Reactie op verzoek commissie over de open brief van 32 organisaties werkzaam op het vlak van dierenrechten, natuur en milieu
Brontekst
Versie 3fb609e6ff7018f3 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 31 532Voedingsbeleid Nr. 230 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 29 augustus 2019 De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft d.d. 1 juli 2019 een open brief ontvangen van de Nederlandse Vereniging voor Veganisme, namens 32 organisaties die werkzaam zijn op het vlak van dierenrechten, natuur en milieu, met de titel «Overweeg plantaardige voedselvoorziening als oplossing voor klimaatopwarming en biodiversiteitsverlies». In de procedurevergadering van 3 juli 2019 heeft de commissie besloten de brief door te geleiden naar mij, om namens het kabinet een reactie te geven op deze brief. In de brief roept het samenwerkingsverband van 32 organisaties werkzaam op het vlak van dierenrechten, natuur en milieu de Tweede Kamer op om een volledig plantaardige voedselvoorziening serieus te overwegen. Zij stellen dat de overheid hier te weinig onderzoek naar laat doen, terwijl een plantaardig eetpatroon kansen biedt voor dier, mens en milieu. Zij geven aan dat het overbodig maken van het dier in de voedselketens een aanzienlijke besparing van landbouwgrond oplevert. Hierover willen zij graag in gesprek. Ik heb een delegatie van de 32 samenwerkende organisaties uitgenodigd voor een gesprek op het departement. De aandacht voor het onderwerp van een meer plantaardige voedselvoorziening is de afgelopen jaren toegenomen en nog altijd groeiende. De in 2018 verschenen LNV-visie «Landbouw, Natuur en Voedsel: Waardevol en Verbonden» en het onlangs gerealiseerde «Realisatieplan Visie LNV: Op weg met nieuw perspectief» (Kamerstuk 35 000 XIV, nr. 76), dragen hier ook aan bij. De kern van de LNV-visie is de omschakeling naar een kringlooplandbouw, waarin niet voortdurende druk op de kostprijs van producten leidend is, maar voortdurende verlaging van het verbruik van grondstoffen en vermin-dering van de druk op de leefomgeving, met minder schadelijke emissies naar bodem, lucht en water, vergroting van de biodiversiteit en zo min mogelijk tot geen negatieve impact op het klimaat en landbouwhuis-dieren. Met deze visie streef ik naar een betere balans tussen economie en kst-31532-230ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 31 532, nr. 2301 ecologie, tussen landbouw en natuur, milieu en klimaat, tussen plant-aardige en dierlijke productie en tussen plantaardige en dierlijke consumptie conform de adviezen van het Voedingscentrum (de nieuwe Schijf van Vijf). In het kader van het Realisatieplan en volgend op het eiwitverslag van de Europese Commissie, zal ik de komende tijd werken aan een Nationale Eiwitstrategie om de productie van plantaardige eiwitten en benutting van eiwitten uit reststromen en andere bronnen te vergroten. De transitie naar een kringlooplandbouw vergt een maatschappelijk proces, dat een ingrijpende omslag in denken en handelen vereist van iedereen die bij landbouw, natuur en voedsel is betrokken: van boer tot consument, en alle andere partijen in ketens en flankerende sectoren. Iedereen moet mee (willen) in de transitie. Producenten omdat ze bijvoorbeeld zicht houden of krijgen op voldoende inkomen en bestaans-zekerheid, inclusief maatschappelijke acceptatie («license to produce»), consumenten omdat ze duurzamer en gezonder eten. Een consumptiepatroon dat het klimaat minder belast wordt dan ook niet van de ene op de andere dag bereikt. Wel is duidelijk waar aangrijpings-punten liggen voor vermindering van de klimaatdruk. Minder voedselver-spilling, meer consumptie van groenten en fruit, en een groter aandeel consumptie van eiwitten op plantaardige basis, worden gezien als belangrijke bouwstenen van en bijdragen aan het lange termijn klimaat-beleid. We