KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de Geannoteerde agenda voor de informele Energieraad van 12 en 13 mei in Cyprus (Kamerstuk 21501-33-1199)

12 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 756b612959828ce4 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1200 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 12 mei 2026 De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft een aantalvragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Klimaat enGroene Groei over de brief van 30 april 2026 over de Geannoteerdeagenda voor de informele Energieraad van 12 en 13 mei in Cyprus(Kamerstuk 21 501-33, nr. 1199), Ontwikkelingen EU ETS (Kamerstuk22 112, nr. 4250) en Verslag Energieraad (formeel) 16 maart 2026(Kamerstuk 21 501-33, nr. 1193).De vragen en opmerkingen zijn op 6 mei 2026 aan de Minister van Klimaaten Groene Groei voorgelegd. Bij brief van 12 mei 2026 zijn de vragenbeantwoord.De voorzitter van de commissie,ZwinkelsDe griffier van de commissie,Nava kst-21501-33-1200ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12001 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon 1De leden van de D66-fractie zijn positief over de kritische grondhoudingvan het kabinet tegenover het voorstel van de Europese Commissie omhet annuleringsmechanisme van de Marktstabiliteitsreserve (MSR) teschrappen. Het schrappen van dit mechanisme zou een forse afzwakkingzijn van het bestaande ETS en zou kunnen leiden tot miljoenenmegatonnen extra uitstoot van broeikasgassen. Deelt de Minister dezorgen van deze leden dat de klimaatdoelen bij uitvoering van dit voorstelverder uit zicht zouden kunnen komen? Welke aanvullende Europesemaatregelen zal de Minister bepleiten indien na deze en overige herzie-ningen blijkt dat het ETS onvoldoende bijdraagt aan het behalen van deklimaatdoelen?Antwoord:Het schrappen van het annuleringsmechanisme van de MSR leidt naarverwachting pas ná 2030 tot extra uitstootruimte voor broeikasgassen enheeft daarom geen invloed op het behalen van het EU 2030-doel. Dit jaarworden verschillende Commissievoorstellen verwacht die samen moetenoptellen tot het behalen van het EU 2040-doel van netto 90% CO2-reductie:de ETS- en MSR-herziening, nationale opgaven voor de niet-ETS1-sectoren en een voorstel ten aanzien van internationale kredieten. Hetkabinet pleit ervoor dat bij de vaststelling van de lineaire reductiefactorvan het ETS ná 2030 rekening wordt gehouden met het schrappen van hetannuleringsmechanisme van de MSR, zodat het ETS voldoende bijdraagtaan het behalen van het EU 2040-doel.2De leden van de D66-fractie lezen dat de Minister wil benadrukken dat hetvan belang is om verschillende scenario’s uit te werken wat betreft desituatie in het Midden-Oosten. In welk scenario zou zij aanvullendeEuropese maatregelen bepleiten? Wat voor maatregelen zou zij bepleitenin het geval van escalatie van de situatie?Antwoord:Nederland neemt deel aan de door het Internationaal Energieagentschap(IEA) aangekondigde collectieve actie, waardoor voorbereidingen wordengetroffen voor het vrijgeven van de strategische olievoorraden. Hetkabinet verwelkomt de in AccelerateEU aangekondigde Europesecoördinatie voor de vrijgave van deze strategische voorraden, omongewenste effecten zoals weglek zoveel mogelijk te beperken. Naarverwachting zal de Commissie tijdens de informele Energieraad op12–13 mei a.s. een catalogus presenteren met vrijwillige maatregelen ophet gebied van energiebesparing en schone energie, die lidstaten kunnennemen om de vraag naar olie te beperken. Mocht de nationale situatie uithet landelijk crisisplan olie daar aanleiding toe geven, dan zal het kabinetde maatregelen uit deze catalogus daarbij serieus betrekken en Nederlandverwelkomt Europese coördinatie. Deze Europese coördinatie is vanbelang om te bezien of maatregelen zoveel mogelijk in gezamenlijkverband genomen kunnen worden, ook om weglekeffecten naar anderelanden zoveel mogelijk te beperken.3De Minister heeft eerder aangegeven zich in de Raad in te zetten vooruitbreiding van de verduidelijkende regels rondom stikstof naar allehernieuwbare-energieprojecten. Is er steun bij de lidstaten voor dezeplannen? Daarnaast is in december de motie-Klos (Kamerstuk 29 023,nr. 619) aangenomen die de regering verzoekt onderzoek te doen naar deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12002 nationale implementatie van de maatregelen uit het EU Grids Package.Welke conclusies kunnen worden getrokken uit dit onderzoek?Antwoord:Nee, er is geen steun voor uitbreiding van de verduidelijkende regelsrondom stikstof naar alle hernieuwbare energieprojecten in de Raad. Welis er een kans dat in de Algemene Oriëntatie (positiebepaling van deRaad) wordt opgenomen dat deze verduidelijkende regels naast elektrici-teitsinfrastructuur ook voor waterstofinfrastructuur van toepassing zijn.Dat zou voor Nederland positief zijn.Uit het lopende ambtelijke onderzoek blijkt dat het mogelijk is om deverduidelijkende regels rondom stikstof voor elektriciteitsinfrastructuur(en mogelijk dus waterstofinfrastructuur) versneld geïmplementeerdkunnen worden. Parallel aan de lopende onderhandelingen, werkt hetkabinet conform motie-Klos aan de implementatie van de vergunnings-eisen. Zo kan op zeer korte termijn nadat de onderhandelingen inzake deRichtlijn versnelling vergunningverleningsprocedures uit het EU GridsPackage zijn afgerond, de benodigde algemene maatregel van bestuur(AMvB) in werking treden.Aangezien de onderhandelingen op dit moment nog plaatsvinden binnende Raad en het Europees Parlement is het lastig om vast te stellen wat erexact nodig is om het EU Grids Package om te zetten in nationalewetgeving. Het kabinet zet erop in dat de regelgeving die helpt om deenergietransitie te versnellen ook zo snel mogelijk geïmplementeerdwordt. Het lopende onderzoek maakt in ieder geval duidelijk dat verschil-lende stukken wet- en regelgeving, waaronder de Omgevingswet en deEnergiewet en onderliggende regelgeving, aangepast moeten worden omhet volledige EU Grids Package te implementeren. Zodra er een scherperbeeld is van de benodigde implementatiewetgeving, mede op basis vande Algemene Oriëntatie en positie van het EP, zal de Kamer een updateontvangen conform de motie-Klos.4Deze leden lezen dat er tijdens de informele Energieraad waarschijnlijkwordt gesproken over het AccelerateEU-plan. Wat is de inzet van hetkabinet ten aanzien van dit voorstel? Wanneer verwacht de Minister deappreciatie van dit voorstel naar de Tweede Kamer te sturen?Antwoord:Het kabinet verwelkomt de AccelerateEU mededeling en deelt de visie vande Europese Commissie dat het versnellen van de energietransitie eenstructurele oplossing biedt tegen hoge brandstofprijzen. Daarom isNederland verheugd over de onderdelen van de mededeling die gerichtzijn op het bevorderen van schone energie en een efficiënt energie-systeem. Daarnaast is Nederland voorstander van sterkere Europesecoördinatie op olie en gas. Het kabinet verwacht nog voor de informeleEnergieraad op 12–13 mei a.s. een appreciatie van het voorstel naar deKamer te versturen per Kamerbrief.5Specifiek zijn deze leden benieuwd naar de appreciatie van de voorge-stelde maatregel van de Europese Commissie om de coördinatie van hetvullen van de gasvoorraden op zich te nemen. Hoe kijkt de Minister naardeze maatregel en welke gevolgen zal dit hebben op het vullen van deNederlandse gasvoorraad?Antwoord:Het kabinet staat open voor verdere coördinatie van de EuropeseCommissie. Het gaat hier met name om