KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 21 sep 2026 · Tweede Kamer

Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 28 en 29 september 2026 (Kamerstuk 21501-32-1834)

Brontekst

2026D44922 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Binnen de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur hebben de onderstaande fracties de behoefte vragen en opmer- kingen voor te leggen aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselze- kerheid en Natuur over zijn brief van 14 september 2026 «Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 28 en 29 september 2026» (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1834). De voorzitter van de commissie, Steen De griffier van de commissie, Jansma nds-tk-2026D44922 1 -- 1 of 26 -- Inhoudsopgave I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie II Antwoord/Reactie van de Minister en Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur III Volledige agenda I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Landbouw- en Visserijraad van 28 en 29 september 2026 en van het BNC-fiche over het Actieplan voor het EU-eiwitsysteem. Deze leden zien dat Europa keuzes maakt die bepalend zijn voor de gezondheid van mensen, de kwaliteit van bodem, water en natuur en het toekomstperspectief van boeren en vissers. Zij zijn ervan overtuigd dat vereenvoudiging en een hoog beschermingsniveau hand in hand kunnen gaan, en dat Nederland daarin het voortouw kan nemen. Zij hebben nog enkele vragen. De leden van de D66-fractie constateren dat het Omnibusvoorstel niet op de agenda van deze Raad staat, maar dat op 14 september 2026 in de Anticigroep is gesproken over compromisvoorstellen van het Iers voorzitterschap en dat een raadsakkoord in het Comité van Permanente Vertegenwoordigers (COREPER) op korte termijn mogelijk is. Deze leden zien dat de Raadspositie op onderdelen een verbetering is ten opzichte van het Commissievoorstel, zoals het behoud van een beperkte goedkeu- ringstermijn voor reguliere stoffen en een expliciete taak voor de European Food Safety Authority (EFSA) om wetenschappelijke literatuur en monitoringgegevens periodiek te beoordelen. Tegelijkertijd zien zij onderdelen die het beschermingsniveau onder druk zetten, zoals het vrijblijvend maken van uitfaseringsplannen onder artikel 4(7), het schrappen van de eisen uit het Biodiversiteitsverdrag bij het vaststellen van maximumresiduniveaus (MRL’s) en het vergemakkelijken van markttoegang voor nog niet goedgekeurde stoffen die geen biocontrolstof zijn. Kan de Staatssecretaris per onderdeel aangeven wat de Nederlandse inzet was, wat daarvan in de tekst is terechtgekomen en wat niet? Waarom verwacht het kabinet dat dit het best haalbare resultaat is? Welke alternatieven, zoals het samen met gelijkgezinde lidstaten vormen van een blokkerende minderheid of het bepleiten van uitstel, zijn overwogen en hoe ziet het krachtenveld eruit? De leden van de D66-fractie vragen de Staatssecretaris bij deze vragen nadrukkelijk af te stemmen met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Welke gezondheidsrisico’s ziet de Minister van VWS in het voorliggende compromis? Hebben het Rijksinstituut voor Volksge- zondheid en Milieu (RIVM) of de Gezondheidsraad hierover geadviseerd? Zo nee, is het kabinet bereid dat advies alsnog te vragen? Hoe wordt geborgd dat nieuwe inzichten over bijvoorbeeld neurodegeneratieve aandoeningen, hormoonverstorende eigenschappen en de cumulatieve 2 -- 2 of 26 -- effecten van mengsels tijdig leiden tot herbeoordeling, ook bij langere goedkeuringstermijnen? Is het kabinet bereid zich ervoor in te zetten dat de EFSA-monitoring wordt verbonden aan een signaleringssysteem met een verplichting tot opvolging? Wat betekent het compromis voor de bescherming van omwonenden, telers en kinderen? De leden van de D66-fractie zien grote kansen in innovatie. Een groene route voor biologische gewasbescherming helpt boeren aan veilige alternatieven en versterkt de strategische autonomie van Europa. Hoe zet het kabinet zich in voor een snelle toelating van biocontrolstoffen, zonder dat stilzwijgende wederzijdse erkenning de mogelijkheid van Nederland ondermijnt om strengere eisen te stellen? Is het kabinet voornemens gebruik te maken van de mogelijkheid tot afmelding? De leden van de D66-fractie hechten grote waarde aan onafhankelijke wetenschappelijke adviezen als fundament van het visserijbeleid. Gezonde visbestanden zijn de voorwaarde voor een toekomstbestendige visserij en voor vissers die ook over twintig jaar nog kunnen vissen. Deze leden constateren dat de betrouwbaarheid van de adviezen van de International Council for the Exploration of the Sea (ICES) in het debat geregeld ter discussie wordt gesteld. Deelt de Staatssecretaris de opvatting dat de ICES-adviezen de best beschikbare en meest onafhanke- lijke wetenschappelijke basis vormen voor het vaststellen van vangstmo- gelijkheden? Kan hij toelichten hoe deze adviezen tot stand komen en welke kwaliteitsborging en internationale peer review daarop van toepassing zijn? De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet de sociaaleconomische impact zorgvuldig wil meewegen en dat een voorzorgsbenadering niet automatisch tot reducties moet leiden. Hoe borgt de Staatssecretaris dat deze weging niet structureel leidt tot vangstmogelijkheden boven het wetenschappelijk advies? Hoe zorgt het kabinet ervoor dat de dataverza- meling en monitoring waarop deze adviezen rusten robuust gefinancierd blijven, mede in het licht van het nieuwe artikel 2b over het reserveren van middelen voor controle, handhaving en dataverzameling? Ten aanzien van de sectorale verordening voor het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) steunen de leden van de D66-fractie investeringen in energietransitie, veiligheid en innovatieve vangsttechnieken. Hoe wordt geborgd dat steun voor de aanschaf van nieuwe vaartuigen en de uitzondering op het capaciteitsplafond niet leiden tot een toename van visserijdruk? Hoe wordt het «do no significant harm»-principe voor visserijprojecten concreet ingevuld en hoe zorgt het kabinet ervoor dat de verordening volledig aansluit bij het akkoord van de World Trade Organization (WTO) over schadelijke visserijsubsidies? De leden van de D66-fractie verwelkomen het actieplan voor het EU-eiwitsysteem. Minder afhankelijkheid van geïmporteerde soja, meer eiwitgewassen van eigen bodem en ruimte voor nieuwe eiwitten zijn goed voor boeren, klimaat en de strategische autonomie van Europa. Hoe zet het kabinet zich in Europees verband in voor snellere en transparantere toelatingsprocedures voor novel foods, zoals precisiefermentatie en kweekvlees? Hoe wordt de Nederlandse ambitie van een 50/50- verhouding tussen plantaardige en dierlijke eiwitten in 2030 verbonden aan het actieplan? En ziet het kabinet in de herziene aanbestedings- richtlijn, die publieke inkopers ruimte geeft voor duurzaamheid en een eerlijke vergoeding voor boeren, een kans om de vraag naar duurzame Europese eiwitten te versterken? 3 -- 3 of 26 -- Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Landbouw- en Visserijraad van 28 en 29 september 2026. Zij hebben hierover de volgende vragen. Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2027 De onderhandelingen over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) na 2027 zijn inmiddels in een belangrijke fase beland. De leden van de VVD-fractie vinden het belangrijk dat het nieuwe GLB ruimte blijft bieden aan ondernemerschap, innovatie en verduurzaming. Daarbij moet niet worden voorgeschreven hoe een boer een doel moet bereiken, maar moet het resultaat centraal staan. Hoe zet de Minister zich ervoor in dat groene doelen in het toekomstige GLB resultaatgericht en technologieneutraal worden vormgegeven en hoe voorkomt hij dat verdere vergroening leidt tot onnodige regeldruk voor boeren? De leden van VVD-fractie vragen daarnaast aandacht voor het verdienver- mogen en de productiecapaciteit van de Europese landbouw. Bij de verdere vergroening van het GLB moet voldoende rekening worden gehouden met de marktvraag en de positie van Europese boeren op de wereldmarkt. Voedselzekerheid en het behoud van Europese productieca- paciteit moeten daarbij een duidelijke plek krijgen. Welke inzet pleegt de Minister hierop in de verdere onderhandelingen? Kan hij aangeven welke Nederlandse prioriteiten hij op dit moment het zwaarst laat meewegen? Nederland heeft in deze fase nog invloed op de uitkomst van de onder- handelingen. De VVD-fractie wil daarom weten op welke punten Nederland nog wijzigingen probeert aan te brengen voordat de lidstaten tot een gezamenlijk akkoord komen. Marktsituatie en Actieplan Meststoffen Boeren worden geconfronteerd met hogere kosten voor energie en meststoffen en met onzekerheden als gevolg van geopolitieke ontwikke- lingen en extreem weer. De Europese Unie stelt 540 miljoen euro beschikbaar voor boeren die hierdoor worden geraakt. Voor Nederland gaat het om 14,9 miljoen euro. De leden van VVD-fractie kunnen zich vinden in de voorgestelde inzet van deze middelen via een toeslag op de GLB-basisinkomenssteun, gekoppeld aan het aantal hectares. Dit is een relatief eenvoudige manier om boeren tegemoet te komen zonder nieuwe administratieve lasten te creëren. Ook voor de langere termijn is voldoende beschikbaarheid van betaalbare meststoffen van belang. De Europese Unie is op dit moment voor een deel afhankelijk van import uit derde landen. De leden van VVD-fractie vinden het daarom belangrijk dat de Europese productie van meststoffen wordt versterkt om afhanke- lijkheid verder te beperken. Welke inzet pleegt de Minister binnen het Actieplan Meststoffen om de beschikbaarheid en betaalbaarheid van meststoffen te verbeteren en hoe kijkt hij aan tegen het versterken van de Europese productiecapaciteit? De leden van VVD-fractie zien daarnaast kansen voor circulaire alterna- tieven zoals RENURE. Door nutriënten uit dierlijke mest beter te benutten kan de afhankelijkheid van kunstmest worden verminderd. Welke mogelijkheden ziet de Minister om de toepassing van RENURE verder op te schalen? Welke Europese belemmeringen staan dit op dit moment nog in de weg en welke inzet pleegt Nederland om deze weg te nemen? 