Schriftelijk beantwoording van vragen gesteld tijdens de eerste termijn, gehouden op 4 februari 2025, over de Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties (Kamerstuk 35646) en reactie op amendementen
Brontekst
Versie 92ef6ce78a310bda · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202535 646Regels voor het inzichtelijk maken van donatiesontvangen door maatschappelijke organisatiesen tot het tegengaan van ondermijning doormaatschappelijke organisaties, alsmede totwijziging van het Burgerlijk Wetboek, deHandelsregisterwet 2007 en de Wet op deeconomische delicten in verband met hetdeponeren van de balans en de staat van batenen lasten door stichtingen (Wet transparantie entegengaan ondermijning door maatschappelijkeorganisaties)Nr. 29 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 14 maart 2025Op 4 februari jl. vond in uw Kamer het eerste deel van de plenairebehandeling plaats van het wetsvoorstel Wet transparantie en tegengaanondermijning door maatschappelijke organisaties (hierna: Wtmo). Hetdebat werd na de eerste termijn van de zijde van de Kamer geschorst. UwKamer heeft mij verzocht om, voorafgaand aan hervatting van het debat,een brief toe te zenden waarin ik vragen die in de eerste termijn aan mijzijn gesteld schriftelijk beantwoord en waarin ik met name ook reageer opde verschillende amendementen die tot nu toe zijn ingediend op hetwetsvoorstel. Met de voorliggende brief geef ik invulling aan dezeverzoeken.In het onderstaande ga ik eerst in op het doel en aanleiding van de Wtmo,mede gelet op de vragen die hierover door verschillende fracties van uwKamer zijn gesteld. Vervolgens bespreek ik in algemene zin enkele anderethema’s waarover tijdens de eerste termijn meerdere vragen zijn gesteld,te weten:1.de gevolgen voor het maatschappelijk middenveld, met name op hetterrein van de administratieve lasten;2.het verzoek om donatiegegevens en de rol van de burgemeesterdaarbij; en3.het in artikel 4a Wtmo opgenomen handhavingsinstrumentarium.Per genoemd thema bespreek ik de amendementen die betrekking hebbenop het desbetreffende onderwerp. Tot slot ga ik in op de amendementendie niet specifiek tot een thema behoren en op het in het regeerpro-gramma aangekondigde «slimme verbod» op ongewenste buitenlandse kst-35646-29ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 291 financiering. In de bijlage bij deze brief beantwoord ik, per thema, beknoptde overige vragen. Ik houd mij uiteraard beschikbaar om in het vervolgvan de behandeling verdere vragen vanuit uw Kamer te beantwoorden.1. Aanleiding en doelstelling van de Wtmo De Wtmo kent een veelbewogen aanleiding die goed illustreert datverschillende kabinetten en coalities, met steun van veel fracties in uwKamer, grote zorgen hadden en hebben over de mogelijke ongewenstebeïnvloeding van maatschappelijke organisaties (hierna ook: organisaties)via geldstromen.Het wetsvoorstel geeft uitvoering aan:1.Het regeerakkoord uit 20171 en het coalitieakkoord «Omzien naarelkaar, vooruitkijken naar de toekomst» uit 2021;22.Het huidige hoofdlijnenakkoord en regeerprogramma, waarin isaangegeven dat behandeling van de Wtmo wordt voortgezet;33.De motie Omtzigt/Lodders waarin de regering is verzocht om eenvoorstel te doen voor een verplichting voor bepaalde stichtingen omeen jaarrekening te deponeren;44.De motie Becker c.s. waarmee de regering is verzocht om te voorzienin een handhavingsinstrumentarium om bepaalde geldstromen tekunnen aanpakken.5De achterliggende gedachte bij de voornoemde regeerakkoorden enmoties is dat buitenlandse financiering van onze maatschappelijkeorganisaties een risico kan vormen voor onze rechtsstaat en open maniervan samenleven. Beïnvloeding via geldstromen is onwenselijk, wanneerdit leidt tot wetsovertredingen of ondermijnend gedrag. Dit zet onzerechtsstaat onder druk, vergroot polarisatie en verdeeldheid, leidt totaantastingen van onze openbare orde en legt daarmee een grauwsluierover voor ons belangrijke waarden, zoals gelijkheid, vrijheid, respect,tolerantie en empathie. Precies dit raakt de kern van dit wetsvoorstel. Deregering wil met de Wtmo meer instrumenten en handelingsperspectiefbieden voor het tegengaan van de risico’s op onwenselijke beïnvloedingvia geldstromen.In het eindverslag van de Parlementaire ondervragingscommissie naarongewenste beïnvloeding van maatschappelijke en religieuze organisatiesuit 2020 is gesignaleerd dat er, met name vanuit Golfstaten via hetsalafistische gedachtegoed, sprake was van ongewenste beïnvloeding alsgevolg van buitenlandse geldstromen naar instellingen in Nederland.6 Ditbeeld is sinds het uitkomen van het eindverslag in 2020 de afgelopenjaren gewijzigd. Zo concludeert de NCTV in Dreigingsbeeld TerrorismeNederland (DTN) 58 dat de dreiging voor de democratische rechtsorde dieuitgaat van de salafistische beweging als geheel, verminderd is.7 Eenmeer pragmatische koers lijkt binnen het salafisme aan aanhang tewinnen. Het jaarverslag 2023 van de AIVD onderschrijft deze gematigdekoers en beperkte dreiging vanuit de wahhabi-salafistische beweging enstelt dat de beweging in Nederland in 2023 nog nauwelijks werd gefinan-cierd of beïnvloed door geldschieters uit de Golfregio.8 Enerzijds doordat1Vertrouwen in de toekomst, Regeerakkoord 2017–2021, VVD, CDA, D66 en ChristenUnie,Kamerstukken II 2017/18, 34 700, nr. 34, bijlage, p. 4.2Coalitieakkoord 2021–2025, Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst, p. 27.3Zie p. 21 van het coalitieakkoord «Hoop, lef en trots». Zie p. 97 van het regeerprogramma.4Kamerstukken II 2017/18, 34 566, nr. 10.5Kamerstukken II 2020/21, 35 228, nr. 33 en Kamerstukken II 2020/21, 35 228, nr. 7.6Kamerstukken II 2020/21, 35 228, nr. 33.7Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 58, Kamerstukken II 2022/23, 29 754, nr. 678, p. 23–25.8Jaarverslag AIVD 2023, Kamerstukken II, 2023/24, 30 977, nr. 173, p. 10Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 292 organisaties beter in staat leken in eigen kring geld in te zamelen,anderzijds omdat donoren uit de Golfstaten minder geneigd zijn voorprojecten in Nederland te betalen. Daarnaast heeft Nederland in toene-mende mate te maken met ontwikkelingen die een dreiging vormen voorde democratische rechtsorde, vanuit onverdraagzaam, anti-democratischgedachtengoed vanuit extreemrechts en anti-institutioneel extremisme.Het wetsvoorstel kan een onderdeel zijn van een aanpak van ondermij-nende, onverdraagzame en antidemocratische boodschappen engedragingen.De aanvankelijke insteek van de Wtmo was om alle ruim 350.000 maat-schappelijke organisaties in ons land (met name stichtingen en vereni-gingen) te verplichten om jaarlijks een overzicht van alle donaties bovende € 4.500 te deponeren bij het door de Kamer van Koophandel aange-houden Handelsregister. Vanuit onder meer (belangenorganisaties van)maatschappelijke organisaties en de Afdeling advisering Raad van Stateheeft deze inmiddels verlaten benadering tot de nodige kritiek geleid.Deze kritiek zag onder meer op de verhouding tussen enerzijds het doel enbeoogde effect van de regeling en anderzijds de administratieve enandere lasten die de regeling voor met name maatschappelijke organi-saties zou meebrengen. Deze kritiek is eerder al ter harte genomen enheeft geleid tot verschillende bijstellingen van het nu voorliggendewetsvoorstel. Ik schets uw Kamer hieronder de hoofdlijnen van de nuvoorliggende regelingen, ook om mogelijke misverstanden over doel,strekking en verstrekkendheid van de Wtmo weg te nemen.Ik wil vooropstellen dat niet beoogd is om door middel van de Wtmonieuwe registratie- of administratieplichten voor maatschappelijke ofandere organisaties in te voeren om donaties bij te houden. Maatschappe-lijke organisaties hoeven voor een informatieverzoek met betrekking totdonaties, op grond van deze wet, niet meer of andere informatie teoverleggen dan informatie die ze nu al wettelijk verplicht zijn bij te houden(bijvoorbeeld op grond van bestaande regels over het voeren van eenadministratie en over jaarverslaggeving), of informatie die ze sowieso albeschikbaar hebben (zoals financiële informatie over de eigen bankre-kening). Ik hoop hiermee duidelijkheid te scheppen en ben desgewenstgraag bereid verder te kijken naar mogelijkheden tot verdere verduide-lijking. Ik kijk in dit verband welwillend naar voorstellen vanuit uw Kamer.In de Wtmo is niet voorzien in een meldplicht voor bepaalde (grotere)donaties. Dit betekent onder meer dat een organisatie geen anonieme ofcontante donaties in de collectebus, noch giften in natura bij bijvoorbeeldeen voedselinzamelingsactie hoeft te weigeren omdat de personalia vande donateur onbekend zijn. Bestuurswerk en de in natura uren-inzet vanvrijwilligers vallen niet onder het donatiebegrip Wtmo. Nadrukkelijk is nietbeoogd om vrijwilligerswerk en de geefbereidheid, de kurk waarop veelmaatschappelijke organisaties drijven, te ontmoedigen.De essentie van de Wtmo is wel om via een aanvullend slagvaardiginstrumentarium aan de burgemeester en het Openbaar Ministerie eenhandelingsperspectief te bieden ter voorkoming van aantasting van deopenbare orde of ondermijning van onze democratische rechtsstaat viadonaties. Hiermee wordt beoogd excessen te bestrijden, ter beschermingvan de pijlers van onze open, pluriforme en tolerante samenleving.Aangrijpingspunt voor de Wtmo is de vraag of het gedrag van eenmaatschappelijke organisatie een (dreigend) gevaar vormt voor deopenbare orde of het algemeen belang. Is dat niet aan de orde, danhebben de burgemeester en het OM geen juridische grondslag totingrijpen. Daarmee staat een individuele, organisatiegerichte benaderingcentraal, waarbij de herkomst van de gelden (binnenland of buitenland) erniet toe doet. Daarin ligt ook besloten dat dit wetsvoorstel – anders danTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 293 soms wel is geopperd – niet ziet op goedwillende, bona fide organisaties,zoals de lokale schaak-, zaalvoetbal- of padvindersvereniging en derge-lijke. Een organisatie die binnen de grenzen van de wet blijft, krijgt niet temaken met het handhavingsinstrumentarium van de Wtmo. Uitsluitendwanneer er sprake is van een (dreigend) gevaar voor de openbare orde ofhet algemeen belang, kunnen de burgemeester of het OM donatiege-gevens opvragen (o.a. geografische herkomst en omvang). Het gaat danom donatiegegevens waarover, zoals hierboven al is aangegeven, deorganisatie reeds op grond van bestaande wetgeving of uit anderenhoofde beschikt. Blijkt op basis van deze uitvraag dat er sprake vangrote(re) donaties, dan kunnen burgemeester of OM als vervolgstap ookde personalia van de donateur opvragen, voor zover de organisatiehierover beschikt. Hoe groter de giften, hoe groter het risico opongewenste beïnvloeding. De donatiegegevens die via de Wtmo kunnenworden opgevraagd moeten noodzakelijk zijn voor de taakuitoefeningdoor de burgemeester en het OM. Daarin ligt een belangrijke waarborgtegen willekeur van de inzet van het Wtmo-instrumentarium besloten.Wanneer we zien dat er een reëel risico bestaat op ondermijning van onzedemocratische rechtsstaat, dan moeten we ook kunnen doorpakken. Ookdaartoe bevat de Wtmo de nodige aanvullende instrumenten: via derechter kan een maatschappelijke organisatie bevolen worden bepaaldeactiviteiten te staken. Gelden van foute organisaties kunnen wordenbevroren en er kan een verbod worden opgelegd tot het ontvangen vanbepaalde donaties. Als sluitstuk komt dan nog de reeds bestaandemogelijkheid tot het verzoek om verbodenverklaring ex artikel 2:20Burgerlijk Wetboek in beeld. Dit is een pakket aan stevige maatregelen.Daarom staat ook in alle gevallen voor organisaties de gang naar derechter open, en kunnen bepaalde sancties en maatregelen alleen door derechter worden opgelegd.In het voorgaande is al ingegaan op het belang van het vinden van dejuiste balans tussen enerzijds het doel van de Wtmo (voorkomen enaanpakken van financiering van organisaties ten behoeve van ondemocra-tische en rechtsstaat ondermijnende activiteiten) en anderzijds deadministratieve en andere lasten voor organisaties. Ik wil voorkomen datmaatschappelijke organisaties onnodig of onevenredig last krijgen van hetpakket aan maatregelen dat met de Wtmo wordt ingevoerd. Een pakketaan maatregelen dat er juist ook toe strekt diezelfde organisaties tebeschermen tegen ongewenste beïnvloeding. Ook wil ik uiteraard geenafbreuk doen aan de geefbereidheid van goedwillende donateurs. Ik wilmet deze wet wel heel gericht kunnen ingrijpen bij die paar organisatieswaar er een probleem is of dreigt. Dus geen sleepnet, maar een goedgerichte harpoen.Het overgrote deel van de maatschappelijke organisaties in Nederlanddoet belangeloos fantastisch werk. Zij helpen bijvoorbeeld mensen innood, verrijken ons onderwijs- en cultuuraanbod, dragen bij aaninkleuring van onze diversiteit, zetten in op het behoud van ons cultureleerfgoed, zorgen voor een laagdrempelig verenigingsaanbod en stimulerenbijvoorbeeld wezenlijk de vooruitgang in onze gezondheidszorg. Dewebsite van Goede Doelen Nederland illustreert treffend het grotemaatschappelijk belang van de filantropische sector.9 De Wtmo moet juistook voorkomen dat de goede reputatie van al deze organisaties te lijdenkrijgt onder de incidentele excessen bij een enkele organisatie. Waar ophet politieke, religieuze of maatschappelijke spectrum zo’n organisatiezich bevindt, is daarbij irrelevant.9https://goededoelennederland.nl/.