Nivel-onderzoek naar vertrouwen in databeschikbaarheid van gezondheidsgegevens voor primair en secundair gebruik
Brontekst
Versie c06fbd5de85cabea · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202427 529Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) inde ZorgNr. 317 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 april 2024In de Nationale visie op het gezondheidsinformatiestelsel worden driefundamenten genoemd voor het gezondheidsinformatiestelsel van detoekomst: databeschikbaarheid, vertrouwen en regie1.Databeschikbaarheid betreft het beschikbaar, bereikbaar en bruikbaarhebben van vastgelegde gezondheidsdata voor alle vormen van (her)ge-bruik. Databeschikbaarheid is van belang om de zorg voor de toekomstgoed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Voor het verlenen van goedezorg aan een cliënt is het immers relevant dat zorgprofessionals overadequate en actuele gegevens beschikken, of over de laatste wetenschap-pelijke inzichten beschikken.Zoals in de Nationale visie is benoemd, is vertrouwen randvoorwaardelijkom te komen tot databeschikbaarheid. Mensen moeten er op kunnenvertrouwen dat hun (gezondheids)gegevens veilig zijn bij de zorgprofes-sional en hun privacy geborgd is. Als hier geen sprake van is, kunnen zijzorg gaan mijden of minder (relevante) informatie met de zorgprofes-sional delen.De samenhang tussen de factoren databeschikbaarheid en vertrouwen isgelaagd en complex. Om te kunnen bepalen op welke manier tot meerdatabeschikbaarheid kan worden gekomen, is het belangrijk dat er eengoed beeld is van welke aspecten een rol spelen bij deze samenhang.Daarom heeft het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)aan Nivel de opdracht gegeven om onderzoek te doen naar welke factorenbijdragen aan vertrouwen in databeschikbaarheid voor primair en1Kamerstukken II 2022/23, 27 529, nr. 292. kst-27529-317ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 529, nr. 3171 secundair gebruik. Het onderzoek bestaat uit een literatuurstudie enpaneldiscussies met burgers en zorgprofessionals.Overeenkomstig de toezegging van mijn ambtsvoorganger tijdens hetCommissiedebat van 5 oktober 2023 over Digitale ontwikkelingen in dezorg stuur ik u hierbij de uitkomsten van dit onderzoek (Kamerstuk 29 515,nr. 490).Het onderzoek van Nivel geeft belangrijke inzichten in de factoren die vanbelang zijn voor het vertrouwen van burgers en zorgprofessionals indatabeschikbaarheid voor primair en secundair datagebruik. Tegelijkertijdbiedt het Nivel-onderzoek geen pasklare handleiding voor het vergrotenvan het vertrouwen van burgers en zorgprofessionals in databeschik-baarheid. De belangrijkste redenen hiervoor zijn:−begrippen zoals vertrouwen, gegevensuitwisseling en hergebruik vangegevens zijn complexe begrippen. Dit wordt ook door de onderzoe-kers van het Nivel in het rapport benadrukt;−om met mensen een genuanceerd gesprek te kunnen voeren over defactoren is gekozen voor een kwalitatief onderzoek. Dergelijkegenuanceerde gesprekken zijn bij een vragenlijstonderzoek ingewik-keld. Deze methodiek heeft echter wel tot gevolg dat het aantal burgersen zorgprofessionals dat betrokken is bij dit onderzoek beperkt en nietvolledig representatief is om te komen tot een algemene lijn over hoevertrouwen gerealiseerd moet worden;−het onderzoek had een beperkte reikwijdte: het richt zich enkel opdatabeschikbaarheid van gegevens die door zorgprofessionals zijnvastgelegd in het kader van curatieve zorg. Ook zijn niet alle mogelijkefactoren met de respondenten besproken. Zo is bijvoorbeeld nietgekeken naar (aanvullende inzet op) handhaving.Uitkomsten onderzoekUit het Nivel-onderzoek blijken de volgende factoren in ieder geval bij tedragen aan het vertrouwen van burgers en zorgprofessionals in hetprimair en secundair gebruik van gezondheidsgegevens:1.Bewustzijn en informatie. Uit