Verslag van een commissiedebat, gehouden op 12 juni 2025, over bouwregelgeving
Brontekst
Versie 75053ca4dfb34dca · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202528 325BouwregelgevingNr. 296 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 7 juli 2025 De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeftop 12 juni 2025 overleg gevoerd met mevrouw Keijzer, Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Vice-Minister-President, over:–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 23 mei 2025 inzake verzamelbrief bouwregelge-ving (Kamerstuk 28 325, nr. 282);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 20 mei 2025 inzake nazending rapport Cebeonover onderzoek in het kader van artikel 2 van de Financiële-verhoudingswet (Kamerstuk 28 325, nr. 281);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 10 januari 2025 inzake reactie op verzoekcommissie over een afschrift van de brief aan MeldpuntPURslachtoffers inzake subsidiebeleid en regelgeving gespo-ten purschuim (Kamerstuk 32 847, nr. 1242);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 28 november 2024 inzake verblijfsvoorzieningenvoor bouwwerkafhankelijke diersoorten (Kamerstuk 28 325,nr. 276);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 14 maart 2024 inzake recente brand inValencia en acties na Grenfellbrand (Kamerstuk 28 325, nr.267);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 20 december 2023 inzake uitvoering vandiverse moties en toezeggingen op het terrein van de bouwre-gelgeving (Kamerstuk 28 325, nr. 265);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 18 december 2023 inzake aanpassing van hetBesluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) voor ingebruikname-besluit (2023Z20433);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 9 november 2023 inzake constructieveveiligheid voetbalstadions (Kamerstuk 28 325, nr. 263); kst-28325-296ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2961 –de brief van de Minister voor Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 30 juni 2023 inzake onderzoek mogelijke schadeMuWi-scholen (Kamerstuk 36 200-VIII, nr. 243).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,PostmaDe griffier van de commissie,De VosTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2962 Voorzitter: PostmaGriffier: MorrinAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Buijsse, Gabriëls,Mooiman, Postma, Vijlbrief, Welzijn en Wijen-Nass,en mevrouw Keijzer, Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening, Vice-Minister-President.Aanvang 14.00 uur.De voorzitter:Een hele goede middag. Dank u. Ik open hierbij de vergadering van devaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Ik heetOnze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, mevrouwKeijzer, van harte welkom. Er zijn flink wat Kamerleden aanwezig vandaagvoor dit debat. Dat doet mij deugd.We hebben vier minuten spreektijd per fractie. Mevrouw Welzijn heeftaangegeven dat ze de vergadering iets eerder moet verlaten, maar dat zenatuurlijk wel kan terugkijken. Ze hoopt dus dat haar vragen alsnogbeantwoord zullen worden, zodat ze die kan meenemen. Ik stel even deKamerleden aan u voor. We hebben mevrouw Welzijn van Nieuw SociaalContract, de heer Vijlbrief van D66, de heer Mooiman van de PVV,mevrouw Wijen-Nass van BBB, de heer Buijsse van de VVD en tot slot deheer Gabriëls van GroenLinks-PvdA.Ik stel voor dat we vier interrupties per persoon aanhouden in de eerstetermijn. Ik hoop dat we die lekker kort kunnen houden, zodat we een korten krachtig debat met elkaar kunnen hebben, want dat is toch eigenlijkaltijd het leukste. Dan wil ik als eerste het woord geven aan mevrouwWelzijn voor haar inbreng in dit debat over de bouwregelgeving.Mevrouw Welzijn (NSC):Dank u wel, voorzitter. Vandaag wil ik namens Nieuw Sociaal Contractaandacht vragen voor twee urgente uitdagingen die raken aan deveiligheid en gezondheid van onze inwoners: binnenluchtkwaliteit vanwoningen en de brandveiligheid, in het bijzonder bij zonnepanelen,batterijen en elektrische voertuigen en isolatiematerialen.Laat ik beginnen met de binnenluchtkwaliteit. TNO stelt dat de ziektelastdoor slechte binnenluchtkwaliteit leidt tot een maatschappelijke schadevan 7,8 miljard euro per jaar. 7,8 miljard, voorzitter. Dat is geen ramingvan een actiegroep, maar van een van onze meest gezaghebbendekennisinstellingen. Toch stelt de Minister dat de bestaande regelgevingvolstaat. Daarmee wordt een urgent volksgezondheidsprobleem geredu-ceerd tot een bouwtechnische norm. Ik vraag de Minister daarom: erkentu dat deze schadepost van miljarden vraagt om stelselverantwoorde-lijkheid en niet slechts om een verwijzing naar bestaande normen?Dan de brandveiligheid. Onlangs nog vielen er dodelijke slachtoffers dooreen explosie van een accu van een elektrische scooter. Het gaat omdodelijke slachtoffers. Ook bij recente woningbranden zoals in Didam zijnserieuze zorgen geuit over het effect van isolatie en zonnepanelen op debrandbestrijding. De Minister erkent deze signalen, maar verwijst naarbestaand beleid en stelt dat evaluaties nog lopen.Voorzitter. Het is niet alleen TNO die aan de bel trekt. Ook de brandweerzelf zegt dat de huidige regelgeving niet volstaat om brandveiligheid bijmoderne bouwtechnieken te waarborgen. Er zijn echt reële risico’s, metmogelijk dodelijke gevolgen. Met deze kennis is het onvoldoende om af tewachten of marktpartijen vanzelf strengere normen hanteren. Als deoverheid namelijk niet stuurt, wie dan wel? Ik vraag de Minister dan ookom de regie te nemen en écht verantwoordelijkheid te tonen. Wil deMinister werk maken van een publieksregister met daarin gebruikteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2963 gevelmaterialen en het brandrisico? Wij zien aan de preventieve kant echteen rol voor TNO. De brandweer komt pas in actie als er al brand is. In diezin kunnen beide organisaties elkaar erg goed aanvullen.Als tweede: wil de Minister, zeker met het oog op de grootschaligeisolatieaanpak, werk maken van een actueel plan voor verbetering vanventilatie in bestaande woningen? Het kan eigenlijk niet dat er geïsoleerdwordt zonder dat ventilatie daar automatisch in wordt meegenomen.Drie: wil de Minister een structureel overleg inplannen met de brandweeren de GGD over de gezondheids- en veiligheidsrisico’s van de bestaandewoningvoorraad?Voorzitter, tot slot. Ik heb eerder met collega’s een motie ingediend die deregering verzoekt om voor de zomer inzicht te geven in de financiëleeffecten van het project STOER en wat dit concreet moet opleveren aanextra woningbouw. Die motie is aangenomen. Mijn laatste vraag aan deMinister is: komt die terugkoppeling inderdaad nog voor de zomer? Is ermisschien nu al iets wat zij kan zeggen over de lijn van de uitkomsten?Wat gaat STOER in de woningbouwpraktijk concreet opleveren?Voorzitter. Veiligheid en gezondheid in huis zijn geen luxe. Het zijngrondvoorwaarden voor bestaanszekerheid. Bestaanszekerheid begint bijeen huis waar je veilig kunt ademen, slapen en leven.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even rond. Er zijn geen interrupties. Ik geef graag hetwoord aan de heer Vijlbrief voor zijn inbreng namens D66.De heer Vijlbrief (D66):Voorzitter, dank u wel. Fijn dat we dit debat kunnen hebben. Ik heb heteerder gezegd: wat ons betreft is het «code rood» op de woningmarkt. Wemoeten de doorstroming op gang brengen. We moeten de bestaandevoorraad aan woningen beter benutten. We moeten ook fors veelwoningen bijbouwen.Ik ben het eens met de opstellers van het rapport STOER en ook met deMinister dat regels een rol spelen. Regels kunnen heel belangrijk en hardnodig zijn om de gezondheid van mensen te beschermen, om te zorgendat het woningklimaat vriendelijk is en dat de energierekening niet al tehoog wordt. Maar ik hoor ook heel veel frustraties uit de sector, vanmensen die moeten bouwen, over regelgeving die soms ook in de weg zit.Dat verschilt nogal per locatie. Wat ons betreft is het hoog tijd om debezem door die regelgeving te halen. Ik heb hoge verwachtingen van hetprogramma STOER. Laten we de komende tijd kijken hoe we bruikbarevoorstellen die de bouw kunnen aanjagen, zo snel mogelijk in werkingkunnen laten treden.Ik merk wel op dat de huidige aanpak wat ons betreft niet voldoende isom echt meer woningen te bouwen. Er is meer nodig. D66 heeft recenteen aantal doorbraken gepresenteerd: tien nieuwe steden, eendoorstroombank, fiscale schoonmaak. Kortom, van alles. Maar gisterenhebben we ook een voorstel ingediend dat nodig is om te helpen bij deregeldruk. Dat is een voorstel van ons, samen met collega Grinwis, omzogenaamde bouwbazen aan te stellen. Een bouwbaas krijgt een centraleorganisatie met budget, maar ook met de mogelijkheid om direct aan deMinister voor te stellen om instructies te geven als onnodige regels in deweg zitten. Ziet de Minister zo’n «volkshuisvestingcommissaris», zoals dieformeel heet in het amendement dat we gisteren hebben ingediend,zitten? Ziet ze die als noodzakelijk om onnodige regels per project in beeldte krijgen, zodat ze uit de weg geruimd kunnen worden?Voorzitter. De prioriteit moet echt naar doorbraken om radicaal meerwoonruimte te realiseren. Dat kan ook door meer woningdelen en-splitsen. Als mensen of corporaties dat willen doen, lopen ze daar ookvaak tegen een muur van regels en voorschriften aan. Dat kunnen we onsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2964 simpelweg niet veroorloven. Ik heb een paar vragen aan de Minister. Heeftde Minister weleens overwogen om gemeenten met een enorm woning-tekort, maar ook met zeer strikte regels tegen woningdelen en wonings-plitsen, een instructie op grond van de Omgevingswet op te leggen? Ofzitten daar allemaal haken en ogen aan? Dan is het misschien zaak om diehaken en ogen een keer aan te pakken.Verder denk ik ook aan doorbraken die nodig zijn voor industriëleprefabbouw. We hebben het hier in de Kamer vaak besproken, maar als ikmet de bouwers spreek, hoor ik nog steeds dezelfde klacht, namelijk: ergelden in zo veel gemeenten weer andere regels, dat is niet te doen.Omdat dat nog niet helemaal in kaart is gebracht, zou er voor 1 juli 2025duidelijkheid moeten zijn welke regels lokale overheden aan bouwwerkenkunnen stellen vanuit andere oogmerken dan het Besluit bouwwerkenleefomgeving. Kunnen we van de Minister dan direct actie verwachten omdat Bbl aan te passen, zodat de regelgeving geharmoniseerd wordt en deprefabwoningen er ook echt komen?Ten slotte, voorzitter. We merken op dat bouwkosten vaak hoger zijn dangebruikelijk door relatief hoge minimale vierkante-meternormen vangemeenten. Natuurlijk is meer ruimte altijd fijn, maar in het dichtbevolkteNederland hebben we al een gemiddeld relatief groot woonoppervlak perpersoon, en een wooncrisis met mensen die geen woning kunnen vinden.Is de Minister bereid met gemeenten in gesprek te gaan om dit op telossen, of anders met instructies of regelgeving te komen?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dan geef ik het woord aan de heerMooiman die namens de PVV zal spreken. Ik vraag de heer Vijlbrief nogeven zijn microfoon uit te zetten.De heer Mooiman (PVV):Dank u wel, voorzitter. Vandaag hebben we het in dit commissiedebatover bouwregelgeving. Verschillende elementen die betrekking hebben opde bouwregelgeving hebben we gedurende het jaar ook bij anderecommissiedebatten ingebracht, maar het is toch goed dat we nu wat meerspecifiek op dit thema ingaan. Het is immers belangrijk om snel te gaanbouwen en, waar mogelijk en veilig, regels te versoepelen, zodat we vaartkunnen maken om de woningbouw beter op peil te krijgen.In dat kader is het van belang dat we aan de slag gaan met de waarde-volle inzichten die de werkgroep STOER heeft geboden. Dat betekent daarwaar het kan te snoeien in regelgeving die overbodig dan wel tegen-strijdig is, of die de bouw van woningen onnodig frustreert.Ook kan er meer worden ingezet op alternatieve methoden om hetbouwtempo te versnellen, bijvoorbeeld modulair bouwen. Een colleganoemde het net al. Woningen worden dan in delen gefabriceerd en oplocatie geassembleerd. Dit kan de bouwtijd aanzienlijk verkorten enzorgen voor een efficiënter gebruik van materialen en ruimte. Eerderhebben we hier al een motie over ingediend en die is aangenomen. Demotie gaat over het tegengaan van bovenwettelijke eisen die modulairfabrieksbouwen lastiger maken. Dat is vervolgens op de Woontopuitgewerkt in afspraken. We willen graag van de Minister weten hoe hetdaarmee staat.Daarnaast kan parametrisch ontwerpen ook helpen om het bouwproces teoptimaliseren. Toch merken we dat deze methode nog niet breed wordtomarmd. Dat horen we ook vanuit de markt. Op welke manier denkt deMinister hier meer vaart achter te krijgen?Bij de gebouwde omgeving hebben we ook zorgen over de parkeernorm.We zien steeds vaker dat er steeds lagere parkeernormen voor bewonersworden gehanteerd, ondanks het feit dat de auto voor veel mensen eenontzettend belangrijk vervoersmiddel is. We vragen hoe de MinisterTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2965 hiernaar kijkt. Er is recent ook een Kamermotie over aangenomen. Kunnener eventueel normen aan het Bbl toegevoegd worden, bijvoorbeeld eennorm van 1,7?Voorzitter. Naast de initiatieven rond nationale regelgeving zien we datwoningbouw op internationaal gebied ook een stevige rol krijgt. Zo is deEuropese Commissie inmiddels op een aantal terreinen wijzigingen aanhet verkennen voor betaalbare huisvesting. De EC heeft het EuropeanAffordable Housing Plan aangekondigd. In maart 2026 zal dat gepresen-teerd worden. Het zou zich moeten richten op betaalbare woningen, maarook op verduurzaming. De werkgroep STOER ziet kansen richting depresentatie van dat plan, namelijk om de regelgeving op Europees niveaudie de woningbouw belemmert, op de agenda te zetten. We roepen deMinister op om de komende tijd, nu die plannen in de maak zijn, datstandpunt ook richting Europa uit te dragen en om zo veel mogelijkregelgeving op Europees niveau te schrappen. Bij de uitwerking vanEU-programma’s is namelijk vaak het tegenovergestelde de werkelijkheid:er komen meestal juist veel meer regels bij.Voorzitter. Dan vraag ik graag aandacht voor de problemen rondpurschuimproducten. Hoe kijkt de Minister naar de brief van stichtingMeldpunt PURslachtoffers en de door hen voorgestelde grenswaarden,metingen en de strengere toelatingseisen voor purproducten?Tot slot de veiligheid van stadions. Onze commissie kreeg hierover recenteen oproep van de KNVB. De bond doet een aantal aanbevelingen,waaronder het oprichten van een onafhankelijke landelijke stadionveilig-heidsautoriteit en het bundelen van specialistische expertise en kennis,alsmede het ontlasten van gemeenten door uniforme veiligheidseisen. Wehoren graag hoe de Minister hiernaar kijkt.