Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 september 2025, over Terrorisme/extremisme
Brontekst
Versie 4bf86bd65260d2a1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 754TerrorismebestrijdingNr. 757 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 24 september 2025 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid en de vaste commissievoor Binnenlandse Zaken hebben op 3 september 2025 overleg gevoerdmet de heer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid, over:–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.20 december 2024 inzake halfjaarlijkse rapportage uitreizigers(Kamerstuk 29 754, nr. 745);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.20 december 2024 inzake reactie op verzoek commissie overde Harbersbrief: periodieke rapportage nationale veiligheid –contraterrorisme (CT) (Kamerstuk 30 821, nr. 237) (Kamerstuk30 821, nr. 253);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 6 febru-ari 2025 inzake rapport «Van woorden naar daden. Eenverkenning en kritische beschouwing van het concept«stochastisch terrorisme»« (Kamerstuk 29 754, nr. 747);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.12 maart 2025 inzake jaarrapportage 2024 van de functionarisgegevensbescherming van de Passagiersinformatie-eenheidNederland (Kamerstuk 34 861, nr. 42);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.17 maart 2025 inzake reactie op verzoek van het lid Vonde-ling, gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van11 maart 2025, over bericht dat een Syriër is aangehouden opverdenking van terrorisme (Kamerstuk 29 754, nr. 748);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 3 april 2025 inzake AIVD-publicatie Een webvan haat. De online grip van extremisme en terrorisme opminderjarigen (Kamerstuk 29 754, nr. 749);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 15 mei2025 inzake onderzoek naar mogelijkheden tot het verbiedenvan organisaties die een mogelijke link hebben met terroristi-sche organisaties (Kamerstuk 29 754, nr. 750);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 21 mei2025 inzake voortgangsbrief Versterkte Aanpak Online inzakeextremistische en terroristische content (Kamerstuk 29 754,nr. 751); kst-29754-757ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7571 –de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 17 juni2025 inzake rapport Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland juni2025 (Kamerstuk 29 754, nr. 752);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 23 juni2025 inzake halfjaarlijkse rapportage uitreizigers (Kamerstuk29 754, nr. 753);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 27 juni2025 inzake rapport Migration-related Terrorism. Trends,Challenges, and Policy Implications (Kamerstuk 29 754,nr. 754);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 30 juni2025 inzake permanentmaking Tijdelijke wet bestuurlijkemaatregelen terrorismebestrijding (Kamerstuk 29 754,nr. 755);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 3 juli2025 inzake WODC-onderzoek Radicalisering en psychosocialeproblematiek. Beter begrijpen, beter ingrijpen (Kamerstuk29 754, nr. 756).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,PoolDe voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken,De VreeDe griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,BroodTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7572 Voorzitter: PoolGriffier: Van TilburgAanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Aardema, Boswijk,Eerdmans, El Abassi, Michon-Derkzen, Mutluer, Van Nispen, Pool, SixDijkstra, Sneller en Van Zanten,en de heer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Een heel goede morgen. Het is 10.00 uur. Daarom open ik bij dezen hetcommissiedebat Terrorisme/extremisme, van de vaste Kamercommissievoor Justitie en Veiligheid. Fijn u allemaal weer te zien, zo na het reces.Natuurlijk een hartelijk woord van welkom aan de Minister, die niet slechtsmeer de Minister van Justitie en Veiligheid is, maar een hele titulatuurheeft aan ministerschappen en een staatssecretarisschap. Welkom. Fijndat u bij ons bent. Ik kijk uit naar een mooi debat.De spreektijden bedragen vier minuten per woordvoerder. We beginnenmet drie interrupties in de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ikgeef als eerste graag het woord aan de heer Eerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Voorzitter, dank je wel. Het is eigenlijk niet Minister van Weel, maarMinister van Veel; die heb ik al genoteerd. Ik ben blij dat we in deze drukketijden de spaarzame tijd van de Minister mogen gebruiken om te pratenover dit onderwerp, wat ik uiteraard namens JA21 graag doe. Het is eenheel belangrijk onderwerp.Ik begin even met de opmerking van de heer Aalbersberg, die natuurlijkafscheidnemend NCTV-baas is, onze terreurbaas. Hij zei in het AD: oorlogis een winnend concept geworden. Dat intrigeerde mij nogal. Ik snap wathij daarmee bedoelt. Hij legde het ook uit. Maar kan de Minister daaropreflecteren? Vindt hij dat ook? Het is eigenlijk natuurlijk wel een behoorlijkkrasse opmerking, als je er langer over nadenkt. Hoeveel gevaar lopen weeigenlijk inmiddels op dit moment? Geldt dan het recht van de sterkste ofhoe ziet de Minister dat?Dan naar het dreigingsbeeld. Nederland blijft onverminderd een vatbarelotgenoot voor jihadisme. In Europa zagen we dat natuurlijk ook. Inaugustus werd een Turkse IS’er opgepakt in Nederland wegens hetberamen van een aanslag op de paus. In juni werd een vermoedelijkeIS-sympathisant in Leiden opgepakt. Ga zo maar door. Nou zien we dat erin het dreigingsbeeld ook aandacht is voor het risico dat we zelf creëren,namelijk dat van voor terrorisme veroordeelden die vrijkomen. Dan gaathet ook om aspirant-aanslagplegers, die voorbereidingen haddengetroffen, bijvoorbeeld met bommen en kalasjnikovs in 2018, 2019. Diemensen worden vrijgelaten. De vraag is of ze na vrijlating wel goed in degaten worden gehouden. Dat is iets waar ik mij zorgen over maak. Datgaat dus niet over de plegers, maar wel over de voorbereiders. Is decapaciteit daarvoor aanwezig, vraag ik aan de Minister. En hoe vergaat hetdie groep nu eigenlijk? Zijn ze aan het werk of zijn ze terug naar hun landvan herkomst? Maar ik vraag vooral: is er gevaar of niet vanuit die groepdreigers?Voorzitter. Dan kom ik op Syrië en de Kamerbrief daarover. Daarin lees ikdat de Minister schrijft: om te kunnen beslissen over repatriëring vanSyriëgangers, weegt het kabinet in iedere casus de verschillendeomstandigheden en factoren. Dit gaat dus om uitreizigers. Dan vraag ikmij af: is de kans dan aannemelijk dat mannelijke IS’ers alsnog vanuit hetuitreisgebied naar Nederland komen? Wat JA21 betreft is het heelduidelijk. Onze koers is daarop al jaren hetzelfde: we halen geen vrouwen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7573 maar ook geen mannen, geen terroristen, uit Syrië terug naar Nederland.We willen die berechting juist in de regio laten.Voorzitter. Dan ga ik tot slot naar de dierenactivisten. De Telegraaf heefthet vandaag ook weer gemeld. Het was in het weekend al te zien datinlichtingendiensten in rep en roer zijn rond acties van dierenactivisten.Het tempo neemt toe en de intimidaties en bedreigingen verharden. HetBBB-kantoor wordt bedreigd in de fik gestoken te worden, zo hebben wegelezen. Ik moest natuurlijk ook denken aan Fortuyn. De aanslag op PimFortuyn is natuurlijk ook veroorzaakt door milieuactivisten en Volkert vander G. Ik zie dit en denk ... Laat ik het zo zeggen: ik las in de dreigings-beelden dat die stromingen niet in het dreigingsbeeld worden genoemdomdat er op dit moment geen aantoonbare geweldsdreiging van uitgaat.Nou, dat staat, denk ik, wel haaks op de dingen die wij lezen in DeTelegraaf en op wat BBB en dergelijke overkomt. Mijn vraag is a, hebbende AIVD en de NCTV wel voldoende oog voor die groep, zeker in het lichtvan wat ik net zei? En moet er niet toch een expertisepunt komen bij denationale politie omtrent dierenactivisme en -extremisme?Dank je wel, voorzitter.De voorzitter:Hartelijk dank. Keurig binnen de tijd: daar dank ik u voor. Het woord is aanmevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank, voorzitter. Het is heel goed dat we het hier vandaag over hebben,want dit zijn onderwerpen die je gelukkig niet dagdagelijks onder ogenhebt, al was dat nieuws over die dierenextremisten ook wat mij en mijnfractie betreft weer vreselijk om te horen. Het is goed om hier weer tebenoemen dat we nog steeds op dreigingsbeeld 4 zitten, dus dat eenterroristische aanslag voorstelbaar is. Daarom is het ook goed dat weblijven inzetten op alles wat we doen. Ik hoorde mijn voorganger hieroveral een aantal dingen zeggen. Wat doen we bijvoorbeeld met veroordeeldeterroristen die vrijkomen? Hoe houden we die in de gaten? Wat doen wemet het verbieden van die vreselijke organisaties zoals Samidoun? Hoestaat het met degene die in maart van dit jaar nog is opgepakt inApeldoorn, iemand die een aanslag voorbereidde? Echt een slecht berichtvond ik dat de partner van een veroordeelde terrorist daarmee geen lid isvan een terroristische organisatie. Hoe zit dat? Ik lees dat het OM incassatie gaat. Dat is een goede zaak. We moeten dit in de gaten houden.Anders wil ik aangescherpte wetgeving.Voorzitter. Bij dierenrechtenactivisten zie je een verschuiving vanradicalisering en extremisme naar terrorisme. Natuurlijk wordt die groep –gelukkig maar, zou ik zeggen – steeds kleiner, maar wat doen we nou indat voortraject? Doen we wel voldoende? Ik maak me vooral zorgen overhet online deel. Daar zal ik in dit commissiedebat ook op inzoomen. Hetonline deel is de voedingsbodem voor radicalisering en extremisme, meeren meer. Bij de stukken zit ook een aantal rapporten die dit bevestigen. Ikheb hier een onrustig en vervelend gevoel bij. Doen we wel wat nodig is?Voorzitter. Die gewelddadige en radicaliserende content is online gewoonbeschikbaar. Het is ook helemaal niet iets van een groepje mensen datelkaar bezighoudt. Het gaat via chatfuncties in games, waar al onzekinderen ook in zitten. Het gaat gewoon via openbare kanalen, waar onzekinderen ook op zitten. Het is een soort gif dat de samenleving meer enmeer besmet. Gelukkig kan een groot deel daartegen, maar we moeten ditwel bij de basis zien te stoppen. Als ik dan lees over weerbaarheid endigitalisering op school: allemaal tot je dienst, maar ik vind dat onvol-doende om dit gif tegen te gaan dat onze samenleving, dat onze kinderenbesmet.In de stukken zag ik dat het aantal minderjarige kinderen dat vatbaar isvoor terrorisme stijgt. Ik las dat er veertien minderjarige kinderen zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7574 aangehouden voor opruiing via onlineplatforms. Minderjarige kinderenzijn aangehouden voor opruiing via onlineplatforms! Dat zijn wat mijbetreft geen kwajongensstreken. Dit moeten we ook vanuit de overheid –ik kijk naar de Minister – heel stevig aanpakken. Ik vond de reactie op hetAIVD-rapport van de vorige Minister van Binnenlandse Zaken uitermatezwak. Ik ben blij dat de Minister die hier aanwezig is, nu ook Minister vanBinnenlandse Zaken is. Ik eis van hem dat hij inzet op een integraleaanpak door de overheid. Binnenlandse Zaken doet een deel. We hebbenKarremans gehoord over sociale media en deze Minister staat aan de latvoor terrorisme en alle voortrajecten, ook extremisme en radicalisering. Ikwil een duidelijke agenda en een duidelijke regie. Dat begint bij sociale-mediaplatforms. Die moeten meer verantwoordelijkheid nemen, ook eenEuropese verantwoordelijkheid. Ik hoor graag van de Minister hoe hetdaarmee staat en wat er nog meer kan.Maar ook aan overheidskant is enorme winst te behalen. We willen eenbetere samenwerking tussen betrokken organisaties. Dat is in ieder gevalde politie, net als de NCTV en ook de Autoriteit online Terroristisch enKinderpornografisch Materiaal, die we in het leven hebben geroepen omterroristische plaatjes te verwijderen, maar die heel veel plaatjes ziet dieniet direct terroristisch materiaal zijn, maar wel heel schadelijk zijn. Daarkijken we naar, daar kunnen we nog veel te weinig tegen doen. Graag eenreactie van de Minister.Daar laat ik het bij.De voorzitter:Hartelijk dank. U heeft een interruptie van mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik sla aan op het moment dat een woord als «versnippering» wordtgenoemd, en terecht. Of het nu gaat om online criminaliteit, terroristischeuitingen, femicide of verward gedrag: we zien constant versnippering. Ikwil mijn vraag vooral richten op dat laatste, naar aanleiding van deactualiteit, te meer omdat collega Michon-Derkzen en ik samen rappor-teurs zijn van het onderwerp verward en onbegrepen gedrag. Wat blijkt?Deze week lazen we dat arrestatieteams van de Dienst Speciale Inter-venties, die zich bezig moeten houden met terroristische zaken, eigenlijkconstant worden ingezet om personen met verward gedrag aan te pakken.Daarover hebben we ons nu juist boos gemaakt tijdens de vele debattendie we hierover hebben gevoerd. We hebben zelfs een uitgebreide motieingediend met daarin het verzoek om die versnippering aan te pakken enmet een duidelijk plan te komen. Hoe vindt mijn collega het tot op hedengaan, ook gelet op de oproep van de arrestatieteams en de actualiteit?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Als mevrouw Mutluer mij vraagt of we voldoende mensen moetenhebben om daders te pakken, dan is het antwoord daarop natuurlijk «ja».Als deze groep bezig is met de ene categorie daders en daardoor mindertoekomt aan de andere categorie daders, dan is dat kwalijk. Tegelijkertijdis dat voor hen een fact of life. Er is voor hen altijd meer te doen dan eruren in een dag zitten. Wat ik zorgelijk vind aan die hele online radicali-sering, is dat heel veel daders niet in Nederland zitten. Dit is per definitieeen internationaal vraagstuk. Elk land heeft weer zijn eigen groepjes,regeltjes, dingetjes en mensen die daarmee aan de gang moeten. Ik zouwillen dat we internationaal aan de operationele kant veel slagvaardigerkunnen zijn. In de stukken gaat het over weerbaarheid van vooral onzekinderen. Dat is allemaal terecht. Dat moet ook, denk ik. Maar het is geenheilige graal. We hebben het over platforms die hun verantwoordelijkheidmoeten nemen. Wat de daders betreft: ik zou echt willen dat we veel meerdaders oppakken. Ik zou willen dat we veel meer normeren dat wat jeonline doet, dat verspreiden van gif, niet kan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7575 De voorzitter:Hartelijk dank. Mevrouw Mutluer nog een keer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Daar kan ik het moeilijk mee oneens zijn, maar mijn vraag was met namegericht op onze eerdere oproep aan dit kabinet. Ik herhaal die oproep:ontlast onze politiemensen, ontlast met name ook de Dienst SpecialeInterventies, die zich juist bezig moet houden met terrorisme en extre-misme, in plaats van met mensen met verward gedrag. Ik zie dat dit nogsteeds niet adequaat wordt opgepakt. Deelt mijn collega die mening? Dievraag ga ik straks ook weer aan de Minister stellen. Ik maak me hier welenorm veel zorgen over. Met hoeveel onderzoeken moeten we nogkomen? Met hoeveel aanbevelingen moeten we nog komen? Ik sla evenaan op de actualiteit, juist omdat het de Dienst Speciale Interventiesbetreft. Net als mevrouw Michon-Derkzen vind ik dat zij zich beter kunnenbezighouden met zaken waarvoor ze ooit de wereld in zijn geslingerd.De voorzitter:Mevrouw Michon-Derkzen, nog een reactie?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Kort, voorzitter. Ik ben het ermee eens dat we operationele mensen zogoed mogelijk moeten inzetten. Dat deel ik met mevrouw Mutluer en ikdenk dat het goed is als de Minister kan ingaan op de knelpunten en watwij daaraan kunnen doen van de zijde van de Kamer.De voorzitter:Hartelijk dank. Nog meer interrupties op dit punt? De heer Sneller.De heer Sneller (D66):Niet per se op dit punt, maar ik heb wel een vraag voor mevrouwMichon-Derkzen. Deze zomer was de internetconsultatie van de wetverheerlijking terrorisme, met meer dan 11.000 openbare reacties. Ikvroeg me af hoe mevrouw Michon-Derkzen daarnaar heeft gekeken. Watis haar analyse van het feit dat zo veel mensen en organisaties daarkritisch op waren?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Kijk, meneer Sneller overtoept mij, want hij heeft de reacties van deinternetconsultatie van deze wet al bekeken, maar dat heb ik nog nietgedaan. Ik wacht het wetsvoorstel van het kabinet af. Ik heb een initiatief-wetsvoorstel waarin ik burgemeesters de bevoegdheid geef om eenonline-uiting die gezien kan worden als voornemen tot een openbareorde-verstoring, te verwijderen. Eerlijk gezegd ben ik zelf ook negatief verrastdoor de reacties die dat teweegbrengt. Ik kan me voorstellen dat dat bijdeze wet ook zo is. Het gaat gelijk over een beperking van de vrijheid vanmeningsuiting. Het gaat gelijk over censuur door de overheid. Ik vind datwij als Kamer, als politici daar een goed, inhoudelijk debat over moetenhebben. Online lijkt die vrijheid van meningsuiting absoluut. Daar moetenwe echt iets aan doen. Ik kan me niet voorstellen... Nou, laat ik voormezelf spreken. Ik ben als liberaal niet voor censuur. Ik ben als liberaalvoor de vrijheid van meningsuiting. Maar ik ben ook voor een veiligeomgeving in zowel de fysieke wereld als online. Ik vind dat we in defysieke wereld onze instrumenten en ook ons kader behoorlijk op ordehebben. Hier en daar kunnen we mooie debatten hebben over dewetgeving. Ik vind dat die balans er online niet is. Ik zie het, eerlijk gezegd,ook als hét debat dat we de aankomende jaren in de Kamer zullen voeren.Dat is inderdaad ook een debat met de samenleving; dat doen wij, alsvolksvertegenwoordigers, ook namens de samenleving. Ik kijk daar heelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7576 erg naar uit. We zijn daar gewoon nog lang niet doorheen met elkaar. Ikheb het idee dat de kaders daarvoor niet goed staan.De voorzitter:Hartelijk dank. Gezien het grote aantal woordvoerders graag concretevragen en bondige antwoorden. De heer Sneller.De heer Sneller (D66):Ik voel me niet per se meteen aangesproken.Dit is denk ik een belangrijk debat, maar dat wetsvoorstel gaat ook over deoffline wereld. Mijn gevoel, op basis van de reacties die ik heb gelezen, isdat het ook gaat om een gevoel van rechtsonzekerheid: als we ditinstrument in handen van de overheid geven, wordt het dan wel gebruiktvoor het doel waar het voor staat? Dat is denk ik ook ingegeven door deervaringen van de afgelopen jaren. Er ontstaat dus een huivering om ditsoort nieuwe bevoegdheden te creëren. Ik vroeg mij af of mevrouwMichon-Derkzen die trend ook ziet. We hebben het ook bij verschillendefracties gezien in de debatten over de Wet transparantie maatschappelijkeorganisaties en het bestuurlijk verbod op ondermijnende organisaties.Hoe krijgen we de geest terug in de fles, zodat de problemen die wij daarallebei in zien, kunnen worden aangepakt?