het onderzoek volgt dat het voor hetvertrouwen in databeschikbaarheid voor burgers en zorgprofessionalsbelangrijk is dat ze weten dat medische gegevens niet zomaar opstraat komen te liggen, makkelijk informatie over primair en secundairgebruik van (gezondheids)gegeven kunnen vinden en weten welkerechten ze hebben en welke rechtsmiddelen er zijn (zoals de mogelijk-heid om een klacht in te dienen). Uit het onderzoek blijkt verder datburgers anders kijken naar de andere factoren, als zij meer informatiehebben over bijvoorbeeld de achtergrond en het doel van de beschik-baarstelling van gegevens.2.Transparantie. Specifiek voor burgers geldt volgens het onderzoek datinzage in wanneer en door wie hun gezondheidsgegevens zijn gebruikteen belangrijke factor is die bijdraagt aan vertrouwen.3.Datakwaliteit. Uit het onderzoek blijkt dit vooral bij zorgprofessionalseen belangrijke factor te zijn: als onjuiste of verouderde dan wel (doorICT-problemen) niet-leesbare gegevens worden gedeeld, kan dit hetvertrouwen van zorgprofessionals in databeschikbaarheid voor primairen secundair gebruik schaden. Maar ook bij burgers kan dit een factorzijn die meespeelt in het vertrouwen in databeschikbaarheid alszorgprofessionals ten onrechte vertrouwen op de kwaliteit vangegevens.4.Veiligheid. Uit het onderzoek van het Nivel blijkt dat burgers enzorgprofessionals het belangrijk vinden dat de systemen waarin datawordt opgeslagen veilig zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 529, nr. 3172 5.Type gegevens. Volgens het onderzoek is de mate van vertrouwen indatabeschikbaarheid afhankelijk van de vraag om welk type gegevenshet gaat. Zo volgt uit het onderzoek dat zowel burgers als zorgprofessi-onals voor zowel primair als secundair datagebruik terughoudend zijnbij het delen van gevoelige gegevens, zoals gegevens over degeestelijke gezondheid. Tegenover het delen van medicatiegegevensvoor primair gebruik staan zowel burgers als zorgprofessionals weerpositiever. Verder blijkt uit het onderzoek dat het voor burgersbelangrijk is dat alleen gegevens worden gedeeld die relevant zijn voorhet doel, maar dat het voor hen vaak moeilijk is te weten welkegegevens relevant zijn.6.Type gebruiker. Ook volgt uit het onderzoek dat de mate van vertrou-wen in databeschikbaarheid sterk afhankelijk is van de vraag wie degegevens gaat gebruiken. Zo staan burgers over het algemeen positieftegenover raadpleging van gegevens door de (hoofd)behandelaren inhet geval van primair gebruik. Verder blijkt dat burgers veel vertrou-wen hebben in secundair gebruik door universiteiten en kennisinstitu-ten, en in mindere mate in secundair gebruik door commerciëlepartijen. De onderzoekers geven daarbij wel als aandachtspunt aan datuniversiteiten en kennisinstituten in toenemende mate afhankelijk zijnvan samenwerking met commerciële partijen.7.Locatie. De mate van vertrouwen in databeschikbaarheid kan voorsommige burgers ook afhangen van de vraag of de gegevens binnenof buiten Nederland uitgewisseld worden.8.Zeggenschap. De onderzoekers zijn gevraagd om in het onderzoek metspecifieke aandacht te kijken naar «zeggenschap» als factor voorvertrouwen in databeschikbaarheid. Uit het onderzoek blijkt echter dater over de factor zeggenschap evenwel geen eenduidige lijn te trekken.Dit heeft te maken met de in de vorige paragraaf genoemde redenenwaarom het Nivel-onderzoek geen pasklare handleiding biedt voor hetvergroten van vertrouwen in databeschikbaarheid, maar ook omdat –zoals uit het onderzoek blijkt – de gewenste mate van zeggenschapsterk afhankelijk is van de kenmerken van de persoon en de specifiekeomstandigheden van de situatie (zoals welke gegevens het betreft).Acties rondom factoren die bijdragen aan vertrouwenHieronder ga ik in op de acties die ik onderneem rondom de factoren dievolgens het onderzoek bijdragen aan