KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsreactie op het rapport PGHR ‘‘Afgezien van vervolging. Over de naleving van de wet door het Openbaar Ministerie bij het nemen van sepotbeslissingen’

12 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9c927a8339b346e5 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 1009 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 januari 2026Op 3 juli jl. stuurde mijn ambtsvoorganger uw Kamer het rapport van deprocureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden (PGHR) getiteld:«Afgezien van vervolging. Over de naleving van de wet door hetOpenbaar Ministerie bij het nemen van sepotbeslissingen» (Kamerstuk29 279, nr. 979). Bij deze zend ik u mijn inhoudelijke reactie op het rapport.Ik wil de PGHR bedanken voor zijn waardevolle rapport. Het OpenbaarMinisterie (OM) neemt beslissingen die diep ingrijpen in het leven vanburgers en die niet altijd door de rechter worden getoetst. Het is daarombelangrijk dat een onafhankelijk instituut toezicht houdt op de wijzewaarop het OM bij de uitoefening van zijn taak de wettelijke voorschriftennaleeft (art. 11 Wet RO).Onderzoek PGHRHet OM kan beslissen om een strafzaak voor te leggen aan de rechter,zelfstandig af te doen (met een strafbeschikking) of niet (verder) tevervolgen. Laatstgenoemde beslissing wordt een sepot genoemd. Het OMkan op dit moment op basis van 50 verschillende gronden en daaraangekoppelde sepotcodes overgaan tot niet verdere vervolging. Het beleidvoor het seponeren van strafbare feiten heeft het OM neergelegd in deAanwijzing sepot en gebruik sepotgronden.Er zijn twee categorieën sepotgronden: technische gronden en beleids-gronden. Een technisch sepot volgt als op grond van het opsporingson-derzoek geconcludeerd wordt dat niet kan worden vervolgd of eenveroordeling niet haalbaar is, bijvoorbeeld omdat er te weinig bewijs is.Bij een beleidssepot luidt het oordeel van het OM dat een vervolging welals haalbaar wordt ingeschat, maar niet opportuun is op gronden aan hetalgemeen belang ontleend.Verder wordt een onderscheid gemaakt tussen een voorwaardelijk sepot –de toezegging dat een verdachte niet wordt vervolgd indien hij/zij zichbinnen een proeftijd aan één of meer voorwaarden houdt – en een kst-29279-1009ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10091 onvoorwaardelijk sepot, waarbij de beslissing tot niet (verdere) vervolgingniet afhankelijk is gesteld van het gedrag van de verdachte.In dit rapport onderzoekt de PGHR in hoeverre het OM bij zijn sepotbeslis-singen de toepasselijke wettelijke voorschriften naar behoren heeftnageleefd. De PGHR concludeert dat het OM dit op een aantal punten nietheeft gedaan. In het kader van het onderzoek zijn 204 strafdossiersbeoordeeld die in 2022 zijn geseponeerd. In een beperkt aantal van dezedossiers is de sepotbeslissing onbevoegdelijk genomen dan wel is nietvast te stellen of de beslissing door een bevoegde functionaris isgenomen. Verder is niet in alle onderzochte zaken een kennisgeving vanhet sepot aan de verdachte of het slachtoffer verzonden of kon dat tenaanzien van de verdachte niet worden nagegaan. Daarnaast is geblekendat de motivering van de sepotbeslissing aan de verdachte en hetslachtoffer niet altijd correct of duidelijk is en is in drie van de onderzochtezaken gebleken dat geen mondelinge toelichting aan slachtoffers isaangeboden terwijl het beleid van het OM hier wel toe verplichtte. Tenslotte constateert de PGHR dat de sepotbeslissingen van het OM in eenbeperkt aantal onderzochte zaken niet altijd (zonder meer) begrijpelijk zijn.In het licht van zijn conclusies en bevindingen doet de PGHR de volgendezes aanbevelingen:1.Zorg voor een vorm van intern toezicht op de rechtmatigheid vansepotbeslissingen en de toereikendheid van de kennisgeving