Lijst van vragen en antwoorden over de Defensienota 2024: Sterk, slim en samen (Kamerstuk 36592-1)
Brontekst
Versie d70c3f18c2c10610 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 592Defensienota 2024 – Sterk, slim en samenNr. 5 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 7 november 2024 De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegdaan de Minister en Staatssecretaris van Defensie over de brief van5 september 2024 inzake de Defensienota 2024: Sterk, slim en samen(Kamerstuk 36 592, nr. 1).De Minister en Staatssecretaris hebben deze vragen beantwoord bij briefvan 7 november 2024. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De voorzitter van de commissie,KahramanAdjunct-Griffier van de commissie,Manten kst-36592-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 51 1Waarom wordt er in de Defensienota 2024 met geen woordgesproken over de Nederlandse kernwapentaak?Afschrikking is een kernelement van de Defensienota 2024. Hieronderschaart Defensie ook de Nederlandse bijdrage aan de nucleaireafschrikking van de NAVO.2Kan bevestigd worden dat er kernwapens op Nederlandse bodemliggen? Zo ja, hoeveel liggen er? Zo nee, waarom kan hier geenopenheid over gegeven worden?Zoals uw Kamer bekend, kunnen op grond van bondgenootschappelijkeen juridisch bindende afspraken geen mededelingen worden gedaan overaantallen en locaties van in Europa aanwezige kernwapens.3Zijn nieuwe Amerikaanse kernwapens (de B61-12) inmiddels inNederland aangekomen? Zo ja, wanneer en hoeveel?Zie het antwoord op vraag 2.4Welke kosten zijn verbonden aan de nucleaire taak die Nederlandbinnen de NAVO heeft, bijvoorbeeld als gevolg van trainingen,oefeningen (Steadfast Noon), onderhoud, werkzaamheden aanbases etc.?Activiteiten en investeringen die verbonden zijn met de Nederlandsekernwapentaak zijn verweven in de verschillende begrotings- en investe-ringsplannen van Defensie. Gezien de Nederlandse kernwapentaak wordtuitgevoerd met de dual capable F-35, hebben verschillende van dezeactiviteiten en investeringen een duaal karakter. Om veiligheidsredenenkunnen geen nadere mededelingen worden gedaan over operationeledetails die verband houden met de kernwapentaak.5Waar begint en waar eindigt de Nederlandse verantwoordelijkheidvoor eventuele inzet van kernwapens precies?Besluitvorming binnen de NAVO vindt plaats op basis van unanimiteit,waarbij altijd sprake is van strikte politieke controle door deNAVO-bondgenoten. Dit betekent dat ook bij nucleaire besluitvormingbinnen de NAVO altijd de instemming van Nederland vereist is.6Welke studies zijn gedaan naar de effecten van de inzet van inEuropa gelegen Amerikaanse kernwapens? Zijn deze studiesopenbaar?Om veiligheidsredenen kunnen geen mededelingen worden gedaan overeventuele NAVO-studies naar de inzet van kernwapens.7Hoe is het bedrag van € 260 miljoen extra naar personeelopgebouwd?Dit bedrag bestaat voor de helft uit maatregelen ten behoeve van hetverbeteren van de personele gereedheid voor hoofdtaak 1 (beschermingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 52 van het eigen grondgebied en dat van bondgenoten), voor bijna eenderde uit de doorontwikkeling van het dienjaar en het overige deel gaatnaar maatregelen zoals veteranenbeleid, het verbeteren van ontwikkelmo-gelijkheden van medewerkers en een reparatie van de kosten van deformatieplaatsen voor de maatregelen uit de Defensienota 2024.8Welke concrete plannen heeft het kabinet om meer personeel tewerven?In de Defensienota 2024 hebben wij onze plannen gepresenteerd om dejuiste en voldoende mensen te vinden, te binden en te behouden. Wewerken in hoog tempo toe naar een schaalbare krijgsmacht en voeren eendienmodel in dat daarbij past. Hierin werken militairen in actieve dienst,burgerpersoneel, reservisten en dienjaarmilitairen in wisselendesamenstellingen. Als eerste stap in het nieuwe dienmodel start Defensiemet het invoeren van een vrijwillige enquête gericht op een brederedoelgroep van jongeren in de leeftijd van 18–27 jaar (Kamerstuk 36 592,nr. 2). Defensie investeert bovendien de komende jaren structureel€ 260 miljoen extra in het personeel, onder meer in de uitbreiding van hetdienjaar. Daarnaast worden de maatregelen uit het programma behouden,binden en inspireren voortgezet om het personeelstekort te bestrijden.Hiervoor is eerder € 109 miljoen structureel gereserveerd. Defensie biedtmet het recent gesloten arbeidsvoorwaardenakkoord 2025–2026 goedearbeidsvoorwaarden. We breiden het aantal reservisten uit door het zijnvan reservist aantrekkelijker te maken en richten ons daarnaast nadruk-kelijk op specifieke doelgroepen; zo wordt in onze arbeidsmarktcam-pagnes meer aandacht besteed aan het werven van jongeren, vrouwen enandere groepen die nu onbedoeld onvoldoende worden bereikt. Naaraanleiding van het Wetgevingsoverleg Personeel en Materieel van21 oktober jl. zijn de moties Van der Wal (Kamerstuk 36 600 X, nrs. 13 en14) en Van der Werf (Kamerstuk 36 600 X, nr. 15) aangenomen die ookvragen om concrete stappen die bijdragen aan instroom en behoud. Ikbetrek deze bij de verdere uitwerking van het dienmodel.9Uit welke investeringen bestaat de 1,3 procent naar hetonderdeel Research & technology (R&T)?In de Defensienota 2022 (DN22) en Defensienota 2024 (DN24) zijn deuitgaven aan onderzoek en technologieontwikkeling verhoogd. Demiddelen voor Research & Technology (R&T) die meetellen voor deEDA/PESCO key performance indicator (KPI) R&T, worden besteed aan:Kennisopbouwprogramma’s bij de strategische kennispartners vanDefensie (TNO, NLR en Marin) om de brede kennisbasis te bestendigen enonderzoek te doen naar essentiële onderwerpen voor een toekomstbe-stendige krijgsmacht, zoals ruimtevaart, hypersone technologie, kunst-matige intelligentie, verduurzaming en arbeidsextensivering.Het verbreden van de samenwerking op het gebied van kennis eninnovatie (K&I) met (nieuwe) nationale en internationale partners,waaronder universiteiten en hogescholen en internationaal gerenom-meerde instituten zoals het von Karman Instituut for fluid dynamics en hetNATO Centre for Maritime Research and Expertimentation (STO CMRE).Technologieontwikkelingsprojecten (nationaal en internationaal) metindustrie en kennispartners, waarbij prioriteit wordt gegeven aannationale projecten op de vijf NLD-gebieden (ruimtevaarttechnologie,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 53 sensoren, slimme materialen, kwantumtechnologie, intelligentesystemen) en op maritiem gebied.Expertise om nieuwe samenwerkingsvormen mogelijk te maken,bijvoorbeeld juridisch en financieel.Het gereedstellen voor hoofdtaak 1 door technologieën en concepten ineen vroeg stadium in de operatie in te brengen zodat deze iteratiefworden gevalideerd en verbeterd. Hierdoor wordt de feedbackloopverkort, waardoor het leerproces en technologieontwikkeling wordenversneld.10Op welke manieren werkt het kabinet toe naar de EDA-norm van2 procent voor R&T?Met de Defensienota 2024 zijn de investeringen in kennis en innovatieverhoogd, na een aanzienlijke budgetstijging met de Defensienota 2022.Deze middelen bevatten extra middelen voor kortere- en langere-termijninnovatie. Daarbij worden alleen de investeringen in langere-termijninnovatie, Research & Technology (R&T), meegeteld in deEDA-/PESCO-KPI R&T. Door de grote toename van de totale begroting is,ondanks een toename aan R&T bestedingen, de KPI R&T gelijk geblevenop 1,3%. Naast deze lange-termijn innovatie investeert het kabinet ookfors in kortere-termijn innovatie, veelal in samenwerking met industrie,zoals experimenteren met dual-use technologieën, innovatie in materieel-verwervingstrajecten en via het op te richten Security Fund. Al dezeverschillende investeringen versterken het innovatief vermogen van dekrijgsmacht en dragen bij aan modernisering.11Wat zijn de precieze stappen die genomen zullen worden om decybergereedheid te verhogen?Via meerjarige verbetermaatregelen werkt Defensie continu aan hetvergroten van de cybergereedheid. Hiermee wordt de informatiepositievoor het vermogen