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik zou niet spreken van «de geest terug in de fles». Ik denk dat we metelkaar dit gesprek aan moeten gaan, wat wij dus ook beogen metdergelijke wetgeving. Er zijn natuurlijk mensen en groepen die denken:wat is eigenlijk de bedoeling en boezemt dit mij angst in? Daarovermoeten wij met elkaar het debat voeren, om die angst, waar dat enigszinskan, weg te nemen.Maar ik sta zeer achter deze wet als het bijvoorbeeld gaat om hetaanpakken van online verheerlijking van terrorisme en onthoofdingsvi-deo’s met allerlei smileys eronder. Let wel, dat mag nu, hè? Je magnatuurlijk niemand onthoofden, maar je mag wel onthoofdingsvideo’sonline zetten. Niks aan de hand; dat kan gewoon. Je mag geen dierenmishandelen, maar je mag gewoon plaatjes van dierenmishandelingonline zetten. Dat vinden wij vrijheid van meningsuiting; niks aan de hand.Ik vind dat dus vreemd en ik zou daar graag meer instrumenten voorwillen hebben.Natuurlijk moeten we ervoor zorgen dat er dan geen uitwassen zijn, maardat moeten we bij elke wet. Ik heb, eerlijk gezegd, wel vertrouwen in onsland en in onze instituties. Ik denk dat we dat op een nette manier kunnen.Ik vind het goed dat de Minister hiervoor het initiatief heeft genomen.Maar moet je het gelijk bij de start in de fuik van willekeur, angst encensuur trekken? Ik zou zeggen: laten we dat niet doen; laten we dezediscussie open met elkaar aangaan, want we hebben een aantalproblemen die we echt moeten aanpakken.De voorzitter:Hartelijk dank. Is dat voldoende, meneer Sneller? Ja, zie ik. De heerEerdmans heeft nog een interruptie.De heer Eerdmans (JA21):We zien het: het grootste gevaar voor onze veiligheid in Nederland is hetjihadisme. Dat blijkt elke keer uit het rapport. Ik weet ook dat de VVD aljaren zegt, en terecht: we moeten de IS’ers, de Nederlandse mannen diegevangen zitten in Syrië omdat ze zich bij IS hebben aangesloten, nietnaar Nederland halen. Daar is mevrouw Michon heel duidelijk in en datwaren haar voorgangers ook. Maar ik lees in de brief van de Minister, endat bevalt mij niet, dat er toch per casus zal worden beoordeeld of eenman of vrouw wel of niet naar Nederland zal worden gehaald. Dat gaatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7577 echt om tientallen strafzaken die mogelijk toch in Nederland zullenworden gevoerd. Dat betekent dat die gasten een keer vrij gaan komen inNederland. Dat vind ik zeer gevaarlijk, want het zijn gewoon terroristen; zezijn veroordeeld. Ik heb dus wantrouwen jegens dat beleid van deregering. Ik vraag me simpelweg af hoe de VVD dat ziet.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Een heel terecht punt. Meneer Eerdmans duwt weer op iets wat bij mijeen graat in de keel is op dit dossier. Er zijn uitspraken van de rechtergeweest die de regering hebben gedwongen om een verdachte in eenterrorismezaak naar Nederland te halen. Daar heeft het kabinet toen eenaantal afwegingskaders voor neergezet, om iemand dan ook daadwer-kelijk op te halen. Op basis van dat afwegingskader zijn een aantalvrouwen toen naar Nederland gekomen om hier te worden berecht. Ikvind dat zij na berechting onder de Wet langdurig toezicht moeten vallen,omdat ik nog steeds risico’s zie. Nu hebben we de eerste zaak van eenmannelijke terrorist in Syrië gehad. Een van de elementen in zo’n zaak isof het op basis van nationale veiligheid verantwoord is om iemand terugte halen; dat vind ik voor die mannelijke verdachten nog veel zwaarderwegen dan voor die vrouwen. Ik heb dus ook in een eerder debat aan deMinister gevraagd: «Is dat afwegingskader nog steeds het afwegings-kader? Is de Minister het met mij eens dat het niet voor de hand ligt omeen man op te halen als nationale veiligheid een van de criteria is, zelfs nauitspraak van de rechter?» Het zou goed zijn om dat vandaag weer eenkeer van de Minister bevestigd te krijgen.Tegelijkertijd vind ik ook, en vindt mijn partij ook, dat je een uitspraak vande rechter niet naast je neer kan leggen omdat die je niet bevalt. Dieneiging hebben we allemaal weleens, maar dat gaan we toch niet doen indit nette land, zou ik willen zeggen. In ieder geval, mijn partij doet dat niet.De heer Eerdmans (JA21):Dat gebeurt best wel vaak, hoor. Ik heb weleens meer debatten metMinisters die in hoger beroep gaan, bijvoorbeeld de Minister van Verkeerals het gaat over Schiphol, om eens wat te noemen. Dus dat mag; deMinister hoeft zich niet direct aan elk besluit gelegen te laten liggen. Mijnpunt is meer dat de nationale veiligheid toch ook in verhouding moetworden gezien tot het in dat geval misschien naast je neerleggen van datvonnis, want ik denk dat het een groot risico is als wij die gasten hier opeen gegeven moment vrij hebben rondlopen. Ik blijf het zeer ongemak-kelijk vinden dat wij zeker mannen die bewezen terrorisme aanhangen,actief naar Nederland halen. Ik kan daar gewoon niet bij. Ik wil hetnogmaals vragen aan de Minister, zodat we dat helder hebben. Eerlijkgezegd denk ik dat Nederland er wel recht op heeft om dat te weten.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Deze interruptie aan mij, waardoor de heer Eerdmans een vraag aan deMinister kan stellen, ondersteun ik van harte.Dank u wel.De voorzitter:Waarvan akte. Als er geen verdere vragen aan mevrouw Michon-Derkzenzijn, gaan we naar de volgende spreker. Dat is mevrouw Van Zanten.Mevrouw Van Zanten (BBB):Dank u wel, voorzitter. «Caroline van der Plas doen we niks, maar hetkantoor van die partij komt aan de beurt. De fik erin.» Dat zei de radicaledierenactivist Adriaan B. zaterdag in De Telegraaf. De voorman van hetAnimal Liberation Front, ALF, bekend onder de naam Noah Alfer, wildegraag dat de krant bij dit verhaal een foto zou gebruiken waarop hijgemaskerd te zien is, met in de hand twee kettingzagen. ALF is eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7578 organisatie die verschillende aanslagen en andere strafbare feiten heeftgepleegd door heel Europa. Deze verdachte reist ook zelf door heelEuropa, waar hij inbraak, brandstichting en ander geweld gewoon nietschuwt. Ik citeer: «De kettingzagen zijn voor het omzagen van jachthutten.De ene is elektrisch en hoor je nauwelijks. Bij Den Treek hebben we tweewildcamera’s uitgeschakeld. De ene is stukgeslagen met een handbijl; deandere hebben we meegenomen. Als de jagers jagen op wolf Bram, jagenwij op de jagers.» Deze dierenextremist zou in het dagelijks levenwerkzaam zijn als onder meer freelancer voor een provincie, waar hijadviseert over bedreigde diersoorten. Mijn vraag aan de Minister is: kloptdit? Zo ja, dan wil ik ook graag van hem weten hoe het kan bestaan dateen dergelijk persoon wordt ingehuurd door de overheid.Voorzitter, u zult begrijpen dat wij bij BBB erg boos en geschrokken zijn.Medewerkers van ons partijbureau en van naastgelegen bedrijven voelenzich bedreigd. Gelukkig is de verdachte zaterdagavond opgepakt. Namensmijn partij wil ik de politie in Deventer dan ook heel hartelijk danken voorhun snelle actie. Maar dit is ook niet de eerste keer dat BBB ernstig wordtbedreigd door extreme dierenactivisten. Onze senator Gert-Jan Oplaatwerd getroffen door drie brandstichtingen bij zijn familiebedrijf. Onzegedeputeerde Harold Zoet, uit Gelderland, kreeg «wolvenmoordenaar» inbloedrode letters op zijn paardenstal gekalkt, voorzien van het logo vanALF. Statenlid Heidi Looy, van Zuid-Holland, ontvangt ook al maandenzeer zware bedreigingen vanwege haar werk als jager en haar inzet tegende wolf.Het blijft niet bij bedreigingen en intimidatie van BBB-politici. Agrariërshebben hier ook steeds vaker mee te maken. LTO Nederland, de POV, deProducentenorganisatie Varkenshouderij, en Vee&Logistiek Nederlandwaarschuwen hier al jaren voor en stuurden vorige week nog een briefnaar de Kamer om hiervoor aandacht te vragen. Ze schrijven dat deinsluipingen, bedreigingen en treiterijen niet alleen een blijvend diepeimpact hebben op de slachtoffers, maar ook op de rest van de agrarischesector. Bij het Meldpunt Agro-intimidatie, dat sinds januari dit jaar in delucht is, zijn er in het eerste halfjaar ruim honderd meldingen binnenge-komen. Ook het aantal Woo-verzoeken neemt toe. De informatie uit dieWoo-verzoeken, zoals woonadressen, informatie die nog onder de rechterligt en specifieke gps-informatie over veetransporten, wordt veelvuldigopgevraagd en gedeeld. Bij boeren en verzamelcentra is het bedrijf ookvaak het privéadres. Dat is precies de reden waarom Minister FemkeWiersma de uitstootgegevens van landbouwbedrijven, die verschillendemedia hebben opgevraagd, niet publiceert.Onze fractievoorzitter stelde gisteren tijdens het vragenuur aan dezeMinister de vraag of het dreigingsbeeld sinds afgelopen weekend isbijgesteld. Als ik de Minister goed heb begrepen, is dat het geval.Wanneer krijgen we te horen hoe dit dreigingsbeeld er concreet uitziet?Welke specifieke maatregelen gaat hij nemen tegen extremistischdierenactivisme? Om met de woorden van onze fractievoorzitter teeindigen: als er niet keihard wordt opgetreden tegen deze extremisten – oflaten we ze liever «terroristen» noemen – gaat het een keer gruwelijk mis.Graag een reflectie van de Minister hierop.Dank.De voorzitter:Ik dank u voor uw inbreng. Dan gaan we luisteren naar de heer Aardema.De heer Aardema (PVV):Dank u wel, voorzitter. Nadat ik de woorden van mijn collega van de BBBheb gehoord, wil ik haar toch een hart onder de riem steken: dit soortdingen kunnen niet, mogen niet en moeten hard aangepakt worden.Daarom vraag ik ook aan de Minister wat eraan gaat gebeuren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7579 Dan even terug naar mijn tekst. Terreur is het grootste gevaar voor onzesamenleving. Het aantal aanslagen in Europa is vorig jaar weer toege-nomen. De kans op een aanslag is reëel. Maar ondanks deze dreigingstaan onze grenzen nog steeds wagenwijd open. Iedere week worden ertussen de 800 en 900 asielzoekers ons land binnengelaten, waarvan wevan een groot deel niet eens weten wie ze zijn, waar ze vandaan komen enwat ze hier komen doen. Dit jaar zijn er meerdere Syriërs opgepakt omdatze terreurbanden hebben, IS verheerlijken of zelfs een aanslag wildenplegen. In Maassluis en Eindhoven zijn twee Syriërs opgepakt wegensdeelname aan IS. In juni is er in Leiden een Syriër aangehouden die ISverheerlijkte. Afgelopen maart is er in Apeldoorn een 20-jarige Syriëropgepakt op verdenking van het voorbereiden van een aanslag. Infebruari is er een Syriër uit Venray aangehouden omdat hij dreigde meteen aanslag en IS verheerlijkte. Deze tikkende tijdbommen laten we iedereweek ons land binnen. Nederland moet maximaal beschermd wordentegen terrorisme.De dreiging neemt ook toe omdat er dit jaar verschillende terroristenvrijkomen. Het is al eerder gezegd. Het is natuurlijk te gek voor woordendat terroristen niet levenslang achter slot en grendel worden gezet.Hoeveel van deze terroristen komen er vrij, vraag ik aan de Minister. Zijner al terroristen vrijgelaten? Waar zijn die nu? Zijn ze ons land uitgezet, oflopen ze hier nog vrij rond? Hoe gaat de Minister onze samenlevingbeschermen tegen deze terroristen?Dan de online radicalisering van jongeren. Steeds vaker vormen minderja-rigen tussen 12 en 17 jaar een terroristische dreiging. In de brieven van deMinister lees ik dat er wordt ingezet op preventie en digitaleweerbaarheid. Maar waarom lees ik nergens dat minderjarigen ookkeihard gestraft moeten worden als zij veroordeeld worden voor eenterroristisch misdrijf? De straffen die nu worden opgelegd zijn eenlachertje, vaak een of twee jaar jeugddetentie. De PVV zegt al jaren dat14-jarigen volgens het volwassenenstrafrecht moeten worden veroor-deeld voor ernstige misdrijven zoals terrorisme. We hebben het hier nietover het stelen van een rolletje drop. Als je een grote jongen wilt zijn,moet je ook een grote straf krijgen.Voorzitter. Op sociale media gaat er een interne handreiking van de politierond om radicalisering te herkennen. Ondanks dat zelfs de NCTV erkentdat jihadisme de grootste dreiging vormt voor onze samenleving, vooronze veiligheid, komt er in deze handreiking geen woord hierover voor.Wel worden het stikstofbeleid en corona genoemd. Ook bij de term«genoeg is genoeg» kan er een melding worden gedaan bij contraterro-risme. Waarom gaat het niet over islamitische radicalisering of haatrichting de Joden, vraag ik de Minister. Is de Minister het eens met de PVVdat de dreiging vanuit het jihadisme en de haat richting Joden vele malengroter is? Waarom besteedt de politie hier geen aandacht aan?Voorzitter, tot slot. Mijn collega Vondeling heeft eerder schriftelijke vragengesteld over het Britse punkduo Bob Vylan, dat in september dit jaaroptreedt in onder andere Amsterdam en Tilburg. Eerder hebben zij op hetGlastonbury Festival «Dood aan de IDF» en «Free Palestine» gescandeerd.Andere landen hebben de optredens geschrapt, maar in Nederland zijndeze antisemieten kennelijk nog welkom. Gaat de Minister ervoor zorgendat alle optredens van deze haatzaaiers in Nederland onmiddellijk wordengecanceld en zij geen toegang krijgen?Dank u wel.De voorzitter:U bedankt voor uw inbreng. U heeft een vraag van mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Net als de collega van de PVV ben ik totaal niet naïef als het gaat omaanslagen en dreigingen vanuit de jihadistische hoek. Dat moet gewoonTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75710 keihard aangepakt worden. Maar waar ik me ook erg zorgen om maak – ikvraag mij af of mijn collega die met mij deelt – zijn de geluiden die wehoren met betrekking tot de rechts-extremistische jongeren en jongerendie daaraan gelieerd zijn, van The Base, die volgens mij recent, in dezomer, zijn opgepakt omdat er grote angst was voor terrorisme ofopruiing. Deelt mijn collega die mening? Hoe moeten we het stukjerechts-extremisme oppakken, omdat daaruit ook Jodenhaat en haat tegenandersdenkenden en andersgelovigen kan voortvloeien, met allegevolgen van dien?De heer Aardema (PVV):Ik kan daar heel kort over zijn. We moeten alle vormen van extremismeaanpakken, zowel van links als van rechts.De voorzitter:Oké. Dan gaan we naar een interruptie van de heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Ik snap wel dat de PVV vindt dat alle vormen van extremisme aangepaktmoeten worden, maar ik hoor maar één vorm van extremisme enterrorisme in de bijdrage van de PVV, en dat is die van de Syriërs, van deislam en van jihadisme. Verder had hij het over de leus «Dood aan IDF!Free Palestine!» Ik zou willen vragen: wat vindt de PVV ervan als eenrechts-extremistische terrorist op een azc-demonstratie met een NSB-vlagaan het wapperen is?De heer Aardema (PVV):Volgens mij was dat niet zo. Maar ik heb eerder gezegd dat zowel links- alsrechts-extremisme moet worden aangepakt, dus daar blijf ik bij.De heer El Abassi (DENK):Je kan iets niet aanpakken als je ontkent dat het bestaat. De student waarik het over heb, van de Geuzenbond, GNSV, is aangehouden opverdenking van voorbereiding van een terroristisch misdrijf. Daar heb ikde PVV niet over gehoord. Hij had vuurwapens in zijn bezit en was bereidtot geweld. Uw partijleider stond op de achtergrond, terwijl die vlag naasthem aan het wapperen was. Daar heeft hij zich nooit over uitgesproken. Ikwil de PVV hier dus een keiharde uitspraak over horen doen, net als ze ookdoen bij jihadisten en moslims.De heer Aardema (PVV):Ik heb net gezegd wat ik heb gezegd. Zowel links- als rechts-extremismeveroordelen wij, dus daar blijf ik dan maar bij.De voorzitter:De heer El Abassi, voor de derde en tevens laatste interruptie.De heer El Abassi (DENK):Als ik dit antwoord hoor, kan ik uiteraard niet anders dan concluderen datde PVV de ogen sluit voor rechts-extremistische terroristen en alleen maarals arenden het oog gericht heeft op moslims en jihadisme. De PVVvergeet dat zij zelf haat aanwakkert in deze samenleving. Ik vind datstuitend.De voorzitter:Een reactie van de heer Aardema.De heer Aardema (PVV):Ik vind het een beetje onzinnig wat meneer El Abassi nu zegt, dus ik gadaar verder niet op in.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75711 De voorzitter:Oké. Dan gaan we naar de heer Sneller voor zijn inbreng. Aan u hetwoord.De heer Sneller (D66):Dank, voorzitter. Naar aanleiding van het betoog van mevrouw Van Zantensluit ik me van harte aan bij de woorden van collega Aardema. Ik denk datook het interruptiedebat tussen de heer Aardema en de heer El Abassi aleven liet zien hoe belangrijk het is dat we op basis van het dreigingsbeeldalle vormen op dezelfde manier behandelen, op basis van de feiten zoalsdie door de diensten worden aangeleverd en zoals ook de fenomeenana-lyses laten zien.Ik heb twee concrete vragen en daarna wil ik de Minister vragen om eenwat bredere reflectie nu hij zijn verantwoordelijkheid binnenkort gaatverleggen. Ten eerste sluit ik me van harte aan bij wat mevrouw Michon-Derkzen zei over de propaganda online en het verspreiden van dit soortdenkbeelden. Ik denk dat het goed is om te verkennen of er meer van datsoort dingen als de Versterkte Aanpak Online en de redirectpilot mogelijkzijn. Ik ben ook heel benieuwd of daar al resultaten van zijn.Dan was er in het verleden, vorig jaar, een noodkreet van burgemeestersover het verliezen van het zicht op veroordeelde jihadisten die geenNederlander meer zijn. Ik kon in de stukken niet zo snel vinden hoe het nustaat met die aanpak. Ik meen me te herinneren uit debatten met deMinister dat er een geïntensiveerde aanpak voor zou komen omgemeenten meer instrumenten in handen te geven. Ik hoor graag watdaar gebeurt, want ik denk dat dat een hele risicovolle ervaring is.Dan de uitzoom. Ik was beleidsmedewerker, samen met collega VanNispen, ten tijde van de invoering van de wetgeving naar aanleiding van9/11, zal ik maar zeggen. Toen ging het heel erg over: «We moeten welheel strak zijn op doelbinding. We moeten uitkijken voor mission creep.Moet er niet een apart wetboek voor terroristische misdrijven komen?»Als we nu kijken hoe makkelijk het woord «terrorisme» in het publiekedebat wordt gebruikt, denk ik dat we zien dat dat begrip is opgerekt en datwe er daarom als wetgever inderdaad, zoals mevrouw Michon-Derkzenook zei, juist strikt op moeten blijven. Ik was wel getroffen door die meer11.000 reacties en ik ben heel benieuwd hoe de Minister dat heeft gezien.Ik denk aan de rechtsstatelijke kant, het risico op een chilling effect en deonvoorspelbaarheid van welke uitingsvormen eronder vallen – is een likegenoeg, is het dragen van een bepaald speldje nou wel of niet meteen hetverheerlijken van terrorisme – en de onzekerheid die dat bij mensenoproept.Ik wil het niet op die manier meteen vanuit wantrouwen in de institutiesaanvliegen, maar ik zie wel een trend dat wetten worden misbruikt, dat zeworden gebruikt of dat moties worden ingediend om wetten te gebruikenop een manier waarop die niet bedoeld zijn en dat dan wordt gezegd «hetstaat er wel». Ik denk dan bijvoorbeeld aan het ontslag van burgemeesterHalsema, de PVV-motie daarover. Ik zie het gewoon in de debatten. DeMinister heeft ons een aantal keer een wetsvoorstel voorgelegd met: ja, ikheb deze instrumenten nodig om de openbare orde, de nationaleveiligheid beter te kunnen te bewaken. We zien allemaal dat het dreigings-beeld heel hoog is. We zien ook dat de maatschappelijke contextveranderd is. Ik proef bij mezelf een terughoudendheid en die hoor ik ookbij collega’s – de Eerste Kamer heeft recent een wetsvoorstel verworpenmet dit soort zorgen – om die extra instrumenten in handen te geven alswe niet de zekerheid hebben dat ze gebruikt worden voor het doel waarwe ze voor bedoeld hebben. Ik wou graag aan de Minister vragen hoe hijdaarop reflecteert, want ik denk dat dat een gevaarlijke actie-reactie iswaar we uiteindelijk met z’n allen onveiliger van worden.