KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 24 april 2026, over, Justitieketen van het Caribisch deel van het Koninkrijk

6 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3767ce4f9cd65bed · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202624 587Justitiële InrichtingenNr. 1138 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 6 juli 2026 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 23 april 2026overleg gevoerd met mevrouw Van Bruggen, Staatssecretaris van Justitieen Veiligheid, en de heer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid,over:−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 9 december 2024 inzake inspectierapport Justitiëleaanpak van relationeel geweld in Caribisch Nederland (Kamer-stuk 28 345, nr. 280);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 4 februari 2025 inzake vervolgonderzoek Jeugddetentie inCaribisch Nederland (Kamerstuk 24 587, nr. 1019);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 28 maart 2025 inzake beleidsreactie op het inspectierap-port Justitiële aanpak van relationeel geweld in CaribischNederland (Kamerstuk 28 345, nr. 284);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 27 mei2025 inzake voortgang JenV-beleidsagenda voor CaribischNederland (CN) 2021–2025 over 2024 (Kamerstuk 29 279,nr. 971);−de brief van de Staatssecretaris Rechtsbeschermingd.d. 11 juli 2025 inzake capaciteitsproblematiek gevangenisCaribisch Nederland (Kamerstuk 24 587, nr. 1059);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 10 november 2025 inzake periodieke rapportage hoofdlij-nen Justitieel Vierpartijen Overleg (Kamerstuk 36 800 IV,nr. 22);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 25 november 2025 inzake beleidsreactie op inspectiebrie-ven over rampenbestrijding en brandweerzorg CaribischNederland en GHOR en inspectierapport over bovenregionaalgrootschalig en specialistisch brandweeroptreden (Kamerstuk26 956, nr. 222);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 9 febru-ari 2026 inzake periodieke rapportage hoofdlijnen JustitieelVierpartijen Overleg (16 januari 2026) (Kamerstuk 36 800 IV,nr. 43); kst-24587-1138ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 11381 −de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 31 maart 2026 inzake Beleidsagenda Caribisch Nederland2026–2030 (Kamerstuk 29 279, nr. 1015);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 7 april2026 inzake voortgang JenV-beleidsagenda voor CaribischNederland 2021–2025 over 2025 (Kamerstuk 29 279, nr. 1018).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,EerdmansDe griffier van de commissie,Van TilburgTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 11382 Voorzitter: EllianGriffier: Van der HaasAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Tijs van den Brink, Ceder,Ellian, Mathlouti, Schilder en Westerveld,en mevrouw Van Bruggen, Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, ende heer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid.Aanvang 10.01 uur.De voorzitter:Dames en heren, goedemorgen. Welkom bij deze vergadering van devaste commissie voor Justitie en Veiligheid. Op de agenda staat hetcommissiedebat Justitieketen van het Caribisch deel van het Koninkrijk. Ikheet van harte welkom de afvaardiging vanuit het kabinet: de Minister vanJustitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Fijndat u er bent en natuurlijk fijn dat uw ondersteuning er is. Ik heet vanharte welkom de collega’s die hier aanwezig zijn en alle mensen die ditvolgen, hier in de zaal en op een andere manier. Ik weet niet wat hettijdverschil is met de eilanden. Meneer Ceder, weet u dat? Een uur of vijf,zegt u. Mochten er mensen op de eilanden kijken, dan heet ik die ook vanharte welkom.We gaan meteen beginnen met de eerste termijn van de Kamer. Laten wede interrupties gewoon beperkt houden. Dan hebben we ook meer tijdvoor debat met de regering. Laten we drie of vier interrupties doen; ik kijkeven hoe het loopt.Laten we gewoon beginnen met de eerste termijn van meneer Cedernamens de ChristenUnie. Aan u het woord.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. In 2023 vond er een tragische steekpartij plaats hierverderop in de Albert Heijn bij de Turfmarkt. Jamel L. is veroordeeld tottien jaar cel voor de moord op een 36-jarige Albert Heijnmedewerker.Deze man uit Curaçao had een tbs-veroordeling gekregen op Curaçao,maar liep vrij rond in Nederland, wat tot grote maatschappelijke veront-waardiging leidde.Uit deze tragedie moeten we lessen trekken, want het kan door eencombinatie van situaties nog een keer gebeuren. Nu is het zo datrechtbanken in het Caribisch deel van het Koninkrijk een tbs-voorzieningkunnen uitspreken, maar dat er in het Caribisch deel van het Koninkrijkgeen tbs-voorziening is waar het vonnis, de uitvoering en de dwangver-pleging daadwerkelijk kunnen plaatsvinden. Er kan een verzoek gedaanworden aan Nederland om iemand op te vangen, maar dat kan geweigerdworden, zoals in het geval van Jamel en in andere gevallen gebeurd is,waardoor iemand die wel zorg nodig heeft overeenkomstig een vonnis,die zorg niet krijgt en vrij kan rondlopen, met mogelijk gruwelijkeuitkomsten als gevolg. Dit kan en moet anders. Daarom heb ik eerder eenmotie ingediend, die ook aangenomen is, over een tbs-voorziening in hetCaribisch deel van het Koninkrijk. Mijn vraag is wat nu de ambitie van hetkabinet hierop is. Wat zijn de concrete plannen? Wanneer kunnen wehierin resultaat verwachten?Voorzitter. Dan kom ik bij de verschillen in wetgeving tussen CaribischNederland en Europees Nederland. Dat zijn er een hoop. Ik noem tweevoorbeelden. In Europees Nederland is het wettelijke uitgangspunt datjeugdstrafzaken tegen minderjarigen onder de 18 jaar achter geslotendeuren worden behandeld; in Caribisch Nederland is de behandeling juistopenbaar tenzij de verdachte bij aanvang van de vervolging nog geen16 jaar was. In Europees Nederland is geregeld dat ernstige zedenmis-drijven tegen slachtoffers onder de 18 jaar niet verjaren; in CaribischTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 11383 Nederland verjaren deze ernstige zedenmisdrijven nog wel. Zo zijn er nogeen aantal verschillen. Ik vind dat eigenlijk onacceptabel. Deze tweevoorbeelden zijn makkelijk te verhelpen met een simpele wetswijziging.De vraag is of ik een wetswijziging kan verwachten in de Kamer. Als datniet op korte termijn is, dan zal ik misschien zelf dat initiatief vanuit deKamer willen oppakken. Dat kondig ik hierbij aan.Voorzitter. Voor preventie van recidive is goede forensische zorg enormbelangrijk, zeker bij jeugdigen. De mogelijkheden zijn nu te beperkt. Ik leesdat er een projectteam wordt opgericht om de kwaliteit te verbeteren. Ikvind dit nogal traag gaan en de concrete doelstellingen nog vaag. Kan deStaatssecretaris nader toelichten wat ik aan het einde van deze kabinets-periode als resultaat kan verwachten?Voorzitter, dan mensenhandel. Dat is ook een groot probleem in hetCaribisch deel van het Koninkrijk. Er wordt wel samengewerkt tussen deBES-eilanden en de landen – dat is goed – maar ik vroeg me af wat deeerste resultaten zijn van de nieuwe aanpak, die in 2025 is gestart. Al in2017 zei de Nationaal Rapporteur Mensenhandel dat het vreemd is dat ernog geen bevoegdheden zijn om ook over de BES-eilanden te rappor-teren. Mijn vraag is: gaat het kabinet dit nu eindelijk wijzigen? Waar staanwe ten aanzien van de implementatie van het Verdrag van Istanbul op deBES-eilanden?Voorzitter. Ik kom bij gokken. U weet wat mijn partij vindt van gokken. Hetleidt tot verslavingen. Ook op Curaçao is de gokindustrie een belangrijkespeler. Wat ons betreft ontstaat er een ondermijnende situatie, die indirecten direct ook het belang van Nederland raakt. Hoe ziet het kabinet dit? Watkunnen we doen om deze onwenselijke tendensen te bestrijden?Voorzitter, tot slot. Gisteren heeft het Europees Hof voor de Rechten vande Mens uitgesproken dat op Curaçao de mensenrechten van zevenVenezolaanse gevangen zijn geschonden. De gevangen zijn doorautoriteiten met rubberkogels beschoten toen er rellen uitbraken, wat inieder geval volgens het Hof niet gerechtvaardigd was. Deze zaak staatvolgens mij niet op zichzelf. Ook Nederland wordt erop aangesproken enaangekeken. Heeft het kabinet zicht op de inhumane behandelingen vanvluchtelingen op Curaçao? Wat zijn de afspraken en de gesprekken dieonderling gemaakt en gevoerd worden? Welke stappen gaat de regeringzetten om deze mensonterende omstandigheden in het Koninkrijk testoppen?Dank u wel.De voorzitter:U bedankt, meneer Ceder. Ik zie geen interrupties. We gaan door naarmevrouw Schilder voor haar eerste termijn namens de GroepMarkuszower.Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):Voorzitter, dank u wel. Ik wil altijd heel veel positieve dingen zeggen overde eilanden, want ik hou van de eilanden, maar helaas is de justitieketendaar niet op orde. We hebben gevangenissen met een tekort aan plekken,een Openbaar Ministerie dat moet kiezen wie wel en wie niet vastzit eneen politie die haar werk nauwelijks aankan. Dat is geen klein probleem;het raakt de basis van de rechtsstaat. Ik pak even wat cijfers uit de briefvan juli vorig jaar. In de gevangenis op Bonaire, de JICN, zijn 122 plekken.32 van die plekken werden ingenomen door vreemdelingen, onder wie25 Venezolanen. Dat is meer dan een kwart van de capaciteit. Dezemensen werden niet naar de gevangenis in hun eigen land overgeplaatst,omdat daarvoor toestemming van de gedetineerde nodig is en deVenezolaanse gedetineerden daar regelmatig niet aan mee willen werken.Veroordeelden mogen dan blijkbaar zelf bepalen in welk land ze hungevangenisstraf uitzitten, maar daardoor zitten wij met een probleem.Door de oververtegenwoordiging van vreemdelingen konden andereTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 11384 veroordeelden hun gevangenisstraf niet uitzitten en wachten 65 veroor-deelden al sinds 2019 op het uitzitten van hun straf.In de voortgangsbrief van afgelopen april lezen we dat het capaciteitspro-bleem in de JICN is opgelost door deze vreemdelingen simpelweg vrij telaten. «Heenzenden» noemen we dat of «opschorten van de executie».Het RIEC kan nog zo belangrijk werk leveren in de strijd tegen onder-mijning, als veroordeelde drugscriminelen worden vrijgelaten omcapaciteit te creëren, blijven we dweilen met de kraan open. Ik heb nouniet echt het idee dat die drugskoeriers uit Venezuela erg onder de indrukzijn van wat hun te wachten staat als ze in de wateren van Bonaire wordenopgepakt. Is het vrijlaten van maar liefst 23 mensen die strafbare feitenhebben gepleegd en in sommige gevallen nog meer dan twee jaarmoesten zitten, serieus de oplossing die deze Staatssecretaris heeft voorhet capaciteitsprobleem? Dan hou ik mijn hart namelijk vast voor watNederland te wachten staat.Als u dacht dat het niet erger kon: er staat in diezelfde brief dat erinmiddels genoeg ruimte in de JICN is om gedetineerden uit Sint-Maartenop te vangen. Dan laten we dus eerst veroordeelde criminelen vrij omdatwe geen plek hebben en omdat de hele keten vastloopt, zo erg dat65 mensen langer dan zes jaar wachten om hun straf uit te zitten, envervolgens halen we gevangenen van elders binnen omdat er ruimte is.Staatssecretaris, kan u dit aan mij uitleggen?Voorzitter. Ik heb nog een ander punt. Als je de stukken op de agendaleest, zie je één duidelijk patroon: aan beleidsplannen voor het Caribischdeel van het Koninkrijk is geen enkel gebrek, maar aan uitvoering enresultaat des te meer. Alles wat ik lees, is een «traject», een «verkenning»,een «onderzoek», een «pilot», een «proces», een «evaluatie» of een«rapport». Alles wat ik daarna lees, is «niet opgevolgd», «nog nietopgevolgd», «deels opgevolgd» of «voor opvolging is meer sturing vanuitNederland nodig». Een voorbeeld hiervan is de aanpak van mensen-handel. Er wordt ingezet op bewustwording, trainingen en campagnes,maar wanneer leidt dit tot meer opsporing en minder criminaliteit? Watzijn de meetbare resultaten? Is de Minister het met me eens dat het tijd isom minder te verkennen en meer te leveren? Ik wil vragen hoeveel geld ernou eigenlijk naar die onderzoeken gaat, hoeveel geld er naar derapporten gaat en wat we daar concreet voor terugkrijgen. Is de capaciteitbij de politie al eens opgelost? Ik zag laatst een selfie van onze Staatsse-cretaris waarin werd gesproken over «girl power». Daar hou ik van, maarik hoop dat die power wordt ingezet voor acties die ons echt ietsopleveren.Dank u wel.De voorzitter:Dank. Er is een interruptie van de heer Mathlouti van D66.De heer Mathlouti (D66):Een vraag aan mijn collega van de PVV. Ik las dat zij zelf op Curaçao heeftgewoond. Ik hoor ook best wel actie in haar verhaal. Kan zij twee of driedingen noemen die zij nu zou willen veranderen en hoe zou zij die dingenop korte termijn willen doen?Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):Ten eerste zit ik nu al een tijdje niet meer bij de PVV, maar bij de GroepMarkuszower. Als ik nu drie dingen mocht oppakken, zou ik, net zoals hierin Nederland, inzetten op ... Ik heb een motie ingediend, die ook isaangenomen, om waar mogelijk in te zetten op meerpersoonscellen. Diezou ik dan ook graag inzetten op Bonaire en eigenlijk in het heleCaribische gebied, want ook in Sint-Maarten hebben we heel veelproblemen met de gevangenissen. Ik vind het RIEC heel goed werkleveren. Daar gaat ook geld naartoe, maar we moeten ook wel zorgen datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 11385 die mensen hun werk goed kunnen doen en we moeten niet aan deandere kant mensen wegsturen. Ik zou dus graag zien dat we geenmensen meer wegsturen. En als laatste: ik kan honderd dingen noemen,maar ik zou de politiecapaciteit toch wel graag op orde willen hebben.De heer Mathlouti (D66):Dat gaat vooral over het wat. Dat betreft het eerste deel van mijn vraag,maar het tweede deel ging over het hoe.Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):Voor meerpersoonscellen is niet heel veel nodig. Als we met z’n allenbesluiten daarop in te zetten, is het een kwestie van er meer bedden inzetten en kijken welke personen bij elkaar kunnen. Dan is het opgelost. Hetvrijlaten van gevangenen is dan een gevolg dat niet meer nodig is, wanter is dan genoeg ruimte in de gevangenis.De voorzitter:Goed. Dan gaan we naar de eerst termijn van de heer Mathlouti namensD66. Gaat uw gang.De heer Mathlouti (D66):Voorzitter, goedemorgen. Of eigenlijk moet ik zeggen: bon dia. Wespreken vandaag over het Caribisch deel van ons Koninkrijk, een deel vanNederland aan de andere kant van de wereld, met eigen inwoners, eigentradities en een eigen, mooie cultuur. Maar in veel opzichten spelen daardezelfde opgaven als hier in Nederland: ook de eilanden krijgen op groteschaal te maken met relationeel geweld, personeelstekorten en uitda-gingen op het gebied van jeugdcriminaliteit. De opgaven lijken op elkaar,maar de aanpak vraagt soms net om iets anders.Neem relationeel geweld. Dat is een groot probleem in Nederland, maarook op de eilanden. Waar in Nederland een groot aantal hulporganisatiesbeschikbaar is en hulpverleners vaak onafhankelijk kunnen opereren, ishet op Caribisch Nederland veel meer «ons kent ons» in een relatief kleinegemeenschap. Dat maakt de aanpak van relationeel geweld, naast hetbestaande ongemak of taboe om erover te spreken, anders en complex. Iklas dat er in 2025 een campagne is gestart om de meldingsbereidheid opde eilanden te vergroten. Kan de Minister concreet aangeven wat dezecampagne heeft opgeleverd in termen van meldingen? En nog veelbelangrijker: hoeveel van die meldingen zijn daadwerkelijk opgevolgd metpassende hulp en bescherming?Uit het rapport van de Raad voor de rechtshandhaving blijkt dat huiselijkgeweld op Caribisch Nederland meer aandacht krijgt dan voorheen. Dat isin eerste instantie een mooie ontwikkeling. Maar de raad is ook scherp opde rol van de Minister. De aanbevelingen die in 2020 zijn meegegeven,lijken uit beeld te zijn geraakt. Kan de Minister precies aangeven welkeconcrete aanbevelingen inmiddels volledig zijn uitgevoerd en welke niet,en waarom?Voorzitter. De Minister geeft aan sterk in te zetten op bewustwording ensignalering, maar kan hij garanderen dat er voldoende opvang, hulpver-lening en capaciteit is om de extra meldingen ook daadwerkelijk op tevangen? Of creëren we hiermee verwachtingen die we in de praktijkmisschien nog helemaal niet waar kunnen maken?Voorzitter. Daarnaast las ik dat de schaarse politie- en detentiecapaciteitop Saba en Sint-Eustatius ertoe leidt dat daders, ook bij relationeelgeweld, anders worden gestraft dan bijvoorbeeld op Bonaire. Ik denk datwe dat niet zouden moeten willen. Het zorgt niet alleen voor rechtsonge-lijkheid tussen inwoners van de verschillende eilanden, maar het heeftook als gevolg dat slachtoffers van relationeel geweld denken: laat dieaangifte maar zitten; het heeft toch geen zin. Kan de Staatssecretarisconcreet aangeven binnen welke termijn deze verschillen in capaciteit enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 11386 strafpraktijk tussen eilanden worden opgelost? Wat is het plan als dit opkorte termijn niet lukt? Wordt daar bijvoorbeeld actief over gesproken inhet Justitieel Vierpartijen Overleg en, zo ja, wat heeft dat overleg tot nutoe concreet opgeleverd, niet in plannen maar in extra capaciteit op deeilanden zelf?Voorzitter. Als we breder kijken, zien we tekorten bij de politie, in dedetentie, bij de jeugdbescherming en zelfs bij de forensische zorg.Waarom ligt er nog steeds geen integraal en tijdgebonden plan om dezestructurele tekorten aan te pakken, terwijl deze problematiek al jarenbekend is?Voorzitter. Relationeel geweld raakt ook de jeugd op de eilanden. Weweten dat het voorkomen van criminaliteit begint bij een fijn huis, goedonderwijs en voldoende kansen op werk. Op de eilanden zijn veeleenoudergezinnen. Er zijn veel gevallen van huiselijk geweld en ookarmoede speelt een grote rol. Ik geloof dat we, door jongeren aan devoorkant op de juiste manier te ondersteunen, echt een verschil kunnenmaken. Maatschappelijke initiatieven als de stichting Jong Bonaire zijndaar een goed voorbeeld van, maar niet elke jongere die het nodig heeftkomt daar terecht. Kan de Minister aangeven hoe goed de risicogroepjongeren op dit moment daadwerkelijk wordt bereikt met preventievemaatregelen, via onderwijs, sport, werk of anderszins? Met anderewoorden: werkt het ook? Kan hij daarbij aangeven hoe deze interventiesstructureel worden geborgd, in plaats van afhankelijk te blijven van losseprojecten en tijdelijke financiering?Voorzitter. Tot zover in de eerste termijn.De heer Ceder (ChristenUnie):Op Sint-Maarten speelt momenteel een discussie rondom het legaliserenvan cannabisteelt. Als dat doorgaat, gaat dat veel verder dan Nederlandeigenlijk wil. Nederland wil volgens mij in een experiment bezien wat daarde voordelen van zijn. Volgens mij ontstaat daardoor niet alleenongelijkheid, maar ook een best ingewikkelde situatie rondom handhavingen drugshandel binnen het Koninkrijk, ook gezien de vooroordelen dietussen de eilanden onderling bestaan over het verkeer over en weer. Ikken het standpunt van D66 ten aanzien van het wietexperiment, maar ikvroeg mij af of D66 van mening is dat hierbij mogelijk een situatie ontstaatdie binnen het Koninkrijk voor justitieproblemen kan gaan zorgen.De heer Mathlouti (D66):Met de zojuist genoemde uitdagingen kan ik me voorstellen dat dat risicoer is. Ik ken de casus van het legaliseren van wiet niet. Ik weet ook nietwelke afwegingen er daarbij door het kabinet zijn gemaakt om diteventueel wel of niet te overwegen. Daar kan ik eigenlijk niet inhoudelijkop ingaan.De voorzitter:Oké. U was aan het einde van uw betoog, meneer Mathlouti? Dan gaanwe naar meneer Van den Brink namens de fractie van het CDA.De heer Tijs van den Brink (CDA):Dank u wel, voorzitter. Goedemorgen. Bon dia. Goed dat we vandaag metdeze commissie spreken over het Caribisch deel van het Koninkrijk en danmeer specifiek over de justitiële keten. Dat betekent onder andere hetgevangeniswezen, de politie, criminaliteitsbestrijding en de rechtspraak.De eilanden van het Caribisch deel zijn onderdeel van ons Koninkrijk, dusdat betekent dat we met hen en met de uitdagingen die daar spelen inverbinding moeten blijven staan. Een van de grootste uitdagingen is, netals in het Europese deel van Nederland, de aanpak van de capaciteitste-korten in het gevangeniswezen en het tegengaan van criminaliteit enondermijning. Op die onderwerpen zal ik mij vandaag dan ook richten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 11387 Onderdeel van de criminaliteitsbestrijding is ook de aanpak van illegaalonline gokken. In Europees Nederland komen we hier vaak over tespreken, maar uit onderzoek blijkt dat er ook illegale gokaanbieders opCuraçao actief zijn, die hun diensten aanbieden in Europa. Eind 2024 isdaar de landsverordening aangenomen, waardoor online gokken werdgelegaliseerd. Mijn vraag daarover is: in hoeverre worden gokkers daarbeschermd en wordt kennis gedeeld vanuit Europees Nederland en deEuropese regelgeving rondom onlinekansspelen? Zijn er resultatenbekend over het aantal online gokkers sinds de legalisering? Hoe verlooptde bescherming van het aantal gokkers tegen verslavingen?Voorzitter. Dan de capaciteitstekorten in detentie. Op Bonaire staat eenjustitiële inrichting die al geruime tijd kampt met een tekort aan plekken.Aruba en Curaçao hebben ieder een eigen gevangenis, waar ookcellentekorten zijn. Op Sint-Maarten is begin dit jaar gestart met de bouwvan een nieuwe gevangenis. Vorig jaar luidde de Raad voor de Straf-rechtstoepassing en Jeugdbescherming de noodklok vanwege deonveiligheid en de slechte waarborging van mensenrechten in dezegevangenissen. Wat is daar nu de situatie? Wanneer wordt de nieuwegevangenis geopend? Hoe staat het met de detentiecapaciteit op Curaçaonadat er in 2024 een beroep is gedaan op artikel 36 van het Statuut? Zijnde detentiefaciliteiten daar inmiddels verbeterd? Kan de Minister ingaanop de algehele tekorten in detentie in het Caribisch deel van hetKoninkrijk? Welke maatregelen zijn genomen of worden genomen om dedruk te laten afnemen?Voorzitter. Het tegengaan van de tekorten in het gevangeniswezen houdtook verband met de aanpak van criminaliteit in den brede. Misdaad magniet lonen, maar de uitdagingen zijn groot. Het Caribisch gebied isgevoelig voor drugshandel over zee. In 2025 hebben de marineschepenbijna 19.000 kilo drugs onderschept. De Caribische regio blijft eendoorvoerhaven voor drugs. In februari is er begonnen met de zogehetenWar Rooms om georganiseerde criminaliteit te bestrijden. Politie,Kustwacht, marechaussee en het Recherche Samenwerkingsteam werkensamen vanuit één plek. Dat bleek heel succesvol te zijn. Toch vindencriminelen altijd manieren om hun routes en methodes te verleggen. Hoezorgen wij ervoor dat wij ze voor kunnen blijven? Hoe verloopt hettoezicht in de havens nu criminelen die ook vaker willen omzeilen? De WarRooms worden ervaren als een doorbraak, zowel door de praktischeresultaten als door het toenemen van vertrouwen. Worden de War Roomsinderdaad een vast terugkerend onderdeel van de strijd tegen decriminaliteit? Wanneer starten de volgende edities, is mijn vraag.Het CDA juicht toe dat binnen het Caribisch deel van het Koninkrijkbredere afspraken worden gemaakt over samenwerking rondom hetversterken van de rechtsstaat en de bestrijding van ondermijning. Welkeinitiatieven lopen er op dit moment om die samenwerking intensief tehouden en waar nodig te intensiverenDank u wel, voorzitter.De voorzitter:Ja. Er is een interruptie van meneer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik beschouw de heer Van den Brink als mijn grote medestrijder als hetgaat om het antidrugsfront dat de ChristenUnie natuurlijk opwerpt. Ikhoop dan ook dat het CDA ook van mening is dat het gezien de contextzeer onwenselijk is dat Sint-Maarten eventueel binnen afzienbare tijdcannabisteelt zou legaliseren. Daarbij gaat het ook verder dan Nederlandgaat. Daardoor ontstaan er binnen de context van het Koninkrijk volgensmij best wel wat justitiële vraagstukken, nog afgezien van de problemendie er nu al zijn en die ook nog niet opgepakt worden. Mijn vraag is of deheer Van den Brink het met mij eens is dat deze ontwikkeling eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 11388 onwenselijke is en of hij misschien het kabinet ook zou willen aansporenom te kijken hoe wij hier iets in kunnen betekenen, uiteraard met aandachtvoor de bevoegdheden die elk autonoom land heeft.De heer Tijs van den Brink (CDA):Ik deel die zorg en ik ben heel benieuwd naar de reactie van de regering.We moeten kijken hoe de verhoudingen precies liggen en wat we zoudenkunnen doen. Maar ik ben voor alles wat we kunnen doen om er ietstegen te doen.De voorzitter:Oké. U was aan het einde van uw betoog. Welkom, mevrouw Westerveldnamens GroenLinks-PvdA. Aan u het woord voor uw eerste termijn.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik vervang vandaag mijn collega Mutluer. Zij kanhier niet aanwezig zijn vanwege een andere verplichting, maar we vondenhet wel belangrijk om iemand te sturen.Voorzitter. Net als in Europees Nederland zien we dat er grote knelpuntenzijn in de rechtsbescherming en rechtshandhaving. Voor CaribischNederland komt daar nog eens bij dat de schaal van de eilanden klein is.Problemen worden snel over het gehele eiland gevoeld. Voor mijn fractiegeldt het uitgangspunt dat de eilanden in Caribisch Nederland gelijk-waardig zijn aan gemeenten in Europees Nederland. Als Rijksoverheidhebben we dus een grote verantwoordelijkheid voor het waarborgen vaneen goed functionerende democratische rechtsstaat op de BES-eilanden.Daarnaast hebben we als Koninkrijk gezamenlijk de verantwoordelijkheidom de democratische rechtsstaat in alle landen van het Koninkrijk goed teborgen.Ondanks het «comply or explain»-beleid zien we nog steeds groteverschillen in wetgeving tussen Europees en Caribisch Nederland. Ik hebdaar al meerdere woordvoerders vragen over horen stellen. Zo zijnbijvoorbeeld de Wet Bibob, die belangrijk is voor het versterken van deintegriteit en ter voorkoming van ondermijning, en de Algemene wetbestuursrecht nog steeds niet geldig op de BES. We lezen dat het kabinethier nog steeds aan werkt. Dat duurt allemaal wel heel erg lang. Graagzou ik van het kabinet een actueel overzicht ontvangen van wetgeving diewe de komende periode op het terrein van rechtshandhaving kunnenverwachten. Daarbij hoor ik ook graag welke versnellingsmogelijkhedener zijn.Voorzitter. Ik kom bij een aantal concrete punten. Allereerst de brief van degezaghebbers van de BES-eilanden. Zij wijzen zeer terecht op de ernstigeconstatering uit het rapport Staat van de rechtshandhaving CaribischNederland 2024 van de Raad voor de rechtshandhaving. De gezaghebbersroepen het nieuwe kabinet op om de personele en materiële tekorten vanhet politiecorps, de KMar, de Douane en de Dienst Justitiële Inrichtingenstructureel aan te pakken. Als dat niet gebeurt, zo schrijven zij, dan zijn debasiszorg en de noodhulp van de politie in het geding. Ze wijzenbijvoorbeeld op een toename van wapenproblematiek en groeiendeondermijning. Die problemen zijn zeer ernstig, zoals we kunnen lezen enzoals ik ook meerdere collega’s heb horen zeggen. Ik hoor graag eenreactie van beide bewindspersonen op de grote zorgen van de gezag-hebbers. Ik wil ook graag de toezegging dat het kabinet op korte termijnsamen met de eilanden concrete voorstellen uitwerkt voor hoe decapaciteit bij de diverse diensten kan worden uitgebreid.Een ander punt van zorg betreft de georganiseerde criminaliteit. Dit houdtvaak verband met drugs. Ook daar heb ik al meerdere collega’s overgehoord. Mijn collega Mutluer heeft een tijdje geleden, eind 2024, eenmotie ingediend over een gezamenlijk en concreet plan van de vier landenbinnen het Koninkrijk om de drugstoevoer tegen te gaan. In de brief vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 11389 eind 2025 lezen we dan dat er een inventarisatie van lopende samenwer-kingen op dit vlak is. Ook hier zoek ik weer naar wat er concreet gaatgebeuren. Waarom moet dit nou zolang duren? De motie vroeg namelijkeigenlijk om het voor de zomer van 2025 uitgewerkt te hebben. Wanneerkunnen we een concreet plan