Verslag van een commissiedebat, gehouden op 4 maart 2025, over externe veiligheid
Brontekst
Versie 3a9793f096e6004f · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202528 089Gezondheid en milieu22 343Handhaving milieuwetgevingNr. 333 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 8 april 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 4 maart2025 overleg gevoerd met de heer Jansen, Staatssecretaris OpenbaarVervoer en Milieu, over:–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 17 oktober 2024 inzake verzamelbrief vuurwerk (Kamer-stuk 28 684, nr. 745);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 15 november 2024 inzake RIVM-rapport Radon in Neder-landse woningen, op reguliere werkplekken en voor hetpubliek toegankelijke gebouwen. Resultaten meetcampagne2022–2023 (Kamerstuk 25 422, nr. 305);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 12 december 2024 inzake verzamelbrief nucleaireveiligheid en stralingsbescherming Q4 2024 (Kamerstuk25 422, nr. 306);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 6 december 2024 inzake kabinetsreactie tweede adviesExpertgroep Gezondheid IJmond (Kamerstuk 28 089, nr. 331);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 21 januari 2025 inzake uitvoering van verschillende actiesbij beleid chemische stoffen (Kamerstuk 22 343, nr. 408);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 18 februari 2025 inzake reactie op toezeggingen gedaantijdens het debat van 28 januari 2025 over ongeregeldhedenjaarwisseling 2025 (Kamerstuk 28 684, nr. 771).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,P. de GrootDe griffier van de commissie,Schukkink kst-28089-333ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 3331 Voorzitter: HeutinkGriffier: KoerselmanAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Bamenga, Boutkan, Buijsse,Gabriëls, Heutink en Kostic´,en de heer Jansen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu.Aanvang 16.37 uur.De voorzitter:Een hele goede middag. Wij beginnen iets later aan dit debat over externeveiligheid in verband met wat plenaire verplichtingen. Daar is op ditmoment een afscheid gaande. De verwachting is dat we zo rond 16.45 uurgaan starten. Ik zie u allen zo meteen terug.De vergadering wordt van 16.37 uur tot 16.49 uur geschorst.De voorzitter:Een hele goede middag gewenst. Welkom bij dit commissiedebat Externeveiligheid. Ik open hiermee de vergadering. Allereerst van harte welkomaan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, die de vragenvan de commissie zal beantwoorden. Ook van harte welkom aan alleleden, de mensen op de tribune en de mensen die thuis meekijken. Wegaan zo meteen beginnen met de eerste termijn van de zijde van deKamer. Ik wil met jullie afspreken dat ik in de eerste termijn van de Kamerdrie interrupties toesta. In de termijn van de kant van het kabinet wil ik vijfinterrupties toestaan. Zo kunnen we er volgens mij een mooi debat vanmaken met elkaar.Ik wil beginnen met de eerste spreker van de zijde van de Kamer. Dat ismeneer Boutkan van de fractie van de Partij voor de Vrijheid. Gaat uwgang.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik lees in de brief van de Staatssecretaris met detitel «Handhaving milieuwetgeving» van 21 januari 2025 het volgende.«Het Ministerie van IenW werkt, in samenwerking met het Ministerie vanKlimaat en Groene Groei, aan een wetsvoorstel voor een circulairplas-ticnorm. Het oogmerk van het wetsvoorstel is vanaf 2027 verwerkers vanpolymeren te verplichten om een minimumpercentage fossiele polymerente vervangen door gerecycleerde of biogebaseerde polymeren.» Compli-menten aan de Staatssecretaris, want het Engels is eruit gesloopt, lees ik.Keurig! Mijn vraag is: hoe moet de PVV dit, wat ik zojuist heb voorgelezen,nu lezen ten opzichte van het verbod per 1 januari ’26 met betrekking totkartonnen bekers voorzien van een biogebaseerde polymeer?Voorzitter. Ik lees in dezelfde brief: «De circulairplasticnorm biedt recyclersen producenten van circulair plastic perspectief door een afzetmarkt tecreëren voor circulair plastic.» Mijn vraag aan de Staatssecretaris is hoedeze zin rijmt met de praktijk van alledag, waarin wij regelmatig lezen datjuist bedrijven in deze sector failliet gaan. Op eerdere vragen van de PVVover deze materie antwoordde de Staatssecretaris nog dat dit tijdelijk zouzijn. Mijn vraag is of de Staatssecretaris nog steeds van mening is dat heteen tijdelijke situatie betreft.Dan mijn volgende onderwerp. De Staatssecretaris schrijft in de beant-woording op het tweede advies van de Expertgroep Gezondheid IJmondonder andere het volgende. «In de regelgeving zorgen we voor aanscher-pingen, waardoor het bevoegd gezag beter in staat is om verbeteringenvoor omwonenden die niet nu met de maatwerkafspraak wordengerealiseerd, via vergunningverlening, toezicht en handhaving af tedwingen.» Voor alle duidelijkheid: de PVV is géén tegenstander vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 3332 verbeteringen voor omwonenden met betrekking tot de gezondheid. Mijnvraag aan de Staatssecretaris is middels welke regelgeving hij deaanscherpingen wil realiseren en binnen welk tijdvak hij dat wil doen.Daarop aansluitend vraag ik hoe dit zich verhoudt tot de zorgelijkeontwikkeling van onze industrie ten opzichte van het buitenland.Voorzitter. In dezelfde brief spreekt de Staatssecretaris over de door dePVV aangehaalde koppen, en wordt er een technische toelichting gegevenhoe het nu precies zit. Maar hoe zit het nou eigenlijk precies? Zijn dezekoppen, zoals wij die genoemd hebben, nou koppen van het vorigekabinet bovenop Europees beleid? Worden die nu dus uitgevoerd? Hoeverhoudt zich dat nu tot de gemaakte afspraken?Tot zover in eerste termijn, voorzitter.De voorzitter:Keurig binnen de tijd, meneer Boutkan. Dank u wel voor uw inbreng. Ik ziedat u geen interrupties heeft. Dan wil ik graag door met de volgendespreker van de zijde van de Kamer. Dat is meneer Gabriëls namens defractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Dit keer wil ik beginnen met een compliment tenaanzien van de brief over chemische stoffen. Die brief was duidelijk enlaat ook zien dat er vorderingen zijn op het gebied van kennisontwik-keling, waardoor omgevingsdiensten beter kunnen handhaven ten gunstevan ons leefmilieu. Er staat ook in dat het juridisch onderzoek naar hetbeter verankeren van het voorzorgsprincipe in de wet is afgerond. Dietoezegging hebben we al heel vaak gevraagd. Mijn vraag is dan ookwanneer het voorstel ter versterking van het voorzorgsprincipe in de wet,zoals in oktober 2023 via de motie gevraagd is, naar de Kamer komt.Vorig jaar bleek dat er ondanks de minimalisatieplicht bij uitstoot van zeerzorgwekkende stoffen toch meer zeer zorgwekkende stoffen werdenuitgestoten bij 125 bedrijven. De Kamer nam daarop een motie aan om ingesprek te gaan met de provincies over het handhaven op deze bedrijven.Wat is de stand van zaken ten aanzien van de uitvoering van die motie? Inhet verlengde daarvan: ook vorig jaar kwam het goede nieuws dat allepfas op de lijst met zeer zorgwekkende stoffen worden gezet en dat daardus per direct een minimalisatieplicht voor gaat gelden. Hoe gaat het metde implementatie en de handhaving van die verplichting? Kan deStaatssecretaris ook iets vertellen over de Rijkscoördinator PFAS die isaangesteld voor de werkzaamheden en hoe dat gaat?Dan Tata Steel. Bijna een jaar geleden is er een motie aangenomen omper direct te starten met het opstellen van een GER, een gezondheidsef-fectrapportage, en een tweede motie om die GER ook randvoorwaardelijkte verankeren in de afspraken die met Tata gemaakt worden. Het lijkt eropdat er nog geen openbare, volwaardige MER ligt, laat staan een GER. Hoekan het kabinet dan nog volhouden dat het thema gezondheid concreetmeegenomen wordt in de onderhandelingen? Wij zijn daar niet vanovertuigd, maar de Kamer heeft er wel om gevraagd en de expertgroepstaat er klaar voor. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat er zo snelmogelijk een GER komt op basis van de concept-MER en de methodiekvan het RIVM, en dat die GER als harde voorwaarde verankerd wordt in demaatwerkafspraken zoals gevraagd in die moties?De extra gezondheidsafspraken die zullen volgen uit de gezondheidsef-fectrapportage moeten natuurlijk ook juridisch geborgd zijn. Onder dehuidige wet- en regelgeving kunnen de omgevingsdiensten toezichthouden en handhaven, maar er volgen straks ook bovenwettelijke extragezondheidseisen via de maatwerkafspraken. Hoe worden die extragezondheidseisen dan juridisch geborgd? Kan de Staatssecretaristoezeggen dat hij per brief inzicht geeft in hoe hij die gezondheidseisenjuridisch gaat borgen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 3333 Dan nog een blik naar de toekomst. Wat zijn de consequenties als eenbedrijf na het afronden van de maatwerkafspraken toch afsprakenovertreedt of als blijkt dat de gezondheid in de praktijk niet geborgdwordt? Kan de Staatssecretaris toezeggen met een brief te komen waarinal die consequenties staan? Je wilt voorkomen dat, als alles straks oppapier heel goed geregeld is, er in de praktijk niet veel verandert en dat deomgevingsdiensten met de rug tegen de muur staan, omdat niet duidelijkis hoe zij kunnen handhaven of wat zij dan in de praktijk nog kunnen. Ishet na de maatwerkdeal straks mogelijk om vergunningen in te trekken ofaan te scherpen? En hoe beïnvloedt dat de maatwerkafspraken?We hebben het nogal schokkend gevonden dat de Staatssecretaris in zijnbrief schreef dat hij niet alle adviezen van de expertgroep wil overnemen.Hij schrijft dat het kabinet geen verwachtingen wil wekken die niet waar temaken zijn. Dat is niet wat de Kamer heeft gevraagd en het komt overalsof er bij voorbaat al water bij de wijn wordt gedaan op het gebied vangezondheid. Dat is gewoon onacceptabel, zeker in combinatie met hetontbreken van de MER en de GER.Dan alle regelgeving rondom bodemas. De krantenartikelen vliegen onsom de oren. In Limburg pfas in Beaumix, in Gelderland gebruik vanimmobilisaat, in West Betuwe gebruik van Duomix en in Beetsterzwaagproblemen met menggranulaat. Het voldoet aan de regels, maar toch zienwe tranende ogen, hoestbuien, bloedneuzen, plastic in bossen enpH-waardes in bossen die net zo hoog zijn als die van gootsteenont-stopper. En dan wordt er gezegd «het is circulair gebruik» en «het kangebruikt worden, mits goed toegepast». Die opmerkingen zijn heelstorend. Introduceer een vergunningsplicht die per direct ingaat bijgebruik van bijvoorbeeld staalslakken, menggranulaat, immobilisaat,Beaumix en Duomix.In de zomer, zo hebben we gelezen, wordt de Kamer geïnformeerd overde nieuwe regelgeving. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is wat weprecies kunnen verwachten. Een aanscherping om het milieu tebeschermen? Kan de Staatssecretaris dan toezeggen dat hij devoorbeelden van waar het nu mis is gegaan, meeneemt in de brief die deKamer gaat krijgen over nieuwe bodemregelgeving? Gewassen bodemasschijnt veiliger te zijn dan niet-gewassen bodemas. Kunt u toezeggen datu de regels dusdanig gaat herzien dat het gebruik van de veilige variant,dus de gewassen bodemas, bevorderd wordt ten opzichte van deonveiligere variant?Tot slot. Het overleg fysieke leefomgeving dat gestart is na de presentatievan het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid lijkt te zijn mislukt.Die dialoog is gestrand, zo schrijven de inwoners die deelnemen. Letterlijkschrijven ze: er zijn geen fundamenten gevonden voor een structureelgelijkwaardig, effectief en veilig overleg. Kan de Staatssecretaris hieropingaan? Hoe gaat hij ervoor zorgen dat de omwonenden een serieuzestem blijven houden in dit overleg?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. U heeft vijftien seconden gesmokkeld, maardat tellen we voor deze ene keer dan maar goed. De volgende spreker aande zijde van de Kamer is het lid Kostic´ namens de Partij voor de Dieren.Gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Voorzitter. Ik wil toch weer beginnen met uitspreken wat een mooivoorbeeld het is dat we, als het gaat om Tata Steel en omwonenden,samen optrokken met onder andere de PVV, NSC, maar ook de progres-sieve partijen om de gezondheid van omwonenden goed te borgen. Dathebben we laten zien in 2024. We hebben een duidelijke boodschapmeegegeven aan het kabinet: dat moet gewoon goed geborgd worden inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 3334 de maatwerkafspraken. De Expertgroep IJmond is daar gewoon deautoriteit voor. Daar moet je gewoon strikt naar luisteren. De GER is daarrandvoorwaardelijk voor. We zien nu onderhandelingen achter deschermen, waar de Kamer eigenlijk nauwelijks meer een vinger op kanleggen, terwijl het kabinet tegenstribbelt ten opzichte van de Kamer.Ik vraag me tegelijk iets af. Ik benadruk het wel vaker, omdat het, denk ik,wel relevant is: ik heb heel veel met Tata Steel samengewerkt, met hetdossier, vanuit Noord-Holland. Daarin zag ik een Tata Steel dat tegen-stribbelt, dat zich verzet tegen elke mogelijke dwangsom van de provincie.Ik zag dat een burger zich moet verzetten tegen de overheid en Tata Steelom maar iets van bescherming van de gezondheid af te dwingen.Gelukkig zijn daar stappen in genomen. Dit is echter wel al een hele tijd dehouding van het bedrijf. In de jaren negentig zijn er met het bedrijfafspraken gemaakt over de concrete reductie van giftige stoffen, vansommige stoffen tot 90%. Die doelen zijn nog steeds niet gehaald. Dat ishoe Tata Steel werkt en hoe het normaal gesproken met afspraken gaat.Dat wil de Partij voor de Dieren in ieder geval voorkomen. We zien ook datze stellen dat ze de hoeveelheid zeer zorgwekkende stoffen, met name dekankerverwekkende paks, in het verleden met 50% hebben gereduceerd.Dat is een van de zaken die we zijn tegengekomen. Dan blijkt, zegt ook deReclame Code Commissie, dat Tata Steel heeft gelogen en er nu zelf opterug moest komen. Hun paks zijn zelfs vermeerderd. Dat is het bedrijfwaar we mee te maken hebben.Voorzitter. Ik benoem dit omdat we daar ook een motie over hebbenaangenomen, die ertoe oproept ervoor te zorgen dat de metingen echtonafhankelijk, met afstand van Tata Steel, worden geborgd en ervoor tezorgen dat we dat goed kunnen controleren. Dat zegt ook de ExpertgroepIJmond. Dat is nog onvoldoende meegenomen. Ik vraag dus de Staatsse-cretaris nogmaals om dat sterker te borgen dan nu in de brief lijkt testaan.Een milieueffectrapportage is een belangrijke indicatie van wat nou deplannen van Tata, en dus de deal die we gaan maken, gaan doen met deleefomgeving. Alleen had die MER in december geleverd moeten wordendoor Tata. Die is niet geleverd; er kwam opeens een concept-MER. Enterwijl Tata tegen omwonenden zei «geen probleem, dat delen we metjullie», zei Tata toen het puntje bij het paaltje kwam «nee, dat gaan we nietdelen.» Er ligt dus een concept-MER, die heel belangrijk is om degezondheidseffectrapportage te doen, die belangrijk is voor de onderhan-delingen, om te kijken welke kant het op gaat en wat de plannen waaroverwe nu aan het onderhandelen zijn eigenlijk überhaupt opleveren quagezondheidswinst, qua milieuwinst. De MER wil niet geleverd worden.Ik weet dat er bepaalde gangbare procedures hieromtrent zijn, maar demaatwerkafspraken zijn bovenwettelijk, dus we kunnen ook hier aan Tatavragen om die MER alvast te delen, desnoods onder embargo, zodat wedaarmee alvast kunnen rekenen. Dat delen hoeft niet met ons, maar juistmet degenen die de MER moeten hebben. Dat zijn de gezondheidsexpert-groep, het RIVM en onze eigen onderhandelaars van de Kamer. Ik vraagde Staatssecretaris daarover echt een toezegging te doen, want andersmoet ik daar natuurlijk een ander instrument voor inzetten. Dat zoujammer zijn, gezien het verleden en de wens van de Kamer.Voorzitter. Dan over de toezeggingen richting de Kamer. Ik had eentoezegging over een schriftelijke reactie op het rapport van expertCoenrady over de vraag of overkapping bij Tata Steel juridischafdwingbaar is. Die heb ik nog niet ontvangen. Ik ontvang die graag zosnel mogelijk, hopelijk deze maand nog. Ik had ook een toezegging omterug te komen op wat de Greenpeace-uitspraak betekent voor Tata Steelen eventueel voor de maatwerkafspraken.Voorzitter. Dan de Actieagenda Industrie en Omwonenden. Dat is een helebelangrijke agenda op basis van het OVV-rapport, waaruit bleek datomwonenden inderdaad jarenlang zijn achtergesteld. Daar is eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 3335 actieagenda uit voortgekomen en er zijn moties aangenomen om dieactieagenda ongeveer nu, medio 2025, aan te scherpen. Ik vraag deStaatssecretaris wanneer dat gebeurt. Er zitten nogal wat onderzoekenonder. Er is ook een motie van de heer Grinwis aangenomen om aan diehele actieagenda een soort tijdlijn te koppelen. We hebben alleen nogsteeds geen tijdlijn van wanneer die acties uitgevoerd worden, vanwanneer er tussenrapporten komen, van wat we daarmee gaan doen. Tenslotte: hoe worden de omwonenden betrokken? Dus mijn vraag aan deStaatssecretaris: kan hij deze maand nog komen met inderdaad eenduidelijke tijdlijn van wanneer wat wordt uitgevoerd en een plan van hoede omwonenden betekenisvol worden betrokken? Ik verwijs nogmaalsnaar de brief die is gestuurd naar de Staatssecretaris en de Kamerleden:omwonenden zien dat het centrale punt van het OVV-rapport, namelijk datomwonenden een stem moeten hebben in het besluitvormingsproces, nutotaal niet aan de orde is.De voorzitter:Ik ga u nu ook onderbreken, maar ik neem aan dat u ook hebt afgerondnu. Helemaal goed. Dank u wel voor inbreng. Dan wil ik het woord gevenaan de volgende spreker van de zijde van de Kamer. Dat is meneer