Kabinetsreactie op onderzoek verkorting minnelijke schuldregelingen en Wet schuldsanering natuurlijke personen
Brontekst
Versie 37aacde9767b461b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202624 515Preventie en bestrijding van stille armoede ensociale uitsluitingNr. 817 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 18 december 2025Problematische schulden hebben een grote impact op het persoonlijkeleven van mensen. Het is van belang dat mensen met problematischeschulden worden geholpen, zodat zij zicht hebben op een schuldenvrijetoekomst. Dat kan door middel van een schuldregeling. Als mensenvrijwillig afspraken kunnen maken met hun schuldeisers en een regelingkunnen treffen, dan is er sprake van een minnelijke schuldregeling.Wettelijk is er weinig vastgelegd over zo’n minnelijke regeling. Komenpartijen er onderling niet uit, dan is er de Wet schuldsaneringsregelingnatuurlijke personen (Wsnp). De rechter kan iemand toelaten tot eenWsnp-traject. Onder toezicht van een Wsnp-bewindvoerder wordt er dangespaard voor de gezamenlijke schuldeisers. Dit zijn verschillendetrajecten, maar in de praktijk wordt bij minnelijke regelingen nagenoegvan dezelfde vereisten uitgegaan als bij de Wsnp. Dit zorgt ervoor datiemand makkelijk kan doorstromen naar de Wsnp als de minnelijkeregeling niet werkt.1De Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) is per 1 juli 2023ingrijpend gewijzigd. Een onderdeel van de wijzigingen is de aanpassingvan de termijn van de schuldsaneringsregeling van 36 naar 18 maandendoor middel van een amendement van de zijde van de Kamer.2 Aan het lidDe Kort (VVD) is toegezegd een impactanalyse te maken waarin degevolgen van de wijzigingen voor zowel mensen met schulden alsschuldeisers (onder andere mkb) duidelijk worden.1Het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) «Naar een beter werkende schuldenketen» (p.80, 92–94) heeft de doorstroom van de minnelijke schuldregeling naar de Wsnp benoemd alsbelangrijk knelpunt, waarbij een snellere en soepelere overgang nodig is om de Wsnp tebenutten als effectief escalatiemiddel naar een schuldenvrije situatie.2Kamerstuk 35 915, nr. 30 kst-24515-817ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8171 Om in lijn te blijven met de Wsnp, is in 2023 besloten ook destandaardduur van minnelijke schuldregelingen te verkorten van 36 naar18 maanden. Destijds is toegezegd aan uw Kamer om de verkorting vande minnelijke schuldregeling na een jaar te evalueren. Daarnaast heeft uwKamer gevraagd om te onderzoeken of er belemmeringen zijn in deuitvoering van minnelijke schuldregelingen.OnderzoekIn opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheidheeft de Hogeschool van Amsterdam in 2025 een onderzoek uitgevoerdnaar de verkorting van de minnelijke schuldregeling. Gelijktijdig is doorhet Ministerie van Justitie en Veiligheid opdracht gegeven aan hetKenniscentrum Raad voor Rechtsbijstand om onderzoek te doen naar deimpact van de wijzigingen in de Wsnp. Deze Kamerbrief bevat, medenamens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de kabinetsreactieop deze onderzoeken. De onderzoeken worden als bijlage bij deze briefmeegestuurd.3Minnelijk trajectHet doel van het onderzoek was om inzicht te krijgen:•Of, en in welke mate, de totstandkoming en werking van het minnelijketraject is veranderd sinds de duur van de minnelijke schuldregeling isverkort naar 18 maanden en of dit toe te schrijven is aan de verkorting?