Crisiswetgeving netcongestie
Brontekst
Versie de9ef4645e6f10d7 · officiële bron29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie Nr. 727 Brief van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 11 september 2026 Nederland staat voor enorme maatschappelijke opgaven. We bouwen op grote schaal woningen, verduurzamen de industrie en stappen steeds meer over van fossiele brandstoffen naar duurzame elektriciteit. Deze cruciale ontwikkelingen vallen of staan allemaal met voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet. Netcongestie zorgt nu dat we onvoldoende vaart kunnen maken. We zien dat het voorbereiden van projecten en het doorlopen van alle stappen in de vergunningenprocedure en de bezwaar- en beroepsfase veel tijd kosten. Daarom is het beter benutten én sneller uitbreiden van het elektriciteitsnet een absolute topprioriteit. Om dit voor elkaar te krijgen presenteert het kabinet concrete crisiswetgevingsmaatregelen als uitwerking van de in het coalitieakkoord genoemde crisiswet netcongestie. Het kabinet gaat deze wijzigingen in wet- en regelgeving zo snel mogelijk in werking laten treden. Daarom komt het kabinet met een wetgevingsaanpak vergelijkbaar met de Crisis- en herstelwetaanpak uit het verleden. We wachten niet tot een volledig nieuwe wet het gehele wetgevingstraject heeft doorlopen en daarmee pas over een aantal jaar gereed is, maar voeren doorlopend de wijzigingen in wet- en regelgeving door die nodig zijn. Vanwege de urgentie van netcongestie zijn hierbij geen taboes. Zo voorkomen we dat wettelijke maatregelen die direct kunnen bijdragen aan het aanpakken van de knelpunten onnodig moeten wachten op voorstellen die meer tijd vragen. Het wetgevingspakket dat het kabinet hier presenteert is slechts het startpunt. Ook komende jaren kunnen namelijk nieuwe knelpunten ontstaan. Het kabinet blijft daarom actief zoeken naar oplossingen om netcongestie te bestrijden, ook als die onorthodox zijn. Voor de behandeling van deze voorstellen doet het kabinet een klemmend verzoek richting uw Kamer om hier prioriteit aan te geven. Met deze wetgevingsaanpak regelt het kabinet dat we de bestaande ruimte op het net slimmer gebruiken en we nieuwe energie-infrastructuur sneller bouwen. Daarmee moet er zo snel mogelijk meer ruimte vrijkomen op het elektriciteitsnet om woningbouwprojecten, bedrijven en andere (maatschappelijke) organisaties die wachten op een nieuwe of zwaardere aansluiting te voorzien. Daar waar wet- en regelgeving een belemmering vormt om sneller te kunnen handelen, past het kabinet die wetgeving aan grotendeels binnen het stelsel van de Omgevingswet. Tegelijkertijd benutten we voor netuitbreidingen zo veel mogelijk de ruimte binnen bestaande regelgeving om meer vaart te maken. Bijvoorbeeld door experts uit de vliegende brigade in te zetten, sneller te komen tot locatiekeuzes en vaker te starten met bouwen voordat vergunningen onherroepelijk zijn. Het kabinet heeft in nauwe samenwerking met netbeheerders, ondernemers, medeoverheden en vele andere maatschappelijke partners de belangrijkste knelpunten in wetgeving in kaart gebracht en uitgewerkt in concrete maatregelen. De inbreng van gemeenten en provincies die dagelijks met deze wetgeving werken is van grote waarde bij het opstellen van het wetgevingspakket. Daarnaast is het kabinet ook aan de slag met de resultaten van bestaande rapporten en onderzoeken waarin suggesties voor aanpassing van wetgeving worden gedaan, zoals die van de Nederlandse Vereniging van Duurzame Energie (NVDE).[voetnoot 1] In bijlage 2 lichten we dit verder toe. In bijlage 3 werken we uit hoe de versnellingsmaatregelen kunnen helpen in een representatief energieproject. Daarnaast worden betrokkenen doorlopend opgeroepen om suggesties voor aanpassingen in regelgeving aan te dragen. Dat kan op de website energietransitie.nl.[voetnoot 2] Het wetgevingsprogramma dat het kabinet hier presenteert biedt een doeltreffend instrument om hiermee voortvarend aan de slag te gaan. Met deze brief geeft het kabinet ook uitvoering aan motie Klos en Müller[voetnoot 3], die vraagt om een nadere invulling van de crisiswet netcongestie uiterlijk deze zomer aan uw Kamer te presenteren en de toezegging die ik heb gedaan in het commissiedebat netcongestie en elektriciteitsnet op 22 april 2026.