KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken van een aantal moties en toezeggingen in het domein landelijk gebied stikstof

29 aug 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie de709e990105a3b8 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202435 334Problematiek rondom stikstof en PFASNr. 302 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 29 augustus 2024Met het Hoofdlijnenakkoord Hoop, Lef en Trots is ingezet op een koerswij-ziging in het landbouw- en natuurbeleid.1 Met een goede toekomst voorland- en tuinbouw, visserij, voedselzekerheid en voor de natuur. Daar wilik me dan ook met hart en ziel voor inzetten. En uiteraard in een uitste-kende samenwerking met uw Kamer.Ik vind het daarbij van belang te markeren dat onze boeren, onze tuindersen onze vissers gekoesterd moeten worden. Omdat ze belangrijk zijn voorhet Nederlandse cultuurlandschap, onze voedselvoorziening en onlosma-kelijk verbonden zijn met de Nederlandse cultuur. Mede daarom zal ditkabinet alles op alles zetten in Europa om Europese richtlijnen zo aan tepassen dat ze werkbaar zijn en het verdienmodel van boeren, tuinders envissers ondersteunen.Tegelijkertijd stuurt het Hoofdlijnenakkoord op instandhouding vanbelangrijke natuur. Daarvoor maakt het kabinet onder meer structureelgeld vrij voor langjarig natuurbeheer door boeren (500 mln. euro). Enincidenteel geld vrij voor onder meer innovatie, doelsturing en een bredeopkoopregeling op basis van vrijwilligheid (5 mld. euro). Ook wil hetkabinet de vakkennis van boeren beter inzetten, met welverdiend respectvoor hun ervaring met de bodem, dieren en natuur. Dit kabinet wildaarom boeren zelf aan roer zetten met een omslag van middel- naardoelsturing: voor natuur, waterkwaliteit, klimaat en luchtverontreinigingworden waar mogelijk bedrijfsspecifieke emissiedoelen geformuleerd.Op dit moment werkt het kabinet aan de verdere uitwerking van hetHoofdlijnenakkoord in een regeerprogramma. Dat regeerprogramma zaluw Kamer voorafgaand Prinsjesdag 2024 ontvangen. Ik wissel naPrinsjesdag 2024 uiteraard graag met uw Kamer van gedachten over de1Hoofdlijnenakkoord tussen PVV, VVD, NSC en BBB: Hoop, Lef en Trots (2024). Bijlage bijKamerstuk 36 471, nr. 37 kst-35334-302ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 334, nr. 3021 inhoud van het regeerprogramma, daar waar deze de dossiers van hetMinisterie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur beslaat.Op woensdag 4 september 2024, voorafgaand aan Prinsjesdag, staat er opverzoek van uw Kamer een commissiedebat Stikstof, NPLG en Natuurgepland. Ik ga graag met uw Kamer in gesprek, onder meer om sameneen goede toekomst te garanderen voor land- en tuinbouw, visserij,voedselzekerheid en voor de natuur.Middels deze brief stuur ik uw Kamer voorafgaand het commissiedebat destand van zaken van een aantal openstaande moties en toezeggingen. Ookbevat deze Kamerbrief een stand van zaken op een motie uit de EersteKamer met betrekking tot de bestemming van grond: de motie VanRooijen (Kamerstuk 35 600, P).De volgende onderwerpen komen in deze brief achtereenvolgens aan bod:1.PAS-melders: voortgang legalisatieprogramma, vrijwillige stoppers-regelingen, maatwerkoplossing PAS-melders Limburg;2.Toestemmingverlening: met voorrang sturen op gebruiksmogelijk-heden van emissieruimte;3.Buitenlandaanpak: Duitsland, Vlaanderen;4.Aanpak piekbelasting;5.KDW;6.Grond: bestemming grond; functieveranderingsbeleid.Tevens stuur ik de Tweede Kamer, zoals gebruikelijk twee keer per jaar, delaatste stand van zaken in de voortgangsrapportage Bronmaatregelen(bijlage 1): de bronmaatregelen uit het maatregelenpakket van destructurele aanpak stikstof leveren de eerste stikstofreductie op.1. PAS-melders Voortgang legalisatieprogrammaDe motie Van Campen c.s. (Kamerstuk 34 682, nr. 136) verzoekt om deTweede Kamer regelmatig te informeren over de cijfermatige voortgangvan het legalisatieprogramma. 