Buijssenamens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.De heer Buijsse (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik wil dit debat graag aangrijpen om dieper in tegaan op vuurwerk. Ik weet dat er veel meer agendastukken zijn, maar deTweede Kamer is op dit moment in gesprek over de initiatiefwet van deleden Klaver en Ouwehand. Wij hebben daar nog vragen over en deagendastukken geven er aanleiding toe om die vragen in dit debat testellen.In het verlengde van dit debat wil ik vragen stellen over twee thema’s ophet Europese speelveld, namelijk het gebruik van de pyro-pass en de inzetop Europees vlak tegen de productie van en illegale handel in zwaarF4-vuurwerk. Allereerst moet er wat de VVD betreft zo snel mogelijk eengeharmoniseerd Europees speelveld van aangescherpte regelgeving zijnop het gebied van de verkoop van consumentenvuurwerk, zodat dit leidttot versnelde actie voor in het bijzonder België en Duitsland. De pyro-passvoor professioneel vuurwerk is vanaf 1 oktober jongstleden in werkinggetreden in de Benelux. Wat zijn hiermee de ervaringen geweest bijonszelf en, nog belangrijker, bij onze zuiderburen rond de jaarwisseling ende maanden daarna? Hoe zijn de contacten met Duitsland over depyro-pass? Worden er stappen gezet? Zijn er al indicaties die erop wijzendat de pyro-pass ervoor zorgt dat er minder zwaar vuurwerk wordtverkocht in onze buurlanden?We vinden het daarnaast goed dat het kabinet zich inzet tegen deproductie van en illegale handel in zwaar F4-vuurwerk. Momenteel loopter een evaluatie van de Pyrorichtlijn. Kan de Staatssecretaris eeninschatting geven van hoe hij de situatie beoordeelt? Is er op korte termijnzicht op strakkere regelgeving op dit vlak vanuit Europa? Zal er eenverbod komen op de productie van zwaar vuurwerk en de verkoopdaarvan aan consumenten in heel Europa? Hoe ziet het proces vanaf nueruit? Wil de Staatssecretaris de Kamer specifiek informeren over ditonderwerp, zodra er meer vanuit Brussel beschikbaar komt over deevaluatie en/of de besluitvorming in het kader van de Pyrorichtlijn? Wat isde inzet van Nederland en wie zijn onze partners bij deze agenda?Voorzitter. Als laatste heb ik een specifieke vraag aan de Staatssecretarisnaar aanleiding van het overleg dat hij op verzoek van de VVD heeftopgepakt met zowel het Veiligheidsberaad, dat de brandweer aanstuurt,als de vuurwerkbranche. Daarom werd verzocht in het vorige commissie-debat Externe veiligheid. Dit overleg is ontstaan nadat de VVD vragenheeft gesteld over de omissies in de interpretatie van wetgeving rondomTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 3336 de vuurwerkopslag in wijken. Deze omissies lijken nog niet volledigopgelost te zijn. Zo blijft de Staatssecretaris er bijvoorbeeld op inzettendat alle gemeentes in Nederland hun APV dienen aan te passen voor hetborgen van de regels. Dit zal tot onwerkbare en onwenselijke situatiesleiden voor zowel de gemeentes, in het kader van aansprakelijkheidspro-blemen, als de branche, als het gaat om de willekeur tussen gemeentes.De Staatssecretaris moet hier wat de VVD betreft een duidelijkehandreiking doen. De vraag is wat zijn gedachtes hier op dit moment overzijn.Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank voor uw inbreng. U bent nog niet klaar, want ik zie dat ernog een aantal vragen zijn richting u, allereerst van meneer Boutkannamens de PVV. Gaat uw gang.De heer Boutkan (PVV):Ik heb een vraag aan de heer Buijsse van de VVD. Zijn vraag gaat over depyro-pass. Bereidt de VVD zich daarmee voor op een algeheel vuurwerk-verbod voor particulieren?De heer Buijsse (VVD):Deze vraag had ik ergens natuurlijk wel verwacht. Zoals bekend voeren wein de Kamer een debat over de initiatiefwet die de heer Klaver enmevrouw Ouwehand ondernomen hebben. De VVD heeft hierover op ditmoment nog geen standpunt. We hebben nog heel veel vragen en wegrijpen dit debat aan om meer antwoorden te krijgen, zodat we eenstandpunt kunnen innemen. We hebben nu dus nog geen standpunt.De voorzitter:Meneer Boutkan heeft een vervolgvraag.De heer Boutkan (PVV):Het is duidelijk dat de VVD op dit moment nog geen standpunt heeftingenomen, gezien de verzoeken om uitstel en dergelijke. Maar ik ga hiertoch op door. Heeft u de antwoorden over de pyro-pass echt nodig of isdat de excuustruus om te komen tot een algeheel vuurwerkverbod?De heer Buijsse (VVD):Die antwoorden hebben we zeker nodig. We hebben een breed pakket aanvragen, die zijn onderverdeeld in een aantal classificaties. Maar let wel: deEuropese regelgeving, waaronder de pyro-pass, is voor ons van grootbelang als het gaat over vuurwerk. Als we in Nederland overgaan tot eenverbod, dan kan er in Europa nog steeds heel veel vrijelijk beschikbaarzijn, zodat het vuurwerk alsnog via wegen ons land in komt. Wij willenhierin afgewogen keuzes kunnen maken en serieus nadenken over de rolvan Europese regelgeving bij een mogelijk verbod.De voorzitter:Er is nog een vraag van de heer Gabriëls. Gaat uw gang.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik zou graag van de heer Buijsse van de VVD willen weten hoe hij denktover het juridisch borgen van gezondheidsafspraken in de maatwerkaf-spraken met Tata.De heer Buijsse (VVD):Ik heb me niet voorbereid op deze vraag, maar ik denk dat de maatwerkaf-spraken als zodanig al een hele goede en belangrijke stap vooruit zijn omde gezondheid van omwonenden te borgen. Dat geldt voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 3337 medewerkers natuurlijk net zo goed. Er is een Expertgroep IJmond, die tottweemaal toe advies heeft uitgebracht. Het kabinet heeft daar een reactieop gegeven. Wij volgen het kabinet daarin. We zijn ook geïnteresseerd inhoe het kabinet reageert op wat juridisch haalbaar is. Het is niet aan mijom daar een oordeel over te hebben, maar we kijken met interesse uitnaar de reactie van de Staatssecretaris.De voorzitter:Er is nog een vervolgvraag van de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel voor het antwoord, maar de maatwerkafspraken van Tataborgen niet direct de gezondheid, zoals in de brief staat die de Staatsse-cretaris naar ons heeft gestuurd. De Kamer heeft daar wel om gevraagd.Hoe denkt de VVD over, laten we zeggen, de gezondheid van deomwonenden van Tata en de juridische borging in de maatwerkaf-spraken? Moeten die worden afgedwongen of laten we dat, zoals nu in debrief staat, vrij en nog niet concreet? Gaan we wachten omdat er noggeen MER en GER zijn? Hoe denkt de heer Buijsse over het feit dat demaatwerkafspraken lopen, maar dat er nog niets bekend is overgezondheid? Is dat voldoende voor de VVD?De heer Buijsse (VVD):Of het voldoende is of niet hangt natuurlijk af van hoe de maatwerkaf-spraken tot een vervolg komen. Nogmaals, ik denk dat de maatwerkaf-spraken een serieuze bijdrage gaan leveren aan de gezondheid vanmedewerkers en omwonenden. Ik heb natuurlijk zelf ook ervaring metgezondheidsdossiers, vooral in het buitengebied, in veehouderijrijkegebieden. Als je heel hoge en ambitieuze doelen gaat nastreven,bijvoorbeeld omdat er vanuit de WHO criteria voor zijn opgesteld, dansnap ik enerzijds de behoefte om daarnaar te streven. Dat zijn namelijkonderbouwde criteria. Tegelijkertijd kan het misschien ook een goedeafweging zijn als je iets van de criteria af blijft, maar dan wel de zekerheidkan creëren dat er zaken op gang komen. Die afweging ligt op dit momentbij het kabinet. Ik heb het gevoel en de informatie dat daar op een serieuzemanier naar wordt gekeken. Ik wil niemand onnodig in de wielen rijdendoor hier te specifiek op te antwoorden.De voorzitter:Meneer Gabriëls, uw derde en laatste interruptie. Gaat uw gang.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Uit de brief blijkt dat er nog weinig concreet is. Er ligt geen milieueffect-rapportage en geen gezondheidseffectrapportage. We zijn wel al bezigmet afspraken. Hoe concreet is voor u de wens om gezondheid daadwer-kelijk als juridisch bindend op te nemen in de maatwerkafspraken?De heer Buijsse (VVD):Ik denk dat het voor de VVD relevant is om te weten wat de potentiëlegezondheidseffecten zijn op basis van de maatwerkafspraken. Voor ons ishet helemaal niet uitgesproken dat dit geborgd moet worden in een GER.Dat ga ik hier ook niet doen. Het is aan het kabinet om ons daar naderover te informeren.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Kijk, het stereotype beeld van de VVD is dat ze er zijn voor de grotevervuilers. Maar ik weiger dat te geloven. Het is 2025. Ik heb hier eenaardige man naast me zitten. We lachen er een beetje om, maar ik ken eenomwonende die twintig jaar lang heeft aangeklopt bij de provincie om aaniedereen die er misschien iets mee te maken heeft uit te leggen: «DieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 3338 rauwe cokes is iets technisch. Dat is een overtreding van Tata. Daarinzitten schadelijke stoffen. Dat moet je gaan aanpakken. Dat is gewoon eenovertreding van de wet.» Die werd jarenlang genegeerd, ook door deprovincie. Uiteindelijk heeft die omwonende na twintig jaar tochgewonnen. Daardoor wordt Tata Steel ook wat strenger aangepakt enworden er dwangsommen opgelegd. We zien dat mensen zich zorgenmaken, daadwerkelijk minder lang leven en een verhoogd risico lopen opkanker. Dat is allemaal bewezen door het RIVM.De voorzitter:Komt u tot een vraag?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dat in acht nemende: ik hoor de VVD zeggen «dat vinden we belangrijk;die maatwerkafspraken gaan daar op zich al een goede bijdrage aanleveren». Maar dan is mijn vraag aan de VVD: hoe weet u dat? Want wehebben die gegevens niet. De milieueffectrapportage is er niet. De GER iser niet. We hebben geen idee. Waar haalt de VVD dus de informatievandaan dat het met die maatwerkafspraken sowieso beter wordt?De voorzitter:Duidelijk. Hoe weet u dat, meneer Buijsse?De heer Buijsse (VVD):Ik probeer het goed onder woorden te brengen. Mijn indruk is weleens –misschien zit ik ernaast – dat aan een GER dezelfde status wordttoegekend als aan de MER, onder andere door uw partij. In een stelselzoals we dat op dit moment kennen, is dat raar. De status is namelijk nietdezelfde. We willen dat ergens wel als het over deze specifieke situatierondom Tata gaat. Wij hebben er moeite mee om dat dan zomaar te doen.Ik wil niet zeggen dat we niet naar die gezondheidseffecten zoudenstreven. Alleen, onze zorg zit bij het voortgangsproces van die maatwerk-afspraken, bij de juridische borging die erachter schuilgaat en bij deeffecten daarop. Het mag wat ons betreft niet zo zijn dat als iets nietgezond genoeg zou zijn... Ik gaf zojuist het voorbeeld van hoe het in hetbuitengebied ook kan gaan. Als je hele hoge ambities nastreeft, danzouden die in de wielen kunnen rijden van maatwerkafspraken waarmeeje al hele grote stappen zou kunnen zetten. Dan heb je uiteindelijkstilstand. Daar is niemand bij gebaat. Daar zit onze zorg. U gebruikt steedshet woord GER. De associatie aan onze kant is dat dat gelijkgesteld wordtaan de MER. Dat betekent: juridische consequenties. Wat ons betreft magdat er nooit toe leiden dat die maatwerkafspraken daardoor nietdoorgaan. Dan heeft namelijk helemaal niemand er iets aan gehad. Daarzit het ’m in.De voorzitter:Ik zou toch even willen benadrukken dat de interrupties kort en bondigmoeten zijn. We zijn nu echt hele verhalen met elkaar aan het delen. Dat isniet de bedoeling. Dat wil ik hier toch even benadrukken. Lid Kostic´, gaatuw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik hoor eigenlijk nog steeds geen antwoord op mijn simpele vraag: waarbaseert u op dat het sowieso beter gaat worden met die maatwerkaf-spraken? Maar goed, u heeft het erover dat de GER niet past binnen hetsysteem. We hebben iets anders. Maar de maatwerkafspraken zijn ookniet een standaard binnen het systeem. Maatwerkafspraken gaan over ietsbovenwettelijk regelen. Daarom adviseert de expertgroep en zegt deTweede Kamer: zorg ervoor dat die gezondheid dan nu echt wordtgeborgd. Dat doe je door de MER op orde te hebben en vervolgens deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 3339 GER goed in te vullen. Dat is gewoon volgens het advies van experts.Waarom bent u dan niet bereid om in dit geval – het is toch al bovenwet-telijk – te kijken naar wat de experts zeggen, zodat we die gezondheidgoed kunnen borgen? Dan kunt u daar nog in zoeken wat dan bij de VVDpast. Maar u lijkt dat nu helemaal te negeren.De heer Buijsse (VVD):Ik weet gewoon simpelweg niet welke eisen u stelt aan een GER als hetgaat over gezondheidsdoelstellingen. Daarom ga ik daar niet specifiek opin. Want stel dat u bedoelt dat er in een GER hele hoge, ambitieuzegezondheidsdoelstellingen staan, dan kan het zomaar zijn dat de helemaatwerkafspraken uiteindelijk niet door kunnen gaan. Niet alleen voorhet belang van Tata Steel, maar ook voor heel veel economieën rondomTata Steel is het natuurlijk wel belangrijk dat er gewoon maatwerkaf-spraken komen. Daarmee wil ik ook meegeven dat je in een MER aldusdanig veel kan afleiden voor die gezondheid, niet alleen als het gaatover milieuzaken, maar dus bijvoorbeeld ook over luchtkwaliteit, dieuiteindelijk ook gezondheidseffecten heeft. Daar zit het ’m gewoon in.De voorzitter:Uw laatste interruptie, lid Kostic´. Gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Wat mijn mening is over de GER en hoe die ingevuld moet worden, doeter niet toe. Daarvoor hebben we...De heer Buijsse (VVD):Nou, wel.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Daarvoor hebben we dus het advies van de Expertgroep GezondheidIJmond. Die heeft daarover geadviseerd. Die kan daar samen met hetRIVM invulling aan geven. Dat is hoe het zit. Dat is wat de VVD nu negeert.Maar goed, over de MER vraag ik de VVD, als ze op z’n minst erkent datdie MER belangrijk is en dat die past binnen dat gewone systeem, of zeonze oproep richting de Staatssecretaris wil steunen om Tata Steel op teroepen ervoor te zorgen dat het concept van die MER wordt gedeeld metde relevante instanties, volgens het proces dat we nu hebben ingericht. Zokunnen de expertgroep en het RIVM het in ieder geval inzien en kijken watvoor effect het huidige plan van Tata op die gezondheid heeft.De voorzitter:Ik denk dat de vraag duidelijk is. Meneer Buijsse, kunt u die wellicht kortbeantwoorden?De heer Buijsse (VVD):Ik ben geen expert op het gebied van de MER en op de procesgang op datvlak. Ik zal daarin het advies van de Staatssecretaris volgen. Dus als deStaatssecretaris zegt dat het goed is om dat al te doen, dan is dat oké. Ishet advies dat we vanwege juridische bezwaren het pad stap voor stapmoeten bewandelen en het zorgvuldig moeten doen, dan snap ik hemook.De voorzitter:Tot slot zag ik nog een vraag van meneer Bamenga. Graag kort en bondig,maar dat kunt u als de beste.De heer Bamenga (D66):Ook ik weiger eigenlijk te geloven, om de woorden van het lid Kostic´ overte nemen, dat de VVD er is voor de vervuiler. Daarom mijn vraag: hoe kijktTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33310 de VVD naar het feit dat Chemours op dit moment ontzettend veelvervuilt? We zien in België bijvoorbeeld dat 3M helpt bij het opruimen vande vervuiling. Hoe kijkt de VVD ertegen aan als we dat soort overeen-komsten hier zouden treffen?De heer Buijsse (VVD):Even voor mezelf: u verwijst nu naar Chemours, neem ik aan? Ja. Het zoume een lief ding waard zijn als Chemours poogt om mee te helpen om hetschoner te maken. Nu ik het zo uitspreek, vind ik het ergens ook welironisch, zeg ik bijna op persoonlijke titel. Dit weekend is er een initiatiefgeweest om schone moestuintjes te helpen aanbieden, maar daar is weercommotie over ontstaan. Ik merk gewoon dat de sfeer op dit moment nietoké is. Ik zie dat er investeringen gedaan worden door Chemours om tepogen die sfeer te verbeteren, maar tegelijkertijd, terwijl ik het uitspreek,zie ik bij de omwonenden dat dat nog niet echt lukt. Het wantrouwen blijften men kijkt er met een bepaald cynisme naar. Ik vind het heel belangrijkdat we uit deze situatie komen, want die is voor niemand vruchtbaar. VoorChemours is dit zeer demotiverend en voor de omwonenden is het ookzeer ontmoedigend. Het zou me oprecht een lief ding waard zijn om hierin een betere dialoog uit te komen. Dat heb ik in mijn werkbezoeken ookaangegeven, bij Chemours, bij gemeenten en bij omwonenden. Ik zie deinspanningen die ze plegen en daar heb ik bewondering voor, maar, zozeg ik concluderend, ik zie ook dat we er nog niet zijn. Ik doe dus deoproep dat zowel omwonenden als gemeenten als Chemours zich ervoorblijven inspannen om tot een verbetering van de situatie te komen.De voorzitter:Duidelijk. Heeft u nog een vervolgvraag, meneer Bamenga? Gaat uwgang.De heer Bamenga (D66):Dank voor de reactie. U zegt dat u wilt dat mensen zich ervoor blijveninspannen dat het beter gaat. Bent u het dan met D66 eens dat er eensoort pfas-saneringsplan moet komen, zoals in België gebeurt, om dit opte ruimen?De heer Buijsse (VVD):In de basis denk ik «wie de rotzooi maakt, moet die opruimen», om het zomaar te zeggen. Het is mij ook wel wat waard om daar meer over teweten, dus als u daar zo meteen in uw termijn vragen over stelt, ga ik metinteresse luisteren en neem ik uw vraag verder mee in mijn overwe-gingen.De voorzitter:Helemaal goed. Dank u wel voor uw bijdrage. Dan ga ik naar de volgendespreker van de Kamer en dat is de heer Bamenga, van de fractie van D66.Gaat uw gang.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Op 52 plekken in Nederland is inmiddels pfas in hetgrondwater aangetroffen. De kosten om dit op te ruimen lopen op tottientallen miljoenen en dat is nog maar het topje van de ijsberg, dus hoehoudt de Staatssecretaris bedrijven verantwoordelijk voor de vervuilingdie zij veroorzaken? 