Kabinetsreactie op het Rli-advies 'Ruimtelijke ordening in een veranderend klimaat'
Brontekst
Versie ad08a1ab0630e344 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 383Regelgeving Ruimtelijke Ordening en MilieuNr. 422 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 december 2024Op 12 juni 2024 heeft de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli)het advies «Ruimtelijke ordening in een veranderend klimaat» uitgebracht.In de regeling van werkzaamheden van 18 juni heeft het lid Olger van Dijkom een kabinetsreactie op dit rapport gevraagd. Mede namens deMinister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening ontvangt u hierbijde reactie op het advies.Het kabinet wil allereerst de Rli graag hartelijk danken voor dit uitgebreideadvies. Effectieve klimaatbestendige ruimtelijk ordening is een belangrijkvraagstuk met opgaven op zowel de korte als langere termijn.Het Rli-advies bevat een overzicht van de uitdagingen die ons land doorklimaatverandering tegen zal komen en gaat in op de vraag hoe deruimtelijke inrichting hierop kan worden aangepast. De Rli signaleertzeven samenhangende belemmeringen die het maken van ruimtelijkekeuzes in de praktijk bemoeilijken. Vervolgens doet de Rli aanbevelingenom te komen tot een klimaatbestendige ruimtelijke ordening. Deze zijnvan belang voor de Rijksoverheid, maar zeker ook voor provincies engemeenten. Effectieve klimaatbestendige sturing op ruimtelijke ordeningis nodig om Nederland leefbaar te houden en extreem weer het hoofd tekunnen bieden. De Rli benadrukt dat een klimaatbestendige ruimtelijkeordening ook kansen biedt om een mooier en beter land te realiseren,voor onszelf en voor toekomstige generaties.Reactie op het Rli-adviesAlgemeenDoor klimaatverandering wordt het in de winters natter, en droger enwarmer in de zomers. Weersextremen nemen toe. Aanpassing aan dieveranderende omstandigheden is nodig. Voor toekomstige welvaart enveiligheid zijn keuzes in de ruimtelijke ordening die rekening houden met kst-29383-422ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4221 water en bodem van belang. Daarom is klimaatadaptatie een belangrijkonderwerp in het Regeerprogramma1.De ligging van Nederland in de delta van de Rijn en de Maas aan deNoordzee heeft ons veel gebracht, in welvaart en kwaliteit van leven. Datwe deze hoge kwaliteit van leven op deze plek hebben weten te realiserenis geen vanzelfsprekendheid. We leven al eeuwen veilig onder zeeniveaudoor ons ingenieuze systeem van dijken, polders, dammen en anderewaterstaatswerken. Om ook in de toekomst op een veilige manier in onzedelta te kunnen blijven wonen en werken zullen we hard moeten blijvenwerken aan ons watersysteem, net zoals we dat vroeger ook hebbengedaan. Daarnaast moeten we werken aan het weerbaar maken van onzesteden en dorpen tegen toenemende weersextremen, als gevolg vanklimaatverandering. Als we dat op een goede manier doen kunnen we ookin de toekomst veilig en prettig blijven wonen en werken in de delta, zoalswe dat al eeuwen hebben gedaan.Het kabinet heeft ten aanzien van het onderwerp klimaatadaptatie eenaantal belangrijke voornemens. Ten eerste werkt het kabinet, zoalsaangekondigd in het regeerprogramma, aan een nieuwe NationaleKlimaatadaptatiestrategie (NAS’26)2 die in 2026 ter besluitvorming zalworden voorgelegd, met doelen voor infrastructuur, zoetwaterbeschik-baarheid, gezondheid, wonen, cultureel erfgoed, landbouw en natuur. Deaanbevelingen van de Rli zullen daarbij worden betrokken.Ten tweede moeten in het waterbeleid belangrijke keuzes wordengemaakt. Deze worden voorbereid in het Deltaprogramma en vastgelegdin het Nationaal Water Programma 2028–2033. Het betreft onder anderede zoetwaterverdeling en de herijking van de Nationale Zoetwaterstra-tegie. Deze inzichten en keuzes geven richting aan welke plekken hetmeest geschikt zijn voor welke (nieuwe) functies, en wat nodig is omNederland ook in de toekomst van voldoende zoetwater van goedekwaliteit te kunnen blijven voorzien.Ten derde werkt het kabinet aan een hernieuwd programma Ruimte voorde Rivier met maatregelen