2 Dat doe ik hieronder:•Er zijn 3.637 PAS-meldingen ingediend tussen 2015 en 2019. Hierovergeven provincies aan dat vanuit deze groep 2.557 legalisatieverzoekenzijn gedaan, waarvan er 2.505 in behandeling zijn (geweest).•Op dit moment is van 1.097 PAS-meldingen vastgesteld of zij via hetlegalisatieprogramma een oplossing krijgen. Niet al deze PAS-melderszijn al over de uitkomst van hun verificatie door het bevoegd gezag(vaak de provincie) geïnformeerd. Voor deze 1.097 PAS-melders geldthet volgende:C147 PAS-melders hebben een bestuurlijke rechtsoordeel ontvangenomdat er geen stikstofruimte nodig is.C5 PAS-melders hebben een besluit positieve weigering ontvangenomdat er geen stikstofruimte nodig is. Voor 5 PAS-melders loopt deprocedure hiertoe.C7 PAS-melders hebben een onherroepelijke vergunning voor hunproject.C538 PAS-melders voldoen aan de criteria maar wachten op eenoplossing.C395 meldingen voldoen niet aan de criteria van het legalisatiepro-gramma. Omdat het vaststellen dat niet aan de voorwaarden wordtvoldaan snel gaat, is dit aantal relatief hoog.•De overige dossiers zijn nog in behandeling. Daarvan moet nogdefinitief worden vastgesteld of ze voldoen aan de criteria en/of zestikstofruimte nodig hebben.2Kamerstuk 34 682, nr. 136Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 334, nr. 3022 PAS-melders: vrijwillige stoppersregelingenVerder is uw Kamer toegezegd om uit te zoeken in welke matePAS-melders die willen stoppen voldoende aanspraak kunnen maken opregelingen en de Kamer hierover na het meireces te informeren(Kamerstuk 35 334, nr. 222). Daarover kan ik uw Kamer onder meeraangeven dat de Landelijk beëindigingsregeling veehouderijlocaties metpiekbelasting (Lbv-plus) nog openstaat tot en met 20 december 2024.PAS-melders hebben zich voor alle door het Rijk opengestelde vrijwilligestoppersregelingen voor agrarische bedrijven kunnen aanmelden. Echtergelden voor de aanpak piekbelasting specifieke voorwaarden waardoormaar een beperkt deel van de agrarische bedrijven, en dus ook eenPAS-melder, kan deelnemen. De Maatregel Gerichte Beëindiging (MGB)zal naar verwachting op een later moment in 2024 opengesteld worden endeelnemen is voor het grootste deel van de agrarische bedrijven eenmogelijkheid. De verwachting is dat, door de lage emissiegrens en degebiedsgerichte aanpak, ca. 60% van alle PAS-melders mee kan doen aande MGB. Daarnaast zal de brede vrijwillige beëindigingsregeling die in hetHoofdlijnenakkoord is aangekondigd nog meer bijdragen aan demogelijkheden voor PAS-melders die er zelf voor kiezen om te stoppen.Hiermee beschouw ik deze toezegging als afgedaan.De laatste motie op het onderwerp PAS-melders waar ik u voortgang opkan melden is de motie Grinwis c.s. (Kamerstuk 34 682, nr. 141), die deregering verzoekt om te monitoren in welke gebieden te weinig reductiegerealiseerd wordt die ingezet kan worden voor de legalisatie vanPAS-melders en met een aanpak te komen om ook daar PAS-melderstoekomst te geven. Aan deze motie wordt uitvoering gegeven middels deverbrede aanpak die naar aanleiding van de motie-Nijhof c.s. (Kamerstuk30 252, nr. 144) nader wordt uitgewerkt, en waarover de Tweede Kamer inapril 2024 is geïnformeerd (Kamerstuk 35 334, nr. 295). Het inzicht in degebieden waar additionaliteit kan worden onderbouwd draagt bij aan deuitwerking van alternatieve oplossingsrichtingen. In de overige gebiedenworden andere mogelijkheden geboden om tot een oplossing voorPAS-melders te komen. Daarmee beschouw ik de motie Grinwis c.s.