Tweeminutendebat Erfgoed (CD 11/6)
Tweeminutendebat Erfgoed (CD 11/6) (ongecorrigeerd)
document · 10 sep 2026 · Tweede Kamer
Erfgoed Erfgoed Aan de orde is het tweeminutendebat Erfgoed (CD d.d. 11/06). Voorzitter: Zwinkels De voorzitter: Een goede middag. Ik heropen de vergadering. We zijn inmiddels aanbeland bij het tweeminutendebat Erfgoed. Ik heet de minister van OCW van harte welkom in de Tweede Kamer. Ik zou graag het woord willen geven aan mevrouw Wiersma. Mevrouw Wiersma (BBB): Ik zou willen verzoeken om toestemming om deel te nemen aan dit tweeminutendebat. De SP heeft, in de persoon van mevrouw Beckerman, de inbreng namens ons gedaan. Ik zou de Kamer willen vragen of ik deel mag nemen. De voorzitter: Ik kijk even rond of daar geen bezwaar tegen is. De heer Mohandis (PRO): Voorzitter, geen bezwaar. De voorzitter: Dat is fijn om te horen. Dan kan mevrouw Wiersma deelnemen aan dit tweeminutendebat. Ik herinner de collega's eraan dat het een tweeminutendebat is. Ik wil u vragen om uw inbreng dus ook te beperken tot twee minuten, inclusief eventuele moties die u gaat indienen. Dan kijk ik niet specifiek naar de heer Mohandis, maar ik ga hem wel het woord geven. De heer Mohandis (PRO): Voorzitter, dank u wel. Wij hebben in het debat aandacht gevraagd voor alles rondom het behoud van digitaal erfgoed. De voorganger van deze minister heeft een wetstraject aangekondigd om de mogelijkheden te verkennen om conservatoren in staat te stellen aan webharvesting en dataverzameling met webcrawlers te doen et cetera, et cetera. Daar is het nodige over uitgewisseld, en toch bleef een beetje hangen hoe de minister dit nou gaat oppakken, wanneer ze dit gaat doen en op welke termijn we wat kunnen verwachten. Ik wil graag nog iets meer reflectie op dat vlak. Dan laat ik nu een motie achterwege, maar ik sluit zeker niet uit dat wij hier bij de begrotingsbehandeling Cultuur op terugkomen. Voorzitter. Een ander punt. Tijdens het debat ging het over een eerdere, breed aangenomen motie over het terugbrengen van de totale restauratieopgave niet-woonhuisrijksmonumenten tot 10% in 2033. Omdat we hier tempo willen houden en we de ambitie niet uit het oog mogen verliezen, heb ik de volgende motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Kamer een motie heeft aangenomen om de totale restauratieopgave van niet-woonhuisrijksmonumenten terug te brengen tot 10% in 2033; constaterende dat de Subsidieregeling grote restauratieopgaven niet-woonhuisrijksmonumenten is bedoeld voor grote restauratieopgaven die tot nu toe vaak buiten de boot vielen als het gaat om subsidie, en dat de regeling daarom bijdraagt aan het terugdringen van de restauratieachterstanden voor deze categorie rijksmonumenten; verzoekt de regering de regeling die er is om te zetten naar een structurele regeling met structurele middelen, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Mohandis en Beckerman. Zij krijgt nr. 582 (32820). De heer Mohandis (PRO): Dat was het, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw inbreng. We gaan snel door naar mevrouw Beckerman. Aan u het woord. Mevrouw Beckerman (SP): Goedemiddag. Leuk om u hier als voorzitter te zien. Het erfgoed staat onder druk. Al in 2014 concludeerde een voorganger van deze minister dat het goed is om de Erfgoedwet te herzien. Daarom heb ik vandaag twee moties. De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat erfgoed onder druk staat en bedreigd wordt door onder andere klimaatverandering en fysieke dreiging, en dat er momenteel een Taskforce Veilig Erfgoed werkt aan de weerbaarheid van ons erfgoed; constaterende dat het kabinet al in 2024 concludeerde (32820, nr. 533) dat we een toekomstbestendige Erfgoedwet nodig hebben en in zijn brief een groot aantal punten noemt waarop de Erfgoedwet herzien dient te worden, waaronder, maar niet uitsluitend, het verankeren van publieksbereik en participatie, het beter beschermen van ons erfgoed en de digitale bescherming en toegankelijkheid; voorts constaterende dat hierbij geen tijdspad bekend is gemaakt anders dan "in de komende periode"; verzoekt de regering de Tweede Kamer nog in 2026 te informeren over de laatste stand van zaken betreffende de herziening van de Erfgoedwet en in 2027 een vernieuwde versie van de wet te presenteren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Mohandis. Zij