Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
Brontekst
Versie 0cf996400a0e126a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Defensie (X) voor het jaar 2025Nr. 20 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 29 oktober 2024 De vaste commissie voor Defensie, belast met het voorbereidendonderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen inde vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.De vragen zijn op 26 september 2024 voorgelegd aan de Minister vanDefensie. Bij brief van 22 oktober 2024 zijn ze door de Minister vanDefensie beantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De voorzitter van de commissie,KahramanAdjunct-griffier van de commissie,Manten kst-36600-X-20ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 201 Vragen en antwoorden 1Op welke rekenwijze van de NAVO-norm stuurt (of is leidendvoor) het kabinet? De Nederlandse berekening of deNAVO-berekening?Het kabinet hanteert de Nederlandse berekeningswijze voor het bepalenvan het Nederlandse bbp-percentage van de Defence Investment Pledge(DIP).2Committeert het kabinet zich aan de PESCO-norm van 35%gezamenlijk Europese inkoop van defensiematerieel?In 2018 heeft de Raad de PESCO verbintenissen in een aanbevelinguitgewerkt waarin het collectieve streefdoel om 35% gezamenlijkeaanschaf in Europees verband te bereiken is opgenomen. De lidstatenmoeten in het PESCO Nationaal Implementatie Plan precies aangeven hoezij aan dat streefdoel zullen bijdragen. Defensie gaat de komende periodesignificant investeren in defensiematerieel, een aanzienlijk deel van dezeinvesteringen wordt samen met Europese partners gedaan.3Ligt Nederland op koers om het percentage gezamenlijkeaanschaf van defensiematerieel in Europees verband te verbe-teren ten opzichte van het resultaat in 2023 (22%, blz. 19 Standvan Defensie voorjaar 2024)? Zo ja, kan het kabinet dit onder-bouwen? Zo nee, waarom niet?Zoals aan uw Kamer gerapporteerd middels de Stand van Defensie najaar2024 is er halverwege het jaar nog onvoldoende nieuwe informatiebeschikbaar om de voortgang op deze doelstelling te kwantificeren. Via deStand van Defensie wordt uw kamer in het voorjaar van 2025 geïnfor-meerd over het behaalde resultaat over 2024. Deze wordt volgend jaarmet Verantwoordingsdag aan uw Kamer aangeboden.4Waarom staan de middelen «Defensie aanvulling 2%» op deAanvullende Post?Aanvullend op de budgetten die voor Defensie zijn opgenomen in hetHoofdlijnenakkoord, heeft het kabinet besloten om structureel circa700 miljoen euro toe te voegen aan de Defensie-uitgaven. Dit budget isthans gereserveerd op de Aanvullende Post bij het Ministerie vanFinanciën. Conform de Comptabiliteitswet dienen voorstellen enbeleidsvoornemens te worden voorzien van concrete bestedingsplannen(zie artikel 3.1). Defensie werkt momenteel aan deze plannen; pas naafstemming met het Ministerie van Financiën kan dit budget wordenovergeheveld naar de relevante artikelen op de Defensiebegrotingen.Defensie informeert de Kamer tijdig over de uitwerking van deze plannenen de overheveling van de budgetten.5Hoeveel investeert Defensie de komende jaren in het bestrijdenvan het personeelstekort?Defensie investeert de komende jaren structureel € 260 miljoen extra inhet personeel; onder andere in de uitbreiding van het dienjaar. Daarnaastworden de maatregelen uit het programma behouden, binden eninspireren voortgezet om het personeelstekort te bestrijden. Hiervoor iseerder € 109 miljoen structureel gereserveerd. Tot slot investeert Defensieook in het personeel met het recent gesloten arbeidsvoorwaardenakkoord2025–2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 202 6Op welke manieren investeert Defensie in het aanpakken van hetpersoneelstekort?In de Defensienota 2024: Sterk, slim en samen (Kamerstuk 36 295, nr. 1)heeft Defensie plannen gepresenteerd om de juiste en voldoende mensente vinden, te binden, te behouden en het beste in hen naar boven te halen.Dat is nu de grootste uitdaging waar Defensie voor staat. Defensie werktin hoog tempo toe naar een schaalbare krijgsmacht en voeren eendienmodel in dat daarbij past. Deze schaalbare krijgsmacht krijgt vorm ineen organisatie die is ingericht op taakuitvoering door vaste en mobili-sabele organisatiedelen. Hierin werken militairen in actieve dienst,burgerpersoneel, reservisten en dienjaarmilitairen in wisselendesamenstellingen. Defensie verkent de mogelijkheden voor een dienmodeldat ook voorziet in maatregelen met een (gradueel) meer verplichtendkarakter tussen vredestijd en oorlogstijd. Ook breidt Defensie het aantalreservisten uit en gaat Defensie voortaan minder vrijblijvend om metreservisten, door ze in te bedden in de organisatie. Het aantal dienjaarmili-tairen wordt uitgebreid om structureel te beschikken over meer militairen.Defensie richt zich daarnaast nadrukkelijk op specifieke doelgroepen; zowordt meer aandacht besteed aan het werven van vrouwen – en anderegroepen die nu onbedoeld onvoldoende worden bereikt.7Kunnen de personeelstekorten per organisatiedeel van Defensieworden uitgesplitst?Het aantal vacatures per 1 september 2024 is als volgt.DEFENSIEONDERDEELVACATURESCZSK2.275CLAS3.957CLSK1.418KMAR1.637BS311DOSCO1.081COMMIT502Totaal Defensie11.181 8Welke opties voor de invulling van het Dienjaar liggen op tafel?Momenteel wordt primair gewerkt aan de uitbreiding van het Dienjaar. Deuitbreiding van het aantal dienjaarmilitairen vormt onderdeel van het planom op te schalen naar een instroom van circa 9.000 militairen per jaarvanaf 2029, waarvan circa 4.000 dienjaarmilitairen. Voor 2025 is eenuitbreiding voorzien naar 1.000 dienjaarmilitairen. Defensie verwacht in2025 overigens een hoger aantal te kunnen realiseren. In de jaren daarnawordt het aantal dienjaarmilitairen verder opgeschaald.9Hoeveel middelen worden er gereserveerd voor uitbreiding vanhet Dienjaar?Voor de uitbreiding van het dienjaar is € 80 miljoen structureelgereserveerd.10Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 203 Hoeveel F-35-vliegtuigen worden er aangekocht door Defensie?Defensie heeft de Kamer nader geïnformeerd over het voornemen omzes extra jachtvliegtuigen aan te schaffen,. waarvan direct vijf zullenworden aangeschaft met een optie voor een zesde. Voor het zesde toestelwordt de haalbaarheid onderzocht van een onbemenste jachtvliegtuig-capaciteit door maximaal op innovatie en ontwikkeling in te steken metonze partners en industrie.11Worden de F-35-vliegtuigen samen met andere Europese landenaangekocht?De jachtvliegtuigen worden via het Joint Program Office F-35 aangeschaft.De aanschaf vindt plaats in productieseries die vanwege doelmatigheidaltijd met andere landen worden gecombineerd. In beginsel schaftNederland de extra jachtvliegtuigen aan met andere Europese landen,maar na aanschaf is het gebruik en de inzet voorbehouden aan Nederland.Defensie streeft internationale samenwerking met NAVO- en EU partnersaltijd na.12Hoeveel NH90-helikopers worden er aangekocht door Defensie?Defensie koopt additioneel drie NH-90 helikopters.13Worden de NH90-helikopters samen met andere Europese landenaangekocht?Nee. Nederland koopt deze helikopters zelf. Er zijn wel meerdere landendie deze helikopters hebben.14Hoeveel anti-onderzeebootfregatten (ASW) worden er aangekochtdoor Defensie?Zie antwoord bij vraag 15.15Worden de anti-onderzeebootfregatten (ASW) samen met andereEuropese landen aangekocht?Ja, Defensie heeft in juni 2023 contracten getekend voor de aanschaf vantwee Anti Submarine Warfare (ASW-)fregatten, ter vervanging van dehuidige twee M-fregatten. Met de Defensienota 2024 komt daar hetvoornemen voor de aanschaf van nog twee ASW-fregatten bij.Bij de aanschaf van de eerste twee ASW-fregatten werkt Nederland samenmet België dat eveneens twee ASW-fregatten verwerft. Nederland heeftde leiding van de vervanging van de M-fregatten van beide landen, zoalsBelgië de leiding heeft bij de vervanging van de mijnenbestrijdingscapa-citeit van België en Nederland. Ook bij de verwerving van de twee extraASW-fregatten streeft Nederland naar samenwerking met andere landen.Bij het ontwerp van de ASW-fregatten heeft innovatie een belangrijke rolgespeeld. Veel aandacht is besteed aan het zo stil mogelijk laten varen vanhet schip en aan de schokbestendigheid. Composietmaterialen wordentoegepast voor de masten en de bovenbouw van het schip. Dezematerialen zijn sterk maar toch lichter in gewicht. Met de commandovoe-ringssystemen loopt Defensie internationaal voorop. De ASW-fregattenzijn voorbereid op toekomstige ontwikkelingen zoals High Energy Lasers,maar op dit moment is nog niet duidelijk wanneer deze wapensbeschikbaar komen.16Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 204 Is er genoeg defensiepersoneel om de aan te kopen vliegtuigen,helikopters en fregatten te bemensen? Zo nee, hoe groot is hettekort?Defensie regelt de totstandkoming van (nieuwe) capaciteiten integraal. Debehoeftestelling van materieel, de vulling met personeel en bijvoorbeeldde realisatie van nieuw vastgoed worden zorgvuldig gepland. Naarschatting zullen ten gevolge van de Defensienota 2024 op termijncirca 4.000 extra vte’n (circa 3.000 militair en 1.000 burger personeel)nodig zijn om de groei aan capaciteiten, dat gepaard gaat met deinstroom van nieuw materieel, te kunnen realiseren. Het materieel en hethiervoor benodigde personeel stromen geleidelijk en over meerdere jarenin. De instroom van 9.000 militairen per jaar vanaf 2029 is naarverwachting afdoende om de toekomstige krijgsmacht te vullen.17Welke aanbestedingen voor defensiematerieel zullen in samen-werking met andere Europese landen worden gedaan?Zoals aangegeven in de Defensienota 2024, streeft Defensie naarsamenwerking met partners bij de ontwikkeling en aankoop vanmaterieel.Nederland maakt deel uit van meerdere Europese of bredere interna-tionale gebruikersgroepen van specifieke wapensystemen, zoals de F-35en het Boxerpantserwielvoertuig. Andere voorbeelden zijn onder andereverwerving Leopard 2A8 en aanschaf Anti-onderzeebootfregatten.18Op welke manier maakt het kabinet gebruik van EDIRPA enwaaruit blijkt dat?Ongecoördineerde vraag naar defensieproducten is een belangrijkeoorzaak van fragmentatie. Gezamenlijke aanschaf helpt dit tegen te gaan.Een bijkomend voordeel van gecoördineerde of gezamenlijke aanschafvan defensieproducten is dat dit leidt tot grotere orders die minderafhankelijk zijn van de situatie in een individueel land. Dit maakt de vraagvoorspelbaarder en biedt meer zekerheid voor de industrie, wat essentieelis voor het opschalen van de Europese defensie-industrie.EDIRPA stimuleert gezamenlijke aanschaf door lidstaten via subsidies. Dedeadline voor lidstaten om voorstellen in te dienen was 25 juli 2024.Nederland doet mee aan de helft (zes) van de ingediende voorstellen, bijtwee voorstellen is Nederland de lead nation. De Commissie beoordeeltaan de hand van de criteria in de EDIRPA-verordening welke voorstellenworden gegund. De bekendmaking van de gunningen wordt in oktober2024 verwacht en de overeenkomsten (grant agreements) wordenondertekend in het eerste kwartaal van 2025.19Hoeveel geld bespaart het kabinet door in samenwerking metandere Europese landen defensiematerieel aan te schaffen?Als gevolg van schaalvoordelen heeft de gemeenschappelijke inkoop vanmunitie en materiaal een kostendrukkend effect. Er kan niet preciesvastgesteld worden hoeveel geld er in de afgelopen 10 jaar bespaard isdoor gemeenschappelijke inkoop van munitie en materieel, omdat het nietmogelijk is om na te gaan wat de inkoop van Europees aanbestedemunitie en materieel extra gekost zou hebben indien dit nationaal zou zijnaanbesteed.20Op welke manier(en) wordt de intensivering van € 2,4 miljardeuro precies besteed?