LVVN-inzet in de EU
Brontekst
Versie 7e8f498fc744f812 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1691 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANLANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 december 2024Het kabinet zet stevig in op perspectief, eerlijke concurrentie en verdien-vermogen voor boeren, tuinders en vissers. Voedselzekerheid eninnovatie van de land- en tuinbouw en visserij staan hierbij centraal.Efficiënte en innovatieve voedselproductie draagt bij aan voedselze-kerheid en kan bijdragen aan behoud en herstel van biodiversiteit ennatuur, zowel nationaal als mondiaal. Hiervoor zijn niet alleen nationalestappen nodig, maar ook inzet in de Europese Unie (EU). Zoals ook naarvoren komt in het Regeerprogramma (bijlage bij Kamerstuk 36 471,nr. 96), zijn mest, pulsvisserij en de herijking van de Natura 2000-gebiedende specifieke dossiers waarop wij met voorrang in Europees verbandinzetten. In deze brief geven wij, de Minister en de Staatssecretaris vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur aan hoe wij op hoofd-lijnen onze inzet in de EU vormgeven om onze prioriteiten en ambities uithet Regeerprogramma te realiseren. Met deze brief geven wij tevensgevolg aan de motie Van Campen c.s.1 Uiteraard blijven wij hiernaast deKamer informeren over lopende EU-onderhandelingen volgens destaande EU-informatieafspraken2, zoals door middel van de geannoteerdeagenda’s en verslagen van vergaderingen van de Landbouw- en Visse-rijraad en de Milieuraad, en BNC-fiches.1. Algemeen De EU is een heterogene entiteit, waarin de lidstaten op geografisch,economisch en demografisch gebied van elkaar verschillen. Nederlandloopt als klein, dichtbevolkt met grote druk op de schaarse ruimte door deuiteenlopende functies (wonen, landbouw, industrie, recreatie en natuur),dikwijls als eerste tegen grenzen aan waar later ook andere lidstatentegenaan lopen. Deze heterogeniteit noodzaakt ertoe om Europese regelsdusdanig vorm te geven dat alle lidstaten er ook daadwerkelijk mee uit de1Kamerstuk 36 200 XIV, nr. 27.2Kamerstuk 22 112, nr. 2898. kst-21501-32-1691ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16911 voeten kunnen. Daarbij is de geopolitieke context de afgelopen jaren sterkveranderd. Een weerbaar Europees voedselsysteem dat bestand is tegenverstoringen, is mede gelet op toegenomen geopolitieke spanningen enveranderde afhankelijkheden, van essentieel belang.Wij willen in de EU vooroplopen in een systeemwijziging voor delandbouw en de mariene omgeving, opdat er in de EU op een efficiëntemanier voldoende betaalbaar gezond voedsel kan (blijven) wordengeproduceerd met oog voor klimaat, natuur en leefomgeving. Dit gaatgepaard met een beter verdienmodel voor (jonge) boeren en ruimte omdieren op een dierwaardige wijze te houden. Wij werken daarnaast ookaan het herstel en behoud van de natuur. Op diverse onderwerpen zetNederland in de EU stappen op LVVN-terreinen in de door ons gewensterichting. Bijvoorbeeld op dierenwelzijn binnen de veehouderij en opvaccinaties ter bescherming tegen besmettelijke dierziekten. Ook plegenwe een stevige inzet op antimicrobiële resistentie en zoönosen enhanteren we daarbij een vooruitstrevende «One Health approach», zettenwe in op proefdiervrije innovatie, nieuwe genomische technieken (NGTs)en andere biotechnologische innovaties, zijn we actief op de dossiersgewasbescherming, bosmonitoring en werken we aan implementatie vande natuurherstelverordening. Tevens zetten we in op een vorm vanplattelandsontwikkeling die aansluit bij de Nederlandse opgave eneigenschappen. Verder hebben wij het voortouw genomen om metandere Noordwest-Europese landen samen te werken richting eengezamenlijke monitoring van de gedeelde wolvenpopulatie en kennis uitte wisselen over het omgaan met wolven. Nu vóór de verlaging van debeschermde status van de wolf is gestemd tijdens de bijeenkomst van hetVerdrag van Bern, zetten wij onverminderd in op snelle aanpassing van debeschermde status van de wolf in de Habitatrichtlijn. Ook is het kabinet