Verslag schriftelijk overleg over Ombuigingen VWS-begroting en positie VNG in het IZA (Kamerstuk 36600-XVI-163)
Brontekst
Versie 2db64405db90a952 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XVIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (XVI) voor het jaar 2025Nr. 199 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 7 juli 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de brief van 31 januari 2025 overOmbuigingen VWS-begroting en positie VNG in het IZA (Kamerstuk36 600 XVI, nr. 163).De vragen en opmerkingen zijn op 6 maart 2025 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 7 juli 2025 zijnde vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-36600-XVI-199ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1991 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie6II.Reactie van de Minister6 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de ombuigingenop de VWS-begroting en positie van VNG in het IZA. Ten aanzien van deombuigingen op de VWS-begroting hebben genoemde leden op ditmoment geen aanvullende vragen en of opmerkingen.Genoemde leden zien dat VWS, ZN en VNG weer in gesprek zijn over hetaanvullend zorg- en welzijnsakkoord en deelname aan het IntegraalZorgakkoord (IZA). Samenwerking is essentieel om de verbinding in deregio tussen het zorg- en sociaal domein te kunnen versterken. De ledenvan de PVV-fractie gaan er vanuit dat alle partijen hun verantwoorde-lijkheid hierin nemen en er samen voor zorgen dat ook na de voorjaarsbe-sluitvorming definitief besloten wordt om deelname aan het IZA en hetaanvullend akkoord voort te zetten.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met veel interessekennisgenomen van de brief van de Minister over de ombuigingen op deVWS-begroting en de positie van de VNG in het IZA. Genoemde ledenhebben een aantal grote zorgen bij de ombuigingen en het op losseschroeven staan van het IZA en hebben dan ook meerdere vragen aan deMinister.Om te beginnen betreuren de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie deonduidelijkheid omtrent de ombuiging op de subsidie van bij- ennascholing van medisch specialisten, zowel over de initiële invulling vande bezuiniging als over de uitblijvende oplossing van de Minister.Genoemde leden schrokken van het feit dat de bezuinigingen «rauw» ophet dak vielen van de Minister en dat zij via de media moest vernemen dater honderden miljoenen op haar eigen begroting werden bezuinigd.Erkent de Minister de gevolgen hiervan en de hierdoor ontstane onrust,bijvoorbeeld bij ziekenhuizen die zonder enige waarschuwing werdenovervallen met een enorme bezuiniging die bovendien zonder overlegmet de sector tot stand is gekomen? Wat heeft u sindsdien gedaan om hetcontact met de branche te herstellen? Worden partijen beter meegenomenin de alternatieve invulling van de bezuiniging?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben daarnaast de zorg dat de«placeholder» waarmee de bezuiniging op de subsidie bij- en nascholingmedisch specialisten wordt ingevuld tot de voorjaarsbesluitvorming,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1992 eveneens tot onduidelijkheid kan leiden. De Minister schrijft dat het «nietde bedoeling [is] om aan het OVA-convenant te tornen». Die zorg hebbende deze leden echter wel degelijk, aangezien de ombuiging tijdelijk wordtingevuld door middel van een korting op de loon- en prijsbijstellingtranche 2025 van de VWS-begroting. Kan de Minister nadrukkelijkeraangeven dat hiermee per definitie niet aan het OVA-convenant zalworden getornd en dat concreet toezeggen? En wat bedoelt de Ministerdaarnaast als zij schrijft dat ze zoekt naar een oplossing «die de gewenstetransitie van de zorg niet belemmert»? Kan de Minister hier nader opingaan? Welke onderdelen uit de begroting vallen hier wel en niet onder?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie staan positief tegenover de inzetvan de Minister om afspraken te maken over de beloning van medischspecialisten. Zij zien de inventarisatie van de Minister naar de mogelijk-heden om hier invulling aan te geven als een goede stap. Wanneer kan deKamer de inventarisatie van de Minister verwachten? En hoe haalbaaracht de Minister de beoogde besparingen die hiermee behaald kunnenworden? Kan de Minister garanties geven dat de boogde besparingen ookdaadwerkelijk behaald worden en gaan deze in beginsel niet juist gepaardmet hogere kosten? Hoe staat het daarnaast met de uitvoering van deaangenomen motie van het lid Dijk c.s. over uiterlijk voor het zomerrecesvan 2025 een voorstel naar de Kamer sturen om medisch specialisten inloondienst te brengen1? Wordt dit voorstel meegenomen in de afsprakenover de beloning van medisch specialisten?Daarnaast hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nog eenaantal prangende vragen over de positie van de VNG in het IZA. Dezeleden zijn voorzichtig positief over de vermelding van de Minister dat hetVNG weer deelneemt aan de gesprekken over het aanvullend zorg- enwelzijnsakkoord (AZWA) en deelname aan het IZA hervat. Genoemdeleden lezen echter ook dat na de voorjaarsbesluitvorming door deAlgemene Ledenvergadering (ALV) van de VNG pas definitief wordtbesloten over verdere deelname aan het IZA en het aanvullend akkoord.Gezien het feit dat de overheid zich steeds meer opstelt als eenonbetrouwbare partner en telkens niet de goede randvoorwaarden schept,is dat wat deze leden betreft vanuit de VNG gezien goed te begrijpen. Zozien deze leden nog steeds geen visie of plan voor het ravijnjaar en wordter hard bezuinigd op preventie. Ook komen er alleen maar meer taken bijgemeenten te liggen, terwijl ze daar geen extra middelen voor terug-krijgen. Kan de Minister hierop reflecteren? Erkent zij dat de overheid hierernstig in tekort is geschoten en begrijpt zij in dat licht de eerdere keuzevan de VNG om uit de onderhandelingen te stappen?Ook zien de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat er nog steeds teveel bezuinigd wordt op preventie, met alle gevolgen van dien voor deonderhandelingen over het