EU-coördinatie op maatregelendie lidstaten kunnen treffen voor het opslaan van voldoende gas in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12003 seizoensopslagen. De Europese Commissie heeft op dit vlak al aange-geven de vuldoelstellingen meer flexibel te maken, bijvoorbeeld doorruimte te geven om 10% af te wijken van het vuldoel en de periode waarindat doel behaald moet worden te verruimen. Deze flexibiliteit kan helpenom hoge vraag- en prijspieken te voorkomen die kunnen ontstaan alsmarktpartijen, mogelijk door maatregelen die lidstaten treffen, tegelij-kertijd gas inkopen om de opslagen tijdig voor winter 2026–27 te vullen.Nederland verwelkomt de boodschap van de Commissie dat lidstaten10%-punt af mogen wijken van hun jaarlijkse vuldoel, maar zietmomenteel nog geen noodzaak om hiervan gebruik te maken. Het kabinethoudt de situatie op de gasmarkt de komende zomer in de gaten en zalblijven beoordelen of afwijken van het Europese (en daarmee ooknationale) vuldoel nodig is. Daarom is Nederland ook positief over demonitoring en het delen van kennis in de Gas Coordination Group.6De leden van de VVD-fractie vragen of de Minister daarnaast voornemensis om het tijdelijke uitgebreide staatsteunkader te gebruiken. Voor welkesectoren zou dit in Nederland van toepassing zijn? Hoe schat de Ministerde gevolgen voor de interne markt naar aanleiding van het tijdelijkestaatsteunkader?Antwoord:Het «Tijdelijk crisiskader voor staatssteun naar aanleiding van de crisis inhet Midden-Oosten» geeft de EU-lidstaten tijdelijk extra ruimte omspecifieke sectoren met staatssteun te ondersteunen. Op basis van hetTijdelijk crisiskader is er de mogelijkheid om, als dat nodig is, gerichtaanvullende stappen te zetten. In hoeverre het Tijdelijk crisiskadernegatieve gevolgen heeft voor de interne markt hangt af van de matewaarin andere EU-lidstaten gebruik gaan maken van de verruimdemogelijkheden om staatssteun verlenen. Een verstoring van het gelijkespeelveld is in zo’n situatie denkbaar, als de verschillen tussenEU-lidstaten groot zijn. Het is aan de Europese Commissie toe te zien opde effecten op de interne markt en het kabinet houdt eventuele steunver-lening door andere EU-lidstaten in de gaten.Voor Nederland is het gebruik van het steunkader nu niet aan de orde,Nederland heeft een evenwichtig pakket staan: het kabinet heeft bijna€ 1 miljard vrijgemaakt voor ondernemers en huishoudens. Deze steun isbewust gericht op sectoren die het hardst geraakt worden, meto.a. ruimere kredietgaranties. Het kabinet houdt ook rekening met deonzekerheid van de huidige situatie. Daarom zijn verschillende scenario’suitgewerkt en houdt het kabinet bewust ruimte om op te schalen als desituatie verder verslechtert. Daarnaast werkt het kabinet aan het struc-tureel afbouwen van de afhankelijkheid van fossiele energie. Dat maaktondernemers en onze economie op de lange termijn sterker en minderkwetsbaar.7De leden van de VVD-fractie vragen op welke manier de Minister van planis om de noodzaak van strategische gasreserves tijdens de informele raadaan te kaarten. Hoe ziet de Minister het speelveld in Europa op ditmoment? Op welke manier kan de Minister dit onderwerp samen metgelijkgestemde landen aankaarten? Zet de Minister zich ervoor in om voorde eventuele aanleg van strategische reserves de kosten te verdelen overlidstaten?Antwoord:Het kabinet is voorstander voor het starten van een dialoog over devorming van een verplichte strategische gasvoorraad op Europees niveauTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12004 om de weerbaarheid van de Europese gasmarkt in zijn geheel teversterken. Hierbij zou de kostendeling tussen lidstaten expliciet op deagenda moeten staan. Een moment dat zich hiervoor leent is tijdens deaankomende herziening van de verordening gasleveringszekerheid. Hetvoorstel van de Commissie wordt in juni verwacht. De komende tijd zalhet kabinet zich beraden op hoe dit het beste vorm kan worden gegeven.Het kabinet zal op de gebruikelijke wijze in een BNC-fiche een appreciatiegeven van het Commissievoorstel.8De leden van de VVD-fractie lezen dat het Cypriotische voorzitterschapaangeeft tijdens de aankomende informele Energieraad ook te willenspreken over de Energie Unie Task Force. Hoe beoordeelt het kabinet hetfunctioneren van deze taakgroep? Welke inzet heeft het kabinet tenaanzien van deze Task Force?Antwoord:Via de Energy Union Task Force vindt op driewekelijkse basis ophoogambtelijk niveau nauwe afstemming plaats tussen de EuropeseCommissie en de Europese lidstaten. In de Task Force vindt geenbesluitvorming plaats, wel informeert de Commissie de lidstaten over delaatste ontwikkelingen op het gebied van olie en gas en vindt uitwisselingtussen lidstaten plaats over nationale maatregelen op het gebied van olieen gas. Deze Task Force dient impliciet als een soort voorportaal van deEnergieraden. Het kabinet is tevreden over het bijeenkomen van dezetaakgroep en beschouwt dit als belangrijk onderdeel van de Europesecoördinatie op het gebied van nationale maatregelen voor olie en gas.9De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet schrijft dat de huidigegeopolitieke situatie noodzaak geeft tot het versnellen van onze energie-onafhankelijkheid. Deze leden delen die noodzaak. Het versnellen vanvergunningsverlening voor de aanleg van energie infrastructuur kan hiergoed aan bijdragen. Op welke manier zet de Minister zich in voor eensnelle aanname van de EU Grids Package? Ziet de Minister mogelijkhedenom binnen de informele raad ervoor te pleiten dat lidstaten deze verkortevergunningsverlening versneld kunnen invoeren? Ziet de Ministerdaarnaast ruimte om de maatregelen alvast in werking te laten tredenvoordat de EU Grids Package is aangenomen?Antwoord:Het kabinet steunt het Cypriotisch EU-voorzitterschap in het voornemenom tijdens de aankomende formele Energieraad in juni een AlgemeneOriëntatie te bereiken en is voorstander van het snel opstarten van detriloog-onderhandelingen met het Europees Parlement. Nederland is eenconstructieve lidstaat in de onderhandelingen die samen met een groeplanden pleit om snel tot een Algemene Oriëntatie te komen.Parallel aan de onderhandelingen wordt gewerkt aan de implementatievan dit pakket, conform motie-Klos. Zodra de onderhandelingen zijnafgerond, kan Nederland gebruik maken van de versnelling die dit pakketbiedt. Voor een Richtlijn geldt doorgaans een maximale implementatie-termijn van twee jaar, maar het kabinet zet in op een zo snel mogelijkeimplementatie van de onderdelen die voor versnelling van vergunningver-lening zorgen. Echter, het kabinet kan niet vooruitlopend op devaststelling van het definitieve EU Grids Package al (wettelijke) maatre-gelen doorvoeren, vanwege het ontbreken van een wettelijke basis opEuropees niveau. Dit zorgt namelijk voor juridische risico’s en dat kan juisttot extra vertraging leiden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12005 10De leden van de VVD-fractie lezen daarnaast dat er tijdens de informeleenergieraad gesproken zal worden over de gerichte herziening marktstabi-liteitsreserve (MSR). Wanneer ontvangt de Kamer over dit voorstel hetBNC-fiche? Deze leden lezen dat het kabinet heeft aangegeven geenvoorstander te zijn van deze gerichte wijziging. Welke inhoudelijkeredenen gaven daartoe de aanleiding? Klopt het dat dit voorstel ertoe zietdat er een grotere reserve ontstaat, zonder dat het marktaanbodverandert, omdat rechten alleen vrijkomen bij krapte of prijspieken? Endat het voorstel het risico