KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 maart 2025, over herstel Groningen

17 apr 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a375b8d54c4cf736 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202535 561Parlementaire enquête aardgaswinning inGroningenNr. 70 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 17 april 2025 De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft op 19 maart 2025overleg gevoerd met de heer Van Marum, Staatssecretaris HerstelGroningen, over:–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.6 maart 2025 inzake concept economische agenda voorGroningen en Noord-Drenthe (Kamerstuk 35 561, nr. 68);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.21 februari 2025 inzake uitvoering van de motie van het lidBeckerman over het uitvoeren van de motie-Beckerman/Bushoff aangaande niet langer doorprocederen tegen gedu-peerden die een rechtszaak tegen de Staat hebben gewonnen(Kamerstuk 36 566, nr. 16) (Kamerstuk 36 566, nr. 25);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.24 januari 2025 inzake voortgang schadeafhandeling (Kamer-stuk 35 561, nr. 67);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.24 januari 2025 inzake beleidsbrief Versterken (Kamerstuk35 561, nr. 66);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.23 januari 2025 inzake sociale agenda Groningen (Kamerstuk35 561, nr. 65);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.22 januari 2025 inzake Subsidieregeling rechtsbijstand enaanverwante kosten Tijdelijke wet Groningen (Kamerstuk36 094, nr. 29);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.20 januari 2025 inzake invulling van ontraden moties uit hetwetgevingsoverleg over begrotingsonderdeel Herstel Gronin-gen (Kamerstuk 33 529, nr. 1273);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.20 januari 2025 inzake stand van zaken juridische proceduresmet de NAM, Shell en ExxonMobil (Kamerstuk 33 529,nr. 1272); kst-35561-70ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 701 –de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.10 december 2024 inzake verlenging opdracht kwartiermakersociale agenda Groningen en Noord-Drenthe (Kamerstuk35 561, nr. 64);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.4 november 2024 inzake update planning verduurzamingkabinetsreactie Nij begun (maatregel 29) (Kamerstuk 35 561,nr. 63);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.28 oktober 2024 inzake afschrift brief aan de Eerste Kamerover het schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdenshet debat over het wetsvoorstel Versterking gebouwen in deprovincie Groningen en de novelle verbetering uitvoerbaarheid(2024Z17096);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.9 oktober 2024 inzake stand van zaken procedures met deNAM, Shell en ExxonMobil (Kamerstuk 33 529, nr. 1260);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.8 oktober 2024 inzake uitstel appreciatie ACVG-adviesVeiligheid van gebouwen op wierden (Kamerstuk 33 529,nr. 1259);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.16 september 2024 inzake werkprogramma AdviescollegeVeiligheid Groningen 2024–2025 (Kamerstuk 33 529, nr. 1257);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.13 september 2024 inzake onderzoeksrapport Beschermingpersoonsgegevens IMG (Kamerstuk 32 761, nr. 307);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.10 september 2024 inzake diepteanalyse haalbaarheid 2028(Kamerstuk 33 529, nr. 1246);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.9 september 2024 inzake hoofdlijnenbrief over herstel vanGroningen (Kamerstuk 33 529, nr. 1245);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.6 september 2024 inzake rapportage over de voortgang van debeoordelingen en Stand van de Uitvoering NCG 2024 (Kamer-stuk 33 529, nr. 1244);–de brief van de Staatssecretaris Mijnbouw d.d. 14 juni 2024inzake doelen sociale agenda Groningen en Noord-Drenthe(Kamerstuk 35 561, nr. 62);–de brief van de Staatssecretaris Mijnbouw d.d. 27 juni 2024inzake beoordelingen Nationaal Coördinator Groningen tot juli2024 (Kamerstuk 33 529, nr. 1242);–de brief van de Staatssecretaris Mijnbouw d.d. 6 juni 2024inzake samenwerken in Groningen (Kamerstuk 35 561, nr. 61);–de brief van de Staatssecretaris Mijnbouw d.d. 31 mei 2024inzake uitbreiding waardevermeerderingsregeling per 1 juli2024 (Kamerstuk 33 529, nr. 1239);–de brief van de Staatssecretaris Mijnbouw d.d. 5 juni 2024inzake cijfermatige monitor regeling rechtsbijstand Groningen(Kamerstuk 36 094, nr. 28);–de brief van de Staatssecretaris Mijnbouw d.d. 31 mei 2024inzake jaarverslag van de Nationaal Coördinator Groningen(NCG) over het jaar 2023 en toezeggingen over de aanpak vanproblemen van de huurders van woongroep Marenland, heterfgoedprogramma, het werkbezoek in Ten Post en detijdelijke huisvesting voor ouderen (Kamerstuk 33 529,nr. 1240);–de brief van de Staatssecretaris Mijnbouw d.d. 30 mei 2024inzake voortgang taskforces, vangnetten en andere regelingenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 702 ten behoeve van mkb-ondernemers, agrariërs en bewoners metcomplexe problematiek (Kamerstuk 35 561, nr. 60);–de brief van de Staatssecretaris Mijnbouw d.d. 21 mei 2024inzake verkenning belastingheffing op Shell en ExxonMobil(Kamerstuk 33 529, nr. 1237);–de brief van de Staatssecretaris Mijnbouw d.d. 16 mei 2024inzake stand van zaken bezwaarprocedures heffingsbesluiten2022 schade (Kamerstuk 33 529, nr. 1236);–de brief van de Staatssecretaris Mijnbouw d.d. 18 april 2024inzake evaluaties Nationaal Programma Groningen (Kamerstuk33 529, nr. 1235);–de brief van de Staatssecretaris Mijnbouw d.d. 18 april 2024inzake voortgangsrapportage van het Staatstoezicht op deMijnen (SodM) en van de Nationaal Coördinator Groningen(NCG) (Kamerstuk 33 529, nr. 1234);–de brief van de Staatssecretaris Mijnbouw d.d. 12 april 2024inzake jaarverslag IMG en toezegging uitvoeringskosten(Kamerstuk 33 529, nr. 1231);–de brief van de Staatssecretaris Mijnbouw d.d. 3 april 2024inzake aanstelling kwartiermaker economische agendaGroningen (Kamerstuk 35 561, nr. 59);–de brief van de Staatssecretaris Mijnbouw d.d. 12 maart 2024inzake evaluatie regeling rechtsbijstand Groningen (Kamerstuk36 094, nr. 27);–de brief van de Staatssecretaris Mijnbouw d.d. 6 maart 2024inzake verschillen, verduurzaming en dorpenaanpak (Kamer-stuk 33 529, nr. 1227);–de brief van de Staatssecretaris Mijnbouw d.d. 4 maart 2024inzake rapport Woningmarktontwikkelingen rondom hetGroningenveld (Kamerstuk 33 529, nr. 1215);–de brief van de Staatssecretaris Mijnbouw d.d. 7 februari 2024inzake uitstel toezending van de appreciatie van het eindad-vies van de Commissie Verschillen en de daarmee nauwsamenhangende uitwerking van maatregel 29 (verduurzaming)uit Nij begun (Kamerstuk 35 561, nr. 58);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.10 januari 2025 inzake ACVG-advies Veiligheid gebouwen opwierden (Kamerstuk 33 529, nr. 1269);–de brief van de Staatssecretaris Herstel Groningen d.d.23 januari 2025 inzake uitvoering van de motie van de ledenBeckerman en Bushoff aangaande niet langer doorprocederentegen gedupeerden die een rechtszaak tegen de Staat hebbengewonnen (Kamerstuk 36 600-VII, nr. 97) (Kamerstuk 33 529,nr. 1274).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,De VreeDe griffier van de commissie,HonsbeekTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 703 Voorzitter: Peter de GrootGriffier: Van der HaasAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Bamenga, Beckerman,Bikker, Bushoff, Peter de Groot, Holman, Kops, Pierik en Vedder,en de heer Van Marum, Staatssecretaris Herstel Groningen.Aanvang 10.01 uur.De voorzitter:Een hele goede morgen, dames en heren. Ik heet alle mensen op depublieke tribune welkom bij dit commissiedebat Herstel Groningen. Ik wilook de mensen die dit op afstand volgen hartelijk welkom heten. Ook eenwarm welkom aan de Staatssecretaris. Ook goedemorgen aan de leden.We gaan beginnen met dit commissiedebat. Dat doen we door tebeginnen met de eerste termijn van de kant van de Kamer. Ik zal dit debatvoorzitten, alleen zal ik later in dit debat ook naar een debat toe moeten.Er zijn meerdere leden die daarmee te maken hebben. Dat zal vermoe-delijk rond de tweede termijn zijn. We kijken even hoe we dat danopvangen ten aanzien van het voorzitterschap.De heer Holman heeft een punt van orde.De heer Holman (NSC):Ja, ik heb in dat kader een ordevoorstel. Sommigen moeten om 13.30 uurweg, sommigen moeten stipt om 14.00 uur weg. Mijn ervaring leert dat deverleiding hier groot is om in het commissiedebat Herstel Groningendingen te bespreken die in het commissiedebat Mijnbouw horen. Ik vraagde voorzitter om toch een beetje te bewaken dat we het hier echt hebbenover Herstel Groningen en dat zaken die in het commissiedebat Mijnbouwaan de orde moeten komen, in het commissiedebat Mijnbouw aan deorde worden gesteld.De voorzitter:Dat lijkt me een prima verzoek, ook gezien de agenda.We hebben vijf minuten spreektijd in de eerste termijn van de kant van deKamer. Ik zou willen voorstellen om geen beperking wat betreft het aantalinterrupties op te leggen. Ik vraag jullie dan wel om korte interrupties teplegen. Mocht dat niet lukken, dan ga ik wel normeren en gaan werichting vijf interrupties. Maar als het lukt om elkaar kort te interrumperen,dan hebben we een levendig debat van de kant van de Kamer in de eerstetermijn en zien we ook uit naar de beantwoording van de Staatssecretaris.Ik wil als eerste het woord geven aan mevrouw Beckerman namens de SP.Gaat uw gang.Mevrouw Beckerman (SP):Dank u wel, voorzitter. De ongelijkheid tussen gedupeerde Groningers isnog steeds gigantisch. Met nieuwe regelingen groeit deze ook. Dit kwamvorige week met de gepresenteerde verduurzamingsregeling ook naarvoren; de ene wel, de volgende niet. Geld is leidend, en wat goed is voorGroningen niet. Met Julian Bushoff heb ik deze regeling gestuit en wegaan hier nog over spreken. Maar in dit debat vragen we aandacht voorde grote verschillen die blijven ontstaan en niet worden opgelost. Tweegemeenten mailden ons daarover. Ik citeer: «NCG krijgt niet de ruimte omconform de voorbereiding tot besluitvorming te komen. De Staatssecre-taris heeft meermalen aangegeven dat «koste wat kost» niet opgaat voorde verschillen.» Als tweede, en ik citeer: «Gemeenten wordt gevraagd omverschillen in beeld te brengen. In tegenspraak met «koste wat kost» zoumaar een beperkt budget beschikbaar zijn, waar NCG niet over kanbeschikken zonder een overzicht van de verschillen. Maar vanwege deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 704 vele onzekerheden is er geen limitatieve lijst van verschillen in kaart tebrengen.» Hiermee zitten we dus vast in een cirkeltje. Geen inzicht in deresterende versterkingsopgaven zorgt ervoor dat je geen aanpak hebtvoor de verschillen en als er geen aanpak is voor de verschillen, is er geengeld. Dit is dus een heel geldgedreven redenering, aangezien deverschillen niet vallen onder «koste wat kost», waardoor de bestaandemiddelen leidend zijn, in plaats van dat het oplossen van de verschillenleidend is. Klopt dit, vragen we aan de Staatssecretaris. Op deze manierkun je de problemen toch niet oplossen? Met Julian Bushoff diende ik bijde begroting een amendement in om verschillen aan te pakken. Dit isimmers beloofd aan de bewoners. Maar veel coalitiepartijen zeiden: wachtmaar tot de Voorjaarsnota. Aan hen vragen we ook: wat gaan we nudoen?Debat na debat vragen we hier aandacht voor slechte rapporten van deNCG. Gelukkig komt er na de uitzending van Pointer ook enige bewegingin. Maar wat gaan we doen voor alle gedupeerden die een rapport hebbendat ze niet vertrouwen? Deelt de Staatssecretaris onze mening dat dezeook met terugwerkende kracht moeten kunnen worden herzien, in lijn methet aangenomen amendement-Beckerman/Bushoff? Wanneer kan deregeling voor extra technische en juridische steun voor gedupeerdenoperationeel zijn?Voorzitter. Groningen is prachtig, mede vanwege ons unieke erfgoed. Daterfgoed heeft zware klappen gekregen. Nu is er eindelijk een aanpakwaarbij monumenteigenaren zelf regie hebben en hun monument kunnenherstellen en versterken. Of toch niet? Ook met die aanpak lijkt hetnamelijk weer mis te gaan. De Vereniging Groninger MonumentEigenaren schrijft ons: wat begon als een hoopvolle doorbraak in hetGroningse versterkingsdossier, dreigt te verzanden in een bestuurlijkeschijnbeweging. We vragen de Staatssecretaris hoe het kan dat het weermisgaat. Waarom schuift u een onafhankelijke pilot opzij en brengt u deuitvoering weer terug onder de vleugels van uw eigen ministerie? Is datwat u bedoelt met «bewoners centraal»? Wilt u alsnog onderzoeken hoede pilot wél onafhankelijk kan worden voortgezet?Debat na debat vragen we ook aandacht voor de mensen die bij deversterking in batch 1588 zitten. Ditmaal wil ik aandacht vragen voormensen in deze batch, die nog steeds wachten op de versterking. Watvindt de Staatssecretaris ervan dat op sommige plekken deze mensenmoeten loten om een nieuwe, versterkte woning te krijgen? Ik sprak mettwee gezinnen. Eén gezin was ingeloot voor een nieuwe woning en hetandere gezin niet. Het gezin dat is ingeloot, heeft nu weliswaar zicht opeen nieuwe woning, maar net als hun buren hebben ze Tandem eenrapport laten maken over wat het dan allemaal kost. Wat blijkt? Ze komenallemaal geld tekort, soms tienduizenden euro’s. Dan het gezin dat isuitgeloot. Zij moeten nu weer jaren wachten. De enige plek waar nogwoningen komen, is precies de plek waar zij wonen. Maar dan is nogsteeds niet zeker dat zij ook worden ingeloot. Dat is toch een echtwaanzinnige situatie? Je kunt dus worden uitgeloot voor de plek waar jenu woont. Wat wil de Staatssecretaris doen? Kan het opkoopinstrumentweer worden ingezet voor mensen die het wachten zat zijn en weg willen?Wat gaat hij doen voor de mensen die wél willen blijven?Debat na debat vragen we ook aandacht voor huurders. Herkent deStaatssecretaris dat voor veel huurders de woonlasten veel te hoogworden en er ook grote verschillen zijn tussen dezelfde woningen wataanvangshuren betreft? Veel huurders van versterkte woningen hebbennu zonnepanelen. Zij betalen daaraan mee via een epv of de service-kosten. Zij betalen nu alweer veel meer en gaan straks na afschaffing vande salderingsregeling nog veel meer betalen. Wat vindt de Staatssecre-taris daarvan? Wat wil hij voor hen doen? Herkent de Staatssecretaris dater nog steeds veel problemen zijn met belastingen, dat huurders enkopers kwijtschelding verliezen en dat er veel onbekendheid is?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 705 Voorzitter. Dan mijn laatste onderwerp voor vandaag: het stroomnet.SodM heeft dat benoemd als een van de zwakke plekken in de voortgangvan de versterkingsoperatie. Wij horen nu van bewoners uit Overschilddat zij keer op keer te kampen hebben met stroomstoringen. Een flesjeopwarmen voor de baby lukt dan niet, mailt iemand ons. Ze hebben zelfste maken met de situatie dat apparaten kapotgaan. Ze moeten echter nogtien jaar wachten op verzwaring. Herkent de Staatssecretaris dat dit echteen bottleneck kan zijn voor de versterking? Waar is het plan om in hetversterkingsgebied het net versneld aan te pakken?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. De heer Holman namens Nieuw SociaalContract.De heer Holman (NSC):Dank u wel, voorzitter. Op 7 maart hebben wij een bezoek afgelegd inGroningen, op uitnodiging van de Staatssecretaris. Dat hebben wij alszeer goed en plezierig ervaren. Ik wil in mijn betoog het accent iets andersleggen dan mevrouw Beckerman, maar ik kan me wel volledig aansluitenbij veel vragen die zij heeft gesteld. Ik wil niet in herhaling treden. Ik benzeer benieuwd wat de Staatssecretaris daarop te antwoorden heeft.In het gesprek met het IMG hebben we gezien dat ze voortvarend bezigzijn. Je bent onder de indruk van de grote aantallen per week die moetenworden afgehandeld. Je ziet duidelijk dat het de intentie is om deefficiency echt te verbeteren en de organisatie te verbeteren. Dat lukt ookin behoorlijke mate. Toch blijven er nog veel vragen over; mijn collegastelde ze net. Die dag hebben we ook gezien dat er een sociale agenda eneen economische agenda zijn. Er liggen nu conceptvoorstellen voor hoewe dat gaan doen. Graag wil ik daarover wat zeggen.We zijn best onder de indruk van de energie om hieraan invulling tegeven. De vraag is hoe je dat gaat invullen. Wat ga je daar concreet meedoen? Hoe ga je daadwerkelijk een nieuw begin maken? Hoe kun jedaadwerkelijk tegemoetkomen aan de wensen van de Groningers, van deinwoners in de dorpen, zodat ze zeggen «eindelijk wordt er eensomgekeken naar Groningen»? Hoe kunnen je ze zo tegemoetkomen dat zezeggen «eindelijk kunnen we doen wat we zouden willen en worden weeen beetje gecompenseerd voor alles wat ons is aangedaan met degaswinning»? Hoe kun je Groningers daar baat bij laten hebben? Deschadeafhandelingen gaan nog jaren duren. Wij horen de Staatssecretarisgraag over de doelstellingen.Dan over de regio. We horen en zien dat de regio er nog steeds onder lijdten dat de versterkingsoperatie traag verloopt. Er zijn grote verschillen inde toepassing. Wij vragen ons af hoe tevreden de Groningers hieroverzijn. Wij realiseren ons dat de Staatssecretaris erbovenop zit, maar kan deStaatssecretaris ook aangeven hoe serieus hij dit neemt en hoe hij omgaatmet Groningen en Midden-Drenthe? In welke mate is er sprake van goedoverleg met de kwartiermakers en vooral ook met de bewoners? Bezoektde Staatssecretaris werkelijk de buurten om met eigen ogen te zien hoe desituatie ...De voorzitter:Vervolgt u uw betoog. De Kamerbel gaat weliswaar, maar ik denk dat demensen u wel kunnen verstaan.De heer Holman (NSC):Oké. Bezoekt de Staatssecretaris daadwerkelijk buurten om met eigenogen te zien hoe de situatie zich in het hele gebied ontwikkelt?Vorig weekend ontstond er bovendien opnieuw onrust over het opslaanvan kernafval in de Groninger zoutkoepels in Pieterburen, Onstwedde enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 706 Bourtange. Groningers willen dat niet. Het lijkt ook niet logisch, tenzij ereen kerncentrale in de Eemshaven zou komen, maar wat Nieuw SociaalContract betreft komt er helemaal geen kerncentrale in de Eemshaven. Delocatieprocedure bij KGG loopt, maar Nieuw Sociaal Contract dientmorgen bij het tweeminutendebat Kernenergie, voordat er beslotenwordt, voor alle duidelijkheid een spreekt-uitmotie in hierover.De voorzitter:Meneer Holman, u heeft een interruptie van mevrouw Beckerman. Die kannu ook mooi zonder de bel. Gaat uw gang.Mevrouw Beckerman (SP):Ook wij hebben moties om die zoutkoepels niet te gaan gebruiken. Mijnvraag gaat over de ongelijkheid. We kunnen die als Kamer namelijk debatna debat aankaarten. We kunnen die schrijnende verschillen laten zien.Maar dat doen we natuurlijk nu al een hele tijd. Er is een parlementaireenquête geweest. Toen is er een rapport gekomen van Van Geel. Nu zijnwe weer jaren verder. Wat gaan we doen, vraag ik aan de heer Holman. Bijde debatten over de begroting is er namelijk een amendement ingedienden werd er gezegd: we hebben nu geen geld; wacht maar op deVoorjaarsnota. Is Nieuw Sociaal Contract ook bereid om te zeggen: ja, wemoeten dit oplossen en als daar geld bij moet, moet daar geld bij?De heer Holman (NSC):Ik wil graag van de Staatssecretaris horen hoe hij daartegen aankijkt enhoe hij dat probleem wil oplossen, voor zover het op te lossen is. Je komtnamelijk ook wel tot de conclusie dat de ongelijkheid in z’n geheelgewoon nooit op te lossen is. Er blijft altijd een grens waardoor de eenwel iets krijgt en de ander niet. Ik ben het volledig met u eens dat je dat zominimaal mogelijk moet doen.Volgens mij is hier in de Kamer ooit afgesproken dat geld geen beperkingmag zijn om het probleem in Groningen op te lossen: whatever it takes. Ikheb de vorige keer ook gevraagd: als er tekorten zijn bij het uitvoeren vande adviezen van de commissie-Van Geel, om hoeveel gaat dat dan en hoegaan we dat oplossen? De Staatssecretaris moet die vragen beant-woorden en daarvoor een voorstel doen. Eigenlijk wacht ik daar gewoonop.Mevrouw Beckerman (SP):Maar dat is dus heel relevant. U zegt namelijk: whatever it takes. Dat isdus een letterlijk citaat: «koste wat kost». U vindt dat dat dus moet geldenvoor die verschillen. Daar wil ik graag een bevestiging van. Daar zitnamelijk precies de crux. Is het beperkt geld of is het «koste wat kost»? Alshet «koste wat kost» is, ben ik erg blij met dat antwoord.De heer Holman (NSC):Ik houd mij aan datgene wat afgesproken is. Wij hebben de Groningersbeloofd dat wij problemen op gaan lossen. Ik ga niet in detail zeggen welkverschil wel of niet gehonoreerd moet worden. Dat kan ik niet overzien. Ikvind het echt een taak van het IMG in overleg met de Staatssecretaris omdaar een analyse van te maken. Ik heb er dus geen zicht op of de middelendie nu beschikbaar zijn, kunnen doen wat we willen. Volgens mij gaat er indie zin nog niks niet door in Groningen vanwege het geld.De voorzitter:De heer Bushoff van GroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 707 Ik heb een vraag op ditzelfde punt. Erkent Nieuw Sociaal Contract dan dathet bijna onmogelijk is om nu op voorhand al aan te geven hoeveel gelder precies nodig is om alle bestaande verschillen op te lossen?De heer Holman (NSC):Ik denk dat het een hele moeilijke opgave is om in te schatten hoeveelgeld je nodig hebt. Ik bedoel, bij de presentatie van het IMG hebben wegezien hoeveel duizenden schadegevallen erbij gaan komen en hoeveel ernog afgehandeld moeten worden naast de ongeveer 450.000 die alafgehandeld zijn. Ik kan moeilijk inschatten wat er begroot moet wordenom dat allemaal adequaat af te handelen. Dan ben ik toch echt afhankelijkvan de Staatssecretaris.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Is dit nou niet precies het punt, namelijk dat het heel moeilijk is om nualvast op voorhand aan te geven hoeveel het gaat kosten om dieverschillen op te lossen en dat je precies daarom het uitgangspunt «kostewat het kost» hanteert? Onderschrijft Nieuw Sociaal Contract precies dezeredenering met als uitgangspunt dus «koste wat het kost»?De heer Holman (NSC):Er is een parlementaire enquête geweest. Er is wat beloofd aan deGroningers. Daar moet je gewoon uitvoering aan geven. Er is geenmaximering op het budget in de toekomst gesteld. Ik wacht dus af wat erkomt.De voorzitter:Mevrouw Bikker van de ChristenUnie. O, sorry, mevrouw Bikker. De heerBushoff heeft nog een nabrander daarover.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Als dan blijkt dat er op dit moment al verschillen opgelost moetenworden, maar dat daar te weinig budget voor beschikbaar is, als gewoonheel concreet blijkt dat er verschillen zijn – we kunnen ze misschienbinnenkort wel aandragen – die opgelost kúnnen worden als er meerbudget beschikbaar zou komen, dan zal Nieuw Sociaal Contract meerbudget dus absoluut steunen, hoor ik de heer Holman eigenlijk heelconcreet zeggen. Klopt dat?De heer Holman (NSC):Ik denk dat u deze vraag aan de Staatssecretaris moet stellen en dat diemoet aangeven wat het tekort is en wat er is. Het is in eerste instantie aande Staatssecretaris om te regelen dat datgene wat is afgesproken inGroningen wordt uitgevoerd.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dit was niet het antwoord op mijn vraag. Ik vroeg heel concreet aanNieuw Sociaal Contract of zíj kunnen toezeggen dat zíj voorstellen vanuitde Kamer – het budgetrecht ligt immers bij de Kamer – zullen steunen alsheel concreet wordt aangedragen: hier zijn verschillen die opgelostkunnen worden met meer budget, omdat het budget nu niet toereikend is.Steunt NSC dat dan?De heer Holman (NSC):Ik val in herhaling. Misschien wil de heer Bushoff iets weten van ... Ik kanniet overzien wat de claim van de Staatssecretaris zal zijn in deVoorjaarsnota, áls die claim er überhaupt is, want dat weet ik niet. Ikwacht gewoon af wat de Staatssecretaris hierop zegt. Als hij eenbegroting kan maken en inzichtelijk kan maken hoeveel geld hijtekortkomt, dan hoor ik dat graag. Nogmaals, wij vinden dat datgene watTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 708 Groningen beloofd is, gehonoreerd moet worden. Wij vinden dat het gelddat nodig is voor de toekomst om de zaken op te lossen, beschikbaarmoet komen.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dit gesprek voeren we nu al een heel aantal commissies lang, waarbij weook bij iedere begroting zien dat de oppositie in verschillende coalities ofgezamenlijk voorstellen neerlegt. Toen het kabinet demissionair was, liepdat ook door partijen heen. Dit gebeurt allemaal met het doel dat hetadvies van de commissie-Van Geel wordt uitgevoerd, om daar genoegfinanciën voor bij elkaar te brengen. Als er later nog meer nodig is, danzien we dat. Maar dan hebben we in ieder geval een stevig bedrag staanom aan de slag te gaan, ook conform de raming van Van Geel indertijd.Van meerdere coalitiewoordvoerders, van de heer Holman en eerder vande heer Vermeer van BBB – nu zit zijn collega er – heb ik begrepen dat ditbij deze Voorjaarsnota wel wordt geregeld, zodat we daar geen gedoemeer over hebben. Kan ik daar nog steeds op rekenen? Als ik nu luisternaar de antwoorden van collega Holman, geven die mij een beetje zorgen.Ik hoop echt dat we dit komend voorjaar gaan regelen. Dan kunnen wedaarin gewoon verder.De heer Holman (NSC):Nou, ik hoop dat mevrouw Bikker en de heer Bushoff straks aan kunnengeven hoeveel geld er tekort is, welke claim er ligt. Dat vraagt mevrouwBikker mij in feite ook. Nogmaals, ik zit niet in het kabinet, wij zitten niet inhet kabinet. De Staatssecretaris zit in het kabinet. Die gaat plannen maken,die bespreekt de Voorjaarsnota, die gaat het voorleggen aan de Kamer.Wat er dan voorligt, zullen we dan gaan bekijken.De voorzitter:Ik wil even aangeven dat we een ordentelijk debat met elkaar moetvoeren. Er wordt wat mij betreft niet buiten de microfoon gesnauwd engesproken. Dat doen we ín de microfoon. Ik geef mevrouw Bikker weerhet woord.