AZWA. Klopt het bijvoorbeeld dat het kabinetgeen geld vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) beschikbaar zal stellenvoor meer welzijn en preventie van inwoners en andere maatregelen diede zorgvraag verminderen, bijvoorbeeld de inzet van sociaal werk? Erkentde Minister dat het sociaal domein een essentieel onderdeel is vanpreventie en het beperken van de zorgvraag? Klopt het dat de financieringhiervan echter geheel buiten de financiering van het IZA valt? Kan deMinister aangeven of hier, in tegenstelling tot het IZA, wel middelen voorgereserveerd worden binnen het AZWA? En hoe gaat de Minister ervoorzorgen dat aan de randvoorwaarde van de VNG om weer deel te nemenaan de gesprekken, namelijk dat de financiële positie van gemeentenmoet zijn verbeterd en het akkoord uitvoerbaar moet zijn, voldaan wordt?1Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 76Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1993 Erkent zij dat het nakomen van deze randvoorwaarde essentieel is om degesprekken over het AZWA te laten slagen?De zorgen over de positie van gemeenten en de VNG worden door debrief van de Minister helaas niet weggenomen bij de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie. Wat gaat de Minister doen om ervoor te zorgendat de VNG en gemeenten aan tafel blijven, ook na de voorjaarsbesluit-vorming? Kan ze garanderen dat alle partijen die het IZA hebben getekendook onderdeel zullen zijn van het aanvullend akkoord? Wat doet zij eraanom dit voor elkaar te krijgen? En kan de Minister garanderen dat hetaanvullend akkoord geen verslechtering wordt ten opzichte van het beleidvan haar voorgangers?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief over deombuigingen VWS-begroting en de positie van de VNG in het IZA. Zijhebben hierbij nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie zijn het met de Minister eens dat artsenbijdragen aan het realiseren van het publieke belang van goede, toegan-kelijke en betaalbare zorg. Genoemde leden vinden dat hetzelfde geldtvoor verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, laboranten en alleandere betrokken en bevoegde professionals in de zorg. Zij hopen niet datde Minister artsen een «status aparte» toebedeelt in haar beleid rondomzorg, kan de Minister dit bevestigen? En is de Minister het met deze ledeneens dat gelijkwaardige samenwerking tussen artsen en al die andereprofessionals gebaat is bij het expliciete besef dat alle disciplines elkaarnodig hebben voor een kwalitatief en effectief zorgnetwerk rondompatiënten. En dat een status aparte daarin niet past. Zo ja, hoe laat zij datin haar beleid zien?De leden van de VVD-fractie lezen dat de achterban van de FederatieMedisch Specialisten (FMS) in een gesprek met de Minister hebbenaangegeven zich onheus bejegend te voelen. Genoemde leden vragen deMinister of hierbij ook de al gevraagde «status aparte» voor artsen geldten of de Minister dit als een succesvolle lobby beschouwt, of hebben deverpleegkundigen etc. ook wel eens een dergelijk gevoelen getoond in dekamer van de Minister, maar hebben we daar gewoon nooit over gelezenin een brief.In de beslisnota lezen de leden van de VVD-fractie dat aan de NederlandseVereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en de FMS is gevraagd te komen meteen voorstel over het in loondienst brengen van specialisten. Genoemdeleden zijn ontstemd te lezen dat het gesprek niet tot voorstellen heeftgeleid, maar wel tot een «gevoel» bij FMS. Deze leden vinden hetbegrijpelijk dat de Minister wil dat het zorg- en welzijnsakkoord voortgaat,maar vragen de Minister of zij niet ook vindt dat de inzet van belangen enmacht van de FMS op deze manier strijdig is met de gedeelde publiekewaarden in de zorg. Op welke termijn verwacht de Minister een concreetvervolg tussen haar en de FMS en NVZ?Tenslotte vragen de leden van de VVD-fractie wanneer de Ministerverwacht meer duidelijkheid te hebben over de mogelijkheden ominvulling te geven aan de gevraagde ombuigingen en op welke manier zijde Kamer hierin betrekt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1994 Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de brief over deombuigingen VWS-begroting en de positie van de VNG in het IZA.De Minister geeft aan de Kamer nader te informeren over de invulling vande € 165 miljoen waarvoor zij nu een «placeholder» heeft gevonden. Kande Minister toezeggen minstens twee weken voor het debat over devoorjaarsnota haar plannen voor deze alternatieve invulling te delen metde Kamer?De leden van de NSC-fractie vinden het een goede ontwikkeling dat VNGweer deelneemt aan de gesprekken over het AZWA en deelname aan hetIZA hervat. De Minister zegt hiervoor aanvullende afspraken te hebbengemaakt met VNG over gelijkwaardigheid. Hiervan geeft zij ook éénvoorbeeld. Kan de Minister alle gemaakte afspraken in dit kader delen metde Kamer?Tijdens de laatste ALV van de VNG is een resolutie aangenomen waarineen aantal randvoorwaarden zijn geformuleerd voor deelname vangemeenten aan een uiteindelijk Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord. Zo iser besloten dat er een Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO)en een doorrekening gemaakt moeten worden bij een eventueel nieuwakkoord. Gaat de Minister mee met deze resolutie? Zo ja, kan de Ministerhier een planning van geven? Kunnen eventuele aanbevelingen ofopmerkingen over de uitvoerbaarheid nog verwerkt worden?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de reactie van deMinister over een alternatieve invulling voor de ombuiging subsidie bij-en nascholing medisch specialisten. Deze leden constateren dat deMinister nog geen oplossing heeft voor een alternatieve invulling van€ 165 miljoen. Daartoe vragen deze leden, of de Minister duidelijkheid kangeven over de definitieve invulling en de Kamer hierover te informeren.