4 -- 4 of 26 -- Vangstmogelijkheden 2027 Voor de Nederlandse visserij zijn de onderhandelingen over de vangstmo- gelijkheden voor 2027 van groot belang. De leden van VVD-fractie steunen de inzet van de Staatssecretaris voor eerlijke verdelingsakkoorden met andere kuststaten, waarbij het bestaande aandeel van de Europese Unie wordt beschermd. Hoe zet de Staatssecretaris zich hiervoor in bij de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen? Welke uitgangspositie heeft Nederland hierbij? De leden van VVD-fractie willen daarnaast voorkomen dat de positie van Nederlandse vissers binnen de Europese verdeling verder onder druk komt te staan. In dat verband vragen deze leden specifiek aandacht voor de Haagse Preferenties. Welke inzet pleegt Nederland samen met andere lidstaten om te voorkomen dat Ierland via de Haagse Preferenties extra quota krijgt en dit ten koste gaat van Nederlandse vangstmogelijkheden? Welke lidstaten trekken hierin met Nederland op? Franse 12-mijlszone De Franse regering heeft een consultatie gestart met het oog op een beperking van de visserij door schepen van 25 meter en langer binnen de Franse 12-mijlszone. Voor Nederlandse vissers zijn hierbij de historische toegangsrechten in het Kanaal van belang. De leden van VVD-fractie vinden het belangrijk dat dergelijke rechten niet zomaar ter discussie worden gesteld en dat maatregelen worden gebaseerd op de daadwerke- lijke gevolgen voor visbestanden en visserij, en niet uitsluitend op de omvang van een schip. Hoe beoordeelt de Staatssecretaris de Franse plannen en welke inzet pleegt hij om de Nederlandse belangen en bestaande toegangsrechten te beschermen? Is hij bereid zich er in Europees verband voor in te zetten dat de voorgestelde beperking niet wordt overgenomen? Europese financiering visserij en aquacultuur De Europese financiering voor de periode 2028–2034 moeten volgens de leden van VVD-fractie ruimte bieden aan een toekomstbestendige visserijsector. Investeringen in verduurzaming, modernisering en de energietransitie zijn daarvoor noodzakelijk. Deze leden vinden het belangrijk dat het capaciteitsplafond dergelijke investeringen niet onnodig belemmert. Kan de Staatssecretaris aangeven hoe hij zich hiervoor inzet in de onderhandelingen over de toekomstige financiering? Ook de voorwaarden voor investeringssteun verdienen aandacht. Ondernemers moeten voldoende ruimte houden om te investeren in de toekomst van hun bedrijf en de vloot. Welke inzet pleegt Nederland om ervoor te zorgen dat de voorwaarden voor investeringssteun voldoende ruimte bieden voor dergelijke investeringen? EMFAF Tot slot vragen de leden van de VVD-fractie aandacht voor de resterende middelen binnen het Europees Fonds voor Maritieme Zaken, Visserij en Aquacultuur (EMFAF). Vanuit dit fonds is eerder een steunregeling voor de hoge brandstofkosten van de visserij gefinancierd. Hoeveel middelen zijn op dit moment nog beschikbaar binnen het EMFAF? Welke mogelijkheden zijn er om deze middelen in te zetten voor de Nederlandse visserijsector? Kan de Staatssecretaris daarbij specifiek ingaan op de mogelijkheid om de bestaande regeling voor de hoge brandstofkosten te verlengen? Zo ja, welke voorwaarden gelden hiervoor? 5 -- 5 of 26 -- Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en de relevante stukken voor de Landbouw- en Visserijraad. Zij zullen hun opmerkingen per onderwerp uiteenzetten. Omnibus Food & Feed De leden van de PRO-fractie uiten wederom hun zorgen over de Omnibus Food & Feed. De bescherming van onze gezondheid, ons water en het milieu staat op het spel als de regels voor gevaarlijke stoffen en pesticide- gebruik worden afgebroken. De leden van de PRO-fractie willen inzage in het meest recente compromisvoorstel voor de Omnibus Food & Feed en vragen om een duidelijk kabinetsstandpunt. Hoe zijn de aangenomen Kamermoties en de inzichten van de wetenschapstoets afgewogen bij dit standpunt? Kan de regering garanderen dat zij niet in zal stemmen met een voorstel zolang er geen gedegen impact assessment is gedaan en blijkt dat publieke belangen niet in het geding komen? Deze leden zijn niet overtuigd dat deze onderbouwing er ligt. De leden van de PRO-fractie herinneren de Minister aan de uitgesproken wens van de Kamer om zich uit te kunnen spreken over het kabinets- standpunt over de Omnibus Food & Feed. Op welke termijn verwacht de regering een stemming (op ambtelijk niveau) over het voorstel? Hoe zet hij het parlement in positie om hier een oordeel over te vellen? Als er een stemming wordt gepland, nog voordat de Kamer zich heeft uitgesproken, is de Minister dan bereid een voorbehoud te maken totdat een debat heeft plaats kunnen vinden over het compromisvoorstel? De leden van de PRO-fractie benadrukken dat dit de wens van de Kamer is en terughou- dendheid past bij een kabinet dat rust op steun van een minderheidscoa- litie. GLB De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de voortgang op de onderhandelingen over het GLB. Voor het is het uitgangspunt altijd dat publiek geld ten goede komt van publieke doelen. De financiering van landbouwactiviteiten moet de sector verduurzamen, bijdragen aan natuurherstel en een eerlijk verdienvermogen voor biologische boerenbe- drijven stimuleren. Op deze voorwaarden zullen deze leden de uitkomst van de onderhandelingen beoordelen. Kan de Minister uitleggen hoe de aanpassingen van het GLB op deze drie punten een verschil maken? Kan de Minister hard maken dat dit in positieve zin bijdraagt? De leden van de PRO-fractie spreken waardering uit voor de inzet op het oormerken van GLB-middelen voor artikel 10-maatregelen. Hiermee verzekert de Minister dat publieke middelen worden ingezet voor bewezen effectieve eco-regelingen. Zij vragen de Minister om nader toe te lichten hoe de Raad hier in de afgelopen periode is verschoven naar het Nederlandse standpunt. In hoeverre wijkt het meerderheidsstandpunt af van de originele Nederlandse inzet? Is er nog ruimte om verder te onderhandelen? Visserij De leden van de PRO-fractie hebben gelezen dat de Staatssecretaris een onderzoek naar de standen van de bruinvis en de grijze zeehond heeft tegengesproken. Dit vinden deze leden opmerkelijk. Zij vragen de Staatssecretaris om volledig en wetenschappelijk onderbouwd toe te lichten op welke gronden hij het oneens is met de wetenschappers van Wageningen University & Research (WUR) over de status van de bruinvis 6 -- 6 of 26 -- en de grijze zeehond. Deelt de Staatssecretaris de mening dat afwijken van wetenschappelijke inzichten, zonder waterdichte weerlegging van de feiten, afbreuk doet aan de onafhankelijke positie van de wetenschappers? Wat zijn de gevolgen van dit verschil in inzicht? Heeft de Staatssecretaris de ruimte om het oordeel dat hij heeft overgebracht aan de Europese Commissie (EC) over de status van deze diersoorten nog te herzien of aan te vullen als hij het door haar gecommuniceerde oordeel niet voldoende kan onderbouwen? Welke gevolgen heeft het voor de bescherming van de bruinvis en de grijze zeehond dat de Staatssecretaris, tegen het WUR-advies in, een positiever beeld schetst over hun status dan de wetenschappers kunnen hardmaken? De leden van de PRO-fractie wijzen er op dat de Staatssecretaris zelf het WUR-advies heeft aangevraagd. Waarom wijkt hij dan af van de uitkomsten daarvan? Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie Algemeen De leden van de fractie van de PVV spreken hun grote zorgen uit over de aanhoudende stroom aan Europese regelgeving, bureaucratie en klimaatdogma’s die over de Nederlandse boeren, tuinders en vissers wordt uitgestort. In plaats van de voedselzekerheid en het verdienver- mogen van onze agrarische sector centraal te stellen, lijken de voorstellen vanuit de EU nog steeds doordrenkt van duurzaamheidsdoelstellingen en betuttelende voorschriften. De leden van de PVV-fractie benadrukken dat Nederlandse boeren en vissers tot de meest efficiënte en innovatieve ter wereld horen en dat zij beschermd moeten worden tegen doorgeslagen Europese bemoeizucht. De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister van LVVN kan toelichten hoe de Nederlandse inzet in Brussel borgt dat het verdienvermogen van Nederlandse boeren en vissers niet verder onder druk komt te staan door Europese eisen. De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister bereid is om in de Raad van de Europese Unie krachtig positie te nemen tegen elke vorm van extra regeldruk en administratieve lasten die voortvloeit uit Europese initiatieven. Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 28 en 29 september 2026 De leden van de PVV-fractie constateren dat het Iers voorzitterschap koerst op een gedeeltelijke algemene oriëntatie over de verordening voor het toekomstige GLB in oktober 2026. De leden van de PVV-fractie vragen hoe de Minister garandeert dat de flexibiliteit en subsidiariteit binnen het GLB daadwerkelijk leiden tot minder bureaucratie op het boerenerf en niet tot een verkapte herintroductie van strenge Europese milieuvoorwaarden. De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister bereid is om strikt vast te houden aan het principe dat GLB-gelden in de eerste plaats bedoeld zijn als inkomenssteun en marktondersteuning voor boeren, en niet voor het financieren van ideologische klimaat- en natuurprojecten. Marktsituatie, in het bijzonder na de invasie van Oekraïne De leden van de PVV-fractie nemen kennis van de marktsituatie en het Europese steunpakket van 540 miljoen euro uit de landbouwreserve naar aanleiding van het Actieplan Meststoffen, waarvan 14,895 miljoen euro is toegewezen aan Nederland. Het kabinet stelt voor om deze steun als een top-up op de basisinkomenssteun uit te keren aan grondgebonden landbouwers (Brief van de Minister en Staatssecretaris van LVVN van 14 september 2026, Kamerstuk 21 501-32, nr. 1834). De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister kan onderbouwen waarom gekozen is voor een top-up op de basisinkomenssteun van grondgebonden 7 -- 7 of 26 -- landbouwers en in hoeverre niet-grondgebonden sectoren die eveneens hard getroffen zijn door hoge energie- en grondstofprijzen hiermee buiten spel worden gezet. De leden van de PVV-fractie vragen op welke wijze de Minister borgt dat de uitkering van deze middelen uiterlijk op 28 februari 2027 plaatsvindt zonder dat Nederlandse agrariërs worden geconfron- teerd met ingewikkelde aanvraagprocedures of vertragingen door uitvoeringsorganisaties. De leden van de PVV-fractie vragen welke concrete stappen het kabinet zet in Europees verband om de verstoringen op de Europese markt door importen uit Oekraïne tegen te gaan en de