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Ik zie geen interrupties. Dat betekent datmevrouw Wijen-Nass aan de beurt is. Zij zal namens BBB het woordvoeren.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Laat één ding duidelijk zijn. Bij BBBstaat één principe altijd centraal: regels moeten mensen helpen en nietbelemmeren. Zeker in de bouwregelgeving moeten we ons steedsafvragen of onze regels dienend, begrijpelijk en uitvoerbaar zijn. Ofknellen ze en zetten ze mensen klem? Wat ons betreft is het helder:bouwregels moeten bijdragen aan veilige en leefbare gebouwen.Een belangrijk dossier is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, deWkb. Sinds 1 januari is deze wet van kracht en met de invoering komt ookhet zogenaamde ingebruiknamebesluit in beeld. Dat houdt in: wanneereen kwaliteitsborger een bouwwerk niet volledig goedkeurt, maarherstelmaatregelen buitenproportioneel zijn, dan moet de gemeente, hetbevoegd gezag, de ruimte hebben om ingebruikname toch toe te staan.Dat voorkomt dat burgers en ondernemers de dupe worden van starreregelgeving.Voorzitter. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen kan rekenen op fellekritiek uit beide Kamers, gemeenten, brandweer en de bouwsector.Vroeger deed de gemeente namelijk dat toezicht. Het werkte niet altijdperfect, maar wel goed genoeg. Nederland kent dan ook weinig struc-turele problemen met bouwveiligheid. Onze bouwers zijn immersvakmensen die hun werk goed doen. Nu is het toezicht uitbesteed aanparticuliere kwaliteitsborgers, met alle gevolgen van dien: een extraschakel in het bouwproces, honderden tot duizenden euro’s extra kosten,zelfs voor simpele bouwplannen, en onduidelijkheid over wie nu echtverantwoordelijk is. Brandweer Nederland heeft hierover recent eenalarmerende brief gestuurd. Ze worden overspoeld met vragen vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2966 gemeenten, architecten en opdrachtgevers, omdat kwaliteitsborgerssimpelweg niet de kennis hebben om de brandveiligheid te borgen. Dat isecht een probleem. Mijn vraag aan de Minister is dan ook: wat doet zijmet de signalen van Brandweer Nederland hierover?Voorzitter. We zien ook kansen, bijvoorbeeld bij industrieel bouwen meteen erkende kwaliteitsverklaring, de EKV. De EKV laat zien of eenbouwproduct aan de bouwtechnische eisen van het Besluit bouwwerkenleefomgeving, Bbl, voldoet. Het regent weer afkortingen. Een EKV isdaarmee voldoende bewijs dat er is voldaan aan de bouwregels. Ditbespaart tijd, het verlaagt de werkdruk bij gemeenten en zorgt voorsnellere ingebruikname. We zien in de praktijk echter dat deze EKV’s hunbelofte niet waarmaken doordat gemeenten ze vaak niet erkennen ofvasthouden aan de traditionele werkwijze. Dan worden er alsnogaanvullende eisen gesteld of vertragingen veroorzaakt, terwijl het systeemnu juist bedoeld is om dat te voorkomen en om te versnellen.Mijn vraag aan de Minister is: hoe kan het dat deze erkende kwaliteitsver-klaringen nog niet landelijk geharmoniseerd en standaard erkend zijnbinnen de Wkb? Is de Minister bereid om duidelijkheid te scheppenrichting gemeenten, zodat het gebruik van EKV’s daadwerkelijk leidt tottijdwinst en lastenverlichting? Is de Minister bereid het fastlane-experiment voor industriële woningen met EKV uit te breiden naar andereregio’s, zoals vastgelegd in het Woontopakkoord?Voorzitter. Tot slot. Voor BBB staat de regio centraal, want of je nu inDrenthe, Twente of Zuid-Limburg woont, iedereen heeft recht op eenveilige school, een stevig dak boven het hoofd en duidelijke regels dieaansluiten op de praktijk. Regels moeten werken voor de mensen, nietandersom. BBB wil bouwen aan een Nederland waarin regio’s gehoordworden, regelgeving werkbaar is en waarin we veilig en duurzaam kunnenbouwen, zonder dat de menselijke maat uit het oog verdwijnt. Minderbureaucratie, meer vertrouwen in de praktijk en regels die het lever betermaken in plaats van ingewikkelder. Of je nu in een dorp woont of in eenstad, iedereen verdient een overheid die meedenkt en niet tegenwerkt.Dank u wel.De voorzitter:Ik zie geen interrupties. Dat betekent dat de heer Buijsse het woord krijgt.Hij zal het woord voeren namens de VVD.De heer Buijsse (VVD):Dank u wel, voorzitter. Bouwen, bouwen, bouwen; daar staat de VVD aljaren voor. Het is daarom goed dat dit kabinet werkt aan het doel van100.000 woningen per jaar en het programma STOER dat zich richt op hetschrappen en uniformeren van regels. Wat ons betreft gaan we dan ook:schrappen, schrappen, schrappen. Hoe kijkt de Minister aan tegen hetproces dat sinds haar aantreden loopt?Voor dit debat wil ik drie zaken benadrukken, namelijk het versnellen vanprocedures, de toekomst van programma STOER en grootschaligewoningbouwlocaties. Allereerst het versnellen van procedures. Deprocedure voor het bouwen van huizen duurt zeven tot tien jaar. Dat is telang en de VVD vindt dat de Minister met voorstellen moet komen om dietijd te verkorten. Het programma STOER bevat deze voorstellen, bijvoor-beeld het verhogen van griffierrechten. Dat is een punt waar we zeer voorzijn. Is de Minister voornemens dit punt naar voren te halen?Ten tweede, de toekomst van het programma STOER. Afgaand op derapportages tot dusverre is de VVD tevreden met de adviezen van deadviesgroep STOER. Er staan zeer concrete punten in die te verwerken zijnin wetten en regels. Hoe beoordeelt de Minister deze punten? Gaat zedeze ook daadwerkelijk doorvoeren? Ook worden er concrete aanbeve-lingen gedaan voor gemeentes. De vraag die dit oproept, is of gemeentesdie ook daadwerkelijk gaan overnemen. Hoe gaat de Minister hieropTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2967 toezien? Is zij bijvoorbeeld bezig met een soort crisis- en herstelwet, zodatwij, vooruitlopend op definitieve wetgeving, al zaken mogelijk kunnenmaken?Een punt van zorg van de VVD is de afbakening tussen bevoegdheden vande provincie en die van de gemeentes. Het kan wat de VVD betreft niet zozijn dat gemeentes die wensen hebben om woningen te bouwen, dit nietkunnen vanwege omgevingsverordeningen van de provincie. Het wilbijvoorbeeld nog weleens gebeuren dat plattelandsgemeentes wel willenbouwen, maar dat dit op weerstand stuit, omdat provincies lieverwoningen toevoegen aan stedelijk gebied, of omdat het niet past bij eengoede ruimtelijke ordening. Hoe kijkt de Minister hiernaar? Wat is haarervaring met gemeentes die niet kunnen bouwen vanwege provincialetegenwerking?Voorzitter. Het laatste onderwerp dat ik wil aanstippen, is grootschaligewoningbouwlocaties. Vanwege het nationaal belang acht de VVD hetnoodzakelijk dat er grootschalige bouwlocaties worden aangewezen. Juistdoor de knellende regelgeving is het belangrijk dat deze onder rijkscoördi-natie worden aangewezen en dat woningen worden gerealiseerd. CollegaPeter de Groot diende hierover eerder een motie in. Ik vraag aan deMinister wat de stand van zaken is van de uitvoering van deze motie.Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank voor uw inbreng. U heeft een interruptie van de heerVijlbrief.De heer Vijlbrief (D66):De collega van de VVD noemde de heer De Groot. Toen moest ik denkenaan een motie die de heer De Groot heeft ingediend. Collega Mooimannoemde die ook. Het betreft de motie die gaat over het verplichten van deminimale parkeernorm van 1,7. Dat klinkt heel logisch en in bepaaldegevallen is dat ook heel logisch, maar in andere gevallen is het helemaalniet logisch en leidt het niet tot bouwen, bouwen, bouwen, maar totschrappen, schrappen, schrappen. Als je namelijk deze normen oplegt,kun je op sommige plekken minder bouwen. Daar moeten dan parkeer-plaatsen komen, terwijl er ook uitstekend ov in de buurt kan zijn. Hoe kijktde VVD daartegen aan?De heer Buijsse (VVD):Ik geef mee dat dit mijn eerste debat is. Ik kan me voorstellen dat heel veelinwoners die een woning willen bouwen, ertegenaan lopen dat de ruimtesschaars en duur zijn. Tegelijkertijd is mobiliteit natuurlijk voor veelmensen met een woning een belangrijke zaak. Parkeren doet men hetliefst bij huis en op de oprit. Dat is een afweging. We hebben eendilemma. Wij hebben daartoe een motie ingediend. Ik volg de lijn van deheer De Groot.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Vijlbrief.De heer Vijlbrief (D66):Ik zal het netjes houden, want het is inderdaad een motie van De Groot.We komen er later wel op terug. Maar als je deze norm zou toepassen inRijnenburg bij Utrecht en je ervan uitgaat dat iedereen de auto voor dedeur neerzet, dan moeten we drie A12’en naast elkaar aanleggen om aldie mensen naar hun werkplek toe te krijgen. Dat gaat dus niet lukken. Ermoet dan ook heel veel ov komen. Ik vraag me dus af of zo’n parkeernormdie de VVD in de motie benoemt, nu zo verstandig is. Dat is meer mijnpunt: moet je niet differentiëren? Maar dank voor het antwoord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2968 De voorzitter:Als u wilt, mag u nog reageren. In principe heeft u al antwoord gegeven,dus aan u de keus.De heer Buijsse (VVD):Aanvullend: ik denk dat het interessant is om af te wachten hoe hetkabinet reageert met het voorstel dat naar ons toe zal komen.De voorzitter:U heeft ook een interruptie van de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ondanks het feit dat dit een debat is over bouwregelgeving met nogaltechnische regels worden er wel vaak grootschalige woningbouwlocatiesgenoemd. Ik zou graag willen weten waar de VVD die grootschaligewoningbouwlocaties op het oog heeft.De heer Buijsse (VVD):Ik ben aan het twijfelen of ik hier heel specifiek antwoord op geef, omdatdit wellicht voor onrust kan zorgen bij die gemeentes. Ik heb dieafstemming persoonlijk niet gehad. Zoals gezegd is dit mijn eerste debatover bouwen en bouwregels. Ik onthoud me dus liever van uitspraken opdit vlak.De voorzitter:U heeft ook nog een vraag van mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Ik was even getriggerd door het voorbeeld dat de heer Buijsse gaf van eenbuitenstedelijke ontwikkeling. Ik hoorde een oprit voorbijkomen en erwerd gesproken over twee auto’s voor de deur. We hebben vooralbetaalbare woningen nodig, betaalbare koop, betaalbare huur, socialehuur. Dat is twee derde van het verhaal. Kunt u daarop reflecteren? Hoeziet u die bouwopgave van twee derde betaalbaar en een derde sociaal inrelatie tot de oprit en de twee auto’s voor de deur?De heer Buijsse (VVD):Ik heb niet gesproken over twee auto’s voor de deur, dus die opmerkingleg ik even naast me neer.U vroeg naar de socialewoningbouwopgave en betaalbare woningbouw.Ik loop al een tijdje mee in de politiek en mij valt wel op dat de normenvoor sociale woningbouw steeds opschuiven. Toen ik ooit begon in depolitiek, meer dan tien jaar geleden, was dat 25%. Toen werd het 30%, nuzitten we op 40%. Het schuift dus op. Het gaat over betaalbaarheid, maarondertussen worden grondprijzen alleen maar hoger en hebben we helelange procedures. Dat knelt dus gewoon. Ik weet niet wat de vraag preciesis, maar wij kijken bijvoorbeeld naar het programma STOER om regels teschrappen, schrappen, schrappen om maar te zorgen dat die bouwver-snelling zo snel mogelijk en zo groot mogelijk is. Daar staan we voor. Westaan dus aan dezelfde kant van de lijn, volgens mij.Mevrouw Welzijn (NSC):De aandelen sociaal en betaalbaar die je nodig hebt, schuiven natuurlijkop naarmate je daar achterstanden in oploopt. Ik ben het dus helemaaleens met de heer Buijsse dat we vaart moeten maken in de woningbouw.Ik denk dat we wel met elkaar goed het oog op de bal moeten houden metbetrekking tot het soort woningen dat we dan nodig hebben.Daarbij vraag ik me het volgende af. Dat «schrappen, schrappen,schrappen» levert misschien een mooie quote op – ik zie dat er al drukmeegeschreven wordt – maar wat bedoelt de heer Buijsse daarmee? AlleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2969 andere woordvoerders zeiden dat er vooral goed gekeken moest wordenwaar het kan et cetera. Die gaven er dat soort disclaimers bij. Metbetrekking tot het rigoureus schrappen, schrappen, schrappen ben ik heteens met de heer Vijlbrief: dat gaat gewoon minder woningen opleveren.Hoe ziet de heer Buijsse dat precies? Kan hij zijn uitspraak nuanceren ofwordt het schrappen als een olifant in de porseleinkast?De heer Buijsse (VVD):«Schrappen, schrappen, schrappen» gaat over het programma STOER.Daarin worden heel concrete aanbevelingen gedaan om te schrappen. Erworden ook aanbevelingen gedaan om te uniformeren. Wij zouden deMinister graag willen vragen om haar licht te werpen op die aanbeve-lingen om te schrappen. Wij zijn daar sterk voorstander van, maar erschuilt ook een dilemma in, bijvoorbeeld wat betreft verduurzaming ofbouwconstructies. Daar zijn we ons zeer van bewust. The sky is not thelimit. In die zin volg ik u daarin. Maar we willen wel duidelijk maken datwe geen tendens moeten neerzetten naar meer regels, maar naar minderregels. We denken namelijk dat meer regels niet per se leiden tot meerwoningen. Om tot meer woningen te komen lijken minder regels onsaantrekkelijker.De voorzitter:U hebt een vervolginterruptie van mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):De voorzitter van de groep die zich over dat project buigt, heeft onlangs inBinnenlands Bestuur aangegeven dat het niet eens alleen maar gaat overhet schrappen van regels. Op sommige vlakken moeten er misschien juistregels bij. Hij deed niet per se een uitspraak over waar dat zou moetenzijn. Het is alleen een extra argument om vooral met intelligentie teschrappen en niet rigoureus, zeker wat betreft brandveiligheid. We zienhier ook twee brandweermannen in de zaal. Het is toch ook belangrijk omhet signaal af te geven dat we de juiste regels moeten behouden? Daarwaar we regels schrappen, kan dat leiden tot onduidelijkheid. Dan verlegje het probleem van centraal naar decentraal. Je hoopt dat er nooit ietsmisgaat, maar als er iets misgaat, dan is uiteindelijk toch altijd de vraag:whodunit? Het moet dus altijd herleidbaar zijn waar verantwoordelijk-heden belegd zijn. Hoe kijkt de heer Buijsse daartegen aan?De heer Buijsse (VVD):De gemiddelde procedure voor het bouwen van een woning duurttegenwoordig zeven tot tien jaar. Dat kan toch niet waar zijn? Het kan tochniet waar zijn dat je als starter, maar ook als wat ouder persoon, een huiswil bouwen en zeven tot tien jaar nodig hebt om tot een vergunning tekomen om te mogen bouwen? Daar zitten regels achter. Door meer regelste stellen, ga je die zeven tot tien jaar niet verkorten. Door meer regels temaken, maak je die termijn alleen maar langer.Wij willen kortere procedures, geen langere, voor de duidelijkheid. Eenbezwaarprocedure kost tijd. Een beroepsprocedure kost tijd. Ga je naar dehoogste rechter, dan kost dat tijd. Heeft de hoogste rechter tijd? Nee, dieheeft geen tijd. Die heeft een grote stapel met dossiers die voorgaan. Datstapelt zich allemaal op. We moeten regels schrappen, zodat de stapeldossiers voor de rechter kleiner wordt, zodat de tijd voordat een dossiererdoorheen kan, korter wordt. Dat bedoelen wij met «schrappen,schrappen, schrappen».De voorzitter:Ik zie de heer Gabriëls met een interruptie.