet niet al hetdrinkwater aan de voorgenomen norm van 4,4 nanogram per liter (ng/l)uitgedrukt in PFOA-equivalenten. Daarom moeten maatregelen genomenworden om de huidige blootstelling aan PFAS via drinkwater te reduceren.De drinkwaterbedrijven spannen zich al enkele jaren in om dePFAS-concentraties in het drinkwater zo veel mogelijk te verlagen. Daarbijwordt onderzoek gedaan naar zowel de optimalisatie van de beschikbarezuiveringsvoorzieningen (zoals het frequenter regenereren van deactiefkoolfilters), als aanvullende zuiveringsmethoden (zoals de inzet vanomgekeerde osmose). Dergelijke maatregelen hebben een grote impactop de bedrijfsvoering van de drinkwaterbedrijven. Op dit moment ziet dedrinkwatersector nog veel risico’s en kennisleemtes om tot structureleinvesteringsbeslissingen te komen.16Zie bijlage 4. RIVM Rapport Advieswaarde PFAS in zwemwater17https://www.rivm.nl/pfas/pfas-in-oppervlaktewaterTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 6707 Zoals aangegeven in de brief van 19 oktober 2022 is de doelstelling om inhet Drinkwaterbesluit een norm voor PFAS op te nemen die beschermendgenoeg is voor de volksgezondheid.18 In het tweede kwartaal van 2025 zaleen Beleidskompas met de Kamer gedeeld worden, gericht op reguleringvan PFAS in het Drinkwaterbesluit. Het proces om te komen tot ditkompas zal samen met de sector doorlopen worden om de gevolgen vande verschillende opties goed in beeld te brengen.Collectieve claim over PFASOp 17 april 2024 is de Staat in gebreke en aansprakelijk gesteld, waarbij isaangegeven dat de Staat geen adequate maatregelen heeft getroffen omde PFAS-blootstelling van burgers en milieu naar een zo laag mogelijkniveau te brengen. Deze ingebrekestelling, waarvan de dagvaarding ook alis uitgebracht, is een collectieve vordering die is ingediend namensmeerdere belangenorganisaties. De vorderingen in de dagvaarding zienonder meer op PFAS in het oppervlaktewater, drinkwater, bodem envoeding. Op dit moment worden de stukken bestudeerd en er zal voor dezomer ook een overleg met de indieners plaatsvinden. De Kamer zal viavolgende voortgangsbrieven op de hoogte worden gehouden van hetverloop van deze procedure.ILT-signaalrapportageDe ILT heeft een signaalrapportage gestuurd waarin wordt aangegevendat een betere bescherming van de waterkwaliteit noodzakelijk is, ziebijlage 5 bij deze brief.19 De ILT geeft met name aan dat overheden viavergunningverlening, toezicht en handhaving te weinig grip hebben opemissies van probleemstoffen. Om beter grip te krijgen op de emissiesvan probleemstoffen, is een gezamenlijke inspanning van overhedennodig, waarbij de bescherming van waterkwaliteit als topprioriteit geldt.Dit vraagt volgens de ILT om versterking van de wetgeving, effectieve(juridische) instrumenten en voldoende capaciteit en expertise bij alletoezichthouders. Deze conclusies van de ILT worden gedeeld.Meer specifiek geeft de ILT aan dat bestaand beleid onvoldoende gerichtis op waterkwaliteit. Zo zou de regelgeving van het Ministerie van LNV enhet Ministerie van IenW onderling niet goed op elkaar afgestemd zijn. Alsvoorbeeld wordt gewezen op het bestrijdingsmiddelenbeleid en hetmestbeleid. Wat betreft de toelating van gewasbeschermingsmiddelen ishierboven al aangegeven dat hier aandacht voor is en dat inmiddelsonderzocht is hoe dit in overeenstemming gebracht kan worden met deKRW-normen. Wat betreft het mestbeleid werkt IenW samen met LNV bijde uitvoering van het lopende 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn en deimplementatie van maatregelen uit de derogatiebeschikking, gericht ophet verbeteren van de waterkwaliteit. Hierbij wordt rekening gehoudenmet de KRW-doelen. Zo is de aanwijzing van met nutriënten verontrei-nigde gebieden (NV-gebieden) eind vorig jaar mede gebaseerd op deKRW-doelen voor nutriënten en biologie.Daarnaast wijst de ILT op een gebrek aan coördinatie, inzicht enafstemming bij (in)directe lozingen, en op het ontbreken van een integralebeoordeling van de effectiviteit van vergunningverlening, toezicht enhandhaving binnen het waterstelsel. Deze aspecten worden meegenomenbij het hierboven aangekondigde onderzoek (genoemd onder «Effectiviteitregulering afvalwaterketen») en bij het hierboven genoemde gesprek18Kamerstuk 35 334, 209. Het gaat hier om de voorgenomen norm van 4,4 ng/l uitgedrukt inPFOA-equivalenten, inclusief blootstelling aan TFA.19Zie bijlage 5. ILT-signaalrapportageTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 6708 tussen het Ministeries van IenW en LNV en de NVWA, Unie van Water-schappen (UvW) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) overhet verbeteren van de toezicht en handhaving specifiek gericht opgewasbeschermingsmiddelen en waterkwaliteit.Zorg- en leveringsplicht drinkwaterIn het WGO Water van 29 januari jl. is aan het lid Olger van Dijk toegezegdom de Kamers te informeren over de reikwijdte van de zorg- en leverings-plicht voor bedrijven.20 Op grond van de huidige Drinkwaterwet (artikel 2)hebben drinkwaterbedrijven en overheden een algemene zorgplicht voorde duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. In depraktijk wordt in de uitoefening van de zorg- en leveringsplicht door dedrinkwaterbedrijven geen strikt onderscheid gemaakt naar huishoudelijken niet-huishoudelijk (of zakelijk) gebruik. Drinkwaterbedrijven voelen zichvan oudsher verantwoordelijk voor de levering van drinkwater aan zowelhuishoudens als zakelijke gebruikers, ongeachte het type gebruik.In het kader van de Beleidsnota Drinkwater is afgesproken om stapsgewijsde reikwijdte van de zorgplicht te verduidelijken. In een eerste stap is opbasis van een juridische analyse van de Universiteit Utrecht geconclu-deerd dat volgens de Drinkwaterwet bij de definitie van «drinkwater» hettype gebruik voorop staat, namelijk voor huishoudelijke doeleinden, enniet de kwaliteit van het geleverde water. In een tweede stap worden demeer