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 294 2. Gevolgen voor het maatschappelijk middenveld (administra-tieve lasten) Ik heb goed geluisterd naar de inbreng vanuit uw Kamer. Daarin proefdeik brede steun voor de doelstellingen van de Wtmo, maar hoorde toch ookzorgen over wat dit wetsvoorstel gaat betekenen voor het maatschappelijkmiddenveld, met name op het vlak van de administratieve gevolgen. Ikverduidelijk graag de verwachte administratieve gevolgen van hetwetsvoorstel. Naar mijn overtuiging zijn die voor maatschappelijkeorganisaties gering. Deze (geringe) administratieve gevolgen houdenverband met het gevolg geven aan een verzoek om inzage in donaties.Deze gevolgen doen zich alleen voor als de burgemeester, het OpenbaarMinisterie of een andere instantie een informatieverzoek doet. Deverwachting is dat zo’n verzoek slechts enkele malen op jaarbasis gedaanzal worden. Op dat moment moet de organisatie tot wie het verzoek zichricht de reeds bijgehouden gegevens bundelen en opsturen. Dat gaat omeen beperkte last qua tijd en kosten (geschat: 1 uur/45 euro per organi-satie). Een zeer beperkt aantal organisaties zal hiermee te maken krijgen.Zoals ik eerder in deze brief ook aangaf: het voorstel verplicht organisatiesook niet tot het bijhouden van meer (donatie)gegevens dan waartoe zij algehouden zijn op grond van bestaande wet- en regelgeving, of waaroverde organisatie al feitelijk beschikt (bijvoorbeeld doordat er per bankover-schrijving een donatie is gedaan). De benodigde tijd en kosten voor hetvoldoen aan de deponeringsplicht zijn eveneens beperkt. Deze doen zichuitsluitend voor bij stichtingen, en zijn geschat op ongeveer 25 minuten/6,25 euro per stichting.10In het voorgaande ben ik ook in meer algemene zin op de administratievegevolgen ingegaan, en de balans die daarbij gevonden moet worden. Ikben ervan overtuigd dat het kabinet samen met uw Kamer tot eengebalanceerde wet kan komen die niet onnodig ingrijpt op de vele goedemaatschappelijke organisaties die wij in Nederland kennen. In dat lichtben ik graag bereid om constructief te kijken naar een aantal voorgesteldeamendementen en andere voorstellen die uw Kamer heeft gedaan om deadministratieve lasten voor maatschappelijke organisaties verder tebeperken. Het gaat daarbij onder meer om de introductie van eendrempelwaarde voor donaties (of de mogelijkheid daartoe creëren via eenalgemene maatregel van bestuur, AMvB) waaronder geen informatie hoeftte worden gegeven over donaties en om verlenging van de termijnwaarbinnen organisaties de door burgemeester of OM gevraagdeinformatie moeten opgeven. Hieronder bespreek ik de amendementen dieop dit punt zijn ingediend.AmendementenHet amendement van het lid Diederik van Dijk (SGP) stelt voor om eendrempelbedrag van 15.000 euro in te stellen (nr. 13), terwijl het gewijzigdeamendement van de leden Van Nispen/Mutluer (SP, GL-PvdA) voorsteltom bij AMvB een drempelbedrag voor donaties in te stellen. Onder dit«drempelbedrag» hoeft geen informatie over donaties te wordenopgeleverd.Omdat beide amendementen samenhangen en elkaar in hun werkingkunnen versterken, bespreek ik deze graag samen. Een grens van € 15.000waaronder maatschappelijke organisaties niet gehouden zijn ominformatie over de donatie te verstrekken op grond van de Wtmo acht ikgoed voorstelbaar. Vergelijkbare grenzen komen wij ook al in andere10Zie paragraaf 7 (regeldrukkosten) van de memorie van toelichting. Dit betreft een inschattingvan de kosten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 295 wetten tegen. Deze grens kwam bovendien al voor in het allereerstevoorontwerp voor wat uiteindelijk de Wtmo werd en is ook in de memorievan toelichting bij het wetsvoorstel genoemd. Daarom acht ik een grensvan € 15.000 verdedigbaar. Daarbij lijkt het bovendien – conform hetamendement Van Nispen/Mutluer – wenselijk om in de Wtmo eengrondslag voor een AMvB op te nemen, om eventueel indexeringmogelijk te maken en om een voorziening te treffen voor het kunstmatigopknippen van donaties («smurfgedrag»). Zoals voorgesteld door hetamendement Mutluer/van Nispen, zou in zogenaamde «voorhang» vandie AMvB bij de Tweede Kamer kunnen worden voorzien. Ik geef beideamendementen oordeel Kamer aangezien beide amendementen opzichzelf genomen verdedigbaar zijn in het licht van de doelstellingen vanhet wetsvoorstel en het bereiken van een balans tussen enerzijds hettegengaan van ongewenste beïnvloeding en anderzijds administratievelasten voor maatschappelijke organisaties. Gelet op het feit dat beideamendementen feitelijk op hetzelfde doel zien, namelijk het aanbrengenvan een ondergrens, en daar elk op een eigen wijze invulling aan geven,geef ik de indieners in overweging om de amendementen samen tevoegen.Ik sta positief tegenover het subamendement van de leden Bikker enBecker op het amendement van het lid Van Dijk. Dit subamendementhoudt namelijk de reikwijdte van de Wtmo zoals deze is, maar biedtflexibiliteit om in het door het lid Van Dijk voorgestelde drempelbedrag tedifferentiëren en dit zo nodig op 0 te stellen bij zogenaamde «hoogrisico-landen». Volgens de toelichting kan daarbij onder meer worden gekekennaar de lijst van landen die op grond van artikel 8 van de Wet witwassenen terrorismefinanciering (Wwft) als hoogrisicolanden worden aange-merkt.11 Ik kan het subamendement oordeel Kamer geven.3. Informatieverzoek door de burgemeester De burgemeester vervult in de doelstellingen die we met de Wtmo willenbereiken een centrale spil in de Wtmo. Met het oog op de handhaving vande openbare orde, een van de kerntaken van de burgemeester die ook inartikel 172 van de Gemeentewet is opgenomen, krijgt de burgemeester opgrond van de Wtmo de bevoegdheid om donatiegegevens op te vragenbij organisaties die in zijn gemeente zijn gevestigd. Deze informatie kan deburgemeester vervolgens gebruiken om een beter beeld te krijgen vanbepaalde organisaties, waarover bijvoorbeeld via signalen uit de lokaledriehoek signalen tot hem komen die duiden op verstoring van deopenbare orde. De verkregen informatie kan de burgemeester vervolgensgebruiken bij zijn afweging om hem toekomende andere bevoegdheden inte zetten of andere beslissingen te nemen. Vanzelfsprekend legt deburgemeester over de eventuele inzet van deze bevoegdheid ominformatie op te vragen verantwoording af aan de gemeenteraad(artikel 180 Gemeentewet). Er zijn dus ook via de (lokale) politieke controlewaarborgen tegen onnodig, willekeurig of lichtvaardig gebruik van deinstrumenten op grond van de Wtmo11Dit artikel verwijst naar artikel 9 van de Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement ende Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voorhet witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU)nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EGvan het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (vierdeanti-witwasrichtlijn) (Pb L 141/73), op grond waarvan via een gedelegeerde handeling een lijstvan hoogrisicolanden wordt vastgesteld. Zie hiervoor Gedelegeerde Verordening (EU)2024/163 van de Commissie van 12 december 2023 tot wijziging van Gedelegeerde Veror-dening (EU) 2016/1675 wat betreft de schrapping van de Kaaimaneilanden en Jordanië aan detabel in punt I van de bijlage (Pb L 2024/163).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 296 Er zijn op dit thema verschillende amendementen ingediend, die ik in hetnavolgende bespreek.De rol van de burgemeesterZoals hiervoor aangegeven en toegelicht, is een belangrijk onderdeel vande Wtmo de bevoegdheid van de burgemeester om donatiegegevens opte vragen. De burgemeester heeft immers het beste zicht op de lokalesituatie, in het bijzonder op het terrein van de (lokale) openbare orde.Het lid Mutluer (GL-PvdA) stelt per amendement voor om voorafgaandaan de inzet van de bevoegdheid van de burgemeester om donatiege-gevens op te vragen bij maatschappelijke organisaties overleg te latenplaatsvinden door de burgemeester met het Openbaar Ministerie (nr. 22).De achterliggende gedachte van het amendement is dat voorafgaandoverleg met het OM kan helpen om het verzoek tot het doen vaninformatie zorgvuldig tot stand te laten komen. Bovendien kan het OM zelfbesluiten het betreffende verzoek te doen, wanneer het algemeen belangin het geding komt. Dit amendement vervangt het eerdere amendementom de rol van de burgemeester geheel te schrappen (nr. 16).Zoals aangegeven, vind ik het belangrijk dat de burgemeester, die hetbeste zicht heeft op de (lokale) openbare orde een verzoek kan doen tothet verstrekken van informatie. Tegelijk acht ik de voorgestelde oplossinggoed aansluiten bij de bestaande praktijk van het driehoeksoverleg. Hetdraagt bij aan een stroomlijning van gerichte inzet van bevoegdheden.Om die reden geef ik het amendement oordeel Kamer.Verder heeft het lid Mutluer voorgesteld om maatschappelijke organi-saties een recht te geven verzet aan te tekenen tegen een verzoek omdonatiegegevens te verstrekken, waardoor de burgemeester (of het OM)naar de rechter moet om een verzoek te laten bekrachtigen (nr. 17). Hetidee is dat hiermee kosten voor de maatschappelijke organisatie wordenvoorkomen, terwijl ook meer waarborgen worden geboden voorvoldoende rechtsbescherming. Hoewel deze laatste twee argumenteninvoelbaar zijn, moet ik het amendement toch ontraden. Het risico bestaatnamelijk dat maatschappelijke organisaties stelselmatig gebruik gaanmaken van de mogelijkheid om de verzoekende instantie naar de rechterte laten gaan, met alle kosten en vertraging van dien. Dat gaat ten kostevan de effectiviteit en van de zwaarwegende belangen die de Wtmo trachtte beschermen.De termijn waarbinnen donatiegegevens kunnen worden opgevraagdDe leden Bikker (CU) en Mutluer (GL-PvdA) stellen voor om de termijn diemaatschappelijke organisaties hebben om door burgemeester of OMopgevraagde informatie te verstrekken naar vier weken uit te breiden(nr. 25). Het amendement Mutluer geeft de mogelijkheid om de periodevan tien werkdagen op (gemotiveerd) verzoek van het bestuur van eenorganisatie met tien werkdagen te verlengen (nr. 21).Ik heb begrip voor de wens om de termijn te verlengen, om ervoor tezorgen dat het bestuur van de maatschappelijke organisatie voldoendetijd heeft om aan het verzoek te voldoen. Mijn voorkeur gaat uit naar hetamendement Bikker en Mutluer (nr. 25), om de periode van over debreedte te verlengen naar 4 weken. Dat geeft helderheid en voorkomt eenadministratieve stroom met verlengingsverzoeken tussen burgemeesteren de maatschappelijke organisatie. Om die reden geef ik hetamendement 25 oordeel Kamer en ontraad ik amendement 21.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 297 Donatiegegevens: beveiliging en bewaartermijnHet lid Six Dijkstra (NSC) heeft een amendement voorgesteld om bijAMvB regels te kunnen stellen over informatiebeveiliging bij maatschap-pelijke organisaties (nr. 23). Ik waardeer het dat wordt meegedacht overde wijze waarop (persoons)gegevens bij maatschappelijke organisatiesworden beveiligd. Ik wil het graag, conform de bestaande praktijk, aan demaatschappelijke organisaties zelf laten om hun beveiliging vanpersoonsgegevens op orde te houden. In de praktijk kan van eennoodzaak tot het verder stellen van regels blijken, bijvoorbeeld ompersoonlijke informatie te beschermen tegen datalekken. Tegelijk zal tezijner tijd moeten worden bezien of en zo ja op welke wijze aan dezebevoegdheid invulling wordt gegeven, waarbij in de afweging ook wordtbetrokken het belang van het beperken van de administratieve lastenwaarvoor vanuit uw Kamer eveneens terecht de nodige aandacht isgevraagd.12 In deze lezing kan ik het amendement oordeel Kamer geven.Het lid Bikker (CU) stelt voor om de bewaartermijn van donatiegegevensaan de kant van de burgemeester in de wet te wijzigen van 7 naar 5 jaaren deze gegevens jaarlijks laten te verifiëren (nr. 19). Met de termijn van7 jaar wordt aangesloten bij bestaande bewaartermijnen, zoals diebijvoorbeeld in de fiscaliteit gelden. Ik kan mij vinden in de wens om hetbewaren van persoonsgegevens zoveel mogelijk te beperken. Datgedeelte van het amendement kan ik dan ook oordeel Kamer geven. In hetjaarlijks verifiëren van gegevens zie ik evenwel geen meerwaarde, terwijlhiermee wel uitvoeringslasten gemoeid (kunnen) zijn voor burgemeesteren OM, en mogelijk van de betrokken maatschappelijke organisaties bijwie de gegevens geverifieerd zouden moeten worden. Doel van inzicht inde donatiegegevens is het kunnen analyseren op veiligheidsrisico’s, methet oog op bescherming van de openbare orde. Wanneer deze gegevenseenmaal zijn ontvangen, is de basis gelegd om de bedoelde analyse tekunnen verrichten. Een periodieke verificatie lijkt in dat licht geentoegevoegde waarde te hebben, waarbij bovendien de vraag opkomtwaarop die verificatie exact zou moeten zien en wanneer aan de vereistenvan de voorgestelde bepaling voldoende is voldaan. Dat gedeelte van hetamendement ontraad ik dus. In het licht van het voorgaande geef ik deindiener van het amendement in overweging het amendement op teknippen in de genoemde twee onderdelen of het tweede gedeelte teschrappen.4. Handhavingsinstrumentarium en stakingsbevel Doel van het handhavingsinstrumentarium dat in artikel 4a van de Wtmois neergelegd, is