[voetnoot 4] De brief gaat eerst in op wettelijke maatregelen op het thema sneller bouwen, inclusief projectspecifieke maatregelen. Vervolgens volgen maatregelen over omgevingsrechtelijk sturen en maatregelen voor het beter benutten van het elektriciteitsnet. In bijlage 1 staat een overzicht van de maatregelen met versnellingspotentieel en verwachte inwerkingtredingsdata. Maatregelen Sneller bouwen Om sneller te kunnen starten met de daadwerkelijke bouw versnelt het kabinet procedures en past het vergunningen aan voor planologie, milieu en ruimte. Bovendien gaat het kabinet projectspecifieke maatregelen opstellen die extra versnelling moeten bieden voor cruciale projecten. Onderstaand beschrijf ik welke wijzigingen het kabinet hierop gaat doorvoeren, wat de beoogde inwerkingtredingstermijn is en welke tijdswinst dit oplevert. Versnellen procedures Bij het realiseren van elektriciteitsinfrastructuur wordt een standaard ruimtelijk proces gevolgd. Netbeheerders en overheid nemen op hoofdlijnen de volgende stappen: gesprekken met betrokkenen, het zoeken naar de juiste locatie, en het respectievelijk aanvragen en verlenen van vergunningen. Als beroep wordt ingesteld, toetst de rechter de rechtmatigheid van deze vergunningen. De urgentie van oplossingen voor netcongestie vraagt om juridische aanpassingen in elke fase van deze procedure. De uitdaging is daarbij om versnelling te realiseren maar een zorgvuldige belangenafweging en voldoende inspraakmogelijkheden voor belanghebbenden ook te borgen. Het kabinet komt daarom met de volgende wijzigingen in wet- en regelgeving om iedere fase te versnellen: Bevoegd gezag voor aanleg nieuwe 110/150kV-projecten bij de provincie Het bevoegd gezag voor 110/150kV-projecten ligt nu bij gemeenten. Bij de aanleg van nieuwe, vooral complexe, projecten ontstaat regelmatig vertraging doordat niet meteen logisch volgt welke partij het bevoegd gezag het meest doeltreffend uit kan oefenen. Om deze vertragingen te voorkomen legt het kabinet wettelijk vast dat de provincie standaard het bevoegd gezag is bij de aanleg van nieuwe 110/150kV-projecten. Dit is een cruciale aanpassing die kan leiden tot een versnelling van enkele maanden tot wel twee jaar. Dit voorstel is momenteel in consultatie, met een verwachte inwerkingtreding per juli 2027.[voetnoot 5] Vergunningvrije uitbreidingen van hoog- en middenspanningsstations Netbeheerders moeten de komende jaren honderden midden- en hoogspanningsstations bouwen en uitbreiden om aan de groeiende vraag naar stroom te voldoen. Volgens huidige wetgeving moeten deze projecten procedures voor technische bouwvergunningen doorlopen die in de praktijk al snel drie tot zes maanden duren. Daarnaast zijn ruimtelijke vergunningprocedures nodig, die zes tot achttien maanden in beslag kunnen nemen. Dat is langer dan we ons kunnen permitteren. Daarom maakt het kabinet een vrijstelling voor de technische bouwactiviteitvergunning gericht op nieuwe stations en uitbreidingen van stations. Dit is een onderdeel van een bredere vereenvoudiging van de bouwregelgeving. Specifiek voor de uitbreiding van stations gaat het kabinet ook de ruimtelijke vergunningen schrappen (vergunning voor een ruimtelijke omgevingsplanactiviteit). Bij deze vergunningvrijstellingen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de bescherming van de fysieke leefomgeving. Dit gebeurt onder meer door voorwaarden te stellen aan de omvang van de betreffende bouwwerken en hun ligging ten opzichte van de omgeving. Verder is de vrijstelling alleen bedoeld voor percelen waar de betreffende elektriciteitsstations al planologisch zijn toegestaan. Met deze vrijstelling kunnen tientallen projecten per jaar enkele maanden tot anderhalf jaar sneller worden gerealiseerd. Deze wijziging gaat dit jaar in consultatie, met inwerkingtreding kort na de zomer van 2027. Dit is een maatregel die aansluit bij de aanbevelingen uit het onderzoek van de NVDE van 10 april j.l. En met dit voorstel geeft het kabinet uitvoering aan de moties van Van den Berg en Grinwis[voetnoot 6] en van Jumelet c.s.