Initiatiefnota
Brontekst
Versie e74e22e823b980c2 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 635Initiatiefnota van het lid Slagt-Tichelman overWijkgerichte ouderenzorg door zorgzamebuurtenNr. 2 INITIATIEFNOTA Inhoudsopgave1.Voorwoord12.Inleiding23.Doelstelling en uitgangspunten wijkgerichte ouderenzorg4a.Zorgzame buurten5b.Zeggenschap van ouderen5c.Gemeenschapsbetrokkenheid7d.Buurthuiskamers (ontmoetingsruimten)7e.Preventieve zorg en gezondheidsbevordering9f.Samenwerking9g.Lokale zorgorganisaties10h.Ondersteuning114.Wijkgerichte ouderenzorg als aanvulling op huidig beleid125.Financiering156.Voorstellen167.Literatuurlijst178.Dankwoord19 1. Voorwoord Iedereen wil op een prettige en gezonde manier oud worden. En we wetenook dat dit niet iedereen gegeven is. We worden ouder, maar niet allemaalgezonder. Het is noodzakelijk dat we met een realistische en haalbare visiekomen op verbetering van de ouderenzorg, zodat we met schaarsemiddelen toch kunnen voorzien in de grote wensen van iedereen omvolwaardig oud te worden. Daarom is een nieuwe kijk op ouderenzorgnodig. We hebben meer plekken nodig in verpleeghuizen voor ouderendie niet meer thuis kunnen wonen en een complexe zorgvraag hebben.Daarnaast moeten we er samen voor zorgen dat er meer zorg enbegeleiding dicht bij huis en in de wijk komt. In deze nota zal de initiatief-nemer voorstellen doen om dat laatste te bevorderen. kst-36635-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 21 Deze initiatiefnota is bedoeld als een aanvulling op het ProgrammaWonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO).1 Het WOZO heeftals doel om een omslag te maken in de organisatie van de zorg enondersteuning voor ouderen. Betrokken partijen hebben een gemeen-schappelijk beeld van de opgave: we willen, we moeten en we kunnenanders. Daarbij is een nieuwe norm geformuleerd: zelf als het kan, thuisals het kan en digitaal als het kan. Deze initiatiefnota is daarop vantoegevoegde waarde omdat het ook uitgaat van het samen met elkaardoen waar mensen dat graag zouden willen. Woorden als nabijheid,wederkerigheid en vrijwilligheid zijn hierbij passend. Daarbij wordt hetnoaberschap, mienskip, nabuurschap en het omkijken naar elkaar, als menwil, meer gefaciliteerd. Immers, wie wil zich nou niet gezien, gehoord enbetrokken voelen?2 Het vergroten van de zeggenschap van ouderen overhun eigen zorg is daarbij heel belangrijk.2. Inleiding We worden als Nederlanders steeds vitaler ouder en veel mensenbereiken zonder al te veel problemen een hoge leeftijd. In de afgelopeneeuw is het aantal 65-plussers in Nederland meer dan vertienvoudigd. Erzijn momenteel meer dan 3,5 miljoen 65-plussers in Nederland.3 Binnendeze groep neemt ook het aantal 80-plussers toe, wat aanvullendezorguitdagingen met zich meebrengt.4 Zij dragen allen op allerleimanieren bij aan een fijne samenleving. De initiatiefnemer wil hen daarinhelpen door te stimuleren dat zij op een fijne manier kunnen blijvenbijdragen aan de samenleving. Dit gaat de initiatiefnemer doen doorzorgzame buurten in te richten. Zorgzame buurten beginnen bij hetinvesteren in ontmoetingen, activiteiten en welzijn. De initiatiefnemer wilzoveel mogelijk preventief handelen: voorkomen is beter dan genezen. Zowil de initiatiefnemer oudere mensen ondersteunen en de vitaliteitbevorderen. De initiatiefnemer wil hen in positie brengen om elkaar tekunnen helpen. Hierbij is het van groot belang dat wij als samenleving delevenservaring en bijdrage van ouderen waarderen en erkennen: dat is dekracht van intergenerationeel samenleven. De initiatiefnemer pleit voorwijkgerichte ouderenzorg door zorgzame buurten: initiatieven, geleid doorproactieve mensen uit de samenleving, die gericht zijn op het verbeterenvan de levenskwaliteit van ouderen door zorg dichter bij huis te brengen.Doordat we met zijn allen een stuk ouder worden, wordt ook verwacht dathet aantal ouderdomsziekten zal toenemen. Denk bijvoorbeeld aan ziektenzoals dementie, een beroerte, artrose en Parkinson. Het aantal mensenmet dementie neemt de komende decennia fors toe: nu zijn er ongeveer300 duizend mensen met dementie, maar in 2040 zullen dit er naarverwachting ruim 500 duizend zijn.5 Naast fysieke problemen, zien we ookdat bijvoorbeeld de kans op eenzaamheid toeneemt naarmate mensenouder worden. Dit zien we vooral terug in de vorm van socialeeenzaamheid: zij hebben minder contact met anderen dan gewenst. Maarook voelen veel mensen zich emotioneel eenzaam: zij missen het hebbenvan een hechte band met één of meerdere personen. Het aantal mensenwat zich zo voelt neemt toe na de leeftijd van 75 jaar.6 Naast leeftijd spelenook omstandigheden een rol. Zo is de kans op eenzaamheid groter bij een1Kamerstuk II 2023/24 29 389, nr. 1272Boersma-de Jong M. F. (2022). Impactbox: De Kracht van Naoberschap, IMPACTBOX.pdf(hanze.nl)3Kernprognose 2022–2070: Door oorlog meer migranten naar Nederland | CBS4Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, (2024). Gematigde groei – Rapport vande Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, Den Haag.5Factsheet cijfers en feiten over dementie | Alzheimer Nederland (alzheimer-nederland.nl)6Sociaal en Cultuur Planbureau (2018). Rapport: Kwetsbaar en eenzaam? Risico’s enbescherming in de ouder wordende bevolking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 22 opeenstapeling van gebeurtenissen, zoals het overlijden van een partneren het verlies van mobiliteit en zelfstandigheid door verminderd functio-neren.Tegelijkertijd zien we ook dat deze ontwikkelingen van invloed zijn op dezorgarbeidsmarkt. Het is een feit dat er meer zorgtaken bijkomen en erminder personeel beschikbaar zal zijn voor zorgtaken.7 Nu werkt ongeveer1 op de 6 Nederlanders in de zorg. In 2040 zullen naar verwachting 1 opde 4 Nederlanders in de zorg moeten werken. Dit kan variëren per regioen binnen regio’s. Dit betekent voor ons dat we de komende tijd flinkeinvesteringen zullen moeten doen om de groeiende zorgvraag tegemoette komen. Maar tegelijkertijd zien we ook dat niet iedere vraag per sethuishoort in het zorgdomein.De samenleving is in de afgelopen decennia steeds meer gericht op hetindividu. Traditionele steunverbanden zijn soms afgebrokkeld. Hierdoorbelanden veel hulpvragen onterecht in het zorgdomein, maar dit kunnenwij ons niet veroorloven gezien de personeelstekorten en de groeiendezorgvraag.8 Ons systeem is momenteel erg ingericht op het aanspraakmaken op formele zorg, maar er is niet altijd een medisch antwoordnodig. Juist daarom is het belangrijk dat het netwerk binnen de wijk en desociale cohesie versterkt worden. Maak meer plaats voor een warme enbetrokken samenleving, waar iedereen weer tot hun recht komt en zichgehoord, gezien en gewaardeerd voelt.In een onderzoek door Academy het Dorp gaven ouderen aan dat ze hulpen steun het liefst vlak in de buurt willen vinden; in de eigen straat, in deeigen wijk, in het eigen dorp.8 Bovendien gaven mensen aan graag ietsvoor elkaar te willen betekenen, maar zij vinden het tegelijkertijd lastig omzelf om hulp te vragen.9 Veel mensen hebben afgeleerd om via informelekanalen om hulp te vragen, zij richten zich vaak tot een professional. Alshet gebruikelijk is om in een buurt elkaar actief om hulp te vragen, maarook voor elkaar te zorgen, zullen mensen ook veel sneller hulp voorzichzelf durven te vragen. Uit een behoeftenonderzoek van EspriaLedenvereniging/ZorghulpNL onder ruim 16.000 mensen kwamendrie zorgen naar voren:101.Betaalbaarheid en toegankelijkheid van de zorg2.Het gevoel op jezelf aangewezen te zijn3.Het wegwijs worden in het zorglandschap, het ontbreken vaninformatie of advies en directe (informele) hulp in de nabijheid. Ditkwam bij mensen met allerlei zorgvragen naar voren. Mensen die eencasemanagerdementie hebben voelden zich al wel vaak goedgeholpen om wegwijs te worden in het zorglandschap.11Door alle demografische ontwikkelingen is verandering in de ouderenzorghard nodig. Ouderen hebben behoefte aan laagdrempelige en informelezorg in de wijk. Wijkgerichte ouderenzorg door zorgzame buurten kandeze wens goed vervullen. Hierbij moet er wel goed rekening gehoudenworden met lokale verschillen. Maatwerk is vereist. De basis ligt indiversiteit en aansluiting bij de buurt. Juist in deze tijd zien wij dat erbehoefte is aan een fijne en hechte gemeenschap, waarin mensen elkaarhelpen. Zo kunnen we in Nederland met zijn allen op een prettige manier7Arbeidsmarkt zorg in cijfers 2023; Winnend werven in een krappe arbeidsmarkt, onderzoek vanCompagnon en Intelligence group.8Meten & Monitoren | Salland United (afgerond) – Academy Het Dorp9Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2021) Kiezen voor houdbare zorg. Mensen,middelen en maatschappelijk draagvlak, wrr-Rapport 104, Den Haag: wrr10Behoefteonderzoek informele zorg | Espria Ledenvereniging11Hoe wordt jouw ontmoetingsplek dementievriendelijk? | Alzheimer Nederland (alzheimer-nederland.