om effectief op te kunnen treden indien vanuit deopgevraagde informatie (en eventuele andere signalen) het beeld bestaatdat via financiering het risico bestaat van ondermijning van onzedemocratische rechtstaat of het openbaar gezag. Hiertoe is met de eerstenota van wijziging een instrumentarium in het wetsvoorstel opgenomendat verder gaat dan het informatieverzoek dat in de oorspronkelijke Wtmozat, terwijl het minder verstrekkend is dan de ontbinding en verbodenver-klaring op grond van artikel 20 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.Hierdoor ontstaat een completer palet aan en een passend interventie-model van mogelijke maatregelen.12Uw kamer is per brief op 28 november 2024 geïnformeerd over de aanpak van regeldruk bijvrijwilligersorganisaties en filantropische instellingen, zie Kamerstukken II 2024/25, 29 515,nr. 494Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 298 Zoals aangegeven in de toelichting op de eerste nota van wijziging komtondermijnend gedrag in verschillende gedaanten voor. Het gaat in de kernom activiteiten die doelbewust onze rechtsstaat aantasten en verzwakken.Het gaat niet alleen om de instituties, maar (juist) ook om de mensen diezich daarvoor inzetten. Denk aan (lokale) bestuurders, journalisten,agenten, rechters. Het kan daarbij gaan om gedragingen zoals bedreigingof zelfs geweld. Vaak zal het daar om strafbaar gedrag gaan. Maar dathoeft niet. Ook gevallen die evident onrechtmatig gedrag opleveren, incivielrechtelijke zin, kunnen onder deze norm vallen. Denk bijvoorbeeldaan het structureel mensen thuis, letterlijk pal voor hun voordeur,opzoeken om hen op die manier te intimideren. Een ander voorbeeld ishet inzetten van «trollen» vanuit statelijke actoren om via misinformatieverkiezingen te beïnvloeden.Het via de eerste nota van wijziging ingebrachte instrumentarium dientbreder bezien ook bescherming van onze kernwaarden, zoals gelijkheid,non-discriminatie en (lichamelijke) autonomie. Voorstelbaar is datmaatschappelijke organisaties waarin keer op keer boodschappen wordenuitgedragen die hier evident mee in strijd komen, en hun leden ofaangeslotenen aansporen hier naar te handelen, te maken kunnen krijgenmet de inzet van artikel 4a Wtmo. Uiteraard zal per geval moeten wordenbekeken in hoeverre concrete gedragingen (ook) bescherming genietenonder onze vrijheid van meningsuiting of godsdienstvrijheid. Dat isuiteindelijk aan de rechter om zorgvuldig af te wegen. Aspecten die indeze afweging een rol spelen zijn onder andere:−aard van de gedraging;−duur en frequentie;−intentie; en−mogelijke gevolgen van de gedraging.Langs deze weg hoop ik bij te dragen aan duidelijkheid rondom de inzetvan het instrumentarium.5. Overig De leden Van Nispen (SP) en Mutluer (GL-PvdA) stellen bij amendementvoor om de wet binnen vijf jaar te evalueren (nr. 12). In de nota naaraanleiding van het verslag is al aangekondigd om na vijf jaar te voorzienin een evaluatie. De verwachting is dat de wet enkele keren per jaar wordtgebruikt. Ik vind het daarom belangrijk om voldoende ervaring met de wetop te doen, voordat we gaan evalueren. Omdat het toezenden aan deTweede Kamer van de uitkomsten van een evaluatie binnen vijf jaarfeitelijk neerkomt op maximaal zo’n 3,5 jaar ervaring op doen, wil ik hetamendement graag zo lezen dat we de wet na vijf jaar evalueren. In dielezing, geef ik het amendement graag oordeel Kamer.In het verlengde hiervan stelt het lid Van Nispen bij amendement voor omde wet jaarlijks te monitoren en de resultaten daarvan jaarlijks naar deStaten-Generaal te sturen (nr. 11). Zoals aangegeven in de nota naaraanleiding van het verslag, zal het ministerie in gesprek gaan metmaatschappelijke organisaties, burgemeesters, veiligheidsdiensten en hetOpenbaar Ministerie. Als ik het amendement zo mag uitleggen dat ik deuitkomsten hiervan jaarlijks aan het parlement mag zenden, kan ik hetamendement oordeel Kamer geven.Tot slot maak ik graag van de gelegenheid gebruik om te melden dat ik,ter effectuering van de afspraak in het regeerakkoord over het «slimmeverbod» op buitenlandse financiering, twee inventarisaties in voorbe-reiding heb, namelijk:1.Hoe andere landen in de EU omgaan met organisaties die mogelijkebanden hebben met terroristische organisaties, waarbij ook specifiekTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 299 wordt gekeken welke mogelijkheden zij hebben tot het verbieden vandeze organisaties.2.Welke maatregelen andere landen nemen om ongewenste buiten-landse financiering tegen te gaan.Als uit deze inventarisaties blijkt dat er nog onvoldoende middelen zijnom effectief op te kunnen treden, zullen we passende aanvullendemaatregelen nemen. Ik informeer uw Kamer dit voorjaar verder.In de bijlage bij deze brief treft u de beantwoording aan van vragen diedoor de verschillende fracties aan mij zijn gesteld tijdens de eerste termijnvan de Kamer van de plenaire behandeling van de Wtmo. Ik kijk uit naarde hervatting van het debat over de Wtmo met uw Kamer.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2910 BEANTWOORDING VRAGENDe tijdens de eerste termijn gestelde vragen worden per thema, in devolgende volgorde, aan de orde gesteld en beantwoord. Vergelijkbarevragen worden gezamenlijk beantwoord. In het kader van de leesbaarheiden omvang is, bij een aantal vragen, de vraag verkort of geparafraseerd.A.Achtergrond en aanleiding11B.Transparantie van donaties131.Administratieve lasten132.Drempelbedrag donaties153.Uitvoering informatieverzoek194.burgemeester205.Buitenland236.Gegevensbescherming257.Overig25C.Deponeringsplicht stichtingen30D.Rechterlijk bevel31E.Overig35 A. Achtergrond en aanleiding 1.(VVD) De POCOB ging vooral over een kleine harde kern binnenhet salafisme, maar in het laatste jaarverslag schrijft de AIVDdaar juist minder over en juist meer over bijvoorbeeld rechts-extremisme of autonomen, die zich afkeren van de overheid. Watweten we over eventuele ondermijnende activiteiten vanuit hetbuitenland? Hoe staat het momenteel met financiering vanuit deGolfstaten?•In het eindverslag van de Parlementaire ondervragingscommissie naarongewenste beïnvloeding van maatschappelijke en religieuzeorganisaties (POCOB) uit 2020 is gesignaleerd dat er, met name vanuitde Golfstaten via het salafistische gedachtegoed, sprake was vanongewenste beïnvloeding als gevolg van buitenlandse geldstromennaar instellingen in Nederland.•Dit beeld is sinds het uitkomen van het eindverslag de afgelopen jarengewijzigd.•Zo schreef de NCTV in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 58(mei 2023) over de verminderde dreiging voor de democratischerechtsorde die uitgaat van de salafistische beweging als geheel, mededoor de meer pragmatische koers in de gemeenschap.•In het jaarverslag over 2023 schrijft de AIVD dat de wahhabi-salafistische beweging in Nederland nauwelijks gefinancierd of isbeïnvloed door geldschieters uit de Golfregio. Enerzijds doordatorganisaties beter in staat leken in eigen kring geld in te zamelen,anderzijds omdat donoren uit de Golfstaten minder geneigd zijn voorprojecten in Nederland te betalen. Al met al beschouwt de AIVD dedreiging van de huidige wahhabi-salafistische beweging voor dedemocratische rechtsorde op dit moment als beperkt.•Daarnaast heeft Nederland in toenemende mate te maken metontwikkelingen die een dreiging vormen voor de democratischerechtsorde, vanuit onverdraagzaam, anti-democratisch gedachtengoedvanuit extreem rechts en anti-institutioneel extremisme.2.(CU) Kan de Minister wijzen op één consultatieadvies – of dat nuvan de Raad van State, de Autoriteit persoonsgegevens, het OM,BIJLAGE:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2911 de Raad voor de Rechtspraak of een andere betrokken partij is,waarin iets staat langs de lijn «deze wet is helemaal fantastisch,wat een mooie gerichte manier om dit grote probleem nueindelijk eens uit te roeien»?•Letterlijk tref ik het citaat niet zo in de consultatiestukken aan, maar degeest ervan wel.•Ik wijs op de gezamenlijke brief van de VNG, de Regioburgemeestersen het Nederlands Genootschap van Burgemeesters van 31 januari2020.13•Daarin staat onder meer de volgende passage:•«Gemeenten en burgemeesters herkennen de onderliggende proble-matiek waar dit voorstel op ziet en onderschrijven de algemenestrekking. Wij zien dit voorstel als een middel dat kan helpen bij deaanpak van onder andere ondermijning, witwassen en terrorismefinanciering.»3.(CU) Kloppen de fundamentele bezwaren van de Raad van Statebij deze wet, namelijk dat aan de rechtvaardiging voor inmengingin de rechten en vrijheden van maatschappelijke organisaties nietvoldaan is, omdat de noodzakelijkheid, proportionaliteit envoorzienbaarheid in deze wetgeving afwezig zijn? Als de Ministerzegt dat daar nog steeds haken en ogen aan zitten, waarom zethij de wetsbehandeling dan in deze vorm voort?4.(SGP) De focus die het kabinet als doel van dit wetsvoorstelaangeeft, ziet de SGP niet terug in de uitwerking van hetwetsvoorstel. Is de Minister zich ervan bewust dat het doel nietalle middelen heiligt en dat het wetsvoorstel de proportionaliteitoverstijgt?•Het klopt dat de Raad van State eerst kritisch was, maar we hebben hetadvies ter harte genomen en het wetsvoorstel aangepast en verbeterd.•De Raad van State acht een landenspecifieke aanpak onhaalbaar.Daarom is nu gekozen voor een neutrale aanpak van financieringsstro-men.•Het voorstel kiest nu voor een individuele organisatiegerichtebenadering.•Ik acht het voorliggende wetsvoorstel houdbaar, ook vanuit hetperspectief van het EVRM. Immers, er is een gang naar de rechter. Ener staan belangrijke waarborgen in het voorstel die in het EVRM-perspectief houdbaar zijn: je mag als overheid maatregelen treffen omde eigen samenleving en rechtstaat te beschermen. De maatregelenvoldoen aan de eisen van proportionaliteit (treft alleen uitzonderlijkesituaties) en subsidiariteit (gaan niet verder dan nodig om het doel tebereiken).•De maatregelen zijn bovendien voorzienbaar. Weliswaar is de normondermijning een (gedeeltelijk) open norm, maar deze wordt in detoelichting en in de jurisprudentie (onder meer uitspraken die in hetkader van toepassing van artikel 2:20 BW, het verbieden van organisa-ties zijn gegeven) nader ingevuld. Dat mag volgens het EHRM.5.13Te raadplegen via https://www.eerstekamer.nl/overig/20201120/advies_vng_ngb_regioburgemeesters/meta.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2912 (CU) Is de schade aan en overlast voor het maatschappelijkmiddenveld het waard? Hoeveel gevallen van ondermijningverwacht de Minister met deze wet tegen te gaan?•Zoals bij eerdere gelegenheid al is aangegeven, is het de verwachtingdat de Wtmo zeer spaarzaam tot inzet zal komen. Wellicht een keer of2 tot 5 per jaar.•Maar dan hebben we het wel over serieuze gevallen met een nave-nante impact op onze samenleving. Het gaat dan met name ominbreuken op de openbare orde of gefinancierde ondermijning vanonze democratische rechtsorde.•In die gevallen moet daadkrachtig kunnen worden ingegrepen. DeWtmo biedt daarvoor een passend kader.6.(NSC) De Raad van State heeft aangegeven dat er met debestaande bevoegdheden ook al heel wat mogelijk is. De vorigeregering gaf aan die visie niet te delen. Hoe kijkt de Ministerdaartegen aan? Kan hij ingaan op de vraag waar volgens hemprecies de leemtes zitten?•Er kan inderdaad al een hoop op basis van bestaande wetgeving.•Maar een individuele organisatiegerichte aanpak en zicht op donatiesontbraken nog. Vandaar dat de Wtmo is voorgesteld.•Naast de Wtmo heb ik twee inventarisaties in voorbereiding, namelijk:1.Hoe andere landen in de EU omgaan met organisaties diemogelijke banden hebben met terroristische organisaties, waarbijook specifiek wordt gekeken welke mogelijkheden zij hebben tot hetverbieden van deze organisaties.2.Welke maatregelen andere landen nemen om ongewenstebuitenlandse financiering tegen te gaan.•Als uit deze inventarisaties blijkt dat er nog onvoldoende middelen zijnom effectief op te kunnen treden, zullen we passende aanvullendemaatregelen nemen.•Over de uitkomsten zal ik uw Kamer in het voorjaar van 2025 informe-ren.B. Thema transparantie van donaties B1. Administratieve lasten 7.(CU) Kan de Minister (bij de appreciatie van de amendementen)vooral aangeven wat nodig is om het maatschappelijkmiddenveld te ontzien? In de vorm van harde wettekst?•In de brief waarbij deze bijlage is gevoegd, is nader ingegaan op dezevraag.8.(VVD) Klopt het dat al deze maatschappelijke organisaties opbasis van andere wetgeving al verplicht zijn om bankafschriftente bewaren en een jaarrekening te hebben, en daar dus eigenlijkalleen desgevraagd inzage in hoeven te geven? Hiermee wordendus geen nieuwe registratieplicht en nieuwe bewaartermijngeïntroduceerd?•Dit klopt voor maatschappelijke organisaties, die doorgaans eenstichting of vereniging en dus een rechtspersonen zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2913 •Rechtspersonen moeten een administratie voeren waaruit rechten enverplichtingen kenbaar zijn. Zo blijken bijvoorbeeld de donaties uitbankafschriften. De bij de administratie horende gegevens moeten opgrond van Boek 2 Burgerlijk Wetboek zeven jaar bewaard blijven.•Voor tussenpersonen die donaties ontvangen en deze «doorzetten»naar maatschappelijke organisaties geldt wel dat deze tussenpersoneninformatie moeten opvragen en bijhouden. Dit is juist bedoeld omomzeiling van de wet te voorkomen.9.