Tweede halfjaarbericht politie 2024
Brontekst
Versie 6c781c1b55bbf09d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 628PolitieNr. 1240 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 13 december 2024InleidingIn dit halfjaarbericht informeer ik uw Kamer over de staat van de politie. Inmijn brief van 14 november jl. heb ik toegelicht op welke manier ditkabinet de slagkracht van de politie wil vergroten, rekening houdende metde maatschappelijke ontwikkelingen waar de politie mee te maken heeften het absorptievermogen en de realisatiekracht van de politie. Ik wil dezegelegenheid ook graag benutten om andermaal mijn respect enwaardering uit te spreken voor de politiemensen die zich dag in dag uitinzetten voor ons aller veiligheid. In deze brief ga ik nader in op een aantalvan deze maatschappelijke ontwikkelingen en sta ik stil bij het maken vankeuzes bij de inzet van politiecapaciteit.Zoals gebruikelijk informeer ik uw Kamer in deze brief nader langs drielijnen over de staat van de politie, te weten: (1) de positie van de politie inde samenleving, (2) de toerusting van de politieorganisatie en (3) deontwikkeling van de taakuitvoering van het werkaanbod. In bijlage 1 zijnde kerncijfers van de politie visueel weergegeven, in bijlage 2 informeer iku over de stand van zaken van gedane toezeggingen, moties of andereaanvullende zaken. Bijlage 3 bevat een overzicht van internationaleplaatsingen van politiemedewerkers. In bijlage 4 vindt u een infographicondersteunend aan de IAT-analyse over mobiel banditisme op pagina 5van deze brief. De privacy audit van de Nationale Politie vindt u terug inbijlage 5. Bijlage 6 bevat een beleidsreactie op het rapport van AmnestyInternational «In beeld bij de politie: camerasurveillance bij vreedzaamprotest in Nederland».Positie van de politie in de samenlevingAl langer wordt met uw Kamer het gesprek gevoerd over de druk op hetwerk en de capaciteit van de politie. De uitdagingen waar de politie voorstaat kunnen niet door de politie alleen worden opgelost, maar vergensamenwerking met partners binnen en buiten het veiligheidsdomein. In kst-29628-1240ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12401 het Landelijk Overleg Politie en Veiligheid (LOVP), waar zowel de politieals de vertegenwoordigers van het gezag (burgemeesters en openbaarministerie) aan deelnemen, is de druk op het werk en de capaciteit van depolitie een terugkerend onderwerp van gesprek. Zo is tijdens het LOVPvan november jl. gesproken over maatschappelijke ontwikkelingen, hetveranderende veiligheidsvraagstuk en hoe hiermee om te gaan.Maatschappelijke ontwikkelingenEen groot deel van de politie-inzet op lokaal niveau is gericht op hetafhandelen van incidenten. De maatschappelijke hulpvraag is heel divers.U kunt denken aan personen met onbegrepen en verward gedrag,verdachte situaties, geweldsincidenten, inbraken, diefstallen, incidenten inhet verkeer en reanimaties. Het veiligheidsvraagstuk verandert als gevolgvan maatschappelijke ontwikkelingen. Belangrijke veranderingen die veelimpact hebben zijn meer maatschappelijke onrust, digitalisering (zoalsonline criminaliteit) en de toenemende impact van ondermijning. Tevensheeft ook de politie te maken met een krappe arbeidsmarkt.Deze ontwikkelingen van het veiligheidsvraagstuk hebben gevolgen voorhet werk van de politie. Zo vragen demonstraties steeds meer van depolitie. Uit een interne analyse blijkt dat het aantal demonstraties tussen2019 en 2022 met 68% is toegenomen. Naast demonstraties hebbenvoetbalevenementen veel (ME) inzet gevraagd. Het merendeel van dedemonstraties en (voetbal)evenementen verloopt zonder incidenten, maarde dilemma’s nemen toe. En bij sommige demonstraties neemt despanning toe, door onder andere geopolitieke invloeden.Ook het aandeel online criminaliteit neemt toe. Waar het veiligheids-vraagstuk voorheen voornamelijk lokaal gericht was op de «criminaliteiten overlast op straat», heeft in de afgelopen jaren een duidelijkeverschuiving plaatsgevonden naar het online domein. Daders van onlinecriminaliteit maken vaak op allerlei plekken in het land slachtoffers.Ook de taak die de politie heeft bij het bewaken & beveiligen van eenbrede groep uit de samenleving (Ministers, politici, bestuurders, journa-listen, wetenschappers en opiniemakers) moet hier worden vermeld. Hetaantal (vooral online) bedreigingen voor deze groep neemt in omvang toeen heeft een divers karakter.Deze ontwikkelingen leiden ertoe dat de inzet van politie verschuift vanlokale inzet naar bovenregionale, nationale en ook internationale inzet; denabijheid en zichtbaarheid in de fysiek wereld zal deels moetenverschuiven naar de online wereld. De politie kan niet overal tegelijk zijn.Om de politie beter te equiperen en om meer focus aan te brengen bij deinzet van de politie zullen keuzes moeten worden gemaakt langs devolgende drie lijnen: inzet van schaarse capaciteit, nieuwe manier vanwerken en huisvesting.Inzet van schaarse capaciteitOm de politie goed berekend te houden op haar taak, moet zij kunnenbeschikken over voldoende personeel. Gezien de krappe arbeidsmarkt ende omvangrijke vervangings- en uitbreidingsopgave van de politie, werktde politie aan het uitbreiden van opties voor het aantrekken van nieuwepolitiemedewerkers. Zo wordt een aantal opties verkend en uitgevoerddoor onder andere instroommogelijkheden voor het uitvoerendepolitiewerk uit te breiden. Zie hierover verder onder het kopje «Toerustingvan de politieorganisatie/Politiecapaciteit» verderop in deze brief.Daarnaast zet het kabinet stevig in op het werven van zijinstromers om depolitie op korte termijn van extra specialistische capaciteit voor onderTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12402 meer de aanpak van cybercriminaliteit en gedigitaliseerde criminaliteit tevoorzien.Daarnaast moeten keuzes worden gemaakt over de vraag hoe deeltakendie geen onderdeel zijn van de kernfunctie van de politie elders kunnenworden belegd of in samenwerking kunnen worden uitgevoerd (zoals ookopgenomen in het regeerprogramma). Dit leidt tot meer focus in detaakopvatting.Op dit moment wordt in het kader van het traject versterking van depolitiefunctie verkend welke deeltaken voor overdracht aan andereorganisaties in aanmerking kunnen komen en wordt er gewerkt aanoverdracht van de deeltaak identificatie en registratie van asielzoekers.Daarnaast wordt in navolging van de beleidsreactie op de ParlementaireVerkenning van de Tweede Kamer een brede aanpak van personen metverward/onbegrepen gedrag vormgegeven. Onderdeel daarvan is hetverlagen van de werklast van de politie door bijv. scherpere triage op demeldkamer en verbeterde vormen van samenwerking tussen zorgprofessi-onals en politie op straat1.Keuzes zijn ook aan de orde als het gaat om de inzet van het strafrecht.Het is belangrijk dat de beperkte capaciteit van het strafrecht vooral wordtingezet voor die feiten waar strafrechtelijke vervolging opportuun is. Datwil zeggen voor die feiten waar de inzet van het strafrecht meerwaardeheeft voor het slachtoffer, de verdachte en de samenleving boven andereinterventies. Het Openbaar Ministerie en politie werken aan het herzienvan het kader op basis waarvan prioriteiten worden gesteld en keuzesworden gemaakt, met als doel een goede instroom van zaken van zoweltraditionele als gedigitaliseerde veelvoorkomende criminaliteit (VVC) terealiseren. Waar het gaat over gedigitaliseerde criminaliteit is tevensaandacht nodig voor het verder ontwikkelen van een bovenlokale ofeenheidsoverstijgende aanpak.Nieuwe manier van werkenNaast het anders beleggen van deeltaken en het maken van keuzes in hetwerk, moeten tevens keuzes worden gemaakt over nieuwe manieren vanwerken. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de incidentafhandeling tevernieuwen door intake van meldingen en incidenten (geheel of deels) bijandere partijen dan de politie, of in samenwerking te organiseren. Inalgemene zin geldt namelijk dat bij veel incidenten meer inzet vanuit hetzorgdomein en minder inzet van handhaving en het strafrecht nodig is. Ditis beter voor de betreffende burgers en vergroot de kans dat de onderlig-gende problemen worden aangepakt.Bij nieuwe manieren van werken wordt tevens ingezet op gebruikmakingvan innovatie en technologie. Die maken beter werken mogelijk enontlasten politiemedewerkers; te denken valt aan drones of demogelijkheid om processen verbaal op te maken met behulp van eenspeech-to-tekst applicatie.Het belang van een nabije