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29610 Ik wil nog even terugkomen op die grootschalige woningbouwlocaties diedan niet genoemd worden en de link maken naar het schrappen vanregels, wat moet leiden tot meer woningen. Is de heer Buijsse van de VVDhet met GroenLinks-Partij van de Arbeid eens dat heel veel woningen nietgebouwd worden vanwege problemen op het gebied van netcongestie,problemen op het gebied van wateraansluitingen, problemen op hetgebied van stikstofvergunningen die niet verleend worden en bijvoor-beeld grondbezit en speculatie daarmee?Is het niet belangrijk om juist die problemen aan te pakken in plaats vanalleen maar te pleiten voor schrappen, schrappen, schrappen? Ik denk datiedereen hier snapt dat bepaalde regels tot vertraging leiden. Er isniemand die zegt: laten we zomaar meer regels maken die meervertraging opleveren. Regels zijn er ook om mensen te beschermen enbepaalde wetten te beschermen. Waarom kiest de heer Buijsse daarvooren niet voor het aanpakken van het waterprobleem, het energieprobleemen het stikstofprobleem?De heer Buijsse (VVD):Ook voor zaken als netcongestie en wateraansluitingen gaat het ons niethelpen als we nog meer regels gaan opwerpen in relatie tot woningbouw.Laten we netcongestie even loskoppelen van de woningbouw. Er isnetcongestie. Er zijn problemen met netcongestie, er zijn problemen metwateraansluitingen. Natuurlijk deel ik de mening van de heer Gabriëls datwe die problemen ook zouden moeten oplossen. Maar het lijkt me geengoede zaak om in relatie tot woningbouw nog meer regels op te werpen,zodat de woningbouw nog meer belemmerd wordt.Even terugkomend op het punt van grootschalige woningbouw denk ikjuist dat het voor de echt hele grote projecten die de VVD voor zich ziet,zou helpen als deze problematiek gecoördineerd vanuit het Rijk opgepaktzou worden. Dat kan het Rijk doen samen met de gemeentes en deprovinciale overheden die het betreft, want het is supercomplex. Omdaardoorheen te komen heb je elkaar nodig in de vorm van samen-werking en niet per se in de vorm van meer regels.De voorzitter:Ik zie geen verdere interrupties meer. U heeft een mooie vuurdoop gehadin deze commissie, volgens mij. U mag even bijkomen. Dan geef ik hetwoord aan de heer Gabriëls, die namens GroenLinks-PvdA zijn inbreng zalleveren.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. We hebben het al over STOER gehad. Sneller enmeer is het credo, maar dat gaat wel ten koste van beter, toekomstgerichten toegankelijkheid als het op de bouw aankomt. Zo staat er in het rapportdat technische bouweisen aangepast worden, zoals de helling van de trapen de hoogte van plafonds. Strijders voor gelijkwaardige behandeling vanmensen met een handicap noemen het op sociale media een klap in hungezicht. Steilere trappen worden toegestaan en drempels naar buiten-ruimtes zullen blijven bestaan. Mijn vraag aan de Minister is: gaat zij ditidee doorzetten? Wat is de status van het rapport STOER nu en wat gaat uer daadwerkelijk mee doen? Kan de Minister zich voorstellen dat mensenmet een handicap die zelfstandig willen wonen, hier ernstige zorgen overhebben? Wat gaat de Minister doen om die zorgen weg te nemen?Het convenant Toekomstbestendig Bouwen is inmiddels door zeer grotepartijen, provincies en gemeenten ondertekend. In het rapport STOERstaat dat dat convenant irrelevant wordt. Daar hebben dus heel veelmensen heel lang aan gewerkt en daarover is heel veel consensus insteden in Nederland waar het allermeest gebouwd wordt. De Minister wildit convenant niet. Waarom niet? Er is eenduidigheid. Er liggen afspraken.Waarom wil de Minister het niet als grote partijen in de bouw, gemeentesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29611 en provincies het wel willen? Kunt u mij dat nog een keer uitleggen, zodatik dat echt goed begrijp?Dan de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Mijn collega van de BBBhad het er ook over. Ik sprak laatst met een eigenaresse van een tinyhouse. Die maakt zich heel veel zorgen, want die moet elke keer als hethuis verplaatst wordt hartstikke veel geld betalen. Zeker nu het eenonafhankelijke kwaliteitsborging betreft, niet van de gemeente, zijn diekosten enorm gestegen en al helemaal ten opzichte van de kosten van dattiny house. Ik heb bedragen gehoord van € 4.000 tot € 10.000. Dat isenorm veel geld. Waarom moet zo’n verplaatsbaar huisje eigenlijk bij elkeverplaatsing gekeurd worden?In de antwoorden op vragen die wij hierover eerder stelden, zegt deMinister dat er een onderzoek komt naar de Wkb, dus naar de systematiekvan die wet. In dat onderzoek zal zij ook kijken of er voor kleineverplaatsbare woningen een aangepaste werkwijze mogelijk is die totminder hoge kosten leidt voor de eigenaren. De vraag aan de Minister is:wanneer komt dat onderzoek? Kunt u alvast toezeggen dat u de proble-matiek van de mensen met zo’n verplaatsbaar tiny house gaat oplossen?Kunt u hierbij ook kijken naar de wisselende bouwregelgeving pergemeente en de verschillen in eisen aan tijdelijke huizen en permanentehuizen? Als een tiny house ergens voor altijd blijft staan, dan voldoet hetniet, want dan is het permanent en dan gelden er andere regels.Dat brengt mij bij het tweede punt ten aanzien van de Wet kwaliteits-borging voor het bouwen. De Eerste Kamer heeft zich unaniem uitge-sproken tegen die Wkb. Het bouwtoezicht staat onder druk. Waar degemeente eerder het bouwtoezicht deed – mevrouw Wijen-Nass heeft datal uitgelegd – ligt het nu bij de bij de commerciële kwaliteitsborgers. Alshet niet 100% voldoet aan het Bbl, dan geeft de borger geen goedkeuringen ontstaat er een groot probleem. Dat kan namelijk leiden tot extrakosten voor de woningeigenaar of een gedoogverklaring vanuit degemeente. Die gemeente moet dan weer inspringen en maakt dan kosten,dit keer zonder leges. Die heeft niet het hele proces gevolgd en komt danop het einde even kijken. Dan is er eigenlijk een beetje een glijdendeschaal, want er ontstaat precedentwerking bij elke keer dat er wordtgedoogd. Bij woning één ontbreekt dat, bij woning twee iets anders en bijwoning drie ontbreekt het allebei. Dat zorgt voor heel veel juridischeprecedentwerking. Ik weet dat u daar al mee bezig bent, maar ik wil ertoch nog even de nadruk op leggen.De Eerste Kamer kwam tot de conclusie dat die wet buiten werking moetworden gesteld. Ik heb begrepen dat u voor de zomer een brief aan deEerste Kamer gaat sturen na gesprekken met de VNG en bouwbedrijven.Ik wil u alleen maar vragen of u die brief ook aan de Tweede Kamer kuntdoen toekomen. Kunt u misschien ook alvast een beetje vooruitlopen engewoon uw mening daarover geven en zeggen dat die Wkb buitenwerking gesteld wordt? Kunt u ons inzicht geven in het proces? Hoe gaatu dat aanvliegen? Ik hoor dat het liefst ook via een brief voor de zomer.Bouwtoezicht moet gewoon bij de gemeente liggen. Mijn hele simpelevraag aan u is: bent u het daarmee eens?De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Een mooi verhaal van GroenLinks-PvdA, maar welke ideeën hebben ze omde proceduretijd van zeven tot tien jaar voor het bouwen van woningen teverkorten?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Wij zijn net als de hele wereld en iedereen hier aanwezig het ermee eensdat sommige procedures en regels, zoals die ten aanzien van het naar deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29612 hogere rechter gaan, gewoon geschrapt zouden moeten worden. Dat iséén. Twee. We zijn al jaren bezig oplossingen te zoeken voor de stikstof-crisis, voor vergunningen. Wij hebben een heel duidelijke mening overspeculaties ten aanzien van grondbezit. Er treedt veel vertraging op omdatveel gemeenten geen eigenaar zijn van grond, waardoor prijzen enormopgestuwd worden. Deze regering bezuinigt op ambtelijke capaciteit enhet tekort hiervan in sommige gemeenten, is ook een oorzaak vanvertraging. De procedures duren lang omdat er geen ambtenarij is. Al diezaken zorgen voor snellere woningbouw.Overigens, wij durven wel locaties aan te wijzen. Als u de vraag gaatstellen waar dan precies, kan ik er wel een paar noemen. Wij zijnbijvoorbeeld voor het sluiten van Rotterdam The Hague Airport zodat daargebouwd kan worden. Op de plaats van de ICL-fabriek in de haven vanAmsterdam kunnen tienduizenden woningen worden gebouwd. Er komenstations langs de Nedersaksenlijn en wij zijn voor de bouw van woningenrondom voorzieningen, noem maar op, noem maar op. Wij willen heelsnel bouwen. We willen veel bouwen en we willen ook toekomstgerichtbouwen. We willen niet zomaar schrappen, schrappen, schrappen, wantdat vinden wij nogal populistisch. Want wij denken dat sommige regelsheel erg goed zijn. Ik hoop dat dit voldoende reactie is op de vraag of wijsnel en veel willen bouwen. Ik denk het wel.De voorzitter:Het lokt toch nog een extra vraag uit van de heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Dat klopt, mevrouw de voorzitter. De adviesgroep STOER is bezig om heelconcrete aanbevelingen te doen om aan de slag te gaan. Mijn vraag aande heer Gabriëls is of hij steun kan geven aan de adviesgroep STOER. Wilhij met mij samenwerken om de adviesgroep hierin te ondersteunen en tefaciliteren waar mogelijk?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, heer Buijsse, voor deze heerlijke vraag. Als er één onderwerpcontroversieel verklaard zou moeten worden namens onze fractie, is hetwel STOER, omdat daar naar onze mening echt zaken in staan, simpeledingen – ik heb er net eentje genoemd – zoals bouwen in uiterwaarden,bouwen in het Gooimeer, bouwen in het IJmeer, die niet passend zijn. Ikheb zelf ook locaties genoemd. We zijn het niet eens met het simpelwegalleen maar schrappen en toelaten van dingen waardoor we een helerommelige ruimtelijke ordening krijgen. Over zaken die erin staan die,zoals mevrouw Welzijn zegt, met verstand en met intelligentie geschraptworden, vindt u ons compleet aan uw zijde. Maar in het rapport STOERwordt zo veel geschrapt en gezegd. Over zo veel convenanten diegesloten zijn, waar heel veel bouwers het mee eens zijn en waargemeenten en provincies al jarenlang mee bezig zijn, wordt hup evengezegd dat ze onbelangrijk zijn. Dat gaat ons te ver. Ik vind het te simpelom het hele rapport STOER dan maar als keurig en goed te verklaren. Erstaan goede dingen in, maar er staan ook echt dingen in die niet leiden totbetere ruimtelijke ordening en toekomstgericht goed met mensenomgaan. Echt niet.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Wijen-Nass heeft ook een vraag.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Ik was ook getriggerd door wat de heer Gabriëls zei over het graag snelwoningen in Nederland willen bouwen. Ik ben benieuwd hoeGroenLinks-PvdA dat wil gaan doen. Ik heb gekeken naar de voorbeeldendie in het programma STOER staan, zoals het eerste. Ze zijn begonnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29613 met een initiële ontwikkeling in 2017 en uiteindelijk is pas in december2024 de vergunning onherroepelijk. En dan moet er nog gebouwd gaanworden. We hebben nú een wooncrisis. We moeten nú gaan versnellen.We moeten nú iets gaan doen. Ik heb al eerder uitgesproken dat ik vinddat we de procedures moeten versnellen. Ik ben heel benieuwd hoeGroenLinks-PvdA dit ziet.De voorzitter:Ik ben heel benieuwd of de heer Gabriëls kort kan antwoorden.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dat is niet de schuld van GroenLinks-Partij van de Arbeid, want volgensmij wordt in heel Nederland in linkse steden het meest gebouwd. Laat ikdat vooropstellen. Wij zijn het eens dat er snel gebouwd moet worden endat we 100.000 woningen per jaar moeten halen. Ik heb net zakengenoemd waardoor wij in Nederland niet tot bouwen kunnen overgaan, teweten grondbeleid, ambtelijke capaciteitstekort, stikstof, netcongestie. Dieproblemen willen wij oplossen. Daarnaast staan er hele goede dingen indat rapport STOER, naast hele slechte dingen die procedureel echt beterkunnen. U vindt ons op dat punt aan uw zijde. Wij vinden zeven jaar ookbelachelijk lang.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Een korte vervolgvraag. Kan ik steun van de heer Gabriëls noteren als hetgaat om het verkorten en versimpelen van de vergunningverlening? Dangaat het om de periode van de start van de initiële ontwikkeling tot aan devergunningverlening en ook het proces daarna met eventueel bezwaar enberoep.