KamerkringInloggen
Kamerbrief

Actieagenda Integratie en de Open en Vrije Samenleving

7 feb 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 273f41600b03491e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 824IntegratiebeleidNr. 448 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 7 februari 2025Een open, vrij en sterk NederlandNederland is misschien wel het mooiste land ter wereld. In ons land zijnwe allemaal vrij om onszelf te zijn. Onze eigen keuzes te maken. Zelf tebepalen hoe we ons leven inrichten, met respect voor de keuzes van eenander. Nederlanders kenmerken zich door een grote verscheidenheid. Wezijn allemaal anders. Dat is onze kracht, maar tegelijkertijd ook eenuitdaging. Het levert ook spanningen op. De vrijheden die we inNederland hebben opgebouwd, zijn geen vanzelfsprekendheid. Opsommige terreinen zien we dat die vrijheden onder druk staan. Dievrijheden staan soms ook op gespannen voet met elkaar: wat voor de éénindruist tegen een fundamentele levensovertuiging, kan voor de anderjuist essentieel zijn om zichzelf te kunnen zijn.Het in goede banen leiden van de manier waarop al die verschillendemensen samenleven vraagt om heel duidelijke kaders. Omgaan met deverschillen in geloof, achtergrond en opvattingen. Uitdragen dat iedereenerbij hoort, wat je achtergrond ook is. Gelijke kansen bieden omvolwaardig mee te kunnen doen. Harde grenzen trekken om te voorkomendat de vrijheden van de één die van de ander inperken. Helder zijn overwat we absoluut niet accepteren en hoe op te treden als het fout gaat. Ditvraagt inzet van het kabinet. Verder moeten we ervoor zorgen datnieuwkomers op een goede manier mee kunnen doen in ons land.Duidelijk zijn over wat wij aan hen vragen en wat zij van ons mogenvragen. De overheid kan hierin belangrijke voorwaarden scheppen, maaruiteindelijk is het een opgave voor het individu om dit te onderschrijven.Naast deze bredere vragen zijn er ook uitdagingen met eerste entweede generatie nieuwkomers, zoals het recente CBS-rapport Integratie kst-32824-448ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4481 en Samenleven heeft laten zien1. De Staatscommissie DemografischeOntwikkelingen 2050 geeft aan dat de bevolking richting 2050 zaltoenemen als gevolg van migratie en ook steeds diverser zal worden.Migratie en integratie zijn verbonden opgaven en hebben effect op desociale samenhang in de samenleving. De omvang van de integratie-opgave hangt mede af van het aantal nieuwkomers, hun opleidingsniveauen culturele achtergrond en de mate waarin we in Nederland in staat zijnom met elkaar samen te leven.Mede met het oog op de sociale samenhang adviseert de staatscom-missie demografie om de bevolkingsgroei te matigen en meer grip tekrijgen op migratie. Het kabinet zet daarom in op een omvangrijk pakketaan maatregelen om grip op migratie te krijgen om, zoals ook aange-kondigd in het regeerprogramma, de omvang van migratie naarNederland drastisch te beperken.In deze brief zal ik ingaan op de integratieopgave zoals ik die als Staatsse-cretaris voor Participatie en Integratie voor ogen heb. Op het terrein vanintegratie en de open en vrije samenleving gaan veel dingen goed: wezien op veel terreinen een vooruitgang in de manier waarop nieuwkomersin ons land meedoen2. Op de arbeidsmarkt en in het onderwijs zijn detrends positief. Maar we zien ook integratieproblemen en problemen metde manier waarop we met elkaar samenleven. Er zijn te veel vrouwen enmeisjes in Nederland die niet hun eigen keuzes kunnen maken. Mensenvoelen zich niet overal veilig om te laten zien van wie ze houden of wat zegeloven. Te veel mensen beheersen de Nederlandse taal nog onvol-doende of staan aan de zijlijn. En er is oververtegenwoordiging vanverdachten van bepaalde strafbare feiten onder specifieke groepenmigranten van de eerste en tweede generatie. Het is een afnemendeoververtegenwoordiging, maar zij straalt ten onrechte af op de helegroep3.Daarom werkt het kabinet aan een Actieagenda Integratie en Open enVrije Samenleving. Met deze brief informeer ik uw Kamer over de opzet endoelstellingen van deze Actieagenda. Voor de zomer van 2025 volgt eenconcrete uitwerking van de aangekondigde actielijnen. Deze brief geeftmijn doelen weer.1CBS (2024): Integratie en samenleven 20242Zo stijgt bijvoorbeeld het opleidingsniveau van groepen met een migratieachtergrond nietalleen in absolute zin, maar ook sneller dan gemiddeld zodat de onderwijsachterstand afneemt.En datzelfde patroon zien we ook bij de arbeidsparticipatie. In beide voorbeelden is vooral devooruitgang bij de 2e generatie fors. Zo ligt de participatie bij de 2e generatie van veelbuiten-Europese herkomstgroepen de laatste jaren hoger dan het Nederlandse gemiddelde(bron: CBS Kernindicatoren integratie). Verder blijkt uit SCP-onderzoek dat groepen met eenmigratieachtergrond vaak een gemengde vrienden- en kennissenkring hebben (bron: SCP(2022), Gevestigd, maar niet thuis) en dat betekent dat er geen sprake is van gesegregeerdesociale netwerken.3In 2005 was de oververtegenwoordiging