Verslag van een schriftelijk overleg over staatsexamen voortgezet onderwijs en normering centrale examens 2024 (Kamerstuk 31289-585)
Brontekst
Versie a7b86212536dbe99 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 289Voortgezet OnderwijsNr. 589 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 13 juni 2024 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister voor Primairen Voortgezet Onderwijs over de brief van 2 april 2024 over staatsexamenvoortgezet onderwijs en normeringcentrale examens (Kamerstuk 31 289,nr. 585).De vragen en opmerkingen zijn op 24 april 2024 aan de Minister voorPrimair en Voortgezet Onderwijs voorgelegd. Bij brief van 13 juni 2024 zijnde vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,Michon-DerkzenAdjunct-griffier van de commissie,Arends kst-31289-589ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 289, nr. 5891 InhoudIVragen en opmerkingen uit de fracties2Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2Inbreng van de leden van de VVD-fractie4Inbreng van de leden van de NSC-fractie5Inbreng van de leden van de D66-fractie6Inbreng van de leden van de BBB-fractie6IIReactie van de bewindspersoon6 I Vragen en opmerkingen uit de fracties Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieVoortgang verbeteragenda staatsexamens voDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse de briefgelezen over het staatsexamen voortgezet onderwijs. Al jaren kaartendeze leden aan dat dit stelsel verbeterd moet worden. In 2021 heefttoenmalig onderwijsminister Slob een verbeteragenda staatsexamen vo1opgezet. De leden vinden het teleurstellend om te lezen waar deze agendanu staat, inmiddels drie jaar later. In de brief lezen zij dat eind 2024 paseen uitspraak kan worden gedaan over de maatregelen waarvan hetwenselijk is om deze uit te voeren, wanneer deze maatregelen uitgevoerdkunnen worden en hoe deze bekostigd kunnen worden. Daarna moet ereen stappenplan komen om verbeteringen aan het staatsexamenproces terealiseren.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd wat er dan deafgelopen drie jaar is gebeurd als nu na drie jaar nog geen concreteverbetering is ingezet. Hoeveel vertraging heeft de verbeteragendaopgelopen en waarom? Hoe beoordeelt de Minister zelf de voortgang vande verbeteragenda? Om beter een vinger aan de pols te kunnen houdenzouden deze leden in de beantwoording graag een overzicht willen krijgenper punt op de verbeteragenda met wat er al gedaan is, wat er nog moetgebeuren, binnen welke tijdlijn dit wordt verwacht en wanneer de doelenbehaald zullen zijn. Zij lezen dat de wens is om de komende vijf jaar toteen uitvoering van de verbeteragenda te komen. Waarom wordt daaropnieuw vijf jaar de tijd voor genomen? Is er een mogelijkheid waarop deverbeteragenda versneld kan worden?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn ook benieuwd naar hoe hetstaat met de uitvoering van de motie van het lid Westerveld overherkansingen voor certificatiekandidaten2? In de voortgangsrapportageover de verbeteragenda staatsexamens lezen deze leden wel eeninventarisatie over deelcertificaatkandidaten in het vso3, maar geen uitlegwat de afgelopen jaren is gebeurd om te kijken naar de mogelijkhedenvoor een herkansing voor de leerlingen voor wie het certificaat noodza-kelijk is voor de vervolgopleiding (zoals de motie vraagt). Kan de Ministerhierop ingaan?1vo: voortgezet onderwijs2Kamerstuk 35 300 VIII, nr. 1923vso: voortgezet speciaal onderwijsTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 289, nr. 5892 Tijdelijke oplossing 2025 eerder inzage in CE4-resultatenDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben gelezen met welketijdelijke oplossing de Minister komt voor 2025 om ervoor te zorgen datstaatsexamenkandidaten eerder inzicht krijgen in het resultaat dat zijhebben gehaald voor het centrale eindexamen. Ook deze leden pleitenhier al jaren voor en hebben dit diverse keren benoemd in debatten enmoties hierover gesteund. De Minister komt nu met een tijdelijkeoplossing voor 2025. Betekent dit dat zij denkt dat het vanaf 2026 wélstructureel geregeld zal zijn? Zo ja, waar baseert zij dit op? Welkeoplossing denkt zij vanaf 2026 te hebben? De leden lezen dat het in devoorgestelde tijdelijke oplossing voor kandidaten mogelijk wordt om vierdagen na de bekendmaking van de N-termen5 inzicht te krijgen in hetbehaalde CE-resultaat. Kan de Minister uitleggen waar deze vier dagenvandaan komen? Waarom specifiek vier? Zij lezen ook dat met dezetijdelijke oplossing 80 tot 85% van de kandidaten vier dagen na debekendmaking van de N-termen inzicht kunnen krijgen in het behaaldeCE-resultaat. Waar komt die 80 tot 85% vandaan? Hoe is dat berekend?Gaat het hier om een specifieke groep leerlingen of is het een willekeurigegroep? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het percentageoploopt tot 95% van de kandidaten in zeven dagen na bekendmaking vande N-termen. Waar komt die 95% vandaan? Welke leerlingen vallen onderdie 95%? En waarom is het niet mogelijk om die resterende 5% van deleerlingen een uitslag te bieden? Is dat een specifieke groep leerlingen?De leden van de GroenLinks-PvdA fractie vragen ook of de tijdelijkeoplossing is voorgelegd aan (een vertegenwoordiging van) de leerlingenin kwestie. Hoe kijken de leerlingen zelf naar het dilemma dat de Ministervoorlegt? Ook zijn deze leden benieuwd of de inzet die gepleegd moetworden om deze tijdelijke oplossing voor elkaar te krijgen ten koste gaatvan het uitvoeren/versnellen van de verbeteragenda.Gesprekronde examineren in het vso en onderzoek examenvoorzieningenDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er gesprekrondes zijngevoerd over het examineren in het vso en dat deze gespreksrondes in2024 ook doorgaan. Deze leden vragen hoe deze gesprekken zichverhouden tot het «belevingsonderzoek examineren vso-leerlingen6» datin 2021 (na aanname van de motie van het lid Westerveld7) al is uitge-voerd? Zij lezen dat na de tweede gespreksronde in 2024 ook nog eenonderzoek door Oberon zal worden uitgevoerd naar de doelgroepen vande drie examenvoorzieningen: regulier vo, vavo8 en het staatsexamen.Het valt de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie op dat er heel veelonderzoek wordt gedaan, maar tot op heden weinig concrete zaken zijnveranderd als het gaat over examineren in het vso. Kan de Minister hieropreflecteren en hierin meenemen of opnieuw een onderzoek nodig is?Zeker als weer eerst gewacht moet worden op het opleveren van hetonderzoek, tot er echt concrete maatregelen genomen worden. Wanneerbegint de Minister met het regelen van concrete aanpassingen?4CE: het Centraal examen5N-termen: normeringstermen6Belevingsonderzoek examinering VSO-leerlingen | Rapport | Rijksoverheid.nl7Kamerstuk 31 289, nr. 430: Motie Westerveld c.s. over onafhankelijk onderzoek naar de manierwaarop examens in het vso worden afgenomen - Voortgezet Onderwijs - Parlementairemonitor8vavo: voortgezet algemeen volwassenenonderwijsTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 289, nr. 5893 Normering centrale examens voortgezet onderwijs 2024 en verderDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Minister schrijft dathet College voor Toetsen en Examens (hierna: CvTE) samen met StichtingCito de normeringssystematiek voor de centrale examens heeft dooront-wikkeld. Nu hebben deze leden tevens het Jaarverslag van het Collegevoor Toetsen en Examens 20239 kunnen lezen en daar wordt in 2023 bij decentrale examens een slagingspercentage genoemd van 72% in hetregulier voortgezet onderwijs. Is dit relatief lage percentage in vergelijkingmet 2021 in verband te brengen met de afschaffing van de extraherkansing die was ingevoerd in verband met corona? In hoeverre meentde Minister dat een verminderde onderwijskwaliteit zichtbaar wordt inlagere slagingspercentages in het voortgezet onderwijs? Hoe verklaart deMinister dat de problematische onderwijskwaliteit waarover de Inspectievan het Onderwijs (hierna: inspectie) al een aantal jaren op een rij haarzorgen uit, nauwelijks zichtbaar wordt in de slagingspercentages? Is hetslechts loos alarm van de inspectie? Of verdwijnen de leerlingen die hunbasisvaardigheden onvoldoende beheersen, in toenemende mate zonderdeelname aan de examens uit het onderwijs doordat zij voortijdig deschool verlaten? Of laten scholen hen meer dan vroeger doubleren, zodatze meer tijd krijgen om hun basisvaardigheden op orde te brengen? Inhoeverre legt de normeringssystematiek de algemene achteruitgang in deonderwijskwaliteit zoals deze zich voordoet over de hele linie bloot?Inbreng van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief staatsexamen voortgezet onderwijs en de normering centraleexamens 2024.Voortgang van de verbeteragenda staatsexamens voDe leden van de VVD-fractie onderschrijven de ingezette verbeteragendastaatsexamens vo. Deze leden vragen nog hoe hoog de geldelijkevergoeding voor examinatoren nu gemiddeld is, wat daarmee de kostenper afgenomen examen zijn en of ook gebruik wordt gemaakt vantussenpartijen door het CvTE. Zij lezen dat het momenteel voorkomt datkandidaten slechts twee weken van tevoren te horen krijgen wanneer enwaar het examen plaatsvindt. De leden van de VVD-fractie zouden graagvan de Minister horen waarom dit zo kort dag gebeurt. Daarnaast zoudendeze leden graag horen welk pakket aan maatregelen momenteelonderzocht wordt door het CvTE en zouden zij specifiek geïnformeerdwillen worden welke maatregelen onderzocht worden om te voorkomendat kandidaten pas twee weken voor het examen op de hoogte wordengesteld van een examendatum en -plaats.Gespreksronde examineren in het vso en onderzoek examenvoorzie-ningenDe leden van de VVD-fractie onderschrijven het doel om leerlingen, als ditmogelijk is, deel te laten nemen aan de reguliere examencyclus. Dezeleden zijn van mening dat dit past in het streven naar inclusief onderwijsen gelijke behandeling van leerlingen in het speciaal onderwijs. Tegelij-kertijd zien zij ook het belang van de mogelijkheid tot deelname aanstaatsexamens voor deze groep. Heeft de Minister in beeld voor hoeveelleerlingen uit het speciaal onderwijs reguliere examinering werkbaar zoukunnen zijn?9Kamerstuk 36 410 VIII, nr. 124Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 289, nr. 5894 Normering centrale examens voortgezet onderwijs 2024 en verderDe leden van de VVD-fractie zijn kritisch op het besluit van het CvTE omde prestatie-eis nog niet op hetzelfde niveau te leggen als voor corona.Deze leden constateren dat dit zich moeilijk verhoudt tot de regulierecentrale examinering in het voortgezet onderwijs, waar maatregelenvanwege corona niet meer gelden. Hoe kijkt de Minister ernaar? Hoe borgtzij dat een diploma verkregen via staatsexamens dezelfde waarde behoudtals de diploma verkregen via de reguliere route?Inbreng van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie constateren dat vrijwel alle voorgesteldemaatregelen resulteren in het uitvoeren van allerhande onderzoeken enimpactanalyses. Deze leden maken zich hierdoor zorgen over de uitvoe-ringssnelheid van deze hoognodige aanpassingen aan de staatsexamens.Waarom wil de Minister na meerdere succesvolle pilots, zoals hettoekennen van een grotere rol aan de vso-scholen bij examinering en demogelijkheid tot schriftelijke staatsexamens, vaak eerst geruime tijdwachten op allerlei vervolgonderzoeken? Is er geen mogelijkheid om demeeste vervolgonderzoeken al af te ronden voor de zomer, zodatsommige aanpassingen al (deels) komend schooljaar kunnen wordeningevoerd? Welke concrete informatie ontbreekt volgens de Minister nog,waardoor langdurig onderzoek nodig is?De leden van de NSC-fractie vragen of bij het vervolgonderzoek naar demogelijkheden tot schriftelijke staatsexamens ook rekening wordtgehouden met de verschillende vaardigheden die nodig zijn voor beidevormen van examinering en of deze benodigde vaardigheden aansluitenbij de doelgroep.De leden van de NSC-fractie vragen welke vakinformatie precies wordtherzien voor de versterking van de aansluiting van de vso-leerlingen enwat de omvang van deze verandering is.De leden van de NSC-fractie zijn benieuwd naar de verschillen in hetslagingspercentage van vso-leerlingen en overige kandidaten bijstaatsexamens. Kan de Minister hier meer cijfers over sturen, voor zoweldiploma’s als certificaten en daarbij ook mogelijke factoren toelichten dieeen rol spelen bij deze mogelijke verschillen?De leden van de NSC-fractie lezen dat er een duidelijk verschil zit in deachterliggende motivatie van vso-kandidaten en van overige kandidaten.Deze leden vragen hoe de Minister dit verschil in achterliggende motivatieduidt en of zij hierdoor van plan is om bepaalde wijzigingen door tevoeren.De leden van de NSC-fractie lezen dat er wordt gekeken naar het verderflexibiliseren van het staatsexamen door het op meerdere momenten af tenemen. Deze leden begrijpen en onderschrijven dit belang voor bijvoor-beeld vso-leerlingen. Echter vragen zij wel hoe de Minister demogelijkheid tot het uitlekken van examenvragen zo veel mogelijk wilvoorkomen.De leden van de NSC-fractie lezen dat zowel het CvTE als DUO eenimpactanalyse uit gaat voeren naar de uitvoerbaarheid, maakbaarheid enhaalbaarheid van de maatregelen waarvan het de wens is om deze dekomende vijf jaar tot uitvoering te brengen. Deze leden vragen welkemaatregelen dit concreet bevat, welke dit concreet niet bevat en deredenen waarom die maatregel wel of niet is meegenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 289, nr. 5895 Inbreng van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief met betrekking tot de staatsexamens en de normering van decentrale examens. Deze leden kijken ernaar uit om over dit onderwerp vangedachten te wisselen met de Minister bij het commissiedebat passendonderwijs en hebben daarom op dit moment geen aanvullende vragen.Inbreng van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister over het staatsexamen voortgezet onderwijs en normeringcentrale examens 2024. Deze leden hebben hier enkele vragen enopmerkingen over.De leden van de BBB-fractie zien de waarde van het drietal projecten dat isuitgevoerd om te zorgen dat het staatsexamen beter aansluit bij dewensen van de vso-doelgroep, zoals de