KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over inzet internationale kindontvoering India (Kamerstuk 29279-1019)(eerste deel)

12 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 622befa4b39ccfed · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 279Rechtsstaat en Rechtsorde33 836Personen- en familierechtNr. 1021 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 12 mei 2026 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Justitie enVeiligheid en de Minister van Buitenlandse Zaken over de brief van15 april 2026 over inzet internationale kindontvoering India (Kamerstuk29 279, nr. 1019) (eerste deel).De vragen en opmerkingen zijn op 6 mei 2026 aan de Staatssecretaris vanJustitie en Veiligheid en de Minister van Buitenlandse Zaken voorgelegd.Bij brief van 12 mei 2026 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,EerdmansAdjunct-griffier van de commissie,Van Tilburg kst-29279-1021ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10211 InhoudsopgaveVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersonen21.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie22.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie33.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie54.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie65.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie86.Vragen en opmerkingen van de leden van Groep Markuszower16 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersonen1. Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief inzake de inzet bij internationale kinderontvoering, waaronder in hetgeval van Insiya ten opzichte van India. Het is goed om te lezen datNederland op diverse manieren en niveaus de zaak blijft aankaarten bij deIndiase autoriteiten. Toch moet geconstateerd worden dat dit nog niet tothet gewenste effect geleid heeft, zeker gegeven de lange tijd die isverstreken sinds Insiya ontvoerd is. Deze leden hebben daarom enkelevragen.De leden van de D66-fractie zien dat er in de loop van de jaren en ookrecent nog steeds inzet op deze zaak is – buiten de gerechtelijke stappen,heeft de heer Rutte in zijn tijd als Minister-President al eens met de heerModi gesproken over de ontvoering, en onze Minister-President RobJetten heeft onlangs met mevrouw Rashid gesproken over dekabinetsinzet op dit onderwerp. Voorts willen de leden van de D66-fractiegraag weten – wat is er al gedaan sinds de ontvoering om Insiya terug tekrijgen uit India? En welke extra stappen zien de Minister en de Staatsse-cretaris om deze zaak in beweging te krijgen?Antwoord: Allereerst wil het kabinet erkennen hoe ingrijpend en pijnlijkinternationale kinderontvoering is. In het bijzonder de zaak van Insiya,waarbij sprake is van een gewelddadige ontvoering. Dat neemt niet wegdat er in 2025 in totaal 108 zaken bij de Centrale autoriteit InternationaleKinderaangelegenheden (Ca IKA) zijn gepasseerd waarbij kinderen zijnontvoerd. Al die zaken krijgen de volle aandacht.Ten aanzien van wat er al gedaan is in de zaak Insiya willen wij u graagverwijzen naar de brief die recent naar uw Kamer is gestuurd en naarantwoorden op Kamervragen die de afgelopen jaren naar uw Kamer zijngestuurd1. De Ca IKA heeft in oktober 2016 het civiele verzoek totteruggeleiding voor Insiya in behandeling genomen. Nu India niet isaangesloten bij het Haags Kinderontvoeringsverdrag, heeft de Ca IKAgeen direct aanspreekpunt in India. Het verzoek tot teruggeleiding isdaarom langs diplomatieke weg aangeboden aan de Indiase autoriteiten;dit geldt ook voor civielrechtelijke beschikkingen van de Nederlandserechter. De Ca IKA en BZ hebben moeder de afgelopen jaren ondersteund,door middel van het verstrekken van informatie en het verlenen vanconsulaire bijstand. Ook wordt op het hoogst diplomatieke en politiekeniveau aandacht gevraagd voor enerzijds de Nederlandse civielrechtelijkeuitspraken die strekken tot de teruggeleiding van Insiya en het eenhoofdiggezag van de moeder en anderzijds voor spoedige afronding van de12018Z01420, 2020Z15616, 2020Z15297, 2020Z18668, 2021Z19439, 2022Z06366, 2022Z06457,2022Z26412 en 2024Z14965.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10212 Indiase procedures, met als doel de terugkeer van het Insiya en in iedergeval herstel van contact.Het kabinet is continue aan het kijken welke andere effectieve stappengezet kunnen worden om tot terugkeer van Insiya te komen of ten minstecontactherstel tussen moeder en dochter te realiseren. Het kabinet noemtin gesprekken met India ook de grote maatschappelijke verontwaardigingin Nederland die deze zaak oproept en voelt zich gesteund door degestelde vragen in dit schriftelijk overleg om dat nogmaals richting Indiate benadrukken. De realiteit is dat het terugbrengen van ontvoerdekinderen uit India zeer lastig is; daar kampen ook andere landen mee, ziehiervoor bijvoorbeeld het rapport van de Verenigde Staten2.Zijn er vergelijkbare zaken of voorbeelden uit andere EU-landen bekend,en is daarbij bekend hoe en/of waarom deze zaken (on)succesvol zijnverlopen, zeker in de gevallen dat er (ook) een vonnis lag? Ziet het kabinetkansen om met andere EU-landen gezamenlijk op te trekken richting Indiaom zo meer resultaat te boeken?Antwoord: Beantwoording volgt later.En zien de bewindspersonen nog kansen om de zaak op (korte) termijn bijIndia onder de aandacht te brengen?Antwoord: Het kabinet brengt de zaak van het meisje Insiya in bilateralecontacten op bij de Indiase autoriteiten en zal deze zaak ook tijdens hetaankomend bezoek van premier Modi op het hoogste niveau bij Indiaexpliciet onder de aandacht brengen2. Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief van hetkabinet over de inzet bij internationale kinderontvoering in India, in hetbijzonder de zaak rondom Insiya. Deze leden waarderen de inzet van hetkabinet in deze ingrijpende zaak.De leden van de VVD-fractie benadrukken dat internationale kinderont-voering de rechtsstaat raakt. De uitspraak van de Hoge Raad is inmiddelsonherroepelijk, toch blijft uitvoering uit. Deze leden vragen welke concreteresultaten de inzet tot nu toe heeft opgeleverd. Ook vragen zij welkestappen zijn gezet sinds de uitspraak van de Hoge Raad. De leden van deVVD-fractie vragen hoe het kabinet de huidige inzet richting Indiabeoordeelt. Is deze aanpak voldoende effectief? Zo ja, waar blijkt dat uit?Zo nee, welke extra stappen overweegt het kabinet? Deze leden wijzen ophet belang van wederkerigheid. Nederland respecteert rechterlijkeuitspraken. Dat mag ook van andere landen worden verwacht. Hoe brengthet kabinet deze boodschap over aan de Indiase autoriteiten?Antwoord: Het kabinet deelt de mening dat internationale kinderont-voering een grove inbreuk is op de rechtsorde en waarbij de impact op deachterblijvende ouder groot is. In het kader van deze zaak is het vanbelang om een onderscheid te maken tussen de civielrechtelijke en hetstrafrechtelijke traject, aangezien beiden hun eigen juridische kaders eninstrumenten kennen.Ten aanzien van het strafrechtelijke traject, geldt dat met de onherroepe-lijke uitspraak van de Hoge Raad de ernst van deze zaak door de Neder-landse rechter onomstotelijk is vastgesteld. De rechter heeft de geweld-dadige onttrekking van Insiya aan het ouderlijk gezag gekwalificeerd als2U.S. Department of State (2025), Annual Report on International Child Abduction,raadpleegbaar via 2025 Annual Report on International Child Abduction.