KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op verzoek commissie over rechtspositie Nederlandse burnpit-militairen

2 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 2576eb7c0b7f9ba8 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 XVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Defensie (X) voor het jaar 2026Nr. 88 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juni 2026Met deze brief reageer ik op het verzoek (Kenmerk 2026Z05316/2026D17633 van 14 april jl.) van uw Kamer om te reageren op de briefover de rechtspositie van Nederlandse militairen die aan burnpits zijnblootgesteld. In deze brief geef ik eerst nadere toelichting over hetonderzoek naar burnpits en daarna beantwoord ik de vragen die in diebrief zijn opgenomen, waarmee ik inga op de aan u toegezonden brief vaneen derde.Om te beginnen wil ik mijn waardering uitspreken aan militairen die eenbijdrage hebben geleverd aan vrede en veiligheid, waar ook ter wereld,vaak onder moeilijke omstandigheden. Daarom vind ik goede zorg voorhet personeel heel belangrijk. Als mensen ziek zijn, is dat altijd erg,ongeacht de vraag waar het door komt. Wij trekken ons het lot aan vanonze mensen, ook als ze Defensie verlaten hebben.In 2018 uitten (oud-)militairen zorgen over mogelijke gezondheidsklachtendoor de uitstoot van burnpits in missiegebieden. Mijn ambtsvoorgangerinformeerde uw kamer over het in 2019 geopende onafhankelijk meldpuntburnpits (Kamerstuk 35 000 X, nr. 99) en over verschillende onderzoeken.Defensie heeft zelf opdracht gegeven tot verschillende onderzoeken,uitgevoerd door het Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandig-heden en Gezondheid (CEAG) van Defensie en daarnaast is een aanvul-lende literatuurstudie door het Institute for Risk Assessment Sciences(IRAS) uitgevoerd (Kamerstukken 35 000 X, nr. 133; Kamerstuk 35 300 X,nr. 59 en Kamerstuk 35 570 X, nr. 103).De conclusies van het CEAG en het IRAS waren in lijn met elkaar. Mijnambtsvoorganger informeerde uw Kamer bij brief van 11 mei 2021(Kamerstuk 35 570 X, nr. 103) dat volgens de onderzoekers de literatuurniet toereikend bleek om algemene conclusies te trekken over de relatietussen uitstoot van burnpits en gezondheidsrisico’s van de uitgezonden kst-36800-X-88ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 881 militairen. Wel werd gesteld dat er geen twijfel bestaat dat uitstoot vanburnpits gezondheidseffecten tot gevolg kan hebben.Of sprake is van een mogelijke relatie kan alleen op individuele basisworden bezien. Hiervoor kunnen de veteranen voor het krijgen van eenMilitair Invaliditeitspensioen of een vergoeding uit de Regeling VolledigeSchadevergoeding de reguliere procedures van Defensie volgen, waarbij(post-actieve) veteranen zich tot het Nederlands Veteraneninstituutkunnen richten. Op individueel niveau wordt, als de veteraan vraagt omeen vergoeding, onderzocht of klachten in verband staan tot blootstellingaan uitstoot van burnpits.Zoals aan uw Kamer is geschreven, blijft Defensie de wetenschappelijkeontwikkelingen en literatuur betreffende burnpits nauwlettend volgen.Daarnaast volgen we ook de ontwikkelingen bij onze internationalepartners. Hiermee is niet toegezegd dat we de maatregelen van onzeinternationale partners hoe dan ook overnemen, zoals door de brief-schrijver wordt verondersteld.Antwoorden op de vragen in de brief1. Acht de Staatssecretaris het redelijk om epidemiologischbewijs te verlangen, terwijl eerder is vastgesteld dat relevanteepidemiologische studies en valide blootstellingsgegevensontbreken? Ja, ik vind het redelijk om voldoende wetenschappelijke aanwijzingenvoor een verband tussen de ziekte en de blootstelling te vragen, zodat hetbeleid eenduidig blijft en willekeur wordt voorkomen.Het is niet nodig dat een verband volledig vast staat, maar er moeten welvoldoende wetenschappelijke aanwijzingen zijn dat er überhaupt eenverband kan zijn met blootstelling aan burnpits. Een Militair Invaliditeits-pensioen met vervolgens een vergoeding uit de Regeling VolledigeSchadevergoeding kan alleen worden toegekend als de aandoening isveroorzaakt door de dienst (oorzakelijk dienstverband) of de dienst deaandoening heeft verergerd (verergerend dienstverband). Voor hetaannemen van een oorzakelijk dienstverband moet sprake zijn van eenaandoening die – kort gezegd – aantoonbaar in overwegende mate hetgevolg is van het werk als militair. Van een verergerend dienstverband issprake als de militaire dienst een duidelijk aanwezige factor is (geweest)bij het ontstaan, tot uiting komen of verergeren van de aandoening. Wegebruiken bij de beoordeling