indialoog met de Europese Commissie over de wijze waarop de Europeseregels ter bescherming van de wolf uitdagend zijn voor een klein endichtbevolkt land als Nederland en het kabinet vraagt aandacht voor meermogelijkheden voor maatwerk. Verder voeren we gesprekken met deCommissie over het uitbreiden en verbeteren van de kwaliteit van hetleefgebied van de grutto in Nederland, zowel binnen als buiten natuurge-bieden. Tevens zetten we in op een actiever predatiebeheer en zalonderzocht worden of headstarting (uitbroeden en uitzetten) vangrutto-jongen kan bijdragen aan het laten toenemen van de landelijkepopulatie grutto’s.Ook bereiden we de Nederlandse positie ten aanzien van het nieuweGemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voor, waarvoor de EuropeseCommissie (Commissie) in 2025 een voorstel zal publiceren. Dit is bijuitstek een Europees instrument om onze ideeën over de agrarischesector in te laten landen. De Kamer wordt over onze inzet ten aanzien vanhet nieuwe GLB separaat geïnformeerd.In de basis beschikken Nederland en de EU over een robuuste voedsel-voorziening met een hoge voedselzekerheidsgraad, die bestand is tegenuiteenlopende schokken. Om dit in de toekomst zo te houden, streven wijnaar een integrale benadering van het voedselsysteem die rekening houdtmet factoren die de voedselvoorziening kunnen beïnvloeden. Dit zijnbijvoorbeeld: afhankelijkheid van derde landen, het veranderende klimaaten extreme weersomstandigheden, de beschikbare ruimte, internationalehandel, consumentengedrag, de natuur als onmisbare voorwaarde en desociale en economische belangen van de hele keten (van boer tot bord).Daarbij hoort een strategische Europese handelspolitiek, die voedselze-kerheid in de toekomst en internationale handel op het terrein van delandbouw op de lange termijn borgt, bijdraagt aan een gelijk speelveld enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16912 risicovolle strategische afhankelijkheden vermindert.3 Wij zullen daaromin 2025 een nationale voedselstrategie presenteren en kijken uit naar deVisie op Voedsel en Landbouw (Visie) die de nieuwe Commissievoornemens is om in de eerste 100 dagen na haar aantreden te presen-teren.De verwachting is dat de Commissie in deze Visie gebruik gaat maken vande inzichten en aanbevelingen uit de Strategische Dialoog over deToekomst van de Landbouw. De voorzitter van de Commissie Von derLeyen heeft eerder dit jaar opdracht gegeven tot het voeren van dezedialoog waaraan een brede groep belanghebbenden deelnam. Heteindverslag met de resultaten van de Strategische Dialoog geeft eenoverzicht van de uitdagingen en kansen voor de landbouwsector en biedtconcrete aanbevelingen.4 Wij zijn tevreden dat er in het eindverslag volopaandacht is voor het voedselsysteem en de positie van de boer daarin enzien goede aanknopingspunten voor de Commissie om mee te nemen inde Visie. Wat ons betreft zou het uitgangspunt van de Visie het hiervoorgenoemde weerbare en betaalbare voedselsysteem moeten zijn waarin(jonge) agrarische ondernemers en vissers voldoende verdienvermogenhebben, binnen de grenzen van klimaat, natuur en leefomgeving.Onderwerpen die wat ons betreft in elk geval terug moeten komen in deVisie: het sturen op doelen en prioritering van de ontwikkeling van eenbenchmarkingsysteem binnen de landbouwsector, ketenaanpak, beteretoegang tot en gebruik van kennis en innovatie, het beter belonen van dediensten die boeren leveren voor natuur en milieu, de landbouwsectoraantrekkelijk houden voor de volgende generatie boeren, en de wens omwet- en regelgeving te vereenvoudigen en bureaucratie en administra-tieve lasten aan te pakken. Hoewel de Strategische Dialoog specifiek zagop de landbouw, zijn veel van de aanbevelingen ook relevant voor devisserijsector. Aangezien de Visie zal zien op de brede voedselvoorziening,waar visserijproducten deel van uitmaken, dringen wij er bij deCommissie op aan dat zij de visserij en aquacultuursector ook meeneemtin de Visie.Doelsturing en benchmarkingZoals wij hebben aangegeven in de