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Zo is dat, voorzitter. Ik zou richting collega Holman willen zeggen dat dit almeerdere keren is neergelegd. Ook in de amendementen hebben we datconcreet gemaakt. We hebben geluisterd naar de commissie-Van Geel.Dan kan je natuurlijk nog kijken welke bandbreedte je pakt. Ongeacht of jenaar 1,8 miljard kijkt of naar 1,3 miljard, in beide gevallen moet je daareen onderbouwing bij leveren. Dat zou ik ook belangrijk vinden. Maar dieonderbouwing ligt er met het rapport van Van Geel. Als collega’s vanuitde coalitie zouden zeggen dat ze ervan willen afwijken, kan dat natuurlijk.Maar dan moeten zij wel met een verhaal komen. Onze inzet daarin ishelder. Belangrijker nog dan het bedrag vind ik dat de mensen die echt temaken hebben met ook grote verschillen, niet eindeloos gaan zittenwachten omdat wij dit in Den Haag niet geregeld hebben. Dat is wel mijnzorg als ik in de brief lees dat de Staatssecretaris zegt dat die kleineverschillen met lokale stuurgroepen geregeld mogen worden, maar datals het meer gaat kosten, hij zelf gaat besluiten. Dan halen we het weerhiernaartoe. Als dan ook nog eens onduidelijk is of er geld gaat zijn,wanneer dat gaat komen en de Staatssecretaris daarin niet de duidelijkesteun krijgt van de coalitie, die eerst zegt «bij ieder bedrag moet uaantonen waar het vandaan komt», spannen we natuurlijk het paardachter de wagen. Als ik de Groningers nou iets gun, dan is het dat hetpaard voor de wagen loopt, want ze hebben al lang genoeg gewacht.De heer Holman (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 709 In essentie verschillen we niet zo veel van mening. Ik zou de discussie ineen vraag aan de Staatssecretaris willen formuleren: hoe kijkt u tegendeze discussie aan, kunt u kwantificeren wat het probleem is en kunt uduiden en aangeven hoe u hiermee omgaat?De voorzitter:Mevrouw Bikker. Kort graag.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Heel kort. Onderschrijft collega Holman dat er met het rapport-Van Geel aleen duidelijk bedrag is genoemd waar we in ieder geval aan moetendenken?De heer Holman (NSC):Ik herhaal dat wat in het rapport-Van Geel staat, uitgevoerd moet worden,maar dat vindt geloof ik iedereen. Als daar kwantitatief middelen voornodig zijn die er nu niet zijn, verwacht ik van het kabinet dat het in delangjarige begroting zal aangeven wanneer en hoe dit ingevuld zalworden. Volgens mij is er weinig misverstand over hoe Nieuw SociaalContract daarin zit.De voorzitter:Ik kijk even rond om te zien of u uw betoog kunt vervolgen, maarmevrouw Beckerman heeft nog een interruptie.Mevrouw Beckerman (SP):Er is natuurlijk wél misverstand over, want NSC heeft het vorige voorstelweggestemd. Dat zorgt voor het misverstand. Er is een verschil tussen ietszeggen en iets doen. Het budgetrecht ligt bij de Kamer. Er is een gat. Devraag is vandaag niet alleen of u nog een keer wilt zeggen dat erongelijkheid is en dat die moet worden aangepakt. Dat vinden wij heelmooi. Ik vind het ook heel mooi dat u zegt: koste wat het kost. Maar «kostewat het kost» betekent ook dat we het gaan oplossen, met het budgetrechtdat we als Kamer hebben. Wil de heer Holman het ook daadwerkelijk gaanoplossen?De heer Holman (NSC):Ik ga het niet voor de vijfde keer zeggen, want volgens mij is helder hoewij in deze materie zitten. Nogmaals, ik heb een vraag neergelegd bij deStaatssecretaris en daar komt straks gewoon een antwoord op.De voorzitter:Ik wil voorkomen dat steeds dezelfde vragen worden gesteld en de heerHolman steeds hetzelfde zegt. Maar gaat uw gang, mevrouw Beckerman.Ik geef u nog de gelegenheid voor een interruptie en dan de heer Bushoffnog even. Daarna gaan we door met het betoog van de heer Holman.Mevrouw Beckerman (SP):De vraag is natuurlijk: wat is «helder»? Zijn de woorden helder, of dedaden? Want als we naar de daden kijken, zien we dat de voorstellenworden weggestemd en als we naar de woorden kijken, zien we dat NSChet wil oplossen. Wat is het en wat wordt het? Gaat u nu – dat zou hetmooiste antwoord zijn – zeggen: woorden tellen; we hebben vorige keermisschien anders gestemd, maar we gaan nu juist stemmen en bij deVoorjaarsnota gaan we het, samen met de oppositie, als Kamer regelen?De heer Holman (NSC):Ik ben helder geweest. Ik wacht het antwoord af. We zien graag eerst devoorstellen van het kabinet in de Voorjaarsnota en dan vervolgen we dediscussie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7010 De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):In het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinningGroningen was heel goed beschreven hoeveel er is fout gegaan inGroningen. De pijnlijke conclusie, die wij ons als Kamerleden moetenaantrekken, was dat ook de Tweede Kamer niet altijd haar rol heeft gepakt.Wat hoor ik Nieuw Sociaal Contract nu doen? Ik hoor dat ze geen enkeleverantwoordelijkheid nemen voor het feit dat de Kamer budgetrecht heeften dat ze alle vragen neerleggen bij de Staatssecretaris. Welke lessen trektNieuw Sociaal Contract uit die zinsnede van het rapport van de parlemen-taire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen?De heer Holman (NSC):Ik vind dat de heer Bushoff nu een soort karikatuur van de discussie maakten daar heb ik niet zo veel zin in. Ik ben helder geweest. Ik heb heelduidelijk aangegeven wat onze intenties zijn en wat de bedoelingen voorGroningen zijn. We hebben de Groningers beloofd dat we dat gewoongaan waarmaken.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Holman (NSC):Voorzitter. Dan wil ik het toch even over een vrolijkere discussie hebben,namelijk die over de sociale en economische agenda. Dat is een heeluitdagend gegeven. De moeilijkheid is, denk ik, om daar projecten voor tebedenken en ervoor te zorgen dat die 100 miljoen per jaar voor beideagenda’s aan goede punten besteed kan worden. Dat vind ik een helegrote uitdaging. Hoe ga je dat doen, zodat de Groningers daar werkelijkbaat bij hebben en ook het gevoel hebben dat ze er iets mee kunnen?Ik hoor in de discussie dat het best moeilijk is om goede plannen voor 100miljoen per jaar te bedenken. Wij willen graag nadenken, en vragen deStaatssecretaris om zijn mening daarover te geven, over de vraag of je datniet gedeeltelijk bij de gemeentes zou moeten neerleggen. Het gaat omzes gemeenten in Groningen en een gemeente in Noord-Drenthe. Moet jedie gemeentes het eerste jaar niet gewoon 5 miljoen geven om naar eigeninzicht te besteden? Dan kan het geld daadwerkelijk worden besteed aanhet dorp, voor dorpsvernieuwing, voor het stimuleren van ondernemers,voor gevelrenovatie, voor allerlei zaken die heel direct ten goede komenaan de dorpen, zodat je ze upgradet en aantrekkelijk en beter maakt. Dankun je het geld dicht bij de mensen die het aangaat besteden. Wij zijn tochbang dat we zaken gaan doen die wel mooi zijn, maar... Neem bijvoor-beeld recreatie. Dat is een van de speerpunten. Er is weinig recreatie inGroningen. Aan de ene kant kan het verbetering geven als je bijvoorbeeldfietspaden aanlegt en het gebied aantrekkelijker maakt, maar aan deandere kant heeft de inwoner van Groningen er in directe zin niet veel aanals er dan 1.000 of meer recreanten naar Groningen komen. Het heeft dustwee kanten.Maar ook heel praktisch gezien: via een sociale en economische agendakun je verduurzaming niet verder uitbreiden. Je kunt daarin niet kijkennaar andere zaken naast zonnepanelen. Wat nu bijvoorbeeld steedsbelangrijker wordt, zijn batterijen en warmtepompen. Hoe kun je deGroningers daadwerkelijk helpen om dat te doen?De voorzitter:Wilt u tot een afronding komen?De heer Holman (NSC):Ja. Dit soort projecten dus. Er is nog wel een vraag. Stel we slagen er inenig jaar niet in om die 100 miljoen te besteden. Kan de Staatssecretarisdan toezeggen en garanderen dat dat geld wel beschikbaar blijft voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7011 regio en niet teruggaat naar de algemene middelen? Ik heb duidelijkverstaan dat het niet voor infrastructuur en dat soort dingen is. Dat laatonverlet dat de Lelylijn of een andere spoorverbinding wenselijk is. Heb ikhet goed verstaan dat het daar niet voor gebruikt zal worden? Dit is eenvraag die ik graag beantwoord wil hebben door de Staatssecretaris.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Mevrouw Bikker, gaat uw gang.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Niet verbaasd, wel stevig teleurgesteld. Dat wasmijn gevoel na de uitzending van Pointer begin vorige maand. Verster-kingsrapporten van de NCG waarmee woningen veilig zijn verklaard,blijken vol fouten te zitten. Het zijn signalen die wij al langere tijd krijgenmaar die nu steeds meer aan het licht komen. Het wantrouwen vanGroningers in overheidsinstanties blijkt dan opnieuw terecht en daar hebik stevig de balen van.Voorzitter. Versterkingsrapporten die spreken over schoorstenen terwijldie niet aanwezig zijn, die te gemakkelijk uitgaan van voldoende sterkemuren, dragende constructies en funderingen: dat kan niet en dat magniet. Zeker niet als in definitieve rapporten zaken aangepast blijken te zijnten opzichte van eerdere versies van die rapporten. Ik wil een uitgebreidereactie van de Staatssecretaris op de ontstane situatie. Hoe ziet hij deernst daarvan? In hoeverre durft de Staatssecretaris er zijn hand voor inhet vuur te steken dat alle besluiten op norm op goede gronden genomenzijn? Als hij dat niet kan, dan is mijn vraag welke waarde een besluit opnorm nog heeft. Wat betekent dat voor alle afgegeven besluiten? Wat zegtde Staatssecretaris tegen al die Groningers die toch opnieuw wakkerliggen van het idee dat hun huis mogelijk niet veilig is? Daar moeten wewat mij betreft zo snel mogelijk verandering in aanbrengen. Wat gaat deStaatssecretaris daarom doen om het vertrouwen in de bouwtechnischekeuringen en de besluiten op norm te herstellen?Voorzitter. In dat opzicht blijf ik signalen krijgen van wantrouwen in debureaus die deze rapporten opstellen – we hadden het daar de vorige keerook al over – met name omdat er raamovereenkomsten zijn met de NCGen die soms ook de broodheer is geworden van deze bouwkundigebureaus. Herkent de Staatssecretaris dat beeld? Ziet hij ook dat hetbelangrijk is om de onafhankelijkheid van en de spreiding van opdrachtenover verschillende bureaus op een of andere manier beter te borgen? Hoegaat hij dat dan doen?Voorzitter. Ik wil meer duidelijkheid over aard en omvang van hetonderzoek van het ACVG naar de besluiten op norm. Betreft het eenwillekeurige steekproef? Hoe groot is die steekproef dan? Wat in iedergeval nodig is, is dat de bezwaartermijn tegen de besluiten op norm openblijft staan, gegeven de twijfels en onzekerheid die er nu zijn. Wil deStaatssecretaris beloven dat de besluiten op norm voorlopig nietonherroepelijk worden als de bezwaartermijn van zes weken is afgelopen?Ik stel voor deze termijn substantieel te verlengen. Denk bijvoorbeeld aantwaalf weken.De voorzitter:De heer Holman heeft een interruptie.De heer Holman (NSC):Ik herken de verhalen en de beelden die mevrouw Bikker schetst. Maar inanalogie van de discussie die we net hadden: hoe gaan we datdoorbreken en wat is er nodig om die verandering te bewerkstelligen? Alsje het hebt over een tekort aan financiële middelen, als dat een belem-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7012 mering is, waar praat je dan over? Dat is dan de andere kant van de vraagdie net aan mij werd gesteld.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Het gaat mij er allereerst om dat mensen kunnen vertrouwen op derapporten die ze krijgen en dat daar geen enkel misverstand over bestaat.Ik denk dat wij allen als commissie dat, net zoals de mensen bij de NCGdie er ook dag en nacht aan werken, ook niet anders willen. We moetendus allereerst echt zorgen voor een kwaliteitsverbetering daar waar nodig.Juist daarom heb ik in het vorige debat erom gevraagd – en de Staatsse-cretaris was bereid om die kant op te kijken – dat mensen die het toch niethelemaal vertrouwen, de keuring daadwerkelijk door een ander bureaukunnen laten doen. Ze kunnen ook nog een second opinion inwinnen,zodat ze het zeker weten. Maar op dat gebied krijg ik nog steeds feedbackbinnen dat dat niet goed gaat. Ik vind dat eerlijk gezegd fase 1. Als wijzeggen «koste wat het kost» en we doen het niet goed, dan wordt hetduurder. Dat is dan ook de schuld van hoe we het geregeld hebben metelkaar.De heer Holman (NSC):Ik denk dat dat klopt, maar wij hebben op 7 april een presentatie gehadvan het IMG, en er is hier door geen enkel Kamerlid een opmerkinggemaakt over hoe het IMG anders zou moeten opereren om hieraan tevoldoen. Het probleem wordt wel geduid, maar waar zit nu de kern vanhet probleem dat het loopt zoals het loopt? En wat moet er gebeurenzodat het beter gaat? Dat is de vraag en dat is ook de vraag die aan deStaatssecretaris gesteld is en waar hij straks antwoord op moet geven.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ja, we waren daar op werkbezoek met elkaar – eens. Maar ik spreek deStaatssecretaris aan op het stelsel, op de keuzes die we maken. Ik krijginformatie van de ambtenaren. Ik vind niet dat we elkaar de maat moetennemen over de vragen die je daar stelt. De vragen moeten hier wordengesteld. Maar misschien begreep ik u verkeerd. Dat is één.Twee. Als je naar de papieren procedure kijkt, hebben we het goedgeorganiseerd. Maar als ik vervolgens de ervaringsverhalen hoor, dan zijnwe er gewoon nog niet. Dan moeten we niet achteroverleunen, zo van«zolang ik niet weet hoeveel het kost, kan ik niks doen». Ik kan dat ook nietprecies becijferen op dit moment, want ik kan niet inzien hoeveelbesluiten genomen zijn die uiteindelijk niet op norm blijken te zijn. Ik weetde omvang daarvan niet. Daarom stel ik nu ook vragen aan de Staatsse-cretaris, bijvoorbeeld over de steekproef. Daar moet je beeld bij krijgen.Dat neemt niet weg dat je dan niet in de wachtstand moet gaan zittenmaar moet doorschakelen, net zoals we de vorige keer hebben gedaan.Op welke manier kun je bijvoorbeeld met second opinions al een deelondervangen, zodat je voorkomt dat je rapporten definitief vaststeltwaarin nog fouten zitten? Dat laatste willen we toch geen van beiden, zouik terug willen geven.De heer Holman (NSC):Een laatste reactie. Het is zeker niet de bedoeling om wie dan ook de maatte nemen. De constatering was dat alle Kamerleden daar aanwezig deindruk hadden dat er een aanzienlijke verbetering gaande is bij hetinstituut, maar dat we er nog niet zijn. Daarover verschillen we helemaalniet van mening. Ik zie de complexiteit van het probleem voor hetmanagement van de uitvoeringsorganisatie. Hoe moet je dat doen? Iksignaleer een goede wil, maar ik signaleer ook dat de problemen zoweerbarstig en moeilijk zijn, dat ze moeilijk oplosbaar zijn. Dan moeten wehier niet gaan discussiëren over een grote tegenstelling tussen mijn beidebuurvrouwen en mij, want die is er gewoon niet. Ik hoor mevrouw BikkerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7013 ook zeggen dat het moeilijk is om in financiële zin te kwantificeren waar jedan over praat. Dat is precies het punt dat ik wil maken. Het is geen vraag,maar meer ...De voorzitter:Ja, helder.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Het is bijna een verzuchting en dat mag ook. Tegelijk wil ik wel benoemendat wij als Kamerleden ook onze controlerende taak hebben waar temaken. Ik denk dat ik mag zeggen dat ik ook echt af en toe wel eencompliment uitdeel, ook aan deze Staatssecretaris. Ik heb ook gezien dater versnelling is gekomen. Vorige week kregen we de cijfers aangereikt.Dat is goed. Alleen, als er vervolgens mensen zijn die steeds meer klemkomen te zitten en geen gehoor vinden, dan vind ik het wel de taak vanvolksvertegenwoordigers om dat naar voren te brengen en dan zijn wijniet altijd de vrolijkste mensen. Dat komt omdat wij aankomen met juistde zaken waarin het misgaat. Dat vind ik ook volledig terecht. Daar waarwe het wel kunnen kwantificeren – daar hadden we het net over toen hetging over de verschillen met het rapport-Van Geel – moeten we nietaarzelen maar doorpakken, in plaats van alles blijven benoemen als «ikweet het niet zeker», want dat is ook weer niet nodig. Daarover vervolgenwij ons gesprek, zeg ik tegen collega Holman.Ik zal mijn verhaal vervolgen, voorzitter.De voorzitter:Heel graag. Ga uw gang.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Voorzitter. Ik blijf wel klachten horen over het tempo van de versterkings-opgave. Dat blijkt ook uit het onderzoek van het Groninger Gasberaad.44% van de bewoners wacht nog op een beoordeling. Gemiddeld duurthet nu veertien maanden. Juist voor mensen die al wat ouder zijn en dieal heel lang hebben moeten wachten – we kregen de voorbeelden mee –is dat pijnlijk. Ze haken af, ze verhuizen noodgedwongen uit hunvertrouwde omgeving. Juist voor hen is het zo belangrijk dat we tempoblijven maken. Hoe werkt de Staatssecretaris hieraan? Ik denk dat hetgoed is om dit niet alleen tijdens een werkbezoek maar ook in het debathier in de Kamer te delen.Voorzitter. In de gesprekken die ik had met mensen kreeg ik meerdereklachten over de huizen die nieuw zijn opgeleverd. Daar schrok ik van.Dan gaat het over vocht, tocht en schimmel, maar ook over puin enbouwafval in de tuin. Inwoners kloppen aan bij hun gemeente, die ervervolgens achteraan moet bij de NCG, de aannemer of de corporatie. Dekwaliteit van de opgeleverde huizen moet wel echt beter. Denk aan dewoningen in de wijk Opwierde-Zuid in Appingedam. De steenstripswerden niet goed bevestigd, met lekken als gevolg. Woon je in je nieuwehuis, heb je nog geen oplossing. Herkent de Staatssecretaris dit beeld?Wat kan hij doen om te voorkomen dat mensen weer in een heelbelcirkeltje zitten voordat iets is opgelost? Deelt hij onze mening dat eenwoning gewoon goed moet worden opgeleverd bij versterking of bijsloop-nieuwbouw? Welke kwaliteitseisen hanteert hij daarbij?Ik kan aansluiten bij de vragen van collega Beckerman en, in milde mate,bij die van collega Holman over de verschillen tussen Groningers. Dit iseen compliment, hè! De drietrap van Van Geel als vertrekpunt gehanteerd– verduurzamen, gasloos maken of sloop-nieuwbouw – blijft daarinbelangrijk. Ik heb wel vragen over de keuze die de Staatssecretaris maaktom zelf te besluiten op de grotere verschillen. Ik heb daar zorgen bij.Creëren we daarmee niet een nieuwe wachttijd? En welke criteria hanteerthij? Het is in ieder geval goed om scherp te hebben om welk bedrag hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7014 bijvoorbeeld gaat. Is het een gering aantal of worden het er steeds meer?En het allerbelangrijkst: wat betekent «koste wat het kost» en «zo lang alshet duurt» als het advies van Van Geel uiteindelijk betekent dat de regioslechts kan adviseren op besluiten in plaats van gewoon aan de gang tekunnen gaan. De regio geeft namelijk terecht aan dat er in rondjes wordtgedraaid.Voorzitter. Ik heb nog enkele vragen over de uitvoering. Gemeenten inGroningen hebben te maken met vergrijzing van hun ambtenarij. Eigenlijkzijn er op alle vlakken personeelstekorten. Ziet de Staatssecretaris dat enop welke manier wordt het gesprek met gemeenten gevoerd? Ziet hijhierbij risico’s voor de uitvoering van Nij begun? Wil de Staatssecretariszich inspannen om een zo groot mogelijk deel van de uitvoering viabestaande organisaties te laten lopen, waaronder ook vrijwilligers enverenigingen, met zo min mogelijk verantwoording? Ik sluit aan bij collegaHolman, die de vraag stelde wat er gebeurt als er sprake is van onderuit-putting. Ik heb steeds gepleit voor een fondsstructuur, zodat middelenbehouden blijven als ze niet uitgegeven worden, in plaats van ze terug telaten vloeien naar de staatskas. Komt dat Groninger fonds er eindelijk?De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Vedder namens het CDA. Gaat uw gang.Mevrouw Vedder (CDA):Voorzitter, dank. Net als heel veel collega’s voor mij heb ik altijd veel meerdingen om te zeggen dan minuten. Ik probeer dus de stukken eruit tepakken waar mijn collega’s nog niet aan toe zijn gekomen.Ik begin met de teleurstelling die ook ik voelde toen ik de uitzending vanPointer bekeek. Die telt op bij de talloze andere teleurstellingen die deGroningers de afgelopen jaren te verstouwen hebben gekregen. Dan komtbij mij toch weer de vraag op hoeveel gestapelde teleurstelling te dragenis. Het minste wat we hier kunnen doen, is dit in ieder geval erkennen ener ook woorden aan te geven. Want dat er dingen misgaan en er mensenteleurgesteld worden, doet iets met het vertrouwen, en dus hebben wehier steeds opnieuw een enorme verantwoordelijkheid om altijd te blijvenluisteren en ons er niet achter te verschuilen dat het nu op papier betergeorganiseerd lijkt te zijn. We moeten altijd open blijven staan voor hoehet in de echte wereld loopt. Ik vind daarin ook de signalen belangrijk vande mensen in het veld, die soms tegen de klippen op proberen ombeschadigd vertrouwen te herstellen. Ze proberen mensen de hulp tebieden waar ze al zo lang recht op hebben. Ook die signalen moeten weblijven horen, want de brug naar een nieuw begin wordt uiteindelijk nietdoor papier gebouwd maar door mensen van goede wil.Ik ben blij om te lezen dat de Staatssecretaris de mensen ook centraal wilstellen. Ik denk dat dat het enige juiste vertrekpunt is. De Staatssecretarisis op zoek naar een balans tussen snelheid en kwaliteit, en de eenover-heidgedachte, zoals die in de startgebieden wordt toegepast, wordtomarmd, maar we moeten het natuurlijk ook echt gaan doen. Ik blijf erdus in geïnteresseerd om op de hoogte gehouden te worden over devoortgang en over drempels en knelpunten. Ik zag dat we daarover in hettweede kwartaal geïnformeerd gaan worden, maar ik ben alvast nieuws-gierig hoe het op dit moment loopt. Helaas is er namelijk nog een boel teverbeteren bij de versterking. Dat blijkt gewoon uit alle signalen die wijkrijgen. Aan de signalen van mijn collega’s wilde ik toevoegen dat erbijvoorbeeld onduidelijkheid is over maatregel 29. Mijn mailbox loopt flinkvol met een heleboel vragen daarover. Er is onduidelijkheid. Het is zojammer dat het dan toch weer opnieuw gebeurt. Hoe gaan we dieduidelijkheid wel op poten zetten, zodat mensen weten waar ze aan toezijn, zeker ook mensen die in het verleden zelf al maatregelen hebbengenomen? Ik zag dat de middelen om de maatregel uit te voeren bij deVoorjaarsnota overgeheveld moeten worden naar de begroting van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7015 ministerie. Ik kijk met gespannen hart uit naar de Voorjaarsnota, niet in delaatste plaats om te zien wat we met Van Geel gaan doen, maar ookvanwege dit punt. Betekent dit dat we na de Voorjaarsnota direct van startkunnen gaan met de NCG en het aanbieden van het combineren vanisolatie en versterken? Of komt daar nog een stap na en zitten er noghaken en ogen aan? Ik zie dat de communicatie met de NCG verbeteringbehoeft. Dat krijgen wij uit het veld te horen. Ik wil graag van de Staatsse-cretaris weten op welke manier hij daar verbetering in wil aanbrengen enwelke stappen hij gaat zetten als de gewenste verbetering uitblijft.Over schade. Wij hebben allemaal mails gekregen over een bewonerrondom de gasopslagen die een brief heeft gekregen dat zijn schade isafgewezen omdat het huis van na 2012 is. Nou, 2012 staat bij iedereen inhet geheugen gegrift als het jaar van Huizinge. Maar de schade rondomgasopslagen heeft niets te maken met aardbevingsschade. Dat is eenandere. Niet alle mijnbouwschade is aardbevingsschade. Waarom krijgendeze inwoners dus zo’n brief? Snapt de Staatssecretaris de verwarringdaarover en kan hij daar iets aan doen?Voorzitter. Over de brief over de juridische procedures ga ik heel kort zijn.Er kwamen een heleboel vragen in me op en ook een boel teleurstelling,maar ik beperk me tot één vraag: is de Staatssecretaris inderdaad bereidom hierover een vertrouwelijke technische briefing te faciliteren? Want hetlijkt mij verstandig om daar een keer met elkaar over te praten in dezecommissie.Ik wil afsluiten met een vraag over de sociale en economische agenda. Diegaat niet over de inhoud daarvan. Wij horen van raads- en statenleden dater bezorgdheid is over de organisatiestructuur daarvan, of zij genoegbetrokken zullen blijven bij het vormgeven van die agenda en of desamenhang tussen die twee agenda’s genoeg geborgd is. Ook al is daareen paragraaf aan gewijd, het wordt toch nog wel als fragiel en weinigconcreet ervaren, terwijl mensen in de gemeenteraden ook beseffen dathet succes van beide agenda’s valt of staat met dat die twee in elkaarpassen en elkaar vasthouden.Is mijn spreektijd al voorbij, voorzitter?De voorzitter:Dat is hij zeker.Mevrouw Vedder (CDA):Dat vermoedde ik al, maar dan hoop ik dat de rest van mijn punten perongeluk door mijn collega’s worden opgepakt.De voorzitter:U heeft nog een kans om meer te zeggen, want mevrouw Bikker heeft eeninterruptie.