Ondersteuning middenhuur in Europa
Brontekst
Versie dc1461c5a4a240e9 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202427 926HuurbeleidNr. 385 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 6 juni 2024Mensen hebben steeds meer moeite om de maandelijkse huur op tebrengen, belangrijke levenskeuzes worden uitgesteld omdat ze geengeschikte woning hebben en geen betaalbare woning kunnen vinden in destad waar zij werken. Dit werkt ontwrichtend: mensen met maatschappe-lijke beroepen en veelal een middeninkomen, zoals docenten, agenten enverpleegkundigen kunnen niet meer terecht in de stad, terwijl het tekortaan deze beroepsgroepen alleen maar verder toeneemt.Deze huishoudens, met een middeninkomen, verdienen vaak te veel omeen sociale huurwoning van een woningcorporatie te huren, maar teweinig om een huis te kunnen kopen. Zij zijn daarom aangewezen op hetschaarse en duurdere aanbod in de private huursector. Steeds meerhuurders, met name in de grote steden, zijn meer dan 40% van huninkomen kwijt aan huur. De hoge huren vragen om een oplossing die nietkan wachten, daarom heb ik het wetsvoorstel Betaalbare huur (Kamerstuk36 496) ingediend om woningen in dit middensegment betaalbaar temaken en houden. Uw Kamer heeft het wetsvoorstel aangenomen, hetvoorstel is thans aanhangig in de Eerste Kamer waarbij ik zo spoedigmogelijke behandeling zeer wenselijk zou vinden, zodat de ingangsdatumvan 1 juli a.s. in zicht blijft. Uitstel is niet alleen een teleurstelling voorhuurders, de onzekerheid over ingangsdatum zou ook zeer negatievegevolgen hebben voor de bedrijfsvoering van marktpartijen.Het gaat echter niet alleen om regulering, het bouwen van meerwoningen is een belangrijk onderdeel van de structurele oplossing voorhet tekort aan betaalbare woningen. Aan een perfect gereguleerde maarniet bestaande huurwoning heeft niemand iets. Kortgezegd, er moetvoldoende aanbod zijn. Daar is in het wetsvoorstel rekening meegehouden, onder andere met de nieuwbouwopslag. Voor nieuw op televeren middenhuurwoningen waarvan de bouw vóór 2028 start, geldtgedurende twintig jaar na ingebruikname een nieuwbouwopslag van 10%bovenop de huurprijs zodat nieuwbouwprojecten door kunnen gaan. kst-27926-385ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 926, nr. 3851 Tegelijkertijd willen we meer kunnen doen. Daarom zijn we vanaf begin2023 met Brussel in gesprek zodat er in de toekomst extra ondersteuningmogelijk is voor de bouw van middenhuurwoningen.Om dit mogelijk te maken heb ik mij het afgelopen jaar in Brussel hardgemaakt voor aanpassing van het DAEB Vrijstellingsbesluit 2012. HetDAEB Vrijstellingsbesluit 2012 maakt het voor Nederland mogelijk omstaatssteun te verstrekken aan woningcorporaties voor sociale huurwo-ningen. Aanbieders van middenhuurwoningen komen, als gevolg van dedefinitie van de doelgroep in dit Vrijstellingsbesluit, niet voor staatssteunin aanmerking.1 Mijn inzet in Europa is om een nieuwe aanvullendecategorie te creëren in het DAEB Vrijstellingsbesluit 2012 waardoor hetook mogelijk wordt om steun te geven aan aanbieders van betaalbarehuurwoningen voor huishoudens met een middeninkomen. Over demanieren waarop deze steun zou kunnen worden gegeven heb ik uwKamer eerder geïnformeerd.2Begin 2023 heb ik in Brussel gesproken met vertegenwoordigers van deEuropese Commissie. Vanuit dat gesprek zijn we gestart met een lobbyvoor wijziging van de regelgeving richting zowel de Europese Commissieals andere lidstaten. Ik schets uw Kamer graag de belangrijkste mijlpalen,naast alle informele overleggen die hebben plaatsgevonden:–In het voorjaar van 2023 heeft Nederland middels een non-paperbeargumenteerd waarom er sprake is van marktfalen in Nederland enaanpassing van de regelgeving hiervoor een oplossing kan bieden. Ditnon-paper is meerdere keren met de Europese Commissie besproken.