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de ombuigingenVWS-begroting en positie VNG in het IZA. Deze leden hebben de volgendevraag aan de Minister.De leden van de BBB-fractie lezen dat de Minister aangeeft dat deFederatie Medisch Specialisten bij haar heeft aangegeven dat hunachterban zich onheus bejegend voelt in de toon die richting de medischspecialisten wordt gehanteerd. De Minister geeft aan dat spijtig te vinden.De leden van de BBB-fractie zijn van mening dat woorden ertoe doen enalleen «spijtig» hierom te min is. Vooral omdat medisch specialistengemiddeld zo’n 53 uur per week werken en daarmee een aanzienlijkebijdrage leveren aan de zorg. Kan de Minister toezeggen dat beleidsvoor-stellen rondom het inkomen van medisch specialisten niet wordeningevoerd zonder rekening te houden met deze structureel hogerewerktijden? Zo ja, op welke wijze zal de Minister dit meenemen in hetbeleid? Kan de Minister tevens aangeven welke gevolgen een mogelijkenormalisering van de werkuren van medisch specialisten zou hebben voorhet toenemende personeelstekort in de zorg en de oplopende wachtlijstenvoor patiënten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1995 Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief over de ombuigingen binnen de VWS-begroting en positie van deVereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) in de gesprekken over hetIntegraal Zorgakkoord (IZA). Genoemde leden hebben hierover nog enkeleopmerkingen en vragen.Inzake de ombuiging van de VWS-begroting. De leden van de SGP-fractiezijn benieuwd naar de alternatieve invulling van de ombuiging binnen deVWS-begroting. Zij wachten hierover de besluitvorming bij devoorjaarsnota af.Inzake de bestuurlijke afspraken beloningen medisch specialisten. Deleden van de SGP-fractie hebben zich in de gesprekken over ombuigingenop de VWS-begroting er voortdurend sterk voor gemaakt dat er geengenerieke verplichting zou komen voor medisch specialisten om inloondienst te treden. Zij vinden dit een te vergaande stap. Zij onderkennenevenwel het belang van het maken van afspraken over de beloning vanmedisch specialisten. Daarbij zien de leden van de SGP-fractie dat er eenKamermeerderheid bestaat voor het in loondienst treden van alle medischspecialisten. De leden van de SGP-fractie vragen om een naderetoelichting op het tijdspad om te komen tot bestuurlijke afspraken met demedisch specialisten. Nu de eerste gesprekken hierover blijkbaar nietshebben opgeleverd, wanneer wil de Minister hierover meer duidelijkheidhebben? Kan de Minister overigens bevestigen dat het plan om bestuur-lijke afspraken te maken met de medisch specialisten van haarzelf kwam,zoals ook blijkt uit de beantwoording op recente Kamervragen hierover?2Inzake de positie van de VNG in het IZA. De leden van de SGP-fractievinden het een goede zaak dat de VNG voorlopig weer aangehaakt is bijhet IZA, nadat er afspraken zijn gemaakt over meer gelijkwaardigheidtussen het rijk, de zorgverzekeraars en gemeenten. Tegelijkertijd maken deleden van de SGP-fractie uit de brief op dat de VNG na de besluitvormingover de voorjaarsnota definitief besluit over verdere deelname aan het IZAen het aanvullende zorg- en welzijnsakkoord. Zij vinden dat het kabinet bijde voorjaarsnota gemeenten tegemoet zou moeten komen ten aanzienvan de financiering van de zorgakkoorden, maar ook ten aanzien van hunbredere zorgen over de gemeentelijke financiën. Is de Minister, is hetkabinet daartoe bereid?II. Reactie van de Minister De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de ombuigingenop de VWS-begroting en positie van VNG in het IZA. Ten aanzien van deombuigingen op de VWS-begroting hebben genoemde leden op ditmoment geen aanvullende vragen en of opmerkingen.Genoemde leden zien dat VWS, ZN en VNG weer in gesprek zijn over hetaanvullend zorg- en welzijnsakkoord en deelname aan het IntegraalZorgakkoord (IZA). Samenwerking is essentieel om de verbinding in deregio tussen het zorg- en sociaal domein te kunnen versterken. De ledenvan de PVV-fractie gaan er vanuit dat alle partijen hun verantwoorde-lijkheid hierin nemen en er samen voor zorgen dat ook na de voorjaarsbe-sluitvorming definitief besloten wordt om deelname aan het IZA en hetaanvullend akkoord voort te zetten.2Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2024–2025, nr. 1033. Antwoord op vragen van het lidPaulusma over het bericht «Minister Agema «heel erg bezorgd» over bezuinigingen zorg».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1996 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met veel interessekennisgenomen van de brief van de Minister over de ombuigingen op deVWS-begroting en de positie van de VNG in het IZA. Genoemde ledenhebben een aantal grote zorgen bij de ombuigingen en het op losseschroeven staan van het IZA en hebben dan ook meerdere vragen aan deMinister.Om te beginnen betreuren de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie deonduidelijkheid omtrent de ombuiging op de subsidie van bij- ennascholing van medisch specialisten, zowel over de initiële invulling vande bezuiniging als over de uitblijvende oplossing van de Minister.Genoemde leden schrokken van het feit dat de bezuinigingen «rauw» ophet dak vielen van de Minister en dat zij via de media moest vernemen dater honderden miljoenen op haar eigen begroting werden bezuinigd.Erkent de Minister de gevolgen hiervan en de hierdoor ontstane onrust,bijvoorbeeld bij ziekenhuizen die zonder enige waarschuwing werdenovervallen met een enorme bezuiniging die bovendien zonder overlegmet de sector tot stand is gekomen? Wat heeft u sindsdien gedaan om hetcontact met de branche te herstellen? Worden partijen beter meegenomenin de alternatieve invulling van de bezuiniging?Ik betreur de onduidelijkheid rond de ombuiging op de subsidie voor bij-en nascholing van medisch specialisten en begrijp de ontstane onrust.Goed en constructief overleg met de sector is voor mij essentieel. Daaromis mijn ambtsvoorganger direct in gesprek gegaan met de betrokkenpartijen. Ik ben verheugd dat partijen weer deelgenomen hebben aan degesprekken over het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord (AZWA).De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben daarnaast de zorg dat