KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken uitvoering Omgevingswet eerste kwartaal 2025

16 apr 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6498a6ca20010caf · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202533 118OmgevingsrechtNr. 292 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 april 2025In 2025 ontvangt u, in lijn met mijn eerdere toezegging aan uw Kamer,ieder kwartaal een voortgangsbrief over de stand van zaken van deuitvoering van de Omgevingswet. In deze voortgangsbrief kijk ik terug ophet eerste kwartaal van 2025. Allereerst sta ik stil bij de huidige stand vanzaken omtrent de verdere uitvoering van de Omgevingswet in Nederland.Daarna sta ik stil bij de voortgang op een aantal belangrijke onderwerpenen ontwikkelingen die mijn volle aandacht hebben. Achtereenvolgensinformeer ik u onder andere over de ontwikkelingen in de planketen enhet uitfaseren van de tijdelijke alternatieve maatregelen (TAM) per1 januari 2026, de stand van zaken rondom de afbouw, doorontwikkelingen uitbouw van het DSO en de voortgang op het verder verbeteren van degebruiksvriendelijkheid van het Omgevingsloket. In bijlage 1 vindt uvervolgens een verdiepende en (meer) cijfermatige stand van zaken vande bevindingen en ervaringen in het eerste kwartaal van 2025.Daarnaast zend ik uw Kamer, in het kader van de reeds ingerichte en(deels) toegezegde monitoring en evaluatie, diverse rapporten enonderzoeken toe. Voor de volledigheid vindt u hieronder een overzicht vanalle bijlagen die u bij deze voortgangsbrief aantreft:•Bijlage 1: Stand van zaken uitvoering Omgevingswet, eerste kwartaal2025;•Bijlage 2: Aanbieding en appreciatie op het eerste rapport van deEvaluatiecommissie Omgevingswet;•Bijlage 3a: Oplegbrief eerste reflectierapport EvaluatiecommissieOmgevingswet;•Bijlage 3b: Eerste reflectierapport Evaluatiecommissie Omgevingswet«In werking, maar onderbenut»;•Bijlage 3c: Eindrapport Decentrale Regels – KokxDeVoogd (onderlig-gend rapport)•Bijlage 3d: Eindrapport BOPA – KWINK groep (onderliggend rapport)•Bijlage 4: Rapport actualisatie transitiekosten Omgevingswet; en kst-33118-292ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2921 •Bijlage 5: Rapport Nulmeting structurele taken Omgevingswet en WetKwaliteitsborging voor het bouwen.Separaat aan deze voortgangsbrief stuur ik uw Kamer een afschrift van debeantwoording op de schriftelijke vragen van de vaste commissie vanInfrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeningvan de Eerste Kamer van 11 maart 2025 toe.Huidige faseRond 2010 stond het voornemen om het Omgevingsrecht grootschalig teherzien. Dit kwam voort uit een breed gedragen overtuiging die door veelbetrokken partijen werd gedeeld. Het bundelen en vereenvoudigen vanwet- en regelgeving werd nodig bevonden. Ook het herzien van bestaandeinstrumenten en het ontwikkelen van nieuwe instrumenten hoordedaarbij. Het doel was om sneller en beter besluiten te kunnen nemen.Daarnaast moest dit bijdragen aan een duurzame en doelmatige ontwik-keling van de fysieke leefomgeving. Deze overtuiging is vandaag de dagonverminderd aanwezig. De Omgevingswet omvat een samenhangendwettelijk stelsel gericht op het beschermen en benutten van de fysiekeleefomgeving. Ondersteund door het Digitaal Stelsel Omgevingswet(DSO), biedt de Omgevingswet bevoegde gezagen het juridischeinstrumentarium om tot oplossingen te komen voor de urgente(maatschappelijke) opgaven waar ons land voor staat gesteld. Daarbijstimuleert het bevoegde gezagen om te handelen als één overheidrichting burgers, bedrijven en (maatschappelijke) organisaties, met behulpvan gestroomlijnde processen en snellere procedures.De verdere voltooiing van de transitie en veranderopgave bij bevoegdegezagen om te werken met en volgens de bedoeling van deOmgevingswet is geen eenvoudige opgave. Het vraagt energie en inzetvan alle betrokkenen. In aanloop naar 2032 dienen alle omgevings-plannen, omgevingsverordeningen en waterschapsverordeningen van debevoegde gezagen te voldoen aan de wettelijke eisen. Bij het vormgevenvan de (kern)instrumenten werken bevoegde gezagen aan het verderverbeteren en op elkaar afstemmen van achterliggende processen ensystemen.Ik zie dat alle betrokken