van de groep met buiten-Europese achtergrond in deverdachtencijfers nog 2,4%-punt. Die oververtegenwoordiging is in 2023 afgenomen tot0,8%-punt: in 2023 wordt van de buiten-Europese groep 1,6% verdacht van een misdrijf terwijldat gemiddeld 0,8% is (bron: CBS. Kernindicatoren integratie). Uit analyses blijkt verder dat dieresterende oververtegenwoordiging in belangrijke mate is terug te voeren op verschillen inrelevante algemene achtergrondkenmerken, zoals de gemiddeld jongere leeftijd en het lagereopleidings- en inkomensniveau van de groepen met migratieachtergrond. Het zijn dus vooralalgemene factoren die de resterende oververtegenwoordiging verklaren en geen etnisch-specifieke. (bron: Risbo, Erasmus Universiteit (2023), Ontwikkeling in Integratie). Hetzelfdeonderzoek laat zien dat in de loop van de jaren de mate van evenredigheid toeneemt: groepenmet een migratieachtergrond wijken steeds minder af van de gemiddelde bevolking metdezelfde achtergrondkenmerken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4482 De opgave IntegratieVersterken open en vrije samenlevingHet is essentieel dat iedereen de Nederlandse waarden en normenonderschrijft, die hun basis hebben in onze Grondwet en onze democra-tische rechtsstaat. Het strafrecht biedt heldere kaders over wat wel en nietis toegestaan in ons land. Beledigen, haatzaaien en oproepen tot geweldzijn wettelijk verboden. Maar ook in het grijze gebied daarvoor kunnenspanningen ontstaan tussen mensen en groepen en kunnen vrijhedenworden aangetast. Niet alleen formele regels zijn daarom van belang,maar ook de manier waarop we met elkaar omgaan. Wederkerigheid,vrijheid en respect zijn fundamentele waarden in onze vrije en opensamenleving.Omdat Nederlanders zo verschillend zijn, hebben we ook veel verschil-lende opvattingen. Dat mag ook. De vrijheid om je eigen mening temogen uiten, ook wanneer anderen het daar fundamenteel mee oneenszijn, is een groot goed. Maar als dat vrijheden van anderen inperkt, deopen en vrije samenleving aantast of ingaat tegen de democratischerechtsorde, trekken we een streep.Het kabinet staat daarom voor een open en vrije samenleving. Eensamenleving waar iedereen zichtbaar zichzelf mag zijn. Gelijke kansenkrijgt en volwaardig meetelt ongeacht achtergrond. Dat is de kern van hetNederlandse burgerschap. Of je nu op straat een keppeltje of hoofddoekdraagt, of als homostel hand in hand wil lopen. In Nederland bepaal je zelfwie je partner is, of je wel of niet gelooft of dat je het geloof wil afvallen.Deze en andere vrijheden, waarden en normen moeten we koesteren enbeschermen. Daarbij zorgt de overheid voor duidelijke kaders, maarmoeten mensen uiteindelijk zelf de waarden en normen van de democra-tische rechtsstaat onderschrijven.Nieuwkomers snel aan de slagVoor wie hierheen komt en hier mag blijven, is het van cruciaal belang datwe de voorwaarden scheppen voor nieuwkomers om mee te kunnendoen. En dat wij hen aanspreken op hun verantwoordelijkheid om eenbijdrage te leveren. Werk is de plek waar je je eigen geld kan verdienen,waar je anderen ontmoet en snel de taal en omgangsvormen kan leren.Werk bevordert de integratie van nieuwkomers in de samenleving. Werkgeeft je ook de mogelijkheid zelfstandig je leven vorm te geven en eenbijdrage te leveren aan de samenleving en bijvoorbeeld bij asielzoekers ofstatushouders, de eigen opvangkosten. Het vergroten van de arbeids-deelname van mensen die al in Nederland zijn draagt verder ook bij aanhet verminderen van de krapte op de arbeidsmarkt en daarmee aan debehoefte aan arbeidsmigranten.Een belangrijke sleutel ligt in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Zo kaniedereen een steentje bijdragen. En ook dat we ons gezamenlijk inzettenvoor de vrijheden die we in onze maatschappij kennen.Integratieproblematiek en de kans om mee te doen in onzesamenlevingVeel gaat er goed in onze samenleving, maar we moeten ook duidelijk zijnwanneer er werk aan de winkel is. Het SCP heeft beschreven in hetrapport «Gevestigd, maar niet thuis» wat de positieve trends en ook deuitdagingen op het terrein van integratie en samenleven zijn. Het isbelangrijk om beide kanten van de medaille te benoemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4483 Het kabinet maakt zich zorgen om ontwikkelingen die de open en vrijesamenleving onder druk kunnen zetten. In Nederland heeft iedereen devrijheid om eigen keuzes te maken. Keuzes over met wie je een relatiehebt en hoe je je leven inricht. Daar zijn grote uitdagingen. Zo zijn erernstige gevallen waarbij deze vrijheden worden ingeperkt.4 In 2023werden er bij het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld619 zaken gemeld met vermoedelijk eermotief. Jonge meiden die hunrelatie geheim moeten houden voor hun eigen ouders, omdat zij geenrelatie mag hebben voor het huwelijk.En als ouders erachter komen, met de dood bedreigd worden en nietmeer alleen naar buiten mogen, of naar het moederland genomen wordenom achtergelaten te worden bij hun grootouders. Of neem vrouwelijkegenitale