3M in België moet dit jaar een pfas-opruimplanaanleveren. Dat Chemours nu het schoonmaken van omliggendemoestuinen gaat betalen, is een begin, al hebben omwonenden daar nietzo veel aan als het bedrijf giftige pfas blijft uitstoten of illegaal blijft lozen,zoals recent bekend werd. Hoe kan het dat onze Vlaamse collega’s al totzo’n overeenkomst zijn gekomen en wij nog niet? Kan de Staatssecretaristoezeggen het principe van «de vervuiler betaalt» toe te passen en teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33311 onderzoeken of de kosten voor het opruimen van pfas uit onze leefom-geving kunnen worden verhaald op de bedrijven, zoals in België?Wanneer wordt de motie over het stoppen met de pfas-productie inDordrecht nou uitgevoerd? De Kamer zou eerst voor de zomer, toen inoktober en toen begin 2025 een brief ontvangen over het stoppen met depfas-productie in 2025. Het is nu begin 2025 en de pfas-productie is nogniet stopgezet en we hebben ook nog geen brief. Graag een reactie van deStaatssecretaris.Voorzitter. Opruimen is één ding, maar je wil toch ook weten waar degevaarlijke stoffen vandaan komen? Ook dat doen de Belgen beter. Zijhebben een overzicht, maar dit kabinet vindt het blijkbaar acceptabel omnog zeven jaar te wachten om dit op een rij te zetten. Waarom heeft Belgiëwel een overzicht van lozingen van pfas en zeer zorgwekkende stoffen enzijn wij daar niet toe in staat? Welke lessen trekt de Staatssecretaris uit deaanpak van onze zuiderburen? Kan hij toezeggen deze toe te passen, zodatwe uiterlijk 2027 weten waar giftige stoffen onze leefomgeving instromen?Van blusschuim weten we wel dat het een bron is. Niet alleen hetAmsterdamse Bos raakt vergiftigd. Op een vliegbasis in Leeuwardenwerden door het gebruik van blusschuim concentraties gevonden diemeer dan 2.000 keer hoger lagen dan de norm. Ik herhaal: 2.000 keer. Endat terwijl de Kamer al langer oproept om met alternatieven te komen.Hoe staat het daarmee? Kan de Staatssecretaris toezeggen pfas-houdendblusschuim uit te faseren tot 2030?Niet alleen Chemours ging in de fout. Ook bij Tata Steel was het weerraak. Tata Steel stoot op dit moment twintig keer te veel uit. Ik ben danook blij om te zien dat de omgevingsdienst daarop gaat handhaven en datde Staatssecretaris zich ervoor inzet om de gezondheidsadviezen van deExpertgroep Gezondheid IJmond zo veel mogelijk over te nemen. Een vande adviezen die hij laat liggen, is om de gezondheidseisen voor Tata Steelte vergelijken de eisen die gelden in andere steden. Dat zou niet kunnenomdat elke stad zo anders is. Eerlijk gezegd begrijp ik dat niet echt. Ik zougraag een toelichting hierop krijgen van de Staatssecretaris. Hoe staat hetverder met de GER-methodiek, die begin dit jaar naar de Kamer zoukomen?Verder wil ik me aansluiten bij wat zojuist gezegd is door de Partij voor deDieren. Ook vanuit D66 vraag ik of de overkappingen juridischafdwingbaar zijn. Kan de Staatssecretaris toezeggen 90% uitstootreductiedaadwerkelijk randvoorwaardelijk te laten zijn voor de maatwerkaf-spraken, waar de motie-Thijssen toe oproept?Voorzitter. Met de kennis dat bijna 5% van de totale ziektelasten door eenongezond milieu komt, is weer eens duidelijk dat uitstel geen optie meeris.Dank u wel.De voorzitter:Helemaal goed. Dank u wel voor uw inbreng. Ik heb gehoord dat deStaatssecretaris minimaal een halfuur nodig heeft voor het voorbereidenvan de beantwoording. Dat betekent dat we eerst overgaan tot dedinerpauze. We schorsen deze vergadering daarom tot 18.20 uur, omelkaar daarna weer te treffen voor de beantwoording van de Staatssecre-taris. Ik schors hierbij de vergadering.De vergadering wordt van 17.27 uur tot 18.20 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen hierbij het commissiedebat Externe veiligheid. Aan de orde isde eerste termijn aan de kant van het kabinet. Ik zou graag aan deStaatssecretaris willen vragen of hij, voordat hij begint met de beant-woording, kan aangeven welke blokjes hij voor ons heeft. VoorafgaandTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33312 aan het debat hebben we afgesproken dat we vijf interrupties hebbenvanuit de Kamer richting het kabinet. Ik wil daar ook graag aanvasthouden. Ik verzoek de leden om interrupties kort en bondig te houden.Als de Staatssecretaris dat ook kan doen, zou dat heel erg mooi zijn. Danwil ik hierbij het woord aan de Staatssecretaris geven voor de beant-woording in de eerste termijn aan de kant van het kabinet.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Voorzitter, mag ik een punt van orde maken? We missen nu drie Kamer-leden en het zijn er al weinig. Het gaat om belangrijke onderwerpen. Ikzou willen voorstellen om op z’n minst twee minuten te wachten. Het is nuprecies twintig over.De voorzitter:Ik snap het voorstel, maar we hebben net 50 minuten geschorst. Het isaan iedereen om zelf te bepalen of ze hier op tijd voor dit debat weeraanwezig zijn. De Staatssecretaris is aan het begin van het debat ook alheel erg coulant geweest en heeft bijna een halfuur op ons gewacht. Ikvind het goed als we nu gewoon verdergaan met dit debat. Het is aanieder afzonderlijk om wel of niet op tijd aanwezig te zijn voor dehervatting.Ik zou graag het woord willen geven aan de Staatssecretaris voor zijnbeantwoording in de eerste termijn. Gaat uw gang.Staatssecretaris Jansen:Dank u wel, voorzitter. Conform uw wens wil ik aangeven dat ik viermapjes heb. Het eerste gaat over Tata Steel en de omgevingsdienst voorde veiligheid. Het tweede gaat over zeer zorgwekkende stoffen, waaronderpfas. Het derde mapje gaat over vuurwerk. Het vierde mapje betreftoverige onderwerpen.De voorzitter:Dank u wel. Ik zou ook willen voorstellen dat we de interrupties doen aanhet einde van ieder blokje. Dan wil ik de Staatssecretaris vragen om tebeginnen met het eerste blokje.Staatssecretaris Jansen:Dank, voorzitter. Ook dank aan de commissie voor de discussie en devragen die gesteld zijn in eerste termijn.De eerste vraag die ik wil beantwoorden is van het lid Boutkan van dePVV: middels welke regelgeving en binnen welk tijdvak gaat de Staatsse-cretaris de regels voor VTH rond Tata aanscherpen en hoe zit het metnationale koppen? We onderzoeken op dit moment of strengerenormering zou kunnen helpen om het gezondheids- en milieuprobleem inde IJmond aan te pakken. Het gaat dan om het verbeteren of opstellenvan wetgeving, bijvoorbeeld via de implementatie van de Europese ennationale normen op het gebied van luchtkwaliteit en industriële emissies.Het uitgangspunt hierbij was dat nieuwe nationale koppen wordenvermeden, oftewel: dat gaan we niet meer doen.Dan heb ik een vraag van de heer Gabriëls van GroenLinks-Partij van deArbeid: «De dialoog is volgens de omgevingsdienst voor de veiligheidmislukt. Er zijn geen fundamenten voor een effectief overleg. Kan deStaatssecretaris hierop ingaan? Hoe krijgen inwoners een serieuze stem indit overleg?» Wij waarderen – laat ik dat vooropstellen – de betrokkenheidin dit proces van alle omwonenden natuurlijk enorm. We betreuren ookdat omwonenden het gevoel hebben dat het proces niet goed loopt. Diezorgen begrijpen we natuurlijk wel. Wij proberen natuurlijk ook omdaarop te reageren. Alles is wat ons betreft gericht op wat ons verbindt:een gezonde leefomgeving. Daarom heb ik vertrouwen in het bereikenvan een betere dialoog met omwonenden, bedrijven en overheidsorgani-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33313 saties. Het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving, dat het procesbegeleidt, komt in april met een advies. Dat wachten we dan ook af.Uiteraard komen we voor de zomer met een terugkoppeling richting deKamer.Dan heb ik een vraag van het lid Kostic´ van de Partij voor de Dieren: kande Staatssecretaris deze maandag komen met een duidelijke tijdlijnwaarin staat wanneer welke acties uit de actieagenda worden uitgevoerd,zodat omwonenden kunnen zien dat het centrale punt van hetOVV-rapport wordt geborgd, namelijk dat omwonenden een stem moetenhebben in het besluitvormingsproces? Het antwoord is: de tijdlijn voor deacties in de actieagenda zal in april worden geleverd in een voortgangs-brief, waar onder andere de Actieagenda Industrie en Omwonenden aande orde komt. Omwonenden zijn bij de actieagenda betrokken via deklankbordgroep omwonenden. Hun opmerkingen en suggesties bij dezeacties worden daarin zo veel mogelijk meegenomen.Er was nog een vraag van het lid Kostic´: «Er is een motie aangenomen diestelt dat metingen onafhankelijk van Tata moeten worden gecontroleerd.De Expertgroep IJmond vindt dit ook. Dit is onvoldoende meegenomen.Kan de Staatssecretaris dit sterker borgen dan nu uit de brief blijkt?» In deActieagenda Industrie en Omwonenden wordt een onderzoek uitgevoerddat in kaart brengt welke verbeteringen er mogelijk zijn ten aanzien vanhet meten en het controleren van schadelijke emissies bij bedrijven.Geldende wetgeving legt de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren vangeaccrediteerde metingen bij de bedrijven zelf. Daarmee is op voorhand alduidelijk dat het aanpassen van de systematiek een groot aantaltechnische, financiële, maar ook juridische en operationele uitdagingenzal kennen. Daarom wil ik bovengenoemde onderzoeksuitkomsten eerstafwachten, voordat er verdere stappen worden gezet in de uitvoering vandeze motie. We zijn er dus wel mee bezig, maar we willen wel eerst hetonderzoek afwachten, voordat we daarin concreet stappen zetten.Dan heb ik een vraag van de heer Gabriëls van GroenLinks-Partij van deArbeid, het lid Kostic´ van de Partij voor de Dieren en de heer Bamengavan D66. Kan ik toezeggen dat er z.s.m. een GER komt op basis van deconcept-MER? Sorry voor alle afkortingen, zeg ik tegen de mensen thuis.In de eerste termijn zijn ze al helemaal uitgesproken. Ik zal omwille van detijd proberen om dat nu niet te doen. Kan ik aangeven wanneer er eenGER komt op basis van de concept-MER en de methodiek van het RIVM?Het RIVM zal een dezer dagen het methodisch kader voor de GERafronden. Uw Kamer zal dit naar alle waarschijnlijkheid in april ontvangen.Parallel daaraan zal het ministerie de uitvoering van de GER voorbereiden.Hiervoor wordt een adviesbureau gecontracteerd. Indien nodig kandaarbij gebruik worden gemaakt van de concept-MER. Daarnaast is deverwachting dat voor de zomer de definitieve MER wordt afgerond en dankan die ook worden benut.Ik vervolg met een vraag van de heer Gabriëls: hoe kan het kabinetvolhouden dat gezondheid als harde voorwaarde meegenomen wordt inde maatwerkafspraken als er nog geen volwaardige MER is, laat staan eenGER? Zoals het lid Gabriëls aangeeft, is de MER vertraagd. Die isinderdaad wel nodig om de pilot-GER uit te voeren voor Tata. Het RIVMzal een dezer dagen het methodisch kader voor de GER afronden. Zoals iknet al aangaf, gaan we die richting de Kamer sturen. De maatwerkafspraakkent overigens verschillende fases. We werken nu aan een joint letter ofintent – sorry voor het Engels, meneer Boutkan – waar de ExpertgroepGezondheid IJmond in gezamenlijkheid met de AdviescommissieMaatwerkafspraken Verduurzaming Industrie naar zal kijken. Op dezemanier borgen we dat gezondheid ook in de komende fases goed wordtgeborgd.Er was nog een vraag van het lid Kostic´ en de heer Bamenga, van de Partijvoor de Dieren en D66. Wanneer komt de schriftelijke reflectie op hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33314 rapport van Coenrady over de vraag of de overkappingen bij Tata Steelafdwingbaar zijn? Deze reactie ontvangt u uiterlijk in april, dus mogelijk aleerder.Ik ben bij een vraag van de heer Gabriëls, van GroenLinks-Partij van deArbeid. Kan ik per brief aangeven hoe de maatwerkafspraken juridischgeborgd worden en wat de consequenties zijn als deze afspraken nietworden nagekomen? Laat ik vooropstellen dat ik natuurlijk ook de zorgenvan de heer Gabriëls begrijp. Dit zijn onderwerpen die worden opgepaktin de joint letter of intent. Daaraan wordt nu gewerkt. Zodra die in conceptklaar is, zal hij met de Adviescommissie Maatwerk VerduurzamingIndustrie en de Expertgroep Gezondheid IJmond gedeeld worden vooradvies. Na ontvangst van dat advies zullen wij de joint letter of intentfinaliseren en gezamenlijk met het advies en de begeleidende brief delenmet de Kamer.Voorzitter. De laatste vraag in dit blokje is van de heer Bamenga, van D66.Er staat: «Wat laat de Staatssecretaris liggen bij Tata in vergelijking metandere steden? Graag een toelichting.» Het was een wat cryptische vraag,maar ik ga proberen erop in te gaan, zeg ik richting de heer Bamenga.Zoals ook aangegeven in de kabinetsreactie kent het vergelijken van desituatie rondom Tata met andere steden haken en ogen. Hoe vergelijk jeverschillende waarden in verschillende aspecten, bijvoorbeeld typen stof,hinder, emissie, immissie en deposito, met elkaar? Er is geen eenduidigemanier om de verschillende aspecten van de gezondheid tegen elkaar afte wegen, zo stelt ook het RIVM. Dat maakt het een gecompliceerdeexercitie die niet makkelijk meer inzicht gaat bieden. Daarom lijkt het onsbeter om ons voor nu te richten op de specifieke casus met betrekking totTata Steel en de gezondheidseffectrapportage, dan om nu al eenvergelijking te maken met andere plekken, omdat dat gewoon heel lastigis. Appels en peren.De voorzitter:Dank u wel. Ik heb als eerste op mijn lijstje voor vragen aan de Staatsse-cretaris het lid Kostic´ staan. Gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, voorzitter. De Staatssecretaris noemde een aantal stappen in de GERen de MER. De opzet, het kader, van de GER komt in april en dan komtvoor de zomer de MER. Maar wij hebben als Kamer afgesproken dat dieMER en die GER er moeten zijn voordat die maatwerkafspraken op watvoor manier dan ook op papier komen. Zo krijgen we namelijk inzicht inwelke effecten die plannen van Tata Steel, waar we belastinggeldtegenaan willen gooien, hebben op het gebied van gezondheid. Mijnconcrete vraag aan de Staatssecretaris is dus: wachten we met diemaatwerkafspraken op papier zetten totdat die MER en GER inzicht gevenin de gezondheidseffecten van de plannen van Tata Steel?Staatssecretaris Jansen:Het antwoord zal ongetwijfeld onbevredigend zijn voor het lid Kostic´. Hetis namelijk niet afgesproken. Het kabinet heeft steeds gezegd dat de GERzo goed mogelijk mee wordt genomen. Er zit geen afhankelijkheid in. Wewachten met het een niet op het ander. Het wordt zo goed mogelijkmeegenomen, maar er is geen afspraak gemaakt met de Kamer dat wehet aan elkaar verbinden.De voorzitter:Een vervolgvraag. Gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Het is een aangenomen motie van de Kamer. Maar nog even los daarvan,het uitgangspunt is – dat was ook de les van het OVV-rapport – dat we deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33315 gezondheid goed moeten borgen. Dat omarmt het kabinet ook. Datkunnen we pas doen als we weten wat de effecten zijn. Dan moet je nietalvast van alles op papier gaan zetten. Mijn vraag aan de Staatssecretarisis dus de volgende. Tata Steel heeft ervoor gezorgd dat de MER niet optijd kwam. Opeens is het een concept-MER geworden. Zij hebben tegenomwonenden gezegd: die concept-MER willen wij best met jullie delen. Ennu willen ze dat weer niet. De Staatssecretaris kan namens ons, alsTweede Kamer, gewoon vragen: Tata, laat je een keer van je goede kantzien en geef die MER onder embargo vrij aan die instanties, zoalsExpertgroep Gezondheid IJmond en RIVM, zodat zij ermee aan de slagkunnen gaan. Dat is misschien buiten de standaardprocedures om, maarwe hebben het hier ook over buitengewone procedures als het gaat om demaatwerkafspraak. Mijn concrete vraag was dus of de Staatssecretarisertoe bereid is om er op zijn minst op aan te sturen dat wij dieconcept-MER krijgen. Dan hoeven wij het niet te krijgen, maar die expertsin ieder geval wel, zodat ze alvast aan de onderhandelingstafel inzichtkrijgen in wat voor effecten dat plan van Tata of die maatwerkafsprakenhebben op de gezondheid.De voorzitter:Dat is een duidelijke vraag, denk ik, Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Ik snap de vraag. Hij is ook al ter sprake gekomen toen ik ongeveeranderhalve maand geleden op bezoek was in de IJmond en daar met deomwonenden sprak. Ook daar heb ik aangegeven dat ik dat verzoeknatuurlijk kan doen bij Tata, maar dat ik niet kan afdwingen dat hetgebeurt. De motie noemt de GER. Dat is ook wat wij gaan doen. Wijhebben altijd, al meerdere keren in de vergadering, aangegeven datgezondheid voor ons een absolute randvoorwaarde in de afspraken metTata Steel. Daarmee proberen we het te borgen. Dat is de manier waaropwij dat hebben opgepakt. Ik kan het bedrijf niet dwingen om iets te delen.Volgens mij zijn we met de tijdlijn die ik net schetste, de GER in april en deMER voor de zomer, redelijk in lijn met hetgeen wij willen bereiken. Ik ziede maatwerkafspraken namelijk echt niet eerder gereed zijn. Wat datbetreft komen we volgens mij met de documenten redelijk uit qua tijd.De voorzitter:Er is toch nog een vervolgvraag, zie ik. Gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Het is misschien ook goed als de Staatssecretaris dit op papier zet, wantzoals ik hem nu hoor, komt het allemaal ruim op tijd, voordat we diemaatwerkafspraken op papier hebben gezet. Het is goed als de Kamer dateven goed hoort. Dat is ook wat omwonenden willen, omdat ze danzekerheid hebben over de effecten daarvan. Ik hoor de Staatssecretariszeggen «ik kan Tata niet dwingen», maar we zijn die maatwerkafsprakenaan het maken, dus je kan er wel over praten met Tata. Ik hoor deStaatssecretaris zeggen dat hij Tata daar best toe wil oproepen. Nou, datis precies mijn vraag: wil de Staatssecretaris dat doen en daaroverterugkoppeling geven aan de Kamer, opdat die MER deze maand wordtvrijgegeven aan de gezondheidsexpertgroep en het RIVM, zodat die er alnaar kunnen kijken? Dat zou fijn zijn.De voorzitter:Duidelijk. De Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Ik kan toezeggen dat ik zorg dat bij de GER ook de concept-MERbeschikbaar is. Dat is dus in april. Dat is wat ik kan toezeggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33316 De voorzitter:Dan zie ik... Sorry, meneer Gabriëls, meneer Boutkan stak eerst zijn vingerop, dus die wil ik eerst het woord geven. Gaat uw gang.De heer Boutkan (PVV):Een interessante discussie over de MER, maar mijn eerste interruptie voorde Staatssecretaris gaat over mijn vraag hoe het zit met de verscherpingvan de regelgeving. Mijn vraag was: welke regelgeving? Dan krijg ik alsantwoord: onze nationale wetgeving en de Europese wetgeving, en erkomen geen nieuwe koppen op. De vraag over het tijdpad heb ik nietbeantwoord gekregen. Welk tijdpad ziet de Staatssecretaris? In demaatwerkafspraken worden het uiteindelijk bovenwettelijke maatregelen,want anders gaat het weer om Europese staatssteun en dan krijgen weboetes. Hoe ziet de Staatssecretaris deze bovenwettelijke maatregelen?Waarom zijn die geen nieuwe kop?Staatssecretaris Jansen:Dat is precies de uitdaging die wij ook voor ons zien, zeg ik tegen de heerBoutkan. Overigens is het tijdpad waar de heer Boutkan naar vraagt eencontinu proces. Dus ik kan nu niet aangeven waar we over praten, wantdaarmee wek ik misschien een bepaalde verwachting die ik uiteindelijkniet kan inlossen. Het is een continu proces. De discussie gaat nuinderdaad over de vraag hoe je, als je bovenwettelijke taken hierin wiltopnemen, voorkomt dat je opnieuw met nationale koppen gaat werken,want dat willen we juist niet.De heer Boutkan (PVV):En dan toch even over die MER, want ik heb het nieuws gevolgd. Er is eenafspraak geweest tussen de omgevingsdienst en Tata Steel over hetaanleveren van de verbeterplannen «in het kader van», en op een latertijdstip van de MER. Vervolgens is de MER aangeleverd aan deomgevingsdienst, op verzoek in concept, omdat de omgevingsdienst hetanders niet op tijd kon beoordelen. Is die informatie ook bekend bij deStaatssecretaris? En zo ja, zou de Staatssecretaris ons willen informerenover hoe het precies gegaan is met die afspraken?Staatssecretaris Jansen:Die informatie is wel bekend en we kunnen de Kamer er ook overinformeren, maar het is wel zo dat Tata in december heeft gereageerd opde concept-MER. Dat was voor ons een nieuwe situatie. Daarop antici-peren we dan weer.