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 205 De Defensienota 2024: Sterk, slim en samen (Kamerstuk 36 295, nr. 1) isleidend voor de inrichting, samenstelling en de toerusting van dekrijgsmacht en geeft een overzicht van de investeringen die dit kabinet inDefensie doet. Om te versterken investeert het kabinet met de aanvul-lende middelen uit het Hoofdlijnenakkoord 2024 structureel 1,5 miljardeuro in gevechtskracht, structureel 260 miljoen euro extra in hetbehouden en aantrekken van mensen en structureel ruim 300 miljoeneuro in randvoorwaarden zoals vastgoed, ruimte om te oefenen,bedrijfsvoering en beveiliging.21Waarom haalt het kabinet de EDA-norm van 2% voor kennis eninnovatie niet?In de Defensienota 2022 zijn de uitgaven aan onderzoek en technologie-ontwikkeling (Research & Technology (R&T)) en innovatie fors verhoogd.Daarbij is de KPI R&T, die specifiek over deze langere-termijn innovatiegaat, op 1,3% gestabiliseerd. Het groeipad dat in gang is gezet was/isrealistisch, waarbij rekening gehouden wordt met het absorptievermogenvan de Defensieorganisatie en het groeitempo van (nieuwe) kennis-partners. In de Defensienota 2024 is de KPI R&T weer vastgelegd op eenminimum van 1,3% van de Defensiebegroting, wat een additioneletoename in R&T budget betekent. Naast investeringen in de langere-termijn innovatie middels Research & Technology budgetten, nemen debudgetten die bijdragen aan kortere-termijn innovatie en moderniseringook aanzienlijk toe. Deze tellen echter niet mee in de KPI R&T. Het gaatdaarbij om toenemende kort-cyclische innovatie budgetten om o.a. metdual-use technologie te experimenteren, het Security Fund om start-upsen MKB binnen het veiligheidsdomein van financiering te voorzien en deintegratie van kennis- en innovatie in materieelverwervingstrajecten.22Stelt het kabinet zich ten doel om de EDA-norm van 2% voorkennis en innovatie te halen? Zo ja, wanneer? Zo nee, waaromniet?Er zijn forse investeringen gedaan in Research & Technology sinds 2022,het percentage blijft hiermee stabiel op 1,3% van de Defensiebegroting. Eris nog geen groeipad in gang gezet om de 2% te halen. Daarnaast zijn erforse investeringen gedaan in kort-cyclische innovatie en wordt R&T eninnovatie meegenomen in grote materieelprojecten. Zo wordt er in 2024 al€ 100 mln. overgeheveld aan het Security Fund om komende jarenbesteed te worden en zullen de middelen voor kort-cyclische innovatieprojecten, met focus op de 5 NLD gebieden, oplopen tot circa € 100 mln.in 2028. Deze bestedingen tellen niet mee met de EDA KPI R&T omdat indie KPI alleen lang-cyclische innovatie, op laag Technology ReadinessLevel (TRL), meegeteld worden.23Hoeveel investeert Defensie in kennis- en innovatieprojecten insamenwerking met andere Europese landen?Defensie investeert in Nederlandse kennis-en innovatie activiteitenalsmede in kennis- en innovatieactiviteiten in Europees en NAVO verband.Dit gebeurt middels zowel bilaterale, trilaterale en multilaterale samen-werkingen en bijvoorbeeld via het Europees Defensieagentschap (EDA) enhet Europese Defensie Fonds (EDF). Op dit moment wordt er 14 miljoeneuro geïnvesteerd in technologieontwikkelingsprojecten bij het EDA. Naarverwachting wordt in 2025 nog tenminste 3 miljoen euro extra geïnves-teerd. Defensie draagt op dit moment 25 miljoen euro bij aan onderzoeken ontwikkeling in het kader van het EDF. In 2025 starten weer nieuweprojecten in EDA verband, waar Defensie verwacht 18 miljoen euro aan bijte dragen. In NAVO verband draagt Defensie meerjarig € 55 miljoen bijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 206 aan het NATO Innovation Fund (NIF). Nederland is ook nauw betrokken bijhet NAVO initiatief DIANA dat tot doel heeft om sneller tot innovatievedefensiecapaciteiten te komen. Brainport Innovation & Technology forSecurity (BITS) vervult vanaf 2025 de rol van accelerator voor het DIANAprogramma.24Haalt het kabinet de 2% NAVO-norm in 2025?Naar verwachting komt Nederland volgens de NAVO-berekenings-werkwijze planmatig in 2025 uit op 2,08%. Op basis van de raming van deDefensie-uitgaven in de Defensiebegroting (ontwerpbegroting 2025) komtNederland, conform de Nederlandse berekeningswijze, in 2025 uit op1,75% van het bruto binnenlands product (bbp). Vanaf 2026 komen deNederlandse defensie-uitgaven uit boven de 2% bbp, conform deNederlandse berekeningswijze. Voorafgaand aan de Defence MinistersMeeting (DMM) van februari 2025 informeert de NAVO bondgenoten overhet volgende burden sharing rapport, waarbij de NAVO op basis van deDefensiebegroting (ontwerpbegroting 2025) opnieuw het percentage uithet DIP berekent volgens de NAVO-berekeningswijze.25Haalt het kabinet de 2% NAVO-norm in 2025 volgens de Neder-landse berekenmethode?Zie het antwoord op vraag 24.26Zijn er andere Europese landen die een eigen berekenmethodevoor de 2% NAVO-norm hanteren, naast de NAVO-bereken-methode?Het kabinet heeft geen zicht op berekeningen van Europese bondgenoten.27Hoeveel Defensiebudget wordt er (naar verwachting) in samen-werking met de European Defence Agency – en dus met anderelidstaten – besteed?Het EDA faciliteert samenwerking tussen de lidstaten op onder anderecapaciteitsontwikkeling, onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Om deactiviteiten van het EDA te financieren dragen de lidstaten naar rato opbasis van het bruto nationaal inkomen bij aan de EDA begroting. Hettotaalbudget voor het EDA in 2024 was 48 miljoen euro, de Nederlandsebijdrage daaraan was 2,7 miljoen euro.28Welke projecten worden momenteel en aankomend jaar onder-nomen in samenwerking met de European Defence Agency?Nederland neemt deel aan 39 projecten op het gebied van capaciteitsont-wikkeling in EDA-verband. Een voorbeeld hiervan is het door Nederlandgeleide JDEAL (Joint Deployable Exploitation and Analysis Laboratory)project. Binnen JDEAL hebben veertien Europese landen gezamenlijkkennis en een innovatief forensisch onderzoekslaboratorium ontwikkeld.Ook neemt Nederland bij het EDA deel aan 21 projecten op gebied vanonderzoek, ontwikkeling en innovatie. Een voorbeeld is het LEO2VLEO(Low Earth Orbit to Very Low Earth Orbit) project. Nederland en Oostenrijkrichten zich in dit project op de ontwikkeling van twee tot vier satellieten.Het doel is om binnen 2 jaar de satellieten ook daadwerkelijk de ruimte inte kunnen lanceren.29Op welke manier(en) zet Defensie zich in voor samenwerkingbinnen de EU o.a. op het gebied van het ontwikkelen vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 207 gezamenlijke militaire capaciteiten, verbeteren van de interopera-biliteit en het versterken van de Europese defensie-industrie?Nederland is al sinds 2021 zeer actief deelnemer aan het EDF. VoorDefensie geldt dat hiermee defensiebehoeften gedeeltelijk gefinancierdkunnen worden met EU-subsidies. Door het EDF budget en de goedepositionering van Nederlandse entiteiten in Europese consortia kunnencapabilities die Defensie nodig heeft door Europese (waaronder Neder-landse) entiteiten worden ontwikkeld. Ook neemt Nederland deel aanEDIRPA (European Defence Industrial Reinforcement through commonProcurement Act, juli ’22), gericht op het bevorderen van gezamenlijkeaanschaf van munitie, lucht- en raketverdediging en vervanging vanplatformen en legacy systems. Activiteiten vinden zoveel mogelijk inoverleg en coördinatie met de NAVO plaats.De Europese Commissie Mededeling «Europese Defensie IndustrieStrategie» (EDIS) en wetgevende Verordening voor oprichting van hetEuropese Defensie Industrie Programma (EDIP) zijn bedoeld om deEuropese Defensie Technologische en Industriële Basis te versterken. Deonderhandelingen over het EDIP lopen momenteel en Nederland neemtdaar constructief aan deel. EDIP beoogt de Europese defensie-industrie testimuleren inclusief interoperabiliteit, onder andere, met gebruik vanfinanciële prikkels zoals EU cofinanciering, gezamenlijke investeringenmaar ook het verbeteren van leveringszekerheid.Binnen het EDA wordt gewerkt aan ontwikkeling van gezamenlijkemilitaire capaciteiten via implementatie van de Europese CapabilityDevelopment Priorities (CDP) en afstemming via het Coordinated AnnualReview on Defence (CARD). Nederland is daar van meet af aan bijbetrokken en neemt deel aan meerdere Capability Development en R&Tprojecten. Tot slot zit Nederland inmiddels ook in 15 zgn. PESCO(Permanent Structured Cooperation) projecten, waaronder PESCO projectMilitary Mobility.30Op welke manieren stimuleert het kabinet gezamenlijke aanschafvan defensiecapaciteiten met bondgenoten?Bij de verwerving van defensiematerieel sluit Defensie zich zoveelmogelijk aan bij bondgenoten. Ook biedt Defensie haar partners waaropportuun de mogelijkheid om aan te sluiten bij Nederlandse projecten.Daarvoor voert Defensie zowel op nationaal als internationaal niveauoverleg over materieelinvesteringen. Hierbij hanteert Defensie deDefensie Industrie Strategie (DIS)onder meer als uitgangspunt. Opinternationaal niveau voert Defensie in bilateraal en multilateraal verbandgesprekken met partners en bondgenoten over materieel investeringenvia de agentschappen van de NAVO en het EDA van de EU. Zo wordtvroegtijdig bezien in hoeverre de operationele eisen en tijdslijnen kunnenworden geharmoniseerd.31Kan het kabinet een overzicht geven van alle lopende Europeseen internationale initiatieven op het gebied van defensiemate-rieel?Vraagbundeling met partner-landen in de EU en NAVO draagt bij aan degewenste standaardisatie en interoperabiliteit van defensiematerieel. Metde aangenomen NATO Industrial Capacity Expansion Pledge (NICE) op detop in Washington 2024 en de lopende onderhandelingen voor het EDIPbeoogt het kabinet de defensie-industriële capaciteit en productie in hethele bondgenootschap te versnellen en vergroten. De inzet van bestaandeagencies zoals NSPA, NCIA en het EDA, en sterke bilaterale relaties speleneen cruciale rol bij de invulling van de benodigde defensiecapaciteiten enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 208 het harmoniseren van de behoeftestellingen. Vraagbundeling van dePatriot-systemen via NSPA, en de sterke bilaterale relatie met Noorwegenen Litouwen heeft bijgedragen aan gezamenlijke aanschaf door Nederlandvan de Multi-Missie Radar.32Hoe wil het kabinet de doelstelling van 30% vrouwen in hetdefensiepersoneelsbestand realiseren?Defensie doet er alles aan om in 2030, of eerder, een gevulde organisatiete zijn. Het streefcijfer, en de bijbehorende inspanningsverplichting, ommeer vrouwen te werven en ervoor te zorgen dat zij, eenmaal aangesteld,ook blijven, moet hieraan bijdragen. Om dit te realiseren zijn maatregelengenomen gericht op zowel het vergroten van de instroom als hetverbeteren van behoud en het verbeteren van de doorstroom naarleidinggevende functies. Een aantal voorbeelden zijn:•Speciale kennismakingsdagen (Infodag Ladies Only met vertegenwoor-diging vanuit alle krijgsmachtonderdelen) en wervingsdagen (recruit-mentdagen) voor vrouwen.•Nieuwe arbeidsmarktcampagnes als onderdeel van de succesvolleGeneratie-D wervingscampagne om een zo breed mogelijk publiek aante spreken en een divers beeld te schetsen van wat werken bij Defensiebetekent.•Loopbaanontwikkeling en talent(ontwikkel)programma’s om meer zichtte krijgen op leidinggevend talent, om zodoende doorgroei naar de topte faciliteren.