Geannoteerde agenda voor de informele Europese Raad op 1 oktober 2025 en de Europese Politieke Gemeenschap op 2 oktober 2025
Brontekst
Versie 42fce110527513ff · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-20Europese RaadNr. 2269 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 25 september 2025Hierbij bied ik u, mede namens de Minister-President, de geannoteerdeagenda aan voor de informele Europese Raad van 1 oktober 2025 en deEuropese Politieke Gemeenschap op 2 oktober 2025.De Minister van Buitenlandse Zaken,D.M. van Weel kst-21501-20-2269ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 22691 Geannoteerde Agenda informele Europese Raad 1 oktober enEuropese Politieke Gemeenschap 2 oktober 2025 Op woensdag 1 oktober a.s. vindt een informele bijeenkomst van de ledenvan de Europese Raad (ER) plaats in Kopenhagen, op uitnodiging van hetDeens voorzitterschap van de Raad. De regeringsleiders zullen sprekenover Europese veiligheid en defensie en de steun aan Oekraïne. Hetbetreft een informele bijeenkomst. Er worden geen besluiten genomen,noch conclusies of een verklaring aangenomen. Aansluitend vindt eenbijeenkomst van de Europese Politieke Gemeenschap (EPG) plaats met alsthema’s veiligheid en weerbaarheid, economische veiligheid en migratie.Informele Europese RaadEuropese veiligheid en defensieTijdens deze informele bijeenkomst van de ER wordt de balans opgemaaktvan de lopende inspanningen ter versterking van de Europese veiligheiden defensie. De Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger (HV)zullen op de ER van 23–24 oktober aanstaande een routekaart publicerendie een overzicht moet vormen van alle inspanningen inzake defensiege-reedheid 2030. Op de informele ER van 1 oktober bespreken regerings-leiders welke elementen deze routekaart moet bevatten. Daarnaast zullenzij de voortgang bespreken op het gebied van de negen PrioritisedCapability Areas (PCA’s), zoals overeengekomen op de ER van 6 maart jl.1en aangevuld met de Security Action for Europe-verordening (SAFE).2Voorafgaand aan de informele RBZ-Defensie van 28–29 augustus jl. is eenlijst gedeeld met EU-lidstaten die interesse hebben om (mede) de leidingte nemen op de PCA’s.3 Nederland heeft aangeboden de leiding te nemenop de PCA-drones en counter-drones, evenals Letland en Kroatië, en dePCA militaire mobiliteit, evenals Duitsland en België.De NAVO is verantwoordelijk is voor de collectieve afschrikking enverdediging. De EU heeft een belangrijke ondersteunende en coördine-rende rol in het versterken van de Europese defensiegereedheid. Hetkabinet acht het van belang dat Europese landen binnen de NAVO opkorte termijn een grotere rol op zich nemen in het waarborgen van deveiligheid op het Europese continent. Het belang hiervan wordt versterktdoor recente ontwikkelingen zoals de herhaaldelijke incursies van hetluchtruim van Europese bondgenoten. Het kabinet vindt het positief datde Commissie de voortgang van de initiatieven gaat monitoren via deaangekondigde routekaart voor defensiegereedheid. Het is wenselijk dathierover regulier wordt gerapporteerd aan de ER en aan de RBZ-Defensie.Het is van belang dat bij het opstellen en evalueren van de routekaartzoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande monitoringsme-chanismen en -processen. Duplicatie dient te worden voorkomen. Hetkabinet ziet in de routekaart graag indicatoren voor militaire steun aanOekraïne en burden sharing onder lidstaten, versterking van de defensie-industrie en vereenvoudiging van wetgeving. Voor de verdere uitwerkingvan de PCA’s ziet het kabinet graag dat zoveel mogelijk bestaandestructuren van het Europese Defensie Agentschap (EDA) worden gebruikt.Het kabinet zal daarnaast oproepen tot spoedige afronding van detriloog-fase van het Europees Defensie-Industrie Programma (EDIP).Inzake het SAFE-instrument zijn recent onderhandelingen gestart met hetVerenigd Koninkrijk en Canada voor aanvullende toegang voor de1Kamerstuk 21 501-20, nr. 22162Kamerstuk 22 112, nr. 40263Kamerstuk 21 501-28, nr. 290Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 22692 defensie-industrie van beide landen. Het kabinet zal eveneens oproepentot spoedige afronding van deze onderhandelingen. Wat betreft dedefensie-industriepilaar binnen het voorstel voor het volgende meerjarigfinancieel kader (MFK) steunt het kabinet het ambitieniveau van deCommissie4. Het kabinet zal oproepen tot het via het MFK waarborgenvan verdere Europeanisering van de defensieproductieketens, zodattoeleveranciers uit de gehele EU op basis van eerlijke concurrentieonderdeel kunnen worden van de toeleveringsketens van grote Europeseproducenten. Het kabinet zal ook pleiten voor de stimulering van deintegratie van mkb en start- en scale-ups in deze waardeketens en hetvoldoende openstellen van het MFK voor defensie-industrie uit derdelanden. Tot slot acht het kabinet het van belang dat er geen nieuwefinancieringsinstrumenten worden gecreëerd, bovenop alles dat reedsvoorhanden is op gebied van defensie zoals het SAFE-instrument, hetaanstaande EDIP en het Europees Defensiefonds.OekraïneDe Russische agressieoorlog blijft onverminderd doorgaan, metdagelijkse luchtaanvallen op Oekraïense steden. De luchtruimschendingenin Polen en Estland in september hebben nogmaals laten zien dat deEuropese en Oekraïense veiligheid onlosmakelijk