[voetnoot 7] Vrijstellen mer-beoordelingsplicht voor ondergrondse hoogspanningskabels Op dit moment geldt voor alle hoogspanningskabels en -lijnen een mer-beoordelingsplicht. Bij een mer-beoordeling wordt getoetst of een project aanzienlijke milieueffecten kan hebben. Vanuit de Europese mer-richtlijn wordt deze toetsing alleen voorgeschreven voor bovengrondse hoogspanningslijnen. Voor ondergrondse hoogspanningskabels schrijft de mer-richtlijn deze stap niet voor. Dit is naast bestaande regels (gericht op o.a. archeologie, bodem, water en natuur) voor de bescherming van milieubelangen. Het kabinet schrapt daarom de nationale kop en beperkt daarmee de mer-beoordelingsplicht tot bovengrondse hoogspanning. Dit levert in de praktijk een versnelling op van zes weken tot drie maanden in de voorbereidingstijd van deze projecten. Het voorstel gaat nog dit jaar in consultatie, met een beoogde inwerkingtreding kort na de zomer van 2027. Versnelde beroepsprocedures Beroepen tegen de aanleg, uitbreiding, onderhoud en aanpassing van elektriciteitsprojecten vanaf 21kV gaan vanaf 1 oktober 2026 direct naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit betekent dat de rechtbank wordt overgeslagen. Daarbij geldt dat een voorlopig (‘pro forma’) beroepschrift niet meer mogelijk is. Ook geldt er een uitspraaktermijn van maximaal zes maanden na ontvangst van het verweerschrift. Dit zijn vergelijkbare versnellingen die ook onder de Crisis-en herstelwet golden voor duurzame energieprojecten. Met deze cruciale procedurele versnellingen is er eerder duidelijkheid over de voortgang van projecten. Naar aanleiding van het eerdere advies van de Raad van State heeft de Rijksuniversiteit Groningen vervolgonderzoek gedaan naar het aantal beroepsprocedures over elektriciteitsprojecten en de mogelijke gevolgen op de werklast van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hieruit blijkt dat het aantal beroepsprocedures relatief beperkt zijn. De bevindingen zijn opgenomen in het nader rapport dat op 29 juli is gepubliceerd in de Staatscourant. [voetnoot 8] Het onderzoek is als bijlage 5 bijgevoegd bij deze kamerbrief. Dit is een maatregel die aansluit bij de aanbevelingen uit het onderzoek van de NVDE van 10 april j.l. De versnelling kan oplopen tot wel 1,5 jaar. Versnellen beroepsprocedures bestuursrechtspraak Het kabinet vindt een sneller verloop van beroepsprocedures voor energieprojecten belangrijk. Het kabinet bereidt mogelijke wijzigingen van de Algemene wet bestuursrecht voor die kunnen helpen om beroepszaken sneller af te handelen met behoud van voldoende rechtsbescherming. Zoals het nader rapport bij het besluit ‘procedurele versnellingen elektriciteitsprojecten’ benoemt, onderzoekt het kabinet mogelijkheden om beroepszaken zonder zitting te behandelen of het doen van uitspraak met een verkorte motivering. Ook onderzoekt het kabinet een uitbreiding van de mogelijkheden tot rechtstreeks beroep (prorogatie) en het kortsluiten bij een voorlopige voorziening. Dit is een maatregel die aansluit bij de aanbevelingen uit het onderzoek van de NVDE van 10 april j.l.[voetnoot 9] Lex silencio positivo Deze regeling houdt in dat een vergunning automatisch wordt verleend als de overheid niet op tijd beslist op een aanvraag. Dit is ook één van de aanbevelingen in het onderzoek van de NVDE van 10 april j.l. Het voordeel is dat dit in theorie vergunningverlening zou kunnen versnellen in zeer beperkte gevallen. Maar bij de evaluatie van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kwam hierover een wisselend beeld naar voren. Zo werd vaak voorkomen dat een vergunning automatisch (van rechtswege) werd verleend, bijvoorbeeld door de beslistermijn te verlengen of de aanvrager te vragen de aanvraag aan te vullen. En omdat er ook tegen deze vergunningen bezwaar kan worden gemaakt, heeft de aanvrager pas rechtszekerheid als de bezwaartermijn is verlopen. Als er bezwaar wordt gemaakt, wordt de vergunning tijdelijk geschorst. Bovendien is de kans dat een van rechtswege verleende vergunning geen standhoudt bij de rechter groter dan bij een regulier verleende vergunning. Daarnaast is voor veel activiteiten herinvoering van de lex silencio positivo niet mogelijk vanwege verplichtingen uit internationaal recht, zoals de mer-richtlijn, het Verdrag van Aarhus of UNESCO-verdragen. Deze vereisen een voorafgaande inhoudelijke beoordeling. Daarom ziet het kabinet op dit moment lex silencio positivo niet als een effectief instrument om de vergunningverlening bij energieprojecten te versnellen. Met deze toelichting geeft het kabinet uitvoering aan de motie Klos en Müller[voetnoot 10] en de toezegging uit de Energieraad.