en zichtbare politie staat buiten kijf. Meerspecifiek vergt, zoals ik hierboven al schetste, de steeds groter wordendeimpact van digitalisering van de samenleving, naast (en in combinatiemet) fysieke nabijheid, steeds meer online nabijheid en zichtbaarheid vande politie. Te denken valt onder meer aan de ontwikkeling van nieuwesoorten (tijdelijke of permanente, online of fysieke) loketten en locatiesom met politie in contact te komen, de inzet van digitaal wijkagenten en1Kamerstukken II, 2024/25, 25 424, nr. 714Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12403 het doorontwikkelen van online kanalen om steeds volwaardiger metpolitie in contact te zijn.HuisvestingIn mijn brief van 11 oktober jl.2 heb ik mijn bredere inzet op nabijheid enzichtbaarheid van de politie met uw Kamer gedeeld. Daarbij heb ik ook hethuisvestingsbeleid betrokken. Uw Kamer heeft op 13 november jl. tweemoties over het onderwerp huisvesting aangenomen. De motie van het lidVan Nispen verzoekt de regering om geen bureaus meer te sluiten, demotie van het lid Mutluer vraagt om overleg met de burgemeesters diehet betreft tot een passende oplossing voor het bureau in Wolvega tekomen en daar in de tussentijd geen onomkeerbare stappen te nemen3. Ikinformeer de Kamer bij deze graag over de wijze waarop ik deze motiestot nu toe ter hand heb genomen en welke overwegingen daarbij een rolspelen.De politie heeft huisvesting nodig die het politiewerk optimaal onder-steunt, nu en in de toekomst. In 2014 zijn er in het Landelijk OverlegVeiligheid en Politie (LOVP) met de Regioburgemeesters en de voorzittervan het College van procureurs-generaal afspraken gemaakt over hetstrategisch huisvestingsplan. Het huisvestingsconcept van de politie isgebaseerd op het streven om één teambureau te hebben voor iederbasisteam, waar nodig ondersteund met politieposten van verschillendeaard en omvang. Wijzigingen in de huisvesting die uit het huisvestings-beleid voortvloeien zijn onderdeel van de reguliere afstemming tussenpolitie en lokaal gezag. Voorop staat daarbij het functioneren van depolitie als het gaat om de dienstverlening, het afhandelen van incidenten,opsporing, handhaving, het werk in de wijk etc. Huisvestingsvoorstellenom deze taken te faciliteren maakt de politie binnen het daarvoor gesteldefinanciële kader. De korpschef en ik houden de ontwikkeling van dehuisvestingsaanpak doorlopend in beeld. Daarnaast is de lokale huisves-tingsaanpak onderwerp van gesprek in de driehoek.De wereld is altijd in beweging en daarom vragen lokale ontwikkelingensoms om aanpassing van die plannen. Daarvoor is ruimte in het overlegtussen politie en lokaal gezag. Voor de situatie in Wolvega geldt dat hetgesprek tussen de leiding van de politie-eenheid Noord-Nederland en deburgemeester van Weststellingwerf (Wolvega) heeft geresulteerd invervolgafspraken met de burgemeesters van de driehoek Zuidoost-Fryslân(naast Weststellingwerf, Heerenveen en Ooststellingwerf). In deze dialoogzal ook worden ingegaan op de gevolgen en de te maken keuzes over devoorgenomen sluiting van het politiebureau in Wolvega. In het kader vandeze dialoog worden geen onomkeerbare stappen gezet. Op deze wijzegeef ik uitvoering aan de motie Mutluer.Dienstverlening vindt steeds meer online en/of buiten de traditionelepolitiebureaus plaats. En dat is ook nodig. Agenten zijn minder gebondenaan een fysieke politielocatie door het beschikbaar komen van digitalemiddelen voor het werken op straat. Deze transformatie leidt ertoe datbureaus minder nodig zijn en dat de politie meer tijd op straat aanwezigkan zijn. Bemensing van een locatie vraagt capaciteit, die op dat momentniet beschikbaar is voor het werk in de wijken. Sluiting van een bureaukan ook ruimte vrijmaken voor meer blauw op straat. Ter illustratie: voorhet openhouden van de politiebureaus en politieposten waarvan sluitingin 2025 is voorgenomen (zie de bijlage huisvesting bij de verzamelbriefpolitie van 11 oktober 2024) zijn circa 30 fte benodigd, die derhalve niet2Kamerstukken II, 2024/25, 29 628, nr. 12243Kamerstukken II, 2024/25, 29 628, nr. 1231; Kamerstukken II 2024/25, 29 628, nr. 1232Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12404 beschikbaar zijn voor het operationele politiewerk. Dit