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ja.De voorzitter:Dit is een fantastisch antwoord. Lekker kort. Hartstikke mooi. Even kijken,dan heeft u nog interrupties van de heer Vijlbrief.De heer Vijlbrief (D66):Voorlopig is het er één. Ik wilde voor de mensen die het debat volgeneven reageren op de opmerking van de heer Gabriëls over het controver-sieel verklaren van het rapport STOER. Volgens mij kan dat namelijk niet.Het rapport kan niet controversieel verklaard worden. Het is er gewoon. Ikweet niet wat de heer Gabriëls precies bedoelt en ik heb ook nog geenvoorstel gezien, noch een kabinetsreactie van de Minister hierop. Ik zouhet heel lelijk vinden als de Kamer nu tegen de Minister zou gaan zeggen«u mag hiermee niet verdergaan totdat we weer anderhalf jaar verder zijnin Nederland». Dat lijkt me een heel slecht idee en dat wilde ik graag aande heer Gabriëls meegeven.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Daar heeft meneer Vijlbrief helemaal gelijk in. Ik bedoelde te zeggen datsommige zaken in dat rapport STOER heel goed zijn en voor versnellingzorgen, maar dat er ook heel veel zaken zijn waar wij het niet mee eenszijn. Het is niet de bedoeling om het controversieel te verklaren, maar ikwil in ieder geval gezegd hebben dat het rapport zoals het er nu ligt, nietalleen maar tot gezelligheid leidt.De voorzitter:Volgens mij is dit op dit moment voldoende uitgediscussieerd. Ditbetekent dat we aan het einde komen van de eerste termijn van de Kamer.De Minister heeft aangegeven ongeveer twintig minuten te willen nemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29614 Ik stel voor de vergadering te schorsen tot 15.00 uur. Daarna gaan weverder met de eerste termijn aan de kant van de regering.Dank u wel.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Ik heb nog een korte opmerking. Als ik straks wegloop, is dat niet omdat ikongeïnteresseerd ben. Een van onze Kamerleden heeft zijn maidenspeechplenair, dus het kan zijn dat ik straks even wegloop.De voorzitter:Dat is altijd een heel mooi moment.De vergadering wordt van 14.42 uur tot 15.03 uur geschorst.De voorzitter:Goedemiddag, ik heropen de vergadering. Collega’s, ik heropen devergadering. Ha, kijk, nu gaat het goed. Ik heropen de vergadering. Aan deorde is de bouwregelgeving. We hebben net de eerste termijn van deKamer gehad. Er zijn voldoende vragen gesteld. De Minister is klaar voorhaar beantwoording. Ik wil graag het woord geven aan de Minister, endan vraag ik natuurlijk naar de blokjes.Ik zou aan de commissie willen voorstellen dat we wachten tot een blokjeis afgerond, dat we dan de interrupties doen en daarna doorgaan naar hetvolgende blokje. Ik stel voor dat we vier interrupties doen per persoon, enook weer kort en krachtig. Mocht het debat snel gaan en er toch nogaanleiding zijn voor meer interrupties, dan kan ik dat altijd toestaan. Webeginnen met vier interrupties per persoon. Het woord is aan de Minister.Minister Keijzer:Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met de blokjes: regels tenbehoeve van versnelling van de woningbouw, waaronder de prefabdis-cussie, vervolgens de Wkb, brandveiligheid, STOER en overige,waaronder gezondheid en pur.Voorzitter. Er liepen door de inbrengen eigenlijk één of zo u wilt twee rodelijnen. Aan de ene kant de gigantische behoefte aan snelheid gezien dewoningnood. Hoe we zo snel mogelijk zo veel mogelijk betaalbarewoningen kunnen bouwen? Aan de andere kant de zorg over de kwaliteit.Ik zag dan toch dat er in de inbreng vanuit de partijen, soms zelfs binnende inbreng van één Kamerlid, tegengestelde vragen aan elkaar werdengesteld. Ik zal dat toelichten.Onze regelgeving, die is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefom-geving en het Besluit kwaliteit leefomgeving, leidt op zichzelf al tot eenhele hoge kwaliteit van onze bouwwerken en zoals deze gemanifesteerdzijn in de gebouwde omgeving. De regels leiden op zichzelf ook tot eengoed klimaat binnen in de woning en tot woningen die goed gebruiktkunnen worden waarvoor ze bedoeld zijn. Je moet je er dan wel aanhouden bij de bouw en bij het gebruik. Alles wat je daar weer bovenoplegt en stopt, maakt het duurder. Je blijft altijd afhankelijk van hoemensen hun huis gebruiken, hoe ze niet ín een huis leven maar mét eenhuis leven. Dat zag ik echt in een aantal vragen ook terugkomen.Ik begin nu met het blokje gezondheid, bij de woorden van mevrouwWelzijn van de fractie van NSC. Mevrouw Welzijn hield een gepassioneerdbetoog over de binnenluchtkwaliteit. Zij memoreerde uit een TNO-rapportdat er een potentiële gezondheidsschade is van 7,8 miljard. Zijmemoreerde ook branden en dodelijke slachtoffers daarbij. Kijk naar debestaande normen. Laten we eens beginnen met ervoor te zorgen dat erconform de regels gebouwd wordt en dat mensen hun huis ook conformdie regels gebruiken. Het is bijvoorbeeld al een hele tijd verplicht om inbestaande woningen brandalarmen te hebben. Inmiddels zijn die dingenook niet eens zo heel duur meer. Maar als je die dingen vervolgens nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29615 ophangt, vergeet, er niet aan toekomt of ze wel gekocht hebt maar in hetdoosje laat liggen, dan kan je daar tot morgenochtend over praten. Daarbegint het wel mee.Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor voldoende frisse lucht. Even een uurtjeje raam openzetten is luchten; dat is niet ventileren. Voor ventileren is hetnodig dat je de roosters, die op basis van bestaande regelgeving allangverplicht zijn en ook in alle kozijnen zitten, open laat staan en nietdichtplakt of helemaal verwijdert. Ik wil hiermee maar aangeven dat naarmijn mening het als verplichting opnemen van nog meer regels en eennog hogere kwaliteit haaks staat op: mensen, hoe zorgen we nou dat webetaalbaar gaan bouwen?Het is ook niet zo dat het dan een-op-een betekent dat bijvoorbeeld debinnenkwaliteit – de binnenluchtkwaliteit heet dat, geloof ik – dan ookbeter wordt, want als je vervolgens de roosters weer dichtkit of dichtplakt,dan heb je nog niet wat er nodig is. De aankomende verlenging van depubliekscampagne «Wie isoleert, profiteert» gaat vooral ook over hetbelang van ventilatie. Ik zeg het nog maar weer eens een keer: ventilatie isniet gelijk aan een uurtje je raam openzetten. Dat is echt iets anders, zekerin de goed geïsoleerde huizen die wij hebben. Naast de taak van mensenom mét hun huis te leven en hier ook over na te denken en naar tehandelen, is er natuurlijk ook een taak voor verhuurders. Zij moetenervoor zorgen dat gebreken worden verholpen en dat zij huurdersinformeren hoe ze dat het beste kunnen doen. Ik werk op dit terrein samenmet de Minister van VWS en waar nodig met de Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid als het gaat om Arbowetgeving.Voorzitter. Ik zal direct nog ingaan op de woorden van mevrouw Welzijnover brandveiligheid. Ten aanzien van de hele discussie over pur,gespoten purschuim, vroeg de fractie van de PVV mij hoe ik aankijk tegende brief van het Meldpunt PURslachtoffers en de door hen gewenstestrengere eisen voor gespoten purschuim. Ik snap dat er zorgen en vragenover de veiligheid van gespoten purschuim zijn. Daar wil ik absoluut nietsaan afdoen. Het is alleen wel zo dat in 2020 door de Gezondheidsraaduitvoerig naar de veiligheid is gekeken. Toen is geconcludeerd dat bij eenjuiste toepassing, dus de juiste manier van verwerking van gespotenpurschuim, het onwaarschijnlijk is dat bewoners hiervan nadeligegezondheidseffecten ondervinden. Dit is ook al eerder door TNO in 2013geconcludeerd.Voor gespoten purschuim is het vooral van belang dat het goed en veiligwordt aangebracht, volgens de regels die daarvoor gelden. Ik werk welaan een wijziging van het Bbl om die eisen ook op te nemen in deregelgeving voor het aanbrengen van purschuim. Ik ben ermee bezig omervoor te zorgen dat dat begin september in de voorhang naar de Kamerwordt gestuurd. Ik ga daar dan graag nader met u over in gesprek. Maarook hiervoor geldt: als je het vervolgens niet doet, bereik je niet het effectdat je wil.Voorzitter. Ik kom op brandveiligheid. Hierover is ook een aantal Kamer-vragen gesteld. Ik heb in de beantwoording aangegeven dat ik pas ietskan zeggen als er ook onderzoek naar gedaan is. Het staat buiten kijf; hetis een van de dingen waar ik persoonlijk altijd bang voor ben, namelijk datje iets laat branden waardoor { In mijn huis gaat dan trouwens wel ’snachts het brandalarm af. Het is iets wat ik ook altijd van huis uit hebmeegekregen: laat geen kaarsen branden, zet kaarsen niet in de buurt vangordijnen, zorg dat het koffielichtje niet blijft branden als je de deuruitgaat. Dat soort zaken. Ik rook niet – dat is sowieso een zegen – dus ikkan ook nooit met een brandende sigaret in bed in slaap vallen. Dat soortzaken zijn mij in ieder geval van huis uit meegegeven juist vanuit deverschrikkelijke, verwoestende werking van brand. Dat geldt niet alleenvoor het huis waarin je woont en alle herinneringen die daarin zijn, maarook voor het vreselijke effect op mensen. Vandaar dat ik me dat altijd heelgoed realiseer. Maar ik vind ook dat je, voordat je een uitspraak doet overTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29616 een brand, wel eerst moet zorgen dat daar door deskundigen naar isgekeken.Wat kan je dan vervolgens doen om brand te voorkomen? De fractie vanNSC vroeg mij om werk te maken van een publieksregister van materialenin de gevels. Het is primair de verantwoordelijkheid van de eigenaar dat erwordt voldaan aan de brandveiligheidseisen uit het Bbl. Daar zijn al eisenin opgenomen, ook ten aanzien van de veilige toepassing van brandbarematerialen in gevels. In opdracht van mij wordt het borgingsprotocol voorbrandveilige gevels herzien. Dat helpt bouwers vervolgens om een goedekeuze te maken.Het onderzoek naar de brand in Didam loopt nog. Dat geldt ook voor hetonderzoek van Haskoning. Ik wil deze onderzoeken echt afwachtenvoordat ik daar wat over ga zeggen. Ik wil de uitkomsten ook besprekenmet onder andere Aedes, Bouwend Nederland, uiteraard de brandweer ende Vereniging Bouw- en Woningtoezicht.Voorzitter. Ik kom op de vraag of ik een structureel overleg met debrandweer wil over de kwaliteit van de bestaande voorraad woningen. Ikheb al structureel overleg met Brandweer Nederland over bouwregels enover de ontwikkeling in de maatschappij, dus mevrouw Welzijn wordt ophaar wenken bediend. Zoals net gezegd bespreek ik de onderzoeken vanHaskoning en de brand in Didam zeker ook met hen, en ik ga de Kamerdaarover ook informeren.Dan is mij nog gevraagd naar een alarmerende brief van BrandweerNederland. Ik ben even op zoek geweest welke brief er nu precies bedoeldwordt. Dat was mij niet helemaal duidelijk. We hebben wel goedeafspraken over de rol van de brandweer en we hebben deze recentelijkook herbevestigd. We betrekken de brandweer uiteraard – gezien ook allekennis die daar in huis aanwezig is – bij de monitoring en de evaluatie vande Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Om snel te kunnen schakelentussen partijen bij signalen over de werking van het stelsel is er eenbeheerorganisatie met een Wkb-overleg, Wet kwaliteitsborging voor hetbouwen, opgezet. Alle partijen praten hier met elkaar en zorgen er ookvoor dat signalen vanuit de verschillende achterbannen daar op tafelkomen. In aanvulling op bestaande afspraken is de brandweer ookuitgenodigd voor het Wkb-overleg en er is periodiek overleg tussen deToelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw en de brandweer.Dan kom ik automatisch bij de vragen die gesteld zijn over de Wkb. Ik hebbovenop in mijn mapje de andere zaken liggen, maar laat ik evendoorbladeren naar de Wkb.De voorzitter:Ik zie dat u een interruptie heeft van mevrouw Welzijn.Minister Keijzer:Ik dacht al: waar blijft ze?Mevrouw Welzijn (NSC):Ik wacht even tot we aan het einde van het blokje zijn. Zijn we dat?Minister Keijzer:Ik was in een vloeiende beweging overgegaan naar de Wet kwaliteits-borging voor het bouwen, maar als het andere vragen betreft, is datuiteraard aan de voorzitter.De voorzitter:Zeker. Blokje één is bij dezen afgerond, blokje twee stond in de start-blokken. Ik begrijp dat mevrouw Welzijn een vraag heeft over blokje één.Mevrouw Welzijn (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29617 Ja, klopt. Ik heb twee vragen naar aanleiding van de beantwoording vande Minister. Heb ik de Minister horen zeggen dat ze die maatschappelijkeschadepost van 7,8 miljard euro als gevolg van de ziektelast door slechtebinnenluchtkwaliteit te lijf gaat met een publiekscampagne? Dan is inieder geval de verwachting van de Minister van wat de campagne gaatopleveren, best wel hoog gespannen.Ik heb een tweede vraag naar aanleiding van de beantwoording door deMinister. Ik heb hier een brief van Brandweer Nederland en daarin staatletterlijk: «Als brandweer ervaren wij in toenemende mate dat de huidigebouwregelgeving niet langer aansluit op de veranderende wereld,waardoor de oorspronkelijke uitgangspunten rondom brandveiligheidonder druk staan.» Ik vind dat best wel een stevige uitspraak. Hoe moet ikdat lezen in relatie tot de beantwoording van de Minister?Minister Keijzer:Dat is een goede vraag: «hoe moet ik die lezen?» De zin op zichzelf roeptbij mij allerlei vragen op. Dat is nou ook precies het gesprek dat je moetaangaan. Als er namelijk wordt gezegd «in een veranderende wereld»,over welk deel van de veranderende wereld gaat het dan? En welk deelvan de bestaande eisen voldoet dan niet meer? Dat is precies het gesprekdat ik graag zou willen aangaan. De zin op zichzelf klinkt namelijkalarmerend, maar wat er precies wordt bedoeld en beoogd, zie ik niet.In mijn inleiding heb ik aangegeven dat brand iets is wat je gewoon moetvoorkomen. Helaas gaat dat niet altijd. Laten we met elkaar vaststellen dateen maakbare wereld... Ik heb hoogleraar Visser ooit eens heel mooihoren zeggen: een utopie eindigt vaak in een dystopie. Een wereld waarinalle risico’s verdwenen zijn, althans op papier, is ook een wereld waarvanik me in ieder geval afvraag of je erin wil wonen. Dat is iets anders dan datje moet proberen risico’s te voorkomen. In de woorden van mevrouwWelzijn kwam het op mij heel erg over alsof de overheid dat allemaalmoet doen. Daarom begon ik mijn betoog ook zoals ik deed, namelijk doorte zeggen dat de eisen die in het Bbl staan echt hoog zijn.Als je kijkt naar een nieuwgebouwde woning conform Bbl, ben ik in iedergeval altijd onder de indruk van de kwaliteit, het binnenklimaat en deruimte. Daar nog aan toevoegend: je kunt je afvragen of de investering jedat waard is en of dat niet leidt tot nog duurdere woningen. Ik heb daarinvoor mezelf een keuze gemaakt. Dat staat ook in het hoofdlijnenakkoorden is, voor mij in ieder geval, nog steeds richtinggevend, namelijk: voeggeen extra plussen toe. Dat is één.Twee. Zorg ervoor – dit is echt een oproep aan mensen zelf – dat jeverstandig omgaat met je eigen huis. Je woont niet in stapels stenen enandere bouwmaterialen. Je woont in een thuis. Je woont mét je huis. Leefdaar ook op die manier naar. Ik ben op werkbezoek geweest bij deHuurcommissie. Daar komen ook klachten binnen over schimmel. Somsligt dat aan de constructie van het huis, maar soms ligt het ook aan hetgebruik van het huis. Dat is trouwens ook een van de redenen waarom ikzo’n moeite had met de huurbevriezing. Het is niet dat ik me er niet vanbewust ben dat een huurverhoging van 4,5% best veel is voor mensenmet lagere inkomens, want dat is zo. Maar ik realiseerde me juist heelgoed dat er wat wordt gedaan aan isolatie met de huurpenningen diecorporaties krijgen. Daardoor is de verwarming van de huizen niet zoduur, waardoor mensen de kachel weer aan durven te zetten en durven teventileren. Dat is echt iets wat moet gebeuren.Dan de vraag over de ziektelast. Het is zo’n stelling, hè. «Het binnen-klimaat leidt tot 7,8 miljard aan ziektelasten.» Maar het is wél berekend ener zitten allerlei aannames in. Hiervoor geldt ook – ik zal nu gewoonverwijzen naar mijn eerdere betoog – dat je moet ventileren. Dat is ietsanders dan luchten.