KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de Implementatie van het EU Migratiepact (Kamerstuk 32317-908)

26 mrt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f75506e9137c8aa2 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 317JBZ-RaadNr. 936 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 26 maart 2025 De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Asiel en Migratie over debrief van 6 december 2024 inzake de Implementatie van het EU Migra-tiepact (Kamerstuk 32 317, nr. 908)De vragen en opmerkingen zijn op 7 februari 2025 voorgelegd aan deMinister van Asiel en Migratie. Bij brief van 26 maart 2025 zijn de vragenbeantwoord.De voorzitter van de commissie,VijlbriefDe griffier van de commissie,Burger kst-32317-936ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9361 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoonI Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met bijzonderebelangstelling kennisgenomen van de brief inzake het nationaal imple-mentatieplan asiel- en migratiepact en het implementatieplan zelf. Dezeleden hebben vragen hierover.Allereerst stellen deze leden dat het asiel- en migratiepact, met negenverordeningen en een richtlijn een omvangrijke herziening is. Deze ledenhadden idealiter het pact op onderdelen steviger gezien, zoals bijvoor-beeld het solidariteitsmechanisme, maar zien het pact als een belangrijkeeerste stap hiertoe. Derhalve onderstrepen zij het belang van een gedegenuitvoering. Tegen deze achtergrond maken deze leden zich grote zorgenover de aankomende bezuinigingen op de uitvoerende organisaties in deasielketen en de werkdruk die ontstaat met een aantal aangekondigdewetsvoorstellen; de asielnoodmaatregelenwet en de wet inzake hettweestatusstel.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het uitzonderlijkonverstandig om te bezuinigen op een al jaren vastgelopen asielketen, endeze keten vervolgens te belasten met omvangrijke aanpassingen. Watbetreft de twee wetsvoorstellen geeft ook de Raad voor de rechtspraak(Rvdr) aan dat gezien de forse extra werkbelasting voor de migratieketen,het invoeren van deze twee wetten ervoor zal zorgen dat de asielketenverder zal vastlopen.1 De Rvdr vraagt daarom om uitstel. Is de Ministervoornemens dit te doen? Zo nee, waarom niet? Erkent de Minister datzowel de invoering van het pact als de invoering van twee wettenbuitengewoon veel zullen vragen van de gehele asielketen en dat het zeeronverstandig is om deze twee trajecten tegelijkertijd te laten plaats-vinden? Zo nee, waarom niet?Voorts vragen deze leden of er in de aangekondigde wetsvoorstellenelementen zitten die kort van kracht zullen zijn, omdat ze tegenstrijdig zijnmet het pact. Kan de Minister voor de asielnoodmaatregelenwet en dewet inzake het tweestatusstelsel aangeven welke elementen tegenstrijdigzijn met de eisen in het asiel- en migratiepact?Kan de Minister aangeven welke punten uit het coalitieakkoord inzakeasiel in strijd zijn met de eisen in het asiel- en migratiepact? Hoe rijmt deMinister bijvoorbeeld het voornemen om de rechtsbijstand voor asiel-zoekers te beperken, zoals is opgenomen in het coalitieakkoord, met dedoelstelling van het migratiepact inzake het recht op gratis juridischadvies gedurende de gehele asielprocedure en gratis rechtsbijstandtijdens de beroepsprocedure? Deze leden constateren dat Vluchtelin-genwerk Nederland zich onlangs gedwongen voelde om naar de rechterstappen, omdat de Minister bezuinigt op juridische hulp aan asielzoekers.2Tegelijkertijd verplicht het pact lidstaten minimaal om de asielzoeker vanaf1NOS, 27 januari 2025, Raad voor rechtspraak vraagt Faber (opnieuw) om uitstel asielwetten,https://nos.nl/artikel/2553471-raad-voor-rechtspraak-vraagt-faber-opnieuw-om-uitstel-asielwetten2NOS, 28 januari 2025, Vluchtelingenwerk naar de rechter om «plotselinge» bezuiniging MinisterFaber, https://nos.nl/artikel/2553605-vluchtelingenwerk-naar-de-rechter-om-plotselinge-bezuiniging-minister-faberTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9362 de start van zijn asielprocedure kosteloze onafhankelijke juridischeondersteuning aan te bieden. Kan Nederland nog voldoen aan dezeverplichting als deze bezuinigingen blijven staan? Zo ja, hoe? Zo nee, watis de Minister voornemens te doen?De Minister geeft in de brief aan dat daar waar de verordening ruimte laatvoor nationale keuzes, of met het oog op nadere invulling van de regels,ze kiest voor een stringente interpretatie van de EU-regels. Kan deMinister een overzicht geven van waar dit het geval was, en tot welkestrengere keuzes dit heeft geleid?Het kabinet schrapt met de invoering van het pact ook andere procedures-tappen in de asielprocedure. Zo wordt onder meer de rust- envoorbereidingstermijn geschrapt. Deze leden stellen dat de rust- envoorbereidingstermijn wordt gebruikt om de asielzoeker te informerenover de asielprocedure, hulp te krijgen van een advocaat, voor medischadvies, maar ook om bij te komen van de reis naar Nederland. Kan deMinister aangeven waar al deze zaken met het schrappen van deze termijneen plek krijgen in de asielprocedure? Is het niet verstandiger om deasielprocedure te versnellen door de lange wachttijden en beslistermijnenvan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan te pakken, in plaatsvan het schrappen van de paar dagen die asielzoekers krijgen om zichvoor te bereiden voor de asielprocedure?Klopt het dat in het implementatiewetsvoorstel van het pact de voorge-nomen kabinetsplannen om de gezinshereniging van vluchtelingendrastisch te beperken zijn meegenomen? Deze leden vinden het opnemenvan deze voorgenomen beperkingen wat betreft de gezinshereniging vanvluchtelingen zeer voorbarig en onverstandig, omdat het wetsvoorsteldaartoe nog behandeld moet worden. Bovendien is de kans aanzienlijk datde het desbetreffende wetsvoorstel aangepast dient te worden, ondermeer na advies van de Raad van State. Klopt het dat daarmee het risicobestaat dat implementatiewet van het pact mogelijk niet kan wordenaangenomen, of dat de parlementaire behandeling door noodzakelijketussentijdse aanpassingen ernstig wordt vertraagd en de deadline van2026 niet worden gehaald? Zo nee, waarom niet?Bijlage I Nationaal implementatieplan asiel- en migratiepact1. Eurodac Met de nieuwe Eurodac-verordening wordt de leeftijd van personen vanwie gegevens worden geregistreerd verlaagd van 14 naar 6 jaar. Kan deMinister aangeven welke aanvullende bepalingen zijn opgenomen in hetpact ter bescherming van kinderen? Kan de Minister aangeven hoe dezeaanvullende bepalingen eruit komen te zien voor Nederland en welkewetgeving hiervoor aangepast dient te worden? Hoe wordt in deopleidingen van (nieuwe) medewerkers aandacht gegeven aan deomgang en bescherming van kwetsbare kinderen?Eerder gaf de Minister aan dat alleen in naar behoren gemotiveerdeomstandigheden en in laatste instantie, nadat alle andere mogelijkhedenzijn uitgeput, een evenredige mate van dwang kan worden toegepast omminderjarigen en onderdanen van derde landen of staatlozen die alskwetsbaar worden beschouwd, te dwingen te voldoen aan de verplichtingom biometrische gegevens te verstrekken.3 Kan de Minister nadertoelichten hoe deze dwang eruit komt te zien? Wie toetst en controleert ofer sprake is geweest van een naar behoren gemotiveerde omstandigheid?3Kamerstuk 32 317, nr. 867Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9363 2. Grensprocedure en screening Wat betekent de recente uitspraak van de rechter waarbij is vastgestelddat vreemdelingen, die zich al op Nederlands grondgebied bevinden, nietdirect mogen worden weggestuurd of zelfs vastgezet?4 Hoeveel vreemde-lingen heeft de Koninklijke Marechaussee (KMar) tot op heden gedeti-neerd en hoeveel mensen moeten worden vrijgelaten naar aanleiding vande uitspraak?Kan de Minister aangeven hoe zij wil voorkomen dat kinderen langdurigenegatieve gevolgen ervaren van de vrijheidsbeperkende maatregelen diekunnen worden opgelegd in de grensprocedure? Welke maatregelen zetzij in om deze effecten te voorkomen en te verkleinen? Hoeveel van de 211locaties voor de asielgrens- en terugkeerprocedure zijn geschikt voorgezinnen met kinderen en wat maakt dat deze locaties daarvoor geschiktzijn?Hoe wil de Minister kwetsbare «kansrijke» subgroepen binnen «veilige»landen van herkomst, bijvoorbeeld LHBTI’s en etnisch-religieuze minder-heden op tijd identificeren en hen uitzonderen van de grensprocedure?Welke concrete maatregelen worden hiervoor genomen?Deze leden constateren dat de huidige asielopvang bij lange na nietvoldoet aan internationale standaarden en verplichtingen als het gaat omzorg, onderwijs en de begeleiding waar ze recht op hebben. Hoe wil deMinister garanderen dat in de grensprocedure wel de rechten vanasielkinderen worden gewaarborgd?Kan de Minister nader toelichten hoe de (nieuwe) screeningsautoriteiteneruit zullen zien? Is het mogelijk dat dit private organisaties zijn? Zo ja, isdat wenselijk? Of zijn het (bestaande) publieke organisaties die hier alervaring mee hebben? Wie controleert de screeningsautoriteiten? Welkerol krijgen het College van de Rechten van de Mens, de ombudsman enniet-gouvernementele organisaties (ngo’s) bij dit proces?3. Opvang De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA lezen dat het Nederlandseopvangsysteem op hoofdlijnen voldoet aan de relevante bepalingen vande nieuwe opvangrichtlijn. Tegelijkertijd constateren deze leden dat deasielopvang in Nederland grotendeels bestaat uit (crisis)noodopvang-plekken, waarbij veel basale voorzieningen ontbreken of tekortschieten.Kan de Minister aangeven aan welke bepalingen van de huidigeopvangrichtlijn die terugkomen in de nieuwe opvangrichtlijn Nederlandop dit moment niet voldoet?Kan de Minister uitgebreid toelichten op welke wijze zij wil voldoen aan determijn van twee maanden waarbinnen in onderwijs moet wordenvoorzien voor leer- en kwalificatieplichtige asielzoekers? Hoeveelfinanciële middelen en hoeveel fte worden ingezet om de huidige termijnvan drie maanden, waar nu nog te vaak niet aan wordt voldaan, naar tweemaanden te brengen?De nieuwe Opvangrichtlijn zal ook van toepassing zijn op personen die«tijdelijke bescherming» vragen, de huidige groep Oekraïners. Watbetekent dit in de praktijk? Zijn er voorzieningen die opgeschaald dienen4NRC, 24 januari 2025, «Vreemdelingen bij tijdelijke grenscontroles wegsturen of vastzetten magniet, oordeelt de rechter, https://www.nrc.nl/nieuws/2025/01/24/vreemdelingen-bij-tijdelijke-grenscontroles-wegsturen-of-vastzetten-mag-niet-oordeelt-de-rechter-a4880829Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9364 te worden? Of voorzieningen waar ontheemden uit Oekraïne nu nog geenrecht op hebben, maar na de implementatie van het pact wel? Zo ja, welkevoorzieningen en rechten zijn dit?Deze leden lezen dat het de intentie van het kabinet is om een aantallocaties van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) in te richtenspeciaal voor personen die in aanmerking voor de versnelde procedure.Kan de Minister aangeven om hoeveel locaties en bedden dit zou gaan?Kan de Minister aangeven wanneer deze intentie gerealiseerd dient teworden? Is de Minister hierover in gesprek met het COA? Is zij vanmening dat het COA hierop is voorbereid? Welke (financiële) onder-steuning krijgt het COA om deze taak uit te voeren? Hoeveel kost hetopzetten van nieuwe asielzoekerscentra voor de versnelde procedure?Hoeveel fte is hiervoor nodig? Aan welke locaties en gemeenten denkt deMinister? Is er bestuurlijk draagvlak voor het openen van deze nieuweasielzoekerscentra?4. Asielprocedure Voldoet Nederland op dit moment aan artikel 54 van de nieuwe Asielpro-cedureverordening die stelt dat minderjarigen worden overgebracht naaropvangfaciliteiten «die doeltreffend op hun behoeften zijn afgestemd enzorgen voor een levensstandaard die toereikend is voor de lichamelijke,mentale, spirituele, morele en sociale ontwikkeling van de minderjarigemet volledige inachtneming van de vereisten uit de Opvangrichtlijn»? Zonee, hoe wil de Minister ervoor zorgen dat Nederland hier wel aan voldoetmedio 2026? Welke concrete stappen wil de Minister hiervoor nemen?Deze leden stellen dat uit het implementatieplan onvoldoende blijkt welkestappen Nederland zal zetten om na de screening en beoordelingdaadwerkelijk geschikte opvangplekken aan te bieden voor kwetsbarepersonen en kinderen. Kan de Minister dat nader toelichten?Klopt het dat het toepassen van de versnelde procedure optioneel is vooralleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s)? Is de Ministervoornemens om, gezien de specifieke kwetsbaarheid van deze groep, ze inde reguliere procedure te behandelen? Zo nee, waarom niet?5. Terugkeer Artikel 42 van de nieuwe Asielprocedureverordening benoemt situatieswaarin de grensprocedure verplicht moet worden toegepast. Ookasielzoekers die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid ofopenbare orde moeten worden verwezen naar de grensprocedure. Kan deMinister nader toelichten wat valt onder de openbare orde? Is hier eendefinitie van en kan de Minister voorbeelden geven van gedragingen dievallen onder «gevaar voor openbare orde»?Deze leden stellen dat het recht op opvang direct vervalt na demededeling van een overdrachtsbesluit. Na het vervallen van het recht opopvang in de zin van de Opvangrichtlijn moet nog wel een minimalelevensstandaard («bed-bad-brood») worden geboden. Kan de Ministeraangeven bij wie deze verantwoordelijkheid ligt? Is dat bij de gemeentenof het Rijk?7. Solidariteit In het regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96) is opgenomendat Nederland een financiële bijdrage wil leveren in plaats van vreemde-lingen uit andere EU-lidstaten over te nemen. Wanneer echter teveellidstaten dit doen kan dit erin resulteren dat Nederland DublinclaimantenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9365 niet langer kan overdragen. Hoe wordt dit aspect meegenomen in dekeuze die gemaakt moet worden over de bijdrage van Nederland? Zijn erspecifieke onderdelen/elementen die het kabinet door middel van eenfinanciële bijdrage wil ondersteunen?8. Noodgevallen en crisis Op grond van artikel 32 van de Opvangrichtlijn moet Nederlandvoorbereid zijn op situaties van een onevenredig hoge instroom. Kan deMinister aangeven wanneer de aantallen «onevenredig hoog zijn» en kande Minister aangeven hoe lang dit het geval moet zijn voordat hetnoodplan in werking kan treden? Kan de Minister het noodplan dat op12 april 2025 bij het EU-asielagentschap ingediend moet worden ook aande Kamer doen toekomen? Zo nee, waarom niet?10. Hervestiging, inclusie en integratie Op welke punten voldoet Nederland niet aan de elementen van de nieuweOpvangrichtlijn als het gaat om inburgering voor asielzoekers envluchtelingen? Zijn de bezuinigingen op het programma vroege integratieen participatie een belemmering geweest hierin? Is het voldoende dat inslechts op 38 van de ongeveer 200 asielzoekerscentra een meedoenbalieis?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen vanhet voorstel. Deze leden hebben hier nog enkele vragen over.De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat Dublinclaimanten na eenoverdrachtsbesluit niet langer in Nederland behoren te zijn. Dit betekentdat zij, in overeenstemming met het asiel- en migratiepact, niet meer inaanmerking zouden moeten komen voor reguliere opvang. Deze ledenconstateren dat het implementatieplan aangeeft dat Nederlandmomenteel uitwerkt welke consequenties dit heeft. Deze leden zijn vanmening dat vrijheidsbeperkende maatregelen, zoals bijvoorbeeldmeldplicht of verblijf in een vrijheidsbeperkende locatie, een effectiefmiddel kunnen zijn om te garanderen dat Dublinclaimanten daadwerkelijkworden overgedragen en Nederland verlaten. In welke fase bevindt deuitwerking van deze opvang zich momenteel en op welke wijze wordenvrijheidsbeperkende maatregelen hierin meegenomen?Met de invoering van het migratiepact krijgen asielzoekers in een lopendeaanvraagprocedure recht op een dagvergoeding. De leden van deVVD-fractie achten het van belang dat deze vergoeding sober endoelmatig is en in lijn blijft met het Nederlandse stelsel. Hoe hoog wordtdeze dagvergoeding en hoe verhoudt zich dit tot de bestaande regeling?Zijn er ook mogelijkheden om bijvoorbeeld bij overlastgevende asiel-zoekers of asielzoekers die een terugkeerbesluit hebben gekregen, dedagvergoeding om te zetten naar een vergoeding in natura zoalsonderwijs, eten en dak boven hun hoofd, maar geen contant of digitaalgeld?De leden van de VVD-fractie lezen in het implementatieplan dat de termijnwaarbinnen onderwijs moet worden voorzien voor leer- en kwalificatie-plichtige asielzoekers wordt teruggebracht naar uiterlijk twee maanden.Dit vergt een nauwe samenwerking met andere ministeries en lokaleoverheden. In hoeverre worden deze partijen momenteel actief wordenbetrokken bij de implementatie en welke uitdagingen signaleren zij bij deuitvoering van deze maatregel?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9366 De leden van de VVD-fractie maken zich zorgen over het feit dat de INDdoor de invoering van het pact tijdelijk met twee verschillende regelge-vingen moet werken. In het implementatieplan wordt aangegeven datdeze situatie mogelijk langer dan gewenst zal aanhouden vanwege degrote voorraad lopende asielaanvragen. Hoeveel tijd heeft de IND nodigom de voorraad aanvragen volgens de oude regelgeving weg te werkenen welke maatregelen worden genomen om deze afhandeling teversnellen, zonder dat daarbij het inwilligingspercentage stijgt omongewenste redenen?Met de implementatie van het pact rijst de vraag of de IND het verouderdesysteem Indigo zal blijven gebruiken of dat er wordt gewerkt aan eennieuw ICT-systeem. De leden van de VVD-fractie vinden het essentieel datde uitvoering van het pact niet wordt belemmerd door verouderdetechnologie en zien dit moment als een kans om van legacy software af tekomen. Deelt de Minister deze mening? Wordt er gewerkt aan een nieuwsysteem en, zo ja, zal dit systeem dan uiterlijk op 12 juni 2026 operationeelzijn?De leden van de VVD-fractie hebben met zorg kennisgenomen van het feitdat er tot ten minste 2029 structureel met externe inhuur zal wordengewerkt voor de implementatie van het pact. Externe inhuur kan zekerwenselijk zijn, bijvoorbeeld op het gebied van grotere ICT-projecten oftijdelijke tekorten aan personeel. Het brengt wel extra kosten met zichmee. De leden van de VVD-fractie willen daarom weten waarom er niet isgekozen om, gezien de structurele behoefte aan personeel voor tenminste vier jaar, eigen medewerkers te werven in plaats van afhankelijk teblijven van externe krachten.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de stukken inzake de implementatie van het EU asiel- en migratiepact.Zij verzoeken de Minister om de volgende vragen te beantwoorden.De leden van de NSC-fractie constateren dat asielaanvragen van veilige-landers volgens het EU asiel- en migratiepact binnen 12 weken, inclusiefberoep, moeten worden afgehandeld. De gemiddelde afhandelingsduur inNederland bedraagt op dit moment echter 14 weken. Heeft de Minister deambitie om deze termijnen reeds vóór de inwerkingtreding van het pactterug te brengen en op welke wijze denkt zij dit te realiseren? Kan deMinister aangeven welk tijdspad zij voor ogen heeft om de afhandelingvan aanvragen van veiligelanders minimaal in lijn te brengen met deEuropese termijnen? Kan de Minister inzicht geven in welke wetgevings-voorstellen zij op korte termijn zal indienen om deze versnelling mogelijkte maken?Kan de Minister aangeven welke lessen Nederland kan trekken uitmethodes van andere lidstaten die voor veiligelanders snellere proce-dures hanteren, zoals de Duitse AnkER-centra, waar screening, beoor-deling en terugkeer van kansarme asielaanvragen worden gecombineerd?Heeft zij hiernaast nog methodes van andere lidstaten op het oog die opeen effectievere manier met deze groep omgaan? Acht de Minister hetinvoeren van een vergelijkbare aanpak in Nederland haalbaar?Kan de Minister bevestigen of het heropenen van procesbeschikbaar-heidslocaties (pbl) een bijdrage kan leveren aan een efficiëntere afhan-deling van deze procedures, ook, en voornamelijk in het kader van deimplementatie van het pact?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9367 De leden van de NSC-fractie constateren dat het pact voorschrijft dat deinitiële screening van irreguliere migranten binnen vijf dagen moet zijnafgerond en dat er directe doorgeleiding naar de juiste procedure moetplaatsvinden. Welke organisatie gaat deze taak op zich nemen?Kan de Minister toelichten op welke manier de door het pact gesteldetermijnen van maximaal zes maanden voor versnelde asielprocedures enmaximaal negen maanden voor niet-versnelde procedures kunnenworden gerealiseerd? Welke concrete middelen worden vrijgemaakt omdeze termijnen te realiseren? Kan de Minister aangeven tegen welkeobstakels zij momenteel aanloopt bij de uitbreiding van de IND-capaciteit?Kan de Minister aangeven hoe de verplichte grensdetentie van maximaal12 weken voor bepaalde groepen afgewezen asielzoekers kan wordengeïmplementeerd?Dublinclaimanten hebben na hun overdrachtsbesluit geen recht meer opreguliere opvang, onder de regels van het pact. Waar worden zij danondergebracht en onder welk regime?Kan de Minister bevestigen dat Nederland verplicht is om snellereterugkeerprocedures in te voeren, en nauwer samen te werken metFrontex? Is de Minister reeds in gesprek met Frontex over de praktischeuitvoering van deze afspraken? Welke capaciteit en middelen wordenvrijgemaakt om deze maatregelen daadwerkelijk uit te voeren?De leden van de NSC-fractie constateren dat de financiering van het COAén de IND vanaf 2027 aanzienlijk wordt teruggebracht. Verwacht deMinister dat de implementatie van het pact volledig is afgerond voor dietijd? Indien nee, hoe verhoudt deze bezuiniging zich tot de verplichtingendie voortvloeien uit het pact?Kan de Minister uitleggen hoe zij de structurele tekorten bij de uitvoe-ringsorganisaties denkt te verenigen met de uitgebreide verplichtingendie Nederland op zich neemt onder het pact? Welke aanvullende middelenof maatregelen acht de Minister noodzakelijk om te voorkomen dat deuitvoering van het pact vastloopt door onderfinanciering?De leden van de NSC-fractie constateren dat het EU asiel- en migratiepactlidstaten verplicht om een bijdrage te leveren aan de opvang vanasielzoekers, hetzij door fysieke herplaatsing, hetzij door een financiëlebijdrage van 20.000 euro per niet-opgenomen asielzoeker. Wat gebeurt erals een meerderheid van de lidstaten besluit om uitsluitend de financiëlebijdrage te leveren en er geen asielzoekers daadwerkelijk wordenherplaatst? Hoe garandeert de Minister dat het solidariteitsmechanisme indat geval nog functioneert? Hoe verhoudt dit zich tot eerdere mislukteverdelingsmechanismen binnen de EU, zoals de Dublinverordeningen ende relocatieprogramma’s na de migratiecrisis van 2015?Hoe voorkomt de Minister dat Nederland structureel wordt gedwongen tothet leveren van een onevenredig hoge financiële bijdrage binnen ditsysteem? Welke scenario’s heeft de Minister in kaart gebracht waarinNederland door andere lidstaten als financier wordt benut zonder dat erdaadwerkelijke lastenverdeling plaatsvindt? Kan de Minister uitsluiten datNederland in een situatie terechtkomt waarin het dubbel betaalt, namelijkzowel een afkoopsom voor niet-opgenomen asielzoekers als hogerenationale kosten door een voortdurende hoge instroom?