terwijl de politieeerder in overleg met het lokaal gezag heeft geconstateerd dat de politiegoed kan functioneren zonder het openhouden van voorgenoemdelocaties.De motie van het lid Van Nispen kent een financiële en inhoudelijkecomponent. Een eerste inschatting van de politie laat zien dat hetopenhouden van de politiebureaus en politieposten waarvan sluiting in2025 is voorgenomen in kunnen oplopen tot maximaal ca, 10 mln.Aangezien de meerjarenraming 2026–2029 al een exploitatietekort laatzien is deze route dus zeer onwenselijk. Inhoudelijk begrijpt het kabinet dewaarde die gehecht wordt aan politiebureaus. Tegelijkertijd hecht hetkabinet belang aan de zichtbaarheid en nabijheid van de politie. Helaaszitten we in een situatie waarin het openhouden van politiebureaus tenkoste gaat van de zichtbaarheid en nabijheid. Met minder politiebureauszijn er meer politiemedewerkers inzetbaar op straat. Het kabinet hechtveel waarde aan een zichtbare politie. De nabijheid in de wijk vraagt omeen andere wendbare benadering. Daarom zijn er ook andere conceptenvan huisvesting nodig. Het kabinet heeft alles afwegende besloten aan demotie Van Nispen derhalve geen uitvoering te geven.Toerusting van de politieorganisatiePolitiecapaciteitEén van de grootste uitdagingen van de politie is de capaciteit. Graaginformeer ik uw Kamer over de stand van zaken. In de onderstaande tabelis een overzicht van de werksoorten van de operationele politiesterkteopgenomen. Daarin is inzichtelijk gemaakt hoe de bezetting zich tussen31 december 2023 en 31 augustus 2024 heeft ontwikkeld. De totaleoperationele sterkte (zowel inclusief als exclusief aspiranten) is gestegen.Met name bij de werksoorten «gebiedsgebonden politie» en «meldkamerintake & service» zien we een stijging. De sterkte in de werksoortopsporing is gedaald ten opzichte van vorig jaar. De overige werksoortenblijven stabiel. Momenteel wordt aan een oplossing met zij-instromersgewerkt voor het capaciteitsprobleem in de opsporing. De toelichting vandeze oplossing volgt in de alinea’s hieronder. Tijdens de begrotingsbehan-deling heb ik u toegezegd om het overzicht van de bezetting naar achtwerksoorten ook in de JenV-begroting 2026 op te nemen (zie bijlage 2budgetrecht).Werksoorten Operationeel PersoneelBezetting 31-12-2023Bezetting 31-08-2024Gebiedsgebonden Politie20.50420.726Opsporing10.48010.340Meldkamer, Intake en Service5.4535.671Intelligence3.9654.029Beveiliging2.6512.668Leiding1.0241.023Overige Operationele Functies2.0002.045Totaal Opgeleid Operationeel Personeel46.07646.502Aspiranten4.8634.850Totaal Operationeel Personeel50.93951.352 In de eerste acht maanden van 2024 is de bezetting van de operationelesterkte licht gestegen. De instroom van aspiranten ligt voor zowel hetmbo- als het hbo-politieonderwijs op schema, al blijft het door de krappearbeidsmarkt een opgave om de klassen gevuld te krijgen. De zij-instroomvan medewerkers met een executieve aanstelling met specifieke inzet-baarheid (ESI) en medewerkers met een aanstelling administratief-technisch-huishoudelijk buitengewoon opsporingsambtenaar (ATH-BOA)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12405 ligt ruimschoots op schema. De afgelopen jaren was de zij-instroom inoperationele functies ongeveer 1.200 fte per jaar. Dit jaar was dat aantal alin augustus gerealiseerd en komt de totale instroom voor 2024 significanthoger uit.Het was al mogelijk om via zij-instroom te werven voor specialistischefuncties met een expertise op het gebied van digitaal, financieel-economisch, zeden, milieu en forensisch. Nu is er in oktober 2024 ook eenakkoord met de vakbonden bereikt om zij-instromers te werven voor defunctie Medewerker Tactische Opsporing. Deze zij-instromers kunnen meteen opleiding van een paar maanden aan de slag op de afdelingenveelvoorkomende criminaliteit van de basisteams. Dit besluit is een eerstestap in de modernisering van de aanstellingen. Ook voor bewaken enbeveiligen en andere onderdelen wordt gewerkt aan directe instroom metverkorte opleiding, om vervolgens via aanvullend onderwijs door tekunnen stromen naar andere functies bij de politie.Diverse eenheden hebben al pilots lopen met directe instroom in deopsporing. Een aantal van deze medewerkers is