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29618 Dank u wel. Mevrouw Welzijn heeft een vervolgvraag.Mevrouw Welzijn (NSC):Allereerst is het goed om te horen van de Minister dat zij verder ingesprek gaat met de brandweer over hoe hun bevindingen gelezenmoeten worden en hoe alarmerend het is bedoeld.Ik ben nog wel even benieuwd naar het volgende. Bbl gaat overnieuwbouw, maar we hebben natuurlijk al miljoenen woningen staan: debestaande voorraad. In die bestaande voorraad gaan we verduurzamen enisoleren. Het zijn echt miljoenen woningen die aangepakt gaan worden.De vraag gaat, in ieder geval vanuit Nieuw Sociaal Contract, vooral overde bestaande voorraad. Een van de risico’s die ermee gepaard gaat, isbijvoorbeeld – de risico’s zijn door de experts aangewezen – het op groteschaal toepassen van isolatiemateriaal. Daarbij nemen verticale gevel-branden toe en de blusbaarheid van branden, zeker bij geïntegreerdezonnepanelen, is moeilijker geworden. Ook het feit dat er meer spullen inen om het huis staan, met batterijen die kunnen ontvlammen, vormt eenrisico. Het gaat dus vooral om hoe we ervoor kunnen zorgen dat derisico’s binnen de bestaande voorraad, die gewoon voldoet aan hetBouwbesluit van het jaar van de bouw, niet exponentieel toenemen.Minister Keijzer:Vanwege de vorige betrekking van mevrouw Welzijn weet ik dat je somszou denken dat ze het heeft over corporatiewoningen, maar ze bedoelt hetnatuurlijk breed en ze heeft het ook over particulier eigendom. Voor devoorraad, de corporatiewoningen dus, heb ik afspraken laten vastleggenin de Nationale Prestatieafspraken. Daarin zitten alle afspraken oververduurzamen en isoleren. Dat wordt de komende jaren stap voor stapuitgerold. De woningen binnen het particulier eigendom zijn ooitgebouwd en vergund op basis van de Bbl zoals dat op dat moment gold.Dat is dus voor mij een gegeven. Vervolgens geldt de vraag: hoe ga je erzelf mee om? Ik verval nu in herhalingen.Ik weet uit mijn tijd bij EZK, toen ik verantwoordelijk was voor de digitaleeconomie, dat we toen ook weleens hele discussies hebben gehad overde vraag: is het nou verstandig om een stekker in te laten schepen vanuitChina die in een Nederlandse winkel € 25,00 kost als je hem goed koopt,terwijl je hem via, noem eens een website, op de mat krijgt voor ander-halve euro? Misschien moet je je dan toch eens afvragen of die dezelfdekwaliteit heeft als de stekker die wel gewoon voldoet aan de eisen. Ookhiervoor geldt: gebruik je gezonde verstand.Ik wil op geen enkele manier bagatelliserend doen. Ik heb ook brandweer-mensen gesproken. Er is geen voorstelling te maken van hoe het is als jeeen totaal afgebrand huis binnenkomt en niet weet wat je daar aantreft. Ikwil daar dus op geen enkele manier bagatelliserend over doen, maar erzijn wel grenzen aan wat wij – daarmee bedoel ik de regering en dewetgevende macht, de Staten-Generaal – met regelgeving kunnenoplossen. Het gaat geregeld over wat mensen zelf kunnen doen.De voorzitter:De laatste interruptie van mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):De laatste op dit punt. Het baart mij toch best zorgen dat ik er, bij wijzevan spreken, afhankelijk van ben of mijn buurman die druk bezig is metverduurzamen en isoleren de goede keuzes maakt en toevallig op degoede websites terechtkomt, en dat mijn brandveiligheid daar dan van afmoet hangen. Ik kan mij dus voorstellen dat er voor de bestaandevoorraad richtsnoeren zijn om mensen wel de goede weg te wijzen. Jehebt namelijk niet alleen een verantwoordelijkheid richting jezelf, je eigenwoning en je eigen thuis, maar ook richting je buren. Ik zou het dus echtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29619 betreurenswaardig vinden als wij voor gegarandeerde brandveiligheidmet z’n allen afhankelijk zijn van de vraag of onze buurman of buurvrouwtoevallig op de goede website terechtkomt.Minister Keijzer:De brandveiligheidsdoelen in het Bbl komen uiteindelijk neer op hetvoorkomen van slachtoffers en het doorslaan van een brand naar deburen. In het Bbl zitten bijvoorbeeld al die eisen over muren. Helaas is hetook zo dat je nu eenmaal met elkaar in een samenleving leeft. Daarom ishet sowieso verstandig altijd na te denken bij wat je doet. De acties vanjou kunnen consequenties hebben voor de mensen om je heen. Er is weleen grens aan wat je bij de overheid kunt neerleggen. Je denkt namelijkdat je terechtkomt in een utopische wereld, maar het wordt op eengegeven moment dystopisch, omdat de overheid dan zó ver achter devoordeur treedt dat je je afvraagt of je dat nog wenselijk acht. Maar debrandveiligheidsdoelen in het Bbl – hier ben ik mee begonnen – zijninderdaad: voorkomen van slachtoffers en voorkomen dat een branddoorslaat naar de buren.Ik ga verder, als u het mij toestaat. Dan kom ik bij de vragen van BBB overindustrieel bouwen. Of was het de PVV? Het kan alle twee zo zijn. Wemerken vanzelf wie van de twee verheugd opkijkt, of niet. Hoe voorkomenwe nou dat gemeentes de EKV, de erkende kwaliteitsverklaring, nietaccepteren? Ben ik bereid om duidelijkheid te scheppen richtinggemeenten ten behoeve van die erkende kwaliteitsverklaring? Hetkenmerk van de EKV is dat de gemeenten zo’n verklaring, een EKV,gewoon moeten erkennen. Ook de kwaliteitsborger onder de Wkb moetdat doen. Wel speelt dat op de bouwplaats alsnog moet worden beoor-deeld of er daadwerkelijk volgens die verklaring is gebouwd. Alleen alseen EKV daadwerkelijk de bouwmontage op de bouwplaats omvat, is ergeen verder toezicht nodig. Ik ben bereid om hier nog eens een keer heelduidelijk over te zijn richting de partijen.Even zien. Dat was de eerste Wkb-vraag. Dan heb ik nog... Laat ik maargewoon de Wkb afmaken, anders loopt alles door elkaar heen. De fractievan GroenLinks-PvdA vroeg of ik de Wkb buiten werking wil stellen. Datging in één vloeiende beweging door, gezien het gesprek dat ik hier tweeof drie weken geleden over heb gehad in de Eerste Kamer. Nou, buitenwerking stellen, dat kan ik niet, want je kunt de wet alleen intrekken meteen wetsvoorstel. Deze wet is ook nog niet eens zo heel erg lang inwerking; die is pas een jaar effectief. Het is best snel om nu al te zeggendat het niks is. We zijn echt bezig met goed monitoren en het jaarlijksopstellen van een tussentijdse rapportage. Die wordt ook toegezondenaan de Tweede en Eerste Kamer. De brief over de vragen die aan mijgesteld zijn in de Eerste Kamer en die ik ga bespreken, zal ik ook, conformhet verzoek van de heer Gabriëls, naar de Tweede Kamer sturen.Eén opmerking nog ter overweging. Het intrekken van de complete Wetkwaliteitsborging voor het bouwen gaat verder dan alleen de kwaliteits-borging op zichzelf. Wat was het nou? Artikel 2.17 Bbl, toch? Kijk, lekkerman. Dat gaat vooral over de kwaliteit... Je bent jurist of niet, voorzitter. Ikga er goed op. Dat onderdeel wordt, denk ik, vooral bedoeld. In die wetzitten namelijk ook de aansprakelijkheidsregels verwerkt, evenals het feitdat toezicht en handhaving nog steeds bij de gemeente liggen. Hetintrekken van de kwaliteitsborging op zichzelf is wel iets waar je overmoet nadenken, want dan moeten alle gemeentes weer afdelingenbouwen en woningtoezicht in het leven gaan roepen. Ik blijf dus voorlopiggewoon op koers. Ik ga verder met deze wet, met monitoren en evalueren,totdat de Kamer op een gegeven moment iets anders wil.De voorzitter:U bent klaar met dit blokje, volgens mij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29620 Minister Keijzer:Ja, ik denk het wel.De voorzitter:Dan wil ik graag het woord geven aan de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter, en ook dank aan de Minister. Ik hoor allemaalargumenten waarom artikel 2.17 niet ingetrokken kan worden. Maar ik benop zoek naar de oplossingen voor de problemen die mevrouw Wijen-Nassen ik hebben geschetst, namelijk de onduidelijkheid ten aanzien van degedoogverklaring die dan komt. Die treft mensen die zich blauw betalenaan een extra, commerciële, kwaliteitsborger, en de gemeente die dantoch weer zonder leges moet komen controleren of het wel allemaal klopt.Er zijn dus heel veel problemen die opgelost moeten worden. Als dieproblemen zijn opgelost, hoeft de wet niet ingetrokken te worden. Op ditmoment lijkt het belangrijk om de wet wél in te trekken. De vraag blijftwaarom artikel 2.17 niet ingetrokken zou kunnen worden.Minister Keijzer:Alles kan. Het is alleen zo dat als je dat doet, je wel met gemeentes ingesprek zal moeten, want dan moet er weer een taak naar hen terug. Jezult er dus, in de hele discussie over financiële verhoudingen, het gesprekover moeten voeren. Dat is het eerste wat gerealiseerd moet worden.Naar het tweede punt, namelijk dat het zo duur is, is inmiddels ookgekeken. Alleen bij één kavelbouw is het duurder, maar vanaf twee al nietmeer. Dan is het al break-even. Hoe meer het er is, des te goedkoper hetwordt.Dan het derde onderwerp waar de heer Gabriëls het over had, namelijk«gedogen», zoals hij dat noemt. Ik ben dat op dit moment aan hetoplossen, overigens ook op nadrukkelijk verzoek van de heer Crone vande Eerste Kamer. Er leek namelijk een onduidelijkheid te ontstaan. Mijnvoorganger heeft dat volgens mij een aantal keer met u gedeeld. Het gingvooral over de situatie waarin er geen goedkeuringsverklaring kon komen,omdat er een onderdeel niet conform vergunning was. Daar waar heteenvoudig te herstellen was, moest dat gewoon gebeuren en datgebeurde ook. Maar daar waar het disproportioneel was om te eisen dater conform vergunning gebouwd werd, was het al mogelijk om dat dan zote laten.Wat is disproportioneel? Bijvoorbeeld in de situatie dat het plafond eencentimeter lager was dan vergund, zeggen: haal de hele verdiepingerboven er maar af om die centimeter toe te voegen. Dat is disproporti-oneel. Volgens mij was er op zichzelf geen juridisch probleem of onduide-lijkheid. Desalniettemin wordt in een AMvB, die al in uw Kamer ligt,opgenomen dat er een goedkeuringsverklaring kan komen, ook als er eenklein onderdeel niet conform bouwvergunning is gebouwd, maar dat hetdisproportioneel is om dat te laten herstellen. Die juridische onduide-lijkheid – in de praktijk van alledag was het niet onduidelijk – is nu dushersteld met de algemene maatregel van bestuur die in uw Kamer ligt.Alles zo afpellend zijn we met elkaar aan het werk met een wet die nogmaar een jaar in werking is getreden. Ik zou uw Kamer echt willen zeggen:wacht nou even de evaluatietermijn af en kijk op dat moment of u nogsteeds vindt dat we weer een totaal ander systeem moeten gaan kiezen.De voorzitter:Ik geef eerst nog even het woord aan de heer Gabriëls. Daarna is het debeurt aan mevrouw Wijen-Nass.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29621 Dank u wel voor deze uitleg. Ik denk dat we niet moeten uitsluiten datdeze wet gewoon echt tot meer problemen en juridische onduidelijkheidleidt dan we hier met z’n allen denken, ondanks de AMvB die voorligt.Want de gemeente blijft betrokken. De gemeente moet toch blijvencontroleren, maar krijgt, of heft, daar geen leges meer voor. Er ontstaandus hele onduidelijke situaties waarin de gemeente uiteindelijk toch weerverantwoordelijk wordt, maar dat eigenlijk niet is. Maar goed, ik wacht debrief af. We wachten de evaluatie af, maar ik denk dat we niet moetenonderschatten welke problemen het in de praktijk oplevert.Minister Keijzer:Mijn informatie is dat het stap voor stap steeds duidelijker wordt. Het iseen nieuwe wet, het is een ander systeem, het is wat hybride. Dat klopt.Tegelijkertijd komt er werkende weg steeds meer duidelijkheid over hoehet zich tot elkaar verhoudt. Geen enkel systeem is ideaal. Zo is het ookwel weer in het leven. Ik wil echt de evaluatie afwachten. Ik hoor de heerGabriëls dat zeggen en hij is in goed gezelschap van de Vereniging vanNederlandse Gemeenten zelf en van Bouwend Nederland. Zij onder-steunen dat.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Wijen-Nass.