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9368 Wat is de maximale financiële verplichting die Nederland zou kunnenkrijgen als meerdere lidstaten geen asielzoekers opnemen en er eenfinanciële druk ontstaat om de tekorten elders te compenseren? Hoe schatde Minister de totale kosten in die Nederland de komende jaren aan ditafkoopsysteem kwijt is? Kan de Minister toelichten of zij verwacht datNederland in de praktijk disproportioneel zal moeten bijdragen aan ditsolidariteitsmechanisme? Welke scenario’s heeft de Minister in kaartgebracht?Wat gebeurt er als een lidstaat die heeft gekozen voor financiële uitbe-taling, vervolgens alsnog geconfronteerd wordt met irreguliere secun-daire migratie van asielzoekers naar dat land?Het pact verplicht om asielzoekers op te nemen of financiële bijdragen televeren. Hoe verwacht de Minister dat dit mechanisme in de praktijk zalfunctioneren als meerdere lidstaten simpelweg weigeren om asielzoekersop te nemen?Welke maatregelen treft de Minister om te garanderen dat naast de INDook het COA voldoende voorbereid is op crisissituaties, conform debepalingen uit het pact?Kan de Minister aangeven hoeveel personeel Nederland momenteelbeschikbaar stelt voor Frontex en hoeveel extra inzet wordt verwachtonder de bepalingen van het pact? Hoe denkt de Minister deze personeleverplichting te combineren met de reeds bestaande tekorten en toene-mende werkdruk bij de IND en Marechaussee?Zijn er aspecten aan de aankomende nationale asielmaatregelen die nu bijde Raad van State liggen, die op gespannen voet staan met de implemen-tatie van het pact, of die, om dat te implementeren, alsnog moetenworden aangepast?Kan de Minister toezeggen dat zij de Kamer tijdig en volledig informeertover de uitvoeringsproblemen, financiële gevolgen en juridische risico’sdie voortvloeien uit de implementatie van het pact?Wat ziet de Minister als de belangrijkste potentiële knelpunten bij deimplementatie?Het pact verplicht tot het bieden van gratis juridische bijstand in alleprocedures. In hoeverre is daarbij nader ingevuld wie deze moet bieden,en in welke mate?De leden van de NSC-fractie vragen hoe lang verschillende rechtsregimeszullen bestaan. Kan de Minister toelichten op welke manier overgangs-recht van toepassing is ten aanzien van het nieuwe regime van het asielen migratiepact?Wat wordt de opdracht aan de nationale solidariteitscoördinator?Wanneer echter te veel lidstaten zullen kiezen voor een financiële bijdragein het kader van solidariteitsmechanisme, kan dit erin resulteren datNederland een deel van de Dublinclaimanten niet langer over kan dragen.Hoe wordt bepaald welke Dublinclaimanten dan wel of niet wordenovergedragen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9369 Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van hetNationaal Implementatieplan Asiel- en Migratiepact. Wel willen deze ledenopmerken dat het implementatieplan dusdanig kort op de deadline van deEuropese Commissie naar de Kamer is gestuurd, dat de Kamer hier geeninvloed meer op kon uitoefenen. Deze leden verzoeken de Minister daar inhet vervolg rekening mee te houden. Gezien de grote en impactvollewijzigingen die het pact met zich mee zal brengen is het belangrijk dat deKamer haar controlerende taak goed kan uitvoeren.Deelt de Minister de mening dat Nederland voorop moet lopen in deadequate en tijdige implementatie van het EU asiel- en migratiepact,omdat het spaak lopen van de implementatie in de EU tot gevolg heeft datNederland naar alle waarschijnlijkheid meer, in plaats van minderasielzoekers krijgt?Kan de Minister toelichten wat zij bedoelt met de zin «Met dit implementa-tieprogramma wordt niet vooruitgelopen op integrale besluitvormingbinnen het kabinet» in de Kamerbrief?Nationaal Implementatieplan Asiel- en migratiepactTen eerste vragen de aan het woord zijnde leden hoe de kosten in bijlageI, bijvoorbeeld voor de benodigde extra fte’s en het opleiden/omscholenvan (nieuw) personeel, te rijmen zijn met de enorme bezuinigingen op hetministerie en met name de uitvoeringsorganisaties. Er leven grote zorgenover het effect van deze bezuinigingen, aangezien een tekort aanopvangplekken bij het COA en personeel bij de IND vooral zal leiden totdure noodopvang en een toename aan dwangsommen.Daarnaast vragen deze leden of de Minister kan garanderen dat hetkabinet niet voornemens is wetgeving of beleid in te voeren dat haaksstaat op het pact, zoals eerder gebeurde bij het verlengen bij de beslister-mijnen die na inwerkingtreding van het pact weer verkort moeten worden.Huidige situatie en belangrijkste benodigde wijzigingenDe leden van de D66-fractie vragen of de Adviesraad Migratie ook heeftgeadviseerd op het implementatieplan en het bijbehorende wetsvoorstelen zo nee, waarom niet en of de Minister hen alsnog wil vragen dit tedoen. Daarnaast vragen zij de impactanalyses van IND, COA en de DienstTerugkeer en Vertrek (DTenV) met de Kamer te delen.Bouwstenen1. Eurodac Welke aanpassingen in de processen moeten worden gedaan en hoe raaktdit de verdere stappen in de asielketen, zo vragen de leden van deD66-fractie.2. Grensprocedure en screening De aan het woord zijnde leden lezen dat het I&R-proces bij inwerking-treding van het pact bij de IND wordt ingevoegd maar dat er geen extrafte voor de IND is voorzien. Deze leden maken zich zorgen over mogelijkcapaciteitsgebrek bij de IND en de vertraging die dit kan opleveren in deprocedure. Zij vragen de Minister toe te lichten hoe de extra werklast voorde IND wordt opgevangen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93610 Verder vragen deze leden of de Minister de mening deelt dat er geenkwetsbare mensen in de grensprocedure geplaatst dienen te worden enzo ja, waar deze mensen terecht komen.3. Opvang Kan de Minister bevestigen dat Dublinclaimanten na hun overdrachtsbe-sluit tot het moment van overdracht altijd recht hebben op fatsoenlijkonderdak en niet op straat zullen belanden, zo vragen de leden van deD66-fractie. Daarnaast vragen zij of de Minister kan toelichten of een(gedeeltelijke) bijdrage aan de zorgkosten leidt tot recht op zorgtoeslag enzo ja, of zij kan toelichten hoe dit wordt vormgegeven gezien het voorOekraïense ontheemden onuitvoerbaar werd geacht. Is het realistisch ombinnen 30 dagen individueel te beoordelen of bijzondere opvangbe-hoeften zijn en binnen drie dagen standaardinformatie over opvangvoor-zieningen te verstrekken, gezien de huidige achterstanden en de aange-kondigde bezuinigingen?De leden van de D66-fractie vinden het een goede zaak dat het migra-tiepact voorziet in toegang tot taalcursussen, inburgeringscursussen,beroepsopleidingen en de arbeidsmarkt. Zoals bekend draagt meedoenvanaf dag één bij aan effectieve integratie op de lange termijn. Deze ledenvragen de Minister daarom hoeveel geld hiervoor wordt uitgetrokken enhoe vroege inburgeringscursussen eruit gaan zien voor alle opgevangenasielzoekers? Kan de Minister toelichten hoe de toegang tot beroepsoplei-dingen wordt vormgegeven? Welke stappen gaat de Minister zetten omtoegang tot de arbeidsmarkt daadwerkelijk te garanderen en de eerdergeconstateerde hindernissen weg te nemen?De leden van de D66-fractie vragen deze Minister ook hoe zij kijkt naar dekwaliteit van opvang in andere lidstaten. Deelt zij de mening dat eenslechte kwaliteit hiervan in die lidstaten, maakt dat asielzoekers eerderzullen doorreizen naar een andere lidstaat, bijvoorbeeld naar Nederland,zo vragen zij. Daarnaast vragen zij of de Minister bereid is deze lidstatendaarop aan te spreken en te zorgen dat alle lidstaten zich tijdig enminimaal houden aan de kwaliteitsstandaarden zoals afgesproken in deOpvangrichtlijn.Deze leden vragen ook of het «contingency plan» (verplicht onder denieuwe Opvangrichtlijn) met de Kamer gedeeld kan worden en of deMinister hierbij kan uitleggen in hoeverre zij na het intrekken van deSpreidingswet en aanpassingen aan de huisvestingswet (het schrappenvan de urgentieverklaringen en taakstellingen) nog kan voldoen aan de inde Opvangrichtlijn gestelde eisen.De leden van de D66-fractie vragen of de Minister bereid is om te zorgendat het Nederlands Rode Kruis toegang krijgt tot alle opvangcentra, zodatzij asielzoekers kan begeleiden in het zoeken naar familieleden die ze opde vlucht zijn kwijtgeraakt, zoals verplicht onder het aquis. Bovendienvragen zij de Minister om de inname van telefoons van asielzoekers toteen minimum te beperken zodat mensen contact kunnen houden metfamilieleden in het land van herkomst of op de vlucht.4. Asielprocedure Welke herzieningen in de procedure heeft de Minister voorzien om tekunnen voldoen aan de kortere beslistermijnen, zo vragen deze leden. Zijroepen de Minister daarnaast op om hierbijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93611 van de procedures, zoals het schriftelijk horen en het voordeel van detwijfel. Op welke manier wordt de deskundigheid van IND-medewerkersvergroot om een degelijke leeftijdsbepaling te kunnen doen? Daarnaastvragen zij wat het verschil is tussen de «juridische counseling» en hetjuridische advies dat nu aan asielzoekers wordt gegeven buiten derechtsbijstand die zij ontvangen. Hoe reageert deze Minister, zo vragendeze leden, op experts die aangeven dat vroege toegang tot een advocaatvan belang is om procedures kort te houden? En kan de Ministeraangeven op welke wijze legal counselling effectief kan worden vormge-geven als de financiering van Vluchtelingenwerk Nederland met bijna 70procent afneemt?De leden van de D66-fractie kunnen zich vinden in het schrappen van hetaanmeldgehoor. Wel maken zij zich zorgen over het schrappen van derust- en voorbereidingstijd, omdat deze stap juist bijdraagt aan dekwaliteit van de verdere asielprocedure. Zij vragen de Minister dan ookom dit te heroverwegen om een toename in bezwaar- en beroepsproce-dures te voorkomen.6. AMMR/Dublin Op welke manier zal het belang van het kind worden getoetst, zo vragende leden van de D66-fractie. Daarnaast vragen zij of de Minister kantoelichten hoe het criterium met betrekking tot het hebben van eendiploma of kwalificatie zal worden verwerkt in de procedure.7. Solidariteit De leden van de D66-fractie delen de mening van de Minister datsolidariteit een belangrijk uitgangspunt is van het pact. Het is deafgelopen jaren duidelijk geworden dat het lage aantal Dublinover-drachten, dat de Minister ook beschreef bij de bouwsteen «AMMR/Dublin», grotendeels het gevolg is van gebrekkige solidariteit. Grens-landen hebben vaak de capaciteit niet om te voldoen aan degelijkeregistratie en opvang, waardoor overdrachten niet mogelijk zijn. De ledenvragen de Minister daarom wat de logica is achter de keuze van hetafkopen van solidariteit en hoe zij denkt dat dit zal bijdragen aan eenverhoging van het aantal Dublin-overdrachten. Daarnaast vragen zij watde rol van de solidariteitscoördinator zal zijn, gezien het feit dat Nederlandzich niet bereid toont tot deelname aan het solidariteitsmechanisme.8. Noodgevallen en crisis De leden van de D66-fractie vragen de Minister het noodplan ruim voor dedeadline van 12 april 2025 te delen met de Tweede Kamer zodat zij demogelijkheid houdt om hierover in debat te gaan. Kan zij daarin ookingaan op het voornemen om de spreidingswet in te trekken, de bezuini-gingen op de uitvoeringsorganisaties, het terugdraaien van het besluit omhet COA een ijzeren voorraad aan opvangplekken te laten behouden enhet schrappen van de taakstelling van statushouders, zo vragen zij.9. Horizontaal, juridische waarborgen Kan de Minister toezeggen in het besluit over rechtsbijstand het adviesvan de Onderzoekscommissie Langdurig verblijvende vreemdelingenzonder bestendig verblijfsrecht5 mee te nemen, waarin wordt gesteld:«Investeer in een zorgvuldige behandeling van een eerste asielaanvraag.Dat beperkt vertraging bij beroeps-, vervolg- en vertrekprocedures.5https://open.overheid.nl/documenten/ronl-7f894633-d1d6-499e-9996-74a505b66166/pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93612 Handhaaf daarom de rechtsbijstand voorafgaande aan de start van deachtdaagse Algemene Asielprocedure en de onpartijdige informatievoor-ziening aan asielzoekers. Het is belangrijk dat de eerste beslissing op eenasielverzoek goed is. Daarbij hoort dat alle relevante redenen van deasielzoeker voor zijn aanvraag in Nederland zijn meegewogen.»10. Hervestiging, inclusie en integratie Welke redenen – naast evident kansarme aanvragen – ziet de Ministertoegang tot taallessen, inburgeringscursussen of beroepsopleiding teweigeren, zo vragen de leden van de D66-fractie. Zij vragen of de Ministermet hen deelt dat de integratie op lange termijn is gebaat bij vroegedeelname aan de Nederlandse maatschappij en het zo vroeg mogelijkleren van de Nederlandse normen en waarden. Hoe gaat de Minister dezevereiste uit het pact implementeren, zo vragen deze leden.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de fractie-BBB hebben kennisgenomen van het voorge-nomen EU asiel- en migratiepact. Zij hebben hier nog een aantal vragenover.Bij de asielgrensprocedure die doorlopen wordt aan de buitengrens vande EU, worden bij derdelanders vrijheidsontnemende maatregelenopgelegd om te voorkomen dat de vreemdeling toegang krijgt tot hetSchengengrondgebied krijgt. Kan de Minister toelichten hoe dezevrijheidsbeperkende maatregelen eruitzien?De Opvangrichtlijn biedt de mogelijkheid om bepaalde groepen asiel-zoekers een vrijheidsbeperking op te leggen in het kader van openbareorde of bij een onderduikrisico. Daarnaast biedt de Opvangrichtlijn eennieuwe bewaringsgrondslag voor de asielzoeker die zich niet heeftgehouden aan een eerder opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel. Kande Minister toelichten hoe deze vrijheidsbeperkende maatregeleneruitzien?De asielprocedure krijgt een verplichte tweedeling in a) een verplichteversnelde procedure voor specifieke groepen en b) de reguliereprocedure. In de Nederlandse asielprocedure worden nu enkel asielaan-vragen afkomstig uit veilige landen van herkomst versneld behandeld.Momenteel komt vijf procent van alle procedures in de versneldeprocedure terecht. Vanaf 12 juni 2026 zal – gebaseerd op de dan geldendedefinitie – naar verwachting ongeveer 20 procent van de gevallen in deversnelde procedure behandeld moeten worden. Hoe groot acht deMinister de kans van slagen hiervan in verband met de enorme capaci-teitsdruk in de asielketen? Hoe gaat zij dit probleem ondervangen?Het migratiepact bestaat uit één richtlijn en in totaal negen verordeningen.Deze richtlijn en verordeningen dienen in tientallen landen gelijktijdigingevoerd te worden. De leden van de BBB-fractie hebben zorgen overeen eenduidige en op eenzelfde manier invoeren in alle landen. Hoe kijktde Minister hiernaar en kan zij toelichten in hoeverre het haalbaar is datalle landen dit migratiepact op eenzelfde manier invoeren?Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het nationaal implementatieplan en hebben hierover een aantalvragen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93613 2.1 Grensprocedure screening – III De asielgrensprocedure De leden van de CDA-fractie vragen of Schiphol de enige plek inNederland is die wordt gezien als juridische buitengrens van de EU. Is ditdan ook de enige plek waar de buitengrensprocedure zal wordentoegepast? Hoe werkt dit dan voor derdelanders die zich melden in TerApel maar wel onder de criteria van asielgrensprocedure vallen (bijvoor-beeld inwilligingspercentage van 20 procent of lager)? Worden dezemensen dan ook naar Schiphol overgebracht of komt er in Ter Apel en opeventuele andere aanmeldlocaties ook een voorziening die voorziet in deeisen van asielgrensprocedure en de benodigde bewaringscapaciteit?Kan op basis van de afgelopen vijf jaar inzichtelijk gemaakt worden wathet aantal eerste aanvragen was van derdelanders met asielverzoekafkomstig uit landen met een inwilligingspercentage van 20 procent enlager en hoe zich dit verhoudt tot de door Europese Commissie aanNederland opgelegde 211 plaatsen ten behoeve van de asielgrens- enterugkeerprocedure?3.2 Vereisten migratiepact Zijn er in de nieuwe opvangrichtlijn eisen opgenomen over de eisen aande opvang van Dublinclaimanten die geen recht meer hebben op reguliereopvang? Kunt u een juridische toelichting en uitleg geven op het de dooru voorziene vraagstuk van arrest Haqbin en de bepalingen in de herzieneopvangrichtlijn? Ook als hierover nog geen conclusies getrokken zijn kuntu dan het (juridische)dilemma schetsen?3.3 Implementatie Kunt u toelichten op welke wijze, met welke criteria en in welke veror-dening er een uitsluitingsgrond is opgenomen voor het recht op toegangtot de arbeidsmarkt voor specifieke groepen zoals asielzoekers uit veiligelanden, Dublinclaimanten?4.3 Implementatie Wat is op basis van de impactanalyse de inschatting van de periode dat deIND nog met twee systemen zal moeten werken nadat vanaf 12 juni 2026de aanvragen afgedaan dienen te worden in overeenstemming met hetEuropese migratiepact? Kunt u een uitvoerige beschouwing geven van desamenloop van de implementatie van het EU asiel- en migratiepact en deinvoering van het tweestatusstelsel? Heeft dit nieuwe stelsel nogaanvullende uitvoeringsimplicaties op het gebied van personeel,opleiding, ICT etc.? En welke juridische implicaties ontstaan hierdoor?Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben het Nationaal Implementatieplan Asiel-en Migratiepact gelezen. Deze leden hebben hier nog een aantal vragenoverDe leden van de SP-fractie spreken hun zorgen uit dat met de implemen-tatie van het EU asiel- en migratiepact situaties kunnen gaan ontstaan dieovereenkomen met de inhumane omstandigheden in kamp Moria eenaantal jaar geleden. Dit omdat de grenslanden nog steeds een grootgedeelte van de opvang voor hun rekening nemen. Dit gebeurt zeker ophet moment dat landen zoals Nederland ervoor kiezen alle plekken af tekopen. Erkent de Minister deze zorg? Of verwacht de Minister een andereontwikkeling? Kan de Minister voor wat dit betreft reageren op de recenteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93614 asielplannen in Duitsland en of deze ook invloed hebben op de uitvoeringvan het migratiepact?De leden van de SP-fractie zijn niet te spreken over het voornemen vandeze Minister om te kiezen voor het afkopen van plekken. Een essentieelonderdeel van het migratiepact is de verplichte solidariteit die voortkomtuit het feit dat de grenslanden al teveel de last hebben gedragen van deopvang. Dit pact is als het ware een Europese spreidingswet. Waaromkiest de Minister op voorhand voor het afkopen van de plekken? Kan erinzicht worden gegeven in de verwachte kosten die hieraan verbondenzijn en de verwachte kosten die er zouden zijn als wij de vluchtelingen wélzouden opvangen? Deelt de Minister de mening dat het afkopen van onzeverantwoordelijkheid richting vluchtelingen die uit oorlogs- of geweldsituaties vluchten een slechte zaak is? Te lezen valt in de brief van deMinister dat een belangrijk onderdeel van het pact het solidariteitsmecha-nisme is en het ingestelde solidariteitsmechanisme moet gaan regelen datlidstaten waarvan is vastgesteld dat zij onder migratiedruk staan of hierrisico op lopen worden bijgestaan door de andere lidstaten. Is Nederlandhier überhaupt toe bereid? Hoe ziet de Minister dit voor zich? Is deMinister zich ervan bewust dat als elk land zich zou gedragen zoalsNederland voornemens is om te doen, dat er geen sprake is van solida-riteit maar chaos? Is er al een nationale solidariteit coördinator benoemdaangezien de mijlpaal voorzien was eind 2024?De leden van de SP-fractie lezen dat er veel discussie is over het begrip«veilig land» en dat de Europese Commissie bezig is met plannen om ditbegrip verder op te rekken. Om welke voorstellen gaat het en wanneer kande Kamer deze verwachten? Wat verstaat deze Minister onder een «veiligland» en is iemands persoonlijke situatie zoals de seksuele geaardheidnog van invloed op de vraag of dit land veilig is voor deze persoon? Telezen valt in de Nederlandse plannen dat nu vijf procent van de veilige-landers in een versnelde procedure terechtkomt en dat dit vanaf 2026vanwege het oprekken van de definities 20 procent zal zijn. Welke definitiewordt hier precies opgerekt en hoe? Kan de Minister hier verder overuitweiden? Deelt de Minister de mening dat als de Europese Unie eenovereenkomst heeft gesloten met een land, dit land niet per definitie een«veilig land» is?De leden van de SP-fractie maken zich in het nieuwe pact zorgen overvluchtelingen die zonder documenten naar een land komen. Lezen dezeleden het goed dat deze personen altijd ook in de grensdetentie terechtzullen komen?De leden van de SP-fractie hebben zorgen over de juridische stappen dievluchtelingen kunnen nemen in het nieuwe migratiepact. Klopt het dateen vluchteling maar vijf dagen de tijd heeft om in beroep te gaan? Is er inNederland wat dit betreft altijd de mogelijkheid om met een advocaat tespreken? Hebben hulporganisaties en advocaten toegang tot de detentie-centra? Erkent de Minister dat niet in alle gevallen deze mogelijkheden erzijn voor vluchtelingen en is zij bereid met haar collega’s in gesprek tegaan om op zijn minst deze mogelijkheid te bieden?De leden van de SP-fractie willen in algemene zin vragen wat de grootstebeleidsinhoudelijke wijzigingen zijn die de Minister ziet in het gehelemigratiepact voor Nederland, los van de logistieke kwesties. Deze ledenzien bijvoorbeeld dat de Minister erkent dat een bestaande uitdaging vande IND het werven, behouden en versterken van het personeel is. Maarhoe gaat dit veranderen als de begroting van het IND gedecimeerd wordtvanaf 2027? Op welke manier is een investering in het personeel danüberhaupt een optie? Vindt de Minister ook dat de geplande bezuini-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93615 gingen op het IND in schril contrast staan met de intensivering die juistvanaf juni 2026 nodig is als dit pact eenmaal geïmplementeerd is?Ditzelfde geldt toch ook voor het COA waar een flinke intensivering nodigis terwijl er een grote bezuiniging in 2027 voorhanden is?De leden van de SP-fractie hebben nog vragen over de implementatie insamenhang met de huidige nationale wetgeving en de nationaleasielprocedure. Hoe kan het EU-migratiepact worden gelezen insamenhang met de nationale wetgeving voor strengere asielwetgevingdie er dit jaar nog aan komt? Hoe grijpt dat op elkaar in? Is dat al helemaalduidelijk, hoe wordt daar rekening mee gehouden? Kan de uitvoering aldie wijzigingen na elkaar eigenlijk wel aan?De leden van de SP-fractie hebben nog een specifieke vraag over dekinderrechten. Klopt het dat kinderen altijd uitgesloten worden van sobereopvang, ongeacht van hun procedure, omdat Nederland op grond vanartikel 26 Opvangrichtlijn de verplichting heeft om hen altijd kindvriende-lijke opvang te bieden, waar de sobere opvang niet aan kan voldoen?Ten slotte hebben de leden van de SP-fractie nog vragen over de opzetvan de grensdetentie en de omstandigheden hiervan. Klopt het dat ookkinderen terecht kunnen komen in deze grensdetentie en onder welkevoorwaarden dit wel of niet gebeurt? Lezen deze leden het goed datgezinnen met kinderen in principe niet in de detentiecentra terecht zullenkomen? Welke kosten zijn verbonden aan het inrichten van deze detentie-centra?Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met interesse kennisgenomen vanhet implementatieplan van het EU asiel- en migratiepact. Zij hebbendaarover een enkele vraag.Eerder heeft de SGP-fractie een motie ingediend die de regering vraagtzich op Europees niveau in te zetten om de bevolkingsdichtheid mee tewegen bij de verdeling van asielzoekers.6 De regering stelt zich steeds ophet standpunt dat dit niet meer kan worden meegenomen bij deuitwerking van het huidige migratiepact en dat het daarom pas bij deherziening van de betreffende wetgeving in 2027 aan de orde is. Toch isop dit moment nog niet alles in kannen en kruiken ten aanzien vanuitwerking van het pact. Zo moet nog worden vastgesteld hoe wordtomgegaan met artikel 78:3 van het EU-werkingsverdrag over solidariteit incrisissituaties, zoals is ingezet bij tijdelijke relocatieprogramma vanuitGriekenland en Italië in 2015. Voorziet de Minister dat in aanvulling opmaatregelen uit de solidariteitspool er ook nog maatregelen kunnenworden genomen op grond van artikel 78:3 van het EU-werkingsverdrag?Zo ja, is zij bereid bij de uitwerking van de verdeelsleutel hiervoor tepleiten voor het meewegen van bevolkingsdichtheid, in lijn met dezeaangenomen motie? En is zij bereid bij alle komende voorstellen tenaanzien van verdeling van asielzoekers dit als uitgangspunt te hanteren?II Reactie van de bewindspersoon Dank aan de leden van de fracties GroenLinks-PvdA, VVD, NSC, D66, BBB,CDA, SP en SGP voor de vragen en opmerkingen naar aanleiding van deKamerbrief inzake de implementatie van het EU-Migratiepact van6 december 2024. In het navolgende worden de vragen van uw leden perfractie beantwoord, in de volgorde waarin de vragen zijn gesteld.6Kamerstuk 36 410-VI, nr. 87Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93616 Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met bijzonderebelangstelling kennisgenomen van de brief inzake het nationaal imple-mentatieplan asiel- en migratiepact en het implementatieplan zelf. Dezeleden hebben vragen hierover. Allereerst stellen deze leden dat het asiel-en migratiepact, met negen verordeningen en een richtlijn een omvang-rijke herziening is. Deze leden hadden idealiter het pact op onderdelensteviger gezien, zoals bijvoorbeeld het solidariteitsmechanisme, maar zienhet pact als een belangrijke eerste stap hiertoe. Derhalve onderstrepen zijhet belang van een gedegen uitvoering. Tegen deze achtergrond makendeze leden zich grote zorgen over de aankomende bezuinigingen op deuitvoerende organisaties in de asielketen en de werkdruk die ontstaat meteen aantal aangekondigde wetsvoorstellen; de asielnoodmaatregelenweten de wet inzake het tweestatusstel. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het uitzonderlijk onverstandig om te bezuinigen op een aljaren vastgelopen asielketen, en deze keten vervolgens te belasten metomvangrijke aanpassingen. Wat betreft de twee wetsvoorstellen geeft ookde Raad voor de rechtspraak (Rvdr) aan dat gezien de forse extrawerkbelasting voor de migratieketen, het invoeren van deze twee wettenervoor zal zorgen dat de asielketen verder zal vastlopen.7 De Rvdr vraagtdaarom om uitstel. Is de Minister voornemens dit te doen? Zo nee,waarom niet?Nee, ik ben niet voornemens dat te gaan doen. De voorgestelde maatre-gelen zullen naar verwachting ervoor zorgen dat procedures efficiënterworden ingericht en de instroom daalt. Daardoor zal ook de druk op demigratieketen afnemen. De wetsvoorstellen moeten zorgvuldig entegelijkertijd zo snel mogelijk tot stand komen. Daarbij worden geenstappen- die verplicht zijn voor het wetstraject- overgeslagen. Wel zijnbepaalde stappen versneld doorlopen, zoals de consultatiefase. Tenovervloede wijs ik erop dat op nadrukkelijk verzoek van de Tweede Kamergeen gebruik is gemaakt van het staatsnoodrecht. Het alternatief volgensdezelfde Kamer was om met spoed het gebruikelijke wetstraject tedoorlopen. Dat is wat ik nu doe.Erkent de Minister dat zowel de invoering van het pact als de invoeringvan twee wetten buitengewoon veel zullen vragen van de geheleasielketen en dat het zeer onverstandig is om deze twee trajectentegelijkertijd te laten plaatsvinden? Zo nee, waarom niet?Ik besef dat twee implementatietrajecten relatief kort op elkaar veelvragen van de uitvoeringsorganisaties. De IND geeft aan dat de imple-mentatietrajecten zoveel mogelijk op elkaar afgestemd en wijzigingen bijvoorkeur in één keer geïmplementeerd moet worden. Tegelijkertijd zijn devoorgenomen maatregelen hard nodig om grip te krijgen op de asielmi-gratie. Het kabinet is van mening dat de maatregelen zoals die zijnopgenomen in de wetsvoorstellen zo snel mogelijk moeten wordeningevoerd en daarom niet zonder meer gewacht kan worden op inwer-kingtreding van het Pact medio 2026. Daarbij wordt wel rekeninggehouden met de tijd die nodig is bij de uitvoeringsorganisaties om dewetsvoorstellen te implementeren. Bij de wetsvoorstellen wordt al zo veelmogelijk rekening gehouden met de bepalingen van het Pact zodat deovergang gestroomlijnd plaats vindt.7NOS, 27 januari 2025, Raad voor rechtspraak vraagt Faber (opnieuw) om uitstel asielwetten,https://nos.nl/artikel/2553471-raad-voor-rechtspraak-vraagt-faber-opnieuw-om-uitstel-asielwettenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93617 Voorts vragen deze leden of er in de aangekondigde wetsvoorstellenelementen zitten die kort van kracht zullen zijn, omdat ze tegenstrijdig zijnmet het pact. Kan de Minister voor de asielnoodmaatregelenwet en dewet inzake het tweestatusstelsel aangeven welke elementen tegenstrijdigzijn met de eisen in het asiel- en migratiepact?De verhouding tussen de voorstellen voor de Asielnoodmaatregelenweten de Wet invoering tweestatusstelsel tot het Asiel- en migratiepact komtaan de orde in het kader van de behandeling van die wetsvoorstellen.Daarbij geldt dat het kabinet geen maatregelen neemt die strijdig zijn metof op gespannen voet staan met het Asiel- en migratiepact.Kan de Minister aangeven welke punten uit het coalitieakkoord inzakeasiel in strijd zijn met de eisen in het asiel- en migratiepact? Hoe rijmt deMinister bijvoorbeeld het voornemen om de rechtsbijstand voor asiel-zoekers te beperken, zoals is opgenomen in het coalitieakkoord, met dedoelstelling van het migratiepact inzake het recht op gratis juridischadvies gedurende de gehele asielprocedure en gratis rechtsbijstandtijdens de beroepsprocedure?Het Asiel- en migratiepact is per 12 juni 2026 van toepassing in deNederlandse rechtsorde. Dat betekent dat de nationale wetgeving metingang van die datum daarmee in overeenstemming moet zijn. Dat geldtook voor de wijze waarop invulling zal worden gegeven aan hetvoornemen om de rechtsbijstand voor asielzoekers te beperken. In dehuidige Nederlandse asielprocedure heeft een asielzoeker vanaf de startvan zijn asielprocedure recht op kosteloze rechtsbijstand van eenadvocaat. Onder de Asielprocedureverordening uit het Asiel- en migra-tiepact worden lidstaten minimaal verplicht om de asielzoeker vanaf destart van zijn asielprocedure kosteloze onafhankelijke juridische onder-steuning («counseling») aan te bieden. Juridische counseling is niethetzelfde als rechtsbijstand in de huidige vorm en daarom kan volstaanworden met een «lichtere» vorm van juridische ondersteuning dan nu hetgeval is. Zo kent de Nederlandse asielprocedure momenteel dus extrawaarborgen boven op de minimumnorm uit de huidige en toekomstigeEuropese asielwetgeving. De Nederlandse invulling aan deze norm zalindachtig de ambities uit het regeerprogramma worden bepaald.Deze leden constateren dat Vluchtelingenwerk Nederland zich onlangsgedwongen voelde om naar de rechter stappen, omdat de Ministerbezuinigt op juridische hulp aan asielzoekers.8 Tegelijkertijd verplicht hetpact lidstaten minimaal om de asielzoeker vanaf de start van zijnasielprocedure kosteloze onafhankelijke juridische ondersteuning aan tebieden. Kan Nederland nog voldoen aan deze verplichting als dezebezuinigingen blijven staan? Zo ja, hoe? Zo nee, wat is de Ministervoornemens te doen?Het Asiel- en migratiepact verplicht lidstaten inderdaad minimaal om deasielzoeker vanaf de start van zijn asielprocedure kosteloze onafhankelijkejuridische ondersteuning («counseling») aan te bieden. De counselingmoet, blijkens artikel 19 van de Asielprocedureverordening, wordengeboden door «onafhankelijke juridische counselors, die krachtens hetnationale recht zijn erkend of toegelaten om de verzoekers counseling teverstrekken, dan wel door niet-gouvernementele organisaties diekrachtens het nationale recht zijn geaccrediteerd om juridische diensten ofvertegenwoordiging aan verzoekers te bieden.» Het staat lidstaten vrij om8NOS, 28 januari 2025, Vluchtelingenwerk naar de rechter om «plotselinge» bezuiniging MinisterFaber, https://nos.nl/artikel/2553605-vluchtelingenwerk-naar-de-rechter-om-plotselinge-bezuiniging-minister-faberTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93618 zelf de partij of organisatie aan te wijzen die deze taken op zich moetnemen. De Nederlandse invulling aan deze verplichting moet nog wordenbepaald.De Minister geeft in de brief aan dat daar waar de verordening ruimte laatvoor nationale keuzes, of met het oog op nadere invulling van de regels,ze kiest voor een stringente interpretatie van de EU-regels. Kan deMinister een overzicht geven van waar dit het geval was, en tot welkestrengere keuzes dit heeft geleid?In antwoord op deze vraag wordt verwezen naar de Kamerbrief van6 december 2024 (Kamerstukken II, 2024–2025 32 317 nr. 908). Daarin istoegelicht dat met de invoering van het Asiel- en migratiepact onver-plichte nationale procedurestappen in de asielprocedure wordengeschrapt. Zo worden de voornemenprocedure, het nu verplichteaanmeldgehoor en de rust- en voorbereidingstermijn afgeschaft.Het kabinet schrapt met de invoering van het pact ook andere procedures-tappen in de asielprocedure. Zo wordt onder meer de rust- envoorbereidingstermijn geschrapt. Deze leden stellen dat de rust- envoorbereidingstermijn wordt gebruikt om de asielzoeker te informerenover de asielprocedure, hulp te krijgen van een advocaat, voor medischadvies, maar ook om bij te komen van de reis naar Nederland. Kan deMinister aangeven waar al deze zaken met het schrappen van deze termijneen plek krijgen in de asielprocedure?Het schrappen van de rust- en voorbereidingstermijn betekent niet dat allegenoemde onderdelen vervallen. Uit het Asiel- en migratiepact volgt datde asielzoeker tijdens de gehele procedure recht heeft op juridischeondersteuning. Deze juridische ondersteuning omvat begeleiding enuitleg over de administratieve procedure. Ook omvat dit juridischeaangelegenheden die zich tijdens de procedure voordoen. Deze juridischebijstand hoeft niet te worden verleend door een advocaat. Zoals eerdergenoemd moet de Nederlandse invulling aan deze verplichting nogworden bepaald.Uit het Asiel- en migratiepact volgt verder dat verplicht beoordeeld moetworden of een asielzoeker bijzondere procedurele waarborgen behoeft.De IND kijkt bij het begin van de procedure of er sprake is van mogelijkekwetsbaarheid en of een aanvrager speciale ondersteuning nodig heefttijdens de asielprocedure. Als er serieuze redenen zijn om aan te nemendat iemand om medische redenen niet door de IND gehoord kan worden,zal er een medisch onderzoek worden aangeboden om te kijken of eenvreemdeling gehoord kan worden. Daarnaast vereist het Pact datasielzoekers helemaal aan het begin van de asielprocedure een voorlopigemedische check krijgen door gekwalificeerd medisch personeel en eenvoorlopige check op kwetsbaarheid door daartoe opgeleid personeel.Het uitvoeren van de genoemde stappen neemt tijd in beslag. In depraktijk zullen er altijd voldoende dagen zitten tussen de eersteaanmelding en de start van het nader gehoor, waardoor er ruimte is voorasielzoekers om bij te komen van hun reis.Is het niet verstandiger om de asielprocedure te versnellen door de langewachttijden en beslistermijnen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst(IND) aan te pakken, in plaats van het schrappen van de paar dagen dieasielzoekers krijgen om zich voor te bereiden voor de asielprocedure?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93619 De huidige asielprocedure bevat een aantal verplichte stappen die nietvolgen uit Europese regelgeving. De IND verwacht dat zowel hetafschaffen van de rust- en voorbereidingstermijn als het afschaffen vanhet verplichte aanmeldgehoor gaan bijdragen aan het versnellen van deasielprocedure en het verminderen van complexiteit van de asielpro-cedure. Zoals aangegeven in mijn vorige antwoord zullen er in de praktijkaltijd dagen zitten tussen de eerste aanmelding en de start van het nadergehoor, waardoor er ruimte is voor de asielzoeker om zich voor tebereiden op de asielprocedure.Los van de invoering van het Asiel- en migratiepact heeft de IND deambitie om tijdiger te beslissen op aanvragen. Dit doet de IND via drielijnen: 1) de complexiteit in de behandeling van een aanvraag te vermin-deren, 2) door slimmer en efficiënter te werken en 3) door beperkt meerpersoneel aan te trekken. Ook dit zal bijdragen aan het verkorten van dedoorlooptijden.Klopt het dat in het implementatiewetsvoorstel van het pact de voorge-nomen kabinetsplannen om de gezinshereniging van vluchtelingendrastisch te beperken zijn meegenomen? Deze leden vinden het opnemenvan deze voorgenomen beperkingen wat betreft de gezinshereniging vanvluchtelingen zeer voorbarig en onverstandig, omdat het wetsvoorsteldaartoe nog behandeld moet worden. Bovendien is de kans aanzienlijk dathet desbetreffende wetsvoorstel aangepast dient te worden, onder meerna advies van de Raad van State. Klopt het dat daarmee het risico bestaatdat implementatiewet van het pact mogelijk niet kan worden aange-nomen, of dat de parlementaire behandeling door noodzakelijke tussen-tijdse aanpassingen ernstig wordt vertraagd en de deadline van 2026 nietworden gehaald? Zo nee, waarom niet?Het voorstel voor de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- enmigratiepact 2026 is op 20 december 2024 voor een periode van achtweken in consultatie gebracht en voor advies voorgelegd aan een aantalbetrokken organisaties. Na de consultatie- en adviesfase wordt bezien ofen zo ja, op welke onderdelen dit wetsvoorstel aanpassing behoeft.Daarbij wordt ook de samenloop met het voorstel voor de Wet invoeringtweestatusstelsel nader beschouwd en zo nodig verhelderd.Bijlage I Nationaal implementatieplan asiel- en migratiepact1. Eurodac Met de nieuwe Eurodac-verordening wordt de leeftijd van personen vanwie gegevens worden geregistreerd verlaagd van 14 naar 6 jaar. Kan deMinister aangeven welke aanvullende bepalingen zijn opgenomen in hetpact ter bescherming van kinderen? Kan de Minister aangeven hoe dezeaanvullende bepalingen eruit komen te zien voor Nederland en welkewetgeving hiervoor aangepast dient te worden? Hoe wordt in deopleidingen van (nieuwe) medewerkers aandacht gegeven aan deomgang en bescherming van kwetsbare kinderen?Waarborgen voor minderjarigen bij afname van biometrische gegevensten behoeve van Eurodac zijn opgenomen in de nieuwe Eurodacveror-dening. Zo wordt onder meer gesteld dat de procedure voldoendezorgvuldig en kindvriendelijk moet zijn zodat de minderjarige zich veiligvoelt bij het meewerken aan het verzamelen van gegevens. De minder-jarige moet tijdens de volledige duur van de afname worden vergezelddoor een volwassen familielid, indien aanwezig. Een niet-begeleideminderjarige wordt vergezeld door een vertegenwoordiger, of, indiengeen vertegenwoordiger is aangewezen, een persoon die is opgeleid omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93620 de belangen van het kind en zijn algemene welzijn zo goed mogelijk tebeschermen. Deze persoon kan niet de ambtenaar zijn die verantwoor-delijk is voor het afnemen van biometrische gegevens en handeltonafhankelijk en ontvangt geen opdrachten van de desbetreffendeambtenaar of dienst. Indien een vertegenwoordiger is aangewezen uithoofde van de Opvangrichtlijn zal dat de begeleidende persoon zijn.Daarnaast heeft de verlaging van de leeftijdsgrens voor afname biometrieook de functie om de identiteit van (jonge) minderjarige kinderen vast testellen en de lidstaten te helpen bij het opsporen van familieleden of hetvaststellen van banden die een kind met een andere lidstaat zou kunnenhebben en bij het traceren van vermiste kinderen en de aanpak vanmensenhandel- en smokkel van (jonge) minderjarige kinderen.Het Asiel- en migratiepact verplicht dat minderjarigen op kindvriendelijkeen leeftijdsgeschikte wijze worden ondersteund door personeel datopgeleid en gekwalificeerd is om met minderjarigen om te gaan. Indien deminderjarige een alleenstaande minderjarige vreemdeling is zal deminderjarige vergezeld worden door een vertegenwoordiger van denationale kinderbeschermingsautoriteiten. Voogdijinstelling Nidos wordtaangemerkt als nationale kinderbeschermingsautoriteit. Dat betekent in depraktijk dat betrokkenheid van Nidos ten tijde van het screeningsprocesgeborgd zal moeten worden.Eerder gaf de Minister aan dat alleen in naar behoren gemotiveerdeomstandigheden en in laatste instantie, nadat alle andere mogelijkhedenzijn uitgeput, een evenredige mate van dwang kan worden toegepast omminderjarigen en onderdanen van derde landen of staatlozen die alskwetsbaar worden beschouwd, te dwingen te voldoen aan de verplichtingom biometrische gegevens te verstrekken.9 Kan de Minister nadertoelichten hoe deze dwang eruit komt te zien? Wie toetst en controleert ofer sprake is geweest van een naar behoren gemotiveerde omstandigheid?De procedure dient te worden uitgevoerd overeenkomstig de praktijk vande betreffende lidstaat en toegepast overeenkomstig de waarborgen diezijn verankerd in het Handvest van de grondrechten van de EU en in hetEVRM. Er zal zo veel mogelijk worden aangesloten bij bestaandebevoegdheden en de bestaande praktijk. Dat betekent dat de toepassingvan (lichte) dwang is voorbehouden aan de ambtenaren aangesteld voorde politietaak overeenkomstig artikel 7 en artikel 4, eerste lid, onderdeel f,van de Politiewet 2012. Dit betreft de Afdeling Vreemdelingenpolitie,Identificatie en Mensenhandel (AVIM) en de Koninklijke Marechaussee(KMar).De situatie dat een vreemdeling weigert zijn vingerafdrukken te latenafnemen, doet zich in Nederland overigens maar sporadisch voor. Ingevalde vreemdeling zich daadwerkelijk verzet, is het onmogelijk geslaagdevingerafdrukken af te nemen. De biometrie van zo’n vreemdeling blijft danonbekend en kan reden zijn om de aanvraag als kennelijk ongegrond af tewijzen.9Kamerstuk 32 317, nr. 867Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93621 2. Grensprocedure en screening Wat betekent de recente uitspraak van de rechter waarbij is vastgestelddat vreemdelingen, die zich al op Nederlands grondgebied bevinden, nietdirect mogen worden weggestuurd of zelfs vastgezet?10Zoals met uw Kamer gedeeld, heeft Nederland per 9 december 2024 degrenscontroles heringevoerd. In een individuele zaak is nadat eenvreemdeling is onderkend een maatregel van bewaring opgelegd. Derechter oordeelt in die zaak dat de toegangsweigering onrechtmatig is. Inopvolging van deze uitspraak heb ik in deze individuele zaak, conform deuitspraak, de detentiemaatregel opgeheven. Er is door mij in dezeindividuele zaak geen hoger beroep ingesteld omdat andere onderdelen inhet individuele dossier zich daartegen verzetten. Dat laat onverlet dat ikonverminderd blijf inzetten op de binnengrenscontroles. Als zich een zaakvoordoet waarin een vergelijkbaar oordeel wordt gegeven door de rechterin eerste aanleg, zal ik dat indien mogelijk wel aanvechten in hogerberoep. Naar mijn opvatting was de uitspraak in die individuele zaakimmers niet gebaseerd op de meest recente jurisprudentie op ditonderwerp.Hoeveel vreemdelingen heeft de Koninklijke Marechaussee (KMar) tot opheden gedetineerd en hoeveel mensen moeten worden vrijgelaten naaraanleiding van de uitspraak?Zoals eerder toegezegd zal ik in maart aanstaande uw Kamer informerenover de resultaten van binnengrenscontroles. De uitspraak van de rechteris gedaan in een individuele zaak. In die zaak zijn aan de uitspraakconsequenties verbonden. Zoals aangegeven zijn indiduele omstandig-heden in het dossier aanleiding geweest in deze zaak niet in hoger beroepte gaan. Dit is dus niet doorgetrokken naar andere zaken.Kan de Minister aangeven hoe zij wil voorkomen dat kinderen langdurigenegatieve gevolgen ervaren van de vrijheidsbeperkende maatregelen diekunnen worden opgelegd in de grensprocedure? Welke maatregelen zetzij in om deze effecten te voorkomen en te verkleinen? Hoeveel van de 211locaties voor de asielgrens- en terugkeerprocedure zijn geschikt voorgezinnen met kinderen en wat maakt dat deze locaties daarvoor geschiktzijn?Het Asiel- en migratiepact verplicht de lidstaten in bepaalde situaties deasielgrensprocedure toe te passen. Hierdoor kan het voorkomen datbegeleide en eventueel ook niet-begeleide minderjarige vreemdelingenhun asielprocedure doorlopen vanuit grensdetentie. Voor minderjarigekinderen in gezinsverband kan dit voorkomen wanneer zij de nationaliteithebben van een land waarvan het inwilligingspercentage EU-breed lagerdan 20% betreft, zij de autoriteiten misleiden of wanneer zij een gevaarvormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid. De asielaan-vraag van een alleenstaande minderjarige vreemdeling kan alleen in deasielgrensprocedure worden behandeld wanneer de vreemdeling eengevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid is of om die redeneerder gedwongen is uitgezet. Zoals eerder aan uw Kamer gemeld11 steltde Opvangrichtlijn waarborgen voor de detentie van minderjarigen. Zospeelt het belang van het kind een leidende rol en mag de detentie nietlanger duren dan strikt noodzakelijk. De asielgrensprocedure wordt10NRC, 24 januari 2025, «Vreemdelingen bij tijdelijke grenscontroles wegsturen of vastzettenmag niet, oordeelt de rechter, https://www.nrc.nl/nieuws/2025/01/24/vreemdelingen-bij-tijdelijke-grenscontroles-wegsturen-of-vastzetten-mag-niet-oordeelt-de-rechter-a488082911Kamerstukken II, 2023–2024, 32 317, nr. 877.