Weerbaarheid en militaire paraatheid tegen hybride en militaire dreigingen
Brontekst
Versie ad5263c558ac8564 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202630 821Nationale VeiligheidNr. 326 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN VANDEFENSIE EN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 december 2025Nederland staat voor de meest unieke en complexe veiligheidsopgavesinds de Koude Oorlog. Geopolitieke competitie, spanningen enconflicten, maken dat vrede en veiligheid in Europa niet meer vanzelf-sprekend zijn. Dit blijkt ook uit de Russische agressieoorlog in Oekraïne engroeiende hybride activiteit in Europa. Doordat het zwaartepunt van deAmerikaanse veiligheidspolitiek wegschuift van Europa, zal Nederlandmet de rest van Europa zelf meer zorg moeten dragen voor onze eigenveiligheid.1 Dat betekent dat we onze afschrikking moeten versterken doorte bouwen aan een weerbare samenleving, met een robuuste economie,voldoende voedsel en water en een parate krijgsmacht. Dit maaktNederland sterker en veiliger. Een weerbare samenleving helpt in deeerste plaats om een conflict te voorkomen. Het maakt Nederland minderkwetsbaar, schrikt statelijke actoren af en ontmoedigt hen om Nederlandte raken. In het uiterste geval moeten we kunnen beschermen wat onsdierbaar is. Met een krijgsmacht die een gevecht kan volhouden, eenmaatschappij die schokken op kan vangen en (langdurige) crises kandoorstaan. Dit is nodig, niet alleen tegen hybride acties of een militairconflict, maar ook tegen andere crises of rampen, zoals overstromingen,pandemieën, economische dwangmaatregelen en grootschalige enlangdurige storingen in energie- of data-infrastructuur.De internationale- en nationale dimensie van de weerbaarheidsopgavezijn sterk met elkaar verbonden. Nederland speelt daarom in internati-onaal verband een aanjagende rol. Zowel binnen de NAVO rondom HostNation Support of de Resilience Baseline Requirements, alsook inEU-verband en breder. Bijvoorbeeld bij het opzetten van een Europese1AIVD, MIVD, NCTV, Dreigingsbeeld Statelijke Actoren 2025, p. 14. kst-30821-326ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3261 weerbaarheidscoalitie2 of via non-papers ter beïnvloeding van de EUPreparedness Union Strategy.3Op 6 december 20244 hebben wij uw Kamer voor de eerste keer geïnfor-meerd over de weerbaarheidsopgave waar we als Nederland voor staan.Door de campagne Denk Vooruit die op 1 november 2025 is gestart heeftde weerbaarheidsopgave veel aandacht gekregen vanuit de samenleving.Met voorliggende Kamerbrief schetst het demissionaire kabinet devoortgang op de beleidsinitiatieven die in gang zijn gezet om Nederlandweerbaarder te maken. Dit langs de zes pijlers5 van de aanpak en in lijnmet de ambities uit de Landelijke Agenda Crisisbeheersing en deVeiligheidsstrategie van het Koninkrijk.Zoals ook in de brief over de ontwikkelingen van de weerbaarheidsaanpakvan 11 juli jl.6 gesteld, hebben de beschikbare mensen en middelen geleidtot het maken van keuzes. Niet alles kan tegelijkertijd en direct. Dit heeftgeleid tot een gefaseerde aanpak, waarbij in de eerste fase de aandachtvooral is uitgegaan naar planvorming voor een crisis- en conflictscenario,het uitwerken en voorbereiden van maatregelen en bewustwording. Omer echter zeker van te zijn dat Nederland de effecten van geopolitiekespanningen het hoofd kan bieden zijn vervolgstappen noodzakelijk, zowelvoor de paraatheid van onze krijgsmacht als de weerbaarheid van demaatschappij. Leidend bij deze vervolgstappen zijn maatregelen die deimpact van de dreiging op de continuïteit van de maatschappij snelverkleinen, waar de ondersteuningsbehoefte van Defensie het grootst isen wat de EU en NAVO vragen (onder meer via de NAVO Weerbaarheids-doelstellingen7 en de EU Paraatheidsuniestrategie8).Hoofdlijnen huidige inzet en vervolg weerbaarheidsaanpakDit kabinet heeft belangrijke eerste stappen gezet in de voorbe-reiding van Nederland op geopolitiek onrustige tijden:•Er wordt met prioriteit gewerkt aan de robuustheid, redundantieen het herstelvermogen van de vitale processen, zowel fysiek alsdigitaal.•Er is een brede beweging vanuit de samenleving op ganggekomen. Deze «bottom-up» beweging wordt versterkt enondersteund door het demissionair kabinet met oog voor mensenin kwetsbare posities. De noodsteunpunten-structuur die wordtopgezet voor crisis- en conflictsituaties sluit hierop aan.•Voor de continuïteit van kritieke overheidsdiensten en processendie bijdragen aan de bescherming van de democratischerechtstaat trekt de Rijksoverheid op met regionale en lokaleoverheden. Ook worden maatregelen genomen om in hetcognitieve domein weerbaar te zijn en desinformatie te bestrij-den.2Minister Van Weel start Europese weerbaarheidscoalitie | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl3Verslag Raad Buitenlandse Zaken 24 februari 2025 | Publicatie | Rijksoverheid.nl4Kamerstuk II, 30 821, nr. 249, vergaderjaar 2024/20255Voor maatschappelijke weerbaarheid gaat het om de pijlers: 1. het beschermen van vitale enandere belangrijke processen in de maatschappij, 2. Een parate en veerkrachtige samenleving,3. het overeind houden van de Nederlandse democratie, rechtstaat en overheid, 4. eenweerbare economie. Voor militaire paraatheid gaat het om: 5. het beschermen en verdedigenvan het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied en 6. het waarborgen van civieleondersteuning aan de krijgsmacht bij de uitoefening van de militaire taak6Kamerstuk 30 821, nr. 304, vergaderjaar 2024/20257De NAVO-weerbaarheidsdoelstellingen zijn een intensivering van de 7 Baseline Requirementsen zien toe op de continuïteit van de overheid, energievoorziening, grootschalige opvang vanpersonen, voedsel-en drinkwatervoorziening, opvang van gewonden, (tele-)communicatie entransport.8Preparedness Union Strategy EUR-Lex EUR-Lex – 52025JC0130Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3262 •Een structurele publiek-private dialoog over de weerbaarheidsop-gave is van groot belang. Het demissionair kabinet faciliteert dezedialoog actief, mede door de bewustwordingscampagne en decentrale loketfunctie die wordt ingericht voor bedrijven. Op hethoogste niveau is bijeengekomen in het geopolitieke enweerbaarheidsberaad.•Er wordt hard gewerkt aan het versterken van de militaireparaatheid van Nederland, zodat Defensie zowel het eigengrondgebied als dat van bondgenoten effectief kan verdedigen.Diverse maatregelen zijn genomen om de schaalbaarheid en hetvoortzettingsvermogen van de krijgsmacht te vergroten. Deintroductie van de Nationale Weerbaarheidstraining en hetNationaal Programma Ruimte voor Defensie dragen hieraan bij.