enmotivering van het sepot.2.Draag er zorg voor dat de autorisaties in het zaakregistratiesysteemaansluiten bij de daadwerkelijke functie van de beoordelaars.3.Zorg ervoor dat de feitomschrijving, de kwalificatie en de motiveringvan de beslissing juist, volledig, duidelijk en toegespitst op de zaakzijn.4.Herzie de praktijk van 1) de verzending (van een afschrift en vertaling)van de kennisgeving en 2) de inhoud van de kennisgeving. Zorgdaarbij onder meer voor verzending aan wettelijk vertegenwoordi-gers van minderjarige verdachten en de raadsman van de verdachteen voor toereikende informatie over de rechtsgevolgen van het sepoten de mogelijkheid een klacht in te dienen.5.Bezie of de beleidssepotcodes kunnen worden geherstructureerd engegroepeerd, zodat het aantal sepotcodes kan worden teruggebrachten de overzichtelijkheid en werkbaarheid worden bevorderd.Ontwikkel een interne werkinstructie waarin de toepassing van dediverse sepotcodes nader wordt toegelicht. Zorg ervoor dat in hetzaakregistratiesysteem meerdere sepotcodes kunnen wordengeregistreerd die via het berichtenverkeer naar het JustitieelDocumentatie Systeem worden verzonden.6.Ontwikkel beleid voor de beoordeling of een zaak zich leent voor eenonvoorwaardelijk dan wel voorwaardelijk sepot.Reactie CollegeHet College van procureurs-generaal (College) heeft mij laten weten dePGHR zeer erkentelijk te zijn voor zijn nuttige onderzoek en voor dezorgvuldigheid waarmee dit is uitgevoerd. Het College neemt deconclusies en aanbevelingen vanuit lerend perspectief ter harte. Zij biedenvolgens het College concrete aanknopingspunten voor verbetering en hetOM gaat hiermee voortvarend aan de slag. Hierna wordt per aanbevelingtoegelicht hoe dit gebeurt.De PGHR adviseert om te bezien of kan worden gekomen tot eenherstructurering van een aantal sepotcodes (aanbeveling 5). Het Collegeziet dit als een cruciaal aandachtspunt en was hier reeds mee aan de slagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10092 naar aanleiding van intern onderzoek. Het College is voornemens om hetgrote aantal sepotgronden (50 in totaal) terug te brengen tot een beperktaantal. Hierdoor wordt het kunnen verzenden van meerdere sepotcodesnaar het Justitieel Documentatie Systeem, niet noodzakelijk geacht. Hethuidige grote aantal gronden blijkt in de praktijk tot ingewikkeldeafwegingen te leiden en omdat de gronden soms heel specifiek van aardzijn, wordt veelal volstaan met het benoemen van de toegepastesepotgrond bij wijze van motivering. Dit komt de motivering voorverdachten en slachtoffers niet ten goede. Het College verwacht dat hetnieuwe stelsel met een beperkt aantal sepotgronden, aangevuld metflankerende maatregelen als opleiding en IT-aanpassingen, ertoe gaatleiden dat sepotbeslissingen begrijpelijker en duidelijker worden voorbetrokkenen. In aanvulling hierop gaat het OM bezien hoe een interncontrolesysteem het best kan worden vormgegeven. Dit gebeurt in reactieop de aanbeveling van de PGHR om te komen tot een vorm van interntoezicht (aanbeveling 1).De PGHR beveelt richting het College verder aan om zorg te dragen vooreen betere aansluiting tussen de autorisaties in het zaaksregistratie-systeem en de daadwerkelijke functie van de beoordelaars (aanbeveling2). De bevoegdheid tot het nemen van sepotbeslissingen kan wordengemandateerd aan andere ambtenaren van het OM dan de officier vanjustitie. Tegen de achtergrond van deze mandaatbesluiten heeft de PGHRde bevoegdheid van de beoordelaars in de onderzochte zaken beoordeeld.Het College acht het noodzakelijk dat de registratie in de beslissingenverbeterd wordt zodat in alle zaken kan worden achterhaald wie debeslissingen heeft genomen en op grond van welke bevoegdheid. HetCollege heeft inmiddels een gewijzigd modelmandaat vastgesteld. Dit zalop korte