verwachten? We weten namelijk al heel langdat de drugscriminaliteit ernstig is. Graag wat meer urgentie, is onzeoproep aan het kabinet.Voorzitter. Vaak zien we dat de georganiseerde criminaliteit wordtversterkt doordat de sociaaleconomische situatie in buurten slecht is. Ditgeldt ook voor de eilanden. We zien hardnekkige multiproblematiek bijjonge veelplegers. Hoe gaat het kabinet voorkomen dat jongeren doorarmoedeproblemen de criminaliteit in worden gezogen? We wetennamelijk dat dat verband houdt met elkaar.Vaker hebben we als Kamer gesproken over de problemen in de foren-sische zorg in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Ik lees dat er wordtgewerkt aan een meerjarig programma met alle eilanden. Maar wat is opdit moment het concrete tekort op dit vlak? Wanneer verwacht het kabinetnou de eerste concrete, dus hele tastbare verbeteringen van het meerja-renprogramma?Hoe staat het met het verbeteren van de slechte omstandigheden in degevangenissen op Curaçao en Sint-Maarten? Zijn die omstandigheden deafgelopen tijd concreet verbeterd?Voorzitter, tot slot. Het is goed om te lezen dat er stappen worden gezet inhet verbeteren van de toegankelijkheid van de rechtsbijstand op deBES-eilanden. We lezen dat er concrete acties in gang worden gezet, zoalshet Juridisch Loket op de eilanden. Daar kunnen inwoners dan ook terechtmet discriminatie- en gelijkebehandelingszaken. We lezen dat vergoe-dingen voor advocaten die kosteloze rechtsbijstand kunnen verlenen,worden uitgebreid. Er start een pilot voor mediation. Maar om als Kamereen vinger aan de pols te houden om te zien of het allemaal voldoende is,wil ik de bewindspersonen vragen om ons hier periodiek over te infor-meren, hierbij expliciet de ervaringen van inwoners te betrekken en zoconcreet mogelijk te worden.Dank u wel.De voorzitter:Ik kijk even, maar ik zie geen interrupties. Dan vraag ik de heer Ceder evenof hij het voorzitterschap wil overnemen.Voorzitter: CederDe voorzitter:Dat doe ik bij dezen. Ik geef het woord aan de heer Ellian namens de VVD.De heer Ellian (VVD):Dank, voorzitter. Het is belangrijk dat we met elkaar spreken over dejustitieketen. Voor de VVD-fractie is daarbij de centrale vraag natuurlijk devolgende. Je hebt binnen het Koninkrijk de landen en de bijzonderegemeenten. Tot hoever reikt onze verantwoordelijkheid? Een nieuwegevangenis bouwen in de landen is meteen van een andere orde danbijvoorbeeld kogelvrije vesten aan de politie geven. Ik noem dit voorbeeldomdat het, toen ik daar tweeënhalf jaar geleden met de commissie was,erg bij mij binnenkwam dat de politie op Curaçao geen kogelvrije vestenhad. Dat raakte mij in die zin dat iets wat in Nederland al heel langvolstrekt normaal is, daar dus niet normaal is. Ik zou de Minister dus alseerste het volgende willen vragen. Voor dat soort simpele materiëledingen – ik noem het even «simpel», maar ik bedoel dat niet lullig –zouden we toch wel wat meer hulp kunnen geven aan Curaçao enbijvoorbeeld ook aan Sint-Maarten? Ik denk dan aan gepantserde auto’sTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113810 en aan vesten. We hebben hier zo veel. We hebben ook oude spullen. Datkunnen we toch best wat meer doen?Kijk, de bouw van een gevangenis is weer van een andere orde. Er viel mijiets op in de stukken. Wij gaan financieel bijdragen aan de bouw van eennieuwe gevangenis op Sint-Maarten. Op zich begrijp ik dat. Ik denk weldat we met elkaar moeten vaststellen dat dit in principe een landsaangele-genheid is. Ik snap best dat je vanwege de belangen toch besluit om tegaan bijdragen. En laten we eerlijk zijn, het Korps Mariniers heeft daar zovaak bijstand moeten leveren. Als je dat financieel uitrekent, kom je, denkik, ook op een vrij hoog bedrag. Mijn vraag is vooral hoe we ervoorzorgen dat in die nieuwe gevangenis ook het voortgezet crimineelhandelen stopt. Ik heb weleens mariniers gesproken die daar warengeweest, en die zeiden: ja, de detentieomstandigheden waren niet goed,maar het was ook letterlijk een vrijhaven voor het doorgaan met crimina-liteit. Dat moet dan natuurlijk ook wel centraal staan.Die vraag heb ik ook over Curaçao en de gevangenis daar, in de wijkKoraal Specht. Daar ben ik geweest. Er was recent ook een aanhouding,waarvoor ik echt complimenten wil maken aan het Recherche Samenwer-kingsteam, dat daar geweldige dingen doet. Volgens mij zijn er nu ook eenRIEC en een RTIC op de eilanden. Dat is echt top. Je ziet dat dat uitein-delijk leidt tot weer een aanhouding in de link naar de mogelijke opdracht-gevers van de moord op Peter R. de Vries. Hoe zorgen we er nou nietalleen voor dat de detentieomstandigheden in de gevangenis op Curaçaobeter worden, maar ook dat het daar geen vrijhaven is voor grotecriminelen? Ik ben er geweest, en je kunt met goed fatsoen niet zeggendat daar voortgezet crimineel handelen tegengegaan kan worden.Ook ben ik natuurlijk erg benieuwd naar de forensische zorg. De verschrik-kelijke casus van Jamel L. werd al genoemd. Wij hebben op Curaçao ookgesproken met een medewerker, een behandelaar, die hem kende. Hoegaan we dit nu doen? Ik denk namelijk niet dat wij een tbs-kliniek gaanneerzetten, maar als de eilanden, en zeker ook de landen, geen tbs tenuitvoer kunnen leggen, moet dat natuurlijk niet leiden tot gevaarlijkesituaties hier. Hoe gaan we dit doen? Ik zie dat er vooral veel gesprokenwordt, in werkgroepen, maar ik ben benieuwd naar het vervolg. Met nameben ik benieuwd naar het volgende. Ik schrok er een beetje van dat in destukken stond dat er in Bonaire een toename van geweld te zien is.Bonaire wordt toch altijd gezien als een paradijselijk eiland, maar kennelijkverandert dat wat. De eilanden zijn natuurlijk sociaaleconomischkwetsbaar, en vatbaar voor ondermijning maar ook voor statelijke actoren.Ik miste in de stukken wel wat urgentie en aandacht voor dit vraagstuk. Ikzie dat er zorgen zijn over Bonaire, maar hoe keren we dat tij dan?Ik ben ook bezorgd over de detentiecapaciteit op Bonaire. Het gaat omillegale Venezolanen. Daar moeten we toch iets op gaan bedenken, wanthet kan niet zo zijn dat het OM moet plannen wanneer iemand wordtaangehouden, omdat er geen cel beschikbaar is. Dat kan echt niet. Danmoeten we dus creatief zijn.Tot slot, want ik zie dat ik niet veel tijd meer heb. Zijn de bijzonderegemeenten ook klaar voor de nieuwe bestuursrechtelijke wetten die zijkrijgen? Want een wet is mooi, maar het betekent dat je dan rechtensgehouden bent om ook actie te ondernemen.Tot slot een vraag aan de Minister. Ik las wat weinig over de nationaleveiligheid, maar een sterke justitieketen is natuurlijk essentieel voor onzenationale veiligheid. Laten we eerlijk zijn, de buitengrens van Nederland isniet alleen hier, maar natuurlijk ook daar.Daar hou ik het bij.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik bij dezen het voorzitterschap weer terug aan deheer Ellian.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113811 Voorzitter: EllianDe voorzitter:Dank voor het overnemen, meneer Ceder. Gewaardeerde bewindsper-sonen, hoeveel tijd heeft u nodig? 25 minuten? Dan schors ik tot 10.55 uur.De vergadering wordt van 10.31 uur tot 10.58 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen deze vergadering van de vaste commissie voor Justitie enVeiligheid. We zijn aanbeland bij de eerste termijn van de zijde van hetkabinet. Ik ga even inventariseren hoe de afvaardiging de beantwoordinggaat verdelen. Ik denk dat de Minister begint en dat de Staatssecretarisvervolgt. Volgens mij zijn de vragen redelijk overzichtelijk. Zou u onswillen meenemen in de verdeling van de beantwoording in blokjes? Ofheeft u geen blokjes?Minister Van Weel:Ik ga dat zonder blokjes doen.De voorzitter:Ik vind dat fantastisch, een keer zonder blokjes! Dan geef ik graag hetwoord aan de Minister. Steekt u van wal.Minister Van Weel:Dank. Laat ik beginnen met een korte inleidende tekst; dat dan weer wel.Daarna krijgt u van mij de antwoorden ineens.Vandaag spreken we elkaar over de justitieketen in het Caribisch deel vanhet Koninkrijk. Daarbinnen werken we ook op het terrein van justitieconstructief samen om het Koninkrijk veilig en rechtvaardig te houden.Voordat ik uw vragen ga beantwoorden eerst enkele inleidende woordenover die samenwerking, waar een aantal leden al aan refereerden. Diesamenwerking is namelijk per eilandengroep anders. We hebben deautonome landen Aruba, Curaçao en Sint-Maarten en de openbarelichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Ik ben Minister van Justitie enVeiligheid van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, kortweg CaribischNederland. In die hoedanigheid heb ik eerder, begin vorig jaar, een bezoekgebracht aan Bonaire. De ligging en de kleinschaligheid zijn factoren waarwe in de justitieketen van Caribisch Nederland rekening mee moetenhouden. Daarover zijn door u ook een aantal vragen gesteld.De afgelopen jaren hebben we concrete stappen gezet om de justitieketenin Caribisch Nederland verder te ontwikkelen. Denk daarbij aan het aleerder genoemde Regionaal Informatie en Expertise Centrum CaribischNederland, RIEC CN, maar ook aan het werk van de veiligheidsdienstenals het Korps Politie Caribisch Nederland en het BrandweerkorpsCaribisch Nederland. Dat zijn twee kleine organisaties, maar wel met eenhele grote werklust. Ik heb ze beide bezocht. Onlangs heb ik u deBeleidsagenda Caribisch Nederland 2026–2030 gestuurd met plannen omverdere stappen te zetten voor de veiligheid en rechtvaardigheid inCaribisch Nederland.Dan Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Die hebben hun eigen Ministers vanJustitie. Ik draag geen verantwoordelijkheid voor de rechtshandhaving opdeze eilanden, maar we hebben wel een hele goede onderlinge samen-werking. Zo spreek ik alle drie de Ministers van Justitie twee keer per jaarbij het Justitieel Vierpartijen Overleg, kortweg JVO. Bij dit overleg gaat hetbijvoorbeeld over politiesamenwerking in het algemeen, over de aanpakvan grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit en overknelpunten in de rechtshandhaving. Ook stellen we de jaarverslagen en debegrotingen vast van de gemeenschappelijke instanties, zoals hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113812 Recherche Samenwerkingsteam en het Gemeenschappelijk Hof vanJustitie.Dat ter inleiding. Ik ga nu over tot de beantwoording van de specifiekevragen. Ik begin daarbij bij de vragen die gesteld zijn over de capaciteit.We hebben uiteraard de brief ontvangen van de gezaghebbers vanBonaire, Sint-Eustatius en Saba. We hebben vanuit het kabinet niet directop die brief gereageerd, maar er zijn wel Kamervragen gesteld door hetKamerlid Dijk van D66 over deze brief en deze vragen hebben wegezamenlijk met Asiel en Migratie, Binnenlandse Zaken en Financiënbeantwoord. Daarin hebben we aangegeven wat we doen om die tekortente lenigen. Nou moet ik wel zeggen dat daar waar het bijvoorbeeld gaatom tekorten bij het politiekorps, het natuurlijk tijd kost om die tekortenaan te vullen. We hebben te maken met een kleine pool waaruit wekunnen werven, de opleidingscapaciteit is beperkt en het duurt gewooneen tijd voordat je volwaardige politieagenten hebt. Daarom zijn we metname op Bonaire ingesprongen met capaciteit van de marechaussee omdat tekort tijdig te lenigen. In 2023 is de tweejarige opleiding van nieuweagenten bovendien geïntensiveerd. Eind 2025 is er een lichting vanachttien agenten in het korps ingestroomd. Begin 2025 is een volgendeklas gestart en in het derde kwartaal van dit jaar start er nog een klas.Langzaam lopen we de tekorten dus in, maar dat kost zoals gezegduiteraard tijd. In de tussentijd zorgen we ervoor dat we wat kunnenopvangen met eigen capaciteit.De heer Mathlouti refereerde aan de Raad voor de rechtshandhaving.De voorzitter:Die ook meteen een vraag heeft aan u.De heer Mathlouti (D66):Ik heb een korte vraag in het kader van tekorten. Ik weet niet of dit hetvolledige antwoord was. Volgens mij hoorde ik dat er verschillendedingen worden gedaan om de tekorten aan te pakken, maar ik vroeg ooknadrukkelijk of er een integraal plan is dat verder kijkt dan de interventiestot nu toe, vooral om een wat ruimer beeld te hebben van de tekorten enhoe we die gaan oplossen.Minister Van Weel:Dat plan hebben we daar waar het gaat om politiecapaciteit, maar er ligtnatuurlijk ook een rapport van de Raad voor de rechtshandhaving over devolledige keten. Daar refereerde u ook al aan. De bevindingen van debeleidsreactie die daarop is gegeven, die dus gaat over al die onderdelenvan de keten, neemt de raad mee in het rapport Staat van de rechtshand-having. Dat verschijnt volgende maand. Dat zal het aanknopingspunt zijnom die keten in zijn integraliteit te bezien. Dan hebben we ook eenoverzicht van wat er precies nodig is, en daar zullen wij dan vervolgensweer op reageren. Dat doen we natuurlijk gezamenlijk, vanuit de beideverantwoordelijkheden voor de keten.De heer Mathlouti (D66):Mag ik daarmee invullen dat u op basis van dat aanknopingspunt ookdaadwerkelijk met een plan komt?Minister Van Weel:Ja. Wij zullen reageren op dat rapport. Als dat vraagt om een plan, dan zaldat in de vorm van een plan zijn. In ieder geval krijgt u een inhoudelijkereactie op dat rapport.De voorzitter:De Minister gaat verder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113813 Minister Van Weel:Op de detentiecapaciteit zal de Staatssecretaris verder ingaan.Er was een vraag van mevrouw Westerveld, over het overzicht van deJenV-wetgeving die we kunnen verwachten. We hebben u onlangs eenactueel overzicht gegeven in de JenV Beleidsagenda Caribisch Nederland2020–2030. Daar vindt u in paragraaf 3.1 het wetgevingsoverzicht. Daarrapporteren we ook regelmatig over aan uw Kamer. Dat is de meestrecente informatie die ik u daarover kan geven.De heer Ellian vroeg nog of wij incidenteel kunnen helpen, bijvoorbeeldals het gaat om kogelwerende vesten, gepantserde auto’s of overtolligmateriaal. Ja, dat doen we ook. De nationale politie heeft contact met dekorpsen, ook op de eilanden. Als daar aanvragen zijn, dan worden die elkekeer op hun merites beoordeeld. Er wordt gekeken hoe we daarin kunnenvoorzien. Dus ja, dit soort kleinere dingen gebeuren.De voorzitter:Vinden jullie het goed als ik ook een vraag aan de Minister stel? Fijn,Minister. Mag ik ook vragen om af en toe actief ... Soms vragen mensenuit bescheidenheid misschien niet wat ze nodig hebben. Misschienkunnen wij af en toe ... Er zijn een hoop samenwerkingen over en weer. Ikzeg het, omdat ik, toen ik daar was – ik wil daar heel veel dank vooruitspreken – zware beveiliging nodig had, ook vanuit Curaçao. Als je diejongens vergelijkt met hoe onze jongens erbij lopen ... Dat kwam best bijmij binnen. Ik dacht: je bent best wel moedig om dat te doen als je niet deuitrusting hebt die de jongens en meisjes in Nederland hebben. Dank voorhet antwoord. Ik wil u graag aansporen om soms ook actief te kijkenvanuit de politie wat we kunnen doen om te helpen. Ik denk dat dat daarheel erg gewaardeerd wordt.Minister Van Weel:Die lijnen zijn kort. Overigens bereiken de meeste verzoeken van deeilanden ons prima. Maar we zullen vragen om hier ook in de regulierecontacten aandacht aan te besteden. Dat doen we.De voorzitter:Mevrouw Westerveld heeft een vraag. Sorry, ik zag u niet.