•De Middelbare Defensievorming (MDV) en Hogere Defensievorming(HDV) worden inmiddels in modulaire vorm aangeboden. Dit biedtdeelnemers meer flexibiliteit om de opleiding te volgen en deze aan tepassen aan de persoonlijke situatie, of dit beter te kunnen combinerenmet ouderschap.•Om het effect van (on)bewuste vooroordelen in besluitvorming zo veelmogelijk te voorkomen worden objectieve werving- en selectiemetho-den, zoals het opstellen van toegankelijke vacatureteksten, competen-tiegericht werven, en trainingen «selecteren zonder vooroordelen»,ontwikkeld. Deze worden in 2025 en 2026 nader vormgegeven,waaronder in de selectie voor management development en binnenstrategisch talent management.•Vanaf 1 september geeft het Defensie Ondersteuningscommando(Dosco) bij al zijn militaire vacatures aan dat deze zowel in voltijd als indeeltijd zijn te vervullen. Militairen die in deeltijd willen werkenworden nadrukkelijk uitgenodigd om te solliciteren.Zie ook: schriftelijke beantwoording van de vragen van het lid Podt c.s.over vrouwen bij de krijgsmacht van 8 april 2024 (Aanhangsel Hande-lingen II 2023–2024, nr. 1438).33Hoeveel onderbesteding van het defensiebudget is er?Pas na de jaarafsluiting kan het totaal aan gerealiseerde Defensie-uitgavenworden vastgesteld. In de jaarverslagen bij de Defensiebegroting en hetDefensiematerieelbegrotingsfonds over het jaar 2024 zal Defensie ingaanop de gerealiseerde uitgaven ten opzichte van de begrote uitgaven(ontwerpbegrotingen 2024).In de suppletoire begroting september voor 2024 heeft Defensie deraming van de uitgaven op de Defensiebegroting geactualiseerd. Met dezeactualisatie brengt Defensie de ambitieuze groei van de krijgsmacht in lijnmet marktomstandigheden. Deze ambitieuze groei is inmiddels duidelijkzichtbaar in de realisaties van de Defensiebudgetten over de afgelopenjaren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 209 Indien als gevolg van de marktomstandigheden sprake is van vertra-gingen bij de implementatie van de geraamde Defensie-uitgaven, wordtvoorgesteld om deze uitgaven naar de begrotingsjaren over te hevelen,waar deze uitgaven naar verwachting worden gerealiseerd. Zo is op deDefensiebegroting sprake van het verschuiven van de budgetten voorarbeidsvoorwaarden en voor de toelage onregelmatige diensten. Dezekasschuiven zijn toegelicht bij de belangrijkste beleidsmatige mutaties(tabel 1) van de beleidsagenda in de ontwerpbegroting 2025 en op derelevante artikelen van de suppletoire begroting september 2024 van deDefensiebegroting.Ook op het Defensiematerieelbegrotingsfonds is sprake van de vertra-gende marktomstandigheden bij de implementatie van de defensie-uitgaven. Deze vertragingen vinden voornamelijk plaats bij de investe-ringen. In totaal wordt 1,55 miljard euro van 2024 (en 0,5 miljard euro uit2025) verschoven naar latere begrotingsjaren (2027 en verder). Dezevertragingen hangen samen met afzonderlijke investeringsprojecten enzijn toegelicht in de suppletoire begroting september 2024 van hetDefensiematerieelbegrotingsfonds op de afzonderlijke investeringsarti-kelen; zie ook hier de belangrijkste beleidsmatige mutaties (tabel 2) van dematerieelagenda in de ontwerpbegroting 2025.34Hoe verklaart het kabinet de onderbestedingen?Zie het antwoord op vraag 33.35Hoeveel geld besteedt het kabinet aan cybersecurity? Kan hetkabinet de uitgaven aan cybersecurity uitsplitsen? Kan hetkabinet de uitgaven in meerjarenperspectief plaatsen?Met betrekking tot de Defensiebegroting besteedt het kabinet vanuit deintensivering van 2,4 miljard euro vanuit het Hoofdlijnenakkoordstructureel meer aan cyber- en inlichtingencapaciteiten. Een verdereopsplitsing van de extra gelden voor cyber kan vanwege vertrouwelijkheidniet gemaakt worden. De extra middelen komen bovenop de bestaandetaakuitvoering van Defensie in het cyberdomein. De bestaande taakuit-voering is beschreven in de Kamerbrief over het optreden van Defensie inhet cyberdomein d.d. 30 mei 2024 (Kamerstuk 33 321, nr. 10).36Hoeveel geld besteedt het kabinet aan versterking van intelli-gence capaciteiten van Nederland? Kan het kabinet de uitgavenin meerjarenperspectief plaatsen?Met betrekking tot de Defensiebegroting besteedt het kabinet vanuit deintensivering van 2,4 miljard euro vanuit het Hoofdlijnenakkoordstructureel meer aan inlichtingen- en cybercapaciteiten. Hierbij moetopgemerkt worden dat de inlichtingencapaciteiten breder zijn dan alleendie van Defensie. Een verdere opsplitsing van de extra gelden voorinlichtingen capaciteiten kan vanwege vertrouwelijkheid niet gemaaktworden. De extra middelen komen bovenop de bestaande inlichtingenca-paciteiten van Defensie.37Op welke manieren werkt het kabinet aan het vergroten van deNederlandse productiecapaciteit op het gebied van elektronischeoorlogsvoering? Hoeveel geld investeert het kabinet hierin?Een van de prioritaire kennisgebieden betreft sensortechnologie, zoalsaan uw Kamer gemeld in de Kamerbrief Voortgang UitvoeringsagendaInnovatie & Onderzoek (Kamerstuk 31 125, nr. 130). Er zijn bedrijvenbinnen de NLDTIB die deze technologie kunnen leveren en deze techno-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2010 logie is mede benodigd voor het realiseren van elektronische oorlog-voering capaciteiten en de verdediging daartegen Defensie zet zich in voorhet vergroten van de Nederlandse productiecapaciteit op het gebied vanelektronische oorlogsvoering langs de actielijnen van de ActieagendaProductie- en leveringszekerheid en in lijn met de motie Dassen c.s. overdit onderwerp (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2031).38Op welke manieren werkt het kabinet aan het intensiveren van degezamenlijke inkoop van defensiematerieel via de Defence JointProcurement Task Force van het Europees Defensieagentschap?De Defence Joint Procurement Task Force (DJPTF) bestaat uit de EuropeseCommissie, het Europees Defensie Agentschap (EDA) en de EuropeseDienst voor Extern Optreden (EDEO) enis in 2022 opgericht om met inputvan lidstaten samenwerkingsmogelijkheden voor gezamenlijke aanschafen de productiecapaciteit van de Europese industrie in kaart te brengen.Hieruit is onder andere het EDA munitieproject voortgekomen, dat zichheeft gericht op de gezamenlijk inkoop van 155mm artilleriemunitie.Nederland heeft hierbinnen van alle deelnemende landen de grootsteorder geplaatst.39Werkt het kabinet aan het vormgeven van een betrouwbareindicator voor de gezamenlijke aanschaf en instandhouding van(wapen)systemen en munitie in bilateraal en multilateraalverband?In de Stand van Defensie is een hoofdstuk Europese en internationalesamenwerking opgenomen. Als onderdeel daarvan wordt gerapporteerdover gezamenlijke aanschaf Defensiematerieel in Europees verband. Dit isin lijn met de motie van de leden Dassen en Nordkamp (Kamerstuk36 410 X, nr. 67) inzake het in kaart brengen van de mate waarinNederland voldoet aan de PESCO-doelstelling van 35% gezamenlijkeaanschaf in Europees verband. In de Stand van Defensie van afgelopenVerantwoordingsdag is voor het eerst over deze indicator gerapporteerd.40Op welke manieren zet het kabinet zich in voor het ontwikkelenvan gezamenlijke militaire capaciteiten en verbeteren van deinteroperabiliteit binnen de EU-defensiesamenwerking, enhoeveel geld investeert het kabinet hierin?Zie antwoord bij vraag 29 voor de manieren waarop het kabinet zich inzetvoor het ontwikkelen van gezamenlijke militaire capaciteiten en hetverbeteren van de interoperabiliteit binnen EU-defensiesamenwerking.Hoeveel geld het kabinet precies investeert in het ontwikkelen vangezamenlijke militaire capaciteiten en het verbeteren van de interoperabi-liteit binnen de EU-defensiesamenwerking is niet aan te geven, omdat ditverweven zit in legio verwervingen en andere processen. Wel kijktdefensie actief met het Ministerie van Ecnomische Zaken en Financiënnaar manieren om de nodige financiering te verzorgen voor het opschalenvan de (Europese) defensie-industriële productiecapaciteit. Uw Kamer ishier recent over geïnformeerd in de Kamerbrief «Voorgang structureleversterking Europese productie van munitie en defensiematerieel»(Kamerstuk 36 600-X, nr. 8).41Hoeveel is het kabinet van plan te investeren in het ActieplanProductiezekerheid Onbemenste Systemen (APOS)?Er wordt op twee manieren geïnvesteerd in APOS. Ten eerste reserveertDefensie de komende kabinetsperiode structureel een substantieel bedragvoor een programmavoorstel om het APOS uit te voeren. Centraal staatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2011 daarin de doelstelling om een Nederlands ecosysteem voor onbemenstesystemen te creëren. Vooruitlopend daarop geeft Defensie invulling aande eerste actielijn door een initiële investering van minimaal 54 miljoeneuro om te kunnen voorzien in de meest urgente behoefte van dekrijgsmachtsonderdelen. Ten tweede kijkt Defensie continu naar kansenom onbemenste systemen in Nederland aan te schaffen voor de steun aanOekraïne, daarom is er hiervoor een apart Actieplan Drones opgezet. Deurgentie van de Oekraïense behoefte is hierin leidend.42Vallen de gereserveerde middelen voor extra versterking van degrensbewaking KMar volgens de NAVO-berekenmethode onderhet behalen van de NAVO-norm? Hoe zit dit voor de Nederlandseberekenmethode?Ja, deze middelen worden meegenomen in de berekening van deNAVO-norm. Er is geen verschil in het totaal van de Defensie-uitgaven(het «teller-bedrag») tussen de Nederlandse en de NAVO berekenings-wijze.43Wordt er binnen het APOS opgetrokken met andere Europeselanden? Zo ja, met welke landen en op welke manier?Het APOS heeft als doelstelling om een zelfscheppend ecosysteem vooronbemenste systemen te creëren in Nederland. Dat is primair eennationale doelstelling. Dat laat onverlet dat Nederland volop samenwerktmet internationale partners op het gebied van onbemenste systemen.Binnen de NAVO is interoperabiliteit van onbemenste systemen cruciaalen ook voor de steun aan Oekraïne wordt hecht met enkele partnerssamengewerkt, bijvoorbeeld in de Capability Coalition. Deze samen-werking kan mogelijk, als orders voor Oekraïne ook bij Nederlandseindustrie landen, ook het Nederlandse ecosysteem ten goede komen.44Kunt u uiteenzetten waarom uitkeringen, anders dan op anderedepartementen, zijn ondergebracht op de eigen defensiebe-groting?Deze uitkeringen zijn ondergebracht op de eigen begroting omdatDefensie specifieke eigen bovenwettelijke uitkeringen voor het personeelheeft zoals het Militair Invaliditeitspensioen en het Bijzonder MilitairNabestaandenpensioen. Ook de uitkering op grond van de UitkeringswetGewezen Militairen is bij de uitkeringen op de eigen defensiebegrotingondergebracht.45Welke doelen stelt Defensie zichzelf per jaar in het uitbreiden vanzijn personeelsbestand en opleidingscapaciteit?Defensie heeft de ambitie gesteld om in 2030 een gevulde organisatie tezijn, die schaalbaar kan meebewegen met de toenemende dreiging in dewereld. Hierbij streeft Defensie naar meer reservisten die als volwaardigmilitair deel uitmaken van vaste en schaalbare eenheden. Defensie heeftde ambitie om in 2030 over circa 20.000 reservisten te beschikken. Hetstreven is om de opleidingscapaciteit mee te laten groeien met de groeivan de organisatie. De streefcijfers qua vulling van de organisatie zijn alsvolgt.Vulling per 1-1(exclusief DN 2024)202520262027202820292030Beroepsmilitairen42.58044.54446.31448.04449.74451.444Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2012 