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even of de heer Boutkan nog een vervolgvraag wilstellen. Anders ga ik naar meneer Gabriëls, voor een vraag aan deStaatssecretaris. Gaat uw gang.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Er zijn vorig jaar twee moties ingediend. Een daarvan ging over per directstarten met een gezondheidseffectrapportage. De tweede ging over degezondheidseffectrapportage als harde voorwaarde meenemen in demaatwerkafspraken. Nu zegt de Staatssecretaris dat de methodiek van deGER, waar het RIVM mee klaar is, in april komt. Dan komt de MER voor dezomer. En de maatwerkafspraken zijn er niet eerder dan op dat moment.Er is een motie aangenomen over per direct een GER maken. Dan is mijneerste vraag of die GER dan ook voor de zomer komt. Als de MER af is,kan de GER ook gemaakt worden. Eerder is ook gezegd dat de GER al afzou moeten zijn. En eerder is gezegd dat de GER niet kan meelopen metde maatwerkafspraken, omdat die langer duurt. Maar nou zijn diemaatwerkafspraken vertraagd. Dan kun je zeggen, precies wat de KamerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33317 wil, dat de GER moet meelopen in de maatwerkafspraken, want anderskun je namelijk nooit concretiseren welke extra gezondheidseisen je wilt.We hebben met z’n allen getracht om extra gezondheidseisen te concreti-seren. Dat kan via de Expertgroep Gezondheid IJmond, die gezegd heeftdat ze een GER kunnen maken. Dan concretiseren we de extra eisen. Dusdit is wettelijk. Daarbovenop komt bovenwettelijk. Dat concretiseren wemet een GER. Dan kunnen we dat concretiseren en het bedrijf er ook aanhouden. Als én de MER er niet is, én de GER er niet is, hoe kunnen we danüberhaupt over gezondheid spreken? Hoe kunnen we dan überhaupt ooitconcretiseren en als Kamer het vertrouwen krijgen dat die gezond-heidseisen meegenomen worden in de maatwerkafspraken? Wat zijn diewoorden dan waard? En wat is dan de vraag? De vraag is dus: wanneerkomt de GER, die per motie vorig jaar is afgedwongen?Staatssecretaris Jansen:Die komt in ieder geval niet voor de zomer, zeg ik richting de heerGabriëls.De voorzitter:Even kijken of meneer Gabriëls nog een vervolgvraag wil stellen. Ik ziehem druk pennen, maar ik denk het wel.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ja, dat wil ik zeker. De GER komt dus niet voor de zomer. Die motie vindt ublijkbaar niet belangrijk genoeg. Dan komt de tweede motie, met hetverzoek om gezondheidseisen en de GER-eisen concreet mee te nemen inde maatwerkafspraken. Zal de GER dan wel meegenomen worden in demaatwerkafspraken als harde, concrete randvoorwaarde, zoals in demotie-Thijssen is gesteld? Die motie is ook door de PVV en door NSCgesteund.Staatssecretaris Jansen:Laten we dan ook even heel duidelijk de feiten op elkaar afstemmen. In demotie stond over de GER: per direct starten. Dat hebben we ook gedaan.Daarvoor is een methode nodig. Die is nu bijna klaar. In april komtdaarover informatie naar u toe. Zo hebben wij het opgepakt, dus debewering dat wij de motie niet belangrijk vinden, klopt niet helemaal,denk ik, want we proberen ’m uit te voeren, maar dan wel in volgorde-lijkheid. Dat is heel duidelijk. Tussentijds nemen we de inzichten natuurlijksteeds zo goed mogelijk mee in de onderhandelingen die wij voeren. DeKamer kan meekijken bij het eindresultaat van de onderhandelingen en bijde joint letter of intent. Overigens is er nog iets van belang; andersvergeet ik dat misschien te zeggen. «Bovenwettelijke maatregelen»betekent ook dat het verder gaat dan de wettelijke kaders, want anderskun je er geen staatssteun aan geven. Dat is wel een heel duidelijk puntdat van belang is en dat ik hier wil melden, want anders komen we straksin een andere discussie terecht.De voorzitter:Meneer Gabriëls heeft een vervolgvraag.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):De GER komt niet voor de zomer. Kan de Staatssecretaris nog ingaan opde vraag of de GER dan wel randvoorwaardelijk meegenomen wordt bijhet maken van de maatwerkafspraken? Hoe worden die bovenwettelijkezaken, die bovenwettelijke gezondheidseisen, die dus boven hetVTH-stelsel zitten – daar subsidiëren we immers voor – juridisch geborgd?Dus één: wordt de motie-Thijssen uitgevoerd? Daar wil ik gewoon eenantwoord op. En twee: hoe wordt dat dan geborgd? Hoe worden debovenwettelijke gezondheidseisen geborgd? Ik moet zeggen dat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33318 antwoord tot nu toe vrij teleurstellend is, omdat de vragen over de motiesnu eigenlijk niet concreet en goed beantwoord worden. Dat doet wat metmij; dat vind ik vervelend. Normaal ben ik heel meegaand, maar dit voeltecht niet goed.Staatssecretaris Jansen:Ik snap wel wat de heer Gabriëls vraagt, maar ik kan niet voldoen aan destappen die wij moeten zetten om tot het goede resultaat te komen. Ik hebcontinu richting uw Kamer gecommuniceerd dat gezondheid eenrandvoorwaarde is voor de maatwerkafspraak met Tata Steel. Daarnaast isde GER natuurlijk niet het enige instrument om gezondheid te borgen inde afspraken die wij maken. Er zijn ook andere rapporten en inzichten dierelevant zijn. Denk bijvoorbeeld aan het onderzoek van het RIVM uit 2023en de rapporten van de expertgroep. Maar we hebben wel gezegd: wat eruiteindelijk uit de GER gaat komen, nemen we zo goed mogelijk mee inhet uiteindelijke resultaat. Dat is de manier waarop wij het proberen teborgen, maar dan nog zit ik gewoon met de tijd die zaken nou eenmaalvergen. Ik kan dingen niet versnellen, omdat we daarmee hetgeen wewillen bereiken inhoudelijk tekortdoen.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):De Staatssecretaris heeft geen antwoord gegeven op de vraag die ik altwee keer gesteld heb, namelijk: hoe borgt het kabinet dan de extragezondheidseisen in de maatwerkafspraken? Hoe gaat het die juridischborgen? Op die vraag heb ik nog geen antwoord gekregen. De Staatsse-cretaris zegt: we nemen gezondheid mee. Dan heb ik wel de vraag: hoeconcretiseert u dat dan en hoe borgt u dat vervolgens juridisch?De voorzitter:Het kabinet gaat natuurlijk wel over zijn eigen antwoorden, al snap ik datdat vervelend kan zijn, maar ik hoop dat de Staatssecretaris op beidevragen van meneer Gabriëls antwoord zal geven, voor zover hij dat kan.Staatssecretaris Jansen:Volgens mij heb ik net aangegeven hoe we dat proberen te borgen op demanier die wij voor ogen hebben. We proberen de methodiek van de GERmee te nemen bij het vormgeven van de vervolgstappen. Ik noem tentweede het rapport van het RIVM uit 2023 en de rapporten van deexpertgroep. Op die manier proberen we dat te borgen. Als de heerGabriëls vindt dat ik de motie daarmee niet helemaal uitvoer, dan vind ikdat heel jammer. We proberen het juridisch in ieder geval te borgen metde joint letter of intent. Die komt ook naar uw Kamer toe, net als hetuiteindelijke onderhandelingsresultaat. Volgens mij hebben we daarmeealle instrumenten en mogelijkheden geboden aan de Kamer om hierin opeen goede manier een afweging te kunnen maken.De voorzitter:Ik kijk nog even naar meneer Gabriëls. Nee? Helemaal prima. Dan gaanwe door naar het lid Kostic´. Gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik weet niet waarom de Staatssecretaris nu zit te schermen met: wehebben andere rapporten, van het RIVM en van de gezondheidsexpert-groep. Mijn collega wijst erop dat de GER een integraal onderdeel is vanhet advies van de gezondheidsexpertgroep, die wij collectief hebbenaangewezen als de partij die voor ons de randvoorwaarden voor degezondheid duidt. Die kunnen we hier niet zomaar zelf bedenken. Daarhebben we die expertgroep voor aangesteld en die zegt: dit en dit heb jenodig, waaronder de GER. Die hoort bij het advies. Onze vraag is: gaat ualle adviezen van de gezondheidsexpertgroep, die u zelf net quootte,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33319 opvolgen, dus inclusief het eerst rondkrijgen van de GER, voordat demaatwerkafspraken op papier liggen?Staatssecretaris Jansen:Ik denk dat ik nu al drie keer heb gezegd hoe wij dit als kabinet willenoppakken en hoe wij dit naar de Kamer willen brengen. Dat is hetantwoord dat u van mij krijgt. De afspraak kan ook geborgd worden viaprivaatrechtelijke weg in een vergunning of met boeteclausules. Dat is ookeen optie.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dit is echt vervelend. Hiervoor is een meerderheid in de Kamer. Wat gaathet kabinet dan borgen als het niet weet wat de gezondheidsvoorwaardenzijn? De expertgroep zegt: je moet eerst in kaart brengen wat het gevolgvan het Tataplan is, dus hoeveel gezondheidswinst je ermee behaalt.Vervolgens kijk je naar wat er volgens de gezondheidsexpertgroepvoldoende is en dat breng je samen. Dat was het uitgangspunt van deKamer, van het kabinet en van de motie. Daar gaat het om. Nogmaals, umoet eerst de GER laten uitvoeren en het advies van de gezondheidsex-pertgroep opvolgen, en pas daarna de maatwerkafspraken op papierzetten.Staatssecretaris Jansen:Volgens mij heb ik het proces waar we mee bezig zijn, net geschetst. Deexpertgroep is nadrukkelijk betrokken bij alle stappen die wij zetten. Zijdenken mee met onze methodiek en met de uitvoering. De expertgroepadviseert straks ook over de concrete afspraken die worden uitgewerkt inde joint letter of intent. Dat is de manier waarop wij het hebben aange-vlogen. Ik begrijp dat het lid Kostic´ dat onbevredigend vindt, maar dit iswel de manier waarop wij het hebben opgepakt. Wij denken dat wedaarmee ook de gezondheidsaspecten meenemen, op de meestvergaande wijze die mogelijk is. Ik ben afhankelijk van de juiste documen-tatie op de juiste momenten. Ik heb u een tijdpad geschetst en daar zult uhet mee moeten doen.De voorzitter:Sorry, lid Kostic´, maar u hebt inmiddels al vijf interrupties gehad. Wezitten redelijk binnen de tijd, maar ik wil eerst even kijken of we uitlopenbij de volgende blokjes. Ik wil namelijk ook voldoende ruimte geven vooreen tweede termijn. Ik wil nu eerst het woord geven aan meneer Buijssenamens de VVD. Gaat uw gang.De heer Buijsse (VVD):Ik wil het eigenlijk omdraaien. Stel dat de Kamer u uiteindelijk toch dwingtom een GER te gebruiken. Komen de maatwerkafspraken dan onder drukte staan? Stel dat we dat instrument zo belangrijk vinden, zoals geschetstis, en we die GER er gewoon doorheen duwen, wat voor effect heeft datdan op de maatwerkafspraken? Mijn zorg is dat die maatwerkafsprakenmogelijk onder druk komen te staan vanwege een te zwaar juridischinstrument, dat ook te lang duurt om te ontwikkelen. Daardoor kan hetuiteindelijk die hele maatwerkafspraken hinderen.Staatssecretaris Jansen:Ik had ’m bijna zelf kunnen inkoppen. Als we inderdaad van die situatie uitmoeten gaan, dan vertraagt dat uiteindelijk de afspraken en dus mogelijkook de gezondheidswinst die wij willen bereiken.De voorzitter:Dan wil ik de Staatssecretaris bedanken voor de toelichting in dit eersteblokje. Ik zou graag willen dat we hier met elkaar de aandacht erbijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33320 houden. Dank u wel. Dan gaan we de Staatssecretaris vragen om tevervolgen met zijn tweede blokje.Staatssecretaris Jansen:De heer Gabriëls van GroenLinks-Partij van de Arbeid en de heerBamenga van D66 vroegen wat de overheid gaat doen om het juridischonderzoek beter te verankeren en toepasbaar te maken in de praktijk. Hetjuridisch onderzoek naar onder andere de verankering van het voorzorgs-beginsel is afgerond. De resultaten verwachten we in april richting deTweede Kamer te sturen. Op de invulling van de verankering wil ik nu nietvooruitlopen. Daarnaast ontwikkelen we ook een routekaart voor hettoepassen van het voorzorgsbeginsel, zodat het voorzorgsbeginsel betertoepasbaar wordt in de praktijk. Die verwachten we voor de zomer van ditjaar.Dan een vraag, wederom van de heer Gabriëls van de Partij van deArbeid-GroenLinks, over zeer zorgwekkende stoffen. Hij zei dat er tochmeer uitstoot is bij 125 bedrijven, als ik me het goed herinner. Hij vroegwat de status is van de motie die verzoekt om in overleg te gaan metprovincies over de handhaving bij bedrijven. Ter uitvoering van demotie-Thijssen/Gabriëls en de motie-Kostic´/Bamenga hebben we hetgesprek met bevoegde gezagen verder geïntensiveerd, oftewel: vaker endiepgaander contact. Daarvoor heeft het IPO namens hen een aantalknelpunten aangedragen, bijvoorbeeld over de wens voor een uniformtoetsingskader voor de vermijdings- en reductieprogramma’s, de VRP’s,en over de versterking van ZZS-kennis, de kennis over zeer zorgwekkendestoffen, bij omgevingsdiensten. Daarnaast werken we actief samen metalle overheidspartijen en het bedrijfsleven aan het oplossen van deknelpunten door de gezamenlijke uitvoeringstafel. Ook verkennen we demogelijkheden voor een landelijke handreiking voor bevoegde gezagen enbedrijven ter ondersteuning van de beoordeling van die VRP’s.De heer Bamenga van D66 zei: «De Kamer zou een brief ontvangen overhet stoppen met pfas, maar er is nog niet met pfas gestopt. Ook hebbenwe nog geen brief ontvangen. Ik wil daar graag een reactie op.» Opverzoek van de Kamer kijken we naar de mogelijkheid van een nationaalproductie- en lozingsverbod voor pfas. Daar informeren wij u later ditvoorjaar over per brief, zoals we ook hebben aangegeven. Daarnaast zijnwe in gesprek met het bedrijf over de motie-«nul uit de pijp» en overaansprakelijkheid. Hier kan ik in het belang van de Staat op dit momentniet meer over zeggen. Ik informeer de Kamer natuurlijk wel wanneer datwel kan.Er was nog een vraag van de heer Bamenga. Hij vroeg hoe ik de bedrijvendie verantwoordelijk zijn voor pfas-vervuiling verantwoordelijk houd voorde opruiming daarvan. In principe geldt bij alle bodemverontreiniging datde vervuiler betaalt. Dat is het uitgangspunt. Als de veroorzaker niet aante spreken is, dan wordt de terreineigenaar aangesproken. Voor pfas geldtmeestal de zorgplicht uit het overgangsrecht Wet bodembescherming.Onderdeel hiervan is dat de vervuiler wist of redelijkerwijs kon weten dathij de bodem vervuilde. Dit is ter beoordeling aan het bevoegde gezagvoor het overgangsrecht, de 12 provincies en de 29 gemeenten. Indien deveroorzaker, dan wel eigenaar, niet aan te spreken is, staat vaak hetbevoegd gezag aan de lat voor de aanpak van onaanvaardbare risico’s.Om hen daarbij te ondersteunen, stellen wij de middelen beschikbaar viade specifieke uitkering bodem, de SPUK.Een vraag van heer Gabriëls, GroenLinks-Partij van de Arbeid: «Zeerzorgwekkende stoffen en ook alle pfas staan nu op de ZZS-lijst. Hier gaatdirect een minimalisatieplicht voor gelden. Hoe gaat het met de imple-mentatie en de handhaving van die verplichting?» Voor ZZS-emissiesgeldt die minimalisatieplicht, dus inderdaad ook voor pfas. Daarover hebik uw Kamer geïnformeerd. Vermijdings- en reductieprogramma’s voorpfas moeten nu door bedrijven worden opgesteld. Deze worden gecontro-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33321 leerd door het bevoegd gezag. Deze maand zijn die gesprekken ookgeïntensiveerd met de bevoegde gezagen en het bedrijfsleven. In dezegesprekken worden de knelpunten uit de praktijk besproken.Nog een vraag van de heer Gabriëls: hoe gaat het met de RijkscoördinatorPFAS? In november is de rijkscoördinator gestart voor depfas-verontreiniging in de regio Dordrecht. De rijkscoördinator zit naastmij. Dus mocht u het nog niet hebben geweten: het gaat om deze dame.Voor alle helderheid: dit gaat om een rijkscoördinator voor alleen deproblematiek rondom Chemours. De rijkscoördinator is het aanspreekpuntvoor zowel de provincie als de gemeenten. De afgelopen periode stondmet name in het teken van de kennismaking en het samen bekijken wat ernodig is voor een goede invulling van deze opdracht. Er wordt in goedeafstemming met zowel de provincie als de gemeenten gewerkt aan eenwerkplan. Dat zal uiteindelijk voor de zomer richting de Kamer gaan.Ik heb nog twee vragen, voorzitter.Een vraag van de heer Bamenga, D66. Kan ik toezeggen pfas-houdendblusschuim uit te faseren voor 2030? Er ligt een voorstel van de EuropeseCommissie aan de lidstaten om pfas in brandblusschuim te verbieden. Inhet voorstel zijn overgangsperioden van achttien maanden tot vijf jaarvoorgesteld voor de meeste sectoren en het meeste gebruik. Voorsommige sectoren, zoals militaire schepen, sevesobedrijven en de olie- engassector, wordt zelfs tien jaar voorgesteld. Eind dit voorjaar kan ik ietsmeer duidelijkheid geven over de uitkomsten van dit voorstel op Europeesniveau, maar er zijn dus wel verschillende termijnen voor verschillendesectoren.De laatste vraag, wederom van de heer Bamenga. Waarom heeft Belgiëwel een overzicht van pfas-lozingen en ZZS-lozingen en zijn wij daar niettoe in staat? Welke lessen trekken we uit de aanpak van onze zuiderburen?En kan ik toezeggen deze lessen toe te passen, zodat we uiterlijk in 2027weten waar giftige stoffen onze leefomgeving instromen? Alle lozingsver-gunningen die relevant zijn voor de Kaderrichtlijn Water worden bezien enherzien voor 2027. Overige vergunningen worden voor 2032 bezien. Allebeschikbare expertise wordt ingezet, maar helaas is ook die schaars. Wedoen het wel zo snel als mogelijk is.