beleidsmatige vragen met de betrokken stakeholders besproken omhelder te krijgen wat deze conclusie betekent voor de bestaande praktijk,de doorwerking naar andere beleidsterreinen en de mogelijke opties voorde wet- en regelgeving. De weergave van deze gesprekken in een rapportis als bijlage 6 aan deze brief toegevoegd.21 Hierin wordt gesteld dat hetnoodzakelijk is voor de lange termijn in de Drinkwaterwet te verduide-lijken wat onder drinkwater wordt verstaan en waar de zorgplicht optoeziet. Hierbij adviseert zij om eerst meer fundamentele vragen tebeantwoorden, zoals «voor wie is de openbare drinkwatervoorzieningbedoeld?». De context en de beleidswensen en -doelen rond drinkwaterzijn (deels) veranderd sinds de inwerkingtreding van de Drinkwaterwet.Deze aanbevelingen worden overgenomen.De Drinkwaterwet aanpassen kost tijd. In de tussentijd is er sprake vaneen onzekere situatie voor zowel de partijen die samen een zorgplichthebben voor de openbare drinkwatervoorziening als zakelijke drinkwater-gebruikers. Wel helder is dat alle huishoudelijke aansluitingen vallenonder de zorgplicht. Berenschot adviseert die onzekerheid te verminderendoor op korte termijn een impactanalyse van de aard en omvang temaken van het zakelijke gebruik en waar nodig in (tijdelijke) oplossingente voorzien, die helpen om onzekerheid te verminderen of hiermee om tegaan. Door het Ministerie van IenW is gestart met het samen met dedrinkwaterbedrijven in kaart brengen van wat de omvang is van ditgebruik, welk deel van de zakelijke afnemers water van drinkwaterkwaliteitwillen gebruiken voor niet-huishoudelijke doeleinden, bijvoorbeeldpapierfabrieken. Op basis van deze analyse wordt bepaald op welke wijzede zorg- en leveringsplicht uit de Drinkwaterwet zou moeten wordenaangepast.20Toezegging aan het lid Olger van Dijk, TZ202402–04921Zie bijlage 6. Rapport gespreksronde reikwijdte zorgplicht drinkwaterTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 6709 4. Grondwater GrondwateronttrekkingenIn de Kamerbrief over Water en Bodem Sturend van november 2022 is alaangegeven dat grondwateronttrekkingen in beeld worden gebrachtd.m.v. een meet- en registratieplicht. Naar aanleiding van de motie van deleden Van Ginneken en Tjeerd de Groot is een onderzoek gestart naar deuitvoerbaarheid van een uniforme vergunning- of meldplicht om meergrip te krijgen op grondwateronttrekkingen.22 Hiervoor is allereerst debestaande regelgeving van waterschappen voor kleinere onttrekkingen inbeeld gebracht. Hierover is de Kamer geïnformeerd voorafgaand aan hetWetgevingsoverleg Water van 29 januari jl. Vervolgens is een vervolgon-derzoek gestart, waarbij is gekeken naar diverse bouwstenen (vergunning-plicht, meldplicht, informatieplicht) en de uitvoerbaarheid hiervan. Hierbijis gekeken naar onder andere: doelmatigheid/effectiviteit, benodigde(tijds)inspanning voor invoering en vergunningverlening, toezicht enhandhaving, technische beschikbaarheid en juridische (on)mogelijkhedentot sturing. Voor dit onderzoek zijn daarnaast onder andere ook interviewsen een enquête afgenomen bij verschillende waterschappen. Op basis vande resultaten van het rapport en bespreking met de waterbeheerders zalin het najaar een keuze voor het vervolg gemaakt worden. De Kamerwordt hierover geïnformeerd voorafgaand aan het WGO Water van einddit jaar. Na de keuze kan gestart worden met de formele Uitvoerbaarheids-toets Decentrale Overheden met de waterschappen, provincies, de UvWen het IPO.Early warning meetnet in het bovenste grondwaterTer uitvoering van het advies van de Studiegroep grondwater is inopdracht van het Ministerie van IenW door interviews in beeld gebrachtwelke mogelijkheden er zijn om met een early warning meetnet verontrei-niging van grondwater eerder te kunnen vaststellen.23Naast monitoring inhet bovenste grondwater zijn ook andere mogelijkheden in beeldgebracht, zoals specifieke registratie van emissies naar grondwater. Heteindrapport24 en een daaraan verbonden advies25 over het instellen«Signaleringsprogramma grondwaterkwaliteit» zijn inmiddels besprokenmet en positief beoordeeld door vertegenwoordigers van het Interprovin-ciaal Overleg (IPO), UvW en de Vewin. Dit is van belang omdat het snellersignaleren van verontreiniging van grondwater een gezamenlijkeinspanning van alle bestuurslagen vereist. Afgesproken is het advies inonderling overleg uit te werken, zodat op basis van de benodigdesamenwerking, organisatie en financiering een besluit kan wordengenomen over een daadwerkelijke start van het programma. De Kamerwordt voor het WGO Water van eind dit jaar nader geïnformeerd overdeze uitwerking.5. Klimaatadaptatie Nationale klimaatadaptatiestrategieIn 2024 is een start gemaakt met de herziening van de Nationale klimaat-adaptatiestrategie (NAS), waarbij de scope en aanpak interdepartementaalzijn bepaald. De NAS zal in 2026 ter besluitvorming worden voorgelegd. Indeze NAS zal voor de vijftien belangrijkste adaptatieopgaven uit het22Motie van de leden Van Ginneken en Tjeerd de Groot, Kamerstuk 27 625, nr. 63623Kamerstuk 27 625, nr. 59424Zie bijlage 7. Eindrapport signaleringsmeetnet grondwater25Zie bijlage 8. Advies signaleringsmeetnet grondwaterkwaliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67010 Nationaal Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie (2023) wordenbepaald wat er nodig is om op de korte, middellange en lange termijnvoorbereid te zijn op het toekomstige klimaat.26Beleidstafel wateroverlast en hoogwaterNa het eindadvies van de Beleidstafel wateroverlast en hoogwater, naaraanleiding van de overstromingen in Limburg in 2021, hebben verschil-lende partijen de aanbevelingen die hierin zijn benoemd opgepakt.27 Inhet Bestuurlijk Overleg Water van 10 april jl. is de voortgangsrapportagegedeeld.28 Er is voortgang geboekt op een groot aantal aanbevelingen.Naast het eerder in deze brief genoemde kennisprogrammaJCAR-ATRACE voor