krijgt nr. 583 (32820). Mevrouw Beckerman (SP): De tweede motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat vrijwilligers in de archeologie een belangrijke bijdrage leveren aan de informatievoorziening voor een breder publiek en daardoor aan maatschappelijk draagvlak voor dit erfgoed, maar zeker ook aan kenniswinst; constaterende dat de door Nederland ondertekende verdragen van Malta en Faro aan publieksbereik en het betrekken van vrijwilligers een belangrijke rol toebedelen maar dit in praktijk nog sterker georganiseerd kan worden; voorts constaterende dat het hiervoor behulpzaam kan zijn als alle vrijwilligersgroepen in de archeologie zich beter verenigen, bijvoorbeeld in een platform; verzoekt de regering vrijwilligers in de archeologie praktisch en financieel te ondersteunen bij het voorstel dat ze hiervoor uitwerken, en de Kamer hierover in 2027 te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Mohandis. Zij krijgt nr. 584 (32820). Mevrouw Beckerman (SP): De laatste twintig seconden gebruik ik voor een vraag. In het debat vroegen wij naar de knellende arboregels voor duikers in de maritieme archeologie. De minister heeft aangeven dat ze in december met meer informatie komt, maar we horen nog steeds dat die knelpunten eigenlijk alleen maar toenemen, dus graag een update. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan komen we bij de volgende spreker. Dat is mevrouw Heera Dijk. Gaat uw gang. Mevrouw Heera Dijk (D66): Dank, voorzitter. Het is leuk om u hier te zien. Voorzitter. Als we het hebben over erfgoed, dan hebben we het vaak over het behouden van erfgoed, maar ik ben eigenlijk nieuwsgierig wat we doen als we het niet alleen behouden, maar er ook een nieuwe betekenis aan kunnen geven. Zo was ik laatst op werkbezoek in Apeldoorn. Ik denk dat iedereen het iconische gebouw van Centraal Beheer wel kent. Een leuk weetje is dat dat de allereerste kantoortuin van Nederland is. Het gebouw is een belangrijk voorbeeld van een Post 65-monument. In Apeldoorn hebben ze mij laten zien wat je kunt doen met oud en hoe je daar een nieuwe betekenis aan kunt geven. Zij denken erover na om dit bijzondere gebouw een nieuwe invulling te geven: een nationaal veiligheidscentrum. Zo behoud je erfgoed, maar met een functie die meer past bij nu. Deze nieuwe manier van kijken brengt ook nieuwe vragen met zich mee. Ik heb daarom twee vragen aan de minister. Ziet de minister meerwaarde in het idee om oude, bijzondere gebouwen niet alleen te beschermen, maar ook een nieuwe maatschappelijke functie te geven? In het kader daarvan vraag ik ook hoe je ervoor zorgt dat kansrijke plannen voor monumenten verder komen en dat je kunt samenwerken. Denk daarbij aan verschillende departementen, rijksprogramma's en gemeentes. Immers — dit wil ik eigenlijk aan iedereen meegeven — nieuwe ideeën ontstaan wanneer je die kunt delen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dat brengt ons bij de heer Van der Maas. Aan u het woord. De heer Van der Maas (VVD): Hartelijk dank, voorzitter. Zes miljoen Nederlanders zetten zich in hun vrije tijd in voor allerlei organisaties: schutterijen, corso's, carnavalsverenigingen, paasvuren, optochten en bruine kroegen. Daar zijn veelal vergunningen voor nodig. In mijn bijdrage in het commissiedebat vroeg ik de minister om in gesprek te gaan met de VNG over het vereenvoudigen van de vergunningverlening door gemeenten voor culturele evenementen. De minister heeft toegezegd dat te gaan doen. Ik heb er daarom geen motie over. Vandaag wil ik de minister vragen om iets anders. Dat betreft het Verdrag van Faro over de maatschappelijke waarde van cultureel erfgoed. Dit ligt parlementair voor, maar is nog niet ingepland. Toch zou ik graag zien dat de regering bij de uitwerking van dat verdrag de knelpunten in beeld brengt en meeneemt. Ik doel daarbij op de knelpunten rondom regelgeving, subsidie en vergunningverlening. Ook zou ik graag zien dat de regering daarbij in gesprek gaat met de organisaties die het betreft, zodat die hun knelpunten zelf kunnen benoemen. Graag verneem ik van de minister of zij daartoe bereid is. De voorzitter: Een moment, u krijgt nog een interruptie. Ja, u was bijna vergeten dat dat nog mogelijk is. De eerste interruptie van dit debat is van mevrouw