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 23 ouder worden en leven met elkaar: zelf als het kan, thuis als het kan,digitaal als het kan én samen met elkaar doen waar mensen dat graagzouden willen. Zo ontlasten we de zorg, maar werken we tegelijkertijd aanhet bouwen en in stand houden van de gemeenschap. Wijkgerichteouderenzorg is hier bij uitstek een passende aanpak voor. Daarom pleit deinitiatiefnemer ervoor om meer ruimte te geven aan initiatieven vanwijkgerichte ouderenzorg en de opzet hiervan te bevorderen. Om dit teregelen, zal de initiatiefnemer in deze nota enkele concrete voorstellendoen. Allereerst zal er een uitleg gegeven worden van wijkgerichteouderenzorg en diens uitgangspunten. Vervolgens zal er dieper ingegaanworden op de uitgangspunten en vormen van wijkgerichte ouderenzorg,zoals zorgzame buurten. Hierbij worden concrete voorbeelden aangehaaldvan initiatieven, maar ook de knelpunten zullen toegelicht worden. Dit zalgevolgd worden door een uitleg van de waarde van wijkgerichteouderenzorg als toevoeging op het huidige beleid en een financiëlebijlage. Aan het einde kunt u een overzicht van alle voorstellen vinden.3. Doelstelling en uitgangspunten wijkgerichte ouderenzorg Een wijkgerichte aanpak wordt vaak geïnitieerd door mensen die proactiefen positief met elkaar willen bijdragen aan oplossingen. Een dergelijkeaanpak richt zich op het verbeteren van de levenskwaliteit van ouderendoor zorg dichter bij huis te brengen. Bij zo’n aanpak staan de verschil-lende uitgangspunten centraal: zorgzame buurten, zeggenschap vanouderen, gemeenschapsbetrokkenheid, vrijwilligers en de introductie vanbuurthuiskamers (ontmoetingsruimten). Met eenvoudige aanpassingenkunnen deze ruimten ook inclusief gemaakt worden voor mensen metdementie. Alzheimer Nederland heeft hiervoor aanpassingen ontwikkeldsamen met buurthuizen en Odensehuizen.12 Bij een wijkgerichte aanpakspelen ook preventieve zorg, gezondheidsbevordering, een lokaalzorgcentrum en samenwerking een rol. Alle hiervoor genoemde uitgangs-punten worden in dit hoofdstuk één voor één nader toegelicht. Wijkge-richte zorg kan ingericht worden volgens de behoeften van initiatief-nemers van dergelijke projecten of naar de behoefte van wijkinwoners. Bijde inrichting van projecten kan er ook variatie zitten in de rol van deoverheid.Deze initiatiefnota beoogt drempels weg te nemen voor het implemen-teren van wijkgerichte ouderenzorg in heel Nederland met de volgendedoelstellingen:•Het verhogen van de kwaliteit van leven van ouderen door zorg in dewijk aan te bieden.•Het bevorderen van de zelfstandigheid en autonomie van ouderen.•Versterken van zeggenschap van ouderen over welzijn en zorg.•Versterken van sociale netwerken en gemeenschapsbetrokkenheid.•Verminderen van eenzaamheid en isolement.•Verlichten van de druk op formele zorginstellingen.•Tegengaan onnodige zorg-reistijden op een krappe arbeidsmarkt zodater iets meer tijd voor zorg is in de wijk.•Bijdragen aan de transformatie van het opdrachtgeverschap binnenlokale zorgorganisatiesHieronder zullen we nader ingaan op de uitgangspunten die van belangzijn voor het implementeren en functioneren van wijkgerichteouderenzorg.12Hoe wordt jouw ontmoetingsplek dementievriendelijk? | Alzheimer Nederland (alzheimer-nederland.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 24 a. Zorgzame buurten Bij een wijkgerichte aanpak, kun je denken aan zorgzame buurten. Dezenota beoogt zowel zorgzame buurten als zorgzame gemeenschappen testimuleren. Bij zorgzame buurten werken bewoners, organisaties enzorgverleners in een gemeenschap samen om een ondersteunendeomgeving te creëren. Dit kan op verschillende manieren gebeuren opinitiatief een organisatie of van zorgverleners. Ook de buurtverenigingendie gezamenlijke maaltijden en activiteiten organiseren om ouderen enandere bewoners samen te brengen, kunnen initiatiefnemer zijn van eenzorgzame buurt. In deze buurten wordt de sociale cohesie bevorderd.Zorgzame buurten zijn overigens niet exact hetzelfde als zorgzamegemeenschappen. Bij een zorgzame gemeenschap ligt het initiatief bij deburgers zelf. Voorbeelden van een zorgzame gemeenschap zijn Austerlitzen Kloosterburen: hier ligt het initiatief bij de burgers. Deze zorgzamegemeenschappen worden gevormd door actieve burgers die op eigeninitiatief activiteiten ontplooien op het gebied van welzijn, zorg en(gemeenschappelijk) wonen.13De aanbeveling om zorgzame buurten te stimuleren staat ook beschrevenin het rapport «Signalement Passende langdurige zorg – van zelfredzaamnaar samenredzaam» van het Zorginstituut Nederland.14 Binnen eenzorgzame gemeenschap zijn mensen «samenredzaam». Dat wil zeggendat zij samen hulpvragen oplossen, waardoor professionele zorg minderof pas later nodig is. Dit verlicht de druk op professionele zorg.15 Dezeaanpak sluit tevens ook aan op de adviezen uit het rapport «Kiezen voorhoudbare zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak» (2021)van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.16De indiener stelt voor:•Geef gemeenten een taakstelling om initiatieven te nemen of burgeri-nitiatieven te ondersteunen om zorgzame buurten en gemeenschap-pen te creëren in heel Nederland. Let hierbij op dat de werkwijze zowordt aangepast dat deze ook inclusief is voor mensen met dementie.•Ondersteun betrokken organisaties door actief informatie te versprei-den over zorgzame buurten en zorgzame gemeenschappen aangemeenten.b. Zeggenschap van ouderen Het is voor iedereen complex om zorg en ondersteuning te regelen. Jemoet je weg kunnen vinden naar de voor jou relevante regelingen. Als jeze eenmaal hebt gevonden, moet je ze ook nog zien te ontcijferen, zodat jebegrijpt welke eisen er worden gesteld per regeling.17 Hierdoor verliezenouderen het vertrouwen in de ouderenzorg: de ouderenzorg is complexgeorganiseerd en gebaseerd op marktwerking.18 Dit pakt voor verschil-lende groepen anders uit. Zaken als een hoog inkomen, een (acade-mische) opleiding en een sociaal netwerk kunnen positief bijdragen aanhet vertrouwen om zelf dingen te kunnen regelen. Mensen met een lager13Zorginstituut Nederland (augustus 2024). Signalement Passende langdurige zorg – vanzelfredzaam naar samenredzaam.14Ibid.15Behoefteonderzoek informele zorg | Espria Ledenvereniging16Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2021) Kiezen voor houdbare zorg. Mensen,middelen en maatschappelijk draagvlak, wrr-Rapport 104, Den Haag: wrr17Kremer M. Hoogleraar Actief Burgerschap en voorzitter van de Adviesraad Migratie (ACVZ)(2023). Column in sociale vraagstukken. Instantiekapitaal, of hoe te dealen met instanties.