(CU) Creëren we niet een enorm sleepnet, dat moet wordengezien worden als een impliciete beperking van de vrijheid vanvereniging?•Ik wil dat ontkennen. Ik zie niet in waarom de informatieverplichting uitde Wtmo met kosten van één uur per informatieverzoek, de vereni-gingsvrijheid kan belemmeren.•Mensen zijn en blijven vrij om zich te verenigen, in welke vorm danook. Het wetsvoorstel is daar zorgvuldig op getoetst en in ordebevonden.10.(D66) Het regeerprogramma zegt dat het uitgangspunt voor hetkabinet is dat adviezen van de ATR in principe worden overge-nomen. Wat waren extra zwaarwegende argumenten om niettegemoet te komen aan wat het ATR zei?•Het wetsvoorstel en de (eerste) nota van wijziging dateren van voorhet nieuwe kabinetsbeleid.•Bij de nota van wijziging gaf de ATR aan geen regeldrukgevolgen teverwachten.•Bij de Wtmo had de ATR wel kritiek op het voorstel. Deze kritiek is ookter harte genomen en in de wet verwerkt, onder andere door deomvang en reikwijdte in te perken. Dat is in de consultatieparagraafook toegelicht.11.(CDA) Heeft het kabinet onderzocht hoeveel extra administratiedeze wet met zich meebrengt, specifiek voor kleine en middel-grote maatschappelijke organisaties?•Er is alleen op individueel handelingsniveau gekeken. Immers, het gaatom informatie over donaties verstrekken op verzoek van een instantie.•Een informatieverzoek kost een organisatie naar schatting één uur. Inde memorie van toelichting uit 2020 is dit begroot op 45 euro peruitvraag.•Het gaat naar schatting om een paar gevallen per jaar.•Voor de deponeringsverplichting gaat het om ongeveer 25 minuten perdeponering, voor in totaal 6,25 euro jaarlijks aan kosten per stichting(prijspeil 2020).12.(CDA) Goede Doelen Nederland heeft een lijst met voorbeeldengestuurd waar volgens hen door deze wet de regeldruk enadministratieve lasten zouden toenemen (bijv. bij voedselbanken,sponsorloop, etc.). Alle donaties in natura moeten wordengeregistreerd. Kan de Minister deze zorgen wegnemen? Vallendeze zaken onder de reikwijdte van deze wet?13.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2914 (CDA) Op welke manier zorgt de regering ervoor dat de regeldrukniet verder toeneemt?14.(VVD) Is mijn lezing juist dat de extra administratieve belastingéén uur is, met informatie die al beschikbaar is in de organisatieen die moet worden opgeleverd?15.(SP) Had er geen duidelijke drempel moeten gelden voor regis-tratie van giften?16.(DENK) Deze administratieplicht is breed en ongedifferentieerd.Waarom moeten alle organisaties, inclusief kleine stichtingenzonder enig risico op misbruik, voldoen aan deze bureaucratischelast?17.(D66) Dan de regeldruk bij maatschappelijke organisaties. Moeter altijd geregistreerd worden?•In de brief waarbij deze bijlage is gevoegd, is nader ingegaan op dezevraag.18.(CDA) Kan de Minister garanderen dat deze wet niet leidt tot eenafname van donaties, bijvoorbeeld uit angst voor registratie enopenbaarheid?19.(SGP) Hoe beoordeelt de Minister de gevolgen van ditwetsvoorstel voor de bereidheid om te geven aan bijvoorbeeldgoede doelen?•Door de voorgestelde amendementen, die ik positief apprecieer,vertrouw ik er op dat veel zorgen worden weggenomen en dat er geensprake zal zijn van afname van donaties.•Overigens worden donatiegegevens niet openbaar, ook niet in devoorliggende versie van de wet. De burgemeester, het OpenbaarMinisterie en enkele andere instanties hebben slechts inzage ingegevens op verzoek.B2. Drempelbedrag donaties 20.(NSC) Het zou de NSC fractie veel waard zijn als de mogelijkheidom bij AMvB nadere regels te stellen t.a.v. anonieme donatieswordt gebruikt zodat het anoniem doneren van contant geld viacollectebussen, tikkies via QR-codes e.d. tot een bepaald bedraggewoon mogelijk blijft. Is de Minister bereid om dit via debedoelde AMvB te regelen?21.(PVDA/GL) Wat betekent het wetsvoorstel voor de mogelijkheidom anoniem te doneren?•Het wetsvoorstel verzet zich niet tegen anoniem doneren. In diegevallen beschikt de maatschappelijke organisatie niet over degegevens waarop de Wtmo ziet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2915 •Eerder is al aangegeven, de Wtmo schept geen nieuwe administratie-verplichtingen. Bovendien zou invoering van een donatiegrens van€ 15.000 betekenen dat het overgrote deel van de anonieme giftenbeneden deze drempel zou vallen. De Wtmo is dan niet van toepas-sing.•Mochten er onverhoopt knelpunten optreden, dan is er nog demogelijkheid om bij AMvB nadere regels te stellen.22.(PVDA-GL) Kan Minister uitleggen wat het wetsvoorstel betekentvoor kleine donaties? Dat al deze moeten worden bijgehouden?Ook donaties in natura?•Nee, het wetsvoorstel beoogt geen aanvullende verplichtingen op teleggen om kleine donaties bij te houden. Ik verwijs hiervoor naar debrief waar deze bijlage bij hoort.23.(CU) Wat betekent het voor donaties en bijdragen als het allemaalgeregistreerd moet worden? Is de toename van regeldrukkwantitatief onderzocht? Is er onderzoek verricht naar hetgedragseffect? Wat is de negatieve impact op geefgedrag vanburgers?•De regeldruk is inderdaad onderzocht. Dat betrof destijds € 45 in 2020,uitgaande van gemiddeld een uur werk aan het opvolgen van eeninformatieverzoek. Daarbij gaan we uit van hooguit enkele informatie-verzoeken op jaarbasis.•Voor de deponeringsverplichting gaat het om ongeveer 25 minuten perdeponering, voor in totaal 6,25 euro aan kosten per stichting (prijspeil2020).•Voor tussenpersonen is de regeldruk niet specifiek in kaart gebracht.•Mijn beeld is dat de verwachte regeldrukeffecten meevallen.•Een onderzoek naar gedragseffecten heeft niet plaatsgevonden, omdatde inschatting was dat de Wtmo zeer spaarzaam zou worden toege-past.24.(PVDA-GL) Vindt de Minister de enorme regeldruk opportuun?Wat gaat hij doen om de regeldruk te verminderen voormaatschappelijke organisaties die draaien op vrijwilligers?25.(CU) Kan het kabinet in de beantwoording terugkomen op hoe wede regeldruk voor al die kleine, goedwillende organisaties gaanbeperken?26.(CU) Vindt de Minister het aantal gevallen van ondermijning dathij met deze wet verwacht tegen te gaan in verhouding staan totde gigantische toename van regeldruk en institutioneelwantrouwen tegen 350.000 maatschappelijke organisaties,waarvan het overgrote merendeel bonafide is?27.(BBB) Wat vindt de Minister van de administratieve last die bij eengroot aantal maatschappelijke organisaties kan komen te liggen?Heeft hij zelf misschien al nagedacht over een grens? Wat zou dievolgens hem kunnen zijn?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2916 •Hierop is ingegaan in de brief waar deze bijlage bij hoort.28.(CU) Heeft de Minister overwogen om vrijwilligerswerk uit tezonderen van definitie van bijdragen in natura, ook voor stich-tingen die, anders dan verenigingen, geen leden hebben envrijwilligerswerk toch moeten gaan registreren?29.(DENK) Moeten vrijwilligers die hun tijd en expertise inzettenvoor een organisatie, ook als donateurs in natura geregistreerdworden?•Uitgezonderd van de definitie van «bijdrage in natura» zijn (a) persoon-lijke arbeid en (b) activiteiten van leden (artikel 1 lid 1 onderdeel cWtmo).•Voor zover het gaat om organisaties zonder leden komt de notie vanpersoonlijke arbeid in beeld. Die impliceert dat van bijdragen in naturaook kan worden gesproken als er sprake is van vrijwilligerswerk,bijvoorbeeld door mensen die een ideële binding hebben met deorganisatie of in meer brede zin, met vrijwilligerswerk uit compassievoor de medemens.•Kortom, de notie «persoonlijke arbeid» omvat ook vrijwilligerswerk.30.(CU) Is de geografische herkomst in artikel 3 lid 1 gelijk aan«herkomst» in artikel 2? Wanneer is een donatie substantieel?Zijn bijv. 10 voedselpakketten substantieel? Kan de Minister deontstane rechtsonzekerheid wegnemen?31.(CDA) Hoe wordt bepaald welk bedrag substantieel is? Is datvolgens de Minister naar voldoende tevredenheid duidelijk bijmaatschappelijke organisaties?32.(GL-PvdA) Is de Minister bereid om na te denken over de vraaghoe hij bijvoorbeeld via een AMvB meer richting kan geven aanwat een substantieel bedrag dan is en hoe dat moet wordengeregistreerd?•Ja, de term «herkomst» is in beide artikelen gelijk.•Of een donatie substantieel is, hangt af van de aard en omvang van dedonatie en die van de maatschappelijke organisatie.•Voor een sportvereniging met een begroting van € 10.000 euro is eendonatie van € 1.000 veel, terwijl voor bijv. het Rode Kruis dit eenbescheiden donatie is. Het hangt dus van de context af. In hetinformatieverzoek kan de burgemeester of het OM specificeren welkeinformatie nodig is.•Indien het amendement met een drempelbedrag voor donaties wordtaangenomen, verdwijnt het onderscheid tussen substantiële enniet-substantiële donaties. Dat zorgt voor meer rechtszekerheid.33.(NSC) Vindt de Minister dat het voorstel voor iedere organisatieen voor iedere donatie proportioneel is? Of deelt de Minister devisie dat in sommige gevallen sprake kan zijn van buitenproporti-onele gevolgen?34.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2917 (GL-PvdA) Hoe proportioneel vindt de Minister deze wet, metname voor de kleinere stichtingen, die worden bestuurd doorenkele vrijwilligers, die zich willen bezighouden met natuur ofsport, en niet met extra administratieve ballast waardoor erminder geld en tijd overblijft voor het goede doel?•In de brief waarbij deze bijlage is gevoegd, is nader ingegaan op dezevraag.35.(CU) Is deze wet inderdaad bedoeld om ongewenste beïnvloedinguit onvrije landen tegen te gaan, dus dat waar de POCOB voorwaarschuwt? Als dat zo is, zou het dan niet veel beter zijn om dedonatieregistratie juist op die landen te richten? Ik heb hierovereen amendement ingediend.•In de brief waarbij deze bijlage is gevoegd, is nader ingegaan op dezevraag en is het ingediende amendement geapprecieerd.36.(NSC) Hoe kijkt de Minister aan tegen de in het amendement vande heer Diederik van Dijk voorgestelde drempelwaarde van€ 15.000?37.(SGP) Waarom heeft het kabinet er toch voor gekozen om geenenkele drempel in het wetsvoorstel op te nemen. Kan het kabinetzich vinden in de door de SGP voorgestelde drempel?38.(BBB) Wat is de reactie van de Minister op eerdere vragen overintroductie van een drempelwaarde?39.(CDA) Wat vindt het kabinet van een drempelwaarde? Is 15.000euro te hoog?•Hierop is in de brief ingegaan, waar deze bijlage bij hoort.40.(VVD) Hoe kijkt de Minister aan tegen het drempelbedrag van€ 15.000 in het licht van stapeling van kleine bedragen? En hoekijkt hij aan tegen het bijhouden van substantiële donaties innatura? Wordt hiermee een nieuwe verplichting gecreëerd?•Ik acht een stapeling van kleinere bedragen met het oogmerk om degrens van € 15.000 te omzeilen zeer onwenselijk.•Tegelijk is de drempel voldoende laag om een reële hindernis voorstapeling op te werpen.•Het risico op stapeling bestaat in theorie helaas altijd, ongeacht hoehoog de grens wordt vastgesteld.•In mijn appreciatie voor amendementen 13 en 26 geef ik ook aan dat erruimte zou moeten zijn om in een grondslag te voorzien voor eenAMvB ter voorkoming van het bewust opknippen van donaties. DeWtmo voorziet als zodanig niet in een registratieplicht voor donaties innatura. Die was en komt er niet.41.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2918 (CU) Hoe kijkt het kabinet aan tegen een «tussensmaak»: eendrempel van 0 euro voor landen met een hoog risicoprofiel en eenhogere drempel voor landen met een laag risicoprofiel?•Zoals heel duidelijk door de Afdeling advisering van de Raad van Stateis aangegeven in het advies op de Wtmo, is de route om op basis vanherkomst beperkingen op geldstromen te stellen, een lastig pad.•Juridisch gezien lijkt het wel mogelijk om weer te gaan werken opbasis van bijvoorbeeld een onderscheid tussen landen die lid zijn vande EU/EER en andere landen.•In de brief waarbij deze bijlage is gevoegd, is nader ingegaan op dezevraag, ten aanzien van mogelijke differentiatie van een drempelbedrag.B3. Uitvoering informatieverzoek 42.(GL-PvdA) Vindt de Minister in alle gevallen de gestelde termijnvan tien dagen redelijk, terwijl door bijvoorbeeld de Belasting-dienst een termijn van vier weken in acht wordt genomen?43.(CU) Vindt u 10 werkdagen voor het voldoen aan een informatie-verzoek niet te kort? Ligt het niet in de rede om maatschappelijkeorganisaties iets langer de tijd te geven, zeg vier weken? Dat sluitmooi aan bij termijnen die ook de Belastingdienst hanteert enoverigens ook bij de reactietermijn die voor de overheid geldt inhet kader van de Wet open overheid.•In de brief waarbij deze bijlage is gevoegd, is nader ingegaan op dezevraag, in de vorm van een appreciatie op amendementen die alsstrekking hebben de termijn van 10 werkdagen aan te passen, in devorm van een verlenging (al dan niet op verzoek van de maatschappe-lijke organisatie)44.(NSC) Kan de Minister concrete voorbeelden geven van situatieswaarin burgemeesters en het OM informatieverzoeken zoudenmogen doen?•Antidemocratisch gedachtegoed vinden we breed terug in allestromingen. U kunt hierbij denken aan gedragingen van personen bijeen stemlokaal om mensen dusdanig beïnvloeden en/of onder drukzetten dat hun vrijheid van stemmen bij bijvoorbeeld verkiezen wordtbeperkt.