onderzoek naar overstromings- en droogterisico-beheer heeft een verkenning naar een waterlabel plaatsgevonden en is ereen onderzoek naar sponswerking van de bodem opgeleverd waarin veel(overheids)partijen zijn vertegenwoordigd. Hieronder vallen de provincies,die de rol hebben als coördinator van de uitvoering van de bovenregi-onale stresstesten.Verkenning waterlabelDe beleidstafel wateroverlast en hoogwater heeft geadviseerd om deinvoering van een verplicht waterlabel voor woningen en anderegebouwen te verkennen.29 Dit om het waterbewustzijn rond extremeneerslag en overstromingen bij de (ver)koop van woningen te vergrotenen handelingsperspectief te bieden. Een eerste verkennend onderzoek isinmiddels verschenen.30 Deze verkenning bevat een inventarisatie vanwaterlabels, vergelijkingen met andere landen en de risico’s van invoeringvan een label (bijvoorbeeld onvoldoende nauwkeurige data beschikbaaren onvoldoende handelingsperspectief). Maar om een besluit te nemenover eventuele invoering is vervolgonderzoek noodzakelijk. Vervolgon-derzoek waarbij stakeholders, zoals banken en verzekeraars, makelaars,Autoriteit Financiële Markten (AFM), en andere ministeries wordenbetrokken. Naar verwachting is dat eind dit jaar gereed. De uitkomsthiervan zal met de Kamer worden gedeeld.Klimaatbestendige vitale infrastructuur versterkenBinnen het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) krijgen vitaleen kwetsbare functies (zoals drinkwater- en energievoorziening)bijzondere aandacht omdat ze cruciaal zijn voor het functioneren van demaatschappij. Hierbij wordt vanuit ruimtelijke adaptatie benadrukt ommeer rekening te houden met eisen en locatiekeuze die aan vitaleinfrastructuur en onderliggende objecten worden gesteld, zodat ze beterbestand zijn tegen klimaat- en overstromingsrisico’s, de gevolgen beperktblijven of tijdens crises langer kunnen blijven functioneren.Uit de praktijk blijkt dat veel vitale processen beperkt worden meege-nomen bij het uitvoeren van lokale stresstesten en niet altijd duidelijk iswelke definities precies gehanteerd moeten worden voor vitaal en/ofkwetsbaar en hoe de afstemming met aanbieders van vitale processenmoet verlopen. Het Ministerie van IenW wil voor de overstromings- en26https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/landbouw-en-tuinbouw/documenten/rapporten/2023/11/17/bijlage-2-nationaal-uitvoeringsprogramma-klimaatadaptatie-nup-ka27Eindadvies «Voorkomen kan niet, voorbereiden wel», december 202228Zie Bijlage 9. Voortgangsrapportage Beleidstafel wateroverlast en hoogwater29Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater Achtergronddocumenten, december 202230https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/03/11/eerste-verkennend-onderzoek-waterlabel-deltaresTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67011 klimaatrisico’s daarom de vitale aanbieders beter betrekken door meeraan te sluiten bij de Aanpak vitaal. Zo ontstaat een eenduidige aanpakwaarbij de verbinding tussen vitale aanbieder en ruimtelijke adaptatiewordt versterkt.De Aanpak vitaal wordt gecoördineerd door de Nationaal CoördinatorTerrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en is erop gericht omverstoring van vitale processen te voorkomen en de weerbaarheid teverhogen.31 Dit gebeurt onder andere door het uitvoeren van eenvierjaarlijkse cyclus voor vitale processen waarbij de verantwoordelijkedepartementen samen met de aanbieders een vitaalbeoordeling, eenweerbaarheidsanalyse en een actieprogramma uitvoeren.32 Hierbinnenwordt ook onderzocht hoe de gevolgen van overstromingen, extreemweer en natuurbrandrisico’s kunnen leiden tot risico’s voor de continuïteitvan vitale processen. Daarnaast wordt het beoordelen van de risico’s vanklimaatverandering voor vitale infrastructuur en de verplichting tot hetnemen van passende maatregelen juridisch verankerd met de implemen-tatie van de door de Europese Commissie opgestelde Critical EntitiesResilience directive (CER-richtlijn). De implementatie van deze richtlijn isvoorzien met de inwerkingtreding van de Wet weerbaarheid kritiekeentiteiten in 2025 en biedt een wettelijk kader voor verbetering van deweerbaarheid van vitale infrastructuur tegen risico’s die mens en natuurkunnen veroorzaken, waaronder klimaatrisico’s.Het is belangrijk om aanbieders van vitale processen ondersteuning tebieden bij het beoordelen van overstromings- en klimaatrisico’s en hetnemen van maatregelen. Daarom wordt in het licht van de Wetweerbaarheid kritieke entiteiten door het Ministerie van IenW samenge-werkt met de NCTV om informatie- en kennisuitwisseling over dezerisico’s te bevorderen door bijvoorbeeld het opstellen van handreikingen.Daarnaast wordt het kennisportaal klimaatadaptatie dit jaar geactualiseerdzodat het alle partijen ondersteuning biedt.Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgevingOp 9 april jl. is het «Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptievegebouwde omgeving» gepubliceerd.33 Het is een eerste landelijkeuitwerking van het principe dat water en bodem sturend moeten zijn bijnieuwe ontwikkelingen. Het geeft meer duidelijkheid over de risico’s ophet gebied van waterveiligheid, wateroverlast, bodemdaling en drink-water. Hoe groter de risico’s hoe groter de opgave en kosten omtoekomstbestendig te bouwen. In enkele gevallen (uiterwaarden enbuitendijks IJsselmeergebied) is aangegeven dat er niet gebouwd kanworden. Het ruimtelijk afwegingskader geeft duidelijkheid om gemeenten,waterschappen en provincies te helpen bij locatiekeuzes voor nieuweontwikkelingen. Het ruimtelijk afwegingskader wordt toegepast opprojecten en gebiedsontwikkelingen waar op 1 januari 2025 nog geenbestemmingsplan is, zoals staat in de Kamerbrief Water en Bodemsturend.34 Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie van de ledenGrinwis en Geurts.35Momenteel wordt verkend hoe het ruimtelijkafwegingskader het