–Op 1 juni 2023 heeft op initiatief van Nederland een Benelux bijeen-komst plaatsgevonden om het onderwerp te agenderen.–Op 10 november is onder leiding van Nederland een joint statementuitgebracht met zes andere lidstaten waarin de Europese Commissiewordt opgeroepen om de regels op dit punt te herzien.–Op 14 november is onder leiding van het Spaans voorzitterschaptijdens de informele bijeenkomst van Ministers verantwoordelijk voorhuisvesting, in Gijón, een verklaring ondertekend waarin wordtopgeroepen voor aanpassingen in het staatssteunrecht.–Tijdens de informele top van Ministers verantwoordelijk voorhuisvesting op 4 en 5 maart in Luik heeft Nederland wederom gepleitvoor meer ruimte, andere lidstaten hebben daar positief opgereageerd.–Op 18 april heeft de voormalige Italiaanse premier, Enrico Letta, eenrapport uitgebracht over de toekomst van de interne markt. In ditrapport heeft hij opgeroepen tot meer ruimte voor staatssteun voorbetaalbare huisvesting.Mijn inzet op wijziging van de regelgeving zal ook nog deze maandonverminderd doorgaan. Op 19 en 20 juni wordt door Nederland inRotterdam een eerste expertbijeenkomst van het European Housing PolicyNetwork georganiseerd. Voor deze bijeenkomst zijn de Europese collega’suitgenodigd, ook hier zal Nederland weer bij collega’s pleiten voorwijziging van de regelgeving.De Europese Commissie organiseert, als antwoord op het joint statementen de verklaring van Gijón, eind juni een vergadering voor de lidstaten omde wenselijkheid van eventuele wijzigingen te bespreken. Nederland zaldaar de Nederlandse situatie en de gewenste aanpassing in de regel-geving presenteren. Ook de stakeholders worden voor een deel van dedag uitgenodigd om hun visie te presenteren. Het is daarna aan Europese1Zie voor verdere informatie Kamerstukken, 29 453, nrs. 535 en 553.2Kamerstukken, 29 453, nr. 569Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 926, nr. 3852 Commissie om een besluit te nemen over het al dan niet wijzigen van deregelgeving. Gezien de Europese verkiezingen die op 6 juni wordengehouden is het onduidelijk of het besluit nog zal worden genomen doorde huidige Commissie.Een aanpassing van de regelgeving zal de weg vrij maken om in detoekomst financiële steun te bieden aan aanbieders van middenhuur. Datkan in de vorm van bijvoorbeeld garantstellingen (zoals dat nu bijvoor-beeld is ingeregeld voor woningcorporaties en sociale huurwoningen)maar ook door het geven van objectsubsidies. Zie daarvoor ook mijneerdere brief van 29 maart 2024.3Tot slot wil ik nog wijzen op de beleidsruimte die er lokaal is om binnen dehuidige staatssteunkaders een Dienst van Algemeen Economisch Belang(DAEB) in te richten waarin naast sociale huur ook (beperkt) middenhuuren sociale koop kan worden meegenomen. Een voorbeeld daarvan is deDAEB die de gemeente Den Haag in februari 2023 heeft aangewezen voorde herontwikkeling van Dreven, Gaarden en Zichten voor een mix vansociale huisvesting, middenhuur en (sociale) koopwoningen.4 Voor debouw van middenhuur en sociale koopprojecten mag lokaal een DAEBaangewezen worden op voorwaarde dat het huisvestingproject primaireen sociale component heeft die voortvloeit uit regelgeving (bijv. op basisvan het wetsvoorstel betaalbare huur). Uiteraard moet ook wordenvoldaan aan de overige criteria die het DAEB-Vrijstellingsbesluit stelt.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.M. de Jonge3Kamerstukken, 29 453, nr. 5694Mededeling gemeente Den Haag van DAEB-aanwijzing voor herontwikkeling Dreven, Gaarden,Zichten, Gemeenteblad 2023, 105808Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 926, nr. 3853
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.