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10213 een zeer ernstig strafbaar feit en heeft hiervoor substantiële onvoorwaar-delijke gevangenisstraffen opgelegd. Wanneer een veroordeelde zich inhet buitenland bevindt, kan de tenuitvoerlegging van een straf complexzijn. Nederlandse opsporings- en vervolgingsinstanties hebben uiteraardgeen bevoegdheid om op treden in andere landen. Tevens moet er voorde overdracht van een straf een verdragsgrondslag bestaan, en daar istussen India en Nederland geen sprake van. Over de specifieke inzet die indit kader wordt gepleegd in individuele zaken kunnen wij geen nadereuitspraken doen. Wel kunnen wij u verzekeren dat alle mogelijke instru-menten in dit kader worden ingezet.Ten aanzien van de wederkerigheid van uitspraken in het civiele kader enhet respecteren van civiele rechterlijke uitspraken: tussen India enNederland is er geen verdrag op basis waarvan gerechtelijke uitsprakeninzake ouderlijk gezag automatisch kunnen worden erkend. Dit geldt overen weer: rechterlijke uitspraken inzake ouderlijk gezag afkomstig van eenIndiase rechter worden ook in Nederland niet automatisch erkend. Omeen rechterlijke uitspraak in een niet-verdragsland erkend te krijgen, zal deachtergebleven ouder met behulp van een advocaat in het land in kwestieeen procedure aanhangig moeten maken bij de rechter aldaar met hetverzoek om de uitspraak te erkennen en ten uitvoer te leggen. Het is nietmogelijk om India te dwingen rechtsreeks uitvoering te geven aan deNederlandse uitspraken.In het licht van het aanstaande bezoek van de Indiase premier NarendraModi aan Nederland en de ontvangst door de Minister-President, vragende leden van de VVD-fractie of deze specifieke zaak onderdeel zal zijn vande gesprekken op het hoogste politieke niveau. Kan het kabinet beves-tigen dat deze zaak expliciet wordt opgebracht?Antwoord: Het kabinet brengt de zaak van het meisje Insiya in bilateralecontacten op bij de Indiase autoriteiten en zal deze zaak ook tijdens hetaankomend bezoek van premier Modi op het hoogste niveau bij Indiaexpliciet onder de aandacht brengen.Daarnaast vragen deze leden welke diplomatieke en politieke drukmid-delen Nederland nog tot zijn beschikking heeft om voortgang te bewerk-stelligen. Wordt overwogen om deze kwestie in breder Europees verbandte agenderen binnen de Europese Unie om zo de druk richting India tevergroten?Antwoord: Beantwoording volgt laterTen slotte vragen deze leden hoe het kabinet in algemene zin omgaat metinternationale kinderontvoeringszaken waarbij landen geen partij zijn bijrelevante verdragen. Ziet het kabinet aanleiding om het beleid richtingdeze landen te intensiveren, bijvoorbeeld via bilaterale afspraken ofaanvullende diplomatieke inzet?Antwoord: Op grond van artikel 4 lid 1 van de Uitvoeringswet interna-tionale kinderontvoering is de Ca IKA tevens belast met de behandelingvan verzoeken in gevallen van internationale ontvoering van kinderen dieniet door een verdrag worden beheerst. Dit betekent dat de Ca IKA dezeverzoeken in behandeling neemt. In een niet verdragsland is er echtergeen Centrale autoriteit waaraan de Ca IKA het verzoek kan doorgeleiden.Het verzoek wordt daarom via de diplomatieke route aangeboden aan deautoriteiten van dat land. Het niet verdragsland is niet gehouden aan deverplichtingen van het Haags Kinderontvoeringsverdrag.Is het kabinet bereid de Kamer na het bezoek van Modi aan Nederland teinformeren over de gesprekken die zijn gevoerd over de zaak Insiya? En isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10214 het kabinet tevens bereid om de Kamer periodiek te blijven informerenover de resultaten van de inspanningen om ontvoerde kinderen daadwer-kelijk terug te halen naar Nederland in lijn met de motie Ellian (Kamer-stukken II 2022–2023, 33 836 nr. 79)?Antwoord: Het kabinet is bereid de Kamer na afloop van het bezoek vanpremier Modi in algemene zin te informeren, waarbij er rekening dient teworden gehouden met de vertrouwelijkheid. Daarnaast wordt momenteelgewerkt aan het nieuw overzicht over de inspanningen die in 2025 zijngeleverd rondom internationale kinderontvoeringen, zoals deze eerdermet de Kamer gedeeld is over 20233.3. Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de fractie van GL-PvdA hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van de regering over de stand van zaken tenaanzien van de ontvoering van het meisje Insiya naar India. De aan hetwoord zijnde leden zijn net zoals de regering er ten zeerste vandoordrongen hoezeer deze kinderontvoering ingrijpt in het leven van allebetrokkenen. Zij achten het onverteerbaar voor Insiya en haar moeder dathet onherroepelijk geworden strafvonnis niet ten uitvoer kan wordengelegd en vooral dat het contact tussen Insiya en haar moeder, die heteenhoofdig gezag heeft, niet hersteld wordt. De regering meldt in degenoemde brief dat alle mogelijke inzet wordt gepleegd om het straf-vonnis wel ten uitvoer te laten leggen. Wat is de reactie van de Indiaseautoriteiten als Nederland vraagt om de tenuitvoerlegging van destrafzaak. Welke autoriteiten betreft dit? Geeft het komende bezoek van deIndiase Minister-President extra mogelijkheden om de Nederlandse inzetnog te intensiveren of te benadrukken? Zo ja, hoe gaat u daar gevolg aangeven? Zo nee, waarom niet?Antwoord: Het kabinet spant zich doorlopend in om deze schrijnendezaak onder de aandacht te brengen van India. In algemene zin kunnen wijmededelen dat er voor de overdracht van een straf een verdragsgrondslagmoet bestaan, en daar is tussen India en Nederland geen sprake van. Welwordt op andere wijze de samenwerking met India gezocht. Daarbijkunnen wij u verzekeren dat het kabinet alle mogelijke contacten op hethoogste politieke niveau benut om India te verzoeken medewerking teverlenen in dit kader.Wat staat er aan het contactherstel tussen Insiya en haar moeder concreetin de weg? Welke juridische of andere belemmeringen zijn er? Welkeautoriteiten oordelen over dat contactherstel of zijn daar op een anderemanier bij betrokken? En hoe kan het contact wel hersteld worden? Kunt uhet belang van het contactherstel onder de aandacht van de IndiaseMinister-President brengen? Zo