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75712 Hartelijk dank. Er zijn enkele vragen. Allereerst de heer Six Dijkstra.De heer Six Dijkstra (NSC):Laat ik beginnen met begrip tonen voor het betoog van de heer Sneller. Ikdenk dat hij op zich een terecht punt aanstipt, zeker als het gaat ommission creep, het afkaderen van begrippen als «terrorisme» en ook hoeje omgaat met open normen in de wetgeving. We hebben gisterenavondeen vergelijkbaar debat gehad. Ik denk dat het heel zinvol is om dat debatte voeren en dat we bij de wet over het verheerlijken van terrorisme zekermoeten kijken naar die reacties in de consultatie en of de wet daaropaangescherpt kan worden. De fractie van de heer Sneller heeft ook demotie-Ouwehand gesteund om die wet per direct in te trekken en nieteens in behandeling te nemen. Ik vind dat persoonlijk wel wat voorbarig,omdat we pas in de consultatiefase zijn en ik denk dat er echt nog stappengezet kunnen worden. Misschien kunnen wel nader tot elkaar komen.Waarom is die afweging gemaakt door de D66-fractie?De heer Sneller (D66):Omdat ik denk dat de start die nu, op dit moment, is gemaakt met ditwetsvoorstel op deze manier, zo vals is als start dat het onverstandig isom dit traject op deze manier in te zetten en omdat ik mij erg zorgenmaak. We hebben ook in het verleden moties om zo’n wetsvoorstel in tedienen niet gesteund. Ik denk dat een wet op het verheerlijken vanterrorisme op deze manier ook niet een heel zinvolle bijdrage is aan deaanpak van terrorisme en dat het veel meer zit in wat je nu uiteindelijkgaat verbieden en wat je daaronder brengt. Mijn suggestie zou zijn om datop een heel andere manier aan te vliegen.De voorzitter:Hartelijk dank. Voldoende, meneer Six Dijkstra? Dan had mevrouwMichon-Derkzen ook nog een vraag.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik had eigenlijk dezelfde opmerking als de heer Six Dijkstra. Ik zou de heerSneller nog iets voor willen leggen. Het begint eigenlijk met een gedeeldeanalyse van het probleem. Ik hoorde in een interruptie die hij op mijpleegde dat hij het probleem dat we aan te pakken hebben online in iedergeval deelt. Dan gaat het om een wetsvoorstel dat we met elkaar gaanbespreken. We hebben een andere wet gehad, overigens van uw eigenMinister in een vorig kabinet, die we voortijdig met elkaar door deshredder hebben gehaald, waar wij allebei, als partijen, heel ontstemdover waren. We zeiden: laten we het debat hierover nou voeren en latenwe dan kijken waar we op uitkomen. Ik vind het dus een heel onver-standige zet van D66. De analyse deel ik. Ik hoor uw collega Van der Werfook pleiten voor het beperken van de toegang tot social media en totplatforms voor kinderen. Ik heb in mijn bijdrage ook gezegd dat we juistdie minderjarigen moeten beschermen tegen het gif. Ik begrijp danoprecht niet – misschien dat de heer Sneller daar dan toch nog wat meerwoorden aan kan wijden – waarom we het überhaupt niet met elkaar overdeze wet zouden mogen hebben of wat hij dan anderszins op tafel legt omdit probleem, dat we onderkennen, op te gaan lossen.De heer Sneller (D66):De vergelijking met het andere wetsvoorstel, waarover al een eerstetermijn van de Kamer was geweest, is volgens mij niet helemaal correct.Ik denk dat het goed is om de discussie voorafgaand aan dat wetsvoorstelbeter te voeren en niet meteen op basis van een wetsvoorstel, dathelemaal niet is afgebakend naar minderjarigen, maar veel breder is. Ikheb de terughoudendheid die ik heb om dit soort instrumenten nu in tevoeren, geïllustreerd met de manier waarop het de afgelopen jaren isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75713 gelopen. Ik denk dat dit een uitstekende illustratie daarvan is. We moetendeze dynamiek doorbreken en dan kunnen we beter twee stappenteruggaan om dat debat op een goede manier te voeren, zonder het opdeze manier met dit soort wetsvoorstellen die meteen al – ik zei al dat hetvolgens mij een record is, maar dat hoor ik graag van de Minister – op eenverkeerde start te baseren.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik ben het echt volstrekt niet eens met de heer Sneller op dit punt. DeKamer is nog niet aan zet. Elk wetsvoorstel ontstaat in het kabinet, met deambtenarij en allerlei belangengroepen. Dat is ook heel goed. Dan hebbenwe de Raad van State. Dat is heel goed. Dat hoef ik u allemaal niet uit teleggen, want wij trekken beiden aan een traject om ook hier kwaliteit vanwetgeving hoog in het vaandel te houden. En dan zijn wij aan zet. Ikbegrijp dus oprecht niet dat dit wetsvoorstel nu al, voordat wij gewoonformeel aan zet zijn, voor we alles kunnen doen en verzinnen met elkaar,amendementen, koersen op een nota van wijziging van het kabinet, doorde partij van de heer Sneller eigenlijk opnieuw moet. We zijn niet aan zet.We komen aan zet. Als we met elkaar een probleem detecteren, dan – datantwoord kreeg ik niet van de heer Sneller – hoor ik graag wat hij vooralternatief heeft om dit op te lossen. If any, hè. Als hij inderdaad eenalternatieve oplossing heeft. Dat hadden we kunnen doen aan de handvan dit wetsvoorstel. Graag een reactie daarop.De heer Sneller (D66):Volgens mij is die motie verworpen en gaan we dat wetsvoorstel nogbehandelen. Ik denk dat dat in een onproductieve context zal wordenbehandeld. Ik denk dus, zoals ik net ook al zei, dat het beter is om een stapterug te doen, om dat debat te voeren op basis van het beleid en dan tekijken op welke manier we vanuit die gedeelde probleemanalyse naar eenmeer gedeelde oplossing kunnen zonder dat deze splijtzwam er meteenop deze manier ligt.De heer Boswijk (CDA):Ik sluit me toch een beetje aan bij de collega’s Six Dijkstra en Michon-Derkzen. Ik vind het erg jammer. We hebben eerder inderdaad een helediscussie gehad over de Transgenderwet. Ik zal niet meteen zeggen ofmijn partij daar voor of tegen is, maar we zijn er niet heel enthousiastover. Toch hebben we wel elke keer tegen alle moties gestemd die zeiden«trek die wet in», omdat wij het gewoon hygiënisch vonden om diebehandeling hier wel in de Kamer te hebben. Dat is uiteindelijk deessentie van ons werk. We hebben gisteren een debat gehad over eenverbod op conversietherapie. Daar hebben de heer Sneller en ikargumenten over uitgewisseld een halfjaar geleden. Daar is een nota vanwijziging uit voortgekomen. In het reces heb ik met de initiatiefnemersveel contact gehad. Ik heb zelf contact gehad met Bureau Wetgeving. Datheeft er uiteindelijk toe geleid dat wij hebben gezegd: oké, met de kennisdie wij nu hebben, de aanpassingen die hebben plaatsgevonden, kunnenwij deze wet wel steunen. Ik wil toch opnieuw een appel doen op de heerSneller. Als hij echt vindt dat het verheerlijken van terreur walgelijk is endat we dat moeten aanpakken, dan zou hij het toch het voordeel van detwijfel moeten geven en moeten zeggen: we komen met een batterijamendementen – ik weet dat de heer Sneller een heel kundig wetgever is– en dan gaan we toch die behandeling met open vizier aan. Want ik denkdat we uiteindelijk wel tot iets kunnen gaan komen hierin.De heer Sneller (D66):Over die amendementen: we gaan kijken wat er nu gaat komen. Ik denkdus dat een betere manier zou zijn om terug te gaan naar te tekentafel enmet een nieuw wetsvoorstel te komen – dat kan nog in de fase van eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75714 consultatieversie – en dat we dan een betere parlementaire behandelingkunnen krijgen die productiever is voor allebei de kanten dan de manierdie nu wordt ingezet. Maar ik zal zeker de suggesties van de heer Boswijken ook zijn eigen handelwijze van de afgelopen periode proberen na tevolgen daarin.De heer Boswijk (CDA):Dan komen we gewoon nog ergens. Dat is toch mooi. Even over hetwetsvoorstel dat er gisteren lag. Het mag duidelijk zijn dat wij als CDAtegen conversietherapie zijn, maar eerlijk is eerlijk: als wij hetwetsvoorstel zelf gemaakt hadden, hadden we het anders geschreven,hadden we het anders gedaan. Maar ja, wij zijn niet met dat wetsvoorstelgekomen. Daar zijn de initiatiefnemers mee gekomen en daar hebben wijons toe te verhouden, met uiteindelijk het resultaat dat we nu zien. Ikhoop dat de heer Sneller dat ook ziet en dat er misschien zelfs eenmogelijkheid is – ik snap dat je niet vooruit kunt lopen op een debat,enzovoort – dat D66 uiteindelijk zegt: nou ja, oké, met deze aanpassingenkunnen wij toch voor die wet gaan stemmen. Ik snap dat u daar nu niet jaof nee op gaat zeggen. Ik zou het dan wel fijn vinden als we tot diebehandeling moties die zeggen «trek die wet in» in ieder geval nog eventegen kunnen houden en dat we die behandeling gewoon kunnen gaandoen.De heer Sneller (D66):Dat laatste kan ik helaas niet garanderen. Dat andere kan ik wel beloven,dat wij als die er ligt ook een serieuze behandeling gaan doen. Nogmaals,ik denk dus dat het verstandiger is om dit vanaf de tekentafel anders tebedenken. Dat is ook de voedingsbodem voor mijn wantrouwen over ditsoort wetsvoorstellen, dat ik net heb geprobeerd te schetsen. Laten wedaar dan ook iets aan proberen te doen, want je ziet breed leven in desamenleving dat die angst er is. Het is niet alleen het College voor deRechten van de Mens. Het is niet alleen maar PAX. Het zijn niet alleenmaar de ngo’s die daar boos over zijn. Er zijn heel veel mensen die hetgevoel hebben dat het verheerlijken van terrorisme en het label «terro-risme», dat het creëren van nieuwe bevoegdheden om daar iets aan tedoen niet in veilige handen is bij de overheid zoals die nu is. Dat is eengroot probleem waar we onderliggend volgens mij ook iets aan moetendoen, om te zorgen dat die parlementaire behandeling uiteindelijk op eengoede manier kan plaatsvinden.De voorzitter:Goed. Hartelijk dank. Dat waren dan de vragen aan u gericht. Dan gaan wenaar de heer Van Nispen, tenzij u nog een afronding wil. U had nog eenpaar seconden op de teller. Nee? Goed zo. Dan de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Voorzitter. Ik ga verder waar de heer Sneller was gebleven, want ook ik wilhet hebben over het wetsvoorstel om het verheerlijken van terrorismestrafbaar te stellen. Kijk, niemand is voor terrorisme en dat verheerlijken,dat moet je gewoon niet doen. Punt. Maar er is wel enorm veel kritiekgekomen op die conceptwet en ook volgens mij is dat terecht, want wehebben al wetten tegen opruiing, haatzaaien en deelname aan terroris-tische organisaties. De vraag is dan ook wat dit wetsvoorstel dan nogtoevoegt.Het strafbaar stellen van leuzen, uitspraken of symbolen gaat ver en ineen democratie zijn tegenspraak en een ruime vrijheid van meningsuitingonmisbaar. Ook ik geloof echt dat de Minister deze wet indient met deallerbeste intenties, maar wat nu bedoeld is als een wet tegen terrorisme,kan inderdaad in de toekomst worden misbruikt om kritische stemmen oforganisaties de mond te snoeren. En ook ik spreek hier geen wantrouwenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75715 uit naar instituties als bijvoorbeeld het OM, maar ik ben wel bevreesdvoor mogelijke politieke druk, precies zoals de heer Sneller dat ookverwoordde. Daarnaast kan de uitingsvrijheid van journalisten, academicien activisten onder druk komen te staan en dat risico moeten we volgensmij niet willen lopen. Om de rechtsstaat te beschermen moet je hem nieteerst verder afzwakken. In het buitenland zien we dat het misgaat methetzelfde soort vaag geformuleerde antiterrorismewetgeving. Hoe gaat deMinister nou voorkomen dat dat hier ook gebeurt? Ook van mij de vraag:is de Minister bereid om heel serieus naar deze bezwaren te kijken,hieraan tegemoet te komen en deze wet dus niet zo, op deze manier, in tedienen?De voorzitter:Een vraag, in deze natuurlijke pauze, van de heer Eerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Daarom doe ik het ook, voorzitter. Het voelde gewoon heel natuurlijk. Ikvind het eigenlijk een goed verhaal van de SP, want we willen geensymboolwetgeving. Je kan niet alles in een wet zetten en we moeten ookniet alles verbieden, want dan wordt het inderdaad heel ongezellig. Datzeg ik er maar bij, want we zijn inderdaad trots op onze vrijheden.Anderzijds kan je net zo goed zeggen: die gereedschapskist geeft het OMextra bagage om de ellende die we toch her en der blijven zien, vanopruiing en extremiteiten – we kennen de voorbeelden – in ons straat-beeld aan te pakken. Die kunnen ze dan wel aanpakken. Het hoeft niet. Dewet zegt niet: jij zal dit. Dat weten we allemaal. Dat is toch altijd deopportuniteit van het OM. Dus waarom zou het niet wenselijk zijn? Je kuntmoeilijk zeggen dat de huidige aanpak werkt. Dat weten we nu ook. Iksnap de afweging dus heel goed en ik ben daar ook echt gevoelig voor,maar dit wou ik even aan de SP voorleggen.De heer Van Nispen (SP):Dank u wel. Ik vind dat een mooie vraag. Dat de huidige aanpak nietvoldoende werkt, bewijst niet dat er dus een nieuwe wet moet komen. Datkan ook liggen aan bijvoorbeeld capaciteitstekorten, aan de te ruimevrijheden van bigtechbedrijven of aan nog niet goed werkende preventie-programma’s, om maar eens een paar voorbeelden te noemen. Het is nietper se het bewijs dat er dús iets mist in de gereedschapskist van het OM.Ik ben altijd bereid om daar wel goed naar te kijken en ook om te luisterennaar het OM; als ze bij mij aan de bel trekken, ga ik dat gesprek aan. Maarhet is nog niet per se het bewijs. Er kan bijvoorbeeld al wordenopgetreden tegen de zaken die ik noemde: opruiing, belediging,haatzaaien en deelname aan een terroristische organisatie. Volgens mij isdie gereedschapskist aardig gevuld. Het is dus ook geen wantrouwen naarbijvoorbeeld het OM, maar ik zie wel wat er gebeurt, niet zozeer vandaagin dit debat, want het gaat er heel netjes en goed aan toe, maar ik zie heelvaak wel politieke druk om bepaalde organisaties te verbieden. Ook datbegrijp ik wel, want sommige organisaties doen verschrikkelijke dingen.Maar bij bijvoorbeeld de motorbendes – dat is geen terrorisme, maar welondermijnende criminaliteit – blijkt uit de evaluatie dat allerlei individuengewoon ondergronds doorgaan, zich aansluiten bij andere organisaties enmisschien nog wel meer strafbare feiten plegen dan daarvoor. Ik vind dusdat je altijd goed moet kijken naar het effect van bepaalde verboden,bepaalde strafbaarstellingen, het risico op mogelijke druk en ook deinperking van de vrijheden die dat onvermijdelijk met zich meebrengt.Daarom dit verhaal.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75716 De heer Eerdmans is door zijn interrupties heen, dus u kunt met eengerust hart verdergaan met uw betoog. U heeft nog zo’n tweeënhalveminuut.De heer Van Nispen (SP):Dan kan ik helemaal los, voorzitter.We zien ook heel veel concrete dreigingen waar we nu nog veel te weinigtegen doen. Eerder vond ik het dus te veel, maar op andere punten vind ikhet juist veel te weinig. Ook ik wil het hebben over de online kant, net alsmevrouw Michon-Derkzen, die daar als eerste wat over zei. Zo beschreefNRC een internationale onlinebeweging die kinderen chanteert en aanzettot het beschadigen van zichzelf of anderen. We weten dat het internetgeen veilige plek is voor kinderen, maar wat er in dit artikel wordtbeschreven, gaat onvoorstelbaar ver, en een steeds grotere groepkinderen lijkt hier het slachtoffer van te worden. Het is echt de verant-woordelijkheid van de politiek om kinderen te beschermen. Mijn vraagaan de Minister is dus wat hij gaat doen om te voorkomen dat kinderen inaanraking komen met dit soort sadistische praktijken.Hetzelfde geldt voor de waarschuwing van de AIVD voor een andere maarsoortgelijke trend, namelijk dat steeds meer jongeren tussen de 12 jaar en17 jaar een terroristische dreiging vormen. Er is hier al eerder opgewezen. Hoe gaat de Minister platforms als Telegram en Discord en zelfsgameplatforms als Mine Quest – hoe is het mogelijk – verantwoordelijkhouden voor de ruimte die zij bieden aan mensen die het slechtste metonze kinderen voorhebben? Gemeenten geven aan geen idee te hebbenhoe ze moeten ingrijpen en welke bevoegdheden ze daarbij hebben. Datsnap ik, want volgens mij kan dit helemaal geen taak van gemeentes zijn.Hoe moeten zij nou weten wat jongeren online consumeren? Watbedoelde de Minister dus met zijn verwijzing naar de gemeentes in debrief? Wat kan hij doen om dit probleem bij de bron aan te pakken,bijvoorbeeld door big tech de duimschroeven aan te draaien of door tekijken wat de ATKM mogelijk nog meer van ons nodig heeft? Graag eenreactie van de Minister en een uitgebreide agenda hierop.Voorzitter. Ook ik wil wat vragen over het intrekken van het Nederlander-schap bij terrorismeveroordeelden. Ook dat klinkt als een stoeremaatregel en is misschien ook wel begrijpelijk, maar de risico’s ervan zijngroot. Mensen zonder nationaliteit verdwijnen uit beeld, vallen terug inhun mogelijk jihadistische netwerk en vormen zo juist een groter gevaar,alleen dan buiten ons zicht. Als het lukt om ze uit te zetten, schuiven wehet probleem af op een ander land en keren ze misschien juist weer onderde radar terug. Is dat nou echt veiliger voor Nederland, of maken we dedreiging alleen maar ongrijpbaarder en bewerkstelligen we zo een soortschijnveiligheid? Graag een oprechte reflectie van de Minister.Voorzitter, tot slot. Het gaat de laatste tijd heel veel over investeringen inDefensie. Daar kun je voor of tegen zijn, daar gaat dit debat niet over,maar het maakt ons land op zichzelf niet veiliger als we tegelijkertijdkeihard bezuinigen op organisaties zoals het Internationaal Centrum voorContraterrorisme, ICCT, dat zich inzet voor terrorismepreventie en-onderzoek. Terwijl er miljarden naar wapens gaan, verdwijnen demiddelen voor het voorkomen van terrorisme en de preventiepro-gramma’s. Hoe valt dit nou te rijmen, vraag ik aan de Minister. Is hij hetermee eens dat het voorkomen van dreiging en het wegnemen van deoorzaken en de voedingsbodem altijd beter is dan enkel het achterafzwaar proberen te bevechten?Dat is een belangrijke vraag voor deze Minister op zijn voorlaatste dag alsMinister van Justitie en Veiligheid, want dit budget en de bezuinigingwaar ik het over heb, staan volgens mij op de begroting van BuitenlandseZaken. En wat treft nou het toeval: daar is deze Minister volgens mij vanafaanstaande vrijdag voor verantwoordelijk. Ik hoor dus graag eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75717 uitgebreide reactie van de Minister hierop. Hopelijk een stukje vandaag,vanuit zijn huidige verantwoordelijkheid, en mogelijk ook na vrijdag.Ik dank u wel.De voorzitter:Had u nog een vraag, mevrouw Mutluer? Ik begrijp dat dat niet het gevalis. Dan gaan we luisteren naar de heer Six Dijkstra.De heer Six Dijkstra (NSC):Dank u wel, voorzitter. Goed dat we hier met elkaar het debat voeren. Ikvind het tot nu toe een constructief debat. Het Dreigingsbeeld TerrorismeNederland van vlak voor de zomer laat zien dat er nog steeds sprake isvan een substantiële terroristische dreiging. De lijst met terroristischeaanslagen in Europa van het afgelopen halfjaar baart ons dan ook grotezorgen.Er zijn een aantal onderwerpen waar ik vandaag bij wil stilstaan. Ik beginmet onlineradicalisering – dat werd door enkele van mijn voorgangers ookal genoemd – en dan specifiek via sociale media en gameplatforms onderjongeren. Hier is ontzettend veel onderzoek naar gedaan en er zijnontzettend veel publicaties over, onder andere van HCSS. Ook het recentedreigingsbeeld laat zien dat er sprake is van een zorgelijke stijgende trend.In april van dit jaar, in één maand alleen al, zijn er veertien aanhoudingenverricht op verdenking van opruiing tot terrorisme via onlineplatformen,waarbij de meerderheid minderjarig is. De AIVD trekt ook aan de bel ineen publicatie die zich richt op 12- tot 17-jarigen die aanhanger zijn vanhet jihadisme en rechts-terrorisme. Ze zien momenteel tientallenminderjarigen die