«Instantiekapitaal», of hoe te dealen met instanties – Sociale Vraagstukken18Carlsson H, Kremer M. (2024). Column in sociale vraagstukken Dalend vertrouwen vanouderen in de ouderenzorg. Dalend vertrouwen van ouderen in ouderenzorg – SocialeVraagstukkenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 25 inkomen en een lager vertrouwen in de overheid lijken daarentegen vakerzorg en ondersteuning te mijden.19 Door mensen meer zeggenschap tegeven als zij zelf initiatief tonen om bij te dragen aan een zorgzamegemeenschap, vergroot het vertrouwen van mensen in zichzelf en ook inhet zorgsysteem.Door het hele land zijn er al talloze mensen, organisaties en samenwer-kingsverbanden die zich inzetten voor het bewerkstelligen van deouderenzorg van morgen. Er is veel meer mogelijk als mensen zeggen-schap en eigenaarschap ervaren over hun leefomgeving en eigen zorg enhier handelingsperspectief bij hebben. Deze initiatiefnota roept dan ookop om ruimte en middelen te geven aan mensen die willen werken aannieuwe oplossingen. Ze willen namelijk graag kunnen bijdragen aanoplossingen, maar hebben vaak niet de nodige ruimte of middelen. Het isvan belang dat de transitie naar de ouderenzorg van de toekomst wordtgestimuleerd van onderaf, zodat deze duurzaam door kan dringen in onzesamenleving. Dit heeft uiteindelijk voor de hele maatschappij en alleburgers, ongeacht hun leeftijd, meerwaarde. Hierbij is het wel van belangdat mensen en organisaties uit eigen motivatie zijn aangehaakt. Eenvoorbeeld hiervan is Nederland Zorgt Voor Elkaar (NLZVE), wat deels eenlandelijk netwerk heeft van bewonersinitiatieven in welzijn, zorg enwonen. NLZVE is een goed voorbeeld qua zeggenschap omdat hetbewonersinitiatieven ondersteunt een gelijkwaardige partner te zijn vande overheid en marktpartijen.Het vergroten van de zeggenschap van ouderen over hun eigen zorg iseen cruciaal element in een wijkgerichte aanpak. Dit wordt bereikt doorouderen actief te betrekken bij de besluitvorming over hun zorgplannen,de daarbij passende burgerinitiatieven serieus te nemen en doorinvoering en versterking van cliëntenraden. Cliëntenraden bieden namelijkeen kans voor ouderen om hun stem te laten horen over hun eigen zorg.Hoewel organisaties een rol in wijkgerichte zorg spelen, zijn en blijven deinwoners een buurt of dorp zijn en altijd het startpunt. Organisaties vullenhen aan. Formele diensten worden door overheden of professioneleorganisaties geboden binnen de gebruikelijke wettelijke kaders zoals deParticipatiewet, Jeugdwet, Wmo en Zorgverzekeringswet. Informelediensten en zorg worden door bewoners zelf onderling geregeld, zoalsmantelzorg en burenhulp. Wij vinden dat hen ook de zeggenschapgegeven moet worden om het systeem op lokaal niveau praktisch teversoepelen als zij zelf ideeën en initiatieven ontwikkelen.Deze initiatiefnota pleit voor wettelijke verankering van lokaal zeggen-schap over zorg en hulp. We zien hiervoor een belangrijke kans in hetaanpassen van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen(Wmcz 2018), die komende periode geëvalueerd wordt.20 De rechten metbetrekking tot medezeggenschap van zorgcliënten zijn nu gekoppeld aaneen organisatie, instelling of instantie. Dit leidt echter tot een gat inmedezeggenschap in de praktijk. Steeds meer mensen wonen namelijkthuis en ontvangen thuis zorg vanuit diverse organisaties. De invloed diezij hebben op het totaalplaatje is hierdoor vrij beperkt, maar het is tijd ommensen in hun wijk of dorp zelf te laten bepalen hoe zij zorg en welzijngeorganiseerd willen hebben en hen hierover formeel het zeggenschap tegeven.21De indiener stelt voor:19Ibid.20Ibid.21LOC cliëntenraden (2023) Laat mensen in dorp en wijk beslissen over zorg en welzijn – LOCCliëntenraden (clientenraad.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 26 •Regel meer formeel zeggenschap voor initiatiefnemers van wijkge-richte ouderenzorg.•Versterk de positie van lokale cliëntenraden waarin ouderen kunnenparticiperen.•Geef initiatiefnemers ook zeggenschap als ze het zorgsysteem lokaalpraktisch willen versoepelen om wijkgerichte ouderenzorg te bevorde-ren.•Verruim de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz2018) zodat thuiswonende mensen die zorg van diverse organisatiesontvangen zeggenschap krijgen over het totaalpakket van zorg.c. Gemeenschapsbetrokkenheid en vrijwilligers De betrokkenheid van de gemeenschap en de inzet van vrijwilligers zijncruciaal voor wijkgerichte ouderenzorg. Betrokkenen kunnen helpen metdagelijkse activiteiten, gezelschap bieden en ondersteunen bij socialeinteracties. Informele diensten worden door bewoners zelf onderlinggeregeld, zoals mantelzorg en burenhulp. Uit de resultaten van deMonitor Zorgzame Gemeenschappen (2021) blijkt dat zorgzame gemeen-schappen op vrijwillige basis precies datgene regelen waar in degemeenschap behoefte aan is. De budgetten waarmee ze werken zijn vaaklaag. Er is een enorme vrijwillige inzet, waarvan bijna 90% van allezorgzame buurten gebruik maakt.22 Er zijn uitdagingen omtrent hetaantrekken en behouden van vrijwilligers, maar slechts een op devijf zorgzame buurten ervaart een tekort aan vrijwilligers.23 Dit is ook ietswaar wij trots op mogen zijn. In Nederland daalt namelijk sinds 2012 allangzaam het aantal vrijwilligers, maar ook het aantal uur wat zij zichgemiddeld inzet (NOV, 2020). Vanuit de politiek en de samenlevingmoeten we daarom werken aan het gevoel van betrokkenheid, maar ookstappen zetten om vrijwilligers aan te trekken en te behouden.d. Buurthuiskamers (ontmoetingsruimten) Buurthuiskamers zijn centrale ontmoetingsplekken in de wijk waarouderen en andere buurtbewoners, maar ook organisaties samen kunnenkomen voor sociale activiteiten, ontspanning en ondersteuning. Dezeruimten zijn laagdrempelig en toegankelijk. Met enkele aanpassingenkunnen zij ook toegankelijk gemaakt worden voor mensen met dementie.Dit vraagt om duurzame financiering van de ontmoetingsruimten, zodataanpassingen mogelijk zijn om de ruimten dementievriendelijk enlevensloopbestendig te maken. Ook financiering van een coördinator/dorpsondersteuner/buurtcoach is nodig. Daarnaast zijn er praktischeaanpassingen nodig voor mensen met dementie. Dit hoeft niet per semeer geld te kosten, maar het vraagt wel om andere keuzes.24Buurthuiskamers bieden een breed scala aan activiteiten, zoals hobby-groepen en spelletjesmiddagen, maar ook voorlichting en advies op hetgebied van gezondheid en welzijn. Ontmoetingscentra in de wijk vervullenhiermee een belangrijke verbindende functie. Er zijn in Nederland veelverschillende soorten ontmoetingsruimten. Zo zijn er bijvoorbeeldbibliotheken, maar ook buurthuizen, dorpshuizen en Odensehuizen. Eenvoorbeeld van zo’n ontmoetingsruimte is de proeftuin van Ruwaard in22Smelik, van der Heijden, Sok, van Schaijk, Stouthard & van Zoest. (2021). Monitor zorgzamegemeenschappen, een rapportage van de eerste Monitor Zorgzame Gemeenschappen dieMovisie, Nederland Zorgt Voor Elkaar en Vilans uitvoerden onder ruim 300 burgerinitiatievenin wonen, zorg en welzijn.23Ibid.24Hoe wordt jouw ontmoetingsplek dementievriendelijk? | Alzheimer Nederland (alzheimer-nederland.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 27 Oss. Op verzoek van wijkbewoners kwam een ontmoetingsruimte, «OnsHuis van de Wijk». Dit is een laagdrempelige locatie in de wijk waar eeninloop is voor buurtbewoners en waarbij welzijn informele en formelezorg samenkomen. Een integrale benadering bij een ontmoetingsruimte isgewenst. Zo kan een ontmoetingsruimte in een verpleeghuis, school ofbibliotheek zijn. Door integraal naar vraagstukken te kijken, groeit hetaantal voorzieningen in een wijk of dorp zonder investeringen in nieuwegebouwen.Ontmoetingsruimten zijn bij uitstek een plek waar mensen op eenlaagdrempelige manier vragen kunnen stellen en zo hun weg weten tevinden in het zorglandschap. Buurthuiskamers blijken zeer ondersteunendte zijn voor het bevorderen van welzijn. Het hebben van een buurthuis-kamer helpt mensen om over de drempel te stappen, informeel elkaar teondersteunen en om te vragen om informele hulp. Hiermee vormenbuurthuiskamers een belangrijke schakel. Mensen ervaren namelijkregelmatig een drempel om ergens naartoe te gaan en hebben extra steunnodig hierbij. Dit wordt bemoeilijkt door het feit dat er sterk wordt ingezetop het adresseren van concrete hulpvragen. Maar veel mensen hebbenniet één concrete vraag of weten deze niet te formuleren. Ook kan het zozijn dat de vraag niet goed een volledige weergave biedt van hun situatie,maar slechts het topje van de ijsberg is.25In het eerste jaar van de