partijen in het eerste kwartaal van 2025 onver-minderd hard hebben doorgewerkt. In wisselende tempo’s makenbevoegde gezagen, soms met vallen en opstaan, hun veranderprocesdoor. Uit deze veranderprocessen komen tegelijkertijd ook weer nieuwevraagstukken en aanvullende wensen naar voren. Dit alles hoort ook bijdeze huidige fase en bij een stelselherziening van deze omvang. Deervaringen uit de uitvoeringspraktijk zijn van wezenlijk belang omverbeteringen door te kunnen voeren en daarmee stapsgewijs te kunnenwerken aan het realiseren van de doelen van de wet. Ik heb hieroverveelvuldig contact met betrokken partijen.In deze fase wordt ook zichtbaar dat er meer initiatieven ontstaan inregio’s om samen te werken en ervaringen uit te wisselen. Het evenementGelderse Dag van de Omgevingswet van 20 maart jl. is hier een mooivoorbeeld van, waarin provincie, waterschappen, gemeenten enomgevingsdiensten met elkaar in gesprek gingen over succesvolsamenwerken in het fysiek domein. Ruim 300 professionals voerden opinspirerende wijze het gesprek over hoe met de Omgevingswet de huidigegrote uitdagingen in het fysieke domein kunnen worden opgepakt. Bij debijeenkomst georganiseerd door Omgevingsplatform Drenthe over dehernieuwde samenwerking van de Omgevingswetketen in Drenthe, werdnadrukkelijk de samenwerking in het fysieke domein gezocht. Het zijninspirerende voorbeelden van hoe professionals en bestuurders inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2922 Nederland aan de slag zijn met de Omgevingswet. In juni 2025 organiseertIPLO weer een Schakeldag Omgevingswet voor medewerkers van deoverheid, kennisinstellingen en het bedrijfsleven, waarbij het uitwisselenvan kennis en het leren van elkaar centraal staat. Niet alleen zijn er mooievoorbeelden bij overheden uit de uitvoeringspraktijk, ook het bedrijfslevenzoekt de samenwerking op. Een voorbeeld hiervan is op het vlak vannetcongestie en het uitwerken van praktijktoepassingen (bijvoorbeeldt.a.v. publicatie in het DSO), onder de Omgevingswet op het onderwerp«kabels en leidingen». Ik moedig deze samenwerking van harte aan.Belangrijkste ontwikkelingen Q1 2025Planketen en het uitfaseren van de tijdelijke alternatieve maatregelenEen goed werkende planketen is erg belangrijk voor de ruimtelijkeordening in Nederland. In de planketen werken bevoegde gezagen methun omgevingsdocumenten aan het mogelijk maken van initiatieven enontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Initiatieven en ontwikkelingendie bijdragen aan de opgaven waar we in Nederland gezamenlijkvoorstaan. Bijvoorbeeld het bouwen van voldoende woningen, hetaanpakken van de netcongestie en het zoeken naar voldoende ruimte voordefensie. Om in de planketen daadwerkelijk goed uit de voeten te kunnenis het voor bevoegde gezagen van belang dat zowel de techniek als deinhoudelijke kennis over de Omgevingswet en de (kern)instrumenten,inclusief de kennis om met de (nieuwe) techniek te werken, in voldoendemate aanwezig zijn.Op beide vlakken (techniek en kennis) zijn het afgelopen kwartaal weergoede stappen vooruit gezet. Steeds meer bevoegde gezagen beschikkenin hun eigen lokale plansoftware over de benodigde functionaliteiten omin samenspel met de STOP 1.3-standaard in het DSO-LV te werken via hethoofdspoor (STOP-TPOD). Dit komt ook naar voren in de meest recenteInterbestuurlijke Ketentesten (IKT). Tijdens de IKT-testen (PI-32) is samenmet de betrokken bevoegde gezagen geconstateerd dat er in de lokalesoftware weer verschillende functionaliteiten beschikbaar zijn gekomen enook in de viewer(s) van het DSO-LV weer diverse verbeteringen zijndoorgevoerd.1 Om de kennis bij bevoegde gezagen (verder) te vergrotenis vanuit de uitvoeringsondersteuning vanuit zowel de koepels én in hetbijzonder de Verenging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG),alsmede het interbestuurlijke programma Aan de Slag met deOmgevingswet, veel aandacht geweest voor het werken in de planketen.Zo heeft de VNG eind vorig jaar de tool «Grip op de transitie van deplanketen» ontwikkeld. Deze tool helpt gemeenten stap voor stap bij hetwerken met de planketen. De VNG organiseert inmiddels verschillendeworkshops om gemeenten in (kleine) groepen mee te nemen in