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Mijn vraag is heel kort en simpel: wanneer kunnen we die evaluatieongeveer verwachten?Minister Keijzer:Dit jaar is er een monitor en de evaluatietermijn in de wet is drie jaar. Dusdat is over twee jaar.De voorzitter:Dank u wel. Dan kunt u verder.Minister Keijzer:De heer Gabriëls vertelde, wat mij betreft vrij beeldend, over de proble-matiek waar de tiny houses tegenaan lopen. Hoe kan je nu voorkomen datverschillende gemeenten verschillende eisen stellen aan die tijdelijkewoningen? Het sprak mij heel erg aan. Het is ook mijn frustratie. Die klonkdaar goed in door. Ik vind het heel jammer als gemeenten verschillendeeisen stellen aan bouwwerken. Dat geldt ook voor het convenantToekomstbestendig Bouwen, maar daar kom ik straks op. Het voordeelvan de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is dat bouwers eenconceptuele woning op verschillende locaties kunnen toepassen. Danzullen ze gebruik moeten maken van dezelfde kwaliteitsborgen omherhaalde toetsing van het concept te voorkomen. Daar kan nu juist dieerkende kwaliteitsverklaring een geweldige rol in spelen. Daarmee kan jehet concept laten erkennen, dan krijgt het een soort stempel «goedkeuringBbl» en kan toetsing achterwege blijven. Dan kan je de woning opverschillende plekken neerzetten. Zowel gemeentes als kwaliteitsborgersdienen die EKV te accepteren als bewijs dat het bouwwerk voldoet aan deverplichtingen uit de Bbl.Voorzitter. De heer Gabriëls hield een warm pleidooi voor het convenantToekomstbestendig Bouwen. Het punt is echter wel dat er allemaalplussen in zitten, boven op het bestaande Bbl. Terwijl we juist met elkaarhebben vastgesteld – ik zag althans niemand opspringen om dat teontkennen – dat de huizen die worden gebouwd op basis van hetbestaande Bbl van uitstekende kwaliteit zijn. Als je daar dan elke keerplussen bovenop zet, die ook nog eens per gemeente verschillen, maak jeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29622 het duurder en zorg je weer dat er geen tempo gemaakt kan worden in hetrekenen, tekenen, ontwerpen en het aanvragen van een bouwvergunning.Het zou me een lief ding waard zijn als die afspraak, die we daaroveroverigens ook in de bouwtop hebben gemaakt { Dat vergat ik nog tezeggen: het gaat om de afspraak: géén plussen meer op basis van Bbl,want dat maakt het duur en het zorgt dat procedures langer duren. Dekwaliteit is gewoon voldoende. Ik ga ervan uit dat iedereen zich daaraanhoudt. Het Bbl schrijft dat ook dwingend voor. Je mág niet eens plussenvragen boven op het Bbl. Dat is een uitputtende regeling.De voorzitter:U heeft nog een vraag van de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik vind dit een interessante discussie, want of je nou op dit niveaueenduidigheid hebt of op een veel hoger niveau en alle bouwers, de grotebouwbedrijven en de provincies en de gemeentes, ook de provincieswaarin het meest gebouwd wordt, kortom iedereen is het daarover eens,dan is er toch een enorme eenduidigheid? Dus als iedereen dat wil:toekomstgericht en circulair en dus niet voor de korte termijn misschienkleine bedragen besparen, maar op lange termijn echt wel meer kostenhebben { Dus die extra eisen, die de Minister heel duur en heelomvangrijk noemt, zijn er niet en de bouwbedrijven vinden dat niet erg.Op de lange termijn kunnen ze namelijk meer circulair bouwen en hebbenze eenduidigheid. Dus ik snap niet zo goed waarom iets waarmeebouwbedrijven, provincies en gemeentes het eens zijn op een inderdaadhoger eisenniveau afgeschaft moet worden en deze eenduidigheid perdefinitie op een lager niveau moet liggen. Waarom moet het afgebrokenworden, terwijl zij het al jarenlang met elkaar eens zijn en het in de praktijkgewoon toepassen? Ik begrijp het gewoon niet zo goed.Minister Keijzer:Dat is omdat ze er bij de Woontop allemaal voor hebben getekend omgeen plussen meer toe te passen. Dat is volgens mij uiteindelijk de kortesamenvatting. Ik waardeer trouwens de woorden van de heer Gabriëls,want er zit een gedrevenheid achter om kwalitatief goed te bouwen. Maarook in de woorden van de heer Gabriëls zit wel af en toe een klein beetjeeen tegenstelling. Bij tiny houses zegt hij: zorg nou maar dat er eenBbl-stempel op komt en dat het duidelijk is dat je overal dezelfde eisenhebt. Ik ben van mening { en ik had, tot voor kort, vier partijen achter mijstaan, want het stond in het hoofdlijnenakkoord. Ik zie de heer Mooimanniet opeens iets anders zeggen. Maar ook alle partners bij de Woontopvan 11 december vorig jaar hebben hiervoor getekend. Ik ga iedereenhouden aan zijn handtekening. Dat ga ik gewoon écht doen. Er kloppennamelijk ook heel veel investeerders en bouwers bij mij op de deur, diezeggen: alsjeblieft Keijzer, wil je ervoor zorgen dat er geen plussen komenboven op het Bbl?De voorzitter:Uw laatste interruptie.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Mijn laatste dan. Het is geen plus. Het is een afspraak die al jaren geldt. Deeenduidigheid kan op een hoger of een lager niveau gerealiseerd worden.Dus als we met z’n allen circulair en toekomstgericht willen bouwen, kanhet op de lange termijn goedkoper en toekomstgerichter zijn. Als die eisentoch door de bouwers zelf gesteld worden, samen met de provincies ende gemeentes, en er wordt daar gewoon goed gebouwd maar wel metoog voor de lange termijn, en het wordt beter, dus niet alleen sneller enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29623 goedkoper maar ook beter, dan is het toch helemaal niet gek? Waarommoet het dan afgebroken worden?Eenduidigheid is het argument dat zij ook gebruiken, alleen dan voorbetere bouw en de eisen die ze zelf willen, waar ze zelf afspraken overmaken. De echte prijsverschillen zitten in grond en andere zaken, niet perdefinitie in een nestkastje – om hem dan toch maar even te noemen. Datbedoel ik niet verkeerd, want daar hebben we het over gehad, maar dat iseen { Dus ik snap niet waarom dat allemaal als «plus» gezien moetworden. Ik vind dat vrij dogmatisch. Je kunt ook zeggen: dingen zijn bestgoed voor de toekomst, want we bouwen circulair, we bouwen biodivers,natuurinclusiever, we bouwen toekomstgericht. Alles wordt nu eigenlijktenietgedaan door het woord «plus» en dus moet het maar afgeschaaldworden naar eenduidigheid op een lager niveau, terwijl je ook op eenhoger niveau eenduidigheid kunt hebben. De Minister moet toekomstge-richtheid toch ook onderschrijven?Minister Keijzer:Om te beginnen, voordat er een verkeerde teneur ontstaat: het hoeft nietafgebroken te worden. Dat wat is gebouwd, staat. Voordat iemand denkt«moet het gesloopt worden?»: nee, dat hoeft niet. Dus voor iedereen diemeeluistert: dat is niet wat ik zeg. Moet het beter? Ja. Hoe goed zijn dewoningen die wij bouwen conform Bbl? Dat zou de vraag hier moetenzijn. Zijn die goed genoeg? Ja.De kwaliteit. Iedereen die in een net opgeleverde woning komt, ook in eensociale huurwoning, kijkt zijn ogen uit. Het is werkelijk van hoge kwaliteit.Waarom is dat genoeg? Omdat het systeem van de wettelijke regeling zoin elkaar zit. In het Bbl zijn technische eisen opgenomen uit het oogpuntvan veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en duurzaamheid. Die zijnuitputtend geregeld. Wat wil dat zeggen? Daar mág je eigenlijk geenplussen bovenop zetten. Overigens ook privaatrechtelijk niet. Het is nunog weleens de gewoonte dat gemeentes dat in onderlinge contracten, inanterieure overeenkomsten, als plus erbovenop zetten. Dat is a niet nodig,want de kwaliteit is al heel goed. Elke plus maakt de woning uiteindelijkook duurder. En b, het frustreert de voortgang van ontwerpen, rekenen,tekenen en vergunnen. Dat zijn allemaal redenen waarom ik heb gezegden als insteek heb gekozen bij de afspraken voor de Woontop dat we geenplussen meer doen, ook omdat dat juist vanuit bouwers en investeerderszo tot mij gekomen is. En de Vereniging van Nederlandse Gemeentenheeft er ook voor getekend.De voorzitter:U kunt weer verder.Minister Keijzer:Dan is er nog aan mij gevraagd of ik in overleg wil gaan met gemeentenover minimum vierkante meters in relatie tot prefabbouwen. Uit hetoogmerk van bruikbaarheid zijn in het Bbl minimumeisen aan verblijfs-gebied opgenomen. Het minimum is 10 vierkante meter voor de woningvoor bestaande bouw, voor nieuwbouw is het 18 vierkante meter en voorde nieuwbouw van studentenwoningen is dat 15 vierkante meter. Het ziter dus al in.Ik kom bij de vraag van de PVV-fractie hoe het staat met de afspraken uitde Woontop ten aanzien van modulair industrieel bouwen. Ik ben er ergvoor, vanuit dezelfde overwegingen als die ik net heb uitgesproken met deheer Gabriëls, zoals snelheid en betaalbaarheid. Ik ben bezig met desector om vaker met typegoedkeuring te werken. Door de commissieSTOER is hiervoor ook terecht aandacht gevraagd.De fractie van de VVD, bij monde van de heer Buijsse in een weergaloosdebuut, vroeg aan mij hoe ik aankijk tegen gemeentes die niet mogenbouwen op locaties door tegenwerking van de provincie. Elke locatie is erTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29624 één, dus kom maar door. Gezien de omvang van de opgave moeten weecht alle kansrijke locaties benutten. Ik ben in gesprek gegaan metprovincies en gemeenten, in het kader van de Woondealregio’s, om tot de130% plancapaciteit te komen. Dus 30% bovenop wat je nodig hebt, wil jeecht iets doen aan de woningnood.Dat is natuurlijk niet de enige plek waarvoor ruimte moet wordengevonden. Je hebt ook ruimte nodig voor economie, werken, bedrijven,voor de winning van drinkwater, voor natuur, landschap en landbouw.Wanneer ik zie dat provincies te veel op de rem gaan, heb ik daaroveroverleg. Ik heb tegen iedereen gezegd: als je vastloopt bij de provincie,meld je gewoon bij mij. Dat wil zeggen, alsjeblieft niet iedereen voor vijfwoningen, want dan verzuip ik. Maar als het gaat om enige omvang, meldje dan bij mij. Door de duur van procedures duurt het hele proces langerdan ik wil. Je hebt gewoon veel van die locaties nodig. Doen provinciesdat uiteindelijk niet, dan heeft de Omgevingswet instrumenten die ik kantoepassen.De fractie van de VVD heeft ook aan mij gevraagd hoe het zit met degrootschalige woningbouwlocaties. Peter de Groot diende hierover eerdereen motie in. Daarin vroeg hij om deze aan te wijzen. Ik ben bezig met deuitvoering van deze motie. Ik heb de afgelopen week het BestuurlijkOverleg Leefomgeving gehad. Ik ga aanvullend op de bestaande zeventiengrootschalige woningbouwlocaties een viertal extra gemeentenbenoemen waarbinnen een kansrijke grootschalige woningbouwlocatieligt die op korte termijn, tot 2034, gerealiseerd kan worden.Ik heb dat nieuwe begrip «regionale grootschalige woningbouwlocaties»geïntroduceerd. Dat heeft drie niveaus: minstens 400, minstens 1.000 enminstens 2.000 woningen. Ik ben voornemens om beide typen groot-schalige woningbouwlocaties op te gaan nemen in de Nota Ruimte omgewoon duidelijkheid te verschaffen.Het is goed om te beseffen dat dat proces nog wel een weg te gaan heeft.De bedoeling is om voor de zomer de ontwerpnota Ruimte in de minis-terraad vast te stellen. Dan kan ik hem nog niet publiceren, want er moetdaarnaast een planMER gedraaid worden. Daar zal de zomer voor nodigzijn. Ik kan dus na de zomer de in de planMER gemaakte opmerkingenverwerken en pas daarna kan ik het ontwerp vrijgeven voor deinzagetermijn. Het heeft dus nog wel wat voeten in de aarde voordat ereen definitief besluit genomen gaat worden. Ik hoop dat de Kamer mij inieder geval in de gelegenheid stelt om die voortgang wel te maken, wantvoordat dat ding echt definitief vastgesteld wordt, gaan we met zijn allenrichting de kerst.Er komt vandaag, misschien zelfs wanneer wij hier nog zitten, een briefwaarin ik 24 nieuwe doorbraaklocaties ga publiceren, waar bij elkaaropgeteld 150.000 woningen gebouwd gaan worden. Er staan afspraken inmet de VNG, de betreffende gemeentes, provincies, investeerders,ontwikkelaars, IVBN en NEPROM. Daarmee laten we zien dat weweliswaar demissionair zijn als kabinet, maar dat de woningnood ons nogsteeds zeer aan het hart gaat en dat we daar echt voortgang op proberente maken.De vraag over de tiny houses heb ik beantwoord. Dan heb ik nog de vraagof ik overweeg om een instructieregel op te leggen aan gemeentes omwoningdelen en woningsplitsen te stimuleren. «Ja, wat had je gedacht?»zou ik bijna willen zeggen tegen de heer Vijlbrief. Maar omdat mijnambtelijke capaciteit beperkt is, ben ik op dit moment echt nog bezig metde persoonsgebonden beschikking voor mensen die in vakantieparkenwonen en met de instructieregeling om zogenaamde familiewoningen inachtertuinen mogelijk te maken. Maar deze staat ook echt op mijnverlanglijstje.De voorzitter:Ik geef het woord aan de heer Vijlbrief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29625 De heer Vijlbrief (D66):Dank aan de Minister voor het antwoord. Ik ben er blij mee. Ik vraag hetook aan de Minister omdat wij, als we besluiten om de Wet versterkingregie volkshuisvesting niet controversieel te verklaren, de wet hopelijkover anderhalve week gaan behandelen. Ik was eigenlijk van plan om eenamendement in te dienen om dit mogelijk te maken. Maar als dit mogelijkis in het kader van de Omgevingswet en de Minister van plan is om dit tegaan doen, is dat helemaal niet nodig.Ik heb dan wel de volgende vraag aan de Minister. Dit instrument wordtniet heel makkelijk ingezet. De Minister geeft aan dat ze geen belemme-ringen voelt, maar dat het een pure volumekwestie is, een capaciteits-kwestie, dat dit niet ingezet wordt. Er ligt namelijk zo’n ontzettendpotentieel in woningdelen. De Minister weet dat natuurlijk ook. Diespreekt de woningcorporaties nog veel meer dan ik. Die willen daar echtenorm veel mee. Ik hoop eigenlijk dat het daarom ook voldoende spoedheeft en dat er geen andere belemmeringen zijn om dit instrument in tezetten. Dat is eigenlijk mijn vraag.Minister Keijzer:Ik heb toevallig gisteren een gesprek gehad met de Rijksbouwmeester, deheer Veenstra, over de vraag hoe je het proces kunt vlot trekken waardoorer meer boven winkels gewoond gaat worden. Dat is ook zo’n voorbeeld.Hij is met de mensen binnen zijn organisatie bezig om met een soortleidraad te komen. Laat ik het zo maar noemen. Ik wil hem geen onrechtdoen. Met die leidraad kun je met een erkende architect razendsnel doorhet vergunningverleningsproces heen.Een complicerende factor is parkeren. U