Afdoening motie van het lid Kostić over alle denkrichtingen van de ILT over absolute emissiegrenswaarden vóór het commissiedebat over Schiphol met de Kamer delen (Kamerstuk 31936-1285)
Brontekst
Versie 8568b306cee7cfc5 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 936Luchtvaartbeleid29 665Evaluatie SchipholbeleidNr. 1292 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 mei 2026Vandaag heeft de Kamer een motie aangenomen van het lid Kostic´ (PvdD)om voor het commissiedebat Schiphol van 19 mei 2026 op hoofdlijneneen overzicht te ontvangen van de denkrichtingen van de InspectieLeefomgeving en Transport (ILT) over het omzetten van relatievegrenswaarden van emissies in het luchthavenverkeerbesluit (LVB)Schiphol naar absolute grenswaarden.1 Daarbij wil de Kamer ook eenuiteenzetting ontvangen hoe het LVB en de denkrichtingen zich tot elkaarverhouden. Met deze Kamerbrief wordt deze motie afgedaan.Eerder heeft de ILT in de Staat van Schiphol aangegeven dat de huidigerelatieve grenswaarden volgens haar beperkt sturend zijn.2 Gedurende hetbeleidsproces is het gebruikelijk om in het beginstadium in gesprek tegaan met partijen en inzichten op te halen, die al dan niet wordenmeegenomen in een uiteindelijke ontwerp-wijziging. Zo ook met de ILTvoor de wijziging van het LVB. In dit kader heeft de ILT ambtelijk eenaantal denkrichtingen gedeeld met het ministerie voor het opnemen vanabsolute grenswaarden voor de uitstoot van schadelijke stoffen in dealgehele LVB-wijziging voor Schiphol. De denkrichtingen (of «varianten»)die ILT heeft gedeeld zijn erop gericht om ervoor te zorgen dat eentoename van het vliegverkeer niet automatisch leidt tot meer totaleuitstoot. Samengevat worden vier verschillende varianten beschreven omdit te bereiken.–Variant 1 is gebaseerd op de omvang van de vloot. Bij deze methodeworden de huidige grenswaarden omgezet naar een vast maximum opbasis van het totale gewicht (MTOW) van de vliegtuigen die in eenbepaald jaar hebben gevlogen. Het voordeel is dat dit aansluit bij dehuidige grenswaarden. Een nadeel is dat het vliegmaatschappijen niet1Kamerstukken II 2025/26, 31 936, nr. 1285.2file:///H:/Downloads/Staat+van+de+Luchtvaart_2023–1.pdf. kst-31936-1292ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 12921 direct stimuleert om met lichtere of efficiëntere toestellen te vliegen,tenzij het toegestane maximum elk jaar lager wordt.–Variant 2 is gebaseerd op de werkelijke uitstoot. Hierbij wordt gekekennaar de totale hoeveelheid stoffen die in een referentiejaar daadwerke-lijk is uitgestoten. Dit biedt een duidelijk vertrekpunt. Aanvullend kanook een stapsgewijze verlaging van de grenswaarden wordenopgenomen om schoner vliegen te stimuleren.–Variant 3 maakt onderscheid naar de fase van de vliegoperatie. In dezevariant krijgt elke fase van de operatie een eigen grens. Er wordtonderscheid gemaakt tussen grondactiviteiten, verplaatsingen vanvliegtuigen op het platform en het vliegen. Daarbij is de gedachte omper fase gerichte grenswaarden op te nemen en zo beter te kunnensturen op maatregelen per operationele fase.