om militaire cyberoperaties uit te voeren vergroot,wordt de digitale weerbaarheid verbeterd en wordt aandacht besteed aande rechtshandhaving in het cyberdomein. Daarbij wordt ook voortdurendaandacht besteed aan zowel de nationale als de internationale samen-werking. Een aantal van deze activiteiten is ook meegenomen in hetactieplan, behorende bij de Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS),waarover in 2025 een voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer wordtaangeboden door de Minister van Justitie en Veiligheid. Daarnaastinvesteert Defensie met de Defensienota 2024 ook in de versterking vande internationale positie van het Defensie Cyber Commando (DCC) om bijte dragen aan de verhoging van de cybergereedheid. Dat gaat bijvoor-beeld om internationale militaire cyberliaisons, detacheringen encapaciteit voor internationale projecten en oefeningen. Tot slot wordtgewerkt aan (de herziening van) passende wet- en regelgeving voor hetoefenen en optreden van de krijgsmacht in het cyberdomein.12Welke concrete stappen zal het kabinet de komende jaren gerichtzetten richting uitbreiding en concretisering van de materieelsa-menwerking met bondgenoten en andere partnerlanden?De samenwerking op materieelgebied wordt in de komende jaren verdergeïntensiveerd, bijvoorbeeld door vaker materieel samen aan te schaffen.Nederland positioneert daarbij de Nederlandse defensie-industrie actiefTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 54 binnen het Europese en internationale speelveld. Defensie werkt aaninternationale samenwerking op basis van Nederlandse oplossingen,zowel in de toeleveringsketens als op het niveau van eindsystemen. Watgoed is voor Nederland kan ook goed zijn voor onze bondgenoten enpartners.Materieelsamenwerking levert schaal- en prijsvoordelen op en maakt delogistieke ondersteuning binnen bijvoorbeeld een NAVO-verbandoverzichtelijker en gemakkelijker. Een recent voorbeeld is de aanschaf,samen met Duitsland, van Leopard-2A8 gevechtstanks en extra Boxer-pantserwielvoertuigen. Ook zet Defensie in op de uitbreiding van hetgebruik van bestaande samenwerkingsverbanden door bijvoorbeeld vakergezamenlijk aan te kopen via de NATO Support and Procurement Agency(NSPA).Verder doet Nederland met zes voorstellen mee aan het Europeseinstrument European defence industry reinforcement through commonprocurement act (EDIRPA), waaronder als lead nation voor tweevoorstellen. De gunning van deze projecten wordt later dit jaar bekendgemaakt. Daarnaast zet Nederland in EU-verband in de onderhandelingenover het Europees Defensie-industrie Programma (EDIP) actief in opmaatregelen voor de bevordering van gezamenlijke aanschaf.Nederland werkt intensief samen met EU-lidstaten op het gebied vanonderzoek en de ontwikkeling van defensiecapaciteiten in het kader vanhet Europees Defensiefonds (EDF). Nederland stelt hier cofinancieringvoor beschikbaar om Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen daarbijte ondersteunen. Defensie wil deze intensieve samenwerking voortzetten.13Hoe beoogt u in de Nederlandse defensie-industrie meer flexibi-liteit te bereiken om in te spelen op kansen en dreigingen?De geopolitieke situatie vraagt om een vitale defensie-industrie dieflexibel kan inspelen op de groeiende vraag naar munitie en defensiema-terieel. Het is daarom noodzakelijk dat de (defensie-)industrie perspectiefvoor de lange termijn wordt geboden. De interdepartementale TaskforceProductie- en Leveringszekerheid werkt aan deze opgave. Een belangrijkewijze om deze flexibiliteit te bereiken is door Nederlandse bedrijven enhun vertegenwoordigers vroeg in de programmering van opschalingstra-jecten te betrekken. Door gezamenlijk op te trekken met onze partners inde realisatie van duurzame business cases die inspelen op de behoeftevan de eigen krijgsmacht, de kracht van de industrie en de technologischeexpertises in Nederland, bieden we de defensie-industrie meer zekerheidin de uitdagingen die opschaling met zich meebrengt. Om deze samen-werking te realiseren gaat Defensie samen met het Ministerie vanEconomische Zaken en de vertegenwoordigers van de Nederlandsedefensie-industrie, het publiek-private platform DEFPORT oprichten.Daarnaast werkt Defensie aan het realiseren en versterken van deecosystemen op de vijf prioritaire technologiegebieden (NLD_gebieden:kwantumtechnologie, intelligente systemen, slimme materialen, sensorenen ruimtevaart) en de maritieme sector. Door binnen ecosystemen samente werken versterken we de flexibiliteit van de industrie en vergroten wede leveringszekerheid op deze cruciale technologiegebieden. Tot slotwerkt Defensie aan het versterken van de financieringspositie vanindustrie die werkt aan opschaling voor Defensie (zowel dual-use alscore-defence). Zo geven we kansrijke innovaties een betere kans om de«Valley of Death» te overbruggen. De recent verzonden Kamerbrief«Voortgang structurele versterking van de Europese productie vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 55 munitie en defensiematerieel» (Kamerstuk 36 600 X, nr. 8) biedt uw Kamereen overzicht op de voortgang op dit onderwerp.14Hoe worden de toenemende kwetsbaarheden van digitalisering zoveel mogelijk teruggedrongen?Via nationaal en internationaal beschikbare dreigingsinformatie en viagegevensuitwisseling met de inlichtingendiensten blijft Defensieup-to-date aangaande de cyberdreiging. Defensie versterkt de digitaleweerbaarheid door gebruik te maken van beproefde procedures ensystemen, door nauwe samenwerking en kennisuitwisseling met overheiden markt en door de innovatie te intensiveren. Voor voldoende zicht engrip op het groeiende digitale aanvalsoppervlak en cyberdreigingen werktDefensie aan passende wet- en regelgeving om de taken en bijpassendebevoegdheden wettelijk vast te leggen om zo een grondslag te creërenom cyberdreigingsinformatie effectief en rechtmatig te verwerken.Daarnaast worden bestaande bevoegdheden van de inlichtingendienstenbij de herziening van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten(Wiv) 2017 versterkt en wordt het mogelijk gemaakt om flexibeler enwendbaarder op te treden in het cyberdomein om huidige dreigingen hethoofd te blijven bieden.15Hoe zouden de initiatieven om de productiecapaciteit van dedefensie-industrie gezamenlijk (met de EU en de NAVO) tevergroten eruit kunnen zien en zijn hier al concrete plannen voor?Eén van de grote opgaven ligt inderdaad in het vergroten van dedefensie-industriële productiecapaciteit van de NAVO als geheel endaarmee ook van Europese landen als onderdeel daarvan. HetNAVO-bondgenootschap heeft middels het Defence Production ActionPlan en de Industrial Capacity Expansion Pledge afspraken gemaakt overhet versterken van de defensie-industrie. Er ligt op het gebied vanproductie van munitie en defensiematerieel voor Nederland een belang-rijke inhaalopgave binnen het bondgenootschap. Nederland geeft hieruitvoering aan onder andere met de Actieagenda Productie- enLeveringszekerheid.De EU en de NAVO streven hetzelfde doel na, namelijk voldoendedefensie industriële capaciteit voor de collectieve verdedigingstaak van deNAVO. De organisaties zijn echter wel van een andere (juridische) aard. DeNAVO draagt bij aan het stimuleren van de defensie-industrie van hetbondgenootschap, zoals door het stellen van de eerdergenoemde doelen(pledges), vaststellen van militaire standaarden ten behoeve vaninteroperabiliteit, en aansporen van gezamenlijke aanschaf onder anderevia NSPA (Support and Procurement Agency). Tegelijkertijd is de NAVOeen politiek en militair bondgenootschap van soevereine staten. Debondgenoten van de NAVO sluiten politieke verbintenissen op basis vanconsensus. De NAVO stelt daarmee richtlijnen en normen, waar debondgenoten zich politiek aan verbinden. Deze zijn niet juridischafdwingbaar.De EU heeft andere bevoegdheden en kan daarom op een andere manierbijdragen aan het stimuleren van de gezamenlijke NAVO industriëlecapaciteit, door maatregelen te nemen om de Europese defensie-industrieop te schalen. Uit haar verdragen volgt voor de EU de bevoegdheid omindustriebeleid te voeren, voornamelijk ten behoeve van het concurrentie-vermogen van de EU. Zoals Mario Draghi in zijn recente rapport ookbenoemde, is de defensie-industrie daar een belangrijk onderdeel van. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 56 EU heeft, anders dan de NAVO, een bredere industriepolitieke enwetgevende toolkit voor het stimuleren van de Europese (defensie-)industrie. Dat zien we onder andere terug in de verordening EuropeseDefensie Industrie Programma (EDIP). Die verordening bevat financiële enafdwingbare maatregelen voor het stimuleren van de vraag- en aanbod-zijde van de industrie, onder andere door een financieel programma datvraagbundeling, gezamenlijke aanschaf, opschalen productiecapaciteit engrensoverschrijdende toeleveringsketens aanjaagt. Maar ook door eentoeleveringszekerheidsregime op te zetten. Aangezien 23 lidstaten van deEU ook NAVO bondgenoten zijn, kan de EU op die manier een belangrijkebijdrage leveren aan de gezamenlijke NAVO defensie-industrie. Zo dragenbeiden organisaties op hun manier bij aan het gemeenschappelijke doel.16Welke precieze stappen worden gezet om de samenlevingweerbaarder te maken?Zie het antwoord op vraag 17.17Welke precieze stappen worden er gezet om deze plannen te latenaansluiten op de weerbaarheidsplannen van andere Europese- enNAVO-landen?Beantwoording van de vragen 16 en 17 is samengevoegd.De NCTV en Defensie werken aan een maatschappijbrede aanpak om deweerbaarheid van de samenleving te versterken. Een weerbare samen-leving draagt bij aan een geloofwaardige afschrikking. Het verhogen vande weerbaarheid helpt bovendien niet alleen om voorbereid te zijn ophybride aanvallen of een militair conflict, maar ook om andere crises,zoals grootschalige overstromingen of langdurige uitval van vitaleprocessen te kunnen weerstaan.De Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden, maar ook deNAVO-weerbaarheidsdoelen (Resilience Objectives) en de EU-initiatievenvormen het raamwerk voor het versterken van de weerbaarheid van desamenleving. De NAVO Weerbaarheidsdoelen, die voortkomen uit artikel 3van het Noord-Atlantisch Verdrag, zetten bijvoorbeeld het basisniveau vanweerbaarheid uiteen op zeven verschillende gebieden1, met als doel ombij te dragen aan de continuïteit van de overheid, de samenleving en deondersteuning van bondgenootschappelijke verdediging. In EU-verbandwordt nagedacht over hoe de Europese weerbaarheid kan wordenversterkt en welke rol de Europese Unie hierin kan spelen. Op basis vanhet onlangs verschenen rapport van speciaal adviseur Niinistö wordtgewerkt aan een Preparedness Union strategie, verwacht in het voorjaarvan 2025. Ook wordt er Rijksbreed en in internationaal verband gewerktaan onder andere het tegengaan van statelijke en hybride dreigingen, hettegengaan van ongewenste buitenlandse inmenging en (internationale)cyberveiligheid. Defensie sluit bovendien met de nationale actieagendaproductie- en leveringszekerheid aan bij ontwikkelingen in de NAVO enEU, waarbij de inzet op versterkte publiek-private samenwerking bijdraagtaan het vergroten van onze weerbaarheid.Daarnaast zijn er ook waardevolle lessen te leren van andere landen, zoalsFinland en Zweden en Oekraïne. Deze lessen worden meegenomen bij deverdere aanpak van het kabinet.1Continuïteit van overheid, energievoorziening, grootschalige opvang van personen, levensbe-hoeften, opvang van gewonden, (tele)communicatie en transport.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 57 Uw Kamer ontvangt later dit jaar een brief over weerbaarheid tegenmilitaire en hybride dreigingen. Daarin staat wat een weerbare samen-leving voor dit kabinet inhoudt en wat er nodig is deze te bereiken.18Zijn er nog bunkers en schuilkelders in stand uit de tijd van deKoude Oorlog die voor hoog beveiligde locaties of voor dealgemene bevolking gebruikt kunnen worden?Eerder dit jaar heeft de toenmalig Minister van Justitie en Veiligheid uwKamer geïnformeerd over schuilkelders en bunkers in Nederland(Aanhangsel van de Handelingen, Vergaderjaar 2023–2024, nr. 2102). Hetis, en was, de verantwoordelijkheid van de gemeente om te beslissen ofzij al dan niet een openbare schuilgelegenheid aanbiedt. Tot 1990 had hetRijk een stimulerende en ondersteunende rol ten aanzien van de openbareschuilgelegenheden. In 1990 heeft het toenmalige kabinet besloten de rolvan openbare schuilgelegenheden bij de bescherming van de bevolking tebeëindigen. Daarmee beëindigde het Rijk ook zijn stimulerende enondersteunende rol. Dit besluit is nog steeds van kracht.19Kunt u concretiseren wat de doelen van het industriebeleid zijnvan Defensie,zowel op nationaal als op Europees niveau?De geopolitieke situatie vraagt van ons dat Nederland en Europesebondgenoten minder afhankelijk worden voor de levering van munitie endefensiematerieel. De doelstelling van het kabinet is om een actieveindustrie- en innovatieaanpak op te zetten en uit te voeren. Hierbij pasteen nieuwe manier van werken van de overheid en de (defensie-)industrie.In de Actieagenda Productie- en Leveringszekerheid wordt met drieactielijnen geconcretiseerd hoe Defensie aan de slag gaat met dezeactieve industrie- en innovatieaanpak. Ten eerste het versnellen van deproductie van munitie en materieel en het terugdringen van risicovollestrategische afhankelijkheden in de keten samen met partners in EU- enNAVO-verband. Ten tweede, het investeren in de ontwikkeling en snelleadoptie van nationale technologiegebieden waarin Nederland over eenconcurrerend voordeel en industriële Nederlandse capaciteit beschikt,waarmee opschaling van hoogtechnologische (wapen)systemen kanworden gerealiseerd, samen met bestaande regionale ecosystemen;startend met onbemenste systemen, ruimtevaart, slimme materialen enmaritieme maakindustrie. En ten derde, het aanpassen van de randvoor-waarden voor een vitale defensie-industrie, zoals toegang tot voldoendefinanciering en grondstoffen.In de Defensienota 2024 is financiële ruimte vrijgemaakt om vanaf 2024tot en met 2031 € 1,1 miljard euro te investeren in dit actieve industrie- eninnovatiebeleid. Momenteel wordt gewerkt aan de strategie voor deconcretisering en invulling hiervan, op basis van de ActieagendaProductie- en Leveringszekerheid en de Defensienota 2024. Defensie enhet Ministerie van Economische Zaken zullen uw Kamer hieroverinformeren in het eerste kwartaal van 2025.20Heeft Defensie nog behoeften wat betreft materiaal waarbij hetnu nog niet tot een A-brief komt? Zo ja, is de overweging danbudgettair of anderszins?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 58 Ja, in de Defensienota 2024, waarin we investeringen hebben aange-kondigd in materieel en ondersteunende diensten, hebben we al gestelddat niet alles kan, en zeker niet allemaal tegelijk. Ondanks de aanzienlijkeinvesteringen van het kabinet, kan Defensie met het defensiebudget niettegelijkertijd alle wettelijke taken uitvoeren, bondgenootschappelijkeverplichtingen nakomen en zich aan alle nationale regelgeving houden.Daarom zijn in de Defensienota 2024 keuzes gemaakt om bepaaldeinvesteringen te prioriteren.21Is het Defensie Cyber Commando (DCC) reeds op missie ofuitzending in het buitenland geweest?Naast de bijdrage van DCC aan de algehele cybergereedheid van dekrijgsmacht en de gezamenlijke inzet van DCC en MIVD in multidiscipli-naire cyberteams heeft zelfstandige inzet van het DCC in een missie ofuitzending in het buitenland nog niet plaats gevonden. Zodra dit wel hetgeval is, zullen we de Kamer hierover informeren indien de operationeleveiligheid dat toelaat.22Is er in het verleden een SOF-toelage geweest?Nee, er is in het verleden geen SOF-toelage geweest.23Weet het Ministerie van Defensie hoeveel extra diplomatenbetaald worden voor hardship-posten? Wordt dit meegenomen alsmen over de SOF-toelage denkt?Vergoedingen voor uitzendingen voor Rijksmedewerkers zijn geregeld inde Aanvullende CAO Rijk Uitzendingen (ACRU). In de bijlagen van deACRU is de hoogte