met elkaar verbondenzijn. De voortgezette militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne blijftdaarom cruciaal: juist nu is het van belang om Oekraïne sterk te positio-neren. Het kabinet zal tijdens de Europese Raad de EU-lidstaten oproepenhun militaire steun voor Oekraïne te intensiveren en zorg te dragen voorvoldoende en voorspelbare begrotingssteun om tegemoet te komen aande financieringsnoden van Oekraïne. Hierbij is het van belang dat allelidstaten hun bijdrage leveren en de verantwoordelijkheid voor deEuropese samenwerking gezamenlijk wordt gedragen, met oog voor eeneerlijke lastenverdeling (burden sharing). Daarnaast blijft het van grootbelang dat er zoveel mogelijk druk wordt gezet op de Russische overheidom de agressieoorlog te beëindigen en het vermogen om de oorlog tefinancieren. Nederland zal ervoor pleiten de druk op Rusland nog verderop te voeren, waaronder door middel van spoedige aanname van eenstevig negentiende sanctiepakket. Daarnaast zal Nederland pleiten voorconcrete stappen naar de volledige uitfasering van invoer van Russischeolie in de EU.Mogelijk zal tijdens de bijeenkomst het toetredingsperspectief voorOekraïne en Moldavië ter tafel komen, zonder dat hierover concretebesluiten worden genomen. Zoals aangegeven in de kabinetsappreciatievan het uitbreidingspakket5, geldt voor Oekraïne en Moldavië dat wanneerde Commissie het voorstel doet om Cluster 1 (Fundamentals) te openen,het kabinet hier kritisch-constructief tegenover staat. Tijdens de ER vanjuni jl. werd nota genomen van de beoordeling van de Commissie datCluster 1 klaar is om geopend te worden. Het kabinet is voornemens in testemmen met het openen van Cluster 1 wanneer dit besluit voorligt endoor de Raad wordt geconcludeerd dat aan de gestelde voorwaarden isvoldaan. Het kabinet zet daarbij in op strikte verankering van prioritairethema’s in de benchmarks – vereisten binnen Cluster 1 waar Oekraïne enMoldavië aan moeten voldoen tijdens het toetredingsproces. Rechtstate-lijke hervormingen en anti-corruptie maatregelen hebben de explicieteaandacht van het kabinet. Pas nadat de benchmarks door de Raad wordenvastgesteld, kan Cluster 1 geopend worden. Binnen de Raad wordt vangedachten gewisseld over de omgang met de Hongaarse blokkade op deopening van Cluster 1 met Oekraïne. Het kabinet stelt zich hierbij4Kamerstuk 22 112, nr. 41535Kabinetsappreciatie uitbreidingspakket 2024, Kamerstuk 23 987, nr. 397Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 22693 constructief op en geeft aan dat oneigenlijke bilaterale blokkades degeloofwaardigheid van het op merites gebaseerde uitbreidingsprocesaantasten. In algemene zin staat het kabinet zeer kritisch tegenoveruitbreiding van de EU en houdt het streng vast aan de eisen voorEU-lidmaatschap, inclusief de zogenoemde Kopenhagen-criteria.Bovendien benadrukt het kabinet steevast dat de geldende uitbreidings-methodologie en besluitvormingsprocedures in stand moeten wordengehouden. Dit betekent dat er geen formele besluitvormingsstappenovergeslagen kunnen worden en dat unanimiteit bij besluitvorming eenvereiste blijft.Bijeenkomst Europese Politieke Gemeenschap (EPG) op 2 oktoberOp 2 oktober a.s. zal de zevende bijeenkomst van de Europese PolitiekeGemeenschap (EPG) plaatsvinden in Kopenhagen. Gedurende de topzullen regeringsleiders van meer dan veertig Europese landen met elkaarspreken over gezamenlijke uitdagingen en kansen. Naast de zevenen-twintig lidstaten van de EU is een groot aantal andere Europese landenaanwezig, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, IJsland, detien kandidaat-lidstaten van de EU, Armenië en Azerbeidzjan.De EPG is in 2022 opgericht om in de context van geopolitieke spanningeneen forum te creëren voor politieke dialoog en samenwerking tussenEU-lidstaten en naastgelegen landen uit de «ring rond Europa». Hetkabinet ziet de toegevoegde waarde van de EPG als een forum vooruitwisseling en samenwerking en geeft de voorkeur aan een flexibele enlichte structuur om duplicatie met andere multilaterale fora te voorkomen.Er zal geen gezamenlijke EPG-verklaring worden aangenomen en er isgeen concrete besluitvorming voorzien.Het thema van deze EPG-top is de veiligheidssituatie in Europa. Voort-bouwend op de eerdere bijeenkomsten van de EPG zal deze Top wordengeopend met een plenaire sessie over Oekraïne en Europese veiligheids-uitdagingen. Een beperkt aantal regeringsleiders en staatshoofden zalspreken.Na de plenaire sessie zullen drie thematische rondetafelgesprekkenplaatsvinden over veiligheid en weerbaarheid, economische veiligheid enmigratie.De Minister-President is voornemens deel te nemen aan de ronde tafelover veiligheid en weerbaarheid. Nederland zal in deze ronde tafelonderstrepen dat het nodig is om vaart maken met het ontwikkelen vanEuropese capaciteiten. Veiligheid van Oekraïne is direct verbonden metveiligheid van Europa, daarom zal Nederland ook in dit verband oproepentot doorzetten en verhogen van steun aan Oekraïne en het belang vanburden sharing onderstrepen. Daarnaast zal naar verwachting wordenstilgestaan bij hybride dreigingen. Nederland zal hier aandacht vragenvoor voldoende structurele steun voor partnerlanden die op dit vlak eenrisico lopen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 22694
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.