Nederlandse producenten te beschermen. Visserij: Onderhandelingen vangstmogelijkheden 2027 en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken, Visserij en Aquacultuur (EMFAF) De leden van de PVV-fractie maken zich grote zorgen over de moeizame visserijonderhandelingen met derde landen zoals het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen. Verder zijn de leden van de PVV-fractie ontstemd over de dreigende inzet van de zogeheten Haagse preferenties door Ierland, wat zou leiden tot een oneerlijke herverdeling van visquota ten nadele van Nederlandse vissers. De leden van de PVV-fractie vragen of de Staatsse- cretaris van LVVN kan garanderen dat Nederland zich onvoorwaardelijk blijft verzetten tegen het inroepen van de Haagse preferenties door Ierland, en welke bondgenoten Nederland heeft verzameld om dit tegen te houden. De leden van de PVV-fractie vragen hoe de Staatssecretaris duidt dat het wetenschappelijk advies van ICES voor Noordzeetong een stijging van 98 procent laat zien, terwijl voor het oostelijke deel van het Kanaal een daling van 87 procent wordt geadviseerd, en wat de sociaalecono- mische gevolgen hiervan zijn voor de Nederlandse kottervisserij. De leden van de PVV-fractie vragen waarom het kabinet een wijziging van de verordening inzake het Europees Fonds voor Maritieme Zaken, Visserij en Aquacultuur (EMFAF) niet noodzakelijk acht, terwijl Nederlandse vissers dringend behoefte hebben aan ruimere ondersteuning voor vlootmoderni- sering en verduurzaming zonder belemmerende Europese voorwaarden. Gedeeltelijke algemene oriëntatie sectorale verordening Meerjarig Financieel Kader De leden van de PVV-fractie nemen kennis van het voorstel voor de sectorale verordening onder het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034 inzake visserij en het Nationaal-Regionaal Partnerschapsplan (NRPP). De leden van de PVV-fractie vragen of de Staatssecretaris kan toelichten waarom steun voor de aanschaf van nieuwe vissersvaartuigen groter dan 30 meter uitsluitend via financiële instrumenten zoals leningen mag lopen, en of dit de concurrentiepositie van grotere Nederlandse schepen niet onevenredig benadeelt. De leden van de PVV-fractie vragen op welke wijze de Staatssecretaris zal voorkomen dat het vervallen van maximale steunpercentages leidt tot een ongelijk speelveld binnen de EU waarbij andere lidstaten hun eigen visserijsector massaal gaan subsi- diëren. De leden van de PVV-fractie vragen hoe de Staatssecretaris borgt dat de voorgestelde uitzondering op het capaciteitsplafond voor energie- transitie en veiligheid aan boord in de praktijk werkbaar is en niet door Europese regelgeving wordt gecastreerd. Ministeriële lunch over het Actieplan Meststoffen De leden van de PVV-fractie steunen het streven naar strategische autonomie voor kunstmest en nutriënten in Europa, maar benadrukken dat het Nederlandse kunstmestvervangingspotentieel eindelijk volledig benut moet kunnen worden zonder belemmerende EU-regels. De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister tijdens de lunchbijeenkomst 8 -- 8 of 26 -- ondubbelzinnig de snelle en volledige toelating van RENURE-producten als kunstmestvervangers zal eisen bij de EC. Fiche: Mededeling Routekaart voor de uitfasering van dierproeven voor chemische veiligheidsbeoordelingen De leden van de PVV-fractie ondersteunen de verfijning en vermindering van dierproeven waar betrouwbare alternatieven voorhanden zijn. Echter waarschuwen de leden van de PVV-fractie voor doorgeslagen Europese regelzucht, het oprichten van nieuwe EU-overlegorganen zoals een Roadmap Steering Team, en de risico’s voor de concurrentiepositie van de Nederlandse chemie-, gewasbeschermings- en farmaceutische sector. De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister kan garanderen dat het uitfaseren van dierproeven onder geen beding zal leiden tot het verbieden van essentiële stoffen of gewasbeschermingsmiddelen zolang er geen volwaardige proefdiervrije testmethoden juridisch en wetenschappelijk zijn geaccepteerd. De leden van de PVV-fractie vragen hoe het kabinet voorkomt dat de introductie van nieuwe Europese governance-structuren en rapportage-indicatoren leidt tot extra administratieve lasten en regeldruk voor het Nederlandse bedrijfsleven. Fiche: Actieplan voor het EU-eiwitsysteem (Kamerstuk 2026Z18711) De leden van de PVV-fractie zijn uitermate kritisch op het Actieplan voor het EU-eiwitsysteem van de Europese Commissie (COM(2026) 355). De leden van de PVV-fractie verzetten zich fel tegen de door de EU en het kabinet gepropageerde eiwittransitie die streeft naar een 50/50- verhouding tussen plantaardige en dierlijke eiwitconsumptie. Dit is betutteling van de burger en een directe aanval op onze gewaardeerde Nederlandse veehouderij en zuivelsector. De leden van de PVV-fractie vragen waarom het kabinet positief staat tegenover een Europese strategie die streeft naar het sturen van consumentengedrag en het terugdringen van dierlijke eiwitconsumptie. De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister kan toelichten waarom er EU-subsidies en Horizon Europa-gelden moeten worden doorgesluisd naar kweekvlees, precisiefer- mentatie en «novel foods», terwijl onze eigen traditionele veehouders worden verstikt door regelgeving. De leden van de PVV-fractie vragen op welke wijze de Minister in Brussel zal opkomen voor het behoud van een sterke, hoogwaardige Nederlandse veehouderijsector die niet mag worden opgeofferd aan Europese eiwitideologieën. Voortgang Europese onderhandelingen over het toekomstige GLB De leden van de PVV-fractie constateren dat de onderhandelingen over het GLB na 2027 in een beslissende fase komen (Brief van de Minister van LVVN van 18 september 2026, Kamerstuk 2026Z19271). De leden van de PVV-fractie wijzen er op dat Nederlandse boeren snakken naar vereenvou- diging, regeldrukverlichting en het schrappen van onhaalbare Europese vergroeningseisen. De leden van de PVV-fractie vragen waarom de Minister niet resoluut afstand neemt van verplichte Europese groen- en klimaatdoelen binnen het GLB en kiest voor volledige nationale beleids- vrijheid. De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister kan toelichten waarom Nederland overweegt in te stemmen met de verplichting om een Europese data-autoriteit op te richten, en hoe dit zich verhoudt tot het voornemen om administratieve lasten te beperken. De leden van de PVV-fractie vragen welke concrete resultaten de Minister heeft geboekt om te borgen dat agrarische collectieven en individuele agrariërs in Nederland zonder bureaucratische hindernissen aanspraak kunnen maken op GLB-gelden. 9 -- 9 of 26 -- Verslag informele Landbouwraad 6–8 september 2026 te Dublin, Ierland De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het verslag van de informele Landbouwraad in Dublin, waar is gesproken over innovatie in de veehouderij en klimaatadaptatie. De leden van de PVV-fractie betreuren het dat Europese bijeenkomsten gedomineerd blijven worden door klimaatretoriek en duurzaamheidsidealen, terwijl praktische knelpunten van agrariërs naar de achtergrond verdwijnen. De leden van de PVV-fractie vragen op welke wijze de Minister tijdens de informele Raad de dringende noodzaak heeft benadrukt om Nederlandse agrariërs te verlossen van de verstikkende stikstofregels en vergunningenonze- kerheid. De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister kan toelichten hoe de voorgestelde instrumenten voor klimaatadaptatie en innovatie daadwerkelijk op het boerenerf terechtkomen zonder dat boeren verdwalen in bureaucratische aanvraag- en controleprocedures. SCoPAFF-vergadering gewasbeschermingsmiddelen september 2026 De leden van de PVV-fractie maken zich ernstige zorgen over de verga- dering van het Standing Committee on Plants, Animals, Food and Feed (SCoPAFF) van 24 en 25 september 2026. Het steeds verder inperken van het pakket aan gewasbeschermingsmiddelen zonder dat er doeltreffende en betaalbare alternatieven zijn, brengt de Nederlandse agrarische teelten en de voedselzekerheid in gevaar. De leden van de PVV-fractie vragen of de Staatssecretaris kan toelichten wat de concrete impact is voor de Nederlandse bloemisterijsector van het voorgenomen besluit om de goedkeuring van de werkzame stof buprofezine niet te verlengen en toelatingen binnen 6 maanden in te trekken. De leden van de PVV-fractie vragen waarom het kabinet voornemens is in te stemmen met de tijdelijke verlenging van de goedkeuringsperiode van 26 werkzame stoffen vanwege vertraagde besluitvorming bij de Europese Commissie, en of de Staatssecretaris kan garanderen dat deze stoffen niet alsnog op termijn op oneigenlijke gronden worden verboden. De leden van de PVV-fractie vragen waarom de Kamer op een extreem korte termijn geconfronteerd wordt met besluitvorming over het nieuwe compromisvoorstel voor de Omnibus veiligheid van voedsel en diervoeder in het COREPER op 23 september 2026, en hoe de Staatssecretaris borgt dat de parlementaire controle hierbij niet buitenspel wordt gezet. Overige De leden van de PVV-fractie benadrukken tot slot dat de Nederlandse landbouw, veehouderij en visserij steun en ruimte verdienen, en geen Europese belemmeringen. De leden van de PVV-fractie verwachten dat het kabinet in Brussel pal staat voor de belangen van onze Nederlandse voedselproducenten. De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister bereid is om de Tweede Kamer per omgaande en gedetailleerd te informeren over de exacte uitkomsten en stemresultaten van de Landbouw- en Visserijraad van 28 en 29 september 2026. Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geanno- teerde agenda van de Landbouw- en Visserijraad van september en hebben hierbij nog enkele opmerkingen en vragen. De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het voornemen van het kabinet om onder andere de eco-regeling te versterken. Naar aanleiding van het uitkeren van de eco-regelingen van 2025 zijn er veel bezwaren binnengekomen. Kan de Minister aangeven hoe hij het 10 -- 10 of 26 -- versterken van de eco-regeling vormgeeft? Kan de Minister aangeven of een evaluatie van Areaal Monitoring Systeem (AMS), dat is ingezet in plaats van het menselijk oog, daar ook onderdeel van is? Wat is de status van de behandeling van bezwaren op de resultaten van de eco-regelingen uit 2025? De leden van de CDA-fractie horen graag de ontwikkelingen rondom de inzet van Nederland in de onderhandelingen voor het nieuwe GLB. Er wordt gesproken over de wens om de Natuurherstelverordening als wettelijk kader aan de GLB-interventie te koppelen wat steun mogelijk maakt voor nadelen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR). Deze leden vragen wat dat concreet kan betekenen en welke eventueel nadelige consequenties deze koppeling kan hebben. De leden van de CDA-fractie vinden het goed dat bedrijven met maximaal 30 hectare landbouwareaal zijn vrijgesteld van controles en sancties ten aanzien van de Goede landbouw- en milieuconditie (GLMC) nummer 7. Dit verlicht de druk op kleinere en middelgrote bedrijven. Deze leden hebben wel vragen over de late communicatie hierover en de wijze waarop is gecommuniceerd. Waarom is de vrijstelling niet eerder actief gecommuni- ceerd aan Kamer en sector, terwijl boeren hun bouwplan voor 2026 al in het najaar van 2025 maken? Is er zicht op hoeveel bedrijven bij het opstellen van hun bouwplan dit jaar rekening hebben gehouden met rotatie-eisen, terwijl ze eind van de zomer vrijgesteld bleken? Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat in de toekomst op tijd wordt gecommuniceerd zodat er geen onduidelijkheid en onnodig werk voor ondernemers ontstaat? De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de berichtgeving dat de Staatssecretaris nieuwe experimenten met pulsvisserij mogelijk maakt en hiervoor middelen uittrekt. Wat wordt er gedaan voor de vissers die na het verbod hun schepen hebben omgebouwd of hun pulsvisserij- vergunning hebben verloren indien de techniek van pulsvisserij terugkomt? Hoe wordt voorkomen dat zij worden benadeeld als de techniek terugkeert? Zijn er andere lidstaten met een soortgelijk belang bij pulsvisserij met wie Nederland kan optrekken? Is er de bereidheid tot een gezamenlijk initiatief? Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie De leden van de JA21-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de Landbouw- en Visserijraad van 22 september 2026 en de onderliggende stukken. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen. De leden van de JA21-fractie zien de gevolgen van onder andere de afsluiting van de Straat van Hormuz voor de beschikbaarheid en de prijzen van energie en meststoffen. Deze leden benadrukken het belang van het verminderen van de afhankelijkheid van buitenlandse energie en meststoffen. Een manier om deze afhankelijkheid te verminderen, is het inzetten van RENURE als kunstmestvervanger. Deze leden constateren dat voor toepassing van de RENURE een van de drie voorgeschreven productiemethoden moet worden gebruikt. De leden van de JA21-fractie vragen of de Minister onderschrijft dat de eisen voor RENURE vooral gericht moeten zijn op de kwaliteit en samenstelling van het product, in plaats van op de productiemethode. Welke mogelijkheden ziet de Minister om toe te werken naar technologie- neutraliteit? 11 -- 11 of 26 -- De leden van de JA21-fractie vragen aandacht voor de kosten van het afvoeren en verplaatsen van mest. Deze leden vragen de Minister welk deel van de mestafzetkosten samenhangt met transport en in hoeverre deze kosten kunnen worden verlaagd door mest op het eigen bedrijf of in de regio beter te benutten. De leden van de JA21-fractie vragen hoe het vervoer van mest over langere afstanden zich verhoudt tot duurzame landbouw. Welke mogelijk- heden ziet de Minister om transportbewegingen te verminderen en welke rol kan de toepassing van RENURE hierbij spelen? De leden van de JA21-fractie hebben met levendige interesse kennisge- nomen de van de brief over de voortgang van de Europese onderhande- lingen over het toekomstige GLB, van het verslag van de informele Landbouwraad van 6–8 september 2026 te Dublin en van de overige geagendeerde stukken. Deze leden hebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen, in het bijzonder over de visserij en over de wijze waarop natuur- en biodiversiteitsdoelen in het Europese landbouw- en visserij- beleid worden verankerd. De leden van de JA21-fractie lezen dat de Minister zich blijft inzetten voor het toevoegen van de Natuurherstelverordening als wettelijk kader aan de GLB-interventie die steun mogelijk maakt voor nadelen uit wettelijke verplichtingen. De leden vrezen sowieso dat de Natuurherstelverordening gaat leiden tot juridische fuiken die een gezonde belangenafweging verhinderen en vragen het kabinet om dit risico te agenderen en in Europa aan te sturen op een heroverweging, ook gezien de vreemde en ondemo- cratische manier waarop die verordening is aangenomen. Zij vragen het kabinet verder om toe te lichten wat dit volgens het kabinet zou betekenen. Worden hiermee GLB-middelen, die bedoeld zijn voor inkomenssteun en verdienvermogen, ingezet om verplichtingen uit de Natuurherstelverordening voor boeren te financieren en gaat dit ten koste van de reguliere inkomenssteun? Zij vragen of het kabinet kan toezeggen dat het toevoegen van dit kader uitsluitend dient ter compensatie van boeren voor opgelegde beperkingen en niet als hefboom om aanvullende natuurverplichtingen via het GLB af te dwingen. Marktsituatie en steunpakket uit de landbouwreserve De leden van de JA21-fractie lezen dat uit het Europese steunpakket van 540 miljoen euro een bedrag van 14,9 miljoen euro voor Nederland beschikbaar is en dat het kabinet dit wil toevoegen aan de basisinkomens- steun aan grondgebonden landbouwers wil uitkeren. Deze leden begrijpen de keuze voor een eenvoudige uitvoering, maar vragen of daarmee de sectoren die het hardst worden geraakt door hogere energie- en meststofprijzen niet relatief buiten de boot vallen. Zij vragen daarnaast om welk bedrag per hectare het naar verwachting gaat. Zij wijzen erop dat ook de visserij volgens het verslag van de informele Visserijraad in Cork zwaar wordt getroffen door stijgende brandstofkosten, terwijl de steun aan vissers voor gestegen brandstofkosten uit de bestaande nationale EMFAF-enveloppe moet komen. Zij vragen het kabinet hoeveel van de Nederlandse EMFAF-middelen hiermee is ingezet. Zij vragen voorts hoeveel aanvragen in de eerste ronde van de regeling «Steun voor gestegen bedrijfskosten visserij» zijn ingediend, of het budget van 13,5 miljoen euro toereikend is voor beide rondes en of het kabinet bereid is de regeling te verlengen als de brandstofprijzen na september hoog blijven, mede gezien de aflopende geldigheid van het crisismechanisme eind 2026. 12 -- 12 of 26 -- Visserij: onderhandelingen vangstmogelijkheden 2027 De leden van de JA21-fractie delen de zorg van de Staatssecretaris over de buitengewoon stroeve en onplezierige onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en de andere kuststaten de afgelopen jaren, zeker gezien de jarenlange overbevissing van makreel. Zij vinden het niet wenselijk dat vier kuststaten in 2025 buiten de EU om een akkoord over makreel sloten. Zij vragen welke concrete strategie de Commissie en Nederland hebben om te voorkomen dat dit zich in 2026 herhaalt, welke drukmiddelen de EU daarbij bereid is in te zetten. De leden van de JA21-fractie steunen de inzet van het kabinet tegen het inroepen van de Haagse preferenties door Ierland en constateren dat de Ierse sector tijdens de informele Visserijraad in Cork opnieuw aandacht heeft gevraagd voor het niet toekennen daarvan in december 2025. Zij vragen of het kabinet, nu Ierland het voorzitterschap bekleedt en tegelijk belanghebbende is, signalen heeft dat opnieuw pogingen worden ondernomen om de Haagse preferenties in te roepen en welke lidstaten de Nederlandse lijn steunen. Is het kabinet nog altijd bereid tegen een verordening vangstmogelijkheden te stemmen waarin de Haagse preferenties ten koste van Nederlandse vissers worden toegepast? De leden van de JA21-fractie hebben tevens met grote belangstelling kennisgenomen van de ICES-adviezen, in het bijzonder de stijging van het advies voor Noordzeetong met 98 procent en de daling van het advies voor wijting met 47 procent en voor schelvis met 19,3 procent. Zij vragen het kabinet of het de stijging voor Noordzeetong volledig wil vertalen in de vangstmogelijkheden voor 2027, of dat het kabinet, zoals in eerdere jaren bij grote schommelingen is gebeurd, een gedempte verhoging voorziet. Welke verklaring ziet de Staatssecretaris voor het contrast tussen de stijging voor Noordzeetong en de daling voor tong in het oostelijk Kanaal en is ICES hierover om nadere duiding gevraagd? De leden van de JA21-fractie constateren dat de adviezen voor Noord- zeetong en voor tong in het oostelijk Kanaal precies de schommelingen aantonen waarvoor eerder aandacht is gevraagd en waarop de toenmalige Staatssecretaris antwoordde grote voordelen te zien in meerjarige quota, het punt op de Raadsagenda te hebben gezet en er in 2025 op terug te komen. Sindsdien lezen deze leden dat voor een aantal uitsluitend door de EU beheerde bestanden wordt ingezet op meerjarige vaststelling, en dat Nederland dit in de GVB-evaluatie meermaals heeft genoemd. Zij vragen de Staatssecretaris welke bestanden dit nu betreft, welke lidstaten Nederland hierin steunen en of Nederland bij de Commissie een schriftelijk voorstel heeft ingediend. Zij vragen of het kabinet in de trilaterale consultaties met het VK en Noorwegen actief inzet op meerjarige beheerafspraken voor gedeelde bestanden, in navolging van het beheerplan voor Noordzeeharing en of en in hoeverre dat voor welke bestanden het komende jaar haalbaar wordt geacht. De leden van de JA21-fractie lezen dat de Staatssecretaris streeft naar bevissing op het niveau van de maximale duurzame opbrengst en de voorzorgsbenadering onderschrijft voor soorten met weinig data, maar dat dit niet tot automatische reducties hoeft te leiden. Deze leden steunen die lijn. Zij vragen voor welke voor Nederland relevante bestanden nu een data-arm advies geldt. De leden van de JA21-fractie vragen naar de stand van zaken rond de zeeduivel. Zij vragen welk beheerregime het kabinet voor ogen heeft, of dit kan leiden tot een beperking van de Nederlandse vangstmogelijkheden terwijl het bestand er naar eigen zeggen goed voor staat en hoe het 13 -- 13 of 26 -- kabinet voorkomt dat een nieuwe beheerafspraak voor zeeduivel voor de Nederlandse vloot een extra choke-risico oplevert. Voor welke soorten vreest het kabinet nu dat risico van een «choke»? Geldt dat ook voor de daling van wijting? De leden van de JA21-fractie constateren dat de adviezen voor de pelagische bestanden op 30 september 2026 en voor kabeljauw