Beckerman. Mevrouw Beckerman (SP): Hij gaat er echt voor staan. Dat is mooi. Ik heb Faro ook genoemd in een van mijn moties. Een paar jaar geleden, in 2014, is er door een voorganger van deze minister geconstateerd dat juist op publieksbereik en -participatie onze Erfgoedwet niet voldoet. Die voorganger heeft ook aangekondigd dit eigenlijk beter in de wet te willen opnemen. Deelt de VVD dat voornemen? Het is namelijk nog niet concreet gemaakt. De heer Van der Maas (VVD): Ik deed mijn jasje weer even dicht, want ik moest teruglopen. Hartelijk dank voor de vraag. Het is iets wat ook onze aandacht heeft. We moeten even bekijken hoe dit in het proces verdergaat. Mevrouw Beckerman (SP): Dat is volgens mij het meest haalbare en ik denk ook dat het een mooi antwoord is. Ik denk dat het er hier heel vaak om spant. We vinden het allemaal mooi en er zijn heel veel vrijwilligers actief — dat blijft ook zo — maar tegelijkertijd is het natuurlijk ook gewoon een recht. Dat is wat de verdragen van Malta en Faro heel duidelijk maken. Nederland heeft beide geratificeerd, maar bij beide is dit deel niet opgenomen in de wetgeving. Wij vinden het dan ook jammer dat het elke keer blijft bij "hulde aan alle vrijwilligers" — het is weer Open Monumentendag dit weekend — terwijl we het toch echt wettelijk moeten gaan borgen. De voorzitter: En uw vraag aan de heer Van der Maas? Mevrouw Beckerman (SP): Mijn vraag is of u de urgentie ook begrijpt. Wij staan hier al wat langer voor op de barricaden dan wel op het spreekgestoelte. De heer Van der Maas (VVD): Ik zou graag zien dat dit nu echt wat voortgang gaat maken, dus misschien kan ik nu meteen aan de minister vragen wat de planning van die voortgang is. De voorzitter: Dank u wel. Dat waren de interrupties. Dan gaan we door naar mevrouw Tijmstra. Gaat uw gang. Mevrouw Tijmstra (CDA): Dank u wel, voorzitter. Erfgoed leeft niet alleen in stenen, schilderijen, scheepswrakken of archieven; het leeft ook in de handen van mensen die weten hoe je het bewaart, herstelt en doorgeeft. Juist daarom maakt het CDA zich zorgen over de groeiende tekorten aan vakmensen. In het commissiedebat hebben we daar nadrukkelijk aandacht voor gevraagd. We hebben in het commissiedebat ook aandacht gevraagd voor de wrakken op de rede van Texel en hoe mooi het zou zijn als het toch zou lukken om een eerste stap te zetten in de richting van opgraving van het Palmhoutwrak of een vergelijkbaar wrak. Voorzitter. Wij zien daarbij kansen voor verbinding. Hoe mooi zou het immers zijn als de opgraving van het Palmhoutwrak gekoppeld wordt aan het opleiden van nieuwe vakmensen. Hoe kijkt de minister naar deze insteek, waarbij de koppeling met onderwijs nadrukkelijk gemaakt wordt, zodat opgraving niet alleen bijdraagt aan het behoud van uniek erfgoed maar ook aan het vakmanschap van de toekomst? Is het met die scope misschien wel mogelijk om een eerste stap te zetten? De minister heeft toegezegd te willen kijken naar Europese cofinanciering, maar wel pas in 2028. Dat is echt nog heel erg ver weg. Hierover heb ik de volgende vragen. Kan de minister toezeggen om voor het WGO Cultuur in een brief aan de Kamer nog eens gedetailleerd uiteen te zetten uit welke fases de opgraving bestaat, wat er precies per fase nodig is, ook aan middelen, en welke mogelijkheden er zijn om wel alvast een eerste stap te zetten en wat daarvoor nodig is? Kunnen we hier bijvoorbeeld ook voor sparen? Welke concrete mogelijkheden zijn er voor cofinanciering, ook als het gaat om de koppeling met onderwijs? Als we deze informatie bij de behandeling van de begroting Cultuur hebben, kunnen we het hopelijk toch voor elkaar krijgen om als Kamer een eerste stap te zetten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. U krijgt daarover een vraag van mevrouw Beckerman. Mevrouw Beckerman (SP): Heel mooi dat het CDA hier aandacht voor blijft houden. Het was natuurlijk een motie van onze partijen gezamenlijk en PRO, of toen nog PvdA. Die kenniswinst en dat samenwerken met het onderwijs zaten ook al in de oorspronkelijke motie en het oorspronkelijke plan. We hebben daarom gezamenlijk gekozen voor zo'n scenario. De vraag is natuurlijk, en dat is een heel belangrijke: hier is gewoon geld voor nodig; is het CDA daar ook zelf toe bereid, omdat de Kamer natuurlijk het budgetrecht