document · 5 dec 2023 · Tweede Kamer
Nota naar aanleiding van het verslag
Brontekst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202435 754Voorstel van wet van de leden Bikker, Mohandis,Kuik, Westerveld, Van der Staaij, Dijk, Van Eschen Van der Plas tot wijziging van de Wetpublieke gezondheid ter bevordering enverankering van integrale suïcidepreventie (Wetintegrale suïcidepreventie)Nr. 11 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAGVastgesteld 5 december 2023 InhoudsopgaveI.ALGEMEEN11.Inleiding22.Hoofdlijnen van het voorstel73.Grondrechten en mensenrechten184.Verhouding tot nationale regelgeving185.Maatschappelijke gevolgen196.Uitvoering197.Financiële gevolgen218.Advies en consultatie239.Overgangsrecht en inwerkingtreding2310.Overig24II.ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING24 In onderstaande tekst is steeds afwisselend de inbreng van de leden vande fracties en cursief de reactie van de initiatiefnemers daaropopgenomen.I. ALGEMEEN De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de stukkenmet betrekking tot het voorstel van wet van de leden Bikker, Mohandis,Kuik, Westerveld, Van der Staaij, Dijk, Van Esch en Van der Plas totwijziging van de Wet publieke gezondheid ter bevordering en verankeringvan integrale suïcidepreventie (Wet integrale suïcidepreventie, hierna: hetwetsvoorstel). Genoemde leden hebben hier nog enkele vragen enopmerkingen over.De leden van de D66-fractie willen allereerst hun dank uitspreken voorhet onderhavige wetsvoorstel. Het is van groot belang dat dit urgenteonderwerp de nodige aandacht krijgt. Genoemde leden steunen in kst-35754-11ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 111 algemene zin dan ook dit voorstel en hebben met interesse kennisge-nomen van de bijgevoegde stukken. Wel hebben zij nog enkele vragen.De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het wetsvoorstel.De leden van de SP-fractie hebben met veel interesse kennisgenomenvan de onderhavige stukken. Zij hebben op dit moment geen vragen en/ofopmerkingen.De leden van de GroenLinks- en PvdA-fractie hebben het wetsvoorstelmet interesse gelezen. Deze leden staan positief tegenover hetwetsvoorstel en hebben nog enkele verduidelijkende vragen aan deinitiatiefnemers.De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstellingkennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Deze leden onder-schrijven het belang van structureel overheidsbeleid met betrekking totsuïcidepreventie, alsmede het ontwikkelen van structureel gemeentelijkbeleid op basis van landelijk overheidsbeleid en het apart zetten vanstructurele middelen voor de Rijksoverheid en gemeenten.De leden van de BBB-fractie nemen met instemming kennis van hetwetsvoorstel dat beoogt bij te dragen aan het voorkomen van suïcide.Veruit de meeste mensen die zichzelf van het leven beroven, willen nietsterven. Ze willen een einde maken aan het lijden van dat moment.De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van hetwetsvoorstel. Allereerst danken zij de initiatiefnemers voor de inspan-ningen die zij reeds hebben geleverd bij dit belangrijke onderwerp en hetvoorstel dat er ligt. Deze leden hebben nog enkele vragen.De initiatiefnemers danken de leden van de vaste commissie voorVolksgezondheid, Welzijn en Sport voor het verslag. Zij beantwoordengraag de gestelde vragen.1. INLEIDING 1.De leden van de VVD-fractie onderstrepen het belang van suïcidepre-ventiebeleid. Zij menen ook dat zulk beleid op structurele basis gewaar-borgd dient te worden in het overheidsbeleid. Toch vragen zij of er ookandere manieren dan een wet zijn om beleid op het gebied van integralesuïcidepreventie structureel vorm te geven. Hoe hebben de initiatief-nemers die mogelijkheden meegewogen?De initiatiefnemers zijn verheugd dat de leden van de VVD-fractie met deinitiatiefnemers van mening zijn dat suïcidepreventiebeleid op structurelebasis gewaarborgd dient te worden in het overheidsbeleid. Sinds 2014krijgt suïcidepreventiebeleid via een landelijke agenda vorm maar zonderdat dit tot structurele borging in het overheidsbeleid, zowel landelijk alslokaal, heeft geleid, zoals initiatiefnemers in de memorie van toelichtingbeschrijven. Dat na bijna tien jaar de landelijke inzet nog steeds nietvanzelfsprekend is en de lokale inzet vaker uitzondering dan regel is, heeftinitiatiefnemers ervan overtuigd dat een nieuwe stap nodig is. Anderemogelijkheden dan een wet, zoals structurele budgetten, zijn meege-wogen. Deze alternatieven zijn wat de initiatiefnemers betreft afhankelijkvan een wettelijke basis: zolang er geen wettelijke grondslag ligt voorsuïcidepreventie als publieke taak is het vrij eenvoudig om te korten opTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 112 budgetten of deze te schrappen. Daarom vinden initiatiefnemers een wethet passende middel om suïcidepreventie een structurele basis te geven.Specifiek voor suïcidepreventiebeleid op gemeentelijk niveau blijkt uit depraktijk dat het veel inzet vraagt om te komen tot vrijwillige, duurzamedeelname aan suïcidepreventie van gemeenten. Er is veelal eenaanlooptijd van enkele jaren om een gemeente suïcidepreventiebeleid opte laten pakken, voordat borging van dat beleid plaatsvindt – voor zoverdaarvan al sprake is – gaan er opnieuw enkele jaren voorbij. Om dat in alle342 gemeenten te bereiken zonder wettelijke regeling en structurelefinanciering, gaat ten koste van de energie die naar de suïcidepreventiezelf zou moeten gaan. Staat er eenmaal een wettelijke plicht in de wet enis er structurele financiering, dan kan er gezamenlijk worden gewerkt aanondersteuning door organisaties als de GGD GHOR, de VNG (specifiekeondersteuning aan gemeenten voor het invoeren van een (nieuwe)wettelijke taak). Dan kan worden gedacht aan een ondersteuningspro-gramma voor en met een bereik naar een aantal of alle gemeententegelijk. Dat leidt tot besparing van tijd zowel als geld.2.Genoemde leden merken verder op dat de initiatiefnemers het voorstelgewijzigd hebben naar aanleiding van het advies van de Afdelingadvisering van de Raad van State (hierna: de Afdeling),1. Overwegen deinitiatiefnemers om de Afdeling om advies te vragen over het gewijzigdewetsvoorstel? Deze leden vragen dit mede omdat de Afdeling eerder eennegatief advies uitbracht. Indien deze leden dit niet overwegen, waaromniet?Het voorstel is inmiddels grotendeels aangepast conform de adviezen vande Afdeling, zodat de belangrijkste kritiek wat de initiatiefnemers betreftvan de baan is. De initiatiefnemers overwegen daarom niet om deAfdeling opnieuw om advies te vragen. De indieners wijken nog slechts afop het punt dat er geen wetgeving nodig zou zijn om bestaand engevestigd beleid te borgen. Wat dat punt betreft is inmiddels aangegevendat is gebleken dat suïcidepreventiebeleid meer afhankelijk is vanpolitieke afwegingen dan de Afdeling inschat. Met het creëren van eenwettelijke grondslag, die veel ruimte laat voor specifieke invulling, wordtstructurele inzet voor suïcidepreventie geborgd. Daarnaast voegt hetwetsvoorstel elementen toe aan bestaand beleid, namelijk de gemeente-lijke rol om suïcides te voorkomen.3.De leden van de CDA-fractie zijn met de initiatiefnemers van mening dater meer aandacht moet komen voor suïcidepreventie en dat er minderafhankelijkheid dient te zijn van de duur van de subsidieperiode of hetindienen van een amendement om beleid voort te kunnen zetten.We hebben helaas te maken met een structureel probleem.De initiatiefnemers stellen in de toelichting dat suïcide in meer gevallenkan voorkomen worden dan nu het geval is, mits er over een langeperiode een breed pakket aan preventieve maatregelen wordt ingezet.Kunnen de initiatiefnemers aangeven waar zij deze stellingname opbaseren?De stelling dat suïcide in meer gevallen voorkomen kan worden dan nuhet geval is, mits er over een lange periode een breed pakket aanpreventieve maatregelen wordt ingezet, is afkomstig van de Wereldge-zondheidsorganisatie (WHO)2. Effectieve suïcidepreventie vraagt, net als1Kamerstukken 35 754, nr. 7-9.2https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/suicideTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 113 preventie van bijvoorbeeld HIV, roken en kanker, om veel maatregelen dietegelijkertijd worden ingezet op 3 preventieniveaus: universele, selectieveen geïndiceerde preventie. Hierbij geldt: hoe meer maatregelen er wordeningezet, hoe effectiever het is in het voorkomen van suïcides en suïcidepo-gingen (Hofstra et al 20203). De hulplijn van 113 Zelfmoordpreventie iséén van de plekken waar mensen met suïcidaliteit terecht kunnen, maarnatuurlijk ook de GGZ, maatschappelijk werk en de huisarts (geïndiceerdepreventie). Daarnaast is de preventie die nodig is veel breder: vanalgemeen publiek dat oplettend is en leert hoe je het gesprek over suïcidekunt voeren (universele preventie), naar handelingsbekwame professi-onals die te maken hebben met risicogroepen (selectieve preventie).Voorbeelden van effectieve maatregelen voor suïcidepreventie zijn doorWHO beschreven in Live life: an implementation guide for suicideprevention in countries. Geneva: World Health Organization; 2021.Licence: CC BY-NC-SA 3.0 IGO.4.De leden van de BBB-fractie lezen dat dit wetsvoorstel volgens dememorie van toelichting bijdraagt aan de versnelling van een cultuurver-andering met betrekking tot suïcide. Er hoort na een suicide sprake te zijnvan dezelfde alertheid en dezelfde maatschappelijke vragen als na eenandere onnatuurlijke dood het geval is. De leden van de BBB-fractiebetuigen hiermee hun instemming. Ze vragen de bevestiging van deinitiatiefnemers dat een zelfgekozen dood in een samenleving waariniedereen naar elkaar omkijkt, nooit als «gewone» optie mag wordenvoorgehouden in een palet aan