op extreme prijsstijgingen op langere termijndempt? Ziet het kabinet daarin voordelen?Antwoord:In de Geannoteerde Agenda van de informele Energieraad bent ugeïnformeerd over de Nederlandse inzet op het MSR-voorstel. Dit dient tervervanging van het BNC-fiche, gezien het voorstel een beperkte entechnische wijziging betreft. Er wordt tijdens de informele Energieraadniet gesproken over het MSR-voorstel.Het kabinet is geen voorstander van het schrappen van het annulerings-mechanisme omdat het een geïsoleerd voorstel is, dat leidt tot eentoename van de uitstootruimte van ETS-sectoren in de EU, zonder datduidelijk is hoe deze toename zich verhoudt tot het behalen van het2040-CO2 reductiedoel. Voorkomen moet worden dat het voorsteldaarmee gevolgen heeft voor hoe we de klimaatdoelen willen halen en deambitie om de energieafhankelijkheid van de EU zo snel mogelijk af tebouwen.Met het schrappen van het annuleringsmechanisme van de MSR groeit dereserve en zal het aanbod van emissierechten op de langere termijntoenemen. De Commissie zal naar verwachting in juli 2026 een voorstelpresenteren voor de ETS-herziening en de bredere MSR-herziening.Daarbij zal ook gekeken worden naar de voorwaarden waaronder rechtenuit de reserve weer op de markt komen. Het kabinet is kritisch op ditgerichte voorstel ten aanzien van het vergroten van de reserve, zonderdaarbij de voorwaarden voor vrijgave en de bredere impact op het ETSmee te wegen. Het kabinet zal daarom pleiten voor het samentrekken vandit gerichte MSR-voorstel bij de bredere ETS-herziening. De bredereherziening zal behandeld worden op Milieuraden.11De leden van de VVD-fractie lezen dat er tijdens de formele raad van16 maart door sommige lidstaten is opgeroepen op een pragmatische ofuitgestelde toepassing van de importvereisten uit de Methaanveror-dening. Hoewel deze leden achter het doel van deze verordening staan,maken zij zich zorgen over de impact op leveringszekerheid, omdat hetonwaarschijnlijk is dat geïmporteerd gas per 1 januari 2027 voldoet aan devoorwaarden van de verordening. Zal de Minister tijdens deze informeleenergieraad pleiten voor duidelijkheid over de invoering van de veror-dening en de gevolgen daarvan? Mocht de Europese Commissievoorstellen de eerste jaren de boetes op te heffen, zal zij dat dan steunen?Antwoord:Nederland steunt onverminderd de doelstellingen van de Methaanveror-dening en acht het van groot belang dat voortgang wordt geboekt bij hetreduceren van methaanuitstoot zowel binnen als buiten de Unie.Tegelijkertijd is het van belang dat de verplichtingen van de verordeninguitvoerbaar en proportioneel zijn en geen onverantwoorde risico’s voor deleveringszekerheid met zich meebrengen. Dat geldt nog nadrukkelijker inde huidige geopolitieke context. De Europese Commissie heeft aange-geven in juni met nadere aanbevelingen en mogelijke flexibiliteit teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12006 komen ten aanzien van de toepassing van de Methaanverordening.Nederland ziet dit voorstel met belangstelling tegemoet en zal eventuelevoorstellen zorgvuldig beoordelen, met oog voor het reduceren vanmethaanuitstoot, de uitvoerbaarheid en het borgen van de leveringsze-kerheid.12De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie stellen vast dat de EuropeseCommissie in haar plan ook aangeeft dat lidstaten zelf mogen beslissen ofzij olie- en gasbedrijven extra belastingen willen opleggen op hunoverwinsten. Kan de Minister een overzicht bezorgen van welke lidstatenoverwegen een dergelijke belasting in te voeren en welke lidstateneffectief stappen ondernemen? Kan de Minister uitrekenen hoeveel eenoverwinstbelasting en solidariteitsbijdrage voor Nederland zoudenopbrengen als die worden vormgegeven zoals in 2023, na de energiecrisisten gevolge van de Russische inval in Oekraïne?Antwoord:De discussie over een overwinstbelasting speelt in verschillende lidstaten.Het is bij ons niet bekend dat dit al tot concrete voorstellen voorwetgeving heeft geleid. Uitzondering hierop is Oostenrijk, die deinframarginale heffing, die is ingevoerd na de energiecrisis van 2022, aleerder heeft verlengd tot in ieder geval 2030. De hoogte van mogelijkebaten van een overwinstbelasting is onduidelijk, omdat de hoogte van dewinst onduidelijk is. Conform motie-Teunissen kijkt het kabinet naar hetmaximaal inzichtelijk maken van de (over)winsten en marges vanoliebedrijven en raffinaderijen.113De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen welke suggesties vanmaatregelen uit de toolbox van het AccelerateEU-plan de Ministermomenteel nog laat onderzoeken? Staan er wat de Minister betreft in dezelijst maatregelen die voor Nederland interessant zouden kunnen zijn omdoor te voeren en zo ja, welke zijn dat dan?Antwoord:Het kabinet staat positief tegenover de door de Commissie aangekon-digde catalogus met maatregelen op het terrein van energiebesparing enhernieuwbare energie die tijdens de Informele Energieraad op 12 en13 mei a.s. gepresenteerd zal worden. Deze lijst met vrijwillige bespa-ringsmaatregelen voor kwetsbare huishoudens en bedrijven kan lidstatenondersteunen om op korte termijn gerichte, tijdelijke en duurzamemaatregelen te kunnen nemen. De maatregelen zijn vrijwillig van aard,een gezamenlijke lijst met maatregelen kan richting geven aan lidstatenen helpen om maatregelen in gecoördineerd verband te nemen. Als wordtgekeken naar de voorgestelde maatregelen die al genoemd staan inAccelerateEU-plan zelf dan kan het kabinet zich vinden in de gezamenlijkeaanpak hiervoor. De maatregelen die in het AccelerateEU-plan staan, zijnook onderdeel van maatregelen die door het kabinet in de kamerbrief van20 april2 jl. zijn bekend gemaakt. Dit zijn maatregelen zoals het helpen vankwetsbare huishoudens door geld vrij te maken voor het Tijdelijknoodfonds energie, energiefixers en het stimuleren van de elektrischrijden door de Inruilregeling brandstofauto’s. Verder ondersteunt hetkabinet de notie uit het AccelerateEU-plan dat maatregelen tijdig, gerichten tijdelijk van aard moeten zijn. Het invoeren van vraagbeperkendemaatregelen zal in beginsel pas aan de orde zijn wanneer het nodig is omop te schalen naar een hoger crisisniveau in het Landelijk crisisplan olie.1Kamerstuk 36 933, nr. 27.2Kamerstuk 36 933, nr. 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12007 14De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinet terug-houdend is wat betreft de in de Industrial Accelerator Act voorgesteldeEuropese herkomsteisen ten aanzien van publieke aanbestedingen ensubsidies voor de batterijsector. Welke overwegingen heeft de Ministermeegenomen in de afweging van kosten en baten en hoe is de Ministertot deze conclusie gekomen?Antwoord:Het kabinet is terughoudend met het inzetten van een EU-voorkeurs-principe. Het principe kan worden ingezet om de weerbaarheid van deUnie te versterken en, wanneer minder ingrijpende maatregelen of inzetvan bestaande handelsinstrumenten ontoereikend zijn, om strategischemarkten te stimuleren die essentieel zijn voor de langetermijnweer-baarheid van de Unie. Hierbij dienen per sector, waardeketen of industriezorgvuldig de baten afgewogen te worden tegen de kosten.15De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie ondersteunen de positie van deMinister als het gaat om het behoud en versterken van ETS, maar hebbenzorgen over de aanpassingen aangekondigd door de EuropeseCommissie. Hoe kijkt de Minister naar de voorgestelde aanpassingen tenaanzien van marktstabiliteitsreserve (MSR), mede in het