brief aan de Kamer van 21 oktober jl.over de toekomstvisie agrarische sector5, is de omslag naar doelsturingeen belangrijke prioriteit voor Nederland. Dit vraagt om een systeemwij-ziging die de hele landbouw- en voedselketen raakt. Op Europees niveauis er – net als in Nederland – bij stakeholders en de Commissie debehoefte gesignaleerd om tot gezamenlijke meetmethoden, indicatorenen criteria te komen. Deze indicatoren maken het mogelijk dat duurzaam-heidsprestaties van boeren beter gezien en beloond kunnen worden. Ditgaat bijvoorbeeld om prestaties op het gebied van klimaat, stikstof, water,biodiversiteit of dierenwelzijn. Wij zetten ons ervoor in dat de Neder-landse doelsturingssystematiek en Europese afspraken hieromtrent goedop elkaar aansluiten en dat er zoveel mogelijk een gemeenschappelijketaal ontstaat. De Commissie heeft aangegeven dat ze toe wil werken naareen benchmarkingssysteem. Nederland denkt graag mee over devormgeving van zo’n systeem, omdat een benchmarkingsysteem boerenen ketenpartijen beter in staat stelt om bij het naleven van wet- enregelgeving de eigen prestaties te vergelijken met best practices op hetgebied van efficiëntie, duurzaamheid en winstgevendheid. Ook draag eenbenchmarkingsysteem bij aan het creëren van een gelijk speelveld3Kamerstuk 21 501-32, nr. 1632.4Belangrijkste initiatieven: strategische dialoog over de toekomst van de landbouw in de EU –Europese Commissie (europa.eu)5Kamerstuk 30 252, nr. 176.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16913 doordat producten met een hoge toegevoegde waarde door verant-woorde en kwalitatieve productiewijzen ook buiten de eigen lidstaat beterop waarde kunnen worden geschat. Wij zijn dan ook in gesprek met deCommissie en andere lidstaten om de Nederlandse ideeën ten aanzienvan een benchmarkingsysteem naar voren te brengen.Kennis en innovatieVoor een toekomstbestendige Nederlandse en Europese landbouw,tuinbouw en visserijsector is innovatie cruciaal. Nederland beschikt overtoonaangevende kennis en innovatief vermogen die voortkomen uit onzetraditie van open publiek-private, missiegedreven samenwerking metgelijkgestemde partners vanuit overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingenen maatschappelijk middenveld – de zogenaamde Dutch diamond. Ditheeft onder andere geleid tot meerjarige investeringen, samenwerkings-verbanden en internationale partnerschappen.Internationale innovatiesamenwerking leidt tot een effectievere enefficiëntere inzet van zowel nationale als Europese kennis- en innovatie-middelen. Het helpt ons om eigen kennis en ervaring te spiegelen aan dievan anderen, en om Nederlandse expertise te koppelen aan aanvullendekennis in het buitenland, en door via gezamenlijke projecten en investe-ringen tot innovatieve oplossingen te komen. Internationale innovatiesa-menwerking blijft daarom een belangrijke prioriteit voor het kabinet,temeer omdat dit van belang is om het hoofd te bieden aan demaatschappelijke uitdagingen waar we voor staan.Europese financiering, uit onder andere bestaande programma’s als hetGLB (Europees Innovatiepartnerschap) en Horizon Europe, het Europesekaderprogramma voor onderzoek en innovatie speelt ook binnen hetLVVN-domein een belangrijke rol. Het draagt bij aan het versterken van dewetenschappelijke excellentie, het adresseren van maatschappelijkeuitdagingen, de EU-concurrentiepositie en open strategische autonomie.Kennisverspreiding en concrete handelingsperspectieven voor deagrarische ondernemers op het boerenerf zijn voor Nederland eveneensbelangrijke uitgangspunten. Nederland zoekt bovendien steeds naargoede koppelingen tussen Europese en nationale stimuleringsmaatre-gelen. Een voorbeeld van iets waar zowel op Nederlands als op Europeesniveau aan wordt gewerkt zijn experimenteerlocaties; locaties waarboeren, wetenschappers, ketenpartijen en overheid samen werken aaninnovaties zodat deze beter aansluiten bij de dagelijkse praktijk van hetboerenerf.Tot slot zetten we als Nederland in Europees verband in op het tegengaanvan belemmerende