pilot waarbij vso-scholen eengrotere rol speelden in de examinering van hun eigen leerlingen bij hetstaatsexamen. Deze leden zien ook waarde in de uitkomsten, namelijk hetherzien van vakinformatie zodat het aantrekkelijker en beter leesbaarwordt en hierdoor de informatiepositie van kandidaten, ouders en scholenverbetert.Uiteraard kijken de leden van de BBB-fractie wel met zorg naar deuitvoeringsconsequenties. Deze leden hechten dus veel belang aan deimpactanalyse door het CvTE en DUO zodat de uitvoerbaarheid,maakbaarheid en haalbaarheid van de maatregelen goed in kaart wordengebracht. In deze impactanalyses worden enkel de maatregelen meege-nomen waarvan het de wens is om deze de komende vijf jaar totuitvoering te brengen. Kan een nadere toelichting worden gegeven overde inhoud van de maatregelen?De leden van de BBB-fractie lezen daarnaast over de tijdelijke oplossing2025 eerder inzage in CE-resultaten waardoor staatsexamenkandidatensneller hun resultaat weten. Deze leden lezen dat er extra correctiedagenworden georganiseerd, de (thuiswerk)vergoeding van correctoren voorCE’s van staatsexamens de komende jaren verhoogd wordt (totdat destructurele oplossing is ingevoerd) en de vakbevoegde vso-docentengevraagd worden om het werk van de eigen vso-leerlingen te corrigeren,voordat het naar de tweede corrector wordt verstuurd. De leden vragenwat de financiële en operationele impact is van deze tijdelijke maatregel.De leden van de fractie van BBB-fractie herkennen het dilemma dat detijdelijke oplossing oplevert, omdat niet alle kandidaten bediend kunnenworden. Om de tijdelijke maatregel tijdig te realiseren moet het CvTE enDUO voor september van dit jaar helderheid worden geboden. Voor dietijd gaan deze leden hier graag met de Minister over in gesprek.II Reactie van de bewindspersoon Ik dank de leden van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur enWetenschap voor hun inbreng en de gestelde vragen. Hieronder ga ikthematisch in op de vragen. De thema’s zijn:1.voortgang verbeteragenda;2.tijdelijke oplossing eerder bekend maken resultaten;3.gespreksronde examineren in het vso;4.normering;5.herkansing deelcertificaatkandidaten;6.kosten staatsexamens;Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 289, nr. 5896 7.slagingspercentages.Onder het laatste thema vallen de onderwerpen herkansing certificaat-kandidaten, kosten van het staatsexamen, en slagingspercentages. Op eenenkel punt zijn de reacties op bijna gelijkluidende vragen van de leden vande verschillende fracties samengevoegd of is er verwezen naar debeantwoording van soortgelijke vragen. Gelet op de complexiteit van devragen en antwoorden kan, indien uw Kamer dit wenst, door het Collegevoor Toetsen en Examens (hierna: CvTE) een technische briefing wordengeorganiseerd.Thema 1. Voortgang verbeteragendaDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen wat er de afgelopen driejaar is gebeurd met het staatsexamen als op het moment van schrijvennog geen concrete verbetering is ingezet. Aanvullend hierop vragen zijhoeveel vertraging de verbeteragenda heeft opgelopen en waarom.Daarnaast willen zij weten hoe ik de voortgang van de verbeteragendabeoordeel.In 2021 is geconcludeerd dat het noodzakelijk is dat de staatsexamenorga-nisatie geoptimaliseerd wordt en dat het staatsexamen als examenvoor-ziening voor het voortgezet speciaal onderwijs (hierna: vso) opnieuwtegen het licht gehouden wordt. Aanleiding hiervoor waren het groeiendeaantal staatsexamenkandidaten en de complexiteit die dat met zichmeebrengt voor de organisatie. Voor het optimaliseren van het staats-examen is de verbeteragenda staatsexamens voortgezet onderwijs(2022–2024) (hierna: verbeteragenda) opgesteld, waarin doelen zijngesteld voor de korte en middellange termijn.10 Vanuit de verbeteragendazijn inmiddels verschillende verbeteringen aangebracht aan de staatsexa-menorganisatie. Zo is het voor kandidaten mogelijk om een vertrouwens-persoon mee te nemen naar het examen en zijn meer verschillende enondersteunende brochures en informatiefilmpjes beschikbaar gesteld. Demeer complexe veranderingen, zoals het eventueel aanpassen van dejaarplanning van de staatsexamens of de inzet van de eigen vso-docentenvoor de afnames van de staatsexamens voor leerlingen op de eigenschool, vroegen eerst nader onderzoek. Eind vorig jaar zijn deze onder-zoeken opgeleverd, waarna mogelijke verbetermaatregelen zijn voorge-steld voor de staatsexamenorganisatie. Dit spectrum aan mogelijkemaatregelen is voorgelegd aan het veld en momenteel wordt via eenimpactanalyse bij zowel het CvTE en DUO bepaald wat de impact is vandeze verbetermaatregelen op de uitvoering. Op basis daarvan kunnentegen het eind van het jaar uitspraken worden gedaan op welke wijze destaatsexamenorganisatie de komende jaren wordt aangepast.De wens om zo snel mogelijk verbeteringen aan te brengen aan destaatsexamenorganisatie is begrijpelijk en wordt door mij en de examen-keten gedeeld. Ook snappen wij de frustratie over de tijd die het kost omsommige verbeteringen door te voeren. Waar mogelijk worden verbete-ringen direct doorgevoerd zoals aanpassingen waarbij bestaandesystemen en processen niet aangepast hoeven te worden zoals hetverbeteren van de informatievoorziening richting kandidaten en scholenof extra maatregelen om voldoende examinatoren te werven. Tegelij-kertijd vind ik het van belang dat dit op een betrouwbare manier en ingoede afstemming met de sectororganisaties gebeurt. In veel gevallenvragen veranderingen aan de staatsexamenorganisatie niet alleenaanpassingen van systemen en processen en vergt het extra personelecapaciteit, maar vragen deze veranderingen ook aanpassingen van10Kamerstukken II, 2021–2022, 31 289, nr. 505.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 289, nr. 5897 kandidaten en scholen. Dat kost tijd. Naast het uitvoeren van de verbeter-agenda hebben de afgelopen jaren jaarlijks meer dan 6500 kandidaten hetstaatsexamen afgelegd. Dat is jaarlijks een grote opgave, zeker omdat hetvinden van examinatoren voor staatsexamens in tijden van lerarente-korten niet vanzelfsprekend is en de staatsexamenorganisatie toenemendonder druk staat. De examenketen spant zich ervoor in om voor het eindevan het jaar de eindrapportage op te leveren waarin een verbeterplan isopgenomen voor de komende jaren. Ik vind het van belang dat deexamenketen de komende tijd de ruimte blijft houden om alle kandidatente kunnen examineren en tegelijkertijd integraal te werken aan hetoptimaliseren van de staatsexamenorganisatie.