[voetnoot 11] Voldoende mensen en middelen bij overheden met leges Het aantal energieprojecten neemt toe en de projecten worden steeds groter en ingewikkelder. Om deze projecten snel aan te pakken, zijn voldoende mensen en middelen bij het Rijk en de provincies nodig. Daarom komt het kabinet met een wetswijziging waarmee provincies of het Rijk de kosten van de behandeling van aanvragen voor een projectbesluit bij de initiatiefnemer in rekening te brengen. Hiervoor wijst het Rijk specifieke categorieën projecten aan. Deze kosten betreffen bijvoorbeeld de kosten van ambtenaren, advies, en onderzoek. Op dit moment worden deze kosten in rekening gebracht via overeenkomsten, die vanwege onzekerheid en gebrek aan uniformiteit te veel tijd kosten. Dit voorstel is momenteel onder advies bij de Raad van State en inwerkingtreding is voorzien in april 2027. Europese inzet kabinet Naast de nationale inzet op het versnellen en versimpelen van procedures, werkt het kabinet ook aan het maximaal inzetten op versnellingsmogelijkheden uit Europese wet- en regelgeving. Toekomstige wetgeving uit Europa moet meer ruimte bieden voor projecten die bijdragen aan het oplossen van netcongestie, hier zet het kabinet actief op in. Daarnaast wordt conform de motie Klos gewerkt aan een onderzoek hoe het voorstel van het Grids Package omgezet kan worden in wet- en regelgeving.[voetnoot 12] De onderhandelingen over dit pakket vinden nog plaats in Brussel, maar vooruitlopend op dit akkoord worden al voorbereidingen getroffen voor de implementatie. Het versneld toepassen van Europese regelgeving, waaronder het Grids Package, is ook een aanbeveling geweest van de NVDE in hun onderzoek. Planologie, milieu en ruimte Ook op het gebied van ruimte en milieu zijn aanpassingen nodig om de uitbreiding van het elektriciteitsnet te versnellen. Huidige regels kunnen soms leiden tot extra procedures, onduidelijkheid of vertraging bij de aanleg en uitbreiding van energie-infrastructuur. Het kabinet doet daarom een aantal voorstellen voor duidelijkere en eenvoudigere regels voor onder meer stikstof, geluid en de ruimtelijke inpassing van het 110/150kV-netwerk. Tegelijkertijd werken netbeheerders en overheid binnen bestaande regelgeving samen aan proactief reserveren van ruimte, snellere verwerving van grond en het zorgvuldig inpassen van energieprojecten nabij werelderfgoed. Uitzondering stikstofbeoordeling elektriciteits- en waterstofprojecten In de onderhandelingen over het EU Grids Package zet het kabinet zich in om het belangrijke knelpunt rondom stikstof bij de aanleg van elektriciteits- en waterstofprojecten weg te nemen. Deze hernieuwbare energieprojecten zijn namelijk randvoorwaardelijk voor verduurzaming en dragen daarmee bij aan stikstofreductie.[voetnoot 13] Voor deze projecten is dan geen stikstofbeoordeling noodzakelijk,[voetnoot 14] [voetnoot 15] wat vertraging van 3 tot 12 maanden kan voorkomen.[voetnoot 16] Vooruitlopend op een akkoord, werkt het kabinet de voorbereiding voor de implementatie van deze maatregel uit. Bij een voorspoedig onderhandelingsresultaat kan deze specifieke nieuwe maatregel naar verwachting begin 2027 in werking treden. Standaardiseren eisen ten aanzien van coronageluid Gemeenten moeten vanwege huidige regels in hun omgevingsplan regels opnemen voor het geluid dat hoogspanningsverbindingen kunnen maken bij vochtig weer (bekend als coronageluid). Wegens het nationaal belang van hoogspanningsverbindingen heeft het kabinet regels voorbereid waarmee gemeenten voor nieuwe hoogspanningsverbindingen alleen de standaardwaarden (of hoger) voor geluid mogen opnemen in hun omgevingsplan. Daarnaast hoeven gemeenten voor hoogspanningsverbindingen die bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet al bestonden of al waren toegelaten geen nieuwe geluidsregels op te nemen in het omgevingsplan. Dit voorkomt extra werklast voor gemeenten en zorgt ervoor dat in heel Nederland dezelfde regels gelden voor netbeheerders. Dit kan vertraging voorkomen. Deze maatregel loopt mee in een wijzigingstraject van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en treedt naar verwachting op 1 juli 2027 in werking.