•In aanloop naar en tijdens een grootschalig militair conflict heeftDefensie civiele ondersteuning nodig en is civiel-militairesamenwerking van belang. Op belangrijke onderwerpen alsinfrastructuur en logistiek, gezondheidszorg en energie wordendaarom stappen gezet om de ondersteuning te borgen en desamenwerking te versterken.•Om de samenleving in beweging te krijgen en de maatschappe-lijke weerbaarheid te verhogen, is op 1 november 2025 demeerjarige publiekscampagne Denk vooruit gestart. Het doel vande campagne is om Nederlanders te activeren zich voor tebereiden, zodat zij zich 72 uur thuis kunnen redden als dagelijksevoorzieningen uitvallen, zoals stroom.In lijn met de nationale prioriteiten die in de Kamerbrief van 11 juli jl.zijn benoemd en wat de NAVO en de EU van ons vragen vergt datkeuzes voor een volgend kabinet op in ieder geval een zestalterreinen, namelijk vitale infrastructuur, continuïteit overheid endemocratische rechtsstaat, militaire mobiliteit, basis- enopschaalbare noodzorg en maatschappelijke stabiliteit.Tijdens de NAVO Top van 24–25 juni jl. is afgesproken om, naast de3,5%, een aanvullende 1,5% van het bruto binnenlands product aante wenden voor defensie- en veiligheidsgerelateerde uitgaven. Eenvolgend kabinet zal definitief afspraken moeten maken over denationale doorvertaling. Het huidige demissionaire kabinet verkentdaartoe de mogelijkheden.VoortgangPijler 1: Het beschermen van vitale en andere belangrijkeprocessen in de maatschappijHet demissionaire kabinet werkt met prioriteit aan de robuustheid,redundantie en het herstelvermogen van de vitale processen en heefthierin een aantal stappen gezet, vooruitlopend op de implementatie vande Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke).9 Veiligheidspartners,vakdepartementen en vitale sectoren werken daarbij intensief samen. Zozijn de departementen in samenspraak met hun uitvoeringsorganisatiesen sectoren bezig met het uitvoeren van risicoanalyses voor het aanwijzenvan kritieke entiteiten onder de Wwke en wordt de meldplicht voorincidenten onder de Wwke en Cyberbeveiligswet (Cbw) geconsulteerd.Daarnaast wordt op dit moment de fysieke infrastructuur in kaart gebrachtom de vraag te beantwoorden hoe de overheid onder welke voorwaarden9Beide wetsvoorstellen liggen ter behandeling bij de Tweede Kamer, de onderliggendeAlgemene Maatregelen van Bestuur worden aan de Raad van State gestuurd ter advisering ende ministeriële regelingen zijn in de week van 10 november in consultatie gegaanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3263 kritieke infrastructuur fysiek kan beschermen. Prioritering zal onontbeerlijkzijn gegeven de schaarse beschermings- en beveiligingscapaciteit vanonder meer Politie en Defensie. Daarnaast werkt het demissionairekabinet aan de mogelijkheid om kritieke entiteiten sneller te waarschuwenbij dreiging. De basis hiervoor is het structureler uitwisselen van(dreigings-)informatie tussen overheid en kritieke entiteiten. In het lichtvan de hybride dreigingen is het van belang om ook specifiek aandacht tebesteden aan de infrastructuur op en in de Noordzee door het interdepar-tementale Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI) dat in2024 is gestart en in 2026 wordt verlengd.Drones en onbemande systemen worden steeds vaker gebruikt voorlegitieme en nuttige toepassingen. Tegelijkertijd is het belangrijk alert tezijn op situaties waarin drones op een ongewenste manier wordengebruikt, met mogelijke gevolgen voor de continuïteit van vitaleprocessen, openbare orde of veiligheid. De afgelopen tijd is substantieelgeïnvesteerd in de capaciteiten om drones te detecteren en te onder-scheppen. Samen met betrokken partners wordt in kaart gebracht waaraanvullende stappen nodig zijn voor een nog effectievere reactie. HetMinisterie van Defensie heeft de Kamer hierover geïnformeerd op24 november 2025.10Nederland moet zich in een dreigings- en conflictscenario actief digitaalkunnen verdedigen en in staat zijn om te interveniëren als de dreigingdaarom vraagt. Ter versterking van het instrumentarium voor actievecyberverdediging loopt er een verkenning naar de mogelijkheden vanactieve cyberverdedigingsmaatregelen.11 Op basis van de uitkomsten vande verkenning zullen verschillende opties in 2026 worden uitgewerkt. Ookhoudt het kabinet onverminderd vast aan het uitvoeren van de Neder-landse Cybersecuritystrategie, bijbehorend actieplan, de InternationaleCyberstrategie en de Defensie Cyberstrategie. Onderdeel hiervan ispermanente inzet om offensieve tegendruk te geven in het cyberdomein.Om de continuïteit van de overheid en de meest essentiële overheids-dienstverlening te waarborgen zijn de lopende weerbaarheidspro-gramma’s binnen het Rijk (zowel fysiek als digitaal) verstevigd en geschiktgemaakt voor andere overheidslagen, inclusief Caribisch Nederland. Hetdemissionair kabinet heeft daarbij ook aandacht voor de noodzaak om tekunnen werken met hoog-gerubriceerde informatie en het verhogen vande weerbaarheid digitale infrastructuren van de Rijksoverheid. Daarnaastwordt in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) in beeld gebrachtwat nodig is om de weerbaarheid van deze verschillende bestuurslagen teverhogen.Sectorspecifieke inzetVerschillende departementen hebben in samenwerking met hun sectorenmaatregelen genomen om de vitale processen in de maatschappijweerbaarder te maken tegen hybride en militaire dreigingen.De departementen hebben de dialoog met de sector geïntensiveerd. HetMinisterie van Economische Zaken (EZ) heeft met mobiele telecomaan-bieders geïnvesteerd in en afspraken gemaakt over reservecapaciteit omuitval van stroom in crisissituaties op te vangen. Om de digitale10Kamerstuk II, 30 806, nr. 59, vergaderjaar 2025/202611Actieve cyberverdediging is een instrument dat kan worden gebruikt om een proactieve rol tespelen in het reduceren of wegnemen van cyberdreigingen, inclusief het verstoren ofbeëindigen van actieve cyberaanvallen die een (potentiële) landelijke impact hebben op deinfrastructuur en/of de bevolking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3264 weerbaarheid te verhogen heeft het Ministerie van Infrastructuur enWaterstaat (IenW), met de drinkwatersector, een traject opgestart omsamen te werken en te leren op het gebied van monitoring en detectie inhet cyberdomein. Het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) heeftgesprekken gevoerd met energiepartijen om maatregelen te verkennen. Inde afgelopen periode heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn enSport (VWS) de inhoudelijke uitwerking van een samenhangend pakketaan mogelijke maatregelen voor versterking van de basisnoodzorgafgerond. In afwachting van de volgende besluitvormingsronde, werkt deMinister van VWS inmiddels aan de inzet op opschaalbare noodzorg. Voorde inzet op weerbare zorg werkt VWS