proeftuin rondom d’Oude Raai (2022–2023) is algebleken dat een geografisch afgebakende, buurtgerichte aanpak het bestwerkt als het goed aansluit op wat er al is in een buurt. Dit is eenbelangrijke voorwaarde voor het succes van de proeftuin. Het opbouwenvan een netwerk in de buurt vraagt om continuïteit in relaties, maar ookom continuïteit in betrokken organisaties. Het vraagt om structureleinbedding in het netwerk en de samenleving.26Alleen een ontmoetingsplek is niet genoeg. Dit bleek ook uit de evaluatievan de opzet van een sociaal knooppunt, het Menno, in de Amsterdamsewijk Buitenveldert. Het is van belang dat de ontmoetingsplek zo wordtgeorganiseerd dat het goed past en aansluit bij de wijk. Verder is het vanbelang dat uitsluiting wordt voorkomen. Nieuwkomers ervaren al sneluitsluiting bij een hechte gemeenschap. Hier is dan ook continu aandachtvoor nodig.27Soms hebben buurtbewoners wel behoefte aan meer contact, maardurven ze het niet om naar de ontmoetingsplek te gaan. Actievebegeleiding hierbij kan dan het verschil maken. Het zien van een bekendgezicht speelt hierin een belangrijke rol. Zo kan een afspraak op locatiemet een vertrouwde buurtteammedewerker een laagdrempelige manierzijn om toch naar zo’n ontmoetingsplek te gaan. Maar ook een werkgroepals Ouderenvriendelijk laat de waarde zien van een steuntje in de rug,bijvoorbeeld door hun achterban te vragen om een buur of anderebekende mee te nemen naar een activiteit. Het helpt als een eerste bezoekplaatsvindt op een moment dat er een vast gezicht van de ontmoetings-plek aanwezig is, zodat nieuwkomers kennis kunnen maken met hen endan meteen ook een bekend gezicht hebben voor bij een volgend bezoek.Ook actieve (buurt)bewoners of «vaste» bezoekers van het Menno Café25Glimmerveen L, Schut J. (2023). Proeftuin rondom d’Oude Raai, tussentijdse inzichten.Proeftuin rondom d’Oude Raai – Ben Sajet Centrum26Ibid.27Glimmerveen L, Schut J. (2023). Het Menno Simonszhuis als sociaal knooppunt voor de buurtReflectie op ambities en uitvoering. https://bensajetcentrum.nl/assets/2023/10/Ben-Sajet-Centrum-Campus-voor-het-leven-Rapportagedef.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 28 kunnen zo’n verbindende rol spelen. Dit zou een goede aanvulling kunnenzijn op de aanwezigheid van verbindende professionals op locatie.28De indiener stelt voor:•Investeer structureel in ontmoetingsruimten in de wijk•Investeer in een continu en inclusief gebruik van ontmoetingsruimtene. Preventieve zorg en gezondheidsbevordering Preventie en gezondheidsbevordering kunnen heel goed ingebed wordenin wijkgerichte ouderenzorg. Lokale zorgteams kunnen samenwerken metouderen om gezonde leefstijlen te bevorderen, ondervoedings- envalpreventieprogramma’s op te zetten en vroegtijdige signalen vangezondheidsproblemen te (leren) herkennen en aan te pakken.Er valt winst te behalen door breder te kijken in de wijk als het ompreventie gaat en ook te kijken naar intergenerationeel samenwonen:ouderen, jongeren, mensen met een verstandelijke beperking, mensenmet psychische problemen. Juist door samen te leven kunnen zij elkaarook helpen. Als mensen elkaar kennen en eenmaal samenwerken, gaatdat over alle groepen en domeinen heen.f. Samenwerking De ouderenzorg van morgen drijft op samenwerking. Samenwerking vanmensen uit dorpen en buurten, woningbouwcorporaties, welzijns- enzorgorganisaties, overheden, onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven.Een mooi voorbeeld van zulke samenwerking is het programma «Samendementievriendelijk», waar mensen en organisaties getraind worden inhoe om te gaan met dementie in de wijk.Er wordt veel verwacht van professionals. Er wordt verwacht dat zij opnieuwe manieren gaan samenwerken en dat zij gezondheid meer sociaalgaan benaderen.29 Uit een onderzoek van het Ministerie van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport (VWS) uit 2024 blijkt dat de samenwerkingtussen het medische en het sociale domein (zorg en welzijn) kan wordenverbeterd. Het rapport beschrijft ook oplossingsrichtingen hiervoor. Dezeinitiatiefnota is in lijn met de voorgestelde oplossingsrichtingen, in hetbijzonder continuïteit, opschalingsmogelijkheden en structureleinbedding.30 Voor een goede samenwerking is het belangrijk dat er oog isvoor mandaat en verantwoordelijkheden. We zien namelijk dat er somsnog een onduidelijk beeld is over het mandaat en de verantwoordelijk-heden als het neerkomt op de samenwerking tussen het sociaal enmedisch domein. Er bestaat onduidelijkheid over wie wat mag doen, wiewat doet en wie eindverantwoordelijk is. Wmo-indicaties mochten nietdoor zorgverleners gesteld worden, terwijl zij juist zien wat er noodzakelijkis bij mensen thuis. Een mooi voorbeeld van samenwerking is demogelijkheid vanuit de gemeente om een wijkverpleegkundige eenWmo-indicatie te laten stellen.31 Maar ook de samenwerking vanhuisartsen bij nieuwe wooninitiatieven is een voorbeeld waarbij hetmandaat en de verantwoordelijkheden onduidelijk zijn. Nu verkeren28de Veer A, de Groot A. (2022) NIVEL rapport: Herkenbare en aanspreekbare wijkverpleging.Ervaringen en wensen van professionals in de wijkverpleging en van verwijzers. 1004155.pdf(nivel.nl)29Hilhorst P., van den Wijngaart, M. (2024). Samenwerking sociaal en medisch domein Eenverkenning Rapportage, maart 2024 In opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid,Welzijn en Sport.30Ibid.31de Veer A, de Groot A. (2022) NIVEL rapport: Herkenbare en aanspreekbare wijkverpleging.Ervaringen en wensen van professionals in de wijkverpleging en van verwijzers. 1004155.pdf(nivel.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 29 huisartsen of specialisten oudergeneeskunde nog in een lastige positie,omdat ze vaak als laatsten geïnformeerd worden dat ze zorg mogen ofmoeten gaan verlenen. Het zou mooi zijn om in de toekomst bij verwezen-lijking van kleinschalige woonvormen in een vroeg stadium en structureelalle zorgverleners in de wijk tijdig te betrekken. Daarnaast zou het ookwenselijk zijn als de huishoudelijke hulp in positie wordt gebracht ommeer regie te nemen in de afbouw of opschaling van zorg en signalen.De initiatiefnemer stelt voor om een maximum te stellen aan het aantalwijkverplegingszorgaanbieders in een wijk, zodat er een verhoogdebetrokkenheid en herkenbaarheid is in de wijk. Dit draagt ook bij aanminder reisbewegingen per zorgprofessional. Zo hebben zorgverlenersook meer tijd voor zorg. Er kunnen verschillende criteria gehanteerdworden om te beslissen welke aanbieder de wijkverpleging in een buurtlevert. De initiatiefnemer stelt dat beschikbaarheid een belangrijkcriterium is. Daarentegen is een ruime keuze uit verschillende – concurre-rende – organisaties in mindere mate van belang. Tegelijkertijd moet erbeperkte keuzevrijheid zijn waarbij mensen goed worden geïnformeerdover de mogelijkheid om te switchen van professional als er geen klik is.De klik is namelijk belangrijk voor de effectiviteit van ondersteuning enzorg.Ook woningcorporaties kunnen een bijdrage leveren in de samenwerking.Een goed voorbeeld is hierbij het Deltaplan «Vitaal ouder wordenMaastricht Heuvelland». Woningcorporaties zetten steeds vaker in opwoongemeenschappen waarin huurders worden gestimuleerd om naarelkaar om te kijken. Sociale inbedding hierbij is belangrijk.32De indiener stelt voor:•Bevorder nationaal een eenduidig beeld over het mandaat enverantwoordelijkheden ten aanzien van de samenwerking tussen hetsociaal en medisch domein.•Beperk het aantal wijkzorgaanbieders in een wijk voor een verhoogdebetrokkenheid en herkenbaarheid in de wijk en zodat medewerkersmeer uren bij mensen thuis en minder uren op de fiets of in de autoonderweg besteden.