•Of een wettelijke borging van een minnelijke schuldregeling van 18maanden kan bijdragen aan het (beter) tot stand brengen van dezeregelingen?Om tot de onderzoeksresultaten te komen, hebben de onderzoekersgesproken met schuldhulpverleners, schuldeisers en inwoners.4Belangrijkste bevindingen m.b.t. de verkortingSamenvattend blijkt uit het onderzoek dat de verkorting vooralsnogweinig tot geen effect heeft op de instroom in minnelijke regelingen of opde aanvraag van dwangakkoorden. Wel wordt een duidelijk positief effectgezien op de motivatie van de inwoner tijdens een minnelijke regeling, alis nog niet gebleken dat dit leidt tot minder uitval. Alle gesproken partijenzien dat het perspectief voor de inwoner op een schuldenvrije toekomstwordt vergroot. De verkorting heeft niet geleid tot een prikkel bij inwonersom snel schulden te maken en deze snel weer op te lossen. In het beginvan de verkorting stagneerde kortdurend de medewerking van een aantalschuldeisers. Na een aantal gesprekken tussen de NVVK en dezeschuldeisers is dit opgelost. Er zijn ook zorgen geuit over de beperkte tijdom te werken aan gedragsverandering van de inwoner en om de positievan de mkb-schuldeisers.Wettelijke borging standaardduur minnelijke trajectenIn aanloop naar de wetswijzigingen van de Wsnp en de verkorting van deminnelijke schuldregelingen zijn Kamervragen gesteld over de wense-lijkheid om de verkorting van de minnelijke schuldregeling in wetgevingvast te leggen. Uit het onderzoek blijkt dat minnelijke schuldregelingen3Het onderzoek van het kenniscentrum van de Raad voor de Rechtspraak is reeds gepubliceerd,omdat het kenniscentrum de onderzoeken na 2x 6 weken dient te publiceren.4Voor het begrip «inwoner» is aangesloten bij de terminologie uit de WgsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8172 van 18 maanden nu de bestaande praktijk is. Wettelijke borging van destandaardduur van minnelijke trajecten wordt daarom niet noodzakelijkgeacht.Kanttekeningen bij het onderzoekGedurende de uitvoering van het onderzoek liepen pas de eerste trajectenaf waarin van een verkorting van een minnelijke traject sprake was.Hierdoor kan wel al iets gezegd worden over de eerste gevolgen voor deaanmeldingen tot schuldhulpverlening en het verloop van de trajecten,maar niet over de maatschappelijke effecten van de verkorting. Ook is inhet onderzoek rekening gehouden met andere ontwikkelingen in deschuldhulpverlening.Hierbij gaat het met name om de aanpassing in de werkwijze vangemeentelijke schuldhulpverleners, waarbij zij sinds 1 juli 2024 bij deberekening van iemands afloscapaciteit uitgaan van het vrij te latenbedrag (vtlb) in plaats van de beslagvrije voet (bvv).5 Hierdoor komt hetnu vaker voor dat een zogenoemd nulaanbod aan de schuldeisers wordtgedaan. Het nulaanbod wordt door schuldhulpverlening gedaan insituaties waarin de schuldenaar geen enkele afloscapaciteit heeft endaarin de komende 18 maanden ook geen verandering wordt verwacht.Schuldeisers wordt dan een schuldregeling zonder afloscapaciteitaangeboden.WsnpHet onderzoek heeft als doel inzicht te krijgen in de gevolgen van dewetswijzigingen per 1 juli 2023 van de Wsnp voor zowel schuldenaren alsschuldeisers. Op basis van data-onderzoek over de periode juni 2020 toten met december 2024 van Bureau Wsnp en de Raad voor de Rechtspraak(afdeling insolventie) is een analyse gemaakt. Daarna hebben interviewsen focusgroepen met schuldeisers, schuldenaren, Wsnp-bewindvoerders,schuldhulpverleners en gerechtssecretarissen plaatsgevonden.Eerste bevindingenEen positieve bevinding is dat de onderzoekers een toename aaninstroom in de Wsnp zien. Tegelijkertijd hebben professionals in hetschuldendomein zorgen over het leereffect en de kans dat mensenopnieuw in de schulden komen.Betere instroomDe instroom naar de Wsnp lijkt verbeterd sinds de wetswijziging, omdater sinds juli 2023 een lichte stijging is te zien in zowel de aanvragen als detoelatingen. Dit