beste juridisch en/of bestuurlijk geborgd kan worden.Een voorstel hiervoor zal naar verwachting begin 2025 afgerond zijn.31Kamerstuk 30 821, nr. 18232Kamerstuk 30 821, nr. 20333Kamerstuk 27 625, nr. 66634Kamerstuk 27 625, nr. 59235Kamerstuk 27 625, nr. 615Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67012 Landelijke MaatlatDe Landelijke Maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwdeomgeving geeft invulling aan de vraag hoe nieuwbouw klimaatbestendigte ontwikkelen.36 De koepels van de decentrale overheden hebben vorigjaar hun bestuurlijk commitment uitgesproken om de Maatlat zoveelmogelijk te gebruiken. Dit jaar is de verkenning naar de mogelijkheden omde Maatlat juridisch te borgen afgerond. Na de zomer wordt de Kamer perbrief geïnformeerd over het vervolg inclusief de juridische borging.Daarnaast worden praktijkervaringen opgehaald bij partijen en projectendie de afgelopen jaren bezig zijn geweest met klimaatadaptief bouwen,aan de hand van de landelijke maatlat of vergelijkbare regionale conve-nanten of afspraken. Deze ervaringen worden betrokken bij het besluitover het wettelijk borgen van de maatlat. En ze worden benut om tebepalen welke extra (kennis)ondersteuning er vanuit het Rijk geboden kanworden om de maatlat toe te passen.LIFE-IPLIFE-IP is een nationaal klimaatadaptatieprogramma met een budget van€ 17 miljoen, waarvan € 10 miljoen wordt medegefinancierd door de EUen 7 miljoen vanuit de deelnemende partijen. Het programma bestaat uit22 partners verdeeld over Nederland: gemeenten, waterschappen,provincies, GGD-en en andere organisaties. Met de projecten uit hetLIFE-IP Klimaatadaptatie wordt ingezet op het versnellen van de NationaleKlimaatstrategie (NAS), zodat Nederland in 2050 klimaatbestendig is.Het programma richt zich op de volgende sporen: het vergroten vankennis, bewustzijn en urgentiebesef van klimaatverandering, hetstimuleren van een integrale aanpak, ook met andere klimaatopgaven, enhet ontwikkelen van businessmodellen en vormen van financiering voorklimaatadaptieve maatregelen. Het programma heeft een looptijd van 6jaar en is gestart in 2022.In fase 1 (2022 en 2023) zijn alle projecten van start gegaan en zijn deeerste resultaten geboekt. Zo zijn binnen de projecten diverse samenwer-kingsnetwerken ingericht, lokale subsidies voor het nemen van klimaat-adaptieve maatregelen verstrekt, is de informatieoverdracht verbeterd. Departners hebben onder andere over de volgende projecten gerapporteerdaan de EU: Er zijn acht burgerinitiatieven voor vergroening gerealiseerd,duizenden geveltuinen aangelegd, in duizenden tuinen de tegelsverwijderd en 28 groenblauwe schoonpleinen gerealiseerd. Er zijn vijftienlokale hitteplannen opgesteld en voor meerdere gebieden overstromings-kaarten en hitte-eilanden in beeld gebracht. En er is een theatervoor-stelling en de film «Heet, hè», gemaakt voor en door ouderen en hun(professionele) verzorgers om informatie te geven hoe om te gaan met desteeds hoger wordende temperaturen in Nederland. Om de kennisbasisuit te bouwen is een kennisagenda opgesteld, is het kennisportaalklimaatadaptatie uitgebreid met de resultaten van LIFE-IP, is een onlinekennisbank voor bodemdaling opgezet en is regionale samenwerkingvoor kennisontwikkeling opgezet. In de volgende fasen (2024 t/m 2027) zalhet programma steeds meer resultaten laten zien, waarbij het breed delenvan kennis over geleerde lessen en goede voorbeelden van klimaatadap-tieve maatregelen een belangrijk aspect is. Zo ook het breder toepassenvan succesvolle voorbeelden in de praktijk.36Kamerstuk 32 813, nr. 1195Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67013 Het voorkomen van te hoge drinkwatertemperaturen en de relatie met deNationale Klimaatadaptatiestrategie.Tijdens het Wetgevingsoverleg Water op 29 januari is aan het lid Kostic´toegezegd doelen gericht op het voorkomen van een te hoge drinkwater-temperatuur mee te nemen in de herijking van de Nationale Klimaatadap-tatiestrategie (NAS).37 Allereerst is het van belang op te merken dat hetdrinkwaterbedrijf primair verantwoordelijk is voor de drinkwaterkwaliteit.Op grond van het Drinkwaterbesluit geldt daarbij een maximale drinkwa-tertemperatuur van 25 graden om microbiële risico’s te beheersen. Dedrinkwaterbedrijven zijn verantwoordelijk om maatregelen te nemenzodat aan deze eisen wordt voldaan. Een aantal factoren beïnvloedt dedrinkwatertemperatuur, zoals klimaatverandering, de verstening instedelijk gebied en de realisatie van warmtenetten waardoor de bodemopwarmt. Er is een nationale norm, de NEN 7171–1, waarin, inafstemming tussen netbeheerders is, beschreven hoe ondergrondseleidingen geordend moeten worden.Het KNMI heeft in de klimaatscenario’s aangegeven dat rekening moetworden gehouden met meer extreem weer, waaronder langere periodesvan hitte. In de evaluatie van de huidige NAS en het Nationaal uitvoeringprogramma Klimaatadaptatie (NUPKA) staat dat hitte een belangrijkthema is bij de herziening van de NAS.38 Dit geldt met name in debebouwde omgeving, waar hitte een groot effect heeft. Bij de herzieningvan de NAS zal gewerkt worden aan het concretiseren van doelen,waaronder doelen die bijdragen aan het beperken van het stedelijkhitte-eilandeffect. Voor nieuwbouw is de eerdergenoemde LandelijkeMaatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgevingontwikkeld.39 Deze bevat een richtlijn voor hitte, gericht op 40 procentschaduw op belangrijke loop- en fietsroutes, drinkwaterstroken enverblijfsplekken. Dit draagt bij aan het tegengaan van opwarming van debodem, waarmee de opwarming van het drinkwater beperkt wordt. Methet bovenstaande wordt invulling gegeven aan de toezegging aan het lidKostic´.Impulsregeling KlimaatadaptatieMet de Impulsregeling Klimaatadaptatie wordt gewerkt aan het doel om in2050 een klimaatrobuuste leefomgeving te hebben. De 45DPRA-werkregio’s40 konden tot het einde van 2023 aanvragen