regelgeving, het versnellen van de goedkeuring vannieuwe technologieën en technieken (bv. NGT’s, de doorontwikkeling vanluchtwassers en innovatieve stalvloeren) en op meer transparante,doelmatige en voorspelbare toelatingsprocedures.Positie van de boer in de ketenEen beter verdienvermogen voor agrarische ondernemers en vissers,vergt ook dat hun positie in de voedselketen wordt versterkt. Daarvoor isonder meer de Wet Oneerlijke Handelspraktijken (OHP) die voortkomt uitde Europese Richtlijn Unfair Trading Practices, een belangrijk middel.Beide worden momenteel geëvalueerd. De evaluatie van de EuropeseRichtlijn is naar verwachting eind 2025 gereed. Op nationaal niveauevalueer ik de Wet Oneerlijke Handelspraktijken, en verwacht ik deresultaten begin volgend jaar. Ik zal de Kamer daar dan over informeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16914 Vereenvoudiging wetgeving en vermindering van bureaucratie enadministratieve lastenOm onwerkbare situaties op het boerenerf en het vissersschip tevoorkomen, is het belangrijk dat de EU de kwaliteit van regelgeving blijftverbeteren en de regeldruk zoveel mogelijk vermindert. Dit is al heel langeen doorn in het oog van de agrarische en visserijondernemers en wordtook erkend als een van de belangrijke verbeterpunten in het rapport vande Strategische Dialoog. Onze inzet is dat de Commissie een inventari-satie maakt van conflicterende regelgeving, regeldruk en administratievelasten en acties formuleert om hier verandering in te brengen. Bij detotstandkoming van nieuwe Europese (beleids)voorstellen en wet- enregelgeving is en blijven regeldruk en de beperking van administratieveen uitvoeringslasten voor ondernemers, mede-overheden en toezicht- enuitvoeringsorganisaties als de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit(NVWA) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) eenpermanent aandachtspunt bij onze inzet.2. Prioritaire LVVN-dossiers in de EU Zoals hiervoor aangegeven, volgt uit het Regeerprogramma dat mest,pulsvisserij en de herijking van de Natura 2000-gebieden de specifiekedossiers zijn waarop wij met voorrang in Europees verband inzetten. Indeze paragraaf lichten wij deze dossiers nader toe.a. Mest Zoals in de brief van 13 september jl. over de aanpak van de mestmarkt isaangegeven6, is de huidige EU-inzet van de regering op het mestdossierprimair gericht op de toelating van RENURE en op het schrappen van dehuidige generieke norm voor dierlijke mest in de Nitraatrichtlijn, met inplaats daarvan het vaststellen van gewas- en grondsoortgerichtestikstofgebruiksnormen. Wij hebben sinds ons aantreden verschillendevan onze EU-collega’s gesproken over de situatie in Nederland, en ookspecifiek aandacht gevraagd voor de evaluatie van de Nitraatrichtlijn.Omdat een aanpassing van de Nitraatrichtlijn echter langere tijd in beslagzal nemen, zetten we in de tussentijd ter overbrugging in op een nieuwederogatie. Wij onderbouwen onze inzet op verlenging van en/ofverkrijging van een nieuwe derogatie met meetreeksen en onderzoekendie aantonen dat een derogatie in Nederland mogelijk en noodzakelijk isen verzekeren de Commissie hierbij dat zowel de waterkwaliteit als anderemilieudoelen door een derogatie verbeteren. Wij leggen in onzegesprekken met de Commissie uit dat een derogatie onder de juistevoorwaarden geen probleem hoeft te vormen voor de waterkwaliteit,terwijl ze boeren meer mogelijkheden geeft. We zien voor onze argumen-tatie ook aanknopingspunten in de resultaten van de hiervoor genoemdeStrategische Dialoog en de noodzakelijke open strategische autonomie diede EU nastreeft. Zo wordt in het rapport van de Strategische Dialooggewezen op de noodzaak «dat in gebieden met een hoge concentratie vanvee met milieueffecten, lokale lange termijn oplossingen moeten wordenontwikkeld, waarbij serieus rekening wordt gehouden met de mogelijkesociaaleconomische en politieke gevolgen van elk overgangsscenario»7.De uitfasering van de derogatie leidt tot een afname van het aantal kleinetot middelgrote grondgebonden ondernemers en tot een verslechteringvan hun sociaaleconomische positie. Bovendien kunnen de huidigebepalingen leiden tot een afname van het graslandareaal en een overgang6Kamerstuk 33 037, nr. 559.7Strategic Dialogue on the Future of EU Agriculture: A shared prospect for farming and food inEurope (p. 65).