Amendement van de leden Rog en Bisschop over bij AMvB invullen van 'evident ondoelmatige besteding'
Brontekst
Versie b88d086c14148c9e · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 35 102Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het onderwijstoezicht en enkele andere wetten in verband met actualisering van de deugdelijkheidseisen, het daarmee samenhangende onderwijstoezicht en vermindering van administratieve verplichtingen in het funderend onderwijs, alsmede reparatie van wetstechnische gebreken (actualisering deugdelijkheidseisen funderend onderwijs) Nr. 11 AMENDEMENT VAN DE LEDEN ROG EN BISSCHOP Ontvangen 21 januari 2020 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: IIn artikel I, onderdeel BB, worden na artikel 175, vierde lid, twee leden ingevoegd, luidende: 4a. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de wijze waarop wordt vastgesteld dat sprake is van evident ondoelmatige aanwending van de bekostiging als bedoeld in het vierde lid. 4b. De voordracht voor een krachtens lid 4a vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. IIIn artikel II, onderdeel S, worden na artikel 103a3, vierde lid, twee leden ingevoegd, luidende: 4a. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de wijze waarop wordt vastgesteld dat sprake is van evident ondoelmatige aanwending van de bekostiging als bedoeld in het vierde lid. 4b. De voordracht voor een krachtens lid 4a vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. kst-35102-11ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 102, nr. 111 IIIIn artikel III, onderdeel T, worden na artikel 161, vierde lid, twee leden ingevoegd, luidende: 4a. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de wijze waarop wordt vastgesteld dat sprake is van evident ondoelmatige aanwending van de bekostiging als bedoeld in het vierde lid. 4b. De voordracht voor een krachtens lid 4a vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. IVIn artikel IX, onderdeel L, worden na artikel 135, vierde lid, twee leden ingevoegd, luidende: 4a. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de wijze waarop wordt vastgesteld dat sprake is van evident ondoelmatige aanwending van de bekostiging als bedoeld in het vierde lid. 4b. De voordracht voor een krachtens lid 4a vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. VIn artikel X, onderdeel O, worden na artikel 178a, vierde lid, twee leden ingevoegd, luidende: 4a. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de wijze waarop wordt vastgesteld dat sprake is van evident ondoelmatige aanwending van de bekostiging als bedoeld in het vierde lid. 4b. De voordracht voor een krachtens lid 4a vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Toelichting Nu de «evident ondoelmatige besteding» na aanname van dit wetsvoorstel een wettelijke deugdelijkheidseis wordt, op basis waarvan een bekostigingssanctie kan worden opgelegd, is het noodzakelijk in verband met de rechtszekerheid voor het bevoegde gezag van scholen om hiervoor heldere en objectiveerbare criteria vast te stellen. Met dit amendement wordt geregeld dat een bekostigingssanctie zoals hierboven bedoeld, alleen kan worden opgelegd aan het bevoegd gezag van een school, nadat bij algemene maatregel van bestuur een nadere invulling wordt gegeven aan het begrip «evident ondoelmatige besteding». Zonder deze algemene maatregel van bestuur is handhaving op «evident ondoelmatige besteding» niet mogelijk. RogBisschopTweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 102, nr. 112
Gerelateerde bronnen
- Amendement van de leden Rog en Bisschop over bij AMvB invullen van 'evident ondoelmatige besteding'
Amendement van de leden Rog en Bisschop over bij AMvB invullen van 'evident ondoelmatige besteding'
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.