KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op verzoek commissie over de brief van de Vereniging tegen de Kwakzalverij over aanpak alternatieve behandelwijzen

15 apr 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e70b756813c54c5f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 765Kwaliteit van zorgNr. 914 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 april 2025De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft mij bijbrief van 30 januari 2025 verzocht om een reactie op een e-mail die zij zelfhad ontvangen van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. In die e-mailvraagt deze vereniging aandacht voor vraagstukken op het gebied vanalternatieve behandelwijzen.Wat de vereniging en ik gemeen hebben, is dat we het van groot belangvinden dat wordt opgetreden tegen uitwassen, zoals de voorbeelden diede vereniging noemt: van het meisje met leukemie dat behandeld wordtdoor zogenaamde Germaanse geneeskunde en wordt weggehouden uithet ziekenhuis tot de EMDR-therapie onder ondeskundige begeleiding dieleidt tot psychische schade bij de cliënt.De vereniging benoemt verder de volgende problemen:–onduidelijkheid of behandelaren tot de reguliere gezondheidszorgbehoren;–te weinig onderzoek door de Inspectie voor de Gezondheidszorg enJeugd (hierna: IGJ) naar aanleiding van meldingen over schade dooralternatieve behandelaars;–het niet hoeven afdragen van btw door alternatieve behandelaren;–onduidelijke opleidingseisen voor alternatieve behandelaren.Hierbij stuur ik u mijn reactie. Eerst licht ik het beleid en de regelgevingomtrent alternatieve behandelaren toe. Daarna ga ik in op de door devereniging genoemde problemen.Beleid en regelgeving omtrent alternatieve behandelarenBehandelingen die niet-wetenschappelijk zijn bewezen, zijn in beginseltoegestaan. Cliënten hebben het recht om te geloven in alternatievegeneeswijzen. Sommige cliënten vinden hoop, kracht of pijnverlichting ineen alternatieve behandeling. Het kan bijvoorbeeld gaan om cliënten die kst-31765-914ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 765, nr. 9141 niet alleen een huisarts of medisch specialist bezoeken, maar die ook naareen osteopaat, acupuncturist of chiropractor gaan.Tegelijkertijd vind ik het belangrijk dat alternatieve behandelaren cliëntenniet weghouden van een reguliere zorgverlener. Uiteraard mag eenalternatieve behandeling ook niet bestaan uit schadelijke praktijken.De regelgeving stelt duidelijke grenzen aan alternatieve behandelingen.De alternatieve zorgaanbieder moet de cliënt in begrijpelijke taalinformeren over de gezondheidstoestand van de cliënt, de voorgesteldebehandeling, de te verwachten risico’s voor de gezondheid van de cliënten alternatieve behandelingen al dan niet uitgevoerd door anderehulpverleners.Alternatieve zorgaanbieders moeten zich houden aan de wettelijke normdat geen zorg wordt verleend die buiten noodzaak kan leiden tot (eenaanmerkelijke kans op) schade voor een cliënt. Deze norm wordtbijvoorbeeld overtreden als cliënten worden weggehouden bij noodzake-lijke, reguliere zorg of als er sprake is van andere praktijken die schadelijkzijn voor de gezondheid van cliënten. De IGJ houdt toezicht op denaleving van deze norm. Bij overtreding van deze norm kan de IGJoptreden.Verder mogen alternatieve zorgaanbieders geen gevaarlijke apparatuur enmiddelen gebruiken, niet zelfstandig en onbevoegd voorbehoudenhandelingen verrichten en niet onbevoegd een titel voeren die isvoorbehouden aan BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaars of een daaropgelijkende titel. Ook hierop houdt de IGJ toezicht.Daarnaast is er sprake van een strafbaar feit als een behandelaar eenaanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid van de cliëntveroorzaakt of als hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden datzijn behandeling en advisering daartoe leidt. Hierover kan aangifteworden gedaan bij het Openbaar Ministerie.Onduidelijkheid of behandelwijzen tot de reguliere zorg behorenDe Vereniging tegen de Kwakzalverij wijst op verwarrende titels enconstateert dat iedereen zich bijvoorbeeld – ook zonder opleiding –natuurgeneeskundige, EMDR-therapeut of hypnotherapeut mag noemen.De vereniging hekelt ook de informatie op websites van alternatievebehandelaren waarbij pseudowetenschappelijke termen