facultatieve keuzes om lijden teverzachten.Verruiming van de wettelijke mogelijkheden voor een zelfgekozen dood isniet aan de orde in dit wetsvoorstel. Suïcidepreventie in de zin van hetvoorliggende voorstel is erop gericht om te voorkomen dat mensenradeloos en eenzaam een einde aan hun leven maken. Dat is, zo menen deinitiatiefnemers, van een totaal andere orde dan een zelfgekozen dood. Devraag van de leden van de BBB-fractie gaat het bestek van ditwetsvoorstel dan ook te buiten.5.De leden van de BBB-fractie vragen de bevestiging van de initiatiefnemersof de in het initiatiefvoorstel gekozen aanpak beoogt dat preventieuitdrukkelijk voorop staat bij alle instanties en professionals die eenantwoord proberen te formuleren op de hulpvraag van mensen metsuïcidale gedachten. Integrale preventie die bijdraagt aan het doel van nulzelfdodingen (zero suicide) vraagt immers om toewijding van allebetrokkenen.De initiatiefnemers bevestigen dat met de aanpak wordt beoogd datpreventie uitdrukkelijk voorop staat bij alle instanties en professionals dieeen antwoord proberen te formuleren op de hulpvraag van mensen metsuïcidale gedachten. Uiteraard is het een groeimodel: hoe meer kennis eninformatie, hoe meer professionals en burgers zich bewust van zijn vanwat hun bijdrage kan zijn.6.De leden van de SGP-fractie lezen dat de initiatiefnemers constaterendat suïcide in meer gevallen kan worden voorkomen, mits er over eenlange periode een breed pakket aan preventieve maatregelen wordt3Hofstra, E. et al (2020) Effectiveness of suicide prevention interventions: a systematic reviewand meta-analysis. General Hospital Psychiatry Volume 63: march–april 2020 p. 127–140:https://doi.org/10.1016/j.genhosppsych.2019.04.011Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 114 ingezet. Genoemde leden vragen of de initiatiefnemers kunnen aangevenhoeveel suïcidepogingen naar schatting kunnen worden voorkomen doorhet over een lange periode breed aanbieden van preventieve maatre-gelen.Hoeveel suïcidepogingen precies voorkomen kunnen worden, is moeilijkte zeggen. Oorzaak en achtergrond van suïcides zijn complex en aantallenhangen af van meerdere factoren. Ook maatschappelijke factoren kunneneen rol spelen, zoals bijvoorbeeld een economische recessie, waarin ervaak een stijging te zien is.Een onderzoek dat het effect van preventieve interventies op suïcides ensuïcidepogingen evalueerde, liet zien dat multi-level-interventies grotereeffecten hebben in het voorkómen van suïcides en suïcidepogingen danuni-level-interventies (Hofstra et al 20204). Ook bijvoorbeeld in de GGZ(While ea 20125) en op het spoor (Van Houwelingen ea 20226) is aange-toond dat het implementeren van suïcidepreventiemaatregelen leidt totlagere suïcidecijfers. In de GGZ werd de verstrekking van 24-uurscrisiszorg geassocieerd met de grootste daling van suïcides (van 11,44 per10.000 patiëntencontacten per jaar vóór naar 9,32 erna; While ea 20125).Onderzoek van Van Houwelingen (2022)6 geeft aan dat preventievemaatregelen die door ProRail zijn genomen rond het spoor ongeveer85 suïcides op het spoor per jaar hebben voorkomen, wat neerkomt opeen vermindering van 30%.Een van de doelen van de Sustainable Development Goals van de WHO(Wereldgezondheidsorganisatie) is om het wereldwijde suïcidecijfer tegenhet jaar 2030 met een derde te verminderen (target 3.4.2). Dezedoelstelling is uitgewerkt in een WHO-actieplan (WHO «Mental HealthAction Plan 2013–2030»).Het LIVE LIFE-initiatief van de WHO voor suïcidepreventie beveelt devolgende op bewijs gebaseerde maatregelen aan7:−Beperk de toegang tot middelen voor suïcide (bijvoorbeeld pesticiden,vuurwapens, bepaalde medicijnen, spoor).−Werk samen met de media voor verantwoorde berichtgeving oversuïcide.−Bevorder sociaal-emotionele levensvaardigheden bij adolescenten opscholen.−Goede kwaliteit van zorg en nazorg van iedereen met suïcidaal gedrag.Initiatiefnemers vinden het belangrijk op te merken dat zelfs als niet allesuïcidepogingen kunnen worden voorkomen, elke succesvolle preventievemaatregel een mensenleven kan redden en de enorme impact van suïcideop naasten en gemeenschappen kan verminderen.7.De leden van de SGP-fractie lezen voorts dat met dit voorstel, suïcidepre-ventie een wettelijke overheidstaak wordt waarvoor structureel beleidwordt gemaakt, zodat er duurzame en brede aandacht en inzet blijft voor4Hofstra, E. et al (2020) Effectiveness of suicide prevention interventions: a systematic reviewand meta-analysis. General Hospital Psychiatry Volume 63: march–april 2020 p. 127–140:https://doi.org/10.1016/j.genhosppsych.2019.04.0115While, D. et al (2012) Implementation of mental health service recommendations in Englandand Wales and suicide rates, 1997–2006: a cross-sectional and before-and-after observationalstudy. The Lancet Volume 379 issue 9820: 17–23 march 2012, p. 1005–1012. https://doi.org/10.1016/s0140-6736(11)61712-16Van Houwelingen, C. (2022) Railway Suicide in The Netherlands Lower Than Expected. CrisisVolume 43, issue 5. September 2022 p. 355–453. https://doi.org/10.1027/0227-5910/a0007927LIVE LIFE: an implementation guide for suicide prevention in countries. 17 june 2021:https://www.who.int/publications/i/item/9789240026629Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 115 suïcidepreventie. Genoemde leden vragen de indieners of de wettelijkeoverheidstaak ook afdwingbaar wordt voor burgers. Deze leden vragen deindieners of ingeval van een suïcide er bij de rechter een beroep kanworden gedaan op nalatigheid van de overheid.Dit initiatiefvoorstel beoogt een inspanningsverplichting in het leven teroepen voor overheden, niet een voor burgers rechtens afdwingbareresultaatsverplichting. In dit verband kan ook gewezen worden op hetadvies van de Afdeling advisering van de Raad van State, waarin wordtaangegeven dat uit de jurisprudentie over artikel 2 van het EVRM niet dealgemene regel kan worden afgeleid dat op de overheid altijd een plichtrust om maatregelen te nemen om suïcide te voorkomen.8.De leden van de SGP-fractie lezen daarnaast dat het wetsvoorstel zichuitsluitend richt op suïcides en suïcidepogingen, waarmee euthanasie enhulp bij zelfdoding conform de wettelijke eisen nadrukkelijk wordenuitgezonderd. Deze leden vragen waarom deze afbakening gemaakt is enof de grens voldoende duidelijk is.Dit initiatiefvoorstel beoogt bij te dragen aan een samenleving waarinniemand radeloos en eenzaam sterft door zelfdoding. Het beoogt eenvangnet te bewerkstelligen voor mensen die op een kwetsbaar moment inhun leven een eenzame en radeloze, onomkeerbare keuze maken.Nederlandse wetgeving betreffende euthanasie en hulp bij zelfdoding (deWet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl))beoogt zorgvuldigheidseisen en procedures vast te leggen voor de artsdie levensbeëindiging op verzoek toepast of hulp bij zelfdoding verleent.Het onderscheid tussen suïcide enerzijds en euthanasie of hulp bijzelfdoding anderzijds is voldoende duidelijk vanwege de betrokkenheidvan een arts bij hulp bij zelfdoding of euthanasie.9.De leden van de SGP-fractie lezen tevens dat de indieners ontwikkelingenin het buitenland op dit terrein hebben meegenomen in het wetsvoorstel.De maatschappelijk breed gevoelde noodzaak voor suïcidepreventie geefthet afgelopen decennium in het buitenland steeds vaker de doorslag heeftgegeven richting wetgeving. Strafbaarstelling van suïcide verdwijntsteeds vaker uit de wet. Genoemde leden vragen de indieners of hetverdwijnen van suïcide uit de wet verband houdt met het steeds ruimerwordende beleid rondom euthanasie en zelfdoding.De leden van de SGP-fractie lezen dat de ontwikkelingen van de afgelopenjaren rondom suïcide niet positief stemmen. Het aantal suïcides per100.000 inwoners is sinds 2018 min of meer stabiel. Deze leden vragen deindieners of dit aantal in werkelijkheid zelfs niet hoger is, maar datsuïcidepogingen ook gedaan worden met de alsmaar groeiende mogelijk-heden die de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bijzelfdoding biedt.Het aantal suïcides dat in Nederland per jaar geregistreerd wordt, is sinds2018 min of meer stabiel. Het aantal mensen dat overlijdt door euthanasieof hulp bij zelfdoding nam in afgelopen jaren steeds toe (zie bijv.jaarverslagen van de RTE). De leden van de SGP-fractie lijken te sugge-reren dat een deel van de mensen die overlijden binnen de geldendekaders van de Wtl in werkelijkheid overlijden door zelfdoding, i.e. radeloosen eenzaam. Indieners vinden deze suggestie onwaarschijnlijk. Bijeuthanasie of hulp bij zelfdoding is altijd een arts betrokken, metraadpleging van een andere onafhankelijke arts, die zich onder andereheeft vergewist van het vrijwillige en weloverwogen verzoek van deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 116 patiënt. Indieners stellen dat daarmee per definitie geen sprake is van eensuïcide, namelijk een eenzame en radeloze zelfdoding.2. HOOFDLIJNEN VAN HET VOORSTEL 2.1. Probleembeschrijving 10.De leden van de VVD-fractie lezen in de gewijzigde memorie vantoelichting dat in paragraaf 2.1, suïcidepreventie door de initiatiefnemerswordt omschreven als «alle acties gericht op het voorkomen van suïcidesof pogingen daartoe.»8 Op dit moment zijn er veel voorbeelden uit depraktijk omtrent suïcidepreventie. Zijn de initiatiefnemers ervan overtuigddat met de inwerkingtreding van de voorgestelde wet, deze acties nietverloren gaan? Hoe wordt geborgd dat geen enkele van deze actiesbeëindigd wordt?De initiatiefnemers bevestigen dat het initiatiefvoorstel de bestaandepraktijk borgt in plaats van verloren laat gaan. De wetswijziging moetleiden tot een verdieping en doorontwikkeling, zowel landelijk als lokaal(steeds effectiever), verbreding (integraal, over meerdere beleids-terreinen) en verspreiding (door heel Nederland). Het wetsvoorstel zorgtervoor dat de overheid de regie voert, zodat na verloop van tijd suïcide-preventie ook in de maatschappij is verankerd. Het wetsvoorstel biedt hetraamwerk voor (het faciliteren van) breder suïcidepreventiebeleid enverduurzaamt de inzet ervan, door middel van een structurele borging vanfinanciële middelen en beleid. Daarmee moet het de bestaande praktijkjuist ondersteunen in plaats van beëindigen. Wat nu gebeurt in korteprojecten en programma’s, kan straks op basis van structureel beleid enfinanciën plaatsvinden. Dat geeft de mogelijkheid om doelen voor delangere termijn te stellen en daar naartoe te werken.11.De leden van de D66-fractie lezen dat in paragraaf 2.1 de begrippensuïcide en suïcidepreventie gedefinieerd en beschreven worden. Dezeleden lezen dat er bij de oorzaken van suïcidale neigingen uitsluitendwordt gesproken over «lijden». In hoeverre zijn de initiatiefnemers hetmet deze leden eens dat er ook sprake kan zijn van mensen met suïcidaleneigingen zónder dat daar uitsluitend een gevoel van «lijden» aan tengrondslag ligt?De indieners schrijven dat suïcide vroeger vaak gezien werd als eenautonome keuze voor de dood, maar dat inmiddels wordt onderkend dathet overgrote deel van de mensen niet dood wil, maar het lijden wilstoppen. Tegelijkertijd staat er in het onderliggende rapport in de bijlage,9dat ouderen wél vaker een overwogen keuze maken. Wat is de opvattingvan de initiatiefnemers hierover?De leden van de D66-fractie vragen in hoeverre de initiatiefnemers hetmet deze leden eens zijn dat er ook sprake kan zijn van mensen metsuïcidale neigingen zónder dat daar uitsluitend een gevoel van «lijden»aan ten grondslag ligt. Suïcide of zelfdoding wordt door de initiatief-nemers in het kader van dit voorstel beschreven als een eenzame enradeloze keuze voor de dood, die voortkomt uit ernstig lijden. Indienerszijn bekend met het initiatiefwetsvoorstel van D66 «Toetsing levenseinde-begeleiding op verzoek» (ook wel «voltooid leven» genoemd), bedoeldvoor ouderen zonder een gevoel van «lijden» maar wel met een persiste-8Kamerstukken 35 754, nr. 9, p. 39A.M. van Hemert e.a., 2012, «Multidisciplinaire richtlijn diagnostiek en behandeling vansuïcidaal gedrag».Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 117 rende doodswens. Het door de leden van de D66-fractie aangehaalderapport, de richtlijn diagnostiek en behandeling suïcidaal gedrag,benoemt dat vanwege de leeftijd een doodswens bij ouderen normalerwordt gevonden en hierdoor suïcidaal gedrag niet altijd als zodanig wordtherkend en behandeld terwijl dit wel mogelijk is. Het is aan de arts om opindividueel niveau in te kunnen schatten of de doodswens een teken isvan suïcidaal gedrag of niet. Het gaat de reikwijdte van het voorliggendewetsvoorstel te buiten om daar een uitspraak over te doen.12.De leden van de CDA-fractie lezen dat voor gemeenten in het onder-havige wetsvoorstel de plicht is opgenomen om, in aansluiting op hetlandelijke beleid, gemeentelijk beleid te voeren ten aanzien van suïcide-preventie. Kunnen de initiatiefnemers eens aangeven waar ze dan preciesaan denken? Het beleid opschrijven in een nota gezondheidsbeleid of ineen nota over preventie is één ding, maar wat volgt er dan? Zien zijverschillen in de wijze waarop die plicht moet worden ingevuld tussenbijvoorbeeld een grotere stad (centrumgemeente) en een dorp in eenkrimpregio?De initiatiefnemers zijn het met de leden van de CDA-fractie eens dat(gemeentelijk) beleid op schrijven alleen niet voldoende is. Het zal draaienom de uitvoering ervan. Concreet denken initiatiefnemers aan beleid dateen aanpak op drie niveaus inhoudt, lopend van universele preventie meteen publiekscampagne en training voor zogeheten gatekeepers – mensenrondom de zorg – zodat deze het gesprek over suïcidale gedachtenkunnen aangaan, naar selectieve preventie gericht op risicogroepen totaan geïndiceerde preventie in de vorm van netwerksamenwerking: hetverbeteren van samenwerking in de brede keten van sociaal welzijn totzorg voor mensen die daadwerkelijk suïcidaal zijn. Interventie op dezemanier is wetenschappelijk gevalideerd.Het wetsvoorstel laat de invulling bewust over aan gemeenten zelf. Op diemanier kan per gemeente – of regionaal samenwerkingsverband vangemeenten – worden ingespeeld op de lokaal relevante risicofactoren. Zokan ervoor worden gekozen om de GGD een voortrekkersrol te latenspelen, zoals ze dat in een aantal regio’s al doen als vervolg op de eerdereproeftuinen die daar gedraaid hebben binnen de eerdere landelijkeagenda. Initiatiefnemers zouden zich kunnen voorstellen dat de VNG eenhandreiking opstelt en voorbeelden deelt van suïcidepreventiebeleid.Stichting 113 Zelfmoordpreventie kan ook de in toekomst een adviesrolvoor gemeenten vervullen, zoals de stichting nu ook al doet.13.De initiatiefnemers stellen dat met een vroege herkenning en behandelingsuïcide kan worden voorkomen. Zij stellen dat bewustwording van familie,vrienden en zorgmedewerkers, zoals de huisarts maar ook het gemeente-lijke loket, door middel van campagnes, eerder kan leiden tot het inzettenvan noodzakelijke hulp en of behandeling. De leden van de CDA-fractiezijn met de initiatiefnemers van mening dat er meer aandacht behoeft,maar deze leden vragen wel of het zo werkt. Suïcidepreventie is toch nietalleen afhankelijk van eerdere of betere zorg, maar toch ook vanmaatschappelijke interventies?Indieners geven de leden van de CDA-fractie gelijk: «It takes a society toprevent a suicide.» Er is een samenhangend stelsel van initiatieven nodigom suïcidale mensen én eerder in beeld te krijgen én naar adequate hulpte leiden. Daarbij is hulp zeker niet alleen in de psychiatrie te vinden, hulpzal ook in toenemende mate vanuit het maatschappelijk veld moetenkomen. Immers, 60% van de mensen die overlijdt door suïcide, was niet inTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 118 zicht van ambulante of klinische geestelijke gezondheidszorg (IGJ). Ook derol van de huisartsenpraktijk is cruciaal, gezien ongeveer de helft van demensen in de maand voorafgaand aan hun suïcide nog contact heeftgehad met hun huisarts. Patiënten spreken niet gemakkelijk zelf over hunsuïcidaliteit, dus de rol van een huisarts in het bespreekbaar maken isgroot. Bij patiënten die op consult komen voor depressie blijkt dat in meerdan de helft van de gevallen de huisarts geen suïcidale gedachtenuitvraagt (Elzinga et al 201910). Ook voor huisartsen zijn er belemmerendefactoren om suïcidaliteit bespreekbaar te maken. Zoals het zich nietcompetent voelen om dit te bespreken, tijdgebrek en afwezigheid vandirect beschikbare ondersteuning of zorg voor deze patiënten (Elzinga etal 202011).14.Daarnaast zien de leden van de CDA-fractie bij veel hulp- en dienstver-leners een bepaalde mate van handelingsverlegenheid om suïcidebespreekbaar te maken. Zeker bij medewerkers die hiermee niet dagelijkstijdens hun werk te maken hebben. Zijn de initiatiefnemers het op dit puntmet deze leden eens? Hoe zou dit wetsvoorstel kunnen bijdragen om dezehandelingsverlegenheid meer onder de aandacht te brengen? Daarbij ligter natuurlijk ook veel verantwoordelijkheid bij (zorg)organisaties zelf.Vinden de initiatiefnemers dat zorgorganisaties zoals bijvoorbeeldggz-aanbieders voldoende aandacht hebben voor suïcide en suïcidepre-ventie?Indieners herkennen dat er een bepaalde mate van handelingsverle-genheid kan zijn bij hulpverleners om suïcide bespreekbaar te maken,zeker als zij hiermee niet dagelijks tijdens hun werk te maken hebben.Trainen en opleiden van professionals op het gebied van suïcidepreventieleidt tot meer kennis, vaardigheden en zelfvertrouwen van professionals(Terpstra et al 201812; Meijer et al 202213). Binnen de Landelijke AgendaSuïcidepreventie is daarom uitgebreid aandacht voor het trainen enopleiden van professionals, evenals taboedoorbreking en het creëren vaneen veilige cultuur voor professionals om met elkaar te leren en verbe-teren op het gebied van suïcidepreventie (Turner et al 202014).Landelijk beleid is er ook al deels op gericht om handelingsverlegenheidbij hulp- en dienstverleners te verkleinen door bijvoorbeeld suïcidepre-ventie beter op te nemen in de curricula van opleidingen. Daarop kanworden geïntensiveerd.Grote geïntegreerde GGZ-instellingen hebben zeker aandacht voorsuïcidepreventie, in die zin dat zij hun medewerkers een basistrainingsuïcidepreventie aanbieden, er protocollen zijn en er een multidisciplinairerichtlijn diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag is die redelijkbekend is. Minder suïcides is ook een van de speerpunten van het beleidvan de Nederlandse GGZ.10Elzinga, E. et al (2019) Discussing suicidality with depressed patients: an observational studyin Dutch sentinel general practices. BMJ Open. April 24: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31023763/11Elzinga, E. et al (2020) Engaging primary care professionals in suicide prevention: A qualitativestudy. PloS One. November 30: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33253178/12Terpstra, S. et al (2018) Suicide prevention gatekeeper training in the Netherlands improvesgatekeepers» knowledge of suicide prevention and their confidence to discuss suicidality, anobservational study. BMC Public Health 18, article number 637: https://doi.org/10.1186/s12889-018-5512-813Meijer, S. et al (2022) Suïcidepreventietraining voor jeugdzorgprofessionals. Tijdschrift voorPsychiatrie (64:8): https://www.tijdschriftvoorpsychiatrie.nl/nl/artikelen/article/50-13010_Suicidepreventietraining-voor-jeugdzorgprofessionals14Turner, K. et al (2020) Inconvenient truths in suicide prevention: Why a Restorative Just Cultureshould be implemented alongside a Zero Suicide Framework. Australian & New ZealandJournal of Psychiatry (54:6): https://doi.org/10.1177/0004867420918659Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 119 Ook is er verbetering mogelijk in het volgen van richtlijnen door zorgpro-fessionals. Tussen GGZ-instellingen is er in Nederland sprake vanbehoorlijke praktijkvariatie in het naleven van de richtlijn (Setkowski et al202015) en daar is binnen de landelijke agenda ook aandacht voor. Metname de consistentie in aandacht hiervoor en het implementeren van eenondersteuningsinstrument hoe te handelen bij patiënten met suïcidaliteitis cruciaal om meters te maken.2.2. Suïcidepreventie als taak van de overheid: landelijk en lokaal 15.De leden van de VVD-fractie lezen in de gewijzigde toelichting dat deinitiatiefnemers in paragraaf 2.2 stellen dat suïcidepreventie vraagt omoverheidsinterventie op landelijk niveau, waarbij een duidelijke regierol isweggelegd voor de landelijke overheid. De initiatiefnemers pleiten erverder voor dat vanuit elk ministerie die het betreft, beleid wordt gevoerdop suïcidepreventie. Hoe wordt voorkomen dat de samenhang tussen aldeze acties verloren gaat? De initiatiefnemers stellen dat de primaireverantwoordelijkheid bij de Minister van VWS komt te liggen. Hoe moetdeze Minister volgens de initiatiefnemers ervoor zorgdragen dat ersamenhangend beleid wordt gevoerd door alle betrokken ministeries?Initiatiefnemers zien samenhangend beleid vanuit het Ministerie van VWSvoor zich, zoals nu ook de landelijke agenda suïcidepreventie is georgani-seerd. Deze agenda bevat integraal beleid en valt onder verantwoorde-lijkheid van het Ministerie van VWS. Tot nu toe heeft dit ministerie ookgrotendeels de agenda gevuld; met het wetsvoorstel beogen initiatief-nemers dat het eigenaarschap breder wordt, en ook andere ministeries deagenda vullen en zich committeren. Ook de jaarlijkse verantwoording overde voortgang moet het brede commitment van meerdere ministeriesvergroten.De landelijke agenda leent zich wat de indieners betreft goed als vehikelvoor beleid van meerdere ministeries in al of niet gezamenlijke projecten.Een volgende landelijke agenda – start 2026 – kan al meer op deze manierworden opgezet. Sinds kort is er bovendien een InterdepartementaleStuurgroep Suïcidepreventie op DG-niveau, waaraan ook de VNG en devier inspecties middels het samenwerkingsverband «Toezicht SociaalDomein» deelnemen. Binnen dat verband kan van elkaar worden geleerden kan met elkaar worden gedeeld en onderling afgestemd wie welk deelvoor zijn rekening neemt.16.De leden van de D66-fractie lezen dat de initiatiefnemers in paragraaf 2.2schrijven dat reeds 50 gemeenten een suïcidebeleid hebben. Hoe zijn deindieners op het aantal van 50 gemeenten gekomen en wat is de bronhiervan? Wat is de definitie van «suïcidepreventiebeleid» in dezen?Aanvullend, hoe wegen de initiatiefnemers dit getal in verhouding tot hettotaalaantal gemeenten? Hoe haalbaar is het überhaupt dat elke, ook dezeer kleine, gemeente een suïcidebeleid moet uitvoeren, naast alle anderetaken? Is er een uitvoeringstoets laten doen door de initiatiefnemers?Tevens laat het wetsvoorstel in grote mate open wat de inhoud van ditbeleid dient te zijn. Kunnen de initiatiefnemers onderbouwen waaromvoor deze beleidsinhoud is gekozen? In hoeverre kan suïcidepreventie-beleid straks bijvoorbeeld geschaard worden onder «bestaand beleidbinnen het sociaal domein, gericht op bestaanszekerheid»?15Setkowski, K. et al (2020) Praktijkvariatie op het gebied van suïcidepreventie in de Nederlandseggz. Tijdschrift voor psychiatrie (62:6): https://www.supranetggz.nl/wp-content/uploads/2021/06/Setkowski-et-al.-2020_Praktijkvariatie-suicidepreventie-GGZ.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 1110 Er zijn ruim 50 gemeenten die een integraal suïcidebeleid voeren, meldt113 Zelfmoordpreventie op haar site16. Dat is in aantal 15% van de342 gemeenten. De definitie die zij daarbij hanteert is: die gemeenten dieeen geïntegreerd suïcidepreventiebeleid voeren, waar verschillendesectoren bij betrokken zijn, gericht op verschillende doelgroepen. Dat laatonverlet dat er in veel gemeenten kleinere initiatieven zijn die een mooibegin vormen, maar voor een adequate aanpak is een integrale werkwijzenodig die vraagt om structurele aandacht en structurele middelen.In de gemeenten waar al een geïntegreerd beleid gevoerd wordt, kanworden geconstateerd dat het geheel méér is dan de som der individueledelen. Het slim verbinden van werkzaamheden op de diverse maatschap-pelijke beleidsopgaven – denk aan eenzaamheid, schuldenproblematiek,gebrek aan sociale cohesie, werkgelegenheid, sport, maar ook de toonvan communicatie richting burgers – leidt tot winst op het vlak vansuïcidepreventie. In die zin kan bestaand beleid gericht op bestaansze-kerheid wel ingebed worden in het preventiebeleid. Integraliteit sluitechter uit dat dat het enige onderdeel zou kunnen zijn.De initiatiefnemers hebben geen uitvoeringstoets laten doen. Hetwetsvoorstel biedt veel ruimte aan gemeenten in de vormgeving eninvulling van gemeentelijk beleid. Initiatiefnemers kunnen zich voorstellendat een kleine gemeente de krachten bundelt met andere gemeenten in deGGD-regio en gezamenlijk tot beleid en uitvoering komt, om de druk op teuitvoering te beperken. Ook zullen voorbeelden gedeeld moeten wordenvan zowel grote als kleinere gemeenten, zodat niet elke gemeente het wielopnieuw hoeft uit te vinden. De borging van structurele financiëlemiddelen voor gemeenten maakt dat gemeenten de capaciteit krijgen omintegraal suïcidepreventiebeleid uit te voeren.17.De leden van de CDA-fractie vragen hoe wordt geborgd dat gemeentenvan elkaar gaan leren. Zij vragen dit naar aanleiding van de opmerkingenop pagina 8 van de toelichting. Gemeenten krijgen een belangrijke rol. Iseen adequate gegevensuitwisseling met de betrokken instantiestoereikend geregeld?Indieners wijzen de leden van de CDA-fractie erop dat de huidigewerkwijze van 113 Zelfmoordpreventie al is om uitwisseling en intervisietussen gemeenten in vaste overlegstructuren te faciliteren. Ook bouwt 113aan een database met best practices. Dat kan worden opgeschaald alsmeer gemeenten deelnemen. Daarnaast bevat de Landelijke Agenda eenreeks van verschillende interventies, die op Samenmindersuicide.nlgedeeld worden. De initiatiefnemers zijn ervan overtuigd dat er metorganisaties als bijvoorbeeld de VNG en GGD’en op dit vlak veel kanworden bereikt, zeker wanneer dit een wettelijke taak wordt.De leden van de CDA-fractie vragen of een adequate gegevensuit-wisseling met de betrokken instanties toereikend is geregeld. Het voorstelricht zich niet op individuele cases, maar op het creëren van randvoor-waarden, zoals handelingsbekwaamheid. Het betreft niet de eigenlijkebehandeling van individuen.18.De leden van de GroenLinks- en PvdA-fractie vragen of de initiatief-nemers voorbeelden kunnen geven van al bestaand lokaal suïcidepreven-tiebeleid. Aan welk concreet beleid op lokaal niveau denken de initiatief-nemers? Hoe wordt ervoor gezorgd dat het suïcidepreventiebeleid nietalleen op papier bestaat, maar ook echt in de praktijk? Op welke manier16https://www.113.nl/gemeenteTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 1111 zal worden getoetst of lokale overheden ook echt suïcidepreventiebeleidzullen maken na inwerkingtreding van de onderhavige Wet integralesuïcidepreventie? Hebben de initiatiefnemers een ondergrens waaraan hetsuïcidepreventiebeleid op lokaal niveau moet voldoen? Deze leden vragendaarnaast wat de rol is van de lokale volksvertegenwoordiging. Zien deinitiatiefnemers tevens een rol weggelegd voor ervaringsdeskundigen bijhet opzetten van zowel landelijk als lokaal beleid?Initiatiefnemers dragen als voorbeeld van lokaal integraal suïcidepreven-tiebeleid het beleid van de regio IJsselland aan. De GGD-regio IJssellandheeft in de nota Gezondheidsbeleid structureel aandacht en middelenvoor suïcidepreventie geborgd, uiteenlopend van publiciteit tot gatekee-pertrainingen en bijeenkomsten. Ook werkt de GGD IJsselland nauwsamen met lokale verenigingen om beter de risicogroepen te bereiken,zoals de samenwerking met het landelijk opererende Taboer om een handuit te reiken naar de agrarische sector, samenwerking met Geldfit voor hetopsporen van mensen met schulden en LHBTI belangengroepen. Anderesamenwerkingspartners zijn naast de gemeenten Isala ziekenhuis,hogeschool Windesheim, UWV, slachtofferhulp en het suicidepreventie-centrum.Integraal suïcidepreventiebeleid zal ten minste maatregelen moetenbevatten die inzetten op drie niveaus van preventie: universele, selectieveen geïndiceerde preventie. Hierbij geldt: hoe meer maatregelen er wordeningezet, hoe effectiever het is in het voorkomen van suïcides en suïcidepo-gingen (Hofstra et al 202017). Dat is niet het geval wanneer er slechts devraag wordt opgeworpen met een publiekscampagne, maar er vervolgensgeen (informele) infrastructuur beschikbaar is om er ook daadwerkelijkvoor iemand te zijn. In bestaand suïcidepreventiebeleid wordt hetwetenschappelijk gevalideerde EAAD model gebruikt: preventie opdrie verschillende niveaus, volgens een uitgewerkte en beproefdemethodiek die met verschillende maatschappelijke partners voor deverschillende niveaus. Vanuit een eerdere landelijke agenda is in eenaantal proeftuinen ervaring opgedaan met hoe dat er concreet uit ziet.Wat betreft de toets van lokale uitvoering merken de initiatiefnemers opdat binnen de landelijke agenda in samenwerking met Deloitte wordtgewerkt aan het meetbaar maken van de effectiviteit van suïcidepreventie,door tussenmaten te formuleren onderweg naar minder suïcides. Ookvoor de lokale actienetwerken worden dergelijke «baten» geformuleerd,zodat – afgestemd op lokaal gekozen zwaartepunten – nagegaan