verminking. Enkele jaren geleden werd geschat dat tussen 2018en 2038, 42005 meisjes het risico liepen of lopen op besnijdenis.6 Dit kánniet en hoort niet thuis in onze samenleving. Elk geval is er één teveel,maar dit zijn serieuze aantallen. De impact in persoonlijke levens en desamenleving hiervan is groot. Het kabinet vindt vrouwelijke genitaleverminking een barbaarse en onaanvaardbare praktijk waartegen meisjesen vrouwen beschermd moeten worden.In sommige monoculturele, hechte of gesloten gemeenschappen heersenvormen van onvrijheid die onacceptabel zijn, ook los van fysiek geweldzoals beschreven in de vorige paragraaf. Dit kabinet staat voor de vrijheidvan godsdienst, maar ziet ook de noodzaak meisjes en vrouwen tebeschermen tegen de dwang die soms kan uitgaan van religieuzevoorschriften. Deze leggen vrouwen en meisjes vaak meer beperkingenop dan mannen en jongens. Bijvoorbeeld over of ze alleen uit mogengaan, over wat zij niet of juist wel moeten dragen, of seks voor hethuwelijk geoorloofd is, of ze mogen werken en of ze zelf mogen beslissenover hun geld. Afwijken van de culturele of religieuze norm zet het rechtop zelfbeschikking van het individu hierbij onder druk. Dat is nietacceptabel.Wij beschermen onze Nederlandse democratische rechtsorde. Interna-tionale ontwikkelingen of gebeurtenissen elders in de wereld kunnen ookimpact hebben op de Nederlandse samenleving. Ook kunnen Nederlandseinwoners hier geraakt worden door de invloed van statelijke actoren. Ineen recent gepubliceerde fenomeenanalyse wordt een aantal voorbeeldenvan ongewenste buitenlandse inmenging gericht op gemeenschappen inNederland genoemd.7 Gevoelens van ongewenste buitenlandseinmenging en beïnvloeding kunnen binnen gemeenschappen ook leidentot spanningen en zelfs tot geweld. Het is bekend dat Eritreeërs inNederland (sociale) druk ervaren om de «diasporataks» te betalen aan deEritrese autoriteiten. Sommige gevluchte Chinese minderheden gevenaan intimidatie te ervaren. Recent onderzoek van Clingendael naar hetTurkse diasporabeleid en de ontvankelijkheid van de Turks-Nederlandsegemeenschap voor dit beleid, laat zien, dat een kwart van de Neder-landers van Turkse afkomst aangeeft «zich onveilig te voelen vanwege de4Het genoemde voorbeeld betreft een geanonimiseerde casus van het Landelijk Expertise-centrum Eergerelateerd Geweld (LEC EGG). Het LEC EGG registreert alleen gevallen vaneergerelateerd geweld bij mensen met een migratieachtergrond. Praktijken zoals partner-geweld, kindermishandeling en femicide komen echter breed voor in de Nederlandsesamenleving.5https://www.pharos.nl/wp-content/uploads/2019/06/Vrouwelijke-Genitale-Verminking_omvang-en-risico-in-Nederland.pdf6In opdracht van VWS voert Pharos op dit moment een onderzoek uit naar de omvang enrisico’s van huwelijksdwang, huwelijkse gevangenschap, eergerelateerd geweld en vrouwelijkegenitale verminking in Nederland. Resultaten worden eind 2025 verwacht.7Over de grens. Statelijke inmenging in diasporagemeenschappen in Nederland. AIVD en NCTV.Oktober 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4484 Turkse invloed in Nederland». Bijna 50% van de Turkse Nederlandersdenkt daarentegen dat de Turkse betrokkenheid een positief effect heeftop de veiligheid van hun gemeenschap8. Mensen die hier wonen, ook alsze hun wortels ergens anders hebben, moeten zélf kunnen kiezen of en opwelke manier zij contact onderhouden met hun thuisland. Hier maken weons als kabinet dan ook hard voor.Het beschermen van onze vrijheden, van de normen en waarden die onsland kenmerken, is een opgave van ons allemaal. De Nederlandsesamenleving wordt geconfronteerd met polarisatie en extremistischedenkbeelden, zowel offline als online.Dit wordt ook zo ervaren door de samenleving zelf: driekwart van deNederlanders geeft aan dat zij een toenemende mate van polarisatieervaren.9 Sociale, culturele en politieke scheidslijnen worden scherper,waarbij verschillen zich niet alleen kunnen uiten in discussies, maar ookeen voedingsbodem voor radicalisering kunnen vormen. Online platformsspelen hierin een belangrijke rol: algoritmes versterken eenzijdigeinformatie en extremistische boodschappen krijgen een breed bereik.Nederlanders leven teveel langs elkaar heen en zijn te weinig in contact engesprek met mensen buiten hun groep. Deze ontwikkelingen zijn eenrisico voor de sociale stabiliteit in Nederland.Op het gebied van sociale en economische ontwikkelingen zien we datveel zaken goed gaan en langjarig verbeteringen laten zien. Denkbijvoorbeeld aan het stijgende onderwijsniveau van leerlingen met eentweede generatie migratieachtergrond. In vergelijking met 10 jaar geledenkrijgen leerlingen met een tweede generatie buiten-Europese migratieach-tergrond bijvoorbeeld een hoger schooladvies, volgen ze vaker havo ofvwo in het voortgezet onderwijs10 en halen ze steeds vaker hun diplomaop de middelbare school nominaal.11 Deze stijging gaat voor detweede generatie buiten-Europees sneller dan voor de burgers zondermigratieachtergrond en het gemiddelde van de