heeft er vast over gelezen. Hoegaat dat namelijk in de praktijk? Daar waar het op grond van het bestem-mingsplan mag, heb je geen probleem. Dat is gewoon een bouwtech-nische afweging. Maar daar waar het niet mag of daar waar bijvoorbeeldde huisvestingsverordening dwars ligt, kom je al gauw in parkeerdis-cussies terecht. Dat is best heel bijzonder, want waar kan je nog in echtdrukke winkelstraten parkeren? Het is trouwens ook bijzonder omdat wein toenemende mate binnenstedelijk geen parkeerplaatsen meer op deoprit mogelijk maken. Ik kom zo op de vraag van de heer Buijsse en deheer Mooiman over de parkeernorm.Wat je helemaal de haren te berge doet rijzen, is de verplichting om eenfietsenstalling te hebben, terwijl iedereen die weleens in de stad in eenetagewoning geweest is gewoon de racefiets aan een haak bij detrapopgang ziet hangen. Ik weet trouwens niet – ik kijk de brandweer evenaan – of dat nou helemaal veilig is, maar als dat zo is, dan denk ik bijmezelf: laten we nou toch eens kijken naar hoe iets wel kan in plaats vanelke keer bedenken hoe iets niet kan.Dat gezegd hebbende: aan het splitsen van woningen en het optoppenvan woningen zitten natuurlijk wel grenzen. Je wilt niet tien arbeidsmi-granten hebben in een driekamerappartement of in een woning waarin jeeen of twee slaapkamers kunt toevoegen als je hem splitst. Ik wildesalniettemin kijken wat je nou kunt regelen om dit gewoon mogelijk tegaan maken, maar dat vergt wel afstemming met gemeentes en goeddoordenken over wat het betekent met betrekking tot allerlei eisen in hetBesluit kwaliteit leefomgeving.Voorzitter. Wat hebben wij een boel regels in dit land. Daar lopen de tinyhouses ook vaak op stuk als je ze definitief wil neerzetten. Voor tijdelijkewoningen gelden minder eisen, zowel in het Bbl als in het Bkl. Maar je wiltniet weten wat er allemaal op je afkomt als ze langer blijven staan. Ik hoopdus dat u mij de ruimte gaat geven om te kijken wat ik daar allemaal noganders in kan organiseren.De heer Vijlbrief (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29626 Volgens mij zegt de Minister ongeveer hetzelfde als wat ik bedoel. Ik denkdat we hetzelfde bedoelen. Ik kom er bij de Wet versterking regievolkshuisvesting nog wel even op terug.Aan gebrek aan capaciteit bij een departement kan natuurlijk niemand ietsdoen, maar ik zou het wel fijn vinden om van de Minister definitief tehoren dat er inderdaad echte aandacht voor komt. Gemeentes dienengewoon instructies te krijgen als zij allerlei regels opleggen die ditonmogelijk maken, terwijl we zo’n enorm woningtekort hebben. Dankunnen we daar ook gewoon ingrijpen. Dat was het doel van mijn vraag.De Minister zegt eigenlijk: ja, dat kan ik, ik moet alleen wel voldoendecapaciteit hebben om dat allemaal uit te voeren. Dat begrijp ik ook. Ik komer bij de Wet versterking regie volkshuisvesting nog wel even op terug,omdat dit me toch een beetje als een graat in de keel zit. Er ligtwaarschijnlijk zoveel potentie in dat woningdelen en woningsplitsen.Maar goed, dat weet de Minister ook.Minister Keijzer:Zeker. Hospitaverhuur kan 100.000 plekken opleveren, mantelzorgwo-ningen achter in tuinen bieden potentieel 100.000 plekken, wonen bovenwinkels potentieel 60.000. Alles bij elkaar opgeteld heb je het overgigantische aantallen. Je kunt natuurlijk niet onbeperkt toevoegen binnenbestaand gebouwd gebied, maar we hebben het gewoon hard nodig omdaar wat flexibeler mee om te gaan. Dank dus voor de steun van de heerVijlbrief.Tot slot kom ik op een andere vraag van de heer Vijlbrief in dit blokje. Hijvroeg of het niet beter is om een bouwbaas aan te stellen. Ik zou bijnawillen zeggen: ik ben bouwbaas. Ik denk ook dat het geen zin heeft omeen deltacommissaris aan te wijzen, want die loopt gewoon tegen preciesdezelfde problemen op als ik. Dus ik zou zeggen: help mij met hetschrappen van regels. Help mij met alles wat in de commissie STOER isvoorgesteld en wat enigszins op een Kamermeerderheid kan rekenen.Geef mij de ruimte om zo veel als mogelijk obstakels te slechten in de tijddie mij nog rest tot er een nieuw kabinet aantreedt.De heer Vijlbrief (D66):De Minister maakt het persoonlijk. Zo is het helemaal niet bedoeld. Ze zalsteun krijgen rond deregulering et cetera. Daar kan ze van op aan. Ik denkzelf dat het wel verstandig is om iemand iets verder van de politiek tebenoemen. De Minister weet heel goed wat ik zelf ook uit mijn eigenvoorgaande levens weet: als politicus en als bewindspersoon word je erggeleefd door bijvoorbeeld dit gremium en door allerlei andere dingen. Wekomen er bij de Wet versterking regie volkshuisvesting nog wel op terug.We hebben er heel goede ervaringen mee opgedaan in het kader van hetwaterbeheer. Het kan handig zijn. We komen er nog wel op terug. Ik geloofniet dat we er hier met elkaar een principekwestie van moeten maken. Hetgaat mij, en volgens mij ook de Minister erom dat er echt iets gebeurt.Minister Keijzer:Zeker. Ik wil alleen in overweging geven – dat valt mij echt op – dat erweinig verschil van mening is. Iedereen ziet dat we woningnood hebben.Iedereen ziet dat we echt veel en snel moeten bouwen. Iedereen ziet dat jedat op verstandige plekken moet doen. De vraag is dus alleen hoe we datvoor elkaar gaan krijgen. Een deltacommissaris of rijkscommissaris voorwoningbouw zorgt voor zijsturing. Inrichten en ondersteuning daarvankost ook gewoon tijd. Dat is dus weer extra ambtelijke capaciteit die in hetondersteunen van iemand gaat zitten die hetzelfde gaat doen als ik. Het isook onnodig, omdat het dubbelt met wat er allemaal al gebeurt. Er vindtpubliek-private samenwerking met de markt en corporaties plaats aan deversnellingstafels, die we ook al hebben, om projecten vlot te trekken. WeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29627 hebben ook al landelijke versnellingstafels voor landelijke doorbraken. Demonitoring van de voortgang vindt ook al plaats.Tot slot het mapje STOER.De voorzitter:U had nog een interruptie. De heer Buijsse zit al geduldig te wachten. Hetwoord is aan de heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Dank voor de beantwoording van mijn vraag over de relatie tussenprovincies en gemeentes. Ik wilde daar eigenlijk iets dieper op graven omwat meer duiding te krijgen van hoe de Minister daartegenover staat. Wijgaan straks naar een Nota Ruimte toe. Provincies hebben straks een eigenomgevingsvisie en gemeentes hebben lokaal ook nog eens hun eigenomgevingsvisie, structuurvisie of hoe je het noemen wil. Dat is dus eengelaagdheid van jewelste, durf ik wel te zeggen. Daarbij wordt alleensteeds maar weer gezegd: dit mag niet, dat mag niet en hier kunnen wedit niet. Hoe beoordeelt u dat nou eigenlijk? Hebben we in Nederland nietgewoon te veel lagen?Minister Keijzer:Ik zou niet door het huis van Thorbecke heen willen banjeren even tijdenseen commissiedebat Bouwregelgeving. Wat bedoel ik dan? We hebben degemeentes, de provincies, het Rijk en uiteraard ook de Europese Uniewaar alle regelgeving vandaan komt. Dan zijn er natuurlijk ook nog, in eensoort staffunctie, zou ik bijna willen zeggen, de waterschappen. Dat is hetprobleem dus niet, denk ik. Het probleem dat wij hebben, is dat we veelen veel te veel regels hebben. We hebben ons compleet in de hoekgeschilderd in dit land. Dat is overigens met de beste bedoelingengebeurd. Daar doe ik niets aan af. Maar de stapeling is gewoon zolangzamerhand niet meer te doen.Wat betreft de Nota Ruimte het volgende. Naast de brief over dedoorbraaklocaties gaat vanmiddag ook de brief uit waarin verteld wordtwat er besproken is tijdens het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving, deBOL’s, met al deze koepels. Daar treft u ook een verwijzing aan naar deruimtelijke arrangementen. Ruimtelijke arrangementen zijn de afsprakentussen Rijk en provincies over alle vraagstukken die daar spelen. Datwordt een soort zwaluwstaart – dat is een vreselijk woord – met hetproces dat we op dit moment aan het doorlopen zijn in de Nota Ruimte.Uiteindelijk moet dat wat in de Nota Ruimte staat gewoon gaandoorwerken in provinciale plannen en dat moet weer gaan doorwerken ingemeentelijke plannen. Het proces dat we doorlopen is intensief. Ikbedank echt iedereen die daarbij betrokken is, bestuurlijk en ambtelijk. Datzal wel min of meer op elkaar aansluiten. Daar waar dat op een gegevenmoment niet zo is, heeft de Minister van VRO uiteindelijk het instrumen-tarium om op te leggen wat vanuit het Rijk als richtinggevend enbelangrijk wordt gezien.Dan kom ik bij STOER. Jawel, daar is hij. Dit is adviesrapport fase 1. Fase2 ligt op dit moment ter inzage. Tot 18 juni kan daarop gereageerdworden. In fase 1 ben ik bijna klaar met een brief die ik aan de Kamer wilsturen. De korte samenvatting – even hele grote stappen, snel thuis –daarvan wordt: alles wat geadviseerd wordt en onder mijn bevoegdheidvalt, ben ik van plan over te nemen, met uitzondering, zeg ik ook richtingde heer Gabriëls, dat wat gaat over de drempels naar buitenruimte. Laat ikhet voor het gemak zo even samenvatten. Ik zie namelijk ook wel dat wenou eenmaal een verdrag hebben geratificeerd dat gaat over de rechtenvan mensen met een handicap. Denk trouwens niet dat dat even makkelijkis, want zeker waar het inpandige balkons en patio’s zijn, heeft dat effect.Er is weer een wereld voor mij opengegaan ten aanzien van de hoogtevan de verdiepingsvloeren. En je moet nadenken hoe je voorkomt – wat jeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29628 niet meemaakt in je leven, meneer Vijlbrief – dat vervolgens het regen-water naar binnen loopt. Ik dacht bij mezelf: als ik dit nu ga doen, kom ikin een discussie waarvan ik al weet wat de uitkomst wordt.De heer Vijlbrief (D66):Ik heb een korte ordevraag aan de Minister. Zij zegt een brief toe over hetkabinetsstandpunt over STOER. Zouden we die kunnen krijgen voordat deWet regie gepland staat, of in potlood half gepland staat?Minister Keijzer:Dat is wel mijn bedoeling. De brief moet interdepartementaal afgestemdworden, want er zit een flink aantal voorstellen in die niet alleen binnenmijn bevoegdheid vallen. Daarvoor heb ik een collega nodig van eenander departement. Die voorstellen ga ik trouwens tijdens de zomerbespreken. Ik kom na de zomer met uitsluitsel over wat ik daarmee gadoen.Ter geruststelling zeg ik richting de heer Gabriëls – ik heb er nog evennaar gekeken, want ik dacht: hè, bouwen in het Markermeer, de Gouwzee,het IJmeer, het Gooimeer? – dat er staat «maak langs de randen van hetMarkeermeer, de Gouwzee, woningbouw mogelijk». Dat scheelt dus al. Ditter geruststelling. Dit is er trouwens precies een die ik moet gaanbespreken. Dit klinkt aantrekkelijk, maar het gaat hier ook over dewaterberging die we in Nederland nodig hebben. Waar vind je daar nouhet redelijke midden? Ik kom uit die omgeving en ik weet waar binnen-dijks al bouwwerken staan.Ik denk ook dat we moeten nadenken hoe we daarmee om kunnen gaan.Die bouwwerken verdwijnen vaak niet meer. Ze staan er nou eenmaal. Hetzou een gigantische kapitaalvernietiging zijn. Hoe kan je het nou regelendat je daar uiteindelijk wel waterveilig renoveert? Laat ik het voor ditmoment maar even zo houden. Dit is precies een van de discussies die ikmoet gaan voeren met mijn collega’s van IenW. Zo zit er ook nog eenaantal dingen in waar ik Justitie voor nodig heb. «Dit wordt een BBB’er»,zegt de heer Gabriëls. Dus, voorzitter, duizenden bloemen bloeien. Nee, zois het natuurlijk niet. Dat snapt iedereen. Maar je mag af en toe een grapjemaken, toch meneer Gabriëls? Gelukkig.Wil ik parkeernormen opnemen in het Bbl? Ik heb gehoord dat er eenmotie is aangenomen waarin is gevraagd om een norm van maar liefst 1,7verplicht op te nemen in het Bbl. Ik ben van plan om dat niet te doen en ikzal uitleggen waarom. Ik woon in een dorp en ben opgegroeid in eendorp. Het is trouwens een dorp waar heel veel voorhanden is. Maar ik hebook heel lang in een dorp van 1.800 inwoners gewoond waar geensupermarkt meer was. Het is de vraag of het wijsheid is om daar tebouwen zonder parkeren, want dan organiseer je eigenlijk je parkeerpro-blemen.Rijnenburg bijvoorbeeld – de heer Vijlbrief had het er al over – is eencompleet ander concept. Het is binnenstedelijk en heeft een gigantischeopenbaarvervoervoorziening. Daar moet je je afvragen of je de norm van1,7 verplicht wilt stellen. Je kunt het wel doen, maar dat heeft eengigantisch effect op het aantal woningen dat je daar gaat bouwen.Als je met mensen spreekt die in een binnenstad wonen, kiezen zij er alvoor om geen auto te hebben. Dat speelt ook een rol. Ze kunnen hem tochniet kwijt. En het openbaar vervoer is zo goed dat ze «m ook niet nodighebben. Dat is niet mijn werkelijkheid in mijn privéleven, want ik woon ineen dorp. Maar ik vind wel dat je ook de ruimte moet laten voor anderemanieren van wonen. Ik vind het wel spannend – dat zeg ik er richting deheer Buijsse meteen bij – of dit uiteindelijk gaat werken. We moeten heteen keer proberen om daar met elkaar achter te komen. Ik moet hieruiteraard nog wel een mooi schrijven over maken en ik moet ook nogprecies lezen wat in die motie aan mij wordt gevraagd. Maar het lijkt mijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29629 buitengewoon onverstandig om de norm van 1,7 verplicht op te nemen inhet Bbl.De heer Vijlbrief (D66):Ik ben het zeer eens met de Minister dat je hier maatwerk moet toepassen.Volgens mij is dat wat zij zegt. Daarom vind ik die motie over 1,7 ook heelonverstandig. Het klinkt heel sympathiek en ik begrijp het – ik woon zelfook in een dorp – maar in steden en vooral in de nieuwe locaties waar ditwordt gedaan, kost het heel veel ruimte, waar we vervolgens blik neergaan zetten. Dat blik komt vervolgens in een file terecht op de A12, in hetgeval van Rijnenburg. Het is dus onlogisch om dat te doen. Ik vraag decollega’s die de motie toen hebben gesteund of ze hier nog eens overwillen nadenken. Ik denk dat dit heel slecht is voor de bouwplannen diewe met elkaar hebben. Terwijl ik er niet tegen ben om de parkeernorm weltoe te passen op plekken waar je die nodig hebt. Het is heel voor de handliggend wat de Minister