Vulling per 1-1(exclusief DN 2024)202520262027202820292030Burgers22.48922.15322.44122.43422.41622.393 46Hoeveel militaire steun ontvangt Oekraïne van Nederland in2025? Hoe verhoudt deze steun zich procentueel tot militairesteun in eerdere jaren?In 2025 is € 2,3 miljard begroot voor de steun aan Oekraïne. Gemeten inkasuitgaven is geraamd dat Oekraïne in 2024 223% meer militaire steunontvangt dan in 2023. Voor 2025 is geraamd dat Oekraïne 83% meer steunontvangt dan in 2023.47Zou u per krijgsmachtonderdeel kunnen specificeren van welkeexterne inhuur sprake is op de voorgenomen begrotingen van deKoninklijke Luchtmacht, de Koninklijke Marechaussee en deKoninklijke Landmacht, waar toenames van het budget voorexterne inhuur genoteerd staan?In de begroting is een aparte post opgenomen onder de post personeleuitgaven genaamd externe inhuur. Inhuur wordt ingezet om het gemis aanvast personeel als gevolg van de ondervulling te compenseren. Bij eenbeter gevulde organisatie zullen de uitgaven voor inhuur dalen.Bij de Koninklijke Luchtmacht gaat het in de eerste plaats om inhuur vantechnisch en materieellogistiek personeel ten behoeve van het onder-houden en ondersteunen van de hoofdwapensystemen. Naast het inhurenvan technisch en materieellogistiek personeel, wordt specialistischekennis ingehuurd voor verdergaande automatisering en robotisering(RPA), met als doel de interne processen te optimaliseren en informatiege-stuurde bedrijfsvoering te bewerkstelligen. Tot slot wordt militaireinstructiecapaciteit ingehuurd om meer militairen te kunnen voorzien vaneen militaire (basis)opleiding.De toename van het inhuurbudget bij de Koninklijke Marechaussee zietvoornamelijk op IV- en IT-functionaliteiten. De organisatie groeit en doorgebruik van inhuur kan, vooruitlopend op het doorlopen van de reorgani-satieprocessen, tijdig over capaciteit worden beschikt.Bij de Koninklijke Landmacht heeft de toename te maken met de inhuurvan militaire instructiecapaciteit om uiteindelijk meer militairen te kunnenvoorzien van een militaire basisopleiding, onder andere voor het dienjaar.48Welke wapensystemen van Israëlische makelij (inclusief Israë-lische deelname in joint ventures) zijn momenteel in gebruikbinnen de Nederlandse krijgsmacht?Defensie wil het best mogelijke materieel, dat tijdig beschikbaar is, binnende beschikbare middelen voor onze militairen. In sommige gevallen komthet beste materieel uit Israël, een belangrijke leverancier van hoogtechno-logische producten. Deze systemen leveren een grote bijdrage aan deveiligheid van onze militairen en de modernisering van de krijgsmacht. Zoheeft Defensie onder andere moderne Israëlische antitankwapens,counter-dronesystemen, PULS raketartilleriesystemen, en zelfbescher-mingsapparatuur voor diverse vliegtuigen in gebruik. Belangrijkecomponenten van het Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS)voor militairen die te voet het gevecht aangaan, zijn afkomstig uit Israël.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2013 Defensie doet zaken met Israëlische bedrijven op verschillende manieren.Het kan rechtstreeks of via de Israëlische overheid, maar ook doortussenkomst van materieelagentschappen als NATO Support andProcurement Agency (NSPA) of Organisation Conjointe de Coopération enmatière d’ARmement (OCCAR), of als een Israëlisch bedrijf betrokken is bijeen joint venture, of als een Israëlisch bedrijf onderaannemer is van eenproject dat in uitvoering is genomen door een Nederlands of buitenlandsbedrijf. Een voorbeeld van een joint venture is de levering van helmenvoor F-35 vliegers (Helmet Mounted Display) door een joint venture vaneen Israëlisch en een Amerikaans bedrijf. Een voorbeeld van een projectwaaraan een Israëlisch bedrijf als onderaannemer een bijdrage levert, isde modernisering van het CV-90 Infanterie Gevechtsvoertuig.49Hoeveel vacatures staan er momenteel open bij de KoninklijkeMarechaussee?Per 1 september 2024 heeft de marechaussee 1.637 vacatures.50Hoeveel vacatures voor militair personeel staan er momenteelDefensiebreed open?Zie het antwoord op vraag 7.51Hoeveel vacatures voor militair personeel zullen er Defensiebreeddoor deze begroting bij komen?Naar schatting zullen ten gevolge van de Defensienota 2024 op termijncirca 3.000 extra militaire vte’en nodig zijn. Het betekent niet dat eenbehoefte aan extra militairen automatisch leidt tot extra vacatures.Defensie streeft naar een instroom van 9.000 militairen per jaar vanaf2029.52Hoeveel civiele schietinstructeurs heeft Defensie in dienst?Defensie heeft circa 20 civiele schietinstructeurs in dienst. Defensie heefttevens een raamovereenkomst met een externe marktpartij voor inhuurvan schietinstructiecapaciteit met een looptijd van vier jaar ter waarde vancirca 12 miljoen euro.53Hoeveel militaire schietinstructeurs heeft Defensie in dienst?Alle onderofficieren van de Koninklijke Landmacht worden conform hetkwalificatieprofiel onderofficieren gekwalificeerd als schietinstructeur envervullen als neventaak de functie van schietinstructeur. Circa 200 onder-officieren zijn voltijd aan het werk als schietinstructeur.54Op welke termijn zou Defensie weer bereid zijn de eerstehoofdtaak volledig uit te kunnen voeren volgens de gepresen-teerde plannen?Defensie is te allen tijden bereid om de eerste hoofdtaak uit te voeren endaarvoor is een sterke krijgsmacht noodzakelijk. De eerste hoofdtaakbetreft de bescherming van het eigen grondgebied en dat van bondge-noten. Wat dat in praktijk behelst en wat daarvoor nodig is, hangt af vande veiligheidssituatie. De veiligheidssituatie is veranderlijk en wordtmomenteel steeds complexer en onvoorspelbaarder. Collectieveverdediging is een kerntaak van de NAVO. Bij een gewapende aanval kaneen bondgenoot art. 5 van het Verdrag van Washington inroepen. Daaromwordt in NAVO-verband nauw samengewerkt aan operationele plannenen capaciteitendoelstellingen om het verdragsgebied van het bondge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2014 nootschap te beschermen en te kunnen verdedigen. De gezamenlijkeinspanningen zijn erop gericht om tegenstanders af te schrikken en zoaanvallen te voorkomen.Defensie zet zich in om de eerste hoofdtaak zo volledig mogelijk uit tekunnen voeren. De plannen in de Defensienota 2024 dragen bij aanversterking van de krijgsmacht om alle taken, en in het bijzonder de eerstehoofdtaak, uit te kunnen voeren. Bij de verwezenlijking van deze plannenis Defensie afhankelijk van verschillende factoren, zoals de beschik-baarheid van personeel, de capaciteit van de defensie- en technologischeindustrie en de samenwerking met partners. Vanwege de diverse factorendie van invloed zijn op de uitvoering van hoofdtaak 1, is het niet mogelijkom aan te geven op welke termijn Defensie hier volledig invulling aan kangeven.55Hoe gaat Defensie ervoor zorgen dat de personele vulling van dekrijgsmacht zo spoedig mogelijk wordt bereikt?Zie het antwoord op vraag 6.56Welke belemmeringen zijn er in de verschillende organisatiedelenvan Defensie wat betreft de personele groei van de organisatie?Het saldo van in- en uitstroom was in de eerste helft van 2024 positief: deinstroom van beroepsmilitairen is gestegen en de uitstroom gedaald.Hoewel dit een positieve ontwikkeling is, zijn er in de defensieorganisatiebelemmeringen van verschillende aard; Defensie werkt eraan om deze opte lossen. Zo valt nog steeds een groot deel van de kandidaten af tijdensde selectie en keuring. Er vinden daarom doorlopend verbeteringen plaatsin het proces van keuren en selecteren. Daarnaast stelt Defensie hogeeisen aan kandidaten op het gebied van fysieke ontwikkeling, mentaalincasseringsvermogen en cognitief leervermogen. Door gerichter teselecteren, en zodoende vooral de meer kansrijke kandidaten in hetproces op te nemen, met als doel de conversie te vergroten. Een anderebelangrijke belemmering betreft de beschikbaarheid van opleidings-plaatsen. Defensie neemt verschillende maatregelen om het aantalopleidingsplaatsen uit te breiden. Dat kost tijd, ook omdat de uitbreidingverbonden is met het aantal onderofficieren-instructeur dat kan wordeningezet. Er wordt daarom uitdrukkelijk ingezet op civiele uitbesteding waarmogelijk en inhuur van civiele instructeurs om het aantal opleidings-plaatsen uit te breiden. De animo om reservist te worden neemt toe.Sommige ontwikkelingen op het gebied van reservisten, zowel in debedrijfsvoering als ten aanzien van de rechtspositie, gaan nog niet snelgenoeg. Defensie maakt het aantrekkelijker en makkelijker om reservist teworden, zijn en blijven, in goede samenwerking met marktpartijen envertegenwoordigers van werknemers en werkgevers.Een belangrijke externe oorzaak die de personele groei binnen deverschillende organisatiedelen belemmert, is de krapte op de arbeids-markt. In het bijzonder geldt dit voor de moeilijk te werven categorieënpersoneel (cyber, ICT, medisch, technisch). Hoewel de werving in 2024goede resultaten boekt, blijft er schaarste in bepaalde categorieën op dearbeidsmarkt.57In hoeverre hebben onze NAVO-bondgenoten ook te maken metuitdagingen op het vlak van personele vulling? Kunt u eenoverzicht geven van welke maatregelen zij nemen en deverwachte effectiviteit van deze maatregelen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2015 Iedere NAVO-bondgenoot heeft uitdagingen op het gebied van personeel.Die komen voort uit zowel krijgsmachtontwikkeling als maatschappelijkeontwikkelingen en zijn bij alle partners onlosmakelijk verbonden met wet-en regelgeving, infrastructuur, uitrusting en opleidingsbeperkingen. Bijnaalle NAVO-landen moderniseren hun personeelsbeleid en intensiverenhun reservistencapaciteit. Sommige landen met een actieve dienstplichtscherpen die aan, verlengen de lengte van de opkomstperiode of van deperiode waarin een militair na actieve dienst als reservist beschikbaarmoet blijven. Landen met een «volunteer force» nemen maatregelen dieaansluiten bij de veranderende arbeidsmarkt en de groei van hunkrijgsmachten en innoveren. In bijna alle NAVO-landen worden wet- enregelgeving aangepast, maar het accent ligt nergens hetzelfde. Resultatenzijn ook voor partnerlanden niet voorspelbaar, want afhankelijk van velevariabelen die niet door defensie alleen kunnen worden geborgd.58Kunt u een overzicht geven van het percentage vrouwen perorganisatiedeel van Defensie?Per 1 september 2024 staat het percentage vrouwen bij Defensie op18,8%. Bij beroepsmilitairen gaat het om 12,5%, bij reservisten om 15,9%en bij burgers om 30,8%. Uitgesplitst per defensieonderdeel zien depercentages er als volgt uit:DefensieonderdeelTotaalBeroepsmilitairenReservistenBurgersCZSK15,4%13,0%18,4%19,6%CLAS11,3%8,6%11,9%22,5%CLSK15,9%12,4%19,4%32,5%KMAR21,8%18,0%30,0%48,9%BS31,8%15,3%8,7%40,0%DOSCO34,5%22,3%45,1%38,5%COMMIT21,8%5,6%5,3%24,1% 59Onder welk artikel valt de militaire steun aan Oekraïne?De militaire steun wordt grotendeels begroot onder artikel 1 Inzet van deDefensiebegroting. De begrote uitgaven zijn voor commercieel aange-schaft materieel en bijdragen aan fondsen die militair materieelaanschaffen. Daarnaast is en wordt ook materieel uit eigen voorraadgeleverd, deze vorm van steun uit zich financieel op het Defensiemateri-eelbegrotingsfonds.60Wat verklaart het feit dat het geraamde budget voor militairesteun aan Oekraïne van € 2,3 miljard in de memorie vantoelichting (MvT) hoger is dan de uitgaven onder beleidsartikel 1Inzet (BIV) in 2025?De 2,3 miljard euro betreft