nauw samen met het zorgveld. Zoheeft de Coalitie Weerbare Zorg – opgericht door UMCNL, de NederlandseVereniging van Ziekenhuizen, GGD GHOR Nederland, het LandelijkNetwerk Acute Zorg en het Calamiteitenhospitaal – in kaart gebracht hoezij zelf, en in onderlinge samenwerking, kunnen bijdragen aan deversterking van de weerbaarheid van de zorg. Ook heeft het Ministerie vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) samen met partijen deTaskforce Veilig Erfgoed opgericht dat bijdraagt aan de bescherming vanons erfgoed, zoals archieven en monumenten, zodat die geen inzetworden bij een conflict maar onderdeel blijven van onze nationaleidentiteit. Het Ministerie van Financiën (FIN) werkt aan het waarborgenvan financiële dienstverlening, waaronder het betaal- en effectenverkeer.Het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer – een privaat-publieksamenwerkingsverband – heeft geadviseerd over terugvalopties wanneerhet betaalverkeer verstoord is.12 Om ook in een crisis- en conflictscenariobestaanszekerheid te borgen door bijvoorbeeld het ongestoordverstrekken van uitkeringen, werken publieke dienstverleners in de socialezekerheid samen met maatschappelijke organisaties aan de benodigdemaatregelen.Meerdere departementen zijn bezig met de aanpassing van de crisis-plannen en (nood)wetten en brengen handelingsopties in kaart voor eenhybride en militaire conflictsituatie. Zo worden de landelijke crisisplannenelektriciteit (LCP-E) en gas (LCP-G) door KGG herzien. Ook actualiseertIenW het Landelijk Crisisplan Hoogwater en Overstromingen en zijn erplannen voor een Landelijk Crisisplan Drinkwater en Stedelijk Afvalwater.Het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN)werkt met private en publieke stakeholders aan een Landelijk CrisisplanVoedselzekerheid dat naar verwachting eind 2026 gereed zal zijn en brengtmomenteel handelingsopties in kaart waarmee de leveringszekerheid vanstrategische landbouw- en voedselproducten kan worden geborgd. HetMinisterie van Financiën werkt aan een wetsvoorstel chartaal betalings-verkeer om contant geld beschikbaar, betaalbaar en bereikbaar te houdenals terugvaloptie van het elektronisch betalingsverkeer. Ook wordt er ditjaar gestart met de herziening van de Noodwet financieel verkeer die deMinister van Financiën in staat stelt uitzonderlijke maatregelen te treffenten aanzien van het betaal- en effectenverkeer. Tot slot is het voornemenom vitale instellingen, voor wie dit logisch en passend is, in de financiëlesector onder het toepassingsbereik van de Wet veiligheidstoets investe-ringen, fusies en overnames (Wet vifo) te brengen.Ook zijn er vraagstukken die met urgentie vanuit de departementenworden opgepakt. Over de weerbaarheid voor de spoorsector blijkt uit hetop 13 oktober jl. gepubliceerde rapport «Tijd om te handelen» dat hetspoor niet voldoende is voorbereid op moedwillige verstoringen en ookniet voldoende in staat is om een toename van defensietaken te facili-teren, zie kabinetsreactie.13 IenW gaat samen met ProRail alvast aan de12Advies MOB: Bereid je voor op drie dagen uitval «pinnen» | De Nederlandsche Bank]13Kamerstuk II 30 821, nr. 321, vergaderjaar 2025/2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3265 slag met de aanbevelingen die direct kunnen worden opgepakt,waaronder het mogelijk maken van meer prioriteit voor militair vervoer inde capaciteitsverdeling op het spoor. Een ander vraagstuk dat meturgentie wordt opgepakt is de afhankelijkheid van de vitale sectoren vanpositionering, navigatie en tijdsbepaling (PNT). Verstoring of manipulatievan PNT-signalen kan een grote impact hebben de meeste vitale sectoren.Daarom zal er een risicobeoordeling plaats vinden om deze kwetsbaar-heden in kaart te brengen. Parallel hieraan wordt de bewustwordingvergroot bij deze vitale sectoren over hun afhankelijkheid van PNT en demogelijke gevolgen van verstoring en manipulatie. Daarnaast ontwikkelthet kabinet het handelingsperspectief, zodat organisaties weten welkestappen gezet kunnen worden om de risico’s te beperken. Tot slot wordenalternatieven en vormen van redundantie verkend voor PNT-signalen omde kwetsbaarheden structureel te verminderen.Pijler 2: Een parate en veerkrachtige samenlevingEen parate en veerkrachtige samenleving vraagt om een overheid dieinitiatieven vanuit de samenleving stimuleert en versterkt. Er zijn nu alinitiatieven die in de buurten van dorpen en steden van Nederlandontstaan. Zoals in Austerlitz, een dorp midden in de bossen op deUtrechtse Heuvelrug, waar inwoners zelf een evacuatieplan hebbengemaakt voor het geval er een bosbrand uitbreekt. In Ermelo-West gaanleden van de wijkvereniging een inventarisatie maken van mensen diemogelijk extra hulp nodig hebben in een crisissituatie en van de mensendie mogelijk iets kunnen betekenen voor een ander. Ook eerderenoodsituaties hebben het belang van maatschappelijk initiatief laten zien.Zoals bij de Tarwekamp explosie in Den Haag waarbij Stichting Licht-puntjes Mariahoeve zich direct beschikbaar stelde als evacuatiepunt. In deafgelopen maanden zijn er steeds meer van dit soort initiatieven gestartdie niet alleen de weerbaarheid vergroten, maar ook de gemeenschapszinen de sociale cohesie in buurten en wijken.Deze sociale structuren zijn grotendeels lokaal en regionaal van aard. DeMinister van Justitie en Veiligheid, het Veiligheidsberaad en de Verenigingvan Nederlandse Gemeenten (VNG) zetten zich gezamenlijk in voor hetstapsgewijs ontwikkelen van een landelijk netwerk aan noodsteunpuntendoor middel van een aantal pilots in 2026 en begin 2027. Veiligheidsre-gio’s en gemeenten geven hier regionaal en lokaal invulling aan. Deuitkomsten van deze pilots, zoals benodigde type functionaliteiten eneventuele kosten, worden gebruikt door het landelijke project ten behoevevan de tussentijdse evaluatie en eindevaluatie medio 2027. Diversevormen van burgerhulpverlening krijgen binnen de noodsteunpuntenruimte, bijvoorbeeld door betrokkenheid van het Rode Kruis. Een deel vande bij voorjaarnota gereserveerde gelden voor weerbaarheid kunnenhiermee gericht worden ingezet.Daarnaast worden stappen gezet in de verkenning naar hetgeen wat nodigis voor het inrichten van een robuuste en redundante civiel-militairewaarschuwingsketen bij hybride en militaire dreiging.14 Ook wordt insamenwerking met TNO in beeld gebracht wat de mogelijkheden voorburgers zijn om bij een militair conflict te schuilen in hun directeomgeving. Door politie, Defensie, veiligheidsregio’s en het KnooppuntCoördinatie Regio’s-Rijk wordt gezamenlijk gewerkt aan een beeld van debenodigde civiele opschaling en de inzet van capaciteiten ten tijde vaneen conflictscenario en maatschappelijke ontwrichting.14Kamerstuk II 29 517, nr. 273, vergaderjaar 