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):We worstelen allemaal met hetzelfde probleem. Mijn vraag gaat over hetonderzoek naar een kerncentrale in de Eemshaven, waarover veel onrusten bezorgdheid is in de provincie Groningen en omliggende gemeenten.Lang geleden, voordat wij beiden Kamerlid waren, dienden onze collega’sSienot, van D66, en Mulder, van het CDA, al een motie in: geen kerncen-trale in Groningen en ook niet in de Eemshaven. Deelt collega Vedder datdie Kameruitspraak gewoon staat en dat die het uitgangspunt zou moetenzijn, in plaats van dat het kabinet opnieuw een onderzoek gaat startennaar of je niet toch een kerncentrale in Groningen zou moeten zetten? Ikzou denken dat we als Kamer een uitspraak hebben gedaan.Mevrouw Vedder (CDA):De extra spreektijd gaat tegenvallen, want het korte antwoord is ja.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7016 Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dan moet ik een meer open vraag stellen. Helder. Daar ben ik blij mee. Hettweede punt is natuurlijk de opslag van kernafval, juist in de zoutkoepelsonder Pieterburen of Onstwedde. Wat mij betreft gaan wij er als Kamerook voor zorgen dat dat niet gaat gebeuren, zeker niet in bevingsgebied.Ziet het CDA dat ook en zijn er nog zaken waren de Kamer extra stappenzou moeten zetten?Mevrouw Vedder (CDA):Ik wil absoluut niet de suggestie wekken dat ik een expert ben in wat jewel en niet zou moeten doen met kernafval en waar zoutkoepels zich voorlenen. Maar ik ben wel inwoner van een gebied dat last heeft van deeffecten van zoutkoepels, dus ik ben van nature terughoudend enzorgvuldig als het aankomt op dat soort zaken. We hebben natuurlijkbehoorlijk fikse ongelukken zien gebeuren met zoutkoepels, lekkages enhet gedrag daarvan. Als we het hebben over de opslag van afvalwater vanoliewinning is dat al een ding, maar met kernafval is dat al helemaal eending. Mijn instinctieve reactie zou zijn om daar heel terughoudend in tezijn. Maar ik moet daar dan ook extra in duiken en daarvoor moet ikeigenlijk ook naar mijn collega Bontenbal kijken, als u daar verder op zoudoorvragen. Ik vind dat ook omdat we een ereschuld hebben aan deinwoners van Groningen. Ik had het net al over die gestapelde teleur-stelling. Daar moeten we ook gewoon een keer mee ophouden.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we toe aan de heer Bushoff, namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Als het over Groningen gaat, zijn in dit huis al bestvaak de schrijnende verhalen verteld van onze provinciegenoten. Een paarweken terug vertelde ik bijvoorbeeld over Janna, die eigen geld moestinleggen voor de sloop van haar geliefde woning en nog steeds wacht opcompensatie daarvoor. Of denk aan het verhaal van het gezin in de Wiegervan den Bosstraat in Appingedam, van wie het huis al jaren kapot is. Daardient de vraag zich langzaam aan of de kinderen die daar wonen het noggaan meemaken dat dat huis schadevrij, veilig en fijn is.Voorzitter. Ook vandaag zijn er tal van dit soort voorbeelden die ik hetliefst allemaal zou willen benoemen om inkleuring te geven aan wat er inGroningen gebeurt. Het zijn stuk voor stuk persoonlijke verhalen achter dekille cijfers. Toch wil het vandaag vooral over die cijfers gaan hebben, omte beginnen met de enquête van het Gasberaad. Het is heel goed dat diewederom is uitgevoerd. Daarin kwam naar voren dat van alle onder-vraagden wiens huis versterkt is, maar 1% van die versterkte woningenook daadwerkelijk te maken heeft gehad met herstelwerkzaamheden,versterkingswerkzaamheden. De rest van de woningen van de onder-vraagden, die zijn afgehandeld, zijn allemaal ofwel aardbevingsbestendiggebouwd ofwel op norm verklaard. Maar 1% van de ondervraagden! Datis natuurlijk wel heel pijnlijk. Natuurlijk, de totale cijfers van de NCG zulleniets beter zijn – die hebben we er ook bij gepakt – maar het geeft wel aanhoe groot de opgave nog is die voor ons ligt.Voorzitter. Als we het dan toch over cijfers hebben, is er ook het anderecijfer dat gelijk bij mij omhoogkwam toen ik dit hoorde van hetGasberaad: maar 13% van de inwoners heeft vertrouwen in de herstelope-ratie. Dat is nog iets gedaald ten opzichte van afgelopen jaar. Van allemensen die hiermee te maken hebben, geeft zo’n 75% aan dat ze mentaleproblemen ondervinden van het proces waar ze in zitten met betrekkingtot schade en versterking. Dat zijn kille, keiharde cijfers, waar dus allemaalpersoonlijke verhalen achter schuilgaan. Ik zou graag van deze Staatsse-cretaris willen weten welk verschil deze Staatssecretaris maakt, want als jeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7017 doet wat je altijd deed, dan krijg je wat je hebt. We willen natuurlijkvoorkomen dat we over een tijdje, over een jaar, met dezelfde soortschokkende cijfers geconfronteerd worden. Dus wat nou is de hand vanEddie van Marum, die ervoor gaat zorgen dat we over een jaar in iedergeval niet op hetzelfde punt staan als waar we nu staan?Voorzitter. Als het over cijfers gaat, wil ik toch ook nog even batch 1588aanhalen. Er zijn mensen die eigen geld hebben moeten inleggen voor desloop-nieuwbouw van hun woning. Die zouden gecompenseerd worden.Daar is heel hard aan getrokken door een van mijn voorgangers enmevrouw Beckerman. Daar hebben we voor het kerstreces ook een grootpunt van gemaakt. Nog steeds zijn mensen niet gecompenseerd en wetenze niet of ze die compensatie ooit gaan krijgen. Dat kan gewoon niet waarzijn. Deze Staatssecretaris is heel vaak in Groningen; ik ben jaloers ophoeveel dagen in de week deze Staatssecretaris in Groningen kan zitten.Dan moet het toch mogelijk zijn om deze mensen, samen met degemeentes die hier medeverantwoordelijk voor zijn, uitsluitsel te kunnengeven over of zij wel of niet kunnen rekenen op die compensatie? Ikherinner de Staatssecretaris er daarbij aan dat de Kamer de uitspraakheeft gedaan dat deze mensen gecompenseerd dienen te worden.Voorzitter. Als het dan gaat over compensatie wil ik ook nog evenmaatregel 16 aanhalen. Dat is een vergoeding voor mensen die al heellang wachten en in de ellende zitten. Vanochtend nog, op weg hierheen,kreeg ik weer een bericht van mensen die zeiden: wij wachten nog steeds.Wanneer kunnen zij nou eindelijk die vergoeding krijgen? Want zolangzaamaan moeten ze zo meteen een vergoeding krijgen voor het langewachten op een vergoeding die ze zouden krijgen voor het lange wachten.Dat begint bijna een beetje gênant te worden. We zouden dus heel graagvan deze Staatssecretaris vandaag een soort einddatum horen waar dezemensen op kunnen rekenen.Voorzitter. Ik zie dat ik heel rap door mijn tijd heen ga. Er is nog een heelbelangrijk punt. Dat gaat over de verschillen. Ik wil eigenlijk een heelaantal vragen aan de Staatssecretaris daarover stellen en ik hoop dat hijdaar heel specifiek en concreet per vraag een antwoord op kan geven. Deeerste vraag is: erkent de Staatssecretaris dat de verschillen die ontstaaneen rechtstreeks gevolg zijn van de versterkingsoperatie en dat die hierook onderdeel van zijn? Volgens mij is het zo dat als die verschillen kleinzijn – dat vraag ik ook aan de Staatssecretaris – ze discretionair door delokale stuurgroep opgelost kunnen worden. Maar tot welk bedrag is dat?En waarom niet ook de grote verschillen oplossen door deze lokalestuurgroep en afwijken van de commissie-Van Geel hierover? Wie bepaaltin de praktijk wat er van die 240 miljoen van maatregel 12 betaald magworden? Moet het aanpakken van de verschillen op dit moment echtbinnen deze 240 miljoen vallen? Is dat dus het financiële kader waaruit dieverschillen moeten worden betaald? Hoe rijmt de Staatssecretaris dat methet begrip dat een meerderheid van de Kamer hopelijk toch nog steedsaanhangt, «koste wat het kost»?Voorzitter, tot slot de laatste vraag. Erkent de Staatssecretaris dat heteigenlijk onmogelijk is om nu al precies aan te geven wat het in totaalgaat kosten om alle verschillen op te lossen, en dat, als dit als voorwaardewordt gesteld voor extra budget, er dus geen extra budget zal komen, endat het daarom zo belangrijk is dat je als uitgangspunt hanteert «koste wathet kost»?De heer Holman (NSC):Ik heb zeer veel bewondering voor de heer Bushoff, en voor mevrouwBeckerman, want er zijn geen andere Kamerleden die beter weten wat erin Groningen speelt. Zij hebben volgens mij honderden praktischegevallen voor ogen, die ze hier kunnen duiden. Dat kan ik niet, want ikwoon aan de verkeerde kant van de stad Groningen. Ik herken diegevallen. Ik deel ook dat dat een probleem is. Maar een beetje naarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7018 analogie van de discussie die wij zonet hadden en de vragen die gesteldworden, heb ik de volgende vragen. Welke politiek-bestuurlijke maatre-gelen verwacht de heer Bushoff dat de Staatssecretaris nu neemt? Watschort er aan de uitvoeringsorganisaties die dit doen? Wat is de oplossingom die het nog beter te laten doen? De heer Bushoff stelt dezelfde vraagals ik, namelijk: wil de Staatssecretaris aangeven hoe groot het financiëleprobleem en het gat zijn? Heeft de heer Bushoff zelf enig idee hoe groothet financiële gat in de begroting is, dat weerhoudt dat je datgene kuntdoen wat je wilt doen?De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dat zijn een hoop vragen, dus dat levert mij heel veel extra spreektijd op!Nee, ik ga toch proberen het vrij kort te houden. In de eerste plaats is hethele makkelijke antwoord op de laatste vraag over wat er extra nodig isdat je natuurlijk gewoon uit zou kunnen gaan van wat het kabinet zelfheeft geschreven over wat er nodig is om volledig uitvoering te kunnengeven aan de aanbevelingen van de commissie-Van Geel. Dat zou hetmakkelijke antwoord zijn. Daarvoor is ook een amendement ingediend.Een iets moeilijker antwoord – dat is eigenlijk wat ik hier probeer aan deorde te stellen – is dat het eigenlijk heel moeilijk is om nu op voorhand alte zeggen hoeveel geld er precies nodig zal zijn om de verschillen op telossen. Maar als je zegt «we moeten dat eerst precies weten en dan zijnwe bereid om er extra geld tegenaan te gooien; voor nu hanteren we eenvast kader van in dit geval bijvoorbeeld 240 miljoen», dan weet je éénding zeker, namelijk dat je niet alle verschillen die er nu zijn, kan oplossen.Ik kan best een aantal voorbeelden noemen. Ik denk dat als de heerHolman een aantal van de mensen die wellicht ook op de tribune zitten,vertegenwoordigers van verschillende gemeenten, vraagt waar het aanschort, zij nu al heel concreet, heel tastbaar kunnen aangeven waar degemeente Eemsdelta en de gemeente Groningen en Ten Boer tegenaanlopen. Dat zijn gemeenten waar een aantal van de verschillen, die nuheel groot zijn, niet opgelost kunnen worden, omdat het budget te beperktis. Dat zijn dus heel concrete, tastbare voorbeelden van waar deverschillen opgelost zouden kunnen worden als er meer budgetbeschikbaar zou zijn. Het geeft dus aan dat we op dit moment inderdaadeen probleem hebben met de financiële middelen om die verschillen op telossen. Daarom ook mijn oproep: hanteer nou niet een vast bedrag, maarhanteer het principe «koste wat het kost». Dat lijkt me ook niet meer danredelijk als je erkent dat de verschillen ontstaan zijn door de versterkings-operatie.De voorzitter:Ik zie dat dat een afdoende antwoord is voor de heer Holman. Ik wil ugeen interruptie ontlokken, hoor, echt niet. We hebben al genoeg tijdnodig voor dit debat. Ik wil graag voorstellen om nu het woord te gevenaan de heer Bamenga van D66. De heer Bamenga heeft zo een tweeminu-tendebat in de plenaire zaal. Ik kijk even of de commissie daarmee kaninstemmen. Ja, dat is zo. Meneer Bamenga, gaat uw gang.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter en collega-commissieleden. Groningen enNoord-Drenthe verdienen een mooie toekomst. Met de sociale agenda ende economische agenda van Nij begun liggen er twee hoopvolle stukken,die daar invulling aan willen geven. In deze stukken wordt erkenninggegeven aan het leed van de regio. Er wordt een toekomstperspectiefgeboden aan de regio. Zoals de twee agenda’s aangeven, maken we onsnij begun samen. Laten we er dan ook zorg voor dragen dat deze agenda’sworden waargemaakt. Het is namelijk tijd dat hoop wordt omgezet inconcrete acties. Het succes van Nij begun valt of staat met de uitvoering.Deze Staatssecretaris staat daarvoor aan de lat. Hoe ziet de Staatssecre-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7019 taris zijn eigen rol in het verder brengen van de sociale agenda en deeconomische agenda? Is hij betrokken bij de ontwikkeling van deuitvoeringsplannen en, zo ja, op welke manier? Op welke onderdelen enuitwerking van de beide agenda’s kan de Kamer hem aanspreken en opwelke niet? Welke geluiden heeft de Staatssecretaris tot dusver ontvangenvanuit Groningen en Noord-Drenthe over de agenda’s?In de sociale agenda zie ik veel mooie plannen, maar die voegen pas wattoe als het extra’s zijn. Het behoudt van essentiële voorzieningen zoalszwembaden en sporthallen is dus ook belangrijk. Anders is het geentoekomstperspectief, maar een vervangingsopgave. Hoe zorgt deStaatssecretaris er samen met de Minister van BZK voor dat het ravijnjaarvoor gemeenten er niet voor zorgt dat Groningen en Noord-Drenthe meteen nog grotere achterstand beginnen aan het herstel?Het is wel van belang dat er wordt aangesloten bij de bestaande struc-turen. Neem de extra hulp bij de aanpak van armoede. Daarvoor gebeurtal veel. D66 ziet graag dat dat wordt versterkt, in plaats van dat er iets heelnieuws wordt opgetuigd. Is de Staatssecretaris dat met D66 eens? Hoegaat hij hierover de vinger aan de pols houden?Voorzitter. Er spelen ook nog andere belangrijke zaken in het gebied. Wehebben veel verontrustende signalen ontvangen over het herstel vanbeschadigde monumenten. Hiervoor was een veelbelovende aanpakopgesteld, waarbij eigenaren van monumenten zelf de regie kregen overhet herstellen en verduurzamen van hun woning. Maar door veleobstructies en vertraging heeft de vereniging van monumenteneigenarenbesloten om niet door te gaan. Net nu er weer beweging is op het dossier,dreigt deze aanpak weer onder de brede bureaucratische paraplu van hetministerie te komen. Hoe verklaart de Staatssecretaris de vele obstructiesen vertraging bij het uitvoeren van de pilot integrale aanpak erfgoed?Waarom komt het ministerie pas in actie als de vereniging van monumen-teneigenaren een stap terug doet? Is de Staatssecretaris bereid om devereniging van monumenteneigenaren toch weer het voortouw te gevenbij de aanpak en te faciliteren waar nodig?Voorzitter. Tot slot wil ik het hebben over de schade als gevolg van dezoutwinning in Groningen. Klopt het dat er nog steeds geen schade-uitkering is geweest voor mensen met schade door zoutwinning? Watdoet de Staatssecretaris met de nieuwe informatie van SodM over dezoutcavernes die niet veilig kunnen worden afgesloten? Ligt het voor dehand dat er nog meer schade bij zal komen? Kan de Staatssecretaristoezeggen om bij schade door zoutwinning het «klant eerst»-principe toete passen, waarbij mensen eerst worden ontzorgd en betrokken partijenpas daarna gaan bekijken wie verantwoordelijk is voor welke schade?Nog een aantal laatste vragen. Hoe ziet de Belastingdienst de schadever-goeding die wordt uitgekeerd voor mijnbouwschade? Wordt devergoeding niet gezien als inkomsten? Kan de Staatssecretaris ophel-dering geven? Wat betekent dit voor de toeslagen die mensen krijgen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Bamenga. U heeft een interruptie van mevrouwBikker.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ja, op dat laatste punt. Ik herken de zorgen rondom de zoutwinning inVeendam helemaal. Het lijkt alsof we niets doen met de lessen van deparlementaire enquête rondom de gaswinning en we bij de zoutwinningopnieuw dezelfde fouten maken. Afgelopen december nam de Kamerhierover ook een motie aan. Ik geloof dat zowel mijn partij als de partijvan mevrouw Beckerman ... Maar goed, dat maak niet zo veel uit. Het gaaterom dat we het fiksen. Het zou niet zo moeten zijn dat de Staatssecretarisenkel bij de afdoening van de moties verwijst naar IMG of naar deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7020 Commissie Mijnbouwschade. Ik vind het belangrijk om serieus en ook watuitgebreider met de Staatssecretaris te spreken over de zorgen die inVeendam leven. Deelt collega Bamenga dat? Vindt hij het ook belangrijkdat we daarover een aparte, stevige brief van de Staatssecretaris krijgen?De heer Bamenga (D66):Volgens mij kan ik hier heel kort over zijn: ja, zeker.De voorzitter:Ik kijk even rond. Zijn er nog andere interrupties?Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Voorzitter, ik hoop dat collega Bamenga deze vraag ook naar de Staatsse-cretaris doorgeleidt.De voorzitter:Er worden hier tips uitgewisseld. De heer Bamenga heeft nog iets tezeggen?De heer Bamenga (D66):Ik zal die vraag graag doorgeleiden naar de Staatssecretaris.De voorzitter:We zijn een coöperatieve commissie als het gaat om het formuleren vanvragen; heel fijn. Dank voor uw bijdrage. Ik ga naar de heer Pierik, diespreekt namens de fractie van de BBB.De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Ook voor Groningen geldt wat in het hoofdlijnenakkoordzo mooi is verwoord: we moeten gebruik blijven maken van hardwer-kende deskundige professionals met hart voor de publieke zaak. Voorherstel is hard werken nodig, voor herstel is ook deskundigheid nodig. Ditsluit ook aan bij het verkiezingsprogramma van de BBB. Mijn partij wilregie in de regio, met een overheid die daarvoor zorgt. Mensen moetenzelf weer het heft in handen krijgen en de overheid moet hen daartoe instaat stellen.Als de verhoudingen zo liggen, kan het vertrouwen in de overheidterugkeren. Dat geldt voor de gedupeerden in het bijzonder maar ook voorde samenleving als geheel. Het rapport Schadeafhandeling en versterkingin het aardbevingsgebied is wat dat betreft moedgevend. Kan deStaatssecretaris toelichten of en, zo ja, hoe in de hersteloperatie desamenleving vooropstaat? Is de overheid daadwerkelijk bezig om datvertrouwen terug te winnen? Heeft de Staatssecretaris kennisgenomenvan het rapport van Stap Verder? Hoe kijkt hij daartegen aan?Voorzitter. De BBB-fractie is blij dat er voortvarend wordt gewerkt aan deversterkingsoperatie en de schadeafhandeling in Groningen en Noord-Drenthe. We komen steeds een stap verder, maar we zijn er nog lang niet.Gelukkig worden we geweldig op de hoogte gehouden van de voortgang.Dat levert ook bemoedigende inzichten op. De heer Bushoff schetste watcijfers die wat problematischer zijn. Daar is ook alle begrip voor. Daarmoeten we hard mee aan het werk. Maar in het rapport wordt ook gezegddat 78% van de gemelde schades is erkend als schade door mijnbouw. Datis meer dan een kwart ten opzichte van twee jaar geleden. In het rapportstaat ook dat 89% van alle erkende schademeldingen volledig isafgehandeld. Zo kiezen schademelders steeds vaker voor vaste vergoe-dingen. Dit zorgt voor een versnelling van het afhandelingsproces.Verreweg de meeste gedupeerden zijn hierover tevreden of dik tevreden.De zorgen zijn er natuurlijk ook. Er lopen weliswaar minder geschillen enrechtszaken, maar het percentage dat wacht op een vervolg in het proces,lijkt wel toe te nemen. Daarom vraag ik de Staatssecretaris: kan hijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7021 aangeven hoe hij na een ruim halfjaar aankijkt tegen de versterkingsope-ratie in relatie tot de problemen die er zijn in de beoordelingsrapporten?Kan hij ook aangeven waarom het percentage gedupeerden dat wacht opeen vervolgstap in het proces lijkt toe te nemen?Voorzitter. De isolatieaanpak voor woningen in Groningen en Noord-Drenthe is een goede maatregel ...De voorzitter:Meneer Pierik, ik zou graag mevrouw Vedder de gelegenheid willen gevenom een interruptie te plegen over het voorgaande punt.Mevrouw Vedder (CDA):Mij bekroop het volgende gevoel. De heer Pierik haalde wat positievecijfers aan over de schadeafhandeling. Maar hij begon en eindigde datblokje met de versterkingsopgave. Dat zijn natuurlijk twee hele separatesporen, waarbij je een groot verschil ziet tussen hoe mensen dat belevenen ervaren. De ervaring bij de schadeafhandeling is positiever dan die bijde versterkingsopgave. De cijfers die de heer Pierik noemde, gaan nietover de versterkingsopgave. Die zijn namelijk een stuk ... Zou de heerPierik willen reflecteren op wat hij daar dan van vindt?De heer Pierik (BBB):Dat is een goede vraag. Ik denk inderdaad dat er nog heel wat uitdagingenliggen in die versterkingsopgave. Daar moeten we nog stevig aan de bak.Als het gaat over de schadeafhandeling, is het verhaal inderdaad een stukpositiever. Die cijfers heb ik inderdaad aangegeven. Maar we moetennatuurlijk als het gaat om die versterkingsopgave nog flinke stappenzetten.Mevrouw Vedder (CDA):En wat zijn daar dan de ideeën voor vanuit BBB, om die versterkings-opgave beter te laten verlopen zodat mensen minder vaak teleurgesteldworden?De heer Pierik (BBB):Dat zijn natuurlijk ook de vragen die wij de Staatssecretaris gaan stellen:wat voor stappen worden er nog gezet? Wat ons betreft moeten deschademeldingen zo accuraat mogelijk worden beantwoord. Volgens mijis onze Staatssecretaris daar keihard mee aan de slag. Die wegen lijkenme juiste wegen.Mevrouw Vedder (CDA):De heer Pierik noemde net weer het melden van de schades, maar dat isdus een ander spoor. Ik vroeg specifiek naar de ideeën van BBB over hoewe de versterkingsopgave beter zouden kunnen laten verlopen, zodat wedaar dezelfde positieve cijfers gaan zien als in het schadeafhandelings-spoor.De heer Pierik (BBB):Een heldere vraag. Ik moet mij eerlijk gezegd nog wat verder verdiepen inde versterkingsopgave. Ik zit nu voor het eerst in dit debat, dus ik heb datnog niet helemaal scherp. Ik ga me daarin verdiepen. We zullen zo snelmogelijk de Staatssecretaris bevragen over hoe dat verder moet.De voorzitter:Helemaal goed. U vervolgt uw betoog, meneer Pierik.De heer Pierik (BBB):Voorzitter. Dan wil ik verder met de isolatieaanpak voor woningen inGroningen en Noord-Drenthe. Die isolatieaanpak is een goede maatregelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7022 om bewoners te ondersteunen bij het isoleren van hun woning. Een zinvolonderdeel van het herstelprogramma is een mooi voorbeeld van deinvesteringen vanuit het programma Nij begun. De BBB-fractie denkt dathet belangrijk is om deze isolatieaanpak voortvarend voort te zetten, ombij te dragen aan energiezuinige en comfortabele woningen in de regio enhiermee de gevolgen van aardbevingsschade te dempen. Kan deStaatssecretaris aangeven hoe hij tegen de isolatieaanpak aankijkt? Deregeling is nu voorgehangen. Hoe gaat dit de Groningers helpen? Kan hijook aangeven hoeveel woningen hiermee geïsoleerd kunnen worden? Ishet budget dat hiervoor beschikbaar is, ook toereikend?Voorzitter. De Staatssecretaris noemt in zijn verslag over de voortgangdrie punten die voor hem leidend zijn in de aanpak: oplossingen voor dezwaarst gedupeerden, voortbouwen op ingezette verbeteringen, enzichtbaar zijn in Groningen. In deze drieslag kan de BBB zich goed vinden.Hierbij stuit de Staatssecretaris soms op grenzen. Hij stelt dat hetbelangrijk is om eerlijk en open te zijn over het feit dat niet alles mogelijkis om wat in het verleden niet goed gegaan is, alsnog recht te zetten. Ikciteer uit een brief: «Daarvoor is de omvang en complexiteit soms tegroot.» Abstract is dit te begrijpen, maar het raakt mensen. In debeleidsbrief Versterken benadrukte de Staatssecretaris juist dat zeker dezwaarst getroffen bewoners en complexe gevallen niet worden vergeten.Kan de Staatssecretaris tastbaar maken wat het betekent dat hij oponmogelijkheden stuit? Hoe rijmt de Staatssecretaris dit met hetuitgangspunt dat zeker de zwaarst getroffen bewoners en complexegevallen niet moeten worden vergeten?Ten slotte, voorzitter. In de hoofdlijnenbrief heeft de Staatssecretaris hetover de zogenoemde stille gedupeerden in beeld krijgen. Dat spreekt mijbijzonder aan. De menselijke maat komt tot uiting in omkijken naarmensen van wie de stem niet gehoord wordt, degenen die over het hoofdworden gezien. De Staatssecretaris heeft gezegd veel in de regio aanwezigte zullen zijn om naar de bewoners te luisteren, en om als Groningersonder elkaar in gesprek te gaan. Is de Staatssecretaris al in staat geweestom stille gedupeerden op te sporen? Wat valt er te zeggen over het aantalmensen en de betekenis hiervan voor de hersteloperatie?Dank u wel.De voorzitter:U heeft nog een interruptie van mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Welkom aan de heer Pierik in deze commissie. Ik denk dat u wel weetwaar mijn vraag over zal gaan, namelijk over de ongelijkheid. U bentnieuw, maar we hebben natuurlijk jarenlang gezien dat er een enormebureaucratie is opgetuigd in Groningen en dat er een parlementaireenquête nodig was, en ook dat de verschillen heel veel pijn gingen doen:de ene wel, de buurman niet, de derde een beetje. Dat heeft tot heel veelschuring geleid. Na een aantal jaren waarin de Kamer veel voorbeeldenheeft aangedragen, is er een rapport gekomen van Van Geel. Ik denk datiedereen het een heel slimme zet vond dat Van Geel zei dat je niet allesmeer helemaal recht kunt breien, maar dat je moet beginnen met ervoorzorgen dat het eindpunt voor iedereen gelijk wordt. Dat zou je alsuitgangspunt moeten nemen. Ik denk dat heel veel mensen dat een heelslimme vondst vonden in het rapport, maar nu dreigt dat eigenlijk in eenla te belanden. Waarom? Vanwege financiële keuzes. Onze vraag is dusdirect aan de heer Pierik: is hij met de SP van mening dat we moetenzorgen dat dat rapport wel wordt uitgevoerd, omdat dat de enige route iswaarmee je die ongelijkheid kunt aanpakken? Daarbij moeten we er ookvoor zorgen dat gemeenten daar echt stappen in kunnen maken. Deelt deheer Pierik die analyse?