(Kamerstuk 34 682, nr. 141) als afgedaan.Maatwerkoplossing PAS-melders LimburgHoewel geen motie of toezegging op het onderwerp PAS-melders,informeer ik de Kamer tot slot over het volgende. De provincie Limburgheeft in 2023 € 9.615.000,00 subsidie beschikt gekregen om daarmee 17maatwerkoplossingen voor PAS-melders te realiseren. Echter bleek na deuitbetaling van het voorschot dat de plannen van de provincie voorbesteding van de subsidie niet strookten met voorwaarden van deregeling en dus onvoldoende duidelijk was dat er daadwerkelijkPAS-melders van een oplossing voorzien konden worden. Deze situatieheeft kunnen ontstaan doordat bij de beoordeling van de aanvraag nietalle relevante informatie betrokken is geweest. Na overleg tussen het Rijken de provincie Limburg is besloten dat de provincie de ontvangenmiddelen terugbetaalt en niet overgaat tot uitvoering van de plannenonder deze regeling.De provincie kan een nieuwe aanvraag indienen voor de RegelingProvinciale Maatregelen PAS-melders 2024 die op zeer korte termijn wordtopengesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 334, nr. 3023 2. Toestemmingverlening Met voorrang sturen op gebruiksmogelijkheden van emissieruimteDe Minister voor Natuur en Stikstof heeft in haar Kamerbrief van25 november 2022 (Kamerstuk 34 682, nr. 108) aangekondigd eenverkenning uit te voeren naar de mogelijkheden om met voorrang testuren op de gebruiksmogelijkheden van emissieruimte, zodat deoverheid regie kan houden op de inzet van stikstofruimte die vrijgemaaktwordt bij extern salderen. In verschillende moties, waaronder die van deleden Boucke c.s. (Kamerstuk 31 936, nr. 1100) en Bromet/Thijssen(Kamerstuk 36 200-XIV, nr. 54), heeft ook uw Kamer aangedrongen opmeer regie van de overheid inzake de verdeling van schaarse stikstof-ruimte. In de verkenning is onderzocht of het mogelijk is om een aanvraagvoor een natuurvergunning, waarbij in de onderbouwing gebruik isgemaakt van mitigerende maatregelen, gemotiveerd af te wijzen. Destikstofruimte waarvan de aanvrager gebruik wilde maken zou dankunnen worden ingezet voor de vergunningverlening van maatschappe-lijke projecten, zoals woningbouw of de energietransitie.Alhoewel ik de wens voor sturingsmogelijkheden voor verdeling vanschaarse stikstofruimte begrijp, is uit de juridische verkenning geblekendat dit op deze wijze niet mogelijk is. Voor een dergelijke ingrijpendemaatregel is een wettelijke verankering nodig. Deze maatregelen wordtals ingrijpend beschouwd, omdat het bevoegd gezag zo immers via hetinstrument van vergunningverlening indirect oordeelt over de vraag ofbepaalde maatschappelijke ontwikkelingen meer of minder prioriteittoekomt dan economische activiteiten van private initiatiefnemers. Dit zallastig te motiveren zijn vanuit de eisen van proportionaliteit, noodzake-lijkheid en geschiktheid. Daarbij komt dat deze maatregel er effectief voorzou zorgen dat private initiatiefnemers geen gebruik meer kunnen makenvan extern salderen, terwijl een groot deel van de activiteiten alleenvergund kan worden op basis van mitigerende maatregelen.Deze wijze van sturing op schaarse stikstofruimte zal ik daarom nietinvoeren en ik beschouw daarmee de moties als afgedaan. Daarbij wil iktegelijkertijd wijzen op een bestaande sturingsmogelijkheid, namelijk hetstikstofregistratiesysteem (SSRS). In de SSRS-bank wordt stikstofdeposi-tieruimte beschikbaar gesteld die vrijkomt via een aantal bronmaatregelendie leiden tot stikstofreductie. Binnen de SSRS-bank is er een prioriteringaangebracht. De ruimte in de SSRS-bank gaat in eerste instantie naarPAS-melders, concrete woningbouwprojecten en projecten voor renovatieen veiligheid van Rijkswegen. Wanneer er meer bron- en natuurmaatre-gelen worden genomen neemt op termijn de beschikbare stikstofdeposi-tieruimte voor maatschappelijke opgaven, en daarmee de sturingsmoge-lijkheden voor het overheidspartijen, toe.Ten slotte ga ik verder onderzoek doen naar de mogelijkheden omschaarse stikstofruimte te herverdelen. In dit onderzoek neem ik verschil-lende moties van uw Kamer mee, zoals onder andere de moties van hetlid Grinwis c.s. (Kamerstuk 29 665, nr. 513 en Kamerstuk 33 576, nr. 308).De oplevering van de resultaten van dit onderzoek