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even naar de leden. Ik zie het lid Kostic´. Ik wil duscoulant zijn en u krijgt nog één extra interruptie, maar het is wel direct uwlaatste. Ik hoop dus dat u die goed gebruikt. Gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik ga dan terug naar Tata Steel, een cruciaal onderwerp. We moeten dediscussie wel zuiver houden. Aan de ene kant wordt er gezegd dat demaatwerkafspraken er zo snel mogelijk moeten komen vanwege deeconomie et cetera. Daar kan dus opeens wel versnelling in komen. Maarals het gewoon gaat om het proces van het borgen van de gezondheid enhet opstellen van een GER en een MER, dan horen we dat het niet snellerkan. Tegelijkertijd schreef de Staatssecretaris eerder: de gezondheidsef-fectrapportage van Tata Steel wordt naar verwachting in de eerste helftvan 2025 opgeleverd, na de MER. Dat was een eerdere toezegging. DieMER is er nog niet, omdat Tata die vertraagt. Ik heb het zonet allemaaluitgebreid uitgelegd. Dat laat de Staatssecretaris nu gewoon gebeuren,terwijl er aan de andere kant wordt gezegd dat we moeten opschieten metmaatwerkafspraken. Tata moet opschieten, met het opleveren vangegevens over de gezondheid! Dan kunnen we die afspraken pas maken.Is de Staatssecretaris dat met ons eens? En is hij dus bereid om Tata Steelhierop aan te spreken en ervoor te zorgen dat die MER uiterlijk dezemaand in ieder geval terechtkomt bij de experts die meekijken? Daar wil ikecht graag een toezegging over. Prima als dat onder embargo is; wijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33322 hoeven het dan niet te zien. Maar dan is het in ieder geval daar en kan hetproces van de borging van de gezondheid in ieder geval worden versneld.Staatssecretaris Jansen:Ik begrijp dat het lid Kostic´ hier meer duiding in wil en dat snap ik ookheel goed. Wat wij wel kunnen doen, is het volgende. Wij kunnen in aprileen procesbrief aan de Kamer sturen, waarin wij heel duidelijk aangevenwelke verschillende stappen en advies- en inspraakmomenten er zijn. Dankunnen we die natuurlijk ook delen met de expertgroep. Dat kan ik utoezeggen, maar dat is ook de enige duiding die ik hieraan kan geven. Usuggereert dat het bedrijf vertraagt. Zo kun je ertegen aankijken, maar wijzijn als kabinet alleen maar bezig om goede afspraken te maken met hetbedrijf en daardoor uiteindelijk op termijn de maximale gezondheidswinstte behalen. Dat is de insteek van dit kabinet. Als het daardoor misschieniets langer duurt, zeg ik: liever een maand langer en een perfectrendement dan heel snel en iets minder rendement. Dat zeg ik heel eerlijk.De heer Bamenga (D66):Ik keek natuurlijk uit naar dit moment waarop we in debat kunnen gaanmet de Staatssecretaris over belangrijke onderwerpen. Dan vind ik hetjammer dat we hier procesmatige en hele korte, summiere antwoordenkrijgen over zaken die toch heel belangrijk zijn. Dat wil ik eerst evengezegd hebben. De Staatssecretaris geeft aan dat hij het eens is met hetprincipe dat de vervuiler betaalt, maar wanneer ik dat concreet koppel aanhet specifieke voorbeeld van Chemours en aangeef dat onze zuiderburendaar concrete afspraken over hebben gemaakt, krijg ik eigenlijk geenduidelijk antwoord. Ik wil gewoon van de Staatssecretaris weten of hij vanplan is om net zoals onze zuiderburen met een saneringsplan te komen insamenwerking met Chemours, om te zorgen dat hetgeen is vervuild,opgeruimd wordt.Staatssecretaris Jansen:Zoals u weet, ben ik ook bij Chemours geweest, zeg ik richting de heerBamenga. Daar hebben wij inderdaad gesproken over welke concretestappen kunnen worden gezet en welke concrete maatregelen kunnenworden genomen. Dit kwam daar ook ter sprake. We zijn ook metChemours aan het kijken hoe we daar op de juiste manier goedeafspraken mee kunnen maken. Ze hebben op dit moment een reductie van99%. Ik zeg altijd heel eerlijk: dat is hartstikke mooi, dat is heel goed, maarhet is nog geen 100. Dat is natuurlijk uiteindelijk het streven, maar erworden wel stappen gezet. Ik heb net de onderlinge discussie tussen eenaantal Kamerleden gehoord, volgens mij tussen de heer Buijsse en deheer Bamenga. Het vervelende zit ’m inderdaad in het feit dat een aantalsituaties uit het verleden zijn blijven hangen, zowel bij het bedrijf als bijomwonenden en andere betrokkenen. Het vertrouwen in elkaar is gewoonrelatief laag. Op het moment dat je überhaupt moeilijk met elkaar aan tafelkomt, kun je ook niet gaan werken aan structurele oplossingen. Alleen, hetkomt van twee kanten. Als ik daarin kan bemiddelen, doe ik dat zeker.Uiteindelijk moeten we zorgen dat al die partijen met elkaar aan tafelkomen en met elkaar gaan samenwerken aan concrete oplossingen. Dat isde enige manier. Dat betekent inderdaad dat we allemaal af en toe helaas– nou ja, helaas – een streep moeten zetten door wat er in het verledengebeurd is. We moeten kijken naar welke stappen met het oog op detoekomst worden gezet, want dat is volgens mij de enige manier waaropwe uit deze situatie met dit soort voorbeelden kunnen komen. Het isvolgens mij de enige manier. Het klinkt heel makkelijk: zet een streep doorhetgeen er gebeurd is en ga met elkaar kijken naar de toekomst.De heer Bamenga (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33323 Dank u wel voor de antwoorden. Ook hierin hoor ik nog steeds veelvrijblijvendheid. We zijn stappen aan het zetten, we zijn in gesprek metelkaar, maar ik hoor nog niet hele duidelijke opdrachten. Ik hoor nog nietdat de Staatssecretaris zegt: wij komen met een saneringsplan. Ik hoornog niet dat de Staatssecretaris zegt: wij zorgen ervoor dat de productiebij Chemours nu stopt. Ik vraag me af – ik stel de vraag eigenlijk nog eenkeer – of de Staatssecretaris bereid is, net als onze zuiderburen, te komenmet een duidelijk plan, een saneringsplan in het geval van Chemours.Staatssecretaris Jansen:In dit geval is de gemeente het bevoegd gezag. Die zijn juist op ditmoment bezig met het maken van afspraken met het bedrijf. Het bevoegdgezag is wel de gemeente. Wij proberen natuurlijk vanuit onze positiedaarin te ondersteunen, te helpen en te kijken of we de partijen goed metelkaar aan tafel kunnen krijgen, maar uiteindelijk moet de gemeente hierook stappen in zetten. Ik ben heel blij dat dat op dit moment ook gebeurt.De voorzitter:Ik kijk even naar meneer Bamenga. U heeft nog een vervolgvraag? Gaatuw gang.De heer Bamenga (D66):Ik vind het zelf altijd jammer als er door de Staatssecretaris heel ergverwezen wordt naar andere partijen zoals de gemeente, Europa of watdan ook. Ik vraag aan de Staatssecretaris vooral om verantwoordelijkheidte nemen, gebruik te maken van de middelen die hij heeft om iets watheel erg belangrijk is aan te pakken en onze gezondheid op één te zetten.We hebben gesproken over de motie over de productie die eerder isingediend. Daarover is gezegd dat we in juli te horen krijgen hoe verder.Later werd het oktober, later werd het Q1 en nu hoor ik «voorjaar». Het isinmiddels maart. Gaat het uiteindelijk komen? Het gaat niet alleen maarom gesprekken. Volgens mij gaat de motie ook over het uiteenzetten vande juridische mogelijkheden en het in kaart brengen van de wetgevings-mogelijkheden. Gaat het uiteindelijk lukken om nog in maart, neem ik aan,de Kamer hierover te informeren?Staatssecretaris Jansen:Ik snap het ongeduld van de heer Bamenga heel goed. Het lijkt alsof hetallemaal wordt opgeschoven, maar we proberen zo snel mogelijk destappen te zetten die we kunnen zetten. Chemours is nu bezig met eensaneringsplan. Wij komen in beeld met een speciaal fonds, als er niets teverhalen valt bij het bedrijf. Dan komen wij in beeld. Op dit moment is datniet de situatie. Het bedrijf is er nog en op dit moment worden daarafspraken mee gemaakt. Zou het bedrijf er niet zijn, dan kom je in desituatie die ik net noemde. Dan is er een andere constructie. Maar zolanghet bedrijf er is, worden er afspraken gemaakt en kijken we hoe ze kunnensaneren.De voorzitter:Ik kijk even naar meneer Gabriëls voor een vervolgvraag. Gaat uw gang.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Die gaat over... Ik vind het soms heel moeilijk om de beantwoording vande Staatssecretaris te begrijpen. Laat ik de hand in eigen boezem steken.Het zal waarschijnlijk aan mij liggen, maar door de snelheid van hetvoorlezen snap ik soms niet wat hij bedoelt. Dat vind ik ingewikkeld endan ben ik weer een interruptie kwijt; laat ik dat even vooropstellen. Hetzal vast volledig aan mij liggen. Maar goed, dat is één.Twee. Ik wil het volgende vragen over het beter in de wet verankeren vanhet voorzorgsprincipe. Kunt u dat antwoord alstublieft nog een keerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33324 herhalen? Volgens mij hebben wij hierover in oktober 2023 een motieingediend. Het betreft de motie-De Hoop c.s. waarin Kamerbreed wordtgezegd dat we het voorzorgsprincipe beter willen verankeren in de wet.Staatssecretaris Heijnen heeft toen gezegd: er komt een juridischonderzoek naar of dat kan. Ik heb toen gevraagd of die toezegging oppapier kon worden gezet. Dat is gebeurd. Het zou eind 2024 gepresenteerdworden, maar het werd uitgesteld naar het voorjaar van 2025. In de briefstaat dat het juridisch onderzoek is afgerond. Komt er een voorstel om hetvoorzorgsprincipe beter in de wet te verankeren, ja of nee? Kunt u uwantwoord daarop alstublieft nog een keer herhalen? Dan weet ik of wealleen het resultaat van het onderzoek krijgen of dat we ook daadwerkelijkeen voorstel krijgen tot verandering van de wet- en regelgeving.Staatssecretaris Jansen:Dit is een hele concrete vraag van de heer Gabriëls. Ik zal proberen om diezo te beantwoorden dat hij hiervoor geen interrupties hoeft op te offeren.Volgens mij spelen hier twee zaken. Of en hoe we het in de regelgevingverwerken beslissen we na de uitkomst van het onderzoek. Daarnaastwerken we nu al aan een handreiking die de praktijk kan helpen. Op dietwee manieren proberen we de motie van de heer Gabriëls over hetvoorzorgsbeginsel op te pakken. Ik hoop dat dit u iets meer duiding geeft,maar ik zie u al nee schudden. Op die twee manieren proberen we hetvoor u op te pakken.De voorzitter:Ik heb op de toezeggingenlijst genoteerd: in april komen de resultaten vanhet onderzoek naar de verankering van het voorzorgsbeginsel naar deKamer en voor de zomer ontvangt de Kamer de routekaart over het betertoepassen van het voorzorgsbeginsel. Ik hoop dat de Staatssecretaris mijkan corrigeren als dit niet klopt. Dit is een toezegging aan u, meneerGabriëls. Ik hoop dat het klopt. Misschien helpt dit en hoeft u geeninterruptie te verspillen. Toch wel? Dat mag. Gaat uw gang.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik wil de voorzitter bedanken voor deze duidelijke weergave van detoezeggingen. We hebben al heel lang een discussie over de toepassing inde praktijk. We krijgen een handreiking om het beter te kunnen toepassen.We kunnen meer informatie gebruiken voor de omgevingsdiensten, zodatze het voorzorgsprincipe beter kunnen toepassen. Dat is waar. Dankdaarvoor, maar de motie hield in... De omgevingsdiensten zeggen zelf: wijvinden het heel moeilijk om het voorzorgsprincipe toe te passen in dewet- en regelgeving die er nu is. Enerzijds is er een informatiebehoefte.Dat is wat u al een jaar telkens zegt. Maar aan de andere kant zeggen deomgevingsdiensten: de wet- en regelgeving moet beter, nog los van dieinformatie, want die kunnen wij niet goed genoeg inzetten.Er is toen gevraagd: hoe gaat u het voorzorgsprincipe beter verankeren inde wet? Nu krijg ik het antwoord dat er een handreiking komt. Prima. Daarben ik heel blij mee. Maar de hoofdvraag van de motie, die Kamerbreed isaangenomen, was om daadwerkelijk met een voorstel te komen om dewet- en regelgeving aan te passen. U zegt dat u nog niet weet of de wet-en regelgeving daadwerkelijk aangepast gaat worden. Wat is het nou?Want anders blijven we dit gesprek de hele tijd voeren en neemt defrustratie bij mij een beetje toe. Mijn excuses daarvoor, maar dat komtomdat we hier niet tot een duidelijk antwoord komen. Ik hoop dat ik datnu wel krijg.Staatssecretaris Jansen:Of we het op die manier moeten borgen is afhankelijk van de resultatenvan het onderzoek. Dat onderzoek hebben wij nodig om te kunnenonderbouwen hoe we het willen borgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33325 De voorzitter:Duidelijk. We gaan hier niet onderling buiten de microfoon vragen stellenen beantwoorden. Daar ga ik echt scherper op zijn, ook als de emoties wathoger oplopen. Ik kijk even naar meneer Buijsse namens de VVD. Gaat uwgang.De heer Buijsse (VVD):Ik reageer nog even op de pfas-toelichting van de Staatssecretaris,waarvoor dank. Want eigenlijk ... Ja, weet je, het is natuurlijk een moeilijkesituatie en ik probeer als lid van de Kamer ook gewoon een weg te zoekendie voor iedereen werkt, dus zowel voor de omwonenden als voor hetbedrijf. Ik ben bemoedigd doordat er een rijkscoördinator aan de slag isgegaan, Chemours met een saneringsplan bezig is en de gemeente bezigis. Er komt voor de zomer dus een werkplan. Eigenlijk wil ik vragen of deStaatssecretaris iets meer toelichting kan geven over wat wij mogenverwachten van dat werkplan dat voor de zomer aan ons toegezonden zalworden. Dan zijn we een klein beetje voorbereid in de verwachtingensfeer.Dank u wel.De voorzitter:Kan de Staatssecretaris dat?Staatssecretaris Jansen:We overleggen heel even, voorzitter, bij wie de vraag precies terechtkomt.Voorzitter. Ik heb net even overleg gehad met de rijkscoördinator. Zo zeg ikhet maar even. Het gesprek met de gemeente gaat juist over hoe we hierop de juiste manier mee omgaan. Dat voeren we op dit moment, dus hetzou niet goed zijn om daar nu mee naar buiten te komen, zeg ik richtingde heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Oké. Ik probeer toch iets los te weken. Het gaat er dus om dat u samenmet de gemeentes een werkplan aan het maken bent. En een onderdeeldaarvan is onder andere de sanering. Ik hoorde de heer Bamengadaarover namelijk iets in mijn oor fluisteren, dus ik vraag het ook eenbeetje namens hem. Kunnen we van dat saneringsdeel verwachten datdat meegenomen wordt in het werkplan?Staatssecretaris Jansen:Volgens mij heb ik dat inderdaad net in twee losse zinnen aan u gemeld.Ja, dat wordt meegenomen in het werkplan, waar op dit momentgesprekken over plaatsvinden.De voorzitter:Ik kijk even naar meneer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Ik blijf natuurlijk de hele tijd de vraag stellen: wanneer kunnen wij dat alsKamer verwachten?Staatssecretaris Jansen:Het tweede kwartaal van dit jaar, zeg ik. Dan hou ik een beetje een slag omde arm. Het kan al eerder zijn, misschien in april. «April» wordt mij nu ookingefluisterd, maar laat ik voor de zekerheid zeggen: in het tweedekwartaal.De voorzitter:Ik kijk even naar de leden. Ik zie verder geen vervolgvragen. Dan zou ik deStaatssecretaris willen verzoeken om te continueren met zijn derde blokje.Daar zijn we inmiddels.