nee, waarom niet?Antwoord: De Indiase rechter heeft eerder in 2018 geoordeeld dat hetcontact tussen moeder en dochter moet worden hersteld. Hier geeft devader echter vooralsnog geen gehoor aan. Nederland dringt in contactenmet India steevast aan op uitvoering van dit gerechtelijk bevel. Contact-herstel tussen moeder en dochter is een van de onderwerpen van gesprekbij het bezoek van premier Modi.3Ministerie van Justitie en Veiligheid (2023), Overzicht inspanningen internationale kinderont-voering 2023, raadpleegbaar via Overzicht inspanningen internationale kinderontvoering2023 (1).pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10215 De leden van de fractie van GL-PvdA vragen wat de Nederlandse regeringdoet om de moeder van Insiya te ondersteunen bij haar pogingen hetcontact met haar dochter te herstellen?Antwoord: De Ca IKA en BZ hebben moeder de afgelopen jarenondersteund, door middel van het verstrekken van informatie en hetverlenen van consulaire bijstand. Ook wordt op het hoogste diplomatiekeen politieke niveau aandacht gevraagd voor enerzijds de Nederlandsecivielrechtelijke uitspraken die strekken tot de teruggeleiding van Insiya enhet eenhoofdig gezag van de moeder en anderzijds voor spoedigeafronding van de Indiase procedures, met als doel de hereniging vanInsiya met haar moeder en in ieder geval herstel van contact.Bent u bekend met het feit dat ook India het Internationaal Verdrag inzakede Rechten van het Kind (IVRK) heeft geratificeerd en dat dat bindendeVN-verdrag onder andere bepaalt dat staten maatregelen moeten nemen«ter bestrijding van de ongeoorloofde overbrenging van kinderen naar enhet niet doen terugkeren van kinderen uit het buitenland»(artikel 11)? Zoja, hoe verhoudt zich dat het feit dat India niet zorgt dat de ontvoering vanInsiya beëindigd wordt? Ben u bereid dat aan de Indiase Minister-President voor te leggen? Zo nee, waarom bent u daartoe niet bereid?Antwoord: Wij zijn ermee bekend dat India is aangesloten bij het IVRK endit is ook eerder opgebracht richting India. Artikel 11 van het IVRKverplicht staten om maatregelen te treffen om ongeoorloofdeoverbrenging te bestrijden en dit te bewerkstelligen door het sluiten vanbilaterale of multilaterale overeenkomsten. In dit kader is Nederland partijbij het Haags Kinderontvoeringsverdrag. Het Haags Kinderontvoerings-verdrag bevat wel afspraken en actieve verdragsverplichtingen voorlanden over het teruggeleiden van kinderen waar zij zich aan dienen tehouden en waar zij op aangesproken kunnen worden. India is echter nietaangesloten bij dit verdrag.Maken afspraken over mensenrechten deel uit van het handelsverdragvan de EU met India? Zo ja, vallen daar direct of indirect ook afsprakenonder die de rechten van kinderen in het algemeen en die van ontvoerdekinderen in het bijzonder raken? En welke afspraken betreffen dat? Wilt udat onder de aandacht van de Indiase Minister-President brengen?Antwoord: Beantwoording volgt laterKunt u na afloop van het bezoek van de Indiase Minister-President deKamer op de hoogte stellen van wat u ten aanzien van Insiya besprokenhebt en wat de resultaten daarvan zijn?Antwoord: Het kabinet is bereid de Kamer na afloop van het bezoek vanpremier Modi in algemene zin te informeren, waarbij er rekening dient teworden gehouden met de vertrouwelijkheid.4. Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Kamerbriefen hebben een aantal vragen aan de regering. Deze leden onderschrijvende noodzaak voor de Nederlandse Staat om zich maximaal in te zetten datInsiya terugkomt naar Nederland zodat haar moeder het eenhoofdiggezag kan uitoefenen.De leden van de CDA-fractie vragen of de regering aan kan geven of ernog meer vergelijkbare casussen zijn van kinderontvoering waar zij zichinzet voor herstel van contact en ouderlijk gezag en of er landen in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10216 bijzonder zijn waarnaar dergelijke vormen van ontvoering vakerplaatsvinden.Antwoord: In 2025 heeft de Ca IKA 108 uitgaande internationalekinderontvoeringszaken in behandeling genomen. Van deze zaken warener 88 met verdragslanden en 20 zaken met niet verdragslanden. Bij deverdragslanden betreffen de meeste kinderontvoeringszaken Polen,Spanje, Engeland, Turkije en Duitsland. Bij de niet-verdragslandenbetreffen de meeste zaken Syrië, Egypte, India en Irak. De Ca IKA zet zichin elke zaak maximaal in om de achtergebleven ouder zo goed mogelijk teondersteunen. Daarbij kan het ook gaan om ondersteuning bij het incontact komen met het kind of advisering over (gezags)procedures. De CaIKA werkt daarbij nauw samen met de Centrale autoriteiten van anderelanden. In niet verdragslanden is deze samenwerking er niet en wordt hetverzoek behandeld via de diplomatieke route in samenwerking metBuitenlandse Zaken. Tevens wordt bij kinderontvoeringen gewerktmiddels een escalatieladder, waarbij er op een steeds hoger niveau wordtopgeschaald indien een land niet meewerkt aan teruggeleiding.De leden van de CDA-fractie vragen de regering te bevestigen dat deschrijnende zaak van Insiya staat geagendeerd tijdens (de voorberei-dingen van) het bezoek van de Indiase Minister-President aan Nederland.Deze leden vragen om bevestiging dat deze casus tijdens het staatsbezoekaan de orde gesteld zal worden. Voorts vragen deze leden welke mogelijk-heden de regering ziet om de inzet richting de Indiase regering op ditonderwerp te intensiveren.Antwoord: Het kabinet brengt de schrijnende zaak van het meisje Insiyain bilaterale contacten op bij de Indiase autoriteiten en zal deze zaak ooktijdens het aankomend bezoek van premier Modi op het hoogste niveauexpliciet bij India onder de aandacht brengen.De ingrijpende zaak van Insiya heeft de onverminderde aandacht van hetkabinet en de huidige Nederlandse inzet wordt constant geëvalueerdwaarbij eventuele nieuwe mogelijkheden voor intensivering op ditonderwerp voortdurend worden meegenomen.De leden van de CDA-fractie lezen dat het handelsakkoord tussen de EUen India geen relatie heeft met kinderontvoeringen. Deelt de regering deopvatting dat, ook als het EU-India handelsakkoord formeel geenaanknopingspunten bevat, politieke en diplomatieke relaties wél benutkunnen worden om mensenrechtenkwesties zoals deze onder de aandachtte brengen? Zo ja, hoe wordt hier concreet invulling aan gegeven?Antwoord: Beantwoording volgt later.De leden van de CDA-fractie vragen of de regering, gezien de langdurigeaard van en de grote maatschappelijke en politieke betrokkenheid bij dezezaak, bereid is de Kamer frequenter te informeren over de voortgang indeze zaak?Antwoord: Het kabinet is bereid de Kamer na afloop van het bezoek vanpremier Modi in algemene zin te informeren over de wijze waarop de zaakInsiya in de gesprekken aan de orde is gesteld, waarbij er rekening dientte worden gehouden met de vertrouwelijkheid. Tevens informeert hetkabinet de Kamer wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn en zal de Kamerin algemene zin informeren over deze zaak bij het jaarlijkse overzicht vanzaken (n.a.v. motie Ellian).