•Bespreek op nationaal niveau hoe woningcorporaties gaan inzetten opwoongemeenschappen waarin huurders worden gestimuleerd omnaar elkaar om te kijken.g. Lokale zorgorganisaties In elke wijk werken zorgorganisaties samen. Zij kunnen gebruik makenvan de ontmoetingsruimte als hub voor medische en socialezorgdiensten. Zorgorganisaties werken zoveel mogelijk samen en werkenwijkgericht. Deze samenwerking hoeft niet formeel te zijn, maar kan ookzeker formeel vastgelegd worden. Het streven bij een dergelijke samen-werking is een laagdrempelig overleg als dit nodig, waarmee ook overlapvan taken wordt voorkomen. Zo’n samenwerking kan bestaan uit eendiverse samenwerking van welzijnswerkers, huishoudelijke hulp,wijkverpleegkundigen, huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde,casemanagers, maar ook maatschappelijk werkers, fysiotherapeuten,ergotherapeuten en geriatrisch specialisten indien dat nodig is.Er zijn steeds meer aanbieders van wijkverpleging. Deze groei bestaat uiteen relatief sterke toename van het aantal kleine organisaties ofzelfstandige verpleegkundigen (zzp’ers). Ouderen, de grootste doelgroep32Hamers K, Moor N, Mohammadi M. (2024). Column in sociale vraagstukken. Burenhulp:sociale inbedding senioren is belangrijker dan gezondheid. Burenhulp: sociale inbeddingsenioren is belangrijker dan gezondheid – Sociale VraagstukkenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 210 binnen de wijkverpleging, ontvangen vaak zorg vanuit meerderedomeinen. Zij ontvangen bijvoorbeeld huishoudelijke zorg uit de Wmo enhuisartsenzorg, maar worden ook weleens tijdelijk opgenomen in eenziekenhuis of een eerstelijnsverblijf. Afstemming van zorg wordt daardoorsteeds belangrijker.33 Uit een rapport van het NIVEL blijkt dat meersamenwerking tussen aanbieders van wijkverpleging gewenst is.34Professionals in de wijkverpleging zien namelijk over het algemeen vakermeer voordelen dan knelpunten bij het samenwerken met anderezorgaanbieders. Herkenbare en aanspreekbare wijkverpleging zijn tevensook van belang en zouden kunnen helpen om sneller passende zorg voorcliënten te vinden. Voor de realisatie zijn er echter wel diverse knelpunten,waarbij het ontbreken van een gezamenlijk elektronisch cliëntendossierhet vaakst wordt genoemd.35 Samenwerking tussen meerdere aanbiedersis echter niet altijd de juiste oplossing voor elk dorp of elke buurt. Indorpen en buurten met een sterke zorgzame gemeenschap kan ernamelijk efficiënter en prettiger gewerkt worden met één wijkzorgorganisatie. Hierbij is dan sprake van een «preferred supplier». Hiermeepast het binnen wet- en regelgeving mits deze preferred supplier kanvoldoen aan de zorgvraag. Het is hierbij van belang dat de inwonerzeggenschap heeft over het besluit.De indiener stelt voor:•Zorg voor een vast zorg- en ondersteuningsteam per wijk. Bevorderdaarbij de structurele samenwerking in de wijk.•Bevorder samenwerking tussen aanbieders van wijkverpleging enwerk indien gewenst door de wijk met «preferred suppliers»•Onderzoek pragmatische oplossingen voor het ontbreken van eengezamenlijk elektronisch cliëntendossier in de wijkh. Ondersteuning Buurten en dorpen willen en kunnen veel zelf regelen, zoals onderlingehulp. Maar soms hebben zij een zetje in de rug nodig. Soms wetenmensen namelijk niet waar zij moeten beginnen of welke middelen erbeschikbaar zijn. De lokale overheid of een zorg- of welzijnsorganisatiekunnen hier dan een faciliterende rol spelen.36 De lokale overheidbesteedt aandacht aan maatwerkoplossingen (woningaanpassingen,begeleiding, huishoudelijke hulp, dagbesteding) maar zou meer aandachtkunnen besteden aan «voorliggende voorzieningen». Investeren in desociale basisinfrastructuur is een taak van gemeenten, maar die lopentegen grote budgettaire uitdagingen aan. Enerzijds hebben we dusnationaal beleid nodig op het gebied van wijkgerichte zorg. Anderzijds iser ook financiële steun vanuit de overheid nodig. Hierbij is het wel vanbelang dat dit niet tornt aan de positie van de initiatiefnemers vanprojecten. Het initiatief dient bij hen te blijven. Als de overheid of eenorganisatie dit over zou nemen, zou er een disfunctionele situatie kunnenontstaan.37 Dit zou verkend kunnen worden door middel van pilots ingebieden die representatief zijn voor stedelijke en landelijke gebieden.33Hilhorst P., van den Wijngaart, M. (2024). Samenwerking sociaal en medisch domein Eenverkenning Rapportage, maart 2024 In opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid,Welzijn en Sport.34de Veer A, de Groot A. (2022) NIVEL rapport: Herkenbare en aanspreekbare wijkverpleging.Ervaringen en wensen van professionals in de wijkverpleging en van verwijzers. 1004155.pdf(nivel.nl)35Ibid.36Meister-Broekema, P., & Bulder, E. (2023). Samenwerking tussen overheid & burgerinitiatieven:Uitkomsten literatuurstudie.37Hilhorst P., van den Wijngaart, M. (2024). Samenwerking sociaal en medisch domein Eenverkenning Rapportage, maart 2024 In opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid,Welzijn en Sport.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 211 Deze pilots dienen als proeftuinen voor wijkgerichte ouderenzorg enbieden waardevolle inzichten en best practices.38Ondersteuning van vrijwilligers vraagt soms een organisatiestructuurbinnen een zorgzame gemeenschap. Hiervoor zijn vele werkbarevarianten. Op sommige plekken weten vrijwilligers al goed de zorg voorde eigen gemeenschap te regelen en anderen te enthousiasmeren ommee te doen. Maar op heel veel plekken komt dit moeilijker van de gronden hebben vrijwilligers ondersteuning nodig, bijvoorbeeld bij het opzettenvan een structuur om zich goed te organiseren. In Groningen werken zebijvoorbeeld met dorpsondersteuners. Uit een evaluatie van de Rijksuni-versiteit Groningen (2020) is gebleken dat de dorpsondersteuner opverschillende manieren maatschappelijke en economische waarde creëert.Zo zijn dorpsondersteuners de verbindende schakel in de buurt enondersteunen zij mantelzorgers. Ze coördineren ook vaak het vrijwilli-gerswerk en organiseren activiteiten. Ze zijn soms ook het WMO-loketvoor de gemeente. Zo zorgt de dorpsondersteuner ervoor dat vraag enaanbod van informele en formele zorg aan elkaar worden gekoppeld. Dedorpsondersteuners zijn in dienst van een stichting die zich inzet voor deleefbaarheid in het dorp. Hiermee wordt de werkdruk van bijvoorbeeld dehuisarts verlaagd en worden zorgkosten vermeden.39Naast de dorpsondersteuner, zou er ook gedacht kunnen worden aanthuiscoaches. In proeftuinen worden zij al ingezet als ondersteuning. Hetinzetten van een thuiscoach biedt relatief veel ruimte om iemands situatiein kaart te brengen en om te zoeken naar passende en creatieve oplos-singen. Werken met een thuiscoach zou het mogelijk kunnen maken ommensen te bereiken die via de reguliere kanalen niet voldoende bereiktworden. Ook kunnen thuiscoaches bijvoorbeeld ouderen over de drempelhelpen naar een ontmoetingsplek.40 Ook innovatieve technologieën endigitale zorgoplossingen kunnen worden ingezet om de zorg efficiënter entoegankelijker te maken. Een pragmatische oplossing om in de wijk tewerken in een zorgdossier is van belang en dit zou bevorderd kunnenworden door middel van digitale zorgoplossingen.4. Wijkgerichte ouderenzorg als aanvulling op huidig beleid Deze nota hoopt bij te dragen aan het versnellen van de woningbouwvoor ouderen. Binnen het programma Wonen en Zorg voor ouderenwordt al nauw samengewerkt met partijen uit zowel het woon- als hetzorg- en welzijnsdomein.41 Ook wordt er samengewerkt met eenvertegenwoordiging van ouderen. Er vindt dus samenwerking plaats metbouwers, zorg- en welzijnsaanbieders, zorgkantoren, woningcorporaties,provincies, gemeenten, beleggers en ouderen zelf.42 Dit programmastreeft ernaar om voldoende passende woningen in een uitnodigendeleefomgeving op te leveren voor ouderen. Een nauwere samenwerkingkan uitmonden in het plannen en realiseren van nieuwe woonvormen.Hier is deze nota echter niet primair op gericht en dit zal niet naderuitgewerkt en beschreven worden.38Meister-Broekema, P., & Bulder, E. (2023). Samenwerking tussen overheid & burgerinitiatieven:Uitkomsten literatuurstudie.39Evaluatie van de dorpsondersteuner Aletta Jacobs School of Public Health (2020). Rijksuniver-siteit Groningen, het UMCG en de Hanzehogeschool Groningen.40Glimmerveen L, Schut J. (2023). Proeftuin rondom d’Oude Raai, tussentijdse