KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zakenbrief moties en toezeggingen kerstreces 2024

12 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f8c2771974f03c58 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XVIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (XVI) voor het jaar 2025Nr. 151 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARISSEN VANVOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 december 2024Hierbij sturen wij uw Kamer een stand van zaken van een divers aantalmoties en toezeggingen.In deze brief wordt aan een aantal moties en toezegging voldaan en wordtuw Kamer geïnformeerd over de moties en toezeggingen die omverschillende redenen, nog niet zijn afgehandeld. Ook worden met dezebrief een aantal rapporten aangeboden.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M. AgemaDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V. MaeijerDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V.P.G. Karremans kst-36600-XVI-151ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1511 Stand van zaken moties en toezeggingen Minister van Volksgezondheid, Welzijn en SportToezegging te informeren de uitkomsten van het ZIN-traject en hetonderzoek naar een subsidieregelingDe toenmalig Minister van VWS heeft, op 9 oktober 2023 en op 22 januari2024, toegezegd uw Kamer nader te informeren over de uitkomsten vanhet ZIN-traject en het onderzoek naar een subsidieregeling.1In de schriftelijke antwoorden, op vragen gesteld tijdens de eerste termijnvan de begrotingsbehandeling op 23 oktober 2024, heeft de Minister vanVWS aangegeven dat de opschaling tot 1.150 IC-bedden nog niet isgerealiseerd. De betrokken partijen moeten hier samen afspraken overmaken. De Minister van VWS heeft Zorginstituut Nederland gevraagd omhet proces hiervoor te begeleiden. Daarover is zij nog in gesprek met hetZorginstituut. De Minister van VWS verwacht uw Kamer, uiterlijk heteerste kwartaal van 2025, nader te kunnen informeren.Enkele moties met betrekking tot acute zorg en de toekomst van de45-minutennormDe Minister van VWS heeft in haar brief van 2 oktober jl. aangegeven datde ambtelijke verkenning van alternatieven voor de 45-minutennorm isafgerond en dat dit traject is ingehaald door het regeerprogramma.2 Metdeze brief beschouwt zij de volgende moties als afgedaan:•Motie van het lid Bushoff over waarborgen dat bij het uitwerken vanalternatieven voor de 45 minutennorm de toegankelijkheid van acutezorg in Nederland niet verslechtert maar verbetert;3•Motie van de leden Den Haan en Paulusma over inzetten op communi-catie over de ontwikkeling van nieuwe normen voor toegankelijkheiden kwaliteit van acute zorg;4•Motie van het lid Dijk over de 45 minutennorm niet versoepelen;5•Motie van het lid Van den Berg over behoud van capaciteit van de zorgin de regio door een bottom-up aanpak6 en•Motie van de leden Drost en Tielen over aan de ROAZ’en vragen ookaandacht te besteden aan het behoud van personeel voor de zorg alsacute zorg sluit en om bij het opstellen van nieuwe normen voortoegankelijkheid en kwaliteit te toetsen wat de gevolgen zijn voor hetbehoud van zorgpersoneel.7Motie Westerveld en Tielen over reageren op aangedragen bezwarentegen besluiten over de acute zorg door zorgaanbiedersDe motie van de leden Westerveld en Tielen verzoekt de regeringregelgeving aan te scherpen en vast te leggen dat zorgaanbiedersinhoudelijk gemotiveerd op aangedragen bezwaren en naar vorengebrachte visies afzonderlijk moeten reageren en indien er een negatiefadvies komt een vervolgoverleg te verplichten.81Kamerstukken II, 2023/24, 31 765, nr. 814; en Kamerstukken II, 2023/24, 31 765, nr. 840.2Kamerstukken II, 2024/25, 29 247, nr. 455.3Kamerstukken II, 2022/23, 29 247, nr. 370.4Kamerstukken II, 2022/23, 29 247, nr. 415.5Kamerstukken II, 2023/24, 36 410-XVI, nr. 77.6Kamerstukken II, 2022/23, 31 765, nr. 679.7Kamerstukken II, 2022/23, 29 247, nr. 419.8Kamerstukken II, 2022/23, 29 247, nr. 413.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1512 De Minister van VWS zal deze motie betrekken bij de handreiking, diewordt gemaakt voor besluitvorming over acute zorg, en bij de aanpassingvan de regelgeving, die op dit punt wordt aangekondigd in het regeerpro-gramma. Uw Kamer kan hierover in de eerste helft van 2025 meerinformatie over verwachten.Gewijzigde motie Van den Berg en Bushoff over borgen dat bij iederROAZ-overleg een regionale patiëntvertegenwoordiger kan deelnemenDe motie van de leden Van den Berg en Bushoff verzoekt de regering teborgen dat bij iedere ROAZ overleg een regionale patiënten vertegen-woordiger zoals Zorgbelang deel kan nemen. Ook wordt er verzocht teborgen dat professionals, zoals verpleegkundigen en verzorgenden,betrokken worden bij het ROAZ (bijvoorbeeld in de werkgroepen), en teverduidelijken dat de directeur publieke gezondheid informatie uit magwisselen met het college van B&W en het standpunt vanuit gemeentenmag inbrengen en hierover helder te communiceren richting deROAZ’en.9De Minister van VWS heeft in de stand van zakenbrief, van 16 oktober jl.,uw Kamer geïnformeerd over de governance van de RegionaleOverleggen Acute Zorgketen (ROAZ-en) en de afspraken die daarover inhet bestuurlijk overleg IZA van 3 juni 2024 zijn gemaakt.10 Deze afsprakenhebben betrekking op de inbreng van patiënten en professionals in hetROAZ.Ten aanzien van het laatste verzoek van de motie wil de Minister vanVWS, mededelen dat de directeur publieke gezondheid (uiteraard) vrij isom in het ROAZ standpunten van gemeenten in te brengen.Hiermee beschouwt de Minister van VWS de motie als afgedaan.Gewijzigde motie Van der Plas over gemeenten betrekken bij het ROAZDe gewijzigde motie van het lid Van der Plas verzoekt het kabinet om ingesprek te gaan met de Vereniging Nederlandse Gemeenten om te kijkenhoe gemeenten beter betrokken kunnen worden bij het ROAZ.11In de stand van zakenbrief van 16 oktober jl. heeft de Minister van VWSuw Kamer geïnformeerd over de governance van de RegionaleOverleggen Acute Zorgketen (ROAZ-en) en de afspraken die daarover inhet bestuurlijk overleg IZA van 3 juni 2024 zijn gemaakt.12 Daarmeebeschouwt de Minister van VWS deze motie als afgedaan.Motie Van der Plas over inspraak van direct betrokkenen bij een eventuelesluiting van een afdeling acute verloskundeDe motie van het lid Van der Plas verzoekt het kabinet een evaluatie uit tevoeren van de AMvB om uit te zoeken of de aanpak gewenst is of dat eraanvullend beleid nodig is en expliciet te kijken of de inspraak van directbetrokkenen geborgd is.13In de brief, van 21 december 2023, over acute zorg, is aangegeven dat hette vroeg was voor de evaluatie van een AMvB, die pas in 2022 in werking9Kamerstukken II, 2022/23, 29 247, nr. 425.10Kamerstukken II, 2024/25, 36 600-XVI, nr. 17.11Kamerstukken II, 2022/23, 29 247, nr. 424.12Kamerstukken II, 2024/25, 36 600-XVI, nr. 17.13Kamerstukken II, 2022/23, 29 247, nr. 404.