[voetnoot 17] Planologische bescherming bestaande 110/150kV-netwerk Het 110/150kV-netwerk verbindt het landelijke hoogspanningsnet van TenneT met de regionale elektriciteitsnetten. Voor hoogspanningsverbindingen van 220/380kV bestaan al regels om de verbindingen planologisch te borgen. Voor het 110/150kV-netwerk is dit nog niet geregeld. Hierdoor kunnen 110/150kV-verbindingen in sommige gevallen onder druk komen te staan door bouwwerken of activiteiten die in de buurt van die verbindingen worden toegestaan. Daarom maakt het kabinet regels om deze bestaande verbindingen beter te borgen. Deze maatregel gaat eind dit jaar in consultatie. Ter uitvoering daarvan bereidt het kabinet een regeling voor die de ruimtelijke afbakening van bestaande 110/150kV-verbindingen zichtbaar maakt in het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Dit zal leiden tot meer duidelijkheid voor overheden, netbeheerders, initiatiefnemers en een betere kenbaarheid van het 110/150kV-netwerk. Deze maatregelen hebben een beoogde inwerkingtreding kort na de zomer van 2027. Maatregelen om CO2-projecten te versnellen Als onderdeel van de wettelijke maatregelen om energieprojecten te versnellen, zijn ook twee maatregelen in voorbereiding om de realisatie van CO2-projecten te versnellen en te vereenvoudigen. De afvang van CO2 is een belangrijke verduurzamingsroute voor bedrijven waarmee voor de korte termijn een extra vraag naar elektriciteit als duurzame bron en daarmee een grotere belasting van het elektriciteitsnet wordt voorkomen. Snellere toegang tot grond om ontwerp voor CO2-leidingen te maken Het afvangen en permanent ondergronds opslaan van CO2 (‘carbon capture and storage’, CCS) levert een belangrijke bijdrage aan het behalen van de klimaatdoelstellingen. Het transport van CO2 vormt de cruciale schakel in de keten van de afvang op verschillende industriële locaties en de opslag van CO2 op verschillende locaties in de diepe ondergrond van de Noordzee. Om de aanleg te versnellen, komt er dit jaar een wetswijziging die de toepassing van de gedoogplicht bij beschikking voor CO2-leidingen uitbreidt. Met deze wijziging wordt ook de gedoogplicht van rechtswege voor voorbereidende werkzaamheden in de ontwerpfase beschikbaar voor CO2-leidingen. Daardoor kan de initiatiefnemer sneller en eenvoudiger gronden betreden om een ontwerp te maken voor de CO2-leiding. Deze wijziging richt zich op CO2-projecten van evident nationaal en strategisch belang zoals de Delta Rhine Corridor. Deze wijziging is momenteel in consultatie, met een verwachte inwerkingtreding in juli 2027.[voetnoot 18] Bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen bij Rijk Als tweede versnelling voor de aanleg van CO2-leidingen verlegt het kabinet het bevoegd gezag voor het afgeven van omgevingsvergunningen voor Natura 2000- en flora- en fauna-activiteiten van de provincies naar het Rijk. De reden hiervoor is dat grote CO2-leidingen, zoals de Delta Rhine Corridor, meerdere provincies doorkruisen. Door het Rijk verantwoordelijk te maken voor deze vergunningen, wordt het proces eenvoudiger. Deze wijziging gaat dit jaar in consultatie. De beoogde inwerkingtreding is kort na de zomer van 2027. Projectspecifieke maatregelen: extra versnelling voor cruciale projecten Om netcongestie te verlichten is grootschalige uitbreiding van het net nodig. De voorgaande maatregelen versnellen de procedures van elektriciteitsprojecten in generieke zin. Hier bovenop gaat het kabinet voor een aantal zeer cruciale projecten meer ingrijpende maatregelen nemen. Bijvoorbeeld voor nieuwe hoogspanningsstations die een vitale