streven naar een goede en gezonde balans in de verhouding van dierlijke en plantaardige eiwitten in het eetpatroon van de consument, zonder de keuzevrijheid van de burger te beperken. Om de consument te helpen inzicht te verwerven in de effecten van de eigen consumptie wordt dit jaar een publicatie verwacht waarin de duurzaamheid/CO2-footprint van meerdere typen eiwitten (plantaardig/dierlijk) worden gecategori-seerd, zodat eiwitten op hun footprint gerangschikt kunnen worden. Naast een verschuiving in eetpatroon, is in Nederland gemiddeld een reductie van 10 tot 15% van de totale eiwitinname wenselijk. In het Klimaatakkoord onderschrijven partijen deze opgave. In een Uitvoeringsagenda van 29 juni 2018 heeft de rijksoverheid al zijn inzet bepaald op de transitie-agenda’s die door maatschappelijke partijen zijn geformuleerd om te komen tot een meer circulaire economie, waaronder de transitieagenda «Biomassa en Voedsel». Om doelen en ambities op het gebied van een meer plantaardige voedselproductie en consumptie te kunnen realiseren is continue ontwikkeling van innovatieve technieken en maatregelen nodig. Daartoe worden innovatieprogrammas geïntensiveerd, waarbij innovatiedoelen en opgaven voorop staan. Op deze manier leveren land- en tuinbouw en natuursectoren een bijdrage aan het doel voor 2050 van 80–95% emissie-reductie in Nederland, met innovatie inspanningen gericht op emissie-reductie in bodem en landgebruik in de landbouw, de ontwikkeling van (nieuwe) plantaardige eiwitbronnen zoals zeewier, microalgen of eiwitten uit reststromen, en halvering van de carbon footprint van consumptie in food en non-food, ook internationaal, waarbij consumenten de meest klimaatvriendelijke keuzes maakt gerelateerd aan grondstofkeuzes en bodemgebruik. Inspanningen gericht op kennisontwikkeling en innovatie op het vlak van een meer plantaardige voedselvoorziening zijn de afgelopen jaren vergroot. Voorbeelden van relevante onderzoeks- en innovatiepro-gramma’s zijn: –Circa 10 jaar geleden is gestart met het meerjarige onderzoekspro-gramma Innovaties Eiwitketens (PIEK) – met een focus op kweekvlees en -vis, insecten en vleesvervangers – met een budget van circa 7 miljoen euro. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 31 532, nr. 2302 –Vanaf 2008 is gewerkt aan een SBIR programma «Nieuwe eiwitten op het menu», terwijl in 2017 is gestart met een nieuwe SBIR «New Food Callenge», gericht op nieuwe aantrekkelijke producten gebaseerd op plantaardige eiwitten. Voor beide programma’s is circa 3 miljoen euro uitgetrokken. –Momenteel wordt circa 1 miljoen euro per jaar besteed aan de teelt en verwerking van zeewier. –Dit jaar is door de WUR een vierjarig kennisbasis-programma «The protein transition» gestart, met een budget van circa 1,5 miljoen euro per jaar. –Daarnaast loopt sinds kort het NWO-programma PULSE, waarin met eiwitingrediënten uit peulvruchten (erwt, veldboon, lupine) een impuls wordt gegeven aan de eiwittransitie. –Verder wordt in circa 10 programma’s publiek/privaat gewerkt aan innovaties in de eiwitvoorziening, waarmee circa 2–3 miljoen euro op jaarbasis is gemoeid. –Tenslotte wordt voor circa 200.000 euro per jaar aan consumentenon-derzoek uitgevoerd. De toenemende aandacht voor een meer plantaardige voedselvoorziening en eetpatroon blijkt ten slotte ook uit diverse publicaties van kennisinsti-tuten als het PBL, de Gezondheidsraad, het Voedingscentrum, het RIVM en het RLI. Al met al zie ik dat de aandacht voor het onderwerp van een meer plantaardige voedselvoorziening toeneemt en groeiende is. Het komende jaar zal de totstandkoming van een Nationale Eiwitstrategie hier verdere impulsen aan geven. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. SchoutenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 31 532, nr. 2303
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.