een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid.Hierover moeten we ons grote zorgen maken. Minderjarigen zittenmidden in hun mentale ontwikkeling en zijn daardoor extra kwetsbaarvoor invloeden van buitenaf. Het is ook maar moeilijk zicht krijgen oponlineactiviteiten, zeker als radicalisering plaatsvindt via communicatievia bijvoorbeeld gameplatforms.Het is goed om te lezen dat de aanpak van onlineradicalisering wordtversterkt, met meer oog voor maatwerk en inzet op preventie. Daar zijnwe het helemaal mee eens. Daar moeten gemeenten ook een belangrijkerol in spelen, maar ze moeten wel de juiste middelen hebben en wetenwat ze moeten en kunnen doen. Ze hebben behoefte aan een duidelijkerhandelingsperspectief. De Minister heeft aangegeven te werken aan eenaanvullende handreiking. We willen graag horen wanneer die beschikbaaris voor gemeenten. Wat ons betreft met spoed. Wordt hierin ookmeegenomen hoe gemeenten bijvoorbeeld scholen en ouders kunnenbetrekken bij een specifieke casus?De grootste risico’s voor jongeren liggen in de hoek van onlineplatforms.Het is goed dat de Minister in dialoog is met socialemediaplatforms. DeATKM stelt een brede aanpak voor, met de ATKM zelf en de NCTV in delead. Wij zouden een dergelijke aanpak ook steunen. Gaat de Ministerhiermee al voortvarend aan de slag?In hoeverre denkt de Minister dat wetgeving zoals de DSA een deel van deoplossing biedt? Op welke punten denkt hij dat er nog leemtes zitten? Watons betreft zijn die leemtes er namelijk nog. Kijk naar platforms die nietonder de verantwoordelijkheden van de very large onlineplatforms vallen.Dan denk ik aan gameplatforms zoals Roblox of kanalen zoals Discord,maar ook aan platforms die wel onder de wet vallen en ook nu nalaten omte modereren, waarbij we zien dat het toezicht er nog niet effectief envoortvarend voor kan zorgen dat er tijdig wordt ingegrepen wanneer erwel illegale en schadelijke radicaliserende tendensen plaatsvinden.Is de Minister dan ook bereid om te kijken naar aanvullende maatregelenop Europees niveau? Zou een verifieerbare minimumleeftijd voorplatforms een deel van de oplossing kunnen zijn? Onder de DSA geldtreeds een wettelijke minimumleeftijd van 13 jaar. Wanneer gaat dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75718 gehandhaafd worden? Dat kan echt op een goede, betrouwbare enprivacyvriendelijke manier. We hoeven niet allemaal paspoorten te gaanuploaden. Er is technologie om dit goed en veilig te kunnen doen.Overweegt de Minister ook minimumleeftijden uit te breiden voorplatforms waar het risico op ronselen en radicalisering verhoogd is?Tot slot. Een ander punt waarover ik mij zorgen maak, betreft voorterrorisme veroordeelden die vrijkomen uit detentie en een hogerdreigingsprofiel hebben dan de eerder vrijgekomen veroordeelden. Datpunt is eerder genoemd. Ook de aanstaande vrijlating van voor terrorismeveroordeelden in andere landen kan gevolgen hebben voor ons, met groterisico’s voor de nationale veiligheid. De urgentie om mensen zonderrechtmatig verblijf daadwerkelijk het land uit te zetten, wordt nu groter. Inde brief van de regering krijgen we nog niet echt comfort dat dit dekomende tijd beter gaat lukken. Kan de Minister aangeven hoe hij het zichtop deze groep gaat verbeteren en gaat zorgen voor een snellereuitzetting?Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank voor uw bijdrage. Dan is het woord aan mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Uiteraard ga ik het ook hebben over het dreigingsbeeld.Maar laat ik beginnen met het benoemen van mevrouw Barbara Zwirs,met wie ik recent een gesprek had over het boek dat ze heeft geschreven.Ze is hier overigens aanwezig in de zaal. Haar boek gaat over het feit dathaar partner werd veroordeeld voor terrorisme en de impact die dat hadop haar en haar leven, omdat zij daar zelf onterecht in werd meegezogen.Dat raakte me. Ook die kant van het verhaal moet benoemd worden. Wehebben het hier eerder gehad over witte lijsten. Hoe kun je mensen dieten onrechte zijn beschuldigd van terrorisme helpen en weer on trackkrijgen? Daar begin ik mee, ook al is het gek.Aan de andere kant ben ik natuurlijk niet naïef, want Nederland zit opdreigingsniveau vier voor terrorisme. Dat betekent volgens de NCTV dater sprake is van een substantiële terroristische dreiging met een reëlekans op een aanslag. Ook ik heb dus meer dan genoeg reden voorongerustheid. De dreiging van door het jihadisme geïnspireerdeaanslagen blijft onverminderd hoog. Het gaat daarbij ook om geradicali-seerde individuen die met relatief eenvoudige middelen – denk aanmessen, denk aan auto’s – en weinig voorbereiding of organisatie demeest vreselijke daden kunnen verrichten. Ik denk gelijk ook aan GökmenT., die een aantal jaren geleden in Utrecht in een tram een bloedbladaanrichtte. Hoe krijg je dat soort potentiële terroristen in het vizier?De NCTV wijst op het belang van een lokale aanpak van radicalisering,extremisme en terrorisme. Die blijkt bij uitstek van belang als het gaat omhet tijdig in de smiezen krijgen van jongens die een verkeerde afslagdreigen te nemen en op het criminele of terroristische pad terecht dreigente komen. Dan heb je het over de zogenaamde wijkgerichte preventievepolitiezorg. Maar ja, dan moet de politie mensen vinden die in dehaarvaten van de samenleving kunnen komen. Dan kom je in mijnbeleving snel bij de discussie over de wijkagent, waaraan we helaas eentekort hebben. Deelt de Minister die mening? Krijgt de wijkagent wel deruimte voor die rol of taak en, zo nee, hoe moeten we daar dan zorg voordragen?Dat doordringen tot in de haarvaten moet uiteraard niet alleen als het gaatom jihadisten. Ik maak me enorm zorgen over rechts-extremistischejongeren en het gevaar dat daarvan uitgaat. Dat is ook niet bepaalddenkbeeldig. Ik zei net in het interruptiedebatje met mij collega van dePVV dat onlangs drie Nederlandse jonge mannen gearresteerd zijnwegens opruiing en terrorisme. Geen jihadisten, maar leden van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75719 rechts-extremistische terreurgroep The Base, actief in chatgroepen waarinzij anderen aansporen tot het plegen van terroristische daden gericht ophet ontketenen van een rassenoorlog. Dat is gewoon heel, maar dan ookheel heftig.Dat brengt mij gelijk bij het onlinegebeuren, want deze jongeren komenonline met gewelddadig gedachtegoed in aanraking. Het zijn vaakkwetsbare jongeren die gemakkelijk beïnvloedbaar zijn. Dan gaat het nietmeer om een wijkagent of het netwerk van de overheid, scholen of jeugd-en zorginstellingen. Je zal dus echt intensiever moeten monitoren wat eronline gebeurt. Mijn vraag aan de Minister is hoe je nou in die digitalehaarvaten komt om te voorkomen dat er misvormde ideeën komen en datdie gevaarlijk worden. In dat verband meldde de Minister onlangs dat hijin gesprek is met X over het gebrek aan contentmoderatoren met kennisvan de Nederlandse taal. Die zijn nodig om te kunnen inschatten of decontent niet gevaarlijk wordt. De Staatssecretaris van Binnenlandse Zakenen Koninkrijksrelaties onderzoekt wat de beste contentmoderatiepraktijkenop zeer grote onlineplatformen, inclusief X, zijn. Ik wil dat de Minister daarnog even op ingaat, ook op de pilot met de Redirect Method waarmeemensen die online zoeken naar extremistische of terroristische contentworden doorgeleid naar onlinehulp.Verder sluit ik me aan – daarna sluit ik af – bij de vragen die Sneller heeftgesteld over dat 60 keer besloten is om het Nederlanderschap in tetrekken en dat maar 5 personen uiteindelijk het land hebben verlaten –dan vind ik dat ook niet effectief – en over de wet tegen verheerlijking vanterrorisme. Ook wij zijn kritisch. We gaan kijken naar de proportionaliteiten de doelmatigheid van de wet en nemen daar de kritiek van demaatschappelijke organisaties in mee dat dat geen ruimte moet scheppenvoor politieke vervolging.De voorzitter:Hartelijk dank. Mevrouw Michon-Derkzen heeft haar laatste interruptiespeciaal voor u bewaard. Aan haar het woord.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik zou toch iets terug willen leggen bij mevrouw Mutluer over diehaarvaten en die integrale aanpak. Zij noemt ook Gökmen T. Al dieincidenten waar je dan daarna dikke rapporten over krijgt, hebbendezelfde analyse, en die gaat over het onvoldoende delen van informatie.Er zijn tig organisaties bij betrokken, iedereen doet zijn deel en iedereendoet ook met de beste bedoelingen zijn deel, maar niemand weet wat deander doet en het gaat gruwelijk mis. In alle debatten pleit ik voor hetdelen van informatie, het neerhalen van al die muurtjes en het eruitslopen van die kolommen. Dan is het hangen en wurgen, wil ik hier maareven zeggen, om ook de partij van mevrouw Mutluer daarin mee tekrijgen. De ene helft is daar altijd iets ruimhartiger in dan de andere helft.Ik zou het belangrijk vinden om hier vandaag te horen hoe de partij vanmevrouw Mutluer, GroenLinks-Partij van de Arbeid, nou die indringendeoproep ziet om juist meer informatie met elkaar te delen, zodat we kunnenzorgen dat we meer samenwerken en we zo vooraf ook beter beslagen tenijs kunnen komen om die dingen te voorkomen.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Volgens mij hebben we recent een heel mooi debat gehad over eenwetsvoorstel dat ervoor gaat zorgen dat in ieder geval lokaal, binnen degemeenten, informatie beter kan worden uitgewisseld, ook met de Zorg-en Veiligheidshuizen, over jongeren die te maken hebben met radicali-sering of extremisme. Daar hebben we elkaar volgens mij zeer goed ingevonden. Uiteindelijk moet je zorgvuldig zijn bij het uitwisselen vaninformatie, want je wil voorkomen, en ik denk dat we dat wel met elkaardelen, dat mensen onterecht worden gevolgd of onterecht worden betichtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75720 van enige vorm van radicalisering. Maar ook daarin ben ik niet naïef. Inmijn beleving moet je op een zorgvuldige wijze, binnen de kaders van deAVG en goed genormeerd en vastgelegd – dat kan – informatie uitwis-selen zodat we effectief kunnen oppakken wat we willen oppakken. Diebalans zoek ik constant, ook binnen mijn eigen partij. Ik ben dan meer depragmaticus; dat geef ik ook toe. We zullen elkaar wat dit betreft hopelijkook in de toekomst blijven vinden.De heer Six Dijkstra (NSC):Ik wil nog ingaan op het allerlaatste punt uit de inbreng van mevrouwMutluer. Een vergelijkbare vraag heb ik aan de heer Sneller gesteld. Zijgeeft aan kritisch te zullen kijken naar de proportionaliteit en dedoelbinding van de wet over verheerlijking van terrorisme. Ik denk dat datheel goed is. Het is ook onze taak als Kamerleden om dat te doen. Maar zijheeft ook al bij voorbaat een motie gesteund om de wet gelijk in trekken,terwijl hij net in de consultatiefase is geweest en nog aangepast kanworden, nog naar de Raad van State moet en nog plenair behandeld moetworden. Waarom heeft haar fractie op dat moment de keuze gemaakt omdie deur dicht te gooien, terwijl er echt nog wel gekeken kan worden hoewe die wet kunnen aanscherpen zodat er duidelijke normen zijn en we erwellicht met elkaar uit kunnen komen?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Die afweging is, conform hetgeen de collega van D66 net aangaf, gemaaktnaar aanleiding van de consultatie en de enorme zorgen die we vanuit dengo’s en andere maatschappelijke organisaties hebben gehoord. De angstis dat de reikwijdte van de wet dusdanig groot is dat ook organisaties dieeen bepaalde politieke mening hebben, als terroristische organisatieskunnen worden gekwalificeerd. Ik weet dat het lastig is, hoor, en dat jedaar rechtszaken over moet voeren. Aan de andere kant wil je dat risiconiet nemen. We willen dat er een effectieve, proportionele wet komtwaarmee je het doel bereikt dat je wil. Die motie is verworpen. Nou, dat isdemocratie. De wet zal er mogelijk komen. Ik ben benieuwd of de weteventueel nog gewijzigd wordt naar aanleiding van alle input die isgeleverd. Dan gaan we hem gewoon beoordelen op basis van proportio-naliteit en subsidiariteit en gaan we ook goed kijken naar de reikwijdte.Als de wet inderdaad tot het gevaar leidt dat er politieke vervolgingplaatsvindt, dan zullen we in het debat daarover onze conclusies trekken.Maar dat wordt vervolgd.De voorzitter:Hartelijk dank. De heer Six Dijkstra voor zijn laatste interruptie.De heer Six Dijkstra (NSC):Dan begrijp ik het antwoord nog niet helemaal. Mevrouw Mutluer zegtzinnige dingen: we gaan in het debat kijken of de wet proportioneel is, ofde wet nog aangescherpt of aangepast wordt en of de zorgen uiteindelijkwel of niet terecht zijn. Dat lijkt me heel goed. Daar is de schriftelijke enplenaire behandeling uiteindelijk ook voor. Maar haar fractie heeft wel dekeuze gemaakt om bij voorbaat te zeggen: wij zien dingen in de wet staanwaar kritiek op is, dus we willen dat hij ingetrokken wordt. Waarom dantoch die afweging?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Omdat we hebben geluisterd naar de kritische kanttekeningen die vanuitde maatschappij zijn gekomen. Dat was voor ons de aanleiding om tezeggen: ga terug naar de tekentafel en maak een betere wet die uitein-delijk het doel dient. Nogmaals, die motie is verworpen. Daar kunnen wehet nu over hebben met elkaar. Uiteindelijk zal de fractie vanGroenLinks-PvdA de wet op diens merites beoordelen tijdens het debat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75721 Dat we er kritisch op zijn, mag best gezegd worden. Dat is volgens mij ookniet zo heel erg. Dan kan je een wet alleen maar beter maken.De voorzitter:Hartelijk dank. De heer Boswijk had ook nog een vraag. Nee? Oké, dangaan we luisteren naar de inbreng van de heer Boswijk. Bent u live opTikTok, meneer Boswijk?De heer Boswijk (CDA):Ha! Ja. U bent goed op de hoogte, voorzitter. Ik heb al mijn principesoverboord gegooid. Ik zag dat TikTok een soort woestijn werd, beheerstdoor alleen de PVV, dus ik dacht: daar moeten we gaan evangeliseren.Vandaar dat we onze schaarse tijd inmiddels daar ook verbranden.(Hilariteit)De heer Boswijk (CDA):Dank u wel, voorzitter. De terroristische dreiging in Nederland blijftonverminderd hoog met een reële kans op een aanslag. Sorry, ik magdaar niet om lachen natuurlijk, maar ja. Daar gaat mijn filmpje. Excuus.We beginnen opnieuw. Even serieus.Voorzitter. Dit schreef de NCTV net voor de zomer in het halfjaarlijkseDreigingsbeeld Terrorisme Nederland. Dat is wederom zorgwekkend omte lezen. Het jihadisme blijft de grootste dreiging. Een groot deel van dejihadisten is ook online actief. Ze maken, bewerken en verspreidenjihadistische content in groepen en kanalen waar ze ook jongeren werven.Het CDA heeft enorm grote zorgen over deze onlineradicalisering vankwetsbare jongeren zonder dat de omgeving dit doorheeft. Hebben wedeze jonge doelgroep voldoende in beeld, vraag ik de Minister. Watkunnen ouders, vrienden of scholen doen als ze merken dat een jongereonline dreigt te radicaliseren of de grip op het leven verliest? In Engelandis het inmiddels strafbaar om terroristische content zoals bomhandlei-dingen in bezit te hebben. Hoe kijkt de Minister hiernaar?Voorzitter. Op voorstel van het CDA is er gestart met een pilot van deredirectmethode om jongeren online om te leiden naar antijihadistischecontent, mochten ze in deze giftige fuik beland zijn. Kan de Minister al ietszeggen over de voortgang van deze pilot? Tot wanneer loopt deze en hoestaat het met de resultaten? Welke onlineplatformen werken hieraan mee?En wat doet de Minister als ze hier niet aan meewerken?TikTok is van plan om honderden moderators te ontslaan die Nederlandsecontent, zoals filmpjes waarin terrorisme wordt verheerlijkt, beoordelenop schadelijkheid en laat hen volledig vervangen door AI. Die moderatorsbeoordelen op dit moment nog binnenkomende meldingen en kunnenschadelijke video’s verwijderen. 80% van de filmpjes die wordenverwijderd, wordt nu al door AI beoordeeld, maar er zijn nog steedstalloze beelden te vinden van onthoofdingen, naziverheerlijking, jihadismeen noem maar op. Zonder moderators is er helemaal geen menselijkeinterventie meer. Vindt de Minister dit wenselijk? Ook nu al is het namelijkmakkelijk te omzeilen.Voorzitter. Dit jaar komen verschillende veroordeelde jihadisten met eenhoog dreigingsprofiel vrij in Nederland en in andere Schengenlanden.Ondanks toezichtsmaatregelen kunnen ze vaak vrij door het Schengen-gebied reizen en contact zoeken met andere veroordeelde jihadisten. Demeeste veroordeelden van wie het Nederlanderschap is ingetrokken,verblijven nog steeds onrechtmatig in Nederland zonder verblijfplaats enzonder dat ze goed in de gaten kunnen worden gehouden door veilig-heidsdiensten. Weet de Minister om hoeveel veroordeelden het gaat enhoeveel er zonder toezicht rondzwerven? Hoe wordt er zicht gehouden opdeze groep, die makkelijk onder de radar verdwijnt en opnieuw kanradicaliseren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75722 Voorzitter, tot slot. Dreigteksten op woningen, in brand gestokenvrachtwagens, inbraken: dierenactivisten worden steeds radicaler en ooksteeds gewelddadiger. Mijn collega’s hebben hier ook al aan gerefereerden omwille van de tijd zal ik niet in herhaling vallen. Hoe kijkt de Ministernaar deze ontwikkeling en welke maatregelen wil hij nemen?Dank u wel.De voorzitter:U bedankt. Tot slot van de zijde van de Kamer in de eerste termijn de heerEl Abassi. Aan u het woord.