licht van deaangenomen motie-Bushoff/Van Oosterhout (Kamerstuk 21 501-07,nr. 2171)? Is er een impact analyse gedaan door de Europese Commissieen kan de Minister hierop reflecteren? Met hoeveel emissierechten zal dereserve groeien? Welke invloed zal deze aanpassing hebben op de prijsvan ETS-rechten en hoeveel meer (geschatte) emissie-ruimte zal hierdoorontstaan, zowel voor als na 2030? En hoe weegt de Minister het risicovoor de investeringszekerheid van de industrie in verduurzaming, als eenbelangrijke factor voor de prijszetting wordt aangepast? In haar briefonderschrijft de Minister dat het effect van de aanpassing afhankelijk isvan de bredere herziening van ETS later dit jaar en dat het verstandiger isom een dergelijke aanpassing in elk geval parallel aan of in samenhangmet deze herziening te behandelen. Zal de Minister zich diplomatiekinspannen om alsnog een dergelijke parallelle behandeling te bekomen?Indien het MSR-voorstel effectief vervroegd wordt behandeld, aan welkemaatregelen denkt de Minister binnen de bredere ETS 1-herziening om deeffecten van het MSR-voorstel te compenseren om te borgen dat het ETSvoldoende bijdraagt aan het behalen van het Europese klimaatdoel voor2040?Antwoord:Het kabinet is kritisch op het proces en de inhoud van dit voorstel en isdaarom geen voorstander van de voorgestelde gerichte aanpassing vande MSR. Aan deze positie ligt onder andere ten grondslag dat deEuropese Commissie geen impactanalyse heeft uitgevoerd, waardoor heteffect op de ETS-prijs, en daarmee ook op de investeringszekerheid,onduidelijk is. Het kabinet pleit ervoor om het gerichte Commissievoorstelte betrekken bij de bredere herziening van het ETS en de MSR, en zal dezepositie ook overbrengen aan de Europese Commissie.De groei van de reserve is afhankelijk van het moment dat het voorstelvan kracht gaat en de totale hoeveelheid rechten in omloop in dekomende jaren. Indien het voorstel al in de zomer van 2026 van krachtgaat, is op basis van de raming van de Commissie de verwachting dat dereserve door het voorstel toeneemt met ca. 600–700 miljoen rechten. Optermijn groeit de emissieruimte binnen het ETS daarmee met600–700 megaton CO2-equivalent. Om te borgen dat het ETS ondanks hetschrappen van het annuleringsmechanisme in de MSR voldoendebijdraagt aan het behalen van het EU 2040-klimaatdoel, pleit het kabinetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12008 om bij de vaststelling van de lineaire reductiefactor na 2030 rekening tehouden met deze extra emissieruimte.16De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben tevens vragen over deaanpassing van de ETS-benchmarks. Vindt de Minister dat deETS-benchmarks moet worden geüpdatet op basis van de bestaandesystematiek, gebaseerd op de efficiëntste installaties in Europa? Ziet deMinister een risico dat de nieuwe benchmarks niet op basis van enkeltechnische haalbaarheid, maar ook op basis van politieke wensen wordengesteld? Als de benchmark aanpassing leidt tot een minder snelle afbouwvan gratis rechten, wat voor een effect heeft dat dan op de Nederlandseinkomsten en de beschikbaarheid van middelen voor de verduurzamingvan de industrie? En hoe neemt de Minister nieuwe/alternatieve produc-tieroutes mee in de benchmarks, als alternatief voor bestaande instal-laties? In andere woorden: hoe zorgt de Minister dat bestaande installatiesniet onnodig gratis rechten krijgen, terwijl er fossielvrije alternatievenvoor handen zijn?Antwoord:De ETS-richtlijn bevat kaders over de wijze waarop de EuropeseCommissie de benchmarks voor de periode 2026–2030 moet berekenen.De Commissie is verplicht om de kaders in de richtlijn te volgen en opbasis daarvan nieuwe benchmarks voor te stellen.De hoogte van de benchmarks heeft geen invloed op de veilinginkomsten.Ten aanzien van het meenemen van alternatieve productieroutes in debenchmarks merkt het kabinet op dat techniekneutraliteit een belangrijkuitgangspunt is binnen de systematiek, juist om ervoor te zorgen datinstallaties gestimuleerd worden om de meest efficiënte technieken toe tepassen. Het kabinet steunt dit uitgangspunt.17De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben daarnaast enkele vragenover de bredere herziening van ETS, later dit jaar. Wat is de huidige inzetvan de Minister in gesprekken met de Europese Commissie? Onderkent deMinister dat grote aanpassingen van het ETS, zoals de LRF, van groteinvloed zullen zijn op de prijs en dus de investeringszekerheid in verduur-zaming? Spreekt de Minister zich daarom ondubbelzinnig uit tegendergelijke aanpassingen in lijn met de aangenomen motie-Bushoff/VanOosterhout (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2171)?Antwoord:Het kabinet zet zich in voor een sterk en betrouwbaar EU ETS, zodat – opefficiënte wijze en met behoud van een gelijk speelveld – de afhanke-lijkheid van fossiele energie wordt afgebouwd en klimaatdoelen wordengehaald. Gelijktijdig erkent het kabinet de zorgen van de energie-intensieve industrie en zet erop in om oplossingen te vinden om hetconcurrentievermogen te verbeteren en koolstoflekkage tegen te gaan.Naast gerichte aanpassingen in het ETSzal het kabinet dan ook pleitenvoor verbeteringen in CBAM (koolstofbeprijzing aan de grens) en groenemarktcreatie.Zoals ook aangegeven in de kabinetsappreciatie van de motie-Bushoff/VanOosterhout, is bij de onderhandelingen over het 2040-klimaatdoel inEuropa afgesproken om het ETS te herijken in lijn met het netto 90%-CO2reductiedoel. Met inachtneming van die context spreekt het kabinet zich inlijn met de motie uit tegen afzwakkingen van de integriteit van het ETS.Daarmee beoogt het kabinet te voorkomen dat de investeringszekerheidwordt aangetast en koplopers bestraft worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12009 18De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie stellen vast dat er in aanloopnaar de informele raad een lobby plaatsvindt om de methaanverordeningaf te zwakken. Zal de Minister zich verzetten tegen iedere vorm vanafzwakking, inclusief tegen op de opschorting van boetes?Antwoord:Nederland blijft onverminderd gecommitteerd aan de doelstellingen vande Methaanverordening en onderschrijft het belang van effectievemaatregelen om methaanemissies terug te dringen. Voor het kabinet staatvoorop dat de ambities van de verordening behouden blijven.Tegelijkertijd is het van belang dat de verplichtingen van de verordeninguitvoerbaar en proportioneel zijn en geen onverantwoorde risico’s voor deleveringszekerheid met zich meebrengen. Dat geldt nog nadrukkelijker inde huidige geopolitieke context. De Europese Commissie heeft aange-geven in juni met nadere aanbevelingen en mogelijke flexibiliteit tekomen ten aanzien van de toepassing van de verordening. Nederland zietdeze voorstellen met belangstelling tegemoet en zal deze zorgvuldigbeoordelen, met oog voor het reduceren van methaanuitstoot, deuitvoerbaarheid en het borgen van de leveringszekerheid.19De leden van de JA21-fractie constateren dat de exacte agenda en deonderliggende stukken voor de informele Energieraad 24 uur vóór dedeadline van het schriftelijk overleg nog niet bekend waren. Deze ledenvinden dat zorgelijk, omdat de Kamer hierdoor slechts beperkt in staatwordt gesteld haar controlerende taak uit te oefenen. Kan de Ministeraangeven waarom de Kamer zo kort voor de Raad nog geen volledigeagenda en onderliggende stukken heeft ontvangen? Kan zij toezeggen dataanvullende stukken, conceptconclusies of nadere appreciaties onverwijldmet de Kamer worden gedeeld?Antwoord:Het