voor de korte en (waar mogelijk) lange termijn,gericht op herstel van rivierbodems en meer ruimte voor rivierwater-afvoer.Ten vierde herijkt het kabinet samen met de waterschappen en Rijkswater-staat het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) met het oog opzeespiegelstijging en hogere rivierwaterafvoeren.Deze besluiten hebben een ruimtelijke impact en worden meegenomen inde integrale afwegingen bij de te maken ruimtelijke keuzes in de NotaRuimte.Opgemerkt wordt dat klimaatadaptatie weliswaar belangrijk en urgent is,maar niet helemaal nieuw. Er worden nu ook al de nodige stappen gezet.Zo is er al het Nationaal Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie(NUPKA)3 waarin wordt beschreven hoe het Rijk werkt aan klimaatadap-tatie. Ook de kabinetsreactie4 op de KNMI’23-klimaatscenario’s5 en deKamerbrief over water- en bodembeleid van 22 oktober jl.6 geven hierinzicht in.1Kamerstuk 2024/2025, 36 471, nr. 962Kamerstuk 2022/2023, 31 793, nr. 2333Kamerstuk 2023/2024, 31 710, nr. 834Kamerstuk 2023/2024, 32 813, nr. 13865https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/achtergrond/knmi-23-klimaatscenario-s6Kamerstuk 2024/2025, 27 625, nr. 688Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4222 Reactie op de vier oplossingsrichtingen en de concrete aanbevelingenOm Nederland ook in de toekomst leefbaar en welvarend te houden, doetde Rli tien aanbevelingen die zijn verdeeld over vier oplossingsrichtingen.Deze kabinetsreactie past deze structuur toe.I Zorg ervoor dat ruimtelijke keuzes van zowel de overheid als desamenleving zo veel mogelijk rekening houden met de gevolgenvan klimaatverandering Aanbeveling 1: Zorg met een «waterkalender» systematisch voor tijdigeen publiek beschikbare informatie over veranderende waterstaatkundigeconditiesAanbeveling 2: Toets alle ruimtelijke visies, plannen en besluiten van deoverheid op hun klimaatbestendigheidHet kabinet deelt het inzicht van de Rli dat voor het maken van toekomst-bestendige ruimtelijke keuzes rekening gehouden moet worden met degevolgen van klimaatverandering. Het scheppen van duidelijkheid overlangetermijnrisico’s ondersteunt andere overheden, marktpartijen enburgers.De eerste voorwaarde voor het maken van toekomstbestendige ruimte-lijke keuzes is dat er voldoende informatie beschikbaar is over waterstaat-kundige condities en dat deze informatie op een toegankelijke manierbeschikbaar wordt gesteld aan stakeholders en het publiek. Er is al veelinformatie beschikbaar, bijvoorbeeld bij het WatermanagementcentrumNederland, Rijkswaterstaat, de waterschappen en het KNMI. Dezeorganisaties zorgen ook voor communicatie, zoals via de website van OnsWater en het Early Warning Centre van het KNMI. Veel van deze infor-matie wordt samengebracht in de Klimaateffectatlas7 die beschikbaar isvoor het publiek. Medeoverheden maken gebruik van deze kaarten engegevens, bijvoorbeeld voor het in kaart brengen van de risico’s in hunregio. Dat gebeurt onder andere via het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie8.Veel regio’s hebben ook een eigen doorvertaling gemaakt van het water-en bodembelang in de ruimtelijke plannen, zoals de watersignalerings-kaart van provincie Noord-Brabant9, en de waterschapsverordening vanhet hoogheemraadschap van Rijnland10.De Rli pleit voor een «waterkalender» (aanbeveling 1) waarin relevanteinformatie tijdig en systematisch beschikbaar komt voor het publiek. Hetkabinet betrekt deze aanbeveling bij de totstandkoming van de Deltabe-slissingen in 2027 en het daaropvolgende Nationaal Water Programma2028–2033.De Rli adviseert om alle ruimtelijke visies, plannen en besluiten van deoverheid te toetsen op hun klimaatbestendigheid (aanbeveling 2). Voorruimtelijke keuzes is in de Omgevingswet de «weging waterbelang»(voorheen de watertoets) opgenomen (artikel 5.37 in het besluit kwaliteitleefomgeving). Gemeenten moeten het advies van de waterbeheerderbetrekken bij het inschatten van de gevolgen van een ruimtelijk plan voorhet watersysteem. Hierbij kan het gaan om keuzes op het gebied vanenergietransitie, infrastructuur, landbouw, wonen, natuur