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10217 5. Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben met grote betrokkenheid kennisge-nomen van de brief over de zaak van het naar India ontvoerde meisjeInsiya. Deze leden willen allereerst benadrukken dat achter deze zaak geenabstract juridisch dossier schuilgaat, maar een meisje dat al jarenlang isafgesneden van haar moeder, en haar leven in Nederland. Een zaak dieniet alleen raakt aan het hart, maar ook aan de geloofwaardigheid van deNederlandse rechtsstaat.De leden van de BBB-fractie begrijpen dat internationale kinderontvoeringjuridisch en diplomatiek ingewikkeld kan zijn. Maar ingewikkeld mag nooiteen ander woord worden voor machteloos. Zeker niet wanneer het gaatom een Nederlands kind, een Nederlandse moeder en Nederlandserechterlijke uitspraken. De overheid moet naast haar eigen inwoners staanwanneer zij klem komen te zitten tussen systemen, grenzen en diploma-tieke beleefdheden. Tegen deze achtergrond hebben deze leden devolgende vragen.Algemene inzet van het kabinetDe leden van de BBB-fractie vragen de Minister of hij concreet enchronologisch kan uiteenzetten welke acties de afgelopen jaren zijnondernomen richting de Indiase autoriteiten. Zij horen daarbij graag ofdeze acties telkens op ambtelijk, of ander niveau is aangekaart. De ledenvragen de Minister expliciet wanneer deze zaak voor het laatst opministerieel niveau besproken is met India. En wanneer deze zaak voor hetlaatst door de Minister-President, of namens de Minister-President aan deorde is gesteld. Wat was tijdens deze acties telkens de concrete inzet vanNederland in de richting van India?Antwoord: De zaak is meest recent nog opgebracht tijdens een telefoon-gesprek van onze Minister-President met premier Modi op 30 maart jl. Opministerieel niveau was dat de laatste keer in Brussel en marge van deRBZ op 16 maart jl. met de Indiase Minister van Buitenlandse ZakenJaishankar. De ernst van de zaak heeft ertoe geleid dat het de afgelopenjaren veelvuldig opgebracht is, wanneer dat opportuun werd geacht.De concrete inzet, zoals in antwoord op eerdere Kamervragen is aange-geven, is aandacht vragen voor de strafrechtelijke uitspraak van hetGerechtshof op 13 mei 2024 en de bekrachtiging daarvan door de HogeRaad in november 2025. Tevens blijft Nederland in India onder deaandacht brengen dat de Nederlandse rechter inmiddels al jaren geledenheeft geoordeeld dat de moeder het eenhoofdig gezag heeft. Ook wordthet grote belang van contactherstel tussen dochter en moeder onder deaandacht gebracht.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister wat telkens de reactie vanIndia was. En welke concrete resultaten heeft de Nederlandse inzet tot nutoe opgeleverd? Hoe beoordeelt het kabinet zelf de effectiviteit van dehuidige aanpak. En acht het kabinet de huidige inzet voldoende, gelet ophet feit dat Insiya nog altijd niet terug is?Antwoord: Het kabinet zet zich onverminderd in voor de zaak van Insiyawaarbij de terugkeer van Insiya de hoogste prioriteit geniet. De Neder-landse inzet voor deze zaak wordt constant geëvalueerd en, waarmogelijk, worden extra of nieuwe stappen uitgelopen om tot eenoplossing te komen in deze schrijnende casus. Dit gebeurt bijvoorbeeld naieder contactmoment op diplomatiek niveau maar ook als er op juridischvlak nieuwe stappen zijn gezet. Dit wordt in continu overleg met moedergedaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10218 Zoals gedeeld in de Kamerbrief Inzet Internationale kindontvoering Indiavan 14 april 2026, wordt door India aangegeven dat het de schrijnendesituatie erkent maar dat door de Indiase autoriteiten niet in de (noglopende) rechtsgang in India kan worden getreden, net zoals dat ook hetgeval zou zijn in Nederland.Het kabinet realiseert zich terdege dat de effectiviteit van eigen inzetmoeilijk in te schatten is.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister welke bewindspersoonpolitiek eindverantwoordelijk is voor het vlottrekken van deze zaak. Is ereen coördinerend bewindspersoon of een interdepartementale taskforcedie deze taak trekt? Zo nee, is de Minister dan bereid om een coördi-nerend bewindspersoon aan te wijzen, of een interdepartementaletaskforce in te stellen?Antwoord: Het kabinet zet zich in volle breedte en gecoördineerd in voordeze schrijnende zaak: de Minister president, de Minister van Buiten-landse Zaken en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stemmenacties strak op elkaar af, samen met onze diplomatieke posten.Resultaatgerichte herijkingDe leden van de BBB-fractie vragen de Minister om niet alleen uiteen tezetten wat Nederland de afgelopen jaren heeft gedaan, maar ook welkeconclusie het kabinet daaruit trekt. Erkent de Minister dat de tot nu toegevolgde aanpak feitelijk niet heeft geleid tot de terugkeer van Insiya?Antwoord: Wij erkennen dat de inzet van Nederland nog niet heeft geleidtot de terugkeer van Insiya. Het kabinet is continue aan de slag om in dezeschrijnende zaak te komen tot een zo snel mogelijke terugkeer van Insiyaen daarbij eveneens tot contact herstel tussen moeder en dochter. Dat ditnog niet tot terugkeer heeft geleid, betekent geen berusting: het kabinetblijft de zaak op verschillende niveaus bij de Indiase autoriteitenaankaarten.Rechtsstaat en uitvoering van rechtelijke uitsprakenDe leden van de BBB-fractie vragen de Minister hoe hij het feit duidt dateen onherroepelijke uitspraak van de Nederlandse rechter in deze zaak inde praktijk niet wordt uitgevoerd. Wat betekent dit volgens de Ministervoor de geloofwaardigheid van de Nederlandse rechtsstaat? Acht hetkabinet het uitlegbaar dat iemand die in Nederland onherroepelijk isveroordeeld voor ontvoering van een kind, tot op heden zijn straf niet inNederland uitzit?Antwoord: Zoals wij hebben toegelicht in reactie op vragen van deVVD-fractie, is de tenuitvoerlegging van een Nederlands vonnis, wanneereen veroordeelde zich in het buitenland bevindt, in de praktijk vaakcomplex. Dit komt doordat elk land soeverein is, en daaruit volgt datNederlandse opsporings- en vervolgingsinstanties geen bevoegdheidhebben om op te treden in andere landen. Wanneer een veroordeelde zichin het buitenland bevindt, zal Nederland daarom altijd de samenwerkingnodig hebben van het betreffende land. Of een dergelijk verzoek succesvolis, hangt af van verschillende factoren, waaronder het bestaan van eenjuridische basis (zoals een bilateraal of multilateraal verdrag), dewettelijke kaders en procedures van het betreffende land en de bereidwil-ligheid om samen te werken. Hoewel de inzet van het kabinet er voort-durend op is gericht om (bilaterale) internationale strafrechtelijkesamenwerking met landen te verbeteren, is dit een realiteit waar deNederlandse rechtsstaat zich toe moet verhouden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10219 De leden van de BBB-fractie vragen de Minister welke mogelijkheden erinternationaal bestaan om naleving van Nederlandse rechterlijkeuitspraken in dit soort zaken te bevorderen fen/of af te dwingen. HeeftNederland internationale fora of multilaterale mechanismen benut omdeze zaak aan te kaarten? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?Antwoord: Omdat India geen verdragsland is, zijn er weinig gelegen-heden waarop India in internationale fora zou kunnen worden aange-sproken in verband met deze zaak. De Malta-conferentie, georganiseerddoor het Permanent Bureau van de Haagse Conferentie voor het internati-onaal privaatrecht in 2024, waar met niet-verdragslanden gesproken werdover hoe om te gaan met kinderontvoerings- en kinderbeschermings-zaken, had daartoe een gelegenheid kunnen zijn, maar helaas is India nietop de uitnodiging, om daarbij aanwezig te zijn, ingegaan.In alle zaken waarbij een verdachte of veroordeelde zich in het buitenlandbevindt, zal Nederland strafrechtelijke samenwerking, die bilateraal tussenlanden plaatsvindt, moeten zoeken met het betreffende land. Of ditsuccesvol is hangt van verschillende factoren af, waaronder het bestaanvan een juridische basis (bilateraal of multilateraal verdrag), de wettelijkekaders en procedures van het betreffende land en tot op zekere hoogte debereidwilligheid van een land om samen te werken.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of hij bereid is om dezezaak nadrukkelijker te framen als een zaak over naleving van rechterlijkeuitspraken binnen het strafrecht, en rechtstatelijke samenwerking, inplaats van uitsluitend als consulaire of familierechtelijke kwestie.Antwoord: Beantwoording volgt later.De positie van InsiyaDe leden van de BBB-fractie vragen of de Minister kan bevestigen datInsiya enkel de Nederlandse nationaliteit heeft. Indien de Minister ditbevestigt vragen de leden welke bijzondere verantwoordelijkheid deMinister voelt voor haar bescherming, terugkeer en consulaire positie. Deleden vragen of Nederland ooit consulaire toegang tot Insiya hebbengevraagd. Zo ja, wanneer, hoe vaak en met welk resultaat. Zo nee,waarom niet?Antwoord: Beantwoording volgt later.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of Nederland ooitzelfstandig heeft kunnen vaststellen hoe het met Insiya gaat, los vaninformatie van de vader, diens omgeving of de Indiase autoriteiten. Zonee, vindt de Minister het aanvaardbaar dat Nederland al jarenlang nietzelfstandig heeft kunnen vaststellen hoe het gaat met een Nederlands kinddat door een strafbaar feit uit Nederland is weggehaald?Antwoord: Beantwoording volgt later.Uitleveringsverdrag Nederland en IndiaDe leden van de BBB-fractie constateren dat tussen Nederland en Indiaeen uitleveringsverdrag geldt, oorspronkelijk gesloten tussen het VK enNederland. Kan de Minister bevestigen dat dit verdrag nog altijd degeldende verdragsbasis vormt voor uitlevering tussen Nederland enIndia? En kan de Minister bevestigen dat het verdrag uitlevering mogelijkmaakt van personen die beschuldigd van of zijn veroordeeld voor eenmisdrijf dat op het grondgebied van de verzoekende staat is gepleegd endie zich bevinden op het grondgebied van de aangezochte staat?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 102110 Antwoord: Het klopt dat het verdrag van 26 september 1898 tussen hetKoninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland, door middel van een briefwisseling tussenNederland en India in 1967, nog altijd van toepassing is.Hoewel dit verdrag formeel de geldende verdragsbasis kan vormen vooruitlevering, is – zoals hierboven aangegeven – de feitelijke uitvoeringdaarmee geen gegeven.De leden van de BBB-fractie constateren dat het verdrag onder meer«abduction», «Child stealing» en «kidnapping of minors and their falseimprisnoment» noemt als uitleveringsdelicten. Erkent de Minister dat dezeverdragsbepalingen direct raken aan de zaak van Insiya? De leden vragende Minister om per genoemd verdragsdelict uiteen te zetten waarom defeiten waarvoor de vader in Nederland is veroordeeld daar volgensNederland wel of niet onder vallen.Antwoord: Over de inzet in deze specifieke zaak kunnen wij, hoebegrijpelijk de behoefte aan duidelijkheid ook is, helaas geen uitsprakendoen. Voor de bredere context en uitleg over onze werkwijze verwijzen wiju graag naar de hierboven geformuleerde antwoorden.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of de Nederlandsestrafrechtelijke veroordeling van de vader juridisch aan India is gepresen-teerd onder een of meer van deze uitleveringscategorieën? IndienNederland het uitleveringsverzoek niet heeft gebaseerd op deze verdrags-categorieën, waarom niet?Antwoord: Over de inzet in deze specifieke zaak kunnen wij, hoebegrijpelijk de behoefte aan duidelijkheid ook is, helaas geen uitsprakendoen. Voor de bredere context en uitleg over onze werkwijze verwijzen wiju graag naar de hierboven geformuleerde antwoorden.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister, indien India heeft betwistdat de zaak onder deze uitleveringscategoriëen valt, om expliciet toe telichten op welke grond India dat heeft gedaan.Antwoord: Voor de beantwoording van deze vraag verwijzen wij naaronze eerdere opmerking dat wij over de inzet die in deze specifieke zaakwordt gepleegd geen uitspraken kunnen doen. Bovendien geldt daarnaastdat er sprake is van vertrouwelijkheid met betrekking tot interstatelijkecorrespondentie.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister om te bevestigen dat hetverdrag ook uitlevering mogelijk maakt voor deelneming aan genoemdemisdrijven. De leden vragen de Minister voorts of Nederland in hetuitleveringsverzoek expliciet heeft gewezen op de rol van de vader alsuitlokker, medepleger of deelnemer aan de ontvoering.Antwoord: Over de inzet in deze specifieke zaak kunnen wij, hoebegrijpelijk de behoefte aan duidelijkheid ook is, helaas geen uitsprakendoen. Voor de bredere context en uitleg over onze werkwijze verwijzen wiju graag naar de hierboven geformuleerde antwoorden.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of Nederland in hetuitleveringsverzoek onderbouwd heeft dat de gedragingen waarvoor devader is veroordeeld ook naar Indiaas recht strafbaar zijn en dus vallenonder de dubbele strafbaarheid. En indien Nederland dit heeft gedaan,heeft India de dubbele strafbaarheid in deze zaak betwist? Op grond vanwelke argumenten dan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 102111 Antwoord: Over de inzet in deze specifieke zaak kunnen wij, hoebegrijpelijk de behoefte aan duidelijkheid ook is, helaas geen uitsprakendoen. Voor de bredere context en uitleg over onze werkwijze verwijzen wiju graag naar de hierboven geformuleerde antwoorden.