inzichten.ProeftuinOudeRaai_TussentijdseInzichten_BenSajetCentrum.pdf41Glimmerveen L, Schut J. (2023). Het Menno Simonszhuis als sociaal knooppunt voor de buurtReflectie op ambities en uitvoering. https://bensajetcentrum.nl/assets/2023/10/Ben-Sajet-Centrum-Campus-voor-het-leven-Rapportagedef.pdf42Kamerstuk II 2023/24 29 389, nr. 127Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 212 Deze nota is tevens een aanvulling op regionale initiatieven die lopenbinnen het Integraal Zorgakkoord (IZA) – een voorbeeld hiervan isDeltaplan Maastricht Heuvelland.43 Het IZA richt zich op het goed,toegankelijk en betaalbaar houden van de zorg, ook in de toekomst.Hiervoor zijn veel projecten waar met diverse partners wordt samenge-werkt aan regiobeelden, regioplannen en de implementatie van passendezorg. Er wordt gebruik gemaakt van incidentele IZA-middelen voordergelijke projecten. Momenteel ligt de prioriteit bij het implementeren enuitvoeren van alle plannen.44 Binnen het IZA zijn er extra mogelijkhedengecreëerd tot samenwerkingsafspraken tussen meerdere zorgpartijen. Ditheeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) in het beleidskader «JuisteZorg op de Juiste Plek» verder uitgewerkt aan de hand van een aantalaandachtspunten. Het gaat hier om een verruimd kader waarbij afspraken,die in eerste instantie onder het kartelverbod zouden vallen, tochtoegestaan kunnen zijn.Deze initiatiefnota stelt voor binnen de budgetten van IZA verschuivingentoe te passen, waarbij er geld vrij gemaakt wordt om wijkgerichteouderenzorg te stimuleren, zodat het geld meer lokaal en in de wijkterecht komt. Ook is er een verschuiving binnen het IZA mogelijk om hetbeter aan te sluiten bij de gemeenten en burgerinitiatieven. Nu zien wenamelijk dat burgerinitiatieven soms worden aangepast om binnen decriteria van het IZA te vallen. Dit brengt met zich mee dat enthousiastevrijwilligers het gevoel hebben dat de ziel uit het initiatief is gehaaldwegens alle criteria. Tevens zou de positie van de gebruiker verbeterdkunnen worden door deze beter te verankeren bij IZA-projecten. Bijvernieuwende projecten moet er gedeeld eigenaarschap van de gebruikeren aanbieder zijn met respect voor en inachtneming van ieders kwaliteitenen positie.De Mededingingswet zou de samenwerking in principe niet belemmeren,maar het vraagt wel van zorgpartijen dat zij op effectieve wijze samen-werken. In de praktijk blijkt echter wel dat zorgaanbieders terughoudendzijn met het tot stand brengen van verdergaande samenwerking tenbehoeve van (toekomstbestendige) passende zorg, omdat zij bang zijnwegens het kartelverbod en de boetebevoegdheid van de ACM. Zorgaan-bieders geven aan dat voor beoogde transformaties intensieve samen-werking benodigd is in plaats van concurrentie. Dit staat volgens dezezorgpartijen op gespannen voet met het huidige stelsel van gereguleerdemarktwerking en in het bijzonder het kartelverbod. Tijdens de coronacrisiszagen we al dat de mededingingsregels succesvol tijdelijk overboordwaren gezet ten behoeve van de volksgezondheid. Het zou wenselijkkunnen zijn om bij bepaalde zorgonderdelen (bijv.: de specialistische GGZ,acute zorg en burgerinitiatieven) een transitie te maken naar deze wijzevan werken, waarbij de focus ligt op meer samenwerking.45, 46, 47 Om desamenwerking binnen het IZA te optimaliseren zou de Mededingingswet43Mid-term review IZA (juni 2024)44Ibid.45Varkevisser, Schut, Franken & Van der Geest (2023). Competition and collaboration in healthcare: reconciling the irreconcilable? Lessons from The Netherlands. Eur J Health Econ 24,1019–1021. https://doi.org/10.1007/s10198-023-01619-146Van der Schors & Varkevisser (2023). Does Enforcement of the Cartel Prohibition in HealthcareReflect Public and Political Attitudes Towards Competition? A Longitudinal Study From theNetherlands, Journal of Competition Law & Economics, Volume 19, Issue 2, Pages 193–219,https://doi.org/10.1093/joclec/nhad00147Varkevisser (2023), Mededingingstoezicht biedt veel ruimte voor samenwerkinghttps://www.doq.nl/mededingingstoezicht-biedt-veel-ruimte-voor-samenwerking/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 213 herzien mogen worden conform het advies van de Raad voor Volksge-zondheid en Samenleving (RVS) in juli 2023.48Deze nota sluit deels aan bij het initiatief van voorzorgcirkels. Zorgverze-keraar VGZ heeft samen met Henk Geene, de ontwikkelaar van hetconcept voorzorgcirkels, het initiatief genomen om in haar zorgkantoorre-gio’s voorzorgcirkels te gaan ontwikkelen. Een voorzorgcirkel helpt om opeen gestructureerde manier een informeel hulp- en steunnetwerk op tebouwen. 49, 50 Hierbij gaat het om het inventariseren van vraag en aanboden het organiseren van onderlinge hulp en steun. Daarbij wordenafspraken vastgelegd over hulp en steun «voor het geval dat». Voorzorg-cirkels zijn kleinschalige, laagdrempelige, informele verbanden van achttot veertien ouderen, familieleden, jongeren, vrijwilligers of buren.Voorzorgcirkels zijn onderdeel van een impactvolle veranderaanpak in eenwijk. Een voorzorgcirkel waarvoor je in de auto moet stappen kun jevergeten. Het is altijd op loop- en fietsafstand. Want, bij wijze spreken, bijhet uitlaten van de hond, ga je ook nog even langs het huis waar je hetoud papier nog aan de weg zet of naar binnen gaat om ogen te druppelen.Ze zijn er onder andere in Land van Cuijk, Helmond, Almere, Deventer enNijmegen. Voorzorgcirkels zijn effectief en dragen bij aan hogere socialecohesie en minder eenzaamheid. Ze kunnen potentieel ook bijdragen aanhet langer zelfstandig kunnen wonen en aan een verschuiving naarminder professionele zorg.51 Om een voorbeeld van de meerwaarde vande voorzorgcirkels te noemen: «Dat iemand na een kortdurende opnamemakkelijker naar huis als het ziekenhuis weet dat er in de betreffende wijkeen stevige voorzorgcirkel is. Dan zou ondersteuning thuis op die maniergeregeld zijn, ook al is de patiënt alleenstaand. En in dat geval worden dievoorzorgcirkels dan onderdeel van de informele revalidatiecontext.» Deaanpak wordt samen met VGZ de komende maanden in drie kernregio’suitgerold met tenminste driehonderd voorzorgcirkels.52 Henk Geene heeftde voorzorgcirkels inmiddels ondergebracht bij Nederland Zorgt VoorElkaar (NLZVE). Van daaruit worden de voorzorgcirkels landelijk geïmple-menteerd. Dit kan hand in hand gaan met wijkgerichte ouderenzorg.Het Rijk stimuleert geclusterd bouwen voor ouderen en de realisatie vanontmoetingsruimten in geclusterde woonvormen met de Stimuleringsre-geling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO). Hierdoorkunnen er meer geclusterde woonvormen voor ouderen gerealiseerdworden en wordt het makkelijker voor ouderen om zelfstandig te blijvenwonen, elkaar te ontmoeten en te helpen. De SOO stelt initiatiefnemers instaat om met een incidentele financiële vergoeding uit de regeling debouwkosten voor realisatie van ontmoetingsruimten voor ouderen tedekken. Het gebruik van ontmoetingsruimten voor vele doeleinden in tezetten waaronder ook voor wijkgerichte ouderenzorg is hier nog niet meegeborgd.Het Rijk heeft ook sinds 17 juli 2023 de subsidieregeling intergenerationeelwonen opengesteld. Deze regeling heeft als doel om het samen wonentussen jong en oud te stimuleren. Wanneer de gemiddelde leeftijd binneneen woonomgeving waar ouderen geclusterd wonen hoger wordt, komthet onderhouden en stimuleren van sociale interactie en cohesie in dewoonomgeving onder druk te staan. Jongeren kunnen een positieve48RVS rapport, Met de stroom mee juni 2023 Met de stroom mee | Advies | Raad voor Volksge-zondheid en Samenleving (raadrvs.nl)49van Elst, L. (2023). «Ik wacht niet op financiële prikkels». Zorgvisie, 53(5), 62–66.50Geene, H. (2021). Voorzorgcirkels als antwoord op Vergrijzing.51Meten & Monitoren | Voorzorgcirkels Deventer | Academy Het Dorp (2023), https://www.academyhetdorp.nl/assets/uploads/2023.12.12-Rapportage-Voorzorgcirkels-DEF-Salland-United.pdf52Mid-term review IZA (juni 2024)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 214 bijdrage leveren aan het stimuleren van sociale interactie en cohesie. Dezesubsidie kan worden aangevraagd door verhuurders van woonruimten ineen geclusterde woonvorm bestemd voor ouderen. Dit zijn bijvoorbeeldwoningcorporaties, sociale ondernemers, verzorgingstehuizen, verpleeg-huizen en andere soortgelijk zorgaanbieders. De subsidieregeling isbedoeld voor zowel bestaande als nieuwe initiatieven. Deze subsidie kanbijdragen aan wijkgerichte ouderenzorg maar heeft de beperking dat hetniet voldoende is als de woningen in bijvoorbeeld dezelfde woonwijk zijngelegen. Ook de eenmaligheid van de subsidie is een beperking.Wijkgerichte ouderenzorg wil je structureel ingebed hebben, waar datgewenst is.De indiener stelt voor:•Bied de mogelijkheid om binnen het IZA meer te werken met gedeeldeigenaarschap van de gebruiker, burgerinitiatieven en gemeente.