is aan de lidstaat die het tijdelijke voorzitterschap van de Raadbekleedt om de agenda en onderliggende stukken voor de verschillenderaden te delen. In de praktijk varieert het moment waarop deze stukkenbeschikbaar komen sterk: soms gebeurt dit enkele dagen voor de Raad,soms weken van tevoren. Bij de planning door het voorzitterschap wordtdoorgaans geen rekening gehouden met de verschillende termijnen vannationale parlementen en informatieverplichtingen in de diverse lidstaten.Het kabinet zet zich er van meet af aan voor in om de Kamer op basis vande meest actuele beschikbare informatie tijdig te informeren over deagenda en de Nederlandse inzet, primair via de Geannoteerde Agendavan de betreffende Raad. Het Commissiedebat of schriftelijk overleg biedtdaarnaast tussentijds gelegenheid om de Kamer nader te informerenindien het beeld sinds verzending van de Geannoteerde Agenda isgewijzigd. Indien de agenda of onderliggende stukken in de dagenvoorafgaand aan de Raad nog wezenlijk wijzigen, worden conformgebruikelijke werkwijze teruggekoppeld in het verslag van de betreffendeRaad.20De leden van de JA21-fractie lezen dat Nederland inzet op Europesecoördinatie en een sterke rol van de Europese Commissie bij energie-crises. Deze leden vragen hoe wordt voorkomen dat Europese coördinatieten koste gaat van nationale handelingsruimte. Welke bevoegdhedenmoeten volgens het kabinet nadrukkelijk nationaal blijven, bijvoorbeeldrond strategische voorraden, noodmaatregelen en ondersteuning vanhuishoudens en bedrijven?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 120010 Antwoord:Het is aan lidstaten om op basis van de nationale situatie te bepalen welkemaatregelen noodzakelijk zijn ten behoeve van de leveringszekerheid enbetaalbaarheid van het aanbod van energie. Tegelijkertijd is het Neder-landse energiesysteem onderdeel van de Europese en mondiale markt, enbiedt Europese coördinatie meerwaarde voor het nemen van effectievemaatregelen en om weglekeffecten naar andere lidstaten en derde landente beperken. Daarom pleit het kabinet voor Europese coördinatie voor devrijgave van nationale strategische olievoorraden, zodat deze effectief engericht ingezet kunnen worden in de markt. Ten aanzien van energiebe-sparingsmaatregelen is het kabinet voorstander van Europese coördinatie,waarbij het aan lidstaten blijft om te bepalen welke besparingsmaatre-gelen moeten worden ingezet, maar waar overleg met andere lidstatenkan helpen om deze zoveel mogelijk op gecoördineerde wijze in te zetten.21Deze leden onderschrijven dat eventuele maatregelen tegen hogeenergieprijzen tijdelijk en gericht moeten zijn. Tegelijkertijd vragen zijwelke nationale maatregelen klaarliggen wanneer Europese maatregelente laat komen of onvoldoende bescherming bieden. Hoe voorkomt deMinister dat Nederlandse huishoudens en bedrijven opnieuw de rekeningbetalen van geopolitieke crises en Europees energiebeleid?Antwoord:De nationale maatregelen die worden overwogen heeft het kabinetgeschetst in de Kamerbrief «Acties Weerbaarheid Energieschok» van20 april jl,3 waarin opgenomen is welke maatregelen worden overwogenbij verschillende toekomstscenario’s.22De leden van de JA21-fractie vragen voorts welke inzet Nederland heeftten aanzien van strategische olie- en gasvoorraden. Is het kabinet bereidin Europees verband te pleiten voor heldere afspraken over inzet,aanvulling en kostenverdeling van strategische voorraden en noodvoor-raden, zodat Nederland niet onevenredig opdraait voor leveringszekerheidelders in Europa? Hoe gaat de Minister hier invulling geven aan deaangenomen motie-Van den Berg over de financiering van kussengasre-serves (Kamerstuk 29 023, nr. 633)?Antwoord:Voor wat betreft gasvoorraden, zie het antwoord op vraag 7. Voorstrategische olievoorraden en de inzet daarvan is het kabinet continu inoverleg en afstemming met het Internationaal Energie Agentschap, deEuropese Commissie, landen in de regio en marktpartijen. Zo doetNederland mee aan de collectieve actie aangekondigd door het IEA op11 maart, waarbij Nederland het van haar verzochte aandeel volledigbijdraagt, wat neerkomt op 1,3% van de totale collectieve actie van hetIEA. Elke lidstaat houdt een strategische olievoorraad aan op basis van90 dagen nationale consumptie. Op die manier zijn de lasten binnen hetIEA-genootschap evenredig verdeeld. Bij de vrijgave van de voorraden isvan belang om dit gecoördineerd en strategisch te doen, juist ook omervoor te zorgen dat de voorraden gericht worden ingezet en weglekef-fecten zoveel mogelijk te voorkomen. Het kabinet pleit dan ook voorheldere afspraken en coördinatie in EU verband en verwelkomt de door deCommissie aangekondigde coördinatie in AccelerateEU.233Kamerstuk 36 933, nr. 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 120011 De leden van de JA21-fractie constateren dat de Europese Commissiewerkt aan een hernieuwd raamwerk voor energieveiligheid. Deze ledenvragen wat de Nederlandse rode lijnen zijn bij de herziening van deverordeningen voor risicoparaatheid in de elektriciteitssector en leverings-zekerheid van aardgas. Kan de Minister garanderen dat nieuwe Europeseverplichtingen niet leiden tot extra regeldruk of kosten zonderaantoonbare meerwaarde voor de leveringszekerheid? Hoe gaat deMinister zich hier verhouden tot de aangenomen motie-Van den Berg(Kamerstuk 36 800 XXIII, nr. 41) over het in EU-verband in zetten vooraanpassing van de EU-verordening over vulgraden?Antwoord:Primair zet het kabinet in op een betaalbaar, betrouwbaar en duurzaamenergiesysteem. Naast deze overkoepelende belangen, zal het kabinet bijde positiebepaling van het hernieuwde raamwerk voor energieveiligheidhet voorstel ook wegen op de effecten op de regeldruk. Ten algemenegeldt dat Nederland zal pleiten voor harmonisatie en operationaliseringtijdens de onderhandelingen over het hernieuwde raamwerk. Voorrisicoparaatheid elektriciteit betekent dat bijvoorbeeld het gebruik van eengemeenschappelijk risicobepalingsmethodiek tussen lidstaten. Voorleveringszekerheid gas betekent dat bijvoorbeeld het herzien van dedefinitie voor (niet-)beschermde afnemers zodat het raamwerk werkbaaris tijdens een eventuele lange termijn aanbodbeperking.Wat betreft de motie-Van den Berg (Kamerstuk 36 800 XXIII, nr. 41) geldtdat de huidige EU-opslagbepalingen al diverse mogelijkheden kennen omde vuldoelstelling meer flexibel te maken. Zo hebben lidstaten demogelijkheid om onder bepaalde omstandigheden hun vuldoelstellingmet 10%-punten te verlagen en is de Europese Commissie bevoegd om tebesluiten tot een additionele vermindering met 5%-punten. De Commissieheeft in de AccelerateEU mededeling lidstaten opgeroepen om gebruik temaken van deze mogelijkheden.De aankomende herziening van de verordening gasleveringszekerheid (ziehet antwoord op vraag 7 en 22) geeft verdere mogelijkheden om invullingte geven aan de flexibiliteit waar de motie-Van den Berg om vraagt.24De leden van de JA21-fractie vragen hoe het kabinet aankijkt tegen de rolvan regelbaar vermogen, kernenergie, gas waar noodzakelijk, waterstof,warmteopslag en andere vormen van opslag. Is de Minister het met dezeleden eens dat energieveiligheid niet alleen vraagt om meer hernieuwbareproductie, maar ook om voldoende regelbaar vermogen en technologie-neutraliteit?Antwoord:Ja, al de genoemde energietechnologieën spelen een belangrijke rol inons toekomstige energiesysteem. De beschikbaarheid van verschillendeopties en een goede mix van deze bronnen zullen bijdragen aan onzeweerbaarheid en