worden verwacht aanhet begin van volgend jaar.3. Buitenlandaanpak De oorzaak van overmatige stikstofdepositie in de grensregio’s ligt deelsbij bronnen uit het buitenland of uit de (internationale) zeescheepvaart.Mijn inzet met buurlanden is erop gericht te komen tot een gezamenlijkfeitenbeeld over de problematiek die speelt in de grensregio’s en teTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 334, nr. 3024 komen tot concrete afspraken over samenwerking op het gebied vanstikstofreductie en natuurherstel. Hiermee geef ik invulling aan de motieKoekkoek (Kamerstuk 34 682, nr. 137) en de motie Van Baarle (Kamerstuk30 252, nr. 60). De buitenlandaanpak richt zich in het bijzonder op degrensoverschrijdende afstemming en samenwerking met Vlaanderen ende Duitse deelstaten Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen en de federaleregering in Berlijn. De samenwerking met onze grensprovincies is hierincruciaal.DuitslandSamen met de betrokken provincies is zowel op ambtelijk als bestuurlijkniveau regulier contact met Duitsland. Ter invulling van de motie Omtzigtc.s. (Kamerstuk 33 576, nr. 273) hebben mijn ambtsvoorgangers eenaantal werkbezoeken afgelegd in de grensregio met Duitsland waar zehebben gesproken met agrariërs over verschillen rondom de grens. Deafgelopen periode zijn hiertoe onder meer op ambtelijk niveau eenrondetafelbijeenkomst met Noordrijn-Westfalen en een expertmeetingDuitsland-Nederland georganiseerd. Met de federale Duitse autoriteitenwordt een studie opgezet waarin grensoverschrijdende stikstofemissies,-concentraties en -deposities, de wet- en regelgeving en meet- enmonitoringsmethodologie nader in beeld worden gebracht. Recent is erhoogambtelijk een bezoek gebracht aan de milieuministeries vanNoordrijn-Westfalen en Nedersaksen. Over en weer is bevestigd desamenwerking vanuit Nederland met beide deelstaten te willen concreti-seren.VlaanderenOok met de Vlaamse overheid vindt regulier ambtelijk en bestuurlijkcontact plaats over de grensoverschrijdende aspecten van de stikstofpro-blematiek. Ten aanzien van vergunningverlening voor projecten metgrensoverschrijdende aspecten is afgesproken om te bekijken hoe(lopende) dossiers nader geobjectiveerd kunnen worden door feiten endata naast elkaar te leggen. Tevens wordt gewerkt aan een Vlaams-Nederlandse overeenkomst tussen het RIVM en het VMM met afsprakenover de uitwisseling van emissiegegevens NOx en NH3 (historische enprognoses) waarmee emissies en deposities van over de grens beter inkaart kunnen worden gebracht ten behoeve van een completerfeitenbeeld.4. Piekbelasting In het Hoofdlijnenakkoord staat dat het kabinet niet zal sturen opgedwongen krimp van de veestapel en onteigening. Ook is het zo dat deaanpak piekbelasting die momenteel loopt, is vormgegeven op basis vanvrijwilligheid en geen verplichtend element kent. Over de toezegging diede Minister voor Natuur en Stikstof aan uw Kamer heeft gedaan ominzicht te geven in de betekenis voor provincies van dwingend instrumen-tarium voor de piekbelasters (TZ 202303015), kan ik dus melden dat inzetvan een dergelijk instrumentarium niet aan de orde is en er dus ook geenbetekenis is voor de provincies. Daarmee beschouw ik de toezegging alsafgedaan.De passage in het Hoofdlijnenakkoord is tevens in lijn met de motieStoffer (Kamerstuk 36 410, nr. 47), die de regering onder andere verzoektgeen stappen te zetten richting gedwongen opkoop en het intrekken vanvergunningen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 334, nr. 3025 5. KDW Het kabinet heeft in het Hoofdlijnenakkoord de ambitie uitgesproken dekritische depositiewaarde (KDW) als wettelijke resultaatsverplichting tevervangen door een juridisch houdbaar alternatief. Het doel is om daarbijniet zozeer te sturen op de drukfactor stikstof, maar breder te kijken naarwat er nodig is ten behoeve van de staat van de natuur in lijn met