indienenvoor de tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie. De uitvoering vanmaatregelen moet uiterlijk in 2027 zijn voltooid. Alle werkregio’s hebbenaanvragen ingediend voor de impulsregeling waarmee het totalebeschikbare Rijksbudget voor de regeling (200 miljoen) vrijwel geheelbenut wordt. Het gehoopte aanjaageffect is daarmee ook bereikt, omdatnaast de Rijksbijdrage door de decentrale overheden zeker € 400 miljoencofinanciering beschikbaar is gesteld.Op lokaal niveau laat de impulsregeling zien dat het «meekoppelen» vanklimaatadaptatie aan lopende projecten van gemeenten en water-schappen goed mogelijk is. De meeste maatregelen betreffen projecten opobject-, straat-, of wijkniveau, die bijdragen aan het ontstenen envergroenen van een gebied. Veel voorkomende maatregelen zijnwaterdoorlatende bestrating bij parkeerplaatsen, rioolaanpassingen enhet aanleggen van wadi’s (groene greppels in stedelijk gebied). Maatre-37Toezegging aan het lid Kostic´, TZ202402–06338Kamerstuk 31 793, nr. 233 en Kamerstuk 31 710, nr. 8339Kamerstuk 32 813, nr. 119540https://klimaatadaptatienederland.nl/beleid/nationale-aanpak/dpra/organisatie/werkregio/Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67014 gelen richten zich vooral op wateroverlast, vaak in combinatie met aanpakvan droogteproblemen. Daarbij wordt aangehaakt bij projecten die al invoorbereiding waren. Voor 1 juli 2025 zal een evaluatie van de Impulsre-geling Klimaatadaptatie plaatsvinden, als onderdeel van de evaluatie vande wijziging van de Waterwet uit 2020. Deze evaluatie zal wordentoegestuurd aan de Kamer.Vergroenen van tuinen en NK tegelwippenIn het kader van het plan van aanpak waterbewust gedrag is onderzoekgedaan naar de barrières en motivatoren voor het vergroenen van de tuin.Met deze nieuwe inzichten kunnen acties die inwoners stimuleren aan deslag te gaan met het vergroenen van de tuin, nog effectiever wordenvormgegeven. Er is veel interesse in de uitkomsten van het onderzoek,met name bij gemeenten. Het gedragsteam van het ministerie verzorgdediverse presentaties, workshops en webinars om de resultaten te delen.De volgende stap in de gedragsaanpak is het toetsen van het geleerde inde praktijk in 4 pilot wijken. De kennis die daarmee wordt opgedaan zaltoegankelijk worden gemaakt voor iedereen die met het vergroenen vantuinen aan de slag wil.Op 21 maart is het NK Tegelwippen weer van start gegaan. Bijna 200gemeenten doen dit jaar mee aan deze ludieke wedstrijd met een serieusdoel: het Klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Vlak voorde zomer wordt waarschijnlijk de 10 miljoenste tegel gewipt. Net als hetNK Tegelwippen kreeg ook de Week van de Groene tuin (26 maart t/m1 april) dit voorjaar veel aandacht van de landelijke media.Samenwerking financiële sector op gebied van klimaatadaptatieDe gevolgen van klimaatverandering zijn in toenemende mate zichtbaaren schadelast door extreem weer neemt toe. Dit betekent dat banken eninvesteerders dergelijke risico’s onder de loep nemen en verzekeraarszoeken naar manieren om de lange termijn verzekerbaarheid te garan-deren. Daarbij wordt door partijen binnen de financiële sector ooknadrukkelijk naar de overheid gekeken omdat klimaatadaptatiemaatre-gelen bepalend zijn voor hoe groot overstromings- en klimaatrisico’s in detoekomst zullen zijn, en wat dat betekent voor bijvoorbeeld het vestigings-klimaat, woningeigenaren, industrie en agrariërs.De afgelopen periode zijn er verschillende rapporten en onderzoekenverschenen die ingaan op de impact van overstromings- en klimaatri-sico’s, wat de financieel-economische effecten zijn en hoe daaropgeanticipeerd kan worden.41 Ook heeft de werkgroep klimaatadaptatieonder het Platform voor Duurzame Financiering (PvDF) van De Neder-landsche Bank (DNB) eind 2023 een rapport met aanbevelingen aange-boden aan de Minister van IenW.42Het Ministerie van IenW werkt actief samen met partijen binnen definanciële sector om te verkennen hoe samen gezorgd kan worden vooreen klimaatbestendig Nederland en welke rol ieder daarin kan spelen. Zois het Ministerie van IenW sinds begin 2024 lid van het Platform voor41https://www.afm.nl/nl-nl/consumenten/actueel/2023/november/inprijzen-klimaatrisicoschade;https://www.abnamro.com/research/nl/onze-research/stapeling-klimaatrisicos-en-financiele-draagkracht-op-de-woningmarkt;https://www.rabobank.nl/kennis/d011413293-kosten-klimaatbestendige-woningmarkt-voorlopig-beheersbaar-maar-tweedeling-ligt-op-de-loer; https://www2.deloitte.com/nl/nl/pages/impact-foundation/articles/onderzoek-naar-maatregelen-die-de-rol-van-de-financiele-sector-versterken-bij-klimaatadaptatie.html42https://www.dnb.nl/groene-economie/platform-voor-duurzame-financiering/werkgroep-klimaatadaptatie/Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67015 Duurzame Financiering (PvDF) van DNB en wordt samen met anderedepartementen bijgedragen aan activiteiten van de werkgroep klimaat-adaptatie van dit platform. Daarnaast wordt er, samen met de Deltacom-missaris, gewerkt aan het initiatief NL AAA Klimaatbestendig, dat tot doelheeft om in verbinding met de financiële sector, overheidspartijen enkennisinstellingen de klimaatbestendigheid te verstevigen door beleid,regelgeving, het functioneren van markten of de beschikbaarheid vankennis op het thema klimaatadaptatie te verbeteren. Dit is niet alleen vanbelang voor onze reputatie ten aanzien van waterbeheer, maar ook vooronze AAA-rating op de financiële markten die hiermee samenhangt.Het Ministerie van IenW heeft in dit kader het initiatief genomen om debeschikbare data rondom overstromings- en klimaatrisico’s beter teontsluiten en te voorzien van duiding. Deze ontsluiting wordt in samen-werking met de financiële sector vormgegeven en beoogt goedeaansluiting bij de taal en behoefte van de financiële sector zodat het goedaansluit bij de wet- en regelgeving die voor banken en verzekeraarsbestaat. Voor