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93622 beëindigd of niet toegepast wanneer de noodzakelijke ondersteuning opgrond van de Opvangrichtlijn niet (langer) geboden kan worden ofwanneer hier relevante medische redenen voor zijn. Het kabinet zet in ophet gebruik van Gesloten Gezinsvoorziening (GGV) in het JustitieelComplex Zeist. Deze locatie is speciaal voor (gezinnen met) minderjarigenontwikkeld met een minimale detentiebeleving. Zo verblijven de gezinnenin een eigen woning op het terrein, is er volledige bewegingsvrijheidbinnen het complex en toegang tot speel- en sportvoorzieningen.12Momenteel bevinden zich op de GGV 72 plekken voor vreemdelingen ingezinsverband (12 huisjes met elk 6 bedden) en een afdeling voorniet-begeleide minderjarigen van 10 plaatsen. Het betreft hier echter decelcapaciteit van DJI, terwijl de Asielprocedureverordening Nederlandertoe verplicht om gelijktijdig 211 asielgrensprocedures en/of terugkeer-grensprocedures te kunnen voeren. Het getal 211 refereert daarbij nietenkel aan de celcapaciteit maar ook aan de capaciteit van de IND enDTenV om deze procedures te doorlopen. Het kabinet is voornemens omde benodigde capaciteit flexibel in te richten, zodat wanneer de capaciteitniet ingezet hoeft te worden deze aangewend kan worden voor anderedoeleinden.Hoe wil de Minister kwetsbare «kansrijke» subgroepen binnen «veilige»landen van herkomst, bijvoorbeeld LHBTI’s en etnisch-religieuze minder-heden op tijd identificeren en hen uitzonderen van de grensprocedure?Welke concrete maatregelen worden hiervoor genomen?De beoordeling of een asielzoeker de asielgrensprocedure kan doorlopenis altijd een individuele beoordeling. Tijdens het screeningsproces wordthiertoe een eerste voorlopige beoordeling gemaakt. Indien bij diebeoordeling reeds wordt vastgesteld dat geen passende steun verleendkan worden in de grensprocedure, zal de grensprocedure niet toegepastworden. Nadat de vreemdeling is toegelaten tot de grensprocedure, volgtzo spoedig mogelijk het persoonlijk onderhoud. Als op enig momenttijdens de procedure blijkt dat het toepassen van de grensprocedureongeacht de reden niet opportuun is, wordt de detentiemaatregel directopgeheven en wordt de asielprocedure op het grondgebied verderbehandeld. Hierbij merk ik op dat dit reeds bestaande praktijk is en dit zalna invoering van het Asiel- en migratiepact niet veranderen.Deze leden constateren dat de huidige asielopvang bij lange na nietvoldoet aan internationale standaarden en verplichtingen als het gaat omzorg, onderwijs en de begeleiding waar ze recht op hebben. Hoe wil deMinister garanderen dat in de grensprocedure wel de rechten vanasielkinderen worden gewaarborgd?Vanzelfsprekend is het voor het kabinet van belang dat steeds wordtvoldaan aan internationale verplichtingen. In de Procedureverordeningzijn rechten en waarborgen opgenomen met betrekking tot de grenspro-cedure als het gaat om minderjarigen. Het belang van het kind speelthierbij een leidende rol en opvang en bewaringsomstandigheden moetengedurende de asielgrensprocedure altijd in overeenstemming zijn met dewaarborgen in de Opvangrichtlijn.13 Dit leidt ertoe dat de asielgrenspro-cedure wordt beëindigd of niet toegepast wanneer de noodzakelijkeondersteuning op grond van de Opvangrichtlijn niet (langer) geboden kanworden of wanneer hier relevante medische redenen voor zijn. Gezinnenmet kinderen worden – indien dat aan de orde is – in de grensproceduregeplaatst in de hierboven genoemde GGV in Zeist. DJI werkt voor diesituatie aan het organiseren van onderwijs. Hoe deze praktijk en ontwik-12Kamerstukken II, 2024–2025, Aanhangsel van de Handelingen, nr. 300.13Artikelen 10 t/m 13 Opvangrichtlijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93623 keling zich verhouden tot de aangepaste grensprocedure moet tijdens deimplementatietermijn blijken.Kan de Minister nader toelichten hoe de (nieuwe) screeningsautoriteiteneruit zullen zien? Is het mogelijk dat dit private organisaties zijn? Zo ja, isdat wenselijk? Of zijn het (bestaande) publieke organisaties die hier alervaring mee hebben?Vanaf 12 juni 2026 zal de IND verantwoordelijk zijn voor de uitvoering vande screeningsverordening voor aanvragers die reeds in Nederland zijn enniet voldoen aan de eisen voor toelating. Voor de grensprocedure opSchiphol wordt de KMar aangewezen als screeningsautoriteit. Op ditmoment voert de IND al de verificatie uit van herhaalde aanvragers,nareizigers en Dublinzaken die opnieuw de asielprocedure ingaan. De INDontwerpt op dit moment een nieuw I&R-proces dat goed aansluit bij dekortere termijnen uit het Asiel- en migratiepact.Wie controleert de screeningsautoriteiten? Welke rol krijgen het Collegevan de Rechten van de Mens, de ombudsman en niet-gouvernementeleorganisaties (ngo’s) bij dit proces?Er moet conform de Screeningsverordening een toezichtmechanismeworden opgericht om ervoor te zorgen dat het Unierecht en het internati-onaal recht, met inbegrip van het EU Handvest, tijdens de screening en inde grensprocedure worden nageleefd. Het is aannemelijk dat het Collegevoor de Rechten van de Mens en de Nationale ombudsman hierin een rolkrijgen, omdat zij expliciet genoemd zijn in de verordening om deel tenemen aan dit toezichtmechanisme. Gesprekken hierover zijn nog gaande.3. Opvang De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA lezen dat het Nederlandseopvangsysteem op hoofdlijnen voldoet aan de relevante bepalingen vande nieuwe opvangrichtlijn. Tegelijkertijd constateren deze leden dat deasielopvang in Nederland grotendeels bestaat uit (crisis)noodopvang-plekken, waarbij veel basale voorzieningen ontbreken of tekortschieten.Kan de Minister aangeven aan welke bepalingen van de huidigeopvangrichtlijn die terugkomen in de nieuwe opvangrichtlijn Nederlandop dit moment niet voldoet?In het Nationaal Implementatieplan is opgenomen dat het opvangsysteemop hoofdlijnen voldoet aan de relevante bepalingen van de herzieneOpvangrichtlijn. In de huidige uitvoeringspraktijk blijkt dat niet in allegevallen voldaan kan worden aan alle artikelen van de richtlijn. Eenvoorbeeld hiervan is dat niet alle kinderen binnen de aangegeven termijnnaar school kunnen. Het COA treedt hiervoor in contact met gemeentenen lokale instellingen. Bij amv streeft het COA ernaar om jongeren dieworden opgevangen in noodlocaties zonder (of met beperkt) onderwijs, zosnel mogelijk door te plaatsen naar locaties waar structureel onderwijswel geborgd is.Kan de Minister uitgebreid toelichten op welke wijze zij wil voldoen aan determijn van twee maanden waarbinnen in onderwijs moet wordenvoorzien voor leer- en kwalificatieplichtige asielzoekers? Hoeveelfinanciële middelen en hoeveel fte worden ingezet om de huidige termijnvan drie maanden, waar nu nog te vaak niet aan wordt voldaan, naar tweemaanden te brengen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93624 In artikel 16 van de herziene Opvangrichtlijn is bepaald dat minderjarigeasielzoekers zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen twee maandentoegang tot onderwijs krijgen. Ook nu al is het landelijk beleid datkinderen zo snel mogelijk een onderwijsaanbod ontvangen. Scholen engemeenten slagen hier vaak in, maar het lukt niet overal om kinderenbinnen de vereiste periode onderwijs te bieden. Hierbij speelt onderandere mee dat (nood)opvanglocaties die tijdelijk worden ingericht, hetsnel opschalen van onderwijscapaciteit wel eens lastig uitvoerbaar maakt.De spreiding van deze kinderen, de opvanglocaties, de beschikbareonderwijsvoorzieningen en onderwijspersoneel sluiten dan niet optimaalop elkaar aan.Scholen ontvangen aanvullende bekostiging voor alle bij heningeschreven nieuwkomersleerlingen. De Staatssecretaris van OCW steltin het land regiocoördinatoren nieuwkomersonderwijs beschikbaar omscholen en gemeenten te informeren en adviseren over de vormgevingvan het aanbod. Ook COA en NIDOS hebben in hun werkwijze aandachtvoor het snel toeleiden van kinderen naar onderwijs. In het uiterste gevalkan een gemeente bij het ontbreken van voldoende onderwijscapaciteiteen tijdelijke nieuwkomersvoorziening aanvragen bij het Ministerie vanOCW.De nieuwe Opvangrichtlijn zal ook van toepassing zijn op personen die«tijdelijke bescherming» vragen, de huidige groep Oekraïners. Watbetekent dit in de praktijk? Zijn er voorzieningen die opgeschaald dienente worden? Of voorzieningen waar ontheemden uit Oekraïne nu nog geenrecht op hebben, maar na de implementatie van het pact wel? Zo ja, welkevoorzieningen en rechten zijn dit?In de huidige Opvangrichtlijn is expliciet opgenomen dat die richtlijn nietvan toepassing is indien de Richtlijn Tijdelijke Bescherming wordttoegepast. De herziene Opvangrichtlijn kent een dergelijke bepaling niet.In onze huidige nationale wetgeving is geregeld dat een ontheemdeingeval van tijdelijke bescherming rechtmatig verblijf in de zin van artikel8, onder f of h, van de Vreemdelingenwet geniet. Dit rechtmatig verblijf isverbonden aan het indienen van een asielaanvraag. Daarmee wordentijdelijk beschermden in Nederland strikt genomen gelijkgesteld aanasielzoekers, waardoor ze onder het bereik van de herzieneOpvangrichtlijn vallen.De materiële voorzieningen voor asielzoekers zijn geregeld in de Regelingverstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005(Rva). De materiële opvangvoorzieningen voor ontheemden uit Oekraïnedie onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vallen zijn geregeld in deRegeling opvang ontheemden Oekraïne. Bij totstandkoming van delaatstgenoemde is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de Rva,waardoor verschillen tussen de twee groepen zo veel mogelijk wordenvoorkomen. Dat betekent niet dat er geen verschillen zijn, maar deze zienvoornamelijk op de praktische uitvoering. Zo is voor de opvang vanontheemden wettelijk geregeld dat de gemeenten daarvoor verantwoor-delijk zijn, in tegenstelling tot het COA daar waar het gaat om reguliereasielzoekers. In het voordeel van ontheemden geldt, in vergelijking met dereguliere asielzoeker, dat ontheemden arbeid in loondienst kunnenverrichten zonder tewerkstellingsvergunning. Er zijn geen voorzieningenof rechten die naar aanleiding van de implementatie van het Pact voorontheemden opgeschaald moeten worden.Deze leden lezen dat het de intentie van het kabinet is om een aantallocaties van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) in te richtenspeciaal voor personen die in aanmerking voor de versnelde procedure.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93625 Kan de Minister aangeven om hoeveel locaties en bedden dit zou gaan?Kan de Minister aangeven wanneer deze intentie gerealiseerd dient teworden? Is de Minister hierover in gesprek met het COA? Is zij vanmening dat het COA hierop is voorbereid? Welke (financiële) onder-steuning krijgt het COA om deze taak uit te voeren? Hoeveel kost hetopzetten van nieuwe asielzoekerscentra voor de versnelde procedure?Hoeveel fte is hiervoor nodig? Aan welke locaties en gemeenten denkt deMinister? Is er bestuurlijk draagvlak voor het openen van deze nieuweasielzoekerscentra?In de geactualiseerde Uitvoeringsagenda flexibilisering asielketen (hierna:Uitvoeringsagenda), die in de zomer van 2024 met de Tweede Kamer isgedeeld, wordt het toekomstbeeld van het asielopvanglandschapgeschetst dat gericht is op het realiseren van stabiliteit alsook flexibiliteitin het opvangsysteem, het tot een minimum beperken van verhuisbewe-gingen en asielzoekers snel en efficiënt laten integreren en participeren,dan wel laten terugkeren naar het land van herkomst. Om deze uitgangs-punten te kunnen realiseren, wordt het opvanglandschap heringericht enhet aantal opvangmodaliteiten teruggebracht naar drie: azc’s metaanmeldfaciliteiten, reguliere azc’s en azc’s voor versnelde procedure.Opvangmodaliteiten die voorzien in een specifieke opvang- of begelei-dingsbehoefte zoals de intensief begeleidende opvang (ibo) ofhandhavings- en toezichtlocatie (htl) blijven ook in deze herinrichtingnodig.De uitvoeringsagenda schetst een toekomstbeeld op hoofdlijnen. Dittoekomstbeeld is ook nauw verbonden aan de implementatie van hetAsiel- en migratiepact. Momenteel wordt in samenwerking met allebetrokken ketenpartners een implementatieplan opgesteld waarin deuitgangspunten van de Uitvoeringsagenda geconcretiseerd en gepriori-teerd worden, waarin verbanden met andere lopende trajecten gezochtworden en waarin uitgewerkt wordt wat er vanuit de betrokken uitvoe-ringsorganisaties nodig is om de Uitvoeringsagenda te realiseren. HetCOA is nauw betrokken bij dit proces. Samen met het COA en andereorganisaties worden de door u genoemde uitvoeringstechnischevraagstukken, zoals aantal bedden, locaties en (financiële) middelenverder onderzocht en uitgewerkt. Zodra hier meer helderheid over is, zaluw Kamer hierover geïnformeerd worden.4. Asielprocedure Voldoet Nederland op dit moment aan artikel 54 van de nieuwe Asielpro-cedureverordening die stelt dat minderjarigen worden overgebracht naaropvangfaciliteiten «die doeltreffend op hun behoeften zijn afgestemd enzorgen voor een levensstandaard die toereikend is voor de lichamelijke,mentale, spirituele, morele en sociale ontwikkeling van de minderjarigemet volledige inachtneming van de vereisten uit de Opvangrichtlijn»? Zonee, hoe wil de Minister ervoor zorgen dat Nederland hier wel aan voldoetmedio 2026? Welke concrete stappen wil de Minister hiervoor nemen?Vanzelfsprekend is het voor het kabinet van belang dat steeds wordtvoldaan aan internationale verplichtingen. In de Procedureverordeningzijn rechten en waarborgen opgenomen met betrekking tot de grenspro-cedure als het gaat om minderjarigen. Het belang van het kind speelthierbij een leidende rol en opvang en bewaringsomstandigheden moetengedurende de asielgrensprocedure altijd in overeenstemming zijn met dewaarborgen in de Opvangrichtlijn.[1] Dit leidt ertoe dat de asielgrenspro-cedure alleen kan worden toegepast op een alleenstaande minderjarigevreemdeling wanneer deze een gevaar voor de openbare orde ofnationale veiligheid vormt of om die reden eerder gedwongen is uitgezet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93626 Ook wordt de asielgrensprocedure beëindigd of niet toegepast wanneerde noodzakelijke ondersteuning op grond van de Opvangrichtlijn niet(langer) geboden kan worden of wanneer hier relevante medischeredenen voor zijn. Gezinnen met kinderen worden – indien dat aan deorde is – in de grensprocedure geplaatst in de gesloten gezinsvoorzieningin Zeist. Daar zijn twaalf huisjes met zes bedden beschikbaar voorgezinnen met minderjarige kinderen. DJI werkt voor die situatie aan hetorganiseren van onderwijs. Hoe deze praktijk en ontwikkeling zichverhouden tot de aangepaste grensprocedure moet tijdens de implemen-tatietermijn blijken.Deze leden stellen dat uit het implementatieplan onvoldoende blijkt welkestappen Nederland zal zetten om na de screening en beoordelingdaadwerkelijk geschikte opvangplekken aan te bieden voor kwetsbarepersonen en kinderen. Kan de Minister dat nader toelichten?In de huidige opvangpraktijk wordt al, vroeg in het opvangproces endoorlopend tijdens de opvang, een beoordeling gemaakt of aangepasteopvangbehoeften noodzakelijk zijn als gevolg van geconstateerdekwetsbaarheden. Dat verandert niet in de situatie van de nieuweopvangrichtlijn. Het COA houdt zo veel als mogelijk rekening metaangepaste opvangbehoeften in haar plaatsingsbeleid.Klopt het dat het toepassen van de versnelde procedure optioneel is vooralleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s)? Is de Ministervoornemens om, gezien de specifieke kwetsbaarheid van deze groep, ze inde reguliere procedure te behandelen? Zo nee, waarom niet?Ja, toepassing van de versnelde procedure is niet verplicht voor alleen-staande minderjarige vreemdelingen (amv’s), in tegenstelling totmeerderjarige vreemdelingen. Lidstaten kunnen ervoor kiezen deversnelde procedure toe te passen bij «amv’s wanneer zij afkomstig zijnuit een veilig land van herkomst of een nationaliteit hebben waarbij hetinwilligingspercentage lager dan 20% is op grond van Eurostat gegevens,bij een herhaalde aanvraag of wanneer er sprake is van misleiding van dekant van de aanvrager. Ik ben voornemens om het uitgangspunt tehanteren aanvragen van «amv’s zoveel mogelijk af te handelen in deversnelde procedure, indien de aanvraag zich daarvoor leent en besluit-vorming op een zorgvuldige wijze kan plaatsvinden. Per geval zal altijdworden beoordeeld of de versnelde procedure kan worden toegepast. Ikwil benadrukken dat een aanvraag behandelen in de versnelde procedureniet afdoet aan de bijzondere procedurele waarborgen die van toepassingzijn op een amv. Het enige verschil is verkorte termijnen, wat prioriteit metzich meebrengt.5. Terugkeer Artikel 42 van de nieuwe Asielprocedureverordening benoemt situatieswaarin de grensprocedure verplicht moet worden toegepast. Ookasielzoekers die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid ofopenbare orde moeten worden verwezen naar de grensprocedure. Kan deMinister nader toelichten wat valt onder de openbare orde? Is hier eendefinitie van en kan de Minister voorbeelden geven van gedragingen dievallen onder «gevaar voor openbare orde»?Artikel 45, eerste lid, van de Procedureverordening bepaalt dat lidstatenverplicht zijn een verzoek in de grensprocedure te behandelen als erredelijke gronden zijn om aan te nemen dat de verzoeker een gevaarvormt voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaat. DeIND beoordeelt hiertoe of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93627 een gevaar voor de gemeenschap op individuele basis, aan de hand vanalle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND weegt allestrafrechtelijke veroordelingen mee in de beoordeling of er sprake is vaneen gevaar voor de openbare orde. Hieronder kunnen ook veroordelingendie in het verleden volgens het jeugdstrafrecht zijn opgelegd vallen. DeIND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerdebijzondere feiten en omstandigheden, die zien op de aard en de ernst vanhet delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict. Hierbijwegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraaghoe groot het aandeel is van het delict dat een gevaar voor de gemeen-schap vormt evenals de evenredigheid van het besluit.Deze leden stellen dat het recht op opvang direct vervalt na demededeling van een overdrachtsbesluit. Na het vervallen van het recht opopvang in de zin van de Opvangrichtlijn moet nog wel een minimalelevensstandaard («bed-bad-brood») worden geboden. Kan de Ministeraangeven bij wie deze verantwoordelijkheid ligt? Is dat bij de gemeentenof het Rijk?Het is conform de opvangrichtlijn verplicht in alle gevallen een minimalelevensstandaard te bieden. Het COA werkt momenteel aan de uitwerkinghiervan, in lijn met de uitvoeringsagenda flexibilisering asielketen. In deuitwerking zal het COA de mate van toezicht op de vreemdelingmeenemen, alsmede het verstrekkingen regime.7. Solidariteit In het regeerakkoord is opgenomen dat Nederland een financiële bijdragewil leveren in plaats van vreemdelingen uit andere EU-lidstaten over tenemen. Wanneer echter teveel lidstaten dit doen kan dit erin resulterendat Nederland Dublinclaimanten niet langer kan overdragen. Hoe wordtdit aspect meegenomen in de keuze die gemaakt moet worden over debijdrage van Nederland? Zijn er specifieke onderdelen/elementen die hetkabinet door middel van een financiële bijdrage wil ondersteunen?Het uitgangspunt van het solidariteitsmechanisme is dat op verschillendemanieren ondersteuning kan worden geboden aan lidstaten ondermigratiedruk: door middel van herplaatsingen, een financiële bijdrage ofoperationele solidariteit. Al deze verschillende maatregelen van solida-riteit zorgen voor een functionerend solidariteitsmechanisme, waaraanweliswaar verplicht moet worden deelgenomen, maar waarin in geengeval lidstaten verplicht kunnen worden tot herplaatsing.De hoogte van de benodigde solidariteit wordt jaarlijks vastgesteld opvoorstel door de Europese Commissie en vastgesteld door de Raad. Hetaandeel dat elke lidstaat in deze solidariteitsbijdragen heeft, waarvan definanciële bijdrage één mogelijkheid is, is afhankelijk van een verdeel-sleutel op basis van de omvang van de bevolking en het BBP van delidstaat. Deze verdeelsleutel is ook van toepassing voor de financiëlebijdrage. Nederland kan niet verplicht worden om meer bij te dragen danop basis van die betreffende verdeelsleutel. Deze bijdrage wordt via debegroting van de Unie verleend. De ontvangende lidstaten dienen deacties die ze met de financiële bijdrage willen financieren daarnaast in bijhet forum op technisch niveau.Wanneer op EU-niveau de minimumdrempel van het aantal beoogdeherplaatsingen niet wordt gehaald, is het binnen het solidariteitsmecha-nisme mogelijk dat lidstaten worden verplicht om afgebakende aantallen«Dublinclaimanten» niet over te dragen aan de begunstigde lidstaat ondermigratiedruk, ook al was deze begunstigde lidstaat als verantwoordelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93628 lidstaat aangemerkt. Het gaat om de zogenoemde Verantwoordelijkheids-offsets. Zo hebben solidariteit ontvangende lidstaten een garantie dat devorm van solidariteit die zij ontvangen aansluit bij hun behoefte.Daarnaast bevat het mechanisme een reeks waarborgen en controleme-chanismen die naleving van het EU-asielacquis stimuleren. Zo is een goedvoorbereid asiel- en opvangstelsel een belangrijke vereiste voor deerkenning van «migratiedruk» en kunnen bijdragende lidstaten nietverplicht worden hun solidariteitstoezeggingen na te komen ten aanzienvan een begunstigde lidstaat, als de Commissie heeft bepaald dat ersprake is van systemische tekortkomingen in het asiel- en opvangstelselvan die lidstaat (specifiek als dit de Dublin-verplichtingen betreft). Hetmechanisme is er dus op gericht dat enerzijds iedere lidstaat bijdraagt viasolidariteitstoezeggingen en anderzijds elke lidstaat verantwoordelijkheidneemt voor het eigen asielsysteem en het voldoen aan het EU-asielacquis.8. Noodgevallen en crisis Op grond van artikel 32 van de Opvangrichtlijn moet Nederlandvoorbereid zijn op situaties van een onevenredig hoge instroom. Kan deMinister aangeven wanneer de aantallen «onevenredig hoog zijn» en kande Minister aangeven hoe lang dit het geval moet zijn voordat hetnoodplan in werking kan treden?Op dit moment wordt er gewerkt aan de totstandkoming van eennoodplan voor de asielketen als opgedragen in art. 32 van deOpvangrichtlijn. Een dergelijk noodplan zet de maatregelen uiteen diemoeten/kunnen worden genomen om te zorgen voor een passendeopvang en aanpassingen aan het asielsysteem wanneer de lidstaat meteen onevenredig aantal verzoekers om internationale bescherming, metinbegrip van niet-begeleide minderjarigen, wordt geconfronteerd. Hetnoodplan bestaat uit een aantal, binnen de asielketen onderlingafgestemde, criteria die gerelateerd zijn aan de hoogte en aard van deinstroom waar die ketenpartner (s) op dat moment mee word(t)(-en)geconfronteerd. Op basis daarvan wordt bepaald welke maatregelenmoeten worden genomen om de keten als geheel te laten blijvenfunctioneren. Of sprake is van een «onevenredig aantal» is gerelateerdaan instroom, de doorstroom, de mate waarin ketenpartners voorbereidzijn en de uitstroom uit de opvang. Voor de opvang zijn bijvoorbeeldindicatoren als de bezettingsgraad en kwaliteit van opvanglocaties vanbelang. Of er sprake is van een onevenredig aantal verzoekers ominternationale bescherming is daarom afhankelijk van alle ketenpartners,hoe deze als keten kunnen blijven functioneren en is daarom van tevorenniet met één criterium aan te geven.Kan de Minister het noodplan dat op 12 april 2025 bij hetEU-asielagentschap ingediend moet worden ook aan de Kamer doentoekomen? Zo nee, waarom niet?Er is nog onduidelijkheid in hoeverre de nationale noodplannen van delidstaten openbaar kunnen worden gemaakt, temeer omdat een aantalEU-lidstaten hier bezwaren tegen heeft vanwege de in de plannenneergelegde informatie.10. Hervestiging, inclusie en integratie Op welke punten voldoet Nederland niet aan de elementen van de nieuweOpvangrichtlijn als het gaat om inburgering voor asielzoekers envluchtelingen? Zijn de bezuinigingen op het programma vroege integratieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93629 en participatie een belemmering geweest hierin? Is het voldoende dat inslechts op 38 van de ongeveer 200 asielzoekerscentra een meedoenbalieis?Er zijn op dit moment onvoldoende middelen om op alle reguliere locatieseen Meedoenbalie in te richten. Op dit moment wordt nog verkend of hethuidige aanbod voldoet aan de verplichtingen zoals vastgelegd in deherziene Opvangrichtlijn. In 2025 bezuinigt het kabinet binnen de VrIPalleen op de reiskosten vroege start. Alle andere onderdelen van VrIPworden niet geraakt. Er blijft nog voldoende budget voor deze reiskostenover om de vroege start te stimuleren.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen vanhet voorstel. Deze leden hebben hier nog enkele vragen over.De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat Dublinclaimanten na eenoverdrachtsbesluit niet langer in Nederland behoren te zijn. Dit betekentdat zij, in overeenstemming met het asiel- en migratiepact, niet meer inaanmerking zouden moeten komen voor reguliere opvang. Deze ledenconstateren dat het implementatieplan aangeeft dat Nederlandmomenteel uitwerkt welke consequenties dit heeft. Deze leden zijn vanmening dat vrijheidsbeperkende maatregelen, zoals bijvoorbeeldmeldplicht of verblijf in een vrijheidsbeperkende locatie, een effectiefmiddel kunnen zijn om te garanderen dat Dublinclaimanten daadwerkelijkworden overgedragen en Nederland verlaten. In welke fase bevindt deuitwerking van deze opvang zich momenteel en op welke wijze wordenvrijheidsbeperkende maatregelen hierin meegenomen?Het is conform de Opvangrichtlijn verplicht in alle gevallen een minimalelevensstandaard te bieden. Het COA werkt momenteel aan de uitwerkinghiervan, in lijn met de uitvoeringsagenda flexibilisering asielketen. In deuitwerking zal het COA de mate van toezicht op de vreemdelingmeenemen, alsmede het verstrekkingen regime.Met de invoering van het migratiepact krijgen asielzoekers in een lopendeaanvraagprocedure recht op een dagvergoeding. De leden van deVVD-fractie achten het van belang dat deze vergoeding sober endoelmatig is en in lijn blijft met het Nederlandse stelsel. Hoe hoog wordtdeze dagvergoeding en hoe verhoudt zich dit tot de bestaande regeling?Op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 krijgenasielzoekers met een lopende asielaanvraag € 14,87 leefgeld per week alsvergoeding voor kleding en verzorgingsproducten. Eventueel krijgen dezemensen ook eetgeld. De hoogte is afhankelijk van het aantal personenwaarmee de ontvanger een huishouden voert. Op locaties waar bewonersmaaltijden krijgen, ontvangen ze geen eetgeld. De nieuwe Opvangrichtlijnschrijft voor dat asielzoekers die een asielaanvraag hebben ingediendvanaf dat moment recht hebben op een dagvergoeding. Een dagver-goeding mag een combinatie zijn van een geldbedrag, tegoedbonnen ofin natura, maar moet altijd een geldbedrag omvatten. Wat de hoogte vanhet bedrag onder de nieuwe opvangrichtlijn moet zijn, wordt nu naderuitgewerkt.Zijn er ook mogelijkheden om bijvoorbeeld bij overlastgevende asiel-zoekers of asielzoekers die een terugkeerbesluit hebben gekregen, dedagvergoeding om te zetten naar een vergoeding in natura zoalsonderwijs, eten en dak boven hun hoofd, maar geen contant of digitaalgeld?