en economie. Erwordt verkend hoe dit artikel op een effectieve en efficiënte wijze kanworden toegepast. Daarnaast is Rijkswaterstaat bezig om klimaatadaptatie7https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/8https://www.deltaprogramma.nl/themas/ruimtelijke-adaptatie/deltaplan9https://www.klimaatadaptatiebrabant.nl/kaarten/watersignaleringskaart10https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR702806Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4223 te betrekken bij besluitvorming over de investeringen in de belangrijksteinfrastructurele netwerken: de rijkswegen, de hoofdvaarwegen en hethoofdwatersysteem.Het kabinet zal in overweging nemen of er aanvullend nog verderestappen nodig zijn; dit zal worden betrokken bij de totstandkoming van deNAS’26.II Maak flexibiliteit de nieuwe norm voor ruimtelijke ordening Aanbeveling 3: Reserveer in omgevingsplannen ruimte voor waterstaat-kundige maatregelenAanbeveling 4: Benut mogelijkheden voor tijdelijk ruimtegebruikHet kabinet onderschrijft het belang van het reserveren van ruimte voorwaterstaatkundige maatregelen in omgevingsplannen (aanbeveling 3). Ditdoet het kabinet in het kader van het in het Regeerprogramma aangekon-digde hernieuwde programma Ruimte voor de Rivier en het profiel vanvrije ruimte rondom waterkeringen. Dit is erop gericht voldoende ruimtete reserveren voor toekomstige versterkingen van waterkeringen enduidelijkheid te bieden voor alle stakeholders.Voor het landelijke ruimtelijke beleid is in de Kamerbrief over rekeninghouden met water en bodem11 van 22 oktober jl. opgenomen dat er aande voorkant rekening gehouden wordt met water en bodem bij de temaken afwegingen voor een robuuste ruimtelijke ordening en inrichting.We houden rekening met water en bodem, bijvoorbeeld bij het bouwenvan huizen, om te voorkomen dat nieuwe huizen op termijn gaanverzakken of een groot risico kennen op wateroverlast en schade (zoalsfunderingen). Daar is niemand bij gebaat. Tegelijkertijd betekent «rekeninghouden met» ook dat we meebewegen met water en bodem en somsbijvoorbeeld accepteren dat er wateroverlast is. Denk aan een tuin vaneen woning die af en toe onder water komt te staan wanneer deze grenstaan een sloot die soms overloopt. «Rekening houden met» werkt dustwee kanten op. Het accent komt daarbij te liggen op wat er wel kan enhoe we daarvoor zorgen. We moeten creatief zijn en slimme keuzesmaken met goede technische oplossingen, daar waar mogelijk, houdbaaren betaalbaar. Dit wordt ook meegenomen in de nieuwe Nota Ruimte.Hierin worden integrale en gebiedsgerichte ruimtelijke keuzes gemaaktvoor nu en de toekomst, waarbij we onder andere rekening houden metwater en bodem.Het verdient aanbeveling om innovatief en creatief met het gebruik vanruimte om te gaan. Tijdelijk ruimtegebruik (aanbeveling 4) is eenmogelijkheid die – binnen duidelijke randvoorwaarden – meer toegepastkan worden. Dit vergt in sommige gevallen wel een andere denk- enwerkwijze. De Deltacommissaris heeft bijvoorbeeld geadviseerd omruimte die in de toekomst nodig is voor water in verband met zeespiegel-stijging en extreme neerslag, te bestemmen voor tijdelijke woningbouwen aangepast bouwen, mits er garanties zijn voor deze tijdelijkheid envanuit de waterveiligheid de ruimte indien nodig kan worden benut. HetMinisterie van IenW zal samen met het Ministerie van VRO verkennen hoeom te gaan met tijdelijk ruimtegebruik, waarmee we extra kansen biedenom functies (tijdelijk, op bepaalde plekken) wel gerealiseerd te krijgen.Het is van belang om ruimte toekomstbestendig te gebruiken. Daarbij zijnbijvoorbeeld de uiterwaarden nodig om te kunnen voorzien in rivierwater-afvoer. Het vorige kabinet heeft daarom het bouwen in uiterwaarden11Kamerstuk 2024/2025, 27 625, nr. 688Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4224 beperkt. Dit maakt onderdeel uit van de actualisatie van de BeleidslijnGrote Rivieren. Tegelijkertijd blijft er, onder voorwaarden, ruimte voortijdelijke activiteiten.III Versterk het instrumentarium voor klimaatbestendige enflexibele ruimtelijke