dezetool.2 Ook heeft de VNG het afgelopen kwartaal vanuit het NetwerkOmgevingsplan wederom, diverse en drukbezochte, inhoudelijke sessiesgeorganiseerd, bijvoorbeeld in het kader van het parallel wijzigen van hetomgevingsplan.3 Tegelijkertijd organiseert het programma Aan de Slagmet de Omgevingswet ook werkplaatsen die gericht zijn op het ininterbestuurlijk verband werken met de diverse (kern)instrumenten in deplanketen.4 Zowel de ontwikkelingen in de techniek (lokale plansoftware)als in het kennisniveau zijn ook terug te zien in de meest recente monito-ringscijfers. De cijfers laten zien dat de (kern)instrumenten in toenemende1Rapportage Interbestuurlijk Ketentesten PI32 | Aan de slag met de Omgevingswet2Grip op de transitie van de planketen | VNG3Netwerk omgevingsplan | VNG4Werkplaats Grip op omgevingsplan | Aan de Slag met de OmgevingswetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2923 mate worden toegepast. In bijlage 1 van deze brief vindt u de belangrijkstecijfers ten aanzien van de planketen in het eerste kwartaal van 2025.Mede gelet op de bovenstaande ontwikkelingen heb ik recentelijk ook metde interbestuurlijke partners de conclusie getrokken dat een langere inzetvan de tijdelijke alternatieve maatregelen (hierna: TAM) in de planketen,niet noodzakelijk is. Gezamenlijk hebben wij geconcludeerd vast tehouden aan het besluit van vorig jaar om de TAM5, per 1 januari 2026definitief te beëindigen. Hieronder sta ik nader stil bij de overwegingendie hieraan ten grondslag hebben gelegen. Ook geef ik aan welke stappenin 2025 nog nodig zijn om bevoegde gezagen die nu nog werken via deTAM, op tijd over te laten stappen naar het hoofdspoor (STOP-TPOD).Definitief uitfaseren van de TAM per 1 januari 2026De TAM zijn in april 2021, in opvolging van het BIT-advies destijds,bedacht. De TAM zijn altijd bedoeld geweest om bevoegde gezagen, dieop het moment van inwerkingtreding nog niet over alle functionaliteitenbeschikken, via het hoofdspoor (STOP-TPOD) in het DSO te werken. Metde TAM beschikken deze gezagen over een terugvaloptie om op diemanier de (eigen) dienstverlening te kunnen continueren. De TAM vormendaarmee een verlengstuk van het overgangsrecht, waarbij meermaals isaangegeven dat ze slechts voor een beperkte tijd inzetbaar zijn ennadrukkelijk dus niet ter vervanging van de hoofdroute gelden.6Recentelijk heb ik, in overleg met de interbestuurlijke partijen, geconclu-deerd dat vastgehouden wordt aan het vorig jaar door mij genomenbesluit om de TAM per 1 januari 2026 te beëindigen. Hier liggen verschil-lende overwegingen aan ten grondslag, waarbij gekeken is naar dehuidige stand van zaken bij de bevoegde gezagen en de redenen waaromnu nog in bepaalde gevallen gekozen wordt voor de TAM. Gemeentenvormen daarbij de grootste groep waar nu nog wordt teruggevallen op deTAM. Het afgelopen kwartaal heeft één provincie nog eenmalig de TAMtoegepast. Net als vorig jaar hebben de waterschappen geen gebruikgemaakt van de TAM (zie bijlage 1). Een eerste belangrijke overweging isde huidige stand van zaken in de landelijke (DSO-LV) en lokale techniek(plansoftware). De landelijke STOP 1.3-standaard werkt inmiddels geruimetijd naar behoren en ook op lokaal niveau beschikt inmiddels demeerderheid van de gemeenten in de eigen gemeentelijke plansoftwareover de benodigde functionaliteiten. De softwareleveranciers die nog nietalle functionaliteiten gereed hebben geven aan dit tijdig voor het eindevan het jaar op orde te hebben. Dit beeld wordt bevestigd in de meestrecente rapportage met betrekking tot de Interbestuurlijke Ketentesten(IKT)7 en het onderzoek dat de VNG recentelijk heeft laten uitvoeren naarde impact van het uitfaseren van de TAM per 1 januari 2026. Daarnaastgeven de softwareleveranciers zelf aan dat ze graag zien dat er zo snelmogelijk gestopt wordt met de TAM. Het werken via het hoofdspoor(STOP-TPOD), door gemeenten, stelt hen namelijk in staat om de eigenplansoftware sneller en beter door te ontwikkelen. Rekening houdend methet voorgaande ben ik samen met de interbestuurlijke partners vanmening dat de techniek nu, maar zeker vanaf volgend jaar, geen belem-mering meer vormt voor bevoegde gezagen om via het hoofdspoor(STOP-TPOD) te werken.Om