Nederland is van belang dat overstromings- en klimaatri-sico’s eenduidig en zorgvuldig geïnterpreteerd worden. Daarnaast zal erbij de nadere verkenning van het waterlabel rekening worden gehoudenmet de aanbevelingen rondom het zgn. «klimaatlabel», die volgen uit deeerdergenoemde rapporten en onderzoeken vanuit de financiële sector ende Autoriteit Financiële Markten (AFM).6. Noordzee en Grote Wateren Programma NoordzeeHet huidige Programma Noordzee, integraal onderdeel van het NationaalWaterprogramma loopt van 2022–2027. Het zal tussentijds wordengewijzigd met een zogenaamde Partiële Herziening om de groei van dewindenergie op zee ambities van het kabinet mogelijk te maken. Devaststelling van deze Partiële Herziening is voorzien voor september 2025.Onlangs heeft de concept Nota Reikwijdte en Detailniveau (NRD) terinzage gelegen. Na beantwoording van de zienswijzen zal de NRD wordenvastgesteld voor het opstellen van het plan-milieueffectrapport. De Kamerwordt in het voorjaar van 2025 geïnformeerd over het vervolg van departiele herziening.Voortgangsrapportage Noordzeeoverleg (NZO)In lijn met de motie van de leden Dijkstra en Tjeerd de Groot,43 is devoortgangsrapportage van de voorzitter van het Noordzeeoverleg alsbijlage bij deze brief gevoegd.44 Hierin rapporteert de voorzitter onderandere over de implementatie van het Noordzeeakkoord, waarbijaandacht wordt gevraagd voor de samenhang van de transities, voor hetvervolg op de evaluatie van het Noordzee Akkoord en het «Transitiefonds»en voor de slechte staat van het Noordzee ecosysteem.Herziening Mariene Strategie deel 1De derde implementatiecyclus van de EU Kaderrichtlijn Mariene Strategie(KRM) is gestart met een herziening van de Mariene Strategie deel 1(MS1). MS1 beschrijft de huidige milieutoestand, de goede milieutoestand(inclusief drempelwaarden) en de milieudoelen met bijbehorendeindicatoren voor het Nederlandse deel van de Noordzee. Omwille van eenzorgvuldige voorbereiding, waaronder de afstemming met stakeholders,43Kamerstuk 33 450, nr. 10744Zie bijlage 10. Noordzeeoverleg Voortgangsrapportage 7Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67016 nadere analyse en openbare consultatie zal Nederland de Europesedeadline voor de actualisatie van de MS1 op 15 juli niet kunnen halen. HetOverlegorgaan Fysieke Leefomgeving heeft inmiddels een adviesuitgebracht over een concept van het Ontwerp voor de MS1. Het ontwerpvan de MS1 wordt nu uitgewerkt en zal in een later stadium vooropenbare consultatie worden aangeboden.Zoetwater en WaddengebiedIn een recent rapport over de toestand van de kwaliteit van het Wadden-gebied worden negatieve effecten van klimaatverandering en toenemendezoetwatertekorten op de voedselvoorziening voor zeedieren in deWaddenzee algemeen genoemd.45 Op 13 maart 2024 is aan het lid Olgervan Dijk toegezegd in te gaan op de effecten van het zoetwatertekort inhet Waddengebied op de voedselvoorziening voor dieren, en welkebeheersmaatregelen worden genomen.46De negatieve effecten van verminderde zoetwaterbeschikbaarheid op deWaddenzee zijn nog niet voldoende gekwantificeerd, als het gaat om devraag hoe groot die effecten zijn, onder welke omstandigheden zeoptreden en welk herstelvermogen de ecologie vervolgens heeft. DeWaddenacademie is in 2024 gestart met onderzoek naar zoetwater en devoedselbehoefte wat minimaal nodig is voor het dierenleven in deWaddenzee. Met de resultaten van dit onderzoek zullen het Rijk en deregionale partners samen nagaan welke extra effectieve beheersmaatre-gelen nodig zijn. Over de voortgang hiervan zal de Kamer wordengeïnformeerd voorafgaand aan het CD Water voor de zomer van 2025.De Wadden krijgt op jaarbasis zoetwatertoevoer, een paar weken tijdensextreem droge zomers wordt de toevoer sterk verminderd. De huidigebestuursovereenkomst zoetwaterverdeling Noord-Nederland houdt bijtekorten niet expliciet rekening met de zoetwatervraag voor de Wadden;indirect krijgt de Wadden wel de in het bestuursovereenkomstafgesproken minimale doorspoeldebieten die nodig zijn om hetIJsselmeer en de regionale zoetwatersystemen zoet te houden, voor zolang de IJssel en het IJsselmeerbuffer hierin kunnen voorzien. Debestuursovereenkomst wordt in 2025 geëvalueerd en waar nodig herijkt.De zoetwatervraag voor de Wadden zal dan in de afweging wordenmeegenomen.Getij GrevelingenOp 31 mei 2023 is de Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van eenonderzoek naar een ecologisch effectieve oplossing binnen hettaakstellend budget voor het project Getij Grevelingen.47 Omdat debenodigde financiering fors hoger was dan verwacht, zijn aanvullendeanalyses uitgevoerd naar de onderliggende financiële ramingen en deecologische noodzaak van uitvoering van het project. Conclusie is dat hetherintroductie van getijdewerking van 40 cm noodzakelijk is voor eenecologisch robuust Grevelingenmeer. Ook de onderliggende ramingenbleken robuust. De besluitvorming over het project Getij Grevelingenwordt overgelaten aan het nieuwe kabinet.45Wadden Sea Quality Status Report, Climate Change https://qsr.waddensea-worldheritage.org/climate-change-2024 en https://www.waddenacademie.nl/nieuws/nieuwsbericht/overgang-van-zoet-naar-zout-in-de-waddenzee-onder-druk-door-veranderend-klimaat/46Toezegging aan het lid Olger van Dijk, TZ202403–04547Kamerstuk 27 625, nr. 630Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67017 7. Caribische delen van het Koninkrijk en Internationaal Stand van zaken drinkwater Caribisch NederlandVanuit het koopkrachtpakket Caribisch Nederland is naast de € 7,8 miljoendie het Ministerie van IenW subsidieert aan drinkwater € 1,2 miljoen extrabeschikbaar gekomen om in 2024 de vaste drinkwatertarieven op Bonaireen Sint-Eustatius en de tarieven van het gebottelde water en het reverseosmosis (ontzilte) water op Saba verder te verlagen. Op Bonaire enSint-Eustatius zijn dankzij de extra subsidie de vaste tarieven met