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93630 De nieuwe Opvangrichtlijn biedt aanvullende mogelijkheden om dedagvergoeding en materiële opvangvoorzieningen te beperken of in tetrekken. Dit mogen lidstaten bijvoorbeeld doen als een asielzoeker eenaangewezen gebied verlaat of onderduikt, de procedurele vereisten nietnaleeft, niet deelneemt aan verplichte integratiemaatregelen, ernstig enherhaaldelijk inbreuk heeft gemaakt op de regels van het opvangcentrumof zich in het opvangcentrum op gewelddadige of dreigende wijze heeftgedragen. Alleen in de laatste twee gevallen mogen materiële opvang-voorzieningen volledig worden ingetrokken. In alle andere gevallen moeter altijd nog een dagvergoeding worden geboden. Bovendien moet er inalle gevallen een minimale levensstandaard worden geboden. Ten slottemerk ik nog op dat asielzoekers van wie het asielverzoek definitief isafgewezen/geen rechtmatig verblijf meer hebben, niet meer onder dereikwijdte van de Opvangrichtlijn vallen.De leden van de VVD-fractie lezen in het implementatieplan dat de termijnwaarbinnen onderwijs moet worden voorzien voor leer- en kwalificatie-plichtige asielzoekers wordt teruggebracht naar uiterlijk twee maanden.Dit vergt een nauwe samenwerking met andere ministeries en lokaleoverheden. In hoeverre worden deze partijen momenteel actief wordenbetrokken bij de implementatie en welke uitdagingen signaleren zij bij deuitvoering van deze maatregel?Het kabinet is het met de VVD-fractie eens dat voor een zorgvuldigeuitvoering samenwerking met verschillende landelijke en regionaleoverheden en met veldorganisaties essentieel is. Het Ministerie van Asielen Migratie werkt hierbij al nauw samen met het Ministerie vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschappen. In het wetsvoorstel ter implemen-tatie van het Asiel- en migratiepact, dat in december 2024 ter consultatieis aangeboden, is de aanpassing van de toelatingstermijn verwerkt. HetMinisterie van OCW heeft de landelijke onderwijsorganisaties, Ingrado ende VNG geïnformeerd over de wijzigingen in de herziene Opvangrichtlijnen zal in de komende periode in afstemming met het veld de implemen-tatie verder vormgeven. Er is bij de organisaties steun voor de intentie omalle minderjarige asielzoekers zo snel mogelijk onderwijs te bieden, maarde vertegenwoordigers van het (nieuwkomers)onderwijs signaleren ookdat dit op dit moment – mede gelet op de verplaatsingen in de asielketen– niet altijd lukt. Verder wordt momenteel een Uitvoeringstoets uitgevoerdom te bezien wat precies de uitvoeringsconsequenties zijn van dezemaatregel. Ook DUO en de Inspectie van het Onderwijs adviseren over deuitvoerbaarheid.De leden van de VVD-fractie maken zich zorgen over het feit dat de INDdoor de invoering van het pact tijdelijk met twee verschillende regelge-vingen moet werken. In het implementatieplan wordt aangegeven datdeze situatie mogelijk langer dan gewenst zal aanhouden vanwege degrote voorraad lopende asielaanvragen. Hoeveel tijd heeft de IND nodigom de voorraad aanvragen volgens de oude regelgeving weg te werkenen welke maatregelen worden genomen om deze afhandeling teversnellen, zonder dat daarbij het inwilligingspercentage stijgt omongewenste redenen?Hoelang het duurt om de voorraad volgens de oude regelgeving weg tewerken, hangt af van verschillende factoren zoals de hoogte van en deverschillende groepen binnen de instroom de komende anderhalf jaaralsmede de behandelcapaciteit van de IND. Ook zullen de maatregelen uitde wetsvoorstellen «Wet invoering tweestatusstelsel» en «Asielnoodmaat-regelenwet» een impact hebben op de productie van de IND. Een aantalmaatregelen helpt de IND om in te lopen op de voorraad, een aantalandere maatregelen vragen juist extra inzet van de IND. Om die reden kanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93631 nog geen goede inschatting gemaakt worden over de tijd die nodig is omde asielaanvragen ingediend voor 12 juni 2026 weg te werken.De IND houdt er rekening mee dat nog geruime tijd na 12 juni 2026gewerkt wordt aan de afhandeling van zaken die vallen onder de ouderegelgeving. Er wordt uiteraard gestreefd naar een zo laag mogelijkevoorraad op de overgangsdatum van 12 juni 2026.Met de implementatie van het pact rijst de vraag of de IND het verouderdesysteem Indigo zal blijven gebruiken of dat er wordt gewerkt aan eennieuw ICT-systeem. De leden van de VVD-fractie vinden het essentieel datde uitvoering van het pact niet wordt belemmerd door verouderdetechnologie en zien dit moment als een kans om van legacy software af tekomen. Deelt de Minister deze mening? Wordt er gewerkt aan een nieuwsysteem en, zo ja, zal dit systeem dan uiterlijk op 12 juni 2026 operationeelzijn?De IND werkt aan een nieuw informatiesysteem dat Indigo zal vervangen.Er wordt op dit moment in kaart gebracht wat noodzakelijk is om gereedte hebben in dit nieuwe systeem bij de implementatie van het Asiel- enmigratiepact. Het systeem zal vervolgens verder doorontwikkeld worden.Indigo zal dus na inwerkingtreding van het Asiel- en migratiepact nietvolledig vervangen worden. Asielaanvragen ingediend voor implemen-tatie van het pact zullen via de oude regelgeving in Indigo wordenafgehandeld. Ook zullen andere (reguliere) werksoorten nog tijdelijk inIndigo behandeld worden.De leden van de VVD-fractie hebben met zorg kennisgenomen van het feitdat er tot ten minste 2029 structureel met externe inhuur zal wordengewerkt voor de implementatie van het pact. Externe inhuur kan zekerwenselijk zijn, bijvoorbeeld op het gebied van grotere ICT-projecten oftijdelijke tekorten aan personeel. Het brengt wel extra kosten met zichmee. De leden van de VVD-fractie willen daarom weten waarom er niet isgekozen om, gezien de structurele behoefte aan personeel voor tenminste vier jaar, eigen medewerkers te werven in plaats van afhankelijk teblijven van externe krachten.Voor de implementatie van het migratiepact maken de organisatiesgebruik van zowel incidentele externe inhuur als structureel personeel,zoals ook beschreven in het NIP. Zo wordt medisch personeel voorscreening extern ingehuurd, dit verschilt niet van het bestaandeidentificatie- en registratieproces.Voor de IND is het van belang om de incidentele externe inhuur in tezetten om het screeningsproces te implementeren, en vindt daarnakennisoverdracht naar de bestaande organisatie plaats, hierdoor zal hetvast IND-personeel het proces verder beheren en doorontwikkelen.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de stukken inzake de implementatie van het EU asiel- en migratiepact.Zij verzoeken de Minister om de volgende vragen te beantwoorden.De leden van de NSC-fractie constateren dat asielaanvragen van veilige-landers volgens het EU asiel- en migratiepact binnen 12 weken, inclusiefberoep, moeten worden afgehandeld. De gemiddelde afhandelingsduur inNederland bedraagt op dit moment echter 14 weken. Heeft de Minister deambitie om deze termijnen reeds vóór de inwerkingtreding van het pactterug te brengen en op welke wijze denkt zij dit te realiseren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93632 De ambitie blijft om de behandelduur van kansarme asielaanvragen enoverlastgevers zoveel mogelijk te verkorten. Overigens geldt de behandel-termijn van 12 weken, inclusief beroep, die in het Asiel- en migratiepact isopgenomen voor de verplichte grensprocedure. Wanneer geen sprake isvan de asielgrensprocedure is de versnelde asielprocedure vantoepassing. De behandeltermijn in de versnelde procedure is ook 12weken maar dan exclusief beroep. De in de vraag genoemde afhande-lingsduur van 14 weken, die inmiddels 11 weken bedraagt, ziet op deafdoening van aanvragen uit spoor 2 (veiligelanders en aanvragers die alin een ander EU-lidstaat een asielstatus hebben) in de gewone asielpro-cedure dus niet de asielgrensprocedure. EU-statushouders hebben somseen beduidend langere doorlooptijd omdat vaak eerst onderzoek uitgezetmoet worden bij andere EU-landen. Daarnaast komt het voor dat zakendie in eerste instantie niet direct in spoor 2 terecht zijn gekomen, lateralsnog in spoor 2 worden afgedaan. Dit heeft effect op de gemiddeldedoorlooptijd van spoor 2. Voor de meeste veiligelanders is de doorlooptijdaanzienlijk korter namelijk vier weken.Kan de Minister aangeven welk tijdspad zij voor ogen heeft om deafhandeling van aanvragen van veiligelanders minimaal in lijn te brengenmet de Europese termijnen? Kan de Minister inzicht geven in welkewetgevingsvoorstellen zij op korte termijn zal indienen om dezeversnelling mogelijk te maken?De afhandeling van aanvragen van veiligelanders en overlastgevers blijfteen grote prioriteit van dit kabinet. Aanvragen van veiligelanders wordennu in verreweg de meeste gevallen behandeld binnen een termijn van vierweken. Hiermee wordt al ruimschoots voldaan aan de termijnen diegelden onder het Pact.Kan de Minister aangeven welke lessen Nederland kan trekken uitmethodes van andere lidstaten die voor veiligelanders snellere proce-dures hanteren, zoals de Duitse AnkER-centra, waar screening, beoor-deling en terugkeer van kansarme asielaanvragen worden gecombineerd?Heeft zij hiernaast nog methodes van andere lidstaten op het oog die opeen effectievere manier met deze groep omgaan? Acht de Minister hetinvoeren van een vergelijkbare aanpak in Nederland haalbaar?In Nederland bestaat reeds een snelle procedure voor de afhandeling vanveiligelanders en overlastgevers. Bij brief van 6 februari 2025 heb ik uwKamer geïnformeerd over de procesbeschikbaarheidsaanpak waarbij hetuitgangspunt is dat de aanvrager steeds beschikbaar moet zijn voor deversnelde behandeling van de aanvraag. Onder de nieuwe Europeseregels zal deze aanpak blijven bestaan; dus een snelle behandeling vanaanvragen waarbij de aanvrager met een kansarme aanvraag zoveelmogelijk beschikbaar blijft waarna gewerkt kan worden aan terugkeer.Kan de Minister bevestigen of het heropenen van procesbeschikbaar-heidslocaties (pbl) een bijdrage kan leveren aan een efficiëntere afhan-deling van deze procedures, ook, en voornamelijk in het kader van deimplementatie van het pact?Dat is inderdaad de intentie, waarbij de procesbeschikbaarheidsaanpakgefaseerd wordt ingevoerd, zoals ik schreef in mijn brief van 6 februari jl.Deze aanpak kan gezien worden als vooruitlopend op de implementatievan het pact, omdat hierin bepaalde doelgroepen versneld door deasielprocedure gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93633 De leden van de NSC-fractie constateren dat het pact voorschrijft dat deinitiële screening van irreguliere migranten binnen vijf dagen moet zijnafgerond en dat er directe doorgeleiding naar de juiste procedure moetplaatsvinden. Welke organisatie gaat deze taak op zich nemen?Verwezen wordt naar het antwoord op een gelijksoortige vraag van deleden van de GroenLinks-PvdA-fractie.Kan de Minister toelichten op welke manier de door het pact gesteldetermijnen van maximaal zes maanden voor versnelde asielprocedures enmaximaal negen maanden voor niet-versnelde procedures kunnenworden gerealiseerd? Welke concrete middelen worden vrijgemaakt omdeze termijnen te realiseren? Kan de Minister aangeven tegen welkeobstakels zij momenteel aanloopt bij de uitbreiding van de IND-capaciteit?De in het Asiel- en migratiepact gestelde termijn voor de versneldeprocedure is drie maanden, welke niet verlengbaar is. De termijn voor deniet-versnelde procedure is zes maanden, waarbij een verlengingsmoge-lijkheid geldt van maximaal zes maanden. Met de invoering van hetMigratiepact wordt de asielprocedure herzien. Het schrappen vanverplichte procedurestappen, zoals het afschaffen van het verplichteaanmeldgehoor en de rust- en voorbereidingstermijn, zorgt voor eenkortere en meer flexibelere asielprocedure. De IND verwacht dat dedoorlooptijd van asielaanvragen hierdoor afneemt.Los van de invoering van het Migratiepact heeft de IND ook de ambitie omtijdiger te beslissen op aanvragen. Dit doet de IND via drie lijnen: 1) decomplexiteit in de behandeling van een aanvraag verminderen, 2) doorslimmer en efficiënter te werken en 3) door beperkt meer personeel aan tetrekken. Alleen wanneer de eerste twee lijnen onvoldoende resultaatopleveren, zal de IND overwegen om meer personeel aan te trekken. Hetopleiden van nieuwe medewerkers kost immers ook veel tijd en capaciteit,zodat steeds de afweging gemaakt moet worden tussen hoeveel investe-ringen de IND daarvoor moet doen en wat dit aan extra productieoplevert.Kan de Minister aangeven hoe de verplichte grensdetentie van maximaal12 weken voor bepaalde groepen afgewezen asielzoekers kan wordengeïmplementeerd?Hoewel de herziening van de Terugkeerrichtlijn geen onderdeel uitmaaktvan het Asiel- en migratiepact, is het thema terugkeer onlosmakelijkverbonden aan de hervorming van het beleid. Zo verplicht het Pactlidstaten om in meer gevallen de asielgrensprocedure uit te voeren. Zomoet de asielaanvraag van een vreemdeling met een nationaliteitwaarvan het gemiddelde inwilligingspercentage in de EU lager is dan 20%verplicht worden behandeld in de asielgrensprocedure. Wanneer deasielaanvraag wordt afgewezen heeft dit ook effect op het aantal personendat vertrekt vanuit de terugkeergrensprocedure. De Terugkeergrens-procedure- verordening harmoniseert in beginsel een verplichte terug-keerprocedure van maximaal 12 weken aan de grens voor vreemdelingenvan wie de asielaanvraag is afgewezen in de asielgrensprocedure.Wanneer de terugkeer niet gerealiseerd kan worden binnen deze termijnvolgt de procedure uit de Terugkeerrichtlijn. Deze nieuwe handelwijze isgebaseerd op de reeds bestaande Nederlandse terugkeerprocedure aande grens. Thans wordt de terugkeer van vreemdelingen van wie hetasielverzoek is afgewezen in de asielgrensprocedure vrijwel altijdgeëffectueerd binnen 12 weken. Het kabinet beziet daarom op technischniveau momenteel hoe de verordening geïmplementeerd zal gaan wordenom de bestaande efficiëntie van de procedure intact te laten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93634 Dublinclaimanten hebben na hun overdrachtsbesluit geen recht meer opreguliere opvang, onder de regels van het pact. Waar worden zij danondergebracht en onder welk regime?Het is conform de opvangrichtlijn verplicht in alle gevallen een minimalelevensstandaard te bieden. Het COA werkt momenteel aan de uitwerkinghiervan, in lijn met de uitvoeringsagenda flexibilisering asielketen. In deuitwerking zal het COA de mate van toezicht op de vreemdelingmeenemen, alsmede het verstrekkingen regime.Kan de Minister bevestigen dat Nederland verplicht is om snellereterugkeerprocedures in te voeren, en nauwer samen te werken metFrontex? Is de Minister reeds in gesprek met Frontex over de praktischeuitvoering van deze afspraken? Welke capaciteit en middelen wordenvrijgemaakt om deze maatregelen daadwerkelijk uit te voeren?Voor wat betreft de verplichting om een snellere terugkeerprocedure in tevoeren wordt verqwezen naar het antwoord op een hierboven gesteldevraag door de leden van de NSC-fractie over de inrichting van deterugkeergrensprocedure. Er bestaat geen verplichting om als Nederlandnauwer samen te werken met Frontex. Het Agentschap en de lidstaten zijnop dit moment in gesprek over de ondersteuning die Frontex kan biedenbij de implementatie van het Migratiepact. Voor capaciteit en de middelendie worden vrijgemaakt verwijs ik u naar een onderstaande antwoord opde vraag naar het personeel dat Nederland momenteel beschikbaar steltvoor Frontex.De leden van de NSC-fractie constateren dat de financiering van het COAén de IND vanaf 2027 aanzienlijk wordt teruggebracht. Verwacht deMinister dat de implementatie van het pact volledig is afgerond voor dietijd? Indien nee, hoe verhoudt deze bezuiniging zich tot de verplichtingendie voortvloeien uit het pact?Het pact treedt op 12 juni 2026 automatisch in werking. Alles is er dus opgericht ook de implementatie uiterlijk op die datum af te ronden.Kan de Minister uitleggen hoe zij de structurele tekorten bij de uitvoe-ringsorganisaties denkt te verenigen met de uitgebreide verplichtingendie Nederland op zich neemt onder het pact? Welke aanvullende middelenof maatregelen acht de Minister noodzakelijk om te voorkomen dat deuitvoering van het pact vastloopt door onderfinanciering?Op basis van het Nationaal Implementatieplan is er door Nederland eenclaim ingediend voor de implementatie van het pact. Die claim heeftbetrekking op incidentele en structurele kosten. In maart hoor ik hoeveelEuropese middelen beschikbaar komen voor de Nederlandse implemen-tatie.De leden van de NSC-fractie constateren dat het EU asiel- en migratiepactlidstaten verplicht om een bijdrage te leveren aan de opvang vanasielzoekers, hetzij door fysieke herplaatsing, hetzij door een financiëlebijdrage van 20.000 euro per niet-opgenomen asielzoeker. Wat gebeurt erals een meerderheid van de lidstaten besluit om uitsluitend de financiëlebijdrage te leveren en er geen asielzoekers daadwerkelijk wordenherplaatst? Hoe garandeert de Minister dat het solidariteitsmechanisme indat geval nog functioneert?Ik verwijs naar mijn eerdere antwoord aan de GroenLinks-PvdA fractieover de werking van het solidariteitsmechanisme.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93635 Hoe verhoudt dit zich tot eerdere mislukte verdelingsmechanismenbinnen de EU, zoals de Dublinverordeningen en de relocatieprogramma’sna de migratiecrisis van 2015?Onder het asiel- en migratiepact wordt het solidariteitsmechanismevastgelegd in een verordening (AMMR) en dientengevolge zijn allelidstaten verplicht bij te dragen op basis van hun, evenzo in de veror-dening vastgelegde, aandeel. Lidstaten kunnen echter kiezen hoe zesolidair zijn: via (i) herplaatsing; (ii) financiële bijdragen, of (iii) anderesolidariteitsmaatregelen, zoals capaciteitsopbouw. Het mechanisme kentdaarmee een balans tussen enerzijds voldoende garantie van deelnamevan alle lidstaten aan het mechanisme en anderzijds geen verplichting totherplaatsing.Hoe voorkomt de Minister dat Nederland structureel wordt gedwongen tothet leveren van een onevenredig hoge financiële bijdrage binnen ditsysteem?Ik verwijs naar mijn eerdere antwoord aan de GroenLinks-PvdA fractieover de werking van het solidariteitsmechanisme.Welke scenario’s heeft de Minister in kaart gebracht waarin Nederlanddoor andere lidstaten als financier wordt benut zonder dat er daadwerke-lijke lastenverdeling plaatsvindt?Ik verwijs naar mijn eerdere antwoord aan de GroenLinks-PvdA fractieover de werking van het solidariteitsmechanisme.Kan de Minister uitsluiten dat Nederland in een situatie terechtkomtwaarin het dubbel betaalt, namelijk zowel een afkoopsom voorniet-opgenomen asielzoekers als hogere nationale kosten door eenvoortdurende hoge instroom?Ik verwijs naar mijn eerdere antwoord aan de GroenLinks-PvdA fractieover de werking van het solidariteitsmechanisme.Wat is de maximale financiële verplichting die Nederland zou kunnenkrijgen als meerdere lidstaten geen asielzoekers opnemen en er eenfinanciële druk ontstaat om de tekorten elders te compenseren?Ik verwijs naar mijn eerdere antwoord aan de GroenLinks-PvdA fractieover de werking van het solidariteitsmechanisme. Een lidstaat kan nietworden verplicht tot een hogere bijdrage dan het vastgesteld aandeel opbasis van de verdeelsleutel (gebaseerd op bevolkingsomvang en BBP). Demaximale financiële verplichting is afhankelijk van de hoogte van debenodigde solidariteit die de Commissie voorstelt en wordt vastgestelddoor de Raad. Daarvoor is geen maximum opgenomen in de wetgeving.Hoe schat de Minister de totale kosten in die Nederland de komende jarenaan dit afkoopsysteem kwijt is?De uiteindelijke bijdrage van Nederland is afhankelijk van de solidariteit-spool (de benodigde solidariteitsbijdragen) zoals de Europese Commissievoorstelt en de Raad vaststelt. Voor deze behoefte is een minimum-drempel vastgesteld. Als de solidariteitsbehoefte op dat minimumniveauwordt vastgesteld zal de Nederlandse financiële bijdrage tussen de 30 en40 miljoen euro liggen. Het is op dit moment echter nog niet bekend ofvoor de komende jaren de solidariteitspool bij dit minimum blijft of hogerzal zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93636 Kan de Minister toelichten of zij verwacht dat Nederland in de praktijkdisproportioneel zal moeten bijdragen aan dit solidariteitsmechanisme?Welke scenario’s heeft de Minister in kaart gebracht?Ik verwijs naar mijn eerdere antwoord aan de GroenLinks-PvdA fractieover de werking van het solidariteitsmechanisme.Wat gebeurt er als een lidstaat die heeft gekozen voor financiële uitbe-taling, vervolgens alsnog geconfronteerd wordt met irreguliere secun-daire migratie van asielzoekers naar dat land?Bij ieder (in Nederland) ingediend asielverzoek zal aan de hand van deDublincriteria moeten worden bepaald welke lidstaat verantwoordelijk isvoor dat asielverzoek. Dit zogenoemde Dublinsysteem wijzigt niet onderhet Asiel- en migratiepact.Het pact verplicht om asielzoekers op te nemen of financiële bijdragen televeren. Hoe verwacht de Minister dat dit mechanisme in de praktijk zalfunctioneren als meerdere lidstaten simpelweg weigeren om asielzoekersop te nemen?Ik verwijs naar mijn eerdere antwoord aan de GroenLinks-PvdA fractieover de werking van het solidariteitsmechanisme.Welke maatregelen treft de Minister om te garanderen dat naast de INDook het COA voldoende voorbereid is op crisissituaties, conform debepalingen uit het pact?Door het ministerie en de ketenpartners wordt op dit moment ketenbreedgewerkt aan het in art. 32 van de Opvangrichtlijn (2024/1346) genoemdenoodplan op te stellen. Daarbij is ook het COA als ketenpartner actief.Doel is een robuuste keten die goed blijft functioneren in situaties vanhoge asielinstroom. Dat noodplan moet op 12 april 2025 bij EUAA wordenaangeleverd.Kan de Minister aangeven hoeveel personeel Nederland momenteelbeschikbaar stelt voor Frontex en hoeveel extra inzet wordt verwachtonder de bepalingen van het pact? Hoe denkt de Minister deze personeleverplichting te combineren met de reeds bestaande tekorten en toene-mende werkdruk bij de IND en Marechaussee?Lidstaten leveren gezamenlijk een bijdrage aan het permanente korps vanFrontex. Daarnaast maakt Frontex gebruik van eigen opgeleid personeel.De capaciteit van het agentschap bestaat uit zowel personeel gedeta-cheerd van de lidstaten als van het Agentschap. In de Europese grens- enkustwacht verordening 2019/1896 is de gevraagde capaciteit per lidstaatvastgelegd voor de periode van 2021 tot en met 2027. De uitvoeringsorga-nisaties leveren in 2025 gezamenlijk 33 FTE categorie 2 personeel(langdurig geplaatst personeel) en 167 FTE categorie 3 personeel (voorkorte termijn geplaatst personeel). Naast de KMar, dragen de Kustwacht,Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Dienst Vervoer en Ondersteuning(DV&O), Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) en Nationale Politiegezamenlijk bij aan de invulling van het vastgestelde quotum. Voor watbetreft middelen worden gedurende het gehele jaar 10 voertuigen ingezet,voor de duur van 4 maanden een Kustwachtvliegtuig en eveneens voor deduur van 4 maanden een schip van de KMar op de Donau. Frontex steltieder jaar een operationele planning vast die aan de Raad van Bestuur vanhet agentschap wordt voorgelegd. Frontex houdt in de eigen planningrekening met de operationele behoefte die volgen uit de eigen rol enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93637 taakstelling, waaronder het Migratiepact. Voor de inzet maakt Frontexgebruik van capaciteit die reeds in de verordening is vastgelegd.Zijn er aspecten aan de aankomende nationale asielmaatregelen die nu bijde Raad van State liggen, die op gespannen voet staan met de implemen-tatie van het pact, of die, om dat te implementeren, alsnog moetenworden aangepast?Het Asiel- en migratiepact is per 12 juni 2026 van toepassing in deNederlandse rechtsorde. Dat betekent dat de nationale wetgeving metingang van die datum daarmee in overeenstemming moet zijn. Hetkabinet neemt geen maatregelen die strijdig zijn of op gespannen voetstaan met het Asiel- en migratiepact.Kan de Minister toezeggen dat zij de Kamer tijdig en volledig informeertover de uitvoeringsproblemen, financiële gevolgen en juridische risico’sdie voortvloeien uit de implementatie van het pact?Ik zal de kamer uiteraard tijdig en volledig informeren