vertrouwen in databeschikbaarheid.Ook ga ik in op de aandachtspunten die het Nivel in het rapport meegeeft.Bij de acties wordt vaak onderscheid gemaakt tussen primair gebruik ensecundair gebruik. Dat komt, omdat er tussen deze twee vormen vangebruik belangrijke verschillen bestaan. Bij databeschikbaarheid voorprimair gebruik worden tot de cliënt herleidbare gezondheidsgegevensgedeeld tussen zorgprofessionals met als doel goede zorg te kunnenverlenen aan de betrokken cliënt. Bij databeschikbaarheid voor secundairgebruik worden niet-herleidbare of gepseudonimiseerde gezondheidsge-gevens gedeeld met derde partijen (zoals kennisinstituten) met het oog opbijvoorbeeld (medisch) wetenschappelijk onderzoek ter verbetering vande gezondheidszorg.Een andere oorzaak voor het onderscheid in acties is het gevolg vankeuzes die in het verleden al zijn gemaakt over de inzet op en keuzesrondom databeschikbaarheid voor primair gebruik en secundair gebruik.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 529, nr. 3173 1. BewustzijnHet onderzoek bevestigt het bestaande beeld dat bewustzijn en informatieover databeschikbaarheid voor primair en secundair gebruik essentieelzijn voor het vertrouwen. Hierop vinden dan ook al verschillende actiesplaats.Rondom het primair gebruik van gezondheidsgegevens is en wordt al veelondernomen om zorgprofessionals en burgers goed te informeren en hetbewustzijn te vergroten. Voor zorgprofessionals is bijvoorbeeld deAVG-helpdesk voor Zorg, Welzijn en Sport2 in het leven geroepen, wordennieuwsbrieven verzonden en zijn er regelmatig kennissessies encongressen. Voor burgers is veel informatie over (hun rechten rondom) deverwerking van persoonsgegevens terug te vinden op de website van deAutoriteit Persoonsgegevens. Daarnaast vindt richting burgers bijvoor-beeld communicatie plaats over het veilig gebruik van persoonlijkegezondheidsomgevingen (PGO’s)3 en heeft eind vorig jaar een publieks-campagne plaatsgevonden om burgers bewust te maken dat huntoestemming nodig is om zorgprofessionals gegevens te kunnen latenuitwisselen.In aanvulling daarop ben ik, zoals in de Kamerbrief over heroriëntatiegrondslagen4 voor primair gebruik al is aangekondigd, voornemens om ingesprek te gaan met het zorgveld en belangenverenigingen van patiëntenover of er aanvullende communicatie gewenst is. En zo ja, wie en hoedaarin kan worden voorzien.Ook rondom het secundair gebruik van gezondheidsgegevens wordt actieondernomen om zorgprofessionals en burgers goed te informeren en hetbewustzijn te vergroten. In 2023 is samen met de IZA-partijen en Health-RIeen communicatiestrategie opgesteld5. De komende periode wordt opbasis hiervan, in afstemming met de veldpartijen, een communicatieplanontwikkeld. In dit plan wordt uitgewerkt hoe burgers en zorgprofessionalsgeïnformeerd kunnen worden over het belang van databeschikbaarheidvoor secundair gebruik, de regels en waarborgen die hierop vantoepassing zijn en de rol van alle betrokkenen hierbij.2. TransparantieOm de transparantie over primair gebruik van gezondheidsgegevens tevergroten is recent – mede naar aanleiding van moties van KamerlidVan den Berg (CDA) hieromtrent6 – door VWS gestart met het onder-zoeken van de ontwikkeling van een functie die het voor burgers inbeginsel altijd mogelijk maakt na te gaan wie de gezondheidsgegevensheeft ingezien. Ook zal worden verkend hoe in het geval van secundairgebruik zichtbaar kan worden gemaakt wanneer gegevens zijn gebruiktvoor onderzoeken.Het borgen van transparantie over secundair gebruik van gezondheidsge-gevens betrek ik verder bij de oprichting van een Health Data AccessBody. De Health Data Acces Body heeft als taak om overzichten tepubliceren van alle verwerkingen die in de toekomst onder de EHDS in hetkader van secundair datagebruik gaan plaatsvinden. Daarnaast wordtbezien of, en zo ja hoe, de inrichting van een zeggenschapsregister2www.avghelpdeskzorg.nl.3Via de website van MedMij en de website www.pgo.nl door het programma «PGO on air» (eeninitiatief van de Patiëntenfederatie Nederland).4Kamerstukken II 2022/23, 27 529, nr. 295.5Zie Communicatie-strategie secundair gebruik gezondheidsdata | Publicatie | Gegevensuit-wisseling in de zorg\.6Kamerstukken II 2022/23, 21 501-31, nr. 710, en Kamerstukken II 2023/24, 27 529, nr. 307.