•Maar ook kunt u denken aan haatzaaien, isolatie, oproep tot antisemi-tisme, moslimhaat, mensen weerhouden van mogelijkheden die deNederlandse democratische rechtstaat biedt, zoals demonstreren enuitoefenen van het stemrecht. Denk ook aan oproepen tot eigenrich-ting, intimidatie en agressie naar democratische instituties en/ofvertegenwoordigers ervan. Hierdoor kan de openbare orde onder drukkomen te staan.Voorbeeld 1•Gedacht kan worden aan de situatie dat een burgemeester berichtkrijgt over een voorgenomen demonstratie en naar aanleiding daarvaneen inschatting wil maken van de risico’s voor de openbare orde enveiligheid binnen de gemeente. De burgemeester kan nu al bij depolitie de noodzakelijke gegevens raadplegen en analyseren. Voor eenbetere inschatting van de veiligheidsrisico’s kan het behulpzaam zijn teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2919 weten of buitenlandse donateurs financiering aan de organisatorverstrekken. En of bekend is of de organisator – bijvoorbeeld viasociale media – oproept tot haat zaaien of het verketteren vanandersdenkenden in de openbare ruimte van een gemeente en of datduidt op ongewenste buitenlandse beïnvloeding. Onder «openbareorde» wordt in algemene zin verstaan: een complex van rechtsregelsdat ziet op het gewenste niveau van orde en rust in het openbareleven. Het gaat om het ordelijk verloop van het gemeenschapsleven terplaatse.Voorbeeld 2•Stel dat een burgemeester signalen ontvangt dat een stichting dielezingen verzorgt, volwassenen aanzet om zich af te keren vandemocratische rechtsorde en andersdenkenden te verketteren.Omwonende vrouwen klagen dat zij worden uitgescholden door dezepersonen en de burgemeester krijgt meldingen of politierapportagesover dergelijke verstoringen van de openbare orde. De burgemeesterheeft nu al handhavingsbevoegdheden, maar heeft ter aanvullinghierop de mogelijkheid om bij de stichting te informeren of sprake isvan donaties en wat hiervan herkomst, doel en omvang zijn.45.(SP). Wat kan een burgemeester precies als die informatie heeftopgevraagd op grond van artikel 3?•Verwezen wordt ook naar de toelichting op het informatieverzoek in debegeleidende brief.•De burgemeester kan deze informatie over donaties gebruiken om eenbeter beeld te krijgen van bepaalde organisaties, waarover bijvoor-beeld via de lokale driehoek signalen tot hem komen die duiden opverstoring van de openbare orde.•De verkregen informatie over donaties kan de burgemeester vervol-gens gebruiken bij zijn afweging om hem toekomende anderebevoegdheden in te zetten of andere beslissingen te nemen.•De burgemeester legt over de eventuele inzet van deze bevoegdheidom informatie op te vragen verantwoording af aan de gemeenteraad(artikel 180 Gemeentewet).B.4 burgemeester 46.(GL-PvdA) De burgemeesters krijgen in deze wet ook een belang-rijke rol. Zij kunnen nu op gronden van openbare orde enveiligheid aan maatschappelijke organisaties inzage vragen in dedonaties en desnoods ook in de donateurs. Het is echter nietduidelijk waarom en wanneer de openbare orde in het geding is,want het begrip «openbare orde» wordt in mijn beleving eenbeetje opgerekt. Wij leven nu in een tijd waarin burgemeesters alonder grote druk staan, vanuit politiek en maatschappij, maarook vanuit Den Haag. We leven in een tijd waarin burgemeestersook te maken hebben met toenemende bedreigingen en onvei-ligheid. Mijn concrete vraag is: willen wij dat?•Er is bewust gekozen voor toedeling van deze bevoegdheden, omdatde burgemeester is belast met de handhaving van de openbare orde.Voor voorbeelden wanneer de openbare orde in het geding kan zijn,wordt verwezen naar het antwoord op vraag 44 (NSC).•Dit wetsvoorstel vormt een nieuw instrument om die taak beter tekunnen verrichten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2920 •De burgemeester is bovendien het beste op de hoogte van de lokaleomstandigheden. Hij kan dan ook het beste beoordelen of er al danniet sprake is van ongewenste beïnvloeding via giften.47.(GL-PvdA) Kent de Minister de zorgen over het politiseren, ookmiddels deze wet, van het burgemeestersambt en hoe kijkt deMinister daartegen aan?•De burgemeester heeft veel verschillende taken en bevoegdheden ophet terrein van openbare orde en veiligheid.•De burgemeester is gewend zich te bewegen binnen verschillenderollen en belangen die hierin een rol spelen.•De bevoegdheid die in deze wet wordt genoemd sluit aan bij deopenbare ordetaak die de burgemeester al heeft.48.(CU) Kan de Minister het verschil uitleggen tussen het (gewijzigd)amendement Mutluer [nr. 22, dat de burgemeester voorafgaandaan het informatieverzoek overleg pleegt met het OM] en hetwetsvoorstel? Maken we de burgemeester sterker of regelen weiets dat al normaal zou moeten zijn en niet meer normaal is ophet moment dat je het vastlegt?•Ik denk dat beide standpunten kloppen.•Ik denk dat wat mevrouw Mutluer in haar amendement voorstelt goedaansluit bij wat we als een zorgvuldige praktijk zouden kunnen zien.Namelijk dat de burgemeester inderdaad met het OM overlegt voordathij informatie opvraagt.•Het lijkt mij, vanuit het oogpunt van zorgvuldige wetgeving, goedvoorstelbaar om dit dan ook in de wet te codificeren.49.(NSC) Wordt er voor burgemeesters een landelijke handreikingopgesteld ten behoeve van de uniforme uitvoering van de nieuwebevoegdheid die zij krijgen?50.(VVD) In de antwoorden spreekt de Minister ook over hetontwerpen van een mogelijk stappenplan voor bestuurders ommet deze wet om te gaan. Kunnen we dat stappenplan binnenkortverwachten?•Het kabinet heeft niet het voornemen om een dergelijke handreikingop te stellen. Dat wil ik aan de burgemeesters overlaten. Zij hebbenzelf de meeste ervaring op dit punt, in het kader van de handhavingopenbare orde, die zij hierin kunnen betrekken.•De Wtmo laat wel de ruimte aan bijvoorbeeld het NederlandsGenootschap van Burgemeesters om zelf een handleiding te ontwikke-len voor de uniforme uitoefening van hun nieuwe bevoegdheden.•Mocht VNG/burgemeesters aangeven dat nadere begeleiding nodig is,zoals een stappenplan of voorlichting, dan ben ik bereid om daarbijbehulpzaam te zijn.51.(VVD) Hoe gaat het wetsvoorstel straks werken in de praktijk?Verwacht de Minister dat burgemeesters en het OM echt bijorganisaties waarover zorgen bestaan, gaan opvragen hoe hetmet de financiering staat? Hoe worden burgemeesters van dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2921 mogelijkheid op de hoogte gesteld en hoe loopt het gesprek methen daarover?•Uit de consultatie van de Wtmo bleek brede steun onder de burge-meesters en de VNG. Zij zien echt meerwaarde in dit instrument.•Vanzelfsprekend zullen we richting de inwerkingtreding van de Wtmoin gesprek treden met de VNG en burgemeesters, bijvoorbeeld viaagendering in bestuurlijk overleg. Waar nodig zullen we hen onder-steuning bieden52.(CU) Een meer algemene vraag over de rol van de burgemeester.Dit kabinet kwam in 2023 met een zogeheten Afwegingskadervoor de burgemeester, waarin de 7 taken van de burgemeestergeëxpliciteerd staan om te zorgen dat hij of zij met kennis vanzaken voluit de onafhankelijke rol kan invullen. De nieuwewetgeving van het kabinet reflecteert hier echter niet op. Kan deMinister dit toelichten?53.(D66) Dan de burgemeesters. Past het in het afwegingskader,zoals dat is vastgesteld?•Dit wetsvoorstel dateert van voor de introductie van het afwegingska-der voor de burgemeester. Daarom is er geen aandacht voor hetafwegingskader in het wetsvoorstel en de toelichting daarop.•Het afwegingskader is bovendien nog in ontwikkeling.•De rol van de burgemeester zal worden meegenomen in de evaluatievan deze wet.54.(SP) De burgemeester is bevoegd om informatie op te vragen inhet kader van de handhaving van de openbare orde. Dat is eenruim begrip. Wanneer is dat nou precies het geval? Hoe voorkomje willekeur? Hoe voorkom je politieke druk op een burgemeesterom iets wel of niet te doen?55.(GL-PvdA) Hoe kijkt de Minister naar de mogelijkheid dat ereventueel, afhankelijk van voorkeuren van een burgemeester ofpolitieke druk die wordt uitgeoefend, een bepaalde keuze wordtgemaakt vanuit willekeur?56.(D66) Welke waarborgen, behalve de bereidheid van bewindsper-sonen of burgemeesters om moties van de Kamer of de gemeen-teraad niet uit te voeren, hebben we dat de toepassing nietselectief en eenzijdig zal zijn?•Het begrip openbare orde is een vaste waarde in ons recht.•Voor voorbeelden wanneer de openbare orde in het geding kan zijn,wordt verwezen naar het antwoord op vraag 44 (NSC).•Het vormt een kerntaak van de burgemeester: hij is exclusief bevoegdvoor de handhaving van de openbare orde (artikel 172 Gemeentewet).•Gaat hij over tot sancties (bijvoorbeeld een last onder dwangsom) dankan dit worden getoetst door de rechter.•Willekeur kan bijvoorbeeld worden voorkomen door de opstelling vanrichtsnoeren door burgemeesters.•De Wtmo laat die ruimte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2922 •Het is uiteraard aan de burgemeester om te beoordelen of hij debevoegdheid om donatiegegevens op te vragen gaat inzetten. Ik heb eralle vertrouwen in dat hij dat als een goed bestuurder gaat doen endaarbij zorgvuldig zal afwegen of hij tot inzet over gaat, ook onderpolitieke druk.57.(GL-PvdA) Van onwenselijk gedrag is geen sluitende juridischedefinitie te geven. Hoe voorkomt de Minister dat dit willekeur inde aanpak door burgemeesters teweegbrengt?58.(SGP) Kan de Minister ingaan op de definitie van onwenselijkgedrag waarop een interventie gestoeld kan zijn?59.(DENK) Waarom zouden moskeeën of kerken, die de meestkwetsbaren ondersteunen, onderworpen moeten worden aan zo’ningrijpende registratieplicht, terwijl er in deze Kamer politiekepartijen zijn die gefinancierd worden door islamofobe miljardairs?Zij kunnen prima anoniem blijven. Hoe oneerlijk is dit?•In het wetsvoorstel is «onwenselijk gedrag» geobjectiveerd.•Voor het opvragen van informatie door de burgemeester is bijvoor-beeld vereist dat de informatie noodzakelijk is voor het handhaven vande openbare orde (artikel 3 Wtmo).•Over de toepassing van dat instrument is de burgemeester uiteindelijkverantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad (artikel 180Gemeentewet bepaalt dat de burgemeester verantwoording schuldigis aan de gemeenteraad over gevoerd bestuur).•Bij het treffen van verdergaande maatregelen, zoals bevriezing vandonaties, geldt het strenge(re) criterium van ondermijning van dedemocratische rechtstaat. En dat loopt altijd via de rechter, waarmeewillekeur kan worden voorkomen.•In de brief waarbij deze bijlage is gevoegd, is nader ingegaan op watonder «ondermijning» moet worden verstaan.B5. Buitenland 60.(NSC) Zijn er landen waarbij maatschappelijke organisaties aande voorkant al duidelijk kunnen weten dat giften uit die landenniet toegestaan zijn?61.(CU) Waarom komt de Minister niet met een verbod op financiëleinmenging uit onvrije, deels onvrije of andere risicolanden of, ineen variatie daarop, met een nee-tenzijbeleid waarin dergelijkegeldstromen getoetst worden voorafgaand aan toelating?•Het voorstel kiest voor een individuele, organisatiegerichte benade-ring.•De Raad van State acht een landenspecifieke aanpak onhaalbaar (zieadvies/voorlichting bij het wetsvoorstel Wtmo).•Daarom is nu gekozen voor een neutrale aanpak van financieringsstro-men. Daarmee volgen we het advies van de Raad van State.63.(GL-PvdA) Kan het gericht verbieden van expliciet ongewenstebuitenlandse financiering niet veel gerichter en wellicht effec-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2923 tiever dan met het nu voorliggende wetsvoorstel? Waaromvolstaan de bestaande maatregelen niet en zijn de meer gerichtetoekomstige maatregelen beter?•Nee.•Zoals duidelijk blijkt uit de voorlichting van de Raad van State, is hetzeer kwetsbaar om gericht bepaalde financiering op herkomst teverbieden.•De Raad van State vond dit ineffectief, in strijd met de grondrechten endisproportioneel.•Er kan inderdaad al een hoop op basis van bestaande wetgeving.•Maar een individuele organisatiegerichte aanpak en zicht op donatiesontbrak nog. Vandaar dat de Wtmo is voorgesteld.64.(SP) Vraag over het begrip «herkomst» (van donaties). Gaat datenkel over de naam en het bankrekeningnummer van dedonateur? Of moet er een grondige zoektocht aan voorafgaan à lahet «know your customer»-principe?65.(DENK) Moeten maatschappelijke organisaties net als bankengaan opereren om de herkomst van donateursgelden te achter-halen?66.(CDA) In hoeverre verwacht de regering dat donaties duidelijkeinformatie zullen bevatten over de afzender en diens intentie?•Artikel 3 Wtmo verlangt – desgevraagd – allereerst opgave vanherkomst, doel en omvang van de donatie.•Dan kan geanonimiseerd geschieden.•Het doel zal niet altijd direct door de gever worden vermeld; dan is hetaan de organisatie om aan te geven waaraan de gift is besteed.•T.a.v. de notie «herkomst»: bedoeld is de geografische herkomst, voorzover bekend.•Gegevens die de organisatie niet heeft, hoeven niet te wordenovergelegd. Tot het onmogelijke is niemand gehouden.•Blijkt naar aanleiding van dit verzoek van substantiële giften, danmogen – als stap 2 – ook persoonsgegevens worden gevraagd: naam,adres, woonplaats, als dat nodig is voor de taakuitoefening van deburgemeester/het OM (functionele noodzaak).•Grotere donaties brengen immers een groter risico van beïnvloedingmet zich mee.67.