bevolking, waardoor deverschillen verkleinen en er sprake is van een inhaalslag. Ook op dearbeidsmarkt zien we, mede onder invloed van een krappe arbeidsmarkt,verbeteringen in de arbeidsparticipatie en werkloosheid.12Tegelijkertijd zien we een achterblijvende participatie van statushoudersop de arbeidsmarkt en een oververtegenwoordiging in de bijstand vanvooral eerste generatie mensen met een migratieachtergrond.13, 14 Ditheeft bijvoorbeeld te maken met praktische belemmeringen zoals debeheersing van de Nederlandse taal, het ontbreken van geldige diploma’sof een relevant netwerk. Ook hebben mensen met een migratieachter-grond – ook met gelijke kwalificaties – ongelijke kansen op de arbeids-8Instituut Clingendael (2024). Patriottisme ontmoet pragmatisme Het Turkse diasporabeleid inNederland.9Driekwart van de Nederlanders denkt dat polarisatie toeneemt Nieuwsbericht | Sociaal enCultureel Planbureau. Burgers geven aan dat vooral de toon van het politieke debat hen zorgenbaart. Overigens is de werkelijk gemeten polarisatie de afgelopen 10 jaar niet toegenomen.10CBS (2024): Integratie en samenleven 202411Significant (2024) Monitor gelijkwaardige kansen12CBS (2024): Integratie en samenleven 2024.13https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/48/toename-bijstand-onder-mensen-geboren-buiten-europa14Zo is van de statushouders die tussen 1 januari 2014 t/m 1 juli 2023 een vergunning hebbengekregen slechts 34% aan het werk. Ook heeft meer dan de helft van de statushouders eenbijstandsuitkering. Wel neemt de arbeidsdeelname toe naar mate mensen langer in Nederlandzijn (na 2 jaar is 7% aan het werk, na 4 jaar was dat 36%, na 6 jaar 48% en na 8 jaar 56%).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4485 markt.15 Discriminatie op de arbeidsmarkt speelt hierbij een belangrijkerol. Dit zien we ook terug bij de zoektocht naar een stage of leerwerkplekin het beroepsonderwijs en het vinden van een baan na het behalen vaneen mbo of hbo-diploma.16 Het is onacceptabel als mensen wordenafgewezen voor een stage of baan op grond van afkomst, geslacht, kleur,leeftijd of geloof. Ook speelt de toegang tot de arbeidsmarkt, de erkenningvan competenties en de uitdagingen om werk en taal te combinerenhierbij een rol.De Actieagenda Integratie en Open en Vrije SamenlevingDe Actieagenda ziet op de versterking van de waarden en normen van deopen en vrije samenleving. In aanvulling op de versterking van kennisover de Nederlandse waarden en normen via het onderwijs, emancipatie-beleid en inburgering zet ik in op het bevorderen van het recht opzelfbeschikking in gesloten gemeenschappen, het tegengaan vanschadelijke praktijken en het vergroten van de bewustwording vanbuitenlandse beïnvloeding.Daarnaast ziet de Actieagenda op het vergroten van de arbeidsdeelnamevan mensen met een migratieachtergrond en gelijkwaardige kansen op dearbeidsmarkt. Dit doe ik door onder meer in te zetten op taal en werk voornieuwkomers, zodat zij snel een goede start kunnen maken, volwaardigmee kunnen doen en een bijdrage leveren aan Nederland. Een beterebeheersing van de Nederlandse taal in de bijstand hoort daarbij. En doorals overheid in samenwerking met werkgevers in te zetten op beterearbeidsmarktkansen voor Nederlanders met een migratieachtergrond diehier al langer zijn.Ook werken we aan het tegengaan van elke vorm van discriminatie enracisme, waarbij de Actieagenda aansluit bij bestaande programma’s ophet gebied van discriminatie en racisme en de Strategie BestrijdingAntisemitisme 2024–2030. Bij deze vraagstukken is maatschappelijkesamenhang essentieel. Daarom zet ik in op het tegengaan van polarisatieen spanningen, bijvoorbeeld als gevolg van segregatie van verschillendebevolkingsgroepen met en zonder migratieachtergrond. Het tegengaanvan polarisatie en spanningen vraagt om een integrale aanpak die opsociaal, economisch en politiek niveau wordt uitgevoerd.Deze twee aspecten grijpen op elkaar in. Een samenleving waariniedereen perspectief heeft op een goed bestaan en daar gelijke kansen toekrijgt en waar de waarden en normen van de open en vrije samenlevingstevig verankerd zijn, kan tegen een stootje.De komende periode wordt hard gewerkt aan de verdere uitwerking vandeze actieagenda waarbij de financiële gevolgen van de concretemaatregelen meelopen in de voorjaarsbesluitvorming van 2025.Pijler 1 – Waarden en normen van de open en vrije samenlevingMeedoen in Nederland betekent meedoen in een vrije en open samen-leving. Deze pijler richt zich op het bewaken en bevorderen van devrijheden in onze samenleving en de manier waarop Nederlanders, met al15Volgens een recente metastudie onder 169 veldexperimenten hebben kandidaten met eenNoord-Afrikaanse migratieachtergrond 45% minder kans op een uitnodiging dan kandidatenzonder migratieachtergrond. Zie Lippens en Baert, 2023, De staat van discriminatie op hetgebied van inhuren: een meta-analyse van (bijna) alle recente correspondentie-experimenten.16Significant Public (2023), Monitor van gelijkwaardige kansen en evenredige posities op dearbeidsmarkt, ongeacht migratieachtergrond.