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dank. De bedreiging komt vanuit de hoek van waaruit je die zelfkunt zien. Die dreiging komt vanuit rechts-extremisme, namelijk rechts-extremisme waarbij het land wordt uitgehold, rechts-extremisme datnormaliseert, intimideert en radicaliseert met politieke rugdekking. Vorigeweek nog werd een Geuzenbond-/GNSV-lid aangehouden op verdenkingvan voorbereiding van een terroristisch misdrijf. Hij had vuurwapens enwas bereid tot geweld. Deze terrorist liep recent nog rond op demon-straties voor de ogen van Wilders en Baudet, terwijl NSB-symboliekzichtbaar was. Reactie: niets, geen afkeuring, geen afstand.Voorzitter. Ik confronteerde de Minister met deze man, die met eenNSB-vlag rondliep. De Minister wist niet eens wat een NSB-vlag was.Niemand, werkelijk niemand, sprak over het feit dat hier een terrorist eenmisdrijf aan het voorbereiden was. Met dit kabinet kan een rechts-extremistische terrorist ongestoord rondlopen en voorbereidingen treffen.We kijken ernaar, maar zien het niet. We willen het niet zien. Dit is geenvergissing. Dit is geen naïviteit. Dit is politieke normalisatie van extre-misme.Voorzitter. Het blijft niet bij netwerken. Afgelopen week nog werd inDuindorp snackbarhouder Zuhair, een 20-jarige ondernemer die isgevlucht voor oorlog, meerdere keren bekogeld. Muren werden bekladmet racistische leuzen. Hij sloot zijn zaak uit angst. In Hendrik-Ido-Ambacht, ook afgelopen week, werd de keukenzaak van Ahmadwekenlang bedreigd vanwege stickers die kritiek uiten op het geweld inGaza. Er stond zelfs een man met een hamer voor de deur. Later zijn erprecies op die stickers Jodensterren op zijn ruiten gespoten. En dan hoorje lokale politici zeggen dat zijn stickers onwenselijk zijn. Dit is hetslachtoffer aanspreken in plaats van de dader. Dit is terreur: dit is mensenzo intimideren dat ze hun mond houden of hun winkel sluiten.Voorzitter. Dan wil ik het hebben over de AI-posters van de heer Wilders:de blonde, lachende, witte vrouw tegenover een oudere, boze vrouw meteen hoofddoek met de tekst «Aan u de keuze». Er kwamen 12.500meldingen van discriminatie en ook professor Karin de Vries, hoogleraargrondrechten, zegt dat dit racistisch en strafbaar is. Ze wijst op biologischracisme in beeldtaal en op de paralellen met nazipropaganda, die in eenrechtszaak zelfs een zwaardere straf kunnen rechtvaardigen. Intussenkomt het kabinet met een wet om het verheerlijken van terrorismestrafbaar te stellen, maar het gebruikt die framing vooral om Palestijnsesolidariteit te problematiseren. Het problematiseren van vlaggen, speldjesen leuzen waarbij opgekomen wordt voor mensenrechten, terwijlrechts-extremistische intimidatie van ondernemers, studenten enbuurtbewoners elke week zichtbaar is, is meten met twee maten. Haattegen moslims en migranten is een brandstof voor extremisme.Erkent de Minister stochastisch terrorisme, bijvoorbeeld wanneer politicizoals Wilders structureel demoniserende retoriek verspreiden? Ik heb hetdan over de witte Nederlander tegenover de ander en de islam alsbedreiging. Verhoogt dat aantoonbaar de kans dat iemand tot geweldovergaat? Erkent de Minister dit mechanisme? En erkent de Minister datdeze retoriek onderdeel is van een radicaliserend ecosysteem? Ik zou deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75723 Minister willen vragen: gaat de Minister naar de ideologie van onafhanke-lijke handhaving harder optreden tegen rechts-extremistische netwerken?En stopt hij met het criminaliseren van vreedzame solidariteit terwijlracistische intimidatie onder de radar blijft? Komt de Minister met eenlandelijk handelingskader voor burgemeesters en politie om haatinci-denten met extremistische motieven snel te herkennen, publiek te duidenen prioritair te vervolgen?Voorzitter, ten slotte. Woorden worden daden. Wie groepen ontmenselijkt,wie racistische beeldtaal verspreidt, wie wegkijkt bij NSB-politiek in eigensymboliek en op eigen demonstraties, bouwt mee aan het web van haatwaaruit geweld voortkomt. Het is tijd om de dubbele standaard tebeëindigen. Bescherm de mensen die doelwit zijn en pak het rechts-extremistisch gevaar aan – genoeg is genoeg.De voorzitter:Hartelijk dank voor uw inbreng. Meneer Boswijk, had u nog eeninterruptie?De heer Boswijk (CDA):Jazeker. De heer El Abassi van DENK doet nu precies hetzelfde wat hij deheer Aardema van de PVV net verwijt. Hij zegt net tegen de heer Aardemadat hij alleen maar aan het focussen is op jihadisme, extremisme enislamofobie enzovoort, om vervolgens een heel betoog te houden overdat er eigenlijk maar één groot probleem is in Nederland, namelijkrechts-extremisme. Zou zijn pleidooi niet veel sterker zijn als hij állevormen van terrorisme zou benoemen, van dierenactivisten op deextreemlinkse kant tot de rechts-extremisten op de rechterkant? Daarom ismijn vraag of collega El Abassi van DENK ook de grote problemen vanjihadisme ziet die onder andere de NCTV aanhaalt en dat er ook gewoonproblemen zijn in de islamitische gemeenschap rond extremisme, zoals zeer ook zijn aan de rechterkant. Zou het dan niet sterker zijn als we állevormen van extremisme en terrorisme aanspreken?De heer El Abassi (DENK):Ik denk dat een van de collega’s eerder al aangaf dat er een disbalans is inwat hier aangekaart wordt aan tafel. Ik zou het heel onrechtvaardig enheel oneerlijk vinden als hier constant de indruk wordt gewekt dat eralleen maar sprake is van jihadisme en van islamterrorisme. Als ik mijnkostbare vier minuten daar ook nog eens aan ga wijden, dan raakt diedisbalans nog verder uit balans. Er is niet gesproken over extreemrechtseterroristen. Afgelopen week heb ik hier iedere keer talloze incidenten in deKamer benoemd en heb ik talloze moties ingediend. Die kregen nooit eenmeerderheid; moties die andersom betogen, halen wel een meerderheid.En dan vraagt het CDA mij ook nog eens om mee te gaan met rechts enmet die populistische verhalen dat het allemaal maar aan jihadisme ligt envanuit de islam komt en om daar mijn vier minuten aan te besteden,terwijl er in de Kamer veel te weinig aandacht wordt besteed aanrechts-extremisme, nota bene in dit huis, waar de PVV de grootste partij isen heel lang in het kabinet heeft gezeten.De heer Boswijk (CDA):Nou, voorzitter ...De voorzitter:Ho, ho, ho. U had het woord niet, meneer Boswijk, en u bent door uwinterrupties heen. U heeft al heel wat interrupties gepleegd. Er staan tochecht drie streepjes achter uw naam. Ik kan er dus niks anders van maken.Hartelijk dank voor het antwoord, meneer El Abassi. Als er geen anderevragen zijn, zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van dezijde van de Kamer. De Minister heeft aangegeven zo’n 25 minuten nodigTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75724 te hebben voor de beantwoording. Daarom schors ik tot 11.45 uur. Ik zie udan graag weer terug. Tot zo!De vergadering wordt van 11.19 uur tot 11.47 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, welkom terug bij dit commissiedebat van de vasteKamercommissie voor Justitie en Veiligheid over terrorisme en extre-misme. We zijn toegekomen aan de eerste termijn van de zijde van deregering. De Minister voert daarin het woord. Ik geef de Minister graag degelegenheid zijn introductie te houden en daarna, per blokje, de vragenvan de Kamerleden te beantwoorden. Er zal natuurlijk ruimte zijn voorinterrupties. Dat zijn er drie per spreker, gelet op het grote aantal leden datvandaag aanwezig is. Het woord is aan de Minister.Minister Van Weel:Dank, voorzitter. Dank aan de leden voor hun inbreng in eerste termijn.Die was inhoudelijk, als altijd. Dat is in deze commissie altijd het geval enik hoop dat ik dat ook in andere commissies zal mogen tegenkomen.Ik zal een hele korte inleiding geven. Daarna heb ik een kopje onlineradica-lisering en een kopje aanpak extremisme en terrorisme. Dan een apart,heel kort blokje over voor terrorisme veroordeelden die vrijkomen. Ikeindig met de andere belangrijke vragen. Zo heb ik het mij voorgenomen.Voorzitter. We leven in een wereld waarin dreigingen urgenter encomplexer zijn dan ooit. Dat geldt voor het buitenland, met meer enheftigere conflicten, die ook doorwerken in onze samenleving, dan wij inrecente decennia hebben gezien, maar dat geldt ook zeker voor hetbinnenland. Niet voor niks blijft het dreigingsbeeld, conform het DTN vande NCTV, onverminderd hoog, op niveau vier van de vijf. Het relatievegemak en de snelheid waarmee met name jongeren radicaliseren – velenvan u noemden het al – baart ons zorgen. Dat gebeurt vaak online,anoniem, zonder een corrigerend geluid. Het is een grote uitdaging omdaar zicht op te houden.Laat ik als slot van mijn inleiding de quote van de NCTV aanhalen: oorlogis een winnend concept. Ik denk dat niet, maar het is wel een trend op hetmoment. Je ziet op dit moment dat de samenwerking die ons stelsel vande internationale rechtsorde na de Tweede Wereldoorlog groot heeftgemaakt, minder loont. Dat geldt internationaal, tussen landen, maar ooknationaal. We zien dat de polarisatie in ons land toeneemt en eenvoedingsbodem is voor splijtzwammen in onze maatschappij. Ik denk datdat leidt tot de hybride situatie waarin de NCTV zegt dat we ons bevinden.Ook de Minister van Defensie heeft dat gezegd: het is geen oorlog en hetis geen vrede. Je voelt de spanning door gebeurtenissen buitenNederland en buiten Europa, maar je voelt ook de spanning hier inNederland. Natuurlijk zijn er ook actoren die daar vanuit eigenbelangmisbruik van zullen proberen te maken. Tot zover de minder opbeurendesetting waarin we ons bevinden. Dat neemt niet weg dat we bij hetonderwerp dat hier voorligt, vol moeten inzetten op het tegengaan vanterrorisme en extremisme.Voorzitter. Verschillende Kamerleden hebben, zoals ik zei, hun zorgengeuit over hoe makkelijk met name jongeren snel online kunnen radicali-seren. Zij hebben hier hele goede vragen over gesteld. Laat ik voorop-stellen dat ik deze zorgen deel. Ik denk dat we te allen tijde moetenvoorkomen dat jongeren radicaliseren en op jonge leeftijd al in aanrakingkomen met het strafrecht. Daarom is het noodzakelijk dat iedereen – datzijn maatschappelijke partijen, dat is de internetsector, dat zijn lokaleprofessionals, dat zijn ouders en verzorgers, dat zijn de veiligheids-diensten – zijn verantwoordelijkheid pakt. De dynamieken van hetonlinedomein spelen een cruciale rol in de snelle onlineradicalisering vanjongeren. Het is anoniem, het mist een corrigerend geluid en het wordtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75725 door terroristen en extremisten benut om hun gedachtegoed teverspreiden en netwerken te onderhouden. Daarbij wordt veel gebruikge-maakt van groepen op gesloten platformen, waarvoor de detectiemoge-lijkheden nu echt beperkt zijn. Daardoor kan het dat jongeren buiten hetzicht van instanties verder radicaliseren. Dat bemoeilijkt ook het onder-nemen van actie hierop, zeker op een tijdig moment.Het is ook ingewikkeld om voor online-uitingen te duiden of het groot-spraak betreft – ook dat komt voor, met kinderen van 14 jaar die stoerzitten te typen terwijl ze Minecraft spelen – of dat we hier echt te makenhebben met iemand die bereid is om over te gaan tot geweld. Dat isenorm moeilijk in te schatten. In een sociale omgeving, waarin je mensenziet, zou dat veel makkelijker kunnen zijn.Als er echt signalen van radicalisering zijn – die zijn er, want u heeft eenaantal gevallen genoemd die het afgelopen jaar hebben gespeeld –kunnen jongeren worden opgenomen in de lokale, persoonsgerichteaanpak. Verder zetten we natuurlijk in op het tegengaan en verwijderenvan terroristische content. De ATKM – een aantal van u hebben diegenoemd – is daarin echt een cruciale speler. Het is een organisatie inopbouw, maar eentje waarvan je gedurende de opbouwfase al kuntzeggen dat die absoluut haar nut bewijst.Natuurlijk kennen zij ook hun uitdagingen. Mevrouw Michon-Derkzennoemde het al, de legal yet harmful content, zoals we het noemen. Welkecontent is nu echt verboden? Wat mag weggehaald worden? Wat zijnzaken die je wel ziet rondgaan en waar je eigenlijk niks tegen kunt doen,maar waarvan je weet dat ze wel een rol spelen bij radicalisering enwaarvan je niet wilt dat ze rondgaan op een platform? De Digital ServicesAct – hij werd al genoemd door de heer Boswijk – heeft natuurlijk strengeverordeningen voor deze platforms om in ieder geval illegale content wegte halen, maar ik denk dat die ook een rol speelt voor deze bedrijven ombij deze legal yet harmful content een rol te spelen.Ik moet eerlijk zeggen: op zijn best zijn de contacten met deze platformswisselend. In de praktijk zien we dat er heel weinig gebeurt om hier actiefeen rol in te spelen en dat baart mij wel zorgen, juist vanwege de rol diedeze platforms spelen, niet alleen in radicalisering, maar ook in deverspreiding van kinderpornografie, het jongeren aanpraten dat zeanorexia zouden moeten nastreven, en zo kan ik nog wel een tijdjedoorgaan. We hebben een tijdje zelfmoordtrends gehad op dezeplatforms. Op deze manier brengen ze ons en onze jeugd naast socialecontacten vooral ook veel uitdagingen en nadelen. Daar moeten we watmee.Ik denk dat de richtlijn die we hebben ingesteld voor het beperken vansocialmediagebruik voor jongeren nuttig is, maar op dit moment is dieuiteraard nog niet afdwingbaar en nog niet vastgelegd. Ik kijk metinteresse naar landen als Spanje en Frankrijk, waar ze kijken naaronlineleeftijdsverificatie voor dit soort sociale platformen. Ik denk dat wedaarvan kunnen leren, maar we moeten ook een weg vinden om de drukop deze platforms zelf groter te maken. Uiteraard kunnen we daar alsNederland niet alles zelf in doen; dat zullen we ook in Europees verbanddoen. Samen met Duitsland en Frankrijk zijn wij bezig om dit aan tekaarten bij de Commissie, om die rol te nemen, om te zorgen dat we eenstrakkere gedragscode krijgen voor de onlineplatforms.Daar hangt mee samen dat we steeds vaker zien dat AI-moderators – zewerden al even genoemd, volgens mij door de heer Six Dijkstra; nee, hetwas de heer Boswijk, sorry – de menselijke contentmoderators vervangen.Het is goedkoper en er kraait geen haan naar. Ik wil daar wel naar kraaien,want ik denk dat we juist wel de menselijke maat moeten houden, ook inhet modereren van deze platforms.Ik denk niet dat we daarmee alle knelpunten hebben weggenomen in deaanpak van online en van deze socialmediaplatforms; daarover gaan wewel moeilijke discussies krijgen met elkaar, op een aantal vlakken. EenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75726 eerste vraag is welke toegang wij willen geven aan onze eigen veiligheids-diensten, waaronder de politie, op onlineplatforms om te monitoren of en,zo ja, waar radicalisering plaatsvindt. Ik heb een eerste wetsvoorstel inconsultatie gedaan. Andromeda is de werknaam van dat wetsvoorstel. Datgaat over toegang voor de politie en de burgemeester voor onlineopenbareordeverstoringen. Je ziet dat daar enorme uitdagingen spelen:welke toegang geef je nou aan diensten op het moment dat er nog geenverdenking is van een echt strafbaar feit op deze platforms, waar jeonvermijdelijk veel meer te weten komt over iemand dan je nodig zouhebben voor het specifieke doel waarnaar je op zoek bent? Die socialm-ediaplatforms zitten nu eenmaal vol met privéinformatie en andereinformatie. Dat was de uitdaging bij het opstellen, maar dat gaan we in deconsultatiefase ook ongetwijfeld horen.De voorzitter:De heer Boswijk heeft hier een vraag over.De heer Boswijk (CDA):Ik hoor de Minister zeggen dat hij «ernaar gaat kraaien», om zijn woordente gebruiken, als het gaat over de contentmoderator. Ik realiseer me ookdat het grote Amerikaanse of Chinese socialmediaplatforms zijn. BijAmerikaanse bedrijven zien we dat Trump dit dossier koppelt aan allehandelstarieven. Kan de Minister iets van inzicht geven in hoe het er nuvoor staat? Wat ons betreft moeten we ons hierop niet laten chanteren,omdat het zo iets wezenlijks raakt, namelijk de weerbaarheid van onzesamenleving en de kracht van onze democratie. Zo ver gaat het inmiddelswel. Hoever wil de Minister gaan en hoe is zijn contact met de andereEuropese landen hierover?Minister Van Weel:De handhaving en dat deel van de Digital Services Act liggen deels opmijn terrein. Maar het ligt natuurlijk ook zeer op het terrein van deStaatssecretaris Digitalisering en de Minister van Economische Zaken.Waar het gaat over de verbanden die u terecht noemt, ligt het ook op hetterrein van de Minister voor Buitenlandse Handel. Laat ik vooropstellendat ik ook geen voorstander ben van chanteren. Tegelijkertijd moeten wewel de conclusie trekken dat wat Europa zelf te bieden heeft wat betrefttechgiganten en socialmediaplatforms non-existent is. Ik denk dat Hyvesin 1998 het laatste succesnummer was. De VS hebben daar op dit momentdus wel een krachtige positie. Natuurlijk moet je werken aan meeropbouw van eigen capaciteit et cetera, maar ook in onderhandelingen zulje je wel rekenschap moeten geven van de impact als bedrijven zoalsMicrosoft en Meta zich volledig zouden afschermen van onze markt. Ookdaar zit een negatief plaatje aan. Je moet dus inderdaad niet marchan-deren met je eigen veiligheidsnormen, zeker niet als het om jongerengaat. Tegelijkertijd staan we niet in de ideale uitgangspositie.De voorzitter:Hartelijk dank. Is dat voldoende zo? De heer Boswijk heeft nog een vraag.De heer Boswijk (CDA):Natuurlijk zie ik dat deze partijen veel macht hebben. Tegelijkertijd leverenwij een half miljard consumenten. Dat zijn er meer dan de Amerikanen opde mat kunnen leggen, en onze consumenten zijn ook nog bereid ommeer geld te besteden. Ik ben niet naïef, maar ik denk dat onze positietoch wel ietsje sterker is dan wij soms zelf denken. Ik heb toch niethelemaal antwoord op mijn vraag gekregen. Het is vooral een analyse,maar waar is de Minister dan nu mee bezig? Ik snap dat het in Europa alversnipperd is en dat het in Nederland ook versnipperd is over verschil-lende bewindspersonen, maar ik ben toch wel benieuwd wat de inzet vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75727 dit kabinet is. Wat zou in de ideale wereld het advies van de Ministerhierover zijn, ook aan zijn opvolgers als er zo meteen een nieuwe coalitieaantreedt?Minister Van Weel:Dat hangt ook een beetje af van hoe wij de discussie op verschillendeterreinen voeren. Welke rol vinden we dat deze socialmediaplatformsmogen spelen in onze maatschappij? We hebben natuurlijk veel discussiesgehad – niet zozeer in dit format, maar in andere settings van uw Kamer –over de vraag of er een minimumleeftijd voor social media moet komen.Hoe gaan we dat afdwingen? Hoe gaan we de platforms laten modereren?Hoe gaan we om met besloten chatgroepen? Laat ik dat laatste alsvolgend onderwerp nemen. Ik heb daarover hele uitgebreide conversatiesmet de Kamer gehad, naar aanleiding van de CSAM-verordening overchild sexual abuse. Ik zie al een kleine glimlach op het gezicht van de heerSix Dijkstra. Hij herinnert zich dat nog goed. Maar de uitdagingen zitten inbriefgeheim, privacy en vrijheid van meningsuiting versus wat onzeopsporingsdiensten nu bijvoorbeeld zien gebeuren in besloten groepen,namelijk radicalisering in sneltreinvaart terwijl niemand daarbij kan en dieplatforms daar ook niks aan doen. Dat zijn wel enorm grote vragen die wehebben. De schade die we zien ontstaan op deze platformen versus hetgewin dat we daarvan hebben, de vrijheid van meningsuiting en deprivacy, wordt naar mijn mening een van de grote discussies de komendejaren.De heer Six Dijkstra (NSC):Dan even doorpakkend op het punt van het binnendringen in beslotenchatgroepen, zeker als we het hebben over de periode dat er nog geenstrafbaar feit gepleegd is maar er al wel duidelijke signalen van radicali-sering zijn en we zo’n opmaat zien. In principe valt dat al binnen zowel detaakstelling als de bevoegdheden van de inlichtingendiensten. Hoe ziet deMinister de afbakening wat betreft de taakstelling? Wat zou de politiemoeten kunnen en wat zouden de inlichtingendiensten moeten kunnen indat voorportaal voordat er strafbare feiten gepleegd zijn op het gebiedvan radicalisering en extremisme?Minister Van Weel:Die afbakening is op zich helder. De AIVD kan op basis van signalen vande potentiële bedreiging al bevoegdheden uit de Wiv inzetten enbijvoorbeeld onderzoek doen in besloten chatgroepen. Voor de politiemoet er echt aanleiding zijn voor de verdenking van een strafbaar feit, ofer moet een ambtsbericht van de AIVD komen. Maar je ziet een discre-pantie tussen de massaliteit van online gebruik en online toezicht, en dehoge drempel voor de opsporingsdiensten om hier zelf onderzoek naar tedoen. Dat zorgt voor een enorme belasting op de inlichtingendiensten, dieook een beperkte capaciteit hebben. Maar die werkt wel; laten we eerlijkzijn. De jonge mensen die online actief waren en die we de afgelopenjaren hebben opgepakt, komen natuurlijk uit die hoek. Maar ik vind hetwel een dunne basis. In die zin denk ik dat we wel serieus moeten gaankijken. De belemmering voor de politie om al in open chatgroepen tekijken, omdat je daarin meer informatie zou vergaren dan je nodig hebtvoor het doel waar je voor gaat, is nu eenmaal inherent aan social media.Maar daardoor heb je eigenlijk beperkter zicht dan je vroeger in de echtewereld had.De heer Six Dijkstra (NSC):Ik heb hier begrip voor. Ik sta bij voorbaat ook niet negatief tegenover deideeën die de Minister oppert. Waar ik wel voor wil waken, is datcapaciteitsgebrek bij de inlichtingendiensten zou betekenen dat de politietaken gaat overnemen die idealiter bij de inlichtingendiensten liggen. AlsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75728 daar dan geen capaciteit is, zou de