van de diverse toelagen gespecificeerd.SOF-personeel valt niet onder de ACRU. De manier van uitzenden vandiplomaten, waar de ACRU op toeziet is, is van een andere aard danSOF-personeel. Voor SOF-personeel zet Defensie diverse toelagen in,zoals functie-gebonden toelagen die toezien op risico’s (zoals eenduiktoelage, parachutesprong toelage of mountain leader-toelage),inzettoelages en bindingspremies voor het behoud van personeel. Deinzet van deze verschillende toelagen en premies bieden de huidigeaanvullende financiële vergoeding voor Special Forces. Bij nadereherzieningen rondom het toelagenstelsel van Defensie, worden nieuwevoorstellen meegenomen.24Hoe ver is men met de Wet weerbaarheid Defensie en veiligheidgerelateerde industrie? Wanneer verwacht de regering volgendestappen te ondernemen?Van 1 juli t/m 31 augustus 2024 heeft een internetconsultatie plaatsge-vonden, waarover uw Kamer is geïnformeerd op 1 juli 2024 (Kamerstuk31 125, nr. 132). De Ministeries van Economische Zaken en van Defensiewerken op basis van de ingezonden reacties aan verbetering van de weten de toelichting daarop. Hiervoor zijn we ook in gesprek met debrancheverenigingen van de defensie-industrie. Vervolgens zullen dewetstekst en de toelichting worden voorgelegd bij onder meer hetAdviescollege toetsing regeldruk en de Autoriteit Persoonsgegevens. Naverwerking van de adviezen zal de wet worden voorgedragen aan de Raadvan State, waarna het advies zal worden verwerkt en toegelicht in eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 59 nader rapport. De wet zal dan samen met de memorie van toelichting enhet nader rapport naar uw Kamer worden gestuurd. Hoewel het opvoorhand lastig te voorspellen is hoe lang elk van deze stappen zal duren,streven we naar inwerkingtreding van de wet in 2026.25Wanneer verwacht de regering de volgende stappen te zettenvoor de Wet op de gereedstelling?Zoals in het Regeerprogramma van het kabinet (bijlage bij Kamerstuk36 471, nr. 96) is aangekondigd, zet het kabinet in op wetgeving dievoorziet in het wegnemen van knelpunten voor de gereedstelling van dekrijgsmacht. Dit is van groot belang voor de voorbereiding op inzet van dekrijgsmacht voor hoofdtaak 1: het beschermen van het eigen grondgebieden dat van de bondgenoten. De knelpunten die in dit kader worden bezien,bevinden zich op diverse beleidsterreinen, zoals de fysieke leefomgeving,informatieomgeving, inkoop en personeel. Het opstellen van eenwetsvoorstel (wetsvoorstel voor een Wet op de Gereedstelling) bevindtzich in de fase van ambtelijke voorbereiding en vraagt om afstemmingmet belanghebbenden en andere departementen. Het streven is om begin2025 een wetsvoorstel ter consultatie aan te kunnen bieden.26Kunt u nader uiteenzetten wat u bedoelt met «voldoende oporde» als het om weerbaarheid gaat?Zoals aangegeven in het antwoord op vragen 16 en 17, ontvangt uwKamer later dit jaar een brief over weerbaarheid tegen militaire en hybridedreigingen. Daarin staat wat het kabinet verstaat onder een weerbaresamenleving en wat er nodig is deze te bereiken en op welke gebiedenaanvullende inzet nodig is.De krijgsmacht moet in staat zijn om het eigen en bondgenootschappelijkgrondgebied te verdedigen, de internationale rechtsorde te beschermenen civiele autoriteiten te ondersteunen bij rampen en crises. Defensieheeft daarvoor de samenleving hard nodig; zowel ter ondersteuning vande militaire taken, alsook om eventueel taken van Defensie over te nemenin geval van een militair conflict. Defensie brengt daartoe onder andere inkaart welke ondersteuning Defensie nodig heeft om voldoende voorbereidte zijn op een militair conflict en gaat samenwerkingen met de markt aanop verschillende terreinen, zoals logistiek, om de schaalbaarheid van deorganisatie te vergroten.27Hoe maken we onderscheid tussen kwaadaardige buitenlandsebeïnvloeding, vrijheid van meningsuiting en opstokende binnen-landse (sociale) media die in hun eigen belang soms ook alleenmaar één zijde van een conflict bewust weergeven?Zowel binnenlandse als buitenlandse actoren doen aan belangenbehar-tiging om zichzelf in een goed daglicht te plaatsen, denk aan publiekediplomatie, lobbyactiviteiten, reclame, promotie-evenementen ennetwerkgesprekken. Vrijheid van meningsuiting speelt hierbij eenbelangrijke rol als fundament van een democratische rechtsstaat alsNederland. Het staat deze actoren vrij dit te doen, zolang ze binnen degrenzen van de wet- en regelgeving blijven. Buitenlandse beïnvloedingdoor statelijke actoren wordt onwenselijk zodra het de nationale veilig-heidsbelangen van Nederland raakt. Onze inlichtingendienstenwaarschuwen al langere tijd dat inmengingsactiviteiten van andere landenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 510 in toenemende mate een bedreiging vormen.2 Buitenlandse statelijkeactoren beschikken hiervoor over tal van (cyber)middelen, huncampagnes zijn vaak complex en verhuld waarbij ze ook gebruik makenvan tussenpersonen (proxies) of «hactivistische» collectieven.3 Het is vangroot belang dat we ons verder wapenen tegen ongewenste beïnvloedingen het publieke debat versterken, bijvoorbeeld met de recent aangekon-digde nieuwe maatregelen tegen de verspreiding van desinformatie.428Is er inmiddels bekend om hoeveel migranten het ging die onrustmoesten aanwakkeren langs de oostgrens van de EU en deNAVO?In de Defensienota-2024 wordt verwezen naar het feit dat Finland sinds16 november 2023 zijn grenzen met Rusland heeft gesloten, om tevoorkomen dat groepen migranten de grens over worden gestuurd alsmiddel om onrust in Finland of de EU aan te wakkeren. Deze beslissingvan het Ministerie van Binnenlandse Zaken van Finland volgde na eensterk verhoogd aantal asielzoekers bij grensovergangen met Rusland.Volgens de Finse grenswacht zou het hierbij om honderden personengaan.5 De inzet van migranten als middel beperkt zich niet tot deFins-Russische grens. Eerder hebben Letland, Litouwen en Polenhiertegen voorlopige noodmaatregelen genomen naar aanleiding vanmigranten die door Belarus als politiek drukmiddel werden ingezet. Exactecijfers hiervan zijn niet bekend.29Kan in kaart gebracht worden hoeveel Russische schepen enincidenten er zijn geweest in de wateren van Nederland en vanandere EU- en NAVO-leden? Kan ook aangegeven worden wat erdaarbij precies gebeurd is en hoe schadelijk of risicovol dit was?Zoals in het openbaar jaarverslag van de MIVD staat vermeld, brengtRusland infrastructuur op de Noordzee heimelijk in kaart en onderneemthet activiteiten die duiden op spionage en voorbereidingshandelingenvoor verstoren en sabotage. Deze dreiging is nog altijd actueel en wordtgemonitord. Ook wordt er actief informatie over het dreigingsbeelduitgewisseld met andere Noordzeelanden en in multilateraal verband.Over het kennisniveau, de werkwijze of de bronnen van de MilitaireInlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de Algemene Inlichtingen- enVeiligheidsdienst (AIVD) doet het kabinet in het openbaar geen uitspraken.In het algemeen geldt dat de Kamer, in voorkomende gevallen, over devertrouwelijke aspecten van het werk van de diensten wordt geïnformeerdvia de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD).30Is er een overzicht van landen waarin Rusland en China (militairof financieel) actief zijn? Wat is er in dit soort landen nog nodigom het tij te kunnen keren?Rusland en China werken wereldwijd met een groot aantal landen samen.Op basis van gedeelde overtuigingen en belangen weten zij strategischeafhankelijkheden te creëren en een brede coalitie van landen te mobili-2Zie bijvoorbeeld het AIVD Jaarverslag 2022 (Kamerstukken II 2022–2023, 30 977, nr. 168) en hetDreigingsbeeld Statelijke Actoren (Kamerstukken II 2022–2023, 30 821, nr. 175).3NCTV, Cyber securitybeeld-2024, 28 oktober 2024.4Kamerstukken II, 2023–2024, 30 821, nr. 230.5Zie https://raja.fi/en/-/phenomenon-of-illegal-entry-in-the-area-of-southeast-finland-border-guard-districtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 511 seren, bijvoorbeeld via het Chinese