de«placeholder» waarmee de bezuiniging op de subsidie bij- en nascholingmedisch specialisten wordt ingevuld tot de voorjaarsbesluitvorming,eveneens tot onduidelijkheid kan leiden. De Minister schrijft dat het «nietde bedoeling [is] om aan het OVA-convenant te tornen». Die zorg hebbende deze leden echter wel degelijk, aangezien de ombuiging tijdelijk wordtingevuld door middel van een korting op de loon- en prijsbijstellingtranche 2025 van de VWS-begroting. Kan de Minister nadrukkelijkeraangeven dat hiermee per definitie niet aan het OVA-convenant zalworden getornd en dat concreet toezeggen?In de brief van 18 maart jl. heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamergeïnformeerd over de uiteindelijke invulling van de genoemde bezui-niging, namelijk via een reeds voorgenomen ramingsbijstelling binnen deZvw-sector Wijkverpleging. De noodzaak voor de «placeholder» isdaarmee komen te vervallen, en er is niet aan het OVA-convenant getornd.En wat bedoelt de Minister daarnaast als zij schrijft dat ze zoekt naar eenoplossing «die de gewenste transitie van de zorg niet belemmert»? Kan deMinister hier nader op ingaan? Welke onderdelen uit de begroting vallenhier wel en niet onder?Bij het zoeken naar een oplossing is getoetst of deze de gewenste transitievan de zorg, zoals bijvoorbeeld beschreven in het Integraal Zorgakkoord(IZA), niet zou belemmeren. Dat ziet niet op specifieke begrotingsartikelen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie staan positief tegenover de inzetvan de Minister om afspraken te maken over de beloning van medischspecialisten. Zij zien de inventarisatie van de Minister naar de mogelijk-heden om hier invulling aan te geven als een goede stap. Wanneer kan deKamer de inventarisatie van de Minister verwachten? En hoe haalbaarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1997 acht de Minister de beoogde besparingen die hiermee behaald kunnenworden? Kan de Minister garanties geven dat de boogde besparingen ookdaadwerkelijk behaald worden en gaan deze in beginsel niet juist gepaardmet hogere kosten?Zoals mijn ambtsvoorganger ook in haar brief van 13 maart jl.3 heeftaangegeven wordt verkend of wetgeving gericht op het normeren enmaximeren van de verdiensten van medisch specialisten voorbereid kanworden. Ik kan op dit moment nog niet vooruitlopen op de uitkomsten vandeze inventarisatie.Hoe staat het daarnaast met de uitvoering van de aangenomen motie vanhet lid Dijk c.s. over uiterlijk voor het zomerreces van 2025 een voorstelnaar de Kamer sturen om medisch specialisten in loondienst te brengen4?Wordt dit voorstel meegenomen in de afspraken over de beloning vanmedisch specialisten?Zoals mijn ambtsvoorganger al heeft toegezegd tijdens het debat over debegrotingsbehandeling5 blijf ik in mijn rol als demissionair Minister vanVWS mijzelf inzetten voor het vervolgonderzoek dat nodig is om eenafweging te maken over regelgeving die een overgang naar loondienstverplicht. Dit vraagstuk is geen gemakkelijke opgave, zoals mijn ambts-voorganger toen ook heeft toegelicht, omdat een verplichting om medischspecialisten in loondienst te brengen raakt aan het eigendomsrecht en dejuridische waarborgen die daarvoor gelden. Onderdeel van het vervolgon-derzoek is de monitor van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) diegedurende twee jaar de financiële prikkels binnen een msb, alsmede depositie van de msb’s in relatie tot de bestuurbaarheid van ziekenhuizenvolgt. Eind 2025 verwacht ik de volgende monitor van de NZa om tebezien of het verbeterpotentieel behaald is. Ik richt mij nu dus op tweeparallelle sporen: wetgeving gericht op het normeren van het inkomenvan medisch specialisten en een overgang van medisch specialisten naarloondienst. Parallel hieraan blijf ik in constructief gesprek met allebetrokken partijen waarbij ik blijf inzetten op bestuurlijke afspraken overdit onderwerp.Daarnaast hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nog eenaantal prangende vragen over de positie van de VNG in het IZA. Dezeleden zijn voorzichtig positief over de vermelding van de Minister dat hetVNG weer deelneemt aan de gesprekken over het aanvullend zorg- enwelzijnsakkoord (AZWA) en deelname aan het IZA hervat. Genoemdeleden lezen echter ook dat na de voorjaarsbesluitvorming door deAlgemene Ledenvergadering (ALV) van de VNG pas definitief wordtbesloten over verdere deelname aan het IZA en het aanvullend akkoord.Gezien het feit dat de overheid zich steeds meer opstelt als eenonbetrouwbare partner en telkens niet de goede randvoorwaarden schept,is dat wat deze leden betreft vanuit de VNG gezien goed te begrijpen. Zozien deze leden nog steeds geen visie of plan voor het ravijnjaar en wordter hard bezuinigd op preventie. Ook komen er alleen maar meer taken bijgemeenten te liggen, terwijl ze daar geen extra middelen voor terug-krijgen.Kan de Minister hierop reflecteren? Erkent zij dat de overheid hier ernstigin tekort is geschoten en begrijpt zij in dat licht de eerdere keuze van deVNG om uit de onderhandelingen te stappen?3Kamerstukken II, 2024/25, 31 765, nr. 9054Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 765Handelingen II 2024/25, 36 600 XVITweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1998 Rijk en gemeenten staan als medeoverheden samen, met de partijen diedeelnemen aan het IZA en AZWA, aan de lat voor de transformatie vanzorg naar gezondheid en welzijn. Deze gezamenlijke opgave is complex.Dit vraagt aandacht voor een structuur waarbinnen onderlinge verhou-dingen goed aansluiten bij de taken en verantwoordelijkheden die partijenhebben. O.a. daarom hebben de VNG, ZN en VWS gezamenlijk afsprakenbekrachtigd over de invulling van gelijkwaardigheid tussen overheden enfinanciers bij de samenwerking in het kader van IZA. De bekrachtiging vande afspraken over gelijkwaardigheid leidde ertoe dat de VNG weerdeelneemt aan het IZA en het gesprek kon worden voorgezet over hetAZWA. Hierbij gelden de randvoorwaarden die door de VNG werdengesteld. Ook bij de recente Voorjaarsbesluitvorming zijn hieroverafspraken