steeds de wetenschappelijke literatuur dietot dan toe is gepubliceerd.Sinds de Kamerbrief van 11 mei 2021 is er wel meer relevant epidemiolo-gisch onderzoek verschenen. Dit leent zich niet direct voor algemenetoepassing, maar is wel behulpzaam bij de beoordeling van individuelezaken. Per individuele zaak wordt gekeken welke onderzoeken relevant zijnvoor de beoordeling.Defensie blijft de wetenschappelijke ontwikkelingen en literatuur overburnpits volgen voor de individuele beoordelingen, waarbij steeds delaatste stand van de wetenschap in ogenschouw wordt genomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 882 2. Deelt de Staatssecretaris de opvatting dat het ontbreken vanblootstellingsgegevens niet in het nadeel van de betrokkenmilitair mag werken, mede gelet op de bijzondere zorgplicht? Ik vind het inderdaad wenselijk dat de situatie zoveel mogelijk in hetvoordeel van de veteraan wordt uitgelegd. Bij de individuele beoordelingwordt nu al zo goed mogelijk gekeken naar de beschikbare informatieover de blootstelling die wel voor handen is. Als bepaalde gegevensontbreken, kunnen ook (wetenschappelijk verantwoorde) aannamesworden gedaan op basis van wat wel bekend is. Ook al is de exacteblootstelling van de veteraan vaak niet bekend, kunnen de epidemiolo-gische onderzoeken toch helpen bij de individuele beoordeling. Er bestaannamelijk onderzoeken die specifiek kijken naar bepaalde missiegebiedenof naar de schadelijke effecten van afzonderlijke stoffen die vrijkomen bijuitstoot van burnpits.Voor het toekennen van een Militair Invaliditeitspensioen en vervolgenseen vergoeding uit de Regeling Volledige Schadevergoeding is het nodigdat de medisch-wetenschappelijke literatuur voldoende basis biedt voorhet aannemen van een verband tussen de aandoening en de dienst. Alsdat zo is, moet de verzekeringsarts vervolgens vaststellen dat verband ookin het individuele geval kan worden aangenomen. Daarbij kan namelijk,afhankelijk van de aandoening, ook sprake zijn van aan het individugebonden oorzakelijke factoren die invloed hebben. Omdat dit nogal kanverschillen per individu, evenals de mate van blootstelling, leent zich ditmeer voor een individuele beoordeling.3. Kan de Staatssecretaris aangeven hoeveel Nederlandsemilitairen gezondheidsklachten hebben gemeld die mogelijksamenhangen met burnpitblootstelling, en waarom hiervoor geenstructurele registratie bestaat? Er zijn meerdere mogelijkheden om blootstelling aan gevaarlijke stoffenen eventuele gezondheidsklachten te registreren. Al naar gelang deprocedure, komt dit in het personeelsdossier of medisch dossier terecht.Daarnaast kan melding worden gedaan bij het eerder genoemdemeldpunt burnpits.In de Kamerbrief van 2021 (Kamerstuk 35 570 X, nr. 103) is gemeld datzich sinds de openstelling van het meldpunt burnpits 366 veteranenhebben gemeld. Tot mei 2026 zijn daar 33 meldingen bij gekomen. Van hettotaal aantal melders heeft ongeveer 33% gemeld gezondheidsklachten tehebben die de melder zelf in verband brengt met burnpits.4. Is de Staatssecretaris bereid te onderzoeken of een ruimhar-tiger of (gedeeltelijk) presumptieve regeling, naar voorbeeld vande Amerikaanse PACT Act, passend zou kunnen zijn binnen deNederlandse invulling van de bijzondere zorgplicht? Ik zie daarvoor geen aanleiding. De bestaande rechtspositioneleregelingen voor Nederlandse militairen op uitzending zijn voldoenderuimhartig, mede in combinatie met het Nederlandse stelsel voor socialezekerheid en zorg.In de Pact Act die in 2022 in de Verenigde Staten (hierna: VS) is aange-nomen, wordt een vermoedelijke relatie aangenomen tussen bepaaldeziektes en blootstelling aan burnpits en andere giftige stoffen. Deomstandigheid dat de Amerikaanse overheid deze aanname doet,onderstreept dat een oorzakelijk verband op dit moment niet kan wordenaangetoond. Dat is een politiek-bestuurlijke keuze geweest die is gemaaktTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 883 in een andere context en heeft geleid tot een regeling met een beperkterereikwijdte. Daarbij is onder meer sprake van een ander sociaal zekerheid-en zorgstelsel dan wij in Nederland kennen, zoals bijvoorbeeld het stelselvan de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de wettelijkverplichte basisverzekering voor zorg.Dit is in de VS beperkter geregeld en minder breed toegankelijk.De Staatssecretaris van Defensie,D.G. BoswijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 884

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ab0eddbbeba9e0a2

14 okt 2026 · 04605cc089e75379

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.