ervoor te zorgen dat de bevoegde gezagen ook in de praktijk in staatzijn om uiterlijk vanaf volgend jaar te werken via het hoofdspoor5Stb. 2024, 422.6Kamerstukken 33 118/34 986, CC & Kamerstuk 33 118, nr. 188.7Rapportage Interbestuurlijk Ketentesten PI32 | Aan de slag met de OmgevingswetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2924 (STOP-TPOD) blijf ik samen met de VNG daarvoor de noodzakelijkeondersteuning en voorlichting bieden. Daarbij benadruk ik nogmaals datdeze ondersteuning ook na 1 juli van dit jaar doorloopt. Om allegemeenten per 1 januari 2026 via het hoofdspoor te laten werken, wordtde uitvoeringsondersteuning voor de komende periode specifieker gerichtop twee sporen. Allereerst wordt regionaal samenwerken nog meergestimuleerd. Veel gemeenten hebben vaak dezelfde, dan wel verge-lijkbare, vragen. Op deze manier leren gemeenten van elkaar, wordenervaringen snel gedeeld en treden (mogelijk) schaalvoordelen op. Zohoeft niet iedere gemeente zelf het spreekwoordelijke wiel uit te vinden.Een mooi voorbeeld van een dergelijke regionale samenwerking isSPRONG in Noord-Brabant.8 Daarnaast wordt, als tweede spoor, in deondersteuning ingezet op het maken en delen van praktischevoorbeelden. Deze voorbeelden kunnen door gemeenten die slechtsbeperkte tijd en/of capaciteit hebben gebruikt worden om snel(ler) denoodzakelijke stappen te zetten. Ook kunnen deze praktische voorbeeldenen instrumenten gebruikt worden door (stedenbouwkundige) adviesbu-reaus in de ondersteuning van gemeenten. Door het volop blijven inzettenop de gezamenlijke ondersteuning van gemeenten wordt ook het risico opeventuele vertraging in de planvorming van gebiedsontwikkelingen,vanwege het moeten toepassen van het hoofdspoor, zoveel als mogelijkbeperkt.Naast de bovenstaande punten heeft in de afweging ook nog meege-speeld dat aan het gebruik van de TAM nadelen kleven. Nadelen die ookin het onderzoek dat de VNG heeft laten uitvoeren worden geconstateerd.Het gebruik van de TAM en daarmee de toepassing van de oudeIMRO-standaard zorgt enerzijds voor meerwerk bij bevoegde gezagen,softwareleveranciers en andere ketenpartners en staat anderzijds haaksop de stappen die gezet zijn en gezet moeten worden om het Omgevings-loket in alle gevallen gebruiksvriendelijker te maken. Bij de beslissing omde TAM definitief uit te faseren is ook gekeken naar de situatie rondom deLandelijke Voorziening Bekendmaken en beschikbaar stellen (hierna:LVBB). In de wetenschap dat het fundament van de LVBB robuustergemaakt moet worden (zie verderop) is onderzocht wat de impact van hetuitfaseren van de TAM op de LVBB is. De conclusie is dat, hoewel hetuitfaseren van de TAM zal zorgen voor een toename van het aantalbesluiten via het hoofdspoor in de LVBB, de LVBB deze toename aan kan.De situatie rondom de LVBB vormt dan ook geen blokkade voor hetuitfaseren van de TAM. Alle voorgaande punten afgewogen concludeer ikmet de bestuurlijke partners dat het pad naar het reeds genomen besluitom de TAM vanaf 1 januari 2026 definitief te beëndighen verantwoord isen blijft. Met het bieden van deze duidelijkheid doe ik ook een aantaltoezeggingen richting beide Kamers af.9Realisatie Basisniveau DSO-LV (afbouw)Het afgesproken interbestuurlijke basisniveau DSO-LV (hierna: basis-niveau) dateert uit 2018.10 Gedurende de periode van 2018 tot heden zijner diverse toevoegingen aan het basisniveau gedaan. Bijvoorbeeld naaraanleiding van aangenomen moties, gedane toezeggingen, aanbevelingenvan onder andere AcICT en wensen/bevindingen vanuit de uitvoerings-praktijk. Zoals eerder al gemeld is inmiddels ruim 97% van hetafgesproken basisniveau gerealiseerd.11 Op dit moment ontbreken er nog8SPRONG: regionaal samenwerken aan omgevingsplannen | VNG9T03746, T03557 en TZ202504–00710Kamerstuk 33 118, nr. 98.11Kamerstukken 33 118/34 986, EV & Kamerstukken 33 118/34 986, GH, p.4 & Kamerstuk 33 118,nr. 287, p. 