terwijl in de jaren voor de wetswijziging juist een daling inhet aantal toelatingen zichtbaar was. Respondenten hebben dit beeldbevestigd en geven aan dat dit vooral het gevolg is van afschaffen van deverplichting om een minnelijk traject te doorlopen.Zorgen over leereffect, gedragsverandering en terugvalHoewel het lijkt dat schuldenaren sneller en gemakkelijker toegelatenworden tot de Wsnp zijn er in het onderzoek, evenals in het minnelijktraject, ook zorgen geuit. Zo is er ook bij de impactanalyse van de Wsnpde zorg geuit dat de verkorting van het Wsnp-traject negatieve gevolgen5Dit betreft een beleidswijziging van de NVVK, de branchvereniging voor financiële dienstver-leners, waaronder schuldhulpverleners.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8173 heeft op het leereffect en de gedragsverandering bij de schuldenaren. Hetis voor Wsnp-bewindvoerders, gegeven de verkorte duur van de Wsnp,nauwelijks meer mogelijk om bij te sturen op fouten van schuldenaren. Ditkan tot gevolg hebben dat mensen sneller opnieuw in de schulden terechtkomen. Hierdoor is de vraag opgekomen of de Wsnp nog wel bijdraagtaan een duurzame oplossing, ondanks dat de toegang gemakkelijker isgeworden. Er wordt dan ook gepleit voor goede begeleiding en nazorgom eventuele recidive te voorkomen.Ook wordt aangegeven dat de verkorting eraan bijdraagt dat schuldeisersminder geld terugkrijgen, waar met name kleine schuldeisers de dupe vanzijn doordat zij dit financiële verlies niet altijd gemakkelijk kunnen dragen.Tot slot geven Wsnp-bewindvoerders aan dat de werkdruk is toegenomenals gevolg van de wetswijziging. In het veld is behoefte aan beterecommunicatie en samenwerking. Naar verwachting draagt het begelei-dingstraject uit de basisdienstverlening hieraan bij.Kanttekening bij het onderzoekBelangrijkste kanttekening die de onderzoekers doen, evenals bij hetminnelijke traject, dat de korte tijd tussen de wetswijziging en deimpactanalyse het nog niet mogelijk maken om echte effecten teidentificeren. Dit komt doordat de eerste trajecten (gestart vanaf 1 juli2023) pas aflopen bij oplevering van het rapport en nog onbekend is hoede cijfers zich verder ontwikkelen. Daarom hebben de onderzoekersmogelijke effecten van de wetswijzigingen benoemd.KabinetsreactieHet kabinet is positief gestemd dat de verkorting van zowel de minnelijkeschuldregeling als de Wsnp een positief effect heeft op de motivatie vande inwoner. Wel is er een aantal kanttekeningen om waakzaam op te zijn.Begeleiding en nazorg is van essentieel belang om ook duurzaam uit deschulden te blijven. De motivatie van de inwoner speelt daarin een groterol. Daarnaast is het van belang om oog te blijven houden voor de positievan kleine schuldeisers en voor de gevolgen van een toename inwerkdruk bij Wsnp-bewindvoerders.Er zijn zorgen geuit over de beperkte tijd om tot een «leereffect» bij deinwoner te komen. Schuldhulpverlening eindigt niet per se na eenschuldregeling. Het begeleidingstraject om tot een leereffect te komen ende kans op terugval te verkleinen loopt «zo kort als kan en zo lang alsnodig». Desalniettemin ziet het kabinet ook de zorgen om de inwoner nahet oplossen van zijn of haar schulden gemotiveerd te houden hetbegeleidingstraject voort te zetten. We blijven daarom met de samenwer-kingspartners werken aan de basisdienstverlening schuldhulpverlening.We optimaliseren de elementen die gaan over begeleiding en nazorgzodat deze passend zijn voor de inwoner en bijdragen aan de financiëleredzaamheid. Een onderdeel van de elementen over begeleiding is datgemeenten ook begeleiding aanbieden aan inwoners in de Wsnp. Ookvindt het kabinet het belangrijk dat de inwoner kan vertrouwen opkwalitatief