Belt and Road Initiative. Defensie heeftgeen uitputtend overzicht van landen waar Rusland en China militair offinancieel actief zijn, maar zet zich in voor het versterken van de relatiemet landen waar Nederland een veiligheidsbelang heeft. Nederland zoektvanuit een gelijkwaardige dialoog de samenwerking op de vlakken waarwe gedeelde belangen hebben. Hierin trekt Nederland bij voorkeur op inmultilateraal verband en met onze partners en bondgenoten in de EUen/of NAVO, om in gezamenlijkheid een tegenwicht te kunnen bieden aanmondiale Russische en Chinese beïnvloeding en inmenging.31Welke definitie hanteert het kabinet voor «gewelddadige extre-mistische groeperingen» en vallen de Fulani herders daaronder?De NCTV beschouwt extremisme als het uit ideologische motieven bereidzijn om niet-gewelddadige en/of gewelddadige activiteiten te verrichtendie de democratische rechtsorde ondermijnen. Extremisme kan in zijnuiterste vorm tot terrorisme leiden, als maatschappij-ontwrichtendeschade wordt aangericht en/of grote groepen mensen angst wordtaangejaagd. De Fulani (Peul) zijn een etnische groep en geen geweld-dadige extremistische groepering.32Kan aangegeven worden wat goedkope en dure drones kosten?Drones zijn er in veel verschillende soorten en maten, van goedkopeconsumentensystemen tot hoog specialistische systemen voor militairetoepassingen. De variatie in prijs is eveneens groot. In het goedkoopsteconsumentensegment, verkrijgbaar vanaf enkele honderden euro’s, gaathet om systemen met een beperkt bereik en beperkte mogelijkheden omlading (sensoren, wapens of explosieven) mee te nemen. Daarnaast zijndeze goedkope systemen makkelijk te storen met eenvoudige middelendoor bijvoorbeeld de GPS- of communicatiefrequenties te verstoren. Hetmilitair nut van deze systemen neemt af door betere elektronischetegenmaatregelen. Tot het hoogste segment van militaire onbemenstesystemen behoort bijvoorbeeld de MQ-9 Reaper waar Defensie overbeschikt. Dergelijke systemen kosten honderden miljoenen euro’sinclusief exploitatie, inlichtingenverwerkingscapaciteit, operationeleondersteuning en instandhouding. In het Defensie Projectenoverzicht(DPO) kunt u meer informatie vinden over de kosten van de Reaper.33Hoe kunnen we voorkomen dat grote bedrijven een bepalende rolkrijgen in conflicten, terwijl we ze juist nodig hebben om snel enveel te leveren waardoor ze juist meer macht krijgen?De markt voor munitie en defensiematerieel is geen gewone markt.Overheden zijn in principe de enige afnemer van munitie en defensiema-terieel, gelet op het geweldsmonopolie. Dit maakt dat Defensie alsbehoeftesteller voor de eigen krijgsmacht een sturende rol heeft in demarkt, net zoals andere overheden dat hebben ten aanzien van debehoeftestellingen voor de andere internationale krijgsmachten. Defensiewerkt samen met EZ aan het wetsvoorstel Weerbaarheid Defensie- enVeiligheid-gerelateerde Industrie. Het wetsvoorstel beoogt onze defensie-industrie te beschermen en te versterken. Het wetsvoorstel biedt ook demogelijkheid om te sturen op bijvoorbeeld de productie en instand-houding van defensiematerieel, strategische voorraden, de bevoorra-dingsketen en het opschalen van productiecapaciteit. Volgens de huidigeplanning gaat het wetsvoorstel in het derde kwartaal van 2025 naar deKamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 512 34Hoe duur zijn de relatief goedkope drones die marineschepen uitkunnen schakelen, gemiddeld genomen?Er zijn zowel vliegende als varende drones die marineschepen kunnenuitschakelen. Vliegende systemen kunnen een schip over het algemeentijdelijk buiten gevecht stellen en varende systemen hebben de potentieom een schip tot zinken te brengen. De kosten van dergelijke systemenzijn niet bekend bij Defensie, maar uit openbaar beschikbare gegevensblijkt dat deze kunnen variëren van enkele honderdduizenden tot enkelemiljoenen euro’s. Er zijn uiteraard goedkopere vliegende drones, maardeze hebben een zodanig beperkt bereik in combinatie met het benodigdegewicht aan bewapening om significante schade aan te richten aan eenmarineschip, dat deze buiten beschouwing zijn gelaten.Om een systeem effectief in te kunnen zetten is meer nodig dan enkel hetsysteem. Randvoorwaardelijk zijn onder andere een netwerk vansensoren, communicatie- en commandosystemen, inlichtingenverwerkingen beschikbaarheid van grote aantallen goedkope systemen om deze opde juiste plaats op de juiste tijd in te kunnen zetten en zodoende verdedi-gingssystemen te overbelasten. Het invullen van deze randvoorwaardenbrengt de grootste kosten met zich mee. Daarbij hangt het succes van eenaanval met een drone tegen een schip sterk af van de verdedigingscapa-citeit en weerbaarheid van het schip dat wordt aangevallen.Zie ook het antwoord op vraag 32.35Kunt u de door u genoemde ethische en juridische dillema’s dietot nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie enautonome (wapen)systemen kunnen leiden, nader specificeren?Het kabinet ziet kansen voor de krijgsmacht bij de inzet en het gebruik vannieuwe technologieën, waaronder kunstmatige intelligentie (artificialintelligence, AI), maar ook ethische en juridische dilemma’s. Het kabinetheeft al langer aandacht voor de ethische en juridische risico’s bij de inzetvan AI, bijvoorbeeld met betrekking tot bias, discriminatie en profilering,zoals blijkt uit de Toeslagenaffaire.In 2022 benadrukten de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) ende Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV)het risico op een verlaging van de drempel tot geweldgebruik en nadelenten aanzien van de technische betrouwbaarheid. Het standpunt vanDefensie is dat AI in autonome (wapen)systemen alleen ingezet wordt alsdit in lijn is met het humanitair oorlogsrecht en als menselijke controle enoordeelsvermogen is geborgd.De NAVO-richtlijnen voor verantwoord gebruik van AI (Principles ofResponsible Use) zijn leidend voor Defensie. Daarnaast benadrukt hetkabinet het belang van internationale samenwerking om te komen tot eenverantwoorde omgang met nieuwe technologieën en wapenbeheersing.Met Responsible AI in the Military Domain (REAIM) heeft Nederland detoepassing van AI in het militaire domein hoog op de internationaleagenda geplaatst. Daarnaast speelt Nederland een actieve rol in de VN,waar onder de verdragspartijen van de Convention on Certain Conven-tional Weapons (CCW) wordt gesproken over het beheersen vanautonome wapensystemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 513 36Kunt u concretiseren wat de mogelijke inzet van kunstmatigeintelligentie (AI) inhoudt? Op welke terreinen ziet u hiervoormogelijkheden? Welke risico’s ziet u voor de inzet van AI?De Defensie Strategie Data Science en AI 2023–2027 noemt vijf prioritairegebieden voor de toepassing van data science en AI. In het licht van dehuidige geopolitieke context en de focus op hoofdtaak 1, richt Defensiezich op AI ten behoeve van besluitvormingsondersteuning door infor-matie te genereren uit grote hoeveelheden data, onbemenste systemen(bijvoorbeeld voor navigatie en beeldherkenning) en de logistieke ketenter verhoging van de gereedstelling. Voor de risico’s zie het antwoord opvraag 35.37Hoeveel NAVO-troepen en andere eenheden staan op dit momentlangs de oostgrenzen van de NAVO opgesteld en in welke landengebeurt dat nog meer? Met hoeveel moet dit opgeschaaldworden?Momenteel bestaat de NAVO-aanwezigheid aan de oostflank (enhancedForward Presence, eFP) uit circa 9600 militairen, verdeeld over een achttalmultinationale Battle Groups in Estland, Letland, Litouwen, Polen,Bulgarije, Hongarije, Roemenië en Slowakije. Op de NAVO-top in Madridin 2022 kwamen de bondgenoten overeen om de multinationale BattleGroups op te schalen van bataljons- naar brigadeniveau, waar en wanneerdat nodig is.38Kan er aangegeven worden hoeveel incidenten er zijn geweest in2024 in de Zuid-Chinese Zee en of dit meer is dan de jarenhiervoor?In algemene zin is er in 2024 een toename te zien van assertiviteit doorChina in de Zuid-Chinese Zee jegens landen