termijn worden verspreid naar de verschillende parketten binnenhet OM, waarbij de parketleiding zal worden gevraagd om zorg te dragenvoor betere bewustwording van bevoegdheden bij de medewerkers.Daarnaast zal deze aanbeveling worden meegenomen in de verdereontwikkeling van het nieuwe zaaksregistratiesysteem van het OM(EMMA), waarbij vereist is dat de vastgestelde mandaten en functies opeen correcte manier worden verwerkt in de betreffende systemen zodatkan worden voorkomen dat de beslissingen kunnen worden genomendoor daartoe niet gemandateerde medewerkers.De PGHR merkt op dat het OM ervoor dient te zorgen dat de feitom-schrijving, de kwalificatie en de motivering van de beslissing juist,volledig, duidelijk en toegespitst op de zaak zijn (aanbeveling 3). Zoalshierboven toegelicht, komt er een herstructurering van het aantalsepotcodes. Dit zal naar verwachting leiden tot een kwaliteitsimpuls voorde keuze voor een sepotgrond en de motivering van de sepotbeslissing.Daarnaast zal worden voorzien in een aantal bouwstenen voor veelvoor-komende motiveringen, om beoordelaars in staat te stellen om in demeest voorkomende situaties een goede motivering op te stellen. Verderwerkt het OM aan een verbetering van de feitomschrijving en dekwalificatie in het nieuwe zaaaksregistratiesysteem van het OM (EMMA),dat momenteel wordt ontwikkeld. Naar verwachting kan dit in 2026worden geïmplementeerd.Het rapport wijst er verder op dat de informatievoorziening aanverdachten en slachtoffers dient te worden herzien (aanbeveling 4). Zomoet worden gewezen op informatie over de rechtsgevolgen van hetsepot en de mogelijkheid een klacht in te dienen door middel van deklachtenprocedure op grond van hoofdstuk 9 van de Algemene wetbestuursrecht. De kennisgeving wordt hierop aangepast en deze zal zospoedig mogelijk in de interne systemen van het OM worden opgenomen.Verder verwacht het College dat de hierboven genoemde verbeterslag tenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10093 aanzien van de registratie, zal bijdragen aan het proces van kennisgevingaan verdachten en slachtoffers. Ook beveelt de PGHR aan om, indien deverdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, altijd desepotbeslissing te vertalen. Hoewel dit wettelijk gezien niet verplicht is,gaat het College een impactanalyse laten uitvoeren om te bezien welkeIT-aanpassingen dit vergt en met welke kosten dit gepaard gaat. Mede opbasis van de uitkomsten daarvan zal het College bezien of dit ingevoerdwordt. Voorts adviseert de PGHR om zorg te dragen voor verzending vande kennisgeving aan wettelijk vertegenwoordigers van minderjarigeverdachten en de raadsman van de verdachte. Het College zet hieropstappen door zorg te dragen voor een verbeterde registratie als toegelichtin reactie op aanbeveling 2.Ten slotte geldt dat het OM de aanbeveling om beleid te ontwikkelen voorde beoordeling of een zaak zich leent voor een onvoorwaardelijk dan welvoorwaardelijk sepot (aanbeveling 6) heeft opgepakt in het kader van degebruikelijke beleidsontwikkeling.Tot slotDe PGHR concludeert dat het OM bij zijn sepotbeslissingen de toepasse-lijke wettelijke voorschriften op een aantal punten niet naar behoren heeftnageleefd. Ik ben ervan overtuigd dat de acties die het College in gangheeft gezet zullen leiden tot de noodzakelijke verbeteringen en dat op dezemanier wordt zorggedragen voor de benodigde kwaliteitsimpuls insepotbeslissingen. Over de voortgang blijf ik met het College in gespreken rapporteert het College in het Jaarbericht OM.De Minister van Justitie en Veiligheid,F. van OostenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10094

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c1cb9aa84a733549

14 okt 2026 · 8abee84f8a702e05

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.