zegt. Dat is ondersteunend bedoeld.De voorzitter:Ik hoor ondersteuning voor de Minister en een oproep tot nadenken bij decollega’s. U kunt verder met uw betoog.Minister Keijzer:Dat doen wij allemaal, denk ik, dus dank voor de woorden van de heerVijlbrief.De heer Mooiman van de PVV-fractie vroeg aan mij of ik STOER ook inEuropa ga uitdragen. Dat ben ik al aan het doen. Ik ben al in Brusselgeweest en heb aandacht gevraagd voor het dichtstbevolkte land vanEuropa. Heel veel van onze wet- en regelgeving is trouwens nationaal,maar er zit ook veel Europese wet- en regelgeving bij. Ik ben dat al aan hetdoen, dus dank voor deze vraag van de heer Mooiman.Hoe kijk ik aan tegen het verkorten van procedures zoals het voorstel tothet verhogen van griffierechten? Dit is er nou weer een waarover ik metcollega’s moet overleggen. Hierbij moeten we het midden proberen tevinden tussen het nog wel gebruik kunnen maken van het recht datmensen hebben om naar de rechter te gaan en het daartegenoverplaatsen van een inspanning. Deze komt later terug.De heer Buijsse vroeg aan mij of ik een crisis- en herstelwet wil makenvoor STOER. Ik vraag me af of dat nodig is, want heel veel zit in onderlig-gende regelgeving die ik kan aanpassen. Ik voel dit wel als een aanmoe-diging van de heer Buijsse, waarvoor dank.Dan de laatste vraag die ik hier bij mij heb liggen: wat is het nut vanSTOER voor mensen met een handicap? De heer Gabriëls vroeg daarnaar.Ik heb er net al iets over gezegd. Alle andere voorstellen waarin trappenen andere zaken zijn opgenomen – lagere plafonds, om er eentje uit mijnhoofd te noemen – ben ik voornemens over te nemen, omdat het bijelkaar opgeteld om duizenden euro’s per woning gaat. Het grootsteprobleem is hoe we betaalbaar wonen betalen, zowel huur als koop. Als jedan net even wat minder ruimte nodig hebt voor een trap of net even watminder binnenruimte hebt omdat het plafond lager wordt dan 2,60 meter– 2,60 meter is best hoog en wij zijn lang, zeg ik, kijkend naar de voorzitter– kan je ook daar ruimte zoeken om het net allemaal wat lager te doen. Bijelkaar opgeteld heb je het echt over duizenden euro’s.Tot slot stikstof. Daarover werd ook nog gezegd dat dit frustreert. Hetfrustreert hoe wij het in Nederland georganiseerd hebben. Op 24 of25 april hebben we een brief gestuurd waarin een aantal voorstellen isopgenomen om dit probleem echt vlot te trekken. Het verhogen van derekenkundige ondergrens, wat iets anders is dan drempelwaarde – ik zeghet er nog maar weer een keer bij – gaat in 95% van de locaties in iedergeval het stikstofprobleem wegnemen.Dank u.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29630 De voorzitter:Dank u wel voor de beantwoording. Ik zie dat u nog een interruptie heeftvan de heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Ik heb het misschien over het hoofd gezien, maar één vraag is nietbeantwoord. De Minister zal de meeste aanbevelingen van STOERovernemen, waarvoor hulde, want daar zijn we heel blij mee. Maar nietalle aanbevelingen uit STOER liggen binnen de bevoegdheid van deMinister, want sommige zullen op gemeenteniveau landen. Mijn vraag inmijn spreektekst ging erover hoe de Minister daarop toeziet en wat haarideeën daarbij zijn.Minister Keijzer:De brief is op een haar na gevild. Ik vertel daarin per onderwerp wat ikermee ga doen. Ik heb met de heer Gabriëls net al een discussie gehadover plussen op het Bbl en ik heb verteld dat dit in strijd is met het Bbl.Volgens mij zijn zelfs extra eisen nietig, om het even privaatrechtelijk teduiden. Zelfs als je daar als bouwer voor tekent, hoef je het niet te doen. Ikzeg tegen gemeentes, want ik spreek ze veel: «Doe het niet. Je maakt hetduur en de kwaliteit van het bestaande Bbl is gewoon goed.»De voorzitter:De heer Buijsse heeft een vervolgvraag.De heer Buijsse (VVD):Dit is mijn introductie dus ik mag alles vragen. Misschien is het hartstikkedom, maar goed. Welk instrumentarium heeft u om de gemeentes echtaan te pakken als ze afwijken?Minister Keijzer:Verschillende. Ik kan instructieregels opleggen. Daar waar gemeentesmeer dan 30% sociaal en twee derde betaalbaar willen gaan bouwen,mogen ze dit nog doen op grond van de huidige Wet regie, zoals die in deKamer ligt, en de onderliggende regelgeving. Ik heb wel tegen ze gezegd:«Kom niet bij mij voor de hogere onrendabele top binnen het bouwplandat je hebt. Ik heb geld voor 30% sociaal twee derde betaalbaar en als jedaar plussen op wilt zetten» – ik vraag me trouwens af waarom eengemeente dat wil doen, want dit getal sluit aan bij behoefteonderzoeken –«bijvoorbeeld om politieke redenen, krijg je van mij niet voor 32% socialehuur realisatiestimulans of WBI of ander geld.» Zo probeer ik datlangzamerhand voor elkaar te krijgen. In STOER zit ook een voorstel vooreen escalatieladder. Dat is een bestuurlijk traject waarin ik via deversnellingstafels uiteindelijk opschaal om toch datgene wat we met zijnallen afgesproken hebben – het zijn gewoon Woontopafspraken – ook tedoen.De voorzitter:Dank u wel. Dan heeft u nog een vraag van het lid Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):De Minister heeft aangegeven dat we voor de zomer iets horen overSTOER fase 1. In mijn spreektekst heb ik de vraag opgenomen of definanciële effecten en wat het concreet aan extra woningbouw oplevert,daarin worden meegenomen of dat dit in de brief komt die na de zomernaar ons toekomt.Minister Keijzer:De brief over STOER zelf wil ik 4 juli naar uw Kamer sturen. Dat wat het bijbenadering oplevert, staat in het rapport STOER zelf. Verdere duiding gaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29631 ik na de zomer aan u doen toekomen, als ik ook op het tweede rapport vanSTOER reageer. Het gaat een bijdrage leveren aan de betaalbaarheid vanwoningen. Dat is hard nodig. Gezien het uitponden verdwijnen er steedsmeer betaalbare huurwoningen. Er wordt wel nieuw toegevoegd,absoluut, maar er is eigenlijk een veel grotere behoefte aan betaalbarekoopwoningen, als je naar de behoeftenonderzoeken kijkt. Maar ja, danmoeten die wel bereikbaar zijn voor mensen met een middeninkomen.Daarmee gaat het ook weer geweldig helpen in de betaalbaarheid.De voorzitter:Dank u wel. Ik sluit hierbij de eerste termijn van de kant van de regering.Dan zijn we toegekomen aan de tweede termijn van de kant van deKamer. Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Dank aan de Minister voor de beantwoording van de vragen. Met een deelben ik uiterst tevreden, zeker ook het betoog rondom het standaardneerzetten van de parkeernorm van 1,7. Ik woon in Rotterdam. Er komtiedere vijf minuten een tram of metro langs, dus er zijn genoeg plekkenwaar het echt niet nodig is.Er zijn ook twee dingen waarover ik met meer zorgen vertrek dan dat ikaankwam in dit debat. Dit heeft te maken met de binnenluchtkwaliteit. Ikgeloof niet dat we de ziektelast van 7,8 miljard gaan verkleinen door eengoede voorlichtingscampagne. Ik denk dat daarvoor veel meer nodig is.Dit geldt ook voor de brandveiligheid. Ik ben er nog niet gerust op.Nogmaals, ik moet er maar op vertrouwen dat mijn buurvrouw ofbuurman de juiste websites vindt. Ik refereer aan de dodelijke flatbrand inReims. Twee jongens van 13 en 15 jaar zijn daar overleden, evenals tweemensen van 87 en 59 jaar die erboven woonden. In de bestaandevoorraad is meer nodig aan informatie en mitigatie. Ik ben het honderdprocent met de Minister eens dat het Bbl voor nieuwbouw de lat hooglegt. Ik heb het dus ook niet over de nieuwbouw. Ik heb het echt over debestaande voorraad woningen met diverse bouwjaren, die massaalverduurzaamd gaan worden. Wat mij en wat Nieuw Sociaal Contractbetreft is echt meer nodig om ook daar de veiligheid te waarborgen. Ik wilgraag een tweeminutendebat aanvragen, zodat ik op deze twee punteneen motie kan indienen.De voorzitter:Dank u wel. Bij deze staat het tweeminutendebat genoteerd. Ik wil graaghet woord geven aan de heer Vijlbrief.De heer Vijlbrief (D66):Voorzitter. Ik hou het heel kort: een uitstekend debat. Dank aan de Ministervoor de uitgebreide beantwoording. De Minister zei net in haar slotwoordeven heel snel: de brief STOER 4 juli. Dat is precies wat ik probeerde tevragen. Het zou helpen om bij het debat over de Wet regie, dat iswaarschijnlijk over anderhalve week – in de NAVO-week om het maareven huiselijk te zeggen, dus voor 4 juli – iets van een indicatie te hebbenwat de Minister ermee gaat doen. Dat was de achtergrond van mijn vraag.Misschien kan de Minister in tweede termijn even { Het kan eenvoorlopige brief zijn, een concept, weet ik veel.Dat was het, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. We moeten het schema nog krijgen, maar we hebben sterkhet vermoeden dat dat debat inderdaad volgende week donderdag is. Deweek erna, ja, in de NAVO-week. Er worden alsnog enkele debattengepland in de NAVO-week en dit zou er zomaar een kunnen zijn. Denkt udaar nog even over na.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29632 Dan wil ik graag naar de heer Mooiman. De heer Mooiman ziet af van zijntweede termijn. Dan mevrouw Wijen-Nass.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ook ik hou het kort. Ik wil de Ministerhartelijk bedanken voor de duidelijke beantwoording. Ik ben heelbenieuwd naar die monitoring na een jaar van de Wet kwaliteitsborgingvoor het bouwen. Evaluatie na drie jaar lijkt mij erg lang, maar daar zal ikme richting het tweeminutendebat nog even op beraden.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Dank u wel, voorzitter. Dank voor de beantwoording van alle vragen die ikgesteld heb. Ik vind het met name belangrijk dat het programma STOERdoorgaat. De Minister geeft ook goede aanzetten om het een vervolg tegeven. Ik vraag me wel af of de politiek de Minister daarin voldoendesteunt. Ik overweeg daarover een motie in te dienen, maar daar kan ik nognader overleg over hebben als dat nodig is.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik wil de Minister ook heel graag bedanken voor haar antwoorden op devragen die ik heb gesteld – de Minister let niet op, maar ik wil haar welbedanken – over de Wet kwaliteitsborging en ook over de tiny houses,waarin ze een toezegging deed om het in ieder geval te bekijken. Ik heb erzorgen over als er heel dogmatisch wordt gedacht. Ik vind de dogma’s tenaanzien van tégen goede plussen zijn en vóór het schrappen van goederegels zorgelijk. Als je daar heel dogmatisch in zit, schrap je iets goeds ofje bent misschien wel tegen een goede plus. Ik vind dat te dogmatisch endaar maak ik me zorgen over.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijnvan de Kamer. Die ging zeer snel. Ik heb eigenlijk ook maar één vraaggehoord. Kan de Minister meteen door?Minister Keijzer:Ja. Er zijn twee opmerkingen gemaakt waar ik toch nog even iets over wilzeggen, en er is één vraag.Richting de heer Gabriels zou ik willen zeggen: het zijn geen dogma’s, hetzijn vastgestelde wetten en gemaakte afspraken. Daarom wil ik geenplussen op basis van het Bbl. Het Bbl is een algemene maatregel vanbestuur, zeg ik maar even ouderwets, waarmee de Kamer uiteindelijk ookheeft ingestemd. Het hangt onder de Omgevingswet. Daar hebben wevervolgens afspraken over gemaakt in de Woontop. Ik probeer altijd medaaraan te houden; de ene kant op en de andere kant op. Dat ten eerste.De motie die mevrouw Welzijn gaat indienen, wacht ik af.Dan toch nog even een opmerking richting de heer Gabriëls. Daar zat iknet even naar te kijken. De flatbrand in Reims is ontstaan door eenelektrische step die binnen was neergezet. Zelfs als je zou regelen dat jegeen step mee naar binnen mag nemen { Dat gaat eigenlijk al best ver.Vinden we dat je niet met een step in je eigen huis mag? Als het antwoorddaarop ja is, dan is de vervolgvraag: hoe ga je dat handhaven? Het isverschrikkelijk, want er zijn daar vier mensen verbrand, overleden. Hoe zeoverleden zijn, weet ik natuurlijk niet, maar ze zijn daar overleden. Je kuntTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29633 tot morgenochtend regels maken, maar als mensen onhandige en dommedingen doen, is dat ook een beetje de tragiek van het leven. Hoe vreselijkdat ook is. Dat wil ik nog even gezegd hebben. Daarmee is het probleemtrouwens niet weg, maar het is uiteindelijk soms wel de triestheid van depraktijk van het leven, denk ik.Tot slot richting de heer Vijlbrief. In het rapport STOER zitten nu eenmaalook zaken waarvoor ik afstemming nodig heb met andere ministeries. Datheeft even wat tijd nodig. Ik kan bekijken of ik het onderdeel dat over mijnbevoegdheid gaat, eruit kan halen. Daarvoor moet ik wel weer het gesprekaangegaan zijn met gemeentes. Ik ga mijn best doen, want ik denk dat hetin de discussie bij de wetsbehandeling gaat helpen. Ik ga dat echt doen enik laat de griffie en de heer Vijlbrief nog weten wat uiteindelijk de uitkomstis.Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank. We zijn aan het einde gekomen van de tweede termijn vande kant van de regering. Dat betekent dat ik nog aan de slag ga met hetopnoemen van de toezeggingen. Ik heb nog even jullie aandacht nodig.–Eerste toezegging. De Minister zegt toe de brief die ze voor de zomernaar de Eerste Kamer stuurt over de Wet kwaliteitsborging ook naar deTweede Kamer te sturen. Toezegging aan het lid Gabriëls.Ik kijk even. Ik zie een knikkend gezicht, ik zie twee knikkende gezichten.Dus deze toezegging is akkoord.–Tweede toezegging. De Minister zegt toe te proberen of er al een deelvan de brief van het programma STOER voor het debat Versterkingregie volkshuisvesting naar de Kamer kan komen, zodat dit meegeno-men kan worden in de wetsbehandeling.Het lid Welzijn – dat hadden we al genoteerd – heeft een tweeminuten-debat aangevraagd.Dan wil ik u allen hartelijk bedanken voor het aangename debat. Ik wil demensen op de publieke tribune bedanken voor hun aandacht en aanwe-zigheid. Ik sluit hierbij de vergadering.Sluiting 16.27 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29634
Gerelateerde bronnen
- Bouwregelgeving
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 12 juni 2025, over bouwregelgeving
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.