kanworden of de inspanningen doelmatig zijn en concrete resultatenopleveren. De lokale volksvertegenwoordiging in zowel gemeenteraad alsin het Algemeen Bestuur van de GGD kan hier de aanjagende encontrolerende rol pakken, zoals ze dat op alle beleidsterreinen doen.Binnen de landelijke agenda is een waardevolle inzet van ervaringsdes-kundigen in verschillende projecten terug te zien, zie bijvoorbeeld hetplatform voor ervaringsverhalen Houdmoed.nl en het Netwerk Ervarings-deskundigheid Suïcidepreventie. Lokaal wordt vrijwel overal ook eenberoep gedaan op de expertise van mensen met ervaring op het gebiedvan suïcidaliteit in het vormgeven van het beleid, zoals o.a. in ZaanstreekWaterland en Kennemerland.17Hofstra, E. et al (2020) Effectiveness of suicide prevention interventions: a systematic reviewand meta-analysis. General Hospital Psychiatry Volume 63: march–april 2020 p. 127–140:https://doi.org/10.1016/j.genhosppsych.2019.04.011Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 1112 2.3. Relatie voorstel tot andere wetgeving en wetgeving in andere landen 19.De leden van de D66-fractie lezen dat de verantwoordelijkheid voor hetsuïcidebeleid enerzijds onder de Minister van VWS komt te vallen, maardat anderzijds de uitvoering bij de gemeenten komt te liggen. In hoeverrewordt de wetgeving, zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015(Wmo2015), aangepast zodat gemeenten wettelijke verantwoordelijkheiddragen hier beleid op te formuleren, zoals dit bijvoorbeeld geldt voor hetthema «eenzaamheid»?Het voorstel bepaalt dat er zowel landelijk, alsook gemeentelijk integraalbeleid wordt ingericht. Een verdere aanpassing van wetgeving, zoals deWmo2015, is niet nodig. De omschrijving van artikelen 2.2.1 van deWmo2015 biedt juist ruimte een onderwerp als eenzaamheid te betrekkenbij het opstellen van een integraal suïcidepreventiebeleid. Sterker nog, hetcreëren van een wettelijke grondslag voor integrale suïcidepreventie in deWpg, stimuleert aandacht voor de samenhang met andere onderwerpenuit o.a. de Wmo2015 zoals sociale samenhang, veiligheid en leefbaarheid.20.Voorts wordt een wettelijke grondslag gecreëerd voor een telefonischehulplijn. Kunnen de initiatiefnemers toelichten waarom die nodig is?Waarom voldoet de huidige praktijk onvoldoende, want er is immers eenhulplijn ter suïcidepreventie (113)?De leden van de D66-fractie stellen terecht dat er al een hulplijn is tersuïcidepreventie uitgevoerd door Stichting 113 Zelfmoordpreventie. Metde wettelijke grondslag wordt door de initiatiefnemers dan ook geenszinsbeoogd daarin verandering te brengen. Wat de initiatiefnemers welbeogen, is om een wettelijke basis te creëren, zoals die er ook is voor deKindertelefoon (Jeugdwet) en de Luisterlijn (WMO 2015) om zo te borgendat de hulplijn 24/7 gratis beschikbaar en dus ook bereikbaar is, ook bijoplopende aantallen hulpvragers. Door in dit initiatiefvoorstel op tenemen dat de hulplijn een voorziening betreft die beschikbaar moet zijn,beogen de leden tegelijkertijd duidelijkheid te scheppen wat betreft definanciële verantwoordelijkheid van de overheid daarvoor.Initiatiefnemers wijzen er bovendien op dat de middelen om het nummer113 gratis te maken, net als het nummer 0800–0113, in de begroting van2024 en 2025 beschikbaar zijn gesteld, naar aanleiding van de motieDen Haan (Kamerstuknr. 36 410, nr. 57)18. Overheid en telecombedrijvenhebben daarmee de middelen om de motie uit te voeren.21.De leden van de CDA-fractie lezen in de toelichting dat een vergelijkingwordt gemaakt met Japan en met een aantal andere landen. Nederlandligt met de huidige suïcidecijfers onder deze landen. Wat is situatie inlanden in de buurt van Nederland zoals Duitsland of Denemarken?Wat zou verlaging van het suïcidecijfer kunnen inhouden volgens deindieners? Waarop is die opvatting gebaseerd, mensen en de samenlevingzijn immers niet «maakbaar»?De WHO rapporteert wereldwijde suïcidecijfers19. De meest recente cijferszijn van 2019. In dat jaar waren er in Nederland 11,8 suïcides per100.000 inwoners, in Denemarken 10,7 en in Duitsland 12,3.18Kamerstukken 36 410, nr. 8319https://www.who.int/data/gho/data/themes/mental-health/suicide-ratesTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 1113 Wat verlaging van het suïcidecijfer precies zal zijn, is enerzijds moeilijk tezeggen, omdat de oorzaak en achtergrond van suïcide complex is enaantallen afhankelijk zijn van meerdere factoren, ook maatschappelijkefactoren als een economische recessie of toegang tot geestelijkegezondheidszorg.Anderzijds is bekend dat er interventies zijn die effectief zijn in hetverlagen van het aantal suïcides. Een onderzoek dat het effect vanpreventieve interventies op suïcides en suïcidepogingen evalueerde, lietzien dat multi-level-interventies grotere effecten hebben in het voorkómenvan suïcides en suïcidepogingen dan uni-level-interventies (Hofstra et al202020). Ook bijvoorbeeld in de GGZ (While et al 201221) en op het spoor(Van Houwelingen ea 202222) is aangetoond dat het implementeren vansuïcidepreventiemaatregelen leidt tot lagere suïcidecijfers. In de GGZwerd de verstrekking van 24-uurs crisiszorg geassocieerd met de grootstedaling van suïcides (van 11,44 per 10.000 patiëntencontacten per jaar vóórnaar 9,32 erna; While ea 2012). Onderzoek van Van Houwelingen (2022)geeft aan dat preventieve maatregelen die door ProRail zijn genomenrond het spoor ongeveer 85 suïcides op het spoor per jaar hebbenvoorkomen, wat neerkomt op een vermindering van 30%.Een van de doelen van de Sustainable Development Goals van de WHO(Wereldgezondheidsorganisatie) is om het wereldwijde suïcidecijfer tegenhet jaar 2030 met een derde te verminderen (target 3.4.2). Dezedoelstelling is uitgewerkt in een WHO-actieplan (WHO «Mental HealthAction Plan 2013–2030»).Het LIVE LIFE-initiatief van de WHO voor suïcidepreventie beveelt devolgende op bewijs gebaseerde maatregelen aan:−Beperk de toegang tot middelen voor suïcide (bijvoorbeeld pesticiden,vuurwapens, bepaalde medicijnen, spoor).−Werk samen met de media voor verantwoorde berichtgeving oversuïcide.−Bevorder sociaal-emotionele levensvaardigheden bij adolescenten opscholen.−Goede kwaliteit van zorg en nazorg van iedereen met suïcidaal gedrag.Initiatiefnemers vinden het belangrijk op te merken dat zelfs als niet allesuïcidepogingen kunnen worden voorkomen, elke succesvolle preventievemaatregel een mensenleven kan redden en de enorme impact van suïcideop naasten en gemeenschappen kan verminderen.2.4. Drie elementen voor overheidsbeleid 22.De leden van de VVD-fractie lezen in paragraaf 2.4. Ad 3 Gemeentelijkbeleid suïcidepreventie, dat volgens de initiatiefnemers het «wetsvoorstelschrijft niet voor hoe gemeenten invulling geven aan het beleid, maar datze er aandacht aan geven.»23 Genoemde leden hechten er aan dat beleidkwalitatief goed is. Hoewel de initiatiefnemers schrijven dat die vrijheid inlokaal maatwerk tot versterking van dat beleid kan leiden, vragen deze20Hofstra, E. et al (2020) Effectiveness of suicide prevention interventions: a systematic reviewand meta-analysis. General Hospital Psychiatry Volume 63: march–april 2020 p. 127–140.https://doi.org/10.1016/j.genhosppsych.2019.04.01121While, D. et al (2012) Implementation of mental health service recommendations in Englandand Wales and suicide rates, 1997–2006: a cross-sectional and before-and-after observationalstudy. The Lancet Volume 379 issue 9820: 17–23 march 2012, p. 1005–1012. https://doi.org/10.1016/s0140-6736(11)61712-122Van Houwelingen, C. (2022) Railway Suicide in The Netherlands Lower Than Expected. CrisisVolume 43, issue 5. September 2022 p. 355–453. https://doi.org/10.1027/0227-5910/a0007922335 754, nr. 9, p. 9Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 1114 leden aan de initiatiefnemers hoe zij denken over een eventuele kwaliteits-toetsing van lokaal beleid door de landelijke overheid (bijvoorbeeld doormiddel van een online platform waarop initiatiefnemers hun initiatievenbekend kunnen maken en waarop de landelijke overheid deze initiatievenkan beoordelen). Een slechte invulling van het suïcidepreventiebeleid zouimmers mogelijkerwijs grote negatieve effecten kunnen hebben voordegenen die de gevolgen van de uitvoering ervaren.Initiatiefnemers willen in dit kader wijzen op het feit dat nu al binnen delandelijke agenda wordt gewerkt aan best practices vanuit de lokaleactienetwerken, handreikingen en een handboek met procesbeschrijvingvoor het vormgeven van een geïntegreerd actienetwerk. Daarnaast wordter een lerend netwerk van lokale actienetwerken gefaciliteerd metintervisie. Ook het batenmanagement, waarbij meetbaar en inzichtelijkwordt gemaakt wanneer preventie succesvol is, kan een rol spelen in dekwaliteitsbewaking. Daarbij wordt ook een vorm van publieke verant-woording verkend. In de ervaring van 113 schort het bij gemeenten nietaan de wens om een geïntegreerd beleid vorm te geven vanuit degevoelde urgentie van dit onderwerp dat zoveel mensen raakt – elk jaarworden 250.000 mensen extra geraakt door suïcides. Het is veel meer eenkwestie van gebrek aan middelen en andere, uit wettelijke plichtenvoortvloeiende opdrachten die meer prioriteit krijgen. Het prioriteren vansuïcidepreventie door er een wettelijke taak van te maken, waarvoorstructureel middelen beschikbaar worden gesteld, zal naar verwachtingvan de initiatiefnemers sterker motiveren om kwalitatief goed beleid neerte zetten dan toetsing.Van het geven van slechte invulling aan suïcidepreventiebeleid is vooralsprake wanneer beleid wordt gevoerd zonder balans wat betreft deverschillende elementen van het EAAD-model. Voor een uitgebalanceerdbeleid moeten bijvoorbeeld de verschillende niveaus van het preventie-model adequaat worden ingevuld: van universele preventie naarselectieve preventie en geïndiceerde preventie. Dat is niet het gevalwanneer er slechts de vraag wordt opgeworpen met een publiekscam-pagne, maar er vervolgens geen (informele) infrastructuur beschikbaar isom er ook daadwerkelijk voor iemand te zijn. Zie ook voorgaand inparagraaf 2.1.23.De leden van de D66-fractie vragen of de initiatiefnemers kunnentoelichten waarom gekozen is voor een termijn van vier jaar voor eenbeleidscyclus. Deze leden zien graag consistent beleid, los van de vraagwelke politieke kleur regeert. Kan deze beleidscyclus ook wordenverlengd?De initiatiefnemers onderstrepen met de leden van de D66-fractienogmaals het belang van het kunnen voeren van consistent beleid.Daarvoor zijn structurele middelen nodig, middelen met een horizon dielanger is dan de termijn van een kabinet, welke nu leidend is. Structurelefinanciering geeft perspectief aan deelnemende organisaties (en hunwerknemers) zodat duurzaam kan worden gebouwd aan suïcidepreventie,in plaats van projectmatig.Het beleid zelf zal altijd in enige mate in ontwikkeling zijn. Accentenworden verlegd naar gelang de maatschappelijke actuele en/of lokalebehoefte. Meer focus op mensen met schulden dan wel op jongerenbijvoorbeeld. En op het moment dat suïcidepreventie al geïntegreerdonderdeel uitmaakt van een domein zelf, hoeft de Minister van VWS opdat domein minder een centrale regierol te spelen. Denk bijvoorbeeld aanhet Ministerie van I&W en ProRail/NS.