2025/2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3266 Naast de inzet op sociale en crisisstructuren, is het ook noodzakelijk omsociale spanningen te voorkomen of te verminderen. In dat kader is hetMinisterie van SZW in 2026 voornemens een pilot uit te voeren die zichricht op het faciliteren van burgers die samen werken aan deweerbaarheid in hun omgeving, ook wel weerbaarheidswerkplaatsengenoemd. Ook voert SZW in 2026 een behoeftepeiling uit op basiswaarvan wordt bepaald hoe de overheid (lokale) initiatieven die bijdragenaan het verhogen van de maatschappelijke weerbaarheid kan onder-steunen. Daarnaast is het van belang dat mensen uit alle geledingen vande samenleving, inclusief jongeren en mensen in kwetsbare posities,betrokken worden bij de weerbaarheidsaanpak. Het WODC voert eenonderzoek uit naar burgerhulp en specifiek de rol van jongeren, in lijn metde moties de van het lid Mutluer15 en het lid Six Dijkstra16. Het landelijkeprogramma Maatschappelijke Diensttijd (MDT) betrekt jongeren actief bijde samenleving en ondersteunt hen in hun ontwikkeling als veerkrachtigeburgers. Verder worden er door het onderwijsveld sectorale agenda’sweerbaarheid ontwikkeld, zodat kinderen en studenten ook tijdens en naeen crisis naar hun opleiding blijven gaan. Tot slot hoort hier ook bij datmensen, vanuit de eigen verantwoordelijkheid, zoveel mogelijk nagaan inwelke situaties hulp nodig is en met hun omgeving hierover afsprakenmaken. Dit raakt veel facetten van de zorg en van de bestaande (decen-trale) inzet in het sociaal domein en publieke gezondheidszorg. VWSbrengt in 2026 in kaart of aanvullend op lopende initiatieven additioneleinzet nodig is. Tot slot wordt er momenteel gewerkt aan een visie opburger- en overheidsparticipatie binnen de weerbaarheidsopgave, medeom invulling te geven aan de motie van het lid Boswijk17.Pijler 3: Het overeind houden van de Nederlandse democratie,rechtstaat en overheidLokale en regionale bestuurlijke samenwerkingWanneer dreigingen zich materialiseren moet de burger op de overheidkunnen blijven vertrouwen. Daarom is weerbaarheid dit jaar als vijfdethema toegevoegd aan de strategische agenda van het overhedenoverleg.Daarnaast is meerdere keren besproken met de Commissarissen van deKoning. Ook is BZK doorlopend in gesprek met de VNG en zijn verken-nende gesprekken gestart met Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unievan Waterschappen. De Ministeries van BZK en JenV werken komende tijduit hoe de samenwerking met gemeentes, provincies en waterschappenrond het thema weerbaarheid structureel kan worden georganiseerd.Daarnaast heeft door middel van een set van bestuurlijke afspraken deMinister van Justitie en Veiligheid samen met het Veiligheidsberaad en deVNG dit najaar vastgelegd op welke wijze de lokale en regionaleweerbaarheidsmiddelen uit de begroting 2026 de komende jaren wordeningezet. Zo wordt mede ingezet op de versterking van veiligheidsregio’sten behoeve van regionale en lokale weerbaarheid. Tot slot heeft de VNGeen handreiking ontwikkeld met handvatten om lokale overheden teondersteunen in het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid.Een belangrijk onderwerp in de samenwerking is het versterken van desociale samenhang en stabiliteit op lokaal niveau. Bijvoorbeeld door15Kamerstuk 30 821, nr. 287, vergaderjaar 2024/2025, Motie van het lid Mutluer over in hoeverreburgerhulp kan bijdragen aan het vergroten van de nationale veiligheid en weerbaarheid16Kamerstuk 30 821, nr. 289, vergaderjaar 2024/2025, Motie van het lid Six Dijkstra over hetverkennen hoe jongeren structureel en formeel een actievere rol kunnen krijgen omtrentciviele weerbaarheid17Kamerstuk 30 821, nr. 300, vergaderjaar 2024/2025, Motie van het lid Boswijk over eenburgerberaad of nationale conferentie weerbaarheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3267 polarisatie en extremisme tegen te gaan. Er wordt onder andere eenbehoeftepeiling uitgevoerd op basis waarvan wordt bepaald hoe deoverheid (lokale) initiatieven kan ondersteunen die bijdragen aan hetverhogen van de maatschappelijke weerbaarheid. Verder is er aandachtvoor het versterken van de kennis- en informatiepositie van de overheid.Hiermee kunnen ook andere overheden en partners tijdig wordengeïnformeerd en beter zicht krijgen op de sociaal-maatschappelijkeeffecten van maatregelen voor en tijdens een mogelijke crisis. Hiervoor isSZW voornemens via de Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS) in 2026 tebeginnen met de opbouw van een signaleringsnetwerk.Aanvullend aan de aanpak Weerbaarheid tegen Militaire en HybrideDreigingen voor het Europees deel van het Koninkrijk is het demissionairkabinet gestart met de ontwikkeling van het Koninkrijks-crisisplan MilitaireDreiging (KCP-MD), specifiek gericht op het Caribisch deel van hetKoninkrijk, dat begin 2027 klaar is. Vanwege de oplopende spanningen inhet Caribisch deel van het Koninkrijk worden diverse onderdelen van deplanvorming versneld opgesteld.Onderkennen en het voorkomen of verstoren van (hybride) dreigingenOm als overheid dreigingen tijdig te kunnen onderkennen en zo nodig tevoorkomen of te verstoren, dient te allen tijde het voortzettingsvermogenvan de Inlichtingen- en veiligheidsdiensten te worden geborgd en teworden versterkt. Via hun kennis en inzichten kunnen de dienstenbijdragen aan de nationale veiligheid.Ook moeten essentiële democratische processen weerbaar zijn tegen(heimelijke) beïnvloeding van statelijke actoren. Zoals toegezegd aan uwKamer, start dit voorjaar een onderzoek naar de cognitieve dimensie vanhybride dreigingen door een externe partij.18 De resultaten wordenmeegenomen in de doorontwikkeling van de aanpak statelijke dreigingenvan de NCTV. Daarnaast wordt door het Ministerie van BZK ook demogelijkheid onderzocht om een detectieorgaan voor desinformatie naarZweeds en Frans voorbeeld op te richten.Pijler 4 Een weerbare economieWeerbaarheid van bedrijven is van belang voor henzelf en voor demaatschappij. Dankzij een weerbaar bedrijfsleven kunnen tijdens eencrisis of conflict vitale diensten en producten geleverd blijven worden.Hierdoor kunnen schokken worden opgevangen en de maatschappelijkeimpact van verstoringen verlaagd. Een structureel publiek-private dialoogwordt daarom door het demissionair kabinet actief gefaciliteerd.Naast de gesprekken van de departementen met de vitale sectorenorganiseert het Ministerie van Economische Zaken dit jaar samen metVNO-NCW en MKB-Nederland cross-sectorale bijeenkomsten voorbranches en bedrijven, zoals FME en NIDV. Hierbij is met elkaar gesprokenover de effecten van scenario’s als langdurige uitval van stroom, telecomof betalingsverkeer of de impact van militair conflict op de continuïteit vanbedrijven