de optelling van de bedragen in de Defensiebe-groting én het Defensiematerieelbegrotingsfonds en is daarom hoger danhet begrote bedrag op artikel 1 Inzet van de Defensiebegroting. Debegrote uitgaven voor Oekraïne betreffen een generaal dossier en gaanniet ten koste van uitgaven voor de Nederlandse krijgsmacht.61Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2016 Wanneer voldoet de Nederlandse defensie aan het NATO ForceModel?Nederland heeft zich gecommitteerd aan het NAVO New Force Model. Ditmodel treedt per 01-01-2025 in werking. Alle Nederlandse defensieonder-delen hebben hiervoor eenheden aangeboden conform de NAVO ForceSourcing structuur. Hierbij zijn eenheden in verschillende gereedheidniveaus ingedeeld als onderdeel van de NAVO-plannen en zijn geïnte-greerd binnen grotere verbanden. Zo heeft CZSK een nauwe samen-werking met het VK en heeft het samen met het CLSK een samenwer-kingsverband met Noorwegen. Hierbij ligt de focus meer op het noorden.Het CLAS is binnen het NFM geïntegreerd met de Duitse eenheden,waarbij de focus meer op het oosten zal komen te liggen. De ondersteu-nende onderdelen van Defensie (DOSCO en COMMIT) worden toegerustom de Nederlandse eenheden inzetbaar te krijgen en te houden. Ookworden internationale eenheden ondersteund bij een eventueel transportdoor Nederland. Nieuwe capaciteiten en capaciteiten die in een groteonderhoudssystematiek zitten, zijn niet direct inzetbaar op 1 januari. Dezecapaciteiten worden in overeenstemming met de NAVO op een latertijdstip gereed gesteld en aangeboden. Diverse investeringen uit deDefensienota dragen direct danwel indirect bij aan het gereed kunnenstellen van de aangeboden capaciteiten.62Hoeveel geven andere Europese landen uit aan Defensie in 2025?De veranderende veiligheidssituatie in de wereld heeft bij veel omlig-gende landen geleid tot extra investeringen in Defensie. De meesteEuropese NAVO-bondgenoten hebben hun defensie-uitgaven deafgelopen periode dan ook aanzienlijk verhoogd. Voor een volledigoverzicht van defensie-uitgaven van NAVO-bondgenoten voor 2024 zieNATO – News: Defence Expenditure of NATO Countries (2014–2024),17-Jun.-2024. Over de investeringen in 2025 is nog geen totaalbeeld weerte geven.63Aan welke eisen van de NAVO voldoet Nederland nog niet quamaterieel, personeel etc.?De NAVO maakt met de Defence Planning Capability Review (DPCR)tweejaarlijks een analyse van de staat van de krijgsmachten van allebondgenoten. Hierbij kijkt NAVO in hoeverre de bondgenoten voldoendebijdragen (cash, capabilities en contributions) aan de kerntaken van deNAVO. In de meest recente rapportage van 10 juni 2024 neemt de NAVOeen duidelijk opwaartse trend waar in het naleven van de afspraken en inhet bijzonder in de investeringen die zijn gedaan, zowel op het gebied vancash als capabilities. Desondanks blijven er zorgen over verschillendekwalitatieve en kwantitatieve tekortkomingen, vooral inzake de door deNAVO geduide prioriteitsdoelstellingen, en over de personele vulling vande Nederlandse krijgsmacht in het algemeen. Het kabinet heeft uw Kamerop 5 augustus jl. geïnformeerd over de uitkomsten van de DPCR(Kamerstuk 28 676, nr. 464). In de Technische Briefing van 25 september jl.is de VCD hier eveneens uitgebreider over gebrieft. Met de Defensienota2024 zet Defensie verdere stappen naar invulling van capaciteitsdoelstel-lingen die NAVO heeft benoemd.64Hoeveel militaire oefeningen worden door Defensie gedaan opjaarbasis en is dit voldoende?Er is geen volledig overzicht van hoeveel militaire oefeningen wordenuitgevoerd op jaarbasis. Elk niveau plant eigen oefeningen. Op defensie-niveau is er een Joint oefenkalender. Elk operationeel commando voert totop het laagste niveau eigen oefeningen uit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2017 65Hoeveel geeft de overheid uit aan campagnes voor draagvlak enpersoneel voor Defensie? Is dit vergelijkbaar met andereNAVO-landen?In 2024 geeft Defensie circa 26 miljoen euro uit aan arbeidsmarktcam-pagnes inclusief onderhoud en doorontwikkeling van de websitewww.werkenbijdefensie.nl. Het is onbekend of dit vergelijkbaar is metandere NAVO-bondgenoten.66Hoeveel en wat voor soort munitie wordt er geproduceerd inNederland? Is dit gestegen in vergelijking met afgelopen jaren?Nederland heeft sinds 2003 geen nationale munitieproducerende industriemeer. Dit geldt zowel voor Battle Decisive Munitions (BDM), als voornon-BDM. Wel levert de Nederlandse industrie een bijdrage aan demunitiecomponentenproductie in de leveringsketen van hoogtechnolo-gische munitie. Een voorbeeld hiervan is het werkaandeel in de produc-tielijn van de maritieme ESSM Block 2 raketten.1 In de Defensienota 2024is uw Kamer geïnformeerd over de concrete plannen die wij hebben omsamen verder te bouwen aan een sterke en slimme krijgsmacht. Dezeplannen bouwen voort op stappen die Defensie al heeft gezet, onderandere op het gebied van het versterken van de productie- en leveringsze-kerheid van munitie en defensiematerieel. Defensie kijkt actief naar demogelijkheden om de positie van de Nederlandse industrie in de ketenvan munitieproductie te versterken. Concrete stappen die Defensie heeftgezet om dit te ondersteunen zijn bijvoorbeeld het bieden van meerjarenperspectief voor de industrie door het plaatsen van langjarige order bijmunitiefabrikanten en het verbeteren van het financieringsklimaat voor dedual-use en defensie- industrie. Daarnaast verkent Defensie de mogelijk-heden om de Nederlandse positie in de (kwetsbare) keten van munitiepro-ductie te versterken. Door bijvoorbeeld samen te werken met de chemie-sector voor de substitutie of productie van kritieke grondstoffen voormunitie kan Nederland hier mogelijk een belangrijke toegevoegde waardeleveren.67Hoeveel munitie wordt er geproduceerd door de Europese landenin vergelijking met de VS?Defensie deelt geen gegevens omtrent hoeveelheden munitie die wordengeproduceerd in Europese landen noch in de VS. De Europese Commissieheeft een analyse gedaan van de munitiefabrieken in de Europese Uniemaar, mede op verzoek van die bedrijven, gaat het om vertrouwelijkeinformatie.68Op welke manier is de ruimte voor de defensie-industrie vergrootafgelopen jaren?Op dit moment lopen er geen initiatieven vanuit Defensie om de fysiekeruimte voor de defensie-industrie te vergroten. Bedrijven zijn wel zelfbezig met bevoegd gezag rondom vergunningen en bestemmings-plannen.Daarnaast is er door defensie het Actieprogramma Productie- enLeveringszekerheid gepubliceerd in de Kamerbrief Actieagenda productie-en leveringszekerheid munitie en defensiematerieel (Kamerstuk 36 410,nr. 93) en de Kamerbrief voortgang structureel verhogen Europeseproductie munitie en defensiematerieel (Kamerstuk 36 600-X, nr. 8). Hierinzet defensie het plan uiteen hoe samen met partners de Nederlandse enEuropese defensie-industrie wordt opgeschaald.1Kamerstuk 27 830, nr. 248 van 11 juni 2018 – Vragen en antwoorden over ESSM Block 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2018 69Welke samenwerkingen zijn aangegaan met buurlanden om dedefensie-industrie te vergroten?Een sterke bondgenootschappelijke defensie-industrie binnen de NAVOdraagt bij aan een geloofwaardige afschrikking. Binnen het bondgenoot-schap is samenwerking met de defensie-industrie nodig om ervoor tezorgen dat de operaties langer kunnen worden volgehouden. Hetonderwerp staat daarom nadrukkelijk en veelvuldig op de agenda van degesprekken die Defensie heeft met haar NAVO-bondgenoten. Defensieomarmt tevens de Europese programma’s, zoals het Europees DefensieFonds (EDF) en het Europees Defensie Industrie Programma (EDIP), diebijdragen aan het versterken van de Europese defensie-industrie. Dooreffectiever samen te werken binnen de Europese Unie en fragmentatietegen te gaan, wordt er efficiënter gebruik gemaakt van de beschikbareproductiekracht binnen de EU. Door vraagbundeling met partnerlanden inde EU en NAVO zorgen Nederland voor meer lange-termijn orders. Desamenwerking met Noorwegen en Litouwen voor de aanschaf van deMulti-Missie Radar van Thales, en het aansluiten bij de contracten vanBelgië en Tsjechië voor de levering van 155mm-munitie voor Oekraïne zijnhier voorbeelden van.70Kunt u aangeven wat in 2025 de kosten zijn van en hoeveelpersoneel zich bezighoudt met de ontwikkeling, uitvoering enmonitoring van het door Defensie gevoerde D&I beleid?Zie antwoord op vraag 71.71Kunt u de kosten die het D&I-beleid binnen Defensie aangaannader specificeren?Bij Defensie draagt iedereen, in het bijzonder leidinggevenden, eenverantwoordelijkheid in het realiseren van een organisatie waar iedereenzich thuis voelt en men elkaar met respect behandelt. Daarnaast isinclusief werkgeverschap noodzakelijk voor de vulling van de organisatie(instroom en behoud).Voor het D&I-beleid bij Defensie is jaarlijks structureel 1,5 miljoen euroaan budget beschikbaar gesteld bij de Defensienota 2022 voor tien vte’nom D&I-beleid te ontwikkelen en uit te voeren. Daarnaast is er tot en met2027 1,2 miljoen euro per jaar gereserveerd voor Defensiebrede arbeids-marktcampagnes waarin D&I nadrukkelijk de aandacht krijgen. Tot slot iser tot en met 2026 in totaal 2,3 miljoen euro gereserveerd voor bottom-upinitiatieven en externe inhuur om sneller voortgang te kunnen boeken inde uitvoering van het beleid gericht op diversiteit en inclusiviteit. Denkhierbij aan het versterken van activiteiten gericht op instroom encampagnes in het kader van bewustwording (behoud), ondersteuning bijDefensiebrede evenementen en bijeenkomsten en het leveren vanexpertise op het gebied van de aanpak van racisme, discriminatie enuitsluiting.Daarnaast hebben sommige Defensieonderdelen nog andere functies dieraken aan D&I, bijvoorbeeld op projectmatige basis of op een specifiekdeelgebied zoals autisme.72Kunt u de huidige verhouding in aantallen beschrijven tussenopperofficieren, hoofd- en subalterne officieren, onderofficieren,korporaals en manschappen en aangeven of deze van hetgemiddelde in andere Westerse landen afwijkt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2019 De verdeling in ranggroepen voor beroepsmilitairen is als volgt in VTE’n.Defensie heeft geen inzicht in de verdeling bij andere westerse landen.VTE per 1-7-2024Manschappen + korporaals13.208Onderofficieren (+ korporaals KM)18.192Hoofd- en subalterne officieren10.505Opperofficieren122Totaal42.027 73Kan er per NAVO-land aangegeven worden wat zij sinds deRussische invasie in Oekraïne van 2022 in totaal militair hebbenuitgegeven en bijgedragen aan de Oekraïne? Hoeveel bedraagt ditvoor Nederland?In verband met de operationele veiligheid is het is niet mogelijk om desteun aan Oekraïne per NAVO-land aan te geven. Ook zijn veel landen niettransparant over de militaire steun die ze aan Oekraïne geven. De meestbekende bron voor de vergelijking van geleverde steun tussen landen isde Ukraine Support Tracker van het Kiel Institute for the World Economy.Nederland heeft sinds februari 2022 ruim 10 miljard euro gealloceerd voorde militaire steun voor Oekraïne. Via de vertrouwelijke bijlage van deleveringenbrief wordt uw kamer periodiek geïnformeerd over de tot hedengeleverde steun.74Kunt u verklaren waarom in de begroting voor 2025 € 2,3 miljardis geraamd voor steun aan Oekraïne, wat € 1,2 miljard minder isdan het afgelopen jaar, terwijl op pagina 8 van dezelfde begrotingstaat dat «we Oekraïne onverminderd blijven steunen»?De begroting volgt de huidige planvorming voor de steun aan Oekraïnemet