strategische onafhankelijkheid. De invulling hiervanmaakt onderdeel uit van de actualisatie van het Nationaal Plan Energie-systeem (NPE) die rond de zomer wordt afgerond en naar de Kamer zalworden gestuurd. Het kabinet deelt de overtuiging dat het borgen vanenergieveiligheid ook vraagt om voldoende regelbaar vermogen entechnologieneutraliteit.25De leden van de JA21-fractie vragen daarnaast hoe de Minister voorkomtdat Europese herkomsteisen bij aanbestedingen en subsidies voorbatterijen en energieopslag leiden tot hogere kosten voor burgers,bedrijven en overheden. Is de Minister bereid zich te verzetten tegenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 120012 Europese eisen die de energierekening verhogen of de uitvoerbaarheidverslechteren?Antwoord:Zie antwoord vraag 14. Het kabinet is terughoudend met het inzetten vaneen EU-voorkeursprincipe. Per sector, waardeketen of industrie dienenzorgvuldig de baten afgewogen te worden tegen de kosten en daarbijworden de kosten en impact voor consumenten nadrukkelijk meege-nomen.26De leden van de JA21-fractie lezen dat de Europese Commissie eengerichte herziening van de Marktstabiliteitsreserve van ETS-1 heeftvoorgesteld. Het kabinet is kritisch omdat een effectbeoordeling ontbreekten het voorstel is losgetrokken van de bredere ETS-herziening. Deze ledenvragen waarom de Commissie dit voorstel desondanks afzonderlijkbehandelt en welke positie Nederland hierover inneemt. Kan het kabinetaangeven welke gevolgen het schrappen van het annuleringsmechanismenaar verwachting heeft voor ETS-prijzen, energiekosten, de industrie,investeringszekerheid en Europese klimaatdoelen?Antwoord:Het kabinet is kritisch op het lostrekken van deze gerichte herziening vande brede MSR en ETS herziening. Zoals aangegeven in de GeannoteerdeAgenda zal het kabinet het voorzitterschap vragen om een toelichtingwaarom besluitvorming niet integraal kan plaatsvinden. Integralebehandeling – inclusief impact assessment – geniet de voorkeur van hetkabinet. Het kabinet pleit dat bij de vaststelling van de lineaire reductie-factor van het ETS na 2030, rekening wordt gehouden met het schrappenvan het annuleringsmechanisme van de MSR, zodat het ETS voldoendebijdraagt aan het behalen van het EU 2040-klimaatdoel en daarmee aan debredere Europese klimaatdoel van netto nul uitstoot in 2050. Het kabineterkent dat de energie-intensieve industrie in een moeilijke situatie zit. Dehoge energiekosten spelen hier een rol in. Echter, het effect van deETS-prijs op energiekosten is beperkt: gemiddeld 11% van de energiere-kening van industriële gebruikers. Schrappen van het annuleringsmecha-nisme leidt daarnaast tot een beperkt lagere ETS-prijs. Het kabinet zietaanpassingen aan het ETS daarom niet als de juiste wijze om hogeenergieprijzen te adresseren.Dit voorstel doet in de ogen van het kabinet daarbij juist afbreuk aan delange termijn investeringszekerheid van het ETS, omdat het voorstel naarverwachting impact heeft op de ETS-prijs, zonder dat deze concreet in eenimpact assessment is geduid. Investeringen in de verduurzaming van deindustrie zijn kostbaar en het kabinet wil voorkomen dat de ETS-prijs-prikkel onvoldoende of onvoorspelbaar/volatiel is, om deze verduur-zaming te stimuleren.27De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van het uitstel vande inleverplicht van ETS-2 naar 2028. Deze leden constateren datmonitoring- en rapportageverplichtingen al sinds 2025 gelden. Kan deMinister aangeven welke administratieve lasten gereglementeerdeentiteiten hierdoor nu al maken, nog voordat ETS-2 daadwerkelijk vanstart gaat?Antwoord:Bij de implementatie van ETS2 in de Wet Milieubeheer is in de memorievan toelichting een regeldrukberekening opgenomen. Voor de monitoring-en rapportageverplichting is op basis van de Impact Assessment bij hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 120013 Commissievoorstel bepaald hoeveel uur deze verplichting per jaar kost.Op basis van het Handboek Meting Regeldrukkosten is bepaald wat dekosten van deze verplichting per uur zijn. Op basis hiervan worden dejaarlijkse regeldrukkosten van de monitoring- en rapportageverplichtingvoor het ETS2 bepaald op € 2.115 per energie- of brandstofleverancier.28De leden van de JA21-fractie vragen hoe het kabinet voorkomt dat ETS-2vanaf 2028 leidt tot hogere brandstofprijzen, hogere verwarmingskostenen hogere vervoerskosten. Kan de Minister inzichtelijk maken watverschillende ETS-2-prijsscenario’s betekenen voor een liter benzine,diesel, een kuub gas, andere brandstoffen met een energiewaarde en degemiddelde energierekening? Deze leden vragen specifiek naar sectorendie Nederland via nationale opt-in onder ETS-2 brengt of wil brengen,waaronder binnenvaart, mobiele werktuigen, stallen, defensie englastuinbouw. Kan het kabinet per sector aangeven welke lastenstijgingwordt verwacht? Is het kabinet bereid de nationale opt-in te heroverwegenwanneer deze disproportioneel uitpakt voor ondernemers of consu-menten?Antwoord:In 2028 zal het ETS2 volledig van kracht zijn en leiden tot een hogere prijsvoor fossiele brandstoffen. Deze kosten kunnen voorkomen worden doorte investeren in duurzame alternatieven of door energiebesparing.Omdat het ETS2 nog niet volledig van start is, is de prijs van eenETS2-recht nog onbekend. Hieronder wordt een overzicht gegeven van deprijsverhoging bij verschillende brandstoftypes bij een prijs van respectie-velijk 30 euro en 60 euro per ton CO2.ETS2-prijs (euro/ton CO2)3060Benzine E10 (euro/l)0,070,13Benzine E5 (euro/l)0,070,14Diesel (euro/l)0,080,15Aardgas (euro/m3)0,060,11Groen gas (euro/m3)00 Het PBL schatte in 2021 dat de gemiddelde jaarlijkse energierekening perhuishouden in 2030 met ruim 100 euro zou stijgen als gevolg van hetETS2.4 Op maandag 11 mei publiceert het PBL een nieuwe schatting vande economische effecten van het ETS2 bij verschillende typenhuishoudens. Ten aanzien van de ETS2 opt-in is niet voor elke sector inkaart gebracht wat de effecten zijn. Wel zijn de effecten in kaart gebrachtvoor de landbouw- en visserijsector en voor de binnenvaart.5Voor de landbouwsector leidt de opt-in ETS-2 tot een stijging van hetaandeel energie- en brandstofkosten met 0,2%–0,8%. Voor de visserijzouden als gevolg van de opt-in de dieselkosten over de periode2018–2022 gemiddeld 25,3% en de totale kosten gemiddeld 5,6% hogeruitkomen. Voor de binnenvaart stijgen de brandstofkosten (bij eenETS2-prijs van 45 euro per ton) met grofweg 5%, met sterke verschillentussen verschillende typen schepen. Het relatief hogere effect van ETS2op de kosten voor de visserij en de binnenvaart komt mede omdat zijvrijgesteld zijn van accijns op brandstoffen.4Nederland Fit for 55? Mogelijke gevolgen van het voorgestelde EU-klimaatbeleid5Impactanalyse ETS2 opt-in | Rapport | Rijksoverheid.nl Impact ETS 2 opt in binnenvaart |Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 120014 Het ETS2 is noodzakelijk om uitvoeringsproblemen te voorkomen. Voorbrandstofleveranciers is het in veel gevallen namelijk niet mogelijk omeen onderscheid te maken tussen verschillende eindgebruikers.6 Tevens ishet ETS2 ook belangrijk vanwege de bijdrage die het instrument levertaan de klimaat- en energietransitie. Om deze redenen is het kabinet nietbereid om de ETS2 opt-in te heroverwegen.29De leden van de JA21-fractie constateren dat er zorgen bestaan overprijsvolatiliteit en onzekerheid bij de start van ETS-2. Welke maximaleETS-2-prijs acht het kabinet maatschappelijk en economischaanvaardbaar? Is de Minister bereid in