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4486 hun verschillende achtergronden, in ons land met elkaar samenleven.Vrijheden als het zelf richting kunnen geven aan je leven, het zelf kunnenkiezen van je partner en een geloof belijden of afvallen. Het is belangrijkdat iedereen weet welke vrijheden gelden in de Nederlandse samenlevingen dat deze actief worden uitgedragen.Zelfbeschikking en de vrijheid om eigen keuzes te makenHet kabinet versterkt zelfbeschikking en de vrijheid om eigen keuzes temaken – ook in een gesloten gemeenschap moet je zelf richting kunnengeven aan je leven in bijvoorbeeld partnerkeuze, je opleiding of baan enof je wel of niet gelooft. Daarom zetten we extra in op verandering vanuitdie groepen zelf en op de preventie van strafbare vormen van inperkingvan zelfbeschikking: schadelijke praktijken zoals huwelijksdwang envrouwelijke genitale verminking. Dit doe ik langs drie lijnen:•Versterken van de werkwijze verandering van binnenuit – deze lijn richtzich op het vergroten van de individuele vrijheden van personen ingesloten gemeenschappen.17 Onder andere via getrainde «voortrek-kers» die zelf hun wortels hebben in zulke gemeenschappen, meto.a. dialoogbijeenkomsten en trainingen.•Meedoen – vrouwen met een migratieachtergrond in een afhankelijk-heidssituatie worden naar financiële zelfredzaamheid en participatiebegeleid, zodat ook zij volwaardig kunnen meedoen.•Versterken van de integrale ketenaanpak van schadelijke praktijken viapreventie, signalering, hulpverlening en waar nodig inzet via hetstrafrecht – deze inzet is zowel gericht op de rol van de (druk vanuit de)gemeenschap, de mensen die mogelijk slachtoffer worden, als opmogelijke daders. Hiervoor werk ik samen met mijn collega’s bij deMinisteries VWS, OCW, BZ en JenV. De inzet van SZW is, samen metOCW, gericht op preventie.De huidige inzet vanuit het Meerjarenplan Zelfbeschikking bereikt nogonvoldoende mensen. Vooruitlopend op de evaluatie van het Meerja-renplan, ga ik daarom samen met mijn collega’s inzetten op het vergrotenvan het bereik, verbreden naar groepen waarop we nog geen actiehebben en onderzoeken hoe we verandering van binnenuit verder kunnenversterken. Daarnaast ga ik met mijn collega van VWS in gesprek om teverkennen hoe we de preventie van vrouwelijke genitale verminkingkunnen versterken. Ook ga ik met mijn collega van JenV verkennen hoede pakkans van daders van vrouwelijke genitale verminking kan wordenvergroot. We bezien kortom welke aanvullende aanpak nodig is.Tegengaan van intolerante en onverdraagzame gedragingenEr is een kleine groep die zich niet aan de regels van de democratischerechtsstaat houdt met intolerante en onverdraagzame gedragingen. Ik hebuw Kamer toegezegd om samen met het Ministerie van BZK en JenV eenverkenning te starten naar het bieden van tegenwicht tegen dergelijkeondermijnende gedragingen. Ik neem daarin ook de motie van het LidBecker over sectorale definities van problematisch gedrag mee, omsamen met de Kamer te onderzoeken of het mogelijk is om voor speci-fieke gedragingen te komen tot nieuwe of aangescherpte normen diehandvatten bieden voor handhaving.1817Gesloten gemeenschappen zijn vaak patriarchale gemeenschappen met sterk hiërarchischeverhoudingen en traditionele rolopvattingen over man en vrouw, waarbij de normen van degemeenschap boven de keuzevrijheid van het individu worden gesteld.18Kamerstuk 36 600 XV, nr. 19Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4487 Sterke samenlevingTevens zet ik in op het bevorderen van de maatschappelijke samenhangen het tegengaan van polarisatie. Uit onderzoek van het SCP blijkt dat eenruime meerderheid van de Nederlanders zich hierover zorgen maakt19.Versterking van de maatschappelijke samenhang is extra hard nodig inkwetsbare gebieden, waar het samenleven onder druk staat. Samen-werking en dialoog met maatschappelijke en religieuze organisaties ishierbij van belang.•Holocausteducatie – binnen deze pijler zal onderzocht worden ofingezet kan worden op holocausteducatie voor inburgeraars, inclusiefhet bezoek aan locaties die hiermee van doen hebben. Deze maatregelstaat opgenomen in het Regeerprogramma.•Bevorderen sociale cohesie – de aangenomen motie-Ceder roept deregering daarbij specifiek op, om in overleg met gemeenschapsleiderste treden over hoe de sociale cohesie binnen en tussen gemeenschap-pen bevorderd kan worden.20 In de komende periode werken weverder uit hoe zo’n nationale dialoog ook lokaal vorm kan krijgen. Hetdoel is om het gesprek tussen groepen met uiteenlopende achtergron-den en overtuigingen op gang te krijgen. Ook wordt gedacht aanactiviteiten die de sociale cohesie bevorderen in kwetsbare wijken enandere gemeenten waar het samen leven onder druk staat.•Versterken burgerschap – om de maatschappelijke samenhang verderte bevorderen, is het van belang om het Nederlandse burgerschap teversterken. Burgerschap vormt het perspectief voor samenleven in eenpluriform land. In de komende periode zal daarom verkend worden opwelke wijze burgerschap versterkt kan worden.