heeft? Mevrouw Tijmstra (CDA): Ik heb tijdens het commissiedebat ook al aangegeven dat we nu geen groot bedrag binnen de OCW-begroting zien. Ik zou het heel graag wel voor elkaar krijgen. Dat is ook de reden dat ik er nu zo op doorvraag. Ik hoop dat we als we het in kleinere stukjes hakken, wel een stap kunnen zetten en dat we daarin wel iets kunnen betekenen. Mevrouw Beckerman (SP): Ja, het wrak moet heel blijven. De motie was natuurlijk al uitgegaan van dat lange scenario. Dat was heel bewust, omdat je daarmee meer kenniswinst hebt, meer mensen kunt opleiden en meer mensen kunt betrekken, een breder publiek. Dus daar is eigenlijk al over nagedacht toen die werd ingediend. Ik vraag hier echt: laten we gezamenlijk dat geld zoeken. De Kamer heeft dat budgetrecht, als we het willen. De kans is nu. Die verdwijnt op een gegeven moment. Dat is ook de reden dat we de motie indienden. Als we niks doen, gaan die wrakken weliswaar niet nu, maar uiteindelijk zeker verdwijnen. De voorzitter: Dank u wel. Nog een korte reflectie van mevrouw Tijmstra. Mevrouw Tijmstra (CDA): Ik ondersteun het betoog van mevrouw Beckerman. Dat is ook de reden waarom ik er in dit tweeminutendebat toch eens op doorvraag. Kunnen we wat specifiekere informatie krijgen, zodat we ook gezamenlijk op zoek kunnen naar wat er wellicht wel mogelijk is? De voorzitter: Dank u wel. Daarmee komen we bij de laatste spreker in dit tweeminutendebat en dat is mevrouw Wiersma. Aan u het woord. Mevrouw Wiersma (BBB): Ja, dank. Ik doe mijn best. Twee moties. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat vrijwillige duikers zich inzetten voor maritieme archeologie, het opsporen van vermisten en het opruimen van spooknetten; constaterende dat de huidige arboregelgeving niet aansluit bij deze specialistische vorm van vrijwillige inzet, waardoor waardevolle maatschappelijke bijdragen verloren dreigen te gaan; constaterende dat de Nederlandse Arbeidsinspectie heeft aangegeven actief te controleren op overtredingen, waardoor bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geen ontheffingen meer aangevraagd zullen worden; verzoekt de regering op korte termijn een tijdelijke gedoogmaatregel te treffen, zodat deze vrijwilligers hun werkzaamheden op verantwoorde wijze kunnen blijven uitvoeren zolang de regelgeving nog niet is aangepast; verzoekt de minister van OCW in gesprek te gaan met de minister van SZW om voor deze vrijwillige duikers een aparte categorie binnen de arboregelgeving te bespreken met passende veiligheidseisen die aansluiten bij de aard werkzaamheden, en de Kamer hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma. Zij krijgt nr. 585 (32820). De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het Plakkaat van Verlatinghe uit 1581 alom bekendstaat als de onafhankelijkheidsverklaring van Nederland en daarmee een kerndocument vormt in de ontstaansgeschiedenis van de soevereine Nederlandse staat; constaterende dat het Plakkaat van Verlatinghe op het Binnenhof is ondertekend; overwegende dat dit hoogtepunt van staatkundig erfgoed een waardige, zichtbare en voor het publiek toegankelijke plaats verdient; overwegende dat de huidige presentatie onvoldoende recht doet aan de historische en actuele betekenis ervan voor de democratische rechtsstaat in binnen- en buitenland; verzoekt de regering het Plakkaat van Verlatinghe een permanente, prominente en publiek toegankelijke plek in het vernieuwde Binnenhof te geven, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma. Zij krijgt nr. 586 (32820). Mevrouw Wiersma (BBB): Drie vragen nog. De visserijsector vist regelmatig ... De voorzitter: Voordat u naar de vragen gaat, gun ik u een adempauze en hebben we ook een interruptie te pakken van mevrouw Beckerman. Ik stel voor dat we daar eerst naartoe gaan. Mevrouw Wiersma (BBB): O! Ik zat helemaal niet op te letten, want focus, focus. De voorzitter: Dat doe ik dus voor u. Mevrouw Beckerman (SP): Die eerste motie vind ik heel goed; daar hebben wij ook eigenlijk gezamenlijk aandacht voor gevraagd, want ik heb namens u de inbreng geleverd. Mijn informatie is wel dat die problemen ook breder spelen dan alleen bij de vrijwilligers, dus mijn vraag is: waarom ent u de motie specifiek op deze groep, terwijl we natuurlijk ook te maken hebben met studenten die hier soms last van