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):De Minister verwees net terecht naar paragraaf 3.1 van de beleidsagenda.Die heb ik voor me. Maar mijn verzoek was juist om ook wat meer teweten te komen over wat we in de komende periode kunnen verwachten.Wat is nou exact de planning? Wanneer komt wat eraan? Dit is eenopsomming van wetten die veranderd gaan worden, maar die vind ik nogweinig concreet. Mijn vraag was eigenlijk om een nadere concretiseringen planning van de wetten die hier opgesomd staan.Minister Van Weel:Dan zeg ik u toe om dat in het reguliere wetgevingsplanningsoverzicht,dat wij elk kwartaal sturen, mee te nemen. Dan heeft u meteen deintegrale planning voor wat er de komende periode aan zit te komen.De voorzitter:Willen jullie dat we dat noteren als toezegging? Oké. Komt goed. Gaat uverder, Minister.Minister Van Weel:Dan preventie en jeugdcriminaliteit. Dat is natuurlijk een thema dat ook opde eilanden een grote rol speelt. Hoe zorgen we ervoor dat initiatieven alsJong Bonaire de juiste doelgroep bereiken? Ik ben daar zelf geweest. Wehebben daar overigens ook het programma «Alleen jij bepaalt wie jeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113814 bent» draaien, waar aan de jeugd met sport en spel hele waardevollezaken worden meegegeven. Denk bijvoorbeeld aan teamspirit, aan tegenje verlies kunnen of aan op tijd op komen dagen. Het lijken hele simpeledingen, maar het zijn wel zaken die het verschil kunnen maken in hoeiemand zijn leven indeelt en inricht. Dat zijn overigens structureleprogramma’s. De zorg die daar mogelijk over was, kan ik wegnemen. Dezeprogramma’s zullen gewoon hun weg blijven vinden, maar er zijn ook eenhoop lokale initiatieven, die we ook proberen te ondersteunen. Uiteindelijkzijn de dingen die uit de samenleving zelf komen en die het besteaansluiten bij de jeugd daar ook de dingen die we willen stimuleren.Daarbij werken we ook samen met de Stichting Jeugdwerk Jong Bonaire,scholen en andere lokale partners om de doelgroep te bereiken. Datallemaal om te voorkomen ...De voorzitter:Een korte vraag van meneer Mathlouti. Kort.De heer Mathlouti (D66):Ik weet niet of dit het gehele antwoord was. Het gaat natuurlijk om helegoede initiatieven. Maar dit zijn aanvullende initiatieven op de watgrotere, fundamentelere zaken zoals zorg, onderwijs en het vergroten vande kansen richting werk. Daarin zitten natuurlijk ook uitdagingen. Dat iswel de start van het vergroten van de kansen van bijvoorbeeld de jeugd,zeker voor de jeugd die dreigt af te glijden.Minister Van Weel:Zeker, alleen vallen die wel buiten de scope van mijn verantwoorde-lijkheid. De preventiekant van jeugdcriminaliteit gericht op gedrag ligt welbinnen de justitiële keten, maar alle andere invloeden die u terecht noemt,zoals armoede, scholing en goede zorg, liggen op de beleidsterreinen vande daarvoor verantwoordelijke Ministers.De voorzitter:Nog een vraag. Heel kort.De heer Mathlouti (D66):Heel kort. Ik snap dat het inhoudelijk op de beleidsterreinen van andereMinisters en ministeries ligt. Maar we hebben het hier natuurlijk ook overjeugdcriminaliteit, waar dit gewoon sterk mee samenhangt. Ik hoop weldat we hier ook het gesprek daarover kunnen voeren als dat nodig is. Datprobeer ik hier wel te doen.Minister Van Weel:Ja, maar ik kan nu niet met u een discussie over de zorgsector op Bonaireaangaan. Daar heb ik de kennis niet voor, en daar draag ik ook deverantwoordelijkheid niet voor. Ik ben het helemaal met u eens dat ditsoort factoren allemaal kunnen voorkomen dat de jeugd afglijdt. Maar alshet daadwerkelijk gaat om de vraag wat we vanuit de justitiële ketenkunnen doen, dan ziet dat toch echt op die preventieprogramma’s.De voorzitter:Ja?De heer Mathlouti (D66):Een laatste keer. Dat snap ik. Ik had gehoopt op een iets uitgebreiderantwoord dan alleen «dit hoort niet bij mij», meer iets in de richting van«daar zijn we mee bezig, daar lopen dingen op en natuurlijk hebben wedaar aandacht voor». Dat is wat mij opvalt.Minister Van Weel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113815 Ik weet dat daar aandacht voor is, uiteraard. Dat geldt überhaupt voor destandaarden die we op de eilanden willen zien, zeker daar waar hetCaribisch Nederland aangaat. Daar is vanmiddag ook een overleg overmet de Minister van Binnenlandse Zaken of met de Staatssecretaris vanKoninkrijksrelaties, die wel die integrale bril heeft. Dit is dus zeker nietbedoeld om u af te poeieren, zeg ik via de voorzitter, met een «dit ligt nietbij mij». We hebben binnen het kabinet natuurlijk nauw contact over diebredere samenhang. Dat allemaal om te voorkomen dat jongerenafglijden en ofwel in de reguliere criminaliteit ofwel in de georganiseerdecriminaliteit komen.Dat is eigenlijk mijn bruggetje naar drugs. Het Caribisch gebied blijft eenbelangrijke doorvoerhaven voor drugs. Onze eilanden zijn daarinnatuurlijk een aantrekkelijk doelwit, hetzij als transit hub en verderedoorvoerhaven, hetzij als een gebied waar je langs vaart. Daar hebben weook successen in geboekt. Ik heb dat vorig jaar zelf mogen zien op Aruba,waar met de instelling van nieuwe walradars en een zeer actief politie-korps daadwerkelijk iets gelukt is wat nog nergens ter wereld is gelukt,namelijk een stijging van de prijs van cocaïne. Dat wil zeggen dat er meerwordt gevangen en er daar dus minder aan land komt. Ik denk dat dat eensucces is dat ook breder in de regio navolging verdient. Je kunt dus echteen verschil maken in de strijd tegen drugs.De genoemde War Rooms zijn wat mij betreft ook een initiatief met enormveel toegevoegde waarde, waarbij alle diensten samen in een ruimtezitten en kijken hoe zij operationeel een verschil kunnen maken. Via degezamenlijke dreigingsbeelden houden we zicht op de ontwikkelingen inde regio, om de aanpak daarop te kunnen richten en waar nodig bij testellen. Momenteel inventariseer ik met de collega-ministers van Aruba,Curaçao en Sint-Maarten alle lopende samenwerkingstrajecten die eenbijdrage leveren op het gebied van het tegengaan van drugssmokkel. Deuitkomst van die inventarisatie zal zijn: doen we genoeg, kunnen we nogleren van elkaar en waar moeten we dat verder intensiveren? Daarbij isook de inzet van de havens, zowel de luchthavens als de zeehavens, eenbelangrijk onderwerp. Die resultaten willen wij op ons JVO in septemberbespreken. Dat is de eerstvolgende.De War Room, heb ik overigens begrepen ...De voorzitter:Momentje, u heeft een vraag van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik vroeg mij ten aanzien van drugs af of de Minister nog op cannabisteeltkomt. Zo niet, dan zou ik aan het einde van zijn betoog over drugs daarnog een interruptie op willen plaatsen.De voorzitter:Dan kijken we even.Minister Van Weel:Nee, ik heb daar geen informatie over ontvangen en moet u dustoezeggen om daar schriftelijk op terug te komen.De heer Ceder (ChristenUnie):Als ik dat als een toezegging kan beschouwen, wil ik de Minister ookvragen om, als dat opportuun is, ook in overleg te treden met de regeringvan Sint-Maarten, om binnen ieders verantwoordelijkheid en autonomiete kijken wat dat betekent voor de algehele drugsbestrijding binnen hetKoninkrijk, en om daarop terug te komen.Minister Van Weel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113816 Ja, maar daarvoor heb ik dus eerst die informatie nodig. Die kon ik op zokorte termijn sinds de door u gestelde vraag niet boven water krijgen.Vandaar dat ik daar schriftelijk op terugkom. Daar zal zo nodig dan ookeen handelingsperspectief bij zitten.De voorzitter:Helder. Wanneer kunnen we die reactie ongeveer verwachten?Minister Van Weel:Die brief komt voor de zomer.De voorzitter:Voor de zomer. Dan gaan wij dat noteren, dank u wel. Gaat u verder.Minister Van Weel:Ten slotte heb ik begrepen dat de War Room een vast terugkerendonderdeel gaat worden van de samenwerking en dat de volgende alweergepland staat voor juni. Dan zitten de diensten weer bij elkaar. Daarnaastis er sinds 2021 een protocol versterking grenstoezicht, om ook degrensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit tegen te gaan en desamenwerking tussen de uitvoeringsdiensten – Douane, politie, KMar,Ministerie van Justitie, Financiën en de Kustwacht – te versterken.Ik ben zelf op bezoek geweest bij het RIEC CN en bij het RechercheSamenwerkingsteam. Dat zijn twee initiatieven waarbij op het niveauwaarop wij dat hier in Nederland ook doen, echt wordt gespeurd naargeorganiseerde criminaliteit, en dat is daar natuurlijk ook nodig.Daarnaast zijn we bezig met de Wet Bibob voor Caribisch Nederland. Ikdenk dat ook die gaat voorzien in een vraag waarvan ik in ieder gevalpersoonlijk weet dat die op Bonaire zeer leeft, namelijk om te voorkomendat ook crimineel geld zijn weg vindt naar de lokale economie envastgoedmarkt.Dan waren er vragen over mensenhandel. De aanpak van mensenhandelin Caribisch Nederland richt zich op preventie, signalering en deversterking van de ketensamenwerking tussen de betrokken partijen.Naast het vergroten van bewustwording wordt ook ingezet op de inzetvan multidisciplinaire controles van de verschillende uitvoeringsdienstenin Caribisch Nederland. In dat verband hebben de afgelopen periodeverschillende controles plaatsgevonden om mensenhandel aan te pakken.Het vergroten van de bewustwording gebeurt onder meer door hetorganiseren van netwerkevenementen, het aanbieden van verdiepingstrai-ningen voor professionals en het uitvoeren van gerichte campagnes opBonaire, Saba en Sint-Eustatius. Het doel daarvan is dat mensen signalenvan mensenhandel eerder leren onderkennen. De komende jaren zal dielijn worden voortgezet met als doel om die kennis verder te verdiepen ende gezamenlijke aanpak van mensenhandel duurzaam te versterken.Er was nog één vraag over het mandaat van de Coördinator Mensen-handel. Die neem ik mee in de brief die ik aan de heer Ceder hebtoegezegd over een ander onderwerp, want ook op de vraag waarom datmandaat niet strekt buiten het Nederlandse deel van het Koninkrijk heb ikhet antwoord nu niet paraat.Dan huiselijk geweld. Er was onder andere een vraag van de heerMathlouti. Heeft de campagne die in 2025 is gestart de meldingsbe-reidheid vergroot? Inmiddels hebben de openbare lichamen op iedereiland een advies- en meldpunt ingericht, op Bonaire al in 2020. Deadvies- en meldpunten in Saba en Sint-Eustatius zijn in 2021 opgezet ensinds 2024 ook beschikbaar voor burgers. We zien ook een zichtbaretoename aan adviesaanvragen en meldingen op de eilanden. Het aantaladviesaanvragen op Bonaire was in 2023 nog 19 en in 2025 was het algestegen naar 124. Dat is een behoorlijke stijging en geeft in ieder gevalaan dat de advies- en meldpunten voorzien in een behoefte, hoewel weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113817 natuurlijk het aantal adviesaanvragen liever op nul zouden zien, maar datis het langetermijndoel, vrees ik.Op basis van die adviesaanvragen en meldingen worden mensendoorverwezen naar de hulpverlening, maar ik kan u niet zeggen hoeveelvan die adviesaanvragen uiteindelijk hebben geleid tot een doorverwijzingen daadwerkelijke hulp. De door het Ministerie van VWS in 2025 gestartecampagne Safe Together, Strong Together moet inderdaad verderbijdragen aan de bekendheid van de advies- en meldpunten en debeschermingscode. Verder zal in het kader van het recent afgeslotenbestuursakkoord worden gewerkt aan betere datamonitoring over deaanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in CaribischNederland, onder meer op basis van de data van de advies- enmeldpunten zoals ik ze net noemde.Verder bespreekt mijn ministerie eens per kwartaal met het Korps PolitieCaribisch Nederland en het Openbaar Ministerie BES, de StichtingReclassering Caribisch Nederland en de Voogdijraad Caribisch Nederlandde voortgang van de justitiële aanpak van huiselijk geweld en kindermis-handeling. Daarbij worden ook de jaarlijkse rapportages van het OpenbaarMinisterie BES over de stand van zaken van de strafrechtelijke aanpak vanrelationeel geweld betrokken. We toetsen dan ook of de bestaandesamenwerkingsafspraken in de keten aanpassing behoeven. In een nogbreder verband zal ook periodiek overleg plaatsvinden tussen debetrokken departementen, de openbare lichamen en de uitvoeringsorgani-saties over de voortgang van de acties in het bestuursakkoord geweldtegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling van 2026 tot2029.Ten slotte waren er nog enkele algemene vragen en opmerkingen over hetverschil tussen BES en de landen binnen het Koninkrijk, maar ik denk datik dat verschil in mijn algemene inleiding heb geprobeerd duidelijk temaken. Dan heb ik, denk ik, mijn deel van de antwoorden gegeven.De voorzitter:Dan ga ik inderdaad even kijken. Mevrouw Westerveld steekt haar handop. Mevrouw Westerveld en de heer Ceder hebben nog een vraag aan deMinister. Mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog een vraag over de beleidsagenda en wat daarin staat. Dievraag is door meerdere woordvoerders gesteld, namelijk of er ergens ookafrekenbare doelstellingen zijn. Ik zie namelijk heel veel hele mooievoornemens, maar