(SP) Wat wordt bedoeld met het doel van donatie? Is dat niethetzelfde als het doel van de maatschappelijke organisatie ofwordt er meer verwacht aan gegevens over waarom de betref-fende donatie gedaan is? Zo ja, wat is dat dan?•Bedoeld is om, waar mogelijk, te achterhalen waaraan de gift volgensde gever moest worden besteed of, bij gebreke daaraan, waaraan deorganisatie het geld heeft besteed.•Als het doel bekend is, zegt dat meer over de activiteiten van deorganisatie, dan wanneer bijvoorbeeld bekend is dat er € 5.000 isontvangen, maar niet bekend is waaraan die gift is besteed.•In die zin kan de bekendheid van het doel – wellicht indirect – ietszeggen over de al dan niet ongewenste activiteiten van de organisatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2924 B6. Gegevensbescherming 68.(GL-PvdA) Hoe kunnen donateurs er zeker van zijn dat hun(persoons)gegevens bij maatschappelijke organisaties goedworden beschermd?•Maatschappelijke organisaties zijn op grond van de Algemeneverordening gegevensbescherming (AVG) gehouden om te voorzien in«passende technische en organisatorische maatregelen» om persoons-gegevens te beveiligen.•De autoriteit persoonsgegevens (AP) houdt hierop toezicht.•Daarmee is voldoende geborgd dat persoonsgegevens goed wordenbeschermd.69.(GL-PvdA) Waarom is het noodzakelijk dat persoonsgegevens ookvia deze wet met zo veel instanties kunnen worden gedeeld?Deelt de Minister de zorg dat dit donateurs en vrijwilligers kanafschrikken en dat het kan leiden tot minder inkomsten voormaatschappelijke organisaties?•Het delen van gegevens is noodzakelijk voor (strikt) in de wet bepaaldegevallen.•Denk aan bespreking in de lokale driehoek, maar ook aan het delenmet het OM met het oog op het indienen van een verzoek omhandhavingsmaatregelen te treffen.•Maatschappelijke organisaties dienen zich al te houden aan deAlgemene verordening gegevensbescherming (AVG) om veilig metpersoonsgegevens om te gaan. Dit zal dus geen nieuwe situatiesopleveren voor vrijwilligers en/of donateurs.•Ik denk daarom niet dat dit zorgt voor vermindering van inkomsten vanmaatschappelijke organisaties70.(NSC) Ik ben benieuwd hoe de Minister tegen dit amendementover beveiliging persoonsgegevens in AMvB (nr. 23) aankijkt.Mocht het amendement worden aangenomen, zou ik de Ministerwillen oproepen om die regels voor basismaatregelen ookduidelijk op te stellen en conform de toelichting van mijnamendement in te richten.•Hierop is ingegaan in de brief waarbij deze bijlage hoort.B7. Overig 71.(SGP) Hoe voorkomt de Minister dat het verbod op het alstussenpersoon optreden bij donaties vanuit het buitenland aaneen Nederlandse organisatie omzeild wordt door in Nederlandgevestigde rechtspersonen op te laten treden als tussenpersoon?•Artikel 5 gebruikt de overkoepelende notie «tussenpersoon». Hieron-der vallen zowel natuurlijke als rechtspersonen.•Op grond van die bepaling moet een tussenpersoon in Nederland aaneen maatschappelijke organisatie informatie doorgeven over eendonateur (met name naam; woonplaats) wanneer hij namens diedonateur/opdrachtgever een donatie doorgeeft aan een maatschappe-lijke organisatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2925 •Als een tussenpersoon niet voldoet aan de eisen van artikel 5 Wtmo,levert dat een economisch delict op.•Dat betekent strafrechtelijke handhaving, via de Wet economischedelicten (artikel 9 Wtmo).•Denkbare sancties: voorlopige hechtenis van 6 maanden, taakstraf ofgeldboete van de vierde categorie (€ 25.750).•Hiermee kan in voorkomend geval krachtig worden opgetreden tegenomzeiling.72.(CU) Valt – naast andere voorbeelden – de inzameling van geld ofvoedselpakketten door een kerk voor de voedselbank onderartikel 5? Moet de kerk dan namen aan de voedselbankdoorgeven op straffe van een verbod, of gaat artikel 5 alleen overgeld en bijdragen vanuit het buitenland en moet een kerk dát opdat moment doorgeven? De vraag ziet dus op de begrippen«opdrachtgever», «in opdracht van» en «tussenpersoon». Wievallen hieronder en zijn dat bijvoorbeeld ook particulieren?•Over het algemeen zal het gaan om anonieme donaties die bovendien(ver) beneden de grens van € 15.000 zullen vallen. Als amendementennr. 13 of nr. 14 (inmiddels vervangen door nr. 26) worden aangenomen,zullen deze donaties buiten de reikwijdte van de Wtmo en dus ook vanartikel 5 vallen.•Tussenpersonen kunnen ook particulieren zijn.•Artikel 5 gaat over de tussenpersoon en bedoeld is om omzeiling tevoorkomen. Met andere woorden: je schakelt iemand in, om deherkomst van donaties te verhullen.•Als je als tussenpersoon donaties in ontvangst neemt en je deze«doorgeeft» aan een maatschappelijke organisatie, dan zul je onderandere wel moeten bijhouden van wie je de donatie hebt gekregen.73.(CDA) Vrijwilligers die belangeloos een bestuurstaak op zichnemen, kunnen sinds het invoeren van de Wet bestuur en toezichtrechtspersonen persoonlijk in grote problemen komen. Is deMinister het met het CDA eens dat we niet op deze manier metonze vrijwillige bestuurders om moeten gaan? Is de Ministerbereid om te laten onderzoeken hoe we de Wet bestuur entoezicht rechtspersonen kunnen wijzigen zodat juist ookvrijwillige bestuurders beter beschermd kunnen worden?•Ik ben het er van harte mee eens dat we onze vrijwillige bestuurdersmoeten koesteren.•Ik verwijs over de aansprakelijkheid van bestuurders als eerste graagnaar de beantwoording van de Staatssecretaris Rechtsbeschermingvan 2 december 2024.14•Ik voeg hier aan toe dat het goed is om te gaan kijken hoe de wet in depraktijk heeft uitgepakt.•Mij is bekend dat de Staatssecretaris Rechtsbescherming, onder wiedeze wet nu valt, van plan is om deze wet te gaan evalueren.•Deze evaluatie vangt dit jaar aan.•Uiteraard wordt de Kamer van de uitkomsten van deze evaluatie op dehoogte gesteld.74.(SGP) Heeft de Minister een idee van de enorme impact die ditwetsvoorstel heeft op maatschappelijke organisaties als ze iedere14Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 692.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2926 donatie, zowel financieel als in natura, moet registreren? Is deMinister bereid een uitvoeringstoets te laten uitvoeren?•Ja, ik begrijp deze wens aldus dat wordt verzocht om een invoerings-toets. Dat is een begrijpelijke wens.•Wel wil ik graag flexibiliteit houden over de vormgeving van eeninvoeringstoets.•Houd ook rekening met beperkte inzichten in de werking in de praktijk,aangezien we verwachten dat de instrumenten op grond van de Wtmoslechts enkele malen per jaar ingezet zullen worden.•Vanuit het ministerie zullen we kijken hoe we dit praktisch vormkunnen geven, bijvoorbeeld in de vorm van een expertbijeenkomst,bijeenkomst met organisaties of een (klein) extern onderzoek.•In de brief waarbij deze bijlage is gevoegd, is nader ingegaan op degevolgen van de Wtmo voor maatschappelijke organisaties.75.(SGP) In hoeverre is het nodig dat gedachtegoed zich toespitst opbuitenlandse beïnvloeding, om onderzoek te laten verrichten doorde burgemeester of het OM? Hoe voorkomt de Minister dat ditvoorstel een dekmantel wordt om organisaties met onwelge-vallige meningen of standpunten aan te kunnen pakken?•Het is niet nodig dat de ongewenste beïnvloeding vanuit het buiten-land plaatsvindt.•In het geval van een informatieverzoek is doorslaggevend in hoeverreer sprake is van een noodzaak in het kader van het beschermen van deopenbare orde (burgemeester) of het algemeen belang (OpenbaarMinisterie).•Bij het handhavingsinstrumentarium is doorslaggevend of er sprake isvan (klaarblijkelijk dreigende) ondermijning van de democratischerechtstaat.•Er zijn uiteraard waarborgen om te voorkomen dat onwelgevalligemeningen worden aangepakt. We willen niet dat deze wet eeninstrument voor censuur wordt.•Deze waarborgen zijn:−Criteria waaraan moet zijn voldaan, voordat de instrumentenkunnen worden ingezet. Naarmate het instrumentarium verdergaat, zijn de normen strenger. Er kunnen bijvoorbeeld pas tegoedenworden bevroren als er sprake is van (klaarblijkelijk dreigende)ondermijning van de rechtstaat of het openbaar gezag.−Procedurele waarborgen, in de vorm van voorafgaande toetsingvan maatregelen door de rechter. Het verzoek wordt gedaan doorhet Openbaar Ministerie.76.(D66) In de context van «dark money», waarbij een organisatiereclame inkocht namens een andere organisatie, werd gewezennaar de Europese Verordening betreffende transparantie engerichte politieke reclame die dit najaar in werking treedt.Daarnaast wordt nog onderhandeld over transparantie vannamens derde landen uitgevoerde belangenvertegenwoordigingen activiteiten. Hoe verhoudt de Wtmo zich tot Europese regel-geving?•De Wtmo heeft een ander doel en reikwijdte vergeleken met de doorde heer Sneller genoemde Europese regelgeving.•Het zijn afzonderlijke trajecten zonder directe overlap.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2927 •De Wtmo richt zich op maatschappelijke organisaties die in Nederlandactiviteiten ontplooien die mogelijk in strijd zijn met de openbare orde;de Europese regelgeving heeft een breder doel en reikwijdte.•Ik snap de vraag van de heer Sneller goed. Uiteraard kijkt het kabinet –in algemene zin – wel naar samenhang van Europese voorstellen inrelatie tot Nederlands beleid en wetgeving.•Waar het gaat om heimelijke beïnvloeding en ondermijning moeten deinstrumenten elkaar versterken.77.(FVD) Kan de Minister garanderen dat de bevoegdheden van ditwetsvoorstel niet worden ingezet tegen kritische media ofvreedzame actiegroepen?•Er is alle ruimte om je mening te uiten, ook als die kritisch is.•Je mag alleen niet de democratische rechtstaat ondermijnen.•Het wetsvoorstel geeft duidelijk aan wanneer er (1) een informatiever-zoek kan worden gedaan en (2) wanneer maatregelen kunnen wordengetroffen.78.(NSC) Heeft een stichting nog wel toegang tot de middelen omhaar rechtsbijstand te betalen wanneer het geld bevroren is? Opwelke manier wordt daarmee rekening gehouden?•Ik kan de heer Six Dijkstra gerust stellen. Bevriezing kan alleen doortussenkomst van de rechter worden opgelegd. De organisatie kan zichdus volledig verweren bij de rechter.•Wordt de bevriezing opgelegd, dan kan de rechter zo nodig nogbepalen tot welk bedrag. Daarmee kan hij rekening houden meteventueel toekomstige rechtsbijstand.79.(NSC) Zijn er objectieve criteria kenbaar voor maatschappelijkeorganisaties voor wat wel/niet mag qua accepteren van giften?Als er geen heldere, meetbare en objectieve criteria zijn, hoe kande rechter deze criteria dan beoordelen? Hoe kan de rechter danbeoordelen of maatschappelijke organisaties al dan niet over deschreef gaan? Verwacht de Minister dat een eventuele veroor-deling dan ook standhoudt bij het Europese Hof?•Doneren mag, graag zelfs. Doneren juichen wij als overheid toe, omdatze een belangrijke geldstroom zijn voor ons maatschappelijkemiddenveld en goede doelen in het bijzonder.•Waar het om gaat, is wat wordt gedaan met het geld.•De grens ligt daar, waar er duidelijke aanwijzingen zijn dat de geldengebruikt worden voor activiteiten om de democratische rechtsstaat ofhet openbaar gezag te ondermijnen. Zijn dat helder met een schaartjete knippen criteria? Nee. Dat komt omdat de casuïstiek eindeloos is.Maar de gehanteerde criteria zijn ook niet bepaald een lage drempel.•En er zit een belangrijke waarborg aan vast, namelijk dat maatregelenals het bevriezen van donaties of een verbod om donaties te ontvan-gen, alleen via de rechter kunnen worden opgelegd.•Rechters weten bovendien hoe om te gaan met het toepassen vandergelijke criteria in concrete gevallen.80.(NSC) Bij de grijze zone: krijgen organisaties een waarschuwingvan de burgemeester voordat tot bevriezing wordt overgegaan?Hoe wordt die afweging gemaakt? Wanneer er sprake is van eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2928 duidelijke aanleiding om onderzoek te starten en activiteiten stilte leggen, wanneer vindt in het proces dan zo’n bevriezing plaats,en op basis van welk misdrijf? Wordt een gewone stichting danook in staat gesteld om aan te tonen dat deze wel binnen degrenzen van de wet zou handelen? Welke rechtsmiddelen heefteen stichting? Hoe kan zij haar positie kenbaar maken?•Deze vragen van NSC gaan over toepassing van het handhavingsin-strumentarium.•We hebben gekozen voor een strenge norm. Er moet sprake zijn vanondermijning van de democratische rechtstaat. Het grote belang vande rechtstaat wordt onderstreept in de algemene bepaling in deGrondwet. Aan de norm is niet snel voldaan. De maatregelen zijnbovendien in tijd beperkt.•In de brief waarbij deze bijlage is gevoegd, is nader ingegaan op watonder «ondermijning» moet worden verstaan.•Elke maatregel wordt vooraf door de rechter getoetst. Daarin zit duseen stevige waarborg voor een maatschappelijke organisatie. Die kanzich dus ook voor de rechter verweren tegen een maatregel.•Wordt een maatregel opgelegd, dan kan de getroffen organisatiebovendien om opheffing vragen.•Wij achten dit houdbaar, ook vanuit het perspectief van het EVRM.Immers, er is een gang naar de rechter. En er staan belangrijkewaarborgen tegenover die in het EVRM-perspectief houdbaar zijn: jemag als overheid maatregelen treffen om de eigen samenleving enrechtstaat te beschermen. De maatregelen voldoen aan de eisen vanproportionaliteit (treft alleen uitzonderlijke situaties) en subsidiariteit(gaan niet verder dan nodig om het doel te bereiken).