KamerkringInloggen
Kamerbrief

Ontwikkelingen beheer staatsdeelnemingen 2026

17 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie bcb1726104c6d55c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 165Deelnemingenbeleid RijksoverheidNr. 471 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 februari 2026Zoals aan de Kamer toegezegd informeer ik uw Kamer twee maal per jaarover de belangrijkste ontwikkelingen rond de staatsdeelnemingen.In deze brief over het beheer van staatsdeelnemingen in 2026 ga ik in op:•De opvolging van de motie De Vree over beloningen bij staatsdeelne-mingen;•De opvolging van de motie Joseph over de strategie voor staatsdeel-nemingen;•De afronding van het handboek voor het aangaan van deelnemingen;•Het advies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur overdeelnemingen;•De periodieke rapportage ter evaluatie van het deelnemingenbeleid dievoor 2027 gepland staat;•De geplande evaluaties van het aandeelhouderschap in UCN/Urencoen Gasunie.Motie De Vree (beloningen)Beloningen raad van bestuurIn december 2024 is naar aanleiding van het Tweeminutendebat Staats-deelnemingen de motie De Vree (PVV) aangenomen. De motie roept op deWet Normering Topinkomens (WNT) zo veel mogelijk van toepassing telaten zijn op staatsdeelnemingen en bij afwijkingen het «comply orexplain»-principe te hanteren.1In mijn brief van 19 maart 20252 heb ik toegelicht, naar aanleiding vandeze motie, een extern onderzoek te laten uitvoeren om te bezien inhoeverre de maximale WNT-norm deelnemingen in staat zal stellen omgeschikte bestuurders en commissarissen te vinden. Het adviesbureau1Kamerstukken II 2024–2025, 28 165, nr. 437.2Kamerstukken II 2024–2025, 28 165, nr. 446. kst-28165-471ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 4711 Willis Towers Watson (WTW) heeft dit onderzoek uitgevoerd. Ditonderzoek is gebaseerd op kwantitatief onderzoek (onder meer eenvergelijking met de markt) en kwalitatief onderzoek (interviews). Hetonderzoek vindt u als een bijlage bij deze Kamerbrief.Voordat ik inga op de uitkomsten van het onderzoek, schets ik eerst hetbeleidsmatige en normatieve kader waarbinnen deze resultaten wordengewogen.Deelnemingen hebben een publiek karakter en beheren maatschappelijkkapitaal, daarom dient het beloningsbeleid voor bestuurders gematigd tezijn. Daarom is het logisch dat er een duidelijk verschil is tussen debeloningen van bestuurders van deelnemingen en de salarissen in demarkt. WTW concludeert dat het huidige beloningsniveau van bestuurdersvan deelnemingen gemiddeld 54% van het marktniveau bedraagt.Het beleid rondom beloningen is vastgelegd in de Nota Deelnemingen-beleid 2022.3 Naast het uitgangspunt van een gematigd beloningsbeleidgeldt dat deelnemingen in staat moeten zijn gekwalificeerde endeskundige bestuurders en commissarissen aan te trekken. Tussen beidebelangen dient een afweging plaats te vinden. In lijn hiermee wordt deberekening van de beloning van bestuurders gedaan op basis van eenpublieke en private component. De publieke component wordt ingevuldop basis van de maximale WNT-norm (€ 262.000 in 2026). De privatecomponent wordt ingevuld op basis van een benchmark van het salarisvan bestuurders uit een groep zo veel mogelijk vergelijkbare privateondernemingen.Hoofdconclusie van de onderzoekers is dat het zeer lastig zou zijn voordeelnemingen om geschikte en gekwalificeerde bestuurders en commis-sarissen te vinden indien de WNT van toepassing wordt verklaard vooralle staats- en beleidsdeelnemingen. Daarnaast zou dit volgens deonderzoekers risico’s met zich meebrengen voor de continuïteit vandeelnemingen. Tot slot zou de invoering van de WNT-norm voor dezegroep niet alleen het bestuur en de raad van commissarissen raken, maarzou ook een uitstroom van senior management worden verwacht en zoude werving van deze groep naar verwachting lastiger worden. Deonderzoekers raden daarom af om de WNT van toepassing te verklaren opalle staats- en beleidsdeelnemingen.Uit het onderzoek blijkt een duidelijk verschil tussen beloningen bijdeelnemingen en beloningen in de markt. Tegelijkertijd wordt uit hetonderzoek ook duidelijk dat verlaging van de beloning naar de WNT-normforse risico’s met zich meebrengt. Naar aanleiding van het onderzoek zieik daarom het huidige beleid, waarin naar een gebalanceerd en gematigdbeloningsbeleid wordt gestreefd, nog steeds als passend, in het licht vanzowel de marktontwikkelingen als de publieke normstelling.Raad van commissarissen remuneratieUit het onderzoek blijkt dat de vergoedingen voor commissarissen 42%van de vergoeding in de private markt bedragen. Deze vergoeding is invergelijking met de markt dus nog lager dan de bestuurdersvergoeding.Dit beeld is vergelijkbaar met een eerder onderzoek naar commissarisver-goedingen dat in opdracht van het Ministerie van Financiën is uitgevoerddoor FocusOrange.43Kamerstukken II 2021–2022, 28 165, nr. 370.4Kamerstukken II 2020–2021, 31 935, nr. 68.