en zo de leveringszekerheid van belangrijke diensten enproducten. Dit onderlinge gesprek draagt bij aan het in beeld brengen van(keten)effecten en onderlinge afhankelijkheden. Deze publiek-privategespreken helpen zo om de wederzijdse opgaven en hulpvragen enmogelijke afspraken en samenwerking te concretiseren. Ook volgend jaar18Toezegging van Minister van Justitie en Veiligheid om voor de zomer van 2025 de Kamerschriftelijk te zullen informeren over de opzet van het onderzoek naar de cognitieve dimensievan hybride dreigingen (TZ202504–141)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3268 zullen deze bijeenkomsten worden georganiseerd. Dit wordt onder meermeegenomen in de voorbereiding voor een bewustwordingscampagnegericht op het brede bedrijfsleven die in de eerste helft van 2026 wordtingezet om de bekendheid en voorbereidingen van het bedrijfsleven opcrisis of militair conflict te vergroten. Een belangrijk onderdeel van dezecampagne worden basisprincipes die bedrijven richting geven hoe zij hunweerbaarheid kunnen vergroten. Daarnaast zal een centrale loketfunctieworden ingericht waar bedrijven relevante informatie over dit onderwerpkunnen vinden.Het is positief te constateren dat ook binnen verschillende sectoreninitiatieven ontstaan waarbij bedrijven onderling het gesprek aan gaan,bijvoorbeeld in de voedselverwerkende industrie en tussen verschillendesupermarkten. Deze dialogen bieden waardevolle inzichten voor allebetrokken partijen over welke bijdragen men kan leveren en welkeondersteuningsbehoeften er zijn. Op politiek-bestuurlijk niveau heeft inhet Geopolitiek- en Weerbaarheidsberaad op 27 november voor de eerstekeer op het hoogste niveau vanuit het kabinet, het bedrijfsleven,maatschappelijk middenveld en medeoverheden een dialoog plaatsge-vonden over versterking van de maatschappelijke weerbaarheid tegenmilitaire en hybride dreigingen. Het kabinet ziet dit als een goede eerstestap en ziet ernaar uit dit gesprek voort te zetten en dit beraad verdervorm te geven, in aanvulling op de lopende publiek-private dialogen opdeelterreinen.In de recent verstuurde industriebrief19 is naast het versterken van onsverdienvermogen, het vergroten van de economische weerbaarheid eenhoofddoel. Dit houdt onder andere in dat we risicovolle strategischeafhankelijkheden van andere landen verminderen, zoals van geneesmid-delen, energie, grondstoffen en voedsel. Het vergroten van deweerbaarheid van de economie is ook van belang voor de inzetbaarheiden het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht.Pijler 5: Het beschermen en verdedigen van het eigen en bondge-nootschappelijk grondgebiedDit kabinet zet zich stevig in voor het vergroten van de militaireparaatheid. Dat doen we allereerst door meer te investeren in decapaciteiten en middelen van de krijgsmacht. Zo zijn de defensie-uitgavengegroeid van circa € 13 miljard in 2022 naar circa 25 miljard in 2025.Tijdens de NAVO Top van 24–25 juni jl. is het historische besluit genomenom 3,5% bruto binnenlands product specifiek voor Defensie en eenaanvullende 1,5% voor defensie- en veiligheidsgerelateerde uitgaven tebesteden. Het kabinet zet een belangrijke eerste stap in de groei naar3,5%. Het defensiebudget stijgt in 2026 met 3,4 miljard euro ten opzichtevan 2025. In de Ontwerpbegroting 2026 zijn de defensie-uitgaven 26,8miljard, waarvan ruim 13 miljard aan investeringen in materieel.Hogere militaire paraatheid is zichtbaar in zowel de missies en operatiesdie Defensie uitvoert als in grootschalige oefeningen. Zo is bijvoorbeeld inPolen de afgelopen maanden met F-35s een missie uitgevoerd terverdediging van het NAVO-luchtruim. Vanaf 1 december leveren wegelaagde luchtverdediging in Polen met diverse systemen en 300militairen. In Litouwen draagt Nederland bij aan de bescherming van deoostflank van de NAVO via enhanced Forward Presence. De marine leverteen belangrijke bijdrage aan de Standing NATO Maritime Group.Daarnaast voeren we momenteel een missie uit om bij te dragen aanstabiliteit in Bosnië-Hercegovina. Naast deze operaties voert Defensie19Kamerstuk II, 29 826, nr. 277, vergaderjaar 2025/2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3269 steeds meer grootschalige oefeningen uit. Hierbij vindt vaak intensievesamenwerking plaats tussen diverse onderdelen van de krijgsmacht enmet internationale partners.20Defensie bouwt aan een inzetbare en schaalbare krijgsmacht die isvoorbereid op uiteenlopende dreigingen, kan afschrikken en zo nodig kanvechten en winnen. Door meer materiaal aan te schaffen, meer personeelaan te nemen en op te leiden, vaker te oefenen en de samenwerking metde maatschappij te versterken. De afgelopen jaren groeit Defensie metongeveer 4.000–5.000 medewerkers, waardoor we dit jaar uitkomen opcirca 80.000 medewerkers voor Defensie. Dat is een groei van circa 6,5%ten opzichte van 2024. Het aantal reservisten is in 2025 toegenomen vancirca 7.700 naar ruim 8.800 (peildatum 1 november). Defensie heeft deambitie gesteld om in 2030 een gevulde organisatie te zijn, die schaalbaarkan meebewegen met de dreiging. Een toekomstbestendige krijgsmachtdie in staat is snel op te schalen in de aanloop naar een conflictsituatie,maar ook weer kan afschalen in een periode na een conflict. Reservistenzijn daarom een belangrijk onderdeel van het huidige Nederlandsedienmodel. Net als het dienjaar: een jaar waarin je een militaire basisop-leiding volgt, salaris ontvangt en meteen praktijkervaring opdoet bij dekrijgsmacht. Om de schaalbare krijgsmacht verder te realiseren is eenaantal interventies in gang gezet. Dit gaat bijvoorbeeld om een verhogingvan de maximale instroomleeftijd, een beperkte aanpassing van defunctie-eisen (o.a. kleurenzien en voedselgevoeligheid), de uitbreiding vankeuringscapaciteit en van screeningscapaciteit voor veiligheidsonder-zoeken. Daarnaast is de eerste lichting van de Nationale Weerbaarheids-training dit najaar gestart en een vrijwillige enquête voor 17-jarigenverspreid, om hun interesse te peilen om bij Defensie te gaan werken.Alleen een goed getrainde en uitgeruste krijgsmacht kan effectief haartaken uitvoeren. Dit vereist extra ruimte in Nederland voor opleiden enoefenen, huisvesting en opslag van materieel. Met het NationaalProgramma Ruimte voor Defensie (NPRD) werkt Defensie aan de realisatievan deze extra ruimte. Het kabinet is voornemens eind van dit jaar hetdefinitieve NPRD uit te brengen. Hierna start de uitvoering, waar zoweloverheden als bedrijven een rol spelen.Onze krijgsmacht kan alleen geloofwaardige afschrikken als we eenconflict ook langdurig kunnen volhouden om uiteindelijk te winnen. Dedefensie- en veiligheidsgerelateerde industrie is cruciaal voor degevechtskracht en het voortzettingsvermogen van onze krijgsmacht.Daarom