schakel vormen in het net en zo een groter gebied snel aan extra vermogen helpen. Het kabinet maakt een speciaal versnellingsregime dat toegepast kan worden op een selectie van de meest urgente projecten. Voor inspiratie kijkt het kabinet onder andere naar de Crisis-en herstelwet, die grotendeels is opgegaan in de Omgevingswet. In bijlage 4 licht het kabinet dit toe. De uitwerking richt zich op twee onderdelen: het analyseren en selecteren van de meeste urgente projecten en het vormgeven van het versnellingsregime. Het eerste onderdeel is de projectenselectie. Het kabinet stelt de criteria op waarmee de meest urgente projecten transparant en zorgvuldig geselecteerd worden. Deze projecten worden in een wettelijke procedure aangewezen (bijvoorbeeld in een besluit). Het tweede onderdeel betreft het versnellingsregime bestaande uit wettelijke maatregelen die exclusief voor deze projecten gelden. De maatregelen die het kabinet onderzoekt gaan globaal over vier aspecten in de totstandkoming van projecten: het overslaan van specifieke wettelijke stappen in de projectprocedure; de snelheid bij bevoegde gezagen en de initiatiefnemer door wettelijke termijnen op te nemen; onderdelen van de bezwaar- en beroepsprocedure versnellen; het heroverwegen van milieueisen in relatie tot de urgentie en impact op de omgeving van de projecten. Het pakket aan extra maatregelen gaat per definitie verder dan een generiek pakket en vergt daarom een gedegen onderbouwing. Nog dit najaar trekt het kabinet conclusies uit het onderzoek naar de uitwerking van dit speciale regime en wordt de Kamer geïnformeerd over de vervolgstappen. Maatregelen Omgevingsrechtelijk sturen Energie is niet langer een randvoorwaarde die pas ná een ruimtelijk besluit aan de orde komt, maar een factor die medebepalend is voor ruimtelijke ontwikkelingen. De huidige besluitvorming en rollen van overheden en netbeheerders zijn hier nog onvoldoende op ingericht. Daarom komt er wetgeving om de afstemming tussen ruimtelijke ordening en de ontwikkeling van het energiesysteem te verbeteren. Energie wordt daarmee een integraal onderdeel van ruimtelijke besluitvorming. Dit principe wordt ook in de Nota Ruimte vastgelegd. Zo wordt bijvoorbeeld verzekerd dat de mogelijke gevolgen van een grootschalige woningbouwlocatie voor een doelmatige ontwikkeling van de energie-infrastructuur vroegtijdig bij de ruimtelijke keuze worden betrokken. Een ander onderdeel van het voorstel is dat overheden met instrumenten van het omgevingsrecht meer proactief sturen op de ontwikkeling van de energie-infrastructuur. Deze werkwijze is de laatste jaren gebiedsgericht in de praktijk ontwikkeld en wordt met dit voorstel juridisch geborgd in de Omgevingswet. Provincies en netbeheerders stemmen structureel met elkaar af over waar welke energie-infrastructuur nodig is, welke ruimte dat vraagt, waar zich in de toekomst mogelijk knelpunten kunnen voordoen in de ontwikkeling van het elektriciteitsnet en wat dit betekent voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het kabinet geeft hiermee mede uitvoering aan de motie van de leden Grinwis en Peter de Groot over de wettelijke verankering van een ‘energietoets’.[voetnoot 19] Het kabinet wil dit wetsvoorstel rond de jaarwisseling in consultatie brengen. Maatregelen Beter benutten Het net is niet altijd en overal vol. Betere benutting van het elektriciteitsnet is daarom een onmisbare stap in de aanpak van netcongestie en kan snel tot resultaten leiden. Door de piekvraag te verschuiven naar andere momenten of het zwaarder belasten van het elektriciteitsnet kan het bestaande net efficiënter worden gebruikt. Ook hier moet wet- en regelgeving worden aangepast als dit oplossingen in de weg staat.