gemaakt.Ook zien de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat er nog steeds teveel bezuinigd wordt op preventie, met alle gevolgen van dien voor deonderhandelingen over het AZWA. Klopt het bijvoorbeeld dat het kabinetgeen geld vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) beschikbaar zal stellenvoor meer welzijn en preventie van inwoners en andere maatregelen diede zorgvraag verminderen, bijvoorbeeld de inzet van sociaal werk?De Zvw en het sociaal domein worden op verschillende wijze gefinan-cierd. De Zvw wordt landelijk gefinancierd via premies en belastingen.Financiering van het sociaal domein loopt via het gemeentefonds, waarbijmiddelen voor het sociaal domein niet geoormerkt zijn. Niet alleengemeenten, maar ook zorgverzekeraars zetten in op preventie en hetvoorkomen van een (grotere) zorg en ondersteuningsbehoefte vanburgers. De overheid heeft de ambitie om de verbinding tussen zorg- ensociaal domein te versterken en een verdere beweging naar de voorkantte maken van zorg naar gezondheid en welzijn, zoals afgesproken in hetAZWA. Daarbij wordt verkend in hoeverre investeringen in het sociaaldomein kunnen bijdragen aan het voorkomen of verminderen van dezorgvraag.Erkent de Minister dat het sociaal domein een essentieel onderdeel is vanpreventie en het beperken van de zorgvraag? Klopt het dat de financieringhiervan echter geheel buiten de financiering van het IZA valt? Kan deMinister aangeven of hier, in tegenstelling tot het IZA, wel middelen voorgereserveerd worden binnen het AZWA?Ik erken dat het sociaal domein een essentieel onderdeel is van preventieen het beperken van de zorgvraag. De financiering van het IZA bestaat uitde reguliere Zvw kaders, inclusief afspraken over groeipercentages.Daarboven op zijn transformatiemiddelen, de specifieke uitkering IZA(SPUK IZA) en specifieke uitkering GALA (SPUK GALA) voor gemeentesen verschillende subsidies voor o.a. innovatie, preventie en domeinover-stijgende samenwerking. Over de financiering zoals overeengekomen inhet AZWA verwijs ik u naar het onderhandelaarsakkoord welke uw Kamerop 3 juli jl. heeft ontvangen. Daarnaast kunnen partijen in het sociaaldomein aanspraak maken op transformatiemiddelen.En hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat aan de randvoorwaarde van deVNG om weer deel te nemen aan de gesprekken, namelijk dat definanciële positie van gemeenten moet zijn verbeterd en het akkoorduitvoerbaar moet zijn, voldaan wordt? Erkent zij dat het nakomen van dezerandvoorwaarde essentieel is om de gesprekken over het AZWA te latenslagen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1999 Rijk en gemeenten staan als medeoverheden samen, met zorgverzeke-raars en de ondertekenaars van IZA en het AZWA, aan de lat voor detransformatie van zorg naar gezondheid. Deze gezamenlijke opgave iscomplex. Ik erken dat dit aandacht vraagt voor een structuur waarbinnenonderlinge verhoudingen goed aansluiten bij de taken en verantwoorde-lijkheden die partijen hebben.Daarom heb ik samen met de VNG en ZN afspraken bekrachtigd over deinvulling van gelijkwaardigheid tussen overheden en financiers bij desamenwerking. De bekrachtiging van de afspraken over gelijkwaardigheidbetekent dat de VNG weer deelneemt aan het IZA en het AZWA. Hierbijgelden de randvoorwaarden dat de financiële positie van gemeentenmoet zijn verbeterd en het akkoord uitvoerbaar moet zijn om mee tekunnen doen in dit aanvullende akkoord.De komende periode blijf ik intensief in gesprek met de deelnemers vanhet bestuurlijk overleg IZA. In deze gesprekken heb ik aandacht voor depositie van de VNG. Daarbij wordt ook gekeken naar de balans tussentaken en middelen. Het is belangrijk dat juist ook de VNG meedoet met detransformatie van zorg naar gezondheid.De zorgen over de positie van gemeenten en de VNG worden door debrief van de Minister helaas niet weggenomen bij de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie. Wat gaat de Minister doen om ervoor te zorgendat de VNG en gemeenten aan tafel blijven, ook na de voorjaarsbesluit-vorming?De komende periode blijf ik intensief in gesprek met de deelnemers vanhet bestuurlijk overleg IZA. In deze gesprekken ligt de focus op deaanvullende afspraken die nodig zijn om de samenwerking met hetmedisch en sociaal domein te versterken. Ook heb ik aandacht voor hetsociaal domein, waarbij ook wordt gekeken naar een juiste balans tussen(nieuwe) taken en middelen.Kan ze garanderen dat alle partijen die het IZA hebben getekend ookonderdeel zullen zijn van het aanvullend akkoord? Wat doet zij eraan omdit voor elkaar te krijgen? En kan de Minister garanderen dat hetaanvullend akkoord geen verslechtering wordt ten opzichte van het beleidvan haar voorgangers?Het uitgangspunt bij de gesprekken over het AZWA was dat alle onderte-kenaars van het IZA, zoals zorgverzekeraars, brancheorganisaties,gemeenten en patiëntvertegenwoordigers aan tafel zitten bij dezeoverleggen. Daarnaast is de samenwerking uitgebreid met GGD GHORNederland, MIND en Sociaal Werk Nederland, voor een nog brederemaatschappelijke basis.Ten aanzien van de inhoudelijke lijn geldt dat de aanvullende afsprakengeen verslechtering betekenen ten opzichte van eerder beleid.Integendeel, het AZWA is erop gericht om de ingezette beweging teverbreden, versnellen en concretiseren.De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief over deombuigingen VWS-begroting en de positie van de VNG in het IZA. Zijhebben hierbij nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie zijn het met de Minister eens dat artsenbijdragen aan het realiseren van het publieke belang van goede, toegan-kelijke en betaalbare zorg. Genoemde leden vinden dat hetzelfde geldtvoor verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, laboranten en alleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19910 andere betrokken en bevoegde professionals in de zorg. Zij hopen niet datde Minister artsen een «status aparte» toebedeelt in haar beleid rondomzorg, kan de Minister dit bevestigen? En is de Minister het met deze ledeneens