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 1115 Toch is het wenselijk om een beleidscyclus aan te houden. Een termijnvan vier jaar zorgt voor voldoende tijd om een bestendige koers uit tezetten, terwijl er tegelijkertijd steeds een moment is dat wordt herijkt en ernieuwe energie in wordt gebracht.Het heeft daarbij wel de voorkeur van de initiatiefnemers om aan tesluiten bij de cyclus van de gemeenteraad. In de gemeentelijke notaGezondheidsbeleid worden beleidsambities vastgelegd én middelengealloceerd voor de hele GGD-regio, waar alle gemeenten in die regio aanbijdragen. Zo is het eenvoudiger om te zorgen voor integraal beleid: ookvoor aanpalende beleidsterreinen wordt op dat moment immersvastgesteld wat het beleid moet zijn. Bovendien wordt voorkomen datvoor suïcidepreventie een aparte – en daarmee voor gemeenten meerbelastende – cyclus moet worden opgetuigd.24.De leden van de CDA-fractie lezen dat de initiatiefnemers in deaangepaste toelichting het volgende schrijven: «Voor de initiatiefnemersligt het in de rede om dit integrale suïcidepreventiebeleid uit ten minstedeze vier elementen te laten bestaan: (1) het versterken van de bredementale weerbaarheid (voorlichting), (2) maatregelen voor het durven enleren praten over mentale problemen en suïcidale gedachten, (3) extraaandacht schenken aan risicogroepen – doorvragen en helpen bij hetzoeken van hulp en (4) het bieden van effectieve zorg bij suïcidaliteit.»24De punten 1 en 2 zijn niet nader uitgewerkt. Kunnen de indienerstoelichten hoe deze punten opgepakt moeten worden? Kan aangegevenworden hoe de indieners punt 2 opvatten in relatie tot de campagne «Hey,het is oké?»De leden van de CDA-fractie lezen vervolgens dat er al een aantalgemeenten is dat suïcidepreventie in lokaal beleid vastlegt en in samen-werking met de ggd opstelt en uitvoert. Deze leden vragen of al meergemeenten beleidsplannen opstellen sinds dit wetsvoorstel in 2021 aan deKamer is aangeboden? Is bekend welke lokale resultaten er inmiddelsbehaald zijn?Ten aanzien van de vraag welke gemeenten aan de slag gegaan zijn sindsdit wetsvoorstel in 2021 aan de Kamer is aangeboden, moeten deinitiatiefnemers helaas constateren dat gemeenten die nog niet begonnenwaren, vooral in de wachtstand gegaan zijn. Omdat gemeenten moetenkiezen waaraan ze hun middelen besteden, kiezen zij zonder extramiddelen voor andere prioriteiten, in afwachting van dit wetsvoorstel.Verder vragen de leden van de CDA-fractie of er bekend is welke lokaleresultaten er inmiddels behaald zijn. 113 Zelfmoordpreventie noemtvoorbeelden van gemeenten en regio’s waar veel gebeurt aan suïcidepre-ventie, dan wel waar op enkele vlakken enige aandacht is voor suïcidepre-ventie.25 Een vanuit de overheid opgesteld, integraal overzicht is er niet.25.De leden van de GroenLinks- en PvdA-fractie lezen dat het beleid elkevier jaar wordt opgesteld en dat de voortgang jaarlijks wordt verantwoordaan de Kamer. Wat is de opvatting van de initiatiefnemers ter zake indiende Kamerverkiezingen eerder plaatsvinden dan na vier jaar? Hoe wordtvoorkomen dat elke twee jaar of korter weer nieuw suïcidepreventiebeleidwordt opgestart of bedacht?24Kamerstuk 35 754, nr. 9, p. 825www.113.nl/gemeenteTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 1116 De initiatiefnemers zijn het met de leden van de GroenLinks enPvdA-fractie eens dat voorkomen moet worden dat elke twee jaar of korterweer nieuw suïcidepreventiebeleid wordt opgestart of bedacht. Zij zijn vanmening dat het suïcidepreventiebeleid, geborgd als taak van de landelijkeen gemeentelijke overheid, in de basis structureel zou moeten wordengefinancierd. Daarmee zou het niet of in ieder geval niet zoals in dehuidige mate afhankelijk moeten zijn van welk kabinet er zit.Het per 4 jaar opstellen van nieuw beleid is dan ook niet gekoppeld aan dezittingstermijn van een kabinet. Het gaat erom dat er bestendig beleidwordt uitgezet, dat iedere vier jaar wordt herijkt zodat het aan demaatschappelijke behoefte van dat moment kan worden aangepast.Met dit voorstel wordt niet aangesloten bij de kabinetstermijn, integenstelling tot wat nu van toepassing is: suïcidepreventiebeleid wasafhankelijk van opname in het regeerakkoord. Dat is niet wenselijkvolgens de initiatiefnemers.In plaats daarvan sluiten de initiatiefnemers aan bij de in de Wpgopgenomen beleidscyclus, ingericht voor het opstellen van gemeentelijkgezondheidsbeleid. Zo wordt aangesloten bij het bestaande, «natuurlijke»moment om te komen tot gemeentelijk, integraal gezondheidsbeleid: wantop dat moment komt het bij elkaar. Het aanhaken bij deze bestaandeprocedure is daarmee tegelijkertijd ook de voor een gemeente minstbelastende manier.Initiatiefnemers citeren hier de toelichting van het gezondlevenloket.nl:Elke vier jaar leggen gemeenten ambities en prioriteiten vast in hun lokalenota gezondheidsbeleid. Dit doen ze in samenwerking met de GGD. Delandelijke nota is vaak richtinggevend voor de invulling van de lokale notain gemeenten, als onderdeel van de vierjarige beleidscyclus volksge-zondheid. Er zijn ook veel andere landelijke ontwikkelingen waarbijgemeenten kunnen aansluiten, zoals het Nationaal Preventieakkoord ofNationaal Sportakkoord. Zij gaan uit van lokale data en lopend beleid, enkijken wat hierop vanuit de landelijke beleidsstukken nog aanvullend enpassend is. Dit ritme staat los van de verkiezingencyclus van onzevolksvertegenwoordiging.26.De leden van de ChristenUnie-fractie hebben ter verduidelijking enconcretisering een enkele vraag met betrekking tot de voor de gemeentenweggelegde taak op het gebied van het ontwikkelen van structureelsuïcidepreventiebeleid in relatie tot de jeugdhulp en de ggz. Zij vragenhoe de initiatiefnemers de huidige wachtrijen in jeugdzorg en ggzbeoordelen in relatie tot het te ontwikkelen structurele suïcidepreventie-beleid. Zij zijn het met de initiatiefnemers eens dat goede jeugdhulp engoede hulp vanuit de ggz complementair zijn aan integraal suïcidepreven-tiebeleid en dat het een niet het ander kan vervangen. Zien de initiatief-nemers mogelijkheden om in de praktijk beide elkaar te laten versterken,zodat één en één, drie is?De initiatiefnemers constateren dat de huidige wachttijden in dejeugdzorg en de ggz niet bijdragen aan het voorkomen van suïcides.Schrijnend genoeg komt het voor dat mensen die in psychische nood zijnnog geen adequate behandeling krijgen en suïcide plegen. Minder langewachttijden kan in zichzelf dus al bijdragen aan het voorkomen vansuïcides.In de landelijke agenda suïcidepreventie is er aandacht voor het weder-zijds versterken van jeugdzorg en geïntegreerd suïcidepreventiebeleid.Aan gemeenten worden concrete handvatten geboden in hun directeinvloed op de kwaliteit van zorg. Gemeenten hebben hun rol als financierTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 1117 van hulp via de inkoopvoorwaarden, als bondgenoot voor een jongerebinnen een zorgtraject én als aanjager van samenwerking tussenverschillende instellingen. Daarnaast heeft de gemeente veel invloed opde randvoorwaarden: als ondersteuner van de ouders, die daarmee eendeel van de zorg kunnen bieden én volhouden, door alle burgershandvatten te geven om het gesprek over zelfmoordgedachten aan tegaan waardoor het vangnet vergroot wordt, door laagdrempeligeinloophuizen te faciliteren via bijvoorbeeld de inloopalliantie en tot slotdoor het netwerk rondom jongeren te activeren via eigenkracht centrales.Binnen een lerende setting wordt voortdurend nagedacht overmaatschappelijke interventies om de druk op de GGZ te verminderen.Gecombineerd zou dit tot het adequaat equiperen van de samenlevingkunnen leiden om samen wachtlijsten terug te dringen: «it takes a societyto prevent a suicide».3. GRONDRECHTEN EN MENSENRECHTEN 27.De leden van de SGP-fractie lezen dat het begrip suïcidepreventie zelfniet voorkomt in de verdragsteksten, maar dat het onderdeel uitmaakt vanhet recht op leven en het recht op gezondheid zoals dat is opgenomen inmeerdere internationale verdragen.De leden van de SGP-fractie vragen de indieners in hoeverre de overheidvolgens deze verdragsteksten het recht op leven dient te beschermen.Wordt hierbij ook rekening gehouden met het ongeboren leven?Genoemde leden vragen tenslotte of de indieners kunnen aangeven of hetslikken van medicatie