KamerkringInloggen
Kamerbrief

Evaluatie reorganisatie DGLC en voortzettingsvermogen Patriot-eenheden

27 okt 2014 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 94c78f56a88b94cc · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2014–2015 32 733Beleidsbrief Defensie Nr. 149 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 27 oktober 2014 Inleiding Tijdens het algemeen overleg over de verlenging van de Patriot-missie in Turkije van 17 december 2013 (Kamerstuk 32 623, nr. 126) heb ik u een brief toegezegd over de evaluatie van de reorganisatie van het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando (DGLC) en de mogelijk-heden om het voortzettingsvermogen van de Patriot-eenheden te vergroten. Met deze brief voldoe ik aan deze toezegging. Evaluatie van de reorganisatie van het DGLC De reorganisatie van het DGLC bestaat uit twee onderdelen die gelijktijdig zijn uitgevoerd. Enerzijds betreft het de samenvoeging van de Groep Geleide Wapens van het CLSK en het Commando Luchtdoelartillerie van het CLAS tot één eenheid bij het CLAS. Anderzijds is bij de beleidsbrief van 2011(Kamerstuk 32 733, nr. 1) besloten om één van de vier Patriot-batterijen op te heffen en het materieel aan te houden als operationele en logistieke reserve. Gebruikelijk is dat een jaar na aanvang van de nieuwe eenheid de reorganisatie wordt geëvalueerd. Vanwege de inzet van een compagnie in de West is de evaluatie na 18 maanden uitgevoerd. Het doel van de uitgevoerde evaluatie was de identificatie van knel- en verbeterpunten in de inrichting van de huidige organisatie, om vervolgens de Commandant Landstrijdkrachten te adviseren over de meest optimale organisatorische inrichting van het DGLC. De evaluatie is uitgevoerd op grond van de in de reorganisatieplannen opgenomen evaluatiepunten, aangevuld met de door de medezeggenschapscommissie aangedragen evaluatiepunten. De overkoepelende conclusie van de evaluatie is dat het DGLC in staat is om met de toebedeelde materiele en personele middelen de taken bij inzet en in de vredessituatie uit te voeren. De langdurige en verlengde inzet in Turkije brengt echter de beperking van het voortzettingsvermogen kst-32733-149ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 32 733, nr. 1491 aan de oppervlakte. De evaluatie leidt daarnaast tot een aantal aanbeve-lingen voor aanpassing van de inrichting van het DGLC om de bedrijfs-voering te optimaliseren. Dit betreft onder meer een herinrichting van opleidings- en trainingszaken en een grotere mate van zelfstandigheid van de operationele eenheden. De aanbevelingen worden, binnen de huidige kaders, overgenomen en geïmplementeerd. Het voortzettingsvermogen wordt hiermee niet verbeterd. Verbetering voortzettingsvermogen Patriot-eenheden De nota «In het belang van Nederland» (Kamerstuk 33 763, nr. 1)bevat de inzetbaarheidsdoelstellingen voor de krijgsmacht. De Patriot-eenheden zijn daarin opgenomen als nichecapaciteit: een hoogwaardige, specialis-tische capaciteit die internationaal schaars is. Voor nichecapaciteiten is de omvang of duur van de inzet afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare systemen of eenheden binnen die nichecapaciteit. Op grond van het aantal van drie batterijen is langdurige inzet van één batterij mogelijk. Bij de Patriot-missie in Turkije zijn twee van de drie beschikbare batterijen gedurende twee jaar continu ingezet. Het materieel van de vierde batterij is nog beschikbaar binnen Defensie als operationele en logistieke reserve en is aangewend om de missie in Turkije te voorzien van goed werkende systemen. Normaal gesproken worden uitgezonden militairen na terugkeer voor twee keer de duur van hun uitzending vrijgesteld van uitzending (de uitzendnorm 1:2). Deze uitzendfrequentie zou ook met vier batterijen niet haalbaar zijn. De conclusie is dat een eventuele heractivering van de vierde batterij tot een beperkte verbetering leidt van het voorzettingsver-mogen. Tot slot Zoals eerder verwoord verdelen goede bondgenoten de lasten en de risico’s. Als voortzetting van de inzet wenselijk is nadat de Nederlandse bijdrage de maximale inzetduur heeft bereikt, ligt het voor de hand dat allereerst naar een bijdrage van een andere bondgenoot wordt gekeken. In lijn hiermee heeft Spanje inmiddels aangekondigd de Nederlandse rol in de missie in Turkije over te nemen. De Minister van Defensie, J.A. Hennis-PlasschaertTweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 32 733, nr. 1492

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 1e2e214c19e786ac

14 okt 2026 · 0d617f2f795fc007

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.