gebruikt worden.De vereniging stelt dat die informatie alleen met voldoende deskun-digheid op waarde te schatten is.Zoals ik hierboven heb toegelicht, begrenst de huidige regelgeving dewebsites en bijbehorende behandelingen al. Alternatieve behandelarenmoeten hun cliënt in begrijpelijke taal informeren over diens gezondheids-toestand, de voorgestelde behandeling, de te verwachten risico’s voor degezondheid van de cliënt en alternatieve behandelingen al dan nietuitgevoerd door andere hulpverleners. Daarnaast is het verboden om eenaanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid van de cliënt teveroorzaken. Hieruit volgt bijvoorbeeld dat alternatieve behandelarendoor middel van hun websites en handelen kankerpatiënten niet mogenweghouden van een noodzakelijke chemotherapie of zonder de juisteexpertise patiënten traumatherapie mogen geven.Deze algemene regels reguleren de alternatieve behandelwijzen duidelijk.Daarom zie ik nu geen aanleiding om deze algemene regels aan te vullenmet specifieke regels over teksten op websites en het toezicht en dehandhaving daarop.De Vereniging tegen de Kwakzalverij stelt voor dat de IGJ van allebehandelingen op haar website aangeeft of deze onder de Wkkgz vallen.Dit behoort echter niet tot de taken van de IGJ en het zou – vanwege deenorme aantallen verschillende behandelingen in Nederland – ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 765, nr. 9142 ondoenlijk zijn voor de IGJ. De IGJ beoordeelt juist in individuele gevallenof er sprake is van alternatieve zorg door een alternatieve zorgaanbiederin de zin van de Wkkgz. De IGJ ziet erop toe dat alternatieve zorgaan-bieders zich houden aan de norm dat geen zorg wordt verleend die buitennoodzaak kan leiden tot (een aanmerkelijke kans op) schade voor eencliënt.Onderzoek door de IGJ naar aanleiding van meldingen overschadeDe Vereniging tegen de Kwakzalverij constateert daarnaast in haar berichtdat alternatieve behandelaars zichzelf soms presenteren alsof zij weldegelijk onderdeel zijn van de gezondheidszorg, waarbij ze ongegrondegezondheidsclaims doen, hun cliënten misleiden en cliënten somsweghouden bij de reguliere gezondheidszorg.Zoals ik hierboven heb aangegeven, kan de IGJ optreden als cliëntenworden weggehouden bij noodzakelijke, reguliere zorg of als er sprake isvan andere praktijken die schadelijk zijn voor de gezondheid van cliëntenof als alternatieve zorgaanbieders gevaarlijke apparatuur en middelengebruiken, onbevoegd voorbehouden handelingen verrichten en ofonbevoegd een titel voeren die is voorbehouden aan BIG-geregistreerdeberoepsbeoefenaars of een daarop gelijkende titel.Ook is er sprake van een strafbaar feit als een behandelaar een aanmerke-lijke kans op benadeling van de gezondheid van de cliënt veroorzaakt ofals hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zijn behandelingen advisering daartoe leidt. Hierover kan aangifte worden gedaan bij depolitie of direct bij het Openbaar Ministerie.De Vereniging tegen de Kwakzalverij geeft aan meldingen te hebbenontvangen van cliënten die schade hebben opgelopen of zijn benadeelddoor alternatieve behandelaars. Wanneer mensen vermoeden dat zijschade hebben geleden door een alternatieve behandeling, is het vangroot belang dat zij dit melden bij de IGJ. Deze meldingen vormen eenbelangrijke informatiebron voor de IGJ, die haar toezicht baseert opconcrete signalen en casuïstiek. Iedere melding wordt zorgvuldigbeoordeeld en kan, afhankelijk van de ernst, aanleiding geven tot naderonderzoek en interventie.Hoewel de IGJ geen uitspraken doet over de effectiviteit van behandel-vormen, kan zij in bepaalde gevallen het publiek informeren. Dat gebeurtuitsluitend wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn dat de veiligheid vancliënten in het geding is. Zo heeft de IGJ in het verleden bijvoorbeeld eenstandpunt gepubliceerd voor risicovolle toepassingen van «cupping» ofhijama. Het gaat daarbij om het gericht informeren van het publiek overconcrete risico’s en eisen waaraan de zorg moet voldoen, zonder datdaarmee een oordeel wordt uitgesproken over het volledige veld vanalternatieve behandelwijzen.Afdracht van btw door alternatieve behandelarenDe Vereniging tegen de Kwakzalverij pleit er bovendien voor om dienstenin de vorm van alternatieve behandelwijzen met btw te belasten, óók