op 9 oktober 2026 worden verwacht, dus na deze Raad. Zij vragen het kabinet toe te zeggen de Kamer direct na publicatie van deze adviezen te informeren over de Nederlandse inzet. Europees Fonds voor Maritieme Zaken, Visserij en Aquacultuur De leden van de JA21-fractie lezen dat een wijziging van de EMFAF- verordening is geagendeerd, dat het achtergronddocument nog niet beschikbaar is en dat de wijziging voor Nederland niet noodzakelijk is. Zij vragen het kabinet toe te lichten welke wijziging andere lidstaten of de Commissie beogen en met welk doel. Deze leden constateren uit het jaarverslag 2025 dat de benutting van het Nederlandse EMFAF- programma van 139,9 miljoen euro tot dusver beperkt is en dat de uitbetaling bij de innovatieregelingen nog moest beginnen, terwijl nu ook de brandstofregeling van 13,5 miljoen euro voor 70% uit het EMFAF wordt gefinancierd. Zij vragen het kabinet een geconsolideerd overzicht te geven van het al toegezegde, het al uitbetaalde en het nog vrije deel van het (Nederlandse) budget. Deze leden wijzen erop dat de baseline-evaluatie van Technopolis uit 2025 al constateerde dat de budgetbesteding van de overheidsopdrachten sterk achterliep, dat de innovatieregeling visserij door gebrek aan aanvragen minder dan de helft van het budget toekende, dat de uitvoeringskosten in verhouding tot de output erg hoog zijn, en dat de middelen binnen de fondsperiode moeten worden uitgegeven om een ophoping van declaraties aan het einde te voorkomen. Zij vragen dan ook wat met deze vier aanbevelingen is gedaan. Sectorale verordening steun aan het GVB, het Oceaanpact en het maritiem en aquacultuurbeleid (MFK 2028–2034). De leden van de JA21-fractie delen de zorg dat door de nieuwe controle- verordening het aantal als ernstig aangemerkte inbreuken is toegenomen, waardoor onredelijk veel vissers van subsidie kunnen worden uitgesloten of met terugvordering te maken kunnen krijgen. Is het kabinet van mening dat proportionaliteit niet uitsluitend wordt overgelaten aan een gedele- geerde handeling van de Commissie, maar dat het beter is om dat in de verordening zelf vast te leggen? Zij vragen welke inzet Nederland heeft voor de inhoud van die gedelegeerde handeling. De leden van de JA21-fractie lezen dat de sectorale verordening ook randvoorwaarden stelt aan de besteding van middelen voor «de natuur- opgave» en andere prioriteiten van het Oceaanpact. Zij vragen het kabinet te verduidelijken welk deel van de middelen onder deze verordening naar verwachting ten goede komt aan de visserij- en aquacultuursector zelf, en welk deel aan natuurherstel, mariene beschermde gebieden en de uitvoering van milieuwetgeving. Zij vragen tevens of er ook in de nieuwe periode ruimte blijft voor compensatie van vissers die visgrond verliezen door de aanwijzing van beschermde gebieden of windparken en hoe het kabinet dat wil borgen. De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de brief van 19 mei 2026 over de overdraagbaarheid en vererfbaarheid van visserijdo- cumenten voor de sleepnetvisserij, die is toegezegd naar aanleiding van vragen van deze leden in januari 2026. Zij blijven van mening dat het noodzakelijk is om deze overdraagbaarheid voor deze beperkte groep mogelijk te maken. 14 -- 14 of 26 -- De leden van de JA21-fractie constateren dat zowel het verslag van de informele Landbouwraad in Dublin als het fiche over het Actieplan voor het EU-eiwitsysteem in het teken staan van het verminderen van de afhankelijkheid van geïmporteerde eiwitten. Zij vragen of het kabinet bereid is in de Raad te bepleiten dat vis, schaal- en schelpdieren en aquacultuur expliciet en nadrukkelijk onderdeel worden van het Europese eiwitbeleid. Overige geagendeerde stukken De leden van de JA21-fractie vragen tot slot wanneer de Commissie de Visie 2040 voor visserij en aquacultuur naar verwachting publiceert, of de Staatssecretaris signalen heeft dat de Nederlandse inbreng van 11 juni daarin wordt overgenomen, met name op het punt van de aanlandplicht, en of het kabinet toezegt de Kamer direct na publicatie een appreciatie te sturen. Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van de agenda voor de Landbouw- en Visserijraad van september. Deze leden hebben hierover verschillende vragen en opmerkingen. Gemeenschappelijk Landbouwbeleid De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van de voortgang van de onderhandelingen over het toekomstige GLB. Deze leden constateren dat artikel 13 van het voorstel de steun regelt voor investe- ringen die bijdragen aan de veerkracht van de landbouw, de voedselsys- temen, bosbouw en de plattelandsgebieden en in het bijzonder aan de klimaat- en waterweerbaarheid. Zij merken op dat dierenwelzijn in dit artikel niet langer wordt genoemd als doel van investeringssteun. Kan de Staatssecretaris aangeven waarom dat het geval is? Deelt de Staatssecre- taris dat dit, in het kader van een integrale aanpak, onwenselijk is? Willen de Minister en Staatssecretaris zich ervoor inzetten dat dierenwelzijn opnieuw expliciet wordt opgenomen als doel van investeringssteun onder artikel 13, eerste lid, van het GLB? De leden van de PvdD-fractie missen een update over de uitvoering van de motie-Kostic´ (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1800) in de Kamerbrief Voortgang Europese onderhandelingen over het toekomstige GLB. Deze leden horen graag welke stappen het kabinet heeft ondernomen en wat de Europese stand van zaken is. Fiche: Actieplan voor het EU-eiwitsysteem De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van het BNC-fiche over het Actieplan voor het EU-eiwitsysteem. Deze leden delen de analyse dat de afhankelijkheid van geïmporteerde eiwitrijke grondstoffen, met name soja voor veevoer, het Europese voedselsysteem kwetsbaar maakt. De leden van de PvdD-fractie constateren dat de enige bindende doelstelling in het Actieplan het verhogen van de zelfvoorzieningsgraad voor diervoeder naar 35 procent in 2035 betreft. Alle overige maatregelen zijn vrijblijvend. Deze leden vragen of het kabinet deelt dat het Actieplan hiermee eenzijdig gewicht legt bij het in stand houden van het huidige intensieve veehouderijsysteem en te weinig bij de transitie naar een gevarieerder voedselpatroon. Is het kabinet bereid zich in EU-verband in te zetten voor bindende afspraken of streefdoelen aan de vraagzijde van de eiwittransitie? Zo nee, waarom niet? 15 -- 15 of 26 -- De leden van de PvdD-fractie constateren dat in de onderbouwing van het Actieplan wordt gesteld dat het verminderen van de Europese dierlijke productie zou worden vervangen door meer import. Deze leden wijzen erop dat juist door in te zetten op de productie van en vraag naar plantaardige eiwitten dit kan voorkomen. Deelt het kabinet die analyse en is zij bereid zich ervoor in te zetten dat het EU-eiwitbeleid dit expliciet aan elkaar verbindt? Zo nee, waarom niet? De leden van de PvdD-fractie verwelkomen dat de Commissie en het kabinet inzetten op het stimuleren van de vraag naar plantaardige eiwitten. Deze leden wijzen ook op het draagvlak in de samenleving en de Kamer, wat tot uiting komt in het actieplan «Meer Plantaardige Voeding» en de recent aangenomen motie-Teunissen (Kamerstuk 37 020, nr. 26). Kan de Minister aangeven of het kabinet op koers ligt om het doel van 2030 te halen? Wanneer komt het kabinet met aanvullende maatregelen om hier meer vorm aan te geven? De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat het structureel stunten met de prijs van vlees haaks staat op deze doestelling. Daarom herinneren zij de Staatssecretaris eraan dat de Kamer op 19 maart 2026 de motie- Ouwehand/Grinwis (Kamerstuk 36 800 XIV, nr. 61) heeft aangenomen, waarmee de regering wordt verzocht te komen tot een wettelijke grondslag om prijsstunten met agrarische basisproducten, waaronder in elk geval vlees, tegen te gaan. Dit naar aanleiding van een eerder verzoek van de Kamer om via een wettelijke grondslag prijsstunten met agrarische basisproducten tegen te gaan (motie-Grinwis c.s., 36 200 XIV, nr. 59). De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat de Minister heeft toegezegd de Kamer na de zomer te informeren over de gesprekken die, in het kader van deze motie, zouden worden gevoerd (Kamerstuk 30 252, nr. 225). Kan het kabinet toelichten wat de uitkomst is van zijn gesprekken op dit punt? Is het kabinet bereid om spoedig uitvoering te geven aan de motie? Zo nee, waarom niet? Visserij De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van de inzet van de Staatssecretaris bij de komende visserijonderhandelingen. Deze leden vragen wat de Staatssecretaris concreet bedoelt met het «zorgvuldig meewegen» van de sociaaleconomische impact. Deelt de Staatssecretaris de mening dat wetenschappelijk advies en het voorzorgsbeginsel leidend moet blijven? Octopus De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van de aanhou- dende plannen voor de eerste commerciële octopuskwekerijen in Europa. Deze leden constateren dat het bedrijf Nueva Pescanova heeft afgezien van een octopuskwekerij op Gran Canaria, maar dat inmiddels naar een alternatieve locatie wordt gekeken. Zij wijzen erop dat de octopus een intelligent, solitair en nieuwsgierig dier is, en dat breed wordt onderkend dat het houden en doden ervan in intensieve kwekerijen onverenigbaar is met dierenwelzijn. De leden van de PvdD-fractie merken op dat een ruime Kamermeer- derheid in 2023 een motie heeft aangenomen waarmee de regering wordt verzocht zich in Europa actief uit te spreken tegen octopuskwekerijen (Kamerstuk 32 627, nr. 50). Zij constateren dat de ambtsvoorganger van de Staatssecretaris heeft toegezegd dit onderwerp te agenderen in de EU-besprekingen over de herziening van de dierenwelzijnsregelgeving, maar dat die herziening op zich laat wachten, terwijl kwekers in de tussentijd blijven zoeken naar locaties binnen Europa. Daarbij wijzen deze leden erop dat ook internationaal de druk op octopuskwekerijen toeneemt, 16 -- 16 of 26 -- met een verbod in verschillende Amerikaanse staten, en dat ook landen als Colombia, Mexico en Chili wetgeving voorbereiden. De leden van de PvdD-fractie vragen of de Staatssecretaris de zorgen deelt dat er op korte termijn octopuskwekerijen worden opgezet binnen de Europese Unie. Wanneer gaat de Staatssecretaris, ter uitvoering van de motie, in EU-verband pleiten voor een verbod op octopuskwekerijen? Is hij bereid dit niet langer afhankelijk te maken van de