welke slecht is voor het ongeboren kind ook valtonder de reikwijdte van het voorstel.Nee. De vragen van de leden van de SGP-fractie gaan de reikwijdte van ditwetsvoorstel te buiten. Het voorstel gaat over suïcides, waaronder wordtverstaan «handelingen waarmee opzettelijk een eind wordt gemaakt aanhet eigen leven». Deze in het voorstel opgenomen begripsbepaling isbepalend voor de reikwijdte ervan.4. VERHOUDING TOT NATIONALE REGELGEVING 28.De leden van de SGP-fractie lezen dat het onderwerp suïcidepreventiehet best zou kunnen worden belegd in bestaande wetgeving, namelijk inde Wet publieke gezondheid (Wpg). Deze leden vragen de indieners inhoeverre de zorgplicht van de overheid reikt om de gezondheid van debevolking te behouden en of er overgegaan kan worden tot dwangingeval een suïcidale persoon niet meer wil meewerken aan trajecten omvan suïcidepogingen af te zien.De initiatiefnemers benadrukken dat dit voorstel geen verplichtingenoplegt aan burgers. Het voorstel geeft dan ook geen grond om over tegaan tot dwang tegenover een suïcidale persoon die niet meer wilmeewerken aan trajecten om van suïcidepogingen af te zien.Het voorstel is gericht op een inspanningsverplichting voor overheden ombeleid te voeren dat bijdraagt aan het verminderen van het aantal suïcidesen suïcidepogingen.29.De leden van de SGP-fractie lezen dat wat betreft suïcidepreventie isaangetoond dat beperking van de toegang tot dodelijke middelen de kansop suïcide kan verkleinen. Deze leden wijzen de indieners op het middel X,dat in omloop is en mensen de kans biedt om «pijnloos» uit het leven testappen. Het openbaar ministerie (OM) doet onderzoek naar de club en deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 1118 personen die dit middel verschaffen. Genoemde leden vragen of deMinister van VWS in contact staat met het OM om, ingeval van meldingenover middelen als middel X, direct te kunnen acteren.De initiatiefnemers verwijzen de vragensteller voor de beantwoording vandeze vraag naar de Minister van VWS.5. MAATSCHAPPELIJKE GEVOLGEN 30.De leden van de SGP-fractie lezen dat de indieners constateren dat erten opzichte van wat zo’n tien jaar geleden werd gedaan, er gelukkig almeer gedaan wordt aan suïcidepreventie. Deze leden constateren echterook een groeiende vereenzaming, met name onder ouderen, waardoor zijde wil om te leven verliezen en voor euthanasie kiezen. Zij vragen deindieners in te gaan op de groeiende vereenzaming onder met nameouderen en in hoeverre het wetsvoorstel hierop toegespitst is. Voorziethet wetsvoorstel ook in preventie onder deze groep?Daarnaast constateren deze leden een groeiend aantal suïcides onderboeren, vanwege onzeker overheidsbeleid. Zij constateren dat hetvertrouwen in de overheid in het algemeen behoorlijk laag is. De ledenvan de SGP-fractie vragen de indieners of dit als één van de speerpuntenzou moeten worden aangemerkt omdat dit ook de zorgplicht van deoverheid betreft.De initiatiefnemers hebben een zeer open formulering opgenomen in hetvoorstel. Juist zodat er naar gelang de actuele maatschappelijke behoefteinvulling kan worden gegeven aan suïcidepreventie. Terwijl er tegelij-kertijd structureel financiering beschikbaar zal zijn in plaats van project-matig.Bij de invulling van het beleid nadat de wet in werking is getreden, zullensteeds de accenten van suïcidepreventiebeleid (ook politiek) nader kunnenwordt bepaald. Ook gemeenten hebben zo de ruimte om hun beleid aan tepassen aan wat er lokaal speelt. Zoals bijvoorbeeld wanneer ergens veelagrariërs wonen.6. UITVOERING 31.De leden van de D66-fractie onderkennen dat het goed is om hetlandelijk beleid te stoelen op een meerjarige landelijke agenda. Wat is hetbeoogde tijdspad hiervoor, zo vragen deze leden.De lopende landelijke agenda loopt tot en met 2025. De initiatiefnemerskunnen zich voorstellen dat een gedegen voorbereiding – mede op basisvan een evaluatie – voor een nieuwe landelijke agenda op zijn laatst ruimeen jaar tevoren zal moeten worden gestart.32.Zijn de initiatiefnemers het met hen eens dat nóg een telefoonnummer(naast 113 en de verwante Luisterlijn) voor de potentiële gebruikerswaarschijnlijk verwarrend is?De initiatiefnemers hebben niet de intentie met het initiatiefvoorstel eennieuw nummer te introduceren. Het gaat niet om verandering van dehuidige situatie waarin Stichting 113 Zelfmoordpreventie de 113-hulplijnverzorgt namens de overheid, waarvan de laatste de structurele middelendaarvoor borgt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 1119 Het voorstel borgt dat de voorziening van een 24/7 gratis en anoniemehulplijn steeds (voldoende) bereikbaar zal zijn, via nummer 113. Daarmeelegt het voorstel een wettelijke basis onder de bestaande systematiekwaarbij het Ministerie van VWS voorziet in subsidie om de hulplijnvoldoende bereikbaar te houden. In de praktijk gebeurt dat door Stichting113 Zelfmoordpreventie. Door de bereikbaarheid van de hulplijn in detekst van de wet op te nemen, wordt de structurele financiering van dezelijn – ook bij groei – bevestigd.Initiatiefnemers wijzen er bovendien op dat de middelen om het nummer113 gratis te maken, net als het nummer 0800–0113, in de begroting van2024 en 2025 beschikbaar zijn gesteld, naar aanleiding van de motieDen Haan (Kamerstuknr. 36 410, nr. 57)26. Overheid en telecombedrijvenhebben daarmee de middelen om de motie uit te voeren.33.De leden van de BBB-fractie lezen dat is afgezien van het aanvankelijkevoornemen om tot een gedetailleerde uitwerking van het beleid te komen.Het wetsvoorstel is daarmee betrekkelijk beleidsarm. In reactie op hetadvies van de Afdeling wordt een aantal redenen genoemd die demeerwaarde van het wetsvoorstel onderstrepen. Een ervan is dewereldwijde tendens naar wetgeving om suïcide te voorkomen. De ledenvan de BBB-fractie vragen of uit het buitenland voorbeelden zijn te halenvan een specifieke aanpak of van initiatieven die de moeite waard zijn omin Nederland toe te passen.Gerichte inspanningen op het gebied van suïcidepreventie kunnenaanzienlijk bijdragen aan het verminderen van het aantal (fatale enniet-fatale) suïcidepogingen. Het LIVE LIFE-rapport van de WHO voorsuïcidepreventie beveelt de volgende op bewijs gebaseerde maatregelenaan:•Beperk de toegang tot middelen voor suïcide (bijvoorbeeld pesticiden,vuurwapens, bepaalde medicijnen, spoor).•Werk samen met de media voor verantwoorde berichtgeving oversuïcide.•Bevorder sociaal-emotionele levensvaardigheden bij adolescenten opscholen.•Goede kwaliteit van zorg en nazorg van iedereen met suïcidaal gedrag.In het rapport staan bij elk van deze maatregelen veel voorbeelden vaneffectieve initiatieven uit andere landen. Naast deze maatregelen iscoördinatie en samenwerking tussen meerdere sectoren van de samen-leving van belang om tot effectieve suïcidepreventie te komen, waaronderde gezondheidssector en andere sectoren zoals onderwijs, landbouw,bedrijfsleven, justitie, defensie, politiek en de media.De initiatiefnemers zijn het met de leden van de BBB-fractie eens dat hetgoed is om buitenlandse voorbeelden te betrekken. Waarbij het overigensbijna altijd zal gaan om (naar de lokale situatie vertaalde) elementen vanbuitenlands beleid. Het voert te ver om dat hier uit te werken. In hetvoornoemde WHO-rapport staan veel goede voorbeelden van buiten-landse interventies.34.De leden van de SGP-fractie lezen dat de Minister van VWS primairverantwoordelijk is voor suïcidepreventie en dat van hem een rol alsregisseur verwacht wordt. Deze leden vragen waarom de indieners niet26Kamerstuk 36 410, nr. 83Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 1120 aansluiten bij de taken van de Staatssecretaris van VWS, die overpreventie, jeugdgezondheidszorg en de GGD in het gemeentelijk domeingaat.Met de formulering dat de Minister van VWS verantwoordelijk is, wordthet ministerie als geheel aangesproken. Welke portefeuille welkebewindspersoon heeft zal in de praktijk worden uitgewerkt en per kabinetkunnen verschillen (zie artikel 3.26 van de aanwijzingen voor de regel-geving).7. FINANCIELE GEVOLGEN 35.De leden van de VVD-fractie lezen dat de initiatiefnemers in de gewij-zigde toelichting over de financiële gevolgen stellen dat de bestaandefinanciële kaders «min of meer voldoende» zijn voor de huidige ambities.Verder schrijven zij dat de werkelijke kosten na het van kracht worden vandeze wet op landelijk niveau afhankelijk zullen zijn van het te voerenlandelijke beleid. Op lokaal niveau maken zij wel een inschatting (naaraanleiding van de Supranet Community) van de kosten: het zou struc-tureel gaan om 10 miljoen euro per jaar. Genoemde leden vragen deinitiatiefnemers welk landelijk beleid naar hun mening gevoerd zoumoeten worden als de onderhavige wet van kracht wordt. Zouden deinitiatiefnemers een inschatting kunnen maken wat dit wetsvoorstel oplandelijk niveau voor extra kosten met zich meebrengt?De leden van de D66-fractie lezen dat voor de decentralisatie-uitkeringhet uitgangspunt wordt gehanteerd van 55–60 cent per inwoner per jaar.Kunnen de initiatiefnemers hiervan een onderbouwing geven? Klopt hetdat het aantal suïcides niet alleen kan worden afgeleid van het aantalinwoners, maar óók een relatie heeft met de leefomgeving en anderefactoren?In hoeverre klopt het dat gemeenten niet verplicht zijn om bij eendecentralisatie-uitkering de middelen daadwerkelijk ten behoeve van hetbeoogde beleid te besteden? Hoe wordt dit gemonitord? Zijn er instru-menten om hierop te handhaven?De leden van de CDA-fractie lezen dat om elke gemeente een solidebasis te kunnen geven jaarlijks 55 tot 60 cent per inwoner beschikbaar zoumoeten zijn. Dit komt neer op 10 miljoen euro per jaar. Waar is dit bedragop gebaseerd? Vervolgens stellen de initiatiefnemers dat er met eendecentralisatie-uitkering