Bepaling voedselverliezen in huishoudelijk afval in Nederland
Brontekst
Versie f072b234a7dad9ad · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 31 532Voedingsbeleid Nr. 121 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 13 januari 2014 Hierbij bied ik u, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, het rapport «Bepaling voedselverliezen in huishoudelijk afval in Nederland» aan1. Het rapport geeft een beeld van de vermijdbare en onvermijdbare voedselverliezen bij Nederlandse huishoudens in 2013. Ook laat het de ontwikkeling zien ten opzichte van een vergelijkbare meting in 2010. Dit onderzoek werd aangekondigd in de Beleidsbrief Duurzame voedselpro-ductie van Staatssecretaris Dijksma van 11 juli 2013 (Kamerstuk 31 532, nr. 118). Daarin is verspilling binnen de gehele voedselketen als prioritair thema benoemd, waarbij diverse acties richting consument werden aangekondigd. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in het kader van het landelijk afvalbeleid. De belangrijkste conclusie uit het rapport is dat de voedselverspilling door Nederlandse huishoudens in 3 jaar tijd niet significant is verminderd. Er is echter ook geen stijgende tendens. Het vermijden van afval is vanuit duurzaamheidsperspectief belangrijk. Binnen het afvalbeleid heb ik ook aandacht voor voedsel. Het voedsel-systeem zorgt voor toenemende druk op het natuurlijk kapitaal en het vermijden van voedselafval vermindert die druk. Ik verwijs hierbij naar mijn brief «Van afval naar grondstof» van 20 juni 2013 (Kamerstuk 33 043, nr. 15). Het rapport bevestigt voor mij de noodzaak om in te zetten op vermin-dering van voedselafval bij de consument. In mijn brief «Van afval naar grondstof» kondigde ik aan in te zetten op het verduurzamen van 1Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer kst-31532-121ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 31 532, nr. 1211 consumptiepatronen. Daarbij wil ik ook inzetten op het verspillingsgedrag van consumenten. Ik zal voortbouwen op pilots en activiteiten die dit jaar uitgevoerd worden en het advies dat de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur aan het formuleren is. Nieuwe inzichten rondom gedrags-wetenschappen zal ik hierbij betrekken. Goede samenwerking met maatschappelijke partners en bedrijfsleven zal belangrijk zijn. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. MansveldTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 31 532, nr. 1212
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.