•Voor het voeren van effectief integratiebeleid is een goede, feitelijkebasis noodzakelijk. Mede daarom zal worden verkend op welke wijzehet bredere onderzoek naar waardenoriëntaties over de open en vrijesamenleving onder de gehele bevolking het beste vormgegeven kanworden en hoe deze uitkomsten bij het integratiebeleid betrokkenkunnen worden. Daarbij kunnen ook lessen getrokken worden uit depraktijk in andere landen, zoals Zweden.•Aanpak discriminatie en racisme – het kabinet komt met gerichteaanpakken op: het tegengaan van discriminatie en racisme op dearbeidsmarkt en in de samenleving; het tegengaan van polarisatie ensegregatie langs scheidslijnen in de samenleving; het tegengaan vanextremisme en het versterken van digitale weerbaarheid. Het kabinetblijft hierbij de dialoog aangaan om maatschappelijke samenhang terealiseren – hiermee willen we scheidslijnen in de samenlevingoverbruggen en verbinding stimuleren.Spanningen, buitenlandse inmenging en beïnvloedingOok wil ik Nederland sterker maken tegen interne en externe conflicten entegen buitenlandse inmenging en beïnvloeding.Spanningen en buitenlandse inmenging•Vergroten bewustwording – ik beoog de bewustwording bij gemeen-schappen te vergroten rondom buitenlandse inmenging en zoek hierbijde samenwerking op met verschillende maatschappelijke partners omspanningen en polarisatie voortkomend uit ongewenste buitenlandseinmenging tegen te gaan. Daarbij is het belangrijk om aandacht tehebben voor bijvoorbeeld gevoelens van onveiligheid en spanningenbinnen en tussen groepen, die niet naar binnen moeten slaan en tot19SCP, Continu Onderzoek Burgerperspectieven 202220Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 82Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4488 uitbarsting kunnen leiden. We verkennen dan ook hoe we ook binnengroepen spanningen in goede banen leiden.•OBI-meldpunt – het kabinet is gestart met een pilot voor de inrichtingvan een centraal OBI-meldpunt21, waar uw Kamer om heeft verzocht22.Het opzetten van een dergelijk centraal punt buiten de Rijksoverheidvraagt om een aantal randvoorwaarden. Op dit moment worden demogelijkheden daartoe gedetailleerd onderzocht. Belangrijke uitgangs-punten in dit proces zijn een zorgvuldige weging rond privacy- enveiligheidsvraagstukken, bijvoorbeeld ten aanzien van gegevensver-werking en op het gebied van cybersecurity, en het vergt een gedegenuitwerking van de vraag hoe opvolging te geven aan OBI-meldingen.ImamopleidingHet is belangrijk dat mensen die hier wonen, niet afhankelijk zijn vanandere landen als zij hun geloof belijden. In Nederland zijn moslimge-meenschappen momenteel namelijk grotendeels afhankelijk van imamsuit het buitenland die vaak de Nederlandse taal niet spreken en onbekendzijn met onze Nederlandse samenleving. Hierdoor is er onvoldoendeaansluiting bij de behoeften en leefwereld van onze Nederlandse moslimsen onze Nederlandse normen en waarden. Dat is onwenselijk. Daaromblijft het kabinet, met hoger onderwijsinstellingen die het initiatief willennemen en vertegenwoordiging van de moslimgemeenschap, de mogelijk-heden verkennen voor het realiseren van een Nederlandstalige erkende enbekostigde imamopleiding aan een Nederlandstalige onderwijsinstelling.Met in Nederland opgeleide imams kunnen moslimgemeenschappen,onafhankelijk van de herkomstlanden, zelf invulling geven aan hun geloofbinnen de Nederlandse context.Buitenlandse beïnvloeding en financieringHet kabinet verkent daarnaast hoe onwenselijke beïnvloeding viafinanciering tegen kan worden gegaan, onder andere met een slim verbodop ongewenste (buitenlandse) financiering van onder meer Nederlandseverenigingen, stichtingen en kerkgenootschappen. Het wetsvoorsteltransparantie maatschappelijke organisaties is hierin een eerste stap.Betere regels voor versterkte gebedsoproepenHet kabinet wil daarnaast betere regels voor versterkte oproepen totgebed. De vormgeving hiervan verken ik binnen de Actieagenda. Deachtergrond van dit voornemen is dat versterkte gebedsoproepen bijsommige burgers tot gevoelens van ongemak of overlast kunnen leiden.Om beter vast te stellen waar bestaande wet- en regelgeving wringt enwaar verbetering noodzakelijk is, laat ik een traject starten om debeleving, bekendheid en communicatie tussen gemeenten, geloofsge-meenschappen en omwonenden inzichtelijk te maken. Dit traject wordt opdit moment uitgewerkt en zal op korte termijn worden opgestart. Hetstreven is om, op basis van de bevindingen, in 2025 tot betere regels tekomen.Pijler 2: meedoen en aan de slag met taal en werkEen goede integratie van nieuwkomers begint bij een goede start. Dezepijler focust zich daarmee op de groep nieuwkomers: mensen die recenthierheen zijn gekomen. Werk en taal vormen hierbij de basis vanintegratie.21Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 30 821, nr. 18022Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 228, nr. 44Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4489 Beheersing van het Nederlands•Inburgering – inburgering geeft een stevige basis voor het leren van detaal en kennis van de Nederlandse samenleving. Een vroege start isdaarbij belangrijk. Ook kan het nodig zijn extra taal te leren, waarondervaktaal om op de werkvloer snel mee te kunnen draaien. Het leren vande taal is ook belangrijk voor niet-inburgeringsplichtigen die langer ofpermanent in Nederland verblijven. De Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid zet in op het stimuleren van de duurzame inzetbaar-heid van arbeidsmigranten die hier langer of permanent blijven en zoook hun participatie in den brede in de samenleving.