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 529, nr. 3174 gebruikt kan worden voor het geven van inzicht in welke gegevensgebruikt worden voor welke secundaire gebruiksdoelen.3. DatakwaliteitDat datakwaliteit randvoorwaardelijk is voor vertrouwen in databeschik-baarheid, onderschrijf ik volledig. In de Nationale visie op het gezond-heidsinformatiestelsel wordt «kwaliteit van data» (uniformiteit envolledigheid van de beschikbare gegevens) dan ook als onderdeel van hetfundament vertrouwen gezien. Er wordt al hard gewerkt aan het verbe-teren van datakwaliteit. Denk bijvoorbeeld aan de spoor 2-aanwijzing vangegevensuitwisselingen onder de Wegiz en de realisering van generiekefuncties.7 Ook wordt ingezet op de realisering van eenheid van taal vangegevens middels implementatie en uniform gebruik van terminologie-standaarden. Dit is in de eerste plaats van belang voor primair datage-bruik, maar indirect ook voor secundair datagebruik. Immers, alleen alsdata in het primaire proces goed worden vastgelegd kunnen deze goedworden gebruikt voor secundaire doelen.Het is van belang dat gegevens uit meerdere datasets op een gestandaar-diseerde manier gekoppeld kunnen worden. In het kader van hetzorgproces wordt het burgerservicenummer (BSN) al gebruikt om degegevens van één persoon te koppelen. Er is in Nederland nog geenuniforme koppelsleutel beschikbaar voor secundair gebruik. Dit leidt totincomplete datasets en kan ook bias in datasets veroorzaken doordat degegevens van bepaalde groepen burgers (bijvoorbeeld migranten enmensen in stedelijke gebieden) niet gekoppeld kunnen worden. Dit blijktonder andere uit een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek(CBS)8. Health-RI heeft dit probleem in het kader van het Obstakelverwij-dertraject uitgewerkt en heeft daarbij ook verschillende oplossingsrich-tingen in beeld gebracht9. Ik beraad me op dit moment over deze opties.Verder wil ik hierbij benoemen, dat bij de ontwikkeling van de rol van deNederlandse Health Data Access Body het belang van datakwaliteit wordtmeegenomen. Ik ben (vooruitlopend op het EHDS-voorstel) gestart met deontwikkeling van technische functionaliteiten die nodig zijn voor eenNederlandse Health Data Access Body (HDAB), of een HDAB-stelsel in hetgeval er meerdere HDAB’s worden ingericht. De technische functionali-teiten van de HDAB worden uitgewerkt in een programma waarin hetCBS, Health-RI, ICTU en RIVM in opdracht van het Ministerie van VWSsamenwerken. De activiteiten in dit programma hebben onder andere totdoel om een data quality assessment framework op te leveren. Gegevens-houders kunnen dit gebruiken om de datakwaliteit te verhogen. Op dezemanier wil ik gegevenshouders ondersteunen bij het sturen op datakwa-liteit voor secundair gebruik.4. VeiligheidDat veilig met gegevens moet worden omgegaan, staat buiten kijf.Zorgaanbieders zijn primair zelf aan zet om dit goed te regelen. Zorgaan-bieders moeten al voldoen aan de NEN7510, de norm voor informatiebe-veiliging in de zorg. Ik ondersteun zorgaanbieders hierbij. Dit doe ik doorte zorgen voor meer bewustwording over het belang van veilig omgaanmet gegevens, te werken aan duidelijke normen en kaders en het7Over de voortgang op de publieke sturing van generieke functies voor elektronische gegevens-uitwisseling is uw Kamer recent geïnformeerd. Zie Kamerstukken II 2023/24, 27 529, nr. 