dat gelijkwaardige samenwerking tussen artsen en al die andereprofessionals gebaat is bij het expliciete besef dat alle disciplines elkaarnodig hebben voor een kwalitatief en effectief zorgnetwerk rondompatiënten. En dat een status aparte daarin niet past. Zo ja, hoe laat zij datin haar beleid zien?Het is belangrijk dat verschillende professionals in de zorg elkaarsexpertise waarderen en benutten en gelijkwaardig met elkaar samen-werken. Juist als het gaat om het organiseren van een kwalitatief eneffectief zorgnetwerk rondom patiënten. Hier past ook bij dat de verschil-lende professionals zeggenschap ervaren. Een gelijkwaardige samen-werking en zeggenschap is nog niet altijd vanzelfsprekend. Dit vraagt omeen cultuurverandering in zorg en welzijn.Het is aan werkgevers om een cultuur te stimuleren waarin een gelijk-waardige samenwerking en zeggenschap de norm is. Ik ondersteunwerkgevers hierin op verschillende manieren. Onder meer met subsidievia de Subsidieregeling Veerkracht en Zeggenschap en via een projectsub-sidie voor het Landelijk Actieplan Zeggenschap. De kennis- en leermid-delen die de voornoemde projectorganisatie ontwikkelt zijn met namegericht op de verpleegkundige beroepsgroep, maar ook breder inzetbaar.De leden van de VVD-fractie lezen dat de achterban van de FederatieMedisch Specialisten (FMS) in een gesprek met de Minister hebbenaangegeven zich onheus bejegend te voelen. Genoemde leden vragen deMinister of hierbij ook de al gevraagde «status aparte» voor artsen geldten of de Minister dit als een succesvolle lobby beschouwt, of hebben deverpleegkundigen etc. ook wel eens een dergelijk gevoelen getoond in dekamer van de Minister, maar hebben we daar gewoon nooit over gelezenin een brief.Zoals ik hierboven heb aangegeven, herken ik het beeld dat de medischspecialisten een status aparte zouden hebben in mijn beleid niet. In ditgeval was de aanleiding een afspraak die specifiek op het terrein van debeloning van medisch specialisten ligt. Mijn ambtsvoorganger heeftkennisgenomen van het signaal van de FMS en uw Kamer laten weten datmedisch specialisten een belangrijke rol vervullen. Uiteraard geldt dit ookvoor andere professionals in de zorg. De inzet rondom het IZA en hetAZWA is altijd geweest om in gezamenlijkheid te komen tot werkbare enbreed gedragen afspraken.In de beslisnota lezen de leden van de VVD-fractie dat aan de NederlandseVereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en de FMS is gevraagd te komen meteen voorstel over het in loondienst brengen van specialisten. Genoemdeleden zijn ontstemd te lezen dat het gesprek niet tot voorstellen heeftgeleid, maar wel tot een «gevoel» bij FMS. Deze leden vinden hetbegrijpelijk dat de Minister wil dat het zorg- en welzijnsakkoord voortgaat,maar vragen de Minister of zij niet ook vindt dat de inzet van belangen enmacht van de FMS op deze manier strijdig is met de gedeelde publiekewaarden in de zorg. Op welke termijn verwacht de Minister een concreetvervolg tussen haar en de FMS en NVZ? Tenslotte vragen de leden van deVVD-fractie wanneer de Minister verwacht meer duidelijkheid te hebbenover de mogelijkheden om invulling te geven aan de gevraagde ombui-gingen en op welke manier zij de Kamer hierin betrekt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19911 Zoals mijn ambtsvoorganger recent6, 7 aan uw Kamer heeft laten weten,heeft zij de Federatie Medisch Specialisten (FMS) over dit onderwerpgesproken en hen gevraagd zelf de door uw Kamer gewenste besparingvan 150 miljoen euro (amendement Bontenbal c.s.) vorm te geven. Dezegesprekken hebben nog geen resultaat opgeleverd. Daarom inventariseerik nu de mogelijkheden om met eigen instrumentarium invulling te gevenaan de wens van de Kamer. Dit houdt concreet in dat verkend wordt ofwetgeving voorbereid kan worden die gericht is op het normeren enmaximeren van de verdiensten van medisch specialisten, op eenvergelijkbare wijze als de normering van de bezoldiging van topfunctiona-rissen die vallen onder de Wet Normering Topinkomens (WNT). Overleghierover tussen mijn ambtsvoorganger en de betrokken partijen heeftvooralsnog niet tot afspraken geleid, maar parallel aan de verkenning totwetgeving blijf ik in gesprek. Als partijen bereid zijn om bestuurlijkeafspraken te maken dan sta ik daar voor open.De leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de brief over deombuigingen VWS-begroting en de positie van de VNG in het IZA.De Minister geeft aan de Kamer nader te informeren over de invulling vande € 165 miljoen waarvoor zij nu een «placeholder» heeft gevonden. Kande Minister toezeggen minstens twee weken voor het debat over devoorjaarsnota haar plannen voor deze alternatieve invulling te delen metde Kamer?In de brief van 18 maart jl. heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamergeïnformeerd over de uiteindelijke invulling van de genoemde bezui-niging. Dat is ruim voor het debat over de voorjaarsnota, dat geplandstond voor 25 juni 2025.De leden van de NSC-fractie vinden het een goede ontwikkeling dat VNGweer deelneemt aan de gesprekken over het AZWA en deelname aan hetIZA hervat. De Minister zegt hiervoor aanvullende afspraken te hebbengemaakt met VNG over gelijkwaardigheid. Hiervan geeft zij ook éénvoorbeeld. Kan de Minister alle gemaakte afspraken in dit kader delen metde Kamer?Rijk en gemeenten staan als medeoverheden samen, met de partijen diedeelnemen aan het IZA en AZWA, aan de lat voor de transformatie vanzorg naar gezondheid en welzijn. VWS, VNG en ZN hebben afsprakengemaakt over gelijkwaardigheid. De aanvullende afspraken over gelijk-waardigheid zijn op vier thema’s gemaakt: governance, financiën,mandaat en brede toegankelijkheid van zorg en ondersteuning. In hetAZWA staat de inhoudelijke uitwerking hiervan beschreven. Hieronder deinhoud van de afspraken.1.De governance: rijk en gemeenten staan als medeoverheden samen,met zorgverzekeraars (en de ondertekenaars van IZA en AZWA) aande lat voor de transformatie van zorg naar gezondheid en de aanpakdaartoe en zijn onderling afhankelijk van