vertraagde herziening van de dierenwelzijnsregelgeving? Zo nee, waarom niet? Wat is voorts zijn inschatting van het Europese krachtenveld op dit onderwerp? Paling De leden van de PvdD-fractie maken zich al langere tijd grote zorgen over de staat van de ernstig bedreigde paling. Deze leden wijzen erop dat ICES al jaren adviseert dat alle door de mens veroorzaakte sterfte van paling, inclusief de vangst, tot nul of zo dicht mogelijk bij nul moet worden teruggebracht. Tegelijkertijd constateren deze leden dat de vangst van zowel glasaal als volwassen dieren binnen de EU nog altijd is toegestaan en dat Nederland daarbij tot de lidstaten behoort die de meeste paling vangen. Hoe verhoudt deze vangst zich tot het herhaalde ICES-advies voor nulvangst en tot de internationale verplichtingen om het paling bestand te herstellen? De leden van de PvdD-fractie herinneren de Staatssecretaris aan het verzoek van de Kamer aan de regering om zich in te zetten voor interna- tionale en Europese beschermingsmaatregelen, en daarbij de meest recente wetenschappelijke rapporten leidend te laten zijn (Kamerstuk 36 200 XIV, nr. 74). Kan de Staatssecretaris uiteenzetten welke concrete stappen sinds 2022 zijn gezet ter uitvoering van deze motie, en tot welke resultaten dat heeft geleid? Is de Staatssecretaris bereid om aanvullende stappen te zetten om paling beter te beschermen en beter te voldoen aan het advies van ICES? Blauwvintonijn De leden van de PvdD-fractie maken zich zorgen over de sterke groei van de blauwvintonijn-kwekerijen in de Europese Unie. Deze leden consta- teren dat wilde blauwvintonijn, een vissoort die van nature duizenden kilometers aflegt, levend wordt gevangen en vervolgens in kooien op zee wordt vetgemest met wild gevangen vis. Zij wijzen erop dat deze praktijk gepaard gaat met ernstig dierenleed, doordat deze snelle zwemmers hun leven lang rondjes moeten zwemmen zonder enige ruimte voor natuurlijk gedrag. De leden van de PvdD-fractie vragen of het klopt dat zo’n 90 procent van de blauwvintonijn uit Europese kwekerijen wordt geëxporteerd naar landen buiten de EU. Hoeveel subsidies krijgen kwekers van blauwvin- tonijn in de EU? Wat is het standpunt van de Staatssecretaris over deze gesubsidieerde blauwvistonijn-kwekerijen? De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat de blauwvintonijn inmiddels ook weer in de Noordzee voorkomt. Deze leden hebben kennisgenomen van de oproep om geen tonijnvisserij in de Noordzee toe te staan (https://www.ad.nl/opinie/opinie-jonge-blauwvintonijn-heeft-geen-leven- als-hij-wordt-opgesloten-in-een-kooi-op-zee~a5a25dae). Is de Staatssecre- taris bereid zich ertegen te verzetten dat de Noordzee een nieuw wingebied wordt voor tonijnen voor de kwekerij en om de vangst van blauwvintonijn niet uit te breiden? Zo nee, waarom niet? 17 -- 17 of 26 -- Fiche: Routekaart voor de uitfasering van dierproeven voor chemische veiligheidsbeoordelingen De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van het fiche over de Routekaart voor de uitfasering van dierproeven voor chemische veiligheidsbeoordelingen. Deze leden verwelkomen de routekaart en de ambitie van de EC en het kabinet om te komen tot een volledige vervanging van dierproeven. De leden hebben hierover nog enkele vragen. De leden van de PvdD-fractie constateren dat de routekaart in hoge mate vrijblijvend is. Deze leden vrezen dat de uitfasering hiermee opnieuw te traag verloopt. Deelt het kabinet deze zorg? Deze leden wijzen erop dat de routekaart niet aangeeft hoe de bestaande wetgeving zal worden aangepast, geen heldere tijdlijnen stelt voor acties na 2029 en geen concrete doelen stelt voor het beëindigen van specifieke dierproeven. Deze leden achten daarom een helder implementatieplan noodzakelijk, met concrete doelen, afspraken over financiering en verantwoordingsme- chanismen. Is het kabinet bereid zich hiervoor in te zetten? Is het kabinet tevens bereid zich in EU-verband in te zetten voor afbouwdeadlines? Zo nee, waarom niet? Deze leden vragen hoe het kabinet de motie-Th- ijssen c.s. (Kamerstuk 32 336, nr. 148) betrekt bij de Europese inzet rondom deze routekaart. De leden van de PvdD-fractie constateren dat het kabinet verwelkomt dat binnen de plannen specifiek wordt onderzocht welke dierproeven nu al overbodig zijn en op korte termijn kunnen worden uitgefaseerd. Deze leden onderschrijven deze inzet. Is het kabinet bereid om erop aan te dringen dat dierproeven waarvoor reeds alternatieven beschikbaar zijn, op zeer korte termijn worden beëindigd? Is het kabinet bereid de Kamer hierover op de hoogte te houden? De leden van de PvdD-fractie constateren dat de routekaart zich beperkt tot dierproeven voor veiligheidsbeoordelingen, terwijl verreweg de meeste dierproeven in de EU plaatsvinden bij wetenschappelijk onderzoek. Is het kabinet bereid zich in EU-verband in te zetten voor een parallelle routekaart voor het uitfaseren van dierproeven in het onderzoek, gekoppeld aan gerichte investeringen in innovatieve, proefdiervrije methoden? Zo nee, waarom niet? De leden van de PvdD-fractie constateren dat het kabinet aangeeft dat nationale afbouw van dierproeven juridisch beperkt is door de dierproevenrichtlijn. Deze leden vragen of het kabinet het hierdoor wenselijk acht dat de dierproevenrichtlijn wordt herzien, zodat lidstaten die aanvullende stappen willen zetten, deze ruimte ook krijgen. Zo nee, waarom niet? Voorts constateren deze leden dat het kabinet onderzoekt of bepaalde dierproeven binnen de huidige Europese kaders wél nationaal kunnen worden afgebouwd. Om welke dierproeven gaat het en wanneer verwacht het kabinet hierover duidelijkheid te krijgen? Landbouwgif De leden van de PvdD-fractie lezen in de brief «SCoPAFF-vergadering gewasbeschermingsmiddelen september 2026» dat het Ierse voorzitter- schap met haast een nieuw compromisvoorstel voor de Omnibus Food & Feed in het Coreper-overleg 23 september wil vaststellen. Dit doen ze terwijl vorige week nog 573 wetenschappers gezamenlijk een brief stuurden met hun zorgen over de gevolgen van dit voorstel en een verzoek om een pauze in te lassen (https://www.universiteitleiden.nl/ binaries/content/assets/science/cml/letter-to-parliament-pdf.pdf). Gaat het kabinet tegen dit voorstel stemmen, nu 573 wetenschappers aangeven dat de regels risicovol worden versoepeld en dit dus een verslechtering zal opleveren voor de bescherming van mens, dier en milieu (Kamerstuk 18 -- 18 of 26 -- 22 112, nr. 4328)? Zo nee, kan het kabinet wetenschappelijk aantonen dat dit voorstel geen verslechtering oplevert voor de bescherming van mens, dier en milieu? Informeert het kabinet vooraf bij andere lidstaten of er een mogelijkheid is om een blocking minority te vormen? Zo nee, waarom niet? Kan het kabinet aangeven welke concrete verbeteringen en verslechteringen hij ziet voor de bescherming van mens, dier en milieu ten opzichte van het vorige compromisvoorstel dat voorlag en is weggestemd? Is het kabinet bereid om tegen het voorstel te stemmen als de Kamer onvoldoende tijd heeft gekregen om niet alleen van het compromisvoorstel kennis te nemen, maar ook om er een oordeel over te vellen, zoals verzocht in de motie-Bromet c.s. (Kamerstuk 22 112, nr. 4335)? De leden van de PvdD-fractie begrijpen dat met dit nieuwe compromis- voorstel onder andere wordt geregeld dat de periodieke herbeoordeling voor laag-risicomiddelen wordt geschrapt en de toelatingsperiode voor de meeste bestrijdingsmiddelen wordt verlengd tot 25 jaar. Daarnaast wordt de respijtperiode voor bewezen schadelijke en verboden pesticiden tot drie jaar verlengd. Kan het kabinet beschrijven wat de verwachte consequenties en mogelijke risico’s hiervan zijn voor werknemers die werken met pesticiden? Wat doet dit met het risico wat zij lopen op zeer ernstige gezondheidseffecten, zoals verminderde vruchtbaarheid, vormen van kanker en de ziekte van Parkinson? Kan het kabinet beschrijven wat de verwachte consequenties en mogelijke risico’s hiervan zijn voor directe omwonenden, in het bijzonder hun kinderen? Wat zijn de gevolgen van deze versoepelingen voor onze waterkwaliteit? Op welke manier helpen ze ons om dichterbij de verplichte wettelijke natuurdoelen te komen? Wat betekenen deze voorgenomen versoepelingen voor het Nederlandse Natuurplan, als invulling van de Natuurherstelverordening? Zal deze nu aangescherpt moeten worden, aangezien de verwachting is dat burgers hierdoor met meer vervuiling en ongezonde gevolgen te maken zullen krijgen? De leden van de PvdD-fractie lezen tevens dat de EC lidstaten voorstelt de toelatingen van buprofezine binnen 6 maanden na inwerkingtreding in te trekken en dat ze daarbij een maximale respijttermijn van 12 maanden kunnen voorschrijven. Is het kabinet bereid om, aangezien buprofezine bewezen hormoonontregelende eigenschappen heeft voor mensen, de toelating van het middel met deze werkzame stof per direct in te trekken? Zo nee, waarom niet? De leden van de PvdD-fractie wijzen het kabinet tevens op de meest recente alarmerende berichten van onder andere de Inspectie Leefom- geving en Transport (ILT) en de wetenschap over de grote problemen en risico’s veroorzaakt door PFAS-houdend landbouwgif. In het huidige voorstel over verbod op PFAS in de EU is landbouwgif uitgezonderd en de bestaande andere wegen om PFAS in landbouwgif aan te pakken zijn ontoereikend. Gezien de schadelijkheid van deze stoffen en risico’s voor niet alleen water, maar ook volksgezondheid en ongeboren kind, is de regering bereid om actief in EU te pleiten voor een verbod op PFAS in landbouwgif, zoals nu conform de aangenomen motie-Kostic´ door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat wordt gedaan daar waar het gaat biociden of gif buiten landbouw? Is het kabinet bereid is dit jaar of volgend jaar maatregelen te treffen om PFAS in landbouwgif op nationaal niveau te beperken? Kan het kabinet tevens in dat licht het volgende nieuws (https://www.nu.nl/binnenland/6409707/al-voor-een-pfas- verbod-is-duidelijk-het-verbod-is-geen-verbod.html) meenemen, waaruit blijkt dat de industrie effectief is in afzwakkingen van maatregelen tegen PFAS, en het gevaar dat dat met zich meebrengt voor volksgezondheid en water? 