militair materieel. Het commercieel aan te schaffen materieel verlooptvia de krappe defensiemarkt, waar de beschikbaarheid van materieel kanvariëren. Het kas- en verplichtingenritme kan daardoor ook van jaar totjaar ook variëren.75Kunt u inzichtelijk maken hoe de NAVO-berekeningswijze van deNAVO-norm van ten minste 2% BBP ten uitvoer wordt gelegd?De NAVO Defence Investment Pledge (DIP) is een politieke afspraak overde bijdrage van de bondgenoten aan de drie kerntaken van de NAVO. Depledge omvat drie elementen: de defensie-uitgaven, militaire capaciteitenen militaire contributies. NAVO berekent de financiële component uit deDIP door het totaal van toerekenbare defensie-uitgaven uit te drukken ineen percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Deze berekeningmaakt de omvang van de defensie-uitgaven vergelijkbaar tussenbondgenoten.De toerekenbare defensie-uitgaven zijn gedefinieerd in een richtlijn van deNAVO. Voor Nederland zijn dit de uitgaven op de Defensiebegrotingen eneen beperkt aantal toerekenbare uitgaven op andere departementalebegrotingen – zoals bijdragen aan onderzoeksinstellingen ten behoevevan de Nederlandse defensie-industrie. Voor het bbp wordt de meestrecente raming van het Centraal Planbureau gehanteerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2020 In de lopende Defensiebegroting presenteert het kabinet het percentageconform de Nederlandse berekening, maar ook het indicatieve, verwachtepercentage conform de NAVO-berekening. De percentages conform deNAVO berekeningswijze in de Defensiebegroting zijn niet berekend doorde NAVO. Alleen de NAVO is uiteindelijk verantwoordelijk voor deberekening van het definitieve percentage conform de NAVO-berekeningswijze en de weergave hiervan in de burden sharing rapporten,waarvan de eerstvolgende voorafgaand aan de DMM van februari 2025aan bondgenoten wordt gepresenteerd.Beide berekeningen hanteren het beginsel defensie-uitgaven gedeelddoor het bbp. Beide berekeningen zijn gebaseerd op dezelfde benoemderichtlijn, maar wijken af op twee punten. Zo presenteert het kabinet deberekening in euro en in prijzen van de lopende begroting. Daarmee sluitde Nederlandse berekening aan op de raming van de Defensie-uitgaven inde lopende begroting. Omwille van de onderlinge vergelijkbaarheidtussen bondgenoten presenteert de NAVO de defensie-uitgaven in dollaren in een specifiek prijspeil (thans 2015; de NAVO gaat binnenkort overnaar 2020). De NAVO hanteert voor Nederland een specifiek prijspeil.Voorts gebruikt het kabinet de raming van het Centraal Planbureau (CPB)voor het Nederlandse bbp. Daarmee sluit de DIP in de Nederlandseberekeningswijze aan bij macro-economische uitgangspunten van hetCPB, die als uitgangspunt worden gehanteerd voor de overheidsfinanciën.De NAVO gebruikt de raming van de Organisatie voor EconomischeSamenwerking en Ontwikkeling (OESO) voor het bbp van de bondge-noten. Voor de onderlinge vergelijkbaarheid drukt de NAVO ook dezeraming uit in dollar en een specifiek prijspeil.76Kunt u inzichtelijk maken hoe de Nederlandse berekeningswijzevan de NAVO-norm van ten minste 2% BBP ten uitvoer wordtgelegd?Zie het antwoord op vraag 75.77In hoeverre kan het beschikbare budget voor Defensie wordenweggezet, gezien de belemmeringen op het gebied van krapte opde defensiemarkten en beschikbaarheid van voldoendepersoneel?Zie het antwoord op vraag 33.78Wat kan er worden gedaan om de belemmeringen door de krapteop de defensiemarkt en het tekort aan voldoende personeel wegte nemen?Zie het antwoord op vraag 6.79Wat verklaart het verschil tussen het in de memorie vantoelichting (MvT) voor 2024 bestemde budget van € 3,5 miljardvoor militaire steun aan Oekraïne en de € 3,194 miljard aanuitgaven die in het uitgavenoverzicht Oekraïne bij de miljoe-nennota staan?Het uitgavenoverzicht van de miljoenennota toont de netto uitgaven, datbetekent dat de uitgaven en inkomsten gesaldeerd worden. De memorievan toelichting toont de bruto uitgaven, oftewel puur de uitgaven.80Wat verklaart het verschil tussen het in de memorie vantoelichting (MvT) voor 2025 bestemde budget van € 2,3 miljardTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2021 voor militaire steun aan Oekraïne en de € 2,256 miljard aanuitgaven die in het uitgavenoverzicht Oekraïne bij de miljoe-nennota staan?Het uitgavenoverzicht van de miljoenennota toont de netto uitgaven, datbetekent dat de uitgaven en inkomsten gesaldeerd worden. De memorievan toelichting toont de bruto uitgaven, oftewel puur de uitgaven.81Wat is het verschil tussen de Nederlandse NAVO-norm en deNAVO-norm die de NAVO hanteert?Zie het antwoord op vraag 75.82Wat doet Nederland concreet om landen die de NAVO-norm nogniet halen te stimuleren dit wel te doen?Nederland blijft in NAVO-verband benadrukken dat voldoende finan-ciering van alle bondgenoten noodzakelijk is om de capaciteitsdoelstel-lingen van de NAVO te realiseren. Bij de recente NAVO-top in Washingtonheeft Nederland de bondgenoten die de 2% nog niet halen, opgeroepenom hier zonder verdere vertraging naartoe te groeien.83Welke bondgenoten voldoen op dit moment nog niet aan deinvesteringsquote van de NAVO? Op welke investeringspercen-tages zitten zij, en wat doet de NAVO en wat doet Nederland omdeze landen te stimuleren dit te gaan doen?Volgens het meest recente burden sharing rapport dat de NAVO publi-ceerde voorafgaand aan de NAVO-top in Washington van juni 2024,voldoen in 2024 29 bondgenoten aan de afspraak om structureel tenminste 20% van het defensiebudget te investeren in groot materieel. Dezeafspraak is gemaakt tijdens de top in Vilnius in 2023, als onderdeel van deDefence Investment Pledge. Alleen België en Canada voldoen volgens hetmeest recente openbare burden sharing rapport van de NAVO nog nietaan de 20%-afspraak. Deze landen geven in 2024 naar verwachtingrespectievelijk 15,2% en 18,6% van hun defensiebudget uit aan grootmaterieel. Nederland blijft in NAVO-verband benadrukken dat voldoendeinvesteringen van alle bondgenoten in groot materieel noodzakelijk zijnom de krijgsmachten van de NAVO te voorzien van modern, technolo-gisch hoogwaardig en interoperabel materieel.84Hoeveel Nederlandse militairen en civiel personeel nemen in 2025deel aan de verschillende missies binnen het NAVO-grondgebied?Kunt u een overzicht geven?In 2025 neemt Nederland met in totaal 2018 militairen deel aan diversemissies binnen het NAVO-grondgebied. Dit betreft de daadwerkelijke inzetvan grond-, lucht, en vlooteenheden zoals eFP Litouwen, MQ-9 GuardianReaper en SNMG1 maar ook inzetgerelateerde tewerkstelling zoalsINTERFLEX. Er wordt geen civiel personeel ingezet in missies binnen hetNAVO-grondgebied.85Kunt u een overzicht geven van hoeveel geld Nederland in 2024en in 2025 (naar verwachting) per land investeert in bilateraledefensiesamenwerking?Nederland investeert actief in een sterke bilaterale samenwerking metonze partnerlanden om onze veiligheids- en defensiebelangen zo goedmogelijk te waarborgen. Middels bilaterale consultaties, participatie inmulltilaterale fora (NAVO, EU, VN, JEF o.a.) en het actief deelnemen aaninternationale veiligheidsconferenties is Nederland continue op zoek naarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2022 samenwerkingsmogelijkheden op belangrijke onderwerpen, zoals steunaan Oekraïne, gezamenlijke oefeningen, materieelsamenwerking, enmissies en operaties. Bilaterale samenwerking en militaire diplomatie isdaarmee voor alle defensie-onderdelen een belangrijk instrument.86Kunt u ingaan op de huidige capaciteiten van de KoninklijkeMarechaussee met betrekking tot de taak van grenstoezicht enaangeven of deze capaciteiten voldoende zijn?De Koninklijke Marechaussee beschikt momenteel niet over de benodigdecapaciteit om volledig uitvoering te geven aan de maatregelen van hetregeerprogramma. Het kabinet heeft ingestemd met het versterken van degrensbewaking. De KMar zal in de komende jaren hiertoe additionelemiddelen krijgen om het grenstoezicht te versterken met personelecapaciteit en parallel te investeren in technische en innovatieve middelendie het grensproces ondersteunen. Hierdoor kan de KMar beter invullinggeven aan de uitvoering van haar wettelijk opgedragen taken.Het operationaliseren van de investering in het grensproces kost echtertijd. De keuzes over de inzet van de KMar-capaciteit worden samen met debetrokken ministeries en het gezag gemaakt.87Welke verschillende opties ziet u om de Nederlandse samenlevingmeer weerbaar te maken? Kunt u deze mogelijke beleidsrich-tingen beschrijven?Een weerbare samenleving is noodzakelijk om voorbereid te zijn op(toegenomen)dreigingen in de wereld, en deze te kunnen weerstaan. Eenweerbare samenleving helpt bovendien een oorlog te voorkomen. Dit isniet alleen de verantwoordelijk van veiligheidsinstanties zoals Defensie,maar van ons allemaal: de overheid, het bedrijfsleven, de industrie,kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en de burgers.Defensie begint niet vanaf nul. Er zijn al verschillende initiatieven diebijdragen aan het verhogen van de weerbaarheid. De Veiligheidsstrategievoor het Koninkrijk, maar ook NAVO en EU-weerbaarheidsdoelstellingenbieden daarvoor het raamwerk.De NCTV en Defensie coördineren samen de aanpak om de weerbaarheidtegen militaire en hybride dreigingen te verhogen. Alle ministerieshebben daarin een verantwoordelijkheid en rol om bij te dragen aan demaatschappij-brede aanpak om de maatschappelijke weerbaarheid enmilitaire paraatheid te versterken. Onderdeel van dit traject is ookoverheidscommunicatie, zowel om te informeren over dreigingen als ommensen handelingsperspectieven te bieden. De Kamerbrief Weerbaarheidzal de basis vormen van de interdepartementale aanpak om deweerbaarheid te vergroten en geeft een overzicht van de opgaven perdepartement. Deze Kamerbrief zal nog dit jaar aan de Kamer gestuurdworden. Naar verwachting volgt hierop in het eerste kwartaal van 2025een brief die nader zal ingaan op hoe dit gedaan wordt.De kernopdracht van Defensie is en blijft om voldoende gevechtskracht televeren voor geloofwaardige afschrikking, en indien nodig Nederland enhet NAVO-verdragsgebied te verdedigen om onze veiligheid te garan-deren. Defensie brengt met partners in kaart wat Defensie van demaatschappij nodig heeft om in voldoende mate voorbereid te zijn op eenmilitair conflict, in aanvulling op het Landelijk Crisisplan MilitaireDreigingen en het Nationaal Defensieplan Kritieke Infrastructuur. Defensieinvesteert in civiel-militaire samenwerking en een robuust partnerschapmet de samenleving, onder meer voor het vergroten van productie- enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2023 leveringszekerheid, logistieke samenwerking en uitwisseling vanpersoneel.Het kabinet zet in op wetgeving die knelpunten in de aanloop naar envoorbereiding op een conflict kan wegnemen en grootschalige gereed-stelling van de krijgsmacht eenvoudiger en sneller mogelijk maakt(wetsvoorstel voor een Wet op de Inzet en de Gereedstelling). Het gaatdaarbij onder andere om de benodigde juridische ruimte voor oefenen entrainen in de fysieke en informatie omgeving en aanbestedingsregels.88Hoe worden de middelen die worden geïnvesteerd in de Neder-landse defensie- en veiligheid gerelateerde technologischeindustriële basis (NLDTIB) precies besteed?Defensie kijkt voor de gehele investering in de Nederlandse krijgsmachthoe de Nederlandse en Europese industrie zo goed mogelijk kunnenworden betrokken. Bijvoorbeeld in de maritieme