alsze worden aangeboden door BIG-beroepsbeoefenaren.Mijn beleid is er niet op gericht om alternatieve behandelaren die zich aande bovengenoemde regelgeving houden, te beperken. Ik zie daarom nugeen aanleiding om de afdracht van btw voor zorgprestaties anders tegaan regelen, dan nu het geval is. Bovendien staat het Europees recht/deBtw-richtlijn dat niet toe. De afdracht van btw voor zorgprestaties ismomenteel als volgt geregeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 765, nr. 9143 De Wet op de omzetbelasting 1968 regelt een vrijstelling van btw voorzorgprestaties van BIG-beroepsbeoefenaren als bedoeld in de artikelen 3en 34 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (WetBIG) die binnen hun deskundigheid en opleiding vallen. De rechter heeftop grond van het Europese fiscale neutraliteitsbeginsel de reikwijdte vande btw-vrijstelling, in afwijking van de wettelijke regeling, uitgebreid.Soortgelijke diensten die met elkaar in concurrentie staan moeten gelijkbehandeld worden voor de btw. De niet-BIG-beroepsbeoefenaren kunnendus ook een beroep doen op de btw-vrijstelling voor zorgprestaties diesoortgelijk zijn aan die van btw-vrijgestelde zorgprestaties vanBIG-beroepsbeoefenaren. Een zorgprestatie is soortgelijk bij een gelijk-waardig kwaliteitsniveau. Het criterium voor een gelijkwaardig kwaliteits-niveau is of de niet-BIG beroepsbeoefenaar met hetgeen hij heeft geleerdde desbetreffende zorgprestatie/dienst even goed kan verrichten als derelevante BIG-beroepsbeoefenaren.Onduidelijke opleidingseisen voor alternatieve behandelarenDe Vereniging tegen de Kwakzalverij stelt voor dat accreditatie door deNederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) moet wordenbeperkt tot opleidingen in het hoger onderwijs voor beroepen diereguliere zorg bieden. Ze geeft aan het niet eens te zijn met de accreditatievan opleidingen voor beroepen die behandelwijzen hanteren die alsalternatieve geneeswijzen worden gezien.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en ik zijn bekend metde zienswijze van de vereniging over de rol van de NVAO en de wijze vanaccreditatie van opleidingsinstellingen. Het voorstel van de vereniging zouer echter toe leiden dat de NVAO de wetenschappelijke onderbouwing zoumoeten beoordelen van hetgeen het beroepenveld en het vakgebiedvragen. Een dergelijke rol van de NVAO is niet passend bij het doel vanopleidingsaccreditatie. De beoordeling en accreditatie van opleidingen inhet hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs is gericht opde onderwijskwaliteit en onderwijskundige aspecten van opleidingen. Inhet licht van de vrijheid van onderwijs en academische vrijheid, zijnonderwijsinstellingen en opleidingen zelf verantwoordelijk voor de inhoudvan het onderwijs en onderzoek op basis van het maatschappelijk belangom opleidingen goed aan te laten sluiten op het beroepenveld ensamenleving.Ook stelt de vereniging dat onderwijsorganisatie zouden moetenvermelden dat hun opleiding alternatieve behandelwijzen betreft, die nietvallen onder de basisverzekering van de Zorgverzekeringswet.Ik benadruk dat handelingen waarvoor onvoldoende wetenschappelijkbewijs bestaat voor effectiviteit, alleen door zorgverzekeraars kunnenworden vergoed vanuit de aanvullende zorgverzekeringen en niet vanuitde basisverzekering.Tot slotDe Vereniging tegen de Kwakzalverij en ik vinden het beide van grootbelang dat cliënten geen schade mogen ondervinden van alternatievebehandelingen en dat er voldoende rechtsbescherming is: op grond vande klachten- en geschillenregeling van de Wet kwaliteit, klachten engeschillen zorg, op grond van het tuchtrecht als de hulpverlener isingeschreven in het BIG-register, bij de civiele rechter en door aangiftedoen van een strafbaar feit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 765, nr. 9144 In het bovenstaande heb ik verder mijn beleid en de huidige regelgevingten aanzien van alternatieve behandelingen toegelicht en ben ik uitgebreidingegaan op de voorstellen van de Vereniging tegen de Kwakzalverij.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M. AgemaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 765, nr. 9145

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2025083489805cf8

14 okt 2026 · a89d5e710029a073

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.