ruim50% verlaagd ten opzichte van de gesubsidieerde tarieven in 2023. Sabaverlaagt op 1 juli de tarieven van het gebottelde water ook met ruim 50%.De tarieven voor het reverse osmosis water worden verlaagd zodra deonderhandelingen met de watervervoerders over een nieuw contract zijnafgerond.Op Sint-Eustatius wordt het meerjarige investeringstraject (€ 4,5 miljoen)om het drinkwaternet te verbeteren en uit te breiden eind dit jaar conformschema grotendeels afgerond. Eén stuk leiding is afhankelijk van deaanleg van een weg en loopt waarschijnlijk vertraging op. Vanwegeonvoorziene nieuwe lekverliezen heeft het Ministerie van IenW vorig jaareen extra subsidie van ongeveer € 2,1 miljoen aan het nutsbedrijf STUCOtoegekend om vier leidingen te vervangen waar de waterdruk hoog is enveel lekkage voorkomt. Deze werkzaamheden zijn naar verwachting ookeind dit jaar afgerond. Verder is het project van het Openbaar LichaamSint-Eustatius om de klif achter de water- en energieproductiefaciliteitenvan STUCO te versterken, bijna afgerond zodat het risico van vallendestenen sterk verminderd wordt.Afvalwater Sint Eustatius, Saba en BonaireZoals toegezegd in de brief voor het Wetgevingsoverleg Water van29 januari 2024 wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang van deafvalwatervisie op Sint Eustatius en Saba.48 De afvalwatervisies voor SintEustatius is gereed. De volgende stap is het bepalen van de maatregelen.Daartoe is op Sint Eustatius een vervolgonderzoek gestart naar de meestgeëigende afvalwateroplossing in de kuststrook en centrale afvalwaterver-werking. Voor Saba is de concept afvalwatervisie opgeleverd en wordt deuiteindelijke visie in augustus verwacht. Nader onderzoek naar deverspreiding van het afvalwater in de bodem is nodig om te bepalen of enwelke afvalwateroplossingen het beste geïmplementeerd kunnen worden.De afvalwatervisie voor Bonaire is eind juni 2023 opgeleverd aan hetOpenbaar Lichaam Bonaire (OLB). Deze is echter nog niet aan hetBestuurscollege Bonaire aangeboden en daardoor nog niet vastgesteld. Eris nog geen aanvang gemaakt met de prioritering en uitvoering van de inde visie genoemde projecten. Het Bestuurscollege werkt nog aan eensystematiek voor de afvalwaterheffing.Klimaatadaptatie Caribisch NederlandDe eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn gedurende 2024 bezigklimaatplannen te ontwikkelen, zoals eerder aan de Kamer toegezegd.49Sint Eustatius en Saba zijn al verder gevorderd in hun plannen, met eentijdspad en het inventariseren waar ondersteuning van het Rijk nodig is.Bonaire heeft sinds kort een nieuwe voorzitter van de klimaattafel,waardoor er stappen gezet kunnen worden om het klimaatplan te maken.Het Rijk ondersteunt de BES-eilanden met inzet van middelen en48Kamerstuk 27 625, nr. 65949Kamerstuk 32 813, nr. 1312Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67018 expertise. Zo is er opdracht gegeven voor een feitenrelaas dat gebruiktkan worden als basis voor deze klimaatplannen. In dit feitenrelaas staande afgeronde en huidige acties rondom klimaat op de BES-eilanden. Ookzullen hierin de te verwachte effecten van de klimaatverandering op deverschillende maatschappelijke en economische sectoren in kaart wordengebracht. Dit zal een basis vormen om te bepalen waar aanvullendemaatregelen nodig zijn, vergelijkbaar met de risicodialogen zoals binnenhet Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie in Europees Nederland. CaribischNederland wordt hiermee steeds meer integraal meegenomen bijNederlands klimaatadaptatiebeleid. Caribisch Nederland zal ookonderdeel vormen van de herijking van de Nationale klimaatadaptatiestra-tegie (NAS) in 2026.Opvolging VN 2023 Water Conferentie en de Water Actie AgendaDe Water Actie Agenda, met meer dan 840 vrijwillige toezeggingen, is eenvan de belangrijkste resultaten van de VN 2023 Water Conferentiewaarvan Nederland en Tadzjikistan de co-voorzitters waren. Nederlandheeft actief opvolging gegeven aan de uitkomsten van de VN WaterConferentie en de Water Actie Agenda. Naast uitvoering van onze eigenvrijwillige toezeggingen, blijft Nederland zowel in bilateraal als multila-teraal verband zich inzetten om de Water Actie Agenda te borgen.Het ziet er naar uit dat Senegal en Verenigde Arabische Emiraten deco-voorzitters van de volgende VN 2026 Water Conferentie zullen worden.Nederland wil tijdens een speciale sessie over de Water Actie Agenda enmarge van het High Level Political Forum op 16 juli 2024, het momentaangrijpen om de Water Actie Agenda en uitkomsten van de 2023Conferentie «over te dragen» aan de nieuwe co-voorzitters.International Panel on Deltas, Coastal Areas and Islands (IPDC)In maart vond het IPDC-congres plaats, hier is een sessie georganiseerdvoor alle landen van het Koninkrijk. In deze sessie hebben ambtenarenvan Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba hun visiegedeeld over de toekomst van de eilanden. Ook het Ministerie van IenW,KNMI, Rijkswaterstaat, en de UvW namen deel. Om de kennisuitwisselingtussen de eilanden verder te ondersteunen wordt ieder kwartaal onderleiding van het Ministerie van IenW een informerende Adaptatie Platformsessie georganiseerd.8. Duurzame Energie van Waterschappen Duurzame opwekking energieTijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel voor aanpassingvan het belastingstelsel van de waterschappen op 18 april jl. is aan het lidOlger van Dijk toegezegd dat de Kamer wordt geïnformeerd over de wijzewaarop de waterschappen plannen maken voor zowel netcongestie alshet gebruik maken van duurzame energieopwekking.In het kader van het Klimaatakkoord willen de waterschappen uiterlijk in2025 volledig zelf voorzien in de eigen energiebehoefte. In het licht van deklimaatopgave is daarnaast ook de wens om niet alleen energieneutraal teworden, maar op termijn ook klimaatneutraal.50 Met het wetsvoorstel vooraanpassing van de waterschapsbelastingen wordt