19 -- 19 of 26 -- Staat van instandhouding bruinvis en zeehond De leden van de PvdD-fractie lazen tenslotte het bericht dat de Staatsse- cretaris opnieuw wetenschappelijk onderzoek naast zich neer heeft gelegd, ditmaal over de staat van instandhouding van de bruinvis en zeehond (https://www.nu.nl/dieren/6409317/ministerie-schuift-oordeel- onderzoekers-over-status-natuur-opzij-beetje-gek.html). Dit baart deze leden grote zorgen. Waarom volgt de Staatssecretaris de adviezen van wetenschappers niet op? Welke wetenschappelijke onderzoeken onder- bouwen het afwijkende standpunt van de Staatssecretaris over de staat van instandhouding van de bruinvis en zeehond? Beschouwt de Staatsse- cretaris resultaten van wetenschappelijk onderzoek als suggesties of als feiten (tot het tegendeel bewezen is)? Ziet de Staatssecretaris hoe hij hierdoor meewerkt aan een breder antirechtsstatelijk patroon en politiek van onderbuik, waarin wetenschappelijke adviezen worden genegeerd en weggezet als meningen? Is er een interne risicoanalyse gemaakt van het afwijken van wetenschappelijke adviezen, en heeft de Staatssecretaris interne adviezen gekregen die tegen deze afwijking adviseerden? Zo ja, kan de Staatssecretaris deze stukken delen? Wat zou de Staatssecretaris ervan vinden als andere EU-landen zouden afwijken van wetenschappe- lijke adviezen over de staat van instandhouding van diersoorten? Is de Staatssecretaris bereid om met de WUR in gesprek te gaan over haar omgangswijze met wetenschappelijke adviezen en daarover verslag te doen aan de Kamer? De leden van de PvdD-fractie verzoeken de Staatssecretaris om alle vragen zorgvuldig en zoveel mogelijk met verwijzing naar (wetenschappe- lijke) bronnen onderbouwd te beantwoorden. Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie Marktsituatie en Actieplan Meststoffen De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het voornemen om de 14,895 miljoen euro die Nederland uit de Europese landbouwre- serve ontvangt via een top-up op de basisinkomenssteun uit het GLB beschikbaar te stellen aan grondgebonden landbouwers. Deze leden kunnen zich vinden in de keuze voor een pragmatische verdeling die zo min mogelijk extra administratieve lasten voor landbouwers en uitvoe- ringsorganisaties met zich meebrengt. De leden van de BBB-fractie wijzen er daarnaast op dat Nederlandse landbouwbedrijven in Europees verband relatief weinig afhankelijk zijn van overheidssteun en gemiddeld slechts circa 10 à 11 procent van hun inkomen uit overheidsbetalingen ontvangen, waarvan het grootste deel voor geleverde ecosysteemdiensten. Nederland is bovendien nettobetaler aan de Europese Unie. Tegen die achtergrond vragen deze leden hoe het Nederlandse aandeel van 14,895 miljoen euro uit het totale steunpakket van 540 miljoen euro zich verhoudt tot de Nederlandse bijdrage aan dit pakket. Is Nederland bij deze steunmaatregel per saldo opnieuw nettobe- taler? Kan de Minister inzichtelijk maken hoeveel Nederland via de Europese begroting aan deze landbouwreserve bijdraagt en hoeveel daarvan nu naar Nederlandse landbouwers terugvloeit? Hoe verhoudt het Nederlandse steunbedrag per landbouwer en per hectare zich tot dat van andere lidstaten? De leden van de BBB-fractie wijzen erop dat Nederlandse landbouwbe- drijven in vergelijking met veel andere Europese lidstaten relatief sterk hun inkomen uit de markt halen en relatief beperkt afhankelijk zijn van directe inkomenssteun. Kan worden aangeven welk aandeel directe 20 -- 20 of 26 -- betalingen en welk aandeel totale publieke landbouwsteun momenteel uitmaken van het Nederlandse landbouwinkomen en hoe Nederland daarmee binnen de EU staat? De leden van de BBB-fractie vinden het bovendien opmerkelijk dat Europa enerzijds wel geld beschikbaar stelt om boeren te compenseren voor hoge kunstmestkosten, terwijl Europese regelgeving anderzijds het gebruik van stikstof uit dierlijke mest begrenst op 170 kilogram stikstof per hectare en landbouwers daardoor in voorkomende gevallen juist zijn aangewezen op kunstmest om binnen de totale stikstofgebruiksnorm in de behoefte van het gewas te voorzien. De EC erkent inmiddels zelf dat het vervangen van minerale meststoffen door teruggewonnen stikstof uit dierlijke mest de afhankelijkheid van geïmporteerde kunstmest kan verminderen. Is de Minister het ermee eens dat een ruimere mogelijkheid om stikstof uit dierlijke mest binnen de totale stikstofgebruiksnorm te benutten eveneens kan bijdragen aan een lager kunstmestgebruik? Kan de Minister tijdens de Raad daarom opnieuw nadrukkelijk bepleiten dat niet de herkomst van de stikstof en daarmee de beperking van dierlijke mest leidend moet zijn, maar de totale bemestingsbehoefte van het gewas en het risico op verliezen naar water en milieu? Welke mogelijkheden ziet de Minister om op Europees niveau meer ruimte te creëren voor het verantwoord gebruiken van dierlijke mest in plaats van kunstmest? Ministeriële lunch Actieplan Meststoffen De leden van de BBB-fractie lezen dat de Minister tijdens de ministeriële lunch het belang zal onderschrijven van de beschikbaarheid, betaal- baarheid en strategische autonomie van in de EU geproduceerde meststoffen. Deze leden onderschrijven het belang van strategische autonomie, maar missen daarbij nadrukkelijk de rol van dierlijke mest. Is de Minister bereid tijdens deze lunch te benadrukken dat strategische autonomie niet alleen moet betekenen dat Europa meer kunstmest zelf gaat produceren, maar ook dat Europa beter gebruikmaakt van nutriënten die al beschikbaar zijn in dierlijke mest? Is de Minister het ermee eens dat vervanging van kunstmest door stikstof uit dierlijke mest voordelen kan hebben voor circulariteit, het verminderen van de afhankelijkheid van geïmporteerde kunstmest en fossiele energie, de CO 2 -voetafdruk van de landbouw en de waterkwaliteit? Kan de Minister daarbij opnieuw expliciet aandacht vragen voor de huidige arbitraire grens van 170 kilogram stikstof uit dierlijke mest en inzetten op meer ruimte voor dierlijke mest binnen de totale stikstofge- bruiksnorm? Hoe verhoudt een blijvende Europese afhankelijkheid van kunstmest zich volgens de Minister tot de wens om minder afhankelijk te worden van buitenlandse grondstoffen en energie? Routekaart uitfasering dierproeven De leden van de BBB-fractie hebben met instemming kennisgenomen van de Routekaart voor de geleidelijke uitfasering van dierproeven voor chemische veiligheidsbeoordelingen. Zij vinden het positief dat daarbij niet wordt gekozen voor een kunstmatige einddatum die voorbijgaat aan de wetenschappelijke mogelijkheden, maar voor een stapsgewijze aanpak waarbij vervanging plaatsvindt zodra betrouwbare alternatieven beschikbaar zijn. Het uitgangspunt dat het beschermingsniveau voor mens, dier en milieu onverkort behouden moet blijven en dat proefdier- vrije methoden een gelijkwaardig beschermingsniveau moeten bieden is voor deze leden essentieel. Deze leden steunen daarom de Nederlandse inzet om ontwikkeling, validatie en internationale acceptatie van proefdier- vrije methoden te versnellen, zonder daarbij concessies te doen aan de veiligheid. Zij vinden het eveneens verstandig dat onderscheid wordt 21 -- 21 of 26 -- gemaakt tussen korte, middellange en lange termijn, omdat de mogelijk- heden voor vervanging per onderzoeks- en veiligheidsvraagstuk verschillen. Actieplan voor het EU-eiwitsysteem De leden van de BBB-fractie onderschrijven het belang van een weerbaar Europees voedselsysteem en het verminderen van kwetsbare strategische afhankelijkheden. Zij constateren dat het actieplan sterk is gericht op het verminderen van de afhankelijkheid van geïmporteerde eiwitrijke grondstoffen, met name soja, en op het vergroten van de Europese productie van eiwitgewassen. Deze leden missen daarbij echter een andere belangrijke strategische afhankelijkheid, namelijk die van kunstmest. Voor de productie van plantaardige eiwitten is stikstof noodzakelijk. Tegelijkertijd beperkt Europese regelgeving de hoeveelheid stikstof uit dierlijke mest die kan worden gebruikt, terwijl stikstofkunstmest vervolgens wel binnen de stikstofgebruiksnorm kan worden ingezet. Waarom wordt in een strategie die expliciet is gericht op strategische autonomie van het Europese eiwitsysteem niet nadrukkelijker gekeken naar het optimaal benutten van Europese dierlijke mest als bron van nutriënten? De EC wijst zelf op de stikstofbindende eigenschappen van peulvruchten en op vermindering van de behoefte aan meststoffen. Deelt de Minister de mening dat dezelfde redenering moet worden toegepast op het beter benutten van reeds beschikbare nutriënten uit dierlijke mest? Welke inzet pleegt Nederland in Brussel om de afhankelijkheid van geïmporteerde eiwit- grondstoffen en de afhankelijkheid van geïmporteerde kunstmest en grondstoffen daarvoor gezamenlijk te verminderen? De leden van de BBB-fractie plaatsen daarnaast kanttekeningen bij de gedachte dat de afhankelijkheid van soja eenvoudig kan worden verminderd door meer eiwitgewassen in Europa te produceren. Sojabonen worden verwerkt tot verschillende producten, waaronder sojaolie, sojaschroot en sojahullen, die verschillende toepassingen hebben. Hoe wordt in het Actieplan rekening gehouden met deze verwevenheid tussen humane consumptie, verwerking en diervoeders? Wordt onderscheid gemaakt tussen de import van hele sojabonen, sojaolie en sojaschroot en tussen de verschillende toepassingen daarvan? Welke gevolgen heeft een vermindering van het gebruik van sojaschroot als veevoer wanneer andere producten uit dezelfde sojaboon binnen Europa nog steeds worden gevraagd? Voorkomt de strategie daadwer- kelijk import van soja, of bestaat het risico dat slechts de bestemming van verschillende delen van die grondstof verandert? Deze leden wijzen er bovendien op dat in Nederland al jarenlang wordt gewerkt aan de teelt van eiwitrijke gewassen. De praktijk laat zien dat het verdienmodel daarbij een belangrijk knelpunt blijft. Zo constateert WUR dat de opbrengsten van verschillende peulvruchten achterblijven en dat bijvoorbeeld de eerder in Nederland geïntroduceerde sojateelt niet rendabel bleek. Welke lessen uit eerdere Nederlandse pilots, de Nationale Eiwitstrategie en de Bean Deal zijn meegenomen in de Nederlandse appreciatie van het Europese actieplan? Welke concrete belemmeringen zijn daarbij vastgesteld ten aanzien van opbrengst, teeltrisico, verwerking, afzet en verdienvermogen? Hoe wordt voorkomen dat met Europees geld opnieuw teelten worden gestimuleerd waarvan reeds bekend is dat zij onder Nederlandse omstandigheden zonder structurele ondersteuning onvoldoende concurrerend zijn? De leden van de BBB-fractie hebben nadrukkelijke vragen over de verhouding tussen