EU-verband te pleiten voor eensterker, automatisch prijsbeheersingsmechanisme wanneer ETS-2-prijzenleiden tot onaanvaardbare lasten? Welke gevolgen hebben de voorstellenrond de Marktstabiliteitsreserve voor inflatie, koopkracht, brandstof-prijzen, energierekeningen, concurrentiekracht en investeringszekerheid?Antwoord:In de ETS Richtlijn is een prijsbeheersingsmechanisme opgenomen voorETS2. Deze is vastgesteld op € 45 per ton CO2 in 2020 prijzen. Wanneer deprijs van ETS2 hierboven komt, worden emissierechten vanuit de ETS2MSR op de markt gebracht om de prijs te dempen. Eind vorig jaar heeft deCommissie voorstellen gepubliceerd om de prijsstabiliteit en voorspel-baarheid van ETS2 verder te vergroten. Onderdeel hiervan was ook hetversterken van het prijsbeheersingsmechanisme, waarmee dehoeveelheid rechten die op de markt worden gebracht is verdubbeld ingeval dat het prijsniveau wordt overschreden. Daarnaast heeft deCommissie aangegeven sowieso gebruik te maken van de discretionairebevoegdheid als het prijsniveau binnen een jaar een tweede keer wordtoverschreden. Het kabinet vindt deze versterking van het prijsbeheer-singsmechanisme voldoende om aan deze zorgen tegemoet te komen.Het voorstel dat de Commissie heeft gedaan op 1 april jl. betreft eenherziening van de MSR van het ETS1. Voor de impact hiervan, zieantwoord bij vraag 26.30De leden van de JA21-fractie lezen dat de Europese Commissie eenvoorfinancieringsfaciliteit via de Europese Investeringsbank wil instellen.Welke risico’s loopt Nederland wanneer toekomstige veilinginkomstenworden ingezet voor leningen die nu worden verstrekt? Wie draait op voortegenvallers wanneer ETS-2-veilinginkomsten lager uitvallen dangeraamd? Kan het kabinet uitsluiten dat dit verkapte Europese leningenworden en dat Nederlandse belastingbetalers hiervoor risico lopen?Antwoord:Via de voorfinancieringsfaciliteit kunnen lidstaten een lening bij de EIBaangaan, op basis van de ETS2-veilinginkomsten. Om deze faciliteitmogelijk te maken, is de Veilingverordening aangepast, zodat de EIB deveilinginkomsten van lidstaten die een lening zijn aangegaan, direct enzonder tussenkomst van de betreffende lidstaat kan ontvangen. Wanneerandere lidstaten besluiten om gebruik te maken van deze faciliteit, is ergeen risico voor de toekomstige veilinginkomsten van Nederland.31De leden van de JA21-fractie vragen waarom Nederland in 2024 geengebruik heeft gemaakt van een opt-out voor kleine emittenten, terwijlandere lidstaten dat wel doen. Is de Minister bereid te onderzoeken of eenruimere kleine-emitteraanpak in Nederland mogelijk is?6Kamerbrief uitvoering ETS2 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 120015 Antwoord:Onder het ETS1 bestaat de mogelijkheid tot een opt-out voor kleineemittenten. Nederland maakt hier ook gebruik van. Installaties kunnenhier een aanvraag voor doen. Voor de huidige handelsperiode van 2026tot 2030 is voor 38 Nederlandse ETS-installaties de opt-out statusgoedgekeurd.Onder het ETS2 wordt in de ETS Richtlijn geen mogelijkheid geboden toteen nationale opt-out voor kleine emittenten. Wel hebben kleine brand-stofleveranciers een vereenvoudigde monitorings- en rapportagever-plichting.32De leden van de JA21-fractie onderschrijven dat versterking van energie-infrastructuur noodzakelijk is om netcongestie terug te dringen, leverings-zekerheid te vergroten en investeringen mogelijk te maken. Tegelijkertijdvragen deze leden hoe het kabinet voorkomt dat Europese netwerk-planning leidt tot aantasting van nationale zeggenschap. Nederland steunteen meer gecoördineerde benadering van netwerkplanning op basis vaneen centraal Europees scenario, mits lidstaten nauw betrokken blijven.Wat betekent «nauw betrokken» concreet? Heeft Nederland een doorslag-gevende stem wanneer een Europees scenario onvoldoende aansluit bijNederlandse belangen, ruimtelijke beperkingen of betaalbaarheid?Antwoord:Volgens het kabinet draagt een sterkere Europese aanpak van energie-infrastructuurplanning gebaseerd op een centraal Europees scenario bijaan een snellere integratie van de interne energiemarkt, leveringsze-kerheid en betaalbaarheid. Onvoldoende coördinatie van infrastructuur-planning leidt tot inefficiënte en vertraagde investeringen.Het scenario heeft op zichzelf geen impact op Nederlandse ruimtelijkebeperkingen of betaalbaarheid, maar fungeert als basis voor de verdereinfrastructuurplanning, waaronder de identificatie van infrastructuurbe-hoeften, kosten-batenanalyses en de vaststelling van grensoverschrij-dende kostenverdeling.In de onderhandelingen over het EU Grids Package zet het kabinet zich invoor een sterke betrokkenheid van lidstaten bij het proces voor deontwikkeling van het centrale Europese scenario, onder meer doortransparantie over de onderliggende modellering en aannames en doorraadpleging van lidstaten over de gebruikte gegevens en aannames. Hetkabinet steunt daarnaast voorstellen die voorzien in het vaststellen vanhet centrale scenario via een uitvoeringshandeling in plaats van eengedelegeerde handeling, omdat dit lidstaten meer directe invloed geeft opde vormgeving van het centrale Europese scenario.33De leden van de JA21-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat Neder-landse burgers en bedrijven via nettarieven of andere heffingen oneven-redig betalen voor grensoverschrijdende energieprojecten waarvan debaten vooral elders neerslaan. Welke criteria hanteert het kabinet voor eeneerlijke kosten-batenverdeling? Is het kabinet bereid projecten teblokkeren wanneer de kostenverdeling nadelig uitpakt? Ook willen dezeleden weten op welke aannames over het toekomstige Nederlandseenergiesysteem de keuze voor het Grids Package is gebaseerd. Kan hetkabinet per energiebron het aandeel in het energiesysteem geven? Kanhet kabinet aangeven wat de druk per energiebron op het Nederlandsedan wel Europese elektriciteitsnetwerk is? En kan het kabinet aangevenwelke kosten voor het elektriciteitsnetwerk met welke energiebronsamenhangen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 120016 Antwoord:Bij grensoverschrijdende energieprojecten, zoals nieuwe interconnectorenmet andere landen, wordt de verdeling van de kosten en batennauwkeurig afgewogen. Het kabinet prioriteert projecten die de meestemaatschappelijke waarde kunnen toevoegen voor Nederland en kijktdaarbij o.a. naar de effecten op de sociaaleconomische welvaart,verduurzaming van het energiesysteem en leveringszekerheid. Hierbijprioriteert het kabinet leveringszekerheid en consumentensurplus voornieuwe projecten Om te borgen dat de kosten en baten van nieuwegrensoverschrijdende infrastructuurprojecten eerlijk worden verdeeld,werkt het kabinet samen met netbeheerders, andere lidstaten en deEuropese Commissie binnen o.a. de North Seas Energy Cooperation(NSEC) aan afspraken over kostenverdeling tussen de betrokken netbe-heerders. De kosten van interconnectoren worden verdeeld tussen debetrokken netbeheerders op basis van een kosten-baten analyse. Indieneen betrokken netbeheerder tot de conclusie komt dat de kosten-batenanalyse ongunstig uitpakt, dan is er de mogelijkheid om steun voorde bouw van een interconnector in te trekken.In de kabinetsinzet voor het Grids Package is het uitgangspunt dat hettoekomstige Nederlandse energiesysteem goed geïntegreerd moet zijn inde Europese interne markt voor het garanderen van de leveringsze-kerheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de Nederlandse energie-voorziening. In het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) werkt