•Werkgevers – ook heeft het kabinet in het regeerprogramma aangekon-digd dat werkgevers meer verantwoordelijkheid moeten nemen in detaalscholing van arbeidsmigranten. In het eerste kwartaal wordt uwKamer nader geïnformeerd over hoe het kabinet de taalvaardigheidvoor niet-inburgeringsplichtigen wil verbeteren, waarbij onder meeringegaan wordt op het vergroten van de verantwoordelijkheid van dewerkgever. Ook worden via de Wet Educatie en Beroepsonderwijs(WEB) middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten om basisvaardig-heden van inwoners, waaronder EU-arbeidsmigranten en Oekraïenseontheemden, te verbeteren. In 2025 is hiervoor 10 miljoen euro extrabeschikbaar gesteld. Zoals gemeld in de begroting van het Ministerievan OCW wordt in 2025 ongeveer 100 miljoen aan middelen beschik-baar gesteld aan gemeenten en vanaf 2026 structureel ongeveer82 miljoen.•Taaleis – uw Kamer heeft recent de motie Yes¸ilgöz-Zegerius enBontenbal aangenomen waarin de regering wordt verzocht om hetschrappen van de taaleis uit de Participatiewet te heroverwegen en hetsysteem van taalonderwijs onder de loep te nemen.23 Als eerste stapheeft het kabinet besloten de taaleis in de huidige vorm te behouden inde Participatiewet. Dit houdt kort gezegd in dat het college de bijstandkan verlagen als een bijstandsgerechtigde de Nederlandse taal niet ofin onvoldoende mate beheerst om te participeren op de arbeidsmarkt.Daartoe wordt het wetsvoorstel Participatiewet in balans aangepast viaeen nota van wijziging. Verdere verbeteringen in verband met deeffectiviteit en uitvoerbaarheid van de taaleis en een hierbij aanslui-tend systeem van taalonderwijs, wordt nader uitgewerkt in het kadervan de Actieagenda integratie.Zo snel mogelijk meedoenEen vroege start op de arbeidsmarkt begint in het AZC. Het kabinet wildaarom de mogelijkheden verkennen om asielzoekers van wie de kansgroot is dat zij een asielvergunning krijgen te stimuleren om vroegtijdigdeel te nemen aan de arbeidsmarkt. Een steeds groter deel doet dit al. Inhet afgelopen jaar hebben we een sterke toename van het aantalverleende tewerkstellingsvergunningen voor asielzoekers gezien.24 Hetkabinet blijft zich daarom inzetten om ook de overige belemmeringenzoveel mogelijk weg te nemen, bijvoorbeeld door erkenning vandiploma’s te verbeteren en BSN-nummers sneller uit te geven.Verder bezie ik of het mogelijk is om ondersteuning te bieden bij detoeleiding naar werk van asielzoekers en statushouders die in het AZCverblijven. Immers, onbekendheid met Nederland, de Nederlandsearbeidsmarkt (en regels), taalachterstand en een gebrek aan netwerkmaken het voor asielzoekers lastig om zelf werk te vinden. Ook bestaat het23Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 651, nr. 2124Het aantal tewerkstellingsvergunningen is toegenomen van ongeveer 600 in 2022 naar meerdan 7.300 vergunningen van januari t/m november dit jaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 44810 risico van uitbuiting van asielzoekers. Op grond van de herzieneOpvangrichtlijn25 heeft een aantal categorieën asielzoekers straks geentoegang meer tot de arbeidsmarkt. Dit betreffen Dublinclaimanten die eenoverdrachtsbesluit hebben ontvangen en groepen asielzoekers van wiehun aanvraag in de versnelde behandelingsprocedure zit en voor wie hetniet waarschijnlijk is dat hun aanvraag zal worden ingewilligd, zoalsbijvoorbeeld asielzoekers afkomstig uit veilige landen van herkomst. Derichtlijn moet voor 12 juni 2026 zijn geïmplementeerd in de Nederlandsewet- en regelgeving.Nieuwkomers aan de slagDe focus op werk moet blijven als nieuwkomers een verblijfsvergunninghebben verkregen. Te veel statushouders zijn afhankelijk van de bijstand.Van de statushouders die in 2014 status hebben gekregen ontving na2 jaar 91 procent van nog in Nederland wonende statushouders eenuitkering. Na 8,5 jaar is dat afgenomen tot 34 procent.26•Startbanen – daarom wil ik een zo breed mogelijke inzet van zoge-noemde startbanen onderzoeken voor statushouders, waarbijstatushouders na vestiging in de gemeente direct bij aanvraag van debijstand een baan aangeboden krijgen in combinatie met de inburge-ring. Het weigeren van algemeen passende arbeid, zoals bijvoorbeeldeen startbaan, is een overtreding van de verplichtingen die horen bijeen bijstandsuitkering en kan betekenen dat de uitkering verlaagdwordt. Ook ben ik in gesprek met werkgevers in tekortsectoren(techniek, bouw en zorg) om gezamenlijk programma’s op te zettenwaarmee statushouders worden toe geleid naar werk in deze sectoren.Daarbij is voor mij het ontzorgen van werkgevers van groot belang.Werk kan ook een rol spelen bij huisvesting. Zo wel nu als na hetafschaffen van de voorrang op sociale huurwoningen voor statushou-ders waar de Minister van VRO een wetsvoorstel voor voorbereidt.Ook wil de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid belemmeringenwegnemen in de inburgering die werken naast een inburgeringstrajectmoeilijker maken. Daarbij wordt ook bezien hoe de combinatie werk entaal effectief kan worden ingezet om het inburgeringsproces voor destatushouder te versnellen.