politie het maar gaan doen en zoudenwe daar grondslagen voor gaan creëren. Ik denk dat het ook welwaardevol is dat ze daadwerkelijk een andere taakstelling hebben en dater een duidelijke afbakening is. Begrijpt de Minister mijn aarzeling dat ermogelijk enige vertroebeling ontstaat als het argument van capaciteitopkomt?Minister Van Weel:Ik vind capaciteit zeker niet het enige argument. Het gaat ook over dedrempel waarop de AIVD vervolgens overgaat tot acteren. Die ligt bij hetmoment waarop iemand daadwerkelijk een gevaar gaat vormen voor denationale veiligheid, maar daar kan weleens driekwart jaar aanvoorafgaan. Je weet dan dat iemand op een zolderkamer zit en langzaamzijn hersens vergiftigt met bepaalde denkbeelden. Je denkt dat eensignaal aan ouders dan wel school wellicht zin zou hebben om dit in eeneerder stadium de andere kant op te buigen. Dat is waar ik een beetje meeworstel. Die drempel voor de diensten om de stap te maken komt pas opde vooravond van potentieel geweldgebruik of gevaar voor de nationaleveiligheid.Nogmaals, ik heb de oplossing nu niet. Ik kan nu alleen schetsen waar ikmee bezig ben. Wat betreft de openbare orde weet u dat er voor hetmeekijken in openbare onlinechatgroepen een wetsvoorstel in consultatieis. Parallel kijk ik of de politie dat ook kan doen in besloten chatgroepen.Op de avond van de rellen in Amsterdam hebben we bijvoorbeeld geziendat er een heleboel gebeurde in die besloten chatgroepen. Kun je daardan wel toegang toe krijgen? Die drempel ligt natuurlijk hoger, dus daarzijn we niet mee begonnen. Maar op Europees niveau speelt dit ook. Wehebben het over kindermisbruik gehad, maar die besloten chatgroepenworden ook voor andere doeleinden gebruikt. Hoe kom je daar dan achterop het moment dat de platforms niet meewerken?De voorzitter:Hartelijk dank. Dan heeft u nog een vraag van de heer Aardema.De heer Aardema (PVV):Ik hoor de Minister zeggen dat hij de oplossing ook nog niet gevondenheeft. Maar een van de dingen die hij noemt, is de lokale persoonsge-richte aanpak. Het lijkt me dat je daarmee toch wat dichter bij de bron zoukunnen zitten. Kan de Staatssecretaris daar nog wat dieper op ingaan enuitleggen hoe die dan misschien tot oplossingen zou kunnen leiden?Minister Van Weel:Het kan zijn dat er wel een zorgelijk signaal komt. We hebben kinderenvan 12 gezien die een zorgelijk spectrum op gingen. Laat ik eerlijk zijn: ikben het met u eens. Als mensen daden plegen, moeten ze bestraftworden, ook jongeren. Maar voor kinderen van 12 die nog geen strafbarefeiten hebben begaan, behalve opruiing, en dat in isolement op eenzolderkamer hebben gedaan, zoek ik wel naar andere methoden om hendaaruit los te weken. De lokale persoonsgerichte aanpak is daar eenmogelijkheid voor. Dan zit je met lokale diensten, politie, maar ook dereclassering. Je probeert iemand in te kapselen en weg te trekken van hetspoor waarop hij op was beland.De voorzitter:Mevrouw Michon-Derkzen heeft ook nog een vraag.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik zou aan de Minister willen vragen om nog in te gaan op de rol van deplatforms. De platforms hebben met de DSA te maken; ze moetenoverduidelijk illegale content verwijderen. Maar juist voor het grijzeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75729 gebied van «legal yet harmful», de aanloopfase naar de illegale content,kunnen we in mijn ogen de platforms nu niet verantwoordelijk voorhouden. Die aanloopfase naar echt illegale content vinden we allemaalerg, maar klopt het dat we met z’n allen met de handen in het haar zitten,even plat gezegd, omdat we in de kern niet weten wat we eraan moetendoen?Minister Van Weel:Nee, dat klopt. Ik noemde dat net inderdaad «legal but harmful». «Legal»omdat je er vanuit een strafrechtelijk of wettelijk kader niets tegen kandoen. Wat resteert, is dat je je eigen gebruikers afschermt. Dat kan meteen minimumleeftijd, waardoor in ieder geval de meest kwetsbare groepniet op die platforms kan komen. Dat heb je zelf in de hand. Verder ben jeovergeleverd aan de goodwillgesprekken met deze platforms. Met de eenlukt dat aardig. We hebben nu met Meta een redirectpilot lopen, waarbijmensen die naar dit soort content zoeken naar een andere pagina wordengedirigeerd. We hebben het daar al eerder over gehad in dit kader. Metandere platforms is het moeilijker samenwerken.De voorzitter:Dat waren de vragen op dit punt. Mevrouw Mutluer heeft ook nog eenvraag.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Volgens mij moet je op heel veel borden schaken en heel veel maatre-gelen treffen. Die redirectmethode is handig, maar daarmee win je deoorlog niet. Onlineplatformen hebben een zorgplicht, dus daar moet je zeaan houden. Hoe ontwikkelt de Autoriteit online Terroristisch en Kinder-pornografisch Materiaal, de ATKM, zich als toezichthouder? Wat hebbenzij daarbij nodig? Ik denk dat het goed is om dat stukje nog uit te lichten,zeg ik richting de Minister.Minister Van Weel:Het is een veelkoppig monster, zoals we gisteren tijdens het vragenuurtjeook zo’n veelkoppig monster aanpakten waarbij er niet één spoor is waarde heilige graal in te vinden is. Je moet ze echt allemaal aflopen, en datmoet je ook nog eens in samenhang doen. Ik had al eerder positieveberichten over de ATKM, en ik denk ook dat de ATKM hier echt een goederol in kan gaan vervullen, natuurlijk binnen de bevoegdheden die zij heeft.Ten eerste zien zij wat er online gebeurt en hebben daarmee dus eensignalerende functie. Ten tweede hebben ze een handhavingsfunctie. Ditgeeft ze een mooie uitgangspositie om er een rol in te spelen.Er is ook gevraagd of de NCTV de logische teammate daarbij zou kunnenzijn. De NCTV moet daar zeker bij zijn, maar ik wil ook de cruciale rol vanEconomische Zaken niet uitvlakken, noch die van Binnenlandse Zaken alshet gaat over de rol van lokale overheden, of die van de StaatssecretarisDigitalisering daar waar het gaat over de toegang. Je komt er nietonderuit dat je altijd rond de tafel zult moeten zitten, maar met eenprominente rol voor de ATKM.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dat vraagt om heel concrete richtlijnen. Misschien bestaan die wel, maarals je de ATKM als toezichthouder wil versterken, moeten die afsprakenveel minder vrijblijvend zijn – voor zover ze dat zijn; dat weet ik niet en datis daarmee ook mijn vraag. Daarom vroeg ik ook wat de toezichthouderextra nodig heeft om zijn werk zo goed mogelijk te vervullen. Hebbenjullie daar goed zicht op en wordt dat goed georganiseerd? Zo ja, hoedan?Minister Van Weel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75730 Prioriteit één is dat de ATKM gaat doen waarvoor zij is opgericht, namelijkzorgen dat schadelijke content online wordt verwijderd. Dat is de kerntaakvan de ATKM, laat ik dat vooropstellen. Dat is ook heel tastbaar, wantdaardoor zie je gewoon schadelijke bits en bytes verdwijnen van hetinternet. Ik noem een voorbeeld. Er was een spel waarmee je online7 oktober na kon spelen. Daar zijn destijds ook Kamervragen over gesteld.De ATKM, in contact met haar zusterdienst in Frankrijk, waar de serverstond, heeft er toen voor gezorgd dat deze game binnen no time offlinewerd gehaald. De potentieel schadelijke invloed die deze game zouhebben op honderden of duizenden jongeren is daardoor gemitigeerd.Dat is de kerntaak van de ATKM. Maar door het zicht dat zij hebben,kunnen zij ook een rol spelen in de rijksbrede coördinatie. Daar gaan wenog naar kijken.De voorzitter:Dat is voldoende voor nu. Dan continueert de Minister.Minister Van Weel:Ik denk dat ik daarmee de vragen over onlineradicalisering hebbeantwoord.De heer Van Nispen (SP):Toch nog kort een vraag hierover. De Minister heeft er al het een en anderover gezegd, maar in zijn antwoorden hoorde ik af en toe wel: desocialmediaplatforms werken niet mee, het is problematisch, het ismoeilijk, het is lastig. Dat begrijp ik, maar toch heb ik dan de vraag aan deMinister of hij niet vindt dat we bij big tech, de platforms, hier en daar deduimschroeven aan zouden moeten draaien. Als dat nu onvoldoende kan,wat is er dan voor nodig om dat te bereiken? Welke stappen stelt deMinister ons daarvoor in het vooruitzicht?Minister Van Weel:Ik vind zeker dat we dat moeten doen, maar de duimen van big techpassen nauwelijks in de Nederlandse duimschroeven. Je moet het dusecht op Europees niveau doen. We zijn één markt. Ik denk dat de DSA, deDigital Services Act, een goed begin is om te kijken of de platforms zichhouden aan wat we nu wettelijk hebben vereist. Daar zijn gemengdesignalen over ontvangen, maar dat gaat de Commissie dan opvolgen. Datis stap één. Maar ik denk dat het daar niet zou moeten eindigen. Zoals ikzei, zijn wij samen met Duitsland en Frankrijk echt de trekkers richting deCommissie om ervoor te zorgen dat dit wel gebeurt.De voorzitter:Is dat voldoende zo? Ja. Dan het volgende blokje. De Minister.Minister Van Weel:Dan kom ik op extremisme en terrorisme, waaronder ook dierenrechte-nextremisme. Laat ik beginnen met een onderwerp dat velen van uhebben aangekaart, het wetsvoorstel dat in consultatie is en dat gaat overhet verheerlijken van terrorisme. Ik denk dat wij een goed en zorgvuldigwetsproces hebben, met af en toe een incidentje links en rechts. In de kernzit de zorgvuldigheid van ons proces in het oplopen van een wetsvoorstelzoals dat gebeurt binnen de ministeries, waarbij er een beleidskompaswordt gehanteerd voor het beantwoorden van de vraag welk probleem jemet dat wetsvoorstel eigenlijk probeert op te lossen. Dat leidt uiteindelijktot een conceptwetsvoorstel, dat vervolgens in consultatie gaat. Daar zitdit wetsvoorstel nu, of het is er net uit.Natuurlijk is het de bedoeling van de internetconsultatie om zo veelmogelijk op te halen uit een zo breed mogelijk spectrum van actoren, omte kijken hoe er tegen het wetsvoorstel aan wordt gekeken, hoe men hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75731 interpreteert en of het verder aangescherpt kan worden om tegemoet tekomen aan hetgeen naar voren komt uit de consultatie. Het voorstel zoalsdat in consultatie ligt, hoeft dus niet een-op-een te zijn wat uiteindelijknaar de Raad van State gaat en daarna pas, na aanpassingen naaraanleiding van het advies van de Raad van State, naar uw Kamer komt. Ikdenk dat dit de zorgvuldigheid is die ons wetsproces kent en die we dusook aflopen. Dat er 11.000 reacties zijn gekomen op een wetsvoorstel vindik dus een gigantisch succes. Dat ik zelfs in NOS Stories mocht fungeren,voor het eerst, naar aanleiding van dit wetsvoorstel vind ik ook eensucces, want ook daar kun je uitleggen wat de bedoeling van hetwetsvoorstel is versus hoe het wordt geïnterpreteerd.De bedoeling van het wetsvoorstel is om openlijk steun betuigen aanterroristische organisaties dan wel het verheerlijken – «verheerlijken» iseen belangrijk woord – van terroristische misdrijven, ernstige terroris-tische misdrijven, strafbaar te stellen. Ik krijg heel vaak de vraag of datbetekent dat je niet meer met een Palestijnse vlag mag zwaaien. Nee.Betekent dat dat je niet meer een meloen mag eten? Nee. Betekent dat datje niet meer steun mag betuigen aan de bevolking in Gaza? Nee. Betekentdat dat je niet kritisch mag zijn op het Israëlische optreden? Nee. Eenheleboel van de 11.000 reacties zagen op deze angst: wat gaan weinperken aan de vrijheid van meningsuiting? Het is terecht dat daar angstvoor bestaat. Aan ons dus de plicht om uit te leggen want dan wél debedoeling is van dit wetsvoorstel en waar het op ziet.Bij het verheerlijken van terroristische acties zoals we dat in het concept-wetsvoorstel hebben gezet, gaat het bijvoorbeeld om wat mevrouwMichon noemde, het doorzetten van een onthoofdingsvideo op eenonlineplatform, met daarbij verheerlijkende smileys. Daar gaat het om.Dat is nou net een van de problemen waarvan u allemaal onderkent datwe die hier zien. We zien dat dit soort content online langskomt, datmensen «fantastisch, gaaf, lekker voor ze» zeggen. Vervolgens kunnen wijdaar niets tegen doen, want er wordt niet opgeruid en er wordt nietgezegd «jij moet dit ook doen.» Daar ligt nou net de beperking van hethuidige strafrecht in het tegengaan van deze schadelijke content.Ik zie ook dat de vrijheid van meningsuiting een groot goed is, maar ik zieniet hoe dit bijdraagt aan het maatschappelijk debat. Gewoon niet.Daarom is er een heleboel discussie over de definitie van wat er wel enniet valt onder het verheerlijken van terrorisme. Volgens het wetsvoorstelzoals het er nu ligt, mag jij zelfs begrip tonen voor mensen die terroris-tische misdrijven hebben gepleegd. Zo hoog ligt de lat op dit moment. Datkan dus. Maar op het moment dat je, bij wijze van spreken, zegt «ik vindhet fantastisch wat ze hebben gedaan en dat zou iedereen moetenvinden», ga je een grens over.De andere poot van dit wetsvoorstel gaat over het betuigen van steun aanterroristische organisaties. Het gaat dan om erkende terroristischeorganisaties die op een nationale sanctielijst staan ofwel op de sanctielijstvan de VN of de EU. Denk daarbij aan het meelopen in een optocht meteen vlag van IS. Ik zou bij God niet weten waarom je in ons vrijeNederland met een vlag van een van de meest verschrikkelijke terreuror-ganisaties ter wereld zou willen rondlopen, maar er zijn mensen die datwillen. Daar wil ik wat tegen doen.Ik zie ook niet wat het aan het debat bijdraagt om daar steun aan tebetuigen. Dat is waar dit wetsvoorstel op ziet. Ik denk dus dat we eenheleboel van die 11.000 reacties kunnen ondervangen door gewoon goeduit te leggen wat we hiermee bedoelen en dat ook goed af te bakenen. Hetis natuurlijk belangrijk dat deze Kamer daar ook wat mee kan.Nou, dat was een lange monoloog. Sorry, voorzitter, ik zag u al kijken.De voorzitter:U heeft een vraag van de heer El Abassi.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75732 De heer El Abassi (DENK):De Minister doet alsof hier consensus over is. Ik zal een voorbeeldnoemen. De Minister zegt wat mij betreft terecht dat video’s waarinmensen worden onthoofd niet mogen. Volgens mij mag dat al niet. Kandat vallen onder terreurverheerlijking? Kunnen we daar wat mee? Wat mijbetreft kunnen we de wet desnoods aanscherpen. Waarom het tochsubjectief is – dat wil ik even aankaarten – is dat hij aangeeft dat het nietbijdraagt aan het debat. We hebben hier eerder debatten over gehad.Denk aan koranverbranding. Dat draagt helemaal niks bij aan het debat.Toch vindt de Minister dat dat valt onder vrijheid van meningsuiting. Ikzou de Minister willen vragen of hij daar op dezelfde manier op reflecteert.Minister Van Weel:Dat vind ik verwerpelijk – dat heb ik ook al gezegd – maar het is wel vaneen andere orde. Het verheerlijken van terreur versus het verbranden vaneen heilig boek zijn ook in de wet twee compleet verschillende zaken.Koranverbranding is een van de onderwerpen die we hebben meege-geven aan het WODC in een onderzoek, dat lang op zich heeft latenwachten maar hopelijk toch ergens in de komende maanden komt, naaraanleiding van de vragen: «Waar moet je de grenzen leggen bij demon-streren? Zou je in de Wet openbare manifestaties, de WOM, ook begren-zingen moeten opnemen, bijvoorbeeld bij demonstreren bij een abortus-kliniek, het verbranden van een koran, het demonstreren op iemandsprivéterrein et cetera?» Die vragen zijn dus zeker actueel. Het is ookterecht dat u die stelt. Maar het is wel wat anders dan dit.De heer El Abassi (DENK):Daarmee blijft het voor mij subjectief. Vanuit mijn perspectief is het enenamelijk helemaal niet minder erg dan het andere. Het enige verschil datik hierin zie, is dat bij onthoofding de dader vaak iemand met een baard is,iemand die op een moslim lijkt. Bij koranverbranding is het andersom. Erwordt dus meer gekeken naar wie de dader en het slachtoffer zijn.Ik zal een tweede vraag stellen. De IS-vlag werd genoemd, maar ik hebook de vraag gesteld over de NSB-vlag. Vindt de Minister dat je wel metNSB-vlaggen rond mag lopen?Minister Van Weel:Toch even, hoor. Het onthoofden van iemand vergelijken met hetverbranden van de koran ... Ik vind dat wel heel moeilijk te volgen. Ik gadaar echt niet in mee. Ik vind dat ook heel raar. U zet continu eentweestrijd neer tussen moslims en niet-moslims. Ik ben daar niet meebezig als Minister. We hebben het over het verheerlijken van terrorisme.Het verbranden van de koran is niet het verheerlijken van terrorisme. Hetis verwerpelijk, maar niks meer dan dat.Dan de NSB-vlag. De NSB is niet als terroristische organisatie aange-merkt. Die bestaat ook niet meer, kan ik u vertellen. Maar we hebben weleen wetsvoorstel waarbij het vergoelijken van de Holocaust strafbaar is. Ikzou me dus zomaar kunnen voorstellen dat dat aanleiding is om het tonenvan een NSB-vlag ook strafbaar te kunnen verklaren.De voorzitter:Uw derde en laatste interruptie, meneer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Daarom weer die constatering. Ik trok net die vlaggen gelijk: de IS-vlag,vaak gedragen door een man met een baard, een moslim, en deNSB-vlag, die overigens in mijn ogen ook antisemitisch is. En dan zie ikweer een voorzichtigheid bij de Minister. Ik kan niet anders dan consta-teren dat hier subjectief naar gekeken wordt en een keiharde dubbelemaat wordt gehanteerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75733 Minister Van Weel:Een IS-vlag wordt niet vaak gedragen door een moslim met een baard. Alsu daarmee alle moslims als IS-aanhangers probeert neer te zetten, danheeft u een probleem met de manier waarop u uw eigen achterbanwegzet. Dat is wat u doet. Mensen die met een IS-vlag rondlopenverheerlijken een organisatie die staat voor het grootschalig uitvoeren vanverschrikkelijke praktijken, verschrikkelijke praktijken. De NSB bestaat nietmeer, meneer. Echt, na de Tweede Wereldoorlog is de NSB ontbonden.De voorzitter:Dank voor de reactie. Meneer El Abassi, u bent door uw interrupties heen,helaas. Dan kijk ik even verder. Mevrouw Van Zanten had ook nog eenvraag aan de Minister.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik hoorde de Minister net zeggen dat het rondlopen met een IS-vlagstrafbaar wordt, dat dat wordt gezien als terreurverheerlijking. Ik vroeg meaf of dit ook geldt voor het rondlopen met een Hamasvlag of met eenhoofdband van Hamas, want dat zien we natuurlijk de afgelopen maandenheel veel in die anti-Israëldemonstraties. Zo werd bijvoorbeeld eind maartnaast de symbolen die ik net noemde ook «dood aan Israël» gescandeerdbij zo’n demonstratie of rel in Amsterdam. Ik vroeg me af of dat daar danook onder valt.Minister Van Weel:Hamas is ook aangemerkt als een terroristische organisatie. Qua leuzenmoet ik altijd wat voorzichtiger zijn als Minister van Justitie, want daargaat het toch echt om de context waarin wat wordt geschreeuwd. De leusdie u nu noemt, is niet per se het verheerlijken van terrorisme, maar kunje wel onder opruiing scharen bijvoorbeeld. Maar goed, uiteindelijk is hetaan het OM om daar keuzes in te maken.De voorzitter:Mevrouw Mutluer heeft nog een vraag.