ik zie ook verschil tussen wat we hier horen over waarallemaal op wordt ingezet, en ik geloof dat ook, en wat daar daadwerkelijkaan de hand is en wat we ook terugzien in de brief die de gezagsdragernaar ons stuurde, want die heeft een wat andere toon. Mijn vraag is dus:worden al die mooie acties die hierin staan nog vertaald in heel concreteafrekenbare doelen, zodat wij over een jaar kunnen zien «dit is betergegaan», «dat is slechter gegaan» en wat daarop wordt ingezet?Minister Van Weel:In sommige gevallen kun je dat doen. Je kunt bijvoorbeeld een strevenhebben om de vulling van het Korps Politie Caribisch Nederland naar100% te brengen. Daar kun je een tijdpad bij hebben, je kunt opleidingsca-paciteit daaraan hangen et cetera. Maar er zijn ook zaken die meerbestaan uit processen, het zorgen voor een betere samenwerking enkennisoverdracht. Ik kan dus niet integraal zeggen dat alles wat in diebeleidsagenda staat, kan worden vertaald in zogenoemde smart-doelstellingen. Maar mochten er vragen zijn naar aanleiding van bepaaldevoornemens, die u graag wat smarter geformuleerd zou willen zien, dankunt u die gerust stellen en dan gaan wij daarnaar kijken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113818 Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dan noem ik jeugdcriminaliteit als voorbeeld. Daarvan lezen we in allestukken dat die toeneemt en daarover zijn door verschillende woord-voerders zorgen geuit. Als ik dan kijk naar de beleidsprioriteiten bijjeugdbescherming en jeugdcriminaliteit, dan lees ik bijvoorbeeld – ikciteer even één zin – «het bieden van perspectief vindt plaats via de inzetvan mentoren en kansrijke effectieve gedragspreventies». Allemaalhartstikke goed, maar ik heb nog steeds geen flauw benul wat hier nouprecies staat en wat nou precies de opbrengsten zouden moeten zijn vandie gedragsinterventies. Ik heb op heel veel meer plekken neergezet «hoedan?» en «wat precies?». Ik geloof namelijk echt wel dat er heel goedeinterventies worden ingezet, maar ik kan er niet goed uit halen wat precieshet doel is en wat er nu precies gebeurt. Daarvan zou ik dan graagbijvoorbeeld een streefcijfer zien, dat we willen dat de jeugdcriminaliteitafneemt, zodat wij ook als Kamer goed kunnen controleren of daadwer-kelijk op een goede manier wordt bijgestuurd.Minister Van Weel:De vraag snap ik. Het reikt nu te ver voor mij om per thema die «smartifi-cering» aan te brengen, maar wellicht mag ik mevrouw Westerveld – viau, voorzitter – verzoeken om ons daarover schriftelijke vragen te doentoekomen. Dan gaan wij kijken of we op die specifieke deelterreinen dedoelstellingen wat meer afrekenbaar kunnen neerzetten.De voorzitter:Mevrouw Westerveld, tot slot.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dit raakt natuurlijk aan heel veel andere beleidsterreinen, maar er ligt weldegelijk ook een rol voor deze bewindspersonen. Het raakt ook aan eenvraag die ik net al heb gesteld, namelijk mijn vraag over armoede. Ikbegrijp dat dat niet primair in de portefeuille van deze bewindspersonenzit, maar we weten allemaal wel dat armoede kan bijdragen aan jeugd-criminaliteit. Mijn vraag is dan wat deze Minister en misschien ook weldeze Staatssecretaris in overleg met collega’s gaan doen om te zorgenvoor preventie van jeugdcriminaliteit door middel van een gerichteaanpak van die armoede. Zien zij daarbij een rol voor zichzelf?Minister Van Weel:Dit is denk ik een onderwerp dat bij uitstek vanmiddag in het bredereoverleg met de Staatssecretaris aan de orde zou moeten komen, want dieheeft wel die integrale verantwoordelijkheid.Justitie heeft bijvoorbeeld programma’s als «Alleen jij bepaalt wie jebent» en Jong Bonaire. Waarom draagt dat bij? Nou, denk alleen maaraan ouders die werken. Normaal gesproken willen die hun kinderen uitschool opvangen, want anders hangen die alleen maar in hun eentje rondrond het huis. Die kinderen worden nu door die programma’s van schoolgehaald. Ze brengen daar de middag door, waardoor ouders gewoon eenvolwaardige baan kunnen hebben. En dat draagt weer bij aan dearmoedebestrijding. Bovendien wapenen we zo ook weer een nieuwegeneratie tegen armoede, want ze krijgen daar bijvoorbeeld een maaltijd.Dat is dus wat wij doen. En wij doen dat, omdat we daar een directerelatie zien met het mogelijk afglijden naar jeugdcriminaliteit en armoede.De heer Ceder (ChristenUnie):De andere kant van het beleidsvoornemen is dat er gewoon wettengewijzigd worden. Ik heb juist het verschil proberen te benadrukken. Ikheb er twee genoemd, maar er zijn er nog veel meer. Je kunt het, denk ik,met vrij simpele wetswijzigingen, die eenieder die ze leest ook logischvindt, implementeren. Maar daar is capaciteit voor nodig. En dat nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113819 alleen: ook een agenda en een tijdsplanning. Ik kon dat niet zo terug-vinden en daarom vraag ik me wel af ... Ik kan wel vinden wat de Ministerwil gaan doen, maar niet wat prioriteit krijgt, ook gezien de uitdagingendie de Minister op andere dossiers heeft. Mijn vraag is of de Minister inieder geval kan toezeggen dat hij duidelijkheid zal geven over wat we dezekabinetsperiode kunnen verwachten qua die wetswijzigingen. Ik heb ookal aangegeven dat het op sommige punten misschien wel sneller gaat alsde Kamer hier en daar ook zelf met wat initiatieven komt. Maar ik zou tochde ambitie van de Minister daarop wat scherper willen hebben. De vraagis dus of de Minister daarop kan terugkomen.Minister Van Weel:Ik noemde net al de Wet Bibob. Er zijn een aantal zaken die we nuprioritair ter hand nemen daar waar het gaat om wetgeving voor de BES.Zoals ik ook al heb toegezegd aan mevrouw Westerveld, zal ik daarexpliciet in de volgende wetgevingskalender die we de Kamer doentoekomen, een planning aan proberen te hangen voor CaribischNederland.De voorzitter:Oké. Dan is de Minister klaar en gaan we naar de Staatssecretaris.Staatssecretaris Van Bruggen:Hartelijk dank, voorzitter, en dank aan de leden voor alle vragen diegesteld zijn. Ik heb een algemene inleiding en blokjes. Dat is misschienwat teleurstellend aan het begin, maar het geeft mij wel wat structuur. Ikhoop dat dat ook voor u geldt en dat u de antwoorden op de vragenvoldoende terug hoort klinken.Voorzitter. Net als Minister van Weel geloof ik in constructieve samen-werking binnen het Koninkrijk. In aanloop naar dit debat heb ik dan ookeen boek gelezen, Ongemak, van Gert Oostindie en Wouter Veenendaal.Dat boek geeft een heel duidelijk beeld van de ontwikkelingen binnen hetKoninkrijk, niet alleen van ons gedeelde verleden, maar juist ook van dewereld voor en na 10/10/2010, zeg ik dan maar even.Laat ik beginnen met de opmerking dat ik graag, samen met het heleKoninkrijk, toewerk naar het zo goed mogelijk vormgeven van die wereld.Mijn aandacht gaat daarbij allereerst uit naar de BES-eilanden, vanwegemijn directe verantwoordelijkheid voor Caribisch Nederland. Deknelpunten in de justitieketen die wij in Nederland ervaren, spelen ook opde BES-eilanden, waarbij de schaal en de geografische ligging wel eenextra complicerende factor kunnen vormen. De samenwerking tussen deBES-eilanden onderling lijkt op papier makkelijk te regelen, maar inwerkelijkheid zit er natuurlijk ruim 800 kilometer tussen de bovenwindseen benedenwindse eilanden.Ik wil graag benoemen dat er de afgelopen jaren veel is bereikt, bijvoor-beeld op het gebied van rechtsbijstand. Ik noem het Lokèt Hurídiko, delegal desk, waarmee de toegang tot het recht voor bewoners metsprongen vooruitgaat. Net als het Juridisch Loket in Nederland zorgt hetook op de BES-eilanden voor gratis laagdrempelige eerstelijnsrechtshulp.Mevrouw Westerveld heeft daar een vraag over gesteld, namelijk hoe wedat blijven monitoren. Op die vraag kom ik straks nog iets specifiekerterug.Ook met de autonome landen Aruba, Curaçao en Sint-Maarten wordtgoed samengewerkt, onder meer in het Justitieel Vierpartijen Overleg.Een mooi voorbeeld is de samenwerking op het gebied van detentie enforensische zorg. Zo is binnen het meerjarige programma forensischezorg en behandeling, tbs en PIJ zeer recent een programmamanageraangesteld. Met elkaar bouwen we voortdurend aan een veilige enmenselijke tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113820 Ik heb de vragen in drie blokjes verdeeld. Het eerste blokje is detentie, hettweede forensische zorg en het derde overig, en binnen overig komenvooral de vragen over kansspelen terug.Veel vragen over detentie! Ik heb de antwoorden wat vervlochten in eenalgemene tekst over: waar staan we nu ten aanzien van de detentiecapa-citeit en hoe gaan we daar op dit moment en in de toekomst mee om?Curaçao, Sint-Maarten en ook Aruba, de CAS-eilanden, hebben natuurlijkals autonome landen hun eigen landsverantwoordelijkheden, ook op hetgebied van de rechtshandhaving, waaronder het gevangeniswezen. Ik kandan ook niet inhoudelijk op de detentiesituatie van deze landen reageren.Maar uiteraard hecht het kabinet grote waarde aan correcte en humanetenuitvoerlegging van straffen en maatregelen.Ik draag wel directe verantwoordelijkheid voor Caribisch Nederland endus ook voor de Justitiële Inrichting Caribisch Nederland. De JICN is opBonaire in 2018 in gebruik genomen en is gebouwd conform de geldenderegeling. Ook de JICN heeft overigens een forensischezorgafdeling. Inverband met de capaciteitsproblematiek zijn noodmaatregelen genomen,zoals gemeld aan uw Kamer in de zomer van 2025. Inmiddels is doorheenzendingen van een specifieke groep VRIS’ers, Vreemdelingen in deStrafrechtketen, door het OM van de BES-eilanden voldoende ruimtegecreëerd in de inrichting om de justitiële keten weer naar behoren telaten functioneren.Het ging daarbij om 23 VRIS’ers, en die zijn uitgezet naar hun land vanherkomst. Dat is ook het antwoord op de vraag die mevrouw Schilder mijhierover stelde. Ze zijn enkel heengezonden indien zij veroordeeld warenop grond van de Opiumwet en opvarenden waren van boten die onder-schept waren door de Kustwacht. Heenzenden is een eigenstandigeverantwoordelijkheid van het OM BES in afstemming met en onderverantwoordelijkheid van de procureur-generaal van het OM aldaar.Heenzenden door het OM is geen structurele oplossing en moet gezienworden als een eenmalige ingreep en als incidenteel worden beschouwd.Om structureel echter wel goed voorbereid te zijn op de toekomst verkenik momenteel verschillende maatregelen, waaronder capaciteitsuit-breiding en mogelijkheden voor detentiefasering, want bijvoorbeeld eenbeperkt beveiligde afdeling, zoals we die in Nederland kennen, kennen wedaar niet. Er is ook nog geen wettelijke basis voor. Om te refereren aanwaar we nodig onze wetten op orde zouden moeten brengen: je ziet dathier nog wel veel ruimte zit.In verband met de ruimte die is ontstaan in de JICN is besloten om degedetineerden uit Sint-Maarten op te vangen, vanwege de zeer ernstigeproblematiek in de gevangenis aldaar. Ondanks het feit dat ik nietinhoudelijk verantwoordelijk ben voor de detentieomstandigheden opCuraçao, Sint-Maarten en Aruba, wil ik wel opmerken dat we éénkoninkrijk zijn. Op het moment dat het noodzakelijk is om hulp aan tebieden kijken we wat er binnen de mogelijkheden van het Koninkrijkmogelijk is. Het betekent dat we elkaar hulp en bijstand verlenen, maarook dat we als Koninkrijk aangesproken kunnen worden door mensen-rechtenschendingen door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.Daarom zal ik inzetten op samenwerking met het oog op efficiëntie.Aan de investeringen in de nieuwe gevangenis op Sint-Maarten draagtNederland, in dit geval BZK, eenmalig 30 miljoen bij ten behoeve van debekostiging van verschillende meerjarige trajecten, waaronder denieuwbouw en de uitvoering van structurele verbeteringen in hetdetentiewezen. Sint-Maarten wordt hierbij ondersteund door tweeVN-organisaties en naar verwachting wordt medio 2027 de eerste fase vande nieuwbouw opgeleverd, een uitbreiding naar 126 cellen. Eind 2028 is erdan de volledige nieuwbouw. Een erg belangrijk aspect hierbij is depersonele bezetting, want het gaat natuurlijk niet alleen om de vraaghoeveel extra plekken erbij komen, maar ook om de vraag of wevoldoende mensen hebben die daar willen werken. Ik weet datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113821 Sint-Maarten daar nu zorgen over heeft en daarom is het ook eenbelangrijk onderwerp in onze gesprekken met hen. Wij zijn hierbij niet deverantwoordelijke partij, maar wij voelen wel dat het echt belangrijk is datSint-Maarten een goede start kan maken met de nieuwe gevangenis. Wezetten dus alles op alles om voldoende personeel te vinden voor dienieuwe gevangenis.Wat betreft Curaçao kan ik u meegeven dat Nederland heeft aangebodenom ondersteuning te bieden bij het opstellen van een plan van aanpakvoor het detentiewezen op Curaçao. Ik acht het wel van belang datCuraçao eerst zelf een slag maakt bij al die bekende uitdagingen uit dehier ook genoemde rapporten.De heer Ellian heeft een vraag gesteld over het voortgezet crimineelhandelen. Dat is wat mij betreft een hele terechte vraag. Ondanks datdetentie een landsaangelegenheid is, zullen we dit onderwerp wel actiefagenderen in de taskforce detentie. Dat is een onderdeel van onsvierlandenoverleg, het JVO. We zien dat dat een zorg is die zienderogeneen probleem kan vormen, zoals ook door de heer Ellian is aangegeven.Wij hebben in Nederland veel kennis en expertise opgedaan ten aanzienvan VCHD, maar we worstelen elke dag nog met het concept. Het isbelangrijk om alle kennis te delen die we op dat vlak hebben. We zullen ditpunt op de agenda zetten in onze samenwerking met Curaçao.De voorzitter:Er is eerst nog een interruptie van mevrouw Schilder.Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):Ik hoor de Staatssecretaris zeggen dat we die mensen eenmalig hebbenheengezonden. Ik geloof best dat dat de intentie is, maar ik vraag me welaf of er eerst gekeken is naar het plaatsen van meer personen op een celvoordat we gingen heenzenden. Zijn er niet te veel mensen heengezondenals we nu wel mensen uit een ander land kunnen opvangen?Staatssecretaris Van Bruggen:U vraagt naar de capaciteit en naar hoeveel mensen op een cel zitten. Demeerpersoonscellen worden maximaal benut. Daar kunt u van op aan. Zebestaan namelijk grotendeels al uit meerpersoonscellen, dus quacapaciteit is er niet veel meer ruimte. Het is belangrijk om aan te gevendat deze 23 mensen voor hetzelfde delict zijn opgevangen, namelijk hetfeit dat ze in bootjes voor de kust zaten. Ze zijn vervolgens in detentieca-paciteit geplaatst. Misschien kun je daar in alle eerlijkheid geen onder-scheid meer in maken. Over deze groep is gezegd dat het verstandig is omze heen te zenden. Het is een grote groep. Bijna een kwart van decapaciteit werd bemenst, zoals mevrouw Schilder zelf ook aangaf. Op hetmoment dat je mensen niet oproept maar ze ook niet kunt heenzenden, zitje klem. Er is hiervoor gekozen. Dit is een eigenstandig besluit geweestonder de verantwoordelijkheid van de procureur-generaal. Ik denk dat ditheeft bijgedragen aan het op orde brengen van de capaciteit. Althans, zois gebleken.Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):Ik begrijp wat de Staatssecretaris zegt, maar ik vraag me wel het volgendeaf. Die bootjes liggen niet stil. Die blijven heen en weer varen. Wat als erweer 23 mensen worden aangehouden? Wat gaan we dan met diemensen doen?Staatssecretaris Van Bruggen:In feite is het zo dat als er een misdrijf, een overtreding of een strafrech-telijk feit wordt gepleegd, daar een straf op volgt. Het OM van deBES-eilanden is zeer wel in staat om dat zelf te doen. Zij hebben een anderbesluit genomen ten aanzien van deze groep, omdat ze de weging hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113822 gemaakt: welke groep is het allerbelangrijkst om nu in detentie teplaatsen? Dat is aan hen. Dat besluit zullen zij waarschijnlijk in detoekomst op zijn merites beoordelen.De voorzitter:Ik zou zelf graag een vraag willen stellen. Ik hoor de Staatssecretaris goed,maar volgens mij bewandelen we wel een dunne lijn. Volgens mij zei deMinister het net treffend. Justitie is op zich een aangelegenheid van delanden binnen het Koninkrijk. BZK draagt daar 30 miljoen aan bij. Daarkun je principieel best iets van vinden. Ik ben niet in de Pointe Blanche-gevangenis geweest, maar ik heb mij hier redelijk in verdiept. Ik kenmensen van DV&O en mariniers die daarnaartoe zijn geweest. Dat wasdermate gevaarzettend dat je kunt zeggen: we moeten iets doen omdat erin alle gevallen gevolgen zijn voor ons, of het nu het overnemen vangedetineerden is of de inzet van mariniers. Maar dat is wel een dunne lijn,want als je dat daar doet ... Ik hoor de Staatssecretaris over mensen-rechten beginnen. Ze zegt dat VCHD een landsaangelegenheid is. Maardat is een dunne lijn, want voordat je het weet, gaan wij daar gevange-nissen neerzetten. De eilanden moeten het zelf ook belangrijk vinden. Datmis ik een beetje in het antwoord van de Staatssecretaris. We helpen,maar ze moeten het zelf ook chefsache maken dat de bajes op orde moetzijn en dat criminelen vanuit daar niet door kunnen gaan met wat ze doen.Want even in alle eerlijkheid: dat is daar supermakkelijk. Het toezicht daaris echt nul. Kan de Staatssecretaris daar nog op ingaan?Staatssecretaris Van Bruggen:Uiteraard. Dit is ook een onderwerp van gesprek geweest met degouverneur van Sint-Maarten, die ik nog niet zo lang geleden heb mogenontvangen. Onze belangen zijn hetzelfde, namelijk ervoor zorgen dat dedetentiecapaciteit op de eilanden op orde is. Mijn verantwoordelijkheid isalleen anders. Tegelijkertijd denk ik natuurlijk wel dat als de zorg daar leeften wij de middelen beschikbaar hebben gesteld omdat het voor hetKoninkrijk een ontzettend belangrijke ontwikkeling is, we met elkaar aande opdracht moeten werken van voldoende mensen, voldoendecapaciteit, voldoende personeel. Een aantal gedetineerden die eigenlijk opSint-Maarten gedetineerd zouden moeten zitten, vangen we nu opBonaire op. Dat zijn vijf mannen en één vrouw, als ik het goed heb. Als dedetentiecapaciteit juist voor die autonome landen op orde is, dan heb ik erveel vertrouwen in dat zij dit echt wel chefsache maken. Het gesprek gaathier natuurlijk doorlopend over: hoe zorgen we nou dat we elkaar daarinvinden en ondersteunen?De voorzitter:Dank. Tot slot, vanuit mezelf. Ik zou dan wel vanuit de VVD-fractie eenduidelijke lijn willen meegeven. Wij helpen. Dat is goed. Maar daar staatdan wel tegenover dat zij echt prioriteit moeten maken van voortgezetcrimineel handelen. Ik ben in de gevangenis op Curaçao geweest. Het iseen illusie om daar voortgezet crimineel handelen tegen te gaan. Ik hoopdat de nieuwbouw op Sint-Maarten volgens de nieuwste inzichten is. Datvind ik wel een harde voorwaarde, als we er zo naar kijken.Staatssecretaris Van Bruggen:Dank, voorzitter. Ik kan niet anders dan het met u eens zijn dat dit eenontzettend belangrijk onderwerp is. Daarom heb ik ook aangegeven dat ikdit ook in het JVO terug wil laten komen op de agenda, zodat we dekennis kunnen delen die we hier, juist in Nederland, met elkaar hebben ennog steeds aan het uitbreiden zijn.Met uw goedvinden ga ik naar het tweede blokje. Dat gaat over deforensische zorg, tbs en PIJ binnen het Caribisch deel van het Koninkrijk.Ik begin met de zaak waar in ieder geval door een aantal van u naarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113823 gerefereerd is: de steekpartij bij de Albert Heijn op de Turfmarkt. Dezemeneer had tbs opgelegd gekregen. Die is niet uitgevoerd op Curaçao, enondertussen is er in Nederland een strafrechtelijk delict gepleegd enhebben we met elkaar een zorg.Even het feitelijke antwoord. Mijn inzet is er natuurlijk op gericht om defaciliteiten in het Caribisch deel op orde te brengen. Die verbeterslag krijgtvorm met de agenda over de forensische zorg, behandeling tbs en PIJ. Inalle eerlijkheid en realiteit: een tbs-kliniek zoals we die in Nederlandkennen, is wegens de kleinschaligheid van het Caribisch deel van hetKoninkrijk waarschijnlijk niet mogelijk, dus we moeten kijken naaroplossingen die passender zijn. Dat is een passende voorziening,bijvoorbeeld in de forensische zorg, met een hoog beveiligingsniveau.Misschien zou je dat zelfs kunnen afschalen naar bijvoorbeeld een beperktbeveiligde afdeling. Dat zijn gedachten die door mijn hoofd gaan, en waarin ieder geval – dat vertelde ik u net – zeer onlangs ook een programma-manager voor geworven is.Mijn voornemen is om in het verslag van het JVO ook altijd dit aspectmee te nemen; hoe staat het nou met die agenda, waar we veel waardeaan hechten met elkaar? De forensische zorg moet juist ook passend zijnbinnen de context van de Cariben. Ik denk dat dat een belangrijkaandachtspunt is. Hoe wij tbs hier inrichten, heeft natuurlijk ontzettendveel meerwaarde om zorg en veiligheid bij elkaar te brengen. Als zorg enveiligheid bij elkaar brengen binnen de context van het Caribisch deel vanhet Koninkrijk het uitgangspunt is, wat voort soort voorziening zou daardan passend zijn? Dat is het belangrijkste aandachtspunt binnen hetprogramma dat nu is uitgerold.Dan nog even ten aanzien van die specifiek genoemde trieste steekpartij.Daar wil ik toch nog wel op ingaan. De eerste reden voor de terughou-dendheid is dat autonome landen echt een eigen verantwoordelijkheidhebben voor het opleggen en ten uitvoer leggen van de straffen enmaatregelen. Dat weten we. Maar een andere belangrijke reden voor mijnterughoudendheid is dat een tenuitvoerlegging van een tbs-maatregel inEuropees Nederland gericht is op resocialisatie in Europees Nederland. Debehandeling leent zich daarom ook gewoon minder goed voor patiëntendie woonachtig zijn in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Daarbij kamptEuropees Nederland momenteel – dat weet u ook allen – met een groottekort aan hoogbeveiligde tbs-capaciteit. Dat maakt dat er schaarse ruimteis. Ik kan het besluit nemen om de tbs-maatregel in Nederland over tenemen en hier uit te voeren, maar die lat ligt ontzettend hoog. Dat verzoekheb ik tot op heden dan ook nog niet gehad.Dat was mijn blokje forensische zorg. Dan zou ik graag naar de kansspelenovergaan.De voorzitter:Er is een vraag van meneer Ceder.Staatssecretaris Van Bruggen:Ja, zeker.De heer Ceder (ChristenUnie):Even dubbelchecken. Omvat dat mijn vraag ten aanzien van de casus dieik schetste? Ja, hè? Dan ga ik daar even op in. Ik begrijp de situatie en dezelfstandige afwegingen van de landen onderling. Maar dat gecombineerdmaakt het mogelijk dat mensen die op de Cariben veroordeeld zijn vooreen tbs-voorziening, niet de juiste zorg krijgen en geweigerd worden doorNederland, vervolgens wel makkelijk Nederland in kunnen komen, wat totletterlijk levensgevaarlijke situaties leidt. Dat is niet alleen een landsaan-gelegenheid; het is een kwestie van nationale veiligheid. Er is al eensituatie geweest waarin we zagen dat de huidige situatie, zoals deStaatssecretaris deze schetst, helaas tot een levensgevaarlijke situatieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113824 heeft geleid. Is de Staatssecretaris het met mij eens dat de toelichting diezij net gaf, niet voorkomt dat dit in de toekomst weer kan gebeuren en datdit een zeer onwenselijke situatie is? Wil zij toezeggen te kijken hoe wij degaten in dat systeem kunnen dichten?Staatssecretaris Van Bruggen:Dat klopt. We kunnen het niet voorkomen, dus dit is absoluut het eerlijkeverhaal. Je doet wel zo veel mogelijk om te voorkomen dat de situatie zichweer voordoet. Ik zie heel veel heil in het programma dat we nu hebbengestart, waarin we juist kijken hoe de forensische zorg specifiek binnen deCariben, dus CAS en BES, wordt vormgegeven. Wat hebben we nodig?Waar kan een tbs-maatregel worden opgelegd? Waar kan die wel of nietworden uitgevoerd? Hoe zorgen we dat de forensische zorg beveiligings-niveaus kent? Hebben we voldoende mensen om dat werk te doen?Moeten we die mensen nog opleiden? Dat zijn allemaal vragen die je nubinnen dat programma beantwoord wil zien. Ik ben ook blij dat het er is,dat het start. Dat was natuurlijk al een voornemen, maar er was een goedeprogrammamanager nodig, en die is geworven. Ik zou dus vooral zeggen:aan de slag.We zien echt dat de forensische zorg, waar tbs natuurlijk onderdeel vanuitmaakt, op de Cariben vorm zou moeten krijgen. Hoe we dat gaan doen,daar hebben we met elkaar het gesprek over te voeren. We hebben eenprogramma uit te rollen. Volgens mij raakt dat – ik refereer aan de vraagdie mevrouw Westerveld eerder stelde – aan meer dan alleen zorgen datde uitvoering op orde is. Hoe zorgen we ook dat we voorkomen datmensen in de forensische zorg terechtkomen? En hebben we dan ookvoldoende lijntjes met de reguliere ggz om te zorgen dat de mensen diegeestelijke bijstand, geestelijke gezondheidszorg nodig hebben, die ookop tijd krijgen, voordat ze in de forensische keten terechtkomen?De heer Ceder (ChristenUnie):De Staatssecretaris ziet misschien aan mijn gezichtsuitdrukking dat ik nogniet geheel gerustgesteld ben. Dat komt doordat Nederland hier ook eenaandeel in heeft. Door tbs-verzoeken te weigeren, creëert Nederland mededie onverantwoorde situatie. Het gaat om mensen waarvan we weten datdie forensische zorg nodig hebben maar deze zorg niet krijgen door eenweigering van Nederland en die vrij makkelijk Nederland binnen kunnenkomen. Dat leidt tot hele gevaarlijke situaties. Mijn vraag is de volgende.Als Nederland niet bereid is in de tussentijd tbs-verzoeken welwillender tegaan bekijken, wat ik overigens ook wel snap, dan vind ik dat je dáár eenvoorziening moet hebben, ook vanwege familieomstandigheden ensociale contacten. Ik snap dat we het onwenselijk vinden om iedereenover te vliegen om ze hier tbs-dwangverpleging te laten krijgen. Maar ikvraag mij toch af of de Minister toch kan toezeggen te verkennen hoe inde tussentijd, tijdens dat project, de onwenselijke situatie kan ontstaan dateen aantal mensen met een tbs-veroordeling die in de kast belandt,toegang tot Nederland hebben. Dat is een ingewikkelde vraag, maar ik wiltoch vragen of de Staatssecretaris kan toezeggen dat in ieder geval uit tezoeken. Volgens mij wil niemand hier weer een soortgelijke situatie ziengebeuren.Staatssecretaris Van Bruggen:Het is natuurlijk een heel complex verhaal, en dat geeft de heer Ceder zelfook al aan. Het inwilligen van zo’n verzoek moet je natuurlijk wegen tenopzichte van de beschikbare capaciteit en ten opzichte van het doel van detbs-maatregel. Je wil mensen zorg geven, je wil dat dat op een hoogbeveiligingsniveau gebeurt, want dat is nodig bij mensen die tbsopgelegd krijgen, en je wil kijken waar iemand gaat resocialiseren. Hetmooiste en het belangrijkste is, denk ik, om te kijken hoe we zorgen dat diteen goede plek krijgt binnen dat programma. Een echte tbs-kliniek zoalsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113825 we die in Nederland kennen, daar is de schaal eigenlijk te klein voor endaar zijn de aantallen misschien ook te klein voor. Maar je moet wel kijkennaar het allerhoogste beveiligingsniveau van forensische zorg die nodigkan zijn, ook op de BES- en CAS-eilanden. Ik denk dat dat een van debelangrijkste aspecten is. We moeten dus niet alleen zeggen: we gaandaar laagdrempelige ambulante forensische zorg organiseren. We moetenook kijken naar welke voorzieningen we met elkaar moeten hebben omook tegemoet te komen aan de gevallen die normaal gesproken misschienook wel in het Europese deel van Koninkrijk voorkomen.Tegelijkertijd zien we dat we de verzoeken hier ook moeilijk kunneninwilligen, omdat we allereerst zelf ook met tekorten zitten. Maar het gaatook over de grondslag: wat moet de tbs uiteindelijk bereiken? Die moetook bereiken dat iemand weer kan terugkeren naar de samenleving, hetliefst natuurlijk daar. Daarom zou ik dit heel graag meenemen in hetprogramma. Die toezegging wil ik dus zeker wel doen. Het gaat niet zozeerover wat we in de tussentijd doen. In de tussentijd beoordeel ik het op zijnmerites en zijn dit de onderdelen die ik daarin meeneem. Maar weet dat ikhet programma zo breed inricht als ik nu toelicht. Ik kijk namelijk naar water op welk beveiligingsniveau nodig is. Daarbij kijk ik ook naar wat ernodig is binnen de tbs-capaciteit.De voorzitter:Meneer Ceder, tot slot.De heer Ceder (ChristenUnie):Tot slot. Ik ben in ieder geval blij met deze toezegging. Ik ben nog welzoekende naar hoe we momenteel moeten omgaan met de situatie waarindergelijke personen vrije toegang tot Nederland hebben. Dat is een van deaspecten waar het voor mij om gaat. Mijn vraag is of de Staatssecretarisook zou kunnen toezeggen te verkennen – misschien kan dit juridischhelemaal niet – en de Kamer erover te informeren, of dergelijke mensendoor middel van signalement, of op welke wijze dan ook, bij de Neder-landse grens geweigerd kunnen worden. Dit raakt namelijk ook aan denationale veiligheid van Nederlanders. Dit vraag ik in afwachting van hetproject, waarbij ik de afwegingen van de Staatssecretaris ook goedbegrijp.De voorzitter:De Staatssecretaris tot slot op dit punt.Staatssecretaris Van Bruggen:Ik kan dat nu inderdaad niet zo voor u oplepelen, maar ik kan het weltoezeggen. Dat doe ik ook graag, want ik denk dat het belangrijk is om teweten op welke gronden we dat wel of niet zouden kunnen en willendoen.