productie en consumptie. Het Nederlandse beleid streeft naar een verhouding van 40% dierlijke en 60% plantaardige 22 -- 22 of 26 -- eiwitconsumptie. Uit de Eiwitmonitor 2025 blijkt echter dat de Neder- landse consumptie nog altijd voor ongeveer 61% uit dierlijke en voor 39% uit plantaardige eiwitten bestaat en dat hierin ten opzichte van 2024 geen statistisch significante verschuiving is opgetreden. Hoe verstandig is het volgens de Minister om beleid dat invloed heeft op de Europese produc- tiecapaciteit van dierlijke eiwitten vooruit te laten lopen op een veran- dering in de daadwerkelijke consumentenvraag? Heeft de Minister onderzocht wat er gebeurt wanneer de Europese productie van dierlijke eiwitten sneller afneemt dan de Europese consumptie daarvan? Kan de Minister daarbij specifiek ingaan op het risico dat Europa zijn afhanke- lijkheid van geïmporteerde soja vermindert, maar daar een nieuwe afhankelijkheid van de import van vlees, zuivel, eieren of andere dierlijke producten voor terugkrijgt? In hoeverre is daarmee sprake van een daadwerkelijke vergroting van de strategische autonomie wanneer de productie van het eindproduct vervolgens naar derde landen verschuift? Welke waarborgen bevat het Europese actieplan om dit zogenoemde weglekeffect te voorkomen? De leden van de BBB-fractie vinden dat strategische autonomie over de hele voedselketen moet worden beoordeeld. Kan de Minister toezeggen zich er in Brussel voor in te zetten dat bij maatregelen gericht op het verminderen van de import van veevoereiwitten steeds wordt doorge- rekend wat deze maatregelen betekenen voor de Europese productie van dierlijke eiwitten, de consumentenprijzen, de import van dierlijke eindproducten en de totale strategische afhankelijkheid van derde landen? Visserij De leden van de BBB-fractie constateren dat Spanje meer vissers toestaat om blauwvintonijn als bijvangst te behouden en hiervoor ruim 233 ton beschikbaar stelt. Ook in de Noordzee wordt de blauwvintonijn steeds vaker waargenomen. Kan worden onderzocht of het Nederlandse quotum voor blauwvintonijn kan worden uitgebreid, zodat ook Nederlandse handlijnvissers hiervan kunnen profiteren? De leden van de BBB-fractie vragen zich af hoe de ontwikkeling en de ecologische invloed van de Europese meerval momenteel worden gemonitord, met name rond stuwen, sluizen en vispassages. De leden van de BBB-fractie vragen tevens of de Staatssecretaris bereid is lokaal maatwerk mogelijk te maken wanneer uit onderzoek blijkt dat uitzonderlijk hoge dichtheden Europese meervallen aantoonbare ecologische problemen veroorzaken, bijvoorbeeld door dieren te verplaatsen of andere beheermaatregelen toe te staan. De leden van de BBB-fractie constateren dat Nederland een gezamenlijke Europese aanpak voor de aalscholver kan steunen, maar dat daarvoor eerst de gevolgen voor lokale visbestanden in kaart moeten worden gebracht. Is de Staatssecretaris bereid onderzoek te laten uitvoeren naar de impact van aalscholvers op de Nederlandse visbestanden, zodat kan worden bepaald waar maatregelen nodig en mogelijk zijn binnen de kaders van de Vogelrichtlijn? De leden van de BBB-fractie constateren dat het aantal zeehonden, waaronder grijze zeehonden, in de Nederlandse kustwateren is toege- nomen. Zij vragen welke gevolgen dit heeft voor de visstand, andere diersoorten en de doelstellingen van onder meer de KRW, de Vogel- richtlijn en de Habitatrichtlijn. Kan onderzoek worden gedaan naar het dieet van de grijze zeehond en de bredere invloed van deze soort op het mariene ecosysteem? Kan daarbij ook worden onderzocht hoe vaak grijze zeehonden bruinvissen en gewone zeehonden aanvallen en of dit 23 -- 23 of 26 -- gevolgen heeft voor hun populaties? Hierbij kan bijvoorbeeld via DNA-onderzoek naar de doodsoorzaken van gestrande dieren worden gekeken en kan het gedrag worden gemonitord op zandbanken waar beide zeehondensoorten voorkomen. De leden van de BBB-fractie ontvangen signalen dat vissers bij de Maxima-centrale mogelijk fuikenstekken verliezen. Kan worden onder- zocht waar deze fuiken precies staan en hoeveel vislocaties hierdoor verloren gaan? Kan tevens worden nagegaan of de betrokken vissers hiervoor in aanmerking komen voor compensatie? De leden van de BBB-fractie ontvangen signalen dat vissers met een gemengde visserij voor de brandstofcompensatie verplicht moeten kiezen tussen tongvisserij en garnalenvisserij. Klopt het dat zij hierdoor, ondanks dat zij beide visserijen beoefenen, een deel van de compensatie mislopen en waarom is voor deze keuzeconstructie gekozen? Is de Staatssecretaris bereid deze vissers alsnog voor het volledige compensatiebedrag in aanmerking te laten komen en daarbij rekening te houden met het gemengde karakter van hun bedrijfsvoering? De leden van de BBB-fractie ontvangen vanuit de garnalenvisserij regelmatig het verzoek om het weekendverbod met zes uur te verschuiven. Hierdoor kunnen vissers op vrijdag langer doorvissen en hoeven zij niet al op zondagavond om twaalf uur ‘s nachts uit te varen, maar kunnen zij op maandagochtend om 6 uur vertrekken, terwijl het totale aantal uren gelijk blijft. Zo zou ook personeel en jonge vissers beter behouden kunnen worden voor de sector. Is de Staatssecretaris bereid binnen de sector te inventariseren of hiervoor voldoende draagvlak bestaat en welke praktische gevolgen deze verschuiving heeft? De leden van de BBB-fractie ontvangen signalen dat buitenlandse schepen die op zandspiering vissen regelmatig binnen de driemijlszone komen en daar mogelijk illegaal vissen. Kan de Staatssecretaris aangeven of deze signalen bekend zijn en hoe vaak hierop wordt gecontroleerd? Is de Staatssecretaris bereid de controles en handhaving binnen de driemijlszone te intensiveren en overtredende schepen daadwerkelijk aan te pakken? De leden van de BBB-fractie willen graag weten wat de actuele stand van zaken is rond de karperproblematiek in de Oostvaardersplassen. Zij ontvangen signalen dat beroepsvissers en sportvissers al meerdere jaren karpers moeten redden, terwijl het uitzetten van deze vissen op andere locaties tot omwoeling van de waterbodem kan leiden en daarmee het behalen van de doelen van de KRW kan bemoeilijken. Klopt dit en welke verantwoordelijkheid heeft de betreffende terreinbeherende organisatie (TBO) hierin? Kan de Staatssecretaris deze TBO hierop aanspreken omdat die niets doet om de situatie te verbeteren? De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het vooron- derzoek van de EC naar mogelijke schendingen van Europese regelgeving bij de aanleg van Spaanse windparken op zee, waarbij de gevolgen voor de visserij en het mariene milieu mogelijk onvoldoende zijn meegewogen. Is de Staatssecretaris bekend met dit onderzoek en is hij bereid de Kamer te informeren over de inhoud daarvan, evenals over de mogelijke betekenis hiervan voor de Nederlandse windparken op zee? In Duitsland is een sanering aan de gang. Kan de Staatssecretaris aangeven of Duitse zogenaamde vlagkotters hier ook betrokken bij zijn? Kan de Staatssecretaris aangeven hoeveel Duitse vlagkotters van Nederlandse bedrijven ook gesaneerd worden? 24 -- 24 of 26 -- De leden van de BBB-fractie vragen of Nederlandse vissers die in Britse wateren vissen te allen tijde verplicht zijn een reddingsvest te dragen. Klopt het dat Nederlandse vissers bij het niet naleven van deze Britse verplichting kunnen worden beboet, ook wanneer zij niet op de hoogte zijn van deze afwijkende regelgeving? De leden van de BBB-fractie vragen of het klopt dat er in zogenoemde derde landen nog altijd problemen bestaan met de invoering en het gebruik van het Europese vangstcertificeringssysteem CATCH. Kan de Staatssecretaris een actuele stand van zaken geven en aangeven welke gevolgen deze problemen hebben voor de Nederlandse visserij en vishandel? De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris nader in te gaan op de gevolgen van de ongekend hoge brandstofprijzen voor de Neder- landse visserij, mede als gevolg van de aanhoudende geopolitieke spanningen en conflicten. Welke gevolgen hebben deze prijsstijgingen voor de bedrijfsvoering en financiële positie van Nederlandse vissers, en welke mogelijkheden ziet de Staatssecretaris om de sector te onder- steunen of te compenseren? De leden van de BBB-fractie vragen of het klopt dat in Nederland slechts twee bedrijven het grootste deel van de langoustines van Nederlandse vissers afnemen en daarmee de handel vrijwel volledig beheersen. Zo ja, welk effect heeft deze marktconcentratie op de prijsvorming en onderhan- delingspositie van langoustinevissers? De leden van de BBB-fractie constateren dat in Duitsland, naast sanerings- maatregelen, ook grote gebieden voor de visserij worden gesloten. Is de Staatssecretaris bereid hierover met zijn Duitse ambtsgenoot in gesprek te gaan, aangezien deze sluitingen mogelijk ook gevolgen hebben voor gebieden zoals de Oostereems, waar momenteel veel Nederlandse garnalenvissers actief zijn? Kan hij de Kamer informeren over de gevolgen voor deze vissers en de inzet van Nederland om hun visgronden te behouden? II Antwoord/Reactie van de Minister en Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur III Volledige agenda Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 28 en 29 september 2026 Kamerstuk 21 501-32-1834 – Brief Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen – d.d. 14 september 2026 Fiche: Mededeling Routekaart voor de uitfasering van dierproeven voor chemische veiligheidsbeoordelingen Kamerstuk 22 112-4405 – Brief Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen – d.d. 10 juli 2026 Fiche: Actieplan voor het EU-eiwitsysteem Kamerstuk 2026Z18711 – Brief Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen – d.d. 11 september 2026 25 -- 25 of 26 -- Voortgang Europese onderhandelingen over het toekomstige GLB Kamerstuk 2026Z19271 – Brief Minister van Landbouw, Visserij, Voedselze- kerheid en Natuur, J. van Essen – d.d. 18 september 2026 Verslag informele Landbouwraad 6–8 september 2026 te Dublin, Ierland Kamerstuk 2026Z19274 – Brief Minister van Landbouw, Visserij, Voedselze- kerheid en Natuur, J. van Essen – d.d. 18 september 2026 SCoPAFF-vergadering gewasbeschermingsmiddelen september 2026 Kamerstuk 2026Z19268 – Brief Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens – d.d. 18 september 2026 26 -- 26 of 26 --

Versie d0ba1ee0-2c36-4090-9044-51dca8341d80 · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.