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2925 een aantal aspecten uit het afgesproken basisniveau, zoals de STOP1.4-standaard en eIDAS voor bedrijven.Het DSO is een stelsel dat afhankelijkheden kent met diverse andereoverheidssystemen en -voorzieningen, zoals bijvoorbeeld de LVBB, DigiDof de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Deze systemen envoorzieningen kennen elk hun eigen uitdaging(en), ontwikkeling ensturing. Deze afhankelijkheden spelen een belangrijke rol in het bepalenvan het tempo waarmee een aantal functionaliteiten, behorende bij hetbasisniveau, opgeleverd kunnen worden. Voor zowel de implementatievan de STOP 1.4-standaard als eIDAS voor bedrijven geldt dat er eendergelijke afhankelijkheid bestaat. Zo is het aankoppelen van eIDAS voorbedrijven van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkre-laties, zoals eerder al gemeld, bijvoorbeeld pas in 2026 mogelijk.12Hieronder ga ik verder in op de implementatie van de STOP 1.4-standaarden de afhankelijkheden met betrekking tot de LVBB. Verderop informeer iku ook over de kostenontwikkeling van het basisniveau. In bijlage 1 sta iknader stil bij de verdere stand van zaken rondom de afbouw, doorontwik-keling en uitbouw van het DSO-LV.Implementatie Standaard officiële publicaties (STOP) 1.4-standaard enafhankelijkheid Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaarstellen (LVBB)Helaas is de implementatie van de vorig jaar opgeleverde STOP1.4-standaard vertraagd. De STOP 1.4-standaard dient geïmplementeerdte worden in zowel het DSO-LV, als de LVBB. De LVBB, vallend onder deverantwoordelijkheid van de Staatssecretaris Digitalisering en Koninkrijk-relaties, is een generieke voorziening voor het publiceren van besluitenvan bevoegd gezagen, waaronder o.a. omgevingsdocumenten onder deOmgevingswet.In mijn vorige voortgangsbrief meldde ik u dat het fundament van deLVBB verstevigd moest worden.13 Het robuuster (verstevigen) maken vanhet fundament van de LVBB is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat deLVBB bij een toenemend aantal besluiten (omgevingsdocumenten, zoalsomgevingsplannen van gemeenten) de huidige STOP 1.3-standaard goedblijft ondersteunen. De afgelopen periode is gebleken dat er meer tijd eninzet nodig is om de LVBB robuuster te maken dan verwacht. Door hetKennis- en exploitatiecentrum officiële overheidspublicaties (KOOP) wordthard gewerkt aan deze werkzaamheden. Ik sta hierover in nauw contactmet de Staatssecretaris van Digitalisering en Koninkrijkrelaties en wehebben regelmatig gesprekken over de voortgang. Ik benadruk daaroverigens bij dat deze werkzaamheden geen gevolgen hebben voor dedienstverlening en het werken met de STOP 1.3-standaard door bevoegdegezagen. Door het inzetten van extra menskracht is de beheerlast weltijdelijk toegenomen. Hierdoor zijn noodzakelijke werkzaamheden in hetkader van de doorontwikkeling van de LVBB en de implementatie van deSTOP 1.4-standaard vertraagd. De doorontwikkeling van de LVBB isnoodzakelijk omdat de STOP 1.4-standaard hogere eisen stelt aan de LVBBten opzichte van de huidige STOP 1.3-standaard.Tot aan de zomer ligt de focus van de betrokken partijen op het robuustermaken van het fundament van de LVBB. Hiertoe is een bouwplan gemaaktdoor KOOP en worden de benodigde werkzaamheden inmiddelsuitgevoerd. Tegelijkertijd wordt er verder gewerkt aan een bouwplan voorde doorontwikkeling van de LVBB en een roadmap voor de verdereimplementatie van de STOP 1.4-standaard. Rond de zomer zal, naar12Kamerstukken 33 118/34 986, GH, p.4 & Kamerstuk 33 118, nr. 287, p. 4.13Kamerstukken 33 118/34 986, GH, p.18–19 & Kamerstuk 33 118, nr. 287, p. 18–19.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2926 verwachting, een betrouwbare roadmap opgeleverd worden, waaroverinterbestuurlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Daarna zal ik uw Kamerinformeren over de doorlooptijd van de verdere implementatie van deSTOP 1.4-standaard.De ontwikkeling van het DSO en van de lokale plansoftware staanondertussen, in afwachting van de verdere implementatie van de STOP1.4-standaard, niet stil. Binnen de kaders van de huidige STOP1.3-standaard brengen alle partners in het stelsel regelmatig nieuwesoftwareversies uit. Dit geldt zowel voor de landelijke voorziening als voorde systemen van lokale overheden. Deze versies bevatten steedsaanvullingen en verbeteringen. Zo werken alle leveranciers vanplansoftware nu aan het verder ontwikkelen en beschikbaar stellen van(aanvullende) functies voor het parallel kunnen wijzigen. Functies