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik heb meer een ordevoorstel. Ik wil nu best een debat gaan voeren overdeze wet, maar ik weet niet of dit de plek is. Dat geef ik even mee aan devoorzitter.De voorzitter:Hartelijk dank voor het meedenken. Ik denk dat dit punt zo goedbesproken is, vanuit de leden en vanuit de Minister. Dan vraag de Ministerom vooral verder te gaan.Minister Van Weel:Ik beginsel komt die nog een keer terug, maar dan in een andere setting.Dan de dierenbeweging. Dat zeg ik eufemistisch. We hebben gisteren eenuitgebreid vragenuurtje gehad over dit onderwerp. Laat ik daar niet al teveel doublures in zetten. Ik wil beginnen met zeggen dat de politie meteenheeft gereageerd op dat interview, en terecht. Verwerpelijk, deze oproeptot geweld tegen het BBB-gebouw. Het is verder nu aan het OM om daaronderzoek naar te doen. Daarom kan ik ook even niets zeggen over zijnverdere betrekkingen et cetera. We moeten nu echt even het strafrechtelijkonderzoek op zijn beloop laten. Ik heb gisteren al gezegd dat er naaraanleiding van deze gebeurtenissen wel weer vernieuwde en verhoogdeaandacht is, in ieder geval vanuit de NCTV, voor het potentieel extremis-tische karakter van deze beweging.Wat doen we in het voortraject als het gaat om dit activisme, vroegmevrouw Michon-Derkzen nog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75734 De voorzitter:Als eerst mevrouw Van Zanten nog een vraag mag stellen.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik hoorde de Minister gisteren tijdens het vragenuur tegen mijn collegaVan der Plas zeggen dat sinds afgelopen weekend het dreigingsbeeld isbijgesteld. Wij vragen ons echter af wanneer wij horen hoe dit dreigings-beeld er dan concreet uitziet en ook welke specifieke maatregelen daardan bij horen om dit dierenextremisme aan te pakken.Minister Van Weel:Eén. We hebben onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten in Nederland.Over wat die allemaal doen, kan ik geen uitspraken doen. Die doen altijduit eigen beweging onderzoek naar extremistische bewegingen. Twee.Wat de NCTV doet, is halfjaarlijks in het Dreigingsbeeld TerrorismeNederland een schets geven van de trends en de ontwikkelingen die zijzien. Uiteindelijk is het DTN weer een waardevolle input voor dehandhaving, om te weten wat er potentieel speelt op lokaal terrein.Daarnaast geldt natuurlijk altijd dat daar waar strafrechtelijke grenzenworden overschreden gewoon wordt opgetreden, zoals dat nu ook isgebeurd tegen deze persoon.De voorzitter:Uw laatste vraag, mevrouw Van Zanten.Mevrouw Van Zanten (BBB):Dan wil ik toch een laatste een vraag stellen aan de Minister. Ik zei in mijneerste termijn al dat wij niet alleen te maken hebben met bedreiging vanons partijkantoor. We hebben ook een aantal politici binnen onze partij diezeer ernstig bedreigd worden en waar eigenlijk ook niet heel veel aan kanworden gedaan, althans op dit moment. Ik ben zelf van mening dat daarmeer aan kan worden gedaan, door actiever achter dit soort daders aan tegaan. Dit is zo’n ongelofelijke inbreuk op het veiligheidsgevoel vanmensen, als jij een brief thuiskrijgt met een doodshoofd waar een gaatjein zit en waarin wordt gezegd: er zijn meerdere manieren om je naar dehel te sturen, jouw tijd komt nog wel. Dit is heel, heel heftig. Dus ik wilheel graag van de Minister concreet weten hoe dit meer prioriteit kankrijgen.Minister Van Weel:Laat ik het zo zeggen: ik roep iedereen die hiermee te maken heeft op omaangifte te doen. Dat klinkt heel flauw, maar dat is wel nodig om deraderen van justitie in beweging te zetten. Dat geldt zeker voorbestuurders die zich geïntimideerd of bedreigd voelen. Dat is meestal eencategorie mensen die denkt: ach, ik heb er zelf voor gekozen om met mijnkop in de wind te staan en ik zit het nog wel even uit. Mijn boodschap zouzijn: «Doe dat niet. U bent nou juist de categorie die wij met prioriteitmoeten beschermen. Want als we geen mensen meer hebben die hetopenbaar bestuur willen leiden, dan glijden we als land af.» Dus dat zoumijn eerste oproep zijn. Dan is het natuurlijk aan de politie om dat verderadequaat op te pakken, ook daar waar het gaat om intimidatie.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Van Weel:Mevrouw Mutluer vroeg naar de signalering: hoe kan je ervoor zorgen datje mensen vroegtijdig in beeld krijgt? Ik heb net al even het inlichtingen-traject geschetst. De lokale aanpak die wij kennen in onze gemeenten opradicalisering kent een groot aantal partners, uit het veiligheidsdomein,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75735 maar ook uit het sociaal domein en het zorgdomein, die samenkomen omvroegtijdig te signaleren of er met iemand iets aan de hand is in het kadervan radicalisering en wat daar dan aan gedaan kan worden. Daar stellenwe ook versterkingsgelden voor beschikbaar vanuit het Rijk. Die gebruikende gemeenten voor het opzetten van structuren en het onderhouden vansamenwerkingsverbanden, maar ook voor het trainen van lokaleprofessionals om dit soort signalen vroegtijdig te kunnen herkennen. Bijdie vroegsignalering heb je te maken met een weegploeg. Inmiddelshebben we daar een wettelijk kader voor. Die staat aan de basis van eenpersoonsgerichte aanpak, om te zorgen dat iemand intensievere zorgkrijgt, dat er vanuit school meer aandacht wordt besteed of dat er eenstopgesprek wordt gevoerd vanuit de politie. Zo zijn er verschillende toolsin de toolbox.De voorzitter:Dat leidt tot een vraag van mevrouw Mutluer, haar derde en tevenslaatste.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Heeft u net mijn ordevoorstel als interruptie meegenomen?De voorzitter:Ik zou niet durven, mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Oké. Gelukkig. Dus ik heb er nog twee?De voorzitter:Dit is de derde dan.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Oké. Helaas. Hè, wat jammer nou. Het was het proberen waard. Ik kan meeen eerdere discussie met de Minister herinneren over de persoonsge-richte aanpak en mijn wens om daar ook als Kamer veel meer zicht op tekrijgen. Ik meen mij te herinneren dat de Minister toen zei: dat is eenlokale aangelegenheid en de burgemeester geeft tekst en uitleg aan degemeenteraad. Ik heb absoluut nog steeds behoefte aan informatie overhoe het er in de persoonsgerichte aanpak, bij het voorkomen vanradicalisering, met name bij jongeren, aan toegaat op lokaal niveau, of dateffectief is en wat daarvoor nodig is. Daarom mijn laatste vraag. Ik wildaar gewoon veel explicieter, veel concreter in worden meegenomen,zonder hier gemeenteraadje te spelen. Dat is niet mijn doel, maar ik wilwel zicht hebben op de effectiviteit van de aanpak en de kwaliteit en dekwantiteit ervan. Daarop hoor ik graag een toezegging of een heelconcrete suggestie van de Minister.Minister Van Weel:Mijn heel concrete suggestie zou een technische briefing zijn, waarin wehet liefst een paar vertegenwoordigers van verschillende gemeentes dienet weer een eigen insteek hebben u laten briefen over wat hunervaringen zijn, waar ze heen lopen, wat positief is gegaan en wat zenodig hebben. Dat is mijn toezegging.De voorzitter:Oké. Dat gaan we noteren. Gaat u verder.Minister Van Weel:Mevrouw Michon-Derkzen vroeg hoe het zit met partners van veroor-deelde terroristen die nu in een aantal gevallen in hoger beroep zijnvrijgesproken van het lid zijn van een terroristische organisatie. U noemdeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75736 het al: er is cassatie ingesteld bij de Hoge Raad, omdat het OM het hierniet mee eens is. Ik wacht op de uitspraak van de Hoge Raad voordat ik erverder uitspraken over doe.Dat geldt ook voor het geval van de persoon die is opgepakt in Apeldoorn.Er werd gevraagd naar de stand van zaken in deze zaak. Dat onderzoekloopt nog, dus ook daarover zult u mij niet in detail horen.Ik kan wel wat meer zeggen over de kans dat mannelijke uitreizigers naarNederland komen, een vraag van de heer Eerdmans en een aantalanderen. Is het afwegingskader dat we daarbij hanteren nog steedsactueel? Ja, daar is niks in veranderd. We hebben altijd gezegd dat dat eenindividuele weging is waarbij de nationale veiligheid, maar ook deveiligheid van degenen die zouden moeten repatriëren een heel grote rolspelen. Tot nu toe heeft u gemerkt dat anders dan enkele vrouwen enkinderen er geen mannen zijn gerepatrieerd naar Nederland. Daar zijn nuook geen voornemens voor.De heer Eerdmans (JA21):Dat geeft nog steeds geen uitsluitsel. Sterker nog, ik zie het slot op dedeur niet. Er zijn gevallen mogelijk, zoals mevrouw Michon al zei, waarinde rechter wel degelijk bepaalt dat die mensen hun straf in Nederlandmoeten uitzitten terwijl zij in Syrië zijn opgesloten. Dan zouden wij alsNederland dus genoodzaakt zijn om die mannen hiernaartoe te halen. Kandat worden uitgesloten? Anders zal ik er nog een keer een motie overindienen, want het mag dan wel om een enkeling gaan, maar het zijn zeerdreigende figuren, zoals we weten. Ik heb daar dus moeite mee.Minister Van Weel:Er zijn verschillende rechterlijke uitspraken geweest die ongeveer dierichting opgingen. Er zijn ook verschillende rechterlijke verzoeken geweestom mensen daar op te halen ten behoeve van hun proces. In alle gevallenblijft het een individuele weging. Dat is in het recht ook niet ongebrui-kelijk. Maar in alle gevallen, ook na een uitspraak van de rechter, is hetaan de regering om de afweging te maken of we gaan repatriëren. Zoals ikal zei, speelt de nationale veiligheid daarbij een heel grote rol.De heer Eerdmans (JA21):Dan vat ik het zo samen: de Minister is bereid om een vonnis naast zichneer te leggen als dat vonnis de nationale veiligheid in gevaar brengt.Minister Van Weel:Dat is een mogelijke uitkomst van dat afwegingskader.De heer Eerdmans (JA21):Dan sluiten we dus uit dat er mensen hiernaartoe komen die voor onsgevaar opleveren, Nederlanders die uitreizen uit Syrië. Door de brief benik daar namelijk juist wankel over in mijn gedachten. Ik zie namelijk dat eraltijd wordt gekeken naar «omstandigheden». Ik wil weten dat als dieomstandigheden zijn «een gevaar voor Nederland», we het gewoon nietdoen; punt.Minister Van Weel:Ik kan als Minister van Justitie geen categorische uitsluitingen maken. Iknoem het een afwegingskader en dat is het ook. Ik zeg u dat het in elkefase van het proces aan de regering is om uiteindelijk de afweging temaken of we overgaan tot repatriëring of niet, en dat de nationaleveiligheid daarbij nadrukkelijk wordt meegewogen. Ik wijs u ook op degeschiedenis tot op heden, want dit beleid is niet nieuw. Dit staat al jaren;ook in vorige hoedanigheden hebben we dit ooit, ik denk in 2015, alTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75737 opgesteld. Sindsdien heeft u gezien dat er nog geen mannelijke uitreizigeris gerepatrieerd. Ik heb u verteld dat daar nu ook geen voornemens toezijn.De voorzitter:We hebben nog een halfuur voor het debat, dus gaat u vooral door.Minister Van Weel:De heer El Abassi vroeg: gaat de Minister ook hard optreden tegenrechts-extremisme? Met het voorbeeld dat hij noemde van de persoonvan de Geuzenbond, maar ook gezien enkele recente aanhoudingen in hetlicht van The Base, en de soevereinen die zijn opgepakt op verdenking vanhet voorbereiden van een aanslag, denk ik dat het wel duidelijk is dat inieder geval de Nederlandse justitie wel neutraal kijkt naar alle vormen vanextremisme en terrorisme, en daar actie op onderneemt op het momentdat daar een dreiging ontstaat voor individuen of voor de nationaleveiligheid. Het heeft net zo veel onze aandacht als andersom.Dit hangt enigszins samen met de vraag van de heer Aardema over dehandreiking van de politie die verscheen op het internet. Deze handreikingzag nou juist op meer deze kant van de samenleving, op mensen die viacomplottheorieën of anderszins afdrijven richting extremistisch – in ditgeval meer rechtsgeoriënteerd – gedachtegoed. Ik zeg ook tegen de heerAardema: dit is dus waarom u jihadisme niet ziet in die handreiking; dezehandreiking ziet echt op een ander deel van het spectrum en niet opjihadisme. Ook de nationale politie en de NCTV zijn zeer alert op dezestroming; zij hebben ook een symbolenbank om bij te houden hoe ditverschijnsel zich ontwikkelt. En ook de diensten kijken natuurlijk naarindividuen in dit kader. Dat heeft ook geleid tot deze actie.Ten slotte. The Base is onlangs door ons op de nationale sanctielijstgeplaatst. Daardoor heeft ook de Europese Unie nu de gelegenheid omdat te gaan doen. Zoals u weet, is The Base een organisatie die door heelEuropa actief is en daardoor ook een bredere bedreiging vormt.Dat brengt mij, denk ik, aan het einde van het kopje extremisme enterrorisme. Ik kom nog te spreken over de veroordeelden die vrij zijngekomen. Daar kom ik dan nu op, bij het kopje intrekking van hetNederlanderschap. Daar is natuurlijk veel discussie over geweest, in hetverleden en ook nu nog; ik denk dat ik niet alle voor- en nadelen van dieintrekking nu hoef te hernemen. De zorg, die deels terecht is, van enkelenvan u, is: «Hoe zit het met mensen die we het Nederlanderschap hebbenontnomen en die we uiteindelijk niet het land uit krijgen? Wat gebeurtdaar dan mee?» Nou, die vormen een uitdaging voor de inlichtingen-dienst, omdat met het vervallen van de verblijfsstatus ook de toegang toteen aantal faciliteiten zoals huisvesting, geestelijke gezondheidszorg ofreclassering automatisch komt te vervallen. Dan kan het dus zijn datiemand verdwijnt in de illegaliteit en daardoor mogelijk ook vervalt, maarook moeilijker te traceren is.Wij hebben daar in individuele casus mitigerende maatregelen opgenomen. Ik kan daar niet veel over zeggen, maar onder andere deTijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding biedt deMinister van Justitie een aantal instrumenten om te zorgen dat dezemensen toch in beeld blijven. Uiteraard is daarbij ook een rol voor onzediensten weggelegd. Ook zijn we in gesprek met diensten als ReclasseringNederland om te zorgen dat er enige vorm van toezicht mogelijk blijft opmensen die hier gewoon nog niet kunnen vertrekken.On a positive note: het is ons recent wel gelukt om een aantal mensenmet een hogere dreiging alsnog uitgezet te krijgen naar het land waarvanzij wel over de nationaliteit beschikken. Dat werd eerder gezien als ietswat mogelijk nooit zou lukken, maar is dus toch gelukt. Uiteindelijk wasdat natuurlijk het doel van deze maatregel, die echt niet zomaar tegenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75738 mensen wordt genomen; daarvoor moet je echt behoorlijk ernstigemisdrijven hebben begaan.Ik kan het niet individueel over aantallen hebben. We informeren unatuurlijk wel op hoofdlijnen over de mensen die vrijkomen en welkedreiging daar globaal op zit, maar in meer detail doen we dat in degeëigende gremia. Ik kan daar niet in meer detail op ingaan.Voorzitter. Dan heb ik nog het kopje andere belangrijke vragen. Ik zalproberen om ook daar gezwind doorheen te gaan. Over de defensie-aanpak hebben we het eigenlijk al gehad. Dat ging over de vraag van deheer Van Nispen over de lokale persoonsgerichte aanpak, waar echtiedereen bijeenkomt. Daar is het natuurlijk de bedoeling om mensen zovroeg mogelijk te signaleren, voordat zij in het strafrecht terechtkomen.Er was een vraag van de heer Aardema of we bands en artiesten zoalsBob Vylan en Kneecap hier zouden moeten willen. Volgens Nederlandsewet- en regelgeving moet er een bedreiging zijn van de openbare orde ofde nationale veiligheid om op voorhand iemand de toegang of eenpodium te ontzeggen. Ik heb dat in het verleden wel gedaan; denk aan despreker van Samidoun. Dat gebeurde destijds op basis van zijn opruiendeuitspraken. Die drempel wordt in dit geval, bij deze artiesten niet gehaald.Ik vind ook dat je bij artiesten net een hogere drempel moet hanteren. Datwil niet zeggen dat als zij opruiende en strafbare teksten doen, daadwer-kelijk doen, zij niet alsnog kunnen worden aangepakt, zoals nu ook inEngeland is gebeurd naar aanleiding van eerdere uitspraken. Maar datmoet dan wel after the fact zijn.Je kunt je dan nog afvragen of het getuigt van inlevingsvermogen ofgoede smaak of anderszins als je dit soort bands een podium geeft. Eenaantal landen hadden mogelijkheden om hun dat podium te ontzeggen –die mogelijkheden heb ik niet – of hadden poppodia of festivals die zelfbesloten om de uitnodiging in te trekken. Ik meen dat er ook gesprekkenzijn gevoerd met in dit geval Paradiso, maar daar is besloten om deagendering in stand te laten. Tja, dan houden op een gegeven momentmijn tools aan de voorkant op.De heer El Abassi vroeg naar stochastisch terrorisme. Daar hebben we, ikmeen een aantal maanden geleden, een WODC-onderzoek naar latendoen. Dat hebben we uw Kamer ook toegestuurd. In dat onderzoek wordtgesteld, in het kort, dat het niet mogelijk is om verbanden met stochas-tisch terrorisme vast te stellen, omdat er geen expliciete oproep totgeweld in zit. Het moeilijke is om dat aan individuen toe te schrijven: wieis de aanjager geweest en waartoe heeft het uiteindelijk geleid? Deconclusie van het onderzoek van het WODC is dat het niet aantoonbaar isdat dit fenomeen de kans op radicalisering verhoogt. Daarom beveelt hetWODC aan om deze term niet meer te gebruiken.Mevrouw Michon-Derkzen had een korte vraag over de knelpunten vanorganisaties als de DSI ten aanzien van personen met verward gedrag.Voor die vraag zou ik heel graag door willen verwijzen naar het commis-siedebat over personen met verward gedrag dat we volgens mij ergens inde komende weken nog hebben. Dan zal ik ook deze capaciteitsvraagdaarin meenemen. Ik denk dat die meer daarbij hoort dan bij dit terroris-medebat.De heer Van Nispen had een vraag over het ICCT. U heeft gelijk: debezuiniging is ingezet door het Ministerie van Buitenlandse Zaken, datnatuurlijk voor grote opgaven staat. Ik zie uw vragen graag aan die kantbinnenkomen. Laat ik vanuit deze positie zeggen dat het ICCT voor onzebeleidsontwikkeling geen cruciale speler is. Wij zien het als een kennisin-stituut dat zicht geeft op het fenomeen, maar niet als een onderdeel vande CT-beleidscyclus.De voorzitter:Een vraag van de heer Van Nispen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75739 De heer Van Nispen (SP):Deze Minister had al een internationaal profiel. Dat wordt nog verderversterkt door zijn aanstaande benoeming, als ik het goed heb begrepen.Laten we er niet omheen draaien; we zitten hier gewoon onder elkaar. Ikvraag deze Minister wat hij vanuit zijn huidige rol vindt van dit onderwerp,terrorisme en extremisme, en dan zegt hij: ik zie het ICCT niet als eencruciale speler. Ik zou dat eigenlijk wel onderbouwd willen zien, want voorzover ik weet, is er tot nu toe niet vanuit Buitenlandse Zaken maar ook nietvanuit Justitie en Veiligheid een onderbouwing aan de Kamer gegevenwaarom we wel zo ongeveer zonder dit instituut kunnen en waarom diefinanciering wel weg kan. Ik denk dat dat een hele redelijke vraag is. Ik stelhem nu en ik ga hem dan niet ook nog schriftelijk richten aan de Ministervan Buitenlandse Zaken, want dan komt die vrijdag bij dezelfde persoonop het bordje. Ik stel dus nu de vraag. De Minister van Justitie enVeiligheid, namelijk de heer Van Weel, mag die opnemen met detoekomstige Minister van Buitenlandse Zaken, de heer Van Weel; hetmaakt mij niet uit hoe ze het regelen. Maar kunnen we een brief krijgenmet een onderbouwing van het nut en de noodzaak en dat het geenrisico’s heeft dat hierop bezuinigd wordt? Dat is eigenlijk wat ik vraag.Minister Van Weel:Maar het is een beetje de omgekeerde wereld dat ik het gebrek aan eennut en een noodzaak van een organisatie zou moeten onderbouwen. Ikduid u: ze hebben geen rol in de beleidsvorming, dus het Ministerie vanJustitie kan op CT-gebied doen wat het doet zonder het functioneren vanhet ICCT. Zo hard zet ik het dan maar neer, want als u mij ooit zoudwingen tot een brief, zou ik het ook zo neerzetten. Dat neemt niet wegdat kennisinstituten natuurlijk een belangrijke rol kunnen vervullen in hetdebat en in andere omstandigheden. Is dat cruciaal? Misschien niet. Ik hebnog geen vol zicht op de begroting van