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik had hier ook een vraag over. Mijn vraag was: waar staan we op ditmoment? Ik vind het antwoord dat de Staatssecretaris gaf niet gerust-stellend. Daar kan deze Staatssecretaris niets aan doen, maar ik volg hetonderwerp al langer, ook vanuit mijn ggz-portefeuille hier. We weten aljarenlang dat er capaciteitsproblemen zijn en dat de hulp aan mensen meteen verslaving of met psychische problematiek niet op orde is. Er wordtook al jaren door de Kamer gevraagd om verbetering. We weten allemaaldat als je hulp niet op orde brengt, dat kan leiden tot ernstige delicten,soms met ernstige slachtoffers. Als ik de brief van de gezagsdragers van9 februari dit jaar lees, zie ik dat zij aangeven dat de basispolitiezorg noghelemaal niet op orde is. Zij geven aan dat er concrete aanwijzingen zijndat de noodhulp soms te laat is gekomen. Dat vind ik best zorgwekkendeontwikkelingen. Nogmaals, deze Staatssecretaris heeft haar portefeuilleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113826 natuurlijk geërfd van haar voorgangers, maar mijn vraag is wanneer wenu echt wat gaan zien. Wanneer wordt er echt tegemoetgekomen aan aldie zorgen van de Kamer, de mensen op de eilanden zelf en de gezags-dragers, en wanneer kunnen we concrete resultaten verwachten? Watverwacht deze Staatssecretaris ons op korte termijn te kunnenaanleveren?Staatssecretaris Van Bruggen:Ik begrijp de oproep van mevrouw Westerveld heel goed. Het is een kopievan wat we in Nederland zien ten aanzien van hoe de ggz en de foren-sische zorg hand in hand gaan en misschien wel een waterbedeffectkennen. We moeten ervoor zorgen dat we de ggz op orde hebben enbrengen, voor het geval dat het echt niet nodig is dat mensen in deforensische zorg terechtkomen. Ik ben daarover veel in overleg met mijncollega-bewindspersoon die verantwoordelijk is voor de ggz. Ik denk dathet ook belangrijk is om mee terug te nemen dat dit een ontzettendbelangrijk aspect is voor de Cariben en dat zij dit ook goed op haarnetvlies heeft. Ik ben er overigens van overtuigd dat ze dat ook heeft,maar ik wil best toezeggen dat ik dat actief bij haar onder de aandacht zalbrengen.Het klopt dat ik een portefeuille erf, net als alle bewindspersonen van allevoorgaande jaren. Hoeveel jaren gaan we terug? Maar we weten in iedergeval waar we nu staan. Dit is de situatie waar we nu staan. Er liggenverschillende rapporten. Er zijn eerder verschillende ambities uitge-sproken en nu ook weer door deze Minister en deze Staatssecretaris. Wijzeggen: zo snel mogelijk, zo smart mogelijk en zo uitvoerbaar mogelijk.Die laatste vind ik ook een hele belangrijke als het gaat over de BES- enCAS-eilanden. We kunnen namelijk wel hele hoge ambities hebben, maarals we de mensen niet kunnen vinden of uiteindelijk niet kunnen leveren,is het ook een teleurstelling. Daar moeten we echt voor zien te waken.Mijn plan is dat ik de voortgang die we maken op de agenda forensischezorg terug laat komen in de brief die u altijd ontvangt vanuit het JVO, hetvierpartijenoverleg. Daarin kan ik aangeven waar we staan met dezeagenda, welke prioritering er wordt aangebracht, en welke termijnen wewel en niet van elkaar kunnen verwachten. Ik denk dat dat een plek zoukunnen zijn. Het zou mijn voorstel zijn om het daarin terug te laten komen.De voorzitter:Mevrouw Westerveld, dan meneer Mathlouti. We moeten we wel eenbeetje tempo gaan maken.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dat begrijp ik, voorzitter. Mijn vraag is de volgende. Ik ben in ieder gevalblij met de urgentie die ik hoor in het antwoord van de Staatssecretaris. Ikben nog wel op zoek naar wat er concreet gaat gebeuren. In het coalitieak-koord staat dat Nederland zich blijft inspannen en dan staan er een aantalonderwerpen waarin ik niet «zorg» of «forensische zorg» lees. Mijnoproep aan de Staatssecretaris zou dus zijn om dit echt op te pakken methaar collega’s van VWS. Vanuit de Kamer gaat binnenkort een delegatievan de commissie VWS naar de eilanden toe. Ik denk dat dit onderwerpook in die debatten terugkomt. Ik hoop dat de Staatssecretaris dit ook kanoppakken met haar collega’s in het kabinet, omdat het coalitieakkoord opdit punt nog best wel vrijblijvend lijkt.Staatssecretaris Van Bruggen:In mijn ervaring zitten we wat dat betreft absoluut op dezelfde pagina metmijn collega-bewindspersoon op VWS. Het is goed om te horen dat ookeen delegatie van de Kamer een bezoek gaat brengen. Ik denk dat hetontzettend belangrijk is om te zien en te constateren hoe de ggz georgani-seerd is. We zetten alle zeilen bij om ervoor te zorgen dat ggz en foren-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113827 sische zorg hand in hand gaan en dat we de mensen op de juiste plekkende zorg bieden die nodig isDan het programma, dus het plan dat we maken. Die programmamanageris net aangesteld. We zullen dus weer wat tijd, ruimte en geduld moetenhebben. Tegelijkertijd weten we natuurlijk zelf ook wel wat er op deagenda staat en moet staan. In het eerstvolgende verslag – volgens mijkomt dat na de zomer – neem ik graag een eerste beeld mee van het plan.De heer Mathlouti (D66):Volgens mij worden er terecht interruptiedebatjes gehouden over detekorten in de forensische zorg. Het antwoord van de Staatssecretaris steltin die zin gerust dat het beeld over die tekorten echt wel duidelijk is. Datproefde ik, eerlijk gezegd, net ook in de beantwoording van de Minister opvragen over politiecapaciteit en de tekorten daar. Ik begreep het eerste,terughoudende antwoord in die zin dat we eerst het rapport van de Raadwillen afwachten, dan met een kabinetsreactie komen en pas daarna,eventueel, met een plan, als er aanknopingspunten zijn. Tegelijkertijdmerk ik in de beantwoording ook dat we dat beeld van de tekorten weldegelijk kennen, ook omdat er bijvoorbeeld 30 miljoen aan detentiecapa-citeit wordt ingezet en gezien het antwoord zojuist ten aanzien vanforensische zorg. Ik zou echt een toezegging willen om dat beeld zo snelmogelijk met ons te delen. Hoe zien die tekorten eruit? Wat zijn precies debevoegdheden en verplichtingen? Wat is daarvoor qua menskracht nodig?Staatssecretaris Van Bruggen:Ik sluit heel graag aan bij de beantwoording die de Minister hier zojuistover heeft gegeven. Daar geven we zo snel mogelijk een beeld over.De heer Mathlouti (D66):Maar als «zo snel mogelijk» de volgorde is die de Minister net aangaf, duseerst een rapport, dan de kabinetsreactie en dan mogelijk een antwoord,dan volg ik dat niet. Dat beeld kan echt al eerder gegeven worden.Staatssecretaris Van Bruggen:Zonder al te veel in detail te willen treden, want ik begrijp heel goed waarD66 naar op zoek is, vind ik het ook wel belangrijk om er zorgvuldig meeom te gaan. We hebben een belangrijke opgave om de capaciteit op ordete krijgen, te hebben en te houden op de BES- en CAS-eilanden. We willengoed kijken wat er nodig is. Je kunt eigenlijk niet de aantallen los zien vande opgave, laat ik het zo zeggen. Ik zou het wel zorgvuldig willen doen. Ikdenk ook dat de Minister daar een heel passend antwoord op gaf. Wegeven zo spoedig mogelijk inzicht in waar die tekorten zijn. We zullen datook in relatie brengen met de plannen die we hebben, juist op dieverschillende onderdelen. Ik denk dat we dan zorgvuldiger zijn. Als heteen toezegging kan zijn aan de heer Mathlouti om het op deze manier tedoen, dan doe ik dat met liefde. Ik kijk ook even naar de Minister. Dat is demanier waarop we dat zouden willen doen.De heer Mathlouti (D66):Dat kan een toezegging zijn als dat bijvoorbeeld voor de zomer kan – ikdenk echt dat dat kan – maar de volgorde die de Minister net toelichtte, isecht onvoldoende. Ik wil niet flauw worden door hier schriftelijke vragenover te stellen of te proberen om dit af te dwingen via een motie. Ik denkecht dat we al heel ver zijn. Ik hoop echt dat u die toezegging kan doen.Staatssecretaris Van Bruggen:Die toezegging kan ik doen. Het kan voor de zomer.De voorzitter:Dan gaat de Staatssecretaris verder. Waar was u gebleven?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113828 Staatssecretaris Van Bruggen:Ik was bij het blokje overig.De voorzitter:Prima, dat gaat goed.Staatssecretaris Van Bruggen:Daarin zitten de vragen over de kansspelen. Dat is best wel technisch:waar houdt onze verantwoordelijkheid op in Curaçao? De heer Van denBrink en de heer Ceder hebben daar vragen over gesteld. In hoeverreworden Nederlandse onlinegokkers beschermd door Curaçao en wordtkennis gedeeld vanuit Europees Nederland, ook met betrekking tot deEuropese regelgeving rondom onlinekansspelen? Zijn er al resultatenbekend van het aantal Nederlandse onlinegokkers sinds de legalisering?Hoe verloopt de bescherming van gokkers tegen verslaving?In het kader van het landspakket – in 2024 is de landsverordeningaangenomen; daar heeft u beiden aan gerefereerd – adviseert Nederlandhet land Curaçao over het versterken van de rechtsstaat door hetmoderniseren van de kansspelregelgeving. Voorbeelden zijn het inrichtenvan een onafhankelijke toezichthouders, zoals wij die hier kennen vanuitde Ksa, en verplichten dat onlinekansspelaanbieders zich houden aan deeigen regelgeving en die van andere landen, zoals de Nederlandseregelgeving. Dit heeft geleid tot bijna geen illegaal aanbod in Nederlandvanuit Curaçao sinds 2025. Daar zijn dus grote stappen in gezet.Echter, Nederlandse spelers komen daardoor nu niet meer in aanrakingmet het Curaçaose spelaanbod; dat is nu naar Costa Rica opgeschoven.De illegale diensten worden vanuit Costa Rica aan Nederland aange-boden. Je ziet dus dat dit echt een globale kwestie is, om het maar evenzo te zeggen, waarbij Costa Rica nog minder binnen ons bereik ligt danCuraçao. Het heeft in ieder geval geholpen dat we al onze kennis metCuraçao hebben kunnen delen en er vanaf 2025 dus bijna geen illegaalaanbod meer aangeboden wordt in Nederland vanuit Curaçao.Bescherming van burgers tegen gokschade is een speerpunt van hetkansspelbeleid. Ik ben voornemens om de regels voor aanbieders met eenNederlandse vergunning aan te scherpen in het kader van de zorgplicht eneen meerjarenagenda gokschadepreventie vast te stellen. We hebben hiermet uw Kamer op 24 juni een commissiedebat over. Ik zou het heel mooivinden om ook dit onderdeel daarin mee te nemen.Voorzitter. De vraag van mevrouw Westerveld gaat over de start van hetjuridisch loket: kan de Kamer periodiek gerapporteerd worden over devoortgang van het juridisch loket? De verwachting is dat de dienstver-lening vanuit de stichting voor rechtshulp en gelijke behandeling voor dezomer van 2026 op gang komt. In mei is de opening voorzien. Het zounatuurlijk fantastisch zijn als dat samenvalt met uw bezoek, maar datzouden we moeten onderzoeken. Ik zal uw Kamer periodiek rapporteren.Ik wil dit graag meenemen in de rapportage over de BeleidsagendaCaribisch Nederland 2026–2030.Dan de vraag van de heer Ceder. Er is sprake van verschillen in wetgevingmet betrekking tot het wel of niet standaard achter gesloten deurenbehandelen van jeugdstrafzaken. Kan er op korte termijn een wetswij-ziging worden verwacht om de wetgeving gelijk te trekken? Ik kan datbezien in het licht van de uitkomsten van het onderzoek dat momenteelloopt in opdracht van het WODC naar de werking van het jeugdstrafrechtop de BES-eilanden. Over de resultaten van het onderzoek kan ik deKamer naar verwachting in de tweede helft van dit jaar informeren. Daarloopt een onderzoek naar. Ik zou graag in het licht van de uitkomsten vandat onderzoek dit onderdeel meenemen.De voorzitter:Mij wordt ingefluisterd: is dit een toezegging?