vervolgens ook weerdoorgestroomd naar de brede politieopleiding, om daarna aan de slag tegaan in de gebiedsgebonden politie of in de tactische opsporing.De uitstroom is op dit moment stabiel. De verwachting is dat de voorzieneuitstroom door pensioen zal afnemen. De verlenging van de RegelingVervroegd Uittreden (RVU) zal hier een negatief effect op hebben. Watbetreft de onvoorziene uitstroom is de verwachting dat deze door deaanhoudende krapte op de arbeidsmarkt zal toenemen. De focus van dearbeidsmarktstrategie, die eerst vooral op instroom lag, is daarominmiddels verbreed naar het behoud van politiepersoneel. Naar aanleidingvan het onderzoek naar vertrekredenen van politiemedewerkers, richtende maatregelen voor behoud zich onder andere op doorstroomper-spectief. Zo is het voor sommige functies mogelijk gemaakt om werk- endenkniveau aan te tonen met een assessment in plaats van met eendiploma. Dit biedt meer kansen voor interne doorstroom. Ook wordt forsgestuurd op het voeren van resultaat- en ontwikkelgesprekken, om in diegesprekken met de leidinggevende te verkennen wat een passendevolgende stap is. Daarnaast is er een wegwijzer ontwikkeld voormedewerkers om inzicht te geven in wat zij zelf kunnen doen om eenvolgende stap te zetten. In het kader van behoud van specialisten kijktpolitie momenteel naar een optimale inrichting om doorgroeimogelijk-heden te bevorderen. Verder is politie van plan om een nieuw onderzoekuit te voeren naar de medewerkersbeleving, deze keer specifiek gericht opdoorstroom. De resultaten hiervan zullen in 2025 opgeleverd worden.Regeling vervroegd Uittreden (RVU)Op 19 november hebben de politievakbonden, de korpschef en ik eenarbeidsvoorwaardenakkoord gesloten voor een overbruggingsregelingvervroegd uittreden. Hiermee krijgen politiemedewerkers die zijn geborenin het jaar 1961 en zware politiedienstjaren achter de rug hebben, demogelijkheid om gebruik te maken van de Regeling Vervroegd Uittreden(RVU). Dit betekent dat deze politiemedewerkers maximaal 3 jaar voor hunAOW-leeftijd kunnen stoppen met werken en daarbij een maandelijksuitkeringsbedrag ontvangen. Tot op heden konden zij geen gebruik makenvan een regeling vervroegd uittreden. Afspraken voor deze doelgroep zijngemaakt om te voorkomen dat zij tussen wal en schip kwamen te vallen,aangezien ten tijde van het onderhandelaarsakkoord nog werd gewachtop een akkoord op centraal niveau in de Stichting van de Arbeid oververvroegd uittreden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12406 In het arbeidsvoorwaardenakkoord is, overeengekomen om doorwerkentot aan de AOW-leeftijd te stimuleren, net als bij de huidige tijdelijk RVU.Alle politiemedewerkers, geboren in het jaar 1961, ontvangen eengratificatie wanneer zij doorwerken tot hun AOW-leeftijd.Politiemedewerkers staan in de frontlinie en hun werk is onvoorspelbaar,zwaar en kent risico’s. Zij verdienen de juiste aandacht en zorg. Hieromzijn afspraken gemaakt om in te blijven zetten op duurzame inzetbaarheidvan de politiemedewerkers. De huidige maatregelen worden op effecti-viteit bezien en op basis van de nieuwe visie Gezond Politiewerk wordennieuwe maatregelen verkend. Met als stip op de horizon dat uiteindelijkiedere politiemedewerker duurzaam inzetbaar het pensioen kan halen.Daarnaast hebben het kabinet, vakcentrales en werkgevercentrales eenakkoord bereikt op 18 oktober jl. over een structurele en gerichte regelingvervroegd uittreden voor mensen met zwaar werk. De huidige tijdelijkeregeling vervroegd uittreden is een afspraak uit het pensioenakkoord uit2019. Deze regeling loopt volgens afspraak af eind 2025. In het akkoord isafgesproken dat er voor werknemers, die dat echt nodig hebben, óók na2025 een regeling is om vervroegd te kunnen uittreden. Naar aanleidingvan dit akkoord ben ik met de politievakbonden en politie in gesprek omafspraken te maken over een regeling Vervroegd Uittreden voor politieme-dewerkers (geboren na 1961) met zwaar werk. Hiermee is aan de moties,om op korte termijn in gesprek te gaan over en om snel te komen tot eengoede regeling Vervroegd Uittreden, van Aardema en Van Nispenvoldaan.Transitie landelijke eenhedenOp 25 september jl. heb ik uw Kamer toegezegd om met de heerSchneiders en de korpschef in gesprek