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 4712 De onderzoekers concluderen dat de afgelopen jaren de werkzaamhedenvoor commissarissen zijn toegenomen en dat de huidige vergoedingsni-veaus van de raad van commissarissen een risico vormen voor hetaantrekken en behouden van gekwalificeerde en deskundige commissa-rissen. Daarnaast geven de onderzoekers op basis van de terugkoppelingvan de deelnemingen aan dat het lagere niveau van de vergoedingen dediversiteit nadelig kan beïnvloeden. Het selectieproces resulteert namelijkvaker in commissarissen die financieel onafhankelijk(er) zijn. Deze zijndoorgaans verder gevorderd in hun carrière en dus ouder en vaker man.Ik herken deze risico’s, maar gelukkig weten de deelnemingen, ondanksdat ze soms intensief en lang moeten zoeken, nog steeds geschikte engemotiveerde commissarissen te vinden. Ik zie zowel in uw Kamer als inde maatschappij dat er weinig draagvlak is om de vergoeding teverhogen. Ik acht het op dit moment daarom niet opportuun om devergoedingen van commissarissen te verhogen.Motie Joseph (strategie)Op 19 december 2024 is naar aanleiding van het TweeminutendebatStaatsdeelnemingen de motie Joseph (NSC) aangenomen.5 Deze motieroept het kabinet op om in de statuten van de deelnemingen, waarin destaat een meerderheidsaandeel heeft, een instemmingsrecht (ook welgoedkeuringsrecht genoemd) voor de strategie op te nemen. Ik heb, zoalseerder gemeld aan uw Kamer6, de Landsadvocaat gevraagd mij hieroverte adviseren. Het advies heb ik als bijlage toegevoegd bij deze brief.De Landsadvocaat concludeert in het advies dat een goedkeuringsrecht opde strategie juridisch mogelijk is, maar dat een dergelijk recht weinigmeerwaarde biedt ten opzichte van de huidige actieve invulling van hetconsultatierecht. Daarbij signaleert de Landsadvocaat aanvullendebestuurlijke en juridische risico’s van het opnemen van een dergelijkgoedkeuringsrecht. Deze risico’s zien onder meer op aansprakelijkheid enmededingingsrechtelijke risico’s, het vervagen van de grenzen in de rol-en bevoegdheidsverdeling van de vennootschapsrechtelijke organen enpotentiële spanningen tussen bestuur, raad van commissarissen en(mede)aandeelhouders.Aan een goedkeuringsrecht van de strategie zitten praktische en wettelijkegrenzen. Het bestuur stelt de strategie vast en voert deze uit ondertoezicht van de raad van commissarissen. Het bestuur en de raad vancommissarissen dienen zich zoals in de wet is vastgelegd te richten naarhet vennootschappelijk belang. Daarbij dienen ze de belangen van allestakeholders te betrekken en dus niet enkel het publieke belang of hetbelang van een of meerdere aandeelhouders. Een goedkeuringsrechtbiedt de aandeelhouder geen mogelijkheid om de strategie zelf recht-streeks vorm te geven (en dus te bepalen) of tussentijds aan te passen.Het is ook niet mogelijk om maatschappelijke of politieke wensen (ad hoc)af te dwingen. Ook met een goedkeuringsrecht kan de staat het publiekebelang niet zonder meer boven het vennootschappelijk belang van dedeelneming plaatsen. Het invoeren van een goedkeuringsrecht biedtaandeelhouders juridisch gezien dus geen wezenlijk grotere ruimte ominvloed uit te oefenen op het bestuur dan het huidige consultatierecht. Hetbelangrijkste verschil is dat een goedkeuringsrecht de staat formeel demogelijkheid geeft om de voorgestelde strategie al dan niet goed tekeuren, zonder dat dit iets verandert aan de mate waarin aandeelhouderszich richting het bestuur kunnen opstellen.5Kamerstukken II 2024–2025, 28 165, nr. 438.6Kamerstukken II 2024–2025, 28 165, nr. 446Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 4713 Het advies van de Landsadvocaat zet uiteen wat de aanvullende risico’szijn van een