ervoor gekozen kan worden om eerst aan eenbeperkt aantal gemeenten een uitkering te verstrekken. Waarom kiezen deindieners ervoor slechts met een beperkt aantal gemeenten te starten? Ditleidt er toch toe dat het uitrollen van een landelijk breed pakket aanmaatregelen inzetten «nog» langer gaat duren?De Financiële-verhoudingswet bepaalt dat bij een wijziging van deuitvoering van taken door provincies of gemeenten de financiële gevolgenin beeld worden gebracht en duidelijk wordt gemaakt hoe deze kunnenworden opgevangen.Initiatiefnemers geven aan dat het bedrag van 10 miljoen euro isgebaseerd op ervaringen met de proeftuinen binnen een eerderelandelijke agenda. Gemiddeld had een GGD-regio circa € 400.000,– nodigom een actienetwerk op te zetten, een lokale kwartiermaker te financierendie bestaande initiatieven verbindt, verdiept, en integraal over meerderebeleidsterreinen doorontwikkelt. Ook werden mensen getraind in hetaangaan van het gesprek over suïcidale gedachten, risicogroepen bereiktTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 1121 en de netwerksamenwerking werd gefaciliteerd. Aangezien Nederland25 GGD-regio’s kent, komt dit samen uit op een totaal van 10 miljoeneuro.In de proeftuinen is gestart binnen een focusgebied, bestaand uitmeerdere gemeenten binnen een logisch samenwerkingsverband omvervolgens verder uit te bouwen binnen bestaande structuren om juistzoveel mogelijk te kunnen benutten wat aanwezig is en zo min mogelijkdubbelingen te krijgen. Om een van de deelnemende wethouders teciteren: «Maak gebruik van wat er al is. Dan kun je met weinig middelentoch echt veel bereiken.» Afhankelijk van de lokale of regionale situatiekan gekozen worden wat de meest effectieve vorm is om het actienetwerkaan te vliegen. Soms gaat opschalen sneller als de goede vorm gevondenis dan beginnen met een te grote span of control en de moed verliezen.De leden van de D66-fractie vragen of het klopt het dat het aantal suïcidesniet alleen kan worden afgeleid van het aantal inwoners, maar óók eenrelatie heeft met de leefomgeving en andere factoren. Naar deze vraagwordt onderzoek gedaan, onder andere door 113 Zelfmoordpreventie.Vanuit de microdata van het CBS wordt gekeken naar risicofactoren en destapeling daarvan.36.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om een verduidelijkingmet betrekking tot de financiële gevolgen van dit initiatiefwetsvoorstel ende andere investeringen voor suïcidepreventie. Is de verwachting dat dehuidige budgetten voor suïcidepreventie voor de bestaande onderdelenzoals de hulplijn en de Landelijke Agenda Suïcidepreventie in de toekomstvoldoende en structureel zijn?Momenteel is vanaf 2025 structureel € 13,7 miljoen gereserveerd voor deinstellingssubsidie aan stichting 113 Zelfmoordpreventie. Hiervan wordthulpverlening, onderzoek, opleiding en communicatie gefinancierd, ookde hulplijn valt hieronder. Daarnaast is er voor de landelijke agendasuïcidepreventie tot en met 2025 jaarlijks € 5 miljoen beschikbaar.Om dit wetsvoorstel uit te voeren is het nodig dat de structureel gereser-veerde middelen als instellingssubsidie meegroeien met de vraag, zodatde hulplijn voldoende bereikbaar blijft. 113 zelfmoordpreventie heeft deambitie uitgesproken om voor 95% bereikbaar te zijn27. Dat lijkt deinitiatiefnemers een mooi streven. Tot nu toe blijft de hulpvraag elk jaargroeien, met gemiddeld 20% stijging van het aantal bellers/chatters. Dehoogte van de instellingssubsidie zal periodiek geënt moeten worden opde (ontwikkeling van de) vraag.Een volgende landelijke agenda, als vervolg op de derde landelijkeagenda die tot 2025 loopt, is een plausibele invulling van het landelijkeintegrale suïcidepreventiebeleid dat dit wetsvoorstel beoogt. De ambitievan de initiatiefnemers, zoals in de memorie van toelichting te lezen is, isdat onderzoek en een communicatiestrategie de landelijke agendaversterken (Zie artikelsgewijze toelichting MvT). Vanaf 2026 is structureelcirca € 6,5 miljoen nodig voor deze instrumenten (loon- en prijspeil 2023).Tot slot vraagt de nieuwe taak van gemeenten om nieuwe middelen. Zoalsin het vorige antwoord is onderbouwd gaat dit om jaarlijks naar schatting€ 10 miljoen (loon- en prijspeil 2023).27Vanberkel professionals. Financiële scenario’s 113 Zelfmoordpreventie. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/07/08/financiele-scenarios-113-zelfmoordpreventieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 1122 Het initiatiefvoorstel moet ertoe leiden dat er vanuit de maatschappij optal van plaatsen eigenaarschap ontstaat, zoals dat ook het geval isgeweest bij ProRail/NS. Niet op al die plaatsen zal steeds in gelijke matefinanciering nodig blijven. Eenmaal ingebed in het onderwijssysteembijvoorbeeld zal suïcidepreventie minder middelen vergen dan bij deintroductie ervan.37.De leden van de SGP-fractie lezen dat de indieners wat betreft definanciële gevolgen voor lokaal beleid willen aansluiten bij het bedrag datuitgetrokken wordt ter voorkoming van één verkeersdode, te weten2,6 miljoen euro per «gered leven». Met alle respect voor het menselijkleven willen deze leden niet speculeren over de waarde daarvan,uitgedrukt in euro’s. De leden van de SGP-fractie constateren echter dateen persoon meerdere suïcidepogingen kan doen. Deze leden vragen of2,6 miljoen euro per «gered leven» duidt op één voorkomen suïcide-poging of dat deze berekening anders gemaakt wordt.Om te voorkomen dat alleen wordt gefocust op de kosten van suïcidepre-ventiebeleid, willen de initiatiefnemers op deze manier duidelijk makendat er ook kosten zijn verbonden aan het niet voeren van beleid, kostendie eigenlijk niet in geld zijn weer te geven. Want wat dat betreft zijn deinitiatiefnemers het geheel eens met de leden van de SGP-fractie: eenmensenleven is van onschatbare waarde.Voor deze inschatting hebben de initiatiefnemers geput uit een voorsuïcides specifiek verricht onderzoek van Deloitte.28 Hierin werd becijferddat de maatschappelijke kosten van een suïcide (niet van een suïcide-poging) € 2,8 miljoen euro bedraagt. Naar analogie van verkeersslacht-offers, wordt wel met een dergelijk bedrag in het achterhoofd nagedachtover maatregelen. Er wordt voor het voorkomen van verkeersslachtoffersniet alleen gekeken naar de uitgavenkant daaraan, maar ook naar wat diemaatregelen aan (maatschappelijke) kosten kunnen besparen. Gezien deopvatting van initiatiefnemers dat het ook bij suïcide gaat om een nietnatuurlijke doodsoorzaak, bepleiten zij om met eenzelfde blik te kijkennaar de maatregelen die nodig zijn om te voorkomen dat menseneenzaam en radeloos sterven door suïcide.8. ADVIES EN CONSULTATIE De leden van de BBB-fractie zijn van mening dat art. 2 EVRM (Verdrag totbescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,recht op leven) meer betekenis heeft dan het niet in de weg staan van hetnemen van maatregelen om suïcide te voorkomen. De Afdeling kiesthierin wat deze leden betreft een wel zeer terughoudende opstelling. Watgenoemde leden betreft, sluit het borgen en nader versterken van de rolvan de overheid inzake het onderwerp suïcidepreventie naadloos aan bijeen actieve invulling van deze verdragsbepaling.De initiatiefnemers danken de leden van de BBB-fractie voor dezeopmerking.9. OVERGANGSRECHT EN INWERKINGTREDING 38.De leden van de D66-fractie vagen in hoeverre het volgens de initiatief-nemers haalbaar is dat alle gemeenten één jaar na inwerkingtreding van28Deloitte. Maatschappelijke kosten van zelfdoding. November 2021 https://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/nl/Documents/about-deloitte/deloitte-nl-rapportage-maatschappelijke-kosten-suicide.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 1123 deze wet het beleid gereed hebben. Klopt het dat voor deze stappen demeerjarige agenda nog moet worden ontworpen?Stichting 113 geeft aan dat er al een stappenplan is, zie 113.nl/gemeente.Daarnaast heeft zij al enkele kwartiermakers beschikbaar om gemeentenmet raad en daad terzijde te staan in deze. Zo nodig zal daarin moetenworden opgeschaald. Zeker wanneer dit in GGD verband opgepakt wordten geput wordt uit de goede bestaande voorbeelden kan snel een startgemaakt worden om in gezamenlijkheid een dergelijk beleid op te stellen.Ook kan worden gedacht aan een door de GGD opgestelde handleiding.10. OVERIG 39.De leden van de VVD-fractie constateren tot slot dat het nummer0800–0113 vooralsnog gratis is, maar dat de hulplijn 113 dat niet is.Genoemde leden menen dat het gratis maken van de hulplijn 113 eenbelangrijke eerste stap kan zijn. Zij menen dat daar verder ook geennieuwe wet voor nodig is. Wat is de opvatting van de initiatiefnemers overhet al eerder gratis maken van dit nummer?De initiatiefnemers delen deze opvatting. De incidentele middelen om ditte realiseren zijn al gereserveerd op de begrotingen van 2024 en 2025,naar aanleiding van de motie Den Haan (Kamerstuknr. 36 410, nr. 57)29.II. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING 40.De leden van de D66-fractie constateren dat zij art. 12b, tweede lid, inhet bovenstaande reeds behandeld hebben. Betreffende art. 12c vragen zijof dit impliceert dat, naast 0800–113 dus ook 113 gratis dient te worden.Ja, ook 113 dient voor de hulpvrager gratis te worden. De incidentelemiddelen om dit te realiseren zijn al gereserveerd op de begrotingen van2024 en 2025, naar aanleiding van de motie Den Haan (Kamerstuknr.36 410, nr. 57)30.BikkerMohandisKuikWesterveldVan der StaaijDijkVan EschVan der Plas29Kamerstukken 36 410, nr. 8330Kamerstukken 36 410, nr. 83Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 754, nr. 1124
Versie 999e9b3b46f7728db84d8dec1c8c58e00ea9408b168c04b7d093c706b3cdddf4 · Officiële bron.
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.