wanneer er zichproblemen voordoen.Wat ziet de Minister als de belangrijkste potentiële knelpunten bij deimplementatie?De vele vernieuwingen die gelijktijdig doorgevoerd moeten worden omhet pact op de juiste wijze te implementeren zie ik als een uitdaging endaarmee als een potentieel knelpunt. Het succes van de implementatiehangt daarnaast af van meerdere factoren. De hoogte en samenstellingvan de instroom in de komende anderhalf jaar kunnen extra druk leggenop de uitvoering. Bovendien is het cruciaal dat andere lidstaten het pacttijdig en volledig implementeren. We blijven dit nauwlettend volgen.Het pact verplicht tot het bieden van gratis juridische bijstand in alleprocedures. In hoeverre is daarbij nader ingevuld wie deze moet bieden,en in welke mate?Het Pact verplicht lidstaten minimaal om de asielzoeker vanaf de start vanzijn asielprocedure kosteloze onafhankelijke juridische ondersteuning(«counseling») aan te bieden. Deze verplichting geldt gedurende deadministratieve fase. Dit is de fase vanaf de indiening van de asielaan-vraag door de asielzoeker tot aan de beslissing van de IND op dieaanvraag. In de beroepsfase is toegang tot kosteloze rechtsbijstandverplicht. In elke fase van de Dublin-procedure is het verplicht om gratisjuridische counseling of rechtsbijstand te bieden.De counseling moet worden geboden door «onafhankelijke juridischecounselors, die krachtens het nationale recht zijn erkend of toegelaten omde verzoekers counseling te verstrekken, dan wel doorniet-gouvernementele organisaties die krachtens het nationale recht zijngeaccrediteerd om juridische diensten of vertegenwoordiging aanverzoekers te bieden.» Aangegeven door de Europese Commissie is datde counseling taken eventueel ook verricht mogen worden door deautoriteiten zelf, mits sprake is van gescheiden managementstructuren enbelangenverstrengeling wordt voorkomen.De Asielprocedureverordening (APR) schrijft deels gepreciseerd voor hoejuridische rechtshulp en rechtsbijstand er op bepaalde momenten moetuitzien, deels is er ruimte voor nationale invulling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93638 De voorgeschreven taken van counseling zijn in artikel 16 van de APRbeschreven en bevatten in elk geval:a)begeleiding bij en uitleg over de administratieve procedure, metinbegrip van informatie over de rechten en plichten tijdens dieprocedure;b)bijstand bij de indiening van het verzoek en begeleiding bij:i)de verschillende procedures voor de behandeling van hetverzoek en de redenen voor de toepassing van die proceduresii)de regels inzake de ontvankelijkheid van een verzoek;iii)juridische aangelegenheden die zich tijdens de procedurevoordoen, met inbegrip van informatie over de wijze waaropeen beslissing tot afwijzing van een verzoek overeenkomstig deartikelen 67, 68 en 69 kan worden aangevochtenHierbij mag een persoon worden belast met het verstrekken vancounseling aan meerdere verzoekers tegelijk.De leden van de NSC-fractie vragen hoe lang verschillende rechtsregimeszullen bestaan. Kan de Minister toelichten op welke manier overgangs-recht van toepassing is ten aanzien van het nieuwe regime van het asielen migratiepact?Uit artikel 79 van de Asielprocedureverordening volgt dat de verordeningalleen van toepassing is op asielaanvragen die zijn ingediend vanaf12 juni 2026. Op verzoeken van vóór die datum blijven de huidigebepalingen van toepassing en deze vallen onder de reikwijdte van deProcedurerichtlijn. Uitzondering op het vorenstaande vormen deKwalificatieverordening en de herschikte Opvangrichtlijn. Die zijn per12 juni 2026 op alle verzoeken van toepassing, zowel op de dan al lopendeprocedures als op nieuwe procedures. Dit betekent dat er tijdelijk tweerechtssystemen naast elkaar bestaan.Wat wordt de opdracht aan de nationale solidariteitscoördinator?De solidariteitscoördinator zal op ambtelijk niveau voor Nederland devoor het solidariteitsmechanisme relevante processen coördineren. Hetgaat hierbij bijvoorbeeld om het zorgdragen voor het aanleveren van derelevante data en informatie voor migratiedrukmetingen en het voorbe-reiden van de Nederlandse solidariteitsbijdrage.Wanneer echter te veel lidstaten zullen kiezen voor een financiële bijdragein het kader van solidariteitsmechanisme, kan dit erin resulteren datNederland een deel van de Dublinclaimanten niet langer over kan dragen.Hoe wordt bepaald welke Dublinclaimanten dan wel of niet wordenovergedragen?Momenteel wordt nog onderzocht welke ruimte er is om te bepalen opwelke Dublinclaimanten dit ziet. Het gaat in ieder geval om claimantenvan wie is bepaald dat een lidstaat onder migratiedruk de verantwoorde-lijke lidstaat is.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van hetNationaal Implementatieplan Asiel- en Migratiepact. Wel willen deze ledenopmerken dat het implementatieplan dusdanig kort op de deadline van deEuropese Commissie naar de Kamer is gestuurd, dat de Kamer hier geeninvloed meer op kon uitoefenen. Deze leden verzoeken de Minister daar inhet vervolg rekening mee te houden. Gezien de grote en impactvolleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93639 wijzigingen die het pact met zich mee zal brengen is het belangrijk dat deKamer haar controlerende taak goed kan uitvoeren.Deelt de Minister de mening dat Nederland voorop moet lopen in deadequate en tijdige implementatie van het EU asiel- en migratiepact,omdat het spaak lopen van de implementatie in de EU tot gevolg heeft datNederland naar alle waarschijnlijkheid meer, in plaats van minderasielzoekers krijgt?Het Asiel- en Migratiepact moet er onder meer voor zorgen dat vreemde-lingen aan de buitengrenzen van de Europese Unie worden gescreend endat er een versnelde grensprocedure komt voor asielzoekers uit landenmet een laag inwilligingspercentage. Voor asielzoekers van wie deasielaanvraag in de asielgrensprocedure is afgewezen geldt onmiddellijkeen terugkeergrensprocedure. In het regeerprogramma staat dat deimplementatie van het Europees Asiel- en Migratiepact essentieel voor hetbeperken van de instroom in Nederland en spoedige implementatie dooralle lidstaten essentieel is.Kan de Minister toelichten wat zij bedoelt met de zin «Met dit implementa-tieprogramma wordt niet vooruitgelopen op integrale besluitvormingbinnen het kabinet» in de Kamerbrief?Er zal nog besluitvorming plaats moeten vinden op de financiering diemijn ministerie kan verwachten. Hier wil ik niet op vooruitlopen middelshet Nationaal Implementatieplan.Nationaal Implementatieplan Asiel- en migratiepactTen eerste vragen de aan het woord zijnde leden hoe de kosten in bijlageI, bijvoorbeeld voor de benodigde extra fte’s en het opleiden/omscholenvan (nieuw) personeel, te rijmen zijn met de enorme bezuinigingen op hetministerie en met name de uitvoeringsorganisaties. Er leven grote zorgenover het effect van deze bezuinigingen, aangezien een tekort aanopvangplekken bij het COA en personeel bij de IND vooral zal leiden totdure noodopvang en een toename aan dwangsommen.Met de besluitvorming bij voorjaarsnota 2024 heeft het vorige kabinetgekozen de middelen, gebaseerd op de Meerjaren Productie Prognose(MPP), tot en met 2026 aan de Migratieketen toe te kennen. Voor het jaar2027 is 500 miljoen euro en vanaf 2028 is ook de 1 miljard euro besparinguit het hoofdlijnenakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 37) verwerkt.De inzet van het kabinet is erop gericht om met een breed pakket aanmaatregelen het asielstelsel te hervormen en de instroom te beperken.Op basis van de MPP zal worden bezien welke middelen de komendejaren nodig zijn voor de Migratieketen. De uitvoeringsorganisaties dienentijdig over voldoende middelen te beschikken voor continuïteit in deuitvoering van hun wettelijke taken. Bij de voorjaarsnota zal hieroverbesluitvorming plaatsvinden.Daarnaast vragen deze leden of de Minister kan garanderen dat hetkabinet niet voornemens is wetgeving of beleid in te voeren dat haaksstaat op het pact, zoals eerder gebeurde bij het verlengen bij de beslister-mijnen die na inwerkingtreding van het pact weer verkort moeten worden.Het wetsvoorstel tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verbandmet de verlenging van de beslistermijnen in asiel- en nareiszaken staatniet haaks op het Asiel- en migratiepact. Dat wetsvoorstel beoogt eenverlengingsmogelijkheid van drie maanden voor de beslistermijn inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93640 asielzaken uit artikel 31, derde lid, van de Procedurerichtlijn te implemen-teren. Deze richtlijnbepaling wordt vervangen door artikel 35 van deProcedureverordening. Na het toepasselijk worden van het Asiel- enmigratiepact gelden de in artikel 35 van de Procedureverordeningopgenomen beslistermijnen voor de behandeling van asielaanvragen dienadien worden ingediend. Dit laat onverlet dat de mogelijkheid totverlenging van de beslistermijn in asielzaken, zoals opgenomen invoornoemd wetsvoorstel, voor de komende periode nog steeds vanbelang is. Asielaanvragen die nog worden ingediend voorafgaand aan hettoepasselijk worden van het Asiel- en migratiepact op 12 juni 2026,worden namelijk behandeld volgens het thans geldende recht (zo volgt uitartikel 79, derde lid, van de Procedureverordening). Het wetsvoorstel isdus ook na het toepasselijk worden van het Asiel- en migratiepact vansignificante betekenis voor de uitvoeringspraktijk.Huidige situatie en belangrijkste benodigde wijzigingenDe leden van de D66-fractie vragen of de Adviesraad Migratie ook heeftgeadviseerd op het implementatieplan en het bijbehorende wetsvoorstelen zo nee, waarom niet en of de Minister hen alsnog wil vragen dit tedoen.Voor het samenstellen van het Nationaal Implementatieplan, dat indecember vorig jaar bij de Commissie is aangeleverd, is de AdviesraadMigratie niet om advies gevraagd. Bij brief van 20 december 2024 is deAdviesraad Migratie wel om advies gevraagd over de Uitvoerings- enimplementatiewet Asiel- en Migratiepact.Daarnaast vragen zij de impactanalyses van IND, COA en de DienstTerugkeer en Vertrek (DTenV) met de Kamer te delen.Relevante passages en onderdelen uit de impactanalyses zijn opgenomenin het Nationale Implementatieplan. De impactanalyses zijn internedocumenten die de ketenpartners gebruiken om hun eigen implementatievorm te geven.Bouwstenen1. Eurodac Welke aanpassingen in de processen moeten worden gedaan en hoe raaktdit de verdere stappen in de asielketen, zo vragen de leden van deD66-fractie.Er zijn grote aanpassingen in de infrastructuur, de systemen en werkpro-cessen nodig. De implementatie van EURODAC is een complex IT-projectvoor zowel de ketenpartners als het Ministerie van Asiel en Migratie (hetEuropaloket). Vanaf 12 juni 2026 zal voor de ketenpartners uit de Migratie-en Strafrechtketen de gegevensuitwisseling met EURODAC plaatsvindenvia de centrale voorziening Europaloket. Onder aansturing van het projectRealisatie JBZ-systemen zal de bestaande centrale voorziening Europa-loket uitgebreid worden met de nieuwe EURODAC-functionaliteiten. Deketenpartners IND, Nationale Politie, KMar en DTV zullen via het Europa-loket toegang krijgen tot EURODAC. Naast aanpassingen van de centralevoorziening Europaloket is het ook noodzakelijk dat de ketenpartners huneigen IV-systemen aanpassen om berichtuitwisseling met EURODAC, viahet Europaloket, mogelijk te maken. De ketenpartners zijn zelf verantwoor-delijk om deze aanpassingen in de eigen systemen door te voeren, ditbetreft onder andere BVID en BVI. Ook zullen hiervoor de huidigewerkprocessen aangepast moeten worden om de relevante gegevens teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93641 verzamelen met oog op registratie, mutatie en raadplegen van dezegegevens in Eurodac.2. Grensprocedure en screening De aan het woord zijnde leden lezen dat het I&R-proces bij inwerking-treding van het pact bij de IND wordt ingevoegd maar dat er geen extrafte voor de IND is voorzien. Deze leden maken zich zorgen over mogelijkcapaciteitsgebrek bij de IND en de vertraging die dit kan opleveren in deprocedure. Zij vragen de Minister toe te lichten hoe de extra werklast voorde IND wordt opgevangen.Vanaf 12 juni 2026 zal de IND verantwoordelijk zijn voor de uitvoering vande screeningsverordening voor aanvragers die reeds in Nederland zijn enniet voldoen aan de eisen voor toelating. Voor de grensprocedure opSchiphol wordt de KMar aangewezen als screeningsautoriteit. Op ditmoment voert de IND al de verificatie uit van herhaalde aanvragers,nareizigers en Dublinzaken die opnieuw de asielprocedure ingaan. De INDontwerpt op dit moment een nieuw I&R-proces dat goed aansluit bij dekortere termijnen uit het migratiepact.In de EU-subsidieaanvraag, volgend uit het NIP, zijn de implementatie-kosten voor het screeningsproces opgenomen. Voor het goed uitvoerenvan dit proces is het randvoorwaardelijk dat er voldoende financiëlemiddelen en personeel beschikbaar zijn, dit loopt via het reguliererijksbrede begrotingsproces waarbij ook de diensten die nu hetI&R-proces uitvoeren, worden betrokken.Verder vragen deze leden of de Minister de mening deelt dat er geenkwetsbare mensen in de grensprocedure geplaatst dienen te worden enzo ja, waar deze mensen terecht komen.De beoordeling of een asielzoeker de asielgrensprocedure kan doorlopenis altijd een individuele beoordeling. Tijdens het I&R proces wordt eeneerste beoordeling gemaakt. Nadat de vreemdeling is toegelaten tot degrensprocedure, volgt zo spoedig mogelijk het persoonlijk onderhoud. Alsop enig moment tijdens de procedure blijkt dat het toepassen van degrensprocedure ongeacht de reden niet opportuun is, wordt de detentie-maatregel direct opgeheven en wordt de asielprocedure op het grond-gebied verder behandeld. Hierbij merk ik op dat dit reeds bestaandepraktijk is en dit zal na invoering van het Migratiepact niet veranderen.3. Opvang Kan de Minister bevestigen dat Dublinclaimanten na hun overdrachtsbe-sluit tot het moment van overdracht altijd recht hebben op fatsoenlijkonderdak en niet op straat zullen belanden, zo vragen de leden van deD66-fractie.Het is conform de opvangrichtlijn verplicht in alle gevallen een minimalelevensstandaard te bieden. Het COA werkt momenteel aan de uitwerkinghiervan, in lijn met de uitvoeringsagenda flexibilisering asielketen. In deuitwerking zal het COA de mate van toezicht op de vreemdelingmeenemen, alsmede het verstrekkingen regime.Daarnaast vragen zij of de Minister kan toelichten of een (gedeeltelijke)bijdrage aan de zorgkosten leidt tot recht op zorgtoeslag en zo ja, of zijkan toelichten hoe dit wordt vormgegeven gezien het voor Oekraïenseontheemden onuitvoerbaar werd geacht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93642 In Nederland heeft iemand alleen recht op zorgtoeslag als die persoon ookeen zorgverzekering heeft. Een gedeeltelijke bijdrage aan de zorgkostenzal dus niet leiden tot recht op zorgtoeslag.Is het realistisch om binnen 30 dagen individueel te beoordelen ofbijzondere opvangbehoeften zijn en binnen drie dagen standaardinfor-matie over opvangvoorzieningen te verstrekken, gezien de huidigeachterstanden en de aangekondigde bezuinigingen?Ja, dit lijkt mogelijk. Het COA lukt het nu ook om deze informatie binnenafzienbare tijd te verstrekken. Als de instroom naar beneden gaat wordtdit beter uitvoerbaar.De leden van de D66-fractie vinden het een goede zaak dat het migra-tiepact voorziet in toegang tot taalcursussen, inburgeringscursussen,beroepsopleidingen en de arbeidsmarkt. Zoals bekend draagt meedoenvanaf dag één bij aan effectieve integratie op de lange termijn. Deze ledenvragen de Minister daarom hoeveel geld hiervoor wordt uitgetrokken enhoe vroege inburgeringscursussen eruit gaan zien voor alle opgevangenasielzoekers?Artikel 18 van de herziene Opvangrichtlijn stelt dat lidstaten dienen tezorgen voor toegang tot taalcursussen, inburgeringscursussen ofberoepsopleidingscursussen die zij passend achten om verzoekers beterin staat te stellen zelfstandig te handelen, met de bevoegde autoriteiten tecommuniceren of werk te vinden. De uitwerking hiervan vindt momenteelplaats. Omdat deze bepaling nog wordt uitgewerkt kan er ook nog niksgezegd worden over de budgettaire gevolgen.Kan de Minister toelichten hoe de toegang tot beroepsopleidingen wordtvormgegeven?Artikel 18 van de herziene Opvangrichtlijn stelt dat asielzoekers toegangmoeten krijgen tot beroepsopleidingen. In Nederland is het mbo reedstoegankelijk voor asielzoekers. Vreemdelingen onder de 18 jaar envreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijven (op grond van deVreemdelingenwet 2000) kunnen zich inschrijven voor mbo-opleidingenmits aan de toelatingseisen wordt voldaan die ook gelden voor anderestudenten. Nederland voldoet op dit vlak dus al aan de afspraken uit hetAsiel- en Migratiepact.Welke stappen gaat de Minister zetten om toegang tot de arbeidsmarktdaadwerkelijk te garanderen en de eerder geconstateerde hindernissenweg te nemen?Op 14 juli 2023 is de kabinetsreactie op het rapport van Regioplan over debelemmeringen die worden ervaren bij toetreding tot de arbeidsmarkt aanuw Kamer gestuurd. In deze brief is per belemmering uitgewerkt welkestappen worden genomen om de belemmering weg te nemen of tebeperken. Sinds de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van deRaad van State over de 24-weken-eis van eind 2023 past het UWV nietlanger de 24-weken-eis toe bij aanvragen voor een tewerkstellingsver-gunning ten behoeve van asielzoekers. Er is sindsdien sprake van eensterke toename van het aantal afgegeven tewerkstellingsvergunningenvoor asielzoekers. Meer asielzoekers zijn aan het werk. Er zijn nog welandere belemmeringen voor asielzoekers om aan de slag te gaan en voorwerkgevers om hen in dienst te nemen. Eén van deze belemmeringen isde behandeltermijn van de tewerkstellingsvergunningaanvraag. UWVheeft aangegeven dat in de laatste maanden van vorig jaar 80% van decomplete aanvragen voor asielzoekers binnen twee weken zijn behandeld,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93643 in plaats van binnen de wettelijke beslistermijn van vijf weken. Daarnaastvolgt als onderdeel van de Actieagenda Integratie een verdere verkenningnaar de mogelijkheden voor een ondersteuningsstructuur voor asiel-zoekers bij de begeleiding naar werk.De leden van de D66-fractie vragen deze Minister ook hoe zij kijkt naar dekwaliteit van opvang in andere lidstaten. Deelt zij de mening dat eenslechte kwaliteit hiervan in die lidstaten, maakt dat asielzoekers eerderzullen doorreizen naar een andere lidstaat, bijvoorbeeld naar Nederland,zo vragen zij. Daarnaast vragen zij of de Minister bereid is deze lidstatendaarop aan te spreken en te zorgen dat alle lidstaten zich tijdig enminimaal houden aan de kwaliteitsstandaarden zoals afgesproken in deOpvangrichtlijn.Aan het doorreizen van asielzoekers van de ene lidstaat naar de anderekunnen meerdere motieven ten grondslag liggen. Naleving van deDublinregels is dan ook cruciaal. Voor het goed kunnen uitvoeren van deDublinregels is het ook van belang dat lidstaten zich houden aan dekwaliteitsstandaarden zoals afgesproken in de Opvangrichtlijn. InEuropese gremia benadrukt het kabinet dan ook dat de implementatie vanhet Europese Asiel- en Migratiepact door alle lidstaten essentieel is.Deze leden vragen ook of het «contingency plan» (verplicht onder denieuwe Opvangrichtlijn) met de Kamer gedeeld kan worden en of deMinister hierbij kan uitleggen in hoeverre zij na het intrekken van deSpreidingswet en aanpassingen aan de huisvestingswet (het schrappenvan de urgentieverklaringen en taakstellingen) nog kan voldoen aan de inde Opvangrichtlijn gestelde eisen.Er is nog onduidelijkheid in hoeverre de nationale noodplannen van delidstaten openbaar kunnen worden gemaakt, temeer omdat een aantalEU-lidstaten hier bezwaren tegen hebben vanwege de in de plannenneergelegde informatie.Het noodplan betreft een opdracht uit de Opvangrichtlijn. Doel is hetcreëren van een robuuste asielketen die goed blijft functioneren bij hogeinstroom. Afhankelijk van de dan vigerende regelgeving zullen denoodzakelijke maatregelen worden genomen.De leden van de D66-fractie vragen of de Minister bereid is om te zorgendat het Nederlands Rode Kruis toegang krijgt tot alle opvangcentra, zodatzij asielzoekers kan begeleiden in het zoeken naar familieleden die ze opde vlucht zijn kwijtgeraakt, zoals verplicht onder het aquis.Zowel de huidige als de herziene Opvangrichtlijn schrijven voor datasielzoekers de mogelijkheid geboden moet worden op te communicerenmet vertegenwoordigers van de UNHCR en andere relevante nationale,internationale en niet-gouvernementele organisaties en instanties.Toegang tot opvanglocaties voor deze vertegenwoordigers mag alleenworden ontzegd om redenen die verband houden met de veiligheid vande huisvesting en van de bewoners. Hulp bij tracing van familieledenvindt nu ook al plaats op opvanglocaties.Bovendien vragen zij de Minister om de inname van telefoons vanasielzoekers tot een minimum te beperken zodat mensen contact kunnenhouden met familieleden in het land van herkomst of op de vlucht.Het identificatie en registratie (I&R) proces van asielzoekers in Nederlandis per 1 januari 2025 overgegaan van de Nationale Politie, AfdelingVreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) naar deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93644 Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers (DISA). In lijn met hetHoofdlijnenakkoord waarin staat dat administratieve taken van de politiein de asielketen worden overgeheveld naar een ter zake kundige organi-satie, is besloten om deze taak elders in de asielketen te beleggen.Als onderdeel van dit I&R proces wordt de bagage van de vreemdelingendoorzocht, waaronder ook hun mobiele telefoons. DISA vraagt aan devreemdeling om diens mobiele telefoon te ontgrendelen. Nadat detelefoon is ontgrendeld zal DISA de mobiele telefoon handmatigdoorzoeken, de zogenaamde quick check. In beginsel wordt de mobieletelefoon na afronding van de quick check teruggegeven aan de vreem-deling. Bij eventuele signalen van een strafbaar feit wordt de politiegeïnformeerd. In geval van (verdenking van) een misdrijf kan de politie demobiele telefoon in beslag nemen voor verder strafrechtelijk onderzoek.4. Asielprocedure Welke herzieningen in de procedure heeft de Minister voorzien om tekunnen voldoen aan de kortere beslistermijnen, zo vragen deze leden. Zijroepen de Minister daarnaast op om hierbij van de procedures, zoals hetschriftelijk horen en het voordeel van de twijfel.De belangrijkste wijzigingen in de asielprocedure betreffen het schrappenvan het verplichte aanmeldgehoor, de rust- en voorbereidingstermijn ende voornemenprocedure. Ook wordt de huidige algemene asielprocedure(AA) vervangen door een versnelde en niet-versnelde procedure zoals dieworden genoemd in de nieuwe Europese regels. Hiermee komt de huidigeAA-procedure met de inrichting van elkaar opvolgende procesdagen tevervallen en hiermee ook het onderscheid tussen de AA en de verlengdeasielprocedure (VA). De IND verwacht dat deze maatregelen zorgen vooreen snellere, efficiëntere en flexibelere procedure.De inhoudelijke asieltoets wordt niet gewijzigd. De mogelijkheid omschriftelijk te horen wordt niet genoemd in de Asielprocedureverordeningen de gedachte achter het persoonlijk onderhoud (gehoor) is dat dit inpersoon en fysiek dient plaats te vinden in aanwezigheid van een tolk. Welwordt de mogelijkheid genoemd tot videoconferencing maar alleen indiendit gerechtvaardigd wordt door bepaalde omstandigheden. Uitgangspuntblijft dus het gehoor in aanwezigheid van de asielzoeker enIND-medewerker waarbij nieuw is dat de IND een opname van het gehoordient te maken en in de beroepsfase beschikbaar moet stellen. Verderwordt het screeningsproces (het voormalige I&R proces) heringericht enbij de IND ondergebracht. Op basis van de uitkomst van het screenings-proces kan de IND in individuele dossiers direct beoordelen of iemand inde versnelde of niet-versnelde procedure komt en wat de vervolgstappenmoeten zijn. Ook dit draagt bij aan een efficiëntere procedure.Op welke manier wordt de deskundigheid van IND-medewerkers vergrootom een degelijke leeftijdsbepaling te kunnen doen?In de Procedureverordening (art. 25) is bepaald dat bij twijfel over deleeftijd van een minderjarige asielzoeker, een multidisciplinaire beoor-deling moet plaatsvinden. Op dit moment wordt een minderjarigeasielzoeker bij twijfel over de leeftijd allereerst geschouwd.IND-medewerkers die de schouw uitvoeren, hebben de training leeftijds-bepaling gevolgd.De leeftijdsschouw wordt gedaan op basis van gedrag, uiterlijk enverklaringen en biedt daarmee al een sterke uitgangspositie voor eenmultidisciplinaire beoordeling. Op dit moment wordt onderzocht hoe deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93645 deskundigheid in de training leeftijdsschouw voor medewerkers kanworden versterkt. Daarnaast wordt onderzocht of in aanvulling op hetversterken van de training nog specifieke deskundigheid in de beoor-deling kan worden toegevoegd. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van eenpsychosociale deskundige. Het Pact dwingt niet tot het integreren vanspecifieke disciplines. Dit geeft lidstaten beoordelingsruimte om tot eeneigenstandige inrichting van de multidisciplinaire beoordeling te komen.Daarvoor wordt nu met verschillende deskundigen verkend hoe debestaande werkmethode kan worden versterkt.Daarnaast vragen zij wat het verschil is tussen de «juridische counseling»en het juridische advies dat nu aan asielzoekers wordt gegeven buiten derechtsbijstand die zij ontvangen.In de huidige asielprocedure heeft de asielzoeker al vanaf de start van deasielprocedure recht op kosteloze rechtsbijstand van een advocaat. Hetzwaartepunt van het juridisch advies dat een asielzoeker krijgt, is dusgelegen in de individuele voorlichting, voorbereiding en rechtsbijstandvan de advocaat. Daarnaast staat het de asielzoeker vrij om een beroep tedoen op het advies van VluchtelingenWerk Nederland (VWN). VWNverzorgt individuele en groepsgewijze voorlichting en kan de asielzoekerdesgewenst bijstaan tijdens een gehoor. De huidige rol van VWN sluitgrotendeels aan bij de gevraagde toekomstige invulling van counseling.Het is juridisch gezien echter ook mogelijk om een andere partij oforganisatie hiertoe aan te wijzen.Hoe reageert deze Minister, zo vragen deze leden, op experts dieaangeven dat vroege toegang tot een advocaat van belang is omprocedures kort te houden?Bij de implementatie van het Asiel- en migratiepactact en de verschillendemaatregelen uit het regeerprogramma wordt de nationale asielproceduresterk vereenvoudigd en worden onverplichte procedurestappengeschrapt, zoals het schriftelijk voornemen tot afwijzing van het asiel-verzoek en de zienswijze van de vreemdeling daarop. Daarmee wordenkorte procedures reeds beoogd. De uitwerking van de Nederlandseinvulling aan de verplichtingen rondom juridische counseling zal oogmoeten houden voor de minimum verplichtingen die volgen uit deProcedureverordening en het voorkomen van eventuele vertragingen inlatere stadia van de asielprocedure. Bij de inrichting zal – net als nu hetgeval is – aandacht zijn voor kwalitatieve en zorgvuldige voorlichting enjuridische counseling aan de vreemdelingen.En kan de Minister aangeven op welke wijze legal counselling effectief kanworden vormgegeven als de financiering van VluchtelingenwerkNederland met bijna 70 procent afneemt?Het staat lidstaten vrij om zelf de partij of organisatie aan te wijzen diedeze taken op zich moet nemen. De Nederlandse invulling aan dezeverplichting moet nog worden bepaald.De leden van de D66-fractie kunnen zich vinden in het schrappen van hetaanmeldgehoor. Wel maken zij zich zorgen over het schrappen van derust- en voorbereidingstijd, omdat deze stap juist bijdraagt aan dekwaliteit van de verdere asielprocedure. Zij vragen de Minister dan ookom dit te heroverwegen om een toename in bezwaar- en beroepsproce-dures te voorkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93646 In de asielprocedure onder het Asiel- en migratiepact blijven voldoendewaarborgen voor de asielzoeker in de asielprocedure. Tijdens de geheleprocedure heeft de asielzoeker namelijk recht op juridisch advies ook tervoorbereiding op het gehoor over de asielmotieven. Ook vindt er nogsteeds een voorlopige medische check plaats aan het begin van deasielprocedure. De IND doet verder tijdens het screeningsproces maar ooktijdens de gehele asielprocedure een beoordeling of de asielzoekerbijzondere procedurele waarborgen behoeft. Als er concrete indicaties zijndat de asielzoeker niet gehoord kan worden, vindt er alsnog een medischonderzoek plaats. Het uitvoeren van de genoemde stappen neemt tijd inbeslag. In de praktijk zullen er altijd voldoende dagen zitten tussen deeerste aanmelding en de start van het persoonlijk onderhoud, waardoor erruimte is voor asielzoekers om bij te komen van hun reis.6. AMMR/Dublin Op welke manier zal het belang van het kind worden getoetst, zo vragende leden van de D66-fractie.Zowel in de huidige Dublinverordening als in de AMMR (die de Dublinver-ordening gaat vervangen)) wordt het belang van het kind meegewogen engetoetst in de Dublin procedure. De IND stelt het belang van het kindreeds voorop. Er wordt bezien of en hoe de werkwijze van de IND moetworden aangepast in het kader van de implementatie van de AMMR. InEuropees verband wordt door Nederland het belang benadrukt vanuniformiteit bij de lidstaten bij het uitvoeren van deze toets (bijvoorbeelddoor gebruik van een standaardformulier).Daarnaast vragen zij of de Minister kan toelichten hoe het criterium metbetrekking tot het hebben van een diploma of kwalificatie zal wordenverwerkt in de procedure.Op grond van artikel 30 van de AMMR is een lidstaat verantwoordelijkvoor de inhoudelijke beoordeling van een asielverzoek als de verzoeker inhet bezit is van een door een in een lidstaat gevestigde onderwijsinstellingafgegeven diploma of kwalificatie. Waarbij sprake moet zijn geweest vanstudie op het grondgebied van de betreffende lidstaat gedurendeminimaal één academisch jaar. Daarvoor geldt dat het verzoek minder danzes jaar na de afgifte van het diploma of de kwalificatie moet zijngeregistreerd. Het criterium zal worden toegepast indien van toepassing(als geen van de hoger in de verordening genoemde criteria vantoepassing zijn) en de verzoeker een beroep op dit criterium doet. Hetspecifieke proces voor toepassing van dit criterium bij de IND wordtmomenteel nader uitgewerkt. Nadere besluitvorming hieromtrent volgtnog.7. Solidariteit De leden van de D66-fractie delen de mening van de Minister datsolidariteit een belangrijk uitgangspunt is van het pact. Het is deafgelopen jaren duidelijk geworden dat het lage aantal Dublinover-drachten, dat de Minister ook beschreef bij de bouwsteen «AMMR/Dublin», grotendeels het gevolg is van gebrekkige solidariteit. Grens-landen hebben vaak de capaciteit niet om te voldoen aan degelijkeregistratie en opvang, waardoor overdrachten niet mogelijk zijn. De ledenvragen de Minister daarom wat de logica is achter de keuze van hetafkopen van solidariteit en hoe zij denkt dat dit zal bijdragen aan eenverhoging van het aantal Dublin-overdrachten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93647 Het solidariteitsmechanisme moet gaan regelen dat lidstaten waarvan isvastgesteld dat zij onder migratiedruk staan worden bijgestaan door deandere lidstaten. De solidariteitsbijdrage kan worden geleverd door hetovernemen van asielzoekers of door andersoortige bijdragen aan hetasiel- en migratiebeheer, zoals bijvoorbeeld financiële bijdragen. Dezediverse vormen van solidariteit zijn gelijkwaardig, zo volgt uit de AMMR.Het kabinet kiest voor de financiële bijdragen, hetgeen dus een onderdeelis van het mechansime.Daarnaast vragen zij wat de rol van de solidariteitscoördinator zal zijn,gezien het feit dat Nederland zich niet bereid toont tot deelname aan hetsolidariteitsmechanisme.Nederland neemt deelt aan het solidariteitsmechanisme; de financiëlebijdrage is juist een onderdeel van dit mechanisme. Betreffende de rol vande solidariteitscoördinator verwijs ik naar mijn eerdere antwoord over deopdracht van de nationale solidariteitscoördinator.8. Noodgevallen en crisis De leden van de D66-fractie vragen de Minister het noodplan ruim voor dedeadline van 12 april 2025 te delen met de Tweede Kamer zodat zij demogelijkheid houdt om hierover in debat te gaan. Kan zij daarin ookingaan op het voornemen om de spreidingswet in te trekken, de bezuini-gingen op de uitvoeringsorganisaties, het terugdraaien van het besluit omhet COA een ijzeren voorraad aan opvangplekken te laten behouden enhet schrappen van de taakstelling van statushouders, zo vragen zij.Er is nog geen overeenstemming in hoeverre de nationale noodplannenvan de lidstaten openbaar kunnen worden gemaakt. Dat is afhankelijk vande daarin neergelegde informatie die bij openbaarmaking kwetsbaar kanzijn.Het noodplan komt voort uit de Opvangrichtlijn. Doel is het creëren vaneen robuuste asielketen bij hoge instroom. Afhankelijk van de danvigerende regelgeving zullen de noodzakelijke maatregelen wordengenomen.9. Horizontaal, juridische waarborgen Kan de Minister toezeggen in het besluit over rechtsbijstand het adviesvan de Onderzoekscommissie Langdurig verblijvende vreemdelingenzonder bestendig verblijfsrecht14 mee te nemen, waarin wordt gesteld:«Investeer in een zorgvuldige behandeling van een eerste asielaanvraag.Dat beperkt vertraging bij beroeps-, vervolg- en vertrekprocedures.Handhaaf daarom de rechtsbijstand voorafgaande aan de start van deachtdaagse Algemene Asielprocedure en de onpartijdige informatievoor-ziening aan asielzoekers. Het is belangrijk dat de eerste beslissing op eenasielverzoek goed is. Daarbij hoort dat alle relevante redenen van deasielzoeker voor zijn aanvraag in Nederland zijn meegewogen.»Het genoemde advies van de Commissie van Zwol is het kabinet bekend.Dit advies wordt betrokken bij de uitwerking van de Nederlandseinrichting van de verplichtingen rondom juridische counseling en daarbijzal rekening worden gehouden met de benoemde noodzaak voorzorgvuldige behandeling van de asielaanvraag.14https://open.overheid.nl/documenten/ronl-7f894633-d1d6-499e-9996-74a505b66166/pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93648 10. Hervestiging, inclusie en integratie Welke redenen – naast evident kansarme aanvragen – ziet de Ministertoegang tot taallessen, inburgeringscursussen of beroepsopleiding teweigeren, zo vragen de leden van de D66-fractie. Zij vragen of de Ministermet hen deelt dat de integratie op lange termijn is gebaat bij vroegedeelname aan de Nederlandse maatschappij en het zo vroeg mogelijkleren van de Nederlandse normen en waarden. Hoe gaat de Minister dezevereiste uit het pact implementeren, zo vragen deze leden.Onder de herziene Opvangrichtlijn dienen lidstaten alle asielzoekers, dusook asielzoekers die geen toegang hebben tot de arbeidsmarkt, toegang tebieden tot taalcursussen, inburgeringscursussen of beroepsopleidingscur-sussen die die lidstaten passend achten om asielzoekers beter in staat testellen zelfstandig te handelen, met de bevoegde autoriteiten te communi-ceren of werk te vinden. Het staat lidstaten vrij om te bepalen welkaanbod passend is. Op dit moment wordt verkend of het huidige aanbodvoldoet aan de verplichtingen zoals vastgelegd in de herzieneOpvangrichtlijn.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de fractie-BBB hebben kennisgenomen van het voorge-nomen EU asiel- en migratiepact. Zij hebben hier nog een aantal vragenover.Bij de asielgrensprocedure die doorlopen wordt aan de buitengrens vande EU, worden bij derdelanders vrijheidsontnemende maatregelenopgelegd om te voorkomen dat de vreemdeling toegang krijgt tot hetSchengengrondgebied krijgt. Kan de Minister toelichten hoe dezevrijheidsbeperkende maatregelen eruitzien?Een vrijheidsontnemende maatregel betreft grensdetentie. Gelijk zoals nuwordt deze maatregel ten uitvoering gelegd door de Dienst JustitiëleInrichtingen (DJI) in Justitieel Complex Schiphol (JCS), Justitieel ComplexZeist (JCZ) of Detentiecentrum Rotterdam (DCR). Volgens vaste jurispru-dentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is detoepassing van grensdetentie namelijk de enige manier om effectief tevoorkomen dat personen die niet voldoen aan de toegangsvoorwaarden,toegang krijgen tot het grondgebied van Nederland en daarmee deEuropese Unie. Bij de tenuitvoerlegging wordt op basis van deOpvangrichtlijn rekening gehouden met specifieke behoeften vankwetsbare vreemdelingen. Zo zal de grensdetentie van begeleide enniet-begeleide minderjarigen uitgevoerd worden op de GeslotenGezinsvoorziening in JCZ, dit is een faciliteit specifiek gericht op kinderenen biedt een minimale detentiebeleving. De vrijheidsontnemendemaatregel wordt bovendien periodiek getoetst door een rechter, en devreemdeling kan altijd beroep instellen tegen het voortduren van demaatregel.De Opvangrichtlijn biedt de mogelijkheid om bepaalde groepen asiel-zoekers een vrijheidsbeperking op te leggen in het kader van openbareorde of bij een onderduikrisico. Daarnaast biedt de Opvangrichtlijn eennieuwe bewaringsgrondslag voor de asielzoeker die zich niet heeftgehouden aan een eerder opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel. Kande Minister toelichten hoe deze vrijheidsbeperkende maatregeleneruitzien?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93649 De vrijheidsbeperkende maatregel, zoals in Nederland uitgewerkt in artikel56 van de Vreemdelingenwet 2000, is reeds een maatregel die kan wordeningezet in het toezicht op vreemdelingen. De leden van de BBB-fractiegeven terecht aan dat de Opvangrichtlijn de mogelijkheid creëert om dezemaatregel in te zetten om redenen van openbare orde of om tevoorkomen dat een vreemdeling zich onttrekt aan het toezicht. Bij deimplementatie van deze bepaling wordt het bestaande artikel 56 uitge-breid en in lagere regelgeving neergelegd bij welke omstandigheden eendergelijke maatregel kan worden opgelegd. Het kabinet beraadt zich ernog op wanneer daadwerkelijk gebruik zou moeten worden gemaakt vandeze maatregel tegen de achtergrond van de beperkte capaciteit bijketenpartners. De nieuwe bewaringsgrondslag wordt toegevoegd aanartikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000 en kan gemotiveerd wordengebruikt door de IND, politie, KMar en DTenV bij het opleggen van eenbewaringsmaatregel van een asielzoeker.De asielprocedure krijgt een verplichte tweedeling in a) een verplichteversnelde procedure voor specifieke groepen en b) de reguliereprocedure. In de Nederlandse asielprocedure worden nu enkel asielaan-vragen afkomstig uit veilige landen van herkomst versneld behandeld.Momenteel komt vijf procent van alle procedures in de versneldeprocedure terecht. Vanaf 12 juni 2026 zal – gebaseerd op de dan geldendedefinitie – naar verwachting ongeveer 20 procent van de gevallen in deversnelde procedure behandeld moeten worden. Hoe groot acht deMinister de kans van slagen hiervan in verband met de enorme capaci-teitsdruk in de asielketen? Hoe gaat zij dit probleem ondervangen?In de versnelde asielprocedure zullen meer zaken verplicht behandeldmoeten worden dan nu het geval is in spoor 2. Om die reden wordt ookvoorgesteld om nu verplichte onderdelen zoals het aanmeldgehoor en derust- en voorbereidingstermijn uit de procedure te halen zodat dit de INDmeer ruimte en flexibiliteit biedt maar waarbij tegelijk wordt voldaan aande nieuwe Europese wetgeving. De IND houdt bij de voorbereidingen opde implementatie van het Pact er ook rekening mee dat meer zaken in eenkortere termijn beslist moeten worden.Los van de invoering van het Migratiepact heeft de IND ook de ambitie omtijdiger te beslissen op aanvragen. Dit doet de IND via drie lijnen: 1) decomplexiteit in de behandeling van een aanvraag te verminderen, 2) doorslimmer en efficiënter te werken en 3) door beperkt meer personeel aan tetrekken. Alleen wanneer de eerste twee lijnen onvoldoende resultaatopleveren, zal de IND overwegen om meer eigen personeel aan te trekken.De kortere termijnen in het pact en het afhandelen van meer zaken in deversnelde procedure betekenen ook iets voor de ketenpartners zoalsbijvoorbeeld de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) en de rechtbanken. Ikben mij ervan bewust dat het Pact veranderingen vergt in de gehele keten.Het migratiepact bestaat uit één richtlijn en in totaal negen verordeningen.Deze richtlijn en verordeningen dienen in tientallen landen gelijktijdigingevoerd te worden. De leden van de BBB-fractie hebben zorgen overeen eenduidige en op eenzelfde manier invoeren in alle landen. Hoe kijktde Minister hiernaar en kan zij toelichten in hoeverre het haalbaar is datalle landen dit migratiepact op eenzelfde manier invoeren?Alle lidstaten zijn onder het Asiel- en Migratiepact gebonden aan dezelfderegels. Iedere lidstaat is zelf verantwoordelijk om het eigen asiel- enopvangstelsel tijdig in overeenstemming met deze nieuwe regels tebrengen. Vanwege de omvang van de implementatie heeft de Commissieeen Europees implementatieplan gepubliceerd. Aan de hand van dit planTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93650 hebben alle lidstaten een nationaal implementatieplan moeten indienenbij de Europese Commissie. Ook kunnen de lidstaten op basis van ditnationale plan technische ondersteuning krijgen (van de Commissie enhet Europees Asielagentschap) en aanspraak maken op de Europesefondsen die beschikbaar zijn gesteld voor implementatiekosten. Het is aande Commissie om erop toe te zien dat de invoering van de nieuwe regelsper lidstaat correct en tijdig gebeurt.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het nationaal implementatieplan en hebben hierover een aantalvragen.2.1 Grensprocedure screening – III De asielgrensprocedure De leden van de CDA-fractie vragen of Schiphol de enige plek inNederland is die wordt gezien als juridische buitengrens van de EU. Is ditdan ook de enige plek waar de buitengrensprocedure zal wordentoegepast? Hoe werkt dit dan voor derdelanders die zich melden in TerApel maar wel onder de criteria van asielgrensprocedure vallen (bijvoor-beeld inwilligingspercentage van 20 procent of lager)? Worden dezemensen dan ook naar Schiphol overgebracht of komt er in Ter Apel en opeventuele andere aanmeldlocaties ook een voorziening die voorziet in deeisen van asielgrensprocedure en de benodigde bewaringscapaciteit?De asielgrensprocedure ziet op asielzoekers die aan de buitengrensworden aangehouden en niet voldoen aan de voorwaarden voor toegang.Grensdetentie is mogelijk op drie locaties: Justitieel Complex Schiphol,Justitieel Complex Zeist en detentiecentrum Rotterdam. Asielzoekers diezich spontaan melden in Ter Apel hebben feitelijk al toegang tot hetgrondgebied van de EU. De asielgrensprocedure is dan ook niet meer ophen van toepassing. Binnen deze groep, verplicht de Asielprocedureveror-dening de lidstaten wel tot een versnelde behandelingsprocedure voorasielzoekers uit landen met een laag inwilligingspercentage.Kan op basis van de afgelopen vijf jaar inzichtelijk gemaakt worden wathet aantal eerste aanvragen was van derdelanders met asielverzoekafkomstig uit landen met een inwilligingspercentage van 20 procent enlager en hoe zich dit verhoudt tot de door Europese Commissie aanNederland opgelegde 211 plaatsen ten behoeve van de asielgrens- enterugkeerprocedure?Van alle aanvragen die binnenkomen op locatie Schiphol beschikt de INDin de huidige situatie circa 20% in de grensprocedure op Schiphol. In hetgrootste deel van de overige zaken wordt een flink aantal van debenodigde processtappen ter plekke gedaan. Denk hierbij aan hetafnemen van een aanmeldgehoor en/of nader gehoor en het uitbrengenvan een voornemen. Een klein deel stroomt direct door naar de reguliereasielprocedure. De verplichte toepassing van de grensprocedure voorbepaalde doelgroepen leidt naar schatting tot een verdubbeling van hetaantal zaken dat binnen de grensprocedure wordt afgehandeld. Naarverwachting heeft Nederland voldoende capaciteit beschikbaar om tevoldoen aan de toereikende capaciteit van 211. De IND verwacht dat dehuidige bezetting van locatie Schiphol in staat zal zijn om te voldoen aande toereikende capaciteit. Op Schiphol zijn voldoende bedden beschikbaarom te voldoen aan de toegewezen toereikende capaciteit van 211.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93651 Ik merk op dat het hier alleen zou gaan om aanvragers die zich meldenaan de Nederlandse buitengrens en dat het gaat om inwilligingspercen-tages op EU-niveau. Het inwilligingspercentage voor een land vanherkomst kan soms verschillen van jaar tot jaar.3.2 Vereisten migratiepact Zijn er in de nieuwe opvangrichtlijn eisen opgenomen over de eisen aande opvang van Dublinclaimanten die geen recht meer hebben op reguliereopvang? Kunt u een juridische toelichting en uitleg geven op het door uvoorziene vraagstuk van arrest Haqbin en de bepalingen in de herzieneopvangrichtlijn? Ook als hierover nog geen conclusies getrokken zijn kuntu dan het (juridische)dilemma schetsen?In het arrest Haqbin heeft het Hof van Justitie van de Europese Uniegeoordeeld dat de menselijke waardigheid vereist dat een asielzoeker nietin een toestand van zeer verregaande materiële behoeftigheidterechtkomt waardoor hij niet in staat zou zijn om te voorzien in zijn meestelementaire behoeften zoals wonen, eten, zich kleden en zich wassen,hetgeen zijn fysieke of mentale gezondheid zou schaden dan wel hem ineen toestand van achterstelling zou brengen die onverenigbaar is met demenselijke waardigheid.Artikel 21 van de herziene Opvangrichtlijn schrijft voor dat Dublinclai-manten vanaf het moment dat zij in kennis zijn gesteld van hunoverdrachtsbesluit, geen recht meer hebben op de reguliere opvangvoor-zieningen die zijn neergelegd in artikel 17 t/m 20 van de herzieneOpvangrichtlijn. Tevens staat in artikel 21 dat dit geen afbreuk doet aan denoodzaak om een levensstandaard te waarborgen die in overeen-stemming is met het Unierecht, met inbegrip van het Handvest, eninternationale verplichtingen. Dat houdt in dat voor Dublinclaimanten diein kennis zijn gesteld van hun overdrachtsbesluit, ondanks de intrekkingvan hun reguliere opvangvoorzieningen nog steeds een minimalelevensstandaard moet worden gewaarborgd, aangevuld met het recht opnoodzakelijke gezondheidszorg en (in het geval van minderjarigen)onderwijs. Met deze waarborgen wordt voldaan aan het criterium uit hetarrest Haqbin.3.3 Implementatie Kunt u toelichten op welke wijze, met welke criteria en in welke veror-dening er een uitsluitingsgrond is opgenomen voor het recht op toegangtot de arbeidsmarkt voor specifieke groepen zoals asielzoekers uit veiligelanden, Dublinclaimanten?Onder de herziene Opvangrichtlijn wordt een aantal categorieën asiel-zoekers uitgesloten van toegang tot de arbeidsmarkt. Dit betreffenbepaalde in de Opvangrichtlijn expliciet genoemde categorieën asiel-zoekers van wie de asielaanvraag in de, in artikel 42 van de Asielprocedu-reverordening bedoelde, versnelde behandelingsprocedure wordtbehandeld. Hen wordt geen toegang tot de arbeidsmarkt verleend of dereeds verleende toegang tot de arbeidsmarkt wordt ingetrokken.Het gaat hierbij om een aantal groepen asielzoekers binnen de versneldeprocedure voor wie het niet waarschijnlijk is dat hun aanvraag zal wordeningewilligd, bijvoorbeeld omdat:–er kennelijk valse/onwaarschijnlijke verklaringen zijn afgelegd;–er valse informatie of documenten zijn verstrekt of relevante informatieis achtergehouden;–er enkel een verzoek is ingediend om terugkeer te verhinderen;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93652 –de verzoeker komt uit een veilig land van herkomst; of–de verzoeker een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of deopenbare orde.De uitsluiting van de arbeidsmarkt geldt ook voor Dublinclaimanten dieeen overdrachtsbesluit hebben gekregen. Op vrijdag 20 december jl. is deimplementatiewet voor het Asiel- en migratie-pact 2026 in consultatiegebracht. In dit wetsvoorstel is ook een wijziging van de Wet arbeidvreemdelingen opgenomen. Met deze wijziging zijn een nieuwe weige-ringsgrond en een intrekkingsgrond opgenomen voor tewerkstellingsver-gunningen. Hiermee moeten aanvragen voor een tewerkstellingsver-gunning voor een asielzoeker voor wie binnen de versnelde procedure detoegang tot de arbeidsmarkt is uitgesloten, zoals ook opgenomen in demotie, worden geweigerd. Daarnaast moet een reeds verleende tewerk-stellingsvergunning worden ingetrokken indien de asielzoeker onder eencategorie binnen de versnelde procedure komt te vallen voor wie geentoegang tot de arbeidsmarkt is toegestaan.4.3 Implementatie Wat is op basis van de impactanalyse de inschatting van de periode dat deIND nog met twee systemen zal moeten werken nadat vanaf 12 juni 2026de aanvragen afgedaan dienen te worden in overeenstemming met hetEuropese migratiepact?Hiervoor verwijs ik ook naar de beantwoording van een gelijksoortigevraag van de leden van de VVD-fractieKunt u een uitvoerige beschouwing geven van de samenloop van deimplementatie van het EU asiel- en migratiepact en de invoering van hettweestatusstelsel?Het voorstel voor de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- enmigratiepact 2026 is op 20 december 2024 in consultatie gebracht en opdezelfde datum voor advies voorgelegd aan een aantal betrokkenorganisaties, waaronder de Adviesraad migratie en de Raad voor derechtspraak. De consultatie- en adviesperiode sluit op 17 februari a.s. Nade consultatie- en adviesfase wordt bezien of en zo ja, op welke onder-delen dit wetsvoorstel aanpassing behoeft. Daarbij wordt ook desamenloop met het voorstel voor de Wet invoering tweestatusstelselnader beschouwd en zo nodig verbeterd.Heeft dit nieuwe stelsel nog aanvullende uitvoeringsimplicaties op hetgebied van personeel, opleiding, ICT etc.?Het invoeren van het tweestatusstelsel kost de IND meer tijd en capaciteitmet name vanwege de motivering in het besluit, maar ook omdatvreemdelingen belang hebben bij doorprocederen. Echter, tegelijkertijdwordt geconstateerd dat bij invoering van het Migratiepact sowieso demogelijkheid ontstaat om door te procederen voor een sterkere status,ook indien een één statusstelsel van toepassing is. Dat mitigeert debezwaren van de IND tegen het afschaffen van het één statusstelsel, teweten de extra motiveringsplicht en de mogelijkheid tot doorprocederen.Invoering van het tweestatusstelsel zonder overgangsrecht betekent dathet tweestatusstelsel ook geldt voor alle lopende aanvragen. Dit heeft alsgevolg dat de IND direct na invoering in alle lopende aanvragen zalmoeten motiveren waarom, indien een b-status wordt verleend, geena-status wordt verleend en zullen daar beroepsprocedures over volgen.Gelet op de bestaande voorraden is daarmee het effect op de IND groot.