keuzes door overheid en samenleving Aanbeveling 5: Betrek langetermijnkosten klimaatverandering bijinvesteringsbeslissingenAanbeveling 6: Stel algemene regels voor klimaatbestendige inrichtingAanbeveling 7: Weeg het waterbelang bij ruimtelijke besluiten zo vroegmogelijk mee en op het juiste schaalniveauAanbeveling 8: Maak afspraken met bovenstroomse landen overwateraanvoer en -bergingHet kabinet herkent de constatering van de Rli dat financiële prikkels omklimaatverandering mee te laten wegen bij investeringskeuzes onvol-doende ontwikkeld zijn. Daarom wordt er samen met partijen uit definanciële sector onderzocht hoe er vanuit de overheid en financiëleinstellingen voor gezorgd kan worden dat (langetermijn) overstromings-en klimaatrisico’s worden betrokken bij investeringsbeslissingen(aanbeveling 5). Dit vraagt om transparantie over de mogelijke risico’s enhet bieden van een duidelijk handelingsperspectief.Klimaatverandering kenmerkt zich door een mate van onzekerheid die hetvoor organisaties ingewikkeld maakt om te bepalen welke langetermijnrisico’s precies op hen afkomen en welke investering daar nu tegenoverzou moeten staan om schade en uitval te voorkomen of te beperken. HetKNMI heeft twee uitstootscenario’s doorgerekend. In het hoge uitstootsce-nario blijft de uitstoot van broeikasgassen tot 2080 toenemen en vlaktdaarna af. In het lage uitstootscenario vermindert de uitstoot snel enworden broeikasgassen uit de atmosfeer verwijderd, in lijn met deOvereenkomst van Parijs. De twee scenario’s geven de bandbreedtewaarbinnen de veranderingen in Nederland zich zullen ontwikkelen.Omdat daarin onzekerheden bestaan, zijn per uitstootscenario tweevarianten doorgerekend. In de natte variant is uitgegaan van sterk natterewinters en licht drogere zomers en in de droge variant van licht natterewinters en sterk drogere zomers. De combinatie van de twee uitstootsce-nario’s met de beide varianten levert de vier KNMI’23-klimaatscenario’sop.Om deze onzekerheden het hoofd te bieden, wordt samen met partijenzoals netbeheerders en partijen uit de financiële sector nagedacht overhoe de langetermijnrisico’s effectief kunnen worden meegenomen in deinvesteringsbeslissingen. Zo wordt bijvoorbeeld het toepassen vanwaterlabels verkend, met het oog op verbeterde beschikbaarheid vaninformatie, en wordt er nagedacht hoe de fase van de grondexploitatiebenut kan worden om tijdig overstromings- en klimaatrisico’s mee tenemen en zo te voorkomen dat risico’s worden afgewenteld op deeindgebruikers.Ook werken we aan het goed ontsluiten van bestaande data en beleidsin-formatie over overstromings- en klimaatrisico’s, zodat er betere inschat-tingen gemaakt kunnen worden door financiële instellingen en bedrijven.Dit is belangrijk omdat banken, verzekeraars en bedrijven vanuit huntoezicht- en rapportageverplichtingen rekening moeten houden met hoefysieke risico’s als gevolg van overstromingen en klimaatverandering hunportefeuilles en bedrijfsprocessen raken. Beter inzicht in risico’s enonzekerheden helpt hen om slimme investeringsbeslissingen te nemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4225 Om dit goed te doen werken we actief samen met de financiële sector enandere relevante stakeholders binnen de private sector.Het is ook van belang de kosten en baten duidelijk in beeld te krijgen. Zois er in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) in NOVEX-verbandonderzoek gedaan naar de kosten en baten van het klimaatadaptief makenvan de gebouwde omgeving (bestaand en nieuwbouw). Hierin is gekekennaar baten over een langere termijn. In het Bestuurlijk Overleg MIRTNoordwest (2023) is voor de MRA afgesproken dat regio en rijk samen-werken aan een voorstel voor pilots om tot investeringsmodellen tekomen voor klimaatadaptatiemaatregelen in zowel de bestaandebebouwde omgeving als bij nieuwbouw. Dit sluit aan bij de regionale ennationale trajecten die al lopen en bij het Deltaprogramma.Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat de transitie naar een klimaatbe-stendig Nederland voor iedereen haalbaar en betaalbaar is: we moeteniedereen betrekken en niemand mag achterblijven. Er dient specifiekaandacht te worden besteed aan de positie van burgers die doorfinanciële (of andere) belemmeringen meer moeite kunnen hebben methet toekomstbestendig maken van hun omgeving.De Rli beveelt aan algemene regels te stellen voor klimaatbestendigeinrichting (aanbeveling 6). De Rli merkt op dat grondeigendom sterksturend is bij ruimtelijke beslissingen.Het kabinet herkent dat het ruimtelijk beleid is verbonden met demaatschappelijke opgaven in Nederland en de daarbij horende verdelingvan onze ruimte. Het gaat er bij grondbeleid juist om de ontwikkeling vande ruimte en de realisatie van de fysieke opgave mogelijk te maken. Hetgrondbeleid is dus plaats- en functieonafhankelijk en daarmee dienendaan het ruimtelijk beleid en van groot belang voor gebiedsontwikkeling.Gebiedsontwikkeling kent lange doorlooptijden. Het is moeilijker in eenlaat stadium van besluitvorming (bijvoorbeeld over woningbouw) nogrekening te houden met de effecten van klimaatverandering. Dan zijn ervaak al afspraken gemaakt, bijvoorbeeld tussen gemeenten, ontwikkelaarsen (andere) grondeigenaren. Dit benadrukt in de ogen van het kabinet hetbelang om verder vooruit te kijken, aan de voorkant het belang van wateren bodem mee te wegen (conform aanbeveling 7), en zo toekomstbe-stendige keuzes te maken voor de inrichting van Nederland.Op dit moment wordt verkend hoe de «weging waterbelang» zo effectiefen efficiënt mogelijk kan worden toegepast (zie toelichting aanbeveling 2).Daarnaast zijn voor de gebouwde omgeving het Ruimtelijk afwegings-kader en de Landelijke maatlat twee instrumenten die handvatten biedenbij gebiedsontwikkeling en nieuwe projecten. Het Ruimtelijk afwegings-kader klimaatadaptieve gebouwde omgeving12 biedt inzicht in waar erklimaatadaptief gebouwd kan worden, door de risico’s vanuit het water-en bodemsysteem in kaart te brengen. De Landelijke maatlat voor eengroene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving13 maakt inzichtelijk hoenieuwbouw klimaatbestendig kan worden gebouwd. Beide instrumentenbieden informatie aan medeoverheden en ons om toekomstbestendigeruimtelijk keuzes te maken. Het kabinet wil zo min mogelijk belemme-ringen opwerpen voor woningbouw en zet daarom in beschikbaarheidvan informatie en het tijdig aan tafel krijgen van belanghebbende partijen.12Bijlage bij Kamerstuk 2023/2024, 27 625, nr. 66613Kamerstuk 2022/2023, 32 813, nr. 1195Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4226 Ook vanuit de programmatische aanpak Groen in en om de stad (GIOS)wordt door de Ministeries van VRO en LVVN door middel van groenbijgedragen aan onder andere de klimaatadaptatieopgave in en ombebouwd gebied. Met de Handreiking Groen in en om de stad14, die31 mei aan de Tweede Kamer is gestuurd, bieden we medeoverheden eenhelpende hand om zowel inhoudelijk als procesmatig groen beter mee tenemen in de ruimtelijke planvorming. De handreiking bevat een eerstenadere invulling van de Landelijke maatlat op de thema’s groen, biodiver-siteit, hitte en wateroverlast. De Handreiking is ook bedoeld voor debestaande stad. Met GIOS wordt bijgedragen aan de klimaatadaptatie-opgave, maar worden ook kansen benut om voldoende groen in en om destad te realiseren voor een gezonde en prettige leefomgeving.Op verschillende manieren wordt er gewerkt aan afspraken met boven-stroomse landen (aanbeveling 8). Voor de rivieren Rijn, Maas, Schelde enEems werkt Nederland al nauw samen met andere landen in het stroom-gebied, waarbij kennis wordt uitgewisseld en afspraken worden gemaaktover allerlei wateronderwerpen als wateraanvoer en waterberging. De Rliwijst er terecht op dat deze afspraken niet altijd stroomgebieddekkendworden gemaakt. Nederland streeft hier wel naar, maar we zetten in opbilaterale afspraken als deze effectiever zijn.De Rli stelt dat de oplossingsruimte buiten de landsgrenzen onvoldoendein beeld is. In verschillende onderzoeksprogramma’s wordt hiermomenteel aan gewerkt. In 2023 is het toegepast wetenschappelijkkennisprogramma JCAR-ATRACE15 gelanceerd voor het