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33326 Staatssecretaris Jansen:Ja, voorzitter. Dat is het blokje vuurwerk. De heer Buijsse vroeg naar depyro-pass, die vanaf 1 oktober in werking is getreden in de Benelux. Hijvroeg wat de ervaringen bij onszelf en onze zuiderburen waren bij dejaarwisseling en in de maanden erna. Luxemburg komt trouwens ook opeen later moment. Dat heb ik volgens mij al eerder gezegd. Vanaf 1 januarivan dit jaar zijn verkopers in Nederland van onder andere professioneelvuurwerk verplicht om die pyro-pass te checken. Er zijn in Nederland opdit moment 25 pyro-passes verstrekt. Het aanvraagproces verloopt dusgoed. In Benelux-verband worden op regelmatige basis ervaringenuitgewisseld. Maar het is nog wel erg vroeg om iets te kunnen zeggenover de effecten van de pyro-pass, zeg ik tegen de heer Buijsse. Daarvooris de tijdspanne waar we het over hebben, gewoon te kort.Dan heb ik wederom een vraag van de heer Buijsse, van de VVD. Hijvroeg: hoe zijn de contacten met Duitsland over de pyro-pass en wordenhierin stappen gezet? De deelstaat Noordrijn-Westfalen neemt deel aan dewerkgroep die zich in Benelux-verband bezighoudt met vuurwerk. Zijstaan positief tegenover de pyro-pass. Samen met mijn collega deMinister van Justitie en Veiligheid en met Frankrijk lopen we Europeesgezien ook voorop om te komen tot scherpe maatregelen om de illegaliteitvan vuurwerk uit de F4-klasse aan te pakken. Ook met Duitsland wordtover dit onderwerp gesproken. Op die manier proberen we de landen omons heen dus mee te krijgen. Want anders krijg je hier nog steedsvuurwerk dat eigenlijk verboden is, bijvoorbeeld F4, als het in landen omons heen niet is afgedekt. Dat was ook een discussie tussen Kamerledenonderling.Ik heb nog een vraag van de heer Buijsse: kan de Staatssecretarisinschatten of er zicht is op strakke Europese regelgeving tegen deproductie en illegale handel van zwaar F4-vuurwerk op korte termijn? Deevaluatie van de Pyrorichtlijn wordt binnenkort door de EuropeseCommissie afgerond. Het is nog niet duidelijk of deze evaluatie gaatleiden tot een herziening. Dat is wel de wens van Nederland. Dat is onzeinzet. Samen met mijn collega de Minister van JenV voer ik binnen de EUdiverse gesprekken om de problematiek aan te kaarten en te proberen dieop te lossen. We trekken daarin overigens samen op met Frankrijk. Hetmaken van afspraken is wel een proces van een lange adem, maar er lijktgelukkig langzaamaan steeds meer beweging in te komen. Zodra er meerbekend is over de uitkomsten en het vervolg van de evaluatie van dePyrorichtlijn zullen we u daarvan op de hoogte stellen. De verwachting isdat dat voor de zomer gebeurt.Er is nog een vraag van de heer Buijsse: zal er een verbod komen voor deproductie dan wel verkoop van zwaar vuurwerk aan consumenten in heelEuropa? Op dit moment is er al een verbod om professioneel vuurwerk teverkopen aan consumenten. Europees zetten wij ons er ook voor in om deproductie van de zogenoemde flashbangers – sorry, meneer Boutkan, hetis wederom Engels – binnen de Europese Unie te verbieden, omdat dezevrijwel geen professionele markt kennen. Of dat lukt, is mede afhankelijkevan de evaluatie van de Pyrorichtlijn en de opvolging die de EuropeseCommissie daaraan geeft. Vanuit Nederland is dat wel de inzet die wijplegen.Er is nóg een vraag van de heer Buijsse. Volgens mij was hij de enige diehier heel veel vragen over stelde. Hij vroeg hoe het proces in het kadervan de evaluatie van de Pyrorichtlijn er vanaf nu uitziet en of ik de Kamerspecifiek over dit onderwerp wil informeren wanneer hierover meerinformatie uit Brussel beschikbaar komt. Nou, ik heb net al gezegd dat deevaluatie voor de zomer wordt afgerond door de Europese Commissie.Vanuit Nederland is er ook actief bijgedragen aan deze evaluatie. Of dateen herziening gaat opleveren, moeten we natuurlijk nog afwachten. Mijncollega van JenV en ik zullen u wel blijven informeren over de ontwikke-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33327 lingen. De Europese Commissie zal naar verwachting in 2025 hierover eenbesluit nemen.Een andere vraag is wat de inzet van Nederland op Europees niveau is. Ikgaf net al in andere woorden aan wat onze inzet is. Eigenlijk praten weover twee prioritaire onderwerpen. Enerzijds is dat het verbeteren van dekwaliteit van het consumentenvuurwerk, onder andere door samen-werking tussen lidstaten en het met elkaar afspreken van conformiteits-procedures. En het tweede punt waarop we inzetten, is het aanpakken vanillegale handel en het illegale gebruik van zwaar, professioneel vuurwerk.De flashbangers heb ik net al genoemd, maar het gaat bijvoorbeeld ookover het maximeren van kruitgewicht, flitspoeder, track-and-tracesystemen en het invoeren van een Europese pyro-pass.Ik heb nog drie vragen, voorzitter.Wie zijn de partners van Nederland bij de inzet op Europees niveau?Volgens mij heb ik net al iets gezegd over hoe we daarvoor in Benelux-verband optreden en dat we natuurlijk ook proberen om daarin op tetrekken met Frankrijk en Duitsland. In het verder brengen van de Neder-landse inzet op EU-niveau wordt ook door de Minister van Justitie enVeiligheid en mijzelf samengewerkt met onder andere de InspectieLeefomgeving en Transport, maar ook met de politie.Een andere vraag was of ik van plan ben om een duidelijke handreiking opte stellen voor gemeenten om hen te helpen bij het eenduidig borgen vanvuurwerkopslag binnen de gemeentegrenzen. Tja, u zal er niet blij vanworden, want het is een procesantwoord. Dat zeg ik maar heel eerlijk.Zowel in het gesprek met het Veiligheidsberaad als in de brief van18 februari jongstleden zijn de mogelijkheden benoemd voor degemeenten om in het omgevingsplan vuurwerkopslagplaatsen uitwoonwijken te weren. Dat is maatwerk en is natuurlijk afhankelijk van desituatie, dus een afweging die de gemeente zelf moet maken. Op ditmoment voert het RIVM overigens wel onderzoek uit naar het huidigepakket aan veiligheidsmaatregelen. De onderzoeksresultaten wachten wijaf om te kijken of we aanvullende maatregelen moeten opstellen,bijvoorbeeld het uitwerken van die handreiking. Maar ik wil daar niet opvooruitlopen. Dat heb ik al meerdere keren gezegd.Dan ben ik bij de laatste vraag van de heer Buijsse. Hij vraagt of ikobjectieve informatie heb die kan helpen bij het vaststellen van eencompensatie en of ik een idee heb van hoe scenario’s voor compensatieeruit kunnen zien. Volgens mij hebben we daar op 19 februari een debatover gehad. Daarin heb ik aangegeven dat wij met drie scenario’s gaankomen. Volgens mij heeft u dan een aardig beeld van wat er speelt.De voorzitter:Zo meneer Buijsse, een heel blokje helemaal voor uzelf. Dat zien we ookniet elke dag. Maar u heeft vast nog wel een beetje vuurwerk voor ons inpetto. Ik geef u graag het woord.De heer Buijsse (VVD):Dank u wel. Ook dank aan de Staatssecretaris voor dit deel van zijnbeantwoording. Ik heb eigenlijk nog drie kleine vragen.Die pyro-pass. Er zijn dus 25 pyro-passes verstrekt. Dat is al een goedbegin, denk ik. Maar wat denkt u dat het potentieel is om uit te reiken?Gaat dat naar de 100 toe? Of is dat 200? En wat doet u eraan om naar datpotentieel toe te werken?Dan even over de Europese richtlijn. De evaluatie loopt. Daar horen wevoor de zomer meer over...De voorzitter:Meneer Buijsse, was dat uw eerste vraag en bent u nu al bezig met uwtweede interruptie? Want anders doen we eerst...Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33328 De heer Buijsse (VVD):Nee, ik heb gewoon drie vraagjes.De voorzitter:Oké. Dat gaan we niet in één interruptie doen.De heer Buijsse (VVD):O, zijn dat dan drie interrupties?De voorzitter:We doen één vraag per interruptie. Ik wil de Staatssecretaris dus vragenom in ieder geval te reageren op die eerste vraag.Staatssecretaris Jansen:Het is niet het doel op zich om een bepaald aantal te halen. We hebbennatuurlijk wel een discussie gehad, ook laatst in het plenaire debat, overwerken met uitzonderingen. Als je dat zou doen, dan heb je professioneleafstekers nodig, om het zo maar even te noemen. Hoeveel zijn dat er dan?Op dit moment zitten we op 25, dus daar zijn we heel blij mee, maar als ikmet 40 alles afdek, ben ik ook heel blij. En als het er 100 zijn, ben ik net zoblij. Maar uiteindelijk is het natuurlijk wel het idee om het gewoonhelemaal af te dekken.De heer Buijsse (VVD):Oké. We zitten in deze ordegroottes te praten, dus dat is dan even waarhet over gaat.Dan de tweede interruptie, voorzitter. Die gaat over de Europese richtlijnen de aanpak van Nederland. Ik waardeer de inzet. Ik waardeer ook deinzet op dat het samen met Frankrijk verloopt. De vraag is eigenlijk: steuntDuitsland jullie daar ook in? Welke landen zijn nou eigenlijk zo lastig?Want uiteindelijk zouden we toch allemaal de inzet die Nederland doet,moeten omarmen?Staatssecretaris Jansen:Noordrijn-Westfalen noemde ik ook, maar zij trekken hierin met ons op,dus wij hopen ook de rest van Duitsland erbij te betrekken. Ik zal nietzeggen dat landen lastig zijn, maar je ziet wel verplaatsingen. Op hetmoment dat het in een land strikter wordt aangepakt, zie je eenverplaatsing. Afgelopen periode zag je bijvoorbeeld dat een deel van hetzeer zware vuurwerk uit Italië kwam, maar op het moment dat ook daar deduimschroeven worden aangedraaid, zie je een verplaatsing naar een landin Oost-Europa. Het is dus net een kat-en-muisspel. Zolang wij hiermeeEuropees niet met z’n allen op één lijn komen, zul je zien dat een deel vande aanlevering vanuit landen gaat komen waarmee er nog geen overeen-stemming is of die niet op dezelfde lijn zitten.De voorzitter:Ik kijk even naar meneer Buijsse. Is het voldoende beantwoord?De heer Buijsse (VVD):Op deze vraag is het voldoende. Maar hoeveel heb ik er nog?De voorzitter:U heeft nog één interruptie.De heer Buijsse (VVD):Nou, dan wil ik die graag besteden aan de laatste vraag die ik had, over degemeentes en de brandweer. Bent u het uiteindelijk met mij eens dat aande ene kant de brandweer afgaat op zwaardere criteria voor het opmakenvan een brandinstructie – zoals dat volgens mij heet – terwijl deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33329 gemeentes daar lichter over denken? Sorry, ik bedoel: de branche. Daar zitdus ook gewoon een omissie. Dat onderzoek van het RIVM moet onseigenlijk helpen om die omissie op te lossen. Klopt dat? Misschien is hetdan namelijk ook de moeite om even te wachten op dat onderzoek van hetRIVM, voordat we iets aangeven richting de gemeentes en het Veiligheids-beraad. Stel, dat onderzoek kan een antwoord geven in de trant van: maardit is het en hiermee is de verwarring ook uit de lucht, want er is eenduidelijke misinterpretatie tussen zaken. Dan zou ik ontzettend geholpenzijn, om het zo maar te zeggen.Staatssecretaris Jansen:Ik snap uw vraag, hoor. Die vraag is ook gesteld in het overleg dat ikhierover heb gehad met het Veiligheidsberaad en de burgemeesters. Ikheb aan hen toegezegd dat ik in ieder geval met ze ga kijken wat er nodigis om dit gemeentelijk te uniformeren. Dat is wat ik richting hen hebtoegezegd. Maar ik heb net ook genoemd dat het op dit moment vanuitgemeentelijk oogpunt al mogelijk is om daar zelf via de omgevingsvisieregels voor op te stellen. Alleen, ik snap ook wel dat er wordt gevraagdom meer uniformiteit. Ik ben daar niet blind voor. Vandaar ook detoezegging die ik gedaan heb.De voorzitter:Oké, dank u wel. Dan zie ik dat er geen vragen meer zijn. Dan wil ik deStaatssecretaris vragen om te starten met het blokje overig. Dank u wel.Staatssecretaris Jansen:Dat is gelukkig een dun mapje, voorzitter, maar dun is niet bijna niks. Eenvraag van de heer Boutkan over de koppen in de brief van 21 januari. Kanhet zijn dat er een kop uit het vorige kabinet zit boven op het EU-beleid enhoe verhoudt dit zich tot eerder gemaakte afspraken? Het platte antwoordis: nee, er zijn geen nationale koppen, zoals in de brief is toegelicht.Technisch: een nationale kop is Nederlandse regelgeving die verder gaatdan waartoe een Europese richtlijn die precies dezelfde materie regelt,verplicht. Nederland heeft een aantal middelen gekozen om een Europeesbepaalde milieukwaliteit te realiseren. Wij hebben in het hoofdlijnenak-koord afgesproken om daar geen nationale koppen bovenop te zetten. Alser nu onduidelijkheid over is of iets een nationale kop is of nationaalbeleid ... Wij hebben gezegd: vanaf nu geen nationale koppen erop. Datwil niet zeggen dat er in het verleden in nationaal beleid niet een kop heeftgezeten, maar dan is dat op dit moment wel nationaal beleid. We hebbendaar in het hoofdlijnenakkoord over afgesproken dat we niet tornen aande huidige al bestaande nationale koppen. Er komen alleen geen nieuwebij.De tweede vraag van de heer Boutkan was hoe de circulairplasticnormrijmt met het verbod per 2026 van plastic bekers met bioplastics daarin.Het gaat hier om twee verschillende zaken, zeg ik richting de heerBoutkan. In beide gevallen gaat het wel om plastic, maar het gaat om heleandere maatregelen. Het ene voorbeeld gaat over de samenstelling vanplastic zelf, dat deels gemaakt moet worden van gerecycled of biogeba-seerd plastic; dat is de circulairplasticnorm. Het andere voorbeeldreguleert het gebruik van plastic in beperkte en hele specifieke situaties enproducten en het bestaande verbod op het gebruik van wegwerpplastic,-bekers en -bakjes in bijvoorbeeld kantoren. Dit bijt elkaar verder niet. Hetzijn twee gescheiden zaken, maar dit zal ongetwijfeld een vervolgvraagopleveren.De volgende vraag van de heer Boutkan was hoe de zin over de afzet-markt voor circulaire plastics rijmt met de praktijk van alledag, waarin weregelmatig lezen dat juist bedrijven in deze sector failliet gaan. Heel plat ishet antwoord dat we donderdag een tweeminutendebat hebben en op16 april een commissiedebat Circulair, maar ik wil de heer Boutkan welTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33330 aangeven dat de circulairplasticnorm geen kortetermijnoplossing biedtvoor de moeilijke situatie op de recyclemarkt. Het doel van de norm is ombij te dragen aan de grondstoffentransitie. Op de middellange termijnbiedt de norm wél perspectief aan recyclers door de grotere afname vanrecyclaat, maar de moeilijke situatie op de markt en de transitie naarcirculair plastic moeten natuurlijk wel in samenhang met elkaar wordengezien. Bij de verdere besluitvorming hebben we dan ook oog voor beideontwikkelingen. Heb ik daarmee op korte termijn een oplossing voor desector? Nee, die kan ik u op dit moment niet pasklaar geven.Nog een vraag van de heer Boutkan: ben ik nog steeds van mening dat desituatie in de afzetmarkt in verband met de circulairplasticnorm eentijdelijke situatie is? Daarvoor geldt eigenlijk hetzelfde als wat ik zojuistheb geantwoord: donderdag is het tweeminutendebat en op 16 april is hetcommissiedebat Circulair.Een vraag van de heer Gabriëls van GroenLinks-Partij van de Arbeid: watkunnen we precies verwachten als u ons voor de zomer informeert overde herijking van de bodemregelgeving? Met de herijking van de bodemre-gelgeving worden de kaders voor secundaire bouwstoffen onder de loepgenomen. Uiteraard kijken we ook waar het mis is gegaan. Voorbeeldenvan wat u kunt verwachten, zijn het ontwikkelen van handvatten voor deinvulling van de zorgplicht, zodat helder is hoe en met welke eigen-schappen van bouwstoffen rekening moet worden gehouden, en ervoorzorgen dat het bevoegd gezag meer zicht krijgt op de toepassing van dezesecundaire bouwstoffen. Ook een vergunningplicht wordt onderzocht alsbeleidsoptie. Het voornemen is om in het Circulair Materialenplan deverplichting op te nemen om alle AVI-bodemassen te reinigen tot eenkwaliteit die voldoet aan de normen uit de bodemregelgeving voor eenvrije toepassing op de bodem.Ik heb nog een vraag van de heer Gabriëls; dat is de laatste: kan iktoezeggen dat de regels zo worden herzien dat het gebruik van de veiligevariant, de gewassen bodemassen, bevorderd wordt ten opzichte van deonveilige variant? Ongewassen bodemassen worden nu nog toegepast inimmobilisaat. Wij zetten in op een aantal maatregelen om het gebruik teverbeteren, zoals het voornemen om in het Circulair Materialenplan deverplichting op te nemen om alle AVI-bodemassen verplicht te reinigen totde net genoemde kwaliteit, de norm voor de bodemregelgeving, voor eenvrije toepassing op de bodem. Daarnaast is de BrancheverenigingImmobilisatiebedrijven bezig met de herziening en actualisatie van debeoordelingsrichtlijn voor immobilisaat; voor de fijnproever: de BRL 9322.Deze richtlijn bevat ook voorschriften voor producenten die zijn gericht opkwaliteitsborging van het produceren van immobilisaat. Ook wordt binnende lopende herijking van de bodemregelgeving op dit moment gewerktaan het oplossen van knelpunten in de praktijk.Dat was ’m.De voorzitter:Ik kijk nog even naar meneer Boutkan voor een vraag. Gaat uw gang.De heer Boutkan (PVV):Ik kon mijn eigen krabbels niet eens meer terugvinden, zo snel ging het.Laat ik maar even beginnen met wat me nog het meest voor de geeststaat: het antwoord op mijn vraag over de sectoren en hoe de Staatssecre-taris aankijkt tegen de tijdelijkheid van toen. Ik krijg namelijk eenantwoord in de trant van: middellange termijn, als er een recyclaat wordttoegevoegd. Maar we zien links en rechts nu al op- en aanmerkingenbinnenkomen over het Circulair Materialenplan, over dat het toepassenvan recyclaat een heel lastig traject gaat worden. De vraag die er nogsteeds is bij de PVV en die ik nogmaals aan de Staatssecretaris zou willenstellen, is of er eigenlijk nog wel een bedrijf over is in Nederland wanneerwe eindelijk toekomen aan die middellange termijn of dat recyclaat. WantTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33331 de een na de ander valt momenteel om. De teller staat nu op negen,geloof ik. Zo veel hebben we er niet meer. Er sluiten grote bedrijven. Deeerste vraag die ik heb, is dus: zijn er dan nog wel bedrijven over die dit inNederland kunnen doen?Staatssecretaris Jansen:Ik snap de vraag van de heer Boutkan. Ook wij zien wat er gebeurt. Ik kannatuurlijk geen enkele garantie geven wat betreft of bedrijven wel of nietomvallen. We zien echter wel de problematiek waarmee ze te makenhebben en proberen daarop te anticiperen. Alleen, dan zit je met de korte,middellange en lange termijn. Iets wat op middellange en lange termijnheel goed kan zijn, kan op korte termijn soms een onbedoeld neveneffecthebben. Daar zijn we naar aan het kijken. We hebben zeker niet de intentieom