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7023 De heer Pierik (BBB):Ja, we vinden het een heel goed rapport. De commissie-Van Geel heeftheel goed werk gedaan. Wij zijn er ook heel blij mee dat «koste wat hetkost, en zo lang het nodig is» in het regeerprogramma terecht is gekomen.Dat zou het vertrouwen moeten geven dat we ook als regeringspartijenkeihard aan de slag zijn om de problemen in Groningen vanwege deaardbevingen op te lossen. Daar staat de BBB vierkant achter.Mevrouw Beckerman (SP):Maar hier komt dan natuurlijk een lastigheid. We kunnen roepen «kostewat het kost», maar dat geldt nu helemaal niet voor de aanpak vanverschillen. Dat maakt het zo pijnlijk. «Vertrouwen» is natuurlijk een heelmooi woord, maar dat is natuurlijk compleet verspeeld in Groningen. Alswe hier zeggen «koste wat het kost» – ook de coalitiepartijen spreken datuit – dan zeggen wij: oké, laten we dan ook zorgen dat dat werkelijkheidwordt. Daar zijn al heel veel amendementen over ingediend. Die zijnallemaal verworpen. De Kamer heeft het budgetrecht. We kunnen bij alleszeggen: we vragen het aan de Staatssecretaris. Hartstikke leuk, maar deKamer heeft het budgetrecht. En de Kamer heeft ook, zegt het rapport vande parlementaire enquête, in de jaren in aanloop naar de parlementaireenquête te weinig gedaan. Dus is de heer Pierik ook bereid om hetvolgende te zeggen? «Ik moet niet alles daar neerleggen. Nee, dit ligt in deKamer. Koste wat het kost is voor ons heel erg belangrijk. En we gaan dusook stemmen voor koste wat het kost en we zorgen ervoor dat dat straks,bijvoorbeeld bij de Voorjaarsnota, geregeld wordt.»De heer Pierik (BBB):Dit zal natuurlijk een belangrijk punt zijn bij de Voorjaarsnota, dat lijdtgeen twijfel. Maar heel veel andere dingen zijn ook belangrijk bij deVoorjaarsnota. We hebben hier geen debat over de Voorjaarsnota, wehebben hier een debat over Groningen. Ik denk dat we op dit moment nietveel verder kunnen gaan dan zeggen dat in het regeerakkoord «koste wathet kost, zo lang het nodig is» staat. Dat is het vertrekpunt. Vervolgenskijken we naar de Staatssecretaris om na te gaan waar hij tegenaan looptom het regeerakkoord te kunnen uitvoeren.Mevrouw Beckerman (SP):Hier draaien we dus toch in vijf minuten. De heer Pierik zegt: koste wat hetkost, het moet allemaal geregeld worden. Dan stel ik een vraag: gaan wehet regelen? Bij de begroting was het de BBB die zei «nee, nu even niet,we gaan naar de Voorjaarsnota». Nu vraag ik simpelweg of we dit in deVoorjaarsnota gaan regelen. U kunt het teruglezen. Het was de BBB dieons verwees naar de Voorjaarsnota en nu zegt u: «Ja, maar er ligt al heelveel voor de Voorjaarsnota. Er zijn ook andere wensen.» Wat is dan deboodschap aan Groningen? Is het «koste wat het kost» of is het «ja, kostewat het kost, maar nu even niet»? Bij de begroting was het «niet» en nu,bij de Voorjaarsnota, zegt u weer dat er al een hele lijst van wensen ligt.Wat is het? We kunnen geen vertrouwen opbouwen als we steedsopnieuw vertrouwen beschadigen. Zeg dan niet «koste wat het kost»,maar zeg eerlijk dat je andere dingen voor laat gaan. Wat is het nu, heerPierik?De heer Pierik (BBB):Politiek is natuurlijk altijd keuzes maken. Volgens mij is het regeerpro-gramma ontzettend duidelijk: koste wat het kost, zo lang het nodig is. Datis het vertrekpunt. Met die opdracht is de heer Eddy van Hijum...Staatssecretaris Van Marum:Van Marum.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7024 De heer Pierik (BBB):... Eddie van Marum ...De voorzitter:Een mooie voornamencombinatie.De heer Pierik (BBB):Ja. De heer Van Marum is met die opdracht aan de slag gegaan en daar ishij voortvarend mee aan de slag gegaan. Volgens mij moeten we kijkenwat onze Staatssecretaris daarop teruggeeft. Maar op voorhand aluitspreken dat in de Voorjaarsnota een onduidelijk bedrag – we hebbenhet nog niet helemaal gekwantificeerd – hiervoor gealloceerd moetworden, vind ik op dit moment prematuur. Het kan best zijn dat datuiteindelijk wel de conclusie zal zijn, maar op dit moment is dat teprematuur. Ik denk dat de heer Holman dat ook keurig heeft aangegeven.Laten we het eerst even goed kwantificeren, laten we eerst de bespiege-lingen van onze Staatssecretaris afwachten over of dat problemen gaatopleveren. Als dat problemen oplevert, moeten we dat bij deVoorjaarsnota bespreken.De voorzitter:Uw laatste, mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Eén stuk hiervan schiet bij mij in het verkeerde keelgat, en dat is «opvoorhand». Daar kan de heer Pierik niet zo heel veel aan doen, maar wijsleuren hier al tien of twaalf jaar aan. Wij hebben altijd gewaarschuwdvoor die ongelijkheid die ontstond. Nu proberen we het al jarenlang rechtte trekken en dan «op voorhand» zeggen ... Dit is met bewust beleidontstaan en dit moeten we ook weer bewust gaan oplossen. «Opvoorhand» is na zo veel jaren niet meer het goede woord. Ik zou de heerPierik ook willen vragen om straks in gesprek te gaan. Er zitten hier veelgemeentebestuurders. Er is een bedrag. We hebben dat heel keurig in eenamendement met onderbouwing gedaan, want zo werkt eenamendement, dat is gedekt. Tegelijkertijd kunnen we niet een hele lijstmaken, omdat heel veel niet duidelijk is. Waar komt dat door? Omdat hetnog steeds traag verloopt. U heeft de cijfers voor u. We kunnen die lijstniet maken. Erkent de heer Pierik dat? In dit dossier kun je echt nietzeggen «op voorhand zomaar even», want dit speelt al heel veel jaren. Dathet moeilijk is? Absoluut. Maar dat we als Kamer ons budgetrecht moetengebruiken, zou de heer Pierik toch met mij moeten delen. Ik wil hemvragen om straks even in gesprek te gaan met mensen op de tribune overwaarom het zo cruciaal is om dit niet keer op keer, van begroting naarvoorjaarsnota en van voorjaarsnota naar begroting, vooruit te schuiven.Erkent de heer Pierik dat?De voorzitter:Ik ga nu wel normeren, want dit zijn vier interrupties van bijna anderhalveminuut. De interrupties zijn erg lang en we hebben vandaag nog meer tedoen. De heer Pierik, ga uw gang.De heer Pierik (BBB):Ja goed, ik kom natuurlijk ook weleens in Groningen en ik heb inmiddelsook wel wat gedupeerden gesproken. Ik ken de problematiek daar bestredelijk. Natuurlijk levert dat heel veel zorgen op en leiden die ongelijk-heden tot heel veel hoofdbrekens. Daarmee moeten we volop aan de slag.Wat de BBB-fractie betreft is de volle inzet, ook bij de Voorjaarsnota,gericht op wat we in het regeerprogramma hebben afgesproken, namelijk:koste wat het kost, zo lang het nodig is, inzetten op volledig schadeherstelin Groningen en Noord-Drenthe.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7025 De voorzitter:De heer Bushoff is eerst.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik ben een beetje in verwarring. Als je namelijk zegt «koste wat het kost»,dan kun je niet een of twee minuten later zeggen «we moeten eerst wetenwat het kost». Nee, dan is het uitgangspunt «koste wat het kost». Welkevan de twee smaken is het nou?De heer Pierik (BBB):Koste wat het kost ... Het is een beetje ingewikkeld natuurlijk, want «kostewat het kost» zou een blanco cheque betekenen en in deze tijden is hetbest wel lastig om met blanco cheques te smijten. Ik wil het liefst dat wegoed in de klauwen houden hoe we ons geld besteden. De BBB is nooitvoor blanco cheques. We zijn ervoor om geld te besteden op een manierdie past bij de actuele situatie. Wat de actuele situatie betreft: de laatstejaren zijn daar nog heel veel andere dingen bij gekomen. Los daarvanhebben we te maken met bestaande budgetten. We moeten kijken of diebestaande budgetten, ook rekening houdend met de uitdagingen waar wenu voor staan, voldoende zijn.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik ga gewoon proberen om het in vrij heldere taal neer te leggen.Inderdaad, «koste wat het kost» betekent in de woorden van de heer Pierikin zekere zin een blanco cheque. Daar hoeven we niet al te moeilijk over tedoen. Aan de ene kant hoor ik de BBB zeggen: ja, wij zijn voor «koste wathet kost». Maar zodra we dan invulling geven aan wat dat betekent,namelijk inderdaad een blanco cheque, zegt de heer Pierik van de BBB:daar zijn we niet voor. Dan bent u daarin dus gedraaid en is het nieuwsvoor Groningen dat het bij het aanpakken van de verschillen niet meergaat om «koste wat het kost».De heer Pierik (BBB):Wij staan nog steeds vierkant achter het regeerprogramma en in hetregeerprogramma staat duidelijk: koste wat het kost, zo lang het nodig is.Daar blijven we achter staan en dat zal ook het beleid zijn de komendeperiode. Met dat in het achterhoofd zullen we onze inzet plegen bij deVoorjaarsnota.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Laten we er dan maar even van uitgaan dat na de verwarring die isontstaan, dat principe «koste wat het kost» toch nog overeind staat. Dan ismijn vraag eigenlijk heel simpel. Er zijn nu al een aantal hele concretegevallen waarin om budgettaire redenen de verschillen niet opgelostkunnen worden. Er zijn nu al hele tastbare, concrete voorbeelden waarinduidelijk is om hoeveel geld het gaat om de verschillen op bepaaldeplekken op te lossen. Is de BBB bereid om dat geld bij te lappen, volgenshet principe van «koste wat het kost»?De heer Pierik (BBB):Ik val een beetje in herhaling. Natuurlijk willen we die problemenoplossen. Tegelijkertijd willen we de Staatssecretaris niet voor de voetenlopen en eerst van hem horen hoe hij hiertegen aankijkt.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):En juist daarom had ik het graag sneller gezien, maar vond ik het in iedergeval goed om te vernemen, ook eerder van collega Vermeer namens deBBB, dat we bij de Voorjaarsnota in ieder geval zouden spreken over hetrapport-Van Geel en de 1,5 miljard. Ik mag hopen dat deze Staatssecre-taris in ieder geval die claim heeft gedaan bij de Minister van Financiën,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7026 zodat het hoofdlijnenakkoord op dat punt wel verder uitgewerkt wordt.Deelt collega Pierik dat? Het is in ieder geval belangrijk dat daar waar jehet specifiek kunt maken ... Dat kan voor het rapport-Van Geel in iedergeval in deze mate en dat kun je dan ook nog spreiden in de tijd, wantiedereen snapt dat je niet volgend jaar 1,5 miljard weggezet krijgt om dedingen op te lossen. Dat snappen we allemaal heel goed, dus dat is ooknog over de tijd uit te zetten. Ziet collega Pierik dat die claim dan moetworden gedaan door de Staatssecretaris en dat het ook incidenteel al heelveel kan betekenen als je kiest voor een getrapte opbouw? Staat hij aanonze kant? Eigenlijk hebben we Kamerbreed uitgesproken dat we deStaatssecretaris de steun in de rug geven om dat voor elkaar te krijgen.Als wij hier al zeggen «de Staatssecretaris kan ook niet alles voor elkaarkrijgen» en «een blanco cheque kunnen we niet geven», welke positieheeft hij dan? Die man moet daar heel stevig staan op het Ministerie vanFinanciën: het is glashelder, deze Kamer accepteert geen uitstel meer. Ikzou verwachten dat BBB de grootste fan van deze Staatssecretaris is omhem daarin te stutten.De heer Pierik (BBB):Dat is een prachtige voorzet van mevrouw Bikker. Naast me wordt gezegd:je hoeft ’m alleen maar in te koppen, hè? Ik denk dat het inderdaad eenhele nuttige vraag is om bij de Staatssecretaris neer te leggen. Heeft hijdeze vraag ook bij de behandeling van de Voorjaarsnota neergelegd? Ikben benieuwd naar zijn reactie.De voorzitter:Meneer Kops, u bent aan de beurt. De heer Kops spreekt namens de PVV.De heer Kops (PVV):Dank, voorzitter. In vrijwel elk debat constateren we: ja, natuurlijk, degaswinning is dan wel gestopt, maar daarmee zijn we er nog lang niet.Integendeel. Enerzijds omdat de bodem nog jaren kan blijven dalen enanderzijds omdat de hele afhandeling nog altijd trager gaat dan wezouden willen, en ook zeker niet foutloos is. We wisten eigenlijk al dat deversterkingsoperatie niet in 2028 afgerond zal zijn, maar eind vorigemaand maakte de Nationaal Coördinator het concreter: de versterking zaltot 2031 of 2032 duren. Dat is dus nog zes à zeven jaar.Voorzitter. De eerste vraag is dan: waar komt die vertraging door? Je zoudirect vermoeden, zoals we zo vaak hebben gezien in dit dossier, dat ookhier allerlei bureaucratie de boosdoener zou zijn, maar nee, de NationaalCoördinator heeft het concreet over een tekort aan projectleiders enbewonerbegeleiders. Dan vraag ik me echt af: valt dat nou niet op telossen? Om hoeveel mensen of fte’s gaat het hier dan eigenlijk? Wellichtheeft de Staatssecretaris zelf nog een aantal ambtenaren die zoudenkunnen bijspringen. Kortom, het zou toch echt jammer zijn alsgedupeerden nog langer zouden moeten wachten vanwege simpelwegeen stom tekort aan mankracht? Dat kan toch eigenlijk niet? Graag eenreactie.Voorzitter. Dan de versterking. Begin dit jaar hadden we het bij dewijziging van de Tijdelijke wet Groningen over besluiten totniet-versterken in gevallen waarin gedupeerden, om welke reden dan ook,niet aan de versterking willen meewerken. De Staatssecretaris schrijft inzijn brief, in de zogeheten eenoverheidaanpak, dat hij niemand vergeet, enook zeker niet «de bewoners met problemen die nog niet voldoende inbeeld zijn bij gemeenten of uitvoeringsorganisaties en bewoners die zelfhun problemen niet meer kunnen of willen melden». Dan is de vraag: hoekrijgen we die mensen dan wel in beeld? Om hoeveel mensen gaat hethier zoal? Beter nog: hoe zorgt de Staatssecretaris ervoor dat ook zijgeholpen worden en krijgen waar ze recht op hebben? Toen ik dit debatvoorbereidde, kwam ik teksten en moties tegen van vier à vijf jaarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7027 geleden. Toen speelde dit probleem ook al. Hoe heeft zich dat deafgelopen jaren dan ontwikkeld? Is het verslechterd of verbeterd?Voorzitter. Afgelopen maandag kopte de NOS: «Enquête: schadeafhan-deling van gaswinning Groningen gaat beter». Het betrof een peilinguitgevoerd op initiatief van het Groninger Gasberaad. Het was eenvragenlijst, ingevuld door 1.300 mensen. Enerzijds lezen wij in hetNOS-artikel: de vragenlijst was voor iedereen toegankelijk, dus deresultaten zijn niet representatief. Oké. Anderzijds is de conclusie dat hetiets beter gaat. Maar dat betreft dan voornamelijk de schadeafhandeling.Wat betreft de versterking is het probleem nog altijd het eindelozewachten en de onduidelijkheid. Op de vraag of de werkzaamheden aanhet pand al zijn gestart, antwoordt 76%: nee. Hoe reageert de Staatssecre-taris hierop? Herkent hij dit percentage?Voorzitter. Typisch is dan dat de Nationaal Coördinator hierop heeftgezegd: «We moeten bewoners beter gaan informeren; dat moeten weecht beter oppakken.» Ten eerste. Ja, dat wil ik wel geloven; het is weerdie communicatie, die dus niet op orde is, waar we het al zo vaak overhebben gehad. Hoe kan het dat zoiets basaals, zoiets vanzelfsprekends,vandaag de dag, 2025, nog steeds niet geregeld is? Ten tweede. Het is ookwel een beetje een eufemisme, als we denken aan de reportage vanPointer. Hoe verhoudt dit zich tot elkaar? Er worden nog steeds grovefouten gemaakt in de versterkingsadviezen. Dat is natuurlijk niet echtbevorderlijk voor het vertrouwen.Voorzitter. Dan de schadeafhandeling. De Staatssecretaris wil prioriteitvoor de zwaarst gedupeerden; mensen die onvoldoende geholpen zijn eneindeloos wachten. Dan gaat het ook zeker om schades uit het verleden,afgewezen nog door de NAM en het Centrum Veilig Wonen; schades vanmensen die nu niet meer voor een ruimhartige afhandeling in aanmerkingkomen. Ten eerste: om hoeveel gedupeerden gaat het hier eigenlijk?Weten we dat? Ten tweede: in 2018 is de schadeafhandeling in publiekehanden overgegaan. Kun je nagaan hoelang mensen al in zo’n onrecht-vaardige situatie zitten, minimaal zeven jaar. Ten derde: de Staatssecre-taris schrijft «dat het niet mogelijk is om alles wat in het verleden nietgoed is gegaan alsnog recht te zetten», vanwege een te grote «omvang encomplexiteit». Dat is toch wel teleurstellend en eigenlijk ook onacceptabel.Ik stel deze vragen, omdat het zo cru en zo pijnlijk zou zijn als uiteindelijkjuist deze gedupeerden, die dus het zwaarst getroffen zijn en het langstwachten, geen volledige, afdoende oplossing zouden krijgen. Graag eenreactie van de Staatssecretaris.Moet ik al afronden?De voorzitter:Ja, als u graag wil afronden.De heer Kops (PVV):Tot slot, heel kort. Over de uitvoeringskosten hebben we het al heel vaakgehad. De Staatssecretaris heeft toegezegd om te kijken of die kostenomlaag kunnen. Hoe staat het daarmee? Graag een reactie.De voorzitter:Dank u wel. De heer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Het zal niet helemaal verrassend zijn welke richting ik op ga, maar ik vindhet wel belangrijk om toch nog even stil te staan bij die verschillen.Waarom? Omdat ik vind dat we als Kamer ook een positie zouden moeteninnemen. Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat het uitgangspunt is voor dePVV, als het gaat om het oplossen van die verschillen. Doen we dat kostewat het kost of met het budget dat beschikbaar is?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7028 De heer Kops (PVV):Volgens mij hebben we in debatten na afloop van de parlementaireenquête al met elkaar afgesproken en heel duidelijk gemaakt dat alleellende daar in Groningen moet worden opgelost, inderdaad, koste wathet kost. Of het nou gaat om schadeafhandeling of versterking, ja, datmoet absoluut gebeuren, daar staan we ook zeker nog voor. Als hetconcreet gaat om de verschillen hebben we ook altijd gezegd dat we hetrapport-Van Geel zeker omarmen; dat moet worden uitgevoerd.Ik zeg er tegelijkertijd wel bij dat ik niet degene ben die regeert. Daar zithet kabinet en dat moet ermee aan de slag gaan. Ten tweede zeg ik er ookheel eerlijk bij dat ik geen financieel woordvoerder ben en dat ik de kadersniet maak. Maar we staan absoluut voor het oplossen van alle ellende enalle onverklaarbare verschillen; ja, absoluut.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dan maak ik het toch even heel concreet. Het klopt, daar zit het kabinet datregeert en hier zit de Kamer, met toch ook budgetrecht. De heer Kops isdan wellicht geen financieel woordvoerder van zijn fractie, maar hij is welwoordvoerder Groningen van zijn fractie. Stel dat er een concreet voorstelkomt van de Kamer dat zegt: dit is er nu nodig om die verschillen aan tepakken en op te lossen, waar dat nu niet lukt omdat het budget te beperktis. Adviseert de heer Kops zijn fractie dan om dat te gaan steunen?De heer Kops (PVV):Ik heb op dit moment nog geen voorstel gezien. Daar gaan we dan heelserieus naar kijken. De intentie daarvan steunen we natuurlijk, absoluut.Tegelijkertijd hebben we ons te houden aan financiële kaders die we inalle eerlijkheid met elkaar hebben afgesproken. Zo werkt het. Maarinhoudelijk zijn we het absoluut met elkaar eens.De voorzitter:Uw laatste vraag.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Tot slot. Inhoudelijk oké, maar financiële kaders, hoor ik. Maar wat ik niethelemaal kan ontdekken in het hoofdlijnenakkoord en in het debat dat wenu hebben, of is afgesproken dat binnen de middelen die beschikbaar zijngesteld alles voor Groningen moet, of dat het inderdaad toch koste wathet kost is, ook voor die verschillen. Dat is nog niet helemaal helder endaar hoor ik de heer Kops ook een beetje omheen draaien. Kan hijgewoon heel expliciet zeggen: inderdaad, wat we hebben afgesproken, iswat mij betreft ook voor die verschillen, koste wat het kost?De heer Kops (PVV):De reden dat ik zo voorzichtig ben, is dat we nu eenmaal te maken hebbenmet financiële kaders. Zo simpel is het nou eenmaal. Ik ben geenfinancieel woordvoerder. Als ik nu hier ter plekke 10 miljard uit mijnbinnenzak zou kunnen toveren ... Nee, dat is niet realistisch, dat gaat nietwerken. Maar wij staan absoluut voor wat wij hebben gezegd, ook naaraanleiding van de parlementaire enquête: alles moet worden opgelost,koste wat het kost. Er moet een rechtvaardige oplossing komen. Daarbijmag geld inderdaad geen rol spelen, zeker, ook wat betreft die verschillen.Daar staan we nog steeds voor. Dat is het.Mevrouw Beckerman (SP):De PVV is denk ik van de coalitiepartijen wel het duidelijkst en ook degenedie heel veel voorstellen aan een meerderheid heeft geholpen; daarvoorzeer veel dank. Toch nog even een vraag. We hebben dat regeerakkoordwaarin staat: koste wat het kost. Maar we horen nu ook van gemeenten,waar ik in mijn woordvoering naar verwees, dat de huidige aanpakTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7029 eigenlijk niet goed werkt, omdat ze steeds tegen een muur aanlopen. Weweten dat er enorme verschillen zijn, maar we kunnen daar nu geen lijstvan maken, deels omdat we niet weten wat er nog aan restopgave is. Watgaat de NCG nog doen? Daarmee zit je vast. Erkent u dat de mooiewoorden in het regeerprogramma nu niet werkelijkheid worden, juistomdat steeds dreigt dat bij de aanpak van verschillen niet geldt: koste wathet kost?De heer Kops (PVV):Ja, dat snap ik heel goed. Inderdaad, ja. Ik begrijp het verhaal vanmevrouw Beckerman absoluut. Daar zit de Staatssecretaris. Inderdaad, ikvind dat we hem daar absoluut aan moeten gaan houden. Mee eens.Mevrouw Beckerman (SP):Dan toch nog een poging. We zijn inderdaad allebei geen financieelwoordvoerder. We weten wel allebei, want daar kunnen we ons nietachter verschuilen, dat er een gat zit in dat rapport-Van Geel. Dat staat erook heel duidelijk in. We kunnen alles terugleggen bij de Staatssecretaris,maar u zit hier net zo lang als ik. We hebben dat jarenlang geprobeerd. Wemoeten ook als Kamer onze verantwoordelijkheid nemen. Is de heer Kopsdan met ons bereid om die verantwoordelijkheid wel te gaan nemen? Wekunnen het erover hebben met onze financieel woordvoerders richting deVoorjaarsnota, omdat we het nu al heel lang voor ons uit schuiven.De heer Kops (PVV):Jazeker, verantwoordelijkheid nemen, absoluut. Dat doen wij ook zeker.Maar nogmaals, ik kan niet vooruitlopen op wat er financieel gezienallemaal gaat gebeuren. Hoe simpel of hoe gek dat ook klinkt, dat is derealiteit. Ik kan daar nu niks over zeggen, helaas.De voorzitter:Dank u wel. Dan vraag ik aan mevrouw Beckerman om het voorzitterschapeven over te nemen, zodat ik namens de VVD een bijdrage kan leveren.Voorzitter: BeckermanDe voorzitter:Helemaal goed. Dan geef ik het woord aan de heer Peter de Groot. Hijspreekt namens de fractie van de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik ben de laatste spreker in de rij, dus er is al heelveel gezegd, maar ik ga misschien toch wat dingen dubbel zeggen. Ikbegin met het bericht dat afgelopen maandag naar buiten kwam over hetherstel van de aardbevingsschade in Groningen. Het schadeherstel lijktsteeds beter te verlopen, en dat is goed om te zien. Maar heel veelmensen zijn minder tevreden als het gaat om de versterking van huizen.We hebben als commissie een werkbezoek afgelegd, op uitnodiging vande Staatssecretaris, op 7 maart jongstleden. Daarbij hebben wij ookgehoord, onder andere in Ten Post, hoe moeizaam de versterking somsnog gaat, maar ook dat de inzet erop gericht is om dat te verbeteren.Bij de gesprekken in Ten Post en in de regio heb ik begrepen dat er nogeen hoop ongelijkheid wordt ervaren als het gaat om de versterking, zelfsin dezelfde straten. Het ene huis komt wel in aanmerking voor versterkingen het andere huis niet. Daarover is best een hoop onduidelijkheid. DeStaatssecretaris heeft in eerdere debatten een belofte aan de Kamergedaan om deze ongelijkheid te doen afnemen, althans, zo heb ik hetbegrepen, door de adviezen niet individueel maar over hele straten teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7030 beoordelen en dan pas op te sturen. Ik hoor hierover graag een updatevan de Staatssecretaris. Misschien kan hij die ook onderbouwen metcijfers.Dan nog iets over het bericht dat de versterkingsadviezen zich eroprichten om in 2028 klaar te zijn, terwijl we wellicht allemaal weten dat ditniet gehaald gaat worden. Hoe kijkt de Staatssecretaris daarnaar? Is hetniet beter om hier in de Kamer een reëel tijdpad te schetsen of in iedergeval een update te geven? Het is goed voor de mensen om te wetenwaar zij aan toe zijn.Dan heb ik een vraag over de maatregelen 28 en 29. Tot voor kort was erveel te doen over maatregel 29, de isolatiesubsidie. Inwoners die haddengeïnvesteerd in tripleglas of kozijnen bleken dat niet via die regelingvergoed te krijgen. Het is door de collega’s al in kaart gebracht. Op10 maart is er een brief naar de Kamer gestuurd, waarin vermeld werd datnaar aanleiding van de consultatie woningeigenaren die in Groningen enNoord-Drenthe tussen 25 april 2023 en 10 maart 2025 al tripleglas enkozijnen hadden aangeschaft, ook gebruik kunnen maken van 50% of100% subsidie. Er is best nog een hoop onduidelijkheid over dezemaatregelen en dat zorgt nu alweer voor ongelijkheid, waar dit hele debatover gaat. Inwoners krijgen vanaf 10 maart nog 30% vergoed voortripleglas. Waarom 30%? Dat wil de VVD eigenlijk weten. Waarom zegt deStaatssecretaris niet: doe maar 50%, net als bij die vorige groep?Onder maatregel 28 vallen bewoners die vanwege de versterking van hunhuis, die minimaal vier maanden duurt, hun huis uit moeten. Dezebewoners krijgen ook de kans om gebruik te maken van isolatiemaatre-gelen. Nu is het vaak zo dat de effectieve bouwtijd niet vier maanden is,maar dat bewoners soms wel twee jaar in een verbouwing zitten. Zijkomen daar dan niet voor in aanmerking. Dat is een beetje scheef. Als jetwee jaar in de rompslomp zit voor een versterking, terwijl de effectievebouwtijd niet langer is dan zestien weken, maar bijvoorbeeld veertienweken, kom je daar niet voor in aanmerking. Dat voelt als heel oneerlijk,maar de VVD snapt ook dat je ergens een grens moet trekken. Ik benbenieuwd of dit bekend is bij de Staatssecretaris en of we kunnen kijkenwat we hieraan kunnen doen.Het laatste deel van de bijdrage gaat over de inzet voor de economischeen sociale agenda. Er gaat de komende jaren veel geld naar die regio viade economische en sociale agenda. Beide agenda’s zijn door de kwartier-makers gepresenteerd. De economische agenda ziet er gedegen uit wat deVVD betreft, net als de sociale agenda. Ik heb over beide agenda’s nogvragen. Over de economische agenda is de vraag hoe deze de komendejaren voortgetrokken gaat worden. Komt er een ondernemer die deuitvoering vlot gaat trekken? Hoe wordt de balans bewaakt tussen dekennisinstellingen, bijvoorbeeld de Universiteit Groningen, en het mkb enbijvoorbeeld de recreatiesector?Over de sociale agenda wil ik graag weten hoe het sociale werk neergezetgaat worden ten opzichte van het beleid van de gemeenten zelf. Hoe zorgtde Staatssecretaris ervoor dat deze agenda niet dwars door gemeentelijkesociale uitvoering of projecten gaat lopen? Kan de Staatssecretaris inalgemene zin aangeven hoe hij gaat voorkomen dat de geldstromen doorde inrichting minder effectief en doelmatig worden ingezet? Ik zou willenzeggen: kijk uit voor extra nieuwe en grote overhead.Ten slotte, hoe gaan we werken met meetbare doelen voor beideagenda’s?