te gaan over de monitoring op detransitie van de landelijke eenheden. De motie Helder c.s.4 roept op tot hethervatten van de werkzaamheden van dhr. Schneiders. Hierbij informeerik uw Kamer hierover.Medio november is dhr. Schneiders gestart als adviseur van de korps-leiding, ondersteund door een lid van de voormalige monitoringscom-missie en een expert op het gebied van werkcultuur en leiderschap. Zijzullen het komende jaar kritisch de transitie volgen en waar nodig dekorpsleiding en/of de eenheidsleidingen van de LO en de LX adviseren.Dhr. Schneiders heeft ermee ingestemd twee keer per jaar een openbarevoortgangsrapportage te maken. Hierover zal worden gerapporteerd in dehalfjaarberichten.De Inspectie is een onafhankelijk toezichthouder en gaat zelf over deinvulling van haar werkzaamheden. Zij heeft mij laten weten – mede naaraanleiding van de motie en het aanblijven van dhr. Schneiders – geen rolvoor zichzelf te zien in het monitoren van de transitie. In het kader vankwaliteit van de taakuitvoering zal de Inspectie, zoals ook aangegeven inhet werkprogramma 2025, onderzoeken doen naar ondermijning endigitale criminaliteit. In beide trajecten besteedt de Inspectie aandacht aanhet data- en informatiegestuurd optreden van de politie. Hierin zullen welraakvlakken zitten met de landelijke eenheden.Ik wil uw Kamer graag meenemen in een aantal recente ontwikkelingenaangaande de voortgang van de transitie binnen de landelijke eenheden.De afgelopen periode heeft de korpschef mij laten weten dat er belang-rijke stappen gezet zijn in de verdere ontwikkeling van een sociaal en4Kamerstukken II, 2024/25, 29 628, nr. 1227Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12407 veilig werkklimaat. Voor het versterken van de werkcultuur zijn terondersteuning en begeleiding van de medewerkers en teams uiteenlo-pende methoden en instrumenten beschikbaar. Tijdens de technischebriefing op 17 oktober jongstleden is één van deze methoden, «Dialoog inteams», kort aan de orde gekomen. De eerste ervaringen daarmee zijnpositief. De aanpak van werkcultuur vraagt echter om maatwerk: op basisvan een groepsintakegesprek wordt per team een passend aanbodingezet. Omdat er bij meerdere teams behoefte is aan dergelijke cultuurin-terventies, wordt bekeken hoe dit traject versneld kan worden. Hetdoorbreken en verbeteren van cultuurpatronen vraagt intensieve,meerjarige investering van leidinggevenden en medewerkers.Ook op het gebied van het herontwerpen van de diverse domeinen zijn,samen met medewerkers, stappen gezet richting toekomstbestendige enadaptieve eenheden. De afgelopen tijd is voor domeinen als sensing,cyber en R&D het grofontwerp afgerond. Hierbij is met alle betrokkenstakeholders herijkt wat de taken van het domein zijn en hoe op eenpassende manier toekomstige dreigingen aangepakt kunnen worden. Inde volgende fase wordt het ontwerp verder verfijnd zodat duidelijk wordtwelke functies op welk niveau benodigd zijn. Voor diverse organisatieon-derdelen, zoals het splitsen van de staf, is de ontwerpfase inmiddelsafgerond en zullen de komende maanden reorganisaties plaatsvinden.De ontwikkeling van de taakuitvoering van het werkaanbodZedenzakenTijdens het commissiedebat politie op 25 september jl. (Kamerstuk 29 628,nr. 1226) heb ik met uw Kamer gesproken over de doorlooptijden voorzedenzaken, en specifiek de werkvoorraad bij de politie. Ik heb toegezegduw Kamer in dit halfjaarbericht te informeren over de stand van zakenvoor de werkvoorraad zedenzaken en hoe deze terug te dringen. Middelsdeze tekst beschouw ik de toezegging als afgedaan. Daarbij ga ik ook kortin op de ontwikkeling in de formatie en bezetting van de zedenteams. Detoezegging sluit overigens aan bij een eerdere motie van de ledenMichon-Derkzen en Van der Werf5 naar aanleiding waarvan uw Kamersinds 2022 halfjaarlijks wordt geïnformeerd over de werkvoorraad op hetterrein van zedenzaken en de afspraken om deze werkvoorraad terug tedringen.Stand van zaken formatie en bezetting zedenteamsDe zedenteams van de politie zijn belast met de opsporing van seksuelemisdrijven. De afgelopen jaren is geïnvesteerd in de uitbreiding van dezeteams teneinde oplopende werkvoorraden te kunnen aanpakken. Inonderstaande tabel vindt u de ontwikkeling in de formatie en bezetting bijde zedenteams vanaf 31 december 2020.Tabel 1 Formatie en bezetting teams zeden in fte (bron: politie).DatumFormatie (fte)Bezetting (fte)31-12-2020630,3638,831-12-2021653,6656,231-12-20221678,8672,231-12-2023688,9657,25Kamerstukken II, 2021/22, 31 015, nr. 249.