industrie zijn recentelijkcontracten gesloten. Vorig jaar tekende Defensie een contract met Damenen Thales Nederland voor de Anti-Submarine Warfare Frigates (ASWFs).Ook is in 2024 een contract gesloten voor het Close-in Weapons System(CIWS) bij Thales Nederland. De exacte omvang van contractwaarde iscommercieel vertrouwelijk. Defensie heeft de inkoopketen uitvoerigdoorgelicht en heeft Defensie het mantra «beste product voor de besteprijs» losgelaten. In plaats daarvan laten zijn tijdige beschikbaarheid enherkomst van een product – bij voorkeur Nederlands of Europees –zwaarder gaan meewegen bij materieelverwerving. Daarnaast heeftdefensie tussen 2024 en 2031 meerjarig middelen vrijgemaakt om actiefen gericht samen te werken met de industrie. Defensie werkt nogmomenteel aan de specifieke uitwerking van deze middelen, waarbij deprioriteiten die zijn gesteld in de Actie-agenda Productie- en Leveringsze-kerheid en de prioritaire technologiegebieden (NLD_Gebieden) centraalstaan. Defensie is hierover veelvuldig in gesprek met de (defensie-)industrie, brancheverenigingen, regionale partners en de Ministeries vanEconomische Zaken en Financiën.89Wat is de omvang en oorzaak van de financieringsproblematiekwaarover gesproken wordt?Uit het rapport van Berenschot2 van begin dit jaar blijkt dat 36% van debedrijven financieringsuitdagingen ervaren; met name vanwege hetuitsluiten van financiering voor defensie-gerelateerde activiteiten. Ditgeldt voor de gevestigde defensie-industrie, maar ook voor start-ups enscale-ups die voor Defensie ontwikkelen en produceren. Het is voor hencomplex om (durf)kapitaal te mobiliseren voor (risicovolle) investeringenin opschalingen zoals aanvullende productielijnen. Daarbij komt datknelpunten in de aanbesteding en complexe inkoopprocedures vanuit deoverheid er toe leiden dat de stap naar daadwerkelijke inkoop doorDefensie van nieuw ontwikkelde producten en orders groot is. Te veelpotentiele innovatieve bedrijven die aan Defensie kunnen leveren, hebbendaardoor moeite de periode zonder orders vanuit Defensie teoverbruggen.90Hoe wordt de financieringsproblematiek aangepakt? Welkestappen worden genomen en wanneer?2Berenschot Rapport (april 2024): Nederlandse defensie- en veiligheid gerelateerde technolo-gische industriële basis. Rapport in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken enKlimaat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2024 In de Kamerbrief «Voortgang Structureel versterken Europese productiemunitie en defensiematerieel» is uw Kamer geïnformeerd over devoortgang die Defensie heeft geboekt om het financieringsklimaat voorindustrie die voor Defensie ontwikkelt en produceert, te verbeteren(Kamerstuk 36 600-X, nr. 8).91Hoe groot is het Defensie Cyber Commando op dit moment?Staat dit in verhouding tot de militaire kansen en dreigingen opcybergebied?De militaire kansen en dreigingen in het cyberdomein nemen toe. Om deslagkracht van Defensie op cybergebied in verhouding tot deze kansen endreigingen te houden, is verdere doorgroei van het Defensie CyberCommando (DCC) van groot belang. Op korte termijn wordt hier invullingaan gegeven door de formatie van het DCC na een eerste reorganisatie,per 1 november 2024 verder te vergroten. Voor de langere termijn isverdere doorgroei en vergroting van de slagkracht van het DCC voorziencf. de plannen beschreven in de Defensienota 2024. Om veiligheidsre-denen wordt in openbare stukken niet ingegaan op aantallenmedewerkers en beschikbare capaciteiten.92Welke initiatieven verwacht u dat er worden gestart in het kadervan de Defensie Ruimte Agenda met de interdepartementaleKennis en Innovatie Agenda Veiligheid (Missie 3: Space)? Welkedoelstellingen hebben deze initiatieven?In de Defensie Ruimte Agenda is aangegeven dat Defensie gezamenlijkmet de industrie en kennisinstellingen ook inspeelt op de mogelijkhedenvan de Kennis & Innovatie Agenda (KIA) Missie «Veiligheid in en vanuit deruimte» uit de het Missiegedreven Innovatiebeleid (MIB). Ook zoektNederland Europese samenwerking op, met name via het EuropeesDefensiefonds en de Permanente Gestructureerde Samenwerking(PESCO). Zo is er het voornemen om via de Nederlandse Organisatie voorWetenschappelijk Onderzoek (NWO3) onderzoek te laten doen, Alsonderdeel van het MIB wordt op het onderwerp «Robuuste enveerkrachtige ruimte-infrastructuur voor een veilig Nederland»,ingebracht. Het onderzoek omvat twee thema’s: 1) Militaire strategische,juridische en ethische kaders en 2) Kritische technologieën voor hetvergroten van de weerbaarheid en bescherming van de ruimte-infrastructuur. Verder wordt gewerkt aan een Publiek Private Samen-werking (PPS), een instrument van het MIB, met de Gouden Driehoekrondom een op te zetten constellatie van satellieten.93Kunt u nader ingaan op wat «zet zich in voor andere vormen vandiversiteit» specifiek en concreet behelst?Naast maatregelen gericht op de instroom en het behoud van vrouwen,gaat het hierbij om maatregelen gericht op culturele diversiteit, LHBT+,neurodiversiteit en mensen met een (arbeids)beperking. Het gaat daarbijniet over streefcijfers of verdelingen, zoals de man/vrouw-verdeling, maarjuist ook over vooroordelen en bewustwording. Meer bewustwording vanvaste gedragspatronen en vooringenomenheden is een eerste stap om tekomen tot een meer diverse organisatie met een inclusieve werkcultuurwaar iedereen zich thuis voelt en elkaar met respect behandelt. Denk aan:objectieve werving- en selectiemethoden ontwikkelen om het effect van(on)bewuste vooroordelen in besluitvorming tegen te gaan, workshopswaarin leidinggevenden leren hoe bijvoorbeeld collega’s met autisme,hoogbegaafde medewerkers of mensen met ADHD zo goed mogelijk in3Het NWO bevordert wetenschappelijk onderzoek van wereldklasse mét impactTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2025 hun kracht komen te staan en aandacht hebben voor verschillende feest-en gedenkdagen om begrip en kennis te vergroten.94Hoe is het op dit moment gesteld met de, voor opschaling van hetDienjaar noodzakelijke, randvoorwaarden als keurings- enopleidingscapaciteit, vastgoed en persoonlijke uitrusting en kande voorgenomen opschaling succesvol uitgevoerd worden?Voor de start van het Dienjaar en de groei naar 1.000 dienjaarmilitairen in2025 maakt Defensie gebruik van de beschikbare capaciteit in depersoneelslogistieke keten die is ontstaan door de ondervulling. In deDefensienota 2024 is voor het opschalen specifiek budget gereserveerd.Anticiperend op het beoogde opschalen boven 1.000 dienjaarmilitairen isde selectie- en keuringscapaciteit uitgebreid, zodat Defensie verschillendeinstroomsporen naast elkaar kan accommoderen. Daarnaast wordt deoutput van de basisopleidingen vergroot. Zo heeft de KoninklijkeLandmacht, het defensieonderdeel dat aan de helft van de dienjaarmili-tairen plaats biedt, een nieuwe – verkorte – basisopleiding ingevoerd,zodat met de bestaande opleidingscapaciteit meer mensen kunnenworden opgeleid. De verdere groei van het Dienjaar inclusief de effectenop de toenemende behoefte aan uitrusting en vastgoed, wordt planmatiggeïntegreerd in de groei van Defensie.95Wat is op dit moment de verwachting van het aantal deelnemersdat in de lichtingen van 2025 en 2026 deel kan nemen aan hetDienjaar van Defensie?Naar verwachting zal de ambitie om te groeien naar minimaal1.000 dienjaarmilitairen per jaar vanaf 2025 behaald worden. Daarnaschaalt Defensie het aantal dienjaarmilitairen verder op naar 2.000 ofmeer in 2026.96Hoe houdt Defensie op dit moment de mensen die zichaangemeld hebben voor het Dienjaar, maar niet zijn toegelaten,enthousiast om in de toekomst bij Defensie te werken?Het is volgens de AVG niet toegestaan de gegevens van afgewezenkandidaten te bewaren. Defensie houdt zich vanzelfsprekend aan de AVG.Wanneer een kandidaat wordt afgewezen voor een militaire functie, dusook het Dienjaar, wordt die persoon gewezen op de mogelijkheid in testromen als burgermedewerker.97Wat zijn op dit moment de mogelijkheden en beperkingen watbetreft het afsluiten van een contract met jongeren die hetDienjaar hebben doorlopen?Dienjaarmilitairen worden momenteel aangesteld als reservist. Naafronding van het dienjaar kunnen zij reservist blijven. Op dit momentwordt aan alle mensen die het Dienjaar doorlopen een aanstelling alsberoepsmilitair aangeboden. Als de dienjaarmilitair naar een burger-functie wil doorstromen, wordt deze op dit moment nog als externekandidaat beschouwd.98Welke maatregelen worden op dit moment genomen om derandvoorwaarden voor de uitbreiding van het Dienjaar Defensiezo spoedig mogelijk in te vullen?Zie antwoord op vraag 94.99Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2026 Hoe kan er op dit moment voor worden gezorgd dat deopschaling van het Dienjaar versneld kan worden?Zie het antwoord op vraag 8.100Hoeveel Nederlanders moeten per jaar deelnemen aan hetvrijwillig Dienjaar en zich daarna aanmelden als reservist omvoldoende reservisten te kunnen leveren voor Defensie?Reservisten kunnen op verschillende manieren bij Defensie instromen:vanuit de maatschappij, via het dienjaar, Defensity college, en doordatburgercollega’s of uitstromende beroepsmilitairen reservist worden. Er isdaarom geen één op één relatie tussen het aantal dienjaarmilitairen en hetbeoogde aantal reservisten. Met het oog op de noodzakelijke groei enopschalingsmogelijkheden wordt toegewerkt naar een instroom vantenminste 9.000 militairen per jaar vanaf 2029, bestaande uit beroepsmili-tairen, reservisten en dienjaarmilitairen.101Hoeveel gebouwen van Defensie voldoen momenteel niet aanveiligheids- en gezondheidsvoorschriften? Hoeveel is dit procen-tueel ten opzichte van het totale Defensievastgoed?Er zijn op dit moment gebouwen die niet voldoen aan de veiligheids- engezondheidsvoorschriften, het precieze aantal is op dit moment nietbekend. Met de transformatie van het vastgoed is Defensie bezig met hetvernieuwen en verduurzamen van de vastgoedportefeuille. Als eenonveilige situatie wordt geconstateerd moet dit worden gemeld zodat kanworden bezien of het de bedrijfsvoering moet worden stilgelegd. Hetdefinitief stilleggen van de bedrijfsvoering is afhankelijk van de ernst vande onveilige situatie, en of deze onveilige situatie kan worden voorkomendoor «anders» te werken (aanpassen bedrijfsvoering). In voorkomendgeval zal de situatie met voorrang worden hersteld.In lijn met de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer ten aanzienvan de onvolkomenheid op het gebied van vastgoed spannen Defensie enhet RVB zich in om te zorgen voor een beter inzicht in de staat van hetdefensievastgoed.102Kunt u zo nauwkeurig mogelijk toelichten op welke wijzeduurzaamheid zal worden meegewogen in een apart afwegings-kader bij de aanschaf van materieel, vastgoed en IT?Voor operationeel materieel wordt in de behoeftestellingsfase perDefensie Materieelproces (DMP) project de afweging gemaakt in hoeverreeen duurzaam alternatief kan worden aangewend. Dit gebeurt op basisvan criteria waaronder eisen voor gereedstelling en inzet, technischemogelijkheden, verwachte bijdrage aan duurzaamheidsdoelstellingen(genoemd in de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid, Kamerstuk 36 124,nr. 25) en bijbehorende (meer)kosten. Ook voor vastgoed en IT projectengeldt dat op termijn een zelfde soort instrument zal worden toegepast omafwegingen op het gebied van duurzaamheid standaard mee te nemen inde behoeftestellingsfase.103Hoe verhouden het Nationaal Plan Ruimte