deEuropese verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR).Op advies van dhr. Remkes is een verkenning naar een alternatieveomgevingswaarde uitgevoerd. In deze verkenning is gekeken naar eenalternatief waarin de staat van de natuur centraal staat. In de Kamerbriefvan 1 maart 2024 is gereflecteerd op de uitkomsten van de verkenning(Kamerstuk 33 576, nr. 367). Het kabinet zal de resultaten uit dit trajectmeenemen in het onderzoeken van een juridisch houdbaar alternatiefvoor de KDW. Met de ambitie voor een alternatief KDW geeft het kabinetinvulling aan de motie Bisschop (Kamerstuk 36 277, nr. 47), die deregering verzoekt om een minder eenzijdige focus op stikstof alsdrukfactor.6. Grond Bestemming grondDe motie Van Rooijen (Kamerstuk 35.600, P) betreft een motie van deEerste Kamer die de regering verzoekt bij het hernieuwd inzetten van degrond van opgekochte boerenbedrijven samen met gemeenten enprovincies het belang en de kansen van regionale initiatieven ten behoevevan passende seniorenhuisvesting op deze locaties te bezien en initiatief-nemers nadrukkelijk te betrekken.Ten aanzien van de vrijwillige aanpak stikstof wil ik markeren dat het Rijkgeen regelingen kent waarbij bedrijven worden opgekocht. Wel is ersprake van vrijwillige subsidieregelingen voor het beëindigen van deveehouderijactiviteit via de Lbv en Lbv-plus. Grond maakt geen onderdeeluit van deze regelingen. Subsidie wordt verleend voor het waardeverliesvan de productiefaciliteit, het doorhalen van productierecht en sloop-kosten (bij de Lbv-plus). Belangrijke subsidievoorwaarde is dat er geenveehouderij meer plaatsvindt op de betreffende locatie. Het staatondernemer en bevoegd gezag vrij om in overleg tot een anderebestemming te komen, mits passend binnen een substantieel lagerevergunning. Dat kan seniorenhuisvesting zijn. Een dergelijke veranderingvan functie naar wonen kan worden meegenomen in de omgevingsver-gunningswijziging. Onder andere door zaakbegeleiders, die ongeveer dehelft van de ondernemers die een aanvraag hebben ingediend voor deLbv(-plus) begeleiden, worden veehouders ondersteund bij dezeomgevingsvergunningswijziging, het opzetten van nieuwe initiatieven –waaronder seniorenhuisvesting – en het bij elkaar brengen van stake-holders. Hiermee beschouw ik de motie Van Rooijen als afgedaan.FunctieveranderingsbeleidMet de motie Bisschop/Van Otterloo (Kamerstuk 35 600, nr. 44) wordtverzocht de rood-voor-roodwerkwijze in samenwerking met medeover-heden te verhelderen. Rood-voor-rood of Ruimte-voor-ruimte zijnverzamelnamen voor functieveranderingsbeleid, welke onderlingverschillen. Wanneer een rood-voor-rood regeling betrekking heeft op de(her)bouwmogelijkheden op dezelfde plaats of elders kan een ondernemerhiervan gebruikmaken in combinatie met de vrijwillige subsidieregelingende Lbv of Lbv-plus. Vanuit het ministerie is hierover uitgebreid metTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 334, nr. 3026 medeoverheden overlegd. Een uitleg over het gebruik vanRood-voor-rood in combinatie met de Lbv(-plus) is beschikbaar voorondernemers op de site van RVO. Ook hierin worden ondernemers o.a.ondersteund door zaakbegeleiders, indien zij daar gebruik van maken. Ikbeschouw de motie-Bisschop/Van Otterloo hiermee als afgedaan.7. Afsluiting Middels deze Kamerbrief heb ik uw Kamer geïnformeerd over de standvan zaken op een aantal moties en toezeggingen. Ik wil tot slot latenweten dat ik uitkijk naar het commissiedebat op 4 september met uwKamer en hoop op een vruchtbare samenwerking met uw Kamer op debeleidsterreinen waar ik als Minister van Landbouw, Visserij, Voedselze-kerheid en Natuur verantwoordelijk voor ben.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 334, nr. 3027

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · bbe2753e484378de

14 okt 2026 · c1617729fb67e99b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.