werkt het demissionaire kabinet aan de uitvoering van deDefensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII). Met de D-SII zet hetkabinet concrete stappen om de defensieproductie op te schalen,innovatie te stimuleren, en onze strategische autonomie te vergroten. Ditversterkt ons strategisch handelingsvermogen nu, maar bereidt ons ookvoor op een scenario waarin Defensie nog meer nodig heeft van deNederlandse economie. Daarom schalen we de productie van militairesystemen, munitie en kritieke ondersteunende diensten op door onderandere strategische partnerschappen te sluiten en te regionaliseren inNederland. Voorbeelden zijn het opzetten van defensieproductie bij VDL inBorn, de sectoragenda Maritieme Maakindustrie, de activiteiten in hetkader van Nederland Radarland, en partnerschappen met bedrijven in deproductieketen, innovatieve toepassingen zoals drones, en ondersteu-nende diensten. Verder wordt gewerkt aan de Wet Weerbaarheid Defensieen Veiligheid Gerelateerde Industrie (WWDVGI). Dit wetsvoorstel beoogtde industrie te versterken, te beschermen en beter internationaal tepositioneren. Deze wet is noodzakelijk omdat het voortzettingsvermogen20Kamerstuk 27 830, nr. 474 van 24 november 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 32610 en de veerkracht van onze krijgsmacht, en daarmee de bescherming vanonze samenleving, vraagt om een sterke industrie.Door de toenemende militaire en hybride dreigingen concentreertDefensie zich in toenemende mate op het beschermen van het eigen enbondgenootschappelijk grondgebied (hoofdtaak 1). Daarnaast heeftDefensie als derde hoofdtaak het leveren van bijstand aan civieleautoriteiten bij rampen en crises. De Algemene Rekenkamer concludeerdein hun rapport dat Defensie doeltreffend was in het ondersteunen vanciviele autoriteiten, ondanks de tekortkomingen in de beleidsvoorbe-reiding en -evaluatie.21 Tijdens een grootschalig militair conflict zal dedruk op de capaciteit van de krijgsmacht toenemen. Defensie inventari-seert daarom nu gezamenlijk met civiele partners welke crisiscapaciteitenin welke gevallen geleverd kunnen worden.Pijler 6 Het waarborgen van civiele ondersteuning aan dekrijgsmacht bij de uitoefening van de militaire taakIn aanloop naar en tijdens een grootschalig militair conflict heeft Defensieciviele ondersteuning en goede civiel-militaire samenwerking nodig. Opbelangrijke onderwerpen als infrastructuur en logistiek, gezondheidszorgen energie worden daarom stappen gezet om de ondersteuning te borgenen de samenwerking te versterken. Deze stappen versterken niet alleen deciviele ondersteuning, maar dragen ook bij aan de weerbaarheid vanNederland in bredere zin.Militaire mobiliteitHet vermogen om snel militaire verplaatsingen te kunnen uitvoeren isessentieel voor afschrikking en voor de inzet van de krijgsmacht.Nederland speelt een belangrijke rol in de NAVO-taak van Host NationSupport en moet snel militairen en militair materieel kunnen verplaatsen,zowel binnen Nederland als naar de rest van Europa. Dit gaat zowel perwater, weg als spoor en sluit aan op lucht- en logistieke knooppunten. Omde militaire mobiliteit te verbeteren werken de Ministeries van Defensie enI&W nauw samen om knelpunten in het licht van de door de EU vastge-stelde militaire vereisten in kaart te brengen, te prioriteren en – waar datmogelijk is binnen de huidige budgettaire kaders – op te lossen. Daarbij isrelevant dat in algemene zin – naast militaire mobiliteit – reeds een helegrote opgave ligt op het gebied van instandhouding en ontwikkeling vande IenW-netwerken (havens, weg, water en spoor) om de basis op orde tehouden. Denk aan belangrijke bruggen in het hoofdwegennet, debevaarbaarheid van de rivieren en de ontsluiting van de havens. Omdatde militaire routes zelf, de precieze eisen en de locaties van knelpuntenaangemerkt zijn als Departementaal Vertrouwelijk», wordt de Kamer nogvoor de begrotingsbehandeling van IenW in vertrouwen hierovergeïnformeerd.22 In het licht van een weerbare economie en de continu-ering van vitale processen is het daarnaast belangrijk dat ook het civielevervoer zo veel en zo lang als mogelijk gebruik kan blijven maken van deinfrastructuur. In dat kader wordt gedurende de eerste helft van 2026 deimpact verkend van grootschalige militaire transporten op de beschik-baarheid van wegen en spoor voor civiel vervoer. Afhankelijk van deuitkomsten zullen de Ministeries van IenW en Defensie, zo nodig samenmet decentrale wegbeheerders en ProRail, bezien of maatregelen ofaanvullende afspraken nodig zijn om een goede balans te vinden tussenhet militaire en civiele gebruik van het netwerk. Defensie werkt daarnaast,in samenwerking met havenbedrijven, bedrijven in de haven en relevante21Rapport Algemene Rekenkamer – De derde hoofdtaak van de krijgsmacht22Kamerstuk II, 29 435, nr. 270, vergaderjaar 2025/2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 32611 overheden, aan zogeheten «assured access»-overeenkomsten inmeerdere Nederlandse havens. Deze afspraken waarborgen dat Defensiete allen tijde toegang heeft tot specifieke strategische locaties. Daarnaastwordt gewerkt aan het vergroten van de nationale zeetransportcapaciteitdoor uitbreiding van de zogenaamde «roll-on/roll-off» capaciteit. Hierdoorkunnen militaire goederen snel en zonder gebruik van een kade wordengelost, indien de situatie dat vereist. Tenslotte wordt gekeken naar decapaciteit van een aantal rangeerterreinen voor militaire transporten.Zoals aangegeven in de Kamerbrief van de Minister van Infrastructuur enWaterstaat van 17 oktober 2025 vraagt (militaire) mobiliteit niet alleen ominvesteringen in defensiecorridors, maar ook om het ontsluiten vanlocaties die in het kader van het NPRD gerealiseerd gaan worden. DeMinisteries van Defensie en IenW bezien waar deze opgaven al een plekhebben of kunnen krijgen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur,Ruimte en Transport (MIRT). Daar waar de reguliere planologischeprocedures niet volstaan, zal gezamenlijk worden gekeken naar demogelijkheden voor tijdige ingebruikname van benodigde infrastructuurgelet op de noodzakelijke versterking van de krijgsmacht. De benodigdeopgaven worden nader beschreven in het Nationaal Plan MilitaireMobiliteit dat momenteel herzien wordt.GezondheidszorgOm op korte termijn resultaten te boeken op het gebied van militaireparaatheid en opschaalbare noodzorg werken het Ministerie van VWS enhet Ministerie van Defensie aan concrete projecten die invulling gevenaan de behoeften van de krijgsmacht ten aanzien van zorg. De eersteprojecten zien op efficiënte spreiding van civiele en militaire patiënten,decentrale calamiteitenzorg, het verkennen van het aanleggen vanstrategische voorraden medische producten23 en de