•Statushouders – ook breder voor statushouders is het belangrijk dekans op werk te vergroten. Zo ga ik in 2025 en 2026 door met de inzetvan «regionale verbinders statushouders» die arbeidsmarktregio’sondersteunen bij initiatieven rondom werk voor statushouders aan hetwerk en continueer ik in 2025 en 2026 de subsidieregeling ondersteu-ning werkgever inzet statushouders. Specifiek zal ik verkennen of iksterker kan inzetten op het versterken van autonomie en arbeidspartici-patie van vrouwelijke statushouders. Daarmee onderstrepen we hetbelang van de gelijkheid van man en vrouw in Nederland.•Oekraïense ontheemden – voor verschillende activiteiten wil ik bezienof deze ook toepasbaar zijn voor de ondersteuning naar werk vanOekraïense ontheemden.Tot slotNaast de genoemde specifieke ambities op het gebied van integratie ensamenleven, vindt er ook generieke inzet plaats die leidt tot verbeteringvan de sociaaleconomische positie van mensen met een migratieachter-grond en tot versterking van de maatschappelijke samenhang. Denk aanhet tegengaan van arbeidsmarktdiscriminatie, de inzet in het onderwijs25Richtlijn (EU) 2024/1346 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 totvaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming.26Dashboard asiel en integratie, CBS, 07-06-2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 44811 ten aanzien van gelijke kansen, het aanpakken van stagediscriminatie enburgerschap. Tevens zetten andere departementen specifiek in opbepaalde problemen die ook het integratievraagstuk raken. Denk hierbijaan de aanpak ten aanzien van leefbaarheid en veiligheid in kwetsbarebuurten, aanpak van criminaliteit, schadelijke praktijken en buitenlandsefinanciering van maatschappelijke organisaties. En er wordt gewerkt aanwettelijk toezicht op informeel onderwijs aan kinderen (zoals op weekend-scholen), waardoor signalen van aanzetten tot haat, geweld of discrimi-natie kunnen worden onderzocht en overtredingen gesanctioneerd.De wisselwerking tussen de in deze brief genoemde doelen en hetgenerieke en specifieke beleid van andere departementen zal meege-nomen worden in de uitwerking van de Actieagenda, teneinde te komentot een integrale aanpak.De komende periode ga ik aan de slag met de uitvoering van de hierboven genoemde doelen en werk ik deze in afstemming met mijncollega’s van JenV, OCW, VRO VWS en BZK en in samenwerking metgemeenten en het maatschappelijk middenveld verder uit. Voor de zomervan 2025 stuur ik een nadere uitwerking van de gehele Actieagenda aanuw Kamer. In de uitwerking van de Actieagenda zal eerdergenoemdemotie van de leden Yes¸ilgöz-Zegerius en Bontenbal27, over de taaleis in debijstand worden meegenomen, alsmede de motie van het lid Dijk28 overhet bestrijden van segregatie en de motie van het lid Van Vroonhovenc.s.29 over het doorbreken van zwijgcultuur. In lijn met de motie-Becker(VVD)30 zal ik dan ook een overzicht delen van bij de uitwerking enuitvoering van de Actieagenda betrokken maatschappelijke partners.Het debat over integratie heeft in de afgelopen periode midden in demaatschappelijke belangstelling gestaan en dat zal niet snel veranderen.In dat debat lijkt het soms alsof de verschillen onoverbrugbaar en detegenstellingen enorm zijn. De realiteit is dat er in deze discussiewaarschijnlijk meer overeenkomsten dan verschillen tussen mensen zijn.De grote, zwijgende meerderheid in het midden – met allerlei achter-gronden, religies en levensovertuigingen – werkt hard, zet zich in voor onsland en draagt onze rechtsstaat en haar vrijheden een warm hart toe. Dedoelen van de Actieagenda sluiten daaropaan: nieuwkomers snelintegreren en mee laten doen via werk en taal en opkomen voor dewaarden en normen van onze open en vrije samenleving. Graag ga ik dekomende periode met uw Kamer én met de samenleving in gesprek overhoe we die gedeelde doelen het beste kunnen bereiken.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. Nobel27Kamerstukken II, 2024–2025, 36 651, nr. 21.28Kamerstukken II, 2024–2025, 36 651, nr. 26.29Kamerstukken II, 2024–2025, 36 651, nr. 29.30Kamerstukken II, 2023–2024, 35 228, nr. 45.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 44812

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f9a26122d09b54b3

14 okt 2026 · fea00a51bf9cf2a5

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.