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of India zich heeftberoepen op de discretionaire mogelijkheid om eigen onderdanen niet uitte leveren. Zo ja, kan het kabinet dan bevestigen dat het dus niet gaat omeen verdragsrechtelijke onmogelijkheid, maar om een (politieke) keuzevan India? En als India weigert om een eigen onderdaan uit te leveren,heeft Nederland dan van India verlangd dat het de strafvervolging ofstrafexecutie in India zelf ter hand neemt? Zo ja, wat was hier de reactievan India op? Zo nee, waarom niet?Antwoord: Voor de beantwoording van deze vraag verwijzen wij naaronze eerdere opmerking dat wij over de inzet die in deze specifieke zaakwordt gepleegd geen uitspraken kunnen doen. Bovendien geldt daarnaastdat er sprake is vertrouwelijkheid met betrekking tot interstatelijkecorrespondentie.Vrijhandelsakkoord EU-IndiaDe leden van de BBB-fractie constateren dat de Minister stelt dat hetrecent gesloten vrijhandelsakkoord tussen de EU en India geen inhoude-lijke of juridische aanknopingspunten bevat voor deze zaak. Deze ledenvinden dat een teleurstellende en onbevredigende conclusie. Wil deMinister op zijn minst erkennen dat handelsrelaties nooit volledig losstaanvan diplomatieke en politieke relaties?Antwoord: Beantwoording volgt later.De leden van de BBB-fractie constateren dat de Europese Commissie hetakkoord presenteert als een versterking van economische en politiekebanden tussen de EU en India, en dat de gepubliceerde teksten hoofd-stukken bevatten over institutionele bepalingen, geschillenbeslechting,transparantie, goede regelgevingspraktijken en duurzame ontwikkeling. Isde Minister bereid te erkennen dat dit niet hetzelfde is als «geen aankno-pingspunten» voor politieke agendering van rechtsstatelijke samen-werking?Antwoord: Beantwoording volgt later.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister, indien hij bij zijnconclusie blijft dat er geen aanknopingspunten zijn, om dan per relevanthoofdstuk toe te lichten waarom daar geen enkele mogelijkheid bestaatom de bredere rechtstatelijke relatie met India te agenderen?Antwoord: Beantwoording volgt later.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of hij/Nederland bereid isom bij de Raad, de Europese Commissie en de EU-delegatie in New Delhite bepleiten dat samenwerking op justitieel gebied, kinderbescherming,internationale kinderontvoering, naleving van rechtelijke uitspraken, hetfamilierecht en het ontbreken van een effectieve medewerking door Indiaonderdeel wordt van de bredere EU-India relatie. Zo nee, waarom niet?Antwoord: Beantwoording volgt later.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 102112 Kinderrechten en internationale verplichtingenDe leden van de BBB-fractie vragen de Minister of het kabinet deze zaakexpliciet beoordeelt onder het VN-Kinderrechtenverdrag. Kan de Ministeraangeven hoe Nederland, gegeven het feit dat Insiya een Nederlands kindis en de Nederlandse rechter het gezag bij haar moeder heeft gelegd,invulling geeft aan het belang van het kind, het recht op behoud vanfamiliebanden en de verplichting om illegale overbrenging enniet-terugkeer van kinderen naar het buitenland te bestrijden?De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of India in bilateralecontacten expliciet is gewezen op de verplichtingen uit het VN-Kinder-rechtenverdrag, in het bijzonder de verplichting om illegale overbrengingen niet-terugkeer van kinderen te bestrijden. Zo ja, wanneer is dit gebeurden wat was de reactie van India? Zo nee, waarom heeft Nederland ditkinderrechtelijke kader niet nadrukkelijker ingezet?Antwoord: Wij zijn ermee bekend dat India is aangesloten bij het IVRK endit is ook eerder opgebracht richting India. Artikel 11 van het IVRKverplicht staten om maatregelen te treffen om ongeoorloofdeoverbrenging te bestrijden en dit te bewerkstelligen door het sluiten vanbilaterale of multilaterale overeenkomsten. In dit kader is Nederland partijbij het Haags Kinderontvoeringsverdrag. Het Haags Kinderontvoerings-verdrag bevat wel afspraken en actieve verdragsverplichtingen voorlanden over het teruggeleiden van kinderen waar zij zich aan dienen tehouden en waar zij op aangesproken kunnen worden. India is echter nietaangesloten bij dit verdrag.Het Haags KinderontvoeringsverdragDe leden van de BBB-fractie vragen de Minister of hij kan bevestigen datIndia geen partij is bij het Haags Kinderontvoeringsverdrag. Welkegevolgen heeft dat concreet gehad voor deze zaak? En heeft NederlandIndia de afgelopen jaren aangespoord om toe te treden tot het HaagsKinderontvoeringsverdrag? Zo nee, waarom niet? En is de Minister bereidom toetreding van India tot het Haags Kinderontvoeringsverdrag actief teagenderen in bilaterale gesprekken in EU-verband?Antwoord: Beantwoording volgt later.Is de Minister bereid om, tot de tijd dat India toetreedt tot het HaagsKinderontvoeringsverdrag, met India een bilateraal noodprotocol ofwerkafspraak te sluiten voor kinderontvoeringszaken, gericht op snellelokalisering, onafhankelijke welzijnscontrole, contactherstel, erkenningvan gezagsbeslissingen en een concreet terugkeerpad?Antwoord: Beantwoording volgt later.Strategisch partnerschap met IndiaDe leden van de BBB-fractie constateren dat de Indiase Minister-Presidenteen strategisch partnerschap tussen Nederland en India heeft aange-kondigd (Indiase premier kondigt snel partnerschap met Nederland aan |WNL). De leden vragen de Minister wat dit strategische partnerschaptussen Nederland en India concreet in gaat houden. Welke beleids-terreinen vallen onder dat strategische partnerschap? Worden justitiëlesamenwerking, rechsstatelijke samenwerking en kinderbeschermingonderdeel van dit strategische partnerschap? Zo nee, waarom niet? Is deMinister bereid om deze zaak expliciet te betrekken bij de vormgeving entot standkoming van een strategisch partnerschap met India? Zo nee,waarom niet? En vindt de Minister het geloofwaardig om te spreken vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 102113 een strategisch partnerschap als fundamentele rechtstatelijke kwestiestussen beide landen onopgelost blijven? En kan het kabinet toezeggen datsamenwerking met India op economisch en technologisch terrein niet loswordt gezien van deze zaak?Antwoord: Beantwoording volgt later.Bezoek van Minister-President Modi aan NederlandDe leden van de BBB-fractie hebben vernomen dat Minister-PresidentModi Nederland op korte termijn bezoekt. Kan de Minister aangevenwanneer dit bezoek precies plaatsvindt, en wanneer en met welke(politieke) ambtsdragers Modi komt te spreken volgens het programma.Antwoord: Het bezoek van de Indiase premier Modi vindt plaats op 16 en17 mei 2026. Tijdens het bezoek zal premier Modi onder meer spreken metde Minister-President, de Minister van Buitenlandse Zaken en de Ministervan Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, en zal tevenseen onderhoud plaatsvinden met Zijne Majesteit de Koning.De leden van de BBB-fractie vragen of deze zaak al op de agenda van ditbezoek staat. Zo ja, op welk niveau en met welke concrete inzet? Zo nee,waarom nog niet? Is de Minister bereid om voorafgaand aan het bezoekexpliciet bij India aan te kondigen dat Nederland deze zaak op het hoogstepolitieke niveau zal opbrengen? En is Minister-President Jetten bereid omModi persoonlijk te vragen om medewerking aan de terugkeer van Insiyaen de tenuitvoerlegging van de straf van de vader? En is de Minister-President bereid om ook aan de Koning te vragen, mocht een ontmoetingtussen hem en Modi op de planning staan, of hij ook persoonlijk aan Modiwil vragen om medewerking aan de terugkeer van Insiya en de tenuitvoer-legging van de straf van de vader?Antwoord: Het kabinet brengt de zaak van het meisje Insiya in bilateralecontacten op bij de Indiase autoriteiten en zal deze zaak ook tijdens hetaankomend bezoek van premier Modi op het hoogste niveau expliciet bijIndia onder de aandacht brengen.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of het kabinet bereid isom niet alleen te spreken over «aandacht vragen», maar om concreteuitkomsten te vragen, zoals contactherstel, consulaire toegang,medewerking aan uitlevering en een tijdpad voor terugkeer.Antwoord: Het kabinet kan bevestigen dat het in contacten met deIndiase autoriteiten inzet op concrete stappen waaronder uitvoering vande rechterlijke uitspraken, contactherstel, medewerking aan uitlevering enconsulaire toegang. Het kabinet acht het niet in het belang van de zaak omover deze gesprekken publiekelijk in details te treden.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of het kabinet bereid isom vóór het bezoek van Minister-President Modi een aangescherpthandelingskader vast te stellen, met concrete doelen, termijnen envervolgstappen. Daarbij vragen deze leden in ieder geval om niet alleen tespreken over «aandacht vragen», maar om concrete uitkomsten te vragenen in te gaan op consulaire toegang, onafhankelijk vaststellen van Insiya’swelzijn, structureel contactherstel met haar moeder, een tijdpad voorterugkeer van Insiya en medewerking aan uitlevering of een juridischalternatief. Ook vragen zij welke consequenties het kabinet verbindt aanhet opnieuw uitblijven van medewerking door India, en of de zaak danwordt opgeschaald naar het hoogste politieke niveau en in EU-verband.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 102114 Antwoord: Het doel in deze schrijnende zaak is te allen tijden om tot zosnel mogelijke terugkeer van Insiya te komen en daarbij in elk geval totcontact herstel te komen tussen moeder en dochter. Daarbij zal nogmaalsaangedrongen worden op consulaire toegang tot het meisje Insiya. DeKamer kan erop vertrouwen dat alles gedaan wordt – tot op het hoogstepolitieke niveau – om dit te realiseren, maar het kabinet kan niet in gaanop de specifieke inzet bij individuele gevallen.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of hij de Kamer direct nahet bezoek kan informeren over wat hierover precies is besproken, en watIndia heeft toegezegd. En welke concrete stappen zet het kabinet als Indiatijdens of na dit bezoek opnieuw geen beweging laat zien?Antwoord: Het kabinet is bereid de Kamer na afloop van het bezoek vanpremier Modi in algemene zin te informeren over de wijze waarop de zaakInsiya in de gesprekken aan de orde is gesteld, waarbij er rekening dientte worden gehouden met de vertrouwelijkheid. Het kabinet informeert deKamer wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn en zal de Kamer inalgemene zin informeren over deze zaak bij het jaarlijkse overzicht vanzaken (n.a.v. motie Ellian).Informatievoorziening aan de KamerDe leden van de BBB-fractie constateren dat in de beslisnota behorendebij de Kamerbrief op meerdere plekken informatie is weggelakt met eenberoep op het «procesbelang van de staat». Kan de Minister concreetmaken wat hieronder wordt verstaan in deze zaak? Gaat het om eenlopende juridische procedure, diplomatie onderhandelingen, consulairebelangen, of iets anders? Hoe weegt het kabinet dit procesbelang tegenhet grondwettelijke informatierecht van de Kamer? En is de Ministerbereid om de weggelakte passages vertrouwelijk aan de Kamer teverstrekken? Zo nee, waarom niet?Antwoord: Beantwoording volgt later.Vervolgstappen bij uitblijvende resultaatDe leden van de BBB-fractie vragen de Minister welke diplomatieke,politieke en beleidsmatige drukmiddelen Nederland daadwerkelijk heeftgeïnventariseerd indien India opnieuw geen concrete medewerkingverleent. Kan de Minister daarbij ingaan op opschaling in EU-verband,agendering in mensenrechten- en rechtsstaatdialogen, het verbinden vande zaak aan hoogambtelijke bezoeken, handelsmissies, visumfacilitatie,talentmobiliteit, defensiesamenwerking, technologiesamenwerking enandere vormen van bilaterale samenwerking?Antwoord: Beantwoording volgt later.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of het kabinet bereid isom een escalatieladder met termijnen aan de Kamer te sturen, desnoodsvertrouwelijk. Kan de Minister daarbij aangeven welke stap volgt na dertigdagen zonder concrete toezegging van India, welke stap volgt na zestigdagen, en welke stap volgt na negentig dagen?Antwoord: Het doel in deze schrijnende zaak is te allen tijden om tot zosnel mogelijke terugkeer van Insiya te komen en daarbij eveneens totcontact herstel te komen tussen moeder en dochter. De Kamer kan eropvertrouwen dat alles gedaan wordt – tot op het hoogste niveau – om dit terealiseren, maar het kabinet kan niet in gaan op de specifieke inzet bijindividuele gevallen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 102115 6. Vragen en opmerkingen van de leden van de groep Markus-zowerDe leden van Groep Markuszower hebben kennisgenomen van deKamerbrief van 14 april 2026 over de inzet bij internationale kinderont-voering naar India, en in het bijzonder de zaak van Insiya.De leden van Groep Markuszower wijzen erop dat deze zaak niet alleengaat over complexe internationale verhoudingen, maar begint bij eengewelddadige ontvoering die zich op klaarlichte dag in Amsterdam heeftafgespeeld. Een jong kind is daarbij met grof geweld meegenomen,midden in onze rechtsstaat. Tegen die achtergrond dringt zich eenfundamentele vraag op: welk signaal denkt het kabinet af te geven doorfeitelijk te accepteren dat deze ontvoering tot op de dag van vandaag nietheeft geleid tot daadwerkelijke terugkeer van het kind en dat de hoofdver-antwoordelijke