goedkeuringsrecht en dat de meerwaarde beperkt is. Op basisvan het advies van de Landsadvocaat kom ik tot de conclusie dat demeerwaarde van een goedkeuringsrecht niet opweegt tegen de risico’s.Daarom acht ik het onverstandig dit in de statuten van meerderheidsdeel-nemingen op te nemen. Ik wil wel bekijken in hoeverre het bestaandealgemeen omschreven consultatierecht in de statuten, zoals ookomschreven in de Nota 2022, verduidelijkt en explicieter kan worden. Ditmoet zorgen voor een nog betere borging van het proces en invulling vanhet (actieve) consultatierecht, waardoor de aandeelhouder tijdig,structureel en inhoudelijk wordt betrokken bij de strategievorming én deuitvoering daarvan kan volgen.Handboek aangaanHet beleid uit de Nota 2022 is uitgewerkt in handboeken. De handboekenworden regelmatig aangepast vanwege nieuwe ontwikkelingen enervaringen uit de praktijk en zijn te vinden op het Dashboard Staatsdeel-nemingen. Bij deze informeer ik u dat het handboek aangaan van eendeelneming is afgerond en gepubliceerd.7 De Nota 2022 bevat eenafwegingskader voor het aangaan van een deelneming. Op basis hiervanwordt beoordeeld of overheidsingrijpen gerechtvaardigd is en of eendeelneming het geschikte instrument is. In het handboek aangaan van eendeelneming wordt dit afwegingskader verder uitgewerkt. Het aangaan vaneen deelneming blijft maatwerk, maar met dit handboek zijn erhandvatten voor een zo compleet en stevig mogelijke onderbouwing vaneen voornemen of besluit om een deelneming aan te gaan.In het handboek wordt ook uitvoering gegeven aan de motie van12 september 2022 van de leden Heinen (VVD), Grinwis (CU) en Van Dijk(CDA).8 Met deze motie werd de regering verzocht «het huidigeafwegingskader voor staatsdeelnemingen uit te breiden door «strate-gische onafhankelijkheid» ook als publiek belang te definiëren». Hethandboek legt vast dat het brede publieke belang van strategischeonafhankelijkheid algemeen erkend is. Aan de hand van de (sub)vragenuit het handboek wordt vervolgens per casus beoordeeld of het aangaanvan een deelneming in de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd engeschikt is om strategische onafhankelijkheid op een specifiek vlak teborgen.Advies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur overdeelnemingenIn oktober 2025 heeft de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur(«Rli») het rapport «Deelnemen zonder dogma’s» gepubliceerd.9 Hetkabinet heeft hier met veel interesse kennis van genomen. Het adviesraakt meerdere departementen en gezien haar demissionaire status achthet kabinet het passend dat een nieuw kabinet de bevindingen van het Rliapprecieert. De precieze timing van deze kabinetsreactie hangt uiteraardaf van de formatie van een nieuw kabinet, maar het streven is om dekabinetsreactie voor de zomer met de Kamer te delen.7Dashboard8Kamerstukken II, 2021–2022, 28 165, nr. 374.9Deelnemen zonder dogma’s Raad voor de leefomgeving en de infrastructuurTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 4714 Aankondiging periodieke rapportage ter evaluatie deelnemingen-beleid 2027In 2027 zal een periodieke rapportage ter evaluatie van de Nota 2022plaatsvinden. De vorige periodieke rapportage (toen nog «Beleidsdoor-lichting») dateert namelijk uit 2020. Conform de geldende werkafsprakenvoor periodieke rapportages, zal er dit jaar uiterlijk in de week voorPrinsjesdag een plan van aanpak met u worden gedeeld.Evaluaties in 2026Conform de Nota 2022 wordt het aandeelhouderschap in elke deelnemingten minste eens per zeven jaar geëvalueerd. Deze evaluaties wordenuitgevoerd volgens het evaluatiemodel uit het Handboek Evalueren,waarbij drie kernvragen centraal staan: i) welke publieke belangen spelenbij de activiteiten van de deelneming, ii) of een staatsdeelneming nodig isom die belangen te borgen, en iii) of de bevindingen aanleiding geven totwijziging van de aandeelhoudersstructuur.In 2026 worden het aandeelhouderschap in UCN/Urenco en Gasuniegeëvalueerd. Na afronding van deze evaluaties zal ik uw Kamer over deuitkomsten en eventuele beleidsconsequenties informeren.De Minister van Financiën,E. HeinenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 4715

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 55055e23a36744ad

14 okt 2026 · 99df5d6704aa9412

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.