het kabinetuit welke energiebronnen hier een rol in spelen en hoe deze zichverhouden tot de inzet van onze buurlanden. In de actualisatie van hetNPE, die uiterlijk met Prinsjesdag is voorzien, gaat het kabinet in op zowelde aandelen per bron als de relatie met buurlanden.Het elektriciteitsnet wordt ingericht voor een mix van verschillendebronnen en afnemers die door de tijd heen voortdurend wisselen. Het isdus niet mogelijk om specifiek aan te geven welk deel van het netwerk (enbijbehorende kosten) met welke bron samenhangen, behalve voor het netop zee dat wordt aangelegd om energieproductie van zee naar land tetransporteren. Het kabinet kijkt bij het inrichten van het energiesysteemnaar de kostenontwikkeling van het totale energiesysteem, inclusief dekosten van het elektriciteitsnet, en wordt hierbij ondersteund doorpublieke kennisinstellingen TNO, CPB, PBL, CBS en RVO die hiervoorsamenwerken in het programma «Energiesysteem Integraal Kostenbeeld»(EIK). Het kabinet kijkt daarnaast met de netbeheerders hoe de uitbrei-dingen van het elektriciteitsnetwerk kunnen worden beperkt, zoals door testuren op de juiste locatie van energiefuncties met het ProgrammaEnergiehoofdstructuur (PEH). Ook kijkt het kabinet samen met netbe-heerders en andere partijen hoe het elektriciteitsnetwerk zo goed mogelijkbenut kan worden met een mix van bronnen en andere maatregelen, zoalsopslag. Hiermee worden onnodige uitbreidingen van het elektriciteitsnetvoorkomen.34De leden van de JA21-fractie lezen dat het kabinet zich heeft uitgesprokentegen ingrepen in het elektriciteitsmarktontwerp, prijsplafonds voor gas,afzwakking van ETS en subsidies voor gasgestookte centrales. Welkemaatregelen binnen het huidige marktmodel leveren op korte termijnmerkbaar lagere energiekosten op voor huishoudens en bedrijven? Opwelke termijn verwacht de Minister dat interconnecties, langetermijncon-tracten, flexibiliteit en opslag daadwerkelijk zichtbaar worden op deenergierekening?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 120017 De inzet van het kabinet op verdere en snellere ontwikkeling vanalternatieven voor fossiele energie, zoals duurzame energieprojecten enenergiebesparing zal bijdragen aan verlaging van de energiekosten voorhuishoudens en bedrijven en de Europese energie-onafhankelijkheidvergroten. De ontwikkeling van meer flexibiliteit in het energiesysteem,met name door het vergroten van mogelijkheden voor opslag, vraagzijde-respons en het gebruik van langetermijncontracten zullen daar op dekortere termijn ook aan bij kunnen dragen. De uitbreiding van intercon-necties, zoals de ontwikkeling van het LionLink tussen het VK enNederland die vanaf circa 2033 in gebruik zal zijn – zullen daar op de watlangere termijn ook hun bijdrage aan leveren.35De leden van de JA21-fractie vragen waarom het kabinet niet nadrukke-lijker optrekt met lidstaten die betere Europese financierings-mogelijkheden voor kernenergie bepleiten. Is de Minister bereid zich inEU-verband sterker in te zetten voor technologie-neutraliteit, zodatkernenergie, SMR’s en ander regelbaar CO2-arm vermogen gelijkwaardigtoegang krijgen tot Europese financieringsinstrumenten?Antwoord:Het kabinet heeft zich over de afgelopen jaren op Europees niveau ingezetvoor betere steunkaders voor kernenergie, bijvoorbeeld binnen deNucleaire Alliantie en de SMR Industrial Alliance. Het spreekt zich daarconsequent uit voor het principe van technologieneutraliteit voortoekomstige capaciteit, waarbij er geen onderscheid wordt gemaakttussen de verschillende vormen van koolstofarme of koolstofvrijeenergieopwek. Nederland wil de toegang tot (nieuwe) (inter)nationaleinstrumenten nog verder verbreden/verbeteren, om verschillendeonderzoeksstadia van nucleaire ontwikkelingen te ondersteunen. Hetverhogen van EU-budgetten voor kernenergie zorgt niet automatisch voormeer of efficiëntere financiering van kernenergie in Nederland, gezien definanciële bijdrage die Nederland levert aan de EU. Het kabinet zet onderandere in op meer synergie tussen nationale onderzoeksprioriteiten eninternationale gremia als Euratom. Bij de onderhandelingen voor hetnieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK) voor de periode 2028–2034 zethet kabinet zich in om binnen het Europees Concurrentievermogenfonds(ECF) Europese nucleaire waarde- en brandstofketen, nucleair onderzoeken kennisontwikkeling, en innovatie van veelbelovende nucleairetechnologieën op te nemen. Ik zal me daar de komende tijd voor blijveninzetten.36De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de besprekingover energieveiligheid met Oekraïne en Moldavië. Welke concrete lessentrekt Nederland uit aanvallen op energie-infrastructuur in Oekraïne? Kanhet kabinet aangeven welke aanvullende maatregelen Nederland neemt ofoverweegt te nemen ter bescherming van kritieke energie-infrastructuur,waaronder elektriciteitsnetten, gasinfrastructuur, onderzeese kabels,transformatorstations, havens, LNG-infrastructuur en digitale besturings-systemen? Kan het kabinet ook aangeven hoe vaak nationale crisis-plannen voor gas, olie en elektriciteit worden geactualiseerd?Antwoord:Uit de Russische oorlog in Oekraïne en de daaruit voortvloeiende hybridedreigingen is het duidelijk dat kritieke energie-infrastructuur een primairdoelwit kan zijn voor statelijke actoren. Voor verschillende dreigingengeldt dat robuustheid, redundantie en een snelle herstelcapaciteitessentieel zijn voor het borgen van de continuïteit van de energievoor-ziening.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 120018 Het kabinet zet in op de implementatie en uitvoering van de Wetweerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke), de Cyberbeveiligingswet (Cbw)en de Netcode Cybersecurity (NCCS). Onder de NCCS vallen de meestbelangrijke elektriciteitsbedrijven zoals netbeheerders en grote elektrici-teitsproducenten. Onder de Wwke vallen verschillende type kritiekeentiteiten uit de gas-, olie- en elektriciteitsector. De scope van de Cbwheeft ook betrekking op de waterstof- en warmtesector. Met de implemen-tatie en uitvoering van deze wetten wordt de fysieke en digitaleweerbaarheid van de Nederlandse energiesector versterkt. Naast degenoemde wet- en regelgeving zet het kabinet tevens in op de actualisatievan de Nationale Crisisplannen Elektriciteit en Gas naar LandelijkeCrisisplannen Elektriciteit (LCP-E) en Gas (LCP-G).De actualisatie van crisisplannen vindt plaats wanneer dit noodzakelijkwordt geacht door relevante ontwikkelingen of wanneer sprake is van eenverplichting uit een EU-richtlijn of -verordening. De generieke aard vancrisisplannen maakt dat deze flexibel moeten blijven voor verschillendetype crises. Bij landelijke crisisplannen beziet het Ministerie van Econo-mische Zaken en Klimaat (EZK) jaarlijks met het Ministerie van Justitie enVeiligheid en de betrokken actoren en organisaties of actualiseringnoodzakelijk is.37De leden van de JA21-fractie constateren dat het zeer onwaarschijnlijk isdat het geïmporteerd gas aan de methaanverordening kan voldoen. Dezeleden zijn tevreden over signalen dat de boetes hiervoor mogelijk metenkele jaren worden uitgesteld. Kan de Minister in Europees verbandpleiten voor snelle duidelijkheid over het uitstel van deze boetes?Antwoord:Ja. Zie het antwoord op vraag 11 en 18.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 120019

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b6400f00d697beef

14 okt 2026 · 6dcd0a4108c4a11c

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.