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113829 Staatssecretaris Van Bruggen:Wat mij betreft wel. We willen die verschillen in wetgeving natuurlijkmeenemen. Dat komt waarschijnlijk ook uit de uitkomsten van hetWODC-onderzoek. Als u wilt dat ik, op het moment dat die uitkomsten erzijn, specifiek aandacht vestig op dat het goed en voldoende is meege-nomen, en op de vraag of we dat ook gaan doen, dan zeg ik dat van hartetoe.De heer Ceder (ChristenUnie):Het gaat me om het tweede. Ik vraag om een toezegging omdat het danvastgelegd wordt en de terugkoppeling dus daadwerkelijk plaatsvindt. Omdie reden zou ik het wel willen noteren. Het gaat me voornamelijk om hettweede. Het eerste acht ik vanzelfsprekend. Volgens mij wordt hetmeegenomen in de brief die in de tweede helft van het jaar verschijnt.Staatssecretaris Van Bruggen:Dat komt terug in het kader van de beleidsreactie op het onderzoek. Ja,oké, dan begrijpen we elkaar goed. Dank u wel.Dan de vraag over de Awb voor de BES. Die is gevraagd door mevrouwWesterveld en de heer Ellian. Het kabinet streeft ernaar het wetsvoorstelin de tweede helft van deze kabinetsperiode aan de Tweede Kamer aan tebieden. Dat is mijn antwoord. Dat gaat dus best vlot. Voor eenwetsvoorstel van deze omvang is dat ook best heel snel, als je je realiseertdat wij over onze eigen Awb twintig jaar hebben gedaan. De voorbe-reiding geschiedt in samenwerking met de BES-eilanden. Dat moetzorgvuldig gebeuren. Dat vergt tijd. Het moet uitvoerbaar zijn, zoals ik netook al zei. Wat we hier maken, moet daar ook uitvoerbaar zijn. Deimplementatie van de wet blijft de verantwoordelijkheid van de openbarelichamen. Er is breed gedragen behoefte aan deze wet. Ze zijn dan ooknauw betrokken bij de voorbereidingen op het wetgevingstraject. In hetlicht van wetgeving bezien, zeker omvangrijke wetgeving als deze, gaathet dus vlot.Dat was de laatste vraag van de beantwoording.De heer Tijs van den Brink (CDA):Het ging net iets te snel. Ik denk dat ik het antwoord heb gemist, maar ikstel de vraag toch nog even: zijn er resultaten bekend van het aantalonlinegokkers sinds de legalisering?Staatssecretaris Van Bruggen:Een verhelderende vraag: in Curaçao of in Nederland?De heer Tijs van den Brink (CDA):Beide.De voorzitter:Beide staan op de agenda.Staatssecretaris Van Bruggen:Ik zou willen zeggen: we kijken er even naar voor de tweede termijn. Ik gakijken of ik daar een zorgvuldig antwoord op kan formuleren.De voorzitter:De bewindspersonen zijn aan het einde gekomen van hun termijn.Hebben de Kamerleden nog onbeantwoorde vragen? Ik denk het niet. Dangaan we naar de tweede termijn, als u daar klaar voor bent, collega’s. Ikbegin bij meneer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113830 Ik hou het kort. Ik had natuurlijk een aantal vragen, die ook in toezeg-gingen in de tijd zijn geplaatst. Ik zal de reactie van het kabinet op diepunten afwachten.Ik denk dat er nog wel een aantal zaken zijn waar wat uitspraken van deKamer over nodig zijn. Ik zou dus een tweeminutendebat willenaanvragen.De discussie rondom drugs in het Koninkrijk an sich vind ik belangrijk.Rondom gokken zijn een aantal antwoorden gegeven, maar ook daaroververlang ik wat Kameruitspraken. Ik heb geen openstaande vragen meer,gezien al is toegezegd dat er nog een antwoord op komt. Ik zou om diereden dus wel een tweeminutendebat willen aanvragen.Ik wens de bewindspersonen veel succes.De voorzitter:Die aanvraag noteren we. Mevrouw Schilder.Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):Voorzitter, dank. Ik wil de bewindspersonen danken voor de beant-woording. Ik wil wel aangeven dat ik ook in dit debat wel weer een beetjede vrijblijvendheid voel met betrekking tot de samenwerking met deeilanden. Daarmee wil ik niet zeggen dat je maar dwang op moet leggen,natuurlijk. Maar als je per jaar twee vergadermomenten hebt, zonder echtconcrete doelstellingen, dan los je grote problemen niet op. Ik bedoelbijvoorbeeld de toe- en aanvoer van drugs of de verouderde of ontbre-kende wetgeving. Het duurt maar. Ik hoop dat de dingen die goed gaan,zoals het opleiden van politieagenten, niet stil komen te liggen na detrainingen die dit jaar nog worden aangeboden. Ik zou het liefst willen datdie vrijblijvendheid er een beetje vanaf gaat en dat we structuur brengenin de samenwerken, met smart-doelen en plannen voor hoe we dingengaan oplossen. Ik zal daar dan ook schriftelijke vragen over stellen. Ik denkdat ik daar wel uitkom met mevrouw Westerveld.Dank u wel.De voorzitter:Oké. Meneer Mathlouti.De heer Mathlouti (D66):Voorzitter, dank. Dank aan de bewindspersonen, ook van de kant van D66,voor de beantwoording. Ten aanzien van relationeel geweld: het is mooidat het meld- en adviespunt echt zijn vruchten afwerpt. Ik ben het met deMinister eens: we hopen natuurlijk dat die meldingen op nul komen, maarzolang het er is, is het goed dat mensen zich melden en dat ze daartoe demogelijkheid hebben.Dank voor de toezegging om terug te komen op de tekorten. Ik ben hetmet mevrouw Van Bruggen eens dat zorgvuldigheid daarbij heel erg telt.Voor de rest heb ik geen inhoudelijke punten. Ik zag wel dat het laatstedebat alweer twee jaar geleden is. Dat is echt heel lang geleden. Daar zijnwe natuurlijk zelf bij als commissie, maar wat mij betreft gaan we dit echtvaker doen, minimaal één keer per jaar.Dank.De voorzitter:Ik denk dat dat een hele terechte constatering is. Tijdens dit debat kwamook in mij op: ik ben met de vorige commissie op Bonaire en Curaçaogeweest. Dat is heel verhelderend. Natuurlijk kunnen we er geengewoonte van maken om daarnaartoe te gaan, want we moetenzorgvuldig omgaan met de budgetten die we hebben. Maar daar degevangenis zien, of Jong Bonaire of het Korps Politie Caribisch Nederland,is toch wel vrij relevant. Maar goed, dat geef ik even mee als – wie ben ik?– invallend voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113831 Meneer Van den Brink.De heer Tijs van den Brink (CDA):Ik zal het kort houden. Ik was vergeten te vertellen dat ik mevrouwStraatman vervang vandaag. Ik heb dus veel geleerd.De voorzitter:Dat mag u niet vergeten te vermelden, nee.De heer Tijs van den Brink (CDA):Dat is het geval. Ik heb één aanvullende vraag aan de Minister. Die gaatmet name over drugs. U zei: het is een doorvoerhaven. Aan de anderekant had u vooral successen te melden over hoeveel cocaïne er is gepakt.Mijn vraag is: hebben we voldoende zicht en grip op wat er via deeilanden in onze richting komt qua drugs?De voorzitter:Mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik was ter voorbereiding op dit debat – ik heb weer heel veelnieuwe dingen geleerd – de beleidsagenda aan het doornemen. Toen zagik de lange lijst met wetten die aangepast moeten worden. Ik moest toeneven terugdenken aan een amendement dat ik zelf in 2023 heb ingediendop de Gezondheidswet. Dat was een taalkundig amendement, omdat inhet Caribische deel van Nederland nog steeds ggz-instellingen werdenaangeduid als «krankzinnigengestichten». Dat lijkt misschien alleen ietstaalkundigs, maar het zegt er dus ook iets over dat wetten daarin nog echtachterblijven. Wat mij betreft zou er echt urgentie moeten zijn bij hetaanpassen van wetten. Ik weet natuurlijk niet precies de inhoud daarvan,maar het zegt al veel dat we in 2023 in ieder geval op het gebied van ggznog steeds zulke andere termen gebruiken in de wet. Ik wil hierbij dusvooral de oproep doen tot urgentie en snelheid en tot concreet worden.Volgens mij willen deze bewindspersonen dat wel, maar tegelijkertijd hoorik hier ook een aantal onderwerpen voorbijkomen die we al best wel langbespreken in de Tweede Kamer en lees ik nog te weinig over wat er echtconcreet gaat gebeuren, met afrekenbare doelen. Het lijstje met vragen ensuggesties kunt u zeker van ons verwachten.De voorzitter:Dank.Namens de VVD dank ik uiteraard de bewindspersonen voor hunbeantwoording. Het is goed dat we dit debat hebben. Er valt veel tezeggen over detentie. Ik denk dat ook ik in het tweeminutendebat eenrichting zal willen geven aan hoe we detentie daar nou vormgeven. Het isniet alleen maar de lusten; je moet de verantwoordelijkheid dan ookwillen nemen.Het vorige debat hierover was twee jaar geleden. Volgens mij heeft daarin de tussentijd een verschrikkelijke moord plaatsgevonden op eenmedewerker van de KMar, de Koninklijke Marechaussee. Ik weet dat dateen enorme impact heeft op het eiland en op de medewerkers van deKMar daar, dus ik denk dat het misschien ook goed is als de Ministervanuit hier namens iedereen ons medeleven wil overbrengen.Ik kom op de KMar omdat ik me bedacht dat ik daar niet naar gevraagdhad, maar dat die wel superbelangrijk is, want zij bewaken natuurlijk ookonze buitengrenzen. In de stukken zag ik dat de capaciteit van de KMardaar ook wel echt onder druk staat. Ik ben benieuwd of de Minister daariets over kan zeggen en of er nog iets ingezoomd kan worden opintegriteit. Ik bedacht me net dat dat niet echt benoemd is, maar dat is opde eilanden natuurlijk een supergroot vraagstuk, want iedereen kentTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113832 elkaar. Iemands zwager is weer de neef van de buurvrouw en zo. Dat isnatuurlijk van belang als je elkaar scherp wil houden, ook als het gaat omstatelijke actoren. Volgens mij heeft China veel interesse in dingenopkopen en proberen te beïnvloeden. Ik ben benieuwd of de Minister daarnog iets over kan zeggen.Okido. Kunnen jullie meteen antwoorden? Dat is het geval. Dan gaan wemeteen naar de Minister luisteren.Minister Van Weel:Allereerst dank voor al uw vragen en voor het debat. Ik was bij dat laatstedebat, dus dat was in ieder geval in het najaar van 2024, nog geen tweejaar geleden. Desondanks denk ik dat het inderdaad goed is om hieroverregelmatig van gedachten te wisselen en dat ook te doen op basis vanconcrete plannen en voornemens. In die zin zie ik wel uit naar dat trajectsamen met uw Kamer.Waar het gaat om drugs: je weet nooit wat je niet weet. Dat is eenkenmerk van de georganiseerde criminaliteit. Die probeert altijd te zoekennaar de weg van de minste weerstand om hun handel, die onvermijdelijkis, voort te zetten. Met betrekking tot Aruba noemde ik een stijging van decocaïneprijs. Dat is een hele goede indicatie van schaarste, want uitein-delijk is het gewoon marktwerking. Dat hebben we in Europa in iedergeval nog niet voor elkaar weten te krijgen. Hier daalt de prijs nog steeds.In die zin is het dus wel duidelijk dat je vanwege de karakteristiek van deeilanden meer kan doen dan bijvoorbeeld hier op het vasteland vanEuropa en dat je dat ook sneller kan doen. Dat stimuleert om in diewarrooms te kijken hoe dat ook op de andere eilanden kan wordenbereikt. Ik kan niet uitsluiten dat drugs nog steeds deze eilanden weten tebereiken en dat ze ook doorgevoerd worden, maar als we dieweerbaarheid verhogen, ook bijvoorbeeld in de haven van Curaçao, danhelpt dat wel.Met betrekking tot de integriteit zijn er processen in place, net zoals we diehier hebben, om onderzoek te doen naar integriteit. Waar het gaat omgevoelige functies, is er ook sprake van screening. Denk bijvoorbeeld aande Kustwacht op de eilanden of aan politiefunctionarissen. Er zijnnatuurlijk mechanismes om corruptie waar die gevonden wordt ook tevervolgen en te bestraffen. Daar zijn legio voorbeelden van, ook op deeilanden. Er zijn meerdere politici die daar op dit moment een gevange-nisstraf uitzitten. Helaas, zeg ik daarbij. Ik denk dat een teken is dat deeilanden corruptie en integriteit zelf serieus nemen.Voorzitter. Tot zover, denk ik. Nogmaals: ik kijk uit naar een volgend debat.De voorzitter:Dank u wel. De Staatssecretaris.Staatssecretaris Van Bruggen:Voorzitter, dank u wel. We hebben even gezocht naar de cijfers die bekendzijn over het online gokken op Curaçao. Daar hebben we geen beeld van;het is aan het autonome land Curaçao om zelf de kansspeldeelname temonitoren. In Nederland is de monitoringsrapportage van de Ksa vorigeweek naar de Kamer gestuurd. Het blijkt dat het aantal gokkers stabili-seert. Het gaat om een kleine 800.000 mensen, waarvan het overgrotedeel speelt bij legale bedrijven en aanbieders. Graag ga ik er wel nader opin of ga ik er verder met elkaar over in gesprek bij het debat over dekansspelen. Ik denk dat dat een goed moment zou kunnen zijn.Dank, voorzitter. Dat was het voor mij.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113833 Okido. We hebben best een lijst van toezeggingen, dus die gaan we evendoornemen. Ik wil nog vragen of de Minister namens ons aan de KMarveel sterkte wil wensen, want ik weet dat de impact daar best wel grootwas.−De Minister zegt toe voor de zomer van 2026 schriftelijk terug te komenop de gestelde vragen over drugs en drugsbeleid en op het mandaatvan de coördinator tegen mensenhandel.Ik kijk even of dat voor iedereen zo akkoord is. Ik zie geen bewegingen,dus dan is het goed.−De Minister zegt toe de planning van wetten zoals genoemd in deBeleidsagenda Caribisch Nederland te concretiseren in de eerstvol-gende kwartaaloverzichten van wetgeving op het terrein van Justitieen Veiligheid.−De Staatssecretaris zegt toe te verkennen of mensen met eenveroordeling de toegang tot Nederland kan worden ontzegd en deKamer hierover te informeren.Wanneer kan dat?Staatssecretaris Van Bruggen:Na de zomer. Dat is natuurlijk een rekbaar begrip. «Na de zomer van2026» versmalt het al een beetje. Dat zou met het verslag van het JVOmee kunnen.De voorzitter:Met het volgende verslag van het JVO. Die brief krijgen we. Prima.−De Staatssecretaris zegt toe voor de zomer bij de Kamer terug tekomen op maatregelen ter bestrijding van de tekorten. Dat is eentoezegging aan de heer Mathlouti.Ik weet alleen even niet om welke tekorten dit gaat.De heer Mathlouti (D66):Dat klopt. Ik zie de Staatssecretaris knikken.Staatssecretaris Van Bruggen:Het was een gezamenlijke toezegging van mij en de Minister om hieropterug te komen.De voorzitter:Ja, maar even voor ons: de tekorten van wat?De heer Mathlouti (D66):De forensische politie.De voorzitter:Oké, tekorten in de keten; helder. Mevrouw Westerveld vraagt: zouden dietekorten uitgesplitst kunnen worden? Ik denk wel dat dat kan. Klopt dat? Ikzie de bewindspersonen knikken.−De Staatssecretaris komt in de beleidsreactie op het WODC-onderzoeknaar het jeugdstrafrecht ook terug op concrete acties ten aanzien vanwetswijzigingen.Wanneer komt die beleidsreactie? Q3? We doen Q3.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog een toespitsing. De heer Ceder noemde namelijk een paar heleconcrete voorbeelden waarvan ik weet dat die in deze commissie al weleerder zijn genoemd. Die gingen over verschillen. Worden die daarinmeegenomen?Staatssecretaris Van Bruggen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113834 Dat was ook in relatie tot het WODC-onderzoek dat nu loopt. Ik bennatuurlijk afhankelijk van de oplevering daarvan. Zo snel mogelijk daarnazal ik ook met een reactie hierop komen.De voorzitter:Prima. Zoals te doen gebruikelijk is, krijgen we eerst het rapport en daneen beleidsreactie. Volgens mij komt dat goed, beste mensen.De heer Ceder heeft een tweeminutendebat aangevraagd, dus dat gaanwe doorgeleiden naar de Griffie plenair.Ik kijk even rond. Volgens mij hebben we alles afgehandeld. Dan rest mijde bewindspersonen en hun ondersteuning te bedanken voor hunaanwezigheid. Ik dank de collega’s voor hun aanwezigheid, net als allegeïnteresseerden in de zaal en al diegenen die op andere wijze dit debathebben gevolgd. Onze eigen ondersteuning dank ik natuurlijk ook.Ik sluit de vergadering.Sluiting 12.17 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 113835

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b6b986a16e81e030

15 okt 2026 · 596ab94458822114

14 okt 2026 · c260d251f12b8e93

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.