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12408 DatumFormatie (fte)Bezetting (fte)31-08-2024707,4665,61 De politie heeft in het voorjaar van 2023 de definitie van het werk in de zedenkolom scherpergeformuleerd. Daardoor wijken de cijfers per 31 december 2022 enigszins af van eerdere rappor-tages. Met aanvullende middelen uit de motie-Hermans c.s.6 wordt de capaciteitvan de zedenteams dit jaar verder uitgebreid om de verwachte toenamevan het aantal meldingen en aangiften als gevolg van de inwerkingtredingvan de Wet seksuele misdrijven op 1 juli jongstleden te kunnen opvangen.Doordat het mogelijk is gemaakt dat de politie al in 2023 kon beginnenmet de werving, opleiding en screening van nieuwe medewerkers staan erop dit moment geen vacatures meer open naar aanleiding van decapaciteitsuitbreiding uit de Hermansmiddelen. Dat neemt niet weg datmeer in het algemeen voor de zedenteams geldt dat er sprake is van eenlichte onderbezetting als gevolg van de uitstroom van medewerkers diemet pensioen gaan of doorstromen. De politie doet er alles aan om dezemedewerkers zo snel mogelijk te vervangen, wat een uitdaging is in dehuidige krappe arbeidsmarkt.Stand van zaken werkvoorraden zedenzakenIn onderstaande tabel vindt u de ontwikkeling in de werkvoorraadzedenzaken bij de politie vanaf 2 november 20207.Tabel 2 Geactualiseerde cijfers werkvoorraad zedenzaken (bron: politie).Cijfers zedenzakenStand 02-11-2020Stand 02-11-2021Stand 02-11-2022Stand 02-11-2023Stand 02-11-2024Aantal geregistreerdeincidenten10.14310.74313.34312.01612.398Voorraad aantal zedenzaken3.4643.5773.6073.3983.159Aantal aangiftes langer dan6 maanden in voorraad829878833868714Aantal aangifte2.3752.6022.9122.7792.949Aantal verdachtenopenbaar ministerie1.7391.8832.1022.2412.033 De geactualiseerde cijfers laten overwegend een verbetering zien. Dewerkvoorraad zedenzaken bij de zedenteams is wederom gedaald tenopzichte van het voorgaande jaar en ligt inmiddels ruim onder het niveauvan 2020. Ook is het aantal aangiftes dat langer dan 6 maanden invoorraad flink gedaald en ligt het aantal onder het niveau van 2020.Tegelijkertijd is het totaal aantal aangiftes gestegen ten opzichte van hetvoorgaande jaar en ligt het aantal aanzienlijk hoger dan in 2020. Ditbetekent dat de zedenteams bij een toename aan werk in staat zijngebleken om stappen te zetten op het terugdringen van de werkvoor-raden. Het aantal bij het Openbaar Ministerie ingestuurde dossiers vanafgeronde onderzoeken is wel iets gedaald ten opzichte van hetvoorgaande jaar, maar ligt nog steeds ruim boven het niveau van 2020. Ikteken bij deze resultaten nog op dat ze zijn behaald tegen de achtergrondvan de implementatie van de Wet seksuele misdrijven, die naast hetreguliere werk binnen de zedenteams is opgepakt, en een toename in de6Kamerstukken II, 2021/22, 35 925, nr. 13.7Dit zijn niet allemaal strafbare feiten, want niet elke vorm van seksueel grensoverschrijdendgedrag is strafbaar en zedenincidenten bestaan niet alleen uit meldingen van burgers. Als eenwijkagent een bezoek brengt aan een veroordeelde zedendelinquent of als een agent eenbekende schennispleger in een afgelegen gebied aantreft, dan wordt dat ook vastgelegd en alsincident geregistreerd. Dit verklaart waarom lang niet alle geregistreerde zedenincidentenresulteren in een aangifte maar wel werk met zich meebrengt voor de politie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12409 complexiteit van zedenonderzoeken. Daarmee zijn dit jaar grote inspan-ningen geleverd door de zedenteams.MaatregelenNet als uw Kamer, ben ik ervan doordrongen dat lange doorlooptijden eengrote impact kunnen hebben op zedenslachtoffers en hun naasteomgeving. Om ervoor te zorgen dat de politie haar werkvoorraad op hetterrein van zedenzaken kan terugdringen, is de capaciteit van de zeden-teams de afgelopen jaren fasegewijs uitgebreid. Het effect hiervan zien weterug in de geactualiseerde cijfers over de werkvoorraden