•Herzie de Mededingingswet zoals ook het advies is van de Raad voorVolksgezondheid en Samenleving (RVS).•Rol voorzorgcirkels verder landelijk uit en laat het aansluiten opwijkgerichte ouderenzorg.•Neem binnen de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten inOuderenhuisvesting ook het criterium op dat een bestaande ontmoe-tingsruimte efficiënter ingezet kan worden in de wijk.•Onderzoek of de subsidieregeling intergenerationeel wonen ookstructureel ingebed kan worden.5. Financiering Uit de resultaten van de Monitor Zorgzame Gemeenschappen (2021) blijktdat complexe en tijdelijke financiering zorgzame gemeenschappenbelemmert in hun rol.53 Uit de Monitor blijkt dat bijna de helft van dedeelnemende bewonersinitiatieven in wonen, zorg en welzijn de behoefteheeft aan aanvullende financiering. Eén op de twintig ervaart eenvoortdurend tekort. Negen van de tien geeft aan dat zij graag hunactiviteiten zouden willen uitbreiden, maar een derde heeft daarvoor nietde middelen.54 Het is tijd voor een eenvoudigere en structurele finan-ciering van zorgzame gemeenschappen. Maar momenteel sluit deWlz-zorg vanuit andere domeinen, zoals de Zvw en Wmo, uit. Dit staatpassende oplossingen in de weg.55 Door de financiering vanuit verschil-lende wetten (Wlz, Wmo en Zvw), de plannen vanuit verschillendeprogramma’s of akkoorden (IZA,GALA en WOZO) en de ingewikkelderegelgeving probeert iedereen het voor zijn eigen bedrijf/instelling zogoed mogelijk te regelen. Dat is ook begrijpelijk, want alle organisatieswillen financieel gezond blijven. Het geld wordt dan een doel op zich enniet het middel om datgene te realiseren wat voor de ouderen echtbelangrijk is. Ons voorstel is om subsidievormen te ontwerpen waarmeewijkgerichte ouderenzorg en een samenspel van formele en informelezorg ingericht kunnen worden.Zorgzame gemeenschappen zijn gebouwd rondom het principe dat delokale gemeenschap op vrijwillige basis precies datgene regelt waar in degemeenschap behoefte aan is. Hierdoor zijn de budgetten waarmee zewerken vaak heel laag. Door een aantal uitschieters hadden de zorgzame53Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2021) Kiezen voor houdbare zorg. Mensen,middelen en maatschappelijk draagvlak, wrr-Rapport 104, Den Haag: wrr54Smelik, van der Heijden, Sok, van Schaijk, Stouthard & van Zoest. (2021). Monitor zorgzamegemeenschappen, een rapportage van de eerste Monitor Zorgzame Gemeenschappen dieMovisie, Nederland Zorgt Voor Elkaar en Vilans uitvoerden onder ruim 300 burgerinitiatievenin wonen, zorg en welzijn.55Zorginstituut Nederland (augustus 2024). Signalement Passende langdurige zorg – vanzelfredzaam naar samenredzaam.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 215 gemeenschappen in de Monitor weliswaar gemiddeld € 18.000 aaninkomsten, maar vijftig procent had minder dan € 1.100 aan inkomsten.De gemeenten waar het al heel goed gaat, hadden aan € 18.000 genoegom die zorgzame gemeenschappen/buurten vorm te geven. Het financieelbeslag van de voorgestelde maatregelen bedragen tussen de 5 en10 miljoen euro per jaar. Dit is gebaseerd op het aantal gemeenten inNederland (342) vermenigvuldigd met € 18.000. Het uiteindelijke bedrag isafhankelijk van het aantal projecten en het aantal gemeenten dat debeschikbare financiering zal gebruiken. Initiatiefnemer is van mening datdeze middelen gevonden moeten worden binnen de begroting van VWSen specifiek binnen het artikel voor de Langdurige zorg. Binnen het artikelis er ruimte binnen de nog niet verdeelde/vrij te besteden middelen voorhet budgettair beslag dat de voorgestelde maatregelen nodig hebben.Daarnaast stelt deze initiatiefnota voor om binnen de budgetten van IZAverschuivingen toe te passen, waarbij er ook geld vrij gemaakt wordt omwijkgerichte ouderenzorg te stimuleren. Tevens stellen zij eenverschuiving voor binnen het IZA om het beter aan te laten sluiten bij degemeenten en burgerinitiatieven. Overigens stelt deze nota voor ombinnen de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuis-vesting (SOO) ook het criterium op te nemen dat de ontmoetingsruimteingezet kan worden in de wijk, maar dit heeft verder geen budgettairbeslag nodig.De indiener stelt voor:•Structureel budget vrij te maken voor gemeenten en burgerinitiatievenom informele wijkgerichte ouderenzorg te ondersteunen.6. Voorstellen De voorstellen uit deze initiatiefnota staan hieronder in een overzichtweergegeven. De nota bestaat uit een kernvoorstel en daarbij verschil-lende sub voorstellen, allen in eerdere hoofdstukken chronologisch aanbod gekomen.De indiener stelt voor:Structureel budget vrij te maken voor gemeenten en burgerinitia-tieven om informele wijkgerichte ouderenzorg te ondersteunenen landelijk beleid aan te passen met hieronder benoemdesub-voorstellen:A.Geef gemeenten een taakstelling om initiatieven te nemen of burgeri-nitiatieven te ondersteunen om zorgzame buurten te creëren in heelNederland. Let hierbij op dat de werkwijze zo wordt aangepast datdeze ook inclusief is voor mensen met dementie.B.Ondersteun betrokken organisaties financieel actief informatie teverspreiden over zorgzame buurten en zorgzame gemeenschappenaan gemeenten.C.Regel meer formeel zeggenschap voor initiatiefnemers van wijkge-richte ouderenzorg.D.Versterk de positie van lokale cliëntenraden waarin ouderen kunnenparticiperen.E.Geef initiatiefnemers ook zeggenschap als ze het zorgsysteem lokaalpraktisch willen versoepelen om wijkgerichte ouderenzorg te bevorde-ren.F.Verruim de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen(Wmcz 2018) zodat thuiswonende mensen die zorg van diverseorganisaties ontvangen zeggenschap krijgen over het totaalpakket vanzorg.G.Investeer structureel in ontmoetingsruimten in de wijk.H.Investeer in een continu en inclusief gebruik van ontmoetingsruimten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 216 I.Bevorder nationaal een eenduidig beeld over het mandaat enverantwoordelijkheden ten aanzien van de samenwerking tussen hetsociaal en medisch domein.J.Beperk het aantal wijkzorgaanbieders in een wijk voor een verhoogdebetrokkenheid en herkenbaarheid in de wijk en zodat medewerkersmeer uren bij mensen thuis en minder uren op de fiets of in de autoonderweg besteden.K.Bespreek op nationaal niveau hoe woningcorporaties gaan inzetten opwoongemeenschappen waarin huurders worden gestimuleerd omnaar elkaar om te kijken.L.Zorg voor een vast zorg- en ondersteuningsteam per wijk. Bevorderdaarbij de structurele samenwerking in de wijk.M.Bevorder samenwerking tussen aanbieders van wijkverpleging enwerk indien gewenst door de wijk met «preferred suppliers».N.Onderzoek pragmatische oplossingen voor het ontbreken van eengezamenlijk elektronisch cliëntendossier in de wijk.O.Bied de mogelijkheid om binnen het IZA meer te werken met gedeeldeigenaarschap van de gebruiker, burgerinitiatieven en gemeente.P.Herzie de Mededingingswet zoals ook het advies is van de Raad voorVolksgezondheid en Samenleving (RVS).Q.Rol landelijk voorzorgcirkels verder uit en laat het aansluiten opwijkgerichte ouderenzorg.R.Neem binnen de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten inOuderenhuisvesting ook het criterium op dat een bestaande ontmoe-tingsruimte efficiënter ingezet kan worden in de wijk.S.Onderzoek of de subsidieregeling intergenerationeel wonen ookstructureel ingebed kan worden.7. Literatuurlijst •Kamerbrief Voortgang programma Wonen en zorg voor ouderen,17 juni 2024•Boersma-de Jong M. F. (2022). Impactbox: De Kracht van Naoberschap,https://research.hanze.nl/ws/portalfiles/portal/43291621/IMPACTBOX.pdf•Kernprognose 2022–2070: Door oorlog meer migranten naar Neder-land | CBS•Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, (2024).Gematigde groei – Rapport van de Staatscommissie DemografischeOntwikkelingen 2050, Den Haag.