elkaar om dit gezamenlijkedoel te realiseren. Gemeenten respecteren de systeemverantwoorde-lijkheid van VWS als landelijk regisseur van het stelsel van zorg ensociaal domein en van het akkoord, en andersom respecteert VWSdat gemeenten de bestuurlijk verantwoordelijke overheid zijn voor deinkoop en organisatie van het sociaal domein. Zorgverzekeraars zijnverantwoordelijk als financiers van de verzekerde zorg. Dezegezamenlijke opgave is complex en vraagt om aandacht voor eenstructuur waarbinnen onderlinge verhoudingen goed aansluiten bij6Kamerstukken II, 2024/25, 31 765, nr. 9097Kamerstukken II, 2024/25, 31 765, nr. 905Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19912 de taken en verantwoordelijkheden die partijen hebben. Daar past bijbesluitvorming en communicatie die dat goed faciliteren en in balanszijn.2.Financiën: Het rijk is verantwoordelijk voor een balans tussen taken,middelen en uitvoerbaarheid voor gemeenten. De transformatievraagt om voldoende structurele middelen om afspraken uit tevoeren, zodat gemeenten in de domeinoverstijgende samenwerkingin alle regio’s afgesproken basisfunctionaliteiten (preventie-aanpakken of samenwerkingsafspraken) in kunnen richten met hunpartners in het sociaal domein. Plannen en afspraken moetengetoetst zijn conform de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overhe-den. De UDO is bedoeld om een betere balans te bewerkstelligentussen ambities, middelen en uitvoerbaarheid voor gemeenten.Vanwege de opgaven op het snijvlak van het medisch en sociaaldomein is het nodig dat verzekeraars en gemeenten de transformatie-plannen waarin het sociaal domein betrokken is of die impact hebbenop het sociaal domein, samen van richting voorzien en beoordelen.3.Mandaat: Gemeenten zijn eerste overheid voor hun inwoners, metdemocratische prioriteiten en autonome bevoegdheden ten aanzienvan hun begroting. Samenwerking op het niveau van de regio iscruciaal om het IZA tot een succes te maken. Gemeenten maken daaronderling en met ketenpartners afspraken over, passend bij hunlokale rol en positie.4.Brede toegankelijkheid zorg en ondersteuning en paradigma: Hettoegankelijkheidsvraagstuk betreft zowel de zorg als het sociaaldomein. Voor de beweging van zorg naar gezondheid is de betaal-baarheid en het absorptievermogen van het brede sociaal domeincruciaal. De wijze waarop gemeenten het sociaal domein inrichten enorganiseren is wettelijk decentraal georganiseerd. Deze lokaleinvulling is van waarde voor de houdbaarheid van zorg en ondersteu-ning, met name door de positionering van publieke en collectievefaciliteiten en de verbinding met sociale basis binnen de eigengemeente.Tijdens de laatste ALV van de VNG is een resolutie aangenomen waarineen aantal randvoorwaarden zijn geformuleerd voor deelname vangemeenten aan een uiteindelijk Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord. Zo iser besloten dat er een Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO)en een doorrekening gemaakt moeten worden bij een eventueel nieuwakkoord. Gaat de Minister mee met deze resolutie? Zo ja, kan de Ministerhier een planning van geven? Kunnen eventuele aanbevelingen ofopmerkingen over de uitvoerbaarheid nog verwerkt worden?In de ALV van de VNG is in november 2024 een resolutie aangenomenover de deelname van de VNG aan de gesprekken over het AZWA. Voorde VNG is het belangrijk dat voor de nieuwe afspraken een uitvoerings-toets wordt uitgevoegd, de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden(UDO). De UDO is een proces waarmee het vakdepartement samen metBZK en koepels van decentrale overheden beleid uitwerkt dat invloedheeft op decentrale overheden. Het is onderdeel van het reguliere beleids-en wetgevingsproces. Het doel hiervan is om een betere balans tebewerkstelligen tussen ambities, middelen en uitvoerbaarheid voorgemeenten.Onderdeel van de afspraken over gelijkwaardigheid bij IZA en AZWA isdat plannen en afspraken moeten getoetst zijn conform het UDO proceszijn het in kaart brengen van de financiële kosten, en de gevolgen voor deuitvoeringskracht van gemeenten. Hiervoor wordt o.a. de komende tijdeen Uitvoeringstoets door VNG Realisatie uitgevoerd. We streven ernaardat deze UDO in het najaar van 2025 is afgerond, zodat gemeenten ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19913 mee kunnen nemen in hun besluit om deel te nemen aan het AZWA. Ookin de verdere uitvoering van de afspraken in het kader van IZA en AZWAzal er ruimte nodig zijn om de uitvoerbaarheid van de afsprakengezamenlijk (VWS, VNG, ZN) te volgen en bij te sturen indien nodig.De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de reactie van deMinister over een alternatieve invulling voor de ombuiging subsidie bij-en nascholing medisch specialisten.Deze leden constateren dat de Minister nog geen oplossing heeft voor eenalternatieve invulling van € 165 miljoen. Daartoe vragen deze leden, of deMinister duidelijkheid kan geven over de definitieve invulling en de Kamerhierover te informeren.In de brief van 18 maart jl. heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamergeïnformeerd over de uiteindelijke invulling van de genoemde bezui-niging.De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de ombuigingenVWS-begroting en positie VNG in het IZA. Deze leden hebben de volgendevraag aan de Minister.De leden van de BBB-fractie lezen dat de Minister aangeeft dat deFederatie Medisch Specialisten bij haar heeft aangegeven dat hunachterban zich onheus bejegend voelt in de toon die richting de medischspecialisten wordt gehanteerd. De Minister geeft aan dat spijtig te vinden.De leden van de BBB-fractie zijn van mening dat woorden ertoe doen enalleen «spijtig» hierom te min is. Vooral omdat medisch specialistengemiddeld zo’n 53 uur per week werken en daarmee een aanzienlijkebijdrage leveren aan de zorg. Kan de Minister toezeggen dat beleidsvoor-stellen rondom het inkomen van medisch specialisten niet wordeningevoerd zonder rekening te houden met deze structureel hogerewerktijden? Zo ja, op welke wijze zal de Minister dit