312.8https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2015/38/record-linkage-for-health-studies-three-demonstration-projects.9https://www.health-ri.nl/lees-en-kijk-materiaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 529, nr. 3175 gefaseerd aansluiten van zorgaanbieders bij Z-CERT, het expertisecentrumvoor cybersecurity in de zorg.Daarnaast werk ik samen met mijn collega’s aan de implementatie van denieuwe netwerk- en informatiebeveiligingsrichtlijn (hierna: NIS2--richtlijn10). De NIS2-richtlijn richt zich op het verhogen van de digitaleweerbaarheid van organisaties en instellingen, ook in de zorgsector. Erwordt nu gewerkt aan de voorbereiding van wet- en regelgeving waarinde NIS2-richtlijn concreet wordt vertaald. Recent is al per brief11 toegelichtdat dit betekent dat zorgorganisaties in Nederland hun digitaleweerbaarheid moeten verhogen en in de toekomst een beroep kunnendoen op Z-CERT.Verder is veiligheid van gegevens uiteraard altijd een aandachtspuntbinnen de verschillende beleidstrajecten, zoals bij het opstellen van deNEN-normen voor de generieke functies.Ook bij het secundair gebruik van gegevens is veel aandacht voorinformatiebeveiliging. In de praktijk wordt in toenemende mate gebruikgemaakt van privacy bevorderende technieken, zoals pseudonimisering,homomorfisch encryptie en multi party computation. Deze techniekenworden steeds geavanceerder, waardoor het bijvoorbeeld mogelijk wordtom analyses uit te voeren op datasets bij verschillende partijen zonder datdeze data gedeeld hoeft te worden. Dit sluit goed aan bij een van deuitgangpunten die ik heb benoemd in de Nationale Visie en Strategie ophet gezondheidsinformatiestelsel, namelijk dat data zoveel mogelijk bij debron blijven.Wanneer data wel gedeeld moeten worden, wordt in toenemende mategebruik gemaakt van beveiligde verwerkingsomgevingen, waarbinnen deanalyses plaatsvinden.5. Type gegevens, gebruiker en locatieDeze uitkomsten over de factoren type gegevens, gebruiker en locatie zijnin lijn met uitkomsten uit eerdere onderzoeken, de reacties op deinternetconsultatie van het wetsvoorstel dat grondslagen aanpast om dedirecte beschikbaarheid van gegevens in geval van spoedeisende zorg teverbeteren, en met de inbreng van veldpartijen en van uw Kamer.12 Deuitkomsten zijn met name waardevol bij de verdere keuzes omtrentzeggenschap. Hieronder (onder 6) ga ik nader in op de factor zeggenschapvoor de mate van vertrouwen.Zoals gezegd, blijkt ook uit het onderzoek dat het voor burgers belangrijkis dat alleen gegevens worden gedeeld die relevant zijn voor het doel,maar dat het voor hen vaak moeilijk is te weten welke gegevens relevantzijn. De onderzoekers hebben de suggestie gedaan dat het delen vanniet-revelante gegevens kan worden ondervangen door het maken vangepersonaliseerde keuzes (specifieke zeggenschap), eventueel gecombi-neerd met een instantie die medisch inhoudelijk advies geeft over welke10Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie,tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekkingvan Richtlijn (EU) 2016/1148 (NIS 2-richtlijn) (PbEU 2022, L 333).11Kamerstukken II 2022/23, 27 529, nr. 311.12Zie o.a. het onderzoek naar de Informatiebehoefte voor 24/7 goede zorg (Berenschot, januari2023), Overheid.nl | Consultatie Wetsvoorstel opvraagbaarheid gegevens voor spoedeisendezorg (internetconsultatie.nl), de brief aan de Tweede Kamer van de Patiëntenfederatie en NvZvan 27 juni 2023 houdende een verzoek tot een geen-bezwaar systeem voor actuele medicatie-overzichten, mede namens KNMP, NVZA, de Nederlandse GGZ, FMS, Ineen, NHG, LHV, RSONederland, NFU, FNT en ZKN, zoals gepubliceerd op (patientenfederatie.nl), en KamerstukkenII 2022/23, 29 247, nr. 418.