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1513 is getreden.14 Intussen is er in het kader van het Integraal Zorgakkoordwel gesproken over de governance van het ROAZ, waarbij de inbreng vanprofessionals aan de orde is. Hierover heeft de Minister van VWS uwKamer geïnformeerd, met haar stand van zaken brief van 16 oktober jl.15In de handreiking voor de besluitvorming over het aanbod van acute zorg,die in het regeerprogramma is aangekondigd, is de inbreng van professi-onals een belangrijk onderwerp. De Minister van VWS zal uw Kamerhierover in de eerste helft van 2025 informeren.Toezegging over stand van zaken uitvoering implementatieplanzorgcoördinatieBegin dit jaar heeft de toenmalige Minister van VWS uw Kamer geïnfor-meerd over het implementatieplan zorgcoördinatie.16 Daarbij is uw Kamertoegezegd nader geïnformeerd te worden, over de stand van zaken van deimplementatie van zorgcoördinatie.Zorgcoördinatie bespaart zorgverleners veel tijd en moeite, door snelleren beter inzicht in zorgcapaciteit. Daarnaast kan met zorgbemiddeling viazorgcoördinatie sneller zorg worden ingezet, die past bij de behoeften vande patiënt. De afgelopen maanden zijn de betrokken partijen in hun regiogestart, met de invoering van zorgcoördinatie. Om de implementatie vanzorgcoördinatie te laten slagen, moeten alle betrokkenen anders naar deeigen organisatie gaan kijken. Het vraagt tijd, energie en geduld om tekomen tot goede gezamenlijke afspraken en werkwijzen. Regio’s startenvanuit verschillende uitgangsposities en de tijdlijn is ambitieus, daaromkan het tempo van de invoering per regio verschillen.De Minister van VWS werkt toe naar 1 januari 2025 als ijkpunt waaropburgers in alle regio’s toegang moeten hebben tot een vorm vanzorgcoördinatie. De implementatie en doorontwikkeling van zorgcoördi-natie loopt door in 2025 en 2026. De komende periode worden devolgende stappen gezet. Eind 2024 worden naar verwachting alle snelletoetsen van de Regionale Overleggen Acute Zorg-regio’s (ROAZ-regio’s)goedgekeurd. In het eerste kwartaal van 2025 wordt verwacht dat alleregio’s transformatieplannen hebben ingediend. In de transformatie-plannen worden de huidige stand van zaken van elke ROAZ-regiotoegelicht, evenals de gemaakte plannen waarnaar elke regio toewerkt.Op basis daarvan zal worden bepaald welke stappen, de komende jaren,op landelijk niveau, nodig zijn aanvullend aan de regionale plannen, om in2027 zorgcoördinatie structureel te borgen.De Minister van VWS zal uw Kamer in het voorjaar van 2025 naderinformeren over de voortgang en verdere stappen om zorgcoördinatie inte voeren.Motie Claassen, Van der Plas en Nispen over de communicatie tussenmeldkamers en hulpverlenersDe motie van de leden Claassen, Van der Plas en Van Nispen verzoekt deregering ervoor te zorgen, dat de spoedeisende communicatie tussenmeldkamers en hulpverleners van alle hulpdiensten, op elkaar wordtafgestemd, zodat hulpverleners altijd met elkaar in verbinding staan omoptimaal en veilig hun werk te kunnen uitvoeren.1714Kamerstukken II, 2023/24, 29 247, nr. 432.15Kamerstukken II, 2024/25, 36 600-XVI, nr. 17.16Kamerstukken II, 2023/24, 29 247, nr. 435.17Kamerstukken II, 2023/24, 29 247, nr. 447.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1514 Voor het landelijke communicatiesysteem voor de hulpdiensten bestaathet C2000 systeem, waardoor hulpdiensten en (regionale) meldkamersmet elkaar zijn verbonden. Echter maken de verschillende disciplines(politie en ambulancezorg) steeds meer gebruik van zogenaamdePush-to-Talk applicaties (PTT-apps). De ervaringen met PTT-apps zijnpositief en daarom hebben de disciplines de wens uitgesproken om dePTT-apps te koppelen aan de meldkamervoorzieningen. Dit met als doelom de voordelen van C2000 en die van de PTT-apps te kunnen combi-neren en hybride gebruik mogelijk te maken.In opdracht van het Ministerie van JenV wordt op dit moment eenonderzoek uitgevoerd, om te bekijken wat er nodig is, om de koppelingentussen PTT-apps en de meldkamervoorzieningen (veilig en betrouwbaar)mogelijk te maken. De uitkomsten van dit onderzoek worden begin 2025verwacht, waarna op basis van de uitkomsten bepaald wordt of ergekoppeld kan worden en, zo ja, op welke wijze.De motie wordt hiermee als afgedaan beschouwd.Toezegging over de aansluiting van systemen tussen de meldkamers enzorgcoördinatieTijdens het commissiedebat Acute Zorg, op 3 april jl., is uw Kamertoegezegd een terugkoppeling te ontvangen over hoe de communicatie enaansluiting van systemen, tussen de meldkamers van het zorgcoördinatie-centrum en het landelijk meldsysteem, verbeterd kunnen worden en tekijken naar uitbreidingmogelijkheden van de meldkamer in Apeldoorn.Dat laatste doet de Minister van VWS samen met het Ministerie vanJustitie en Veiligheid (JenV).18Op 27 oktober 2023 hebben de toenmalige Ministers van JenV en VWS uwKamer geïnformeerd over de experimenteerruimte, om te onderzoekenhoe de toekomstige aansluiting tussen meldkamer en zorgcoördinatievorm moet krijgen.19 Er zijn verschillende regionale ambulancevoorzie-ningen die pilotvoorstellen hebben ingediend, welke op dit moment eenzorgvuldig proces doorlopen om tot een akkoord te komen. Zo wordt eronder andere aandacht besteed aan het inrichten van fallback-scenario’sen de benodigde veiligheidswaarborgen, om de robuustheid van desystemen gewaarborgd te houden. Specifiek voor de inrichting van demeldkamer in Apeldoorn, en de aansluiting op zorgcoördinatie, is hetMinisterie van VWS in gesprek met de betreffende regionale ambulance-voorzieningen. Daarbij worden de mogelijkheden (binnen de geldendewet- en regelgeving en de geboden experimenteerruimte) in de pilotsverkend. Uw Kamer wordt voor de zomer 2025 geïnformeerd over devoortgang van de pilots.De toezegging wordt hiermee als afgedaan beschouwd.Twee moties en een toezegging over vrouwspecifieke aandoeningenNaar aanleiding van de toezegging om uw Kamer te informeren over deuitvoering van het kennisprogramma Vrouwspecifieke aandoeningen,bericht de Minister van VWS uw Kamer het volgende.20Met het nieuw op te starten kennisprogramma bij ZonMw wordt ingezetop meer kennis over, en meer aandacht voor, vrouwspecifieke aandoe-18TZ202404–137.19Kamerstukken II, 2023/24, 29 247, nr. 430.20Kamerstukken II, 2023/24, 31 765, nr. 843.