erkenning van deinzet van buitenlands militair-medisch personeel in Nederland. Daarnaastorganiseren het Ministerie van Defensie en het Ministerie van VWS eeneerste Nationale Table Top Exercise (TTX) «Weerbare zorg bij militairedreiging», om inzicht te krijgen in de koppelvlakken tussen civiel enmilitaire samenwerking ten tijde van een artikel 5-scenario.EnergieDefensie werkt aan het versterken van de energiezekerheid- en onafhanke-lijkheid. Energie is mission critical: een essentiële voorwaarde voorgevechtskracht. Defensie zal samen met het Ministerie van Klimaat enGroene Groei en het Ministerie van Justitie en Veiligheid in kaart brengen,onder andere door gezamenlijk te oefenen, welke potentiële knelpunten erzijn in de energieketens van Defensie en hoe die ondervangen kunnenworden. Daarbij is nauwe samenwerking tussen Defensieonderdelen enenergiebedrijven essentieel. Verder zet Defensie verschillende stappen ophet gebied van energie en duurzaamheid die bij kunnen dragen aan degevechtskracht tijdens een militair conflict, zoals toegelicht in deUitvoeringsagenda Energie en Duurzaamheid die de Staatssecretaris vanDefensie op 9 oktober jl.24 met uw Kamer heeft gedeeld. Zo zet Defensie inop circulair en modulair vastgoed en kampementen die hierdooreenvoudig aanpasbaar en herbruikbaar zijn. Verder wordt een verkenninguitgevoerd naar defensietoepassingen van kleinschalige kernenergieop-wekking en wordt gekeken naar de diversificatie van energiebronnen eneigen opwekking van energie. Denk hierbij aan gebruik van biodiesel enSustainable Aviation Fuel, deelname aan lokale initiatieven met23Kamerstuk II, 29 477, nr. 939, vergaderjaar 2024/202524Kamerstuk II, 36 592, nr. 52, vergaderjaar 2025/2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 32612 geothermie, mest- en biomassavergisting en projecten als Zon-op-Dak enhet programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER). Defensieontwikkelt uiterlijk tweede kwartaal 2026 een Roadmap voor energieze-kerheid.Civiel-militaire samenwerkingDefensie werkt niet alleen op de genoemde prioritaire thema’s samen metciviele en private partijen, maar doet dat over de volle breedte. Dit geldtook op het gebied van de defensie-industrie en civiel-militaire productie.Bedrijven in Nederland maken allerlei soorten wapensystemen en spullendie defensie nodig heeft. Een goed voorbeeld om dit verder op te schalenis de samenwerking met VDL. Begin dit jaar werd een intentieverklaringtussen VDL en Defensie ondertekend voor defensieproductie. Sinds dezeherfst worden in coproductie met VDL inmiddels drones geproduceerd inde hallen bij Born. Verder maakt Defensie afspraken met bedrijvensamengewerkt op het gebied van reservisten. Daarbij stimuleert Defensiehet vastleggen van reservistenregelingen in cao’s of werkreglementen vanandere werkgevers. Dat is niet alleen in het voordeel van Defensie, maarook van bedrijven, werknemers en de maatschappij. Bij de opleiding totmilitair komen belangrijke zaken als saamhorigheid, discipline, doorzet-tingsvermogen en teamgeest aan bod.CommunicatieOp 1 november 2025 is de meerjarige publiekscampagne «Denk Vooruit»gestart, om mensen te activeren en handelingsperspectief te bieden overhoe je jezelf kunt voorbereiden en 72 uur thuis kunt redden, als dagelijksevoorzieningen zoals stroom, water of internet uitvallen. Burgers wordt hetbelang getoond van het samenstellen van een noodpakket, het maken vaneen noodplan, en het erover praten en helpen van elkaar. Uit de nieuwsteRisico- en Crisisbarometer (RCB) van de NCTV van 25 november jl., blijktdat ruim een derde (35%) van de inwoners actie heeft ondernomen ombeter voorbereid te zijn op risico’s en dreigingen. In het voorjaar van 2025lag dat nog op 29%. Deze campagne loopt voorafgaand aan de bewust-wordingscampagne voor het bedrijfsleven die in 2026 start.Onderdeel van deze publiekscampagne is het eerder aan de Kamertoegezegde informatieboekje «Bereid je voor op een noodsituatie» van deRijksoverheid aan 8,5 miljoen huishoudens met daarin praktische tips envoorbeelden. Daarnaast heeft een landelijke bewustwordingsactieplaatsgevonden op 17 november en hebben bewindspersonen, experts,ervaringsdeskundigen en bestuurders context geboden door te vertellenwaarom 72 uur voorbereiden noodzakelijk is Vanaf 25 november richt decampagne zich op het delen van ervaringen, het voeren van het gespreken het communiceren van voorbeelden van mensen die aan de slag zijngegaan met de handelingsperspectieven en tips uit de campagne en hetinformatieboekje.De bovengenoemde campagnefasen zijn mede-uitgevoerd en onder-steund onder coördinatie van de NCTV door een actief communicatie- enbestuurlijk netwerk van gemeenten, veiligheidsregio’s, bedrijven enmaatschappelijke organisaties. Op deze manier wordt het perspectief vaninwoners en maatschappelijke groepen meegenomen. Om partners zogoed mogelijk te faciliteren is er een toolkit met alle campagnemiddelenontwikkeld, waarmee alle stakeholders naar hun eigen doelgroepen de«Denk vooruit»-campagne 2025 onder de aandacht hebben gebracht enbrengen. Begin 2026 zijn de resultaten van de effectmeting van decampagne en het informatieboekje bekend. Deze resultaten wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 32613 meegenomen bij de inrichting van volgende fases van de meerjarigepubliekscampagne weerbaarheid.Het demissionair kabinet is zich ervan bewust dat niet iedereen zelf instaat is zich voor te bereiden. Momenteel worden door het Ministerie vanSZW de mogelijkheden verkend om mensen in kwetsbare posities beter teondersteunen in het geval van een dreiging, ramp of incident. Maatschap-pelijke organisaties kunnen hierin een cruciale rol spelen.Noodzakelijke vervolgstappenDe weerbaarheid van onze samenleving en de paraatheid van onzekrijgsmacht vormen het fundament van onze nationale veiligheid.Dreigingen zijn steeds vaker verweven met elkaar. De bescherming vanNederland vraagt daarom om een samenhangende benadering. Ditkabinet heeft een belangrijke eerste stap gezet in de voorbereiding vanNederland op geopolitiek onrustige tijden. Hiermee is een belangrijkebasis gelegd voor een volgend kabinet om deze integrale weerbaarheidverder te verankeren. In lijn met de nationale prioriteiten die in deKamerbrief van 11 juli jl. zijn benoemd en wat de NAVO en de EU van onsvragen vergt dat keuzes en richting door een volgend kabinet op in iedergeval een zestal terreinen, namelijk vitale infrastructuur, continuïteitoverheid en democratische rechtsstaat, militaire mobiliteit, basis- enopschaalbare noodzorg en maatschappelijke stabiliteit.Vitale infrastructuurEr is een aantal belangrijke vraagstukken met betrekking tot de fysieke endigitale veiligheid van vitale infrastructuur die om richting vragen. Tebeginnen bij die sectoren die rand-voorwaardelijk zijn voor de continuïteitvan de maatschappij. Deze prioritaire sectoren zijn energie (elektriciteit,gas en olie), logistiek en transport (havens, luchtvaartsector en vervoerover spoor en weg), keren en beheren, chemie, telecommunicatie(inclusief plaats- en tijdbepaling, noodcommunicatie en internettoegang),voedsel- en drinkwatervoorziening en gezondheidszorg. Te denken valtaan keuzes over:•Aanvullende instrumenten om de leveringszekerheid van energie teborgen en kwetsbaarheden te mitigeren;•De weerbaarheid van het spoor gericht op het verminderen van demaatschappelijke impact door bijvoorbeeld sabotage;•Inzet om de fysieke infrastructuur op orde te brengen. Dit betreft ondermeer de havens, wegen, water en spoor. De huidige Nederlandseinfrastructuur is sterk verouderd. Zo is er een substantiële instandhou-dingsopgave voor de Nederlandse wegen en is er de wens om dehuidige vaarwegen en sluizen op peil te brengen.