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank aan de heer Peter de Groot, namens de VVD. Er is een interruptievoor u van de heer Bushoff van GroenLinks-PvdA.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7031 Ik heb een vraag over maatregel 29. Heel terecht zei de heer De Groot vande VVD dat deze misschien ook wel weer nieuwe ongelijkheid in de handwerkt, want er zijn verschillende percentages voor wat je wanneervergoed krijgt voor tripleglas en kozijnen. De vraag van de VVD was hoedat komt, waarom er is gekozen voor een vergoeding van 30% voormensen die er nu voor in aanmerking komen, en niet voor 50%. Die vraagwerd gesteld aan de Staatssecretaris. Ik ben wel benieuwd of hetantwoord daarop niet is: omdat er maar een beperkt budget voorbeschikbaar is. Er is namelijk maar 1,65 miljard voor beschikbaar gesteld.Daarbinnen moet alles geregeld worden. Ligt dat niet ten grondslag aande keuzes die nu gemaakt zijn?De heer Peter de Groot (VVD):Dat zou heel goed kunnen. Maar ik denk dat u hier een VVD ziet die deuitvoering van de maatregelen goed in de gaten houdt, die ziet dat hiernieuwe ongelijkheid, nieuwe verschillen optreden. We moeten met elkaarbekijken hoe we dat kunnen voorkomen. Als dat betekent dat het 50% ofiets anders moet zijn, moeten we daarnaar kijken. Ik wilde in eersteinstantie in dit debat de overwegingen van de Staatssecretaris horen. Ugeeft uw interpretatie daaraan. Dan kunnen we daarna voort met elkaar.De voorzitter:Is dat afdoende?De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Nog een vervolgvraag daarop. Dan ben ik heel benieuwd welke reden deStaatssecretaris gaat geven waarom deze regeling zo is ingericht zoals dieis ingericht. Mocht blijken dat het onder andere een geldkwestie is, omdater maar een beperkt budget beschikbaar is gesteld ... We zien dat ditgrotere verschillen in de hand werkt. Hoor ik de VVD dan zeggen dat zijmisschien bereid is om te zeggen dat er budget bij moet, om tevoorkomen dat de verschillen groter worden? Heb ik dat dan zojuist goedbegrepen?De heer Peter de Groot (VVD):Ik draag het punt niet voor niets aan. Ik denk dat we hier al de heleochtend debatteren over hoe we verschillen gaan verkleinen. We moetende verschillen in ieder geval niet vergroten. Maar laten we dat wel stapvoor stap doen, want dat is wel zo eerlijk. De Staatssecretaris moet ookaangeven of er valide argumenten of redenen zijn om dat zo te doen.Maar ik breng het punt niet voor niets op. Dat is dan ook gelijk mijnantwoord.De voorzitter:Helder. Ik zie dat er geen interrupties meer zijn van de zijde van de Kamer.Dan dank ik u en geef ik u het voorzitterschap terug.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Dank voor het waarnemen van het voorzitterschap. We zijn hiermee aanhet einde gekomen van de eerste termijn aan de kant van de Kamer. Wegaan even schorsen. Ik kijk even naar de Staatssecretaris en naar de klok;korter dan drie kwartier, want anders hebben we onvoldoende tijd om hetdebat tijdig af te ronden. Om 12.25 uur zijn we terug voor de start van deeerste termijn aan de kant van het kabinet. Ik schors de vergadering.De vergadering wordt van 11.41 uur tot 12.27 uur geschorst.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7032 Dames en heren, welkom terug bij dit debat over Herstel Groningen. Wegaan verder met de eerste termijn van de kant van het kabinet. Er zijn eenaantal leden die ook verplichtingen hebben in de plenaire zaal: mevrouwBikker, de heer Bushoff, de heer Bamenga en de heer Kops, vermoed ik.Maar in ieder geval: zij zullen zo meteen terugkeren naar dit debat envolgen dit zeker op afstand. Er zijn ook een aantal leden, waaronder ikzelf,die zo meteen een ander debat hebben. Ik zal hier tot zo’n beetje 13.15 uurzijn en zal vragen of iemand anders dan de voorzittersrol overneemt.Maar laten we snel beginnen met de beantwoording van alle gesteldevragen door de Staatssecretaris. Misschien kunt u even kort aangevenwelke blokjes u heeft, zodat we de administratie op orde kunnen brengen.Staatssecretaris Van Marum:Dank u wel. Ik heb de blokjes versterken, verduurzamen, perspectief,schadeherstel, heffingen, procedures en onderhandelingen, en overig.Daarin zitten onder meer de agenda herstel, algemeen en de staat vanGroningen.De voorzitter:Hartstikke fijn. Ik zou vooralsnog willen afspreken dat u per blokje debeantwoording doet en dat we aan het eind van het blokje de vragenstellen die er dan nog bij de Kamerleden leven. Dat komt, denk ik, desnelheid ten goede.Mevrouw Beckerman (SP):Mag ik een vraag stellen over de blokjes? Want soms heb je een inter-ruptie en dan ben je ’m kwijt. Perspectief: gaat dat over de ongelijkheid?Staatssecretaris Van Marum:Dat zit onder verduurzamen.De voorzitter:Gaat uw gang.Staatssecretaris Van Marum:Dank u wel, voorzitter. Natuurlijk ook hartelijk dank aan uw Kamerledenvoor de inbreng. Ik ben inmiddels bijna negen maanden StaatssecretarisHerstel Groningen. Ik werk drie dagen in de week in Groningen en ik zittwee dagen hier. In mijn geliefde Groningen ben ik natuurlijk veel, wantdan zit je dicht op de mensen en dicht op de zaken. Ik zie van dichtbij dater nog stappen gezet moeten worden. Groningers en Noord-Drentenmoeten weer schadevrij, veilig en verduurzaamd kunnen wonen. Daar zijnwe nog niet, maar we zijn wel op de goede weg. Met een agenda voorherstel kijken we gezamenlijk hoe we daar als één overheid beter vormaan kunnen geven, hoe we de bewoners beter kunnen ondersteunen. Intwee startgebieden zijn we daar ook al mee begonnen. De kwartiermakersJakob Klompien en Henk Nijboer hebben de economische en socialeagenda’s gepresenteerd. Ze hebben deze agenda’s tijdens het werkbezoekvan 7 maart ook met uw Kamer besproken. Ik heb er veel vertrouwen indat we met deze agenda’s voor de toekomstige generaties het verschilkunnen maken. Daarvoor is jaarlijks ook 200 miljoen euro beschikbaar.Voorzitter. De samenwerking met de gemeenten, de provincie, demaatschappelijke organisaties, de bewoners, de uitvoeringsorganisatiesen de bedrijven sterkt mij om Groningen en Noord-Drenthe te geven watze verdienen.Dan wil ik nu overgaan tot de beantwoording van de vragen. Ik heb zeingedeeld in de blokjes die ik net genoemd heb. Ik wil beginnen met bloka: versterken. Sorry, ik moet nog even richting mevrouw Beckermanzeggen: de verschillen zitten in het kopje versterken, dus in dit kopje.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7033 In mijn recente beleidsbrief Versterken ben ik ingegaan op de vierprincipes die voor mij leidend zijn in deze opgave, namelijk dat deoverheid: niemand vergeet, ook niet de zwaarst getroffen bewoners en decomplexe gevallen; proactief, doelmatig en rechtmatig te werk gaat;luistert én handelt; en de veiligheid van de versterkingsoperatie centraalblijf stellen. Deze principes zijn ontstaan uit mijn persoonlijke ervaringenen ook uit de vele gesprekken met betrokkenen. Ik wil dat we niemandvergeten, juist de bewoners niet van wie de problemen minder zichtbaarzijn of die zich minder laten horen. Een proactieve, doelmatige enrechtvaardige overheid staat hoog in mijn vaandel. Naar mijn mening ishet dan ook cruciaal dat als we echt luisteren naar bewoners, waarbij hunhuis het centrale punt vormt, we dan het goede verhaal krijgen. Ik hebdaarom met de NCG afgesproken dat de NCG eerst de zwaarst getrof-fenen met urgentie oppakt en ook de communicatie daarmee verbetert.Bovendien wil ik onderstrepen dat veiligheid de kern vormt van onzeversterkingsoperatie.In dit debat heb ik drie onderwerpen gehoord waarbij ik wat langer stil wilstaan. Het eerste onderwerp is de kwaliteit van de beoordelingsrapporten.Het tweede onderwerp is het wegnemen van onaanvaardbare verschillen.Het derde onderwerp is de einddatum van de versterking. Eigenlijk geef ikdaarbij antwoord op alle vragen van de Kamer.Ik ga eerst in op de kwaliteit van de beoordelingsrapporten. Ik begrijp datde bewoners, de samenwerkingspartners én de Kamer grote zorgenhebben over de beoordelingsrapporten. Voor mij is het allerbelangrijkstedat bewoners die problemen hebben, geholpen worden. Zij verdienenduidelijkheid. Om die bewoners duidelijkheid te geven, volg ik twee lijnendie naast elkaar uitgevoerd zullen worden.De eerste is het oplossen van de geconstateerde fouten bij en met deNCG. Bewoners kunnen zich melden bij de NCG. De NCG gaat dan methen in gesprek over de vragen of de twijfels die zij hebben. Bewonerskunnen zich ook melden bij Stut-en-Steun, Ons laand, ons lu!, de GBB ende Nationale ombudsman. Die zullen dan contact opnemen met de NCGen, als dat nodig is, ook met de deskundige van de bewoner en die van deNCG. Komen zij er niet uit, dan halen we er gewoon een derde, onafhan-kelijke deskundige bij. Komen de bewoner en de NCG er niet uit en zijnalle opties uitgeput, dan wordt gezocht naar een passende oplossing. Deoplossing verschilt per persoon. In ieder geval staat ook hier weer debewoner centraal. Een van de opties die worden uitgewerkt, is een secondopinion door een ander bureau, conform de motie die mevrouw Bikkerdaarover heeft ingediend.De NCG gaat ruimhartig met de termijnen om. Dat heb ik ook al aange-geven in antwoord op uw Kamervragen. Er zijn mogelijkheden om dat watuitgebreider te doen, maar dan kom je uit bij de termijnen van deAlgemene wet bestuursrecht en zul je dingen echt op die manier moetengaan regelen. Maar binnen de organisatie hebben we het zo opgelost datdie termijnen geen leidende factor zijn. Daar wordt gewoon ruimhartigmee omgesprongen.De tweede lijn is mijn vraag om advies aan het ACVG. Ik heb uw Kamerhier een uitgebreide brief over gestuurd. Ik vind het belangrijk dat ookonafhankelijk wordt gekeken naar de betrouwbaarheid van het oordeel«op norm» of «niet op norm». Deze vraag over het veiligheidsoordeel isde hoofdvraag. Als ik alleen antwoord wil op een technische vraag – klopthet oordeel «veilig» of klopt het oordeel «onveilig» – dan krijg ik niet hethele antwoord. Het vertrouwen van de bewoners in het veiligheidsoordeelvan het beoordelingsrapport bestaat uit meer elementen. Behalve devraag naar de veiligheid heb ik daarom twee andere vragen gesteld aanhet ACVG: welke fouten zitten er in rapporten die wel een effect hebbenop het vertrouwen in het eindoordeel maar niet op de veiligheid, en welkerol speelt communicatie? Ik heb het ACVG gevraagd om voor de zomervan 2025 een eerste antwoord te geven op de vraag naar de veiligheid. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7034 ontvang nog een plan van aanpak van het ACVG. Het ACVG gaat eerstkijken naar wat het kan vinden bij de gevallen die bij de NCG bekend zijnof die recent zijn aangedragen, én bij de gevallen die bij Pointer bekendzijn. Dat helpt bij het beter richting geven aan een grote steekproef.Ik heb voor het ACVG gekozen omdat dit college de benodigde kennis enexpertise heeft en dit onderzoek onafhankelijk uitvoert. Bovendien past ditonderzoek bij de wettelijke taken van het ACVG.Dan het tweede belangrijke onderwerp in de eerste termijn: het terug-dringen van onaanvaardbare verschillen in de versterking. Daarover zijnvragen gesteld door NSC, de SP, de CU en de PvdA. Samen met de regiohebben we een routekaart ontwikkeld om de onaanvaardbare verschillenin de versterking in beeld te brengen en aan te pakken. De ervaring van debewoners staat bij deze aanpak centraal, en dus niet de norm of detechnieken. De regio en de NCG pakken eerst samen de onaanvaardbareverschillen aan. Ik blijf daarbij betrokken. In situaties die een buurtover-stijgend effect hebben, kom ik zelf in beeld. Een voorbeeld hiervan is hetgebied in Ten Boer-West. Op basis van een goede en gezamenlijke analysevan de gemeente Groningen, de NCG en mijn ministerie heb ik beslotenom een extra financiële bijdrage te leveren van 8 miljoen om de onaan-vaardbare verschillen daar te dempen. De routekaart die is ontwikkeld,faciliteert dit soort processen, afwegingen en besluiten. Ik heb daar veelvertrouwen in.De CU, de SP en de PvdA stellen in dit kader «koste wat het kost» aan deorde. Voor het aanpakken van verschillen is in Nij begun 240 miljoenvrijgemaakt. Hiermee kan ik samen met de regio een betekenisvolle stapzetten in het aanpakken van die verschillen. Ik zeg niet dat dit het volledigebedrag is. Ik zeg dat ik hier gewoon mee aan de gang kan en dat we deeerste stappen kunnen zetten. Deze aanpak vergt bij uitstek een nauwesamenwerking tussen Rijk en regio. De komende periode zal ik dezeaanpak met de regio en de NCG verder uitwerken en waar zich dergelijkeverschillen voordoen, zal ik die ook toepassen. Maar niet alle verschillenkunnen worden opgelost, zoals de commissie-Van Geel al concludeerde.Er zullen altijd nieuwe verschillen ontstaan. Dat kan helaas niet anders.Daar wil ik eerlijk over zijn. Soms kan mijn beslissing ook hard lijken, maardan wel weer voorkomen dat nog grotere verschillen ontstaan.Het derde belangrijke punt uit de eerste termijn dat ik wil bespreken, is deeinddatum van de versterking. De CU en de VVD hebben daar een vraagover gesteld. Ik hoor de verschillende zorgen van bewoners over hettempo van de versterking. Op 10 september 2024 heb ik de diepteanalysevan de haalbaarheid van 2028 met uw Kamer gedeeld. Daaruit blijkt dathet merendeel van de woningen in 2028 gereed kan zijn, veilig kan zijn.Snelheid is belangrijk, maar ik wil benadrukken dat ik inzet op meerbalans tussen snelheid en kwaliteit. Het maken van tempo mag niet tenkoste gaan van de kwaliteit voor de bewoners. Daarom heb ik beslotenom isolatie mogelijk te maken bij een lichte versterking en die beperktevertraging te accepteren. Bewoners gaan één keer door het stof. Naaraanleiding van de gesprekken met de bewonersbegeleiders denk ik dat wetijd gaan winnen in de versterkingsoperatie, omdat bewoners met dezemaatregel beter in staat worden gesteld om een snelle beslissing tenemen over een versterking in combinatie met de isolatieaanpak. Dejaarlijkse actualisatie van de diepteanalyse zal dan ook als sturingsin-strument helpen. Ik stuur uw Kamer nog deze maand de eerste actuali-satie van deze analyse, zodat u daarvan kennis kan nemen.Ik heb nog een aantal vragen waarop in deze inleidende tekst niet wordtingegaan. Mevrouw Beckerman en de heer Bamenga hebben gevraagdnaar het herstel van monumenten in de pilot van de VGME. De VGMEheeft aan de stuurgroep van de Pilot integrale aanpak erfgoed, bestaandeuit de provincie, de gemeente Het Hogeland, OCW en BZK, laten wetenhaar rol in de pilot te willen herzien vanwege negatieve ervaringen. Ikbetreur het ten zeerste dat de VGME zich hiertoe genoodzaakt voelde. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7035 begrijp de druk die het bestuur van de VGME ervaart en ik respecteer hunstandpunt. Voor mij staan de eigenaren van de deelnemendemonumenten centraal. Alle partijen willen uiteraard dat de eigenaren doorkunnen met hun project, en daarom blijven de eigenaren onverminderdbegeleiding krijgen. Daarnaast denk ik dat we lessen kunnen leren van diepilot. Ik hoop dat we tot een gezamenlijke oplossing kunnen komen dievoor iedereen werkbaar is. Vooralsnog is door de stuurgroep van dezepilot geen definitief besluit genomen over het vervolg van de pilot. Eerstmoeten de partijen daarover in gesprek. Ik zal dat gesprek zeker aangaan.Ik zie de beweging van de VGME dan ook als een aanleiding om aan destuurgroep te vragen te evalueren hoe het staat met de pilot. Waar nodigzal ik de stuurgroep steunen met een aanpak, zodat het tempo van deversterking van de vijf monumenten omhooggaat.Mevrouw Beckerman vroeg nog naar de loting onder bewoners uit batch1588 voor een nieuwe versterkte woning. Zij vroeg of ik hieraan wilvoldoen. Het klopt dat de bewoners van de gemeente Eemsdelta eennieuwe versterkte woning op een andere plek terugkrijgen. Bewoners zijnvrij om daar een eigen keuze in te maken, maar niet alle perspectieflo-caties kunnen tegelijkertijd ontwikkeld worden. Als veel bewonersinteresse hebben in een project, wordt inderdaad geloot. Bewoners uitbatch 1588 hebben daarbij nadrukkelijk voorrang. Helaas kan hetdesondanks voorkomen dat bewoners uitgeloot worden. Hiervoor isaandacht bij de uitvoering. Bovendien kunnen de bewoners uit batch 1588altijd in een gesprek met de gemeente vragen of er mogelijkheden zijn omde gemeente hun woning te laten kopen.Mevrouw Beckerman vroeg verder wat de Staatssecretaris HerstelGroningen wil doen aan de gestegen woonlasten en andere problemenzoals problemen met belastingen voor huurders. Ik erken dat dewoonlasten van sommige huurders zijn gestegen. Ik wil voorkomen dathuurders nadeel ondervinden van de versterking. Daarom moet hetverhogen van de huren door woningcorporaties altijd goed zijn onder-bouwd. De woningcorporaties hebben en houden ook gewoon het rechtom de huur jaarlijks te verhogen. Hiervoor wordt ieder jaar door derijksoverheid een percentage vastgesteld waarbinnen de huurverhogingmoet blijven. Dit percentage geldt landelijk. Het komt voor dat hethuurdeel verhoogd is omdat de energielasten verlaagd zijn. Hierbij wordtaltijd rekening gehouden met de netto woonlasten. Een huurder mag erniet op achteruitgaan. Ik kan niet altijd voorkomen dat een bewoner meerbelasting moet betalen of toeslagen verliest. In de gevallen dat dit tochgebeurt, vergoeden het IMG en de NCG dit aan de bewoners.Over kwijtscheldingen wil ik zeggen dat de gemeenten zelf over hunkwijtscheldingen en heffingen gaan. Deze keuze kan ik niet voor henmaken. De gemeenten in het aardbevingsgebied hebben mij aangegevendat ze deze mogelijkheid wel willen toepassen bij de schadevergoedingenvan het IMG en de NCG. Als ik daarvan signalen krijg, zal ik waar nodigdaar ook graag nog even op drukken. Maar in principe gaan degemeenten zelf over dat kwijtscheldingsbeleid.Dan de vraag van mevrouw Beckerman of ik herken dat de capaciteit vanhet elektriciteitsnet een bottleneck kan zijn bij de versterking. In Nij begunheeft het kabinet toegezegd om alles in het werk te stellen om decongestie op het laagspanningsnet in Groningen te voorkomen. Om zoveel mogelijk van de versterkte huizen op tijd aangesloten te hebben,werkt de NCG nauw samen met de nutsbedrijven. Zo worden verschil-lende planningen op elkaar afgestemd. De NCG en Enexis geven aan dater op dit moment geen bottleneck is in de versterking. Om het risicohierop structureel in zicht te houden, zit dit ook in de diepteanalyse van deNCG. In de PDCA-cyclus met de andere regio en betrokkenen neem ik ditrisico dan ook nadrukkelijk mee. Als er eventuele aanvullende maatre-gelen nodig zijn, dan nemen wij die ook. Het Rijk en de regio blijvenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7036 verder intensief in gesprek over dit onderwerp binnen de Energy BoardGroningen.Dan hebben de Kamerleden Holman en Vedder vragen gesteld over hoe ikaan de bewonerstevredenheid ga werken en of er goed overleg is met dekwartiermakers en de bewoners. Uiteraard neem ik die zeer serieus, wantde bewoner staat bij mij voorop. Begrijpelijke en persoonlijke communi-catie vind ik zeer belangrijk. Dat komt ook uit de tevredenheidsonder-zoeken van de NCG. Daarom heb ik de NCG gevraagd om in te blijvenzetten op het verbeteren van de communicatie door blijvende scholingvan de medewerkers via het portaal en door het verbeteren van deplanstabiliteit. Daarnaast ben ik drie dagen per week in Groningen. Ookzijn er meerdere bewonersavonden georganiseerd en spreek ik bewonersbij verschillende bijeenkomsten. Daarbuiten spreek ik ook met bewonersdie mij zelf benaderen of waar ik anderszins gesprekken mee heb.Zowel bij het opstellen als bij het uitvoeren van de agenda’s hebben beidekwartiermakers dus goed en regelmatig overleg gehad met bewoners,specifiek met jongeren. Nu weet ik dat communicatie in dit verhaal altijdeen heel vervelend punt is. Door hoe de organisatie binnen de NCG dezecommunicatielijn heeft opgezet, zouden wij daarin eigenlijk goederesultaten moeten zien. Toch kom ik met regelmaat nog mensen tegenwaarbij die communicatie niet goed loopt. Ik ben met de NCG aan hetkijken hoe zij in hun eigen organisatie toch eens even kunnen checken ofdatgene wat ze eigenlijk willen ook binnen de organisatie gebeurt, en alsdat niet gebeurt, waar dat dan in zit. Het kan ook zijn dat mensenmisschien even de moed in de schoenen zakt als ze weer een slechteboodschap moeten brengen. We moeten dus wel even kijken waar hetvandaan komt. Ik ga ervan uit dat wij daar de komende tijd weer stappenin gaan zetten en dat dit vanuit de organisatie zelf goed opgepakt wordt.Dan de vraag van NSC: kan de Staatssecretaris Herstel Groningenkwantificeren hoeveel financiële middelen er nodig zijn om verschillen opte lossen en het rapport-Van Geel uit te voeren? Mijn antwoord daarop isdat ik op dit moment nog een behoorlijke hoeveelheid geld op de plankheb liggen om daar een start mee te kunnen maken. Voor de uitvoeringvan het advies van de commissie-Van Geel wordt vanuit de bestaandemiddelen dus al veel gedaan. Er geldt een aanvullende vaste vergoedingvoor schade. Er is een uitgebreid verduurzamingspakket. Zoals gezegd losik de verschillen in de versterking op met maatwerk. Verregaandemaatregelen vragen ook om grote aanpassingen in de uitvoering. Decommissie-Van Geel herkent dit probleem ook. Die oordeelde dat er geensimpele oplossingen zijn voor dit vraagstuk. Niet alle verschillen kunnenworden opgelost en niet alles kan tegelijk. Besluiten hierover vragen dusook om enige temporisering. Om alles uit het rapport-Van Geel uit tevoeren ... Alleen al om iedereen in het versterkingsgebied 100% subsidiete kunnen geven, is al 2,4 miljard extra nodig voor de verduurzaming.Hierdoor worden wel de verschillen tussen degenen aan de rand en in hetgebied daarbuiten nog groter.Om met terugwerkende kracht de deur-tot-deuraanpak in te zetten voor deschadeafhandeling, is eerst een plan nodig om de verdere financiëlegevolgen vast te stellen. Op het moment dat die plannen gereed zijn, valtpas een goede inschatting te maken van de prioritering qua financiëlegevolgen, en van in hoeverre dat binnen de bestaande budgetten past. Ukunt van mij aannemen dat ik, als er problemen zijn, gewoon weerterugga naar het kabinet en zeg dat we meer nodig hebben. Maar voor nuheb ik voldoende om hiermee verder te gaan.De voorzitter:Misschien heel kort even ... Ik zie dat het pakketje met antwoorden in ditblokje nog redelijk dik is. Ik ben gestart met het voorstel om de vragen aanhet eind van het blokje te stellen, maar het is een heel blok. Ik denk dat hettoch goed is om nu even een aantal vragen te doen. Dat voorkomtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7037 misschien dat we straks helemaal de draad kwijt zijn van waar we zijngebleven in dit debat. Ik ga eerst even naar