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie verzoeken mij een overzicht teverstrekken waarin per punt op de verbeteragenda is toegelicht wat er algedaan is, wat er nog moet gebeuren, binnen welke tijdlijn dit wordtverwacht en wanneer de doelen behaald zijn.De verbeteragenda is onderverdeeld in drie actielijnen: 1) flexibiliserenvan het staatsexamensysteem, 2) versterken van de aansluiting van hetstaatsexamen op de vso-doelgroep, en 3) in beeld brengen van deuitvoeringsconsequenties voor de examenketen. Onder actielijn 1 enactielijn 2 zijn verschillende onderzoeksprojecten en pilots uitgevoerd. Opbasis daarvan zijn verbetermaatregelen voorgesteld waarvan momenteelde impact wordt bepaald (actielijn 3). In de Kamerbrief over het staats-examen11 die ik uw Kamer onlangs heb toegestuurd is per actielijnuiteengezet welke onderzoeksprojecten en pilots er zijn gedaan en wat debelangrijkste uitkomsten waren. Een uitgebreidere toelichting is terug tevinden in de voortgangsrapportage van de verbeteragenda.12 Uit deonderzoeksprojecten en pilots is onder meer gebleken dat op sommigeterreinen nadere uitwerking nodig is, zodat concrete verbetermaatregelengevormd kunnen worden. Dit komt bijvoorbeeld doordat de pilotskleinschalig waren en de uitkomsten niet gemakkelijk breed ingevoerdkunnen worden. In de eindrapportage wordt in beeld gebracht op welketermijn de verschillende verbeteringen aan de staatsexamenorganisatiekunnen worden doorgevoerd. Ik verwacht deze eindrapportage eind 2024naar uw Kamer te sturen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen waarom ik ervoor kiesom vijf jaar de tijd te nemen voor uitvoering van de verbeteragendastaatsexamens, en of er een mogelijkheid is dit te versnellen.Een groot deel van de verbetermaatregelen die voortkomen uit deonderzoeksprojecten en pilots uit de verbeteragenda vragen om groot-schalige aanpassingen van de staatsexamenorganisatie. Om dezemaatregelen tot uitvoering te brengen is tijd nodig voor onder andere hetaanpassen van de systemen en werkwijzen binnen de uitvoering.Daarnaast vraagt een deel van de verbetermaatregelen ook aanpassingenvan (individuele) kandidaten, staatsexamenbetrokkenen en/of scholen.Mocht het bijvoorbeeld kansrijk blijken om de jaarplanning van destaatsexamens aan te passen, dan vraagt dit van de uitvoering om meerinzet van examenbetrokkenen en dat de systemen worden aangepast,maar ook van vso-scholen dat zij hun lesprogramma’s aanpassen zodatleerlingen eventueel al eerder in het jaar het college-examen kunnenafleggen indien zij dat wenselijk vinden. Daarnaast hangen de verschil-lende verbetermaatregelen ook met elkaar samen, waardoor een getrapteinvoering van de verschillende maatregelen het meest passend is. Om diereden wordt de komende vijf jaar ingezet om het eerste deel van de11Kamerstukken II, 2023–2024, 31 289, nr. 58512Bijlage bij Kamerstukken II, 2023–2024, 31 289, nr. 585.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 289, nr. 5898 maatregelen uit de verbeteragenda uit te voeren. Ik zie geen mogelijkheidom versnellingen aan te brengen aan de uitvoering van de verbeter-agenda. Dit heeft immers tot gevolg dat de basiskwaliteit die binnen hetstaatsexamen geleverd wordt, niet kan worden gegarandeerd en dat achtik zeer onwenselijk.De leden van de VVD-fractie willen weten waarom het voorkomt datstaatsexamenkandidaten slechts twee weken van tevoren te horen krijgenwanneer en waar hun (college-) examen plaatsvindt. Zij vragen welkemaatregelen onderzocht worden om dit te voorkomen. Daarnaast zijn zijbenieuwd naar het overige pakket aan maatregelen om het staatsexamente verbeteren dat momenteel wordt onderzocht door het CvTE.De planning van de college-examens is een enorme puzzel. Alle kandi-daten, die over het hele land verspreid zijn, allemaal een eigen roosterhebben en uniek maatwerk vragen, worden gekoppeld aan mensen dietijd vrij maken – veelal in hun eigen vakantie – om bij het staatsexamenbetrokken te zijn. Er wordt in de planning van de college-examens veelaandacht besteed aan het juist inroosteren van de kandidaten enexaminatoren waardoor de roosters steeds in beweging zijn en geoptima-liseerd worden. Er wordt hiervoor gebruikgemaakt van een door DUOontwikkeld geavanceerd systeem voor roosteren en indelen van examina-toren en kandidaten. Een substantieel deel van de kandidaten trekt zich opeen laat moment nog terug van het examen en het verwerken van deze enandere wijzigingen vraagt ook weer aanpassingen aan het rooster. Omvolledig te kunnen profiteren van de optimalisering van de roostersworden er tot het laatste moment (twee weken voorafgaand aan hetexamen) wijzigen doorgevoerd waarbij rekening wordt gehouden metindividueel maatwerk. Hierdoor weten kandidaten dus twee weken van tevoren hun definitieve rooster. Wat zij al wel eerder weten is hetafnameblok en hiermee de tijdsperiode waarbinnen zij hun examenszullen gaan maken.Met het moderniseren van het examenlandschap wordt dit procesverbeterd. Zo is het afgelopen jaar software ontwikkeld waarmee demondelinge college-examens automatisch worden ingepland. Devolgende stap is de software te ontwikkelen voor de schriftelijke college-examens. Dit jaar wordt de software voor de mondelinge college-examens voor het eerst ingezet. Gezien de wijzigingen in de roostering dieenkele weken voor het examen nog plaats zullen vinden om het rooster zooptimaal mogelijk te maken, zal dit niet leiden tot eerdere communicatienaar kandidaten over hun definitieve examendata. Wel weten dekandidaten al hun afnameblok. Daarnaast zijn er verbetermaatregelen uitde verbeteragenda die ervoor zorgen dat er meer ruimte kan ontstaan inhet planningsproces. Zo kan de eventuele spreiding van de college-examens over het jaar er naar verwachting voor zorgen dat er minderdruk ontstaat in de zomermaanden. Het streven is om de planning van deafnameblokken voor college-examens eerder in het jaar bekend te makenen dat kandidaten of scholen zelf eerder kunnen aangeven in welke voorafbepaalde afnameblokken zij naar verwachting het college-examen willenafleggen.De leden van de NSC-fractie vragen waarom ik na meerdere succesvollepilots vaak geruime tijd wacht op vervolgonderzoeken voordat ikaanpassingen doorvoer om de staatsexamens te verbeteren. Zij vragen ofhet mogelijk is om de meeste vervolgonderzoeken voor de zomer van2024 af te ronden, zodat sommige aanpassingen al komend schooljaar(deels) kunnen worden ingevoerd. Aanvullend hierop vragen de ledenwelke informatie ontbreekt waardoor ik langdurig onderzoek nodig acht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 289, nr. 5899 De examenketen is er zeer van doordrongen dat er geen tijd gemorst kanworden. De afgelopen jaren zijn succesvolle pilots uitgevoerd naar desamenstellingen van de commissies van examenbetrokkenen die deexamens afnemen. Hieruit zijn lessen getrokken die eerst om een verdereuitwerking vragen voordat deze werkbaar en schaalbaar zijn, vanwege dekleinschaligheid van de pilots. Er moeten bijvoorbeeld kaders wordenopgesteld welke kennis en vaardigheden examenbetrokkenen moetenhebben om onderdeel te kunnen zijn van deze commissies. Dezeuitwerkingen worden momenteel uitgevoerd en daarover wordt uwKamer voor het einde van het jaar geïnformeerd. Dit betekent echter nietdat na het uitwerken direct kan worden overgaan tot implementatie. Het isvervolgens zaak dat bestaande systemen en werkwijzen hierop wordenaangepast. Dit moet passen binnen het gehele implementatieplan datvoortvloeit uit de eerder genoemde impactanalyses van DUO en het CvTE.Over dit implementatieplan wordt uw Kamer voor het einde van het jaargeïnformeerd in de Kamerbrief over de eindrapportage van de verbeter-agenda.De