voor Defensie enBeleidsvisie Ruimte voor Defensie zich tot de Nota Ruimte? Kandit schematisch worden weergegeven?Het in beeld brengen van de ruimtebehoefte van Defensie, het maken vaneen afweging ten opzichte van de andere belangrijke opgaven inNederland en het borgen van het nieuwe ruimtegebruik van Defensiestaat centraal in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2027 Defensie doet dit door middel van de Nationale Beleidsvisie Ruimte voorDefensie. Vaststelling van de beleidsvisie en daarmee het nut en noodzaakvan de benodigde groei van Defensie is aan het kabinet. De totstand-koming van de Nationale Beleidsvisie Ruimte voor Defensie hangt nauwsamen met de totstandkoming van de Nota Ruimte. De besluiten die doorhet kabinet worden genomen in de Nationale Beleidsvisie Ruimte voorDefensie zullen namelijk ook moeten landen in de Nota Ruimte. DeNationale Beleidsvisie Ruimte voor Defensie zal daarom integraalafgewogen keuzes voor de ruimtebehoeften van Defensie bevatten. Omdie reden zijn de departementen die ook ruimtelijke belangen hebben,nauw betrokken bij het NPRD en de totstandkoming van de ontwerpnationale beleidsvisie. Voor de samenhang tussen de Nota Ruimte en deverschillende nationale programma’s is nog geen schematische weergavebeschikbaar.104Welke juridische middelen heeft het kabinet om de definitievebesluitvorming volgend uit het Nationaal Plan Ruimte voorDefensie en de Beleidsvisie Ruimte voor Defensie te implemen-teren?In het NPRD staan de behoeftes van Defensie waarvoor fysieke ruimtenodig is centraal. Dit is de uitwerking van het nationaal belang dat in deNationale Omgevingsvisie (NOVI) is opgenomen voor ruimte voormilitaire activiteiten. Als voor het realiseren van de ruimte juridisch-planologische borging nodig is in de ruimtelijke plannen van overheden,dan zijn daarvoor enkele mogelijkheden. Het kabinet kan nationaleruimtelijke regelgeving opstellen die kaderstellend is voor de ruimtelijkeplannen van andere overheden en daarin moet doorwerken, bijvoorbeeldvoor het aanhouden van zoneringen rondom militaire functies metexterne veiligheidsrisico’s. Dit kan worden opgenomen in het BesluitKwaliteit Leefomgeving en de omgevingsregeling. Ook kan het kabinetzelf zorgdragen voor de doorvertaling van de ruimtebehoefte naar hetomgevingsplan. Dat kan via het aanvragen van een omgevingsver-gunning, of middels een projectbesluit.105Wat is de tijdlijn van alle besluitvorming rondom het NationaalPlan Ruimte voor Defensie, de Beleidsvisie Ruimte voor Defensieen de Nota Ruimte? Kan dit visueel worden weergegeven?Het streven is om het ontwerp van de Nationale Beleidsvisie Ruimte voorDefensie begin 2025 (medio maart) ter besluitvorming aan het kabinetvoor te leggen, alvorens deze formeel ter inzage te leggen. Op basis vande inspraak zal een Nota van Antwoord worden opgesteld en kan deNationale Beleidsvisie op onderdelen worden aangepast. De BeleidsvisieRuimte voor Defensie en Nota van Antwoord worden vervolgens in detweede helft van 2025 ter besluitvorming aangeboden aan het kabinet.Welke stappen Defensie al heeft genomen en nog gaat nemen in hetNationaal Programma Ruimte voor Defensie staat vermeld op devolgende defensiewebsite: https://www.defensie.nl/onderwerpen/ruimte-voor-defensie/tijdlijn. Voor de Ontwerp Nota Ruimte is de verwachting datde Minister van VRO deze voor de zomer van 2025 aan de Tweede Kamerstuurt.106Wat doet de «UN Interim Force in Libanon» precies en wat zijnhiervoor de plannen gezien de huidige situatie?De United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL) richt zich op hetmonitoren en voorkomen van vijandelijkheden in het grensgebied tussenIsraël en Libanon en het ondersteunen van de inzet van de LebaneseArmed Forces (LAF). UNIFIL ondersteunt de LAF bij het voorkomen van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2028 aanwezigheid van ongeautoriseerd personeel en wapens in de zuidelijkegrensregio en ondersteunt de Libanese overheid bij het herstellen van hetgezag in Zuid-Libanon. Daarnaast levert UNIFIL Force Protection terbescherming van de UNTSO waarnemers en daarmee een bijdrage aanhet uitvoering geven aan VN resolutie 1325. UNIFIL monitort de veilig-heidssituatie nauwlettend en zet haar werkzaamheden voort, mits hetdreigingsniveau dit toelaat. Nederland draagt met één militair genderad-viseur bij aan UNIFIL.107Waar gaat het precies over als er wordt gemeld dat de redersbijdragen leveren?Op verzoek levert Nederland militaire beveiliging aan koopvaardijschepenonder Nederlandse of Curaçaose vlag als zij het piratengevaarlijke gebiedrond de Hoorn van Afrika passeren. Deze beveiliging wordt geleverdmiddels Vessel Protection Detachment’s (VPD’s). Als een VPD-team(11 personen) aan boord komt, dragen de reders, voor de periode dat zeaan boord zijn, bij aan een deel van de kosten. Dit is een bedrag van5.000 euro per dag, dit bedrag is niet kostendekkend voor de inzet.Door de Houthi-raketdreiging in het zuiden van de Rode Zee en rond deBab al Mandeb worden momenteel geen VPD’s uitgevoerd omdat deNederlandse schepen dit gebied mijden en omvaren via Kaap de GoedeHoop. Defensie blijft gereed staan voor deze taak.108Kan inzichtelijk worden gemaakt waar de Marine wordt ingezetter bescherming van de koopvaardij en of daar een uitbreidingwordt gepland, en zo ja, waar?Nederland draagt met staffofficieren bij aan een aantal maritieme missiester bescherming van de koopvaardij rond het Arabisch schiereiland en inde Indische Oceaan. Ook staan er VPD’s gereed om Nederlandsekoopvaardijschepen te beschermen bij doorvaart door een gebied metgevaar voor piraterij.In verband met de aanvallen door de Houthi’s op koopvaardijschepen, inde Bab al Mandeb en het zuiden van de Rode Zee, heeft Nederland dit jaarmet twee schepen bijgedragen aan de maritieme operaties in dit gebiedter bescherming van de koopvaardij. Nederland draagt jaarlijks bij metschepen aan de permanente NAVO-maritieme taakgroepen, die ookingezet kunnen worden voor de bescherming van de koopvaardij.109Wat zijn de consequenties van het feit dat eenheden op ditmoment verminderd inzetbaar zijn door de in het verledentoegepaste bezuinigingen en de daarmee veroorzaakte personeleen materiële tekorten?De Kamer wordt periodiek geïnformeerd over de stand van zaken op hetgebied van personele en materiele gereedheid en geoefendheid. Hiervoorverwijs ik u naar de vertrouwelijke bijlage van de Stand van Defensienajaar 2024.110Wat zijn de consequenties op het gebied van de operationelegereedheid van onze krijgsmacht ten gevolge van de voortdu-rende ondersteuning van Oekraïne? Kunt u een overzicht geven?Zie antwoord 111.111Kunt u beschrijven wat de genoemde maatregelen zijn die degevolgen voor de operationele gereedheid krijgsmacht mitigeren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2029 Zoals aangegeven in de periodiekee Kamerbrieven over de leveringenneemt Defensie maatregelen om deze gevolgen zoveel als mogelijk temitigeren. Zo zijn er maatregelen om de aankoop van vervangendmaterieel te versnellen en wordt project- en inkoopcapaciteit versterkt.Echter, de markt voor defensiematerieel blijft onder druk staan en deprijzen voor verschillende soorten materieel stijgen daardoor snel.Daarmee leidt de geleverde steun tot langdurige en significante effectenop de gereedheid van onze krijgsmacht. Het kabinet houdt ook bijtoekomstige verzoeken aandacht voor de effecten op de gereedheid. Devolgende periodieke update volgt spoedig.112Wat is op dit moment de stand van zaken wat betreft hetvergroten van de voorraden door het Commando Materieel en IT?Het kabinet heeft uw Kamer in de Stand van Defensie najaar 2024(Kamerstuk 36 600-X, nr. 4) geïnformeerd over de voortgang van derealisatie van inzetvoorraden. Het Commando Materieel en IT is verant-woordelijk voor de realisatie van de assortimenten munitie, brand &bedrijfsstoffen en kleding & uitrusting. In de vertrouwelijke bijlage van deStand van Defensie wordt een verdere specificatie per assortimentgegeven, vanwege de rubricering mag het kabinet deze informatiedaarbuiten niet delen. Ten aanzien van het assortiment munitie is desituatie zoals vermeld in kamerbrief «Aanvullende bestelling munitievoor-raden voorjaar 2024» (Kamerstuk 27 830, nr. 434). De munitievoorradennemen met deze investeringen toe binnen de financiële kaders, maar dezevoorraden voldoen na deze investeringen nog niet aan het noodzakelijkeniveau voor de eerste hoofdtaak.In de Defensienota 2024 zijn bewuste keuzes gemaakt hoe de aanvullendemiddelen worden ingezet om zo in balans te kunnen groeien. Het op peilbrengen van de inzetvoorraden kost tijd doordat er wereldwijd langelevertijden zijn door de toenemende vraag in verband met groeiendespanning in de wereld. Daarnaast investeren krijgsmachten wereldwijd inde opbouw van voorraden. Dit drukt op de toch al beperkte productieca-paciteiten en draagt bij aan langere levertijden. Het verhogen van definanciële ruimte heeft daarom slechts zeer beperkt effect op een snellererealisatie van de inzetvoorraden.113Hoe wordt de samenwerking tussen het Defensie Ondersteu-ningscommando (DOSCO) en bedrijven vormgegeven zodat zijvoorbereid zijn in tijden van een grootschalig conflict de krijgs-macht te ondersteunen?In de samenwerking tussen DOSCO en civiele transportpartners en in hettoekomstige Ecosysteem Logistiek (ESL) is er sprake van voorbereidingdoor deel te nemen aan oefeningen en voorlichting aan deze bedrijvenover een gewapend conflict. Ook worden aan de hand van scenario’sactieplannen uitgewerkt voor samenwerking met partners op het gebiedvan gezondheidszorg over onderwerpen zoals patiëntenspreiding enbloedvoorziening. Op het hoogste niveau vindt een stakeholdersoverlegplaats over bijvoorbeeld mobiliteit en met de medische sector, met eendiverse vertegenwoordiging uit de sectoren.Dit is een voorbeeld van de brede civiel-militaire samenwerking en hetrobuuste partnerschap met de samenleving waaraan Defensie werkt omde weerbaarheid te vergroten. Want weerbaarheid is een vraagstuk nietalleen van Defensie, maar van ons allemaal: de overheid, het bedrijfs-leven, de industrie, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties ende burgers.114Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2030 Aan welke mogelijkheden wordt gedacht om de externe inhuurbij Paresto te beperken?Paresto is aan het reorganiseren met als doel om op tactisch en strate-gisch niveau met eigen medewerkers beter te kunnen inspelen op decateringvraag. Daarnaast wordt op operationeel niveau een landelijkopererende flexpool ingesteld, waarmee de behoefte aan ad-hoccapaciteit op piekmomenten of bij specifieke evenementen voor eenaanzienlijk deel ingevuld kan worden, daarmee wordt de noodzaak totinhuur verminderd.115Welke kostenposten heeft Defensie gemaakt voor de laatste«Culturele Diversiteit» meting van het DPOD en CBS?De kosten voor het uitvoeren van het recente onderzoek naar de herkomstvan het Defensiepersoneel, uitgevoerd in samenwerking met het CentraalBureau voor de Statistiek (CBS), bedroegen € 76.010.116Welke kostenposten heeft Defensie gemaakt voor het «Belevingvan Inclusie» onderzoek, dat nog loopt en waarvan de resultateneind 2024/begin 2025 bekend zullen worden?Voor dit (Defensiebrede) onderzoek heeft Defensie € 150.000 gebudget-teerd. De aanbesteding voor dit onderzoek zit op dit moment in de laatstefase.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2031
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.