hebben? Mevrouw Wiersma (BBB): Het debat gaat hier specifiek over erfgoed. Wij zien dat daar echt een hiaat zit. Dat is de reden van de motie. Mevrouw Beckerman (SP): Nee, de vraag was als volgt. Dit gaat inderdaad over erfgoed; er zijn ook studenten die daar bijvoorbeeld in opgeleid worden. Ook die hebben hier last van. Die duiken ook op erfgoed. Deze arboregels zijn knellend voor een grotere groep mensen, en daarom was mijn vraag — want ik ben het helemaal met u eens; wij hebben die vragen ook net nog gesteld — waarom u alleen deze groep noemt, terwijl die problemen volgens mij nog steeds iets breder spelen. Mevrouw Wiersma (BBB): Dank voor deze vraag. Ik kan me voorstellen dat als het voor het behoud is, wat in het licht van de motie past, ik de minister dan ook indirect zou willen meegeven dat als zij een positieve appreciatie geeft, zij ook dit punt van mevrouw Beckerman mee moet nemen. Zo komen we ergens, voorzitter. De voorzitter: Precies. Ik zie dat het antwoord tevreden stemt. Dan gaan we snel door naar de drie vragen die u nog had. Mevrouw Wiersma (BBB): Ja. De visserijsector vist regelmatig archeologische objecten op. Op dit moment bestaat er nog geen structurele samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Wil de minister in gesprek gaan met de visserijsector om te bezien hoe de samenwerking kan worden bevorderd, zodat waardevolle objecten niet verloren gaan? Kan de minister toelichten wat de huidige stand van zaken is met betrekking tot de centralisering van de SonarReg-databank van Rijkswaterstaat? Welke stappen zijn inmiddels gezet en binnen welke termijn kan de databank operationeel zijn? Kan de minister daarnaast onderzoeken of structurele vertegenwoordiging van de maritieme archeologie in het Noordzeeoverleg en het Omgevingsberaad Waddengebied mogelijk kan worden gemaakt? Dank u. De voorzitter: Dank u wel voor uw inbreng. Dank aan alle leden. Daarmee komen we aan het einde van de inbreng vanuit de Kamer. Ik heb inmiddels begrepen dat de minister van OCW vijf minuutjes nodig heeft om tot beantwoording van de vragen en de appreciatie van de moties te komen, dus ik schors de vergadering vijf minuten. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: Een goede middag. Hierbij heropen ik de vergadering. Voordat ik het woord geef aan de minister, wil ik natuurlijk ook de mensen op de tribune van harte welkom heten bij dit tweeminutendebat over erfgoed. Het is nu aan mevrouw Letschert. Minister Letschert: Jawel, mevrouw de voorzitter. Ik ga eerst de vragen doen en dan de moties en die doe ik in de volgorde van de vragenstellers. Ik begin met de allereerste vraag van het lid Mohandis, over het wetsvoorstel rondom de webharvestingsactiviteiten, waarover we in het commissiedebat een goed gesprek hebben gehad. Ik denk dat het belangrijk is dat we, omdat er ook een groot publiek belang mee gemoeid is, hiermee doorgaan, dat er een wettelijke grondslag komt voor het uitvoeren van die webharvestingsactiviteiten. Mijn voorganger heeft in 2025 in reactie op een onderzoek in opdracht van OCW gezegd dat we een wetsvoorbereidend traject zouden starten. Dat zijn we ook aan het doen, maar er moeten best veel vragen worden uitgezocht. Het gaat over het inregelen van de bevoegdheden, de reikwijdte van de Nederlandse webdomeinen, de voorwaarden voor toegang tot die gearchiveerde sites en de financiële implicaties van de verschillende juridische en organisatorische opties, die eigenlijk niet zo heel eenvoudig zijn. We zijn hiermee dus aan de slag en we zullen de Kamer volgend jaar informeren over de resultaten hiervan. Die termijn verder inkorten gaat echt niet, ook niet in het licht van andere lopende wetstrajecten. Die termijn verder inkorten is dus heel ingewikkeld, ook omdat er andere wetstrajecten lopen binnen dit domein. Maar volgend jaar hoort u van ons wat de resultaten zijn van dat wetsvoorbereidende traject. De voorzitter: Voordat u verdergaat krijgt u hierover een interruptie van de heer Mohandis. De heer Mohandis (PRO): Alle begrip, maar de minister zegt "volgend jaar" en dat is best ruim genomen. Is er iets meer te vertellen over wanneer wij iets kunnen verwachten, zodat wij een vinger aan de pols kunnen houden? Minister Letschert: Dat wordt niet voor de zomer van '27. Dat gaat dus wel echt over die zomer