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16915 naar meer bouwland. Ook leidt dit tot toename in het gebruik vankunstmest. Hoewel wij overtuigd zijn van onze argumenten, hebben dezetot nu toe onvoldoende gewicht gehad voor de Commissie om anders tedoen besluiten over verlenging of vernieuwing van de derogatie. Wijblijven hierover met de Commissie op diverse niveaus – politiek enambtelijk – in gesprek. Het is echter niet zeker dat deze gesprekken tot hetvoor ons gewenste resultaat zullen leiden. Tegelijkertijd wordt doorNederland ook aan andere concrete stappen gewerkt. Bijvoorbeeld doorde invoering van de wetswijziging van de mestproductieplafonds enafroming van dierrechten, door het maken van een nieuwe bredebeëindigingsregeling en door het maken van beleidskeuzes als invullingvan een grondgebonden melkveehouderij via een graslandnorm.b. Visserij Visserij is bij uitstek een Europees onderwerp. Visserijbeleid is namelijkeen exclusieve competentie van de Commissie en het GemeenschappelijkVisserijbeleid (GVB) vormt het kader. Zoals wij de Kamer hebbengeïnformeerd is de Commissie een evaluatie van het GVB gestart.Namens het kabinet is op 11 september 2024 een reactie op de consultatievan het GVB aan de Europese Commissaris gestuurd.8 In deze reactie isaangegeven dat een evaluatie zeer opportuun is gezien het feit dat hethuidige GVB dateert van vóór de Brexit en vóór de Green Deal. Eenbelangrijk aspect uit deze reactie is daarnaast dat een doelmatig eneffectief GVB nodig is voor het voortbestaan van voedselwinning uit zeeen grote wateren, om zorg te dragen voor gezonde visbestanden en devisserijsector perspectief te bieden. In de reactie zijn de onderwerpenbenoemd die het kabinet belangrijk vindt om in deze evaluatie van hetGVB te adresseren. Wij benoemen deze nogmaals kort: Nederland hechtveel waarde aan een balans tussen ecologische en economischedoelstellingen bij de vaststellingen van vangstquota inclusief de weten-schappelijk basis onder de besluitvorming. Hierbij verkennen wij of quotameerjarig kunnen worden vastgesteld. We willen maximale inzet voormodernisering van de visserijvloot en de energietransitie ten behoeve vaneen toekomstperspectief. Ook op dit dossier gaan we voor bevorderingvan innovatie door versimpeling van regelgeving en reductie vanadministratieve lasten. We pleiten voor het opheffen van de Noorseboomkorban en het Europese pulsverbod. De aanlandplicht moetwerkbaar zijn, voor zowel de sector als de toezichthouder. Ook binnen devisserij zal meer aandacht moeten komen voor het verbeteren van hetdierenwelzijn. Ten slotte vragen we aandacht voor het belang vanaquacultuur voor de voedselvoorziening.In het Hoofdlijnenakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 37) en hetRegeerprogramma is opgenomen dat het kabinet alles op alles zal zettenom pulsvisserij weer toe te staan. Wij realiseren ons terdege de lastigepositie van waaruit we dit onderwerp weer op de Europese agenda willenplaatsen. Wij blijven de voordelen van de pulstechniek in verschillendeEuropese gremia onder de aandacht brengen en zoeken daarbijmedestanders. Ondertussen werken we een bredere strategie uit voor deinnovatie van de boomkorvisserij en de pulsvisserij. We achten het vangroot belang goed oog en oor te houden voor de argumenten enmogelijke weerstand van andere lidstaten. De vormgeving en uitvoeringvan de strategie vergt zorgvuldigheid en een lange adem, zowel op deinhoud als op de relatie, en hierbij willen we niet overhaast te werk gaan.8Kamerstuk 32 201, nr. 117.