met overlappende claims indit zeegebied. Het zwaartepunt van deze assertiviteit concentreert zichnabij de Second Thomas Shoal, een rif dat wordt geclaimd door zowelChina als de Filipijnen. Het aantal incidenten nabij dit rif is in 2024 gestaagtoegenomen. Ook zijn deze incidenten in 2024 assertiever van aard, watheeft geleid tot verschillende gewonden aan Filipijnse zijde. Uw Kamerwerd op 7 juni van dit jaar tevens geïnformeerd over het voorval metZr.Ms. Tromp, dat eveneens de assertiviteit van China in de internationalewateren schetst (Kamerstuk 29 521, nr. 488).Daarnaast is sinds juni 2024 nieuwe kustwachtdetentiewetgeving vankracht. Dit stelt de Chinese kustwacht in staat om buitenlanders die zich inde betwiste gebieden van de Zuid-Chinese Zee bevinden voorafgaand aaneen rechtszitting 60 dagen vast te houden. Dergelijke wetgeving geldt ookvoor het vasthouden van buitenlandse schepen. Deze wetgeving betekentin de praktijk dat, gezien de verschillende claims in de Zuid-Chinese Zee,landen als Indonesië, Japan, Vietnam, de Filippijnen en Taiwan het risicolopen om in hun nationale exclusieve economische zones (EEZ) te wordenaangehouden en vastgezet door de CCG. Deze recente wetgeving is eentoevoeging aan de al in 2021 uitgebreide kustwachtwetgeving die de CCGdestijds in staat stelde om dodelijk geweld toe te passen tegen buiten-landse schepen die bevelen van Chinese autoriteiten in de door Chinageclaimde gebieden niet gehoorzamen. De Chinese bereidheid omterritoriale geschillen in de Zuid-Chinese Zee op de spits te drijven doorassertieve acties op basis van Chinese wet- en regelgeving zal zorgenvoor toenemende spanning tussen China en de omringende landen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 514 39Kan aangegeven worden hoe sterk Rusland militair eigenlijk is enhoe zich dat verhoudt tot de NAVO-kracht die zich nu in de EU ende NAVO in Europa bevindt?Rusland heeft sinds februari 2022 de transitie naar een oorlogseconomiegemaakt en kan daarmee op grote schaal militaire capaciteiten en munitieproduceren. Daarnaast is er sprake van toenemende militaire samen-werking tussen Rusland, China, Iran en Noord-Korea. Zo zijn Noord-Koreaanse troepen aanwezig in Rusland, die mogelijk kunnen wordeningezet in Oekraïne. Door de levering van militaire capaciteiten, zoalsaanvalsdrones en ballistische raketten aan Rusland en het ondersteunenvan de Russische defensie-industrie, houden deze landen de Russischeoorlog tegen Oekraïne in stand. Zij raken daarmee direct de veiligheid enstabiliteit van Europa. We doen geen uitspraken over de specifiekeverhouding in capaciteiten.40Wordt er een stijgende intensiteit van aanvallen op het luchtruimen/of langs de grens van NAVO-grondgebied waargenomen die deopmars kan zijn voor het binnenvallen NAVO-lidstaten doorRusland?Er zijn geen signalen dat Rusland op korte termijn gereed en van plan isom een oorlog te beginnen tegen NAVO-bondgenoten. Desalniettemin iseen conflict met de NAVO voorstelbaar geworden en bestaat er een zekerrisico op ongewilde escalatie als gevolg van miscommunicatie enmisverstanden, zoals te lezen is in het jaarverslag 2023 van de MIVD.Daarbij laten prognoses van de Russische militaire productiecapaciteitzien dat deze de komende jaren verder zal stijgen.Het agressieve gedrag van Rusland, waaronder de toenemende hybrideRussische activiteiten tegen NAVO-bondgenoten, vormt reeds een reëledreiging voor de veiligheid van de NAVO. De frequente luchtruimschen-dingen van NAVO-verdragsgebied door Russische drones, brengtbovendien escalatierisico met zich mee.De NAVO bereidt zich met de versterking van de bondgenootschappelijkeafschrikking en verdediging daarom voor op de mogelijkheid van eentoekomstig conflict met Rusland.Onderdeel van de versterking van de bondgenootschappelijkeafschrikking en verdediging is het veilig houden van het NAVO-luchtruimtegen inkomende Russische onbemenste luchtsystemen en raketten.NAVO-bondgenoten investeren daarom met prioriteit in aanvullendeluchtverdedigingscapaciteiten.41Is er door het meedoen aan missies in buitenland qua capaciteit,inzet personeel en kosten een extra vertraging in het opschalenvan onze eigen veiligheid?Het meedoen aan missies en operaties draagt bij aan het bevorderen vande (internationale) rechtsorde en stabiliteit. Vanwege de instabieleveiligheidsomgeving aan de randen van Europa staan de Nederlandsebelangen steeds duidelijker op het spel. Het vergroten van stabiliteitelders in de wereld draagt direct bij aan de veiligheid van Nederland enEuropa. Door nu deel te nemen aan missies en operaties in de regio’s omons heen wordt bijgedragen aan een veilige en stabiele toekomst voorNederland. De inzet van Defensie in het kader van de tweede hoofdtaak(bescherming en bevordering van de internationale rechtsorde enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 515 stabiliteit) draagt bij aan de motivatie en de gereedheid van het personeelen daarmee aan de totale gereedheid. Als de bescherming van het eigengrondgebied echter vraagt om opschaling, blijft Defensie in staat omeenheden op missie terug te laten keren binnen de termijnen die geldenvoor het NATO Force Model.42Bij welk bedrag en welk NAVO-percentage kan Nederland welvoldoen aan de taken en verplichtingen, aangezien wordt gestelddat Nederland dat op dit moment, ondanks de hogere uitgaven,nog niet kan?43Wanneer is de NAVO wel sterk genoeg?Beantwoording van de vragen 42 en 43 is samengevoegd.De NAVO is een defensief bondgenootschap met drie kerntaken die hetsuccesvol uit moet kunnen voeren: (1) collectieve afschrikking enverdediging, (2) crisispreventie en -management, en (3) coöperatieveveiligheid. Hiervoor zet het verschillende militaire- en non-militaireinstrumenten in. Zo moet de NAVO als bondgenootschap sterk staan endaadkrachtig op kunnen treden. Hier wordt regelmatig op geoefend.Voor het militair machtsinstrument worden de benodigde capaciteiten viahet NATO Defence Planning Process (NDPP) vastgesteld. Deze wordenvastgesteld op basis van een door de bondgenoten vastgesteldeambitieniveau (de Political Guidance), welke beschrijft waartoe de NAVOmilitair gezien in staat moet zijn om het bondgenootschap en zijnbelangen veilig te houden. Op basis van dit ambitieniveau werkt de NAVOde benodigde set aan militaire capaciteiten uit en vertaalt deze naarcapaciteitsdoelstellingen voor de individuele bondgenoten. Volledigeinvulling van deze capaciteiten is noodzakelijk om de hoge risico’s bij hetuitvoeren van de afschrikkings- en verdedigingsplannen te verlagen en tevoldoen aan de Political Guidance.Nederland heeft begin juli de concepttoewijzing met aanvullendecapaciteitsdoelstellingen van de NAVO ontvangen. Zoals eerdertoegezegd ontvangt uw Kamer nog voor de begrotingsbehandeling eenKamerbrief met meer informatie hieromtrent, aanvullend op de eerderaan uw Kamer verzorgde technische briefing. De capaciteitsdoelstellingenin deze cyclus vloeien in sterke mate voort uit deze hernieuwde focus opcollectieve verdediging en de daaraan gerelateerde nieuwe militaireverdedigingsplannen van de NAVO. Vanwege de toegenomen dreiging,zijn de benodigde capaciteiten voor een verantwoorde uitvoering van deplannen significant toegenomen ten opzichte van eerdere jaren. Datvraagt veel van ieder land. Er is brede overeenstemming onder bondge-noten dat 2% de absolute ondergrens is.Defensie analyseert momenteel wat de aanvullende capaciteitsdoelstel-lingen financieel zouden kunnen betekenen. Ik hoop u in het eerstekwartaal van 2025 hierover nader te informeren.Dit kabinet zet structureel de stap naar structureel 2% bbp, waarbij we ditwettelijk willen vastleggen als ondergrens. Keuzes blijven echternoodzakelijk, omdat ook met het aanvullende budget niet aan allebestaande én aanvullende capaciteitsdoelstellingen kan worden voldaan.Ondanks de aanzienlijke investeringen van het kabinet, kan met hethuidige defensiebudget niet tegelijkertijd volledig invulling wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 516 gegeven aan alle wettelijke