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93653 Daar staat tegenover dat dit voorkomt dat er na invoering van hetMigratiepact twee verschillende regimes, te weten het éénstatusstelselvoor oude aanvragen en een tweestatusstelsel voor nieuwe aanvragen,gelden. De IND wil zoveel mogelijk voorkomen dat er langdurig meerdereregimes naast elkaar bestaan. Om die reden heeft het invoeren van hettweestatusstelsel zonder overgangsrecht de voorkeur. Randvoorwaardelijkis daarbij wel dat het voornemen reeds is afgeschaft op het moment dathet tweestatusstelsel wordt ingevoerd. Hierdoor hoeft de IND minderextra personeel aan te nemen en wordt bovendien veel extra werk bij deIND voorkomen. Omdat invoering van een tweestatusstelsel een grotewijziging behelst en tijd kost ziet de IND invoering hiervan graaggelijktijdig met invoering migratiepact. De IND zal medewerkers opmoeten leiden om uitvoering te kunnen geven aan het Migratiepact. Doorhet tweestatusstelsel tegelijkertijd met het Migratiepact in te voeren,wordt ook voorkomen dat de IND-medewerkers twee keer op moet leiden.En welke juridische implicaties ontstaan hierdoor?Zoals hiervoor is opgemerkt, zal invoering van het tweestatusstelsel naarverwachting tot meer beroepsprocedures leiden. Immers, vreemdelingenmet een b-status zullen vaker in beroep gaan tegen een inwilligend besluitals er strengere voorwaarden gaan gelden voor de nareis van gezinsledenvan deze statushouders. Omdat de IND het niet verlenen van een a-statusuitgebreider zal moeten motiveren en tegen deze besluiten vaker beroepzal worden ingesteld, zullen er naar verwachting ook meer zaken gegrondworden verklaard door de rechtbank.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben het Nationaal Implementatieplan Asiel-en Migratiepact gelezen. Deze leden hebben hier nog een aantal vragenoverDe leden van de SP-fractie spreken hun zorgen uit dat met de implemen-tatie van het EU asiel- en migratiepact situaties kunnen gaan ontstaan dieovereenkomen met de inhumane omstandigheden in kamp Moria eenaantal jaar geleden. Dit omdat de grenslanden nog steeds een grootgedeelte van de opvang voor hun rekening nemen. Dit gebeurt zeker ophet moment dat landen zoals Nederland ervoor kiezen alle plekken af tekopen. Erkent de Minister deze zorg? Of verwacht de Minister een andereontwikkeling?De regels van het Asiel- en Migratiepact voorzien in een onafhankelijktoezichtmechanisme in iedere lidstaat om erop toe te zien dat tijdens descreening en de asielgrensprocedure het Unierecht en het internationaalrecht, met inbegrip van het Handvest van de grondrechten van deEuropese Unie (het «Handvest»), worden nageleefd. Daarnaast is hetEuropese asielagentschap, EUAA, belast met het monitoren van denakoming van de Europese asiel- en opvangverplichtingen door delidstaten.Kan de Minister voor wat dit betreft reageren op de recente asielplannenin Duitsland en of deze ook invloed hebben op de uitvoering van hetmigratiepact?Het Asiel- en Migratiepact bevat geharmoniseerde regels op het terreinvan het asielrecht, zowel inhoudelijk als procedureel. Net als Nederland isook Duitsland is aan deze regels gebonden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93654 De leden van de SP-fractie zijn niet te spreken over het voornemen vandeze Minister om te kiezen voor het afkopen van plekken. Een essentieelonderdeel van het migratiepact is de verplichte solidariteit die voortkomtuit het feit dat de grenslanden al teveel de last hebben gedragen van deopvang. Dit pact is als het ware een Europese spreidingswet. Waaromkiest de Minister op voorhand voor het afkopen van de plekken?Het solidariteitsmechanisme bevat verschillende mogelijkheden totsolidariteitsbijdragen, welke allemaal gelijkwaardig aan elkaar zijn. Met definanciële bijdrage wordt bijgedragen aan het versterken van het asiel- enopvangstelsel in de lidstaten onder migratiedruk. Op die manier wordende lidstaten onder migratiedruk ondersteund in het nemen van hunverantwoordelijkheden, ook die onder de Dublinverordening.Kan er inzicht worden gegeven in de verwachte kosten die hieraanverbonden zijn en de verwachte kosten die er zouden zijn als wij devluchtelingen wél zouden opvangen?Dat inzicht kan ik op dit moment niet verschaffen. Er zijn veel verschil-lende factoren die in een dergelijke vergelijking van kosten meegenomenmoeten worden, zoals de kosten die (gemiddeld) gemaakt worden voor ende duur in de asielopvang.Deelt de Minister de mening dat het afkopen van onze verantwoorde-lijkheid richting vluchtelingen die uit oorlogs- of geweld situaties vluchteneen slechte zaak is?Ik verwijs naar mijn eerdere antwoord aan de GroenLinks-PvdA fractieover de werking van het solidariteitsmechanisme. Dit mechanisme bevatnu juist verschillende mogelijkheden van solidariteit, zoals een financiëlebijdrage, om lidstaten onder migratiedruk op verschillende manieren teondersteunen.Te lezen valt in de brief van de Minister dat een belangrijk onderdeel vanhet pact het solidariteitsmechanisme is en het ingestelde solidariteitsme-chanisme moet gaan regelen dat lidstaten waarvan is vastgesteld dat zijonder migratiedruk staan of hier risico op lopen worden bijgestaan doorde andere lidstaten. Is Nederland hier überhaupt toe bereid? Hoe ziet deMinister dit voor zich?Ik verwijs naar mijn eerdere antwoord aan de GroenLinks-PvdA fractieover de werking van het solidariteitsmechanisme. Nederland neemt methaar financiële bijdrage deel aan dit mechanisme.Is de Minister zich ervan bewust dat als elk land zich zou gedragen zoalsNederland voornemens is om te doen, dat er geen sprake is van solida-riteit maar chaos?Ik verwijs naar mijn eerdere antwoord aan de GroenLinks-PvdA fractieover de werking van het solidariteitsmechanisme.Is er al een nationale solidariteit coördinator benoemd aangezien demijlpaal voorzien was eind 2024?De nationale solidariteitscoördinator is aangesteld.De leden van de SP-fractie lezen dat er veel discussie is over het begrip«veilig land» en dat de Europese Commissie bezig is met plannen om ditbegrip verder op te rekken. Om welke voorstellen gaat het en wanneer kande Kamer deze verwachten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93655 In de Asielprocedureverordening is opgenomen dat in 2025 eenherziening plaatsvindt van het veilig derde land-concept. Deze herzieningwordt momenteel voorbereid door de Europese Commissie. Het is deverwachting dat het herzieningsvoorstel begin maart 2025 wordtgepubliceerd. Uw Kamer zal na het verschijnen van het voorstel eenappreciatie van het kabinet ontvangen. In algemene zin zet het kabineterop in dat de toepasbaarheid van het concept verbreed wordt, zodatvaker kan worden ingezet op opvang van asielzoekers buiten de EuropeseUnie. In de Geannoteerde Agenda van de JBZ-raad van 30 januari heefthet kabinet uw Kamer reeds geïnformeerd dat belangrijke aandachts-punten daarvoor het verwijderen van het bandencriterium en hetbeperken van de opschortende werking van beroep zijn.Wat verstaat deze Minister onder een «veilig land» en is iemandspersoonlijke situatie zoals de seksuele geaardheid nog van invloed op devraag of dit land veilig is voor deze persoon?Het begrip «veilig derde land» is vastgelegd in artikel 59 van de Procedu-reverordening. Volgens dat artikel mag een derde land slechts wordenaangewezen als een veilig derde land, wanneer in dat land:a)het leven en de vrijheid van onderdanen van derde landen niet wordenbedreigd om redenen van ras, religie, nationaliteit, lidmaatschap vaneen bepaalde sociale groep of politieke overtuiging;b)onderdanen van derde landen geen reëel risico lopen op ernstigeschade als gedefinieerd in artikel 15 van de Kwalificatieverordening15;c)onderdanen van derde landen worden beschermd tegen refoulementovereenkomstig het Verdrag van Genève en tegen verwijdering instrijd met het recht op vrijwaring tegen foltering en andere wrede,onmenselijke of vernederende behandeling of straffen, zoals neerge-legd in het internationaal recht;d)de mogelijkheid bestaat om doeltreffende bescherming aan te vragenen, indien de voorwaarden vervuld zijn, te krijgen.Bij de aanwijzing op zowel het niveau van de Unie als nationaal niveauvan een derde land als veilig derde land kunnen uitzonderingen wordengemaakt voor specifieke delen van zijn grondgebied of voor duidelijkidentificeerbare categorieën personen. Dit kan ook betrekking hebben opde seksuele geaardheid van de persoon. Ook in de huidige praktijk is diteen factor die wordt meegewogen.Te lezen valt in de Nederlandse plannen dat nu vijf procent van deveiligelanders in een versnelde procedure terechtkomt en dat dit vanaf2026 vanwege het oprekken van de definities 20 procent zal zijn. Welkedefinitie wordt hier precies opgerekt en hoe? Kan de Minister hier verderover uitweiden?Na invoering van het Migratiepact zal er een verplicht onderscheid zijntussen de versnelde en de niet versnelde procedure. De versneldeprocedure bevat onder meer aanvragen van asielzoekers die uit een landkomen met een Europees inwilligingspercentage onder de 20%. Dit zijnniet per definitie mensen uit een veilig land van herkomst. Er zal separaatop Unie niveau een lijst worden opgesteld met van veilige landen vanherkomst. Deze kan op nationaal niveau worden aangevuld.Deelt de Minister de mening dat als de Europese Unie een overeenkomstheeft gesloten met een land, dit land niet per definitie een «veilig land» is?15Verordening (EU) 2024/1347Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93656 In de Asielprocedureverordening is opgenomen dat indien de EU met eenderde land een overeenkomst heeft gesloten op grond van artikel 218VWEU, op grond waarvan migranten die krachtens die overeenkomst zijntoegelaten, bescherming genieten overeenkomstig de toepasselijkeinternationale normen en met volledige inachtneming van het beginselvan non-refoulement kan worden aangenomen dat aan de voorwaardenvan dit artikel met betrekking tot de status van veilig derde land isvoldaan. Het kabinet is van mening dat hiermee aan voldoendevoorwaarden wordt voldaan om van een veilig derde land te spreken.Bovendien is in de Asielprocedureverordening ook opgenomen dat ookaltijd op individueel niveau moet kunnen worden getoetst of een derdeland veilig is.De leden van de SP-fractie maken zich in het nieuwe pact zorgen overvluchtelingen die zonder documenten naar een land komen. Lezen dezeleden het goed dat deze personen altijd ook in de grensdetentie terechtzullen komen?In de Asielprocedureverordening is vastgelegd dat de grensprocedure kanworden toegepast als het verzoek om internationale bescherming isingediend door een onderdaan van een derde land of een staatloze dieniet voldoet aan de voorwaarden voor toegang tot het grondgebied vaneen lidstaat. De grensprocedure kan onder andere worden toegepast nade indiening van een verzoek aan een doorlaatpost aan de buitengrens ofin een transitzone of na een aanhouding in verband met een onrecht-matige overschrijding van de buitengrens. Een vreemdeling die zonderdocumenten de buitengrens wil overschrijden, zal in het algemeen nietvoldoen aan de voorwaarden voor grensoverschrijding en zal daarmee inaanmerking komen voor de grensprocedure.De leden van de SP-fractie hebben zorgen over de juridische stappen dievluchtelingen kunnen nemen in het nieuwe migratiepact. Klopt het dateen vluchteling maar vijf dagen de tijd heeft om in beroep te gaan?Het recht voor de asielzoeker om in beroep te gaan tegen de afwijzing vanzijn asielverzoek is vastgelegd in het Asiel- en migratiepact. De minimaleen maximale termijnen waarbinnen de asielzoeker dat beroep kaninstellen zijn evenzo vastgelegd in die regelgeving. Die termijnenverschillen per afdoeningsgrond en voor een bepaalde categorie zaken isvijf dagen inderdaad de minimale termijn. Het is vervolgens aan iederelidstaat om in zijn nationale wetgeving de door hem, binnen dezeminimum en maximumtermijn, gekozen termijn per categorie zaken neerte leggen.Is er in Nederland wat dit betreft altijd de mogelijkheid om met eenadvocaat te spreken?Tijdens de beroepsfase heeft de asielzoeker recht op een gefinancieerderechtbijstandverlener. Het is aan de lidstaten om dit passend in te regelen.Hebben hulporganisaties en advocaten toegang tot de detentiecentra?Erkent de Minister dat niet in alle gevallen deze mogelijkheden er zijn voorvluchtelingen en is zij bereid met haar collega’s in gesprek te gaan om opzijn minst deze mogelijkheid te bieden?Artikel 12 van de Opvangrichtlijn bepaalt dat onder meer vertegenwoor-digers van UNHCR en advocaten toegang hebben tot de vreemdeling diezich in grensdetentie bevindt. Nederland voldoet hier reeds aan. Zo is deRaad voor de Rechtsbijstand gevestigd in het Justitieel Complex Schiphol.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93657 Ik herken mij niet in het beeld dat vreemdelingen die zich in grensdetentiebevinden geen toegang tot rechtsbijstand zouden hebben.De leden van de SP-fractie willen in algemene zin vragen wat de grootstebeleidsinhoudelijke wijzigingen zijn die de Minister ziet in het gehelemigratiepact voor Nederland, los van de logistieke kwesties. Deze ledenzien bijvoorbeeld dat de Minister erkent dat een bestaande uitdaging vande IND het werven, behouden en versterken van het personeel is. Maarhoe gaat dit veranderen als de begroting van het IND gedecimeerd wordtvanaf 2027?In grote lijnen voldoet Nederland al aan de eisen van het migratiepact. Hetis juist de bedoeling om de eisen van het pact binnen de EU meer teharmoniseren, wat voor Nederland eerder een versobering betekent.Elementen zoals de screening en de grensprocedure zijn al onderdeel vande Nederlandse praktijk. Deze moeten alleen in lijn worden gebracht metde specifieke eisen uit de verschillende verordeningen. De IND kiest erdan ook niet in eerste instantie voor om extra personeel aan te nemen,maar juist om complexiteit te verminderen en slimmer en efficiënter tewerken. Het werven, behouden en versterken van personeel is al langeretijd een prioriteit van de IND en dat zal het ook blijven.Op welke manier is een investering in het personeel dan überhaupt eenoptie?De IND kiest ervoor te investeren in het werven, behouden en versterkenvan personeel, niet per se voor het aantrekken van nieuw personeel.Vindt de Minister ook dat de geplande bezuinigingen op het IND in schrilcontrast staan met de intensivering die juist vanaf juni 2026 nodig is alsdit pact eenmaal geïmplementeerd is? Ditzelfde geldt toch ook voor hetCOA waar een flinke intensivering nodig is terwijl er een grote bezuinigingin 2027 voorhanden is?Met de besluitvorming bij voorjaarsnota 2024 heeft het vorige kabinetgekozen de middelen, gebaseerd op de Meerjaren Productie Prognose(MPP), tot en met 2026 aan de Migratieketen toe te kennen. Voor het jaar2027 is 500 miljoen euro en vanaf 2028 is ook de 1 miljard euro besparinguit het hoofdlijnenakkoord verwerkt. De inzet van het kabinet is eropgericht om met een breed pakket aan maatregelen het asielstelsel tehervormen en de instroom te beperken.Op basis van de MPP zal worden bezien welke middelen de komendejaren nodig zijn voor de Migratieketen. De uitvoeringsorganisaties dienentijdig over voldoende middelen te beschikken voor continuïteit in deuitvoering van hun wettelijke taken. Bij de voorjaarsnota zal hieroverbesluitvorming plaatsvinden.De leden van de SP-fractie hebben nog vragen over de implementatie insamenhang met de huidige nationale wetgeving en de nationaleasielprocedure. Hoe kan het EU-migratiepact worden gelezen insamenhang met de nationale wetgeving voor strengere asielwetgevingdie er dit jaar nog aan komt?Het Asiel- en migratiepact is per 12 juni 2026 van toepassing in deNederlandse rechtsorde. Dat betekent dat de nationale wetgeving metingang van die datum daarmee in overeenstemming moet zijn. Deverhouding tussen de voorstellen voor de Asielnoodmaatregelenwet ende Wet invoering tweestatusstelsel tot het Asiel- en migratiepact komt aande orde in het kader van de behandeling van die wetsvoorstellen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93658 Hoe grijpt dat op elkaar in? Is dat al helemaal duidelijk, hoe wordt daarrekening mee gehouden?De verhouding tussen de voorstellen voor de Asielnoodmaatregelenweten de Wet invoering tweestatusstelsel tot het Asiel- en migratiepact komtaan de orde in het kader van de behandeling van die wetsvoorstellen.Kan de uitvoering al die wijzigingen na elkaar eigenlijk wel aan?Verwezen wordt naar het antwoord op een gelijksoortige vraag van deleden van de GroenLinks/PvdA-fractie.De leden van de SP-fractie hebben nog een specifieke vraag over dekinderrechten. Klopt het dat kinderen altijd uitgesloten worden van sobereopvang, ongeacht van hun procedure, omdat Nederland op grond vanartikel 26 Opvangrichtlijn de verplichting heeft om hen altijd kindvriende-lijke opvang te bieden, waar de sobere opvang niet aan kan voldoen?Bij het bieden van asielopvang houdt het kabinet zich te allen tijde aan deinternationale en Europeesrechtelijke verdragen, en dus ook aan hetVN-Kinderrechtenverdrag en de herziene Europese Opvangrichtlijn.Ten slotte hebben de leden van de SP-fractie nog vragen over de opzetvan de grensdetentie en de omstandigheden hiervan. Klopt het dat ookkinderen terecht kunnen komen in deze grensdetentie en onder welkevoorwaarden dit wel of niet gebeurt? Lezen deze leden het goed datgezinnen met kinderen in principe niet in de detentiecentra terecht zullenkomen? Welke kosten zijn verbonden aan het inrichten van deze detentie-centra?Zoals geantwoord op de gelijkluidende vraag van de leden van de fractieGroenLinks-PvdA klopt het inderdaad dat begeleide minderjarige kinderenen bij uitzondering niet-begeleide minderjarige vreemdelingen deasielgrensprocedure kunnen doorlopen vanuit een detentieomgeving.Voor minderjarige kinderen in gezinsverband kan dit voorkomen wanneerzij de nationaliteit hebben van een land waarvan het inwilligingsper-centage EU-breed lager dan 20% betreft, zij de autoriteiten misleiden ofwanneer zij een gevaar vormen voor de openbare orde of de nationaleveiligheid. De asielaanvraag van een alleenstaande minderjarigevreemdeling kan alleen in de asielgrensprocedure worden behandeldwanneer de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde of nationaleveiligheid is of om die reden eerder gedwongen is uitgezet. Het belangvan het kind speelt hierbij een leidende rol en de bewaringsomstandig-heden moeten gedurende de asielgrensprocedure altijd in overeen-stemming zijn met de waarborgen in de Opvangrichtlijn.16 Zo moet dedetentie een ultimum remedium zijn, zo kort mogelijk duren en in hetbelang van de minderjarige zijn. Ook wordt de asielgrensprocedurebeëindigd of niet toegepast wanneer de noodzakelijke ondersteuning opgrond van de Opvangrichtlijn niet (langer) geboden kan worden ofwanneer hier relevante medische redenen voor zijn. Het kabinet isvoornemens om de tenuitvoerlegging van grensdetentie voor minder-jarige vreemdelingen te organiseren in de Gesloten Gezinsvoorziening(GGV) van het Justitieel Complex Zeist.16Artikelen 10 t/m 13 Opvangrichtlijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93659 Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met interesse kennisgenomen vanhet implementatieplan van het EU asiel- en migratiepact. Zij hebbendaarover een enkele vraag.Eerder heeft de SGP-fractie een motie ingediend die de regering vraagtzich op Europees niveau in te zetten om de bevolkingsdichtheid mee tewegen bij de verdeling van asielzoekers.17 De regering stelt zich steeds ophet standpunt dat dit niet meer kan worden meegenomen bij deuitwerking van het huidige migratiepact en dat het daarom pas bij deherziening van de betreffende wetgeving in 2027 aan de orde is. Toch isop dit moment nog niet alles in kannen en kruiken ten aanzien vanuitwerking van het pact. Zo moet nog worden vastgesteld hoe wordtomgegaan met artikel 78:3 van het EU-werkingsverdrag over solidariteit incrisissituaties, zoals is ingezet bij tijdelijke relocatieprogramma vanuitGriekenland en Italië in 2015. Voorziet de Minister dat in aanvulling opmaatregelen uit de solidariteitspool er ook nog maatregelen kunnenworden genomen op grond van artikel 78:3 van het EU-werkingsverdrag?Zo ja, is zij bereid bij de uitwerking van de verdeelsleutel hiervoor tepleiten voor het meewegen van bevolkingsdichtheid, in lijn met dezeaangenomen motie? En is zij bereid bij alle komende voorstellen tenaanzien van verdeling van asielzoekers dit als uitgangspunt te hanteren?Ik ga ervan uit dat de leden van de SGP-fractie verwijzen naar het voorstelvoor voorlopige noodmaatregelen voor Litouwen, Letland en Polen uit2021.18 In dit voorstel waren maatregelen opgenomen die lidstaten opbasis van artikel 78(3) van het VWEU konden nemen om instrumentali-sering van migranten tegen te gaan. De onderhandelingen over ditvoorstel zijn nooit afgerond. Het is niet de verwachting dat deze nogzullen worden hervat, aangezien aan de hand van de wel afgeronde crisis-en force majeurverordening lidstaten ook instrumenten ter beschikkingkrijgen om instrumentalisering tegen te gaan. In algemene zin kan hetkabinet wel toezeggen bij toekomstige wetgevende onderhandelingenover voorstellen die raken aan de verdeling van asielzoekers zal inzettenop een verdeelsleutel waarbij bevolkingsdichtheid wordt meegeteld, zoalseerder ook de inzet was bij de onderhandelingen over deAMMR-verordening.17Kamerstuk 36 410-VI, nr. 8718COM (2021) 752Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93660

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6f1e1d31bb802d1a

14 okt 2026 · ab1eaab1ad27eb8c

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.