goede schuldhulpverlening. Daarom werkt het kabinet aan eenkwaliteitskader schuldhulpverlening. Tevens acht het kabinet het positiefdat, als een minnelijke regeling niet van de grond komt, de Wsnp als stokachter de deur weer vaker gevonden wordt.De mkb-branche speelt een grote rol in onze economie. Hoewel (nog)geen duidelijke cijfers bekend zijn over de impact van de verkorting vanschuldregelingen op de kleine ondernemers, blijft het kabinet waakzaamop eventuele (negatieve) gevolgen voor deze groep ondernemers. DitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8174 punt is namelijk geadresseerd in de impactanalyse van de Wsnp. In debeleidstrajecten en de uitwerking van het voorontwerp voor eenwetsvoorstel schuldregelen is nadrukkelijk oog voor de balans tussen depositie van de schuldeiser en de positie van de inwoner met schulden.Het kabinet vindt het belangrijk dat inwoners die gebaat zijn bij schuld-hulpverlening ook makkelijk en snel de weg hier naartoe weten te vindenen blijft werken aan het wegnemen van drempels.In het Nationaal Programma Armoede en Schulden6 is een aantalmaatregelen opgenomen dat hieraan bijdraagt. Onder meer door hetverbeteren van vindplaatsen7, de inzet op vroegsignalering en het voerenvan campagnes om meer bekendheid bij de inwoners te genereren.Daarnaast blijft de inzet vanuit vrijwilligersorganisaties belangrijk voor dewarme doorverwijzing naar schuldhulpverlening.Ook als inwoners (nog) niet in aanmerking komen voor schuldhulpver-lening, is het van belang dat de inwoner perspectief moet houden op eenschuldenvrije toekomst. Uitgangspunt blijft dat een inwoner zich altijd metfinanciële zorgen tot de gemeente kan blijven wenden, zowel voor eenschuldregeling als voor meer laagdrempelige ondersteuning. Dit kan doorhet bieden van lichtere vormen van hulp zoals een betalingsregeling enbudgetcoaching. Die lichtere vormen van hulp zijn de laatste jaren ooktoegenomen.8Daarnaast is het van belang dat inwoners juist geïnformeerd worden.Wanneer duidelijk is dat een minnelijk traject geen passende oplossing is,omdat bijvoorbeeld de schuldenlast niet vastgesteld kan worden, is hetvan belang dat er snel doorgepakt gaat worden naar de Wsnp. Dit geeftduidelijkheid aan de inwoner en de schuldeisers, maar zorgt er ook voordat iemand niet onnodig lang in onzekerheid zit over zijn schulden.De bevindingen uit de beide onderzoeken worden meegenomen inbestaande en nieuwe regelgeving en beleidstrajecten zoals de basis-dienstverlening en de verkenning om te komen tot één helder schulden-traject, met aandacht voor de genoemde kanttekeningen. Hierbij is het debedoeling om het minnelijke en het wettelijke traject meer aanvullend opelkaar te laten functioneren in plaats van concurrerend zoals nu somservaren wordt.9Omdat de minnelijke schuldregeling van 18 maandeninmiddels staande praktijk is, ziet het kabinet geen aanleiding deze termijnwettelijk te borgen.Het kabinet zet zich met het Nationaal Programma Armoede en Schuldenonverminderd in op de verbetering van schuldhulpverlening en dedoorstroom naar en goede toegang tot de Wsnp. Het streven is om voormeer mensen succesvol en duurzaam problematische schulden op telossen zodat zij eerder zicht hebben op een schuldenvrije toekomst.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. Nobel6Het Nationaal Programma Armoede en Schulden is op 6 juni 2025 aan de Kamer gestuurd7Het realiseren van een netwerk van professionals en vrijwilligers dat geldzorgen snelsignaleert.8NVVK Jaarverslag 20249IBO Problematische schulden «naar een beter werkende schuldenketen», p. 92Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8175
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.