•Het mitigeren van de risico’s op strategische afhankelijkheden vangrondstoffen en onderdelen in de waterketen;•Het borgen van de leveringszekerheid van strategische landbouw- envoedselproducten door het vergroten van de schokbestendigheid vande gehele voedselvoorzieningsketen; bescherming tegen hybridedreigingen als fysieke sabotage op zee en vanuit de lucht encyberdreiging.Continuïteit overheid en democratische rechtsstaatTen tweede is het nodig dat er keuzes worden gemaakt over maatregelendie bijdragen aan de continuïteit van kritieke overheidsdiensten enprocessen voor de bescherming van de democratische rechtstaat enrechtsorde, waaronder ook het waarborgen van een betrouwbarenieuwsvoorziening. Urgentie op deze onderwerpen is nodig omdat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 32614 continuïteit en betrouwbaarheid van de overheid rand-voorwaardelijk isvoor de weerbaarheid van de samenleving. Daarnaast is het versterkenvan civiele hulpverlening in het kader van een crisis- of conflictscenarionodig om als overheid over voldoende reactievermogen te beschikken,vanuit een stevige basis. Hierbij kan gedacht worden aan het op ordehebben van missie-kritische communicatie tussen crisispartners onderlingen internationaal én tussen de overheid en de burger, alsook hetzekerstellen van de inzetbaarheid van voldoende (gekwalificeerde)mensen en middelen in een dergelijk scenario. Zeker in een situatiewanneer mogelijke ondersteuning van Defensie wegvalt of juist wanneerondersteuning aan Defensie moet worden geleverd.Militaire mobiliteitNaast blijvende aandacht voor civiele mobiliteit behoeft ten derdemilitaire mobiliteit meer aandacht. Het vermogen om snel militaireverplaatsingen te kunnen uitvoeren is essentieel voor afschrikking en voorde inzet van de krijgsmacht. Infrastructurele oplossingen zijn kostbaar enuitvoeringscapaciteit is schaars. Er zullen daarom keuzes gemaakt moetenworden over de prioritering van op te lossen knelpunten, waaronderbijvoorbeeld:•Het verbeteren van de bevaarbaarheid van militaire vaarroutes om decapaciteit te vergroten.•Het geschikt en weerbaar maken van wegen om een snelle doorgangvan militaire transporten te faciliteren, waarbij ook capaciteit op deweg aandacht vraagt.•Het verbeteren van de havencapaciteit van de militaire corridorhavens.•Het versterken van de multimodale knooppunten en achterlandverbin-dingen.•Het weerbaar maken van het spoor om het minder kwetsbaar te makenen grotere volumes militair transport te kunnen vervoeren entegelijkertijd de maatschappij te laten doordraaien.Infrastructurele opgaven die volgen uit het Nationaal Programma Ruimtevoor Defensie en belangrijk zijn voor de militaire paraatheid.Basis- en opschaalbare noodzorgTen vierde vergt de basis- en opschaalbare noodzorg keuzes om de zorgweerbaar te maken in tijden van crisis en conflict. Zonder structurele inzetvoor basis- en opschaalbare noodzorg zal de zorg onvoldoende in staatzijn overeind te blijven voor zorgverlening aan de samenleving in tijdenvan crisis en conflict. Daar komt bij dat het behandelen van groteaantallen gewonde militairen ten koste zal gaan van de reguliere zorg aanpatiënten. Daarom is het belangrijk om een keuze te maken overversterking van de basis- en opschaalbare noodzorg. Ook is er een besluitnodig over de publieke gezondheidszorg. Uitbraken van infectieziekten,waarop de kans aanzienlijk toeneemt in tijden van crisis en (gewapend)conflict, kunnen anders niet goed gemonitord of tijdig worden bestreden.Maatschappelijke stabiliteitTot slot is de inzet op maatschappelijke stabiliteit een nationale prioriteiten daarmee van nationaal belang. Sociale structuren zijn essentieel voorde veerkracht/weerbaarheid van de samenleving en draagvlak vanbesluiten, maatschappelijke stabiliteit en vertrouwen van burgers. Datvraagt om richting, waarbij onder andere te denken valt aan:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 32615 •Het versterken van de positie van mensen in kwetsbare posities doorte investeren in zelf- en samenredzaamheid en gebruik te maken vande kracht van lokale initiatieven.•Het versterken van de weerbaarheid of de continuïteit van hetsocialezekerheidsstelsel, van onderwijs en van de kinderopvang.Tijdens de NAVO Top van 24–25 juni jl. is afgesproken om, naast de 3,5%,een aanvullende 1,5% van het bruto binnenlands product aan te wendenvoor defensie- en veiligheids-gerelateerde uitgaven. Hierbij gaat het ondermeer om uitgaven ter bevordering van uitvoering van NAVO’s defensie-plannen en nationale plannen, het versterken van weerbaarheid en civieleparaatheid, infrastructuur en tegengaan van hybride acties. Een volgendkabinet zal definitief afspraken moeten maken over de nationale doorver-taling. Daarnaast zal, in lijn met motie Paternotte en Van der Werf25, in eenvolgende Kamerbrief worden gerapporteerd over de Nederlandseinvulling van de 1,5%-norm.AfsluitendIn deze brief heeft het kabinet geschetst welke stappen zijn genomen omNederland weerbaarder te maken tegen hybride en militaire dreigingen enwelke stappen nog gezet moeten worden. De weerbaarheid van onzemaatschappij en de paraatheid van de krijgsmacht zijn essentieel om teblijven beschermen wat ons dierbaar is. Dit kabinet blijft zich hieronverminderd voor inzetten. Niets doen is gezien de complexe veilig-heidsopgave en geopolitieke spanning geen optie. Het vraagt van zoweloverheid als samenleving om moeilijke keuzes, inspanning en bovenalsamenwerking.De Minister van Justitie en Veiligheid,F. van OostenDe Minister van Defensie,R.P. BrekelmansDe Staatssecretaris van Defensie,G.P. Tuinman25Kamerstuk II, 28 676, nr. 518, vergaderjaar 2024/2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 32616
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.