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 529, nr. 3176 gegevens relevant zijn om te delen. De onderzoekers geven daarbij aandat een gepersonaliseerde keuze wel ten koste kan gaan van de volle-digheid en daarmee de bruikbaarheid van de gegevens. Deze beideaspecten moeten dus worden meegenomen in de vormgeving van dezeggenschapsmodaliteiten.Ik deel de opvatting dat het belangrijk is voor het vertrouwen dat burgersen patiënten zich meer bewust worden dát alleen relevante gegevensworden uitgewisseld. Over de stappen die worden gezet met betrekkingtot bewustwording, is hierboven al ingegaan. De voorgestelde oplossings-richting deel ik echter niet. Er zijn namelijk al veel waarborgen dievoorkomen dat niet-relevante gegevens beschikbaar worden gesteld. Zogeldt op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming(AVG) dat er niet meer persoonsgegevens mogen worden verwerkt dannodig is voor het doel («minimale gegevensverwerking»)13. Bovendien zieik aanzienlijke uitvoerbaarheidsvraagstukken bij een instantie die zoumoeten kunnen adviseren over alle gegevensuitwisselingen in de zorg,gezien het volume aan gegevensuitwisselingen, de gevoeligheid vangegevens die het betreft en mogelijk ook in de verhouding tot deAutoriteit Persoonsgegevens.6. ZeggenschapZoals gezegd blijkt uit het onderzoek dat er over de factor zeggenschapgeen eenduidige lijn te trekken is, onder meer omdat de gewenste matevan zeggenschap sterk afhankelijk is van de kenmerken van de persoon ende specifieke omstandigheden van de situatie (zoals welke gegevens hetbetreft). Deze uitkomst is in lijn met de uitkomsten van eerdere onder-zoeken14, de reacties op de internetconsultatie van het wetsvoorstel datgrondslagen aanpast om de directe beschikbaarheid van gegevens ingeval van spoedeisende zorg te verbeteren15, en de inbreng van veldpar-tijen16 en van uw Kamer17. Dit betekent dat er vooralsnog geen gedragenen duurzame keuzes rondom zeggenschap (en daarmee rondomgrondslagen) in algemene zin gemaakt kunnen worden.Voor zeggenschap over primair gebruik van gezondheidsgegevens zet iknu al wel in op het aanpassen van grondslagen om de beschikbaarheidvan gegevens bij acute zorg te verbeteren. Voor acute zorg wordt breedgedeeld dat een aanpassing van de inrichting van zeggenschap noodza-kelijk is. Daarnaast ben ik, zoals mijn ambtsvoorganger recent heefttoegezegd, de inrichting van zeggenschap voor het uitwisselen vanactuele medicatieoverzichten aan het heroverwegen.18 Daarbij betrek ikuiteraard de ontwikkelingen rondom het EHDS-voorstel. Uiteraard richt ikmij sowieso op een goede borging van zeggenschap in hetEHDS-voorstel, uitgaande van de moties die uw Kamer over dit13Artikel 5 AVG.14Zoals de onderzoeken naar de Informatiebehoefte voor 24/7 goede zorg (Berenschot, januari2023) en de Flitspeiling Toestemming delen medische gegevens (Motivaction, februari 2023)die aan de Tweede Kamer zijn gezonden bij genoemde Kamerbrief heroriëntatie grondslagen,het rapport van de Patiëntenfederatie inzake uitwisselen van medische gegevens (september2021), zoals gepubliceerd op www.patientenfederatie.nl en het rapport van de Patiëntenfede-ratie over zeggenschap van gezondheidsgegevens (september 2023), zoals gepubliceerd opwww.patientenfederatie.nl.15Zie Overheid.nl | Consultatie Wetsvoorstel opvraagbaarheid gegevens voor spoedeisende zorg(internetconsultatie.nl).16Zoals de brief aan de Tweede Kamer van de Patiëntenfederatie en NvZ van 27 juni 2023houdende een verzoek tot een geen-bezwaar systeem voor actuele medicatieoverzichten,mede namens KNMP, NVZA, de Nederlandse GGZ, FMS, Ineen, NHG, LHV, RSO Nederland,NFU, FNT en ZKN, zoals gepubliceerd op www.patientenfederatie.nl.17Zoals via de moties Kamerstukken II 2021/22, 35 824, nr. 42, Kamerstukken II 2022/23, 25 295,nr. 2065, Kamerstukken II 2022/23, 29 247, nr. 418 en Kamerstukken II 2023/24, 27 529, nr. 307.18Zie hierover Kamerstukken II 2023/24, 29 247, nr. 432.