KamerkringInloggen
Kamerstuk

Reikwijdte rechtmatigheidstoetsing Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB)

23 nov 2018 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 705e730a9b794182 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 29 924Toezichtsverslagen AIVD en MIVD Nr. 173 BRIEF VAN DE TOETSINGSCOMMISSIE INZET BEVOEGDHEDEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 23 november 2018 De Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) streven ernaar, zo veel als mogelijk is, een gelijke interpretatie te geven aan de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017). Dit streven naar rechtseenheid is van belang voor de rechtszekerheid van de burger en geeft ook de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) de benodigde duide-lijkheid over het toepasselijke juridische kader voor de rechtmatige uitoefening van hun taken. De AIVD en de MIVD werken in het belang van de nationale veiligheid samen met inlichtingen- en veiligheidsdiensten van andere landen. Zo verstrekken zij geëvalueerde en ongeëvalueerde gegevens, al dan niet in grotere hoeveelheden (bulk), en verlenen zij technische en andere vormen van ondersteuning in het kader van hun samenwerkingsrelaties met buitenlandse diensten. De vraag heeft zich voorgedaan of en, zo ja, in welke mate de samenwerking met buitenlandse diensten dient te worden betrokken in de motivering voor de inzet van bijzondere bevoegdheden door de AIVD en de MIVD en daarmee bij de rechtmatigheidstoetsing door de TIB. In dat kader heeft overleg plaatsgevonden tussen de TIB en de CTIVD teneinde de rechtseenheid te bewaken. Deze brief geeft de uitkomst van het rechtseenheid overleg weer. Ingevolge artikel 88 Wiv 2017 is het aangaan van samenwerkingsrelaties met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten voorbehouden aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de Minister van Defensie. In artikel 89 Wiv 2017 is bepaald dat voor de verstrekking van ongeëvalueerde gegevens dan wel het verlenen van ondersteuning door de AIVD en de MIVD in het kader van een samenwer-kingsrelatie, toestemming van de betrokken Minister benodigd is. Genoemde ministeriële toestemmingen zijn, als zodanig, niet aan een rechtmatigheidstoets door de TIB onderworpen. De TIB toetst uitsluitend de rechtmatigheid van de door de betrokken Minister verleende kst-29924-173ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2018Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 29 924, nr. 1731 toestemming voor de inzet van de in artikel 32 Wiv 2017 genoemde bijzondere bevoegdheden. De CTIVD houdt toezicht op de rechtmatigheid van zowel het aangaan van de samenwerkingsrelatie als de concrete activiteiten die in het kader van die relatie worden uitgevoerd door de AIVD en de MIVD. De TIB en de CTIVD zijn van oordeel dat de AIVD en de MIVD bij de motivering van de inzet van de door de TIB te toetsen bijzondere bevoegdheden, alle reeds vaststaande en vooraf in redelijkheid voorzienbare feiten en omstandigheden behoren te benoemen, die de TIB van betekenis acht voor de toetsing van de rechtmatigheid van die inzet. Wanneer de inzet van een door de TIB te toetsen bijzondere bevoegdheid plaatsvindt (mede) ten behoeve van het verlenen van ondersteuning aan een buitenlandse dienst, dient dit derhalve in de motivering van die inzet te worden betrokken. De TIB toetst niet de rechtmatigheid van het verlenen van ondersteuning als zodanig, maar wel van de inzet van de bijzondere bevoegdheden die daarbij plaatsvindt (Kamerstuk 34 588, nr. 3, p. 164). Ook wanneer vaststaat of vooraf in redelijkheid voorzienbaar is dat de gegevens die door de inzet van de bijzondere bevoegdheid worden verworven, in ongeëvalueerde vorm of in bulk zullen worden verstrekt aan een buitenlandse dienst, moet dit worden betrokken in de motivering. In de wetsgeschiedenis bij de Wiv 2017 wordt in dit verband ook gerefereerd aan de situatie dat het delen van informatie met het buitenland als onderdeel van een toestemmingsverzoek wordt mee gewogen bij de inzet van een bijzondere bevoegdheid, bijvoorbeeld als een division of effort is overeengekomen met buitenlandse diensten (Kamerstuk 34 588, nr. 18, p. 96). Elke redelijkerwijs voorzienbare vorm van gegevensverwerking kan van betekenis zijn voor de rechtmatigheidstoets door de TIB. De (onderlinge) verlening van ondersteuning kan van betekenis zijn voor de beoordeling van de noodzaak van de inzet van een bijzondere bevoegdheid. De verstrekking van gegevens aan buitenlandse diensten kan daarnaast betekenis hebben voor de beoordeling van de reikwijdte, diepgang, frequentie en duur van de inmenging in grondrechten die in dat verband plaatsvindt en daarmee voor de proportionaliteit, subsidiariteit en gerichtheid van de inzet van de bevoegdheid. De aard van de samen-werking van de AIVD en de MIVD met buitenlandse diensten en de concrete uitvoering die daaraan gegeven zal worden, kunnen derhalve een wezenlijk onderdeel zijn van de rechtmatigheidstoets door de TIB voorafgaande aan de inzet van daaraan gerelateerde bijzondere bevoegdheden. In het licht van het voorgaande zijn de TIB en de CTIVD van oordeel dat verzoeken tot toestemming voor de inzet van bijzondere bevoegdheden alle feiten en omstandigheden behoren te bevatten die voor de rechtma-tigheid van die inzet van betekenis zijn. Hieronder wordt begrepen de ten tijde van de toetsing reeds vaststaande dan wel vooraf in redelijkheid voorzienbare verstrekking van ongeëvalueerde gegevens en/of gegevens in bulk aan buitenlandse diensten, alsmede het verlenen van technische en andere vormen van ondersteuning in samenwerkingsrelaties. Verzoeken tot toestemming dienen een volledig beeld te geven en op zichzelf toetsbaar te zijn door de TIB. De CTIVD zal op deze praktijk toezicht houden. De TIB en de CTIVD hebben reeds in een eerder stadium hun standpunt per brief kenbaar gemaakt aan de Ministers van Binnenlandse Zaken en Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 29 924, nr. 1732 Koninkrijksrelaties en van Defensie en aan de directeur-generaal van de AIVD en de directeur van de MIVD. Hoogachtend, M. MoussaultVoorzitter Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden H.N. BrouwerVoorzitter afdeling toezicht CTIVD A. StehouwerVoorzitter afdeling klachtbehandeling CTIVDTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 29 924, nr. 1733

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4777778dd89cd86f

14 okt 2026 · 7a85fb2313997f3f

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.