meenemen in hetbeleid?Zoals mijn ambtsvoorganger eerder8 heeft aangegeven worden allerelevante aspecten meegenomen in de besluitvorming. Voor een gedegenjuridische onderbouwing is het o.a. van belang dat goed zicht is op deeffectiviteit van alternatieve maatregelen die denkbaar zijn om passendezorg te realiseren.Kan de Minister tevens aangeven welke gevolgen een mogelijke normali-sering van de werkuren van medisch specialisten zou hebben voor hettoenemende personeelstekort in de zorg en de oplopende wachtlijstenvoor patiënten?Indien het maken van afspraken over de beloning van medisch specia-listen ertoe zou leiden dat het aantal werkuren van medisch specialistendaalt, dan zou dit kunnen leiden tot een beperktere beschikbaarheid vanmedisch specialisten. Normalisering van werkuren zou echter ook andereeffecten met zich mee kunnen brengen, zoals minder uitstroom vanmedisch specialisten. Welk effect het uiteindelijk zou kunnen hebben ophet personeelstekort en wachtlijsten is daarmee niet op voorhand tezeggen. Bovendien zijn er meer factoren van invloed op de beschik-baarheid van medisch specialisten, personeelstekorten en bijbehorendewachtlijsten. Zie daarvoor ook de ramingen van het Capaciteitsorgaan eninstroomadviezen waarvan de nieuwe versie eind van dit jaar verschijnt.8Kamerstukken II 2024/25, 31 765, nr. 869 en Kamerstukken II, 2024/25, 31 765, nr. 909Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19914 De leden van de SGP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief over de ombuigingen binnen de VWS-begroting en positie van deVereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) in de gesprekken over hetIntegraal Zorgakkoord (IZA). Genoemde leden hebben hierover nog enkeleopmerkingen en vragen.Inzake de ombuiging van de VWS-begroting. De leden van de SGP-fractiezijn benieuwd naar de alternatieve invulling van de ombuiging binnen deVWS-begroting. Zij wachten hierover de besluitvorming bij devoorjaarsnota af.Inzake de bestuurlijke afspraken beloningen medisch specialisten. Deleden van de SGP-fractie hebben zich in de gesprekken over ombuigingenop de VWS-begroting er voortdurend sterk voor gemaakt dat er geengenerieke verplichting zou komen voor medisch specialisten om inloondienst te treden. Zij vinden dit een te vergaande stap. Zij onderkennenevenwel het belang van het maken van afspraken over de beloning vanmedisch specialisten. Daarbij zien de leden van de SGP-fractie dat er eenKamermeerderheid bestaat voor het in loondienst treden van alle medischspecialisten.De leden van de SGP-fractie vragen om een nadere toelichting op hettijdspad om te komen tot bestuurlijke afspraken met de medisch specia-listen. Nu de eerste gesprekken hierover blijkbaar niets hebbenopgeleverd, wanneer wil de Minister hierover meer duidelijkheid hebben?Zoals mijn ambtsvoorganger recent9, 10 aan uw Kamer heeft laten weten,heeft zij de Federatie Medisch Specialisten (FMS) over dit onderwerpgesproken en hen gevraagd zelf de door uw Kamer gewenste besparingvan 150 miljoen euro (amendement Bontenbal c.s.) vorm te geven. Dezegesprekken hebben nog geen resultaat hebben opgeleverd. Daarominventariseer ik de mogelijkheden om met eigen instrumentariuminvulling te geven aan de wens van de Kamer. Hoewel overleg nog nietgeleid heeft tot afspraken blijf ik parallel aan de verkenning tot wetgevingin gesprek. Als partijen bereid zijn om bestuurlijke afspraken te maken dansta ik daar voor open.Kan de Minister overigens bevestigen dat het plan om bestuurlijkeafspraken te maken met de medisch specialisten van haarzelf kwam, zoalsook blijkt uit de beantwoording op recente Kamervragen hierover?11Ja, ik kan bevestigen dat het plan om bestuurlijke afspraken te maken metde medisch specialisten van mijn ambtsvoorganger zelf kwam.Inzake de positie van de VNG in het IZA. De leden van de SGP-fractievinden het een goede zaak dat de VNG voorlopig weer aangehaakt is bijhet IZA, nadat er afspraken zijn gemaakt over meer gelijkwaardigheidtussen het rijk, de zorgverzekeraars en gemeenten. Tegelijkertijd maken deleden van de SGP-fractie uit de brief op dat de VNG na de besluitvormingover de voorjaarsnota definitief besluit over verdere deelname aan het IZAen het aanvullende zorg- en welzijnsakkoord. Zij vinden dat het kabinet bijde voorjaarsnota gemeenten tegemoet zou moeten komen ten aanzienvan de financiering van de zorgakkoorden, maar ook ten aanzien van hunbredere zorgen over de gemeentelijke financiën.9Kamerstukken II, 2024/25, 31 765, nr. 90910Kamerstukken II, 2024/25, 31 765, nr. 90511Aanhangsel Handelingen II, 2024/25, nr. 1033. Antwoord op vragen van het lid Paulusma overhet bericht «Minister Agema «heel erg bezorgd» over bezuinigingen zorg».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19915 Is de Minister, is het kabinet daartoe bereid?Rijk en gemeenten staan als medeoverheden samen, met zorgverzeke-raars en de ondertekenaars van IZA en het AZWA, aan de lat voor detransformatie van zorg naar gezondheid. Deze gezamenlijke opgave iscomplex. Ik erken dat dit aandacht vraagt voor een structuur waarbinnenonderlinge verhoudingen goed aansluiten bij de taken en verantwoorde-lijkheden die partijen hebben.Daarom heb ik samen met de VNG en ZN afspraken bekrachtigd over deinvulling van gelijkwaardigheid tussen overheden en financiers bij desamenwerking. De bekrachtiging van de afspraken over gelijkwaardigheidbetekent dat de VNG weer deelneemt aan het IZA en het AZWA. Hierbijgelden de randvoorwaarden dat de financiële positie van gemeentenmoet zijn verbeterd en het akkoord uitvoerbaar moet zijn om mee tekunnen doen in dit aanvullende akkoord.De komende periode blijf ik intensief in gesprek met de deelnemers vanhet bestuurlijk overleg IZA. In deze gesprekken heb ik aandacht voor depositie van de VNG. Daarbij wordt ook gekeken naar de balans tussentaken en middelen. Het is belangrijk dat juist ook de VNG meedoet met detransformatie van zorg naar gezondheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19916
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.