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 529, nr. 3177 onderwerp heeft aangenomen19 en rekening houdend met de signalen uitdit onderzoek. Bij deze acties neem ik steeds nauwlettend (de ratio achter)het medisch beroepsgeheim in overweging. Uit het Nivel-onderzoek volgtnamelijk dat medisch beroepsgeheim bijdraagt aan het vertrouwen. Ditsluit aan bij de inbreng van uw Kamer op het EHDS-voorstel.20Tot slot zet ik in op het verder brengen van de in de eerdergenoemde briefinzake «Heroriëntatie grondslagen» genoemde korte termijn acties ombinnen de huidige grondslagen databeschikbaarheid te optimaliseren. Hetgaat daarbij – zoals hierboven al benoemd – om het scherper krijgen vande knelpunten en mogelijke inzet op communicatieve acties.Voor zeggenschap in het kader van secundair gebruik biedt de EHDSenkele kaders. De EHDS biedt de lidstaten ook de ruimte om binnen dezekaders een nationale invulling te geven. Ik zal de komende tijd eenbeleidsstandpunt opstellen over de nationale invulling van zeggenschapen toestemmingsmodaliteiten. Hierbij wordt bezien of, en zo ja hoe, hetmogelijk is te differentiëren op gebruiksdoel, gegevensverwerker ofgegevenscategorie. Het beleidsstandpunt zal de komende maandenworden opgesteld en vervolgens breed in de maatschappij wordengetoetst.Uiteraard betrek ik bij het opstellen van dit beleidsstandpunt de adviezenvan de Autoriteit Persoonsgegevens21 en de factsheets van de hoogle-raren Ploem en Buijsen over het gebruik van gezondheidsgegevens voormedisch-wetenschappelijk onderzoek. In de Kamerbrief inzake Infectieziek-tenbestrijding ben ik al uitgebreid op deze adviezen en factsheetsingegaan.22 Ook zal ik bij het opstellen van de beleidsvisie de bevindingenvan sessies van de Maatschappelijke Adviesraad van Health-RI over ditonderwerp meenemen.Vooruitlopend op de ontwikkeling van het beleidsstandpunt overzeggenschap over secundair gebruik ben ik al gestart met een verkenningvan de mogelijkheid tot het aanpassen van de grondslag voor dedatabeschikbaarheid voor medisch-wetenschappelijk onderzoek. Dit medeals gevolg van de ervaringen in het oversterfte-onderzoek, waarin hetlastig bleek om gegevens beschikbaar te krijgen voor wetenschappelijkonderzoek en het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens naaraanleiding van deze problematiek.Tot slotHet vergroten van de databeschikbaarheid is van belang om de zorg voorde toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden.Het zorgveld zet zich hier met het IZA voor in, onder mijn regie. Zoals inde Nationale Visie op het Gezondheidsinformatiestelsel is aangegeven, isvertrouwen een belangrijke voorwaarde voor databeschikbaarheid.Hoewel vertrouwen een complex en gelaagd begrip is en de mate vanvertrouwen per persoon en situatie kan verschillen, wil ik mij er bij zowelnationale als internationale ontwikkelingen (zoals het EHDS-voorstel)onverminderd regie nemen om het vertrouwen in algemene zin teversterken. Want, zoals ook in de Nationale visie is verwoord, er is regienodig om het vertrouwen te doen groeien. Ik zie de uitkomsten van hetNivel-onderzoek als een ondersteuning van de al ingezette en geplandeacties op dit vlak. Door het vertrouwen te versterken, kan er een solide19Kamerstukken II, 2023/24, 27 529, nr. 307 en Kamerstukken II 2021/22, 35 824, nr. 37.20Kamerstukken II, 2023/24, 21 501-02, nr. 2820.21https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/actueel/ap-onderzoek-naar-oversterfte-kan-via-cbs.22Kamerstukken II 2022/23, 25 295, nr. 2049.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 529, nr. 3178 basis voor databeschikbaarheid ontstaan en kunnen we toegroeien naareen (lerend) zorgstelsel waaraan iedereen met vertrouwen deel kannemen.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,C. HelderTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 529, nr. 3179
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.