die bedrijven te laten omvallen, want juist deze bedrijven lopenvoorop. Volgens mij is dit waar we uiteindelijk met z’n allen naartoewillen. Het zou dus heel zonde zijn als heel veel van deze bedrijvenomvallen terwijl wij ze op lange termijn gewoon nog keihard nodighebben.De heer Boutkan (PVV):Even spieken.De voorzitter:U heeft nog twee interrupties.De heer Boutkan (PVV):Nog twee. Nou, dan zal ik eerst die andere even doen, namelijk over decirculairplasticnorm, zoals u dat zelf schrijft, en het antwoord dat dat tweeverschillende zaken zijn. Alleen, als ik die brief erbij pak over – wat washet? – handhaving milieuwetgeving van 21 januari 2025, zie ik dat daarinstaat dat u samen met het Ministerie van Klimaat en Groene Groei werktaan een wetsvoorstel voor de circulairplasticnorm. Zoals ik het lees, gaatu daarin iets zeggen over polymeren en dergelijke. We hebben natuurlijkdie eindeloze discussie gehad over het kartonnen bekertje, waar volgensde technische sessie polymeren in zitten. Ik blijf daarover zeuren, want erzijn nou eenmaal kartonnen bekertjes die een inhoud hebben op biobasis.De voorzitter:En wat is uw vraag?De heer Boutkan (PVV):De vraag is dan: hoe moet ik dat nou zien in het licht van wat hiergeschreven staat, zonder te zeggen dat dat twee verschillende dingenzijn? Ik zou zeggen: leg het mij gewoon eens uit in jip-en-janneketaal.Staatssecretaris Jansen:Daar heb ik iets meer tijd voor nodig. Ik kom daar in tweede termijnuitgebreider op terug. Dan probeer ik het in jip-en-janneketaal te doen,want daar zijn we volgens mij allemaal heel goed mee geholpen.De voorzitter:En dan niet in het Engels, hoop ik, Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Ik zal proberen Engelse termen te voorkomen, voorzitter.De voorzitter:Dat doet meneer Boutkan denk ik ook deugd. Ik kijk even of hij nogvervolgvragen heeft, en anders zie ik meneer Bamenga zijn vinger nogopsteken. U heeft nog één interruptie, meneer Boutkan. Het hoeftTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33332 natuurlijk niet, maar als u dat graag wil, gaat u dan vooral uw gang.Meneer Bamenga, u mag eerst van meneer Boutkan. Wat een geluk!De heer Bamenga (D66):Dank u wel, meneer Boutkan. Ik heb een verduidelijkende vraag. De motiewaar ik het net over had, de motie-Hagen over het stopzetten van deproductie van pfas, bestaat uit twee delen. Enerzijds gaat die over ingesprek gaan met Chemours om uiterlijk in 2025 te stoppen met depfas-productie. Aan de andere kant gaat die over het in kaart brengen vande juridische en wetgevende mogelijkheden. Ik begrijp van de Staatsse-cretaris dat wij uiterlijk in Q1 over beide punten geïnformeerd worden.Klopt dat?De voorzitter:Staatssecretaris, klopt dat?Staatssecretaris Jansen:Ja, dat klopt. Overigens was dit, als ik me niet vergis, een vraag uit hetvorige blokje en niet uit dit blokje.De voorzitter:De duidelijkheid is er nu in ieder geval. Dus dank, Staatssecretaris. Ik kijkeven rond of er nog vragen zijn. Meneer Boutkan, voor zijn laatsteinterruptie.De heer Boutkan (PVV):Ik heb een vraag naar aanleiding van de beantwoording over de bedrijvenin de circulaire economie. We hebben daar al eens eerder aandacht voorgevraagd. Ik vraag het dan maar nogmaals. Kan de Staatssecretarisgewoon in contact treden met deze bedrijven? Dat is gewoon een vraagaan u. Kunt u rechtstreeks in contact treden, dus niet middels allerleitussenpersonen en dergelijke? Kunt u gewoon persoonlijk in contacttreden met deze industrie? Is de Staatssecretaris daartoe bereid?Staatssecretaris Jansen:Ik ben daar zeker toe bereid, zeg ik tegen de heer Boutkan. Daarnaast benik met Minister Hermans van Klimaat en Groene Groei in gesprek om tekijken of er mogelijkheden zijn met een overbruggingsregeling. Het is dusecht niet zo dat we het op zijn beloop laten; we proberen stappen tezetten. Maar ik ben zeker ook bereid om met vertegenwoordigers van dezebedrijven het gesprek aan te gaan, want ik zie de urgentie hiervan ook. Ikzeg heel eerlijk: af en toe krijg ik ook een noodkreet te horen via socialmedia. Ik weet dus hoe hoog de nood is.De voorzitter:Wordt de Kamer daarover geïnformeerd, Staatssecretaris?Staatssecretaris Jansen:Ik zal de Kamer daarover informeren.De voorzitter:Wanneer?Staatssecretaris Jansen:Dat is afhankelijk van wanneer ik contact daarover heb. Laat ik zeggen:drie weken na het contact rapporteer ik terug. Maar ik moet natuurlijkeerst in mijn agenda kijken wanneer ik daar ruimte voor heb.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33333 Oké. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de eerste termijnaan de zijde van het kabinet. Dank voor de beantwoording, zeg ik tegen deStaatssecretaris.Dan gaan we door met de tweede termijn aan de kant van de Kamer. Uheeft allen 1 minuut en 40 seconden voor uw tweede termijn. Ik wil umeegeven dat u in deze tweede termijn kunt aangeven of u een tweemi-nutendebat wilt aanvragen. We beginnen met meneer Boutkan namens dePartij voor de Vrijheid. Gaat uw gang.De heer Boutkan (PVV):Voorzitter. Ik hou het kort. Ik kijk reikhalzend uit naar de beantwoording diewe nog gaan krijgen van deze Staatssecretaris.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Gabriëls, gaat uw gang.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik wil graag een tweeminutendebat aanvragen. Kan de Staatssecretaristoezeggen dat er zo snel mogelijk een GER komt op basis van deconcept-MER en de methodiek van het RIVM, en dat die GER als hardevoorwaarde wordt verankerd in de maatwerkafspraken? Kan de Staatsse-cretaris toezeggen dat hij per brief inzicht geeft in hoe hij de bovenwette-lijke gezondheidseisen juridisch gaat borgen? Kan de Staatssecretaristoezeggen met een brief te komen waarin de consequenties staan als Tatazich niet aan de maatwerkafspraken houdt? Want die vraag is in de eerstetermijn nog niet gesteld.De voorzitter:Ik ga u wel heel even onderbreken nu, want meneer Buijsse heeft nog eeninterruptie voor u. Gaat uw gang.De heer Buijsse (VVD):De heer Gabriëls wil heel graag een GER in de maatwerkoplossingen.Maar wat als dit, zoals de Staatssecretaris ook al aangaf in zijn vraag aanmij, meer tijd kost en tot meer gezondheidsschade leidt? Hoe reageert deheer Gabriëls daarop?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dat is een goede vraag. Wij willen heel graag dat het concreet en juridischgeborgd kan worden als er wordt gezegd dat we gezondheid willenmeenemen in de maatwerkafspraken. Het moet geen vage afspraakblijven die slechts op papier bestaat. Het moet duidelijk zijn wat degezondheidseisen zijn. We hebben namelijk het normale VTH-stelsel,waarin op basis van het OVV-rapport is vastgesteld dat dit de gezondheidniet borgt. Daarbovenop komen de bovenwettelijke afspraken. Die moetenworden geconcretiseerd en juridisch geborgd. Dat is belangrijk, want danweet je waarvoor je miljarden vrijmaakt. Dat is dus heel belangrijk. Het isheel gek, want er zou een MER moeten liggen en een GER gemaakt zijn.Vorig jaar is er een motie ingediend om daar per direct mee te beginnen.De uitkomsten hiervan moeten vervolgens juridisch worden verankerd inde maatwerkafspraken. Het is niet voldoende om te zeggen: we nemengezondheid mee. Ja, maar hoe dan? Wat precies? Hoe borg je dat? Dat ishet antwoord.De voorzitter:Ik sta in deze tweede termijn niet veel meer dan twee interrupties toe. Ikwil u dat meegeven voordat u aan deze interruptie begint. Als u dat graagwilt, geef ik u hierbij het woord.De heer Buijsse (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33334 Ik wil hier inderdaad geen ellenlang debat van maken, maar ik heb weleen vraag ter verduidelijking. Volgens mij heeft de Staatssecretarisaangegeven dat hij naar een letter of intent wil, een afsprakenlijst waarinook afspraken over gezondheid zullen worden opgenomen. Dat is geenGER. Een letter of intent is, net als een GER, een juridisch instrument.Daarmee kun je op vrij korte termijn gewoon aan de slag. Ik vraag merichting de heer Gabriëls af: wat is daar mis mee? Wat is er mis met dezeaanpak? Dat vraag ik me af.De voorzitter:Duidelijk. Meneer Gabriëls, wat is daar mis mee?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Als er extra gezondheidseisen komen, die zijn toegezegd en die we metz’n allen willen, is het goed dat die geconcretiseerd worden. Als datgebeurt via, met dat Engelse woord, een joint letter of intent, is dat goed,maar een gezondheidseffectrapportage maakt concreet – dat heeft deExpertgroep Gezondheid IJmond ook gezegd – welke eisen dat precieszijn. Als dat buiten elkaar om gaat lopen, ga je straks afspraken makenzonder dat je precies weet wat er uit die gezondheidsrapportage komt. Datis één.Twee. Er is nog een andere motie aangenomen – dat wordt ookomschreven in de brief die de Staatssecretaris gestuurd heeft – om ook tegaan kijken naar het aanpassen van de wet- en regelgeving, überhaupt bijvergunningverlening, om gezondheid daarin meer een plek te geven. Inhet OVV-rapport is namelijk aangegeven dat het VTH-stelsel op ditmoment de gezondheid niet borgt. Op de langere termijn moeten weernaartoe dat de wetgeving dusdanig wordt aangepast dat gezondheid, enniet een bepaalde norm, de basis is voor vergunningverlening. Ik vind hetdus goed dat er een joint letter of intent komt met daarin juridischeafspraken, als het inderdaad juridische afspraken zijn, maar ik vind datdaar zo concreet mogelijk de gezondheidsadviezen van de expertgroep inmoeten worden opgenomen. Het concretiseren van de gezondheidseisenkomt in die GER naar voren.De voorzitter:Nee, we gaan niet nog eens buiten de microfoon met elkaar in debat.Meneer Gabriëls, dank u wel. Zou u uw tweede termijn willen vervolgen?Ik weet niet of u nog weet waar u was gebleven, maar dat kunt u dan nueven opzoeken en dan kunt u uw betoog vervolgen.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik heb net twee vragen gesteld. De laatste was of de Staatssecretaris kantoezeggen met een brief te komen over de consequenties. Op het momentdat er maatwerkafspraken gemaakt zijn en de miljarden verdeeld zijn,maar Tata zich niet aan de afspraken houdt of er overtredingen plaats-vinden, waardoor de gezondheid niet wordt geborgd, wat zijn dan deconsequenties? Kunnen we – dat was ook een vraag – de vergunningennog intrekken of aanscherpen ná de maatwerkdeal?De voorzitter:Dank u wel. Dan het lid Kostic´ voor haar tweede termijn. Gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Voorzitter, nog even voor de duidelijkheid, met name richting de VVD,denk ik. We hebben afgesproken dat we gaan kijken naar gezondheid alsrandvoorwaarde voor de maatwerkafspraken. Daar gaan wij politiek nietover, want anders wordt het cherrypicking, maar daar hebben we eenexpertgroep voor aangewezen en dat is die Expertgroep GezondheidIJmond. Die zegt: een onderdeel van het proces is de GER; die heb jeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33335 nodig om in beeld te brengen wat dan genoeg is voor de gezondheid. Zijhebben zelf in beeld gebracht welke emissies naar beneden moetenworden gebracht; zo moet de emissie van kankerverwekkende paks met90% worden gereduceerd. Volgens een motie van de Tweede Kamer moethet kabinet dat meenemen in die maatwerkafspraken: gewoon keihardjuridisch borgen. Dat is het punt.Mijn vraag aan ...De voorzitter:Ik ga hier wel heel even op ingrijpen, want meneer Buijsse is niet aan hetwoord en u doet nu eigenlijk een interruptie op meneer Buijsse. We zijnweliswaar nog onderling in debat, maar dit is niet heel erg netjes richtingiemand die geen interrupties meer heeft en zich nu niet kan verdedigen. Ikga hem dus zo meteen wel toestaan om hier nog even op te reageren,maar weet dat het niet gebruikelijk is.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Het was meer voor de hele Kamer. Ik noemde de VVD specifiek, maar hetwas voor de hele Kamer en ook voor het kabinet, om nog even duidelijk temaken hoe het zit.Ik wil heel graag weten wat er nou precies in die joint letter of intent komt.Zijn de GER en de MER dan klaar? Want die wil je eerst hebben. Je wiltinzichtelijk hebben wat het plan überhaupt gaat opleveren aan gezond-heidseffecten, zodat je weet of je daarin nog moet bijsturen. Is dat klaarvoor de joint letter of intent?Dan wil ik de Staatssecretaris vragen om toe te zeggen dat hij dezemaand, het liefst voor het tweeminutendebat van deze commissie,concreet zal reageren op de brief van omwonenden over het gefaaldeOFL-beleid.Tot slot. Er is een motie van onder andere de Partij voor de Dierenaangenomen in september 2024, waarin staat: «verzoekt de regering ommedio 2025 te komen met een aanscherping en verdere uitwerking van deactieagenda, met een overzicht van concrete (kwantificeerbare) doelen enbijbehorende acties (inclusief tijdspad) gericht op merkbare verbeteringenvan de bescherming van gezondheid». Begrijp ik de Staatssecretaris goeddat we dat in april krijgen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik heb ’m overigens wel zo op mijn toezeggingenlijstgenoteerd, maar de Staatssecretaris mag er zo meteen nog even opingaan.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Misschien nog even ter verduidelijking, als u mij toestaat: het gaat mij dusniet alleen om het tijdspad van de actieagendapunten die er al in staan,dus om al die onderzoeken, maar ook over een verdere aanscherping. Wehebben destijds namelijk geconstateerd dat die onderzoeken wel leuk enaardig zijn – dat moet ook gebeuren – maar dat je ook moet kijken wat ernog meer gedaan kan worden, en daar ging die motie over.De voorzitter:Ik kom straks, aan het einde, met een lijst met toezeggingen en dankunnen we het nog even verder concretiseren, samen met het kabinet.Meneer Buijsse, het woord is aan u voor uw tweede termijn.De heer Buijsse (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik wil het graag kort houden. Ik heb in ieder gevalheel veel vragen gesteld. Ook heb ik veel aan beantwoording terugont-vangen van de Staatssecretaris over vuurwerk, vooral in EuropeseTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33336 context. Ik waardeer de inzet van Nederland in Europa; de inzet van deStaatssecretaris en zijn collega van JenV is goed. Verder heb ik me eenklein beetje bemoeid met de pfas-discussie en met de GER- enMER-discussie. Ik wil er uiteindelijk wel gewoon voor waken, jongens – enmeisjes; ik bedoel iedereen, sorry – dat we verzanden in woorden eninterpretaties van deze woorden, terwijl de intentie van het kabinetvolgens mij precies is zoals de Kamer heeft opgedragen. Ik denk dat alswe die GER heel zwaar gaan juridificeren, we veel verder van huis komenqua gezondheidsvoordelen ten opzichte van het proces zoals dat nu loopt.Dat steun ik van harte.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Stel dat er maatwerkafspraken gemaakt zijn en er een joint letter of intentis die juridisch te borgen is, maar Tata vervolgens over een bepaaldenorm heen gaat, waardoor de gezondheid niet geborgd wordt; vindt deVVD dan dat de vergunningen van Tata weer aangescherpt moetenworden of zelfs ingetrokken zouden kunnen worden door eenomgevingsdienst?De heer Buijsse (VVD):Ik laat het kabinet vrij om daarin eigen afwegingen en keuzes te maken,maar ik kan me heel goed voorstellen dat in een intent ook clausulesworden opgenomen over «escalatie», zoals je dat noemt. Als iets nietvolgens de afspraken verloopt, staat daarin wat er dan gebeurt. Dat kan inallerlei vormen zijn. Ik spreek daar niet een voorkeur voor uit. Ik laat hetaan het kabinet om daarover zelf met voorstellen te komen. Maar ik hebzeker interesse in de precieze uitwerking daarvan.De voorzitter:Ik zie toch nog een vervolgvraag van het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):De VVD probeert het een beetje plat te slaan tot een soort definitiestrijd.Daar gaat het niet om. Het gaat erom dat we kijken wat er nodig is om diegezondheid voldoende te borgen. We hebben daarvoor de expertgroepaangewezen. Die heeft een aantal hele concrete punten. Laten we de GERnog even opzijzetten. Het gaat onder andere ook om die 90% reductie vandie kankerverwekkende stoffen. Daarvan zegt die expertgroep: diereductie is gewoon nodig; daar hebben jullie ons voor aangewezen. Is deVVD bereid om die adviezen van de Expertgroep Gezondheid dusdanig teomarmen dat ze zegt: als die adviezen straks niet in die maatwerkaf-spraken zitten, dan gaat de VVD daar niet in mee?De heer Buijsse (VVD):Het kabinet heeft een kabinetsreactie gegeven op de adviezen van deexpertgroep. Dat was wat ons betreft een genuanceerd verhaal. Daarhebben wij vrede mee.De voorzitter:Tot slot uw laatste vraag, lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Precies. Nu komt het puntje bij het paaltje: de VVD is eigenlijk gewoonniet geïnteresseerd in die gezondheid. Het gaat de VVD erom dat hetbelastinggeld van onze burgers die het geld keihard nodig hebben, zo snelmogelijk aan een bedrijf wordt gegeven dat jarenlang verzaakt heeft teinvesteren in een toekomstbestendig bedrijf. Er zijn heel veel economendie waarschuwen dat Tata straks aan het belastinginfuus hangt. Is de VVDbereid om verantwoordelijkheid te nemen op het moment dat we 1miljard à 2 miljard investeren in Tata, maar vervolgens blijkt dat dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33337 investering onvoldoende is en de belastingbetaler meer moet betalen?Gaat de VVD daar de verantwoordelijkheid voor dragen?De heer Buijsse (VVD):Ik heb dit ook eerder in dit debat aangegeven. Ik denk dat er wellicht eenverschil zit tussen de Partij voor de Dieren en de VVD als het gaat over deambitie wat betreft de gezondheid. Dat is ook duidelijk geworden in ditdebat. Tegelijkertijd zeggen we als VVD ook dat we pragmatisch zijn.Wellicht kunnen we niet voor de volle honderd procent de doelstelling vande Partij voor de Dieren halen ...Kamerlid Kostic´ (PvdD):Nee, van de expertgroep.De heer Buijsse (VVD):Het equivalent daarvan is de doelstelling van de expertgroep, maar hetzou ons al heel veel waard zijn als we grote stappen zouden kunnen zettenin een tijdframe dat gewoon binnen de maatwerkafspraken zou passen.Tegelijkertijd is onze zorg dat als we die ambitie wel zouden omarmen, wein een juridisch traject komen dat ellenlang gaat duren, waardoor deomwonenden veel langer last gaan krijgen van gezondheidsschade. Dat isook niet wat we willen.De voorzitter:Dank u wel. De heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Ik wil de Staatssecretaris bedanken voor deantwoorden. Ik heb nog een aantal vragen. Om te beginnen merk ik nogop dat ik het bizar vind dat de VVD kenbaar maakt dat die andere ambitiesheeft op gezondheid. Als het goed is, zouden we met z’n allen dezelfdeambitie moeten hebben op gezondheid, want dat is volgens mij hetallerbelangrijkste. Zonder een goede gezondheid kun je namelijk heelweinig.Dank voor de toezegging dat we het saneringsplan in april mogenontvangen. Het was voorzichtig, maar ik heb zelf «in april» opgeschreven.Verder was ik nog benieuwd welke lessen de Staatssecretaris trekt uit desituatie in België. Ik bedoel dus het samenstellen van het overzicht van depfas- en ZZS-lozingen. Welke lessen trekt de Staatssecretaris daaruit,zodat het eventueel sneller zou kunnen in Nederland? Als dat niet snellerkan, ben ik benieuwd naar wat de Belgen wel doen wat wij niet kunnen.De toezegging rondom de uitfasering van blusschuim heb ik gemist.Misschien wil de Staatssecretaris daar nog op terugkomen.Ik had nog een vraag gesteld over het gemiddelde. Dat laat ik nu evenvoor wat het is.Ik wil tot slot nog een opmerking maken over de Kamervragen dieonlangs beantwoord zijn, volgens mij zelfs vandaag, over pfas. Ik vond datze ontzettend summier en ook slecht waren beantwoord. Ik heb er in ditdebat weinig over gezegd, maar ik kom daar zeker nog op terug.