heen. De voorzitter: Gaat u verder. Minister Letschert: Mevrouw de voorzitter. Dan is er een vraag van D66 over de meerwaarde van het creëren van nieuwe maatschappelijke functies voor oude monumenten. Daarin zit zeker een enorme meerwaarde. Ik kan al een heel mooi voorbeeld noemen, namelijk van een prachtige kerk in Maastricht die nu een heel mooie boekwinkel is waar heel veel bezoekers komen om boeken te kopen, maar ook om van de mooie kerk te genieten. We hebben vanuit de RCE de regeling herbestemming, die dit soort goede plannen ondersteunt. Er zijn ook regelingen voor zoiets als wonen boven monumentale winkels. Wij werken hierin ook nauw samen met mijn collega-minister van VRO. Daar is dus zeker aandacht voor en het is ook zeker van enorm belang. Ik ga door, met de vraag van VVD-Kamerlid Van der Maas, over het Verdrag van Faro en de vrijwilligers. De vraag was heel specifiek: bent u in gesprek met de VNG, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, als het gaat over die termijn om die vergunningen soepeler te laten lopen en het korter te maken? Ja, daar ben ik inderdaad al mee in gesprek, met als doel om de vergunningverlening voor die groepen laagdrempeliger te maken. Dan gaat het over al die vrijwilligers die zich inzetten voor de schutterij, de corso of welke andere traditie dan ook. Deze groepen houden namelijk ons lokale erfgoed iedere dag weer levend. Wat doen we nog meer, buiten deze gesprekken? We werken met de erfgoedinstellingen, de provincies en de gemeenten aan de nieuwe versie van wat we de "Netwerkagenda Erfgoedbeoefening" noemen. Die gaat de periode van 2028 tot 2032 beslaan. Dat is ook om uitvoering te geven aan dat Verdrag van Faro. Die knelpunten die u benoemde, gaan we ook in deze agenda opnemen en op die manier adresseren. Over de netwerkagenda informeer ik de Kamer in de zomer van '27. Voorzitter. Ik ga meteen door met de vraag over de wrakken bij Texel. Wij hebben al eens eerder de Kamer daarover geïnformeerd, ook over wat wel en niet haalbaar is. We hebben het toen al gehad over de kosten, 20 miljoen, waar ik op dit moment de dekking niet voor heb. Voor het debat waarin we onder andere over dit thema spreken, zal ik alles wat we hierover al eerder hebben gedeeld nog eens kort op een rij zetten, zodat helder is wat de stappen zijn die we daarin hebben gemaakt. In die brief zal ik ook de vraag opnemen hoe je die vakmensen en -opleiding kunt relateren aan deze ambities. Binnen het Impulsprogramma Maritieme Archeologie is ook aandacht voor het opleiden van archeologen, maar ik zal ook specifiek in de zogenaamde veegbrief verder ingaan op uw vragen over de vakmensen. Die brief komt dan voor het volgende begrotingsoverleg. De voorzitter: Dank voor die toezegging. Dat levert nog wel een vraag op van mevrouw Tijmstra. Mevrouw Tijmstra (CDA): Nogmaals, de informatie delen die we al toegestuurd hebben gekregen, is volgens mij niet zinvol. Die kan ik namelijk zelf ook vinden. Het gaat mij er echt om dat er een stukje verdiepende informatie komt, zodat we vanuit de Kamer kunnen bekijken wat er wel kan en of het in stukjes te hakken is. Het gaat mij er dus echt om dat er een stukje verdieping bij komt die nog niet naar de Kamer is gestuurd. Ik hoop dat u daar aandacht voor kan geven. Minister Letschert: Zeker. Ik zal daar zeker aandacht aan geven. De voorzitter: Dank u wel. Minister Letschert: Dan ga ik door met de vragen van de BBB over het Plakkaat van Verlatinghe. Dit is ook een prachtige vraag. Het is echter aan de Kamer zelf en niet aan de regering. Die gaat over welke voorwerpen in het nieuwe Kamergebouw getoond worden. Dat gaat via uw kunstcommissie. Zo heb ik het me in ieder geval laten vertellen. Als er steun nodig is vanuit mijn ministerie bij het tonen van dit plakkaat in de nieuwe opstelling, zijn wij uiteraard bereid om mee te denken, maar de kunstcommissie gaat uiteindelijk over wat er in het vernieuwde Binnenhof getoond gaat worden. De voorzitter: Laten we even bij mevrouw Wiersma nagaan of dit inderdaad haar bedoeling was. Mevrouw Wiersma (BBB): Wat betreft het Plakkaat van Verlatinghe: dat was een motie en geen vraag. Die motie dien ik dus alsnog in. Ik hoor de appreciatie, dus dan kan de Kamer zich daarover uitspreken. Ik had alleen andere vragen. De voorzitter: Is de vraag dan duidelijk