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1515 ningen en vrouwspecifieke somatische gezondheidsproblematiek. Ditmoet ervoor zorgen dat vrouwen eerder de benodigde hulp zoeken enpassende zorg krijgen voor vrouw specifieke gezondheidsproblemen. Hetprogramma wordt uitgewerkt rond drie programmalijnen. Daarnaast zal ereen samenwerkingsverband/netwerk worden opgezet waar kenniscentraal samenkomt en kennisdeling/-uitwisseling gefaciliteerd wordt.In de bijlage bij deze brief treft uw Kamer de uitwerking van hetprogramma en de toezeggingsbrief aan. In het programma zal migraineworden meengenomen, waartoe de motie van het lid Paulusma oproept.21Ook zal er aandacht zijn voor vrouwspecifieke klachten zoals niche-klachten na een keizersnede, waartoe de motie van het lid Slagt-Tichelman oproept.22De Minister van VWS beschouwt hiermee de toezeggingen aan uw Kameren de ingediende moties als afgedaan.Toezegging over het aansporen NZa bij verstevigen ingeslagen weg methybride zorgTijdens het notaoverleg «Initiatiefnota van het lid Tielen, over Én Én: eenverjongingskuur voor de basiszorg»,23 van 18 maart 2024, heeft detoenmalige Minister van VWS aangegeven de NZa aan te sporen om eroptoe te zien, dat de ingeslagen weg met betrekking tot opschaling vandigitale en hybride zorg, verstevigd wordt.Financiële prikkels via passende bekostiging helpen bij opschaling entransformatie naar digitale en hybride zorg en ondersteuning. Hierbij wilde Minister van VWS opmerken dat digitale en hybride zorg en onder-steuning geen doel op zich is, maar in veel gevallen een andere variantvan reguliere (fysiek geboden) zorg in een zorginstelling, -praktijk of thuis.Als het gaat om varianten van zorg hoort overleg tussen zorgaanbieder enpatiënt over de vorm, en plek, van zorg en ondersteuning.Het Ministerie van VWS heeft diverse gesprekken met NZa gevoerd overpassende bekostiging, ook voor digitale en hybride zorg, in context van degemaakte afspraken in het Integraal Zorgakkoord. Samen met de NZa,denkt de Minister van VWS na, over oplossingen voor de (ervaren)knelpunten in de bekostiging binnen sectoren van Zvw en Wlz, en voorsector- of domeinoverstijgende zorg en ondersteuning tussen Zvw en Wlz.Ook in het kader van de afspraken in het regeerprogramma, voor de extrastimulering van inzet van opschaling van digitale zorg in de wijkver-pleging, verpleegzorg en gehandicaptenzorg, is de Minister van VWS ingesprek met de Nza. Daarbij gaat het over de wijze waarop er extrastimulering van hybride en digitale zorg, via bekostiging plaats kanvinden.Toezegging over inkoop van medische hulpmiddelen patiënten uit Gaza inde regio van EgypteZoals de toenmalige Minister van VWS uw Kamer heeft toegezegd in debrief «Medische hulp aan patiënten uit Gaza in Egypte», van 12 december2023, heeft het Ministerie van VWS voor ongeveer € 1,5 miljoen aanmedische hulpmiddelen ingekocht, bij leveranciers in de geografische21Kamerstukken II, 2023/24, 31 765, nr. 866.22Kamerstukken II, 2023/24, 31 765, nr. 865.23Kamerstukken II, 2022/23, 36 396, nr. 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1516 regio van Egypte, ten behoeve van patiënten uit Gaza.24 Deze medischehulpmiddelen zijn dit jaar geleverd aan ziekenhuizen in Egypte.De toezegging wordt hiermee als afgedaan beschouwd.Toezegging te informeren over veranderingen in de (tijdige) beschik-baarheid van geneesmiddelenDe toenmalige Minister voor Medische Zorg en Sport heeft toegezegd uwKamer te informeren wanneer er signalen zijn van veranderingen, in de(tijdige) beschikbaarheid van geneesmiddelen, als gevolg van de wijzigingin de Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp). Dit betreft de wijziging van deWgp, waarbij Duitsland als referentieland voor het vaststellen vanmaximumprijzen, is vervangen door Noorwegen.Op dit moment worden de analyses afgerond en de resultaten samenge-voegd in een evaluatierapport. De Minister van VWS streeft ernaar hetrapport in het eerste kwartaal van 2025 te delen met uw Kamer.Toezegging tot informeren voortgang van de Nederlandse Kanker AgendaIn de brief van de toenmalige Minister van VWS, verzonden op18 december 2023, is toegezegd dat uw Kamer, uiterlijk voor het einde vandit jaar, wordt geïnformeerd over de relevante ontwikkelingen bij deuitwerking van de Nederlandse Kanker Agenda en de inzet van hetMinisterie van VWS daarop.25Aangezien de Minister van VWS op 16 december een bestuurlijk overlegheeft met het Nederlandse Kanker Collectief, zal deze Kamerbrief kortworden uitgesteld om een zo volledig mogelijk beeld te kunnen schetsenvan de huidige situatie rondom de aanpak van kanker. Uw Kamer kan debrief begin 2025 tegemoet zien.Toezegging over de resultaten ex durante (tussentijdse) evaluatiepandemische paraatheidIn opdracht van het Ministerie van VWS is er een ex durante (tussentijdse)evaluatie uitgevoerd op het programma pandemische paraatheid. Daaropheeft op 6 juni 2024 uw Kamer het rapport ontvangen.26 Daarbij istoegezegd om met een inhoudelijke reactie op de resultaten van deevaluatie te komen in de voortgangsbrief pandemische paraatheid najaar2024.Aangezien er pas medio 2025 meer duidelijkheid gegeven kan wordenover hoe het beleid voor pandemische paraatheid vanaf 2026 verderwordt vormgegeven, zal de Minister van VWS daarna met een inhoude-lijke reactie komen op de ex-durante evaluatie.Toezegging tot beleidsreactie op rapport «Met de stroom mee: naar eenduurzaam en adaptief stelsel van zorg»In de stand van zakenbrief van oktober 2024 heeft de Minister van VWStoegezegd een reactie op het rapport van de Raad voor Volksgezondheiden Samenleving «Met de stroom mee: naar een duurzaam en adaptiefstelsel van zorg en ondersteuning» voor het einde van het jaar te24Kamerstukken II, 2023/24, 23 432, nr. 504.25Kamerstukken II, 2023/24, 32 793, nr. 708.26Kamerstukken II, 2023/24, 25 295, nr. 2189.