die erbijvoorbeeld op gericht zijn om handwerk bij het parallel wijzigen tevoorkomen. Het uitgangspunt blijft staan dat de afgesproken functiona-liteit voor het basisniveau zo spoedig mogelijk gefaseerd wordtopgeleverd.Kostenontwikkeling Basisniveau DSO-LVOntwikkelkosten voor grote ICT-projecten binnen de rijksoverheid, waarhet DSO-LV ook onder valt, worden bijgehouden in het (openbare) RijksICT-Dashboard.14 Gelet op de kostenontwikkeling voor het basisniveau inde afgelopen jaren, is een actualisatie van dit dashboard momenteel invoorbereiding. De actualisatie van de gegevens voor het DSO-LV op hetRijks ICT-dashboard vindt plaats op het regulier daarvoor bestemdemoment. In aanloop hiernaar informeer ik u over de kostenontwikkeling.In mijn vorige voortgangsbrief gaf ik al aan dat de kosten voor de afbouwen daarmee het bereiken van het basisniveau hoger uitvallen en heb ik debelangrijkste redenen hiervoor aangegeven.15 Inmiddels kan ik ugedetailleerder informeren over de toename van de kosten de afgelopenjaren.De laatstgemelde cijfers met betrekking tot de kosten voor het bereikenvan het basisniveau aan uw Kamer en beschikbaar op het RijksICT-dashboard dateert van 2022.16 Eind 2022 werden de kosten voor hetbasisniveau geraamd op € 177,5 miljoen (mln.). In de periode daarna, toten met eind 2024, zijn de kosten voor de realisatie van het basisniveauDSO-LV toegenomen tot € 222,7 mln. Dat betekent een toename van€ 45,2 mln. Er liggen meerdere oorzaken ten grondslag aan de toenamevan de kosten. Allereerst heeft het tweemaal uitstellen van de inwerking-treding geleidt tot meerkosten.17 Door het uitstel moesten bijvoorbeeldproductieteams langer draaien. Daarnaast komt een deel van de toenamedoordat de ontwikkelkosten van KOOP/Logius voor de LVBB vanaf begin2023 zijn meegenomen in de ramingen en realisatiecijfers voor hetbasisniveau, inclusief de «historische» kosten die door KOOP/Logius toten met eind 2022 zijn gemaakt. Ook zijn er meerkosten ontstaan naaraanleiding van diverse toezeggingen aan de Kamers, koepels en deuitvoeringspraktijk, zoals bijvoorbeeld de Raad van State. Ook deopvolging van de BIT/AcICT adviezen hebben onder meer tot extrainvesteringen geleid. Verder heeft onzekerheid rondom de duur enfinanciering van het restant van de afbouw geleid tot meer inzet vantijdelijk personeel met hogere kosten tot gevolg. Tot slot wordt een deel14Rijks ICT-Dashboard Digitaal stelsel omgevingswet (DSO)15Kamerstukken 33 118/34 986, GH, p.4 & Kamerstuk 33 118, nr. 287, p. 4.16Kamerstukken 33 118/34 986, DV, bijlage 1 & Rijks ICT-Dashboard Digitaal stelselomgevingswet (DSO)17Kamerstukken 33 118/34 986, FK en Kamerstuk 33 118, nr. 259.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2927 van de toename veroorzaakt door prijsstijgingen (inflatie) de afgelopenjaren. De volledige toename van de kosten tot en met eind 2024 isopgevangen binnen de VRO-begroting (voorheen BZK-begroting).Om de resterende functionaliteiten uit het basisniveau de komende jarente kunnen afronden is ook al duidelijk dat er voor de periode 2025 enverder nog meer kosten gemaakt zullen moeten worden. Kortom deraming zal nog verder toenemen. De exacte raming wordt op dit momentnog verder uitgewerkt. Zodra de definitieve raming voor de periode 2025en verder bekend is, zal ik u hierover informeren.Vergroten gebruiksvriendelijkheidHet Omgevingsloket, en de daarin zichtbare regelgeving, moet makkelijkte gebruiken zijn. Dit is onderdeel van een overheid brede behoefte:burgers en bedrijven beter tegemoet treden. Het Omgevingsloket biedt nuop één plek veel informatie over de fysieke leefomgeving. Stedenbouw-kundigen en grootgebruikers, zoals bouwbedrijven, hoeven minderverschillende voorzieningen te raadplegen om een goed beeld te krijgenvan de geldende regelgeving. Ook overheden hebben beter zicht opelkaars plannen en regels. Het is mogelijk om als overheden achter hetOmgevingsloket veilig informatie te delen en samen te werken. Informatiedie voorheen versnipperd of achter de voordeur van bevoegde gezagenvoorhanden was. De invoering van de Omgevingswet en het bijbehorendeDSO hebben bijgedragen aan een gelijkwaardiger niveau in informatie-voorziening. Dit zorgt voor een eerlijker