bij de minister? Zo niet, dan wil ik mevrouw Wiersma namelijk wel vragen om die vraag nog een keertje te stellen. Minister Letschert: Deze motie zie ik even niet. Ik zie wel de vraag en de motie die u had ingediend, maar niet een motie rondom het Plakkaat van Verlatinghe. Maar dat kan even aan mij liggen. De voorzitter: Het gaat om de motie op stuk nr. 586. Minister Letschert: Eens kijken. Nee, die heb ik niet. Mevrouw Wiersma (BBB): Nou ja, ik wil wel even helpen. Volgens mij is deze appreciatie van de motie prima. Dan dien ik 'm alsnog in en kan de Kamer zich er nu alvast over uitspreken. Dat is wat mij betreft een hele prima appreciatie. Mijn vraag was of de minister in gesprek wil gaan met de visserijsector. Minister Letschert: Ja, daar kom ik nog op. Zeker, zeker. Dan heb ik zelf de verwarring gecreëerd dat de vraag een motie was, de motie op stuk nr. 586 dus. Die zal ik dadelijk nog keurig … De voorzitter: Die zult u straks appreciëren. Minister Letschert: Precies. Excuses. De samenwerking met de visserij en de archeologie. Er is, conform de Erfgoedwet, sprake van een meldplicht voor archeologische objecten die worden opgevist door onze vissers. We merken wel dat de meldingsbereidheid niet altijd erg hoog is. Ik kan hier dus toezeggen dat ik ook met de RCE verkennende gesprekken ga voeren met de sector, om te kijken hoe dit kan worden verhoogd. Dan was er nog een vraag vanuit de BBB rondom de stand van zaken van SonarReg. Mooie vraag ook. Eigenlijk is dat een vraag aan de minister van IenW. Ik heb dit nagevraagd en vernomen dat de database al geruime tijd, zelfs al vijftien jaar, operationeel is en reeds centraal georganiseerd is. Elke andere vraag die u hier nog over zou hebben, zou ik graag willen doorverwijzen naar mijn collega van IenW. Dan was er nog een laatste vraag rondom de vertegenwoordiging van de maritieme archeologie in de overleggen. Dat wil ik zeker ook toezeggen. Dat pakken we namelijk op in het kader van het Programma Impuls Maritieme Archeologie. Daarmee ga ik dan naar de moties, alle vijf. Nogmaals excuses. De motie op stuk nr. 582 verzoekt de regering om de grote monumentenregeling om te zetten naar een structurele regeling met structurele middelen. Die moet ik helaas ontraden, omdat ik hier op dit moment geen dekking voor heb. Wel wil ik toezeggen dat ik zal kijken wat er binnen de bestaande monumentenmiddelen mogelijk is en dat ik hier ook op terugkom in mijn reeds eerder toegezegde terugblik op de eerste ronde van de Subsidieregeling grote restauratieopgaven. De voorzitter: De motie op stuk nr. 582 krijgt het oordeel "ontraden". Gaat u verder. Minister Letschert: De motie op stuk nr. 583, over de stand van zaken rondom de Erfgoedwet, krijgt de appreciatie oordeel Kamer, maar daar ga ik wel een mits bij vermelden. Ik zal de Kamer voor de begrotingsbehandeling informeren over de laatste stand van zaken. Het aanleveren van wetsvoorstellen in 2027, wat ook onderdeel van de motie is, is wel heel optimistisch, omdat ook de Raad van State hier uiteraard nog naar moet kijken. Ik geef de motie dus oordeel Kamer, maar met deze twee opmerkingen daarbij. Voor de begrotingsbehandeling informeren we de Kamer dus over de laatste stand van zaken rondom de herziening van de Erfgoedwet. De zinsnede "wetsvoorstel komt in 2027" is wel heel optimistisch, nogmaals, vanwege de hele procedure die daarbij hoort. De voorzitter: Voordat u verdergaat: ik kijk even naar mevrouw Beckerman of deze appreciatie voor haar in orde is. Mevrouw Beckerman (SP): Ik heb dit een beetje ondervangen, want ik dacht dit ook: het duurt vrij lang. Daarom gebruik ik de formulering "een vernieuwde versie van de wet te presenteren". Ik snap dat de Raad van State soms even kan duren. Je hebt daar ook geen invloed op, maar met "presenteren" bedoelde ik dus niet "voorleggen aan de Kamer". We moedigen het kabinet aan om het in 2027 te doen. Dat is de oproep. De brief komt al uit 2024, dus dit leek mij wel een mooie termijn. Minister Letschert: Ik kan u toezeggen dat ik u bij de volgende begrotingsbehandeling informeer over hoe dat eruit gaat zien, maar ik kan niet toezeggen dat die hele vernieuwde versie van de wet in 2027 al helemaal gepresenteerd wordt. Dat is echt een harde toezegging die ik hier nog niet wil doen. De voorzitter: Ik zie dat het wel