Amendement van de leden Paul en Van Meenen ter vervanging van nr. 53 over middelen voor begaafde leerlingen
Brontekst
Versie e164f99e27b36ac5 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2022–2023 36 200 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2023 Nr. 61 AMENDEMENT VAN DE LEDEN PAUL EN VAN MEENEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 531 Ontvangen 24 november 2022 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd: IIn artikel 01 Primair onderwijs worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 9.500 (x € 1.000). IIIn artikel 03 Voortgezet onderwijs worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 9.500 (x € 1.000). Toelichting Ongeveer een derde van de thuiszitters in Nederland is hoogbegaafd. Daarmee zijn er ongeveer 5000 hoogbegaafde leerlingen die niet naar school gaan. Hoogbegaafde leerlingen vallen vaak uit omdat het onderwijs niet aansluit op hun leerbehoefte. Een voltijd hoogbegaafd-heidsvoorziening voor leerlingen in het primair onderwijs kan uitkomst bieden voor een groot deel van deze groep. Uit het naar de Tweede Kamer verzonden rapport van Loek Zonneberg2 blijkt dat ongeveer 90 procent van de leerlingen op een voltijd-HB-school uit noodzaak is overgestapt vanuit het reguliere primaire onderwijs, dat meer dan 90 procent van de leerlingen na overstap een sterke verbetering ondervond van hun leerproblemen en hun welzijn en dat ongeveer 45 procent geen verdere zorgondersteuning meer nodig had na overstap. Als gevolg van onvol-doende middelen zijn afgelopen jaar in ieder geval negen voltijd hoogbe-gaafdheidsvoorzieningen gestopt. 1Vervanging in verband met een wijziging in de toelichting.2Eindrapport «Situatieanalyse voltijd primair onderwijs (PO) voor hoogbegaafden (HB) in Nederland» d.d. 10 februari 2022 kst-36200-VIII-61ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 VIII, nr. 611 Dit amendement voorziet in middelen, om hoogbegaafdheidsvoorzie-ningen te versterken door € 9,5 miljoen incidenteel toe te voegen aan de middelen voor begaafde leerlingen. Daarin wordt verwacht dat samenwer-kingsverbanden de middelen voor een gelijkwaardig percentage co-financieren en dat in een nieuwe regeling wordt toegewerkt naar een subsidieregeling waarin het voltijd hoogbegaafdheidsonderwijs wordt geborgd en versterkt. Dit amendement zorgt voor incidentele middelen. Vanaf 2024 zijn er middelen beschikbaar vanuit het coalitieakkoord voor hoogbegaafdheid, waardoor ook structureel voltijd hoogbegaafdheidson-derwijs beter geborgd wordt. De dekking voor dit amendement wordt gevonden in de aflopende regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv vo, waardoor in 2023 € 9,5 miljoen vrijvalt. Het doel van deze regeling blijft behouden, omdat met voltijd hoogbegaafdheidsvoorzieningen schooluitval op een eerder moment in de schoolcarrière kan worden voorkomen. PaulVan MeenenTweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 VIII, nr. 612
Gerelateerde bronnen
- Amendement van de leden Paul en Van Meenen ter vervanging van nr. 53 over middelen voor begaafde leerlingen
Amendement van de leden Paul en Van Meenen ter vervanging van nr. 53 over middelen voor begaafde leerlingen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.