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1517 versturen.27 De brief zal in het voorjaar 2025 aan uw Kamer wordenverzonden.Toezegging notitie met visie van dit kabinet op marktwerking in de zorgDe Minister-President heeft tijdens het debat over de regeringsverklaring,d.d. 4 juli 2024, uw Kamer toegezegd de visie van dit kabinet op markt-werking in de zorg toe te sturen. In het regeerprogramma is opgenomendit najaar 2024 de notitie met daarin de visie op marktwerking in de zorgaan uw Kamer te verzenden.28 De brief zal begin 2025 aan uw Kamerworden verzonden.Toezegging tot informeren over de voortgang ten aanzien van deimplementatie fysieke en digitale weerbaarheidDe toenmalige Minister van VWS heeft toegezegd uw Kamer in 2024 teinformeren over de voortgang van het beleid inzake het robuuster makenvan de fysieke en digitale weerbaarheid van de zorgsector.29 Daarna heeftde Minister van JenV, in de brief van 16 oktober 2024, uw Kamergeïnformeerd over de gevolgen van niet tijdige implementatie van tweeEuropese richtlijnen, namelijk de NIS2- en CER-richtlijn.30De Minister van JenV voert, als coördinerend bewindspersoon voor debescherming van de vitale infrastructuur, de regie op de implementatievan genoemde richtlijnen, en de vakdepartementen zijn verantwoordelijkvoor hun sector, zoals de Minister van VWS voor de sector zorg.De NIS2-richtlijn richt zich op de digitale weerbaarheid en zal wordenomgezet in de Cyberbeveiligingswet (Cbw). De CER-richtlijn richt zich opfysieke weerbaarheid en zal worden omgezet in de Wet weerbaarheidkritieke entiteiten (Wwke). In de Kamerbrief van 16 oktober jl. is aange-geven dat het omzetten van de richtlijnen in nationale wetgeving meer tijdvergt dan verwacht. Hieruit volgt dat de implementatiedatum van17 oktober 2024 niet zal worden gehaald.Al het nodige wordt gedaan om het (omvangrijke) implementatieprocesvlot te laten verlopen, waaronder de afstemming met het Ministerie vanVWS voor de zorgsector. De Minister van JenV verwacht beide wetsvoor-stellen in het eerste kwartaal van 2025 voor behandeling naar uw Kamerte sturen, zodat de wetten medio 2025 in werking kunnen treden. DeMinister van VWS zal uw Kamer in het vierde kwartaal van 2025 wederominformeren over de voortgang en de consequenties voor de sector zorg.Toezegging over E2E-beveiliging in de doorontwikkeling van de nationalevisie en strategie en het landelijke vertrouwensmodelDe toenmalige Minister van VWS heeft toegezegd om E2E-beveiliging ende eenduidige afspraken over beveiliging van dataverkeer die in dat kadergemaakt moeten worden mee te nemen in de ontwikkeling van hetLandelijk Dekkend Netwerk (LDN).31Voor de duidelijkheid merkt de Minister van VWS op dat de NationaleVisie en Strategie (NVS) beschrijft wat er gedaan moet worden om totveilige en betrouwbare gegevensuitwisseling en databeschikbaarheid te27Kamerstukken II, 2023/24, 36 600-XVI, nr. 17.28Kamerstukken II, 2023/24, 36 471, nr. 96.29Kamerstukken II, 2023/24, 27 529, nr. 311.30Kamerstukken II, 2024/25, 22 112, nr. 3968.31TZ202310–108.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1518 komen. Terwijl het Landelijk Vertrouwensstelsel (LVS) alle technologische,organisatorische en juridische afspraken omvat, die nodig zijn voor veiligeen betrouwbare gegevensuitwisseling en databeschikbaarheid in degezondheidszorg. Het LVS bevat daardoor ook alle afspraken die nodigzijn voor een werkend Landelijk Dekkend Netwerk (LDN).Om te komen tot een landelijk dekkend netwerk van infrastructuren, is hetnodig om met ICT-leveranciers en veldpartijen eenduidige afspraken temaken, over de beveiliging van het dataverkeer. Op dit moment voert hetMinisterie van VWS gesprekken met ICT-leveranciers en veldpartijen, omdeze afspraken vorm te geven. De optie om een vorm van E2E-beveiliginghierin te betrekken ligt daarbij op tafel. In de LDN-Kamerbrief, die begin2025 naar uw Kamer zal worden verstuurd, wordt verwezen naar hettransitieplan. In het transitieplan, waarin het werken aan veilig netwerk isuitgewerkt, wordt dit onderwerp ook meegenomen.Rapport «Diversiteit in het BIG-register»Hierbij biedt de Minister van VWS uw Kamer het rapport «Diversiteit inhet BIG-register» aan, dat is opgesteld door onderzoekers verbonden aanhet UMC Utrecht in opdracht van het Ministerie van VWS.Er is steeds meer aandacht voor diversiteit onder zorgvragers inNederland. Echter, er is nog relatief weinig grootschalig kwantitatiefonderzoek gedaan, naar de diversiteit onder zorgverleners zélf. Metbehulp van kwantitatieve data kan in kaart worden gebracht in welke matezorgprofessionals een afspiegeling zijn van de maatschappij. Kennis vangeslacht, sociaal-demografische en migratieachtergrond zijn vanmeerwaarde voor patiëntgerichte en passende zorg. Deze kennis kan ookmogelijke kansenongelijkheid in de sector inzichtelijk maken, bijvoorbeeldrond selectieprocedures voor opleidingen en specialisaties. Het Ministerievan VWS heeft daarom, door middel van dit onderzoek, een nulmetinglaten uitvoeren naar de huidige stand van zaken, van de diversiteit onderzorgverleners, die een BIG-registratie hebben.Het onderzoek maakt duidelijk dat de sociaaleconomische status en demigratieachtergrond van alle BIG-geregistreerden, geen afspiegeling zijnvan de samenleving. In meer detail geldt dit ook voor gespecialiseerdeartsen. Door het onderzoek in de toekomst te herhalen, kunnen verande-ringen in de representatie, binnen de BIG-beroepen, in beeld wordengebracht. Dit kan helpen bij het ontwikkelen van beleid en het meten vande effectiviteit ervan.Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Staatssecre-taris Langdurige en Maatschappelijke ZorgMotie Tielen over innovatie in de zorg praktijk helpen realiserenDe motie van het lid Tielen, van 20 oktober 2022, verzoekt de regering, omsamen met de beroepsgroepen, zorgverzekeraars en de zorgbestuurders,te komen tot een aanpak, die innovatie sneller en breder in de praktijkhelpt te realiseren.32Mede in het licht van deze motie wordt op ruime schaal gewerkt aan eenaanpak die innovatie sneller en breder in de praktijk helpt te realiseren.Hierover zijn afspraken gemaakt in het kader van het Integraal Zorg-akkoord (IZA) van september 2022. Met name de onderdelen, waarbij hetgaat over arbeidsmarkt en ontzorgen van zorgprofessionals en digitali-32Kamerstukken II, 2022/23, 36 200-XVI, nr. 47.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1519 sering en gegevens uitwisseling, zijn hierbij van belang (onderdeel H en Ivan het IZA). In het aanvullend zorg en welzijn akkoord en het hoofdlijnen-akkoord ouderenzorg is er ook aandacht voor innovatie, de afsprakendaarover worden nog nader uitgewerkt.Ook zijn in het kader van het programma Wonen, Zorg en Ondersteuningvoor Ouderen afspraken gemaakt. Met name in actielijn 5 over arbeids-markt en innovatie. Aan beide wordt volop uitvoering gegeven. Via eenupdate over de uitvoering van deze akkoorden, wordt uw Kamer hieroververder geïnformeerd.De motie wordt hiermee als afgedaan beschouwd.Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke ZorgMotie Kuzu en Den Haan over doorlooptijden voor goedkeuring vanindicaties van niet-gecontracteerde wijkverpleegkundigenIn reactie op de motie van de leden Kuzu en Den Haan reageert deStaatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg graag als volgt.33De NZa heeft over de betreffende doorlooptijden in het verleden meerderesignalen gekregen en heeft daarnaar vervolgens onderzoek gedaan. DeNZa hanteert, bij correct ingediende aanvragen, het aantal van vijfwerkdagen als een redelijke doorlooptijd van machtigingen voorongecontracteerde wijkverpleging. De NZa heeft individuele gesprekkenmet zorgverzekeraars gevoerd, de betreffende systemen ter plekkeingezien, informatieverzoeken gestuurd toen bezoeken in verband metcorona niet mogelijk waren, en heeft individuele terugkoppelingen naarzorgverzekeraars gestuurd. Bij enkele zorgverzekeraars waarover opnieuwmeldingen binnenkwamen, is vervolgonderzoek gedaan. Uiteindelijk zagde NZa verbetering in de betreffende doorlooptijden.Daarover heeft de NZa in de samenvattende rapporten Zvw van 202034,202135 en 202236 gerapporteerd. In het Samenvattende rapport Zvw van2020 (par. 4.6) constateerde de NZa dat lange doorlooptijden veelvuldigvoorkwamen. De NZa achtte dat onacceptabel. Een van de aanbevelingenvan de NZa, aan de zorgverzekeraars, was om te zorgen voor eenuitgebreid netwerk van gecontracteerde aanbieders en dat netwerk – ende voordelen ervan – goed kenbaar te maken bij verzekerden. Ook isvolgens het NZa voldoende personeelscapaciteit bij de zorgverzekeraarsbelangrijk om de aanvragen binnen een redelijke termijn af te handelen.Daarop aansluitend verwacht de NZa dat, als er aanvullende informatienodig is om een machtiging af te doen, de zorgverzekeraar dit snel enduidelijk richting de aanvrager aangeeft.In het Samenvattende rapport Zvw van 2021 (par. 4.5) herhaalde de NZade aanbevelingen aan de zorgverzekeraars en gaf aan dat ze in het najaarvan 2021 een vervolg hebben gegeven aan het onderzoek. Voorts gaf deNZa aan dat het onderzoek zou doorlopen in 2022.In het Samenvattende rapport Zvw van 2022 gaf de NZa aan dat zij bij allezorgverzekeraars op controlebezoek is geweest. Aan de zorgverzekeraarsheeft de NZa individueel de bevindingen teruggekoppeld. Bij een tweetalzorgverzekeraars heeft de NZa een vervolggesprek gevoerd. De NZa geeft33Kamerstukken II, 2021/22, 35 925-XVI, nr. 84.34Kamerstukken II, 2020/21, 29 689, nr. 1107.35Kamerstukken II, 2021/22, 29 689, nr. 1165.36Kamerstukken II, 2022/23, 29 689, nr. 1203.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 15110 ook aan in 2023 de doorlooptijden te blijven volgen. Doordat zorgverzeke-raars met de aanbevelingen van de NZa aan de slag zijn gegaan, is de NZavan mening dat de interventie positieve gevolgen heeft gehad voor dedoorlooptijden en het aantal meldingen.Zoals gezegd volgt de NZa het onderwerp nog steeds via signalen die bijhen binnenkomen. De NZa heeft aangegeven dat er in 2023 twee signalenzijn binnengekomen: één signaal over de afhandelingsduur van eenmachtiging bij een niet-gecontracteerde aanbieder en één signaal over deafhandelingsduur van de aanvraag voor een PGB. Over 2024 zijn er bij deNZa (tot nu toe) geen signalen binnengekomen. De NZa heeft gezien hetgering aantal meldingen, geen aanleiding gezien opnieuw onderzoek in testellen. Gezien de bevindingen van de NZa gaat de StaatssecretarisLangdurige en Maatschappelijke Zorg ervan uit dat de afdoening van deaanvragen, op dit moment voor het grootste deel binnen de vijfwerkdagen ligt.De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg beschouwt demotie hiermee als afgedaan.Motie Bushoff en Mohandis over investeringen in de wijkverplegingDe motie van de leden Bushoff en Mohandis verzoekt de regering om,voor 1 januari 2024, met de betrokken zorgpartijen, gerichte afspraken temaken over investeringen in de wijkverpleging en de Kamer hierover teinformeren.37De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg is van oordeeldat de wijkverpleging moet worden versterkt, om zo de vraag naarziekenhuiszorg in te perken, en beter in te spelen op de vergrijzendesamenleving. De belangenorganisaties ActiZ, Zorgthuisnl en Zorgverzeke-raars Nederland hebben hierover in het Integraal Zorgakkoord (IZA)afspraken gemaakt. Zij voeren deze afspraken op dit moment volop uit.Aanvullend op de inhoudelijke afspraken zijn er ook financiële afsprakengemaakt, waarbij zorgverzekeraars incidenteel € 75 miljoen beschikbaarhebben gesteld via een IZA-fonds Wijkverpleging. Daarnaast isafgesproken om IZA-conform te contracteren. Aanbieders in de wijkver-pleging kunnen de middelen gebruiken voor onder andere passende zorg(met bijvoorbeeld hulpmiddelen), het versterken van lokale en regionalesamenwerking in de zorgketen, het opleiden van nieuwe medewerkers enhet aanpakken van regeldruk. De aanvraagperiode voor het IZA-fondswijkverpleging is inmiddels gesloten. In 2024 worden de projectenuitgevoerd.38Ook hebben zorgverzekeraars uitvoering gegeven aan de afspraak om dewijkverpleging te versterken, de hiervoor beoogde structurele impuls van€ 175 miljoen is grotendeels gerealiseerd via, zowel verbeterde prijsaf-spraken, als andere contractverbeteringen. Alle zorgverzekeraars hebbenhieraan naar rato hun bijdrage aan geleverd.Zorgverzekeraars Nederland heeft voor 2024, in samenwerking metwerkgevers, het Opleidingsfonds Wijkverpleging 2024 geopend. Per 2025is structureel € 60 miljoen beschikbaar om werkgevers te compenserenvoor het opleiden in de wijkverpleging. Per 2025 zal hiervoor een subsidieworden geopend. Om zorg- en onderwijsinstellingen te stimuleren te37Kamerstukken II, 2023/24, 31 765, nr. 822.38Via de volgende link kunnen de projecten worden geraadpleegd:https://www.izafondswijkverpleging.nl/overzicht-goedgekeurde-projecten/ (28-11-2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 15111 komen tot gezamenlijk plannen, om meer en anders op te leiden, is desubsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur Wijkverpleging geopend.Desondanks is er nog sprake van een structurele onderschrijding van hetbudgettair kader wijkverpleging. Dit heeft verschillende oorzaken, zoals dekrappe arbeidsmarkt en het feit dat de zorg in de wijkverpleging doelma-tiger is geworden. Er is bijvoorbeeld al jaren sprake van een daling vanhet