verduidelijkt dat demaatregelen om klimaatneutraal te worden bekostigd mogen worden uitde waterschapsbelastingen. Na inwerkingtreding van het wetsvoorstelhebben waterschappen de mogelijkheid om meer duurzame energie op tewekken dan voor de eigen werkzaamheden nodig zijn. Daarmee kunnen50https://unievanwaterschappen.nl/waterschappen-maken-hoge-duurzaamheidsambities-waar/Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67019 onvermijdbare emissies welke vrijkomen bij de taakuitoefening wordengecompenseerd. Dit betekent overigens niet dat waterschappen ongelimi-teerd energie mogen opwekken. In het wetsvoorstel zit een begrenzing:waterschappen mogen niet meer energie opwekken dan nodig is omklimaatneutraal te worden.In 2022 lag het percentage opgewerkte energie voor de sector op 76,6%.Het grootste deel (72%) van de door waterschappen duurzaam opgewekteenergie bestaat uit groen gas dat opgewekt wordt uit zuiveringsslib. Zokan slib worden omgezet in biogas, wat vervolgens als brandstof kanworden omgezet in warmte, elektriciteit of groen gas. Dit is een techniekdie waterschappen al jaren toepassen. Waterschappen leggen ook veelzonneweides aan op zuiveringsterreinen. Deze kunnen momenteel inmindere mate aangesloten worden door netcongestie. Om dit probleem tevoorkomen willen de waterschappen zoveel mogelijk de eigen opgewekteenergie (gaan) gebruiken. Overige bronnen van eigen duurzame energie-opwekking van waterschappen zijn windenergie (11%), waterkracht (<1%),aquathermie (8%) biomassaverbranding (7%) en overige niet naderbenoemde bronnen (<1%).NetcongestieWaterschappen hebben aangegeven te verwachten meer stroom nodig tehebben in de toekomst door onder andere nieuwe zuiveringsrichtlijnen(zuiveren van medicijnresten met ozon-technieken) en strengere regel-geving omtrent milieu en klimaat. Tegelijkertijd wordt een groei verwachtin het elektriciteitsverbruik van gemalen door de gevolgen van klimaatver-andering (toenemende neerslag). Vanwege de strengere lozingseisen, debevolkingsgroei en extra taken voor waterschappen gaat de UvW ervanuit dat de elektriciteitsvraag in de toekomst groeit met 25%.Gezien de groeiende elektriciteitsvraag nemen zowel de UvW alsindividuele waterschappen ook andere stappen om bij te dragen aanoplossingen voor netcongestie. Zo is de UvW het programmaplan NSW(netcongestie, slimme energie en waterstof) gestart. Dit bevindt zichmomenteel in de kwartiermakersfase, waarin geïnventariseerd wordt inwelke energiehubs de waterschappen actief zijn. In een energiehub komenverschillende energiedragers samen en is het mogelijk energievraag- enaanbod op elkaar af te stemmen, energie op te slaan of om te zetten.Daarnaast zijn er via het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) inheel Nederland provinciale energy boards actief. Dit zijn regionalesamenwerkingsverbanden waarin onder andere decentrale overheden ennetbeheerders gezamenlijk werken aan oplossingen rondom deproblemen op het elektriciteitsnet. In deze samenwerkingsverbanden zijnook waterschappen actief. Waterschappen zijn daarnaast betrokken bij hetopstellen van regionale energievisies. Ook wordt gekeken of opslag vanenergie in batterijen een oplossing biedt, zodat waterschappen hun eigenopgewekte energie zelf zoveel mogelijk kunnen gebruiken. Daarnaastwordt gekeken naar smart energy hubs, waarbij waterschappen ernaarstreven lokaal ook andere partijen van energie te voorzien en zo eenbijdrage te leveren aan het oplossingen voor de netcongestieproble-matiek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67020 Ter afsluitingDeze brief laat zien voor hoe veel uitdagingen ons Koninkrijk staat op hetgebied van water. Daarmee zijn de uitdagingen niet uitputtend, zoals ookgemeld in de Kamerbrieven over zoetwaterbeschikbaarheid51 en over deKRW.Al eeuwenlang leeft Nederland met water. Soms ondervinden we erhinder van, maar we gebruiken het ook om over te varen, om te drinkenen om planten te laten groeien. Samen met overheden, kennis- enonderzoeksinstituten, drinkwaterbedrijven en het bedrijfsleven, spant hetRijk zich in dat Nederland ook met het veranderende klimaat een fijnwaterland kan blijven.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J. Harbers51Kamerstuk 27 625, nr. 669Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67021
Gerelateerde bronnen
- De minister zegt toe om een uitspraak te doen over de vraag voor welke bedrijven de zorg- en leveringsplicht geldt en zal de Kamer hierover informeren in een br
De minister zegt toe om een uitspraak te doen over de vraag voor welke bedrijven de zorg- en leveringsplicht geldt en zal de Kamer hierover informeren in een brief voor het commissiedebat Water in juni.
- De minister van IenW zegt toe om in de rapportage over het Deltaplan Zoetwater, die nog voor de zomer naar de Kamer wordt gestuurd, nader in te gaan op de effec
De minister van IenW zegt toe om in de rapportage over het Deltaplan Zoetwater, die nog voor de zomer naar de Kamer wordt gestuurd, nader in te gaan op de effecten van het zoetwatertekort in het Waddengebied op de voedselvoorziening voor dieren, en welke beheersmaatregelen worden genomen.
- De minister zegt toe doelen gericht op het voorkomen van een te hoge drinkwater mee te nemen in de herijking van de Nationale Klimaatadaptatiestrategie
De minister zegt toe doelen gericht op het voorkomen van een te hoge drinkwater mee te nemen in de herijking van de Nationale Klimaatadaptatiestrategie
- De minister komt voor het commissiedebat Water in juni in een brief terug op de vraag welke maatregelen er worden getroffen in Benelux-verband en met Duitsland,
De minister komt voor het commissiedebat Water in juni in een brief terug op de vraag welke maatregelen er worden getroffen in Benelux-verband en met Duitsland, en wat die maatregelen betekenen voor de aanpak van de Nederlandse waterprojecten.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.