leden van de NSC-fractie vragen of bij het vervolgonderzoek naar demogelijkheden voor schriftelijke staatsexamens ook rekening wordtgehouden met de verschillende vaardigheden die nodig zijn voor beidevormen van examinering en of deze benodigde vaardigheden aansluitenbij de doelgroep.Uit onderzoek binnen de verbeteragenda naar de examenvormen isgebleken dat het vervangen van een mondeling college-examen door eenschriftelijke variant voordelen en kansen kan bieden. Het is duidelijk dateen mondeling examen (deels) andere vaardigheden vraagt dan eenschriftelijk examen. Voor sommige kandidaten kan de ene vorm daarompassender zijn dan de andere. Daarbij is het van belang dat de kwaliteitvan beide toetsvormen vergelijkbaar is. Er wordt daarbij rekeninggehouden met wat vanuit de vakvernieuwingen wordt voorgesteld alspassende examenvormen. Voordat er binnen het staatsexamen in bredezin andere toetsvormen worden aangeboden, worden eerst de risico’s enknelpunten hiervan in kaart gebracht.De leden van de NSC-fractie vragen welke vakinformatie wordt herzienvoor de versterking van de aansluiting van de vso-leerlingen, en wat deomvang van deze verandering is.Met de vakinformatie worden kandidaten geïnformeerd over hoe zij zichkunnen voorbereiden op het staatsexamen, hoe het examenprogramma isopgebouwd, hoe het vak wordt getoetst en hoe het eindcijfer wordtberekend aan de hand van de verschillende onderdelen. Dit is verge-lijkbaar met het programma voor toetsing en afsluiting in het regulierevoortgezet onderwijs (hierna: vo). Voor elk vak op elk niveau wordt apartevakinformatie beschikbaar gesteld. In totaal gaat het om 130 verschillendedocumenten. Binnen de verbeteragenda is onderzocht hoe de vakinfor-matie aantrekkelijker, toegankelijker en leesbaarder kan worden gemaakt.Hierbij zijn naast de examenbetrokkenen ook vso-scholen betrokkengeweest. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek is besloten om in2024 de vakinformatie te verbeteren voor alle vakken op alle niveaus. Zowordt de lay-out van de documenten veranderd, zodat er meer visueleondersteuning is. Ook wordt het taalgebruik eenvoudiger en toeganke-lijker gemaakt. Om te voldoen aan het besluit digitale toegankelijkeoverheid zijn alle documenten digitoegankelijk. Zo kunnen bijvoorbeeldook mensen met een visuele beperking deze raadplegen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 289, nr. 58910 De leden van de NSC-fractie vragen mij om het verschil te duiden tussende motivatie van vso-kandidaten en die van overige kandidaten om deel tenemen aan het staatsexamen. Ook vragen zij of ik, met het oog op ditverschil, van plan ben om bepaalde wijzigingen door te voeren in destaatsexamenorganisatie.Het verschil in motivatie wordt door het CvTE meegenomen in deuitwerking van de verschillende verbetermaatregelen. Het uitgangspuntdaarbij is dat het staatsexamen toegankelijk blijft voor zowel devso-kandidaten als de overige kandidaten. Een voorbeeld hiervan is de teonderzoeken maatregel om het college-examen te spreiden over het jaar.De verwachting is dat sommige kandidaten vaker de voorkeur hebben omhet college-examen voor de start van het centrale examen af te ronden.Andere kandidaten kunnen mogelijk meer baat hebben bij een afnamevan het college-examen in de zomermaanden, omdat dit een rustigereperiode is en het daarom beter uitkomt om examen te doen. In deimpactanalyse die momenteel door DUO wordt uitgevoerd wordendaarom beide momenten van afname meegenomen.De leden van de NSC-fractie vragen hoe ik de mogelijkheid tot hetuitlekken van examenvragen zo veel mogelijk wil voorkomen als hetstaatsexamen op meerdere momenten wordt afgenomen.Het doel van het flexibiliseren van het staatsexamen is dat het college-examen (vergelijkbaar met het schoolexamen in het reguliere vo) opmeerdere momenten en verspreid over het jaar kan worden afgenomen.In de meeste gevallen zijn dit mondelinge afnames waarbij geen sprake isvan het eventueel uitlekken van examenvragen, omdat het mondelingeexamen een gesprek is dat door de examinatoren wordt gevoerd en geenvragenlijst die afgevinkt wordt. In het geval dat er meerdere afnamemo-menten komen voor de schriftelijke college-examens, zorgt het CvTE voorvoldoende versies van het examenwerk zodat de risico’s geminimaliseerdworden. Het spreiden van het staatsexamen over het jaar zal niet geldenvoor de centrale eindexamens. Deze blijven op het vaste moment inmei/juni, gelijk aan de periode in het reguliere vo.De leden van de NSC-fractie vragen welke maatregelen de impactanalysedie het CvTE en DUO uitvoeren concreet bevat, welke maatregelen zij nietbevat, en de redenen waarom de betreffende maatregelen wel of niet zijnmeegenomen in de analyse. Ook de leden van de BBB-fractie vragen mijom een toelichting te geven op de inhoud van de maatregelen die wordenmeegenomen in de impactanalyse.Uit de verschillende onderzoeksprojecten en pilots en de gesprekken diezijn gevoerd met veldpartijen zijn door het CvTE verbetermaatregelenvoorgesteld die samen een «kansrijk scenario» vormen. Het CvTE heeftuitgangspunten geformuleerd bij dit «kansrijke scenario». Zo is hetstreven dat certificaatkandidaten een herkansing kunnen afleggen, dat allekandidaten inzicht krijgen in het CE-resultaat voor de start van huncollege-examens, dat kandidaten goed geïnformeerd worden over hetstaatsexamen via toegankelijke informatie en dat vso-docenten meeringezet kunnen worden voor de afnames van de staatsexamens op deeigen school.13 Voordat bepaald wordt welke verbetermaatregelenuitgevoerd zullen worden moeten de uitvoeringsconsequenties voor deexamenketen in beeld worden gebracht. Dit gebeurt in de impactanalysesdie momenteel door het CvTE en DUO worden uitgevoerd. Op basis vande uitkomsten van die impactanalyses zal worden bepaald wat hetimplementatieplan is van de verbetermaatregelen. Zoals eerder13Bijlage bij Kamerstukken II, 2023–2024, 31 289, nr. 585Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 289, nr. 58911 beschreven, is in de huidige impactanalyses slechts een deel van demogelijke verbetermaatregelen meegenomen, omdat het onhaalbaar isom alle verbetermaatregelen tegelijkertijd uit te voeren en te toetsen.Thema 2. Tijdelijke oplossing eerder bekend maken resultatenDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of er vanaf 2026 eenstructurele oplossing is om staatsexamenkandidaten eerder inzicht tegeven in het resultaat dat zij hebben behaald voor de centrale examens.Als het antwoord op deze vraag ja is, dan willen zij graag weten op welkeinformatie dat antwoord is gebaseerd en om welke structurele oplossinghet gaat.In 2026 zal er zeer waarschijnlijk nog steeds sprake zijn van een tijdelijkeoplossing (zoals in 2025). Om structureel aan 100% van de kandidaten hunresultaten eerder bekend te maken zijn namelijk vergaande aanpassingennodig aan de planning en organisatie van het staatsexamen. De maatre-gelen die dit mogelijk moeten maken zijn onderdeel van de verbeter-agenda staatsexamens. De eindrapportage van de verbeteragenda, die ikeind 2024 naar uw Kamer stuur, zal informatie bevatten over de termijnwaarop de structurele oplossing ingevoerd kan zijn.