taken, bondgenootschappelijke verplichtingenen nationale regelgeving.44Wat is de status van het onderzoek naar oorlogsmisdrijven en hetvoorkomen van burgerslachtoffers? Waar houdt Nederland zichhier wel en juist niet mee bezig?Forensische opsporingsteams (FO) van de Koninklijke Marechaussee(KMar) hebben vier keer onderzoek gedaan naar oorlogsmisdrijvengepleegd in Oekraïne sinds de inval van de Russische Federatie inOekraïne in 2022. De bewijslast die door de FO-teams is veiliggesteld, isovergedragen aan het Internationale Strafhof (ICC). Het is aan het ICC omde bewijslast te gebruiken in rechtszaken tegen verdachten van oorlogs-misdrijven. Ook in de komende periode blijft het kabinet het ICC steunenin de aanpak van oorlogsmisdrijven gepleegd in Oekraïne.Defensie werkt de komende periode zelf aan verbeteringen op het gebiedvan burgerslachtoffers, door de implementatie en doorontwikkeling vanhet Stappenplan Burgerslachtoffers (Kamerstuk 29 521, nr. 442), dat zietop ons eigen optreden. Er wordt o.a. geïnvesteerd in meer transparantie,beter onderzoek naar meldingen, en beter voorkomen van burgerslacht-offers (ook in internationaal verband). Zo opent Defensie nog dit kalen-derjaar een nieuw meldpunt waar externen melding kunnen doen van eenvermoeden van burgerslachtoffers als gevolg van Nederlandse militaireinzet in het kader van artikel 100 van de Grondwet.45Hoe groot is de dreiging voor het Caribisch deel van hetKoninkrijk?Geopolitieke spanningen kunnen grote impact hebben op de veiligheids-belangen van het Koninkrijk in het Caribisch gebied. Vanuit de grondwet-telijke taak monitort Defensie de ontwikkelingen en dreigingen en leverteen bijdrage aan de bescherming en stabiliteit van het Koninkrijk met eenpermanente aanwezigheid in het gebied.Een belangrijk aandachtspunt voor Defensie is de veiligheidssituatie inVenezuela en de invloed van de spanningen in Venezuela in de regio.Vooralsnog levert deze situatie geen substantiële veranderingen op in hetdreigingsbeeld voor het Caribisch deel van het Koninkrijk.Tevens vormen criminele organisaties een bedreiging voor de veiligheidvan het Caribisch deel van het Koninkrijk. Defensie levert een aanzienlijkebijdrage in de bestrijding van deze criminaliteit met name op het gebiedvan counter narcotics.Tot slot ondersteunt Defensie de civiele autoriteiten, in zowel de Landenals de speciale gemeenten, bij de gevolgen van natuurgeweld. Dezeklimatologische dreigingen zijn met name in het orkaanseizoen (juni –november) actueel.46Vanuit welke overheid worden Caribische Militairen (Carmil)gefinancierd?De Arubaanse en Curaçaose milities, samen de Caribische milities(CARMIL), worden betaald door de Landen zelf; Aruba dan wel Curaçao.Het personeel van de milities is in dienst als Landsambtenaar bij het landAruba dan wel Curaçao. De financiering van de verdere modernisering enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 517 professionalisering van de CARMIL is opgenomen in de Landspakkettenvan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.47Hoe staat de luchtruimverdediging ervoor als we daarbij delaatste uitgaven van € 2,4 miljard optellen? Hoeveel installatieszijn er en wat is er nu wel en juist niet beschermd? Beschermt ditvoldoende tegen aanvallen met hypersonische raketten? Hoeveelvan wat is nodig om ook onze bevolkingscentra te beveiligen enhoeveel kost dat extra?Om alle soorten luchtdreiging te pareren zijn verschillende soortensystemen nodig. Nederland investeert daarom de komende jaren inaanvullende geïntegreerde lucht- en raketverdediging capaciteiten,waaronder die voor de korte en middellange afstand. Hierover bent uonlangs met een D-brief MRAD/SHORAD (Kamerstuk 27830, nr. 448xx)over geïnformeerd. Voor deze capaciteit worden tevens extra Multi MissieRadars (MMR) van Thales Nederland aangeschaft. Ook breiden we hetaantal F-35»s, ASW-fregatten en NH90-helikopters verder uit, die ook eengrote rol spelen in de geïntegreerde lucht- en raketverdediging.Nederland voert bescherming tegen luchtdreigingen niet zelfstandig uit,maar in NAVO- verband. Nederland geeft invulling aan het verzoek van deNAVO om met prioriteit te investeren in luchtverdediging, maar meer blijftnodig om naast het bijdragen aan NAVO-capaciteiten het Nederlandsgrondgebied (ook in het Caribisch deel van het Koninkrijk), de bevolkings-centra en Nederlandse eenheden die worden ingezet in het buitenlandafdoende te beschermen.Het blijft noodzakelijk om in de toekomst in te blijven zetten op dekwantiteit en kwaliteit van onze luchtverdediging (zowel offensieve alsdefensieve capaciteiten). Ook is het noodzakelijk om te blijven inzetten omde gevolgen van luchtaanvallen te beperken (bijvoorbeeld door hetinbouwen of creëren van redundantie in belangrijke systemen enprocessen). Voor nu is gekozen voor groei in balans, omdat ook in andereprioriteiten moet worden geïnvesteerd. Het noemen van een exact bedragis op dit moment niet mogelijk, maar kan afhankelijk van de gewenstebescherming zeer substantieel zijn.48Kunt u nader toelichten waar het actieplan drones, waarinsamengewerkt wordt met Oekraïne, precies uit bestaat?Het actieplan drones Oekraïne, vormt onderdeel van het ActieplanProductiezekerheid Onbemenste Systemen (APOS), dat bestaat uit drielijnen. De eerste lijn is de urgente verwerving van drones voor tweedoeleinden. Het eerste doeleinde behelst drones voor, en in samen-werking met, Oekraïne. Nederland heeft hiervoor 400 miljoen eurobeschikbaar gesteld, waarvan ongeveer de helft terechtkomt bij deNederlandse defensie-industrie. Het tweede doeleinde behelst dronesvoor de Nederlandse krijgsmacht. Defensie heeft hiervoor reeds54 miljoen beschikbaar gesteld (Kamerstuk 36 600 X, nr. 8 van 2 oktober2024). De tweede lijn is de opbouw van de Nederlandse drone-industrieen de bijbehorende ontwikkeling van een innovatief ecosysteem vooronbemenste systemen in Nederland. De derde lijn is het aanpassen vanrandvoorwaarden voor een succesvolle Nederlandse drone-industrie,zoals financiering, ruimte voor testen en training en inkoopprocessen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 518 49Welke type drones met welke functies en welke bedrijven zullenbij het actieplan drones betrokken worden? Investeren bedrijvenzelf ook in dit actieplan?Defensie is met veel (Nederlandse) bedrijven in gesprek over de productievan onbemenste systemen. De urgente behoefte van de Oekraïensestrijdkrachten is leidend voor welke systemen Defensie aanschaft voordonatie aan Oekraïne. De recent aangekondigde overeenkomst metDeltaquad is een succesvol voorbeeld van een dergelijke donatie. Voor hetNederlandse ecosysteem is Defensie met verschillende bedrijven ingesprek. Hierbij wordt vooralsnog geen specifiek onderscheid aange-bracht in het type drones dat geproduceerd kan worden, al is aanschafdoor de Nederlandse krijgsmacht uiteraard afhankelijk van de militairebehoefte.50Kunt u toelichten hoe de pioniersrol van Nederland metbetrekking tot de ontwikkeling van onbemenste systemen erprecies uitziet?Defensie investeert fors in de productie van drones, op basis waarvan dedrone-industrie stappen kan zetten in het opschalen van de productie ende verdere ontwikkeling van producten. Dit doen we om Oekraïne testeunen in de dagelijkse strijd tegen de Russische agressie en deNederlandse krijgsmacht te voorzien van drones, waarbij we direct deervaringen uit Oekraïne meenemen in onze eigen behoeftestellingen.Nederland pakt met deze investeringen een voortrekkersrol binnen Europaen de NAVO. Tegelijkertijd werkt Defensie samen met partners aan eenvolwaardig ecosysteem van onbemenste systemen in Nederland, waarinwe inzetten op het structureel vergroten van het Nederlandse aandeel inzowel de systemen als de componenten. Zo verminderen we samen metde Nederlandse industrie en kennisinstellingen strategische afhankelijk-heden in de productieketen van drones.In het landdomein werkt Defensie met het kennisproject CombatUmmanned Ground Systems aan oplossingen die op de middellangetermijn invulling kunnen geven