zich daaraan kan blijven onttrekken?Antwoord: Het kabinet is continue aan de slag om in deze schrijnendezaak te komen tot een zo snel mogelijke terugkeer van Insiya en daarbijeveneens tot contact herstel tussen moeder en dochter. Dat dit nog niettot terugkeer heeft geleid, betekent geen berusting: het kabinet blijft dezaak op verschillende niveaus bij de Indiase autoriteiten aankaarten.Tot slot wordt alle mogelijke inzet gepleegd om tot de ten uitvoer van hetonherroepelijke vonnis te komen ten aanzien van vader.Deze leden moeten constateren dat er al jarenlang wordt gesproken overinzet, aandacht en diplomatieke inspanningen, maar dat het resultaatuitblijft. Insiya verblijft nog altijd in India en heeft haar moeder al jarenniet gezien. De vraag dringt zich op wat de inzet van het kabinet feitelijkwaard is als dit niet leidt tot concrete stappen richting terugkeer. Kan hetkabinet daarom helder en zonder omhaal aangeven: wat heeft de gekozenstrategie tot nu toe concreet opgeleverd en waarom zou diezelfde aanpakin de toekomst wél tot resultaat leiden? Ziet het kabinet niet in dat er eendrastische koerswijziging nodig is door meer druk uit te oefenen op India?Antwoord: Het kabinet brengt de zaak van het meisje Insiya in bilateralecontacten op bij de Indiase autoriteiten en zal deze zaak ook tijdens hetaankomend bezoek van premier Modi op het hoogste niveau expliciet bijIndia onder de aandacht brengen.De ingrijpende zaak van Insiya heeft de onverminderde aandacht van hetkabinet en de huidige Nederlandse inzet wordt constant geëvalueerdwaarbij eventuele nieuwe mogelijkheden voor intensivering op ditonderwerp voortdurend worden meegenomen.De leden lezen dat India stelt niet te kunnen ingrijpen in de eigenrechtsgang. Deze leden vragen het kabinet of het deze redeneringaccepteert, terwijl er sprake is van een onherroepelijk Nederlands vonnisen een situatie waarin een kind al jarenlang wordt onttrokken aan heteenhoofdig ouderlijk gezag van de moeder. Waar ligt voor het kabinet degrens? Wanneer is «begrip voor de lokale rechtsgang» niet langerverdedigbaar?Antwoord: Beantwoording volgt later.De leden constateren dat Nederland binnen Europa wél resultaten boekt,zoals de aanhouding en overlevering van een veroordeelde in deze zaak.Dat maakt het contrast met India des te schrijnender. Is het kabinet bereidom expliciet uit te spreken dat India in deze zaak onvoldoende meewerkt?Zo nee, waarom wordt die conclusie niet getrokken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 102116 Antwoord: Binnen de Europese Unie geldt een ander juridisch kaderwaarmee een verdergaande vorm van strafrechtelijke samenwerking isgeregeld dan met landen buiten de EU. Waar samenwerking binnen de EUgebaseerd is op vergaand wederzijds vertrouwen en geharmoniseerdeprocedures, vereist samenwerking met landen buiten de EU een anderebenadering waarbij de juridische en praktische samenwerking per landsterk kan verschillen.Met het aanstaande bezoek van de Indiase Minister-President NarendraModi aan Nederland zien deze leden een cruciaal moment. Kan hetkabinet toezeggen dat deze zaak op het hoogste niveau en ondubbelzinnigaan de orde wordt gesteld? Wordt daarbij ook expliciet gevraagd omconcrete stappen van Indiase zijde en zo ja, welke?Antwoord: Het kabinet brengt de zaak van het meisje Insiya in bilateralecontacten op bij de Indiase autoriteiten en zal deze zaak ook tijdens hetaankomend bezoek van premier Modi op het hoogste niveau ondubbel-zinnig bij India onder de aandacht brengen. Het kabinet acht het niet in hetbelang van de zaak om over de expliciet gevraagde stappen publiekelijk indetails te treden.Kan de Kamer na afloop van het bezoek zo snel mogelijk een briefontvangen met daarin de gestelde eisen, de gegeven garanties engekoppelde sancties?Antwoord: Het kabinet is bereid de Kamer na afloop van het bezoek vanpremier Modi in algemene zin te informeren over de wijze waarop de zaakInsiya in de gesprekken aan de orde is gesteld, waarbij er rekening dientte worden gehouden met de vertrouwelijkheid.De leden vragen het kabinet voorts of er daadwerkelijk drukmiddelenworden ingezet, of dat het bij diplomatieke gesprekken en verzoeken blijft.Welke consequenties verbindt het kabinet aan het uitblijven vanmedewerking door India? Zijn er scenario’s uitgewerkt waarin Nederlandde relatie met India op onderdelen herziet als er geen voortgang komt?Antwoord: Over de inzet in deze specifieke zaak kunnen wij, hoebegrijpelijk de behoefte aan duidelijkheid ook is, helaas geen uitsprakendoen. Voor de bredere context en uitleg over onze werkwijze verwijzen wiju graag naar de hierboven geformuleerde antwoorden.Daarnaast vragen deze leden of het kabinet bereid is om deze zaak envergelijkbare zaken, nadrukkelijker onderdeel te maken van de brederebilaterale en Europese agenda richting India. Waarom wordt nu gestelddat er geen relatie is met bijvoorbeeld economische samenwerking,terwijl juist die relatie mogelijk invloed kan uitoefenen?Antwoord: Beantwoording volgt later.De leden vragen het kabinet ook om duidelijkheid over de inzet richting devader, die wordt gezien als de centrale figuur achter de ontvoering. Welkeconcrete stappen worden gezet om hem ter verantwoording te roepen?Wordt er actief ingezet op internationale signaleringen, opsporingsver-zoeken of andere juridische instrumenten en zo ja, met welk resultaat?Antwoord: Over de inzet in deze specifieke zaak kunnen wij, hoebegrijpelijk de behoefte aan duidelijkheid ook is, helaas geen uitsprakendoen. Voor de bredere context en uitleg over onze werkwijze verwijzen wiju graag naar de hierboven geformuleerde antwoorden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 102117 Tot slot vragen de leden het kabinet om niet opnieuw te volstaan metalgemene formuleringen over inzet, maar concreet te maken wat er dekomende weken en maanden gaat gebeuren. Welke stappen worden vóór,tijdens en na het bezoek van Minister-President Modi gezet en welkeresultaten moeten dat opleveren?Antwoord: Het doel in deze schrijnende zaak is ten alle tijden om tot zosnel mogelijke terugkeer van Insiya te komen en daarbij in elk geval totcontact herstel te komen tussen moeder en dochter. De Kamer kan eropvertrouwen dat alles gedaan wordt om dit te realiseren, maar het kabinetkan niet in gaan op de specifieke inzet bij individuele gevallen.Voor de leden van Groep Markuszower staat voorop dat het hier gaat omeen kind dat al jarenlang van haar moeder is gescheiden. Dat vraagt nietom terughoudendheid, maar om zichtbare inzet en, waar nodig, om hetopvoeren van de druk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 102118

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e5b8075c0b2ee6ae

14 okt 2026 · e8dddbce1de5da24

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.