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het in de voorgesteldetijdelijke oplossing voor staatsexamenkandidaten mogelijk wordt om vierdagen na de bekendmaking van de N-termen inzicht te krijgen in hetbehaalde CE-resultaat. Deze leden vragen mij om uit te leggen waar ditspecifieke aantal van vier dagen vandaan komt.Deze vier dagen zijn gebaseerd op de inschatting van het CvTE en DUOvan de tijd die nodig is om na het bekendmaken van de N-termen descores van de kandidaten om te zetten naar cijfers, deze te controleren envervolgens te communiceren aan de betreffende kandidaten. Doordatdeze werkzaamheden niet volledig geautomatiseerd kunnen gebeuren zalvoor de bekendmaking rekening gehouden moeten worden met vierdagen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat met de tijdelijkeoplossing in examenjaar 2025 80 tot 85 procent van de staatsexamenkan-didaten vier dagen na de bekendmaking van de N-termen inzicht kankrijgen in het behaalde CE-resultaat. Zij vragen waar deze percentagesvandaan komen en hoe deze percentages zijn berekend. Ook vragen dezeleden of het gaat om een specifieke groep of een willekeurige groepstaatsexamenkandidaten die vier dagen na de bekendmaking van deN-termen inzicht kan krijgen in het behaalde CE-resultaat. Daarnaastwillen zij weten waar het percentage van 95 procent vandaan komt enwelke leerlingen onder dit percentage vallen. Aanvullend hierop vragende leden van de GroenLinks-PvdA-fractie waarom het niet mogelijk is omde resterende 5 procent van de leerlingen zeven dagen na bekendmakingvan de N-termen inzicht te bieden in het behaalde CE-resultaat, en of ditpercentage een specifieke groep leerlingen betreft.De percentages zijn gebaseerd op de ervaringen van de afgelopen jaren.Het proces vanaf afname tot het bekendmaken van de resultaten bevatvele stappen met verschillende risico’s op vertraging (bijvoorbeeld depost of vertraging bij de correctie). Daarom is het niet mogelijk om 100procent te garanderen. Ook is het proces anders dan op de regulierescholen waar de eigen docent de eerste correctie kan uitvoeren. De groepdie de resultaten niet vier dagen na bekendmaking van de N-termenhoren, is niet een specifieke groep, al is de kans dat vso-leerlingen hunresultaat later horen (na het college-examen) wel iets groter dan voorTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 289, nr. 58912 andere kandidaten. Dit heeft ermee te maken dat er voor vso-leerlingenminder tijd zit tussen het afnemen van de centrale examens en decollege-examens. Zij leggen deze examens op de eigen school af, omdatdit voor hen een vertrouwde omgeving is. Doordat vso-scholen in dezomervakantie gesloten zijn, is er na de bekendmaking van de N-termenminder tijd beschikbaar om de college-examens af te nemen. Daardoor isde kans groter dat leerlingen hun college-examen eerder moeten afleggendan dat zij hun cijfers voor hun centrale examens kunnen horen. Uitein-delijk blijft er naar verwachting een kleine groep over waarvan het cijferniet voorafgaand aan het college-examen bekend kan worden gemaakt.Deze kandidaten krijgen hun CE-uitslag uiteraard wel, maar zij hebben hierdus geen profijt van bij de voorbereiding op het college-examen.Aangezien dit het belangrijkste doel is van de voorgestelde maatregel omde cijfers eerder bekend te maken beschouw ik de ongelijkheid die met detijdelijke maatregel ontstaat tussen kandidaten als een dilemma, zoalseerder al geschetst in de Kamerbrief van 2 april jl.14De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of ik de tijdelijkeoplossing voor examenjaar 2025 om staatsexamenkandidaten eerderinzicht te geven in het behaalde CE-resultaat heb voorgelegd aan (eenvertegenwoordiging van) de leerlingen in kwestie. Deze leden willenweten hoe de staatsexamenleerlingen zelf kijken naar het dilemma dat ikvoorleg in de Kamerbrief. Ook vragen zij of de inzet die gepleegd moetworden om de tijdelijke oplossing voor examenjaar 2025 voor elkaar tekrijgen ten koste gaat van het uitvoeren en/of versnellen van de verbeter-agenda staatsexamens.Het voorstel voor het eerder bekend maken van resultaten is voorgelegdaan vertegenwoordigers van een aantal organisaties, waaronder LBVSOen de Stem van de vso-leerling. De partijen begrijpen dat er met dehuidige systemen en processen op dit moment niet meer mogelijk is,maar vinden dit begrijpelijkerwijs wel spijtig. LBSVO heeft benadrukt dater naast het eerder bekendmaken van resultaten ook andere belangrijkezaken zijn die wat haar betreft niet mogen ondersneeuwen bij de inzet ophet eerder bekend maken, zoals het bieden van herkansingen aandeelcertificaatkandidaten. Het invoeren van deze tijdelijke oplossing is eenextra activiteit die naast de maatregelen uit de verbeteragenda uitgevoerdmoet worden. De capaciteit die ingezet wordt om deze tijdelijke oplossinguit te voeren kan niet ingezet worden op onderdelen uit de verbeter-agenda. Momenteel wordt onderzocht wat precies de impact is van detijdelijke oplossing op de examenketen en in welke mate dit zorgt voorvertraging op de verbeteragenda. De structurele oplossing is onderdeelvan de verbeteragenda en leidt derhalve niet tot vertraging op anderethema’s van de verbeteragenda. In de te onderzoeken mogelijkheid doorbijvoorbeeld aan spreiding van de college-examens over het jaar tewerken, ontstaat zowel ruimte voor het eerder bekend maken vanresultaten als ruimte voor herkansingen voor deelcertificaatkandidaten.Ook kunnen examinatoren hierdoor efficiënter worden ingezet omdat erzo minder sprake van piekmomenten in de zomervakantie kan zijn. Debeoogde maatregelen die nu geanalyseerd worden op impact zorgen dusop meerdere fronten voor verbeteringen.De leden van de BBB-fractie vragen wat de financiële en operationeleimpact is van de tijdelijke oplossing voor examenjaar 2025 om staatsexa-menkandidaten eerder inzage te kunnen geven in hun CE-resultaten.14Kamerstukken II, 2023–2024, 31 289, nr. 585Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 289, nr. 58913 De financiële en operationele impact van het eerder bekend maken van deCE-resultaten zal door DUO in kaart worden gebracht bij de impact-analyse. Eind 2024 kan ik uw Kamer hierover informeren. De verwachtingis dat de kosten vanaf 2025 naar schatting € 1 miljoen. per jaar zullen zijn,totdat de structurele oplossing is ingevoerd. Deze kosten kunnen wordengedekt binnen artikel 3 van de OCW-begroting.Thema 3. Gespreksronde examineren in het vsoDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe de gespreksrondeover het examineren in het vso zich verhoudt tot het «belevingsonderzoekexamineren vso-leerlingen» dat in 2021 (na aanname van de motie vanhet lid Westerveld15) is uitgevoerd.Het onderzoek was gericht op de leerling, de gespreksronde op de scholenzelf. In het belevingsonderzoek «examinering in het vso» is onderzocht inhoeverre het staatsexamen in het vso aansluit bij de belevingswereld,capaciteit en behoeften van de vso-leerlingen. In dit onderzoek heeft defocus gelegen op hoe vso-kandidaten het staatsexamen en het procesrondom examinering