mevrouw Beckerman en dankom ik bij meneer Bushoff. Volgens mij zag ik ook mevrouw Bikker en deheer Pierik. We gaan even een rondje maken. Mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):De Staatssecretaris spreekt zichzelf ongelofelijk tegen. Dat is heel gek. Aande ene kant zegt hij dat hij genoeg geld heeft om ongelijkheid aan tepakken, en aan de andere kant zegt hij dat er 2,4 miljard extra nodig is omalles te doen wat Van Geel zegt. De Staatssecretaris spreekt zichzelf hierintoch volledig tegen? Waarom wordt dit probleem niet gewoon op tafelgelegd? Dan kan de Kamer, die het budgetrecht heeft, ook keuzes maken.Nu wordt het verhuld. Er wordt gezegd «routekaart», «wacht u maar af»,«eerst even dit», «eerst even dat» ... Waarom spreekt de Staatssecretariszichzelf tegen, en waarom wordt dit probleem niet gewoon onderkend?De voorzitter:Misschien had ik het onvoldoende vermeld, maar laten we korte inter-rupties doen, en geen hele debatbijdragen.Staatssecretaris Van Marum:De Staatssecretaris spreekt zichzelf niet tegen, maar geeft aan dat hij eencompleet beeld heeft van Van Geel. Op dit moment is de capaciteit er nietom dat in één keer weg te zetten. De Staatssecretaris heeft ook gezegd dathij op dit moment genoeg bezit heeft om in het proces van de versterkingde verschillen aan te pakken. Dus de Staatssecretaris spreekt zich hierbijniet tegen; die geeft gewoon een verschil van zaken aan.Mevrouw Beckerman (SP):Deze kan heel kort. Dan is het dus gewoon een bewuste keuze omongelijkheid niet te willen aanpakken. Want als er geen tegenspraak is, ishet gewoon een keuze om te zeggen: nee, ik wil Van Geel niet helemaaluitvoeren. Dat zou je ook in fases kunnen doen, maar dat zegt deStaatssecretaris niet. Nee, het is een keuze om te zeggen: ik wíl datgewoon niet doen.Staatssecretaris Van Marum:Dan heeft mevrouw Beckerman niet goed naar mij geluisterd. Ik hebgezegd dat wij binnen de versterkingsoperatie en de verschillen die wijdaar tegenkomen op dit moment genoeg budget hebben om de dingen tedoen die we moeten doen. Om de veel grotere opgave die nog in VanGeel zit rond te krijgen, hebben we gewoon meer tijd nodig en meercapaciteit nodig. Dat gaat inderdaad in fases. Het is dus niet zo dat ergewoon gezegd wordt dat we Van Geel laten schieten en dat het daarmeeklaar is. Nee, wij hebben hier op dit moment voldoende budget om deverschillen aan te pakken die wij tegenkomen in de versterkingsoperatie.Op het moment dat wij in de loop van de tijd helder krijgen wat er nogmeer aan verschillen op ons af komt en welke zaken we nog meer moetenregelen in Van Geel, dan gaan we dat regelen en dan gaan we kijken of wedaar weer budget voor kunnen ophalen binnen het kabinet.De voorzitter:Een afrondende interruptie.Mevrouw Beckerman (SP):De Staatssecretaris knipt eigenlijk Van Geel in een soort stukjes. Voorverduurzaming creëren we nieuwe ongelijkheid. Hij knipt een stuk los bijversterking. Is dat niet het probleem? Want als je nu zegt genoeg geld tehebben, komt dat ook omdat gemeenten tegen ons zeggen dat ze hetgewoon niet uitgegeven krijgen, omdat hen gevraagd wordt om een lijstTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7038 op te stellen, wat ze niet voor elkaar krijgen. Waarom niet? Omdat er heelveel onzekerheden zijn. Erkent de Staatssecretaris dat we op deze maniervast komen te zitten in een soort cirkeltje, waarbij die pot zo mooi blijftbestaan – je kunt dus altijd tegen de Kamer zeggen dat daar nog geld in zit– maar waarbij er uiteindelijk, en dat is eigenlijk het allerbelangrijkste,voor de gedupeerden materieel te weinig verandert? Die ongelijkheid blijftbestaan. Moet de aanpak niet veel meer die gedupeerden centraal stellenen dan kijken wat nodig is, in plaats van de omgekeerde, geldgedrevenredenering te blijven volgen die nu gevolgd wordt?Staatssecretaris Van Marum:Ik ben het helaas niet met mevrouw Beckerman eens in dezen. Wij gevenheel duidelijk aan waar de rollen en verantwoordelijkheden zitten en metwelke bezitten iets gedaan kan worden. Gemeenten hebben zelf ookknelpuntenpotten waarmee ze zaken kunnen oplossen. We moeten weleven heel helder neerzetten welke rollen en verantwoordelijkheden bijschadeherstel en versterking passen. Voor het oplossen van verschillenhebben we knelpuntenpotten, en vanuit die knelpuntenpotten kan ook heteen en ander gebeuren. En ja, het kan zijn dat ik op bepaalde momentenover een voorstel van een gemeente zeg dat we het niet gaan doen,bijvoorbeeld omdat het hele grote consequenties heeft voor de rest vande gemeente, waarmee we dan weer verschillen gaan creëren. Dat kanook voorkomen.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik probeer het oplossen van die verschillen even helder te krijgen. Wat kande Staatssecretaris daar dan wel aan doen en, in zijn woorden, wat doethij daar al aan? Begrijp ik het goed dat de Staatssecretaris die verschillenwil oplossen door te zeggen: we hebben daarvoor maatregel 29, daardoen we af en toe een plus op, en die betalen we dan uit maatregel 12,dus uit die 240 miljoen? Is dat de werkwijze van de Staatssecretaris?Staatssecretaris Van Marum:Dat is te simpel, want we hebben gewoon heel veel verschillendeprojecten, waar heel veel verschillende problemen zijn. Maar dat kan eenoplossing zijn.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Stel nou dat er samen met de regio en met gemeentes een routekaartwordt uitgestippeld om die verschillen aan te pakken en op te heffen, endat daaruit komt dat de gemeenten meer nodig hebben. Zegt de Staatsse-cretaris dan: dat krijgt u niet, want ik heb maar 240 miljoen, en datbetekent dan dat er een te groot deel van dat budget van 240 miljoen naaruw project moet? Is dat een theorie die zo zou kunnen uitpakken in depraktijk?Staatssecretaris Van Marum:Zaken worden altijd in redelijkheid bekeken. Die worden ook bekeken methet oog op wat de gevolgen zijn voor de rest van het versterkingsgebied.Het kan soms zo uitkomen dat je zegt: waar we hier mee bezig zijn, kanniet goed gaan, want dit heeft veel te grote gevolgen. In principe probeerik natuurlijk zoveel mogelijk met de gemeenten mee te gaan, maar ik kijkwel altijd naar de grote lijnen en de grotere gevolgen voor het gehelegebied.De voorzitter:Afrondend.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7039 Volgens mij zijn we dan eigenlijk bij de kern van de zaak. De Staatssecre-taris zegt dat hij kijkt naar de grotere gevolgen. Dat is gewoon een anderebewoording voor «als het te grote budgettaire consequenties heeft, dandoe ik het niet». Dat is dan de conclusie. Dat is best een pijnlijke conclusie.Ik ken de Staatssecretaris als iemand die doorgaans vrij helder communi-ceert. Zeg dat dan gewoon. Want dat is volgens mij gewoon wat er aan dehand is, niets meer en niets minder.Staatssecretaris Van Marum:Dat ben ik niet geheel met de heer Bushoff eens. Dit kan gewoon ook helegrote consequenties hebben voor mensen die in al afgeronde situatieszitten. Dit kan ook hele grote gevolgen hebben voor de versterkingsope-ratie in het algemeen: als je het op één plek toestaat, creëer je eenongelijkheid die je in het hele gebied weer moet oplossen. Dan gaat hetniet zozeer alleen over budget, maar ook over een stukje rust in hetsysteem van de afhandeling.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Een simpele vraag. Zijn de betrokken gemeenten het eens met dewerkwijze die de Staatssecretaris nu kiest?Staatssecretaris Van Marum:Soms wel, soms niet.De voorzitter:Het wordt een interessant debat zo. Mevrouw Bikker.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dat geeft al zorg. Voelt de Staatssecretaris met mij dat er door demethode die hij nu kiest en de budgettaire inrichting die de coalitie nukiest, twee keer de verkeerde indruk ontstaat? Enerzijds wordt geldleidend, in plaats van het idee «koste wat kost». Anderzijds worden deverhoudingen hier leidend, in plaats van wat de bewoners nodig hebben.Ziet hij de grote zorg die hiermee boven al zijn inzet, die hij met hart enziel levert, komt te hangen?Staatssecretaris Van Marum:Ik zie het zelf niet zo. Ik denk dat wij de komende tijd aan tafel moetengaan zitten om te kijken hoe wij die routekaart gaan uitwerken – dietoezegging heb ik ook gedaan – zodat wij die verschillen goed op tafelkrijgen. Maar we moeten wel goed opletten dat iedereen blijft bij de rol enverantwoordelijkheden die die heeft in dit proces. Dat gaan we dekomende tijd met die routekaart helder krijgen. Je hebt inderdaad weleenseen geschil. Daar heb je het over met mekaar. Daar ben ik bestuurdervoor; soms moet ik iets zeggen wat niet iedereen leuk vindt. Maar wegaan wel met elkaar de leiding pakken om zaken op te lossen.De voorzitter:Mevrouw Bikker, afrondend.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dan heb ik toch de grote zorg dat we weer heel veel geharrewar endiscussies krijgen over processen en procedures terwijl de energie naarde bewoners moet gaan. Ik zou de Staatssecretaris dan in ieder gevalwillen vragen naar de financiële vraag: maak het voor uzelf niet ingewik-kelder, maar leg de claim die nodig is, zet ’m uit in de tijd en maak hetduidelijk. Dat moeten we doen, want we moeten niet telkens een soortsalamiplakje krijgen in plaats van alles wat nodig is. Dat is mijn hartelijkeaanmoediging en zo nodig steunt de hele Kamer u daar graag in,Staatssecretaris, ook als daar Kameruitspraken voor nodig zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7040 Staatssecretaris Van Marum:Volgens mij kan ik mevrouw Bikker geruststellen, want dat is precies hoewe het de komende tijd gaan inrichten. Op deze manier gaan wij met degemeentes en de provincie in overleg.De voorzitter:Ik heb nog wat vingers gezien, maar als eerste is de heer Pierik aan debeurt.De heer Pierik (BBB):De Staatssecretaris gaf aan dat hij voorrang geeft aan de zwaarstgetroffenen en dat is heel goed. Mijn vraag is nog wel: wat voor conse-quenties heeft dat voor de groep die wat minder zwaar getroffen is? Ikdenk dan bijvoorbeeld aan de wachttijden. Is daar verder wel helderecommunicatie over? Ik hoor namelijk van verschillende mensen uit hetgebied dat zij lang in onzekerheid en onduidelijkheid zitten. Dus hoeverloopt dat proces?Staatssecretaris Van Marum:Dank voor uw vraag. Ik heb de NCG gevraagd om vaker te communicerenop de momenten dat dat ook nodig is. Ja, het kan zijn dat projecten ietsnaar achteren worden geschoven, omdat we eerst de meest schrijnendegevallen oppakken. We proberen het tempo er echt in te houden, maar datlaat onverlet dat ik de mensen die echt al heel lang in de problemen zittenen bij wie mentale en fysieke problemen een rol spelen, nu echt naarvoren wil halen. Ik wil dat die eerst afgehandeld worden en daarna pakkenwe weer grotere projecten aan om op stoom te komen.De voorzitter:Mevrouw Vedder en dan de heer Bamenga.Mevrouw Vedder (CDA):De coalitie heeft de vorige keer dat we het hadden over de middelen dienodig zijn voor het uitvoeren van Van Geel, de bal best wel nadrukkelijk bijde Voorjaarsnota en dus ook bij de Staatssecretaris neergelegd. Nou, daaris de Staatssecretaris mooi klaar mee! Maar dat betekent ook dat weallemaal met hooggespannen verwachtingen kijken naar dieVoorjaarsnota. Wat ga ik daarin dan terugzien over hoe we Van Geel gaanuitvoeren? Of ga ik daar de opmerking in teruglezen «het routeplan is nogniet af»?Staatssecretaris Van Marum:U gaat zien, zeg ik via de voorzitter, dat wij gewoon gekeken hebben naarwat er op dit moment nodig is om een deeluitvoering van Van Geel tekunnen geven in de lopende processen, zodat wij daar de mensen kunnenfaciliteren die de verschillen kunnen verkleinen, ook in de nieuwegebieden die wij aan gaan pakken. Daar heb ik op dit moment naar mijnidee voldoende budget voor gereserveerd. Mocht er in de toekomst meernodig zijn, dan zal ik het kabinet om meer vragen.Mevrouw Vedder (CDA):Ik begrijp dat dat dus niet bij deze Voorjaarsnota zal gebeuren.Staatssecretaris Van Marum:Wat ik gevraagd heb bij deze voorjaarsnota, is wat ik nodig heb om hieruitvoering aan te kunnen geven. Ik heb goede hoop dat het op een goedemanier opgelost wordt. Mocht ik in de toekomst meer nodig hebben, danvraag ik in de toekomst gewoon meer. Maar met hetgeen ik ingeleverdheb en met hetgeen ik hier heb staan, heb ik genoeg om hiermee tekunnen werken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7041 De voorzitter:Voldoende? Dan ga ik naar de heer Bamenga. Daarna kom ik bij u, meneerHolman.De heer Bamenga (D66):Ik heb een vraag over de pilot integrale aanpak erfgoed om te zien of ik deStaatssecretaris goed begrepen heb. Is de Staatssecretaris bereid om deopzet voor de integrale aanpak die er was, volledige ruimte te geven metde vereniging in de rol van begeleider van eigenaren en de overheidalleen in de rol van toezichthouder?Staatssecretaris Van Marum:Er is op dit moment even een patstelling tussen de VGME en de stuur-groep. Ik ben te allen tijde bereid om dat gesprek nog een keer aan tegaan om te kijken of we weer bij mekaar kunnen komen. Maar we zijn inelk geval niet van plan om het werk aan de vijf woningen waar we nu meeaan de gang zijn, stop te zetten. Dat gaat gewoon door.De heer Bamenga (D66):Dat is in ieder geval heel helder. Ik heb nog een vraag over de Belasting-dienst en de toeslagen. Dat ging volgens mij heel snel, maar heeft deStaatssecretaris aangegeven dat het IMG en de NCG vergoeden als detoeslagen wegvallen of er meer belasting betaald zou moeten worden? Inhet kader daarvan zou ik graag willen weten of deze mensen ontzorgdgaan worden om te voorkomen dat hierdoor weer enorme dossiersontstaan.Staatssecretaris Van Marum:Dank u wel voor de vraag. Wij hebben aandacht voor dit gebeuren.Sommige zaken hebben we via de Belastingdienst weten te regelen en diezijn gewoon aan de voorkant opgelost. De Belastingdienst kan het dangewoon direct bij de aanvraag op een goede manier meenemen. Je komtaf en toe ook nog lokale heffingen en zaken bij lokale belastingkantorentegen waarbij de gemeente of het waterschap zelf kan kiezen voor wel ofgeen kwijtschelding. Daar hebben we aandacht voor. Op het moment datwe een signaal krijgen, proberen we dat signaal door te geven. We zeggendan: houd er rekening mee dat dit de consequentie is. Maar je kunt nietalles voorkomen en daar waar het niet voorkomen kan worden, zijn deNCG en het IMG bevoegd om zo’n zaak op te lossen.De heer Holman (NSC):Ik ben geen woordvoerder financiën en ik heb daar ook maar beperktverstand van, maar ik snap het nu niet meer. Om te voorkomen dat we devolgende keer weer een uur discussiëren over Van Geel en «whatever ittakes» toch het volgende. Ik hoorde de Staatssecretaris zeggen dat er eentekort is van 2,4 miljard op Van Geel. Is dat een feit?Ik zie u gebaren, voorzitter, maar er komt nog meer!De voorzitter:Sorry, Staatssecretaris. Dit zijn blijkbaar meerdere interrupties in één keer.Gaat u door, meneer Holman.De heer Holman (NSC):De vraag is dus of dat nu een feit is. Kunnen we daarvan uitgaan? Is dathard of wordt het nog meer of minder?Twee. Ik hoor de Staatssecretaris zeggen: voor dit jaar heb ik genoegmiddelen. De conclusie daaruit zou kunnen zijn dat de claim bij deVoorjaarsnota nul is, omdat de Staatssecretaris dus genoeg middelenheeft. Wanneer krijgen we dan te maken met dat tekort van 2,4 miljard?Als dit een feit is, moeten we het in een meerjarenbegroting opnemen. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7042 vraag is dan hoeveel geld de Staatssecretaris in de Najaarsnota gaatopnemen voor volgend jaar? En hoe gaat hij die 2,4 miljard wegzetten inde meerjarenbegroting?Staatssecretaris Van Marum:Dank u wel voor de vraag. Nee, er is geen tekort. We hebben aangegevendat er in totaal 2,4 miljard nodig is om Van Geel volledig uit te voeren. Wehebben ook aangegeven dat de capaciteit die nodig is om daar vollediguitvoering aan te geven, er op dit moment nog niet is en dat wij onzefocus willen leggen daar waar er versterkt wordt en daar waar we temaken hebben met schadeherstel. Met name bij de versterking ontstaande grootste verschillen en die proberen we nu ook op te lossen. In delopende processen heb ik de hiervoor benodigde budgetten beschikbaaren wat ik extra nodig heb, is aangevraagd. Er is dus al met al voldoendebudget voorhanden.De heer Holman (NSC):Ik ga ervan uit dat het waar is wat de Staatssecretaris zegt, maar dan staatdie 2,4 miljard dus gewoon op de meerjarenbegroting van dit kabinet. Alsdat zo is, voeren wij kennelijk een non-discussie over de vraag of er wel ofniet geld tekort is voor Van Geel.Staatssecretaris Van Marum:Ik kom hier in tweede termijn even op terug, want dan kan ik hetuitschrijven en het even helder maken.De voorzitter:In de tweede termijn. Meneer Bushoff, gaat uw gang.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Om daar dan aan toe te voegen: stel dat het antwoord van de Staatssecre-taris zal zijn «het staat in die zin nog niet in de boeken», wanneerverwacht de Staatssecretaris die 2,4 miljard dan wel nodig te hebben omdie verschillen aan te pakken? Wellicht dat de Staatssecretaris die vraagook kan meenemen naar de tweede termijn.Mijn vraag gaat over het feit dat de Staatssecretaris zojuist aangaf dat hijsamen met de regio een routekaart ontwikkelt om de verschillen aan tepakken en dat als uit die routekaart blijkt dat er meer nodig is, dat danmaar zo is. Maar twee zinnen later zegt hij «ik heb voldoende budget».Dan heeft het toch helemaal geen zin om de routekaart met de regio uit tewerken! Dan weten ze toch al wat er aan budget beschikbaar is en maakthet – laat ik het netjes zeggen – helemaal geen snars uit wat ze verder nogontwikkelen in die routekaart.Staatssecretaris Van Marum:Dat maakt welzeker uit, zeg ik via de voorzitter tegen de heer Bushoff,want wij gaan kijken wat waaronder valt. Je hebt schadeherstel enversterking. Dat zijn potten waar zaken uit betaald worden. Daar wordenniet alle verschillen uit betaald. En je hebt potten voor ongelijkheden,knelpuntenpotten waarmee je dit soort zaken kunt oplossen. Dan ga je weleven kijken onder welke verantwoordelijkheid het valt: valt het onder deverantwoordelijkheid van de NCG of van de gemeente om dat te doen?Daarom wil ik ook naar die ene overheidsaanpak, zodat die bewoners daareigenlijk niks van merken. Maar je hebt wel hier en daar gescheidenbudgetten die ingezet worden om hetzelfde resultaat te kunnen bereiken.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Hoe kan het nou dat je eigenlijk het eind van het proces van die routekaartal weet? De Staatssecretaris zegt namelijk klip-en-klaar «ik heb voldoendebudget», dus hij weet al wat de uitkomst gaat zijn van die routekaart. MaarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7043 die routekaart moet nog wel opgesteld worden, samen met de regio. Datkan toch niet beide waar zijn? Het kan zo zijn dat die routekaart wordtopgesteld door de lokale stuurgroepen en de gemeenten. Daar komt daniets uit. Dan zegt de Staatssecretaris: ik zie dat ik nog wat tekortkom. Datzou een uitkomst kunnen zijn. Maar ik hoor hier de Staatssecretaris methonderd procent zekerheid zeggen: ik ga niet tekortkomen, ongeacht watde uitkomst is van die routekaart.Staatssecretaris Van Marum:Wij hebben het hier waarschijnlijk over verschillende zaken. Je hebt hetover een lange termijn en over de korte termijn. Voor de korte termijn hebik op dit moment genoeg.De voorzitter:Sorry, maar ik ga wel de interrupties beperken. Dit is uw zesde interruptie,meneer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):De Staatssecretaris zegt: ik heb genoeg geld. Ik denk dat de bewoners inGroningen die zo meteen hun verschillen niet opgelost zien en de lokalebestuurders die daar vervolgens voor aan de lat staan, daar een heelandere kijk op hebben. Dus de vraag is dan wel een beetje: welkperspectief is leidend? Waar baseert de Staatssecretaris dan op dat zijnperspectief het allerbeste is, en een betere keuze dan waar de inwoners enlokale bestuurders zelf voor zullen gaan pleiten?Staatssecretaris Van Marum:De komende tijd worden die gesprekken gevoerd en wordt helder waar derollen en verantwoordelijkheden liggen en welke budgetten daarvoorbeschikbaar zijn. We hebben op dit moment nog een hele hoop geld in deknelpuntenpot om zaken op te lossen. Daar gaan we de komende tijd meeaan de gang met elkaar.Mevrouw Beckerman (SP):Ik heb toch een beetje het gevoel dat de Kamer hier verkeerd wordtvoorgelicht als de Staatssecretaris zegt: voor de korte termijn heb ikgenoeg geld. Waarom vind ik dat, nog even los van die routekaart?Onderdeel van Van Geel is die verduurzaming, met een soort drieslag. Eris vorige week voor de korte termijn, die vandaag aan de orde is, een plangepresenteerd om dat uit te voeren, waarin beknibbeld of eigenlijkbezuinigd is op wat Van Geel wil. Dus het klopt toch niet dat de Staatsse-cretaris hier zegt: voor de korte termijn heb ik genoeg geld? Want er isdaadwerkelijk al een bezuiniging doorgevoerd op het rapport-Van Geel.Staatssecretaris Van Marum:Er is geen bezuiniging doorgevoerd op het rapport-Van Geel. Wat betreftverduurzaming hebben wij juist gekeken wat nodig is om tot de isolatie-en ventilatiestandaard te komen. U kunt nee schudden, maar dat is wel zo.Vervolgens hebben wij gekeken naar de mensen die investeringen hebbengedaan die eigenlijk boven die ventilatie- en isolatiestandaard uitkwamen.Die mensen hebben vooropgelopen. Het zou kunnen zijn dat ze eenverkeerde indruk hebben gekregen in de eerste communicatie, waarna zewel tripleglas in kozijnen hebben gezet. Ik heb ervoor gezorgd dat er eenhardheidsclausule in gekomen is om ervoor te zorgen dat mensen die dieinvestering wel gedaan hebben en gerekend hadden op die percentages,wel geholpen worden. Maar er is een bepaalde datum vastgesteld waaropde regeling wel volstrekt helder was. Het blijkt gewoon dat je metHR++-glas en ventilatie tot die ventilatie- en isolatiestandaard kunt komen.Daarnaast hebben we op verzoek van de Kamer bekeken hoe mensen dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7044 tripleglas in kozijnen willen, dat nog kunnen doen. Daar is een landelijkeregeling voor met een 30%-subsidie.Mevrouw Beckerman (SP):Nu wordt het verengd tot puur dat stukje over tripleglas in kozijnen. Deongelijkheid zit ’m erin dat er straten zijn waarbij het ene deel wel inaanmerking komt voor de ruime regel, en het andere deel niet. Het is weernieuwe ongelijkheid. We hebben dorpen die midden in het bevingsgebiedliggen en al lang met schade kampen, maar waar om allerlei redenen, diewe allemaal kennen, minder versterkt is. Die worden gewoon uitge-zonderd van de ruimere regeling. Er is daadwerkelijk bezuinigd op dieregeling en vervolgens binnen die regeling weer een klein beetjegeschoven, zoals nu met die hardheidsclausule. We kunnen hier toch nietnet doen alsof dat niet waar is?Staatssecretaris Van Marum:Dan zien we dat volstrekt verschillend.De voorzitter:Vervolgt u uw beantwoording, alstublieft. Ik zit met een dilemma. Ik wilhet debat laten plaatsvinden, maar inmiddels hebben we nog driekwartier. Dan moeten we klaar zijn met het hele debat. U heeft zesinterrupties gebruikt, dus ik ga het echt beperken. Ik kan niet anders.Anders moeten we een ander moment vinden om dit debat voort tezetten. Ik zie al die mapjes nog liggen. Ik denk dat er nog 50 vragenopenstaan. Het zijn ook algemene teksten, hoor ik. Vervolgt u uwbeantwoording.Staatssecretaris Van Marum:Herkent de Staatssecretaris het beeld dat de ingenieursbureaus sterkafhankelijk zijn geworden van de financiering van de NCG? Zijn ze nog welonafhankelijk? Hoe kan de Staatssecretaris dat borgen? Er is een beperktaantal bureaus dat dit werk kan doen. Daar hebben we ervaring meeopgedaan. De onafhankelijkheid van de ingenieursbureaus waar de NCGmee samenwerkt, is belangrijk voor de betrouwbaarheid van dierapporten. De NCG heeft integriteit en onafhankelijkheid van de bureausgeregeld in lijn met de Europese aanbestedingswetten. Een voorbeeldhiervan is een integriteitsverklaring en het vierogenprincipe. Zo mag eenbureau niet betrokken zijn bij de review van eigen adviezen of rapporten.Wil de Staatssecretaris Herstel Groningen beloven dat de besluiten opnorm voorlopig niet onherroepelijk worden? Kan de bezwaartermijnverlengd worden tot minimaal twee weken? Daar heb ik het al over gehad.We zijn daar ruimhartig mee. Je moet bestuursrechtelijk zaken gaanwijzigen. Het is mogelijk, maar dan maak je het wel onnodig moeilijk. Wegaan daar gewoon ruimhartig mee om.Dan de vraag over nieuw opgeleverde versterkte huizen. Herken ik hetprobleem van tocht, vocht, schimmel en puin in de tuin en wat kan ikeraan doen? Welke kwaliteitseisen gelden er? Hoe wordt voorkomen datmensen eindeloos moeten bellen voor iets opgelost is? Zoals ik aange-geven heb in mijn brief van 20 januari, begrijp ik de frustratie van debewoners in deze situatie. Daarom heb ik toegezegd in gesprek te gaanmet de gemeenten over toezicht op de bouw. Om bouwfouten zo veelmogelijk te voorkomen, stelt de NCG kwaliteitseisen aan de versterking,die in lijn zijn met de nationale eisen voor bouwtoezicht. Helaas kunnenbouwfouten niet altijd voorkomen worden. Het is per slot van rekeningook mensenwerk. De NCG is de bestaande processen voor bouwtoezichtaan het doorlichten om te kijken wat we daar kunnen doen. Daarbij wordtook bijvoorbeeld de rol van de bouwtoezichthouder tegen