[voetnoot 20] Het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) is op meerdere manieren aan de slag met maatregelen voor het beter benutten van het net. Samen met netbeheerders, de toezichthouder Autoriteit Consument en Markt, en marktpartijen heeft het kabinet verkend of in aanvulling op deze acties aanpassingen in wet- en regelgeving noodzakelijk zijn. Normeren flexibiliteit Het stroomnet raakt vol doordat er vaak tegelijkertijd veel stroom wordt gebruikt. Dit zorgt voor pieken op het stroomnet. Het vermijden van die pieken en het gebruiken van stroom op de momenten dat het rustiger is op het net, noemen we flexibel met stroom omgaan. Flexibel en bewust gebruik van het stroomnet zijn essentieel om netcongestie tegen te gaan en zijn daarom onlosmakelijk onderdeel van ons toekomstig energiesysteem. Flexibiliteit is nodig om de beperkte ruimte op het net te benutten en het systeem, betaalbaar, betrouwbaar en beschikbaar te houden. Ook in de toekomst. Het moet daarom normaler worden om, wanneer een partij dit kan, standaard flexibel om te gaan met de beperkte ruimte op het net. Aanpassing van wetgeving kan daarbij helpen: Het kabinet neemt belemmeringen weg voor het normeren van flexibiliteit. Bijvoorbeeld om het mogelijk te maken specifieke typen aangesloten partijen uitsluitend flexibele transportcapaciteit aan te bieden in plaats van standaard vaste transportcapaciteit waarmee je te allen tijde gebruik kan maken van transportvermogen. Bedrijven moeten (periodiek) flexscans uitvoeren, zodat bedrijven bewust zijn van de mogelijkheden binnen het eigen bedrijf voor flexibel stroomgebruik. Indien nodig en effectief worden dergelijke flexscans verplicht voor grote elektriciteitsverbruikers. Zwaarder belasten Door meer stroom door de bestaande infrastructuur te transporteren wordt het net zwaarder belast en komt er meer ruimte op het stroomnet beschikbaar. Om dit mogelijk te maken moet op een aantal punten regelgeving worden aangepast: Het kabinet maakt het mogelijk om een deel van de ruimte die gereserveerd wordt om storingen op te vangen te gebruiken om nieuwe partijen onder specifieke voorwaarden aan te sluiten. Deze klanten zullen, indien de storingsreserve nodig is, worden beperkt in hun transportvermogen.[voetnoot 21] Momenteel wordt overwogen of het mogelijk is meer risico te nemen bij het breder inzetten van deze storingsreserve om klanten aan te sluiten. Omdat dit mogelijk leidt tot grotere risico’s voor de leveringszekerheid en storingen, wordt bij de uitwerking ook rekening gehouden met de maatschappelijke baten en de risico’s. Bovendien is de storingsreserve ook nodig voor cruciale realisatie van netuitbreidingen. Beter inzicht Beter inzicht in de netbelasting en informatie-uitwisseling is essentieel om het net beter te kunnen benutten. Beter inzicht kan op verschillende manieren helpen: Voor bedrijven en maatschappelijke organisaties is inzicht in de beschikbare netcapaciteit, de wachtrij en de mogelijkheden voor flexibel gebruik van belang om hun energiegebruik hierop af te stemmen. Ook helpt beter inzicht om rekening te kunnen houden met de beschikbare netcapaciteit bij investeringen of uitbreidingsplannen en afspraken te maken met netbeheerders over flexibel gebruik van hun aansluiting. Voor medeoverheden is inzicht in de benutting van het net en de kansen en behoefte aan flexibiliteit van belang om netbeheerders beter te kunnen ondersteunen. Ook helpt beter inzicht om bij ruimtelijke keuzes rekening te kunnen houden met de benodigde flexibiliteitsoplossingen. Dit kan bijvoorbeeld gaan om inzicht in waar en wanneer behoefte is aan flexibiliteit en welke mogelijkheden er zijn om flexibiliteit in een gebied te benutten of te contracteren. Indien voor een betere informatievoorziening en informatie-uitwisseling wettelijke aanpassingen nodig zijn, zal het kabinet die doorvoeren. Netbewuste nieuwbouw Het kabinet werkt ook verder aan wet- en regelgeving waarin nieuw te bouwen huizen en wijken zo ontworpen worden dat ze het elektriciteitsnet slimmer benutten en daardoor minder belasten (netbewuste nieuwbouw). Mijn collega van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft de Kamer hier op 8 juni jl. verder over geïnformeerd.[voetnoot 22] Overige randvoorwaarden Daarnaast is een aantal andere randvoorwaarden onderdeel van het pakket: Het wegnemen van belemmeringen, bijvoorbeeld rondom geluid, bij het plaatsen of contracteren van noodzakelijk tijdelijk regelbaar vermogen, in lijn met de motie Mooiman.