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16916 c. Natuur Het kabinet werkt aan het behoud en een blijvend herstel van biodiver-siteit en een vitale natuur. Onze natuur is namelijk een randvoorwaardevoor brede welvaart. Het kabinet is zich ervan bewust dat er stappen tezetten zijn om de natuurdoelen te realiseren, waardoor ook dit dossier eenstrategische inzet vergt. De opgave voor natuur is nauw verbonden metde andere grote maatschappelijke opgaven van dit moment, zoals deenergietransitie, het tegengaan van – en het omgaan met – klimaatveran-dering, het versterken van natuurlijke en weerbare bossen, hetvergroenen van de financiële sector, duurzame visserij, stedelijkeontwikkeling en een toekomstgerichte landbouw. Deze verschillendeopgaven vergen een integrale benadering.Het toewerken naar een hoofdstructuur van robuuste natuurgebieden inNederland is een belangrijk middel waarmee wij inzetten op effectiefnatuurherstel en natuurbehoud. Daar waar instandhoudingsdoelen eldersin Nederland beter, robuuster en efficiënter gerealiseerd kunnen worden,onderzoeken we of verschuiving van doelstellingen past binnen de kadersvan de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR). In het Regeerprogramma is deambitie opgenomen om Natura 2000-gebieden te herijken. De eerste stapdie we hierop zetten is om nationale voorbereidingen te treffen om zowaar nodig met goed onderbouwde voorstellen het gesprek met deCommissie en andere lidstaten aan te kunnen gaan. Het kabinet heeftvoortouwnemers uitgenodigd om vanuit hun gebiedskennis een inventari-satie te maken, waarvoor wij ter ondersteuning een verduidelijkendbeleidskader opstellen. Afhankelijk van de resultaten die uit de uitvraagvolgen, gaan wij het gesprek in Brussel aan, om waar nodig constructiefop zoek te gaan naar werkbare oplossingen om efficiënter een gunstigestaat van instandhouding te bereiken.3. Aanpak Om onze doelen zoveel mogelijk te bereiken is actieve, tactische enstrategische agendering nodig. Daarbij is oog voor de belangen van ensamenwerking met de Commissie, het Europees Parlement, anderelidstaten en andere stakeholders (brancheorganisaties,non-gouvernementele organisaties, etc.), cruciaal.Wij zetten hier dan ook ambtelijk en politiek stevig op in. We gaanconstructief de dialoog aan in Brussel en brengen het Nederlandsperspectief actief onder de aandacht. Daarbij dragen we ook uit welkestappen we nemen om bestaande wet – en regelgeving te implementerenen uit te voeren. Tijdens de maandelijkse Landbouw- en Visserijraad entijdens de Milieuraad brengen we plenair en in bilaterale gesprekken metandere lidstaten of de Commissie de Nederlandse standpunten naar vorenen zoeken we naar punten waarop we kunnen samenwerken. Ook buitendeze maandelijkse contacten om hebben we met diverse EU-collega’scontact. Tot nu toe hebben we in deze gesprekken onze gesprekspartnersgevraagd naar welke dossiers voor hen van belang zijn, hebben wij in elkgeval onze punten op de mest- en visserijdossiers naar voren gebracht enhebben wij afgetast op welke dossiers we een overeenkomstig belanghebben en gezamenlijk kunnen optrekken. Zowel in Nederland als inBrussel is ons departement bovendien veelvuldig met de agrarische envisserijsector in gesprek. We kijken daarbij ook uit naar het werkpro-gramma van de Europese Commissie 2024–2029 en zijn benieuwd hoe datwerkprogramma kan bijdragen aan het bereiken van onze doelen.99Na publicatie van het werkprogramma van de Commissie, zal het kabinet een appreciatiedaarvan aan de Kamer sturen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16917 Ten slotte ondersteunt het netwerk van LVVN-raden en -attachés in deEuropese hoofdsteden en bij de Permanente Vertegenwoordiging vanNederland bij de EU (PV EU) bij het verder brengen van de LVVNEU-agenda door onder ander het in kaart brengen en analyseren vanposities van andere lidstaten, het onderhouden van een uitstekendnetwerk op alle niveaus en het behartigen van de Nederlandse belangenin hun werkgebied.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaDe Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J.F. RummenieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16918
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.