akkoord is voor mevrouw Beckerman om het op deze manier te doen, dus dan houdt de motie het oordeel "oordeel Kamer". We kunnen door naar de motie op stuk nr. 584. Minister Letschert: De motie op stuk nr. 584 gaat over de ondersteuning van archeologievrijwilligers. Deze geef ik oordeel Kamer, met daarbij de opmerking dat vrijwilligers onmisbaar zijn bij de zorg voor ons archeologisch erfgoed. Ik heb dat afgelopen maandag met eigen ogen mogen zien en heb ook gezien hoe belangrijk het is voor de professionele archeologie dat vrijwilligers dit werk doen. De AWN is momenteel bezig met een langetermijnplan en in gesprek met ons ministerie over wat dit betekent qua ondersteuning vanuit het ministerie. Daar sta ik positief tegenover, dus de motie krijgt oordeel Kamer. De voorzitter: De motie op stuk nr. 584 krijgt oordeel Kamer. Minister Letschert: De motie op stuk nr. 585 gaat over de aparte categorie specialistische vrijwillige duikers. Deze krijgt ook oordeel Kamer. De voorzitter: De motie op stuk nr. 585: oordeel Kamer. Minister Letschert: Dan komen we bij de beroemde motie op stuk nr. 586. Daar zal ik van zeggen: deels ontraden, deels ontijdig, vanwege de hele redenering die ik net opnoemde. Het is aan de Kamer zelf om te bepalen welke voorwerpen in het nieuwe Kamergebouw komen. De voorzitter: Ik wil u wel vragen om een appreciatie te kiezen. Minister Letschert: Dan ga ik 'm ontraden. De voorzitter: De motie op stuk nr. 586: ontraden. Dat levert toch nog een vraag op van de heer Mohandis. De heer Mohandis (PRO): Ik kan geen vragen aan mezelf stellen als lid van de Kunstcommissie. Ik begrijp dat de minister eigenlijk zegt: ik begrijp de motie van de BBB-fractie, maar als kabinet gaan wij er niet over. Minister Letschert: Ja. De heer Mohandis (PRO): Oké, maar dan blijft die motie een beetje ... Als die wordt aangenomen, zegt u nog steeds: ik ga er niet over. Klopt dat? Minister Letschert: Nou ja, u kiest wat u in het Binnenhof gaat ... Dat is maar goed ook, zou ik zeggen. Ik kan als minister van Cultuur meedenken en meeadviseren over wat daarvoor nodig is, maar uiteindelijk maakt u de keuzes. De voorzitter: Dat begrijpen wij. Het is eventueel nog een optie — ik kijk ook naar mevrouw Wiersma — om er een spreekt-uitmotie van te maken. Dan is het in ieder geval aan de Kamer en niet aan de minister. Dat zou misschien wat helderheid kunnen geven. Ik zie een duimpje in de lucht gaan, dus die wijziging kunt u voor de stemming zelf nog maken. Dat laten we aan mevrouw Wiersma. Daarmee zijn we aan het einde van de moties, maar ik zie dat er toch nog een vraag opkomt bij mevrouw Beckerman. Mevrouw Beckerman (SP): Mijn vraag had te maken met de motie op stuk nr. 585, die gelukkig oordeel Kamer kreeg. Ik had hem ook gesteld in mijn termijn net. Is dit breder dan alleen de vrijwilligers? Het gaat om de arbosituatie. Minister Letschert: Uw vraag ging over de studenten, die ook als vrijwilliger meewerken aan een archeologische duik. Mevrouw Beckerman (SP): Ja, als student. Minister Letschert: Ja, maar dan zal ik dat ook echt even met de minister van Werk en Participatie moeten opnemen. Die toezegging kan ik doen, maar ik kan nu niet beoordelen of ik daarmee iets opentrek wat onder zijn ministerie valt. Maar ik zal het meenemen in het gesprek en zal daar, waarschijnlijk via hem, de Kamer ook over informeren. Mevrouw Beckerman (SP): Oké, helder. Dan wil ik alleen nog tegen iedereen zeggen: ga dit weekend naar Open Monumentendag! Minister Letschert: Ja, zeker! Morgenavond is de opening. De voorzitter: Kijk. Dat is natuurlijk een prachtige oproep. Dank u wel daarvoor. Minister, bent u aan het einde gekomen van uw beantwoording? Minister Letschert: Yes. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank daarvoor. Dan komen we daarmee ook aan het einde van dit tweeminutendebat. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter: Er wordt over de ingediende moties gestemd op 22 september. Ik schors de vergadering voor een ogenblik, zodat wij straks door kunnen gaan naar de bespreking van de Archiefwet. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Versie 604e19f79e67fb7102912a3e60dd5a594cfe402b31a224ae24058296c30a8618 · Officiële bron.
Tweeminutendebat Erfgoed (CD 11/6) (ongecorrigeerd)
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.