•De maatregelen zijn ook voorzienbaar. Weliswaar is de norm ondermij-ning een (gedeeltelijk) open norm, maar deze wordt in de toelichtingen in de jurisprudentie (onder meer uitspraken die in het kader van detoepassing van 2:20 BW, het verbieden van organisaties zijn gegeven)nader ingevuld. Dat mag volgens het EHRM.81.(GL-PvdA) Wanneer is sprake van ondermijning van de democra-tische rechtstaat door antidemocratisch en anti-integratiefgedrag?82.(CU) Als het bijvoorbeeld gaat over het begrip «antidemocra-tisch», wat bedoelen we daar dan precies mee? Kan de Ministerhelderheid geven op de voorzienbaarheid? Kan hij enige onduide-lijkheid wegnemen door deze begrippen een materiële invulling tegeven?•U kunt hierbij denken aan gedragingen van personen bij een stemlo-kaal om mensen dusdanig te beïnvloeden en/of onder druk te zettendat hun vrijheid van stemmen bij bijvoorbeeld verkiezen wordtbeperkt.•Maar u kunt ook denken aan haatzaaien, intimidatie, isolatie, oproeptot antisemitisme, moslimhaat, mensen weerhouden van mogelijkhe-den die de Nederlandse democratische rechtstaat biedt. Hierdoor kanopenbare orde onder druk komen te staan.•In de brief waarbij deze bijlage is gevoegd, is nader ingegaan op watonder «ondermijning» moet worden verstaan.83.(DENK) Wat vindt de Minister ervan dat de wet enerzijds proble-matisch gedrag bestrijdt, maar tegelijkertijd dit gedrag volgensTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2929 de toelichting niet strafbaar hoeft te zijn. Bij niet-strafbaargedrag moet de overheid zeer terughoudend zijn. De overheidheeft geen glazen bol waarmee ze kan voorspellen of problema-tisch gedrag daadwerkelijk tot strafbaar gedrag leidt.•In de brief waarbij deze bijlage is gevoegd, is nader ingegaan op watonder «ondermijning» moet worden verstaan.C. Deponeringsplicht stichtingen 84.(VVD) Hoe staat het met de Kamer van Koophandel? Zijn desystemen klaar voor de deponeringsverplichting voor stichtingenen wanneer verwacht de Minister dat de wet van kracht kangaan?•De voorgestelde deponeringsverplichting van de Wtmo sluit aan bijbestaande deponeringsprocessen voor jaarrekeningen bij de Kamervan Koophandel.•De voorbereiding en implementatie zal in samenspraak met de Kamervan Koophandel tijdig in gang worden gezet.•Ik streef ernaar om de wet in werking te laten treden per 1 juli 2026.85.(CU) Waarom is gekozen voor een bewaartermijn van zeven jaarvoor financiële gegevens die de burgemeester kan opvragen? Zouhet niet logischer zijn om aan te sluiten bij de termijnen uit deWet politiegegevens, nu de burgemeester een taak krijgt die daarraakvlakken mee heeft?86.(SP) Kan de Minister de bewaartermijn van zeven jaar toelichten?Is deze lange termijn niet riskant voor organisaties die het nietgewend zijn om grote hoeveelheden gegevens veilig te bewaren?•De zevenjaarstermijn is gebruikelijk in het Burgerlijk Wetboek voor hetbewaren van administratie van stichtingen en andere rechtspersonen.•En de zevensjaarstermijn is ook gebruikelijk voor de bewaarplicht inhet fiscale recht.•Maar ik sta ervoor open om aan te sluiten bij de vijfjaarstermijn van deWet politiegegevens, omdat het gaat om de informatie die deburgemeester moet en mag bewaren.•Het amendement op dit punt heb ik positief geapprecieerd, waarvoorik verwijs naar de brief waarbij deze bijlage hoort.87.(SP) Wat is de toegevoegde waarde bovenop artikel 2:297 BW?•Artikel 297 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek geeft het OpenbaarMinisterie de bevoegdheid om informatie op te vragen bij de stichtingin de volgende gevallen:C als er ernstige twijfel is of de stichting de wet of de statuten getrouwnaleeft; ofC als het bestuur niet naar behoren wordt gevoerd.•Toepassing van artikel 2:297 BW is gericht op het optreden tegenwanbeleid, wanbestuur en het niet-naleven van statuten. Dat gaatvooral over het functioneren van de stichting zelf.•De bevoegdheid van de Wtmo daarentegen geldt specifiek voor hetkunnen opvragen van informatie bij vermoedens van ongewenstebeïnvloeding door middel van financiering door derden van ontwrich-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2930 tende handelingen. Dit gaat dus meer over handelingen van derdendie externe invloed op de stichting hebben.D. Rechterlijk bevel 88.(VVD) Start het OM naar verwachting echt juridische proceduresop basis van de zogenaamde open norm die in het wetsvoorstel isgeformuleerd? In de toelichting wordt geschreven dat hethooguit zal gaan om twee zaken per jaar. Waarop baseert hetkabinet dit?•Laat ik voorop stellen: het gaat om ernstige zaken waarbij dit instru-mentarium wordt ingezet. Ik verwacht zeker dat het OM op basis vanhet voorstel aan de slag gaat.•Op basis van de ervaringen met de verbodenverklaring van artikel 2:20BW is de inschatting gedaan dat het hooguit om enkele zaken per jaargaat.•In de brief waarbij deze bijlage is gevoegd, is nader ingegaan op watonder «ondermijning» moet worden verstaan.89.(NSC) Kan de Minister concreet aangeven wanneer activiteitenvan organisaties de democratische rechtsstaat klaarblijkelijkdreigen te ondermijnen?90.(VVD) Hoe zal de norm ondermijning in de praktijk wordentoegepast?91.(VVD) Schat de Minister in dat het wetsvoorstel soelaas zoukunnen bieden voor het type voorbeelden As-Soennah moskee;Samidoun, Hizb ut Tahrir en PFLP; Confucius Instituut?92.(SP) Wanneer is er precies sprake van ondermijning van dedemocratische rechtsstaat of het openbaar gezag? Druist het nietin tegen het voorzienbaarheidsvereiste in dat dit niet volstrekthelder is voor de maatschappelijke organisaties waar dit overgaat? Anders biedt dit ruimte voor willekeur en ontstaat hetrisico dat een activiteit als ondermijnend wordt gekwalificeerdals deze niet in lijn ligt met het overheidsbeleid. Kan de Ministerdaarop reageren?•In de brief waarbij deze bijlage is gevoegd, is nader ingegaan op watonder «ondermijning» moet worden verstaan.93.(VVD) «The proof of the pudding is in the eating». Is de Ministerdat met ons eens? Kan hij bevestigen dat er sprake zal zijn vanscherpe monitoring van dit nieuwe instrument, met tussentijdsoverleg met het OM? Weet hij of er ook binnen het OM wordtaangedrongen op een richtlijn voor toepassing van deze wet?•Ik ben dat met de VVD eens.•We moeten gaan kijken hoe de toepassing van de Wtmo zich in depraktijk zal uitkristalliseren. Ik ben bereid om in het kader van demonitoring ook met het OM te spreken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2931 •Ik ben ook bereid om tijdens regulier overleg met het college van PG’sdit onderwerp (ook) onder de aandacht te brengen, zodat zij goedvoorbereid met deze wet aan de slag gaan. Ik geef de mogelijkheid vaneen richtlijn daarbij in overweging.94.(CU) Is het gigantische sleepnet dat we met deze wet optuigenniet eenvoudig te omzeilen door bijv. een BV te gebruiken?•Een BV is een commerciële rechtspersoon, gericht op het maken vanwinst. Er is een aandeelhoudersvergadering en er moet jaarlijks eenjaarverslag openbaar gemaakt worden. Dat is toch iets anders dan eenstichting of een vereniging met een ideële doelstelling.•BV’s en NV’s hebben niet vaak met donaties te maken, maar vooralmet investeringen vanuit bijvoorbeeld aandeelhouders.•Ik verwacht niet heel snel dat we een verschuiving gaan zien naar hetgebruik van BV’s.•Ik zal dit uiteraard in het kader van monitoring en evaluatie goed in degaten houden.95.(BBB) Niet voldoen aan een informatieverzoek van deburgemeester/OM zijn strafbaar gesteld als overtreding in deWED. Dit is opzettelijk en niet een foutje. Wij gaan er wel van uitdat de burgemeester en het OM niet bij vijf tientjes gaanaanbellen met een verzoek om informatie. Hoe kijkt de Ministerhiernaar?•Dit klopt. Als je niet voldoet aan het verzoek van de burgemeester enhet OM is dit strafrechtelijk vervolgbaar.•Het zal heel duidelijk zijn wanneer je aan een verzoek moet voldoen enwat je moet verstrekken.•Per ongeluk hier niet aan voldoen, lijkt dus niet goed voorstelbaar.Uiteraard zal in het kader van de strafvervolging en evt. strafopleggingwel worden gekeken naar de omstandigheden van het geval96.(BBB) Op pagina 32 van de memorie van toelichting staat: «opgrond van het zesde lid (van artikel 3) kan de burgemeester derechter vragen om een bestuursverbod op te leggen aan debestuurder van een maatschappelijke organisatie als die herhaal-delijk weigert aan het verzoek mee te werken. Maar in lid 6 staat:«die in ernstige mate tekort is geschoten». Dat is niet helemaalhetzelfde. Graag duidelijkheid van de Minister.•Het criterium «in ernstige mate tekort is geschoten» is het criteriumzoals in de wet neergelegd. In de toelichting is aangegeven datdaarvan (bijvoorbeeld) sprake is, wanneer men herhaaldelijk nietmeewerkt.•De toelichting beoogt hier dus een nadere duiding te geven van hetwettelijke begrip.97.(BBB) We zijn het eens met de toevoeging van het stakingsbevelals instrument, maar wat is precies de bedoeling? Er staat dat hetstakingsbevel is bedoeld om de ondermijning of de gevolgenervan zo veel mogelijk af te wenden of eventuele gevolgen tegente gaan. Dat is ook alweer iets ernstiger dan het niet voldoen aanhet verzoek van de burgemeester dan wel het OM tot transpa-rantie. Ik zou daar graag een reflectie van de Minister op willen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2932 •Er is nu geen wettelijk instrument beschikbaar om effectief de(financiële en andere) middelen van maatschappelijke organisaties aante kunnen pakken die met hun door donaties of anderszins gefinan-cierde activiteiten de democratische rechtstaat ondermijnen of ditklaarblijkelijk dreigen te doen.•We willen hiermee de leemte die bestaat tussen het inzichtelijk makenvan donaties (waarin de Wtmo voorziet) en – als uiterste middel – hetontbinden en verbieden van een organisatie waarvan het doel of dewerkzaamheden in strijd zijn met de openbare orde.•We vullen hiermee ook bestaande mogelijkheden aan om bijvoorbeeldvia het strafrecht individuen en organisaties aan te pakken•Dit instrument komt bovenop de mogelijkheid voor de burgemeesteren het OM om informatie op te vragen. Niet voldoen aan zo’n verzoek,hebben we ook voorzien van sancties (bestuursverbod, last onderdwangsom). Dat is inderdaad een lichter instrumentarium.98.(PVV) Hoe ziet de Minister de mogelijkheid van een verbod op hetontvangen van bepaalde donaties (in artikel 4a) in de praktijk?Onder welke voorwaarden kan zo’n verbod worden opgelegd?Wat zijn die bepaalde donaties?•Heel kort gezegd, maakt artikel 4a het mogelijk om een bevel aan eenorganisatie, op te leggen door de rechter op voordracht van het OM,van bepaalde duur (maximaal twee jaar), waarbij de organisatie zichmoet onthouden van bepaalde activiteiten.•De rechter kan, op voordracht van het OM, als bijkomende maatrege-len opleggen:−verval van gelden aan de Staat bij overtreding van het bevel in devorm van een dwangsom;−bevriezing van bepaalde tegoeden;−verbod op ontvangst van bepaalde donaties; (denk hierbij aan eenverbod op categorieën donaties of donaties van bepaalde ontvan-gers);−meldplicht aan het OM van bepaalde donaties/geldstromen; of−(periodiek en op verzoek) inzicht verschaffen aan het OM in definanciële administratie.•Maatregelen (bevel en bijkomende maatregelen) kunnen zo nodig ookcumulatief worden opgelegd door de rechter, waardoor maatwerkmogelijk is.•Een bevel met maatregelen kan worden getroffen wanneer er sprake isvan «ondermijning van de democratische rechtsstaat». In de toelich-ting is dit nader geduid, aan de hand van: (1) ondermijning vanstatelijke instituties en (2) ondermijning van fundamentele rechten.•In de brief waarbij deze bijlage is gevoegd, is nader ingegaan op watonder «ondermijning» moet worden verstaan.99.(SP) Verzoek aan de Minister: kan voortaan niet beter inzichtelijkworden gemaakt wat er na de consultatie en adviezen nog isveranderd?•Naar aanleiding van de consultatie en adviezen is het niet ongebruike-lijk om (forse) wijzigingen door te voeren.•Dit is in de Wtmo ook gedaan, juist ook om tegemoet te komen aan desoms terechte kritiek die in de verschillende consultatiereacties enadviezen naar voren is gekomen.•Hierover is ook verantwoording afgelegd, in de consultatieparagraaf.100.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2933 (SP) Hoe wordt voorkomen dat deze wet zo wordt uitgelegd datin de praktijk enkel specifieke organisaties met een bepaaldeachtergrond worden aangepakt? De Minister geeft in detoelichting aan dat dat niet gebeurt, maar voelt blijkbaar wel denoodzaak dat te benoemen.101.(DENK) Wat te denken van het begrip «anti-integratief»? Ik hebhet vermoeden dat deze term vooral wordt gebruikt om mensenmet een migratieachtergrond weg te zetten. Graag een reflectievan de Minister op het voorgaande.•Dit is geborgd door de voorname rol van de rechter en – bij hetinstrumentarium van artikel 4a – de rol van het Openbaar Ministerie.•De aangehaalde opmerking is onder meer gemaakt naar aanleidingvan zorgen die in de consultatie zijn geuit.102.(SP) Kan de Minister bevestigen dat de uitspraken op grond vanartikel 4a openbaar zullen zijn?•Ja, we kennen het beginsel van openbaarheid van rechtspraak.•Ik zie geen dringende reden om hier in dit geval een uitzondering op temaken.•Dat doet deze wet dan ook niet.103.