Buitenlandse Zaken. Daarom vindik het moeilijk om een weging te maken. Wat weegt zwaar en wat niet?Welke keuzes maak ik daarin? Maar dat is een weging die ik echt pas aande andere kant ga maken.De heer Van Nispen (SP):Hoe kan de Minister het nou «de omgekeerde wereld» noemen? Het is ietswaar de Kamer nog niet over geïnformeerd is. Er was financiering. Diewordt zo ongeveer geschrapt of er vindt in ieder geval een bezuinigingplaats. Ik vraag de Minister vervolgens om die te onderbouwen en hijvindt dat de omgekeerde wereld. Dat lijkt me niet. Ik vind het heel redelijkdat we de Minister vragen te onderbouwen waarom een bezuiniginggerechtvaardigd is. Ja, dan vraag ik inderdaad om een brief waarin deMinister, misschien namens Justitie en Veiligheid en Buitenlandse Zaken,nog even los van de persoon, een onderbouwing aan de Kamer geeftwaarom we wel zonder een instituut kunnen en waarom het verstandig isom te bezuinigen op het onderzoeken van externe terrorismedreiging,preventie en preventieprojecten, al dat soort zaken. Volgens mij is het heelredelijk om in een debat waarin we het drie uur lang hebben gehad overde aanpak van terrorisme en extremisme, te vragen om een brief aan deKamer waarin wordt onderbouwd waarom het kabinet gaat bezuinigen oppreventie. Dat is inderdaad wat ik vraag.Minister Van Weel:U gaat ervan uit dat het ICCT aan preventie doet. Dat is dan ook weer eennieuwe taak voor mij. Zo zie ik het niet, want voor mij is het, zoals ik al zei,een kennisinstituut. Daar hebben we er vele van. Helaas hebben we indeze tijd ook te maken met veel bezuinigingen. En ja, die slaan in dit gevalneer bij het ICCT. Dat kunnen we bij de begrotingsbehandeling van BZnatuurlijk behandelen. Als u zegt dat u het graag ergens anders zou willenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75740 laten neerslaan, dan hebben we daarvoor de mogelijkheid vanamendering.Als u mij vraagt welke taken van het ICCT wegvallen als het ICCT geenandere externe financiering of opdrachtgevers kan vinden en dus ophoudtte bestaan, kan ik die vraag beantwoorden. Maar ik voel dus niet dedwang om elke bezuiniging inhoudelijk te motiveren. Dat lijkt me tochvreemd, want dat is een onderdeel van het totaalpakket van de begroting.En daar hebben we het dan over.De voorzitter:Gaat u verder of bent u al helemaal klaar?Minister Van Weel:Ik heb er nog een, namelijk de vraag van Michon-Derkzen hoe weverdergaan met het verbieden van organisaties als Samidoun. Ik heb udaarover een verkenning gestuurd. Daarbij heb ik bekeken wat onzemogelijkheden zijn. We hebben onder andere gekeken naar het BurgerlijkWetboek, artikel 2:20. Op grond daarvan kan het OM daarom vragen. Tentijde van het sturen van de brief lag het initiatiefwetsvoorstel er nog omoutlaw motorcycle gangs te verbieden. Dat voorstel is in de Eerste Kameruiteindelijk gesneuveld. Daar werd al aan gerefereerd. We hebben verdernog de Wet transparantie maatschappelijke organisaties. Die wet is doorde Tweede Kamer en ligt nu voor in de Eerste Kamer. Dat alles heb ikgecombineerd met een internationale verkenning naar wat andere landendoen om organisaties bestuurlijk te verbieden. Met name in Frankrijk is ereen systeem waarbij organisaties op concrete gronden verboden kunnenworden. Ik doe nu nader onderzoek naar de vraag of dat ook aanknopings-punten biedt om daar eventueel in Nederland toe over te gaan. Deuitkomsten van dat onderzoek krijgt u alvorens we een collectief besluitnemen over de vraag of zich dat moet vertalen in verdere Nederlandsewet- en regelgeving.De voorzitter:Hartelijk dank voor uw beantwoording in eerste termijn. Zijn er nogprangende onbeantwoorde vragen blijven liggen?De heer Six Dijkstra (NSC):Volgens mij is een vraag van mij onbeantwoord, namelijk de vraag naarde handelingsperspectieven en handvatten voor gemeenten tegenonlineradicalisering. Ik meen dat die vraag is blijven liggen.De voorzitter:Meneer Eerdmans, heeft u ook een onbeantwoorde vraag?De heer Eerdmans (JA21):Ik heb een vraag gesteld over de beklemmende en ook wel intrigerendeopmerking van de oud-NCTV-baas dat oorlog een winnend concept isgeworden. Is die wel beantwoord? Wat was het antwoord dan?Minister Van Weel:Nee!De heer Eerdmans (JA21):Oké, precies. Je kunt er waarschijnlijk een dag over debatteren en het isook een mooie titel voor een symposium.De voorzitter:We inventariseren nu de onbeantwoorde vragen.De heer Eerdmans (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75741 Dan ga ik het nog even goed tot mij nemen. Dank u wel.De voorzitter:Minister, de vraag van de heer Six Dijkstra.Minister Van Weel:Die hangt samen met twee vragen die we hebben besproken. De eerste isdie lokale persoonsgerichte aanpak. Als er signalen komen uit hetonlinedomein, kan dat ertoe leiden dat die op zo’n tafel terechtkomen. Devraag is dan alleen nog even waar die signalen vandaan komen. Diekunnen van hulpverleners komen. Die kunnen van schoolbegeleiderskomen of van anderen in zo’n besloten appgroep. Die kunnen allemaal hetsignaal afgeven dat ze het idee hebben dat hier iets niet goed gaat. Dat isde eerste.Twee. Ik had het al over het wetsvoorstel om gemeenten meer bevoegd-heden te geven om in openbare onlinegroepen mee te kijken. Ik ben ervanovertuigd dat dat hier ook bij gaat helpen. Maar zoals gezegd zit datwetsvoorstel nog in de consultatiefase. Dat duurt dus nog even.De voorzitter:Hartelijk dank. We zijn aan het eind gekomen van de eerste termijn. Wekunnen nog een hele korte tweede termijn doen ter afsluiting: één minuuten één interruptie aan de leden. Als eerste is het woord aan de heerEerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Voorzitter, ik heb verder geen vragen, maar ik wil wel een tweeminuten-debat aanvragen. Ik doe dat voor het geval wij toch een motie willenindienen.Dank aan de Minister en zijn ondersteuning voor de beantwoording.De voorzitter:Hartelijk dank. We zullen u noteren als eerste spreker. Mevrouw Michon-Derkzen, aan u het woord.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Voorzitter, ik heb al een concrete motie in gedachten en ik sluit me duszeker aan bij het tweeminutendebat dat net is aangevraagd.Het punt dat mij triggert en waarop ik in het tweeminutendebat wildoorgaan, is dat online. Ik hoor de Minister zeggen dat alle partners hunverantwoordelijkheid pakken. Dat geloof ik direct, want het zijn ookallemaal hele goede partijen die daarbij betrokken zijn. Maar het gaat mijerom dat ze dat maar voor een deel kunnen waarmaken, omdat ergewoon hiaten in de wetgeving zitten of omdat Europa de techbedrijvennog aan moet pakken; noem het allemaal maar op. Dat is één aspect. Eenander aspect is dat ze het allemaal nog te veel, met alle respect, op huneigen eiland doen. Ik zou hopen dat er meer samengewerkt gaat worden,omdat ik vind dat die onlineaanpak echt op alle fronten de grote dreigingis die op ons afkomt. Ik hoop dat we daarover ook hier in de Kamer eenhele mooie inhoudelijke discussie over zullen hebben in de komende jarenaan de hand van de wetgeving die we nog gaan krijgen.Dank u wel.De voorzitter:U bedankt. Mevrouw Van Zanten.Mevrouw Van Zanten (BBB):Dank u wel, voorzitter, en dank aan de Minister voor de beantwoordingvan de vragen. Ik wil nog één ding even noemen. De Minister zegde toedat het dierenextremisme in de eerstvolgende halfjaarbrief wordtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75742 meegenomen. Gezien de urgentie – niet alleen wij maar ook een aantalandere collega’s hebben hierover vragen gesteld – zou ik de Ministerwillen vragen om daarnaast ook een aparte brief naar de Kamer te sturenspecifiek over dierenextremisme, het dreigingsbeeld en de aanpak, zodradie aanpak wat concreter is.Dank u.De voorzitter:Hartelijk dank. De heer Aardema.De heer Aardema (PVV):Dank, voorzitter. Ook ik dank de Minister voor zijn antwoorden. Als ik goedheb geluisterd, heeft hij gezegd dat vrijgelaten afgestrafte terroristen nietvogelvrij in Nederland rondlopen, maar zijn uitgezet of goed wordengemonitord. Ik zou dat graag nog bevestigd willen hebben.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Sneller.De heer Sneller (D66):Ook ik dank de Minister voor zijn beantwoording. Ik had gehoopt dat eriets meer reflectie was gekomen over de wet verheerlijking terrorisme.Het is goed dat de Minister zijn intenties en de afbakening, die wat hembetreft oorspronkelijk de bedoeling was, nog heeft neergezet. Maar de watbredere kant, bijvoorbeeld de onderliggend trends, waardoor dit ook zowordt gezien door alle mensen die een consultatiereactie hebbeningestuurd, en wat we daarmee moeten, werd, geloof ik, buiten de ordeverklaard. Dat doen we dan hopelijk een andere keer.De voorzitter:Dank u wel. De heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Voorzitter. Allereerst over de bezuinigingen op terrorismebestrijding. DeMinister wil niet inhoudelijk motiveren waarom er bezuinigd wordt opterrorismebestrijding, ook niet als ik hem expliciet die vraag stel. Laat ikde vraag dan zo stellen: mag ik van de Minister een schriftelijke reactie ophet artikel in Het Financieele Dagblad van 29 augustus «Bezuiniging opterrorismebestrijding is kwalijk»? Kunnen we het dan zo afspreken dat deMinister het of doorgeleidt naar Buitenlandse Zaken of zelf met eenschriftelijke reactie komt?Mijn tweede punt gaat over de wet verheerlijken terrorisme. Ik begrijp deintenties echt. Absoluut. Maar ook deze Minister is maar een passant,zoals wij dat allemaal zijn. En waarin mijn zorgen en bezwaren zitten, isdat er in de toekomst politieke druk kan ontstaan. De Minister noemdebijvoorbeeld de nationale lijst met organisaties. Er zijn naast de Europeselijsten ook nationale sanctielijsten. De Kamer kan bij motie een bepaaldeorganisatie toevoegen aan die lijst. Als je vervolgens symbolen, leuzen ofweet ik wat van die organisatie roept of tentoonspreidt, kan dat dusstrafbaar zijn.Zo kan er politieke druk ontstaan. Daar zit onder andere mijn zorg. Ik zegniet dat deze Minister dat wil of dat gaat doen en ik beschuldig hier ookgeen Kamerleden, maar herkent de Minister dat deze dynamiek kanontstaan en dat daarover ook zorgen en bezwaren bestaan? Ik ben daarbenieuwd naar en naar hoe de Minister daarmee omgaat in het vervolgvan de wetsbehandeling. Het is nu immers nog een concept.De voorzitter:Hartelijk dank. De heer Six Dijkstra.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75743 De heer Six Dijkstra (NSC):Dank u wel, voorzitter, en dank aan de Minister voor de beantwoordingvan de vragen. Wat bij mij en waarschijnlijk bij veel collega’s blijft hangen,is het ongemak rondom onlineradicalisering en het gevoel dat we er opgeen enkele manier echt grip op krijgen. De platforms nemen hunverantwoordelijkheid niet. De daders zijn vogelvrij. Daardoor worden onzekinderen daaraan blootgesteld zonder enig filter aan de voorkant.Ik ga nog even broeden op moties voor het tweeminutendebat, maar ikconstateer nu alvast wel dat hier nog een heleboel meer moet gebeuren.De voorzitter:Hartelijk dank. Mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Daar kan ik mij volledig bij aansluiten. Onlineradicalisering uit welke hoekdan ook moeten we gewoon keihard aanpakken.De Minister is ingegaan op de rijksbrede coördinatie, maar wat dat preciesinhoudt, hoe de ATKM goed wordt ondersteund en hoe partijen bij elkaarworden gebracht, is mij nog niet helemaal helder. Daar zou ik dusabsoluut meer vaart op willen zien.Ik ben verder blij met de persoonsgerichte aanpak. Uiteindelijk moeten wehet voorkomen, maar als we eenmaal die jongens en meisjes – het zijnnatuurlijk ook hier weer voornamelijk mannen! – in het vizier hebben,moet die persoonsgerichte aanpak er zijn. Daarom vind ik het van belangdat wij via een technische briefing te horen krijgen wat er goed gaat, watde uitdagingen zijn en wat de Kamer dan wel de landelijke overheid daarextra voor kan betekenen.De voorzitter:Hartelijk dank. De heer Boswijk.De heer Boswijk (CDA):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister. Het is mogelijk zijn laatstedebat in deze hoedanigheid en dus ook dank voor zijn inzet als Ministervan JenV gedurende het afgelopen anderhalf jaar.Ik zeg maar meteen dat ik de antwoorden wat onbevredigend vond. Ikweet dat de Minister dat ook doet, maar ik maak mij zeer grote zorgenover de radicalisering online en de afwezigheid van verantwoordelijk-heidsgevoel bij de grote techbedrijven. Ik zou de Minister en zijn opvolgerdan ook echt willen aanmoedigen om hier wat meer ruimte op te pakken.Ik moedig ook mijn collega’s aan om niet te bang te zijn om metwetgeving te komen.Het verheerlijken van terreur. Ik denk dat daar een heel goede beweging isgemaakt. We moeten de wet nog gaan bestuderen, maar het is gewooneen probleem. Mijn maag draait om als een stel onverlaten het heelnormaal vindt om met een IS-vlag te gaan zwaaien.Dank nogmaals. Ik weet niet of er een tweeminutendebat is aangevraagd,maar ... Dat is gebeurd? Mooi!De voorzitter:U bedankt. De heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dank. Ik heb volgens mij nog een antwoord gemist. Ik hebnamelijk gevraagd naar de racistische vernielingen in Duindorp enHendrik-Ido-Ambacht. De vraag was of de Minister met een landelijkhandelingskader komt voor burgemeesters en politie om haatincidentenmet extremistische motieven snel te herkennen, publiek te duiden enprioritair te vervolgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75744 Verder wil ik nog even kort stilstaan bij stochastisch terrorisme. Ik dachtde Minister te hebben horen zeggen dat ze daar niks mee willen doen.Tegelijkertijd had ik al wel aangeven dat professor Karin de Vries,hoogleraar grondrechten, aangegeven heeft dat dit racistisch en strafbaaris. Ze wijst daarbij op biologisch racisme in de beeldtaal en de parallellenmet nazipropaganda, iets wat in een rechtszaak zelfs een zwaardere strafkan rechtvaardigen. Ik zou de Minister willen vragen om daarop tereflecteren.De voorzitter:Hartelijk dank aan allen voor de inbreng in tweede termijn. Dan nu deMinister voor de beantwoording in tweede termijn. Aan hem het woord.Voordat hij daarmee begint, zeg ik nog dat de leden daarin één interruptiehebben.Minister Van Weel:Voorzitter, dank u wel. Laat ik ze aflopen. Het is overigens nog niet mijnlaatste debat als Minister van Justitie en Veiligheid, want ik heb er morgenmaar liefst vijf! Ik hoop enkelen van u dan ook nog terug te zien in dezehoedanigheid.De heer Aardema. Natuurlijk monitoren wij terrorismeveroordeelden diewe niet kunnen uitzetten. Het doel blijft om ze terug te krijgen. Ik ben dusheel blij dat er onlangs in een aantal gevallen beweging is gekomen, wantdat is uiteindelijk waarom die maatregel in het leven is geroepen. Maar inde tussentijd doen we natuurlijk onze uiterste best om het te monitoren.De aanpak van online. Ik kan alleen maar uw woorden en uw zorgenechoën. Voor het einde van dit jaar zal er een updatebrief komen over deVersterkte Aanpak Online. Ik stel voor dat we dat ritme voorlopigvasthouden, juist omdat dit onderwerp niet weggaat en omdat het eenveelkoppig monster is. Het wordt overigens gecoördineerd door de NCTVen in die zin is er dus sprake van coördinatie, zeker waar het gaat om deradicaliseringsexponent.De heer Van Nispen vroeg: we moeten toch zeker niet gaan bezuinigen opterrorismebestrijding? Dat doen we ook niet. Het ICCT doet namelijk nietalleen niet aan preventie, maar ook niet aan terrorismebestrijding. Het iseen kennisinstituut! Maar ik wil wel een brief toezeggen waarin wetoelichten wat het ICCT doet en wat het niet meer kan doen als er wordtbezuinigd. Dat is denk wat ik de heer Van Nispen kan geven.Mevrouw Van Zanten vroeg wanneer we met die update komen. Het DTNkomt in december en naar aanleiding van het dreigingsbeeld dat uit hetDTN komt, zullen we komen met een aparte beleidsreactie. Wat betekenthet bijvoorbeeld voor de aanpak? Ook dat kan mevrouw Van Zanten danzien.De wet verheerlijking terrorisme. De heer Sneller vroeg om een reflectie.Nou, ik heb ook nog niet alle reacties gelezen. We nemen de consultatiere-acties altijd mee in het vervolg van het wetstraject en het kan dan ook bestzijn dat we de wet op punten gaan aanpassen, verduidelijken of in eenandere vorm terugleggen. Ik neem het dus wel degelijk serieus, maar ikhecht er ook aan om te zeggen wat de bedoeling is. Een heleboel reactiesduiden namelijk op het niet begrepen hebben van de bedoeling. Dat kantwee oorzaken hebben. De eerste is dat we het verkeerd hebbenopgeschreven. Daar gaan we dus naar kijken. Hebben we wel de goedebedoelingen en de goede teksten? En is het wel overtuigend genoeg omde afbakening zo smal te maken als wij het hebben bedoeld? Ik denk datdaar de crux zit van de herkenning. Dus daar gaan we naar kijken.Tegen de heer Van Nispen zeg ik dat je niet zomaar op die sanctielijstterrorisme terechtkomt. Dan moet er echt sprake zijn van bewezen,strafrechtelijk of via harde inlichtingeninformatie, terroristische activi-teiten. Die moet ook zijn uitgevoerd en het is dus niet dat er een nieuweMinister binnen zou kunnen komen die zegt: vanaf morgen zet ik de BBBTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75745 op de terrorismelijst. Dat kan dus niet. Zo willekeurig is het gelukkig niet,want ik denk dat het de kracht van ons systeem is dat we juist dit soortzaken niet te veel in één hand of alleen in een politieke hand leggen.Daarvoor zijn de gevolgen te groot.De heer El Abassi vroeg nog naar het lokale handelingskader. Nog excuusvoor het niet beantwoorden van deze vraag in eerste termijn! Er wordteen leidraad professioneel oordeel opgesteld en die wordt landelijkuitgerold. Daarin wordt meer duidelijkheid gegeven over hoe de objec-tieve criteria uit de wet in casusoverleg moeten worden geïnterpreteerd.We rollen die kennis dus al uit naar lokaal niveau.Ik denk dat ik daarmee de vragen in tweede termijn heb beantwoord.De voorzitter:Ik dank u hartelijk voor de beantwoording. De heer El Abassi heeft nogeen vraag aan u.De heer El Abassi (DENK):Ik mis nog mijn laatste vraag. Dat is mijn vraag over de uitspraak vanprofessor Karin de Vries, hoogleraar grondrechten, dat de AI-poster vande heer Wilders racistisch en strafbaar is. Hoe reflecteert de Ministerdaarop?Minister Van Weel:De Minister gaat niet over wat er in individuele gevallen racistisch ofstrafbaar is. Dat zal moeten blijken op basis van de aangiftes die zijngedaan. Daar ga ik me dus niet in mengen. In algemene zin sluit ik meover stochastisch terrorisme nog steeds aan bij het WODC-onderzoek ende beleidsreactie die we daarop hebben gegeven.De voorzitter:Dan heeft u nog een vraag van mevrouw Van Zanten.Mevrouw Van Zanten (BBB):De Minister noemde BBB als voorbeeld om op de sanctielijst te zetten. Ikvraag me dan toch af of dat een soort Arjen Lubachje is? Durft de MinisterDENK niet te noemen en noemt hij dan maar de boeren?Minister Van Weel:Het is juist om het ridicule hiervan te illustreren dat ik de BBB koos.De voorzitter:Waarvan akte.Dames en heren, daarmee zijn we aan het einde gekomen van ditcommissiedebat. De toezeggingen hebben we genoteerd. Het tweeminu-tendebat is aangevraagd door de heer Eerdmans.Ik bedank de Minister voor alle inzet in de afgelopen tijd. Ik bedank verderzijn en onze ondersteuning, ons hooggeëerd publiek en natuurlijk onzeleden.Sluiting 13.03 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 75746
Gerelateerde bronnen
- Terrorisme/extremisme
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 september 2025, over Terrorisme/extremisme
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.