doen vanonderzoek naar overstromings- en droogterisicobeheer in grensoverschrij-dende regionale stroomgebieden.Daarnaast wordt met de buurlanden en landen binnen de internationaleriviercommissies gewerkt aan een overzicht van geplande maatregelenvoor de Rijn- en Maasstroomgebieden en de effecten daarvan voorNederland. Het gaat bijvoorbeeld om dijkverhogingen, rivierverruiming,waterretentie en verandering van landinrichting/landgebruik. Viabestaande programma’s wordt ook gekeken waar aanvullende interna-tionale samenwerking of (bestuurlijke) afspraken nodig zijn. Op grond vande EU Richtlijn Overstromingsrisico’s16 is het verplicht om in stroomge-bieden het verminderen van overstromingsrisico’s af te stemmen en eengezamenlijke aanpak voor de omgang met laagwater te hebben. Deinternationale overstromingsrisicobeheerplannen worden geschreven envastgesteld in de riviercommissies.IV Neem tijdig besluiten over grote systeemkeuzes en de ruimte-lijke gevolgen daarvan Aanbeveling 9: Voer een integraal kennis- en onderzoeksprogramma uitvoor klimaatbestendige ruimtelijke ordeningAanbeveling 10: Stel een langetermijnprogramma op gericht op besluit-vorming over grote systeemkeuzesNederland heeft een lange geschiedenis in water- en bodemonderzoek enhet water- en ruimtebeleid heeft een stevige kennisbasis. Nederlandsewater- en klimaatonderzoekers en -adviseurs behoren al decennia tot dewereldtop. Inzet van kennis om te komen tot klimaatbestendige oplos-singen is ook onderdeel van het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 en14Kamerstuk 2023/2024 32 813, nr. 139615https://www.jcar-atrace.eu/nl Samenwerkingsprogramma voor toegepast wetenschappelijkonderzoek naar overstromings- en droogterisicobeheer in grensoverschrijdende regionalestroomgebieden16Richtlijn 2007/60/EGTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4227 het Kennisprogramma Zeespiegelstijging (KPZSS). Het KPZSS onderzoektwat de mogelijke gevolgen van zeespiegelstijging zijn en levert kenniswaarmee we tijdig keuzes kunnen maken voor de bescherming eninrichting van Nederland. De topsector Water en Maritiem zoekt steedsnadrukkelijker de samenwerking met de bouw en techniek, landbouw enlogistieke sector voor een klimaatbestendig stedelijk en landelijkNederland. In de Nationale Groeifondsprojecten Werklandschappen vande Toekomst en NL2120 ontwikkelen we kennis en innovatie voorklimaatbestendige bedrijventerreinen en een klimaatbestendig gebruikvan land- en watersystemen. NL2120 zet specifiek in op de kracht vannatuurlijke systemen om de maatschappelijke uitdagingen aan te pakkendoor het toepassen van Nature based Solutions.Tegelijkertijd herkennen we de noodzaak voor samenwerking tussenverschillende disciplines om te voorkomen dat kennis en innovatieversnipperd en verkokerd worden ontwikkeld. We blijven dan ookinitiatieven nemen om kennisvelden en sectoren bij elkaar te brengen. HetRli-advies onderschrijft het streven van dit kabinet om deze samenwerkingte blijven versterken (aanbeveling 9).Het kabinet sluit zich aan bij de aanbeveling van de Rli om tijdig systeem-keuzes te kunnen maken (aanbeveling 10), en dit gestructureerd uit tevoeren. Daarom wordt in verschillende programma’s in beeld gebrachtwanneer welke keuzes gemaakt zullen moeten worden en wat voorverdere voorbereiding dit vraagt. Deze bevindingen worden opgenomenin het Nationaal Water Programma 2028–2033.Verder werkt het kabinet aan de nieuwe Nota Ruimte, waarin integrale engebiedsgerichte ruimtelijke keuzes worden gemaakt voor nu en in detoekomst. Klimaatverandering en de ruimtelijke consequenties daarvanmaken hier onderdeel van uit. Daarnaast is er een advies gevraagd aan deWetenschappelijke Klimaatraad (WKR) over de belangrijkste systeem-keuzes. We verwachten dit rapport in maart 2025 te ontvangen. Deconclusies en aanbevelingen worden betrokken bij het opstellen van denieuwe Nationale Klimaatadaptatiestrategie.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B. MadlenerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4228
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.