–Variant 4 is gebaseerd op schade aan mens en milieu. Deze aanpakricht zich specifiek op de stoffen en de vliegfase die de hoogstemaatschappelijke kosten veroorzaken, zoals schade aan de gezondheiden de natuur. Door grenswaarden te koppelen aan de stoffen envliegfasen die leiden tot de hoogste maatschappelijke kosten, wordtgericht gestuurd op het verminderen van gezondheidsklachten enmilieuschade.De ILT benadrukt als belangrijk aandachtspunt voor alle varianten dat eengeschikt referentiejaar (zoals 2019 of 2024) moet worden gekozen om degrenzen op te baseren. Daarnaast pleit de ILT ook voor het toevoegen vanmeer stoffen aan de regelgeving, zoals (ultra)fijnstof of andere kankerver-wekkende stoffen, en voor een transparante rapportage door de lucht-vaartsector over de werkelijke jaarlijkse uitstoot.De denkrichtingen van de ILT hebben geen opvolging gekregen in dealgehele LVB-wijziging voor Schiphol. Zoals aangegeven in de beant-woording van het schriftelijk overleg inzake de brief over de voorhang vanhet ontwerpbesluit tot wijziging van het LuchthavenverkeerbesluitSchiphol is er op dit moment onvoldoende wetenschappelijke onder-bouwing om over te stappen op absolute grenswaarden voor stoffen.3 Eris ook meer inzicht nodig om de hoogte van de grenswaarden zo vast testellen dat deze effectief en doelmatig zijn. Daarom zijn de relatievegrenswaarden gehandhaafd in de algehele LVB-wijziging van Schiphol.Onderzoeksrapporten laten zien dat de bijdrage van luchtvaartemissiesaan de lokale luchtkwaliteit beperkt lijkt. Ook de «expertgroep effectenluchtvaartemissies op lokale luchtkwaliteit» concludeert dat op basis vandeze rapporten geen duidelijke conclusies getrokken kunnen worden overhet benodigde beleid rondom emissies. Daarvoor moeten eerst deresultaten van een vervolgonderzoek afgewacht worden.In de brief van 12 mei 2026 is de Kamer geïnformeerd over de resultatenvan het vervolgonderzoek en het voornemen om het beleid ten aanzienvan luchtvaartemissies op dit moment voort te zetten.4 Daarnaast isaangekondigd dat er advies wordt gevraagd aan de Gezondheidsraad. Ditadvies kan dienen als kader voor de vormgeving van vervolgonderzoek enhandelingsperspectief bieden bij toekomstige keuzes in het luchtvaart-beleid. De uitkomsten van dit advies vormen de basis voor de verdereuitwerking van eventuele maatregelen of normen in regelgeving, zoals deintroductie van absolute grenswaarden voor stoffen. Eventuele maatre-gelen of normen worden daarom pas overwogen na afronding van hetadvies van de Gezondheidsraad.3Kamerstukken II 2025/26, 31 936, nr. 595.4Kamerstukken II 2025/26, 31 936, nr. 1290.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 12922 Het kabinet vindt het van belang dat de rechtsbescherming vanomwonenden zo snel mogelijk wordt hersteld zoals ook opgedragen doorde rechter in de RBV-zaak. Het kabinet kiest er daarom voor om dealgehele LVB-wijziging van Schiphol die nu ter voorhang voorligt in deKamer niet te laten wachten op uitwerking van nieuwe beleid rondomluchtvaartemissies.Het kabinet blijft zich onverminderd inzetten om maatregelen te treffenom de luchtvaartemissies waar mogelijk te beperken. Het ministerie heefthiertoe al enkele aanpassingen in regelgeving voorgesteld of in voorbe-reiding. In het ontwerp-Luchthavenverkeerbesluit Schiphol en deluchthavenbesluiten voor de regionale luchthavens zijn en worden regelsopgenomen om het gebruik van de hulpmotor (APU) te verminderen enhet eenmotorig taxiën of het taxiën op minder motoren te stimuleren.Verder werkt de luchtvaartsector aan de elektrificatie van de grondge-bonden operatie waarbij het doel is dat al het grondgebonden verkeeremissievrij is in 2030.5De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G. Karremans5Kamerstukken II 2025/26, 31 936, nr. 1290.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 12923
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.