ervaren. In de gespreksronde «examinering in hetvso» ligt de focus op wat de achterliggende redenen zijn van vso-scholenom te kiezen voor een bepaalde examenvoorziening. Door in gesprek tegaan met vso-scholen uit alle vier de clusters die verschillend gebruik-maken van de beschikbare examenvoorzieningen, is in beeld gebrachtwaar eventuele mogelijkheden bestaan om vso-scholen gebruik te latenmaken van een andere examenvoorziening dan het staatsexamen. Zo isonder andere naar voren gekomen dat er veel onbekend is bij vso-scholenover de mogelijkheden om een samenwerking aan te gaan met eenreguliere vo-school of vavo-instelling op het gebied van examinering. Dekomende periode wordt verder onderzocht wat kan bijdragen aan hetstimuleren van dergelijke samenwerkingen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie geven aan dat het opvalt dat erveel onderzoek wordt gedaan, maar dat er tot op heden weinig concretezaken zijn veranderd als het gaat om examineren in het vso. De ledenvragen of ik hierop kan reflecteren en hierin kan meenemen of er opnieuween onderzoek nodig is. Tevens vragen zij wanneer begonnen wordt methet regelen van concrete aanpassingen.Zoals eerder toegezegd wordt uw Kamer eind 2024 geïnformeerd over hettijdpad voor de implementatie van de beoogde maatregelen uit deverbeteragenda. Daarnaast wordt u geïnformeerd over de toekomst vanhet staatsexamen en de bredere maatschappelijke functie van hetstaatsexamen als examenvoorziening. Om hierover uitspraken te doen iskennis nodig over de doelgroepen die gebruikmaken van de verschillendeexamenvoorzieningen. De resultaten uit het genoemde Oberon-onderzoekworden hierbij betrokken. Dit onderzoek kijkt breder dan alleen naar hetstaatsexamen en biedt daarmee belangrijke informatie om een kwalitatiefhoogwaardig examenproces uit te kunnen voeren. Als er aanpassingen ophet staatsexamen worden overwogen, zoals bijvoorbeeld het uitbreidenvan de herkansingsregeling, dan heeft dit (mogelijk) ook impact op deandere twee examenvoorzieningen. Het is daarom goed om ook naar hetvavo en regulier onderwijs te kijken en te bepalen of daar ook aanpas-singen nodig zijn. Dit vraagt nu eenmaal onderzoek zodat over kanworden gegaan tot gedegen en onderbouwd handelen.De leden van de VVD-fractie vragen of ik in beeld heb voor hoeveelleerlingen uit het speciaal onderwijs reguliere examinering werkbaar zoukunnen zijn.15Kamerstukken II, 31 289, nr. 430Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 289, nr. 58914 Het is op dit moment niet mogelijk om aan te geven voor hoeveelleerlingen uit het speciaal onderwijs deelname aan de reguliere exami-nering werkbaar zou zijn. Het maatwerk dat bij het staatsexamen wordtgeboden is in veel gevallen in ieder geval op papier ook mogelijk in hetregulier vo maar kan veel vragen van de vo of vso-school. Ook derandvoorwaarden van het staatsexamen, zoals het kunnen spreiden vande examens over een periode van tien jaar (in tegenstelling tot twee jaarin het regulier vo) kan het staatsexamen soms tot een geschikterevoorziening voor sommige leerlingen maken. Het uitgangspunt moet zijndat vso-leerlingen te allen tijde op een voor hen passende plek hetexamen kunnen afleggen. Op dit moment wordt in het vervolg van degespreksronde «examinering in het vso» verkend op welke wijzevso-scholen hierbij ondersteund kunnen worden.Thema 4. NormeringDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of het relatief lageslagingspercentage van 72 procent, zoals genoemd in het Jaarverslag vanhet College voor Toetsen en Examens 2023, in vergelijking metexamenjaar 2021 in verband te brengen is met de afschaffing van de extraherkansing die was ingevoerd vanwege corona. Zij willen ook weten inhoeverre ik van mening ben dat een verminderde onderwijskwaliteitzichtbaar wordt in lagere slagingspercentages in het voortgezet onderwijs.Aanvullend hierop vragen zij mij om te verklaren hoe het kan dat deproblematische onderwijskwaliteit, waarover de Inspectie van hetOnderwijs al een aantal jaren op rij haar zorgen uit, nauwelijks zichtbaarwordt in de slagingspercentages. Tot slot vragen deze leden in hoeverrede normeringsystematiek de algemene achteruitgang in de onderwijskwa-liteit blootlegt, zoals deze zich voordoet over de hele linie.Het slagingspercentage van 72 procent uit het Jaarverslag van het CvTErefereert aan het percentage geslaagde diplomakandidaten staatsexamenvo en heeft dus geen betrekking op het reguliere vo. Jaarlijks wordt deTweede Kamer na afloop van de examenperiode geïnformeerd over deresultaten van de examens in het reguliere vo via de examenmonitor vanDUO. In de brief van 8 september 2023 kunt u lezen dat in 2023 89,4procent van de kandidaten in het reguliere vo slaagde.16 Eind 2023informeerde ik uw Kamer ook over de slagingspercentages van destaatsexamenkandidaten.17Er is niet direct een verband zichtbaar tussen een verminderde onderwijs-kwaliteit en de slagingspercentages. Hier ligt hoogstwaarschijnlijk eenaantal factoren aan ten grondslag. Zo bleek uit de examenmonitor 2023van DUO dat het aandeel leerlingen uit de examenklas dat niet isaangemeld voor het examen of zich heeft teruggetrokken na aanmeldingis toegenomen. Relatief meer leerlingen in de examenklassen hebben dusgéén examen afgelegd. De reden hiervoor kan zijn dat de leerling nog nietklaar is om examen te doen en extra tijd nodig heeft. Een anderemogelijkheid is dat scholen leerlingen die er niet goed voor staan latendoubleren in het voor-examenjaar. De leerling krijgt dan met goedebegeleiding vanuit het onderwijs extra tijd om zich voor te bereiden ophet examenjaar. De slagingspercentages in het reguliere vo lagen in dejaren waarin er examenmaatregelen waren (2020, 2021 en 2022) een stukhoger dan in de jaren vóór de coronapandemie, met name ten gevolge16Kamerstukken II, 2023–2024, 31 289, nr. 55417Kamerstukken II, 2023–2024, 31 289, nr. 563Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 289, nr. 58915 van de duimregeling.18 Als de slagingspercentages van 2023 en 2019vergeleken worden, dan zien we dat de daling veelal beperkt blijft tot eenaantal procentpunten, voor de meeste schoolsoorten rond de 2%-punt. Ikdeel de zorgen van de Inspectie van het Onderwijs over leerlingen die debasisvaardigheden onvoldoende beheersen. Daarom investeert hetkabinet middels het Masterplan basisvaardigheden structureel 1 miljardeuro op jaarbasis in het funderend onderwijs voor versterking van debasisvaardigheden.19De normering van de centrale examens heeft als doel om de prestatie-eisen – de lat waar leerlingen overheen moeten springen om eenvoldoende te halen – van jaar op jaar te handhaven. Door middel van dezogeheten «N-term» wordt er gecompenseerd voor de verschillen inmoeilijkheid tussen examens uit verschillende jaren. De doorontwikkeldenormeringssytematiek, waarin het CvTE gebruik zal gaan maken van allebeschikbare bronnen, levert een betere voorspelling op van de bestpassende N-term. Mocht blijken dat leerlingen die dit jaar examen doenbeter presteren op een examen dat qua moeilijkheid vergelijkbaar is met2023 dan zorgt de normering ervoor dat het