aantal uren wijkverpleging (en ook kosten) per client. Omdat partijensignalen hadden dat de toegankelijkheid van de wijkverpleging ondertoenemende druk zou staan, heeft de voormalig Minister van VWS eencliëntvolgend onderzoek naar toegankelijkheid van wijkverpleging uitlaten voeren.39 Hieruit blijkt dat het overgrote deel van de cliënten nogaltijd snel toegang heeft tot zorg. Wel moeten hiervoor regelmatigmeerdere aanbieders benaderd worden. Een kleine groep – veelal mensenmet een complexe zorgvraag – moet echter langer wachten. De Staats-secretaris zet zich daarom in voor voldoende zorgpersoneel en datcliënten snel op de juiste plek zorg kunnen ontvangen. Dat doet zij ondermeer met het opleidingsfonds wijkverpleging en door afspraken overlandelijke implementatie van «herkenbare en aanspreekbare wijkver-pleging».De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg beschouwt demotie hiermee als afgedaan.Toezegging over ontwikkeling van een handreiking rond cultuursensitieve/inclusieve zorgDe toenmalige Minister van VWS heeft in 2023 toegezegd een generiekehandreiking cultuursensitieve zorg te laten ontwikkelen, die in allesectoren van de langdurige zorg toepasbaar is. In opdracht van hetMinisterie van VWS is een inventarisatie gemaakt van sectorspecifiekeleidraden en tools voor cultuursensitief en inclusief werken. Hieruit zijnwerkzame elementen voor de zorg in het algemeen gedestilleerd. Dezevormen gezamenlijk de generieke handreiking «Inclusieve zorg».40Met de ontwikkeling van deze handreiking wordt de toezegging alsafgedaan beschouwd.Motie Westerveld over het mogelijk beperken van stapeling van eigenbijdragenIn het plenair debat, van 3 april 2024, over de implementatie van hetVN-verdrag Handicap, heeft uw Kamer de motie Westerveld aange-nomen.41 Daarin staat het verzoek te onderzoeken of de stapeling vaneigen bijdragen kan worden teruggebracht, door mensen met eenbeperking maximaal uit één wet een eigen bijdrage te laten betalen.De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijk Zorg erkent dat hetvoor mensen met een beperking complex is om hun zorg te organiseren.Het kabinet heeft daar zeker oog voor. Daarom werkt het kabinet aan deuitwerking van een werkagenda om het VN-verdrag Handicap te imple-menteren. De bedoeling is dat in 2025 wordt gestart met de uitvoering vande werkagenda. Daarnaast geeft het regeerprogramma ruimte om hetgesprek over de vereenvoudiging van zorgwetten te voeren, waar dezegroep absoluut baat bij zou hebben. Deze opgave wordt op dit moment39Kamerstukken II, 2023/24, 31 765, nr. 822.40De generieke handreiking en het overzicht van sectorale leidraden is raad te plegen op:www.regelhulp.nl/inclusieve-zorg (28-11-2024).41Kamerstukken II, 2023/24, 24 170, nr. 312.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 15112 verder uitgewerkt en de Minister van VWS zal uw Kamer hierover voor dekomende zomer informeren.Hoewel het sympathiek zou zijn om mensen, die zorg uit meerdere wettenontvangen, uit één wet een eigen bijdrage te laten betalen, is de betref-fende motie niet uitvoerbaar.Allereerst is de groep mensen met een beperking erg divers, ook in demate waarin zij zorg en ondersteuning nodig hebben. Die zorg kaninderdaad uit verschillende zorgwetten geleverd worden. Er bestaat geenlandelijke, sluitende definitie van personen met een chronische ziekte ofhandicap. Daarnaast zou het nodig zijn een landelijke registratie vanpersonen met een chronische ziekte of handicap in het leven te roepen.Zo’n registratie – en koppeling daarvan met gegevens van de uitvoerdersvan de zorgwetten – is nodig als je wil besluiten, om enkel mensen meteen beperking de eigen bijdragen uit één wet te laten betalen. Afgezienvan het feit dat het niet mogelijk is een definitie van mensen met eenchronische ziekte of beperking te geven, is het de vraag of een landelijkedatabase met dergelijke gegevens wenselijk is. De Staatssecretaris achtdit vanuit het oogpunt van privacy niet het geval.Het is daarom niet mogelijk om de eigen bijdragen tot één wet tebeperken, enkel voor mensen met een beperking. Wel zijn er algemenemaatregelen om stapeling van eigen bijdragen te beperken, dezogenaamde «anticumulatie» van eigen bijdragen. Als binnen eenhuishouden, zowel zorg vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning(Wmo 2015), als de Wet Langdurige Zorg (Wlz) wordt ontvangen, wordtalleen de eigen bijdrage voor de Wlz betaald.42 Dit geldt ook als gebruikgemaakt wordt van meerdere Wmo-voorzieningen: er wordt dan ééneigen bijdrage betaald voor de Wmo 2015. Deze bepalingen blijven ookvan kracht als het abonnementstarief in de Wmo 2015 wordt vervangen,door de inkomensafhankelijk eigen bijdrage.De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke zorg beschouwt demotie hiermee als afgedaan.Staatssecretaris Jeugd, Preventie en SportStand van zaken abortuszorg via de huisartsIn december 2022 is het initiatiefwetsvoorstel tot wijziging van de Wetafbreking zwangerschap in verband met de «legale medicamenteuzeafbreking van de zwangerschap via de huisarts» aangenomen.43Sindsdien is uw Kamer op verschillende momenten geïnformeerd over devoortgang van de implementatie.44 De Staatssecretaris Jeugd, Preventieen Sport informeert uw Kamer via deze weg graag over de voortgang.Op 1 januari 2025 zal de wetswijziging in werking treden. Het inwerking-tredingsbesluit is op 29 november gepubliceerd in het Staatsblad.45 Op42Kanttekening hierbij is dat dit, wat betreft de Wmo 2015, alleen geldt voor maatwerkvoorzie-ningen en voor algemene voorzieningen, waarvoor nu het abonnementstarief geldt. Eigenbijdragen die gemeenten vragen voor overige algemene voorzieningen, kunnen wel stapelenmet eigen bijdragen uit de Wlz. Hetzelfde geldt voor eigen bijdragen voor een maatwerkvoor-ziening vervoer, indien de gemeente bij verordening heeft bepaald dat dit niet onder hetabonnementstarief valt.43Staatsblad 2023, nr. 43.44Kamerstukken II 2023/24, 30 371, nr. 54, 55 en 56.45Staatsblad 2024, nr. 367.