speelveld. Dit blijkt ook uitonderzoek van vastgoedadviseur JLL. Zij stellen dat Nederland zeer goedscoort op transparantie, dit komt met name door de grote hoeveelheiddigitaal beschikbare informatie.18 Bij rechtelijke toetsing van plannen ishet nu mogelijk om digitaal door de tijd te reizen en te zien wat de tebeoordelen situatie van destijds was. Stuk voor stuk zijn dit voorbeeldenvan hoe de uitvoeringspraktijk in brede zin profiteert van de inwerking-treding van het Digitaal Stelsel Omgevingswet, vergeleken met de situatiedaarvoor. De professionele gebruikers vormen veruit het grootste deelvan de duizenden dagelijkse gebruikers van het Omgevingsloket endaarbinnen de Vergunningscheck.De keerzijde is dat burgers, eigenaren en kleine ondernemers net zoveelinformatie te zien krijgen die ze voor een klein initiatief in en rondom hunhuis of werkplek niet meteen nodig hebben. Het zo volledig mogelijkontsluiten van plannen, wet- en regelgeving schiet voor deze groep aande doelstelling voorbij. Bewustwording staat hierom voorop in deinterbestuurlijke aanpak die ik samen met de bestuurlijke partners uitvoer.Het moet voor deze groep, vaak incidentele gebruikers, beter. Debelangrijkste route om feedback te verzamelen is via monitoring van hetgebruik, metingen van klanttevredenheid bij het gebruik van hetOmgevingsloket en de inzet van gebruikerstesten19. Dit helpt om debevoegde gezagen bewust te maken van hoe hun informatie wordtervaren. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de technische verbetering vanhet Omgevingsloket en de Vergunningscheck. Via (kleine) toevoegingenen verbeteringen worden per kwartaal wijzigingen doorgevoerd. Grotereverbeteringen, zoals het voorinvullen van informatie, het aankoppelen vanvoorzieningen van derden of het faciliteren van vooroverleg (Verken jeidee) vragen vaak meer inzet en daardoor is sprake van een langeredoorlooptijd bij het doorvoeren van dergelijke verbeteringen.18JLL: Nederlandse vastgoedsector zeer transparant - Stadszaken.nl19Resultaten van gebruikersonderzoeken Omgevingsloket | Informatiepunt LeefomgevingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2928 De grootste verbetering treedt echter pas op als alle overheden hunplannen goed annoteren en hun wet- en regelgeving toepasbaar enbegrijpelijk aanbieden.20 Gemeenten, provincies, waterschappen enrijkspartijen zijn allemaal bezig wetten- en regels te vertalen naartoepasbare regels. Hierover heb ik u eerder geïnformeerd.21 Met als doelom het gebruiksgemak van het Omgevingsloket te vergroten. Dit vraagtom een cultuuromslag binnen de overheid waarbij bevoegde gezagenvanuit het perspectief van gebruikers gaan kijken. Gebruikers hebben nuzicht gekregen op de veelheid aan regels. In testen geven zij echter aandat deze regels lastig te vinden zijn. Dit is een belangrijke impuls voorbevoegde gezagen om de cultuuromslag in gang te zetten. De oproep vande onafhankelijke Evaluatiecommissie Omgevingswet (hierna: deevaluatiecommissie) in hun eerste reflectierapport (bijlage 3b) om degebruiksvriendelijkheid te vergroten, zie ik daarbij als steun in de rugrichting alle bevoegde gezagen. Ik faciliteer dit onder meer met kennis enkunde, zoals via de recent herijkte aanpak van toepasbare regels22, hetondersteunen van zelfanalyses waarbij overheden hun inbreng kunnentoetsen23 en door het uitwerken van een annotatierichtlijn vooromgevingsplannen. Daarnaast wordt verkend welke verdere stappenbinnen het DSO gezet kunnen worden om de inzet van zogenaamde LargeLanguage Modellen (een vorm van kunstmatige intelligentie) door derdenop basis van het DSO te begeleiden. Deze modellen kunnen ondersteunenin de transitie-opgave van bevoegde gezagen.Monitoring en evaluatie stelsel OmgevingswetMonitor Werking OmgevingswetDe Monitor Werking Omgevingswet voorziet het Rijk en de andereoverheden van informatie over de werking en het gebruik van hetinstrumentarium van de Omgevingswet. De monitoringsrapportage metde eerste resultaten ontvangt uw Kamer in lijn met het vastgestelde planvan aanpak in juni 2025 van mij. Een dergelijke monitoringsrapportageontvangt u de komende vijf jaar jaarlijks. De evaluatiecommissiereflecteert binnen zes maanden na ontvangst op deze