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee beëindig ik nu de tweede termijn van de Kamer. DeStaatssecretaris heeft aangegeven vijf minuten nodig te hebben voor hetvoorbereiden van de beantwoording, dus ik ga voor enkele minutenschorsen. Dan komen wij zo meteen bij u terug voor de tweede termijnvan het kabinet. Dank u wel en tot straks.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33338 Ik heropen dit commissiedebat Externe veiligheid. Ik zou graag het woordwillen geven aan de Staatssecretaris voor de beantwoording in de tweedetermijn. Gaat uw gang.Staatssecretaris Jansen:Dank, voorzitter. Richting de heer Boutkan: ik kom er in een brief richting uop terug, in jip-en-janneketaal, zonder Engelse termen, voor het debat van16 april.De voorzitter:Ik hoor dat meneer Boutkan zegt dat u geweldig bent. Dat wou ik tocheven op band gememoreerd hebben.Staatssecretaris Jansen:Dan zijn we allebei blij. Dan kom ik bij de heer Gabriëls. Die heeft mij viervragen gesteld. De eerste vraag: kan ik toezeggen dat er zo spoedigmogelijk een GER komt en dat dat ook een harde voorwaarde is? Hetantwoord is: ja, natuurlijk snap ik het ongeduld van de heer Gabriëls enook de wens om tot harde en geborgde afspraken te komen. Dat willen wijnatuurlijk als kabinet ook. Ik heb u al toegezegd in een brief het heleproces tot een maatwerkafspraak, inclusief tussenstappen, te gaanschetsen. Dat zal ik ook richting u gaan doen.De tweede vraag is: kan ik per brief toezeggen hoe gezondheid wordtgeborgd? Zoals in de eerste termijn ook aangegeven, neemt het kabinetde resultaten van de GER, indien beschikbaar, mee. Dat is geen harderandvoorwaarde voor de afspraken.Tegelijkertijd, en dat is eigenlijk ook uw derde vraag: wat gebeurt er alsTata zich niet houdt aan de afspraken? Wat zijn dan eventuele conse-quenties? We hebben de joint letter of intent – sorry, ik heb nog geenNederlands woord daarvoor – waarin wij vastleggen welke afspraken wijmaken. Ook daarover zullen wij u per brief informeren. Op die manierproberen wij dat vorm te geven. Dus ja, dat is het antwoord dat ik ook ineerste termijn volgens mij op vier verschillende manieren heb geprobeerdte geven.De laatste vraag van de heer Gabriëls. Kunnen we de vergunningen nogaanscherpen na de maatwerkafspraken? Het antwoord is: ja, het reguliereproces van vergunningverlening, toezicht en handhaving blijft intact. Deprovincie is wel bevoegd gezag en blijft in dezen uiteindelijk natuurlijkleidend, maar ja, het kan dus wel na afloop van.Dan kom ik bij twee vragen van het lid Kostic´. Kan ik per brief reageren opde reactie van de omwonenden op het Overlegorgaan Fysieke Leefom-geving rond zijn advies? Op dit moment is het bezig dat advies af teronden. Op basis daarvan komen wij voor de zomer met een voorstel naarde Kamer. Dan zullen we ook reageren op de brief van de omwonenden.Tegelijkertijd, zeg ik richting het lid Kostic´, zullen we ook eerder natuurlijkrichting omwonenden antwoorden, zodat zij op de hoogte zijn van dezeprocesmatige behandeling. Maar richting de Kamer reageren we in iedergeval voor de zomer.Dan heb ik een tweede vraag van het lid Kostic´. Die ging over verdereaanscherping van de actieagenda. Hoe staat het daarmee? Ik heb volgensmij al aangegeven: in april zal ik een voortgangsbrief sturen. Daarin zal ikook een tijdschema opnemen. In die voortgangsbrief zullen we ookspecifiek ingaan op de motie van het lid Kostic´ om te komen tot verdereaanscherpingen.Dan heb ik nog een laatste vraag. Die is van de heer Bamenga. Die ging erook over wat we onder andere van België leren. België is wel andersgeorganiseerd dan wij. Wij zijn decentraal. België is meer gecentraliseerd,dus die hebben daar een andere manier van ingrijpen. Wij hebben hetVTH-stelsel zoals wij dat hebben vormgegeven, waarbij de gemeente ofprovincie het bevoegd gezag is. België heeft dat op een andere manierTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33339 vormgegeven, dus werken ze daar ook op een andere manier mee. Datlaat onverlet dat we wel in goed contact staan met Vlaanderen en dat weook wel van elkaar proberen te leren, zeg ik ook richting de heerBamenga. België geeft overigens ook aan dat zij van ons leren wat betrefthet zeerzorgwekkendestoffenbeleid. Het is dus een wisselwerking.Dan was er nog een tweede vraag van de heer Bamenga, maar diehebben wij niet goed kunnen noteren. Misschien kan de heer Bamengadie herhalen.De heer Bamenga (D66):Ik heb meerdere vragen gesteld. Volgens mij heb ik ook een vraag gesteldover dat blusschuim. Wanneer zal de uitfasering plaatsvinden?Staatssecretaris Jansen:Volgens mij heb ik daar in de eerste termijn uitgebreid antwoord opgegeven en aangegeven dat daar verschillende data voor zijn, variërendvan 2027 tot 2030 tot zelfs tien jaar verder. Ik ben daar dus heel uitgebreidop ingegaan, maar ik kan u wel nog een keer het antwoord voorlezen,maar het is tot maximaal tien jaar, laat ik het zo zeggen, maar dat isafhankelijk van de verschillende sectoren. Volgens mij noemde ik ook descheepvaart als voorbeeld. Daar was een andere termijn voor dan voor ophet land. Dat was dus het antwoord dat ik heb gegeven.De heer Bamenga (D66):Wellicht heb ik dat niet gehoord. Ik kwam enkele minuten later binnen. Ikzal het dus terugluisteren. Wat fijn dat België en Nederland over en weervan elkaar kunnen leren. Mijn vraag was inderdaad vooral wat wij in iedergeval van België kunnen leren.Staatssecretaris Jansen:Volgens mij is het gewoon een continu proces waarin we naar elkaarkijken. Als zaken die goed aanslaan in België te kopiëren zijn naarNederland, zullen we dat zeker niet nalaten als daar aanleiding toe is.Maar omgekeerd geldt dat net zo hard. We proberen ook rondomvuurwerk samen op te trekken. Dat kwam onder andere aan de orde in debeantwoording in de richting van de heer Buijsse van de VVD. Weproberen dus continu met de buurlanden hierin gezamenlijk op te trekkenen lessen van elkaar te leren. Uiteindelijk is het doel natuurlijk om alles zogoed mogelijk in beeld te krijgen en daardoor uiteindelijk de juistestappen te kunnen zetten rondom de gezondheidswinst.De voorzitter:Hartelijk dank. Ik zie dat het lid Kostic´ nog één vraag heeft. Dat is dan ookde laatste die ik wil toestaan in deze termijn. Gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik heb misschien verduidelijking nodig over die joint letter of intent en hoedie samenhangt met de MER en de GER. Dat was eigenlijk mijn eerstevraag. Mij is het volgende nog steeds niet duidelijk. Als wij als Kamer,inclusief expertgroep, hebben gezegd dat die MER en GER er eerstmoeten zijn en wij pas dan die afspraken kunnen beoordelen enrondkrijgen, komen dan eerst die MER en GER, en dán de joint letter ofintent waarin in ieder geval de lessen die zijn geleerd uit de MER en deGER worden meegenomen? Of komt dat later? Laat ik de vraag zo stellen.Kan de Staatssecretaris misschien komende week met een brief komenwaarin dit verduidelijkt wordt, en niet in april, maar gewoon op termijn,zodat we precies weten wat we wanneer kunnen verwachten en zodat weweten hoe de Staatssecretaris de snelheid achter die gezondheidsrappor-tages, en alles wat we daarvoor nodig hebben, erin kan brengen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33340 Staatssecretaris Jansen:Ik kan toezeggen dat ik daar in een brief uitgebreid op terug ga komen.Daarin zal heel duidelijk zijn wat de intenties zijn achter de GER, de MERen ook de joint letter of intent. Dan kunt u daar zelf eventueel ook weervervolgvragen over stellen. Daar zullen we uiterlijk in april schriftelijk opterugkomen.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dat is te laat.Staatssecretaris Jansen:Ja, maar er is op 16 april nog een debat. Voor dat debat kom ik hieropterug.De voorzitter:Dat is een concrete toezegging, zeg ik tegen het lid Kostic´. Die gaan we alszodanig noteren. Dan wil ik de Staatssecretaris bedanken voor debeantwoording in de tweede termijn. Dan hebben we nog even watadministratie met elkaar te doen en ik zou zeggen: ga er maar even goedvoor zitten, want we hebben dertien toezeggingen. Ik ga ze allemaaloplezen. Ik hoop dat de Staatssecretaris mij corrigeert als het niet klopt.Als er dingen ontbreken, hoor ik dat graag achteraf van de leden. Dankunnen we dat nog even met elkaar uitkristalliseren. Ik moet nog evenaangeven dat het lid Gabriëls van GroenLinks-Partij van de Arbeid eentweeminutendebat heeft aangevraagd.– De eerste toezegging is een toezegging aan het lid Kostic´. In april wordtde Kamer geïnformeerd in de voortgangsbrief Actieagenda Industrie enOmwonenden over de tijdlijn voor de uitvoering van de acties uit deactieagenda.Dat klopt? Mooi.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Misschien is het nog een aparte toezegging, maar waar het mij ook omging – de Staatssecretaris zei dat op het laatst – is dat er een tijdlijn is,maar dat er ook een motie is aangenomen in september 2024 waarinwordt gezegd: medio 2025 neem je ook de volgende stap al, namelijk inhet aanscherpen et cetera, et cetera. Dat gaat dus niet om een verderetijdlijn. Is dat een aparte toezegging?De voorzitter:Ik kijk even naar de Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Laat ik zeggen dat dit onderdeel is van de toezegging die ik gedaan heb.We zullen proberen alles in dezelfde brief richting het lid Kostic´ tebeantwoorden.De voorzitter:We gaan eerst even alle toezeggingen langs. Dat is een goede suggestie,meneer Boutkan. Als er omissies zijn, noteert u dat dan alstublieft. Detoezeggingen.–De tweede toezegging. In april ontvangt de Kamer het methodischkader van het RIVM voor de GER en de concept-MER. Dat is eentoezegging aan de hele commissie.–Drie. Voor de zomer ontvangt de Kamer de definitieve MER in hetkader van de maatwerkafspraken met betrekking tot Tata Steel. Dat isook een toezegging aan de hele commissie.–Toezegging vier. Uiterlijk in april ontvangt de Kamer de reflectie op hetadvies van expert Coenrady over een overkapping bij Tata Steel. Dat iseen toezegging aan het lid Kostic´.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33341 –Dan nummer vijf. Nadat de Expertgroep Gezondheid IJmond zijnadvies heeft uitgebracht over de joint letter of intent, komen beide naarde Kamer met een begeleidende brief van de Staatssecretaris. Dat iseen toezegging aan de hele commissie.–Dan nummer zes. In april komen de resultaten van het onderzoek naarde verankering van het voorzorgsbeginsel naar de Kamer. Voor dezomer ontvangt de Kamer de routekaart voorzorgsbeginsel betertoepassen. Dat is een toezegging aan het lid Gabriëls. Ik heb deze ookal genoemd in het debat.–Nummer zeven. In het voorjaar ontvangt de Kamer een brief over eennationaal productie- en lozingsverbod pfas. Dat is een toezegging aanmeneer Bamenga.–Dan nummer acht. In het tweede kwartaal ontvangt de Kamer hetwerkplan van de Rijkscoördinator PFAS. Dat is een toezegging aanmeneer Gabriëls en meneer Buijsse.Ik kijk even naar de Staatssecretaris en zie dat dit klopt.–Nummer negen. Naar verwachting wordt de Kamer voor de zomergeïnformeerd over de uitkomsten en het vervolg van de evaluatie vande Pyrorichtlijn. Dat is een toezegging aan meneer Buijsse.–Nummer tien. Drie weken na het gesprek met de plasticrecyclingbedrij-ven ontvangt de Kamer hiervan een schriftelijke terugkoppeling. Dat iseen toezegging aan meneer Boutkan.–Nummer elf. De Kamer wordt in jip-en-janneketaal geïnformeerd overde relatie tussen de circulairplasticnorm en koffiebekers. Dit is eentoezegging aan meneer Boutkan.–Nummer twaalf. Op basis van het advies van het OverlegorgaanFysieke Leefomgeving wordt de Kamer voor de zomer geïnformeerd.Tevens ontvangt de Kamer een reactie op de brief van omwonenden.Dat is een toezegging aan het lid Kostic´.–Dan nummer dertien. De Kamer wordt geïnformeerd over de intentiesten aanzien van de MER, de GER en de letter of intent. Dat is eentoezegging aan het lid Kostic´. Dit komt uiterlijk in april.Dan kijk ik even naar de Staatssecretaris of ik gekke dingen heb gezegd.Staatssecretaris Jansen:Ik wil heel even een minuutje overleggen, voorzitter.Er was even wat onduidelijkheid, voorzitter, over de brief over hetmethodisch onderzoek van het RIVM over de GER en de concept-MER. Dithebben we inderdaad toegezegd. Dit komt in april. Het is wel iets anders:we zullen in de brief ook nog apart toelichten wat de verhouding is – datzeg ik ook richting het lid Kostic´ – tussen MER, GER en joint letter ofintent.De voorzitter:Eerst even meneer Bamenga, lid Kostic´, want hij had als eerste eenopmerking.De heer Bamenga (D66):Ik heb heel veel gesproken over het saneringsplan. Ik heb daar ooktoezeggingen op gehoord, maar die heb ik niet teruggehoord in de lijst.De voorzitter:Dan is de vraag of de Kamer daarover wordt geïnformeerd. Dan kijk iktoch heel even naar de Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:De heer Bamenga heeft gelijk. Die pakken we mee in de brief van april.Herstel: dat was de discussie over april of Q2. Ik zei Q2, de heer Bamengazei april. Mijn streven is zo snel mogelijk, in ieder geval in Q2 enmisschien wel in april.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33342 De voorzitter:Dan is dat opgehelderd. Lid Kostic´?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Mijn vraag gaat eigenlijk over een onderdeel van die toezegging waar deStaatssecretaris net al naar verwees: de brief in april over de GER, de MERen de joint letter of intent. Mijn vraag was of de Staatssecretaris ook in hetpakket meeneemt welke maatregelen hij neemt om het proces rond deGER en de MER juist ook te versnellen, zodat het allemaal tijdig gebeurt.Want we zien dus dat die MER vertraging heeft opgelopen. Dat lag tochecht aan de kant van Tata, niet aan die van iemand anders. De Staatsse-cretaris kan zich in ieder geval inspannen om bij Tata op te vragen dat dateerder komt, of in ieder geval onder embargo beschikbaar komt bij demensen die bij de onderhandelingen zitten, bij de mensen en expert-groepen die over gezondheid gaan en bij het RIVM.De voorzitter:De vraag is eigenlijk of u die brief nog wat kunt uitbreiden.Staatssecretaris Jansen:Ik had ook in de eerste termijn volgens mij gezegd dat ik bereid was omdat te doen. U had het dus ook als een toezegging kunnen krijgen, maar ikkan het ook in de brief meenemen.De voorzitter:Oké, geregeld. Ik kijk naar meneer Boutkan. U heeft nog een verzoek?De heer Boutkan (PVV):Als de Staatssecretaris dat aan het uitpluizen is: ik had in mijn eerstetermijn ook gevraagd hoe dat nou precies zat met dat verschil van meningtussen de omgevingsdienst en Tata steel over het wel of niet aanleverenvan de concept-MER. Als u dat dan toch wilt uitzoeken, neem dat dangelijk mee. Ik hoor het lid Kostic´ nu namelijk regelmatig zeggen dat het bijTata Steel ligt, maar misschien kan ook bij de omgevingsdienst gechecktworden hoe het nou precies zat.Staatssecretaris Jansen:We zullen het grondig napluizen en ook richting Kamer communicerenhoe dat precies is gelopen en wat daar uiteindelijk de consequentie van is.De voorzitter:Dan zijn we volgens mij rond met elkaar. Ik wil de Staatssecretaris en deambtelijke ondersteuning van harte bedanken. Ik wil de leden bedankenvoor het goed gevoerde debat met elkaar. Het was hartstikke nuttig. Ik wilde mensen op de publieke tribune, de mensen die thuis meekeken en debodedienst van de Kamer en de ondersteuning bedanken. Daarmee sluitik hierbij dit debat.Sluiting 20.12 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 089, nr. 33343
Gerelateerde bronnen
- Externe veiligheid
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 4 maart 2025, over externe veiligheid
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.