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 15113 3 december 2024 is de aanwijzing van twee rechtspersonen46 gepubli-ceerd in de Staatscourant.47Sinds 1 november 2024 kunnen huisartsen de verplichte scholing volgenvia de website van Fiom. De beroepsgroepen van huisartsen enapothekers vullen in aanloop naar de inwerkingtreding hun communica-tiekanalen met zorginhoudelijke en praktische informatie voor zorgver-leners. Denk hierbij aan leidraden, patiëntfolders, en informatie over descholing, registratie bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd enfinanciering. Deze informatie zal voornamelijk vindbaar zijn op dewebsites van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevorderingder Pharmacie (KNMP) en de Huisarts Adviesgroep Seksuele Gezondheid(SeksHAG).Ten behoeve van de financiering van abortuszorg via de huisarts is desubsidieregeling Publieke Gezondheid gewijzigd. De wijzigingsregeling isop 11 november 2024 gepubliceerd in de Staatscourant.48 De gekozenfinancieringsconstructie is nader toegelicht in eerdere correspondentieaan uw Kamer.49Toezegging tot kabinetsreactie op advies van de RVS «Op onzegezondheid»Op 23 mei 2023 is het advies van de Raad van Volksgezondheid enSamenleving (RVS), «Op onze gezondheid», over de inrichting van hetstelsel voor de publieke gezondheidzorg, aangeboden aan de TweedeKamer.50 In antwoord op Kamervragen van het lid Van Esch (PvdD) overhet opnemen van gezondheidsdoelen in de wet, van 28 augustus 2023, isaangegeven dat de reactie op het advies van de RVSaan het volgendekabinet zal worden overgelaten.51Op dit moment is de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport metveldpartijen in gesprek over de toekomst van de publieke gezondheid. Deinzichten die daaruit komen, kunnen worden gebruikt voor verderebeleidsvorming rondom dit thema. De Staatssecretaris zal uw Kamer inhet eerste kwartaal van 2025 informeren met een kabinetsreactie. Daarbijzal er specifiek worden ingegaan op de aanbeveling over eengezondheidscommissaris.Motie lid Tielen over onderzoek naar mogelijke voorziening vooreenduidige en laagdrempelige toegang tot preventie voor ouderenDe Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport wil dit vraagstuk bezien inhet licht van bredere vraagstukken, die spelen rond de inrichting van hetstelsel van publieke gezondheid. Daarom zal hij zijn reactie op deze motieverbinden aan de kabinetsreactie op het RVS-advies «Op onzegezondheid».Inwerkingtreding gewijzigde WdkbDe Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport heeft besloten dat degewijzigde Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) op1 april 2025 in werking zal treden in plaats van 1 januari 2025.46Wet afbreking zwangerschap, artikel 11a, eerste lid.47Staatscourant 2024, nr. 39383.48Staatscourant 2024, nr. 37541.49Kamerstukken II 2023/24, 30 371, nr. 54, 55 en 56.50Kamerstukken II 2022/23, 32 793, nr. 693.51Aanhangsel Handelingen II, 2023/24, nr. 3443.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 15114 De aanpassing van het registratiesysteem van de Stichting donorge-gevens kunstmatige bevruchting heeft vertraging opgelopen. Ditregistratiesysteem is essentieel voor de uitvoering van de wet enfertiliteitsklinieken zijn ervan afhankelijk. Een inwerkingtreding op 1 april2025 geeft klinieken voldoende tijd voor de voorbereidende werkzaam-heden, die nodig zijn voor een zorgvuldige implementatie van de wet.Toezegging tot informeren uitnodigingsinterval bevolkingsonderzoekborstkankerIn de brief van 7 november 2024 heeft de Staatssecretaris Jeugd,Preventie en Sport toegezegd uw Kamerdit jaar nog te informeren over delaatste stand van zaken met betrekking tot het uitnodigingsinterval bij hetbevolkingsonderzoek borstkanker.52 Zoals is vermeld in die brief was hetinterval op dat moment ongeveer 28 maanden tussen twee uitnodigingenvoor het bevolkingsonderzoek borstkanker.Tijdens het Commissiedebat Medische Preventie op 21 november 2024zijn er verschillende aspecten van de bevolkingsonderzoeken naar kankerbesproken. Toegezegd is op verschillende van deze thema’s terug tekomen in een brief aan uw Kamer begin 2025. De Staatssecretaris Jeugd,Preventie en Sport zal in deze brief ook terugkomen op de laatste standvan zaken omtrent het uitnodigingsinterval bij het bevolkingsonderzoekborstkanker.Toezegging over mogelijke screening op Hepatitis CIn de Kamerbrief van 25 februari 2022 heeft de toenmalige Minister vanVWS toegezegd dat hij op basis van een doelmatigheidsstudie van hetRIVM zou besluiten om Hepatitis C (HCV) al dan niet toe te voegen aan hetbloedonderzoek bij zwangere vrouwen, de Prenatale Screening Infectie-ziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE).53 Dit in reactie op een adviesvan de Gezondheidsraad uit 2016 om een dergelijke studie uit te voeren.54De doelmatigheidsstudie is inmiddels afgerond en toont aan datHCV-screening onder zwangere vrouwen effectief kan zijn, mits ditgevolgd wordt door behandeling van de zwangere vrouw. Bij de screeningvia de PSIE kan geen onderscheid gemaakt worden tussen verschillenderisicogroepen. Daarnaast is de doelstelling van de PSIE het realiseren vangezondheidswinst bij het ongeboren (en pasgeboren) kind. Ook is debehandeling van HCV contra-geïndiceerd in de zwangerschap en is dekans dat een moeder met HCV de ziekte overdraagt op het kind veel lagerdan bij andere infectieziekten waarop wordt gescreend met de PSIE. Geletop de contra-indicaties tijdens zwangerschap, de relatief lage kans opoverdracht en de andere doelstellingen van de PSIE, ziet de Staatssecre-taris Jeugd, Preventie en Sport op dit moment geen aanleiding om advieste vragen aan de Gezondheidsraad om HCV-screening aan dit programmatoe te voegen. Dit besluit is in lijn met het advies van de programmacom-missie PSIE van het RIVM-Centrum voor Bevolkingsonderzoek, met daarinrelevante beroeps- en patiëntenverenigingen, en wordt ondersteund doorhet feit dat HCV-screening ook in andere Europese landen niet wordttoegepast bij zwangere vrouwen.52Kamerstukken II, 2023–2024, 32 793, nr. 787.53Kamerstukken II, 2021–2022, 25 295, nr. 181254Gezondheidsraad, Screening van risicogroepen op hepatitis B en C,https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2016/11/01/screening-van-risicogroepen-op-hepatitis-b-en-c (26-11-2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 15115 Hiermee beschouwt de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport degenoemde toezegging als afgedaan.Rapportage Gecombineerde Leefstijlinterventie monitor december 2024Uit de nieuwste monitor van de Gecombineerde Leefstijlinterventie(hierna: GLI), die recent is gepubliceerd, blijkt de volwassenwording vande GLI in Nederland.55Het aantal nieuwe personen dat jaarlijks deelneemt is stabiel en degezondheidseffecten die in eerdere monitors zijn gebleken zetten door.Deelnemers verliezen gemiddeld 3,8 kg (3,5%) van hun gewicht tijdens debehandelfase en dit groeit door tot 5,2 kg (5%) in