rapportages.Evaluatiecommissie OmgevingswetDe evaluatiecommissie is belast met het uitvoeren van de evaluatie vande Omgevingswet. De evaluatiecommissie voert hiervoor diverseonderzoeksactiviteiten uit, waaronder (maar niet uitsluitend) tweedeelonderzoeken per jaar, werkbezoeken, expertsessies, gesprekken methaar gebruikersraad en de hierboven genoemde reflectie op de MonitorWerking Omgevingswet. De deelonderzoeken vinden plaats van 2024 toten met 2027, en in die periode biedt de evaluatiecommissie jaarlijks eenreflectierapport aan mij aan. In 2028 voert de evaluatiecommissieherhaalonderzoeken uit. Vervolgens publiceert zij in 2029 de wetseva-luatie, dit is vijf jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet.Het eerste reflectierapport 2024 «In werking, maar onderbenut» heeft deevaluatiecommissie inmiddels aan mij aangeboden. Samen met mijnappreciatie van dit rapport en de onderliggende onderzoeksrapporten20Zie voor een nadere uitleg over annoteren: Omgevingsdocumenten annoteren voortoepasbare regels: activiteiten en locaties beschikbaar maken | Informatiepunt Leefomgeving(iplo.nl)21Kamerstukken 33 118/34 986, GH & Kamerstuk 33 118, nr. 287.22Toepasbare regels voor het Omgevingsloket | IPLO23Gebruiksvriendelijkheid van het Omgevingsloket | IPLOTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2929 stuur ik u deze, zoals toegezegd, tezamen met deze voortgangsbrief toe(bijlage 2 en 3a t/m 3d).De belangrijkste conclusie uit dit rapport is dat gemeenten, provincies enwaterschappen in het eerste jaar Omgevingswet de kerninstrumenten uitde wet hebben toegepast. Dat dit hoofdzakelijk beleidsarm gebeurde,vindt de evaluatiecommissie begrijpelijk gezien de omvang van destelselwijziging. Hierdoor werden de nieuwe mogelijkheden van deOmgevingswet echter nog niet optimaal benut. In dit licht doet deevaluatiecommissie een oproep aan alle gebruikers van de Omgevingswetom de mogelijkheden die het instrumentarium biedt te benutten. Ikonderschrijf deze oproep van harte: alleen als het stelsel goed benutwordt, kunnen we de doelen van de wet behalen en de wet ten volstebenutten bij het aanpakken van de maatschappelijke opgaven.De evaluatiecommissie doet ook een oproep om de gebruiksvriende-lijkheid van het DSO te vergroten. Zoals hierboven beschreven zet ik mijhier, samen met de bestuurlijke partners, voor in. De oproep van deevaluatiecommissie zie ik hierbij als een steun in de rug.Financiële monitoringVanuit de financiële monitoring stuur ik u, zoals toegezegd, de resultatenvan het onderzoek naar de transitiekosten (bijlage 4) en de Nulmeting(bijlage 5). De Nulmeting dient als basis voor de integrale financiëleevaluaties waarvan de eerste aan het einde van 2025 zal wordenopgeleverd. De belangrijkste conclusie uit het onderzoek naar detransitiekosten is dat de kosten slechts beperkt zijn toegenomen. Dit invergelijking met het eerder toegestuurde, geactualiseerde integralefinanciële beeld uit 2023, dat grotendeels op inschattingen wasgebaseerd.24 Beide rapporten vormen de basis voor de verdere financiëleevaluaties na één en vijf jaar.Naast het ingerichte stelsel van monitoring en evaluatie, zoals hierboventoegelicht, wordt het komende jaar verder gewerkt aan de uitvoering vande toegezegde invoeringstoets.25 De uitkomsten hiervan verwacht ik u aanhet einde van 2025 te kunnen toesturen.Tot slotZoals uit de voortgangsrapportage blijkt, gebaseerd op de ervaringen inde praktijk, is het werken met de Omgevingswet goed op gang gekomenen is de ondersteuning via het DSO robuust. Dat betekent niet dat we er alzijn. Dit is een traject van de lange adem waarvoor ik mij, samen met debestuurlijke partners en alle partijen die bij deze grote stelselwijzigingbetrokken zijn, blijvend voor zal inzetten. Ik blijf daarbij, samen met hen,vinger aan de pols houden en ik zal uw Kamer blijven informeren over devoortgang.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. Keijzer24Kamerstukken 33 118/34 986, FN.25T03747.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 29210

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2e77864ad45a043b

14 okt 2026 · 44dffe5128112823

13 okt 2026 · bd6a2bbc8fa5d3d3

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.