•Factsheet cijfers en feiten over dementie | Alzheimer Nederland(alzheimer-nederland.nl)•Sociaal en Cultuur Planbureau (2018). Rapport: Kwetsbaar eneenzaam? Risico’s en bescherming in de ouder wordende bevolking.•Arbeidsmarkt zorg in cijfers 2023; Winnend werven in een krappearbeidsmarkt, onderzoek van Compagnon en Intelligence group.•Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2021) Kiezen voorhoudbare zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak,wrr-Rapport 104, Den Haag: wrr•Meten & Monitoren Salland United Academy https://www.academyhetdorp.nl/projecten/meten-monitoren-samen-voor-sallandse-zorg•Behoefteonderzoek informele zorg Espria Ledenvereniging. https://ledenvereniging.nl/behoefteonderzoek-informele-zorg•Hoe wordt jouw ontmoetingsplek dementievriendelijk? AlzheimerNederland https://www.alzheimer-nederland.nl/belangenbehartiging/hoe-wordt-jouw-ontmoetingsplek-dementievriendelijk•Zorginstituut Nederland (augustus 2024). Signalement Passendelangdurige zorg – van zelfredzaam naar samenredzaam.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 217 •Kremer M. Hoogleraar Actief Burgerschap en voorzitter van deAdviesraad Migratie (ACVZ) (2023). Column in sociale vraagstukken.Instantiekapitaal, of hoe te dealen met instanties. https://www.socialevraagstukken.nl/column/instantiekapitaal-of-hoe-te-dealen-met-instanties/•Carlsson H, Kremer M. (2024). Column in sociale vraagstukken Dalendvertrouwen van ouderen in de ouderenzorg. https://www.socialevraagstukken.nl/dalend-vertrouwen-van-ouderen-in-ouderenzorg/•LOC cliëntenraden (2023) Laat mensen in dorpen en wijken beslissenover zorg en welzijn•Smelik, van der Heijden, Sok, van Schaijk, Stouthard & van Zoest.(2021). Monitor zorgzame gemeenschappen, een rapportage van deeerste Monitor Zorgzame Gemeenschappen die Movisie, NederlandZorgt Voor Elkaar en Vilans uitvoerden onder ruim 300 burgerinitiatie-ven in wonen, zorg en welzijn.•Glimmerveen L, Schut J. (2023). Proeftuin rondom d’Oude Raai,tussentijdse inzichten. https://bensajetcentrum.nl/assets/2023/11/ProeftuinOudeRaai_TussentijdseInzichten_BenSajetCentrum.pdf•Glimmerveen L, Schut J. (2023). Het Menno Simonszhuis als sociaalknooppunt voor de buurt Reflectie op ambities en uitvoering.https://bensajetcentrum.nl/assets/2023/10/Ben-Sajet-Centrum-Campus-voor-het-leven-Rapportagedef.pdf•de Veer A, de Groot A. (2022) NIVEL rapport: Herkenbare en aanspreek-bare wijkverpleging. Ervaringen en wensen van professionals in dewijkverpleging en van verwijzers. https://www.nivel.nl/sites/default/files/bestanden/1004155.pdf•Hilhorst P, van den Wijngaart, M. (2024). Samenwerking sociaal enmedisch domein Een verkenning Rapportage, maart 2024 In opdrachtvan het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.•Hamers K, Moor N, Mohammadi M. (2024). Column in socialevraagstukken. Burenhulp: sociale inbedding senioren is belangrijkerdan gezondheid. https://www.socialevraagstukken.nl/burenhulp-sociale-inbedding-senioren-is-belangrijker-dan-gezondheid/•Meister-Broekema, P., & Bulder, E. (2023). Samenwerking tussenoverheid & burgerinitiatieven: Uitkomsten literatuurstudie.•Evaluatie van de dorpsondersteuner Aletta Jacobs School of PublicHealth (2020). Rijksuniversiteit Groningen, het UMCG en de Hanzeho-geschool Groningen.•Midterm review IZA (juni 2024)•Varkevisser, Schut, Franken & Van der Geest (2023). Competition andcollaboration in health care: reconciling the irreconcilable? Lessonsfrom The Netherlands. Eur J Health Econ 24, 1019–1021. https://doi.org/10.1007/s10198-023-01619-1•Van der Schors & Varkevisser (2023). Does Enforcement of the CartelProhibition in Healthcare Reflect Public and Political Attitudes TowardsCompetition? A Longitudinal Study From the Netherlands, Journal ofCompetition Law & Economics, Volume 19, Issue 2, Pages 193–219,https://doi.org/10.1093/joclec/nhad001•Varkevisser (2023), Mededingingstoezicht biedt veel ruimte voorsamenwerking https://www.doq.nl/mededingingstoezicht-biedt-veel-ruimte-voor-samenwerking•RVS rapport, Met de stroom mee juni 2023 https://www.raadrvs.nl/documenten/publicaties/2023/06/20/met-de-stroom-mee•van Elst, L. (2023). «Ik wacht niet op financiële prikkels». Zorgvisie,53(5), 62–66.•Geene, H. (2021). Voorzorgcirkels als antwoord op Vergrijzing.•Meten & Monitoren | Voorzorgcirkels Deventer | Academy Het Dorp(2023), https://www.academyhetdorp.nl/assets/uploads/2023.12.12-Rapportage-Voorzorgcirkels-DEF-Salland-United.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 218 8. Dankwoord De indieners zijn een groot aantal organisaties dank verschuldigd bij hetleveren van input voor het maken van deze nota.ANBO-PCOBSenioren Brabant-Zeeland (wasvoorheen Katholieke Bond vanOuderen (KBO) Brabant en Zeeland)Alzheimer NederlandNLZVENederland Zorgt Voor ElkaarLOC waardevolle zorgEspria ledenvereniging/ZorghulpNLNationaal ouderenfondsNOVVereniging Nederlandse Organisa-ties VrijwilligerswerkNVKGNederlandse Vereniging voorKlinische GeriatrieStichting LAEGOLandelijke Adviesgroep Eerstelijns-geneeskunde voor OuderenVerensoVereniging van specialistenOuderengeneeskundeLHVLandelijke vereniging vanhuisartsenV&VNBeroepsvereniging VerzorgendenVerpleegkundigenNNCZNoord-Nederlandse coöperatie vanzorgorganisatiesZIOZorg in ontwikkeling MaastrichtEnvidaONPOuderen Netwerk Partij van deArbeid (met o.a. Andre vanDokkum, Leo Bisschops, AnsVerdonschot, Marian Adriaansen)Zorgnetwerk GroenLinks-PvdAZorgzame buurten Ook dankt de indiener enkele personen in het bijzonder voor hunexpertise. De ouderen die wij spraken tijdens vele themabijeenkomsten,de fractie en medewerkers en enkele leden van GroenLinks-PvdA diemeelazen. Grote dank aan Daniël de Rijke wie voor mij het stappenplanschreef om een initiatiefnota te schrijven en de aanmoediging gaf gewoonte starten. Ook mensen betrokken bij de initiatieven als de Lang LevenThuisflat de Osdorperhof, Omnibus Stichting BewonersparticipatieOsdorperhof, Proeftuin Ruwaard Oss, Zorgcoöperatie Austerlitz Zorgt,Dorpscoöperatie Hollandscheveld Verbindt en Buurtplatform AmbyMaastricht, bedankt voor het delen van de verhalen.Guus Bannenberg van het Zorgnetwerk GroenLinks-PvdA Zorgzamebuurten dank voor het organiseren van de themabijeenkomst zorgzamebuurten op het landelijk GroenLinks-PvdA Congres april 2024 en natuurlijkvoor al je expertise. Ook in het speciaal dank aan Henk Geene auteur vanhet boek Voorzorgcirkels als antwoord op vergrijzing. Ook Roeli Mossel(NNCZ) en Henk Nijmeijer, voormalig bestuurder Noorderzorg enbetrokken bij versterken van zorgzame gemeenschappen in dorpen/wijkenin Groningen grote dank. Monique Staps en Cynthia op de Brouw vanEspria Ledenvereniging/ ZorghulpNL en Jan Smelik van Nederland Zorgtvoor Elkaar, wat fijn dat jullie ook jullie grote expertise wilden inzetten.Dank voor je input Jante Schmidt, Onderzoeker Alledaagse Attentheid inde Superdiverse Stad bij het Ben Sajet centrum en aan Willeke KrijgsheldTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 219 van LOC waardevollezorg. Tot slot, dank aan Mark Mülders (raadslidGroenLinks Maastricht) wie de themabijeenkomst ouderenzorg inMaastricht organiseerde en dank aan Hilly Vrieling. Een deel van demensen die wij hebben gesproken of betrokken is heeft aangegevenanoniem te willen blijven. Vanzelfsprekend respecteren wij dat. Mochtenzij dit lezen: we zijn je dank verschuldigd!Slagt-TichelmanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 635, nr. 220
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.