gemiddelde cijfer in 2024hoger is dan in 2023. Dit zorgt ervoor dat de leerling in 2024 gelijkbeoordeeld wordt op zijn/haar prestatie als een leerling in 2023 en dat dehoogte van de lat gehandhaafd blijft.De leden van de VVD-fractie vragen hoe ik kijk naar het besluit van hetCvTE om de prestatie-eis nog niet op hetzelfde niveau te leggen als deprestatie-eis voor corona. Tevens vragen deze leden hoe ik waarborg dateen diploma verkregen via de staatsexamens dezelfde waarde behoudt alseen diploma verkregen via de reguliere route in het voortgezet onderwijs.Het besluit van het CvTE over de prestatie-eis geldt niet specifiek voorkandidaten die staatsexamen afleggen, maar heeft betrekking op allekandidaten die examen doen in het vo in 2024.20 Het is dus niet zo dat erin het reguliere vo een andere prestatie-eis wordt gehanteerd dan bij hetstaatsexamen. Het diploma verkregen via het staatsexamen behoudtdaarmee dezelfde waarde als het diploma verkregen via de reguliereroute.Thema 5. Herkansing deelcertificaatkandidatenDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe het staat met deuitvoering van de motie van het lid Westerveld21 over herkansingen voorkandidaten die vanwege studie of beroep opgaan voor een certificaat. Ookwillen zij weten op welke manieren afgelopen jaren is gekeken naar demogelijkheden voor een herkansing voor de kandidaten die een certificaatnodig hebben voor hun vervolgopleiding.Het bieden van herkansingen aan deelcertificaatkandidaten is onderdeelvan de verbeteragenda. Het voornaamste probleem voor de staatsexa-menorganisatie is dat het bieden van herkansingen aan deelcertificaatkan-didaten fors meer capaciteit vraagt dan het bieden van herkansingen aanalleen diplomakandidaten. De college-examens vereisen namelijk inzetvan staatsexaminatoren. Dit zijn veelal leraren uit het reguliere vo die zelf18In 2021 en 2022 konden leerlingen de resultaten een één vak, niet zijnde een kernvak, weglatenbij de uitslagbepaling, de zogeheten duimregeling. In 2020 waren er ook hoge slagingspercen-tages, ten gevolge van het schrappen van de centrale examens in dat jaar.19Kamerstukken II, 2023–2024, 31 293, nr. 70920Het CvTE heeft een interessante animatievideo gemaakt waarin de herijking van deprestatie-eis wordt uitgelegd: https://www.cvte.nl/actueel/nieuws/2024/03/11/normering-2024-hoe-gaan-we-te-werk21Kamerstuk 35 300 VIII, nr. 192Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 289, nr. 58916 ook aan examenklassen lesgeven. Er is binnen de projecten en onder-zoeken van de verbeteragenda naar manieren gezocht om deze capaciteitop een aantal fronten te vergroten. Zo helpt het terugdringen vanterugtrekkingen en no-shows om capaciteit te houden voor kandidaten diewel examen willen doen. Ook een betere inzet van examenbetrokkenendoor het verbeteren van de vergoedingenstructuur kan hier aan bijdragen,evenals het spreiden van de college-examens over het jaar. Op basis vande ervaringen uit de onderzoeksprojecten van de verbeteragenda heefthet CvTE in samenwerking met DUO een set aan verbetermaatregelenvoorgesteld, die nu op uitvoerbaarheid, maakbaarheid en haalbaarheidworden getoetst door DUO en het CvTE. Eind 2024 wordt uw Kamergeïnformeerd over het tijdpad voor de implementatie van deze maatre-gelen en op welke termijn het haalbaar is om een herkansingsmoge-lijkheid te kunnen bieden aan certificaatkandidaten. Tot het moment datdit geregeld is blijven diplomakandidaten het recht houden op een extraherkansing.22Thema 6. Kosten staatsexamensDe leden van de VVD-fractie vragen hoe hoog de geldelijke vergoedingvoor staatsexaminatoren nu gemiddeld is, wat daarmee de kosten perafgenomen examen zijn, en of het CvTE ook gebruikmaakt van tussenpar-tijen.De vergoedingen die staatsexamenbetrokkenen (waaronder locatievoor-zitters, examinatoren, secretarissen, surveillanten en correctoren)ontvangen verschillen sterk per taak en functie. Zo is er een vast bedragdat zij ontvangen voor de taak die zij uitvoeren (voor examinatorenbedraagt het vaste bedrag € 258,– bruto) en wordt het bedrag veelalopgehoogd met reis- en verblijfkosten en eventueel aangevuld metfunctievergoedingen.23 Omdat de vergoedingen tussen staatsexamenbe-trokkenen zo sterk verschillen is het niet mogelijk een gemiddeldevergoeding voor staatsexamenbetrokkenen te geven. Het in beeldbrengen van de kosten per afgenomen examen is mede hierdoor zeercomplex. Zo hangt dit bij de functie van locatievoorzitters bijvoorbeeldsamen met de grootte van de examenlocatie waar de voorzitter voorverantwoordelijk is. In de beantwoording van het schriftelijk overlegstaatsexamens 2022 is eerder een indicatie gegeven van de kosten van€ 248,– per afgenomen (mondeling) college-examen in 2022.24 Deinschatting is dat de kosten voor 2023 vergelijkbaar zijn. Het CvTE maaktin beginsel geen gebruik van tussenpartijen, maar heeft als noodop-lossing incidenteel gebruik gemaakt van tussenpartijen om verschillendefunctionarissen te werven.Thema 7. SlagingspercentagesDe leden van de NSC-fractie vragen naar de cijfermatige verschillentussen het slagingspercentage van vso-leerlingen en dat van overigekandidaten bij de staatsexamens voor zowel diploma’s als certificaten.Ook willen zij graag een toelichting op de factoren die mogelijk een rolspelen bij deze verschillen.22Kamerstukken II, 2022–2023, 31 289, nr. 521.23Per functioprofiel worden op deze website de vaste vergoedingen weergegeven: https://www.staatsexamensvo.nl/meewerken-aan-staatsexamens-vo24Kamerstukken II, 2022–2023, 31 289, nr. 547Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 289, nr. 58917 In de staatsexamenmonitor 2023 is uiteengezet wat de verschillen zijn inslagingspercentages tussen vso-kandidaten en overige kandidaten die zijnopgegaan voor het diploma.25 Over het algemeen ligt het slagingsper-centage van vso-kandidaten hoger dan het slagingspercentage vanoverige staatsexamenkandidaten. De verwachting is dat dit komt doordatvso-kandidaten verbonden zijn aan een school en daardoor beter wordenvoorbereid op het examen. Daarnaast gaan vso-kandidaten vaker danoverige kandidaten op voor een certificaat met als doel om in een laterjaar het diploma te halen. In het jaar dat zij opgaan voor het diplomazullen zij voor minder vakken opgaan, waardoor de kans dat zij slagengroter is. Het gaat hierbij niet om een hoger slagingspercentage vanvso-kandidaten ten opzichte van leerlingen uit het reguliere vo, waardoorhet dus niet aantrekkelijker wordt om deel te nemen aan het staats-examen. Het is niet mogelijk om inzichtelijk te maken wat het slagingsper-centage is onder certificaatkandidaten. Dat komt omdat er bij certificaat-kandidaten niet gesproken kan worden over geslaagd of gezakt. Met eenonvoldoende voor een certificaat is het hypothetisch gezien mogelijk omeen diploma te behalen. Om die reden krijgen alle certificaatkandidateneen certificaat voor het vak waarvoor zij zijn opgegaan, los van het cijferdat zij hebben behaald.25Kamerstukken II, 2023–2024, 31 289, nr. 563Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 289, nr. 58918
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.