de onderhoudsfase vande GLI. Eenzelfde patroon is te zien bij de uitkomstmaat BMI (-1,3 tijdensbehandelfase en -1,8 tijdens de onderhoudsfase) en afname vanbuikomvang (-4,2 cm tijdens de behandelfase tot 5,6 cm in de onder-houdsfase). Het feit dat ook de kwaliteit van leven aanzienlijk toeneemt ispositief: deze is 13 punten hoger dan bij het begin van de GLI, op eenschaal van 0 (meest ongezond) tot 100 (meest gezond). Het is daarnaastgoed om te zien dat deelname aan een GLI ook in gemeenten met relatieflage sociaaleconomische scores goed op gang gekomen is.Voor het eerst binnen de GLI-monitor is ook gekeken naar het effect vanmedicijnen met een gewichtsverlagende werking die tijdens de GLIworden gebruikt. Het kan hierbij gaan om medicijnen voor diabetes maarook om medicijnen om af te vallen. Deelnemers zonder deze medicijnenvielen gemiddeld iets minder af (4,4%) dan het gemiddelde van alledeelnemers (5%), maar dit verschil is klein. Opvallend is dat de toenamein kwaliteit van leven tussen beide groepen vergelijkbaar is. Deelnameaan de GLI hangt dus samen met een flinke stijging van de kwaliteit vanleven, onafhankelijk van het gebruik van medicatie. Met het oog op deontwikkelingen binnen de gewichtsverlagende medicatie is het belangrijkdat het RIVM de combinatie met GLI-deelname en het effect daarvan blijftmonitoren.Momenteel doet het RIVM ook verdiepend onderzoek naar de uitvalre-denen tijdens een GLI. Hier zal in het voorjaar 2025 over worden gerappor-teerd. Deze uitkomsten zijn voeding voor de optimalisatie van de GLI zelf,maar ook relevant voor het versterken van de ketenaanpak daaromheen.Toezegging over vervolgonderzoek deeltjes in de nanorange van hetadditief silicumdioxide E551De toenmalige Minister van VWS heeft in haar brief aangegeven uwKamer te informeren over de verdere voortgang van het vervolgon-derzoek deeltjes in de nanorange van het additief silicumdioxide E551(SAS).56 De Europese Food Safety Authority (EFSA) heeft het additiefonderzocht en de resultaten van dit onderzoek zijn inmiddelsbeschikbaar.57 EFSA heeft geconcludeerd dat silicumdioxide E551 (SAS)bij de gerapporteerde toepassingen en gebruiksniveaus geen veiligheids-risico oplevert voor alle bevolkingsgroepen.Deze toezegging kan hiermee als afgedaan worden beschouwd.55Zie volgende link voor de monitor: https://www.rivm.nl/gecombineerde-leefstijlinterventie(28-11-2024).56Kamerstukken II, 2013/14, 33 750-XVI, nr. 111.57De publicatie is te raadplegen via: https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/8880#:~:text=The%20Panel%20concluded%20that%20E%20551%20does%20not,a%20safety%20concern%20at%20the%20current%20exposure%20levels (26-11-2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 15116 Start wetstraject herziening Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellenIn 2022 heeft de toenmalige Minister van VWS uw Kamer geïnformeerdover de verkenning en voorbereiding van de tweede herziening van hetWarenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS).58 Daarbij istoegezegd uw Kamer te infomeren indien de verkenning zou leiden totnieuwe regelgeving voor kartbanen, tokkelbanen en klimbossen. In 2023heeft de toenmalige Minister van VWS toegezegd uw Kamer te infor-meren zodra er concrete voorstellen zouden liggen voor het verduidelijkenvan het onderscheid tussen sport en spel.59Inmiddels is de verkenning afgerond en zijn er concrete voorstellen voorde herziening van het WAS 2023. De voorstellen zijn in nauwe samen-werking met de NVWA opgesteld en besproken met de aangewezenkeuringsinstellingen en de sector. Het voornemen is het wetstraject voorde aanpassing van het besluit en de regeling in 2025 te starten.De belangrijkste voorstellen bij de herziening van het WAS 2023 zijn:–Het reguleren van de veiligheid van klimbossen, tokkelbanen enrecreatieve kartbanen. Deze toestellen vallen niet onder de huidigeregelgeving. Hierdoor is er geen (preventief) toezicht, terwijl dezetoestellen wel een risico op ernstig letsel kennen en worden aangebo-den voor spelen of vermaak. De zelfregulering biedt onvoldoendegaranties voor het preventief waarborgen van de veiligheid. Voor dezetoestellen wordt een aparte categorie «actieve toestellen» ingerichtmet een eigen keuringsstelsel, waarbij rekening is gehouden met dehuidige zelfregulering.–Het verscherpen van het onderscheid tussen speel- en sporttoestellen.In de huidige uitleg wordt het onderscheid bepaald aan de hand vanhet criterium of «toestellen primair bestemd zijn voor spel of primairbestemd zijn voor sport». Dit onderscheid is arbitrair. Er zal duidelijkergedefinieerd worden welke toestellen onder het WAS vallen. Toestellendie gebruikt worden voor sportbeoefening blijven buiten het WASvallen.–Er wordt meer maatwerk aangebracht in het stelsel, zodat de lastenvoor de sector meer proportioneel zijn. Eenvoudige speeltoestellenhoeven niet langer gekeurd te worden door een aangewezen instelling.In serie geproduceerde speeltoestellen hoeven niet langer van eenmerk van goedkeuring te worden voorzien. Deze verplichting gaat welgelden voor actieve toestellen en mobiele speeltoestellen, naast de albestaande verplichting voor attractietoestellen. Voor trampolineparkenwordt een periodieke keuringsplicht ingevoerd.60–Aangewezen keuringsinstellingen (AKI) moeten verplicht geaccredi-teerd worden door de Raad voor Accreditatie en hun werkwijze moetworden vastgelegd in een schema, onder leiding van een schemabe-heerder. Dit is conform het Rijksbeleid.61–Diverse overige wijzigingen, zoals het verscherpen en verduidelijkenvan verplichtingen voor beheerders van toestellen, het stellen vaneisen aan het productieproces bij in serie geproduceerde toestellen eneen beoordeling van het typecertificaat na 10 jaar voor in seriegeproduceerde speeltoestellen.58Kamerstukken II, 2021/22, 35 925-XVI, nr. 198.59Kamerstukken II, 2022/23, 36 200-XVI, nr. 234.60Relatief veel incidenten bij de SEH worden veroorzaakt door trampolines. Daarnaast bleek bijeen groot aantal trampolineparken de naleving van de veiligheidsregels onvoldoende. Bron:rapport attractie en speeltoestellen beschikbaar op https://www.veiligheid.nl/kennisaanbod/onderzoek/ongevallen-met-attractie-en-speeltoestellen (26-11-2024).61Kamerstukken II, 2015/16, 29 304, nr. 6.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 15117

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 08de33f21f454128

14 okt 2026 · eaa4641437e06ead

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.