het lichtgehouden. Daarnaast wordt de mogelijkheid voor bewoners om onderandere technische ondersteuning te krijgen, uitgebreid. Dat geldt dus ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7045 voor complexe situaties met bouwfouten. Als er ondanks de verschillendewaarborgen toch fouten voorkomen, kunnen bewoners dat via hunbewonersbegeleider of bewonerscontactcentrum melden en wordt er eenoplossing gezocht.De heer Bushoff heeft gevraagd naar batch 1588 en de afhandeling van demeldingen bij het meldpunt. De NCG werkt samen met de gemeentenhard om de 88 meldingen van bewoners uit batch 1588 uiterlijk in Q2afgehandeld te hebben, zodat deze bewoners weer door kunnen. Over 33meldingen is reeds een voorgenomen besluit genomen, maar er zijn ooknog 55 bewoners die wachten op een besluit op hun melding. Dezebewoners hebben in december een informatiebrief ontvangen waarinstaat dat hun melding nader wordt geanalyseerd. Bij 41 meldingen ziendeze analyses op het breder toepasbaar maken van de zogenaamdememo ondergrens. De memo ondergrens wordt toegepast om te toetsenof het toegekende budget voldoende is voor een functioneel vergelijkbarewoning. Dit kan perspectief bieden voor bewoners die nu nog wachten opeen besluit op een melding. Dit moet echt binnen enkele weken helderzijn. Ik zit daarbovenop. Echter, niet in alle gevallen zal een vergoedingplaatsvinden, omdat er ook bewoners zijn die al gekregen hebben waar zerecht op hebben. Daar wil ik ook helder over zijn.Dan maatregel 16, vergoeding eigen tijd. Mensen zeggen dat ze daar nogsteeds op wachten, dus wanneer komt die? Maatregel 16 is al inuitvoering bij de NCG voor mensen in het versterkingstraject, maar hetklopt dat nog niet iedereen de vergoeding kan ontvangen. Voor deuitbreiding van de scope van maatregel 16, zoals voorgesteld in de motievan de leden Bushoff en Beckerman, geldt dat de financiële verwerkinghiervan wordt onderzocht. Een besluit over de dekking volgt dit voorjaar.De Kamer ontvangt medio juni van dit jaar een brief over de uitbreidingvan de scope en de uitvoering van de motie.Waarom neemt volgens de enquête van het Groninger Gasberaad hetpercentage gedupeerden dat wacht op een vervolgstap in het verster-kingsproces toe? De resultaten zijn niet representatief voor alle inwoners.Dat zeggen de onderzoekers zelf ook. Rijk, regio en NCG hebben in 2021afgesproken om bewoners zo snel mogelijk inzicht te geven in de vraag ofhun woning veilig is en bewoners daar duidelijkheid over te geven. Hetgevolg hiervan is dat het langer duurt voordat een vervolgstap gezet kanworden. Hierdoor moeten sommige bewoners dus nog een aantal jaarwachten voordat hun huis daadwerkelijk kan worden versterkt. Doorlo-pende, goede communicatie is hierbij cruciaal. Ik heb de NCG ookgevraagd om in te blijven zetten op het verbeteren van de communicatie,bijvoorbeeld door blijvende scholing van de medewerkers van het portaalen het verbeteren van de planstabiliteit, maar ook door in de organisatiete kijken of daadwerkelijk wordt uitgevoerd wat we met elkaar hebbenafgesproken over de communicatie.De heer De Groot vroeg naar de effectieve bouwtijd versus de geplandebouwtijd voor maatregel 28. Maatregel 28 is van toepassing op bewonersin de versterking voor wie de NCG een zware versterking met eenbouwtijd van minimaal vier maanden uitvoert. Hoewel de NCG debouwtijd altijd zo nauwkeurig mogelijk probeert te plannen, komt hetsoms voor dat de werkelijke bouwtijd iets langer is dan in eerste instantiegepland was. In deze gevallen doet de NCG zijn best om de bewonersalsnog maatregel 28 te bieden. Of dit mogelijk is, is afhankelijk van deimpact van het proces voor de isolatiemaatregelen op de versterkings-maatregelen. Bewoners houden uiteraard recht op maatregel 29 indienhet meenemen van de isolatiemaatregelen niet meer lukt.De heer Bushoff vroeg welk verschil ik ga maken om ervoor te zorgen datwe over een jaar niet op hetzelfde punt staan. In mijn recente beleidsbriefover de versterking ben ik ingegaan op de vier principes die voor mijleidend zijn, namelijk dat de overheid niemand vergeet, zeker de zwaarstgetroffen bewoners en de complexe gevallen niet, dat de overheidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7046 proactief, doelmatig en rechtmatig te werk gaat, dat ze luistert en handelt,en dat ze bij de versterkingsoperatie de veiligheid centraal blijft stellen.Deze principes zijn ontstaan uit mijn persoonlijke ervaringen in de talrijkegesprekken die ik met bewoners heb gevoerd. Ik wil dat we niemandvergeten, juist niet de bewoners van wie we weten dat hun problemenminder zichtbaar zijn of die zich minder laten horen. Een proactieve,doelmatige en rechtvaardige overheid heb ik dus hoog in het vaandelstaan. Naar mijn mening is het cruciaal dat we echt luisteren naar debewoners, waarbij hun huis het centrale punt vormt. Daarom heb ik ookmet de NCG afgesproken om de casus van de zwaarst getroffenen meturgentie op te pakken en de communicatie te verbeteren.De heer Kops vroeg mij met betrekking tot het besluit tot niet versterkenof we de bewoners in beeld hebben en wat ik ga doen om ervoor tezorgen dat ze krijgen waar ze recht op hebben. Ongeveer 180 adressenhebben tot op heden het besluit tot niet versterken ontvangen van deNCG. In 21 gevallen is het besluit daarna weer ingetrokken, om verschil-lende redenen. Deze besluiten zijn genomen omdat mensen hebbenaangegeven geen versterking meer te willen of omdat ze geenmedewerking willen verlenen aan het versterkingstraject. In beidegevallen moet de NCG een besluit tot niet versterken nemen. Dit besluit isnooit onherroepelijk. Deze adressen zijn dus in beeld bij de NCG. Wanneerde bewoners zich ondanks een eerdere afmelding toch weer melden bij deNCG, kunnen ze gewoon weer meedoen met het versterkingstraject.De heer Kops vroeg ook nog of het tekort aan projectleiders bij de NCGniet valt op te lossen. Om hoeveel fte’s gaat het eigenlijk? Heeft deStaatssecretaris Herstel Groningen zelf geen ambtenaren die kunnenbijspringen? Nou, mijn ambtenaren springen al heel hard en bijspringenwordt heel lastig. De grootste risico’s voor het tempo in de versterkings-operatie staan in de diepteanalyse. Beschikken over onvoldoendemedewerkers met de juiste kennis en vaardigheden is er daar één van.Zoals ik aangegeven heb in mijn beleidsbrief, ga ik voor een balans tussensnelheid en kwaliteit. Naar mijn mening is het echt cruciaal dat weluisteren naar de bewoners, waarbij hun huis het centrale punt vormt. Ikzie de jaarlijkse actualisatie van de diepte-analyse als sturingsinstrument.Ik stuur deze maand nog de eerste actualisatie van die diepte-analyse naaruw Kamer. De NCG maakt inzichtelijk wat er nodig is op de verschillenderisico’s. Ik zal daar ook op acteren indien nodig.Dan gaan we naar het blokje verduurzamen.De voorzitter:Ik kijk even of er interrupties zijn. De heer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik heb een verduidelijkende vraag over maatregel 16. Wij begrepen dat erinderdaad echt nog een aantal mensen wachten, dus ik hoop dat het snelkomt. Fijn dat voor batch 1588 Q2 in ieder geval gehaald gaat worden.Maar mijn vraag is eigenlijk of ik het goed heb verstaan dat de Staatsse-cretaris zei dat voor de uitbreiding van maatregel 16 volgens de Kameruit-spraak, eerst nog besluitvorming moet plaatsvinden over de vraag of diepraktisch wordt uitgevoerd omdat er nog gekeken wordt naar de dekking?Of heb ik dat verkeerd begrepen en wordt die gewoon uitgevoerd?Staatssecretaris Van Marum:Die wordt gewoon uitgevoerd.De voorzitter:Zijn er nog andere interrupties aan het eind van dit blokje? Dat is niet hetgeval. Dan ga ik het voorzitterschap overdragen omdat ik naar een anderdebat ga. Ik heb begrepen dat mevrouw Bikker dit taakje wil overnemen.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7047 Voorzitter: BikkerDe voorzitter:Dank aan collega De Groot. We wensen hem een goed debat en wevervolgen ons debat. De Staatssecretaris kan wat mij betreft verder metde beantwoording. Ik geef wel aan dat we krap in de tijd zitten, dus waarik normaal gesproken een supervriendelijke voorzitter ben, zal ik nuenigszins strak de vergadering moeten leiden. Dan weet u dat u hetdaarmee moet doen. Gaat uw gang, Staatssecretaris.Staatssecretaris Van Marum:Dank u wel, voorzitter. Voordat ik inga op de specifieke vragen over deisolatieaanpak wil ik iets meer ingaan op de aanpak zelf en op waar we nustaan. Ik kreeg daar ook vragen over van D66 en CDA. In Groningen enDrenthe is de energiearmoede het grootst van heel Nederland. Dewoningen zijn hier gemiddeld ouder en groter dan in de rest van het landen ze gebruiken daardoor ook meer energie. Met Nij begun heeft hettoenmalige kabinet daarom met maatregel 28 geregeld dat de isolatie-aanpak gelijktijdig kan worden uitgevoerd met zware versterkingen vanvier maanden of langer. De NCG voert dat ook al uit sinds september2023.Daarnaast is met maatregel 29 1,65 miljard euro beschikbaar gesteld omhuizen te isoleren. Voor de woningen in Groningen en Noord-Drenthe isdaarmee het dubbele aan subsidies beschikbaar ten opzichte van de restvan Nederland. Het doel is om het voor alle inwoners van Groningen enNoord-Drenthe mogelijk te maken om voor 2035 hun woning goed teisoleren, zodat zij kunnen profiteren van een comfortabele en energie-zuinige woning met een lage energierekening.Op 6 maart zijn de uitgangspunten van de isolatieaanpak door mijnambtsvoorganger gepresenteerd. De afgelopen maanden hebben we metde regio samen hard gewerkt aan het uitwerken van de regeling uitmaatregel 29. Ik vind het belangrijk dat de subsidieregeling goed,toegankelijk en toepasbaar is voor alle bewoners. Om ervoor te zorgen datdie subsidie voor iedereen beschikbaar is, gaan we alleen de maatregelensubsidiëren die nodig zijn om te komen tot de standaardwoningisolatie.De conceptsubsidieregeling heeft van 8 tot 27 januari ter consultatievoorgelegen. Iedereen kon erop reageren. Er zijn heel veel reactiesbinnengekomen van bewoners. In de media waren soms ook zorgen telezen. We hebben samen met de regio goed gekeken naar de reacties ende subsidieregeling hierop aangepast.Ik licht graag de belangrijkste wijziging toe. Een van de meest voorko-mende zorgen was dat de investeringen in tripleglas en kozijnen nietvergoed konden worden. Dit terwijl sommige bewoners die dachten datdit wél zo was, deze investering al hadden gedaan. Tripleglas en hetvervangen van kozijnen zijn niet nodig voor het bereiken van destandaardwoningisolatie. HR++-glas is hiervoor voldoende. Maar ik hebde zorgen goed gehoord. Samen met de regio hebben we gekeken wat wehieraan konden doen. Het uitgangspunt was dat inwoners van Groningenen Noord-Drenthe voor tripleglas en kozijnen minimaal dezelfde subsidiekunnen krijgen als andere mensen in Nederland. Voor de bewoners die deinvestering al gedaan hadden, hebben we een vorm van coulancetoegepast en hebben we besloten dat bewoners 30% subsidie kunnenontvangen wanneer zij ervoor kiezen tripleglas in combinatie met kozijnentoe te passen. Hiervoor kunnen zij terecht bij hetzelfde loket als voormaatregel 29. Iedereen die al heeft geïnvesteerd, krijgt de subsidie die zijvolgens de uitgangspunten van 6 maart hadden kunnen verwachten,namelijk 50% of 100%. Bovendien geldt dat de extra isolatie van tripleglasten opzichte van dubbelglas, dus HR++-glas, niet heel groot is en dat bijhet kiezen voor tripleglas in combinatie met kozijnen de eigen bijdrage inalle gevallen wel een stuk hoger ligt. In veel gevallen zal het dus voorde-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7048 liger zijn om HR++-glas toe te passen en andere delen van de woning ookgoed te isoleren om zo de standaardwoningisolatie te behalen.Met dit besluit verwachten we dat we in afstemming met de regio aan deverschillende doelgroepen en wensen optimaal tegemoetkomen, maar datwe ook de bredere doelstelling, namelijk voldoende subsidie vooriedereen, niet uit het oog verliezen. Op 10 maart 2025 is de regeling invoorhang gegaan bij uw Kamer. De Minister van VRO en ik wachten uwvragen in het schriftelijk overleg over de regeling af. Daarna kan uwKamer de antwoorden hierop in de eerste helft van april verwachten.Voor de bewoners komt er één loket waar zij terechtkunnen met hunsubsidieaanvraag. Het streven is om dit loket na de zomer van 2025 teopenen. Voor de terugwerkende kracht opent het loket nog voor de zomer.Bewoners die dat willen, kunnen bij het isoleren van hun woning wordengeholpen, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een subsidie. Het opstellenvan een woningplan is daar ook onderdeel van. Daarmee krijgen debewoners dus ook inzicht in welke maatregelen ze het beste kunnennemen voor de uitvoering van isolatie en in de afhandeling van desubsidie en financiering.Voorbereidende werkzaamheden voor deze ondersteuning zijn gericht opprioritaire bewonersgroepen in buurten. Zij kunnen na de zomer als eerstepostcodegewijs van start gaan met het verlagen van de energierekeningen de verbetering van de duurzaamheid en het wooncomfort. Er wordtnauw samengewerkt met het Nationaal Warmtefonds indien bewonersextra financiering nodig hebben om hun woning te isoleren.Verder wil ik mijn besluit om isolatie te combineren met lichte versterkingtoelichten. De NCG heeft een proef uitgevoerd voor het combineren vanlichte versterking en isolatiewerkzaamheden. Hierbij is onder andereonderzocht wat het effect zou zijn op de voortgang van de versterking alsde NCG die combinatie breder zou aanbieden. Uit het rapport hieroverblijkt dat het meenemen van isolatie bij lichte versterking over hetalgemeen zorgt voor een hogere bewonerstevredenheid. Dat is belangrijkvoor mij. De gesprekken aan de keukentafel met de betreffende bewonersworden ook als prettiger ervaren door de bewonersbegeleiders, en ookdoor de bewoners zelf; dat is natuurlijk het belangrijkste. Het procesrondom de versterking per woning wordt hiermee makkelijker. Over dehele versterkingsoperatie levert het wel een beperkte vertraging op. Maardoor de combinatie hoeven de bewoners niet twee keer in het stof tezitten. Een vertraging van een kwartaal tot maximaal een jaar acht ikaanvaardbaar. Op dit moment is de NCG nog bezig met de voorberei-dende werkzaamheden die nodig zijn om het besluit in april te starten.Hiervoor kunnen ze ook kijken welke bewoners voor welke versterking inaanmerking komen. Sommige versterkingen zijn al in een te vergevorderd stadium om deze verduurzaming nog mee te nemen. Voorbewoners bij wie dit aan de orde is, wordt samen met de gemeentegekeken naar de wijze waarop deze bewoners ontzorgd kunnen worden.Mevrouw Vedder vroeg of de NCG na de Voorjaarsnota gelijk aan de slagkan met het uitvoeren van maatregel 29. Op dit moment is de NCG nogbezig met de voorbereidende werkzaamheden die nodig zijn om hetcombineren van lichte versterking en isolatiewerkzaamheden te starten.De gesprekken aan de keukentafel met de bewoners zullen eerst wordengevoerd. Zodra de Voorjaarsnota definitief is, zal de NCG snel aan de slagkunnen met het uitvoeren van de isolatiemaatregel in combinatie metversterking.De heer De Groot vroeg naar de vergoeding van 30% voor tripleglas enkozijnen. Waarom is er voor dit percentage gekozen? Tripleglas en hetvervangen van kozijnen zijn dus niet nodig voor het bereiken van destandaardwoningisolatie. HR++-glas is hiervoor voldoende. Maar tijdensde internetconsultatie zijn hier dus veel reacties over gekomen. Die gingenover tripleglas en kozijnen. Samen met de regio hebben we dus bekekenwat we hiermee konden doen. Het uitgangspunt was dat inwoners vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7049 Groningen en Noord-Drenthe voor tripleglas en kozijnen minimaaldezelfde subsidie kunnen krijgen als andere inwoners van Nederland.Daarom is besloten dat bewoners 30% subsidie kunnen ontvangenwanneer zij ervoor kiezen tripleglas in combinatie met kozijnen toe tepassen. Hiervoor kunnen ze terecht bij hetzelfde loket als voor maatregel29.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even rond of er vragen zijn over dit blokje. Dat is niethet geval, dus kunnen we rapido door.Staatssecretaris Van Marum:Dan gaan we naar het kopje perspectief en sociale en economischeagenda. Ik ben heel trots dat we ook de afgelopen periode stappenhebben gezet om perspectief te bieden aan de inwoners van Groningenen Noord-Drenthe. Als coördinerend bewindspersoon ben ik verantwoor-delijk voor beide agenda’s. Daar kreeg ik ook een vraag over van de heerBamenga. De kwartiermaker Henk Nijboer heeft eind januari de socialeagenda gepresenteerd. Op 6 maart heeft Jakob Klompien hetzelfdegedaan voor de economische agenda. Samen moeten ze ervoor zorgendat de brede welvaart in de regio toeneemt en groeit richting ten minstehet niveau in de rest van Nederland.De lat moet daarbij hoog liggen. De sociale en economische agendamoeten structureel zichtbare en coherente verbeteringen realiseren, waaralle bewoners van moeten profiteren. Dit is ook wat hen bindt. De heerHolman en mevrouw Vedder vroegen daar ook terecht aandacht voor.Voor de sociale agenda is het mogelijk om de middelen al te koppelen aanspecifieke programma’s en de bijbehorende financiën. De economischeagenda is een investeringskader om flexibel in te kunnen spelen op waarde regio goed in is en op nieuwe technologische inzichten en investe-ringsbehoeften. Dit maakt het logisch dat er nog geen directe koppeling istussen de doelen en waar het geld aan besteed is. Ik heb er heel veelvertrouwen in dat beide agenda’s een goede houvast bieden om demiddelen die wij hebben, ook goed te gaan besteden. De heer Holmanstelde daar ook een vraag over. Het is belangrijk dat mensen graag wonenen werken in Groningen en Noord-Drenthe, een goede boterham kunnenverdienen en zich verbonden voelen met de gemeenschap.Vele honderden inwoners, experts, bestuurders, ondernemers en anderenhebben hier ook aan bijgedragen. Het zijn daarmee echt twee productenvan en voor Groningen en Noord-Drenthe. Die sociale agenda heeft devolgende hoofdpunten: het stimuleren van gemeenschapszin en trots, ereerder bij zijn – jongeren geven bijvoorbeeld aan dat steun of hulpmoeilijk of pas laat te krijgen is – en het aanpakken van structureleproblemen met onderwijsachterstanden, armoede, laaggeletterdheid engezondheid.Voor mij is aandacht voor kinderen en jongeren ontzettend belangrijk. Weinvesteren in jeugd en jongeren, zodat ze een betere toekomst in de regiokrijgen. Daarnaast is het voor mij echt belangrijk dat we investeren in dieecosystemen van onderwijs en bedrijfsleven, en dat we dat echt op elkaaraan laten sluiten, zodat we mooie en belangrijke opgaven gaan oplossenin combinatie met de zorg.De komende periode gaat de kwartiermaker Henk Nijboer een start makenmet zestien maatregelen. In de economische agenda daarentegen zit eeninvestering ter waarde van 100 miljoen per jaar voor de komende 30 jaar.De Groningers en Noord-Drentenaren kunnen zo meeprofiteren van eengezonde en aantrekkelijke leefomgeving, met meer bedrijven en investe-ringen, meer export en een verbeterd ondernemersklimaat, waardoor hettalent behouden blijft. Ook hier gaat het weer om goed functionerendeecosystemen, waarin bedrijven, kennisinstellingen én overheden elkaarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7050 beter weten te vinden en waaraan ze allemaal hun steentje kunnenbijdragen.De agenda sluit aan op thema’s waar de regio goed in is: een sterkelandbouwsector, een innovatieve gezondheidssector, duurzame energie,vrijetijdseconomie, en een schone en groene industrie. Nu beide agenda’sin concept gepresenteerd zijn, gaan we een nieuwe fase in, waarbij dieagenda’s ook tot uitvoering moeten komen. Dat doen we samen met deregio. Sleutelwoorden daarbij zijn: onafhankelijk, zorgvuldig, transparant.In antwoord op de vraag van de heer De Groot kan ik zeggen dat deuitvoering van die economische agenda inderdaad zal plaatsvindentussen ondernemers, kennisinstellingen en overheden, de zogenaamdetriple helix, met besluitvorming door de deskundigen en op afstand vande politiek.Mevrouw Vedder vroeg of de raadsleden en Statenleden voldoendebetrokken blijven. Ik wil bestuurlijke drukte voorkomen, en dus nietiedereen overal over mee laten praten, en zorgen dat de investeringsbe-slissingen niet worden gekaapt door de waan van de dag – uiteraard meteen gepaste vorm van verantwoording aan de volksvertegenwoordiging.Mevrouw Bikker vroeg om de uitvoering zo veel mogelijk via debestaande organisaties te laten verlopen. We gaan zeker ook voortbouwenop de bestaande initiatieven en structuren. Tegelijkertijd gaan we ookkijken waar het efficiënter kan. Zoals de heer Bamenga ook ten aanzienvan de armoede bepleitte, sluiten wij aan bij de bestaande programma’sin Groningen, zoals Kansen voor Kinderen.Bij de uitvoering hoort ook een goede inzet van financiële middelen. Opdit moment wordt er onderzocht welke instrumenten daarbij ingezetkunnen worden. Hierbij wordt bij de economische agenda ook al gekekennaar de inzet van een fondsenstructuur, al dan niet revolverend.Tot slot. Deze middelen zijn bedoeld om sociaal en economischperspectief te bieden voor de inwoners van Groningen en Noord-Drenthe.Dat is een plus op wat anderen al doen. Ze zijn dus niet bedoeld voor hetopvullen van gaten in begrotingen, voor grote infrastructurele projectenof voor reguliere taken van andere overheden. De heren Bamenga en DeGroot vroegen daar terecht naar. Ik ben het ook eens met hen dat deagenda’s echt iets extra’s voor de regio moeten toevoegen, en het beleidvan de gemeenten juist moeten ondersteunen. Ten aanzien van de inzetvan middelen uit het Gemeentefonds en Provinciefonds verwijs ik graagnaar de Minister van BZK als eindverantwoordelijke. Weet dat ik hetkabinet ook wijs op het belang en de noodzaak van een goede structuuraldaar, anders komen we met het verbeteren van Groningen ook nietverder.Op vragen van de heer Bamenga en de heer De Groot zeg ik dat u mij kuntaanspreken op het ontwikkelen van de relevante indicatoren van de bredewelvaart in Groningen en Noord-Drenthe. Daartoe wordt op 15 april deStaat van Groningen gepubliceerd, het monitoringsapparaat dat dezeontwikkelingen in beeld brengt. Hierin zullen wij ook jaarlijks over devoortgang rapporteren.Tot slot vroeg de heer Bamenga nog welke signalen ik vanuit de regio hebontvangen. Tot dusverre waren dat heel positieve signalen. Er zijn welaandachtspunten benoemd over de uitvoering van beide agenda’s. Diebetrek ik bij de verdere uitwerking van het uitvoeringsprogramma en deuitvoeringsstructuur.Dan heb ik nog een aantal losse vragen, die niet in mijn algemenespreektekst zaten.De voorzitter:Bent u nu aangekomen bij het blokje overig? Of sluit dit aan bij de socialeen economische agenda?Staatssecretaris Van Marum:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7051 Dat sluit hierop aan. De heer Holman vroeg naar de opslag van kernafvalen de zorgen die daarover in de regio leven. Hij vraagt of ik kan uitsluitendat de opslag van kernafval hier plaatsvindt. We hebben hierover contactgehad met het Ministerie van IenW, dat hier strikt genomen over gaat. Ikkan het volgende daarover zeggen. Momenteel wordt er nog geenonderzoek gedaan naar concrete locaties voor de eindberging voor dezezomer. Er is dus ook nog geen locatie in beeld en ook nog geen locatieuitgekozen. Wat nu wel gebeurt, is een onderzoek, bijvoorbeeld naar degeschiktheid van verschillende soorten aardlagen in de ondergrond. Ookandere opties worden onderzocht, bijvoorbeeld eindberging samen metBelgië. Er komt een zeer zorgvuldig stapsgewijs proces om te bepalen opwelke locatie en in welke vorm de eindberging plaatsvindt. Het proces vandeze locatiekeuze start na 2027 in participatieve vorm, dus met betrok-kenheid van de belanghebbenden.Dan de vraag van de heer Holman of ik de verantwoordelijkheid voor hetopzetten van de projecten voor beide agenda’s niet gedeeltelijk bij degemeenten zou moeten neerleggen, inclusief een deel van de financiëlemiddelen hiervoor. We staan als Rijk samen met de regio’s aan de lat voorde uitvoering van deze beide agenda’s, maar de langetermijnagenda’svragen om een bovenlokale, regionale aanpak. Zo voorkomen weversnippering. Zo worden interventies uit de sociale agenda en hetuitvoeringsplan van de economische agenda in de gezamenlijke teamsvan Rijk en regio verwerkt. Gemeenten zijn nauw betrokken bij dekwartiermakerij. Daarmee is er sprake van een gezamenlijke verantwoor-delijkheid voor wat betreft de opzet, uitvoering en de uitgave van demiddelen voor het bereiken van de doelen van beide agenda’s.Dan de vraag van mevrouw Bikker of ik herken dat er sprake is van eentekort aan ambtenaren bij gemeenten, mede als gevolg van de vergrijzing,voor de uitvoering van Nij begun. Ik herken het probleem van devergrijzing en het personeelstekort. Het is een uitdaging om dat op telossen, maar ik zie ook kansen voor een andere manier van samenwerkingin de regio en tussen Rijk en regio. Een mooi voorbeeld is de samen-werking in de teams van de kwartiermakers, waarbij mensen uit mijnteam en andere departementen twee dagen in de week in Groningenwerken. Het gaat dus niet altijd om meer geld, maar ook om slimsamenwerken, zoals door gebruik te maken van regionale flexpools. Ditbiedt de kans om specifieke expertise aan te trekken, die je in