(SP) Rechtsbescherming: kan een maatschappelijke organisatieinzage krijgen in de motivering van een informatieverzoek? Isvoor een organisatie steeds duidelijk waarom ze gevraagd wordtom inzage te verstrekken? Kan dat altijd gedeeld worden? Isvervolgens bij het opleggen van een sanctie of maatregel, eendwangsom of bevriezing, steeds duidelijk op basis waarvan datgebeurt? Zijn er voldoende waarborgen om inzage te krijgen inhet dossier en om effectief bezwaar te kunnen maken endaartegen in beroep te gaan?104.(VVD) Ik heb het idee dat de rechtsbescherming op dit momenteffectief is door de mogelijkheid van een voorzieningenrechter,door de mogelijkheid van hoger beroep. Ik zou graag in antwoordop de vragen die de heer Van Nispen daar ongetwijfeld over gaatstellen, van de Minister horen of daar nog iets aan toegevoegdzou moeten worden.•Het is aan de burgemeester om te beoordelen in hoeverre de openbareorde vereist dat er inzage wordt verstrekt over de achtergrond van hetinformatieverzoek.•De burgemeester is bij het doen van het informatieverzoek uiteraardgebonden aan de beginselen van goed bestuur zoals vastgelegd in deAlgemene wet bestuursrecht, waaronder de motiveringsplicht.•Worden er maatregelen opgelegd, dan staat een gang naar de rechteropen. De behandeling bij de rechter is openbaar.•De burgemeester is bovendien verantwoording verschuldigd aan degemeenteraad over de inzet van de bevoegdheid om informatie op tevragen (artikel 180 Gemeentewet).•Ten aanzien van artikel 4a: het Openbaar Ministerie zal een verzoek-schrift indienen met de gronden om een stakingsbevel te vragen, meteventueel aanvullende maatregelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2934 •De maatschappelijke organisatie zal zich hiertegen kunnen verwerenvia een verweerschrift en ook tijdens de zitting bij de rechter.105.(D66) Dan het type organisatie waar het over gaat. Hoe kan metdit wetsvoorstel dreigende ondermijning worden aangepakt doorbijvoorbeeld een (in nota van wijziging genoemde) crimineleorganisatie of statelijke actoren die trollen inzetten, die dat nietdoen via een vereniging of stichting in Nederland?•Dit wetsvoorstel ziet op maatschappelijke organisaties die vallenbinnen de reikwijdte van artikel 1 Wtmo.•Als er sprake is van criminele activiteiten of ondermijning vanuitgeorganiseerde verbanden die niet handelen vanuit een maatschappe-lijke organisatie, dan zal gebruik moeten worden gemaakt van hetreguliere strafrechtelijk of bestuursrechtelijk arsenaal.•Als er sprake is van een maatschappelijke organisatie, geldt tenaanzien van «dreigende ondermijning» dat er aanleiding van hetadvies van de RvS ook verder is verduidelijkt dat ook klaarblijkelijkdreigende ondermijning onder het voorstel moet vallen.•We willen niet wachten totdat het leed is geschied. Tegelijk: dedrempel ligt ook hier hoog. De term «klaarblijkelijk» betekent dat erhele duidelijke aanwijzingen moeten zijn dat ondermijning zal gaanplaatsvinden, en ook op afzienbare termijn.106.(D66) De Raad van State zegt in het advies over de nota vanwijziging dat de invulling die de toelichting aan de norm «onder-mijning van de democratische rechtstaat» geeft, bestaat uituiteenlopende voorbeelden en maatstaven die eveneens eenweinig eenduidige interpretatie kennen. Wat heeft kabinet nugewijzigd in de definitieve wettekst naar aanleiding van ditadvies?•Naar aanleiding van het advies van de Raad van State, hebben wij denodige aanpassingen gedaan.•Advies RvS: de gebruikte norm «ondermijning van de democratischerechtsstaat en van het openbaar gezag» is onduidelijk. De term«klaarblijkelijke dreigende ondermijning» gaat volgens de Afdeling tever.•Naar aanleiding hiervan is in de nota van toelichting de notie «onder-mijning van de democratische rechtsstaat» verder toegelicht, aan dehand van: (1) ondermijning van statelijke instituties en (2) ondermij-ning van fundamentele rechten. Verder is ook toegelicht waarom hetbelangrijk is dat ook dreigende ondermijning kan worden aangepakt.•Overigens is onder meer de vervallenverklaring van gelden naaraanleiding van het kritische advies van de RvS geschrapt als mogelijkemaatregel.E. Overig 107.(VVD) Ik wil de Minister vragen wanneer hij verwacht de afspraakin het regeerakkoord uit te voeren om te onderzoeken of een slimverbod mogelijk is op dergelijke financiering [van één specifiekbuitenlands regime zoals een door Diyanet gefinancieerdemoskee]?•Er kan inderdaad al een hoop op basis van bestaande wetgeving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2935 •Maar in elk geval een individuele organisatiegerichte aanpak en zichtop donaties ontbraken nog. Hierop richt zich Wtmo.•Naast de Wtmo heb ik twee inventarisaties in voorbereiding, namelijk:1.Hoe andere landen in de EU omgaan met organisaties diemogelijke banden hebben met terroristische organisaties, waarbijook specifiek wordt gekeken welke mogelijkheden zij hebben tot hetverbieden van deze organisaties.2.Welke maatregelen andere landen nemen om ongewenstebuitenlandse financiering tegen te gaan.•Als uit deze inventarisaties blijkt dat er nog onvoldoende middelen zijnom effectief op te kunnen treden, zullen we passende aanvullendemaatregelen nemen.•Over de uitkomsten zal ik uw Kamer in het voorjaar van 2025 informe-ren.108.(VVD) Er is, rond de POCOB, de afspraak gemaakt dat we meerdiplomatieke informatie zouden krijgen over eventuele ondermij-nende activiteiten vanuit het buitenland of financiering vanuit deGolfstaten. Kan de Minister die informatie met de Kamer delen?•Ik neem aan dat u doelt op de Note verbales.•Het kabinet deelt sinds 2018 informatie over note verbales met deKamer.•Hierbij gaat het om een diplomatieke nota van een ambassade van eenland zoals een Golfstaat aan het Ministerie van Buitenlandse Zakenwaarin melding wordt gemaakt van een Nederlandse organisatie diebij het desbetreffende land een aanvraag voor financiering heeftgedaan.•Sinds de totstandkoming van de mondelinge bilaterale afspraken metde Golfstaten over transparantie van financieringsaanvragen vanuitNederland is het aantal ontvangen note verbales beperkt.109.(VVD) Hoe staat het met de uitvoering van mijn drie aangenomenmoties (Kamerstuk 35 228, nr. 8, Kamerstuk 32 824, nr. 427 enKamerstuk 32 824, nr. 432 ) om te komen tot een juridischedefinitie van problematisch gedrag?•De Staatssecretaris voor Participatie en Integratie heeft aangegeven teverkennen of het mogelijk is uw moties inzake de juridisering vanproblematisch gedrag meer specifiek op sectorniveau vorm te gevenzijn. Aangezien het komen tot één brede definitie niet mogelijk is.•Hiertoe zal hij een juridische verkenning laten uitvoeren. Mijnministerie en het Ministerie van BZK zullen hierbij worden betrokken.110.(VVD) Kan de Minister met de Minister van Buitenlandse Zakenbuitenlandse regimes steviger aanspreken daar waar een onder-mijnende agenda gefinancierd wordt?•Laat ik beginnen met zeggen dat financiering van een ondermijnendeagenda niet acceptabel is.•Waar het gaat om ongewenste buitenlandse financiering bijvoorbeelduit de Golfstaten, blijft Buitenlandse Zaken in gesprek met de Golfsta-ten.•Daarbij blijven we duidelijk maken dat financiering die in Nederlandkan bijdragen aan problematisch gedrag onwenselijk is.•Het al dan niet toekennen van een concrete financieringsaanvraag blijfteen beslissing van de autoriteiten van het desbetreffende land.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2936 •Daarnaast wordt, door mijn ministerie, met enige regelmaat ininternationaal verband aandacht gevraagd voor ongewenste buiten-landse financiering. Met name binnen Europa heeft Nederland andereEU-lidstaten gewezen op het risico van ongewenste buitenlandsefinanciering en is van gedachten gewisseld over mogelijke oplossin-gen.111.(VVD) Hoe worden gemeenten ondersteund die met zorgelijkesignalen worstelen? Hoe zit het met de, rondom de POCOBopgerichte, al een tijd slapende taskforce? Hoe worden signalennaar aanleiding van diplomatieke informatie en onderzoeken vande AIVD nu tussen ministeries en gemeenten gedeeld? Is deMinister bereid om samen met zijn collega van SZW snel eenbesluit te nemen over de positionering en het voortbestaan vande taskforce?•In oktober 2023 heeft de toenmalig Minister van SZW uw Kamergeïnformeerd over het stopzetten van de Taskforce Problematischgedrag en ongewenste buitenlandse financiering.•Daarbij is aangegeven dat al sinds april 2021, vanwege het ontbrekenvan wettelijke grondslagen bij het merendeel van de partners, geensprake meer is van casuïstiek behandeling.•Signalen uit diplomatieke informatie of onderzoeken kunnen alleengedeeld worden tussen overheidsinstellingen die daarvoor eenwettelijke grondslag hebben.•De betrokken departementen zijn blijven samenwerken in de aanpakvan problematisch gedrag en buitenlandse financiering, maar binnenhun eigen wettelijke grondslag en niet onder de noemer van deTaskforce.•Deze vorm van samenwerking past ook beter bij het veranderdedreigingsbeeld, namelijk dat de dreiging voor de democratischerechtsorde die uitgaat van de salafistische beweging als geheelbeperkt is, en bij de behoeften van gemeenten aan ondersteuning. Zieop dit punt ook de brief waarbij deze bijlage hoort.112.(D66) Welke ruimte geven we het kabinet met dit wetsvoorstelom bij AMVB dingen te regelen over anonieme donaties?•Het is nog open of dan wel in welke mate straks anonieme donatiesonder de Wtmo zullen voorkomen. Dat is inherent aan de door deWtmo bestreken geldstromen.•Een aantal fracties heeft er terecht op gewezen dat anonieme donatieskunnen worden gebruikt om de Wtmo te omzeilen.•Dat geldt met name als anonieme donaties ook nog opgeknipt wordenom zo onder de grens van € 15.000 te blijven. Deze grens wordt dooreen amendement voorgesteld.•De delegatiegrondslag in artikel 6 biedt de mogelijkheid om hier bijAMvB nadere regels over te stellen.•Het is geen ongeclausuleerde AMvB grondslag. Er is een limitatief rijtjeonderwerpen opgenomen in artikel 6 waar de AMvB over mag gaan.113.(DENK) Waarom wordt salafisme er als specifieke strominguitgelicht? Waarom wordt geen enkele andere stroming vanandere religies zelfs maar genoemd?•Allereerst: de Wtmo is ideologie neutraal.•Ik herken niet het beeld dat salafisme wordt uitgelicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2937 •Salafisme wordt genoemd in het kader van het DreigingsbeeldTerrorisme Nederland uit 2020 in de memorie van toelichting.•Zoals ik eerder heb aangegeven in de beantwoording van vragen 35 en36 van de VVD, is het dreigingsbeeld sindsdien veranderd.•Zie op dit punt ook de brief waarbij deze bijlage hoort.114.(DENK) Waarom zwijgt de Minister over buitenlandse inmenginguit bijvoorbeeld Israël?•Ik herken het beeld niet dat Nederland zwijgt over inmenging vanuitIsraël.•Zo heeft het kabinet naar aanleiding van het rapport dat door hetIsraëlische Ministerie van Diaspora en Antisemitismebestrijding viasociale media is verspreid over de rellen in Amsterdam, de Israelischeautoriteiten over deze gang van zaken aangesproken.•Hierover is uw Kamer in november geïnformeerd.115.(SGP) Geeft de Minister zich rekenschap van de gevolgen voor definanciële positie van goede doelen en voor de mogelijkhedenvoor goede doelen en instellingen om hun waardevolle taken teblijven uitvoeren?•Hierop bestaat geen concreet zicht. De categorie «maatschappelijkeorganisaties» is enorm divers, in omvang, financiële positie enactiviteiten, waardoor de effecten van de Wtmo heel uiteenlopendkunnen neerslaan.•Juist daarom ben ik bereid deze aspecten mee te nemen bij deevaluatie van de Wtmo.•Ik zie overigens geen aanwijzingen dat de Wtmo goede doelen zoubeletten hun taken te blijven uitoefenen.116.(NSC) Kan de Minister aangeven of de toezegging over deevaluatie van de wet na vijf naar nog staat, los van de vraag of deamendementen worden aangenomen of niet?•Ja, die toezegging staat.117.(SGP) Wat de SGP betreft moet de aanpak van ongewenstebuitenlandse financiering van maatschappelijk organisaties veelrisicogerichter vormgegeven worden. Is de Minister bereid teverkennen of een uitzondering voor laag-risico organisaties ookbij dit wetsvoorstel gemaakt kan worden?•We kiezen voor een organisatiegerichte aanpak, waarbij we een gelijkemaatstaf voor iedereen hanteren.•Ik zie niet goed hoe we onderscheid zouden kunnen maken tussenhoog- en laag risico organisaties.•Wat voor een objectiveerbare risicobepaling kan helpen, is eenobjectief onderscheid maken naar grootte van de ontvangen donaties(zoals werd voorgesteld in amendement SGP/CU).•We kunnen niet aansluiten bij bestaande instrumenten, zoals doorlo-pende controle op rechtspersonen, omdat die gericht is op financieel-economische criminaliteit en niet op ondermijnende of orde versto-rende acties.118.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2938 (D66) Er zijn ook allerlei organisaties of soms bedrijven die directgelieerd zijn aan politieke partijen, maar dat zijn geen formeleneveninstellingen. Vallen die wel onder de reikwijdte van dezewet?•Politieke partijen en hun neveninstellingen als bedoeld in artikel 1,onderdeel b, respectievelijk onderdeel f, van de Wet financieringpolitieke partijen zijn uitgesloten van deze wet.•Gaat het om maatschappelijke organisaties die politiek actief zijn diebuiten deze definitie, dan vallen ze onder de reikwijdte van de Wtmo.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 646, nr. 2939
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.