aan een onbemenste operationelecapaciteit. Op maritiem gebied ontwikkelt Defensie de Toolbox vanonbemenste systemen voor de nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen diesamen met België worden aangeschaft. Daarnaast start Defensie eenproject voor de verwerving van maritieme onbemenste systemen dieDefensie deels in eigen beheer gaat ontwikkelen. In 2025 ontvangt deKamer een A-brief over het laatstgenoemde project.51Kunt u aangeven van welke mate van autonomie in wapensys-temen sprake zal zijn bij de ontwikkeling en (mogelijke) productievan drones binnen het actieplan?De ontwikkelingen op het gebied van drones en autonomie gaanrazendsnel. De oorlog in Oekraïne toont veranderingen in zowel demiddelen waarmee wordt gevochten als de manier waarop het gevechtplaatsvindt. Het is lastig te voorzien hoe deze ontwikkelingen in dekomende periode zullen verlopen. Voor Defensie staat vast dat voor deinzet van drones door de Nederlandse krijgsmacht wordt vastgehoudenaan het internationaal recht, en dat het behoud van menselijke controle enoordeelsvermogen hiervoor een voorwaarde is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 519 52Hoe wordt betekenisvolle menselijke controle gegarandeerd bijde ontwikkeling en productie van drones?Eén van de voorwaarden waaronder Defensie drones met autonomekenmerken aanschaft en/of ontwikkelt, is dat Defensie de effecten van hetinzetten van deze drones redelijkerwijs kan controleren en voorspellen,zodat men kan beoordelen of het (wapen)systeem conform het internati-onaal recht ingezet kan worden.53Hoe verhoudt de begrenzing van autonomie in de drones zich tothet kabinetsstandpunt zoals geformuleerd in 2022 als reactie ophet AIV/CAVV-advies?De geopolitieke situatie is drastisch veranderd sinds 2022. We kunnen nietnegeren dat de ontwikkeling van autonomie in drones razendsnel gaat endat tegenstanders op dat gebied een ander moreel kader hanteren.Desalniettemin maakt Nederland zich hard voor een expliciet verbod opautonome systemen die niet conform het internationaal recht, in hetbijzonder het humanitair oorlogsrecht, ingezet kunnen worden. Daarnaastpleit Nederland voor het reguleren van de overige wapensystemen metautonome functies. Defensie wijkt dus niet af van de kabinetsreactie ophet AIV/CAVV-advies (Kamerstuk 35 925 X, nr. 90).54Zijn er afspraken met Oekraïne gemaakt over de registratie vanontwikkelde drones (waarmee ze traceerbaar worden), intellec-tueel eigendom en (weder)export naar derde landen? Zo ja,welke? Zo nee, waarom niet?Er zijn met Oekraïne geen afspraken gemaakt over de registratie vandrones. Er bestaat namelijk geen registratiesysteem voor het traceren vandrones, anders dan voor bijvoorbeeld geweren. Het intellectueeleigendom van de door Nederland geleverde drones blijft in het bezit vande bedrijven die de drones ontwikkelen. Het is dan ook aan deze bedrijvenom daar afspraken over te maken met Oekraïne. Drones die doorNederland zijn geleverd en waarvoor een exportvergunning moet wordengevraagd, mogen door Oekraïne niet zonder akkoord van Nederlandworden geëxporteerd naar derde landen.55Zijn er reeds voldoende piloten omgeschoold voor de F-35 om debestaande kisten te kunnen bemannen? Hoe zit dat indien er zesextra worden aangeschaft?Ja. Nu de F-35-capaciteit volledig operationeel is, wordt de F-16-capaciteitafgebouwd. Het resterende F-16-personeel wordt omgeschoold om hettweede en derde F-35 squadron verder te vullen. Tevens wordt de wervingalsook hele opleidingsketen in Nederland en de Verenigde Statenvergroot. Dit geldt eveneens voor technisch en ondersteunend personeel.Middels de Vierentwintigste voortgangsrapportage project VerwervingF-35 (Kamerstuk 26 488, nr. 476) is uw Kamer reeds geïnformeerd over deinitiatieven van het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) om deopleidingsketen voor dit personeel te versterken en de output tevergroten. Daarnaast richt Defensie zich op het behoud van dit personeelen worden er concrete mogelijkheden onderzocht om jachtvliegers dierecent bij Defensie zijn vertrokken, als reservist in het bestand te houdenzodat zij in tijden van nood snel inzetbaar kunnen worden gemaakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 520 Defensie ligt op schema om in 2030 over drie volledig gevulde squadronste beschikken.56Kunt u toelichten wat een «schaalbare krijgsmacht» betekent enwat het daaraan gekoppelde nieuwe dienmodel precies inhoudt?De omslag naar een schaalbare krijgsmacht is één van de belangrijksteopgaven in de komende jaren. Onder een schaalbare krijgsmacht verstaanwe een krijgsmacht die in staat is capaciteiten (personeel, materieel,infrastructuur, kennis etc.) uit de organisatie en samenleving beheersbaaren in relatief korte tijd in te zetten. Een schaalbare krijgsmacht kan naastopschalen (kwalitatief en kwantitatief groeien) ook afschalen (krimpen) enbeweegt op die manier mee met het dreigingsbeeld. Daarbij moet deschaalbare krijgsmacht op meerdere vlakken (zoals materieel, vastgoed,ruimte, dienstverlening, zorg) een beroep kunnen doen op de gehelesamenleving.Er is een opwaartse trend ingezet voor wat betreft de instroom en hetbehoud van mensen. De vullingsgraad van de organisatie stijgt, maar nietsnel genoeg om de krijgsmacht binnen enkele jaren voor een grootschaligconflict gereed te stellen. Om die reden is Defensie bezig om hetdienmodel voor alle mensen die zijn verbonden aan Defensie anders vormte geven. Uitgangspunt van het vormgeven van het dienmodel is dat wede krijgsmacht zo snel mogelijk zo inrichten dat zij kan meebewegen metde dreiging. Defensie beziet daarom mogelijkheden voor meer gegaran-deerde vormen van instroom door de mogelijkheden te verkennen vooreen dienmodel dat ook voorziet in maatregelen met een (gradueel) meerverplichtend karakter tussen vredestijd en oorlogstijd. Een eerste stap dienu wordt gezet betreft de invoering van een vrijwillige enquête die zichricht op jongeren van 18 tot 27 jaar.57Kunt u het percentage van 30% vrouwen in 2030 onderbouwen?Hoe bent u aan dit percentage gekomen?Defensie moet alles op alles zetten om in 2030, of eerder, een goedgevulde organisatie te zijn. Het streefcijfer van 30% vrouwen is eenambitieus en bereikbaar doel dat hieraan moet bijdragen. Bovendien laatwetenschappelijk onderzoek zien dat 30% representatie een positieveimpuls heeft op de kwaliteit en prestaties van organisaties: een kritischemassa (van rond 30%) is het omslagpunt waarop ondervertegenwoor-digde groepen (zoals in dit geval vrouwen) met hun ideeën, waarden engedrag impact hebben op organisatorische besluitvorming. Daarnaast isook inspiratie gehaald uit (inter)nationale wetten en praktijken rondomvergelijkbare maatregelen.58Kunt u het aantal van 9000 militairen onderbouwen, aangezien uin de nota spreekt over het aannemen van 9000 militairen perjaar vanaf 2029?Met een structurele instroom van 9.000 militairen per jaar is Defensie instaat haar organisatie te vullen en een gezonde door- en uitstroom tefaciliteren. De instroom van militairen bestaat uit beroepsmilitairen,dienjaarmilitairen en reservisten. Voor 2025 is de instroom van beroeps-militairen bepaald op 5.200, dienjaarmilitairen op 1.300 en reservisten op1.900. Daarmee bedraagt de instroom in 2025 planmatig 8.400 militairen.De verschillen met de aantallen dienjaarmilitairen en reservisten die in deantwoorden op de feitelijke vragen Stand van Defensie zijn genoemd,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 521 komen voort uit ophoging van de opleidingscapaciteit voor dienjaarmili-tairen waartoe inmiddels is besloten. De exacte instroombehoefte in denavolgende jaren wordt vastgesteld op basis van organisatieontwikkeling,realisatie van de instroom en de mate waarin we militairen behoudenvoor de organisatie. Afhankelijk van organisatieontwikkeling groeit deinstroom van dienjaarmilitairen naar verwachting in de komende jarennaar circa 4.000 per jaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 522
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.