eengemeente niet alleen kunt inzetten. Ook kan bovenlokale samenwerkingvoor ambtenaren een uitdaging bieden.Als laatste de vraag van mevrouw Bikker of ik me wil inspannen om eenzo groot mogelijk deel van de uitvoering via de bestaande organisaties ofverenigingen, ook van vrijwilligers, te laten lopen, met zo min mogelijkverantwoording. Ik heb gezegd dat ik voort wil bouwen op bestaandeinitiatieven en structuren en dat ik daarbovenop niet allerlei nieuwedingen wil bouwen. Er is al genoeg bestuurlijke drukte. Dat betekent nietper se dat we alles bij het oude houden. Soms moet je ook samen zeggen:dit hebben we niet meer nodig, dit gaan we anders doen of we gaandingen samenvoegen. Ik denk bijvoorbeeld dat het een goed idee is omhet NPG op te laten gaan in de nieuwe uitvoeringsstructuur van deeconomische agenda.De voorzitter:Dank aan de Staatssecretaris voor dit blokje. Ik zie dat er meerdere vragenzijn. Allereerst meldde zich mevrouw Vedder.Mevrouw Vedder (CDA):Ik hoorde de Staatssecretaris zojuist zijn zorgen uitspreken over dat deagenda’s worden gekaapt door de waan van de dag. Eerlijk gezegd denk ikdat als we daar bezorgd over zijn, we vooral naar de laag van de rijks-overheid moeten kijken en niet naar de laag van de gemeentes. Want alsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7052 er een overheidslaag is die consequent, al decennialang, aan het belangvan zijn inwoners loopt te trekken, dan zijn het de gemeentes wel. Ikhoorde de Staatssecretaris ook zeggen: ik wil hen niet belasten met debestuurlijke druk. Maar zijn de gemeentes het daar zelf mee eens? Ik krijgnamelijk signalen van gemeenteraadsleden die er dus bezorgd over zijn ofze wel genoeg betrokken blijven bij de uitvoering van deze agenda’s. Ikheb het model bestudeerd en dacht dat die zorgen misschien welonterecht waren, maar nu maak ik me ook zorgen.Staatssecretaris Van Marum:Ik denk dat dit model ervoor zorgt dat de hoofddoelen die in de diverseagenda’s benoemd zijn, goed geborgd zijn. Ik denk dat met name in desociale agenda hele goede en duidelijke projecten staan, waarvoor degemeenten in goede samenwerking met de kwartiermaker middelen inkunnen zetten. Dus daar maak ik mij niet zo heel veel zorgen over. Wel ishet zo dat als je met bepaalde projecten in de economische agendaecosystemen van bedrijvigheid in de regio wilt ondersteunen, om die tekunnen versterken, je enigermate slagvaardig moet zijn. Als je dan vanelke gemeente in de provincie mensen erbij gaat zetten, die overal nogweer wat van moeten vinden en op de komma’s en punten nogcommentaar moeten leveren, dan kom je niet verder met het verhaal. Dusja, ze zijn betrokken; ik denk dat met name de sociale agenda heel dicht bijdie gemeentes zelf ligt. In de economische agenda staan er ook wel zakendie wat hoog over zijn, die meer op een deskundig niveau bekekenworden om er richting aan te geven. Daarmee zeg ik niet dat gemeentenondeskundig zouden zijn, maar er wordt wel gekeken of projecten opelkaar aanlijnen en of er een goede bedrijfsmatige structuur onder zit,zodat ze daadwerkelijk kunnen gaan vliegen in de regio.De voorzitter:Mevrouw Vedder, kort en in laatste instantie.Mevrouw Vedder (CDA):De kern van wat er telkens misgaat in Groningen is toch dat we demensen niet horen? De Staatssecretaris heeft zelf in zijn Kamerbrievenopgeschreven dat hij «de mens centraal wil stellen». En als «de mens»zich door iemand vertegenwoordigd voelt, zeker in Groningen, dan is hetdoor de gemeentes. Dus hoe kan de Staatssecretaris nou zeggen: wewillen niet dat gemeentes zich met punten en komma’s gaan bezig-houden?Staatssecretaris Van Marum:Wij hebben in het voortraject heel duidelijk de gelegenheid gegeven aanalle inwoners van Groningen en Noord-Drenthe om hun input te leverenop deze agenda’s. Deze agenda’s zijn nu vastgesteld en moeten totuitvoering komen. Als de randvoorwaarden van die uitvoering vaststaan,dan moet je er ook voor zorgen dat je slagvaardig kunt zijn om dingen ingang te zetten. Als je vervolgens weer langs allerlei gremia moet om totuitvoering te komen, dan is de slagvaardigheid weg en komen dieagenda’s niet aan de draai. In de structuur die is neergezet voor deeconomische agenda wordt er vanuit een expertgroep gekeken naar deprojecten die kansrijk zijn en die bijdragen aan het goede ecosysteem,zoals verwoord in het verhaal. Vervolgens ligt er een financiële verant-woording voor de bestuurlijke lagen op de laag daarna.De heer Holman (NSC):Toen we op werkbezoek naar Groningen gingen, was ik heel enthousiast,maar nu neemt mijn enthousiasme met de beantwoording van deStaatssecretaris ongeveer per minuut af. Het betoog dat de Staatssecre-taris houdt over de besteding van de twee keer 100 miljoen vind ik zoTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7053 klassiek en zo traditioneel. Het gaat volgens een bestuursmodel waarbij jede bewoners eigenlijk niet serieus neemt en je niet daadwerkelijk iets voorze wil betekenen. De economische agenda is heel hoog-over voor watbetreft waar de regio goed in is, de industrie en dat soort zaken. Het isvoor de economische ontwikkelingen van Groningen heel goed, maardaar hebben bewoners niet direct wat aan. De sociale agenda is heel erggericht op de mensen met een achterstand. Ik noem scholing en zorg. Datis heel terecht; dat moet je vooral doen. Maar er is nog een hele categoriegewone Groningers. Zij willen gewoon ook wat. De vraag is waarom deStaatssecretaris de gemeenten niet de verantwoordelijkheid wil geven.Het argument is bestuurlijke drukte. Dat snap ik niet. Waarom wordt erniet gewoon gezegd: besteed het aan je dorp, besteed het direct aan jemensen en voer het zelf uit? Dan ben je laag bezig, met mensen die directbetrokken en efficiënt zijn. Ik geloof helemaal niet in het verhaal overbestuurlijke drukte en de efficiëntie van geldbesteding zoals de Staatsse-cretaris dat schetst.Staatssecretaris Van Marum:Wij hebben daar in het voortraject met alle bestuurlijke lagen overgesproken. We zijn tot deze agenda’s gekomen. We zijn ook tot eenuitvoeringsstructuur gekomen. Daar hou ik mij in die zin ook aan vast.De heer Holman (NSC):Het een bijt het ander toch niet? Je kunt in die agenda ook een modelkiezen waarmee je het doet met betrokkenheid van burgers en gemeentes,mensen die zelf weten waar het over gaat. Ik heb ook nog even eentweede vraag. We hebben geen antwoord gehad op de vraag wat ergebeurt met de onderbesteding van de eventuele gelden.Staatssecretaris Van Marum:De tweede vraag heb ik wel beantwoord, volgens mij in een stukjealgemene tekst. Dat blijft eventueel in een fondsstructuur. Zou u het eerstedeel nog even kunnen herhalen, meneer Holman?De heer Holman (NSC):Waarom heeft de Staatssecretaris er geen vertrouwen in dat gemeenteshet geld – als voorbeeld noem ik 5 miljoen per jaar – goed kunnenbesteden? Dat is echt in het belang van de gewone Groninger in zijn eigendorp. Daar varen de mensen in het dorp wel bij.Staatssecretaris Van Marum:Ik zeg niet dat ik daar geen vertrouwen in heb. Ik zeg dat daarover in deagenda’s een andere keuze is gemaakt. Dat is in samenspraak met deregio – de gemeentes uit de provincie hebben aan tafel gezeten – op dezemanier in die agenda’s terechtgekomen. Het is trouwens een levenddocument, om het zo maar te zeggen. Er zitten momenten in dat je hetkunt evalueren. Ik neem dus aan dat er ruimte zit om erop te interveniërenals het niet naar de zin gaat.De voorzitter:Ik zie dat u het nog niet helemaal eens bent, maar omwille van de tijdmoeten we door. Mevrouw Beckerman, ik zie dat u vijf keer heeftgeïnterrumpeerd. U krijgt wel de kans, maar hou het graag kort. Dankomen we namelijk nog toe aan de andere blokjes.Mevrouw Beckerman (SP):Ja, voorzitter. Als ik het over het hele debat genomen even samenvat, danvind ik de verhouding van de Staatssecretaris met en zijn houdingtegenover gemeentes wel wat schurend. Bij deze sociale en economischeagenda’s wordt gezegd: het is allemaal wel lastig, want het is bedrijfs-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7054 matig en hoog over. Er wordt bijna de indruk gewekt dat ze het nietkunnen. Over ongelijkheid werden antwoorden gegeven als: watgemeentes zeiden, zal allemaal wel niet zo waar zijn. Tegelijkertijd zie ikdat heel veel concrete vragen gewoon letterlijk over de schutting wordengegooid. Op onze vraag over 1588 werd bijvoorbeeld gezegd: degemeente moet dat huis maar opkopen. Op onze vraag over kwijt-schelding werd gezegd: dat moeten de gemeentes allemaal maar regelen.Gaat het wel goed in de bestuurlijke verhoudingen op deze manier?Staatssecretaris Van Marum:Volgens mij krijg ik een hele batterij vragen. Eigenlijk wil ik even de kernpakken: gaat het wel goed in de verhouding met de gemeenten? Wat mijbetreft hebben we de komende tijd juist over dit soort zaken overleg. Wemoeten zien dat we dit soort dingen op een goeie manier neerleggen.Mevrouw Beckerman (SP):Kort, voorzitter. Ik ben tien jaar Statenlid geweest in Groningen. Van vanalles had ik geen verstand. Maar als de Groninger Staten – ik ga niet voorraden spreken – invloed hadden gehad op bijvoorbeeld het niveau en dehoogte van de gaswinning, was het niet zo enorm misgegaan. Uiteindelijkkonden we naar de Raad van State. Juist zeggenschap van onderop, vanvolksvertegenwoordigers, had een heleboel van de ellende waar we nu inzitten, kunnen voorkomen. Erkent de Staatssecretaris dat? Ik heb namelijknu soms het gevoel dat we weer dezelfde fout gaan maken als de fout diewe de afgelopen jaren hebben gemaakt.Staatssecretaris Van Marum:Dat erkent de Staatssecretaris niet. De Staatssecretaris erkent zeker dat wemoeten luisteren naar de input van onderaf, maar heeft ook vastgestelddat wij daar in dit proces volop gebruik van hebben gemaakt om tot dieeconomische en sociale agenda te komen. Maar om nu te zeggen dat erniet geluisterd wordt en dat er geen aandacht voor die gemeenten is... Datis naar mijn idee een foute voorstelling van zaken. Ja, wij moeten in goedcontact blijven, en de gezamenlijke raden en staten zijn ook nog steedsbetrokken bij een hele hoop zaken, maar we gaan nu in de richting van deuitvoering van agenda’s. Daar hebben we een bepaalde structuur voorgekozen en daar gaan we eerst mee aan de gang. Mocht een herijkingnodig zijn, dan zitten er altijd nog evaluatiemomenten in.De voorzitter:We ronden dit blok af. Ik zie dat het 13.50 uur is. De Staatssecretaris moetnog drie blokken doen. De mapjes zijn wel dunner dan de eerste mapjes,zie ik. Hij heeft laten doorschemeren dat in zijn inleidende tekst een heelaantal vragen wordt beantwoord en dat hij daarna nog specifiekeantwoorden kan geven. Ik kan me voorstellen dat de Staatssecretaris zichbeperkt tot de inleidende teksten en de specifieke antwoorden nazendt.Dan inventariseren we even of er andere zaken zijn die in de schriftelijkebeantwoording gedaan moeten worden. Daarmee doe ik een procedure-voorstel aan de collega’s. Vanzelfsprekend is er zo de mogelijkheid eentweeminutendebat aan te vragen want ik kan zoiets aan mijn theewateraan voelen komen. Vanzelfsprekend is het belangrijk dat de Staatssecre-taris de complete beantwoording kan doen, dus waar dat nu niet gelukt is,kan hij dat schriftelijk nazenden. Is dat akkoord voor de collega’s? Ja. Dankdaarvoor. Is de Staatssecretaris daar ook akkoord mee? Hij is tenslotteonze gast.Staatssecretaris Van Marum:Ik kom een heel eind.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7055 Dan gaan we dat zo doen. Gaat uw gang.Staatssecretaris Van Marum:Ik heb het nu over schade. De afgelopen tijd is er veel veranderd in deschadeafhandeling. De uitvoering van de belangrijke maatregelen uit Nijbegun is in volle gang. Het IMG investeert daarbij in de ondersteuning vande bewoners: meer persoonlijk contact, steunpunten en zaakbegeleiders.Ik hoor ook vanuit uw Kamer zojuist een duidelijke oproep om dezepersoonsgerichte benadering voort te zetten, en dat gaan we ook zekerdoen. Samen met de regio werk ik aan een betere samenwerking tussende betrokken instanties om als één overheid op te kunnen treden richtingde bewoners. Ik zie dat we de goede kant op gaan. Het rapport Stapverder laat dat ook zien. Ik hoop dat u dat zelf ook onlangs gehoord hebtbij uw werkbezoek.Maar we zijn er nog niet. In mijn gesprekken met de bewoners hoor ik nogsteeds signalen over dingen die beter kunnen en moeten. Tegelijkertijd isgoede uitvoering gebaat bij rust en bij niet steeds nieuwe wijzigingen. Hetis dus aan mij om daar een juiste balans in te vinden. Mijn ideeëndaarover heeft u ook kunnen lezen in de brief over schadeafhandeling dieik aan uw Kamer heb gestuurd. U heeft mij bevraagd op een aantalverschillende onderwerpen die raken aan de schadeafhandeling.Dan heb ik in het volgende blokje alleen één vraag van mevrouw Vedder.Die heeft gevraagd of ik bereid ben een technische briefing over delopende juridische procedures met de NAM en haar aandeelhouders tefaciliteren. Daar ben ik toe bereid.Dan heb ik nog het mapje overig, en daar zitten nog een paar losse vragenin. Mevrouw Bikker en meneer Holman vroegen wat er gebeurt als ersprake is van onderuitputting en of de middelen beschikbaar blijven voorde regio. Mevrouw Bikker vraagt daarbij naar de mogelijkheid van eenGroninger fonds. Zoals ik eerder aan uw Kamer heb gemeld, blijven allemiddelen voor Groningen beschikbaar voor Groningers en Noord-Drenten. Dat is ook vastgelegd in het regeerprogramma. Als er sprake isvan onderuitputting, ga ik met Financiën in gesprek om het overgeblevenbedrag toe te voegen aan het lopende begrotingsjaar. Dat doe ik ook ditjaar, waarmee ik de begrotingscyclus van het Rijk volg. Middelen blijvenhierbij dus behouden. Ik ben niet direct een voorstander van een fondsvoor het totaal van de middelen voor Groningen, maar kan wel kijkenwaar dat wél handig voor kan zijn. Dat neemt niet weg dat voor deuitvoering van de economische agenda wordt onderzocht of een fondsvoor dit deel een behulpzaam instrument kan zijn. Een fonds kent echterook nadelen. Voor het oprichten van een begrotingsfonds is een instel-lingswet nodig. Dat kost niet alleen veel tijd, maar brengt ook hogeuitvoeringskosten met zich mee. Bovendien worden begrotingsfondsenvaak gekort, zodat ze zeker geen garantie bieden voor het behoud van demiddelen. Daar moeten we dus wel zorgvuldig mee zijn.Dan nog een vraag van de heer Bamenga: hoe ziet de Belastingdienstvergoedingen die worden uitgekeerd voor schade? Kan de Staatssecre-taris Herstel Groningen aangeven dat dit niet als inkomen wordt gezien endus geen invloed heeft op toeslagen? De Belastingdienst ziet schadever-goedingen die op een rekening van de bewoners staan als vermogen. Ditkan leiden tot fiscale gevolgen, zoals het verlies van toeslagen. Daaromneem ik maatregelen om dit zo veel mogelijk te voorkomen. De NCG steltbijvoorbeeld de uitbetaling van vergoedingen uit tot na 1 januari als zeaan het eind van het jaar zijn toegekend. Verder zijn er al uitzonderingenvoor immateriële schadevergoedingen en vergoedingen voor herstel diede NCG en het IMG in natura uitvoeren: deze vergoedingen tellen nietmee voor de vermogenstoets voor de toeslagen. De bewoners hoeven zeook niet op te geven bij de belastingaangifte. Ik blijf werken aan oplos-singen om te voorkomen dat bewoners meer belastingen moeten betalenof toeslagen verliezen. Ik zal daar ook aandacht voor blijven vragen bij deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7056 regionale overheden die over de lokale heffingen gaan. Als bewonersdoor een schadevergoeding toch toeslagen verliezen of extra belastingmoeten betalen, vergoeden de NCG en het IMG dat.Ik heb nog vier vragen vanuit het vorige blokje. Die kan ik nu direct doen.De voorzitter:Doet u die maar meteen. Dat scheelt.Staatssecretaris Van Marum:De heren Kops en Pierik hebben vragen gesteld over de zwaarstgedupeerden. De heer Kops vroeg specifiek naar het aantal inwoners metafgewezen NAM-schades. Op circa 24.000 adressen zijn schadesbehandeld door de NAM en het CVW. Daarnaast zijn er ruim 30.000adressen waar schade is behandeld door zowel de NAM en het CVW alshet IMG. De registratie hiervan is niet eenduidig, waardoor niet goed af teleiden is of een schade is afgewezen of vergoed. Ik kan daardoor nietspecificeren hoe groot de groep met afgewezen NAM-schade is. Daaromben ik op dit moment bezig om met behulp van maatschappelijkeorganisaties, de aardbevingsgemeenten en de bewonerssteunpunten degroep zwaarst gedupeerden verder in beeld te brengen. Gelet op deproblematiek wil ik hen zo snel mogelijk helpen, maar ik sta ook voor eenzorgvuldige aanpak, waarbij ik geen verwachtingen wil wekken die nietwaargemaakt kunnen worden. In de toekomst hoop ik deze situatie ooksneller in beeld te kunnen hebben door beter als één overheid samen tewerken.Dan de vraag van de heer Pierik: is de Staatssecretaris in staat geweestom alle stille gedupeerden te identificeren en om hoeveel stillegedupeerden gaat dat? Zoals ik uw Kamer in januari heb aangegeven, benik bezig met het zodanig aanpassen van de Tijdelijke wet Groningen dathet IMG de bevoegdheid krijgt om de stille gedupeerden actief tebenaderen. Deze wetswijziging is noodzakelijk omdat op dit moment debevoegdheid van het IMG pas ontstaat op het moment dat een schade-melding is gedaan. Nadat deze wetswijziging in werking is getreden, kanhet IMG mensen daadwerkelijk gerichter gaan benaderen. Dat is vanbelang, want er zijn gewoon een aantal mensen afgehaakt die zelf geenactie meer ondernemen. Die willen we echt in beeld krijgen.Dan de vraag van mevrouw Vedder over de zorgen van omwonenden vande gasopslag in Norg over de toepassing van het bewijsvermoeden doorhet IMG, onder meer omdat alleen woningen meegenomen zoudenworden die gebouwd zijn voor 2012. Het IMG kijkt bij de beoordeling vanmogelijke bevingsschade naar het bouwjaar van het pand om vast testellen dat sinds de bouw een beving heeft plaatsgevonden die tot schadezou kunnen leiden. Voor veruit de meeste gevallen gaat het dan om debeving in Huizinge in 2012. Daarnaast kijkt het IMG of een pand schadedoor indirecte effecten van de diepe bodemdaling kan hebben. Dit komtvoor in een aantal specifieke risicogebieden. Bij de beoordeling van dezeschades wordt überhaupt niet naar het bouwjaar gekeken. Dit is namelijkeen continuproces dat niet op één moment vast te pinnen is. Dezewerkwijze geldt voor het gehele effectgebied en dus niet alleen bij degasopslag in Norg. Ik heb dan ook geen aanleiding om te denken dat hetIMG hier de bewijsvoering niet goed toepast, maar signalen daaroverneem ik wel serieus. Als dit zich voordoet, ga ik ook graag met debetrokkenen in gesprek. Ook als daar bij uw Kamer signalen van zijn, benik graag bereid om die signalen met u op te pakken en te kijken of er ruisop de lijn is en of we dit bij het IMG bespreekbaar kunnen maken.Dan kom ik op de vragen van de heer Bamenga en mevrouw Bikker overde zoutwinning in Veendam. Mevrouw Bikker vroeg naar de motie op stuknr. 107 (36 600-VII) over het toepassen van de lessen uit de parlementaireenquête op Veendam. Vanuit mijn rol als Staatssecretaris ben ik verant-woordelijk voor het schadeherstel, de gevolgen van de gaswinning, hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7057 Groningenveld en de gasopslagen in Norg en Grijpskerk. Ook in Veendamkan schade voorkomen die is veroorzaakt in het Groningenveld. Bewonersmet schade worden altijd in eerste instantie door het IMG geholpen.Hiervoor zijn dus ook de maatregelen uit Nij begun van toepassing. Debewoners komen dus ook in aanmerking voor deze ruimhartigeregelingen vanuit het IMG. Met deze lezing heb ik die motie uitgevoerd.Als het lid Bikker met haar motie doelde op het plaatsvinden van diezoutwinning in Veendam en de bijbehorende dilemma’s, verzoek ik haarom die motie bij de Minister van KGG neer te leggen. Dit valt namelijkonder haar verantwoordelijkheid. De Minister van KGG is verantwoor-delijk voor de zoutwinning en voor de eventuele gevolgen daarvan. Zij kanook uw vraag over het aantal schadevergoedingen voor schade doorzoutwinning dan ook beter beantwoorden. Datzelfde geldt voor de briefhierover waar u om heeft gevraagd.Dan ben ik bij de laatste de vraag, van de heer Kops: hoe staat het met hetomlaagbrengen van de uitvoeringskosten? Binnenkort wordt hetjaarverslag van het IMG naar uw Kamer toegezonden. Daarin wordt eruitgebreid ingegaan op de uitvoeringskosten. Ik kan wel een tipje van desluier oplichten: ik kan zeggen dat over 2024 de uitvoeringskosten van deschadeafhandeling fors lager waren ten opzichte van het jaar daarvoor.Zoals u weet, ben ik samen met het IMG aan het bekijken hoe we verderkunnen sturen op de uitvoeringskosten. Daar kom ik ook weer op terug inde Staat van Groningen.De voorzitter:Dank u wel, Staatssecretaris. Dat was een flinke lap tekst zonder inter-rupties. Ik kijk even naar de collega’s: ik wil de vragen die er nog zijn enwaar nog schriftelijke beantwoording op moet volgen even collecteren. Ikheb in ieder geval de vraag van de heer Holman genoteerd; die stelde hijal in de eerste termijn. De Staatssecretaris heeft toen gezegd dat hijdaarop terug zou komen in de tweede termijn. Dat was de vraag rondomde 2,4 miljard ten aanzien van het rapport-Van Geel. Die zal in ieder gevalschriftelijk worden beantwoord.Ik vermoed dat de eerste spreker een tweeminutendebat wil aanvragen. Ikgeef haar daarvoor de gelegenheid. Daarna gaan we iedereen even eenvoor een langs, om de vragen op te halen die nog openstaan. Dat gaan wewel in een moordtempo doen.Mevrouw Beckerman (SP):Ho, voorzitter! Dat is dan weer wat radicaal. Maar goed. Ik wil graag eentweeminutendebat aanvragen.De voorzitter:Dat staat genoteerd. De heer Holman.De heer Holman (NSC):Ik zal het snel doen: ik dacht dat de discussie rond Norg klaar en helderwas, maar door de beantwoording van de Staatssecretaris krijg ik toch hetidee dat het probleem daar nog niet opgelost is, zeker als het gaat overaardbevingsschade. Ik ga er nu vandoor, maar dit onderwerp komt zekernog terug.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Vedder.Mevrouw Vedder (CDA):Ik zal de details over deze casus morgen naar de PA van de Staatssecre-taris sturen. Dan hoop ik dat de Staatssecretaris daarop terug kan komen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7058 Het verzoek is om daarop terug te komen in de schriftelijke beant-woording. Collega Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Toch nog één ultieme poging dan. Ik heb het idee dat de Kamer anderstoch redelijk in verwarring wordt achtergelaten als het gaat over hetoplossen van die verschillen en over de vraag of daar maar beperktbudget beschikbaar voor is of dat dit koste wat het kost mag wordenopgelost. Om die verwarring weg te nemen en te voorkomen dat ...De voorzitter:We gaan nu geen tweede termijn doen, dus maak er een vraag van.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):... om te voorkomen dat Groningers met lege handen achterblijven: zou deStaatssecretaris de vraag kunnen beantwoorden of het niet zinvoller is omaan de hand van de opgestelde routekaart de verschillen, zowel de kleineals de grote, door de lokale stuurgroepen te laten beslechten, in plaatsvan zelf bij de grote verschillen het besluit te nemen?De voorzitter:Dank u wel. Meneer Pierik. U mag uw microfoon uitzetten, meneerBushoff.De heer Pierik (BBB):Ik wil de Staatssecretaris bedanken voor de antwoorden die hij gegevenheeft en voor de manier waarop hij naar de bewoners luistert.De voorzitter:Nee, we doen geen tweede termijn. Stelt u alleen vragen.De heer Pierik (BBB):Verder geen vragen.De voorzitter:Dank u wel. Dan zou ik de Staatssecretaris, ook ten aanzien van dat laatstepunt, willen vragen om dat toch ook zelf ... Ik heb de vragen gesteld overde motie over de zoutwinning in Veendam; die stel ik aan één kabinet. Ikkan me dus ook voorstellen dat de Staatssecretaris de vragen aan deMinister van KGG doorgeleidt voor de beantwoording. Dat kan dangebeuren op het moment dat hij in deze commissie de beantwoording intweede termijn gaat doen.–Volgens mij is er één toezegging gedaan. Dat is de toezegging aanmevrouw Vedder dat er een technische briefing zal worden georgani-seerd; die staat genoteerd.Ik zou de Staatssecretaris willen vragen op welke termijn hij denkt deschriftelijke beantwoording naar deze Kamer te kunnen sturen.Staatssecretaris Van Marum:Binnen een week.De voorzitter:Die komt binnen een week; dan noteren we dat. Dan staat het verzoekvoor een tweeminutendebat na de beantwoording ook genoteerd.Voor dit moment wil ik de Staatssecretaris en alle mensen achter hem, diehard hebben gewerkt, hartelijk bedanken voor hun aanwezigheid en debeantwoording. De collega’s bedank ik vanzelfsprekend ook. Vooral tegende mensen op de publieke tribune en degenen die het debat thuis gevolgdhebben, zeg ik: dank voor jullie aandacht en weet de Kamer te vinden,telkens opnieuw. Ik sluit de vergadering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7059 Sluiting 14.05 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 561, nr. 7060

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e38fd29fdd01db97

14 okt 2026 · 04e3c1a23d05e6b0

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingHerstel Groningen
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 maart 2025, over herstel Groningen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.