[voetnoot 23] Mogelijke juridische aanpassingen om de inzet van gasgestookte installaties op langere termijn te garanderen, indien netcongestie verergerd wordt wanneer een bestaande installatie uit bedrijf gaat en het capaciteitsmechanisme ontoereikend is. Het capaciteitsmechanisme houdt immers geen rekening met locatie, en netcongestie is locatiespecifiek. Met tijdelijk gasgestookte opwek op een specifieke locatie kan netcongestie worden tegengegaan zodat onder andere woningbouw en verduurzaming van bedrijven en instellingen doorgang kan vinden. Ten slotte wil het kabinet wettelijke voorwaarden kunnen stellen om de impact van datacenters op het net zo veel mogelijk te beheersen. Dit is in lijn met de motie Grinwis c.s.[voetnoot 24] over aanscherping van de huidige juridische criteria voor hyperscale datacenters en in samenhang met de uitwerking van een nationale datacenterstrategie. Tijdspad Bovenstaande maatregelen worden de komende tijd verder uitgewerkt. Indien voor de maatregelen wettelijke aanpassingen nodig zijn, zullen we dat regelen. Het kabinet informeert de Kamer voor het eind van dit jaar met een uitgewerkte planning. Het kabinet streeft ernaar de consultatie van een deel van de wettelijke aanpassingen de eerste helft van 2027 te starten, met als doel deze in 2028 in werking te laten treden. Uitwerking van de maatregelen zullen we in samenwerking met de partners binnen het LAN doen. Tot slot Regie pakken op netcongestie is nodig voor het vlottrekken van de economie, het verduurzamen van de industrie en de grootschalige woningbouw. Dit vraagt de komende jaren de volle inzet van kabinet en parlement, netbeheerders, medeoverheden, betrokken marktpartijen, het maatschappelijk middenveld én burgers. Alleen door samen alle mogelijkheden maximaal te benutten, kunnen we wachtrijen terugdringen en netcongestie structureel aanpakken. Het aanpassen van wetgeving om procedures sneller te doorlopen is daarbij essentieel. Het kabinet heeft hierbij elke steen omgekeerd, en blijft open voor suggesties van alle betrokkenen voor toekomstige aanpassingen. Zo werken we toe naar een nieuw energiesysteem waarin de schaarse ruimte op het net eerlijk wordt verdeeld en optimaal benut, en scheppen we de noodzakelijke randvoorwaarden voor het bouwen van woningen, het stimuleren van de economie en het toegroeien naar een duurzaam, weerbaar en robuust energiesysteem. De staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, J. de Bat 'Wie zwijgt, stemt toe': simpele wetswijziging kan netcongestie jaren sneller doorbreken - NVDE - Nederlandse Vereniging Duurzame Energie Versnellingsmaatregelen | Energietransitie.nl Kamerstukken II 2025/26, 29023, nr. 660 Toezegging TZ202605-039, commissiedebat Netcongestie en elektriciteitsnet van 22 april 2026. Deze wijziging is onderdeel van de tweede editie van de Vereenvoudigingswet, deze is sinds 31 augustus in consultatie - Overheid.nl | Consultatie Wet versnelling energie- en CO2-projecten Kamerstukken II 2025/26, 29023, nr. 650 Kamerstukken II 2025/26, 29023, nr. 663 Strct. 2026, 26926. Kamerstukken II 2025/26, 29023, nr. 660 Toezegging TZ202604-132, gedaan tijdens de Energieraad van 5 maart 2026. Kamerstukken II, 2025/26, 29023, nr. 619. Non-paper Versnellen van de energietransitie met tijdelijke, beperkte stikstofdepositie, bijlage bij Kamerstukken II, 2024-25, 21501-33, nr. 1145 Een beoordeling van de (potentiële) effecten van stikstofdeposities in het kader van de Habitatrichtlijn. Voor andere effecten dan stikstof kan een passende beoordeling nog steeds noodzakelijk zijn. Kamerstukken II, 2025-26, 22112, nr. 4260 Sneller meer energie-infrastructuur dankzij Europa? | Netbeheer Nederland Het besluit is in mei in internetconsultatie geweest - Internetconsultatie.nl Deze wijziging is onderdeel van de tweede editie van de Vereenvoudigingswet, deze is sinds 31 augustus in consultatie - Overheid.nl | Consultatie Wet versnelling energie- en CO2-projecten Kamerstukken II 2025/26, 33043, nr. 129 Kamerstukken II, 2025-26, 29023, nr. 640 Kamerstukken II, 2025/26, 29023 nr. 640 Kamerstukken II, 2025/26, 22112, nr. 4366 Kamerstukken II, 2025/26, 32847, nr. 1430 Kamerstukken II 2025/26, 36 800 XXIII, nr. 46
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.