bij de zeden-teams. Maar er is meer nodig dan capaciteitsuitbreidingen om dedoorlooptijden in zedenzaken aan te pakken en een verschil te maken voorde slachtoffers van zedendelicten. Ook de partners uit de strafrechtketenspannen zich gezamenlijk in om de doorlooptijden in zedenzaken teverkorten. In 2022 hebben zij hiertoe het Actieplan versterken ketenaanpakzedenzaken opgesteld. Over de stand van zaken voor het Actieplan wordtuw Kamer binnenkort geïnformeerd in de voortgangsbrief aanpakseksuele delicten. Daarnaast zet de politie al langer in op betekenisvolleinterventies voor zedenslachtoffers. Het gaat daarbij om – op basis van debehoefte van het slachtoffer – te komen tot de beste interventie voor hetslachtoffer en de dader die mogelijk en geboden is. Die interventie kanook buiten het strafrecht liggen. Een veelbelovende ontwikkeling in ditverband is de versterking van een multidisciplinaire samenwerking tussenalle ketenpartners in zedenzaken (Centrum Seksueel Geweld, Veilig Thuis,Perspectief Herstelbemiddeling, Mediation, politie, Openbaar Ministerie,Reclassering en Slachtofferhulp Nederland) waarbij wordt ingezet op hetsamenwerken vanaf de melding, uitvoeren van gezamenlijke triage en hetorganiseren van casusregie. Deze ontwikkeling is inmiddels geborgdbinnen het traject «Goed georganiseerd Landschap van Hulp-, Meld- enSteunpunten» dat in opdracht van de ministeries van Volksgezondheid,Welzijn en Sport en Justitie en Veiligheid wordt uitgevoerd. De Staatsse-cretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg en de StaatssecretarisRechtsbescherming informeren uw Kamer binnenkort over de stand vanzaken voor dit traject.Online informatievergaringTijdens het debat van 13 november over de incidenten in Amsterdamheeft het lid Yes¸ilgöz-Zegerius een motie ingediend over meekijken inTelegramgroepen8. Omdat ik met uw Kamer het belang onderschrijf vaneen goed geëquipeerde politie die ook online op de juiste plekken debenodigde informatie kan vergaren ten behoeve van de openbare-ordehandhaving, bereid ik een wetsvoorstel voor om de informatiepositievan politie op het terrein van de openbare-ordehandhaving te verbeteren.Op dit moment mag de politie ten behoeve van de openbare ordeinformatie vergaren zolang hiermee niet een min of meer volledig beeldvan het persoonlijk leven ontstaat. Dit beeld ontstaat in de online wereldal snel. De bevoegdheden van de politie om mee te kijken in onlinegroepen zijn daarnaast afhankelijk van de mate van beslotenheid van zo’ngroep. De politie heeft namelijk op dit moment geen wettelijkebevoegdheid om ten behoeve van de openbare ordeverstoring toegang tekrijgen tot besloten groepen. Niet alle groepen die besloten lijken zijn ditook. Een groep is besloten zodra er een effectief deurbeleid wordt8Kamerstukken II, 2024/25, 36 651 nr. 22Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 124010 gevoerd en de politie zichzelf moet voordoen als gelijkgestemde van degroep om deel te nemen9.Het streven is om in de eerste helft van 2025 een wetsvoorstel inconsultatie te brengen waarin de bevoegdheid tot stelselmatige informa-tievergaring in publiek toegankelijke online bronnen wordt geregeld. Ditvoorstel wordt met een zorgvuldige onderbouwing van nut en noodzaaken een kader van checks and balances voorbereid. Met prioriteit wordtparallel gewerkt aan de mogelijkheid om in het kader van de openbare-ordehandhaving de politie ook toegang tot besloten app- en chatgroepente geven, indachtig de motie Yes¸ilgöz-Zegerius c.s. Voor de opsporing vanmisdrijven beschikt de politie al over deze bevoegdheid.Tot slotDagelijks komt de politie in aanraking met een grote verscheidenheid aanmaatschappelijke uitdagingen die weinig van ons zo direct meemaken. Ikwil de politie en politiemedewerkers zo goed mogelijk toerusten om hunbelangrijke werk te doen. Hiervoor blijf ik mij inzetten.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van Weel9In eerdere brieven is uw Kamer uitgebreider geïnformeerd over de reikwijdte van de huidigebevoegdheden zoals het halfjaarbericht politie van juni 2023. Kamerstukken II, 2022–2023,29 628, nr. 1174.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 124011
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.